CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

21-02-2022 Bijlage 1. Toelichting en regels met bijlage bestemmingsplan 'Park Vossenberg Kaatsheuvel'.pdf

Raadsvergadering 21 februari 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over vaststelling van het bestemmingsplan 'Park Vossenberg Kaatsheuvel'26.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Park Vossenberg Kaatsheuvel Gemeente Loon op Zand Vastgesteld

Bestemmingsplan Park Vossenberg Kaatsheuvel Gemeente Loon op Zand Vastgesteld

Rapportnummer:

P00595_13

IMRO-nummer:

NL.IMRO.0809.BPParkVossenberg-VA01

Datum:

10 januari 2022

Opdrachtgever:

Planpartners

Projectteam BRO:

JR, AD, TA

Concept:

februari 2020, april 2021

Voorontwerp:

augustus 2021

Ontwerp:

november 2021

Vaststelling:

12 februari 2022

Bron foto kaft:

BRO, Abstract 1

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan ten behoeve van de herontwikkeling van Park Vossenberg te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Opzet van de toelichting

3 3 3 4 6

2. PLANSCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 7 11

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

16 16 19 20 21

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Algemeen 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bodem 4.6 Water 4.7 Flora en fauna 4.8 Cultuurhistorie 4.9 Archeologie 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Bedrijven en milieuzonering 4.12 Geur 4.13 Kabels en leidingen 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

25 25 25 27 29 31 33 35 39 40 42 46 53 53 54

5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Juridisch-planologische opzet 5.2 Systematiek 5.3 Systematiek per bestemming

55 55 55 57

Inhoudsopgave

1

6. HANDHAVING

59

7. FINANCIEEL-ECONOMISCHE ASPECTEN 7.1 Verhaal van kosten 7.2 Economische uitvoerbaarheid

61 61 61

8. PROCEDURES 8.1 Inspraak en omgevingsdialoog 8.2 Vooroverleg 8.3 Vaststellingsprocedure 8.4 Beroep

62 62 64 64 64

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Kwaliteit bomenbestand Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Bijlage 4: Standaard advies Veiligheidsregio Bijlage 5: Verkennend (asbest in) bodemonderzoek Bijlage 6: Verkennend asbest in grondonderzoek Bijlage 7: Asbest in bodemonderzoek Bijlage 8: Watertoets Bijlage 9: Flora en fauna quickscan Bijlage 10: Vleermuisonderzoek Bijlage 11: Boom Effect Analyse bidlaan Bijlage 12: Notitie AERIUS-berekening Bijlage 13: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 14: Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek Bijlage 15: Proefsleuvenonderzoek Bijlage 16: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 17: Verslag inspraak Bijlage 18: Verslag vooroverleg en ambtshalve aanpassingen Bijlage 19: Nota van zienswijzen

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding De Stichting Elde-Maasduinen is voornemens zorgcentrum De Vossenberg aan de Antoniusstraat 1 in Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand te herontwikkelen. De opzet van het voormalig zorgcentrum en de functionaliteit van de bewonerskamers voldeden niet aan de wensen en eisen van de huidige en toekomstige bewoners met zware zorgvraag. Omdat het verbouwen erg duur was, is gekozen voor vervangende nieuwbouw. Het initiatief omvat het slopen van het bestaande zorgcentrum, de bouw van nieuwe verpleeghuisappartementen en reguliere appartementen, de verbouwing van de monumentale kapel tot een ontmoetingsruimte en de herinrichting van het achterterrein tot een park, met een vijver, dierenweide, moestuin en het realiseren van een ‘kapschuur’ met dagbesteding voor ouderen. Een deel van de plannen van Park Vossenberg past niet binnen de vigerende beheersverordening. Een deel van de plannen is wel al mogelijk op basis van de vigerende beheersverordening en die plannen worden of zijn gerealiseerd. De gemeente acht het van groot belang om alle onderdelen in ruimtelijk-planologische samenhang te bezien en mede om die reden is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft de locatie Vossenberg aan de Antoniusstraat 1 in Kaatsheuvel. De zuidzijde van de locatie maakt onderdeel uit van de lintbebouwing aan de Antoniusstraat. Ten westen, noorden en oosten wordt het plangebied omsloten door bedrijvenpark Kaatsheuvel. De Antoniusstraat is, vanaf het centrum van Kaatsheuvel beschouwd, de laatste gewone woonstraat. Aan beide zijden van de straat zijn woningen in lintbebouwing gesitueerd. Aan de achterzijde van de tuinen van de woningen (noordzijde) begint het bedrijventerrein. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie L, nummer 2987 en is eigendom van Elde-Maasduinen. De locatie Park Vossenberg is circa 60.000 m² groot. Aan de noordzijde van het eigendom van Elde-Maasduinen is omwille van het kunnen realiseren van een langzaamverkeersverbinding met de Belgiëstraat, een gedeelte van de percelen met nr. 75 en 881 aan het plangebied toegevoegd. Figuur 1.1 geeft de globale ligging en begrenzing van het plangebied weer.

Hoofdstuk 1

3

Figuur 1.1: Ligging en begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Van toepassing voor het plangebied is de beheersverordening ‘Woongebieden Kaatsheuvel’, op 20 september 2012 door de gemeenteraad van Loon op Zand vastgesteld. De beheersverordening ‘Woongebieden Kaatsheuvel’ vormt het toetsingskader voor bouwactiviteiten en gebruik van gronden in de kern Kaatsheuvel. De gronden in het plangebied hebben de bestemmingen “Maatschappelijk” (voorterrein) met de aanduiding ‘zorginstelling’ en “Groen” (achterterrein) met de aanduidingen ‘begraafplaats’ en ‘volkstuin’. Onderstaand is de verbeelding behorende bij de beheersverordening weergegeven.

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding behorende bij beheersverordening ‘Woongebieden Kaatsheuvel’

Voor de noordwestelijke hoek van het plangebied gelden de bestemmingsplannen ‘Bedrijvenpark Kaatsheuvel’ (vastgesteld 14 december 2016) en ‘Bedrijvenpark Kaatsheuvel gebied 2’ (vastgesteld 19 mei 2016). Het plangebied heeft in bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Kaatsheuvel’ de bestemmingen ‘Verkeer’ en ‘Water’ en in het bestemmingsplan ‘Bedrijvenpark Kaatsheuvel gebied 2’ de bestemmingen ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Waterstaat – Waterlopen’. Een deel van de plannen van Park Vossenberg past niet binnen de vigerende beheersverordening ‘Woongebieden Kaatsheuvel’. Een deel van de plannen is wel al mogelijk op basis van de vigerende beheersverordening. Zo past een deel van de bebouwing niet binnen het bouwvlak en de opgenomen afmetingen en is strijdig qua gebruik. De noodzaak voor kwalitatieve zorghuisvesting was erg groot. Hierdoor is besloten om bouwdeel 1 te realiseren binnen de vigerende beheersverordening. Deze realisatie dient als onderdeel van de nieuwe plannen voor Park Vossenberg te worden gezien. De gemeente acht het van groot belang om alle onderdelen in samenhang te bezien. Om deze reden is een bestemmingsplan opgesteld voor het gehele plangebied.

Hoofdstuk 1

5

1.4 Opzet van de toelichting Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), de regels en een toelichting. Alleen de regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. De toelichting geeft een onderbouwing en uitleg. Het volgende hoofdstuk omvat de beschrijving van de huidige en toekomstige situatie, waarna het derde hoofdstuk een korte omschrijving geeft van het geldende beleid van de diverse betrokken overheden en de conclusies van en toetsing aan dit beleid. In het vierde hoofdstuk vindt toetsing plaats van de omgevingsaspecten (milieu- en waarden). Het vijfde hoofdstuk bevat de juridische toelichting, met een beschrijving en onderbouwing van de opbouw van de regels en verbeelding. Handhaving is opgenomen in hoofdstuk zes. Een ontwikkeling dient ook financieel en maatschappelijk haalbaar te zijn. Dat is het onderwerp van hoofdstuk zeven. Hoofdstuk acht omvat een beschrijving van de procedures.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANSCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Huidige ruimtelijke structuur Zorgcentrum Vossenberg is in 1970 gebouwd op het terrein van het voormalige Missiehuis Sint Antonius. Deze locatie verzorgde de opleiding van priester-missionarissen. Het complex omvatte toen o.a. een drukkerij, bakkerij en tuinderij. Nu zijn alleen nog de groene cour met bomenrij, de kapel uit 1934 en een kleine begraafplaats achter de cour overgebleven. De cour, kapel en begraafplaats hebben binnen de gemeente Loon op Zand een beschermde status. Op de locatie zijn in de huidige situatie twee deelgebieden te onderscheiden:  Het woongedeelte (versteende zuidelijke deel) van de locatie. In dit gedeelte staat het bestaande zorgcentrum, de kapel, bijgebouwen en parkeerplaatsen. Het nieuwe verpleeghuis, bouwdeel 1, is sinds november 2020 in gebruik. De kapel is reeds in gebruik sinds april 2019.  Het park (groene noordelijke deel) van de locatie. Dit deel is de ‘cour’ van het voormalig missiehuis, met volkstuinen, begraafplaats en de inmiddels verwijderde interim-huisvesting. Verkeer De huidige locatie kent twee toegangswegen; beide gesitueerd aan de Antoniusstraat. Op de locatie is een rondgaande weg, die langs de verschillende parkeerplaatsen op het terrein gaat. Op het woongedeelte zijn nauwelijks afgescheiden voetpaden.

Voetgangers konden de inmiddels verwijderde de interim huisvesting via de weg en de parkeerplaatsen bereiken. Tussen de grote bomen op het achterterrein ligt het zogenaamde bidlaantje; een onverhard wandelpad vanaf kapel tot aan de begraafplaats. Groen Het groen op het woongedeelte van het terrein bestaat uit de voortuin aan de Antoniusstraat en een groenstrook (grasveld met bomen) aan de noordzijde van het bestaande zorgcentrum. De cour van het voormalig missiehuis is, met uitzondering van de inmiddels verwijderde interim-huisvesting, groen van karakter. In de huidige inrichting zijn drie elementen te onderscheiden: begraafplaats, volkstuinen en bidlaantje. De huidige inrichting, met uitzondering van de begraafplaats, maakt een rommelige indruk. De groene kwaliteit van het terrein komt op dit moment te weinig tot haar recht. Het grote aantal bomen zorgt voor de groene kwaliteit van de locatie. In totaal staan er bijna 250 bomen op de locatie. De kwaliteit van deze bomen is middels een bomeninventarisatie onderzocht. Deze bomeninventarisatie1 is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. Van elke boom is de positie, de soort, de omvang (hoogte, kroondiameter en stamdiameter) en vitaliteit opgenomen. Uit de inventarisatie blijkt dat ongeveer 25 bomen een verwachte levensduur hebben van minder dan 10 jaar.

De onderhoudstoestand en vitaliteit (combinatie van conditie, groeiplaats en verwachte levensduur) van de bomen op het terrein heeft aandacht (maatregelen) nodig. Het speerpunt hierbij is de laan met paardenkastanjes.

1

Van Duijnhoven Boomverzorging en Advies, Kwaliteit bomenbestand, d.d. 15 november 2016

Hoofdstuk 2

7

2.1.2 Oorspronkelijke bebouwing Voor aanvang van de ontwikkeling van Park Vossenberg stonden op de locatie de volgende gebouwen: 1. (Voormalig) zorgcentrum Vossenberg 2. Interim huisvesting Kompas 3. Kapel 4. Bijgebouwen In het voormalig zorgcentrum Vossenberg waren 93 bewonerskamers van ongeveer 23 m² gesitueerd. Het grootste deel van de bewonerskamers bevond zich in de vleugels aan de Antoniusstraat. Dit deel van het voormalig zorgcentrum is vier verdiepingen hoog. Op de begane grond van het voormalig zorgcentrum waren de algemene voorzieningen gehuisvest. De grootkeuken en de kantoren van het voormalig zorgcentrum bevonden zich achter de vleugels met bewonerskamers. Dit deel van het voormalig zorgcentrum is gesloopt. Op deze plaats staat nu het nieuwe verpleeghuis (bouwdeel 1). De opzet en functionaliteit van de bewonerskamers in het voormalig zorgcentrum voldeden niet aan de wensen en eisen van de bewoners met een (steeds zwaarder wordende) zorgvraag. Omdat het niet mogelijk was het voormalig zorgcentrum te verbouwen tot een functioneel verpleeghuis, is gekozen voor vervangende nieuwbouw. Het nieuwe verpleeghuis is eind 2020 in gebruik genomen. In de tuin van het voormalig zorgcentrum stond de interim huisvesting Kompas. Kompas was opgebouwd uit semipermanente units van De Meeuw.

Kompas was in gebruik als woonvoorziening voor mensen met dementie; een doelgroep die niet in het voormalig Zorgcentrum kon wonen. De gemeente Loon op Zand had voor Kompas een tijdelijke vrijstelling van het bestemmingsplan verleend. Kompas is in het voorjaar van 2021 gedemonteerd en afgevoerd. De kapel dateert uit 1934 en heeft, samen met de begraafplaats en bidlanen een binnen de gemeente Loon op Zand beschermde status als gemeentelijk monument. Op 1 januari 2017 is de kapel officieel onttrokken aan de erediensten. De kapel is verbouwd en sinds april 2019 in gebruik als ontmoetingsruimte. Op 2 januari 2020 is aan de kapel een commerciële horecavergunning verleend. Op het parkeerterrein aan de zijde van de kapel staat een bijgebouw, oorspronkelijk in gebruik als opslagruimte. Dit gebouw is verbouwd tot het ‘energiehuis’ van Park Vossenberg.

Hoofdstuk 2

8

Figuur 2.1: Situatie bij aanvang van de realisatie van het verpleeghuis (maart 2019)

Hoofdstuk 2

9

Figuur 2.2: Foto bestaand zorgcentrum Vossenberg

Figuur 2.3: Foto bestaande kapel op Park Vossenberg

Figuur 2.4: Foto interim huisvesting Kompas (inmiddels ver-

Figuur 2.5: Foto interim huisvesting Kompas (inmiddels ver-

wijderd) en doorkijk in een bidlaantje

wijderd) en doorkijk in een bidlaantje

Figuur 2.6: Foto bouwdeel 1 in aanbouw (begin 2020)

Figuur 2.7: Foto bouwdeel 1 in aanbouw (begin 2020)

Hoofdstuk 2

10

2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Het woon-zorg concept van Park Vossenberg Park Vossenberg kent een nieuw concept van wonen en zorgverlening voor mensen met een zware of lichte zorgvraag. De bewoners van Park Vossenberg wonen in een beschermde woonomgeving. Bewoners kunnen kiezen voor een tweekamer verpleeghuisappartement met een intramuraal pakket of een twee- of driekamerappartement met afname van extramuraal pakket (volledig pakket thuis of modulair pakket thuis). Park Vossenberg beschikt over voldoende ontmoetingsruimtes waar mensen gezamenlijk kunnen eten, met een hobby bezig zijn of gewoon rustig samen een deel van de dag doorbrengen. Bewoners die minder behoefte aan het gemeenschappelijke hebben, blijven ‘thuis’ of gaan naar een andere plek op Park Vossenberg. De bewoners van Park Vossenberg hebben alle vrijheid om zich op Park Vossenberg te bewegen en kunnen zelfstandig naar het centrale plein, de verschillende plekken in het Park, de binnentuinen en de ‘groene dagbesteding’. 2.2.2 Stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp Park Vossenberg is openbaar. Het plein ligt centraal in het plan, met daarom heen het zorgcomplex, kapel en appartementen. Op de kop van het Park Vossenberg, aan de zuidzijde van de locatie, zijn de gebouwen (zorgcomplex, kapel en appartementen) gesitueerd.

Een centrale lange lijn, gerelateerd aan het landschappelijke verkavelingspatroon en de beide bidlaantjes verbindt de gehele hele locatie van begin tot eind in een rechte lijn. De lijn begint aan het oude lint aan de zuidzijde (Antoniusstraat) en eindigt ter plekke van de entree van de begraafplaats helemaal in het noorden. De lijn presenteert zich als groene zone aan de Antoniusstraat. Aan de lijn ligt de kloosterkapel prominent aan het centrale plein, dat het hart is van het residentiële deel van Park Vossenberg. Centraal thema voor de hele ontwikkeling van Park Vossenberg is ‘ontmoeten’. Van bewoners en niet-bewoners, van jong en oud, van zorgbehoevend en zelfstandig wonend, van mens en natuur, van actief bezig zijn en ontspannen. Daarnaast biedt Park Vossenberg een beschermde omgeving met boeiende binnentuinen voor bewoners die daar baat bij hebben. Het zorgcomplex (Bouwdeel 1) is het hoofdgebouw van de nieuwe stedenbouwkundige setting. De nieuwe volumes aan de Antoniusstraat passen in de bestaande structuur van lintbebouwing. Het centrale plein en kapel zijn vanaf de Antoniusstraat zichtbaar. Het plein is voor voetgangers en fietsers via ‘de centrale lijn’ bereikbaar. De ontsluiting van de locatie voor auto’s gebeurt via twee entrees aan de grenzen van de locatie. Parkeren vindt plaats aan de oost- en westkant van de locatie.

Hoofdstuk 2

11

Figuur 2.8: Stedenbouwkundig en landschappelijk ontwerp Park Vossenberg

2.2.3 Planbeschrijving Het plan betreft de herontwikkeling van zorgcentrum De Vossenberg in Kaatsheuvel. Het plan omvat het slopen van het bestaande zorgcentrum, de bouw van nieuwe verpleeghuisappartementen en reguliere appartementen, de verbouwing van de monumentale kapel tot een ontmoetingsruimte en de herinrichting van het achterterrein tot een park, met een vijver, dierenweide, moestuin en het realiseren van een ‘kapschuur’ met dagbesteding voor ouderen. Hieronder worden de verschillende planelementen beschreven. Bouwdeel 1: 89 intramurale verpleeghuisappartementen (tweekamerappartementen, circa 46 m²), voorzieningen voor de bewoners en voorzieningen voor de organisatie. De functie van Bouwdeel 1 is een woongebouw met 24-uurs zorg (intramuraal). Totale omvang bedraagt circa 8.500 m² bruto vloeroppervlak verdeeld over drie verdiepingen. Eigenaar: Elde-Maasduinen. Bouwdeel 1 past binnen het bestemmingsvlak van de geldende beheersverordening en hiervoor is inmiddels een omgevingsvergunning voor het bouwen voor verleend. De bouw is inmiddels gereed. In voorliggend bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om de 89 (intramurale) zorgwoningen in bouwdeel 1 om te zetten naar 35 woningen indien er vraaguitval is naar (intramurale) zorgwoningen. Bouwdeel 2: 38 sociale aanleunappartementen.

Totale omvang bedraagt circa 3.000 m² bruto vloeroppervlak, verdeeld over drie bouwlagen. Zeer waarschijnlijk wordt de plaatselijke woningcorporatie Casade de eigenaar van het gebouw. Bouwdeel 3: een losstaand bouwdeel met 29 sociale aanleunappartementen. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen. Zeer waarschijnlijk wordt de plaatselijke woningcorporatie Casade de eigenaar van het gebouw. Bouwdeel 4: een bouwdeel (in het verlengde van Bouwdeel 1) met 12 vrije sector-appartementen.

Hoofdstuk 2

12

Park Vossenberg

Bd1

Verpleegappartementen intramuraal Verpleegappartementen extramuraal Aanleunappartementen sociaal Vrije sector appartementen (< 75 m2) Vrije sector appartementen (75 m2 - 90 m2) subtotalen totaal

Bd2

89 0 0 0 0 89

0 0 38 0 0 38 168

Bd3

Bd4

0 0 29 0 0 29

subtot

0 0 0 3 9 12

89 0 67 3 9 168

Figuur 2.9: Programma woon- en zorgprogramma locatie Vossenberg

bouwdeel 1

bouwdeel 1 bouwdeel 1 bouwdeel 1

bouwdeel 4

Figuur 2.10: Stedenbouwkundig schetsmodel

Bouwdeel Kapel: De primaire functie van de Kapel is de grote ontmoetingsruimte voor de ruim 150 bewoners en de bezoekers van Park Vossenberg. De Kapel beschikt over een commerciële horecavergunning die activiteiten voor maatschappelijke organisaties en verenigingen, een sociaal restaurant en (incidenteel) bezoek van buitenaf mogelijk maakt. In de Kapel is een ruimte waar Elde-Maasduinen dagverzorging voorziet aan ouderen. Deze ruimte wordt ook gebruikt voor kerkdiensten (op zondag). Voor de Kapel is een terras, waar bezoekers van de kapel een drankje kunnen gebruiken. Bouwdeel ‘Kapschuur’: in de ‘kapschuur’ is dagbesteding voor ouderen voorzien. Tevens kan dit bouwdeel dienen als ontmoetingsruimte. De dagbesteding is bedoeld voor bewoners van Park Vossenberg en andere inwoners uit Kaatsheuvel.

Hoofdstuk 2

13

Energiehuis: Klein bestaand gebouw, dat wordt verbouwd tot het ‘Energiehuis’ (energiecentrale) van Park Vossenberg. De locatie van de WKO bronnen (warm en koud) zijn reeds bekend, vergund en geboord. Het energiehuis is de distributie-centrale van de WKO voor alle bouwdelen in Park Vossenberg. Vanuit het Energiehuis lopen leidingen naar de verschillende bouwdelen op Park Vossenberg. De warmtepompen zijn in de afzonderlijke gebouwen ondergebracht. Elde-Maasduinen blijft eigenaar van de installatie. Opslag-gebouw: In dit los gebouw, uitgevoerd als een soort fietsenstalling, staan fietsen, scootmobielen, tilapparatuur en zuurstofflessen. Klantstation: Dit is een soort trafo van Enexis. Vanuit dit station gaan de elektriciteitsleidingen naar de bouwdelen op Park Vossenberg. Vijver – visvijver: De vijver is bedoeld voor opvang van het regenwater op de bouwdelen en het terrein van Park Vossenberg. De vijver heeft een overstort op de watergang aan de Belgiëstraat. In de vijver zullen vissen (met name karpers) worden uitgezet. Aan de oevers van de visvijver zal een vissteiger worden gerealiseerd. Buurtbewoners (in een nog op te zetten visvereniging) zullen de visvijver gaan onderhouden. Dierenweide: De dierenweide is een afgeschermd deel in de buurt van de visvijver. Er is een dierenverblijf.

In de dierenweide lopen diverse soorten klein vee, zoals schapen, geiten, kippen, konijnen, enzovoort. In paragraaf 4.12 is een overzicht opgenomen van de beoogde diersoorten en –aantallen. Centrale weide: De centrale weide is de ‘buiten-ontmoetingsplek’ van Park Vossenberg. Op de Centrale weide kunnen verschillende activiteiten worden georganiseerd. Dit kan een concert zijn, maar ook een rommelmarkt. Moestuinen/volkstuinen: Elde-Maasduinen heeft gekozen voor een gemeenschappelijk moestuinencomplex, waarin eigen kassen en tuinhuisjes niet meer zijn toegestaan. Naast het verbouwen van groenten en fruit in de gemeenschappelijke moestuinen, zijn de ‘hobby-tuinders’ als vrijwilliger betrokken bij het onderhoud van Park Vossenberg. De ‘hobby-tuinders’ zullen de hagen, bomen, struiken, paden en hekwerken onderhouden. Elde-Maasduinen zal zelf, samen met bewoners van Park Vossenberg, ook een deel van de moestuinen bewerken en beheren. Elde-Maasduinen heeft met elke ‘hobby-tuinder’ een contract gesloten. Voor de moestuinen is een tijdelijke vrijstelling verleend. Fietspad: Het fietspad is eigendom van Elde-Maasduinen, maar wordt gefinancierd door de gemeente. Het fietspad is openbaar en verbindt het industrieterrein (en Sprang Capelle) met het centrum van Kaatsheuvel.

Monumentale bomenrij en begraafplaats: In het park zijn een begraafplaats en onverharde wandelpaden (bidlaantjes) onder bomenrijen. Deze onderdelen van het park zijn geclassificeerd als gemeentelijk monument. Bij de grondexploitatieovereenkomst is een registerblad van de gemeente opgenomen met omschrijving en de voorwaarden van het gemeentelijk monument. Aarden wallen: De aarden wallen, met begroeiing, zorgen ervoor dat de bedrijfsomgeving niet zichtbaar is vanuit het Park. De aarden wallen zijn gemaakt met grond en zand, afkomstig uit de (vis-)vijver.

Hoofdstuk 2

14

2.2.4 Buitenruimte van Park Vossenberg Voorterrein Het groene karakter van Park Vossenberg begint aan de Antoniusstraat met de voortuin van Bouwdeel 2 en de centrale straat tussen de Bouwdelen 1 en 2. Het terras van ontmoetingsruimte Kapel ligt aan een groen kerkplein met kiosk (of follie). Bouwdeel 1 heeft een besloten binnentuin met beleefplekken voor bewoners. De open tuin tussen de beide woonvleugels van Bouwdeel 1 verbindt het gebouw met de wandelpaden van het Park. Park Vossenberg is een veilige woon- en leefomgeving. De verkeersafwikkeling en het parkeren vinden daarom aan de randen plaats. Bij het parkeren zijn de verschillende stromen uit elkaar gehaald. Bewoners, personeel en bezoekers hebben elk hun eigen zone waar geparkeerd wordt. De bewoners van de appartementen parkeren zo dicht als mogelijk bij de entree van hun gebouw. De bezoekers van de bewoners parkeren dicht bij de entree van de bouwdelen 1 en 2, te weten aan de zijde van de kapel. Personeel zal voornamelijk gebruik maken van de parkeerzone aan de westzijde van het perceel. Het Park Het ‘achterterrein’ van de locatie wordt ingericht als Park. De bestaande structuur met de bidlanen en de begraafplaats blijven ongewijzigd. Over deze bestaande structuur is een nieuwe structuur geprojecteerd.

Geasfalteerde wandelpaden (voor de toegankelijkheid van de bewoners) slingeren langs de verschillende onderdelen in het Park. Centraal in het Park ligt de grote weide; de ontmoetingsplek buiten. Hieromheen zijn belangrijke parkelementen geordend zoals de moestuinen, de visvijver, de Kapschuur en de dierenweide. In het gehele park is sprake van recreatief medegebruik. Op de plaats van de inmiddels gesloopte volkstuinen komt een visvijver. Aan de oevers van de visvijver komt een vissteiger; toegankelijk voor mensen met rollator of mensen in een rolstoel. Aan de oever van de visvijver is een ‘waterspeeltuin’ gesitueerd. De afgeschermde dierenweide met dierenverblijf ligt aan de zuidkant van de visvijver. Met de uit de visvijver afkomstige grond zijn aan de oost- en westzijde van het Park twee aarden wallen gemaakt. Deze wallen zijn ongeveer twee meter hoog en voorzien van struiken, bomen en andere beplanting. De grondwallen zorgen ervoor dat de omliggende bedrijfsgebouwen uit het zicht van de bezoekers komen te liggen. Het Park krijgt hierdoor een besloten en groene sfeer. De individuele volkstuinen worden vervangen door gemeenschappelijke moestuinen, aan de noordzijde van het Park gesitueerd. Er zijn geen individuele tuinhuisjes meer, maar gemeenschappelijke voorzieningen.

Hoofdstuk 2

15

3.

BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden.

In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten uit het NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavig bestemmingsplan is dus in overeenstemming met het Barro.

Hoofdstuk 3

16

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.2 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Er is door Planpartners een Laddertoets3 opgesteld voor de ontwikkeling. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling De ontwikkeling Park Vossenberg kan worden gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De locatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied.

Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied De ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte om de volgende redenen:  In de Woonvisie van de gemeente Loon op Zand “Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar” van 14 december 2016 (hierna: de Woonvisie) wordt expliciet ingegaan op de vervangende nieuwbouw van Park Vossenberg. In de Woonvisie wordt verder geen concrete kwantitatieve behoefte uitgesproken naar (intramurale) zorg in de gemeente. Wel wordt gesteld, dat vanwege de vervanging van de capaciteit onder een WLZ-indicatie de nieuwbouw geen onderdeel uitmaakt van de bouwopgave uit de Woonvisie. Impliciet geeft dit aan dat Elde-Maasduinen zelf de behoefte aan deze plaatsen moet aantonen. Elde-Maasduinen heeft hiervoor een marktonderzoek laten uitvoeren (zie Bijlage A van de laddertoets).  De Woonvisie stelt, dat bij het scheiden van wonen en zorg, zoals in het plan Park Vossenberg, de woningen alleen op de woningbouwopgave drukken als het aantal woningen groter is dan het aantal verblijfplaatsen, dat komt te vervallen. Aangezien er bij het project Park Vossenberg sprake is van vervangende nieuwbouw van de totale (voormalige) capaciteit zijn de 79 woningen een toevoeging en vallen die derhalve onder de woningbouwopgave uit de Woonvisie.

 In de Woonvisie onderstreept de gemeente de trend, waarin ouderen nadrukkelijk kiezen voor de eigen zelfstandigheid en heeft de gemeente Loon op Zand rekening gehouden met de zogenaam2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 3 Planpartners, Ladder duurzame verstedelijking, d.d. 6 oktober 2020 Hoofdstuk 3

17

 

de extramuralisatie (het scheiden van wonen en zorg) voor mensen met een WLZ-indicatie voor lichte zorg. De Woonvisie gaat uit van 60 extramurale zorgappartementen. De 79 zorgappartementen in Plan Vossenberg richten zich bij uitstek op deze doelgroep. Aangezien de Woonvisie in het woningbouwprogramma plaats maakt voor gelijkvloerse woningen voor onder meer deze doelgroep, past het plan Park Vossenberg ook op dit punt in de Woonvisie. Conform de opzet maken de 79 woningen onderdeel uit van het woningbouwprogramma. De 79 woningen passen ook bij het kabinetsbeleid om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Steeds vaker worden ouderen pas in een verpleeghuis opgenomen met een zwaardere zorgvraag. Met de 79 woningen ontstaat er een divers woningaanbod voor ouderen en mensen met een beperking die behoeften hebben aan zelfstandig wonen in de directe nabijheid van een complex met een zorgsteunpunt. In het adviesrapport ‘Oud en zelfstandig’ beschrijft de adviescommissie Bos over de behoefte aan dit soort nieuwe (woon-) zorg-ontwikkelingen. In september 2020 is de nieuwste bevolkingsprognose van de provincie Noord-Brabant gepubliceerd. De trend is verdere vergrijzing en een groei van het aantal alleenstaanden. Dit beeld wordt bevestigd door het Regionaal Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek van de Regio Hart van Brabant.

Hierin wordt aandacht gevraagd voor een verdubbeling van het aantal levensloopbestendige woningen. De nieuwste prognose van de ontwikkeling van de Brabantse woningvoorraad laat zien dat de woningvoorraad in Brabant met 12.000 woningen per jaar moet toenemen. Het accent van de toename ligt op de eerstkomende jaren. Ook voor de gemeente Loon op Zand wordt een groei verwacht ten opzichte van de vorige prognose, welke uitgangspunt was voor de Woonvisie. De versnelling van de bouwopgave krijgt een impuls door meer woningen op Park Vossenberg te realiseren dan de eerder vastgestelde ‘extramuralisatie’- opgave. Door de toename van nieuwe seniorenwoningen ontstaat optimaal gebruik van de woningvoorraad. De vraag naar minder courante seniorenwoningen zal kleiner worden en juist deze woningen zijn uitermate geschikt om te verhuren aan starters. De verdeling tussen woningen met een sociale huur (67) en woningen in de vrije sector huur (12) sluit goed aan bij de verdeling, zoals die nu binnen de groep 80-plussers in Kaatsheuvel voorkomt. De gemeente Loon op Zand en woningcorporatie Casade (toekomstig ontwikkelaar van de Bouwdeel 2 en 3) hebben, naar aanleiding van de Woonvisie prestatieafspraken gemaakt. De 67 sociale huurappartementen zijn onderdeel van deze prestatieafspraken. In het BAG-register zijn/worden 90 adressen voor het nieuwe verpleeghuis opgenomen.

Het bestaande zorgcentrum beschikt nog over 110 adressen. Het huidig aanbod voor zware zorg met intramuraal verblijf binnen Kaatsheuvel telt 160 plaatsen. Dit aanbod is verdeeld over 3 locaties: Eekhof (56 plaatsen), Rosagaerde (28 plaatsen) en Vossenberg (bestaand zorgcentrum, 76 plaatsen). Deze locaties hebben bijna allemaal een wachtlijst, wat duidt op een huidig tekort in het aanbod. Er zijn heel weinig mensen in Kaatsheuvel met een indicatie voor zware zorg die thuis wonen en niet op een wachtlijst staan. Na ingebruikname van de eerste fase van Park Vossenberg (bouwdeel 1) zijn er 173 verpleeghuisplaatsen in Kaatsheuvel. Op dat moment zijn er circa 177 mensen met (een intramurale verblijfsindicatie voor) zware zorgvraag in Kaatsheuvel. De extramurale zorgappartementen in de Bouwdelen 2, 3 en 4 zijn geschikt voor extramurale verpleeghuiszorg en bieden de ruimte voor de groeiende vraag naar woonruimte voor mensen met een zware zorgvraag.

Hoofdstuk 3

18

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over: ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’ Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.

Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. We brengen met onze partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe we deze opgaven kunnen aanpakken. We dragen bij aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Met onderhavig planvoornemen wordt een verouderd zorgcentrum in bestaand stedelijk gebied herontwikkeld. Deze ontwikkeling is dan ook geheel in de geest van de provinciale Omgevingsvisie. Er is derhalve sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en het plan past binnen het gedachtegoed van herstructurering van het bestaand stedelijk gebied en herbestemming van een verouderd zorgcentrum. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is vastgesteld op 25 oktober 2019.

Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen (Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en Verordening wegen). De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale Omgevingsvisie en Structuurvisie. De onderwerpen die in de Verordening ruimte stonden en nu dus in de Interim omgevingsverordening, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik moeten toepassen. Hiermee wordt beoogd de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag op het buitengebied af

Hoofdstuk 3

19

te remmen. Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Dit betekent dat de realisering van woningbouw, bedrijventerreinen, overige stedelijke voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering in bestaand stedelijk gebied niet tot de mogelijkheden behoren. Zorgvuldig ruimtegebruik, dat is opgenomen als basisprincipe vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, is hierbij uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Doorwerking plangebied Plangebied is in de Interim omgevingsverordening aangeduid als ‘stedelijk gebied’. Met onderhavig planvoornemen wordt een verouderd zorgcentrum in bestaand stedelijk gebied herontwikkeld. Deze ontwikkeling past dan ook binnen de Interim omgevingsverordening.

Er is derhalve sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en het plan past binnen het gedachtegoed van herstructurering van het bestaand stedelijk gebied en herbestemming van een verouderd zorgcentrum.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Agenda Wonen 2017 Voor het maken van regionale woningbouwafspraken is provinciale woningbouwbehoefte specifiek doorgerekend. Voor het bepalen van de woningbehoefte wordt uitgegaan van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. De prognose wordt periodiek geactualiseerd (in de regel 1 maal per drie jaar) om actueel inzicht te hebben in toekomstige bevolkingsontwikkelingen. Op 15 december 2016 is de Regionale Agenda Wonen 2017 voor de regio Midden-Brabant, waar de gemeente Loon op Zand onderdeel van is, vastgesteld. De agenda is opgesteld door de provincie, samen met de Regio Hart van Brabant. Volgens de actuele prognose groeit de regionale bevolking nog met circa 17.500 personen tot circa 414.000 inwoners in 2030. Verwacht wordt dat er in Midden-Brabant rond 2030 circa 192.500 woningen staan, circa 22.500 meer dan aan het begin van 2015. Tot 2030, en vooral in de eerste 10- jaarsperiode, ligt er daarmee nog een behoorlijke bouwopgave voor de regio. De regionale afspraken worden gemaakt op basis van het netto aan de woningvoorraad toe te voegen woningen. In de Regionale Agenda Wonen 2017 voor de gemeente Loon op Zand nog uitgegaan van een benodigde toevoeging voor de gemeente Loon op Zand voor de periode 2016 t/m 2025 (peildatum 1-12016): 770 woningen. Dit aantal vormt tevens het uitgangspunt in het gemeentelijk woonbeleid.

Dit zijn de benodigde woningbouwaantallen exclusief sloop. Nadrukkelijk advies van de provincie is om maximaal 70% van deze 770 woningen vast te leggen in harde plancapaciteit, zodat ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen.

Hoofdstuk 3

20

Doorwerking plangebied Zoals blijkt uit paragraaf 3.4.2 (Woonvisie) wordt het netto te bouwen woningaantal van 770 tot 2025 niet overschreden. In de Woonvisie wordt expliciet ingegaan op de vervangende nieuwbouw van Park Vossenberg. Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met de Regionale Agenda Wonen 2017.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Loon op Zand 2030 Op 5 maart 2015 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Loon op Zand 2030 vastgesteld. De 1e herziening van de structuurvisie is op 8 maart 2018 vastgesteld. Om niet alleen recht te doen aan het meer abstracte toekomstbeeld, maar juist ook aan het scheppen van concrete kaders is de structuurvisie opgedeeld in 2 hoofddelen. Deel A (het raamwerk en de visie) en een deel B (het projectenplan met daarin de geselecteerde projecten, de uitgangspunten en de haalbaarheid). De visie is daarmee niet alleen een kader, maar tevens een aanjager voor toekomstige ontwikkelingen. Zij moet niet alleen de gemeente zelf, maar juist ook ondernemers, bewoners en andere overheden uitnodigen tot initiatieven en acties. De visie gaat uit van een hoofdambitie: behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen.

De belangrijkste ambities in relatie tot onderhavig plan zijn gericht op:  behouden en versterken van de eigen identiteit van de groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden-Brabant;  behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke en groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden;  verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus. Voorzieningen en leefbaarheid Ten aanzien van voorzieningen en leefbaarheid stelt de visie voor onderhavig plan het volgende: Voorzieningen en accommodaties In elke wijk zijn in beginsel welzijnsvoorzieningen, ontspannings-/speel-/sportvoorzieningen, zorgvoorzieningen en minimaal één basisschool. Daarbij heeft het optimaliseren van het gebruik van bestaande voorzieningen prioriteit. Voor vrijkomende accommodaties worden nieuwe functies, zoals wonen, gezocht. Het ligt voor de hand op inbreidingslocaties (ook) te kijken naar het direct bouwen voor maatschappelijke doelgroepen. Verder zorgen wij voor goede toegankelijkheid van voorzieningen. Zorg Sinds de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het versterken van de sociale samenhang, leefbaarheid en maatschappelijke deelname van iedereen in de samenleving.

De Wmo daagt ons uit om naar nieuwe wegen te zoeken om de participatie aan de samenleving maar ook zelfstandigheid in algemene zin te bevorderen. Ook de samenleving zal er aan moeten wennen meer op eigen kracht te doen. Om deze cultuuromslag te bereiken moeten er meer oplossingen in de sfeer van sociale netwerken en algemene voorzieningen worden gecreëerd, zodat mensen het ook steeds meer op eigen kracht zullen kunnen. De Wmovoorzieningen moeten bereikbaar en betaalbaar zijn voor iedereen, met een eigen bijdrage naar

Hoofdstuk 3

21

draagkracht. Het gemeentelijk beleid is erop gericht mensen zo lang mogelijk in de eigen omgeving te laten wonen (extramuralisering van de zorg). Aangezien verzorgingshuizen officieel niet meer bestaan, moeten soms nieuwe constructies bedacht worden om dezelfde vorm van begeleid wonen te kunnen handhaven. Binnen de gemeente streven we naar 'woonzorgservicezones'. Deze gaat de gemeente verder ontwikkelen om ondersteuning te bieden aan mensen die thuis of in een 'verzorgingshuis' wonen en/maar wel zorg nodig hebben. Wonen Ten aanzien van woningbouw stelt de visie voor onderhavig plan het volgende: Behoud van een dynamische samenleving Om de drie dorpen vitaal en leefbaar te houden, is een evenwichtige bevolkingsopbouw van groot belang. Nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, zijn vooral een middel om dit te bereiken (en geen doel op zichzelf). Gestreefd wordt naar een gevarieerde woningvoorraad waar ruimte is voor diverse leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. Belangrijk wordt gevonden dat inwoners, maar ook mensen van buiten kunnen kiezen uit verschillende aantrekkelijke woonmilieus. De bijzondere kwaliteiten, die het wonen in de gemeente Loon op Zand aangenaam maken, dienen te worden benut. Een hoge ruimtelijke kwaliteit in bestaand en nieuw stedelijk gebied is daarbij van groot belang.

Zorgvuldig en stapsgewijs Bij woningbouw wordt het accent op vernieuwing van binnenuit gelegd op 'inbreiding' (in bestaand bebouwd gebied) in plaats van op uitbreiding. Hiermee wordt aangesloten op 'de ladder voor duurzame verstedelijking' die het Rijk op 1 oktober 2012 aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft toegevoegd. Enerzijds wordt ervoor gezorgd dat het buitengebied minimaal verstedelijkt en de uitstraling van een landelijke gemeente wordt behouden. Anderzijds is zorgvuldig ruimtegebruik (door inbreiding, herstructurering of transformatie) een middel om de ruimtelijke knelpunten in bestaande bebouwde gebieden aan te pakken. Omdat niet de volledige woningbehoefte op inbreidings-, herstructureringsen transformatielocaties kan worden opgevangen, zijn er enkele uitbreidingslocaties voor nieuwe woongebieden vastgelegd.

Hoofdstuk 3

22

Figuur 3.1 Uitsnede visiekaart van de Structuurvisie Loon op Zand 2030

Doorwerking plangebied Het zuidelijk deel van het plangebied is in de structuurvisie aangeduid als ‘woongebied – lint’ en het noordelijk deel als ‘bedrijvenpark in ontwikkeling’. De Antoniusstraat is aangeduid als ‘lint’ en als ‘groenstructuur’. In de structuurvisie wordt aangegeven dat nieuwe ontwikkelingen in de linten in principe zijn toegestaan (kleinschalige arbeidsintensieve bedrijvigheid: categorie 1 en 2) omdat ze kunnen bijdragen aan de dorps- en / of plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. De herontwikkeling van Park Vossenberg levert een positieve bijdrage aan het lint van de Antoniusstraat. Door de bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren die passend is in de bestaande stedenbouwkundige structuur wordt voldaan aan deze koers uit de structuurvisie. Voorliggend plan betreft een herstructurerings- c.q. tranformatielocatie in bestaand bebouwd gebied. De beoogde ontwikkeling past perfect in het gemeentelijk beleid met betrekking tot voorzieningen en zorg. Door de extramuralisering van de zorg kunnen mensen zo lang mogelijk in de eigen omgeving blijven wonen om de participatie aan de samenleving maar ook zelfstandigheid in algemene zin te bevorderen. Zodoende past voorliggend plan binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de Structuurvisie Loon op Zand 2030.

3.4.2 Woonvisie 2016-2025 De Woonvisie 2016 – 2025 “Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar” (vastgesteld op 14 december 2016) omvat de gemeentelijk visie op het wonen tot en met 2025. De keuze van deze termijn is ingegeven door de looptijd van het regionale woningbouwprogramma van de provincie Noord-Brabant en de nieuwbouwafspraken voor de regio Hart van Brabant. Het regionale woningbouwprogramma biedt

Hoofdstuk 3

23

ruimte om in de gemeente de jaren 2016 t/m 2025 circa 770 nieuwe woningen aan de voorraad toe te voegen. De gemeente beschouwt dit niet als een doel op zich, maar als een middel om de gemeenschappen van Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer verder te versterken. De centrale doelstelling is uitgewerkt in een aantal subdoelstellingen, die er op gericht zijn om dreigende onevenwichtigheden te voorkomen en bestaande onevenwichtigheden te corrigeren. Achtereenvolgens gaat het om: 1. het voorkomen van krimp 2. inspelen op de toename van het aantal kleine en oudere huishoudens 3. aantrekken en behouden van starters en gezinnen 4. realisatie van goedkope en snel beschikbare huisvesting voor ‘bijzondere doelgroepen’ 5. inspelen op de hervorming van de langdurige zorg 6. duurzaam (ver)bouwen. Doorwerking plangebied In de woonvisie wordt expliciet ingegaan op de vervangende nieuwbouw van Park Vossenberg. In de woonvisie wordt verder geen concrete kwantitatieve behoefte uitgesproken aan (intramurale) zorg in de gemeente. Wel wordt gesteld, dat vanwege de vervanging van de capaciteit onder een WLZindicatie, de nieuwbouw geen onderdeel uitmaakt van de bouwopgave uit de woonvisie. Impliciet geeft dit aan dat Elde-Maasduinen zelf de behoefte aan deze plaatsen moet aantonen. Elde-Maasduinen heeft hiervoor een marktonderzoek laten uitvoeren.

De woonvisie stelt dat bij het scheiden van wonen en zorg, zoals in het plan Park Vossenberg, de woningen alleen op de woningbouwopgave drukken als het aantal woningen groter is dan het aantal verblijfplaatsen, dat komt te vervallen. Aangezien er bij het project Park Vossenberg sprake is van vervangende nieuwbouw van de totale (voormalige) capaciteit zijn de 79 woningen (67 sociale aanleunappartementen en 12 vrije sector appartementen) een toevoeging en vallen die derhalve onder de woningbouwopgave uit de woonvisie. De 89 intramurale verpleegappartementen vallen niet onder de woningbouwopgave uit de woonvisie. In de woonvisie onderstreept de gemeente de trend, waarin ouderen nadrukkelijk kiezen voor de eigen zelfstandigheid en heeft de gemeente Loon op Zand rekening gehouden met de zogenaamde extramuralisatie (het scheiden van wonen en zorg) voor mensen met een WLZ-indicatie voor lichte zorg. De Woonvisie gaat uit van 60 extramurale zorgappartementen. De 79 zorgappartementen in Plan Vossenberg richten zich bij uitstek op deze doelgroep. Aangezien de woonvisie in het woningbouwprogramma plaats maakt voor gelijkvloerse woningen voor onder meer deze doelgroep, past het plan Park Vossenberg ook op dit punt in de woonvisie. Conform de opzet maken de 79 woningen onderdeel uit van het woningbouwprogramma.

De gemeente Loon op Zand en woningcorporatie Casade (toekomstig ontwikkelaar van de Bouwdelen 2 en 3) hebben naar aanleiding van de woonvisie prestatieafspraken gemaakt. De 67 sociale huurappartementen zijn onderdeel van deze prestatieafspraken. De beoogde (zorg)woningen zijn levensloopbestendig en worden zoveel mogelijk gerealiseerd overeenkomstig het basispakket WoonKeur en pluspakker veiligheid. Verder wordt er voldaan aan alle wettelijke duurzaamheidseisen, zoals BENG, WKO installatie (warm en koud) en wordt er gasloos gebouwd. Het voorliggend plan past binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de woonvisie 2016-2025.

Hoofdstuk 3

24

4.

OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Algemeen Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid, landschap en ruimtelijke ordening. De milieu- en landschapskwaliteit vormen een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. Bij de afweging van het al dan niet toelaten van ruimtelijke functies dient te worden onderzocht welke milieuhygiënische en waterhuishoudkundige aspecten een rol spelen. In dit hoofdstuk worden de verschillende voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten behandeld.

4.2 Geluid 4.2.1 Algemeen Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:   

de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg; de aanleg van een nieuwe weg; de reconstructie van een bestaande weg.

De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen, waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt, buiten beschouwing worden gelaten.

Stedelijk gebied Buiten stedelijk gebied

Aantal rijstroken

Zone breedte

1 of 2

200 meter

3 of meer

350 meter

1 of 2

250 meter

3 of 4

400 meter

5 of meer Figuur 4.1: Breedte geluidszones langs wegen

600 meter

In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld.

Hoofdstuk 4

25

4.2.2 Onderzoek Er is door SPA WNP ingenieurs een akoestisch onderzoek Wet geluidhinder wegverkeerslawaai4 uitgevoerd voor het plangebied. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en voor een deel in de geluidzone van de Belgiëstraat. Voor de Antoniusstraat en de Hoofdstraat geldt een maximale rijsnelheid van 30 km/uur. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze wegen, is in het voorliggende onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van deze wegen toch berekend. Dit omdat:  de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing de belangen van het realiseren van het bouwplan af moet wegen tegen de mogelijke hinder door de geluidbelasting;  bij het realiseren van de appartementen deze geluidbelasting meegenomen kan worden bij de beoordeling van de geluidwering in het kader van een goed woonklimaat. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. In het verleden was er het voornemen om van “bedrijventerrein De Kets - Dingemans Elementenbouw b.v., Amerikastraat 12” een gezoneerd bedrijventerrein te maken.

Uit overleg met de gemeente, blijkt dat dit voornemen niet is doorgegaan en toetsing in het kader van de Wet geluidhinder niet nodig is. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de:  Belgiëstraat maximaal 35 dB bedraagt op de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Dit is ruim lager zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. Deze wet vormt dan ook geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan;  Antoniusstraat/Hoofdstraat (30 km-wegen), maximaal 57 dB bedraagt. De geluidbelasting van deze 30 km/uur-wegen is alleen op de gevels van bouwdelen 2 en 3 hoger dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, maar ruim lager dan de maximale ontheffing, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen. Op basis hiervan wordt gesteld dat de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur-wegen aanvaardbaar is. Vanuit een goed woon- en leefklimaat is het aan te bevelen om, bij de bepaling van de geluidwering van de gevels, uit te gaan van de totale gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante wegen (inclusief 30 km-wegen). De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal:  56 dB op de zuidgevel van bouwdeel 2;  53 tot 62 dB op de zuidgevel van bouwdeel 3. De geluidbelastingen op bouwdeel 1 en de kapschuur is dermate laag, dat hier geen specifieke geluidwerende voorzieningen in de gevels nodig zullen zijn.

4.2.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor uitvoering van dit bestemmingsplan.

4

SPA WNP ingenieurs, Vossenberg in Kaatsheuvel, Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai, d.d. 15 juni 2020 Hoofdstuk 4

26

Hoewel het in onderhavige situatie niet wettelijk verplicht is, wordt wel geadviseerd om de geluidwering van de gevel (GA;k) zodanig te ontwerpen dat een acceptabel binnenniveau wordt gewaarborgd. Een dergelijk onderzoek kan t.z.t. onderdeel van de bouwaanvraag zijn.

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;  het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd.

Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3). 4.3.2 Onderzoek Onderzoek NIBM toets De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie van 1.500 woningen). Desondanks is in het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling in betekenende mate zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen:  452 voertuigenbewegingen per gemiddelde weekdag (gebaseerd op paragraaf 4.10 Verkeer en parkeren).  Aandeel vrachtverkeer van 2%.

Hoofdstuk 4

27

Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2022 (worst case scenario):

Figuur 4.2: NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer

Berekend is dat de bijdrage van het plan aan de concentraties voor NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,36 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,08 µg/m3 bijdragen. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Onderzoek NSL-Monitoringstool 2020 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-Monitoringstool 2020. De beschouwde rekenpunten zijn 15469947 en 15472014 en geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO2 17,8 µg/m3 en voor PM10 19,4 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 12,2 µg/m3. Id Rekenpunt Rekenpunt Norm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=3a88053d-8494-4207-904e-a9fb7aec9a70