CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

16-12-2021 Bijlage 1. Belastingtarieven en verordeningen 2022.docx

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over belasting-, leges- en tarievenverordeningen 202221.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoofdstuk 9 Leegstandwet 1.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag : 1.9.1 tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet 1.9.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet

€ 17,86

€ 110,42 € 110,42

Hoofstuk 10 Marktstandplaatsen/ventvergunningen 1.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: het verkrijgen van een vergunning tot het in de gemeente venten, of tot het hebben van een standplaats met een commercieel doel op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats (artikel 5:15 en 5:18 van de APV Loon op Zand): 1.10.1 1.10.2

geldig voor bepaalde tijd (per jaar) geldig voor één dag of niet commercieel

€ 221,70 € 74,24

Hoofdstuk 11 Kansspelen 1.11.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: 1.11.1.a 1.11.1.b 1.11.2.a 1.11.2.b

1.11.3

voor een periode van twaalf maanden voor één speelautomaat indien de vergunning voor twee of meer speelautomaten geldt, ten hoogste € 22,50, vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, en een bedrag van ten hoogste € 34. voor één speelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van langer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste speelautomaat indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel 1.11.1.a in plaats van € 56,50 een bedrag van € 226,50 en voor de toepassing van onderdeel 1.11.1.b in plaats van € 22,50 een bedrag van € 90,50 en in plaats van € 34 een bedrag van € 136 geldt. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 56,50

€ 226,50

€ 56,50

Hoofdstuk 12 Telecommunicatie, aanleg kabels, leidingen 1.12.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van instemmingsbesluit omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Loop op Zand (AVOI) per locatie. 1.12.1.1 1.12.1.2

voor een ononderbroken trace tot een lengte van 100 meter het tarief genoemd onder 1.12.1.1 wordt voor een ononderbroken trace met een lengte vanaf 100 meter verhoogd met een tarief van € 2,31 per strekkende meter sleuf tot een maximum van € 3.226,47.

31

€ 440,37

1.12.1.3

Indien met betrekking tot een melding voor een tracé langer dan 500 meter onderzoek naar de status van de kabel of leiding plaatsvindt, wordt het tarief verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van Burgemeester en Wethouders is opgesteld.

1.12.2

Indien een een begroting als bedoeld in 1.12.1.3 is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetroken.

1.12.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden van niet ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden, voor tracés van 0 tot en met 25 m1, als bedoeld in de AVOI, per locatie

Hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer 1.13 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.13.1 tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

€ 72,30

€ 143,00

1.13.2 1.13.3 1.13.4 1.13.5

tot verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart tot vervanging van een gehandicaptenparkeerkaart tot het verkrijgen van een op kenteken toegewezen gehandicaptenparkeerplaats voor het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken als bedoeld in artikel 29 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

€ 104,77 € 156,79 € 280,07 € 304,39

1.13.6

voor het wijzigen van een kenteken op een onderbord bij bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

€ 60,08

1.13.7

voor het verplaatsen van een bij een gehandicapten-parkeerplaats op kenteken als bedoeld in artikel 29 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) geplaatst bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

€ 304,39

Hoofdstuk 14 Diversen 1.14.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.14.1.1 afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.14.1.1.1 per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,57

1.14.1.1.2 per pagina op papier van een ander formaat

€ 2,78

1.14.1.1.3 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 54,12

1.14.1.1.4 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 0,57

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten:

32

de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.2

bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.2.1

raming bouwkosten: De raming van de bouwkosten wordt vastgesteld door of namens het college van burgemeester en wethouders aan de hand van de op het moment van aanvraag geldende uitgave van “Bim media Bv Taxatieboekjes (Her)bouwkosten Woningen, Agrarische gebouwen en Bedrijfspanden”, op basis van de door de aanvrager van de vergunning overgelegde tekeningen en bestekken. Voor wat betreft de definitie van bouwkosten wordt verwezen naar de omschrijving in voornoemde uitgaven van Bim Media Bv Indien het bouwwerk waarvoor vergunning wordt gevraagd, voor wat betreft aard en/of daarin voorkomende constructie(s) niet voorkomt in voornoemde uitgaven van Bim Media Bv, worden de bouwkosten door of namens het college van burgemeester en wethouders vastgesteld aan de hand van de door de aanvrager van de vergunning overgelegde begroting van de bouwkosten, tekeningen en bestekken.

2.1.1.2.2

sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.3 2.1.2

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Hoofdstuk 2 Beoordeling conceptaanvraag (vooroverleg / principeverzoek) 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is

33

2.2.2

tot het beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning die passend is binnen het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening

2.2.3

tot het integraal beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening (schriftelijke integrale reactie op verzoek over de haalbaarheid van een voorgenomen project)

€ 520,19

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 2.3.1.1

Bouwactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten minder bedragen dan € 50.000,00 : 3,27 % van die bouwkosten met een minimum van € 52,23

2.3.1.1.1

2.3.1.1.2

2.3.1.1.3

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten € 50.000 of meer bedragen, doch minder dan € 100.000 vermeerderd met: van het bedrag waarmee de bouwkosten € 50.000 te boven gaan indien de bouwkosten € 100.000 of meer bedragen, doch minder dan € 150.000 vermeerderd met: van het bedrag waarmee de bouwkosten € 100.000 te boven gaan indien de bouwkosten € 150.000 of meer bedragen, doch minder dan € 200.000 vermeerderd met: van het bedrag waarmee de bouwkosten € 150.000 te boven gaan indien de bouwkosten € 200.000 of meer bedragen vermeerderd met: waarmee de bouwkosten € 200.000 te boven gaan

2.3.1.3

Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

2.3.1.3.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

2.3.1.4

Verplicht advies Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen incl. bedrijfsbezoek wordt beoordeeld:

2.3.2 2.3.2.1

Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

34

€ 1.655,99 2,54% € 2.941,41 1,79% € 3.842,08 1,13% € 4.410,46 1,00%

€ 54,12

€ 1.016,40

€ 110,42

2.3.2.2

Beoordeling bodemrapport Onderdeel 2.3.1.3.1 vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in onderdeel 2.3.2.1 bedoelde aanvraag, tenzij onderdeel 2.3.1.3.1 zelf toepassing vindt.

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2.3.4.1

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking), na beoordeling conceptaanvraag conform artikel 2.2.3:

€ 291,31

2.3.4.2

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking), zonder beoordeling conceptaanvraag conform artikel 2.2.3:

€ 436,45

2.3.4.3

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking), na beoordeling conceptaanvraag conform artikel 2.2.3 of passend in vastgestelde beleidsregels:

2.3.4.4

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking), zonder beoordeling conceptaanvraag conform artikel 2.2.3:

€ 655,44

2.3.4.5

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse afwijking)en de kosten niet verhaald kunnen worden ex artikel 6.12 Wro:

€ 6.714,58

€ 436,96

Onverminderd het bepaalde in 2.3.4.5 wordt het tarief, indien tegen de betreffende aanvraag zienswijzen zijn ingediend, verhoogd met een bedrag blijkende uit een begroting die in overleg met de aanvrager wordt opgesteld. 2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 544,34

Categorie 1, van 0 t/m 100 m2 Categorie 2 van 101 t/m 500 m2

€ 386,95 + € 1,63 m²

Categorie 3 van 501 t/m 2.000 m2

€ 894,12 + € 0,69 m² € 1.812,79 + € 0,14 m² € 2.390,52 + € 0,03 m² € 3.648,58 + € 0,01 m²

Categorie 4 van 2.001 t/m 5.000 m2 Categorie 5 van 5.000 t/m 50.000 m2 Categorie 6 meer dan 50.001 m2

35

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening 2015 aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 10 van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een provinciaal of gemeentelijk monument en rijksmonumenten.

€ 774,99

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een provinciaal of gemeentelijk monument en rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

€ 322,48

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.7.1

2.3.8

indien bij de aanvraag een sloopveiligheidsplan ingediend moet worden, wordt het bedrag verhoogd met

€ 209,86 € 71,08

Aanleggen of veranderen weg Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 274,16

2.3.9

2.3.10

Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of artikel 3 van de Bomenverordening Loon op Zand 2020 een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

36

€ 228,20

€ 118,34

2.3.11

Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening, een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:

2.3.11.1

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo:

€ 108,24

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo:

€ 108,24

2.3.11.2

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

2.3.16

Beoordeling archeologisch bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

2.3.16.1 Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport, als het betreft 2.3.16.1.1 de beoordeling van een Programma van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig het Protocol opstellen Programma van Eisen, Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie

€ 276,57

2.3.16.1.2 de beoordeling van een Plan van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek € 110,42 2.3.16.1.3 de beoordeling van rapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek, ex artikel 39 lid 2, 40 lid 1 van de Monumentenwet 2.3.17 2.3.17.1

Advies Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

37

€ 110,42

2.3.18 2.3.18.1

Verklaring van geen bedenkingen Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.18.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.18.3

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning:

2.3.18.3.1 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1. bedraagt het tarief, indien een advies bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) wordt aangevraagd over een bedrijf dat valt onder de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij(BZV), zoals bedoeld in de Verordening Ruimte, om te beoordelen of het bouwplan voldoet aan de eisen die gelden voor de BZV 2.3.18.3.2 In afwijking van 2.3.18.1.2 bedraagt het tarief, indien de provincie Noord-Brabant een verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Wet natuurbescherming afgeeft, bij: - Een aanvraag gebiedsbescherming - een aanvraag soortenbescherming door burgers - Een aanvraag soortenbescherming infrastructureel en gebiedsgericht - Een aanvaag soortenbescherming overige 2.3.19 Kosten GGD advies

€ 1.599,58

€ 3.889,41 € 2.018,26 € 6.309,01 € 4.667,93

Betreft het opnemen van de kosten voor GGD advies voor de toetsing in het kader van volksgezondheid en veehouderij aan de hand van de Handreiking Veehouderij en volksgezondheid 2.0 (endotoxine). 2.3.19.1

De kosten worden in de volgende situaties in rekening gebracht:

2.3.19.2

Als het gaat om aanvragen omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu waarbij sprake is van een situatie die in het kader van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toesingskader 1.0 dan geldt per aanvraag een prijs (exclusief 21% btw) van

2.3.19.3

€ 1.470,88

Als het gaat om de ruimtelijke plannen in het kader van de Wro en/of Wabo, waarbij ingevolge van de in 2.3.19.2 genoemde handreiking toetsing plaats dient te vinden dan geldt dat per geval bezien wordt of een prijsopgave door de GGD zal worden gedaan. Het betreft hier de omgekeerde werking in de gevallen dat bijvoorbeeld een bouwplan of bestemmingsplanherziening in/nabij een endotoxinecirkel van een veehouderij wordt voorzien en getoetst moet worden of er sprak is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ c.q. sprake is van een goed woon- en leefklimaat (op de locatie waar de ruimtelijke ontwikkeling is voorzien) € 102,50 per uur

38

2.3.20

Kosten advies sociaal-medisch adviseur

2.3.20.1

Het tarief voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaalmedisch adviseur voor de toetsing in het kader van de Beleidsregels premantelzorg bedraagt:

€ 329,00

2.3.20.2

Het tarief voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaalmedisch adviseur voor het vaststellen of sprake is van mantelzorg bedraagt:

€ 329,00

2.3.20.3

Het tarief voor het opvragen van medische gegevens bedraagt:

€ 110,00

Hoofdstuk 4 Publicatie Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt 2.4.1 het tarief, indien voor de omgevingsvergunning een publicatie moet plaatsvinden per publicatie:

€ 33,92

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

2.5.1.1

2.5.2

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, of als de gemeente de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

50%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

25%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.4

Verrekening Indien binnen 3 maanden nadat een aanvraag schriftelijk is ingetrokken en er voor dezelfde bouwwerkzaamheden een nieuwe aanvraag wordt ingediend, worden de reeds geheven leges verrekend.

39

50%

Hoofdstuk 6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, de tarieven zoals die voor dat onderdeel zijn opgenomen met een minimum van:

€ 52,99

Hoofdstuk 7 Herziening/wijziging/uitwerking bestemmingsplannen 2.7.1 Het tarief bedraagt van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.

€ 6.882,44

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a. en b., van de Wro.

€ 6.882,44

Hoofdstuk 8 Sloopmelding 2.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een sloopmelding als bedoeld in artikel 8.2.1 van de Bouwverordening

nihil

Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikking 2.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 54,12

2.7.2

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning voor een inrichting op grond van artikel 2:28 en 2:38b, 2:39a, 2:80 of 2:80d van de APV Loon op Zand a. met 1 leidinggevende b. met meer dan 1 leidingevende voor iedere volgende leidinggevende 3.1.2.a Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in

€ 691,36 € 80,79

artikel 30 van de Alcoholwet of een wijziging of verlenging van een vergunning voor een inrichting op grond van artikel 2:28 of 2:38b van de APV Loon op Zand

€ 268,88

3.1.2.b

Indien het enkel het verwijderen een leidinggevende betreft per leidinggevende

€ 26,95

3.1.2.1

Wijziging leidinggevende op het aanhangsel behorend bij de alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet of een wijziging op grond van de APV 2:28 of 2:38b per leidingevende Doorhalen van een leidinggevende zonder bemoeienis op het aanhangsel behorend bij de alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet

€ 80,79

3.1.2.2.a 3.1.2.2.b 3.1.3

3.1.3.1 3.1.4

Verwijderen van één of meer leidinggevenden van het aanhangsel waarvoor een nieuw aanhangsel bij de alcoholvergunning of exploitatievergunning wordt gestuurd Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet voor een inrichting

€ 26,95 € 26,95

a. voor bepaalde tijd

€ 80,79

b. voor onbepaalde tijd

€ 131,38

Het tarief bedraagt voor het afwijken van de voorschriften of een ontheffing van de voorschriften voor para commerciële inrichtingen

€ 94,77

Als het beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet vooraf is gegaan door een publicatieprocedure in een of meer dag- of nieuwsbladen, worden de onder 3.1.1 vermelde leges verhoogd met

€ 33,42

40

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV Loon op Zand en of een evenement als bedoeld in artikel 17 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand" a. Klein evenement tot 300 bezoekers en/of deelnemers b. Grootschalig evenement vanaf 300 bezoekers en/of deelnemers of evenement dat meer dan 1 dag duurt 3.2.2 3.2.3

3.2.4

3.2.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de A.P.V. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een ontheffing van het verbod om in de open lucht geluidhinder te veroorzaken (artikel 4:6 van de APV Loon op Zand en of artikel 10 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand") Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing van het verbod in de open lucht aan te leggen, te stoken of te hebben (artikel 5.:34 van de APV Loon op Zand en of artikel 11 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand") Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een melding Besluit brandveiliggebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBGBOP)

€ 221,71 € 431,78 € 431,78

€ 81,60

€ 108,24 € 82,00

Hoofdstuk 2A Teruggaaf 3.2.5. Teruggaaf als gevolg van buiten behandeling stelling van de aanvraag zoals genoemd in de Hoofdstukken 2 en 3 3.2.5.1

Als de gemeente de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

50%

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 3.3.1 een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de APV Loon op Zand anders dan een wijziging bedoeld in onderdeel 3:15 3.3.1.1 3.3.2

voor een seksinrichting wijziging van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting, als bedoeld in artikel 3:15 van de APV Loon op Zand per beheerder:

Hoofdstuk 4 Kinderopvang 3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 3.4.1.1 het in exploitatie nemen van een kindercentrum; kinderopvang of buitenschoolse opvang, of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45 eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. 3.4.1.2

het bieden van een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.46 tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

41

€ 1.085,42

€ 82,00

€ 674,50 € 341,99

Hoofdstuk 5 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Behorend bij raadsbesluit van 16 december 2021, nummer 2021.26172.

42

€ 54,12

Besluit Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende verordening “Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2022”. (Verordening toeristenbelasting 2022). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, caravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; 2. vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die 7-12 maanden beschikbaar is; 3. vast seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die 3-7 maanden beschikbaar is in de periode tot 1 november; 4.

vaste voorseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die maximaal 3 maanden beschikbaar is in de periode tot 1 juli; 5. groepsaccommodatie: Een accommodatie, bestemd voor en gebezigd als verblijf van overwegend personen in groepsverband (geen gezinsverband zijnde), met slaapgelegenheid in kamers, (slaap)zalen, huisjes, tenthuisjes, appartementen en / of tenten, waarbij het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten, kamers en (slaap)zalen kenmerkend centraal staat en gasten mogelijk met 'vreemden' moeten delen; 6. Bed & Breakfast (B&B): een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een Bed & Breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt exploiteert door de eigenaren van het betreffende huis. 7.

kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 8. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 9. mini kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, met maximaal 25 standplaatsen; 10. standplaats: deel van een mini kampeerterrein ingericht en bestemd voor de plaatsing van een of meer kampeermiddelen 11. overige accommodatie: niet zijnde een accommodatie als omschreven bij lid 1 tot en met 10.

43

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven Artikel 3 Belastingplicht 1. 2. 3.

Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. Van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel 6 Belastingtarief 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Het tarief voor een vaste jaarplaats bedraagt € 250,00 Het tarief voor een vaste seizoenplaats bedraagt € 200,00 Het tarief voor een vaste voorseizoenplaats bedraagt € 100,00 Het tarief per persoon per overnachting in een overige accommodatie bedraagt € 3,00 Het tarief per persoon per overnachting op een kampeerterrein bedraagt € 2,00 Het tarief per persoon per overnachting in een Bed & Breakfast (B&B) bedraagt € 2,00 Het tarief per persoon per overnachting op een mini kampeerterrein bedraagt € 1,25 Het tarief per persoon per overnachting in een groepsaccommodatie bedraagt € 1,25

Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

44

Artikel 10 Termijnen van betaling 1.

2.

3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen worden ingevorderd in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand twee maanden volgend op de maand die in de dagtekening van de aanslag is vermeld, en de tweede vijf maanden later. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de overige aanslagen betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 Registratieplicht 1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden alle overnachtingen te registeren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister. 4. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van een eigen registratiesysteem dat voldoet aan de gestelde eisen in artikel 14. Artikel 14 nachtverblijfregister 1. De belastingplichtige is gehouden per belastingjaar een deugdelijke administratie bij te houden.. 2.

Deze administratie bevat, met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft, tenminste gegevens betreffende: a. Het wel of niet woonachtig zijn binnen de gemeente Loon op Zand; b. Aantal personen; c. Aantal overnachtingen 3. Een nachtverblijfregister kan worden aangemerkt als een deugdelijke administratie als bedoeld in lid 2 en 3. 4. Indien de belastingplichtige gelegenheid tot verblijf biedt als genoemd in artikel 6 lid 1 tot en met 3 en/of als genoemd in artikel 6 lid 5 tot en met 8, dan dient dit onderscheid in de administratie te worden vastgelegd. 5. Indien het onderscheid als bedoeld in lid 4 niet wordt geadministreerd, geldt voor alle overnachtingen het tarief zoals genoemd in artikel 6 lid 4.

45

Artikel 15 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening toeristenbelasting 2021” van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4 Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2022”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021.

De raad voornoemd, voorzitter,

griffier,

46

Besluit Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2022. (Verordening onroerendezaakbelastingen 2022) Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1.

2.

3.

Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 Belastingobject 1. 2.

Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

47

Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. 2.

De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Vrijstellingen 1.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingwerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; l. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

2.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen, dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

48

Artikel 5 Belastingtarieven 1.

2.

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,1972 %; b. bij de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1213 %; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2486 %. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1.

2.

3. 4.

5.

6.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. Indien de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de bankof girorekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, geldt in afwijking van het eerste lid dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later. In afwijking van het tweede lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende zaakbelasting of andere heffingen minder is dan € 40,00 of meer dan € 5.000,00 de betaalwijze zoals in het eerste lid is geregeld van kracht is. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

2. 3. 4.

De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2021” van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerendezaakbelastingen 2022”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021. De raad voornoemd, voorzitter, griffier,

49

Besluit Verordening op de heffing en invordering van Hondenbelasting 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2022”. ('Verordening hondenbelasting 2022’) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. 2. 3.

Belastingplichtig is de houder van een hond. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 3 Vrijstellingen 1.

2. a. b. c. d. e. f. g. h.

In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindegeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; die gehouden worden door ambtenaren van de politie ter verrichting van opsporingsdiensten en waarvan de houder lid is van of in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging; die in opleiding zijn en na de opleiding ter beschikking worden gesteld om gehandicapte personen bij te staan en die door de ‘Stichting Hulphond Nederland’ als assistentiehond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld en in

hoofdzaak als zodanig worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van het hoofdcomité van Het Nederlandse rode kruis of van De Nederlandse vereniging van rode kruishonden.

50

Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel 5 Belastingtarief 1.

2.

3.

De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 46,32; b. voor een tweede hond € 69,24; c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 69,24. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 254,40. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.

Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.

3.

4.

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

51

Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. Indien de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de bank- of girorekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, geldt in afwijking van het eerste lid dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later. 3. In afwijking van het tweede lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelasting of andere heffingen minder is dan € 40,00 of meer dan € 5.000,00 de betaalwijze zoals in het eerste lid is geregeld van kracht is. 4. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd.

Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 5. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 6. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de in artikel 5 onder 1 a genoemde belasting wordt voor maximaal 75% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend. Artikel 11 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening hondenbelasting 2021” van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening hondenbelasting 2022’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021. De raad voornoemd,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=ca598baf-31b3-43a1-95c4-124339cb188d