16-12-2021 Bijlage 1. Belastingtarieven en verordeningen 2022.docx
Tekst van het document
Belastingtarieven en verordeningen 2022
1
Kaatsheuvel l Loon op Zand l De Moer
2
Inhoudsopgave Blz. 1. Inleiding:
4
2. Leeswijzer
5
3.
Samenvatting
6-9
4. Verordeningen, tarieventabellen en toelichtingen a. Verordening Reinigingsheffing 2022, incl. bijbehorende tarieventabel b. Verordening Rioolheffing 2022 c. Verordening Vermakelijkhedenretributie 2022 d. Verordening Marktgelden 2022 e. Legesverordening 2022, incl. bijbehorende tarieventabel f. Verordening Toeristenbelasting 2022 g. Verordening Onroerendezaakbelasting 2022 h. Verordening Hondenbelasting 2022 i. Verordening Reclamebelasting 2022 j. Tarievenverordening 2022
3
10-14 15-18 19-20 21-22 23-42 43-46 47-49 50-52 53-57 58-60
1. Inleiding De begrotingsvoorstellen van het college zijn op 4 november 2021 door uw raad aangenomen. In de begroting 2022 is de paragraaf “Lokale heffingen” opgenomen. Hierin zijn de uitgangspunten en de tarieven voor de onroerendezaakbelastingen, reinigingsheffing, rioolheffing, hondenbelasting, toeristenbelasting, vermakelijkhedenretributie, reclamebelasting, marktgelden en leges voor het jaar 2022 opgenomen. Om deze tarieven te formaliseren moeten deze opgenomen worden in diverse belasting-, leges- en tarievenverordeningen welke door uw raad dienen te worden vastgesteld voor het jaar 2022. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. Dit heeft gevolgen voor de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel. De wijzigingen die hierin nog plaats moeten vinden worden met ingang van de inwerkingtreding doorgevoerd waardoor op de juiste basis leges kunnen worden geheven In deze nota treft u de betreffende tarieven en verordeningen aan.
4
2. Leeswijzer Van alle belastingen, leges en privaatrechtelijke heffingen zijn de verordeningen opgenomen. Bij de reinigingsheffing en legesverordening is ook de bijbehorende tarieventabel toegevoegd.
5
3. Samenvatting I. Publiekrechtelijke tarieven Reinigingsheffingen Onder deze heffingen vallen de reinigingsrechten en de afvalstoffenheffing. De tarieven voor de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht worden verlaagd. Op het tarief afvalstoffenheffing wordt een extra éénmalige korting toegepast. Overige tarieven ophalen grof vuil, etc. De kosten voor het ophalen van grof vuil, huur extra Gft-, restafval- en papierbak en storten milieustraat zijn opgenomen in de Tarievenverordening. Naast een afvalstoffenheffing kan namelijk geen reinigingsrecht geheven worden voor hetzelfde object. Deze kosten worden privaatrechtelijke geïnd. De tarieven worden verhoogd met 1.5% of met een ander percentage wanneer er onderbouwde redenen zijn zoals bijvoorbeeld een contractswijziging. Rioolheffingen Deze rechten worden geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De tarieven worden berekend op basis van 100% kostendekkendheid. De tarieven kunnen dit jaar verlaagd worden. Vermakelijkhedenretributie Voor het berekenen van de retributie wordt gebruikgemaakt van het profijtbeginsel. De heffingsgrondslag is afhankelijk gesteld van parameters welke bestaan uit lasten die de gemeente heeft ten behoeve van de dagrecreant. Het vermakelijkhedentarief wordt verhoogd.
Marktgelden De marktgelden worden verhoogd met 1,5 % per verkoopplaats en kwartaalabonnement per verkoopplaats op de wekelijkse markt. Leges De leges worden in zijn algemeenheid verhoogd met 1,5 %; - de maximumtarieven van de paspoorten en de identiteitsbewijzen zijn van Rijkswege vastgesteld; - de leges rijbewijzen zijn eveneens van Rijkswege gemaximeerd; - leges omgevingsvergunningen worden verhoogd met 1,5 % of gewijzigd met onderbouwde redenen zoals bijvoorbeeld een contractswijziging. Toeristenbelasting Deze tarieven worden voor het jaar 2022 gehandhaafd op hetzelfde niveau van 2021. Onroerendezaakbelastingen Van alle onroerende zaken zijn de waarden bepaald naar het waardeniveau per 1 januari 2021. Deze nieuwe waarden gelden voor het belastingjaar 2022 en zijn de heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen 2022.
-
-
De opbrengst van de onroerendezaakbelastingen wordt verhoogd met 2,5% zoals opgenomen in de begroting 2022. Dit wordt gerealiseerd door: verlaging van het tarief woningen door een stijging van de WOZ-waarde per 1 januari 2022; verhoging van het tarief gebruikers van niet-woningen en een verlaging van het tarief voor de eigenaren van niet-woningen door het gemiddeld gelijk blijven van de WOZ-waardes per 1 januari 2022.
6
Hondenbelasting De opbrengsten hondenbelasting stijgen ten opzichte van vorig jaar als gevolg van een tariefverhoging van 2,5%, zoals vermeld in de begroting 2022. Reclamebelasting Voor de berekening van de tarieven 2022 heeft de SOL de begroting voor 2022 overlegd. Op basis van deze begroting zijn de tarieven berekend waarbij rekening is gehouden met de WOZ-waarde van niet-woningen. Voor de drie gebieden is de reclamebelasting opgenomen in één gezamenlijke “Verordening Reclamebelasting 2022”. II. Privaatrechtelijke tarieven De privaatrechtelijke tarieven zijn opgenomen in de tarievenverordening 2022. Deze zijn vermeld in het was-wordt overzicht op de volgende pagina.
7
Overzicht van de tarieven voor belastingjaar 2021 en belastingjaar 2022. Was-wordt overzicht
Tarief 2021
Tarief 2022
Reiningingsheffing Afvalstoffenheffing éénpersoonshuishouden
€ 240,92
€ 225,12
Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden
€ 328,34
€ 306,84
Reinigingsrechten
€ 397,29
€ 371,28
Rioolheffing a. voor een hoeveelheid van 1m3 tot en met 250 m3 water
€ 220,00
€ 210,00
b.
voor een hoeveelheid van 251 m3 tot en met 500 m3 water
€ 421,44
€ 357,00
c.
voor een hoeveelheid van 501 m3 tot en met 750 m3 water
€ 594,84
€ 504,00
d.
voor een hoeveelheid van 751 m tot en met 1.000 m water
€ 743,64
€ 630,00
e.
voor een hoeveelheid van 1.001 m3 tot en met 5.000 m3 water
€ 743,64
€ 630,00
vermeerderd met een bedrag van per m3 boven de 1.000 m2 water
€ 0,01
€ 0,01
onder e vermeerderd met een bedrag per m3 van 5.001 m en meer
€ 0,02
€ 0,02
€ 0,13
€ 0,22
Per 4 strekkende meter
€ 7,00
€ 7,11
Abonnement per kwartaal
€ 69,85
€ 70,90
Toeristenbelasting 1. Het tarief voor een vaste jaarplaats bedraagt
€ 250,00
€ 250,00
2. Het tarief voor een vaste seizoenplaats bedraagt
€ 200,00
€ 200,00
3. Het tarief voor een vaste voorseizoenplaats bedraagt
€ 100,00 € 3,00
€ 100,00
5. Het tarief per persoon per overnachting op een kampeerterrein bedraagt
€ 2,00
€ 2,00
6. Het tarief per persoon per overnachting in een Bed & Breakfast (B&B) bedraagt
€ 2,00
€ 2,00
7. Het tarief per persoon per overnachting op een mini kampeerterrein bedraagt
€ 1,25
€ 1,25
8. Het tarief per persoon per overnachting in een groepsaccommodatie bedraagt
€ 1,25
€ 1,25
Woningen eigenarenbelasting
0,13010%
0,1213%
Niet-woningen eigenarenbelasting
0,24490%
0,2486%
Niet-woningen gebruikersbelasting
0,19430%
0,1972%
€ 45,20
€ 46,32
3
3
3
Vermakelijkhedenretributie Marktgelden
4. Het tarief per persoon per overnachting in een overige accommodatie bedraagt
€ 3,00
Onroerendezaakbelastingen
Hondenbelasting Eerste hond Tweede en volgende hond
€ 67,65
€ 69,24
Kennel
€ 248,20
€ 254,40
Gebied A centrum Kaatsheuvel
0,300%
0,300%
Gebied B Bedrijvenpark Kaatsheuvel
0,132%
0,132%
Gebied C centrum Loon op Zand
0,600%
0,600%
Reclamebelasting
8
Tarievenverordening Maken van een inrit Hergebruik materialen maximaal 10m2 per m2
€ 85,76
Nieuwe materialen maximaal 10 m2 per m2
€ 91,93
Niet standaard inrit, niet-woning groter dan 10m2
werkelijke kosten
werkelijke kosten
Nieuwbouwprojecten woning maximaal 10m2 verdisconteerd in grondprijs
verdisconteerd
verdisconteerd
Nieuwbouwprojecten niet standaard inrit groter dan 10 m2 ,
werkelijke kosten
werkelijke kosten
Niet-woning groter dan 10m2
werkelijke kosten
werkelijke kosten
Maken van rioolaansluiting Aansluiting diameter 125 mm maximaal 10 m.
1345,83
€ 1.379,47
125 mm groter 10 m. kleiner dan 16 m. per m. boven 10 m.
100,45
€ 102,96
Aansluiting diameter 160 mm maximaal 10 m.
1456,53
€ 1.492,94
160 mm groter 10 m. kleiner dan 16 m. per m. boven 10 m.
100,45
€ 102,96
Uitvoering evenementen Brengen en halen van dranghekken tot 10 stuks
€ 99,94
€ 102,44
Brengen en halen van 10 of meer dranghekken
€ 199,88
€ 204,87
Brengen en halen van afvalcontainers tot 10 stuks
€ 99,94
€ 102,44
Brengen en halen van afvalcontainers van 10 of meer stuks
€ 199,88
€ 204,87
rengen - halen verzamelafvalcontainer
€ 199,88
€ 204,87
Bij gebruik verzamelafvalcontainer, storten afval per 1000 kg
€ 156,31
€ 160,22
Plaatsen vlaggenmast per mast
€ 25,63
€ 26,27
Vergoeding water en stroom evenementenlocatie per dag
€ 55,35
€ 56,73
Aansluiting diameter boven 160 mm of langer dan 41m. werkelijke kosten Niet-woning groter dan 10m2 werkelijke kosten
Vergoeding stroom Anton Pieckplein per Kwh
€ 0,31
€ 0,32
Vergoeding water Anton Pieckplein per dag
€ 24,60
€ 25,22
Plaatsen wegomleiding en aankondigingsborden per locatie
€ 17,71
Komen genoemde werkzaamheden boven de 6 uur uit volgt een tarief per uur
€ 81,49
€ 19,17 € 83,52
€ 36,39
€ 37,30
140 liter
99,07
€ 101,54
240 liter
123,87
€ 126,97
140 liter
124,95
€ 128,07
240 liter
206,76
€ 211,93
82,92
€ 85,00
per m3
28,55
€ 40,00
Achterlaten afvalstoffen op milieustraat Een personenauto 1 tik
28,55
€ 32,83
Een personenauto met aanhanger (niet zijnde een tandemasser) 2 tikken
57,04
€ 65,67
Een auto met grijs-bedrijfswagenkenteken 2 tikken
57,04
€ 65,67
Een personenauto met tandemasser 3 tikken
85,64
€ 98,50
Een auto met grijs-bedrijfswagenkenteken met aanhanger/tandemasser 3 tikken
85,64
€ 98,50
Container papier Extra papiercontainer per jaar Container GFT-afval
Container restafval
Omwisselen container omwisselen container restafval of GFT-afval in ander formaat eenmalig Ophalen grof huisvuil
9
Besluit Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende "Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten" (Verordening Reinigingsheffingen 2022). HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Krachtens deze verordening worden geheven: 1. een afvalstoffenheffing; 2. reinigingsrechten. Artikel 2 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -
‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; bedrijfspand: een gebouwd onroerende zaak - of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan geen perceel zijnde; grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld; grof huisvuil: afvalstoffen afkomstig van particuliere huishoudingen, welke door omvang en hoeveelheid niet in aanmerking komen voor het periodiek inzamelen, als bedoeld in artikel 10.11 van de Wet milieubeheer; chemisch afval c.q. probleemstoffen: afvalstoffen waarvan het uit milieutechnisch oogpunt niet gewenst is deze in te zamelen bij de huishoudelijke afvalstoffen en het bedrijfsafval.
10
HOOFDSTUK II Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting per kalenderjaar wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
11
Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
2.
3. 4.
5.
6.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. Indien de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de bankof girorekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, geldt in afwijking van het eerste lid dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later. In afwijking van het tweede lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen minder is dan € 40,00 of meer dan € 5.000,00 de betaalwijze zoals in het eerste lid is geregeld van kracht is. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
HOOFDSTUK III Reinigingsrechten Artikel 11 Belastbaar feit 1. Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2. Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van bezittingen, werken en inrichtingen bestaat uit: f. het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid; g. het op verzoek verwijderen van grof bedrijfsafval; h. het in ontvangst nemen en laten verwerken van chemisch afval c.q. probleemstoffen tot een hoeveelheid van 50 kg per jaar. Artikel 12 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 13 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 14 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 15 Wijze van heffing Het recht per kalenderjaar wordt geheven bij wege van aanslag.
12
Artikel 16 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Artikel 17 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 18 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede, twee maanden later. 2. Indien de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, geldt in afwijking van het eerste lid dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later. 3. In afwijking van het tweede lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen reinigingsrechten of ander heffingen minder is dan € 40,00 of meer dan € 5.000,00 de betaalwijze zoals in het eerste lid is geregeld van kracht is. 4. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 5.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 6. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 19 Termijn en wijze van betaling van de overige rechten De op grond van artikel 11, tweede lid onder c, geheven rechten moeten worden betaald: 1. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; 2. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 10 dagen na de dagtekening. Artikel 20 Kwijtschelding Bij de invordering van de in artikel 1 genoemde heffingen wordt voor maximaal 75% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend.
13
Artikel 22 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening reinigingsheffingen 2021” van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de betreffende in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Reinigingsheffingen 2022". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021. De raad voornoemd, voorzitter,
griffier,
Tarieventabel Behorende bij de Verordening Reinigingsheffingen 2022 Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1 1.1. 1.1.1. 1.1.2.
De belasting bedraagt per perceel: Indien het perceel wordt gebruikt door één persoon per jaar Indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen per jaar
Hoofdstuk 2 2.1 2.1.1
3.1.2
€ €
225,12 306,84
€
371,28
€
2,45
€
1,23
Maatstaven en tarieven reinigingsrechten
Het recht bedraagt per jaar voor het: Periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid
Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1
Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing
Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten
Het recht bedraagt voor: het in ontvangst nemen in het gemeentelijk chemisch afvalstoffendepot van gevaarlijk afval niet zijnde afgewerkte olie indien geen gebruik wordt gemaakt van de in artikel 11, lid 2 onder a verleende dienst per kg het in ontvangst nemen in het gemeentelijk chemisch afvalstoffen depot van gevaarlijk afval zijnde afgewerkte olie indien geen gebruik wordt gemaakt van de in artikel 11, lid 2 onder a verleende dienst per kg
Behoort bij raadsbesluit van 16 december 2021, nummer 2021.26172.
14
Besluit Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing 2022”. (Verordening Rioolheffing 2022). Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; - verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; - water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b.
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
15
Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1.
Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 2. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie, moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 3. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel 6 Belastingtarieven 1.
De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid bedraagt per jaar: a. voor een hoeveelheid van 1m3 tot en met 250 m3 water € 210,00 b. voor een hoeveelheid van 251 m3 tot en met 500 m3 water € 357,00 c. voor een hoeveelheid van 501 m3 tot en met 750 m3 water € 504,00 d. voor een hoeveelheid van 751 m3 tot en met 1.000 m3 water € 630,00 e. voor een hoeveelheid van 1.001 m3 tot en met 5.000 m3 water € 630,00 vermeerderd met een bedrag van € 0,01 per m3 boven de 1.000 m3 water f. voor een hoeveelheid van 5.001 m3 en meer wordt het onder e verschuldigde vermeerderd met een bedrag van € 0,02 per m3 boven de 5.000 m3 water 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid is het tarief, indien het belastingtijdvak gedeelten van kalenderjaren omvat, gelijk aan de som van zoveel twaalfde delen van het voor het desbetreffende kalenderjaar geldende tarief als daarvan kalendermaanden behoren tot het belastingtijdvak. 3. Voor de berekening van de onder e van het eerste lid van dit artikel genoemde opslag dient het verbruik op volle eenheden van 10 kubieke meter naar beneden afgerond te worden. 4. Het gebruikersdeel voor landbouw, veeteelt- of tuindersbedrijven bedraagt het tarief dat geldt onder b van het eerste lid van dit artikel. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
16
Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld 1.
2.
3.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
Artikel 10 Termijnen en wijze van betaling 1.
2.
3. 4.
5.
6.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. Indien de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de bankof girorekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, geldt in afwijking van het eerste lid dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen een maand later. In afwijking van het tweede lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen minder is dan € 40,00 of meer dan € 5.000,00 de betaalwijze zoals in het eerste lid is geregeld van kracht is. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de heffing als bedoeld in artikel 2 wordt voor maximaal 75% van het verschuldigde bedrag kwijtschelding verleend. Artikel 12 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van: 1. een gebouwd eigendom of een gedeelte daarvan, dat in hoofdzaak wordt gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van de gebouwen voor onderwijs;
17
Artikel 13 Overgangsrecht inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening rioolheffing 2021" van 10 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de betreffende in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Rioolheffing 2022". 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021.
De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,
18
Besluit Verordening op de heffing en invordering van een vermakelijkhedenretributie 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende verordening “Verordening op de heffing en de invordering van een Vermakelijkhedenretributie 2022”. (Verordening Vermakelijkhedenretributie 2022) Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening wordt onder een vermakelijkheid verstaan: een activiteit, waarbij wordt beoogd of mede beoogd het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen, of waarbij het publiek dit amusement, deze verstrooiing, deze ontspanning of dit vermaak zoekt, ondergaat, vindt, pleegt te vinden of kan vinden, een en ander in of op daartoe bestemde of geschikte voor een ieder na betaling toegankelijke inrichtingen, terreinen, wateren, etc.
Artikel 2 Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘vermakelijkhedenretributie’ worden geheven rechten ter zake van het geven van vermakelijkheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur wordt getroffen. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die de vermakelijkheid geeft, dan wel degene voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid gegeven wordt. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De maatstaf voor de heffing van de vermakelijkhedenretributie is het aantal betalende bezoekers van de vermakelijkheid in peiljaar 2020 (is T-2) dat de 50.000 te boven gaat. 2. Het tarief bedraagt € 0,22 per betalende bezoeker. Artikel 5 Het belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden bij aanslag geheven.
19
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. De belastingaanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid moeten voorlopige aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingtijdvak overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet / de kennisgeving en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de belastingaanslag. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de vermakelijkhedenretributie wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening Vermakelijkhedenretributie 2021” van 10 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Vermakelijkhedenretributie 2022". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021. De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,
20
Besluit Verordening op de heffing en invordering van Marktgelden 2022 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2022”. (Verordening marktgelden 2022) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam “marktgeld” worden rechten geheven voor het hebben van standplaatsen, als bedoeld in artikel 1 van de “Marktverordening”, op het, voor het houden van de wekelijkse warenmarkt, aangewezen terrein. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die een standplaats op de markt inneemt, dan wel degene aan wie een standplaats is toegewezen. Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief 1. Het marktgeld als bedoeld in artikel 1 wordt geheven naar de lengte van de verkoopplaats en bedraagt per dag of gedeelte van een dag per 4 strekkende meter € 7,11 2. Ter zake van het afsluiten van een abonnement voor een periode van een kwartaal bedraagt het recht per 4 strekkende meters € 70,90. 3. Ten aanzien van de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde eenheid van 4 strekkende meters geldt, dat een gedeelte van een eenheid van 4 strekkende meters geldt voor een gehele eenheid van 4 strekkende meters.
Artikel 4 Wijze van heffing; tijdstip van betaling 1.
2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 wordt: a. Het marktgeld per kwartaal geheven bij wege van schriftelijke kennisgeving en moet worden voldaan binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. b. Het marktgeld per dag of gedeelte daarvan geheven bij wege van schriftelijke kennisgeving en moet worden voldaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 5 Kwijtschelding Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.
21
Artikel 6 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening marktgelden 2021” van 10 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening marktgelden 2022”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021. De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,
22
Besluit Verordening op de heffing en invordering van leges 2022, inclusief de daarbij behorende tarieventabel De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 9 november 2021, nummer 2021.26115; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en invordering van leges 2022”. (Legesverordening 2022) inclusief de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; 2. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; 3. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. 4. maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; 5. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. 6.
Rijkstarief: Totaal van af te dragen bedrag aan Rijk + bedrag (toeslag) voor gemeente. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "leges" worden rechten voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Zakelijke vrijstellingen De in deze verordening genoemde leges worden, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen van deze verordening is voorzien, niet geheven voor: 1. het afgeven van bewijzen van onvermogen; 2. het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden of loon; 3. het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen; 4.
de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekkelijk enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; 23
5. de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas; 6. de vergunningen, bedoeld onder 2.3.1 van de Tarieventabel, die na tevoren reeds verleend, doch ingetrokken of vervallen zijn, andermaal verleend worden en de vergunningen, bedoeld in die nummers 2.3.1 welke dienen ter vervanging van dezelfde doch voor een bepaalde proeftijd verleende vergunningen, een en ander indien geen uitbreiding of verandering van de oorspronkelijke aanvrage heeft plaatsgehad en evenmin terugbetaling ter zake op grond van het nummer 2.3.1 is geschied, noch de begroting van kosten, bedoeld in nummer 2.3.1 wegens stijging der bouwkosten is verhoogd, in welk geval de leges naar de nieuwe kostenbegroting worden berekend onder verrekening van de reeds betaalde leges; 7. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; 8.
diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo; Artikel 4A Vrijstellingen vrijwilligersorganisaties Vrijwilligersorganisaties zijn vrijgesteld van de gemeentelijke leges indien aan de onderstaande criteria wordt voldaan: 1. het dient een vrijwilligersorganisatie uit de gemeente Loon op Zand te zijn volgens de definitie vrijwilligersorganisaties; 2. het dient betrekking te hebben op een lokaal evenement in de gemeente Loon op Zand. Eventuele inkomsten dienen ten goede te komen aan de eigen organisatie of een goed doel en de organisatie dient aan te geven waar deze opbrengsten voor worden ingezet; 3. het evenement moet toegankelijk zijn voor tenminste de gehele lokale gemeenschap, tenzij er sprake is van een evenement dat specifiek gericht is op fondsenwerving voor een goed doel; 4. een vrijwilligersorganisatie kan maximaal 8 keer per jaar gebruik maken van de vrijstellingsregeling; 5. het evenement moet daadwerkelijk plaatsvinden, tenzij het evenement buiten de invloedsfeer van de organisatie afgelast moet worden; 6.
in geval van een buurtgerichte activiteit, dient het een vrijwilligersorganisatie te betreffen die een activiteit organiseert volgens de definitie van een buurtgerichte activiteit; Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarieven 1. 2.
3.
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven bij wege van een mondeling, dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
24
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 10 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening in de loop van het kalenderjaar, indien de wijzigingen: 1. van zuiver redactionele aard zijn; 2. een tariefsverlaging betreffen; 3. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in de loop van dat kalenderjaar in werking treedt en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: a.
onderdeel 1.1.5 (akten burgerlijke stand); b. hoofdstuk 2 (reisdocumenten); c. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); d. onderdeel 1.7.1 (verklaring omtrent het gedrag); e. hoofdstuk 11 (kansspelen). Artikel 11 Overgangsrecht 1. De artikelen en tarieventabel van de ‘Legesverordening 2021’ van 10 december 2020, vervallen met ingang 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten: a. die zich voor die datum hebben voorgedaan; 2. b. indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, a. opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. 2. De op artikel 10 van de in het eerste lid genoemde verordening gebaseerde regels van het college worden geacht mede gebaseerd te zijn op artikel 11 van deze verordening. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
25
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening 2022. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 16 december 2021.
De raad voornoemd,
voorzitter,
griffier,
26
Tabel 2022 Titel 1 Algemene Dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 1.1 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk op: 1.1.1.1 1.1.1.2
het Gemeentehuis en andere locaties: a. maandag (niet zijnde feestdagen) om 9.00 uur en 9.30 uur (op grond van artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand)
gratis
b. van maandag tot en met vrijdag (niet zijnde feestdagen) van 08.00 uur tot en met 16.00 uur
€ 489,67
c. op zaterdag en zondag en feestdagen en van maandag tot en met vrijdag van 16.01 uur tot 08.00 uur
€ 698,68
Voor het uitvoeren van een controle indien na ontvangst van de verklaring eigen trouwlocatie twijfel bestaat of de gewenste locatie aan de vereisten van artikel 4, derde lid Reglement Burgerlijke Stand Loon op Zand voldoet. Per uur Indien de huwelijksvoltrekking, de registratie van het partnerschap of de omzetting van het geregistreerd partnerschap in het huwelijk geannuleerd wordt, bedragen de leges:
€ 82,00
1.1.2.1
Getuigen: Voor het van gemeentewege beschikbaar stellen van getuigen bij huwelijksvoltrekking c.q. registeren van partnerschap bedragen de leges per getuige
€ 36,09
1.1.3 1.1.3.1 1.1.3.2
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: een trouwboekje of partnerschapboekje een duplicaat van een boekje als onder 1.1.3.1 bedoeld
1.1.4
Voor het in behandeling nemen van een administratief huwelijk, een administratief geregistreerd partnerschap of een administratieve omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk
1.1.5
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag:
1.1.5.1
a. als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden
€ 115,00
1.1.5.2
b. als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden
€ 215,00
1.1.1.3 1.1.2
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten 1.2. Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: 1.2.1 van een nationaal paspoort: 1.2.1.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. 1.2.1.2 voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. 1.2.2 van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):
27
€ 54,65
€ 28,95 € 28,95 € 180,00
Rijkstarief
Rijkstarief
1.2.2.1
1.2.2.2
1.2.3
1.2.3.1
1.2.3.2
1.2.4 1.2.4.1
1.2.4.2
1.2.5 1.2.5.1
1.2.5.2
1.2.6
1.2.7
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):
Rijkstarief
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. voor een persoon die op het moment van .de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
Rijkstarief
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. van een Nederlandse identiteitskaart: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden.
voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een tarief dat gelijk is aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van betrokken persoon, is gelijk aan het maximal tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besuit paspoortgelden, zoals laatsteljk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden
Rijkstarief
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen 1.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: het in bijlage VI van de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer genoemde bedrag, vermeerderd met het in het artikel 104b van het Reglement rijbewijzen genoemde bedrag, waarbij de som van deze bedragen naar beneden wordt afgerond op een veelvoud van € 0,05.
28
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
Rijkstarief
1.3.2
Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedaanvraag vermeerderd met het bedrag genoemd in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en verminderd met het bedrag genoemd in bijlage VI onder afdracht van gemeenten van die Regeling.
Rijkstarief
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie personen 1.4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van onderdeel 1.4.3, wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 1.4.2 1.4.2.1 1.4.2.2 1.4.3 1.4.4 1.4.4.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het ad hoc verstrekken van gegevens aan afnemers, per verstrekking tot het verstrekken van een afschrift uit de basisregistratie personen, per verstrekking Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4. wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking
€ 3,31 € 10,90
€ 21,86
Hoofdstuk 5 Bestuursstukken 1.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.5.1.1 1.5.1.2 1.5.1.3 1.5.1.4 1.5.1.5 1.5.1.6 1.5.1.7 1.5.2
een afschrift van de Programmabegroting een afschrift van de Kadernota een afschrift van het Collegeprogramma een afschrift van de Bestuursrapportage I en II een afschrift van de Nota reserves en voorzieningen een afschrift van de Programmarekening een afschrift van het MPG Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van rapporten, nota's en andere boekwerken over het gemeentelijk beleid of onderdelen daarvan met een inhoud van:
€ 27,36 € 16,42 € 10,93 € 10,93 € 16,42 € 21,74 € 16,42
1.5.2.1 1.5.2.2 1.5.2.3 1.5.2.4 1.5.2.5
1- 50 pagina's, per stuk 50- 100 pagina's, per stuk 100-150 pagina's, per stuk 150-200 pagina's, per stuk 200 pagina's of meer, per stuk vermeerderd met per pagina boven de 200 pagina's
€ 10,93 € 16,42 € 21,86 € 27,35 € 27,35 € 0,15
Hoofdstuk 6 Vastgoedinformatie 1.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.6.1.1 tot het verstrekken van een fotokopie of lichtdruk van een kaart, tekening, plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, structuurplan 1.6.1.1.1 1.6.1.1.2 1.6.1.1.3 1.6.1.1.4 1.6.1.1.5
in formaat A4 of kleiner, per bladzijde op papier in formaat A4 of kleiner, per bladzijde op papier in formaat A3 in formaat A2 in formaat A1 formaat groter dan A1
29
€ 7,79 € 8,64 € 9,39 € 12,05 € 14,24
1.6.2.1
het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen
€ 10,93
1.6.2.2 1.6.2.3
tot het verstrekken van gegevens uit de Gemeentelijke Kadastrale Balie per object tot het verstrekken van de verleende omgevingsvergunning op papier : vermeerderd met 1- 50 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 50- 100 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 100-150 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 150-200 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 200 pagina's of meer, per stuk in formaat A4 in zwart-wit vermeerderd met per pagina boven de 200 pagina's 1- 50 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 50- 100 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 100-150 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 150-200 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 200 pagina's of meer, per stuk in formaat A4 in kleur vermeerderd met per pagina boven de 200 pagina's zwart-witplot in formaat A3 zwart-wit plot in formaat A2 zwart-witplot in formaat A1 zwart-witplot in formaat groter dan A1 kleurenplot in formaat A3 kleurenplot in formaat A2 kleurenplot in formaat A1 kleurenplot in formaat groter dan A1
€ 8,21 € 21,86
1.6.2.4 1.6.2.5 1.6.2.6 1.6.2.7 1.6.2.8
1.6.2.9 1.6.2.10 1.6.2.11 1.6.2.12 1.6.2.13
1.6.2.14 1.6.2.15 1.6.2.16 1.6.2.17 1.6.2.18 1.6.2.19 1.6.2.20 1.6.2.21
Hoofdstuk 7 Overige publiekszaken 1.7 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.7.1 Het tarief voor het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag is gelijk aan het tarief genoemd in de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden 1.7.2 tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening of foto 1.7.3 tot controle op echtheid documenten 1.7.4 van een bewijs van in leven zijn 1.7.5 van een bewijs van Nederlanderschap 1.7.6
Het tarief bedraagt voor een optie voor de Nederlandse nationaliteit of een aanvraag tot naturalisatie, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002, dan wel recentelijk is gewijzigd.
€ 10,93 € 16,42 € 21,86 € 27,35 € 27,35 € 0,15 € 16,42 € 21,86 € 27,35 € 32,79 € 32,79 € 0,21 € 1,12 € 2,60 € 3,15 € 4,37 € 14,24 € 17,48 € 24,05 € 27,35
Rijkstarief € 10,90 € 10,90 € 10,90 € 10,90 Rijkstarief
Hoofdstuk 8 Gemeentearchief 1.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: 1.8.1.1
een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina
30
€ 0,57
1.8.1.2
Voor het door of vanwege de gemeente doen van nasporing in, eventueel gevolgd door het geven van één of meer inlichtingen uit het oud en nieuw archief van de gemeente of statistisch documentatiemateriaal van de gemeente, ongeacht het resultaat van die nasporing, één en ander voor zover deze diensten niet met name in tabellen behorende bij deze verordening, of in een andere belastingverordening van deze gemeente, dan wel in andere rechtsregels zijn genoemd, voor elk daaraan te besteden kwartier of een gedeelte daarvan