CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

15-12-2022 GEWIJZIGD Bijlage 1. Belastingtarieven en verordeningen 2023.docx

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel over belasting-, leges- en retributieverordeningen 202323.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

van een Nederlandse identiteitskaart: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een tarief dat gelijk is aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden. van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van betrokken persoon, is gelijk aan het maximale tarief dat is vermeld in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het tarief wordt afgerond op € 0,05 naar beneden

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen 1.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: het in bijlage VI van de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer genoemde bedrag, vermeerderd met het in het artikel 104b van het Reglement rijbewijzen genoemde bedrag, waarbij de som van deze bedragen naar beneden wordt afgerond op een veelvoud van € 0,05.

31

Rijkstarief

Rijkstarief

Rijkstarief

Rijkstarief

Rijkstarief

Rijkstarief

Rijkstarief

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedaanvraag vermeerderd met het bedrag genoemd in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en verminderd met het bedrag genoemd in bijlage VI onder afdracht van gemeenten van die Regeling.

Rijkstarief

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie personen Idem 1.4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van onderdeel 1.4.3, wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 1.4.2 1.4.2.1 1.4.2.2 1.4.3 1.4.4 1.4.4.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het ad hoc verstrekken van gegevens aan afnemers, per verstrekking tot het verstrekken van een afschrift uit de basisregistratie personen, per verstrekking Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4. wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van één of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

€ 3,40 € 11,20

€ 22,40

Hoofdstuk 5 Bestuursstukken 1.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.5.1.1 1.5.1.2 1.5.1.3 1.5.1.4 1.5.1.5 1.5.1.6 1.5.1.7 1.5.2

een afschrift van de Programmabegroting een afschrift van de Kadernota een afschrift van het Collegeprogramma een afschrift van de Bestuursrapportage I en II een afschrift van de Nota reserves en voorzieningen een afschrift van de Programmarekening een afschrift van het MPG Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van rapporten, nota's en andere boekwerken over het gemeentelijk beleid of onderdelen daarvan met een inhoud van:

€ 28,00 € 16,80 € 11,20 € 11,20 € 16,80 € 22,30 € 16,80

1.5.2.1 1.5.2.2 1.5.2.3 1.5.2.4 1.5.2.5

1- 50 pagina's, per stuk 50- 100 pagina's, per stuk 100-150 pagina's, per stuk 150-200 pagina's, per stuk 200 pagina's of meer, per stuk vermeerderd met per pagina boven de 200 pagina's

€ 11,20 € 16,80 € 22,40 € 28,00 € 28,00 € 0,15

Hoofdstuk 6 Vastgoedinformatie 1.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.6.1.1 tot het verstrekken van een fotokopie of lichtdruk van een kaart, tekening, plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, structuurplan 1.6.1.1.1 1.6.1.1.2 1.6.1.1.3 1.6.1.1.4

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde op papier in formaat A4 of kleiner, per bladzijde op papier in formaat A3 in formaat A2 in formaat A1

32

€ 8,00 € 8,85 € 9,60 € 12,30

1.6.1.1.5 1.6.2.1

1.6.2.2 1.6.2.3 1.6.2.4 1.6.2.5 1.6.2.6 1.6.2.7 1.6.2.8

1.6.2.9 1.6.2.10 1.6.2.11 1.6.2.12 1.6.2.13

1.6.2.14 1.6.2.15 1.6.2.16 1.6.2.17 1.6.2.18 1.6.2.19 1.6.2.20 1.6.2.21

formaat groter dan A1 het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen tot het verstrekken van gegevens uit de Gemeentelijke Kadastrale Balie per object tot het verstrekken van de verleende omgevingsvergunning op papier : vermeerderd met 1- 50 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 50- 100 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 100-150 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 150-200 pagina's, per stuk in formaat A4 in zwart-wit 200 pagina's of meer, per stuk in formaat A4 in zwart-wit vermeerderd met per pagina boven de 200 pagina's 1- 50 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 50- 100 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 100-150 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 150-200 pagina's, per stuk in formaat A4 in kleur 200 pagina's of meer, per stuk in formaat A4 in kleur vermeerderd met per pagina boven de 200 pagina's zwart-witplot in formaat A3 zwart-wit plot in formaat A2 zwart-witplot in formaat A1 zwart-witplot in formaat groter dan A1 kleurenplot in formaat A3 kleurenplot in formaat A2 kleurenplot in formaat A1 kleurenplot in formaat groter dan A1

Hoofdstuk 7 Overige publiekszaken idem 1.7 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.7.1 Het tarief voor het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag is gelijk aan het tarief genoemd in de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring aanbesteden 1.7.2 tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening of foto 1.7.3 tot controle op echtheid documenten 1.7.4 van een bewijs van in leven zijn 1.7.5 van een bewijs van Nederlanderschap 1.7.6

Het tarief bedraagt voor een optie voor de Nederlandse nationaliteit of een aanvraag tot naturalisatie, zoals deze zijn opgenomen in het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002, dan wel recentelijk is gewijzigd.

33

€ 14,60 € 11,20

€ 8,40 € 22,40 € 11,20 € 16,80 € 22,40 € 28,00 € 28,00 € 0,15 € 16,80 € 22,40 € 28,00 € 33,60 € 33,60 € 0,25 € 1,15 € 2,70 € 3,20 € 4,50 € 14,60 € 17,90 € 24,60 € 28,00

Rijkstarief € 11,20 € 11,20 € 11,20 € 11,20 Rijkstarief

Hoofdstuk 8 Gemeentearchief 1.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: 1.8.1.1 1.8.1.2

een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina Voor het door of vanwege de gemeente doen van nasporing in, eventueel gevolgd door het geven van één of meer inlichtingen uit het oud en nieuw archief van de gemeente of statistisch documentatiemateriaal van de gemeente, ongeacht het resultaat van die nasporing, één en ander voor zover deze diensten niet met name in tabellen behorende bij deze verordening, of in een andere belastingverordening van deze gemeente, dan wel in andere rechtsregels zijn genoemd, voor elk daaraan te besteden kwartier of een gedeelte daarvan

€ 0,60 € 18,30

Hoofdstuk 9 Leegstandwet 1.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag : 1.9.1 tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte € 113,10 als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet 1.9.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet

Hoofstuk 10 Marktstandplaatsen/ventvergunningen 1.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: het verkrijgen van een vergunning tot het in de gemeente venten, of tot het hebben van een standplaats met een commercieel doel op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats (artikel 5:15 en 5:18 van de APV Loon op Zand): 1.10.1 geldig voor bepaalde tijd (bij meerjarige vergunning per jaar) 1.10.2 geldig voor één dag of sociaal maatschappelijk

€ 113,10

€ 221,70 € 74,20

Hoofdstuk 11 Kansspelen 1.11.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: 1.11.1.a 1.11.1.b 1.11.2.a 1.11.2.b

1.11.3

voor een periode van twaalf maanden voor één speelautomaat € 56,50 indien de vergunning voor twee of meer speelautomaten geldt, ten hoogste € 22,50, vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, en een bedrag van ten hoogste € 34. voor één speelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van langer dan € 226,50 vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste speelautomaat indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel 1.11.1.a in plaats van € 56,50 een bedrag van € 226,50 en voor de toepassing van onderdeel 1.11.1.b in plaats van € 22,50 een bedrag van € 90,50 en in plaats van € 34 een bedrag van € 136 geldt. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

34

€ 56,50

Hoofdstuk 12 Telecommunicatie, aanleg kabels, leidingen 1.12.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van instemmingsbesluit of vergunning als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: 1.12.1.1 1.12.1.2

Indien het betreft tracés tot 250 m1 Indien het betreft tracés vanaf 250 m1 tot 1.500 m1

€ 343,40 € 427,90

1.12.1.3

Indien het betreft tracés vanaf 1.500 m1 tot 5.000 m1

€ 558,50

1.12.1.4

Indien het betreft tracés vanaf 5.000 m1 of meer, per m1 tracé

€ 0,10

1.12.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de € 102,60 Algemene verordeningen ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m1

1.12.3

Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.12.1 genoemde bedrag per overleg verhoogd met

€ 414,90

Hoofdstuk 13 Verkeer en vervoer 1.13 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.13.1 tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het € 143,00 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) 1.13.2 1.13.3 1.13.4 1.13.5

tot verlenging van een gehandicaptenparkeerkaart tot vervanging van een gehandicaptenparkeerkaart tot het verkrijgen van een op kenteken toegewezen gehandicaptenparkeerplaats voor het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken als bedoeld in artikel 29 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

€ 104,80 € 156,80 € 280,10 € 304,40

1.13.6

voor het wijzigen van een kenteken op een onderbord bij bord E6 van bijlage I van het € 60,10 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

1.13.7

voor het verplaatsen van een bij een gehandicapten-parkeerplaats op kenteken als bedoeld in artikel 29 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) geplaatst bord E6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

€ 304,40

Hoofdstuk 14 Diversen 1.14.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.14.1.1 afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.14.1.1.1 per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,60

1.14.1.1.2 per pagina op papier van een ander formaat

€ 2,85

1.14.1.1.3 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

€ 55,40

1.14.1.1.4 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 0,60

35

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.2

bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.2.1

raming bouwkosten: De raming van de bouwkosten wordt vastgesteld door of namens het college van burgemeester en wethouders aan de hand van de op het moment van aanvraag geldende uitgave van “Bim media Bv Taxatieboekjes (Her)bouwkosten Woningen, Agrarische gebouwen en Bedrijfspanden”, op basis van de door de aanvrager van de vergunning overgelegde tekeningen en bestekken. Voor wat betreft de definitie van bouwkosten wordt verwezen naar de omschrijving in voornoemde uitgaven van Bim Media Bv Indien het bouwwerk waarvoor vergunning wordt gevraagd, voor wat betreft aard en/of daarin voorkomende constructie(s) niet voorkomt in voornoemde uitgaven van Bim Media Bv, worden de bouwkosten door of namens het college van burgemeester en wethouders vastgesteld aan de hand van de door de aanvrager van de vergunning overgelegde begroting van de bouwkosten, tekeningen en bestekken.

2.1.1.2.2

sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012 (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;

2.1.1.3 2.1.2

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

36

Hoofdstuk 2 Beoordeling conceptaanvraag (vooroverleg / principeverzoek) 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is 2.2.2 tot het beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning die passend is binnen het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening 2.2.3 tot het integraal beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening (schriftelijke integrale reactie op verzoek over de haalbaarheid van een voorgenomen project)

€ 532

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 2.3.1.1

Bouwactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: indien de bouwkosten minder bedragen dan € 50.000,00 : 3,35 % van die bouwkosten met een minimum van € 54,38

2.3.1.1.1

2.3.1.1.2

2.3.1.1.3

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten € 50.000 of meer bedragen, doch minder dan € 100.000 vermeerderd met: van het bedrag waarmee de bouwkosten € 50.000 te boven gaan indien de bouwkosten € 100.000 of meer bedragen, doch minder dan € 150.000 vermeerderd met: van het bedrag waarmee de bouwkosten € 100.000 te boven gaan indien de bouwkosten € 150.000 of meer bedragen, doch minder dan € 200.000 vermeerderd met: van het bedrag waarmee de bouwkosten € 150.000 te boven gaan indien de bouwkosten € 200.000 of meer bedragen vermeerderd met: waarmee de bouwkosten € 200.000 te boven gaan

€ 1.675 2,54% € 2.945 1,79% € 3.840 1,13% € 4.405 1,00%

2.3.1.3

Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

2.3.1.3.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 55,42

2.3.1.4

Verplicht advies Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen incl. bedrijfsbezoek wordt beoordeeld:

€ 1.040,79

37

2.3.2 2.3.2.1

2.3.2.2

Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 113,07

Beoordeling bodemrapport Onderdeel 2.3.1.3.1 vindt overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in onderdeel 2.3.2.1 bedoelde aanvraag, tenzij onderdeel 2.3.1.3.1 zelf toepassing vindt.

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2.3.4.1

indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking) € 532 indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking) passend in vastgestelde beleidsregels:

2.3.4.2

2.3.4.3

2.3.4.4

€ 532 indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking): € 727 indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse afwijking)en de kosten niet verhaald kunnen worden ex artikel 6.12 Wro: € 6.911 Onverminderd het bepaalde in 2.3.4.4 wordt het tarief, indien tegen de betreffende aanvraag zienswijzen zijn ingediend, verhoogd met een bedrag blijkende uit een begroting die in overleg met de aanvrager wordt opgesteld.

2.3.5

In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: Categorie 1, van 0 t/m 100 m2 Categorie 2 van 101 t/m 500 m2

€ 557,40

Categorie 3 van 501 t/m 2.000 m2

€ 870,40 + € 0,71 p/m²

Categorie 4 van 2.001 t/m 5.000 m2

€ 2010,40 + € 0,14 p/m²

Categorie 5 van 5.000 t/m 50.000 m2

€ 2560,40 + € 0,03 p/m²

Categorie 6 meer dan 50.001 m2

€ 3560,40 + € 0,01 p/m²

€ 390,40 + € 1,67 p/m²

38

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

2.3.6.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de Erfgoedverordening 2015 aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of artikel 10 van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een provinciaal of gemeentelijk monument en rijksmonumenten. € 793,59 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een provinciaal of gemeentelijk monument en rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 330,22

2.3.6.1.2

2.3.7

Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.7.1

indien bij de aanvraag een sloopveiligheidsplan ingediend moet worden, wordt het bedrag verhoogd met

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.9

Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

2.3.10

Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of artikel 3 van de Bomenverordening Loon op Zand 2020 een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 214,90 € 72,79

€ 280,74

2.3.11

Opslag van roerende zaken

39

€ 233,68

€ 121,18

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene plaatselijke verordening, een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.11.1 2.3.11.2

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: € 110,84 indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: € 110,84

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

2.3.15.2

2.3.16

Beoordeling archeologisch bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

2.3.16.1 Voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport, als het betreft 2.3.16.1.1 de beoordeling van een Programma van Eisen inzake archeologisch (voor)onderzoek, overeenkomstig het Protocol opstellen Programma van Eisen, Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie

€ 283,21

2.3.16.1.2 de beoordeling van een Plan van Aanpak inzake archeologisch (voor)onderzoek € 113,07 2.3.16.1.3 de beoordeling van rapporten die voortvloeien uit archeologisch (voor)onderzoek, ex artikel 39 lid 2, 40 lid 1 van de Monumentenwet 2.3.17 2.3.17.1

Advies Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.3.18

Verklaring van geen bedenkingen

40

€ 113,07

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.18.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.18.3

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning:

2.3.18.3.1 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1. bedraagt het tarief, indien een advies bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) wordt aangevraagd over een bedrijf dat valt onder de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij(BZV), zoals bedoeld in de Verordening Ruimte, om te beoordelen of het bouwplan voldoet aan de eisen die gelden voor de BZV 2.3.18.3.2 In afwijking van 2.3.18.1.2 bedraagt het tarief, indien de provincie Noord-Brabant een verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Wet natuurbescherming afgeeft, bij: - Een aanvraag gebiedsbescherming - een aanvraag soortenbescherming door burgers - Een aanvraag soortenbescherming infrastructureel en gebiedsgericht - Een aanvraag soortenbescherming overige 2.3.19 Kosten GGD advies

€ 1.637,97

€ 3.982,76 € 2.066,70 € 6.460,43 € 4.779,96

Betreft het opnemen van de kosten voor GGD advies voor de toetsing in het kader van volksgezondheid en veehouderij aan de hand van de Handreiking Veehouderij en volksgezondheid 2.0 (endotoxine). 2.3.19.1

De kosten worden in de volgende situaties in rekening gebracht:

2.3.19.2

Als het gaat om aanvragen omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu waarbij sprake is van een situatie die in het kader van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0 dan geldt per aanvraag een prijs (exclusief 21% btw) van

2.3.19.3

2.3.20

€ 1.506,18

Als het gaat om de ruimtelijke plannen in het kader van de Wro en/of Wabo, waarbij ingevolge van de in 2.3.19.2 genoemde handreiking toetsing plaats dient te vinden dan geldt dat per geval bezien wordt of een prijsopgave door de GGD zal worden gedaan. Het betreft hier de omgekeerde werking in de gevallen dat bijvoorbeeld een bouwplan of bestemmingsplanherziening in/nabij een endotoxinecirkel van een veehouderij wordt voorzien en getoetst moet worden of er sprak is van een ‘goede ruimtelijke ordening’ c.q. sprake is van een goed woon- en leefklimaat (op de locatie waar de € 104,96 per ruimtelijke ontwikkeling is voorzien) uur

Kosten advies sociaal-medisch adviseur

41

2.3.20.1

Het tarief voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaalmedisch adviseur voor de toetsing in het kader van de Beleidsregels € 336,90 premantelzorg bedraagt:

2.3.20.2

Het tarief voor een advies (zonder opvragen medische gegevens) van een sociaal€ 336,90 medisch adviseur voor het vaststellen of sprake is van mantelzorg bedraagt:

2.3.20.3

Het tarief voor het opvragen van medische gegevens bedraagt:

Hoofdstuk

2.4.1

€ 112,64

4 Publicatie Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien voor de omgevingsvergunning een publicatie moet plaatsvinden per publicatie:

€ 34,73

Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking of buiten behandeling stelling van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- sloopactiviteiten of planologisch strijdig gebruik.

2.5.1.1

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, of als de gemeente de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

2.5.2

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

50%

25%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

50%

2.5.4

Teruggaaf als gevolg van intrekking van de conceptaanvraag Als een conceptaanvraag (vooroverleg / principeverzoek) met planologisch strijdig gebruik (conform artikel 2.2.3) wordt ingetrokken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, onder voorwaarde dat het plan nog niet 50% is afgehandeld / voorgelegd aan het bestuur: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

2.5.5

Teruggaaf als gevolg van intrekking van advies sociaal-medisch adviseur Als een aanvraag voor advies sociaal-medisch adviseur (conform artikel 2.3.20) wordt ingetrokken, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, onder voorwaarde dat het plan nog niet is afgehandeld:

42

50%

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.6

Verrekening principeverzoek:

2.5.6.1

Indien binnen 3 maanden nadat een aanvraag schriftelijk is ingetrokken en er voor dezelfde bouwwerkzaamheden een nieuwe aanvraag wordt ingediend, worden de reeds geheven leges verrekend.

2.5.6.2

Indien binnen 3 maanden nadat een conceptaanvraag (vooroverleg / principeverzoek) met planologisch strijdig gebruik (conform artikel 2.2.3) schriftelijk is ingetrokken en er voor hetzelfde initiatief een nieuwe aanvraag wordt ingediend, worden de reeds geheven leges verrekend.

2.5.6.3

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een principeverzoek waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning. Hierbij geldt als voorwaarde dat het om hetzelfde project gaat en het plan conform de conceptaanvraag is ingediend.

Hoofdstuk 6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, de tarieven zoals die voor dat onderdeel zijn opgenomen met een minimum van:

€ 54,26

Hoofdstuk 7 Herziening/wijziging/uitwerking bestemmingsplannen 2.7.1 Het tarief bedraagt van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het 2.7.2

vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.

€ 7.047,62

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a. en b., van de Wro.

€ 7.047,62

Hoofdstuk 8 Sloopmelding 2.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een sloopmelding als bedoeld in artikel 8.2.1 van de Bouwverordening

Nihil

Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikking 2.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

€ 55,42

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca

43

3.1.1

3.1.2

3.1.2.1

3.1.2.2.a 3.1.2.2.b 3.1.3

3.1.3.1 3.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet of een vergunning voor een inrichting op grond van artikel 2:28 en 2:38b, 2:39a, 2:80 of 2:80d van de APV Loon op Zand a. met 1 leidinggevende b. met meer dan 1 leidinggevende voor iedere volgende leidinggevende

€ 707,95 € 82,73

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet of een wijziging of verlenging van een vergunning voor een inrichting op grond van artikel 2:28 of 2:38b van de APV Loon op Zand

€ 275,33

Wijziging leidinggevende op het aanhangsel behorend bij de alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet of een wijziging op grond van de APV 2:28 of 2:38b per leidinggevende Doorhalen van een leidinggevende zonder bemoeienis op het aanhangsel behorend bij de alcoholvergunning op grond van artikel 30a van de Alcoholwet Verwijderen van één of meer leidinggevenden van het aanhangsel waarvoor een nieuw aanhangsel bij de alcoholvergunning of exploitatievergunning wordt gestuurd Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet voor een inrichting a. voor bepaalde tijd

€ 82,73 € 27,60 € 27,60

€ 82,73

b. voor onbepaalde tijd

€ 134,53

Het tarief bedraagt voor het afwijken van de voorschriften of een ontheffing van de voorschriften voor para commerciële inrichtingen

€ 97,04

Als het beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet vooraf is gegaan door een publicatieprocedure in een of meer dag- of nieuwsbladen, worden de onder 3.1.1 vermelde leges verhoogd met

€ 34,22

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV Loon op Zand en of een evenement als bedoeld in artikel 17 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand" a. Klein evenement tot 300 bezoekers en/of deelnemers € 227,03 b. Grootschalig evenement vanaf 300 bezoekers en/of deelnemers of evenement dat meer dan 1 dag duurt

3.2.2 3.2.3

3.2.4

3.2.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de A.P.V. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een ontheffing van het verbod om in de open lucht geluidhinder te veroorzaken (artikel 4:6 van de APV Loon op Zand en of artikel 10 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand") Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing van het verbod in de open lucht aan te leggen, te stoken of te hebben (artikel 5.:34 van de APV Loon op Zand en of artikel 11 van de "Duinverordening gemeente Loon op Zand") Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een melding Besluit brandveiliggebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BBGBOP)

Hoofdstuk 2A Teruggaaf

44

€ 442,14 € 442,14

€ 83,56

€ 110,84 € 83,97

3.2.5.

Teruggaaf als gevolg van buiten behandeling stelling van de aanvraag zoals genoemd in de Hoofdstukken 2 en 3

3.2.5.1

Als de gemeente de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

50%

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 3.3.1 een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de APV Loon op Zand anders dan een wijziging bedoeld in onderdeel 3:15 3.3.1.1 3.3.2

voor een seksinrichting € 1.111,47 wijziging van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting, als bedoeld in artikel 3:15 van de APV Loon op Zand per beheerder: € 83,97

Hoofdstuk 4 Kinderopvang 3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 3.4.1.1 het in exploitatie nemen van een kindercentrum; kinderopvang of buitenschoolse opvang, of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45 eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. 3.4.1.2

€ 700,52

het bieden van een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.46 tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

€ 355,04

Hoofdstuk 5 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

€ 55,42

Behorend bij raadsbesluit van 15 december 2022.

Voorzitter,

griffier,

Besluit

45

Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2023 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2022; nummer ZK22.05852 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende verordening “Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2023”. (Verordening toeristenbelasting Loon op Zand 2023). Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, caravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf; 2. vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die 7-12 maanden beschikbaar is; 3. vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die 3-7 maanden beschikbaar is in de periode tot 1 november; 4. vaste voorseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan en die maximaal 3 maanden beschikbaar is in de periode tot 1 juli; 5.

groepsaccommodatie: Een accommodatie, bestemd voor en gebezigd als verblijf van overwegend personen in groepsverband (geen gezinsverband zijnde), met slaapgelegenheid in kamers, (slaap)zalen, huisjes, tenthuisjes, appartementen en / of tenten, waarbij het gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, verblijfsruimten, kamers en (slaap)zalen kenmerkend centraal staat en gasten mogelijk met 'vreemden' moeten delen; 6. Bed & Breakfast (B&B): een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een Bed & Breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt exploiteert door de eigenaren van het betreffende huis. 7. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor nachtverblijf; 8.

kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van nachtverblijf; 9. mini kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van nachtverblijf, met maximaal 25 standplaatsen; 10. standplaats: deel van een mini kampeerterrein ingericht en bestemd voor de plaatsing van een of meer kampeermiddelen 11. overige accommodatie: niet zijnde een accommodatie als omschreven bij lid 1 tot en met 10. Artikel 2 Belastbaar feit

46

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven Artikel 3 Belastingplicht 1. 2. 3.

Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. Van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel 6 Belastingtarief 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Het tarief voor een vaste jaarplaats bedraagt € 250,00 Het tarief voor een vaste seizoenplaats bedraagt € 200,00 Het tarief voor een vaste voorseizoenplaats bedraagt € 100,00 Het tarief per persoon per overnachting in een overige accommodatie bedraagt € 3,00 Het tarief per persoon per overnachting op een kampeerterrein bedraagt € 2,00 Het tarief per persoon per overnachting in een Bed & Breakfast (B&B) bedraagt € 2,00 Het tarief per persoon per overnachting op een mini kampeerterrein bedraagt € 1,25 Het tarief per persoon per overnachting in een groepsaccommodatie bedraagt € 1,25

Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Voorlopige aanslag Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 10 Aanslaggrens

47

Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. . Artikel 11 Aangifte 1. Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door: a. het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b. het op elektronische wijze uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het tweede lid, letter b. 2. Het doen van aangifte geschiedt door: a. het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden; b. het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens. Artikel 12 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2.

Indien een bestuurlijk boete is opgelegd is deze boete invorderbaar uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

3.

In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het jaar van de dagtekening overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

4.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 13 Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 14 Registratieplicht 1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blijkt. De gemeente Loon op Zand stelt daartoe een nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gelegenheid biedt tot verblijf met overnachting op een vaste jaarplaats, vaste seizoenplaats en of vaste voorseizoenplaats. Artikel 15 Overgangsrecht De “Verordening toeristenbelasting 2022” van 16 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 16 Inwerkingtreding

48

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 17 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting Loon op Zand 2023’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand van 15 december 2022 .

De raad voornoemd, voorzitter,

griffier,

49

Besluit Verordening op de heffing en invordering van onroerendezaakbelastingen 2023 De raad van de gemeente Loon op Zand; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2022 nummer ZK22.05852; gelet op de artikelen 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2023. (Verordening onroerendezaakbelastingen Loon op Zand 2023) Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1.

2.

3.

Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. 2. 3.

Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

50

Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. 2.

De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 Vrijstellingen 1.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingwerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; l. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning.

2.

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen, dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

51

Artikel 5 Belastingtarieven 1.

2.

Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,1966 %; b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1071 %; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2479 %. Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. 2.

3.

4.

5.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op het aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de onroerendezaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Overgangsrecht De “Verordening onroerendezaakbelastingen 2022” van 16 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10 Inwerkingtreding 1. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=9886c69b-635e-42e4-a65d-e5504df2cfec