15-12-2022 Bijlage 3. Toelichting ontwerpbestemmingsplan 'Dreefseweg 27'.pdf
Tekst van het document
4.1
Bodemkwaliteit
4.1.1
Beleidskader
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het beoogde gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet.
4.1.2
Toets
Binnen de locatie aan Dreefseweg 27 wordt een intensieve veehouderijtak gesaneerd en wordt een Ruimte voor Ruimte woning toegevoegd. Een bodemonderzoek is bij deze herbestemming noodzakelijk. Dit bodemonderzoek is thans aanbesteed en wordt wanneer gereed toegevoegd aan dit bestemmingsplan.
4.2
Water
4.2.1
Inleiding
Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt mogelijke negatieve invloeden van het initiatief inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Brabantse Delta. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater dat afkomstig is van huizen en bedrijven. Huiseigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de aansluiting op het riool. Vanaf dit aansluitpunt neemt de gemeente de verantwoordelijkheid over. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de zorg voor het overtollige regenwater en grondwater.
4.2.2
Beleidskader
4.2.2.1
Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn met als doel de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de richtlijn vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
29
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.2.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het nationaal waterbeleid voor de komende jaren is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Het Rijk streeft naar een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer en heeft de ambitie om te investeren in de bescherming tegen overstromingen en in de zoetwatervoorziening. Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op de korte en de lange termijn. 4.2.2.3
Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021
Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het hoofddoel is samenwerken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. De geformuleerde doelen van het Provinciaal Milieu en Waterplan zijn:
voldoende water voor mens, plant en dier;
een schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht);
de bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's;
verduurzaming van grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening.
De provincie wil deze doelen realiseren in samenwerking met de partners op basis van gezamenlijke verantwoordelijkheid. 4.2.2.4
Waterbeheerplan 2016-2021
In het Waterbeheerplan van waterschap de Brabantse Delta is beschreven welke doelstellingen door het waterschap worden nagestreefd. Het waterschap is verantwoordelijk voor de het waterkwantiteits en - kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen dit waterbeheerplan. 4.2.2.5
Keur
De Keur van het waterschap bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger bij deze keur geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. 4.2.2.6
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen
De drie Brabantse waterschappen hanteren dezelfde uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Op basis van de Keur en deze beleidsregel wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m². Het hemelwater afkomstig van het toegenomen verhard
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
30
Dreefseweg 27 - Toelichting
oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat. 4.2.2.7
Programma Water en Riolering Loon op Zand 2021-2024
Met het Programma Water en Riolering geeft de gemeente Loon op Zand invulling aan de wettelijke zorgplichten afval-, hemel- en grondwater. In het verlengde hiervan is de ambitie binnen de reikwijdte van de zorgplichten, bij te dragen aan gemeenschappelijke doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en een gezonde leefomgeving. Om invulling te geven aan de visie en bijbehorende ambities/gemeenschappelijke doelen heeft de gemeente voor de planperiode de volgende speerpunten geformuleerd: 1.
Werken aan een robuust en klimaatbestendig systeem.
2.
Werken volgens duurzame en levenscyclusgerichte principes.
3.
Integraal werken.
4.
Samenwerken met inwoners en ondernemers.
In uitwerking hierop zijn voor de omgang met hemelwater de navolgende lange termijndoelen geformuleerd:
Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater.
Beperken van het risico op wateroverlast.
Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater.
Bijdragen aan klimaatadaptatie.
4.2.3
Toets
4.2.3.1
Europees-, Rijks en provinciaal beleid
De waterdoelen zoals gesteld in het Europees, Rijks en provinciaal beleid zijn in concrete doelen vertaald in het waterschaps- en gemeentelijk beleid. Deze herbestemming wordt hierna aan deze concrete beleidskaders getoetst. 4.2.3.2
Keur
Het plangebied is op de kaart behorende bij de Keur niet aangewezen als gelegen in beschermd gebied of attentiegebied. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de keurkaart waarop de ligging van het plangebied indicatief is aangeduid.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
31
Dreefseweg 27 - Toelichting
Plangebied
Figuur 12: Ligging plangebied op keurkaart van het waterschap
Er volgen geen voorwaarden voor deze herbestemming uit de Keur. Aan de oost en zuidzijde van het plangebied is een sloot gelegen die is aangeduid als een B-watergang. Deze sloot blijft ongewijzigd gehandhaafd. Op deze watergang is de Keur van toepassing. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van de sloten binnen het plangebied en de omgeving.
Plangebied
Figuur 13: Ligging van B-watergang in de omgeving van het plangebied
4.2.3.3
Beleid hemelwaterzorgplicht en regels watertoetsproces
Binnen het plangebied worden alle stallen die in gebruik waren voor de intensieve veehouderij gesloopt. Dit heeft een afname van het verhard oppervlak met een omvang van tenminste 1.000 m² tot gevolg. Binnen het plangebied wordt in samenhang hiermee één woning met bijgebouwen toegevoegd. Hiermee is sprake van een forse afname van bebouwing. Het hemelwater dient voor deze woning te worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit is een voorwaarde die aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit is verbonden. Het plangebied biedt hiervoor ruimschoots de ruimte.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
32
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.2.3.4
Hemelwateraspecten binnen het plangebied
Aan de perceelsgrenzen van het plangebied aan de oost- en zuidzijde zijn perceelsloten gelegen. Deze sloten blijven ongewijzigd behouden. Het plangebied is gelegen op een veldzolgrondgrond bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De noordzijde van het plangebied, de gronden achter de stallen binnen het plangebied betreffen een laarpodzolgrond bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Navolgende figuur geeft een uitsnede uit de kaart met bodemkundige eenheden waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.
Plangebied
Figuur 14: Uitsnede kaart met bodemkundige eenheden waarop de ligging van het plangebied is aangeduid
Het plangebied is gelegen op een hoogte van circa 4 meter boven NAP en er sprake van een GHG van circa 40-80 cm-mv. Navolgende figuur geeft een uitsneden van de GHG waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.
Plangebied
Figuur 15: uitsnede kaart met GHG voor de omgeving van het plangebied
De bodem is geschikt voor infiltratie van hemelwater en het terrein is groot ten opzichte van de verharding. De omvang aan verhard oppervlak neemt substantieel af. Er is binnen het plangebied ook voldoende ruimte voor hemelwaterinfiltratie.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
33
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.2.3.5
Afvalwateraspecten
Er wijzigt niets aan de wijze van omgang met afvalwater voor de woning aan Dreefseweg 27. Naast de Dreefseweg is een drukriolering voor afvalwater aanwezig. De Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. wordt hierop aangesloten.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1
Beleidskader
4.3.1.1
Inleiding
Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een ruimtelijk plan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. 4.3.1.2
Gemeentelijk beleidskader
Het Monumentenhuis Brabant heeft namens de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente Loon op Zand in beeld gebracht. De Cultuurhistoriekaart van de gemeente Loon op Zand maakt voor het gemeentelijk
grondgebied
inzichtelijk
welk
cultuurhistorisch-landschappelijk
en
historisch-
(steden)bouwkundig erfgoed binnen de gemeente aanwezig is. De kaart heeft met name een belangrijke attentiewaarde. Daarnaast vormt de kaart een basisinstrument om een vertaalslag te kunnen maken naar het opnemen van waardevolle cultuurhistorische elementen en gebieden in nieuwe bestemmings- en . omgevingsplannen. De Cultuurhistoriekaart met bijbehorende rapportage en uitgevoerde quickscan vormen samen het voorgenomen gemeentelijke beleid op het gebied van cultuurhistorie. In deze beleidsstukken is beleid voor de navolgende thema’s opgenomen:
aanwijzing nieuwe gemeentelijke monumenten;
behoud door ontwikkeling;
cultuurhistorie als uitgangspunt in ruimtelijke plannen;
cultuurhistorie als uitgangspunt voor toerisme en recreatie;
cultuurhistorie in erfgoededucatieprogramma’s.
4.3.2
Toets
De Dreefseweg betreft een oud wegtracé met redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Het plangebied is in de huidige situatie functioneel in gebruik en bestemd voor de veehouderij. Binnen het plangebied vindt sloop van niet cultuurhistorisch waardevolle veehouderijstallen plaats. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden in de omgeving.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
34
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.4
Archeologie
4.4.1
Beleidskader
4.4.1.1
Inleiding
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. 4.4.1.2
Gemeentelijk beleidskader
De gemeenteraad van Loon op Zand heeft op 25 juni 2020 het (geactualiseerd) gemeentelijke archeologiebeleid vastgesteld. De geactualiseerde verwachtingenkaart vormt de basis voor de archeologische maatregelenkaart. De daarop aangegeven vindplaatsen en verwachtingsgebieden zijn voor de maatregelenkaart vertaald in vijf beleidscategorieën. Dat zijn vijf soorten zones/terreinen, waaraan een eigen planologisch beschermingsregime wordt gekoppeld. De insteek van het gemeentelijke beleid is om te beschermen wat archeologisch waardevol is, en om voor gebieden met een lagere archeologische verwachtingswaarde een lager beschermingsniveau voor te schrijven. Voor de categorieën is een tabel opgenomen waarin staat voor welke werkzaamheden (verstoringsoppervlak en diepte) in welke gebieden (archeologische waarde tot en met geen verwachting) wel of geen archeologische onderzoekplicht geldt. Hierna is deze tabel opgenomen.
Tabel 3: Tabel met maatregelen/categorieën voor archeologie binnen de gemeente Loon op Zand
Navolgende figuur betreft een uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart’ van de gemeente Loon op Zand waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
35
Dreefseweg 27 - Toelichting
Plangebied
Figuur 16: Uitsnede van de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart’ waarop de ligging van het plangebied is aangeduid
4.4.2
Toets
Het plangebied aangeduid als gelegen in een gebied met een hoge archeologische waarde, categorie 2b. Binnen deze gebieden geldt een onderzoeksplicht naar eventueel aanwezige archeologische waarden bij een verstoringsdiepte van dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m². Op de planlocatie aan Dreefseweg 27 vindt sloop van stallen plaats die in gebruik waren voor de intensieve veehouderij. Deze gronden zijn reeds geroerd en deze sloop leidt niet tot aantasting van archeologische waarden. Voor realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. is door Transect archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek met rapportnummer 3562 en datum 28 oktober 2021 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna samengevat opgenomen. “Op basis van de resultaten van het veldonderzoek geldt er een hoge archeologische verwachting in het plangebied vanaf een diepte van 30 tot 115 cm -Mv (2,7 – 3,6 m +NAP). Dit betekent dat er vanaf het maaiveld rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarde. Wij adviseren hierom om de archeologische verwachting aanvullend te toetsen door middel van een archeologisch onderzoek in de karterende en waarderende fase.
Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), aangezien er voornamelijk een verwachting is op een vindplaats dat zich kenmerkt door sporen. Voor een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk, dat door de gemeente moet worden beoordeeld en goedgekeurd.” De gemeente Loon op Zand heeft middels een selectieadvies ingestemd met dit onderzoek. In navolging van het verkennend archeologisch onderzoek wordt op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
36
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.5
Natuur
4.5.1
Beleidskader
4.5.1.1
Gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000 gebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. 4.5.1.2
Stikstofdepositie
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000 gebied. Met Aerius Calculator wordt de stikstofdepositie bij een ontwikkeling bepaald. Voor de berekening in Aerius Calculator worden de navolgende zaken beoordeeld. a.
Aanlegfase met mobiele werktuigen;
b.
Aanlegfase met transport, en de route van en naar de bouwlocatie
c.
Aanlegfase met transport(route) van werknemers
d.
Gebruiksfase, alleen de aantrekkende werking van het verkeer indien er sprake is van nieuwbouw en dus gasloos wordt gebouwd. Uitgaande van gasloos bouwen bij nieuwe ontwikkelingen wordt in de Aerius Calculator geen emissie meer gerealiseerd in de gebruiksfase berekent bij gebruik van aardgas.
Voor de realisatie van woningen heeft overheid in de ‘Handreiking woningbouw en Aerius’ kengetallen bepaald die bij realisatie van enkele woningen binnen een afstand van vijf kilometer tot een Natura2000 gebied kunnen worden gehanteerd. Dit betreft de navolgende kengetallen.
Emissie woning tijdens gebruiksfase: geen.
Emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning.
Emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transportbewegingen) 3 kg NOx per woning.
4.5.1.3
Soortenbescherming
Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.
4.5.2
Toets
4.5.2.1
Gebiedsbescherming
Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern Kaatsheuvel. Direct ten noorden en ten oosten van Kaatsheuvel zijn Natura-2000 gebieden gelegen. Dit betreft het Natura-2000 gebied ‘Langstraat’ ten noorden van het plangebied, op een afstand van circa 3,3 kilometer tot het plangebied en het Natura-2000 gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’, gelegen op een afstand van circa 3,1 kilometer ten oosten van het plangebied. ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
37
Dreefseweg 27 - Toelichting
De sanering van de intensieve veehouderij in samenhang met de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning heeft per saldo een positief effect op deze natuurgebieden door intrekking van de vergunning voor het houden van de varkens en de beperking voor het houden van rundvee binnen het plangebied. Navolgende figuur geeft een beeld van ligging van het plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden in de omgeving.
Plangebied
Figuur 17: Uitsnede kaart met ligging Natura-2000 gebieden ten opzichte van het plangebied
Het plangebied is gelegen op enige afstand tot de Natura-2000 gebieden. Deze ontwikkeling heeft per saldo een positief effect op gebiedsbescherming voor flora en fauna. 4.5.2.2
Stikstofdepositie
Binnen het plangebied wordt één woning gerealiseerd. Dit heeft de tijdelijke uitstoot van stikstof in de bouwfase tot gevolg evenals verkeersbewegingen van en naar de woning in de gebruiksfase. Echter wordt binnen het plangebied een intensieve veehouderij gesaneerd en wordt het houden van rundvee beperkt. Met sanering van de varkenshouderij verdwijnt een ammoniakemissie van 1.536 kg per jaar. Deze ontwikkeling leidt niet tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar. Er is sprake van een forse afname van depositie. 4.5.2.3
Soortenbescherming
Uit flora en fauna onderzoek blijkt dat met deze herbestemming geen sprake is van de aantasting van flora en fauna waarden. Deze quickscan flora en fauna van Lomans Ecoworks d.d. 05-05-2021 met kenmerk 2111 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit rapport en de beoordeling door de gemeente zijn hierna samengevat opgenomen in deze toelichting.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
38
Dreefseweg 27 - Toelichting
“Soortenbescherming Flora In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht. Vogels Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten in gebouwen aangetroffen. De te slopen varkensstal en deel rundveestal zijn ongeschikt voor jaarrond beschermde verblijfplaatsen. In de bedrijfswoning nestelen huismussen. De bedrijfswoning blijft in de huidige vorm gehandhaafd. Ook blijft alle groen behorend tot de functionele leefomgeving van de huismus behouden. De aanvullende landschappelijke inpassing zal van positieve invloed zijn op het leefgebied van de huismussen. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten ontbreekt geschikt broedhabitat en jachtgebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten Tijdens het veldbezoek werden enkele soorten waargenomen uit deze categorie. Met de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan zullen nest- en foerageermogelijkheden voor een aantal algemene tuin- en struweelvogels toenemen. Bij de planning van de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot eind juli.
Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen. Landgebonden zoogdieren Op basis van het veldbezoek kan het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen worden uitgesloten. Binnen het plangebied en directe omgeving worden verder geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht. Vleermuizen Belangrijke vliegroutes en foerageergebied. Binnen het plangebied zijn geen aanééngesloten lijnvormige (groen) structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vast vlieg- en foerageerroute. Het plangebied vormt in de huidige situatie geschikt foerageergebied. Met de herontwikkeling zullen groenstructuren worden toegevoegd waardoor de functie als jachtgebied voor vleermuizen zal verbeteren. Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen geschikte bomen met holtes, rottingsgaten of spleten waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. Alle bo-
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
39
Dreefseweg 27 - Toelichting
men blijven behouden in het nieuwe plan. Door de constructie, de gebruikte materialen en de huidige staat van te slopen stallen, kan de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. Negatieve effecten worden niet verwacht. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen. Gezien de aangetroffen biotopen worden enkel algemene vlindersoorten verwacht in en nabij de groene tuin als atalanta, klein koolwitje en dagpauwoog. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen voor beschermde dagvlinders en voortplantingswater voor libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan worden uitgesloten. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt in de huidige situatie uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Vissen, reptielen en amfibieën Het voorkomen van beschermde vissen en reptielen kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt oppervlaktewater en specifiek landhabitat. Het is aannemelijk dat algemene amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad overwinteren in het plangebied.
Bruine kikker en gewone pad behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de algemene zorgplicht is altijd van kracht. De werkzaamheden ten behoeve van de sanering dienen te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen, om verstoring van de bij het woonhuis nestelende huismussen te voorkomen. Dit geldt ook voor de spreeuwen die nestelen onder de golfplaten van te de slopen varkensstal. Deze mag niet afgebroken worden gedurende het broedseizoen, tenzij voorafgaand aan de sloop een broedvogelcontrole plaatsvindt door een ter zake kundig ecoloog. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen. Uit gegevens van de vogelbescherming blijkt dat de populatie van spreeuwen in Nederland al jaren drastisch afneemt. In de beoogde situatie worden spreeuwenpotten en nestkasten opgehangen. Tevens wordt aanbevolen om de werkzaamheden uit te voeren gedurende de daglichtperiode om verstoring van foeragerende vleermuizen te voorkomen.
4.6
Geluid
4.6.1
Beleidskader
4.6.1.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 4.7.1.2
Industrielawaai
Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsONTWERP Crijns Rentmeesters bv
40
Dreefseweg 27 - Toelichting
gevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
4.6.2
Toets
4.6.2.1
Wegverkeerslawaai
De bestaande bedrijfswoning aan Dreefseweg 27 blijft in de huidige aard en omvang als bedrijfswoning onderdeel uitmaken van een agrarisch bedrijf. Voor deze herbestemming is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Voor realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek d.d. 22 oktober 2021 met rapportnummer 2010/175/SH-01 versie A behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. ‘Voor wegverkeerslawaai is het plan uitsluitend gelegen binnen de geluidzone van de Dreefseweg. Voor de Dreefseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 6 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet.
Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve eveneens niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woning een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tevens blijkt uit de rekenresultaten dat de woning kan beschikken over een geluidluwe noordgevel en een geluidluwe buitenruimte.
Aan deze geluidluwe gevel dient een verblijfsruimte te zijn gelegen.’ In samenhang met deze bestemmingsplanprocedure is een ontheffing hogere grenswaarde aangevraagd. Bij verlening van deze ontheffing kan een goed woon- en leefklimaat in het kader van akoestiek gewaarborgd worden.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
41
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.6.2.2
Industrielawaai
Industrielawaai binnen het plangebied Binnen het plangebied is in de huidige situatie een varkenshouderij met een rundveehouderijtak aanwezig. De varkenshouderijtak wordt gesaneerd en de rundveehouderij wordt verkleind tot binnen de bestaande bebouwing en tot een omvang van maximaal 50 stuks. Aan de voorzijde van de rundveestal wordt een niet agrarisch bedrijf met een milieucategorie 2 toegestaan binnen een omvang tot maximaal 250 m². De bedrijfsbebouwing is achter op het perceel gelegen. Een voorwaarde aan deelname aan de regeling Ruimte voor Ruimte is dat slechts de resterende bedrijfsbebouwing is toegestaan. De uitbreiding van de bebouwing is niet meer mogelijk. Hiermee kan voor het aspect industrielawaai gemotiveerd worden uitgegaan van de bestaande bebouwing. Aan de voorzijde van het perceel zijn slechts de bedrijfswoning en de ontsluiting gelegen. Deze ontsluiting is gelegen aan de westzijde van de bedrijfswoning. Het bouwvlak voor de Ruimte voor Ruimte woning is op een afstand van meer dan 50 meter tot de rundveestal gelegen. Ook zijn er geen andere woningen in de omgeving gelegen binnen een afstand van 50 meter tot de rundveestal. Hiermee is er binnen het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat voor betreft industrielawaai.
Industrielawaai vanuit de omgeving van het plangebied De bestaande bedrijfswoning aan Dreefseweg 27 blijft als bedrijfswoning onderdeel uitmaken van een agrarisch bedrijf. Voor deze herbestemming is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. In de omgeving van het plangebied is aan Dreefseweg 24-24a een geitenhouderij gelegen. Het bouwvlak voor de beoogde woning is gelegen op een afstand van tenminste 50 meter tot de bedrijfsbebouwing op deze locatie. Het bouwvlak voor deze intensieve veehouderij grenst direct aan de woonbestemming aan Dreefseweg 28. Dit woonperceel is hiermee maatgevend voor geluid vanuit dit bedrijf. Gezien de afstand van het plangebied tot dit bedrijf is er binnen het plangebied sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid vanuit dit bedrijf. Ten oosten van het plangebied is een bedrijf gelegen dat hulpmiddelen verhuurt, maar dat is bestemd als bedrijf voor opslag en werkplaats voor ambachtelijke houden vloeren. Voor realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek d.d. 1 februari 2021 met rapportnummer 2010/221/RV-01 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. ‘Ten oosten van het plangebied is aan Dreefseweg 31 een bedrijf gevestigd.
Thans wordt deze locatie gebruikt door een bedrijf dat scootmobielen en dergelijke verhuurt. De locatie is echter bestemd als bedrijf voor opslag en werkplaats voor ambachtelijke houten vloeren. Hiermee kan sprake zijn van milieucategorie 3.2. Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009 uitgebracht. In deze VNG-uitgave is een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze bedrijvenlijst geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een ‘rustige woonwijk’ c.q. ‘rustig buitengebied’. Uit-
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
42
Dreefseweg 27 - Toelichting
gaande van voornoemd houtbewerkingsbedrijf (milieucategorie 3.2) en de van toepassing zijnde gebiedstypering ‘gemengd gebied’ dient voor geluid te worden uitgegaan van een richtafstand van 50 meter. Aangezien er in de onderhavige situatie niet wordt voldaan aan deze richtafstand dient het akoestisch onderzoek enerzijds aan te tonen dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt voor een goed woon- en leefklimaat en anderzijds dat dit fictieve bedrijf niet beperkt wordt in de vergunde c.q. toegestane milieuruimte (geluidruimte) als gevolg van het onderhavig planvoornemen. In het rapport is uitgegaan van de maximale planologische invulling van de bedrijfslocatie. Uit het onderzoek kunnen vervolgens de volgende conclusies worden getrokken:
Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat zelfs bij een worst-case benadering wordt voldaan aan de geluideis van 50 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave.
Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de geluideis van 70 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave.
Gezien het bovenstaande wordt er derhalve tevens voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit en wordt onderhavig fictief bedrijf akoestisch gezien niet ingeperkt door de realisatie van het planvoornemen.
Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
In het rapport zijn de geluidniveaus tijdens de maximaal representatieve bedrijfssituatie berekend, inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde nieuwe woning een akoestisch goed woonen leefklimaat is gewaarborgd. Tevens wordt de bedrijvigheid akoestisch gezien niet belemmerd in haar functioneren zodat er akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het aspect industrielawaai zijn er derhalve geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren.’ Uit het akoestisch onderzoek blijkt er vanuit akoestiek geen bezwaren zijn voor herbestemming van het plangebied rekening houden met het bedrijf dat is gelegen aan Dreefseweg 31.
4.7
Geur
4.7.1
Inleiding
In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat de toets in het kader van geur uit twee aspecten. Ten eerste dient te worden aangetoond dat binnen het plangebied sprake is van een goed woonen leefklimaat. Ten tweede dient te worden aangetoond dat veehouderijbedrijven door de ontwikkeling niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
43
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.7.2
Beleidskader
4.7.2.1
Activiteitenbesluit
Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 4.7.2.2
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 ouE/m³ binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Het is mogelijk om middels een verordening maatwerk per gebied te bieden. Ten opzichte van dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld rundvee en paarden), dienen op grond van de wet vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom gelegen is, minimaal 50 meter te bedragen en indien het binnen de bebouwde kom is gelegen minimaal 100 meter. Binnen het plangebied is sprake van een agrarische bedrijfswoning. Op deze woning is artikel 3, tweede lid van de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing. Dit artikel luidt: ‘In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij: a.
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.’ 4.7.2.3
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting is maatgevend bij een ontwikkeling indien deze tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting betreft. 4.7.2.4
Achtergrondbelasting
Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn.
4.7.3
Toets
4.7.3.1
Voorgrondbelasting
Binnen het plangebied wordt de intensieve veehouderij gesaneerd. Hierbij is artikel 3 lid 2 uit de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing met betrekking tot de geurhinder vanuit omliggende vee-
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
44
Dreefseweg 27 - Toelichting
houderijen voor de woning die in samenhang hiermee wordt opgericht. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, waardoor ten opzichte van omliggende veehouderijen een aan te houden vaste afstand van 50 meter geldt. Ten opzichte van alle omliggende veehouderijen voldaan aan deze afstand. Binnen het plangebied blijft de rundveehouderijtak in kleinere vorm aanwezig. Door de deelname van het bedrijf aan de regeling Ruimte voor Ruimte wordt deze activiteit begrensd tot maximaal 50 stuks rundvee Hiermee is de beoogde Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. buiten de aan te houden afstand van 50 meter tot de rundveehouderij gelegen. 4.7.3.2
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting is voor het plangebied doorgerekend met behulp van het programma VStacks gebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 4 kilometer rondom het plangebied beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven binnen de gemeenten Loon op Zand, Dongen en Waalwijk ingevoerd. De invoergegevens van de veehouderijbedrijven zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (18 februari 2020). Navolgende tabel geeft de invoergegevens en berekende achtergrondbelasting voor het plangebied weer. Meteo Station:
Eindhoven
Rasterpunt linksonder
x: 126908
Rasterpunt linksonder
y: 404709
Gebied lengte
(x): 4000 m , aantal gridpunten: 50
Gebied breedte
(y): 4000 m , aantal gridpunten: 50
Berekende ruwheid
0,33
Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID
X-coor
Y-coor
Geurbelasting [OU/m³]
Bedrijfswoning zuidwest
128908
406709
9,180
Bedrijfswoning zuidoost
128924
406710
8,245
Bedrijfswoning noordoost
128923
406720
8,200
Bedrijfswoning noordwest
128908
406716
9,048
Ruimte voor Ruimtewoning noordwest
128 931 406725
10,714
Ruimte voor Ruimte woning zuidwest
128932
406709
12,766
Ruimte voor Ruimtewoning zuidoost
128949
406710
12,711
Ruimte voor Ruimte woning noordoost
128949
406727
10,531
Tabel 5: Achtergrondbelasting binnen het plangebied, na sanering van de intensieve veehouderij binnen het plangebied
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
45
Dreefseweg 27 - Toelichting
Plangebied
Figuur 18: Achtergrondbelasting voor het plangebied en omgeving na sanering van de intensieve veehouderij binnen het plangebied
Binnen het plangebied bedraagt de maximale achtergrondbelasting voor de Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. maximaal 12,8 ouE/m³. Voor de bestaande woning aan Dreefseweg 27 bedraagt de achtergrondbelasting na sanering van de intensieve veehouderij binnen het plangebied 9,1 ouE/m³. Hiermee is sprake van een redelijk goed woon- en leefklimaat voor de Ruimte voor Ruimte woning en van een matig goed woon- en leefklimaat voor de bedrijfswoning. Met deze waarden is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. 4.7.3.3
Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven
De huidige agrarische bedrijfswoning aan Dreefseweg 27 wordt herbestemd naar een bedrijfswoning bij het resterende agrarische bedrijf. De Ruimte voor Ruimte woning wordt bestemd in samenhang met het buiten werken stellen van de intensieve veehouderij binnen het plangebied. Er dient een afstand aangehouden te worden van ten minste 50 meter tot een veehouderij. De te behouden rundvee stal is gelegen op een afstand van meer dan 50 meter tot het plangebied. Het toevoegen van nieuwe bebouwing is niet toegestaan door deelname aan de regeling Ruimte voor Ruimte. Bij uitbreiding van deze bedrijven zijn andere, bestaande woningen maatgevend voor geur. Aan de aan te houden afstand wordt voldaan. Er is bovendien sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
46
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.8
Gezondheid
4.8.1
Beleidskader
4.8.1.1
Endotoxinen
De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof in Nederland, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. 4.8.1.2
Afstand tot veehouderijbedrijven wegens geur
Geur kan leiden tot (ernstige) hinder en daarmee samenhangend klachten als misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, en slaapproblemen. Voor de voorgrondgeurbelasting wordt door de GGD aangesloten bij de waarden uit bijlage 6-7 van de handreiking Wgv voor een niet-concentratie gebied omdat deze, in tegenstelling tot de wettelijke normen, op wetenschappelijke inzichten in de blootstelling-responsrelatie zijn gebaseerd. Door de GGD wordt voor de achtergrondgeurbelasting een gezondheidskundige advieswaarde gehanteerd, gebaseerd op het onderzoek van Geelen et al. Bij woonfuncties in het buitengebied hanteert de GGD als maximaal percentage geurgehinderden 20%. Voor woningen in een woonkern wordt uitgegaan van maximaal 12% geurgehinderden. Ook voormalige bedrijfswoningen/ plattelandswoningen worden door de GGD beschouwd als geurgevoelige objecten. Uitgaande van deze percentages horen hierbij de volgende waarden:
Buitengebied
Voorgrondbelasting
Achtergrondbelasting
5 OU/m³
10 OU/m³
Figuur 19: Tabel advieswaarde voor- en achtergrondbelasting veehouderij
Voor dieren waarvoor geen wettelijke geuremissiefactor is vastgesteld, wordt aangesloten bij de VNG richtlijn. Dit betekent dat minimaal een afstand van 100 meter tot een geurgevoelig object wordt gehanteerd. 4.8.1.3
Geitenhouderijen
Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoeONTWERP Crijns Rentmeesters bv
47
Dreefseweg 27 - Toelichting
lige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. 4.8.1.4
Gewasbeschermingsmiddelen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. 4.8.1.5
Geluid
Blootstelling aan geluid kan een scala aan nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. De GGD gaat in haar beoordeling van de geluidssituatie uit van de volgende gezondheidskundige advieswaarden voor geluidniveaus:
Maximaal geluidniveau van 50 dB Lden op de hoogst belaste gevel voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven, ter bescherming van de gezondheid.
Maximaal 40 dB Lnight op de hoogst belaste gevel voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven gedurende de nacht om slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen.
Wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen niet afdoende zijn om onder de genoemde waarde te komen, wordt geadviseerd te kijken naar het niveau binnen: maximale binnenwaarde 33 dB Lden.
4.8.2
Toets
4.8.2.1
Endotoxinen
Varkenshouderijen Voor varkenshouderijen worden de bedrijven binnen een afstand van 250 meter tot het plangebied beschouwd. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van een varkenshouderij binnen een afstand van 250 meter tot het plangebied. Pluimveehouderijen Voor pluimveehouderijen worden de bedrijven binnen een afstand van 1 kilometer tot het plangebied beschouwd. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van een pluimveehouderij binnen een afstand van 1 kilometer tot het plangebied. 4.8.2.2
Veehouderij met een vaste afstand
De maximale achtergrondbelasting voor de Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. bedraagt maximaal 7,7 ou/m³. Voor de bestaande woning aan Dreefseweg 27 is de achtergrondbelasting na sanering van de intensieve veehouderij binnen het plangebied 9,1 ou/m². Voldaan wordt aan de aan te houden advieswaarden.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
48
Dreefseweg 27 - Toelichting
Gezien de afstanden van veehouderijbedrijven in de omgeving tot het plangebied is voor het plangebied ook de voorgrondbelasting van het bedrijf aan Dreefseweg 22 van belang. Binnen het plangebied is sprake van overschrijding van de waarde van de voorgrondbelasting van dit bedrijf. De maximale voorgrondbelasting van dit bedrijf tot de bedrijfswoning aan Dreefseweg 27 bedraagt 15,2. De maximale voorgrondbelasting op de Ruimte voor Ruimte woning bedraagt 14,9. De toevoeging van de woning vindt echter plaats in samenhang met het buiten werking stellen van de veehouderij binnen het plangebied. Het is volgens de wetgever een bewuste keuze om bij dit soort ontwikkelingen voor de voorgrondbelasting slechts een vaste afstand te hanteren in plaats van te toetsen aan de kaders voor de voorgrondbelasting. Binnen het plangebied is derhalve sprake van strijdigheid met de advies waarden van de GGD, maar in afwijking van deze richtlijn van de GGD wordt de beoogde woning binnen het plangebied toegestaan. Door de bedrijfsbeëindiging van de intensieve veehouderij binnen het plangebied neemt de emissie van geur en fijnstof voor de omgeving af. Dit is positief gezien vanuit gezondheid. Dit aspect weegt zwaarder dan overschrijding van de voorgrondbelasting boven de advieswaarde van de GGD, waarbij nadrukkelijk wel voldaan wordt aan de wettelijke voorwaarden voor de voorgrondbelasting.
De beoogde Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. ligt op meer dan 50 meter van de resterende rundveehouderijtak aan Dreefseweg 27. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke afstand. De rundveehouderij is gelegen binnen de afstand die door de GGD wordt gehanteerd als wettelijke advieswaarde. De woning binnen het plangebied wordt gerealiseerd in samenhang met sanering van de intensieve veehouderij en het verankeren van de rundveetak aan Dreefseweg 27 tot een omvang van 50 stuks. Met een afstand van meer dan 50 meter tot de rundveehouderij met een omvang van maximaal 50 stuks wordt gemotiveerd afgeweken van de richtlijnafstand. Er is met het geringe aantal van 50 stuks, waarbij geen sprake meer kan zijn van uitbreiding van dit aantal, sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.8.2.3
Geitenhouderijen
Binnen de gemeenten Loon op Zand en Dongen zijn diverse geitenhouderijen gelegen. Eén geitenbedrijf is gelegen op een afstand tot twee kilometer tot het plangebied. Dit is weergegeven in navolgende tabel. Locatie
Aantal
Afstand tot woning
Afstand tot Ruimte
Afstand tot dichtstbij het bedrijf
geiten
Dreefseweg 27
voor Ruimte
gelegen burgerwoning
woning Dreefseweg 22
1.676
57 meter
59 meter
47 meter, Dreefseweg 28
Tabel 4: Beeld van locaties waar geiten gehouden kunnen in een afstand van twee kilometer tot het plangebied
Deze herbestemming ziet toe op toevoeging van één woning binnen een bebouwingsconcentratie in samenhang met sanering van een intensieve veehouderij. Tussen deze woning en de geitenhouderij is reeds een ander bestaand gevoelige objecten gelegen. Het belang van realisatie van deze woning in samenhang met de sanering van de intensieve veehouderij binnen het plangebied en de ligging van deze woning tot de geitenhouderijen in de omgeving is afgewogen en beoordeeld. Het is mogelijk om
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
49
Dreefseweg 27 - Toelichting
binnen de afstand van twee kilometer een gevoelig object toe te voegen. De GGD adviseert nadrukkelijk om toekomstige bewoners dan te wijzen op eventuele gezondheidsrisico’s. 4.8.2.4
Gewasbeschermingsmiddelen
In de omgeving van het plangebied zijn gronden gelegen waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan worden toegepast. Daarom is het van belang hier in het ruimtelijk spoor een goede afweging in te maken. In de nabijheid van het plangebied is in de huidige situatie geen sprake van teelt van gewassen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Dit is in de toekomst naar verwachting ook niet het geval. Aan de locatie aan Dreefseweg 27 resteert een grondgebonden veebedrijf. De gronden bij dit bedrijf en gelegen op een afstand van 50 meter rondom de bedrijfswoning zijn nodig voor hooien van het land bij dit bedrijf. Er is geen sprake van teelt op deze gronden met gewassen waarvoor gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Ten oosten en ten westen van het plangebied zijn daarbij voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige bestemmingen gelegen. Bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dient het Activiteitenbesluit in acht te worden genomen. Toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen leidt tot een onacceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van deze functies en is dan ook niet aan de orde. Dit aspect vormt geen belemmering bij deze herbestemming. 4.8.2.5
Geluid
De beoogde woning binnen het plangebied is niet gelegen binnen een afstand van 50 meter van een drukke doorgaande weg (Dreefseweg heeft een etmaalintensiteit van 5800 mvt, bron akoestisch onderzoek) of binnen 300 meter van een snelweg, hetgeen vanuit gezondheid bezien positief is (bron akoestisch onderzoek). Dit is gunstig in het kader van het beperken van de blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen afkomstig van verkeer. De geluidsbelasting op de gevel van de te bouwen woning ligt boven de gezondheidskundige advieswaarde van de GGD. Maatregelen om de geluidsbelasting terug te dringen worden geadviseerd. Voldaan wordt aan het binnenniveau van 33 dB op basis van het Bouwbesluit. Hiermee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat geluid ook beneden de normen tot hinder kan leiden, is communicatie met bewoners en het adequaat oppakken van klachten belangrijk.
4.9
Bedrijven en milieuzonering
4.9.1
Beleidskader
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Deze richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van een bedrijfsbestemming en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
50
Dreefseweg 27 - Toelichting
4.9.2
Toets
4.9.2.1
Inleiding
In de omgeving van het plangebied zijn diverse woningen en agrarische- en niet-agrarische bedrijven gelegen. Het plangebied kan getypeerd worden als gelegen in een ‘gemengd gebied’. Het gaat in een gemengd gebied om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in een gemengd gebied, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. In de omgeving van het plangebied zijn binnen de bebouwingsconcentratie, naast woonbestemmingen een aantal bedrijfsbestemmingen aanwezig. Ook binnen het plangebied is sprake van de uitvoering van een agrarisch bedrijf met een niet-agrarische nevenactiviteit. 4.9.2.2
Bedrijven in de omgeving
Agrarische bedrijven In de omgeving van het plangebied zijn een aantal agrarische bedrijven gelegen. Deze bedrijven zijn omschreven in de paragraaf betreffende toets aan geurhinder en gezondheid. In het kader van bedrijven en milieuzonering geldt dat geur de maatgevende factor is voor wat betreft toets van deze bedrijvigheid voor geur, geluid, fijnstof en veiligheid. Echter dient ook het aspect geluid te worden beoordeeld in het kader van bedrijven en milieuzonering. Er wordt voldaan aan een afstand van 50 meter van de (beoogde) woningen binnen het plangebied tot aan bedrijfsgebouwen voor de agrarische bedrijfsvoering. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect bedrijven en milieuzonering. Dreefseweg 31 Aan Dreefseweg 31, ten oosten van het plangebied is een bedrijf gelegen dat hulpmiddelen verhuurd, maar dit bedrijf is bestemd als een bedrijf voor opslag en werkplaats voor ambachtelijke houden vloeren. Voor bedrijven en milieuzonering is geluid hierbij de maatgevende factor. Voor realisatie van de Ruimte voor Ruimte woning aan Dreefseweg ong. is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek d.d. 1 februari 2021 met rapportnummer 2010/221/RV-01 behoort als bijlage bij deze toelichting. Uit dit onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor geluid.
De richtlijnafstanden voor gevaar, fijnstof en geur worden niet overschreden met deze herbestemming. Voor deze aspecten geldt binnen een gemengd gebied een aan te houden richtlijnafstand van 10 meter. Dreefseweg 19 Aan Dreefseweg 19, ten westen van het plangebied is een hoveniersbedrijf gelegen, maar dit bedrijf is bestemd als een bedrijf voor schoenhandel. Dit betreffen beide bedrijven met een maximale bedrijfscategorie 2, waarmee binnen een gemengd gebied een aan te houden richtlijnafstand van 10 meter geldt. De (beoogde) woningen binnen het plangebied zijn ruim buiten deze afstand gelegen. Heuvelstraat 12 Aan Heuvelstraat 12, ten noordoosten van het plangebied is een autosloperij gelegen. Deze autosloperij is begrensd met een maximaal toegestaan bebouwingsoppervlak van 240 m2. Rondom deze ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
51
Dreefseweg 27 - Toelichting
sloperij zijn aansluitend hieraan diverse woonbestemmingen gelegen. De autosloperij is gelegen op een afstand van 180 meter tot de (beoogde) woningen binnen het plangebied. De autosloperij valt in milieucategorie 3.2 en heeft een richtafstand van 100 meter. Met een afstand van 180 meter van deze (beoogde) woningen is er sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. 4.9.2.3
Bedrijf binnen het plangebied
Na de sanering van de intensieve veehouderij binnen het plangebied resteert een rundveehouderij van beperkte omvang binnen bestaande bebouwing. Een voorwaarde voor deelname aan de regeling Ruimte voor Ruimte is dat geen nieuwe bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht. De woning aan Dreefseweg 27 blijft de bedrijfswoning binnen het plangebied. De Ruimte voor Ruimte woning is gelegen op een afstand van meer dan 50 meter tot rundveehouderij. De aspecten geur en geluid zijn maatgevend bij deze herbestemming. In de geur- en geluidsparagraaf is toegelicht dat aan de voorwaarden voor geur en geluid wordt voldaan voor zowel de bedrijfswoning als de Ruimte voor Ruimte woning. Bebouwing en gebruik mag niet worden uitgebreid. De huidige situatie is de planologische maximale situatie. Voldaan wordt aan de richtlijn bedrijven en milieuzonering. Naast de rundveehouderij is sprake van een bedrijf in de milieucategorie 2 als nevenactiviteit binnen bestaande bebouwing. Hiervoor geldt binnen gemengd gebied een richtlijnafstand van 10 meter. Ook hiervoor geldt dat geen bedrijfsbebouwing mag worden toegevoegd. Dit bedrijf wordt ondergeschikt aan de rundveehouderij uitgevoerd en behoort bij de inrichting. Hiermee is deze activiteit niet gevoelig voor geur, gevaar, stof en geluid vanuit de eigen inrichting ten opzichte van de bedrijfswoning en is het Activiteitenbesluit maatgevend.
Ook ten opzichte van de beoogde Ruimte voor Ruimte woning wordt voldaan aan deze aan te houden afstand van de toe te voegen woning tot alle bedrijfsactiviteiten. Er wordt voldaan aan de richtlijnafstanden voor bedrijven en milieuzonering.
4.10 Externe veiligheid 4.10.1
Beleidskader
4.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: