13-10-2022 Bijlage 2. Toelichting bestemmingsplan 'Bernsehoef 1 Kaatsheuvel' met bijlagen.pdf
Tekst van het document
IW * *Agron advies Bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel Toelichting NLIMR0.0809.BPBERNSEH0EF1-VA01
Plangebied Bernsehoef 1, Kaatsheuvel Omschrijving project Wijziging agrarische bestemming naar bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie’ ten behoeve van vestiging recreatief bedrijf Projectnummer: BR0E02.R001 Datum en versie rapportage: 29 augustus 2022, versie 09 Opdrachtnemer Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Inhoudsopgave 1.
Inleiding..................................................................................................................................................... 1 1.1 Algemeen..........................................................................................................................................1 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................ 1 1.3 Opbouw bestemmingsplan.............................................................................................................. 2
2.
Omschrijving plan......................................................................................................................................3 2.1 Bestaande situatie........................................................................................................................... 3 2.2 Gewenste situatie.............................................................................................................................4
3.
Beleid........................................................................................................................................................ 6 3.1 Rijksbeleid.........................................................................................................................................6 3.2 Provinciaal beleid............................................................................................................................. 7 3.3 Regionaal beleid.............................................................................................................................13 3.4 Gemeentelijk beleid........................................................................................................................14
4.
Ruimtelijke aspecten.............................................................................................................................. 17 4.1 Natuur............................................................................................................................................ 17 4.2 Landschappelijke inpassing........................................................................................................... 20 4.3 Cultuurhistorische en archeologische waarden............................................................................ 23 4.4 Ontsluiting, verkeer en parkeren................................................................................................... 25
5.
Milieuaspecten....................................................................................................................................... 27 5.1 M.e.r.-beoordeling...........................................................................................................................27 5.2 Bodem............................................................................................................................................ 27 5.3 Geurhinder en veehouderij............................................................................................................ 28 5.4 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................... 31 5.5 Geluid.............................................................................................................................................34 5.6 Luchtkwaliteit................................................................................................................................. 35 5.7 Externe veiligheid...........................................................................................................................36 5.8 Volksgezondheid............................................................................................................................ 40
6.
Waterpa ragraaf...................................................................................................................................... 44 6.1 Watertoets...................................................................................................................................... 44 6.2 Beleid.............................................................................................................................................44 6.3 Oppervlaktewater...........................................................................................................................45 6.4 Grondwater.................................................................................................................................... 46 6.5 Omgang met hemelwater en afvalwater........................................................................................46
7.
Uitvoerbaarheid...................................................................................................................................... 48 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid................................................................................................ 48 7.2 Economische uitvoerbaarheid....................................................................................................... 49
8.
Juridische verantwoording...................................................................................................................... 50 8.1 Algemene opzet............................................................................................................................. 50 8.2 Toelichting op de verbeelding........................................................................................................ 50 8.3 Toelichting op de regels................................................................................................................. 50
Bijlagen 1) Situatietekening beoogde situatie 2) Berekeningen stikstofdepositie Aerius Calculator
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
3) 4) 5) 6) 7) 8)
Landschappelijk inpassingsplan Rapportage verkennend bodemonderzoek Invoergegevens en resultaten berekeningen V Stacks Gebied Standaardadvies externe veiligheid Rapportage spuitzoneringsonderzoek Nota van zienswijzen
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
1.
Inleiding
1.1
Algemeen
Op de locatie Bernsehoef 1 te Kaatsheuvel (hierna: het plangebied) is een (voormalige) vleeskuikenhouderij gevestigd. De vergunning voor het volledige veebestand is in 2005 ingetrokken. Op het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Geconsolideerd’ van de gemeente Loon op Zand van toepassing. Het perceel heeft hierin de enkelbestemming 'Agrarisch’ met een bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’. De initiatiefnemer is voornemens een recreatief bedrijf te starten met een tiental recreatieappartementen en een kleinschalig kampeerterrein. Hiertoe dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie’. De ontwikkeling is in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan. Derhalve dienteen bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. Deze rapportage vormt de toelichting voor bovengenoemde bestemmingsplanprocedure. Hierin wordt ingegaan op de relatie met het geldende bestemmingsplan en zullen andere aspecten, die verband hebben met het realiseren van het plan, zoals economische uitvoerbaarheid, ruimtelijke effecten van het project op de omgevingen milieuaspecten, besproken worden.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand, op een afstand van circa 900 meter ten zuiden van de kern Kaatsheuvel. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan de weg Bernsehoef met direct ten oosten daarvan het vakantiepark Efteling Bosrijk. De weg Bernsehoef vormt ook de zuidgrens van het plangebied, waar direct ten zuiden daarvan de golfbaan van de Efteling is gelegen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de woonbestemming Bernsehoef la. Aan de westzijde van het plangebied liggen landbouwgronden. De percelen waaruit het bouwvlak bestaat staan kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie G, nummer 2460 en sectie I, nummer 2517 (gedeeltelijk). Op circa 1,6 kilometer ten oosten van het plangebied ligt 'Nationaal park De Loonse en Drunense Duinen’, een ruim 3.500 hectare groot natuurgebied. Dit bestaat enerzijds grotendeels uit een afwisseling van droge zandverstuivingen en naaldbos en anderzijds uit de uítgestrekte beekdalzone van de Zandleij. De volgende figuren geven de ligging van het plangebied weer.
1
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
ÿmm Efteling Kern Kaatsheuvel
Plangebied
ÌEfte/iñì Manege De Kegelaer
^ĵl^Berneh'
JļÇiűiŢgaloŵpi I nn Dnm ‘Eftėļing Bosrijk I
.Golfterrein iŕtelįng
Bosrijk Golfterrein ' ..Eţteliri^1
Duiksehoef
Moersche]
SwTţ
HooisPj
Įaneġe-
Golfterrein Efteling
/Ŵildwişs
De Slomrìier
Figuur 1: Topografische ligging plangebied
Vit C?'
r '' Plangebied
Figuur 2: Luchtfoto plangebied
1.3
Opbouw bestemmingsplan
Het voorliggend bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de ontwikkeling. Het bestemmingsplan is vervat in een verbeeldingen regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan; de toelichting is van belang als beleidsdocument.
2
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
2.
Omschrijving plan
2.1
Bestaande situatie
Binnen het plangebied is een (voormalige) vleeskuikenhouderij gevestigd. De vergunning voor het volledige veebestand is in 2005 ingetrokken. Op het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Geconsolideerd’ van de gemeente Loon op Zand van toepassing. Het perceel heeft hierin de enkelbestemming 'Agrarisch’ met een bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 1,0 hectare. Binnen het plangebied is de volgende bebouwing aanwezig: » Bedrijfswoning; » Pluimveestal: circa 1.450 m2. De volgende figuren geven een beeld van de huidige situatie. B Pluimveestal
Plangebied
CUÉ.*
U’. -5
-'.•uv.’ Ai"
Bedrijfswoning
Figuur 3: Situatieschets bestaande situatie
3
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Figuur 4: Impressie bestaande situatie
2.2
Gewenste situatie
De initiatiefnemer is voornemens een recreatief bedrijf te starten met een tiental recreatieappartementen en een kleinschalig kampeerterrein. Het voornemen is om de bestaande voormalige pluimveestal te verbouwen tot 10 vakantieappartementen. Daarnaast wordt de huidige tuin ten noorden van de bedrijfswoning ingericht als kleinschalig kampeerterrein met acht standplaatsen. Bij de kleinschalige camping worden verschillende voorzieningen gerealiseerd, die in de voormalige pluimveestal worden geïntegreerd, zoals een receptie, een sanitairruimte en een campingwinkeltje. Bij de receptie komt een kleinschalig terras (circa 60 m2) meteen aan de camping en vakantieappartementen ondergeschikte functie; dit terras is niet bedoeld voor het ontvangen van derden. Daarnaast wordt voor de bezoekers een speeltuin/sportveldje gerealiseerd. Op het terrein worden 32 parkeerplaatsen aangebracht die in de parkeerbehoefte moeten voorzien. Hiervan zijn er acht gelegen bij de kampeerstandplaatsen. De volgende figuur betreft de situatietekening van de beoogde situatie (zie ook bijlage)
4
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
„^«■’“üİ.'ïïïSSk SS»»* ĩfxňa#****' htíIUO*****1
Sanitairruimte LiJWUÏ^
Kleinschalig kampeerterrein standplaatsen)
Speeltuin/ sportveld
Fŕ-
ŗjj-îT *M
10 vakantieappartementen
Bedrijfswoning řBrt«tMC»l*5l
Kleinschalig terras
■■V"
Campingwinkel/ receptie
NIEUWE SITUATIE
MXZÇXTV***
Figuur 5: Impressie beoogde situatie
De omgeving kent een groot aanbod aan recreatieve en toeristische voorzieningen, zoals de Efteling en de Loonse en Drunense Duinen. Het is een aantrekkelijk gebied om langere periode te verblijven. Onderhavig initiatief vormt dan ook een passende functie binnen dit gebied. Om het initiatief mogelijk te maken dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie’. Hierbij wordt het bouwvlak verkleind tot 0,67 hectare. Binnen de bestemming wordt een maatvoeringsaanduiding opgenomen voor het maximum bebouwde oppervlakte aan bedrijfsbebouwingen en overkappingen (1.100 m2). Daarnaast wordt een tweetal functieaanduidingen opgenomen die de vakantieappartementen en kleinschalig kamperen mogelijk maken ('specifieke vorm van recreatie - vakantieappartementen’ en 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen’). De ontwikkeling is in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen. 5
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
3.
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Deze visie vervangt een aantal nationale nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke beleid en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd: » De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken (door het creëren van een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat); » De bereikbaarheid verbeteren; » Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Onderhavige ontwikkeling draagt met dit initiatief onder andere bij aan de zorg voor een leefbare omgeving. Verder is in de SVIR geen specifiek beleid opgenomen voor onderhavige ontwikkeling. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afwegingen transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke 'treden' en het vervangen van het begrip 'actuele regionale behoefte’ door 'behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. In de Nota van Toelichting bij het besluit wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Ook bij een substantiële functiewijziging dient aan de ladder te worden getoetst.
Bij een ontwikkeling dient dan ook te worden beoordeeld of deze substantieel is. Onderhavig plan ziet op een functiewijziging, maar wordt niet beschouwd als substantieel, aangezien geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd en bebouwingsmogelijkheden worden ingeperkt (bouwperceel wordt verkleind). De ontwikkeling wordt dan ook niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder kan dan ook buiten beschouwing blijven.
6
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant ('De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgevingen bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende járen (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening.
Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden. Onderhavige ontwikkeling is zeer kleinschalig van aard en omvang. De Omgevingsvisie bevat geen specifieke regels voor de ontwikkeling. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, vooruitlopend op de Omgevingswet. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Het plangebied is gelegen binnen 'landelijk gebied’, 'gemengd landelijk gebied’ en’verstedelijking afweegbaar’ (zie volgende figuur). .
.t'v ’ Plangebied
—
Landelijkgebied \\
Gemengd landelijkgebied
Figuur 6: Uitsnede kaart ‘Instruotieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
7
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Plangebied — Verstedelijking afweegbaar
Figuur 7: Uitsnede kaart ‘Instruotieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Tevens is het plangebied gelegen binnen een zone waar de algemene en rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen, voor mestbewerkingen stalderingsgebied van toepassing zijn. Echter, de beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling van een veehouderij (juist een beëindiging ervan), waardoor de bijbehorende regels niet van toepassing zijn. De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: » Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; » Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; » Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap; » Artikel 3.16 Externe werking natuur netwerk brabant; » Artikel 3.43 Verstedelijking afweegbaar; » Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied; » Artikel 3.75 Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening; » Artikel 3.76 Afwijkende regels omvang vrije-tijds voorziening. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied.
De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenaderingen meerwaardecreatie. Onderhavig plan ziet op de herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie in een recreatief bedrijf; de agrarische bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie”. Het betreft een in het buitengebied passende functie. De ontwikkeling draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit door een zorgvuldige landschappelijke inpassing, waarin de bestaande groenelementen worden geïntegreerd. Daarnaast wordt de bestaande voormalige agrarische bebouwing hergebruikt.
8
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel.
Het is niet wenselijk dat overal los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Ten aanzien van de wijziging van de agrarische bestemming in een recreatieve bestemming wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel. De ontwikkeling heeft een afname van de oppervlakte bouwperceel tot gevolg (van 1,0 hectare naar 0,67 hectare). De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt hergebruikt voor de realisatie van de vakantieappartementen. Er wordt geen extra oppervlakte bebouwing opgericht. Het plan draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Door de functiewijziging (en daarmee de sanering van een veehouderijlocatie) worden de mogelijkheden om een veehouderij te herstarten teniet gedaan, waardoor sprake is van een netto afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen (zoals ammoniak, fijn stof en geur). De locatie wordt op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is.
Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking.
Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten.
9
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feítelijk geborgd te worden in het plan. Het provinciaal beleid ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap is vertaald in regionaal beleid. Op 26 november 2015 zijn door de regio Hart van Brabant, waar de gemeente Loon op Zand onder valt, ‘Werkafspraken voor de kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2016’ vastgesteld. Hierin worden ontwikkelingen in drie verschillende categorieën omschreven. Categorie 1 wordt omschreven als een ontwikkeling met zeer beperkte invloed op haar omgeving. Categorie 2 omvat ontwikkelingen die beperkte invloed hebben op het landschap; hiervoor is alleen een goede landschappelijke inpassing vereist.
Categorie 3 bevat ontwikkelingen die in hoge mate invloed hebben op het landschap, waarvoor naast een landschappelijke inpassing ook een extra ruimtelijke kwaliteitsverbetering is vereist Met behulp van de matrix uit de ‘Werkafspraken voor de kwaliteitsverbetering‘ is bepaald dat beoogd initiatief valt onder categorie 2: buiten bestemmingsplan, binnen bouwvlak/bestemming, gebiedseigen, inbreuk op landschap. Op de locatie Bernsehoef 1 is reeds sprake van een bestaande robuuste erfbeplantinġ die wordt aangevuld en verbeterd (op advies van de landschapsadviseur). Daarnaast betreft het een kleinschalige ontwikkeling met een beperkte ruimtelijke impact op de omgeving en het landschap, die voor het grootste gedeelte passend is binnen de randvoorwaarden voor toepassen van de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied - Geconsolideerd’ (artikel 3.7.10 wijziging naar recreatieve voorzieningen). Aan de landschappelijke inpassing worden geen kwantitatieve normen gekoppeld waaraan voldaan moet worden, maar worden enkele kwalitatieve eisen opgesteld. De locatie wordt verder landschappelijk ingepast, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de bestaande groenelementen die rondom de locatie reeds aanwezig zijn. Deze ontwikkeling past binnen het karakter van de omgeving en binnen het eigen landelijk gebied.
Het accent wordt hierbij gelegd op een goede landschappelijke inpassing waarbij de situatie past binnen de ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten. Het plan draagt bij aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Juridische en feiteliike verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt juridisch vastgelegd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan die de aanleg, instandhouding en beheer van de beplanting borgt. Daarmee is ook de feítelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd. Externe werking natuur netwerk brabant In artikel 3.16 zijn regels opgenomen ten aanzien van de externe werking van ontwikkelingen in de directe omgeving van Natuur Netwerk Brabant (NNB). Ook wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten het NNB kan dit aantasting geven van de ecologische waarden binnen het NNB. Dit is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding. In paragraaf 4.1.1 wordt onderbouwd dat geen sprake is van negatieve effecten op gebieden behorend bij NNB als gevolg van licht- en geluiduitstraling (betreding is hier sowieso niet aan de orde). Er is dan ook geen sprake van een externe werking op deze gebieden vanuit de ontwikkeling.
10
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In artikel 3.43 zijn regels opgenomen ten aanzien van de zone Verstedelijking afweegbaar’ (voorheen 'Zoekgebied verstedelijking’ en 'Integratie stad-land’. Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in 'Stedelijk gebied’ onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied 'Verstedelijking afweegbaar’ wordt gerealiseerd (nieuwvestiging). Deze regels zijn echter niet van toepassing, aangezien het bij onderhavige ontwikkeling niet gaat om een nieuwvestiging van een stedelijke ontwikkeling. Vestigng niet-agrarische functie in landelijk gebied In het landelijk gebied gelden regels ten aanzien van de vestigng van niet-agrarische functies op een bestaand bouwperceel (artikel 3.73). Onderhavige ontwikkeling ziet op de vestigng van een verblijfsrecreatief bedrijf in landelijk gebied. Onderstaand wordt getoetst aan de verschillende voorwaarden. 1) Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestigng van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.
een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Het gebied ten zuiden van Kaatsheuvel maakt onderdeel uit aan de regionale visie voor het gebied (Landschapspark Pauwels). Deze visie geeft richting aan de mogelijkheden en functies die binnen dit gebied gewenst zijn. Hier past de wijziging van een agrarische functie in een recreatieve functie oftewel herontwikkeling van VAB-locaties, goed binnen. In het vigerend bestemmingsplan zijn tevens mogelijkheden opgenomen om de agrarische bestemming om te zetten naar een bestemming waarbinnen niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, waaronder recreatieve activiteiten, kunnen plaatsvinden. 2.
welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; Het hergebruik van de voormalige agrarische bedrijfslocatie voorkomt verloedering en leegstand, bevordert de leefbaarheid van het buitengebied en houdt deze in stand. De ruimtelijke en milieuaspecten komen in de volgende hoofdstukken aan bod.
3.
hoe de vestiging bijdraag: aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Er vindt een kwaliteitsslag plaats voor het landschap door de beëindiging van een intensieve veehouderij en de mogelijkheden hier een nieuwe veehouderij op te starten. Daarnaast draagt het hergebruik van de voormalige agrarische bebouwing, het versterken van de bestaande landschappelijke inpassing en het onderhoud van de beplanting rondom de locatie bij aan de omgevingskwaliteit
b.
er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel.
c.
overtollige bebouwing wordt gesloopt; Van de totale oppervlakte aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (1.450 m2) wordt maximaal 1.100 m2 hergebruikt. De overige oppervlakte (350 m2) wordt gesloopt.
d.
de vestigng heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. De vestiging heeft geen betrekking op bovenstaande voorzieningen.
11
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
2)
3)
Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. overeen bij de omgeving passende omvangen publieksaantrekkende werking; De verkeersaantrekkende werking wordt in paragraaf 4.4 verantwoord. b.
welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd welke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan.
c.
dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Er is geen sprake van opslag en stalling van materiaal en materieel.
d.
dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Binnen de nieuwe recreatiebestemming kan de initiatiefnemer de gewenste activiteiten ontplooien. Naar de toekomst toe geeft deze oppervlakte voldoende ontwikkelingsmogelijkheden voor de recreatieve bedrijfsactiviteiten.
Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De te vestigen recreatieve bedrijfsactiviteiten zijn activiteiten die qua aard en omvang goed passen in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand. Het bekijken van mogelijkheden voor vestiging op een bedrijventerrein is hier niet aan de orde. b.
een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m2; Er is sprake van een campingwinkel in de beoogde situatie (circa 65 m2)geschikte detailhandelsvoorziening die ten dienste staat van het recreatief bedrijf.
c.
een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De omvang van het bouwperceel bedraagt circa 0,67 hectare.
Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening Voor voorzieningen voor verblijfsrecreatie zijn in artikel 3.75 aanvullende regels opgenomen. Voor verblijfsrecreatie is het belangrijk dat permanente bewoning wordt voorkomen en dat is geborgd dat het terrein bedrijfsmatig worden beheerd. De nieuwe verblijfsrecreatieve voorzieningen worden niet permanent bewoond en worden door de initiatiefnemer bedrijfsmatig beheerd. Afwijkende regels omvang vrije-tijds voorziening In artikel 3.76 zijn afwijkende regels opgenomen voor de omvang van een vrije-tijdsvoorziening. Aangezien de oppervlakte van het bouwperceel van het nieuwe recreatieve bedrijf minder dan 1 hectare bedraagt, zijn deze aanvullende regels niet van toepassing. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
12
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Landschapspark Pauwels
De stad Tilburg wil middels een drietal stadsregionale parken de groene verbinding tussen de stad en het natuurrijke buitengebied versterken. Eén van de drie parken is het Stadsregionaal park Noord oftewel Landschapspark Pauwels In de Omgevingsvisie Tilburg 2040 (september 2015) wordt de ambitie uitgesproken om van het Stadsregionaal park Noord een postmodern 21e-eeuws experimenteerpark te maken, waar een combinatie van industriecultuur en landschap samen komen. Het landschap van de stadsrand ten noorden van Tilburg is nu een wat vergeten en nauwelijks gewaardeerd gebied. Om deze kern heen liggen ook prachtige en waardevolle gebieden zoals het Noorderbos, de Brand, een prachtig vennengebied, de Loonse en Drunense duinen, de natuurgebieden Huis ter Heide en Lobelia, de nog herkenbare patronen en relicten van de voormalige vloeivelden. De ondernemers in het agrarisch gebied ten oosten van het Noorderbos zijn pioniers voor de verbrede landbouwsector. De volgende figuur toont de begrenzing van het landschapspark.
Plangebied
'4K*É
' -.L .
- ý'
Figuur 8: Uitsnede kaart begrenzing stadsregionaal park: Landschapspark Pauwels
De ambities uit de Omgevingsvisie van Tilburg heeft verder gestalte gekregen in Verborgen Schatten, Manifest Landschapspark Pauwels’. In het manifest worden partijen geënthousiasmeerd om de komende 10 jaar (2016-2026) samen te bouwen aan een landschapspark met ruimte om: 'innovatief te ondernemen’: » nieuwe mogelijkheden te ontplooien voor verbrede landbouw en (verblijfs-)recreatie; » topnatuur te ontwikkelen; » biodiversiteit te vergroten; » slim en innovatief water te beheren; » een hoogwaardig en 'beleefbaar’, goed toegankelijk gebied te ontwikkelen waarmee de recreatiedruk op De Loonse en Drunense Duinen wordt verlicht; » natuur en landschap duurzaam in balans te brengen; » goede, infrastructurele voorzieningen te realiseren die de stad Tilburg naadloos verbindt met alle iconen en het platteland. Het toekomstbeeld van Landschapspark Pauwels is een rijk gelaagd landschap waarin vooralle mensen iets te beleven is. De gemiddelde bezoeker ervaart een mooi landschap met gezellige plekken, terwijl ook de mensen die het gebied goed kennen, aan hun trekken komen door de wat meer verborgen plekjes.
13
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Onderhavig initiatief sluit met de missie en doelstellingen goed aan op de koers voor het gebied. Met het plan worden nieuwe mogelijkheden ontplooid voor (verblijfs)recreatie. De beoogde activiteiten leveren met name een bijdrage aan de recreatieve mogelijkheden in het gebied en aan de versterking van het landschap.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie
Op 8 maart 2018 is de structuurvisie 'Loon op Zand 2030 - le herziening’ vastgesteld. In de structuurvisie ligt de missie vast voor de (middel)lange termijn. In de structuurvisie wordt het grondgebied in verschillende zones onderverdeeld. Het plangebied is gelegen in de zones 'Woongebied - lint’ en 'Halfopen cultuurlandschap’ (zie volgende figuur).
Plangebied
woongebied - lint
het halfopen cultuurlandschap
Figuur 9: Uitsnede struotuurvisiekaart Gemeente Loon op Zand
Karakteristiek in de gemeente Loon op Zand zijn de bebouwingslinten die doorlopen tot in het centrum van de dorpen. Er is altijd een samenhang aanwezig tussen het lint en het achterliggende landschap. Daarmee zijn de linten ook in het buitengebied de identiteitsdragers van het landschap. Nieuwe ontwikkelingen in de linten zijn in principe toegestaan omdat ze kunnen bijdragen aan de stedelijke respectievelijk plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. Het fraaie halfopen cultuurlandschap met onder andere oude bouwlanden, weides, bosschages, houtwallen en bomenlanen in dit deelgebied is van groot belangvoor de natuur en de aantrekkelijkheid van het gebied. In dit landschap wordt ingezet op behoud en versterking van de kleinschaligheid en de hoge natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Hier wordt ruimte geboden aan kleinschalige, recreatieve ontwikkelingen mits de landschappelijke en/of ecologische waarden van het gebied behouden blijven of versterkt worden. Het gebied ten zuiden van Kaatsheuvel wordt daarbij vormgegeven als leisure landschap', dat ook voor de inwoners van Kaatsheuvel van waarde is als recreatief uitloopgebied. In de uitloop hiervan ligt de Bernsehoef 1.
Onderhavig initiatief betreft een kleinschalige, recreatieve ontwikkeling waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het behoud en versterking van de landschappelijke en/of ecologische waarden van het gebied (zorgvuldige landschappelijke inpassing). De ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.
14
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
3.4.2
Horecavisie Loon op Zand
Voor de gehele gemeente Loon op Zand is een integrale horecavisie opgesteld. Dit visiedocument dient een kader aan te geven waarbinnen de gemeente kan omgaan met de vestiging van nieuwe en uitbreiding van bestaande horeca binnen de gemeente. Horecabedrijven hebben immers een belangrijke rol binnen de leefgemeenschap en zijn een belangrijke bron van werkgelegenheid binnen de gemeente. Uitgangspunt in deze visie is dat de gemeentelijke overheid niet alles middels deze visie wil 'dichtspijkeren' en vastleggen. De visie dient voldoende concreet te zijn om te dienen als richtinggevend kader waarbij een horecaondernemer toch nog altijd zijn ondernemersrisico zelf zal moeten inschatten. Het buitengebied wordt gezien als een verbindende schakel tussen de (horecavoorzieningen in de) dorpen. Er zijn kansen voor bijzondere en aanvullende horecaformules al dan niet gecombineerd met (slow) leisureactiviteiten. De focus in het buitengebied ligt op agrofood, streekproducten, wellness en zorgen arrangementen met natuurbeleving. Deze kleine bedrijven maken tezamen een schakelketting van horeca- en leisureparels die mede het DNA van de gemeente Loon op Zand bepalen. De aanwezigheid van ondersteunende horeca verhoogt de toeristische aantrekkingskracht van de gemeente Loon op Zand.
Ondersteunende horeca moet daarom mogelijk zijn, mits het ondersteunend is aan de bedrijfsactiviteiten en niet concurreert met bestaande horecabedrijven in het buitengebied. Hiernaast is van belang dat regels aangaande de vestigingen exploitatie van horecabedrijven voor iedereen gelijk zijn. In onderhavig plan wordt voorzien in een kleinschalige ondersteunende horeca-activiteit (terras) die gelieerd is aan de verblijfsrecreatieve voorzieningen. Deze staat ten dienste van de gasten van de vakantieappartementen en de camping, niet voor derden. Het initiatief past dan ook goed in de horecavisie. 3.4.3
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Geconsolideerd'
Op het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied Geconsolideerd’ van de gemeente Loon op Zand van toepassing. Het perceel heeft hierin de enkelbestemming 'Agrarisch’ met een bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2’. Het bouwvlak heefteen oppervlakte van circa 1,0 hectare, (zie volgende figuur).
* P 'V -
ņuq
Plangebied
Figuur 10: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitenbied Geconsolideerd'
15
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Om het initiatief mogelijk te maken dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie’. Hierbij wordt het bouwvlak verkleind tot 0,67 hectare. De ontwikkeling is in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen.
16
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
4.
Ruimtelijke aspecten
4.1
Natuur
De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. 4.1.1
Gebiedsbescherming
Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuiteen Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel-en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen op een afstand van circa 1,6 km van het plangebied (zie volgende figuur).
Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek
mgstraa]
Langstraat
Cfomvoirt
Lunet
tsbeuvel
Loonse en Drunense Duinen b Leemkuilen
Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen Melvoirt
Loon op Zand
Udenhout
Heikant Quirijnstok
Plangebied
Kampina en Oisterwijkse Vennen
Het Wandelbos
Tilburg ,mpiKa Oisterwijkse Vennen \
Centrum
Oerle
Moergestel
Figuur 11: Ligging Natura2000-gebieden
Stìkstofdepositie Om de stìkstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een tweetal berekeningen gemaakt met het programma Aerius Calculator:
17
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
»
»
Realisatiefase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de verbouw van de pluimveestal tot vakantieappartementen en voorzieningen ten behoeve van de camping (sanitairruimte, winkel en receptie); Gebruiksfase: berekening van de stikstofdepositie als gevolg van het gebruik van de bedrijfswoning en de recreatieve voorzieningen op basis van de verkeersbewegingen.
In de bijlage zijn de invoergegevens en resultaten van de berekeningen toegevoegd. Het resultaat van de berekeningen voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van beide fasen. Overige storende effecten Naast stikstofdepositie heeft men te maken met de volgende mogelijke storende aspecten ten gevolge van activiteiten en plannen zoals verlies van oppervlakte, barrièrewerkingen versnippering, verstoring door geluid en licht, trilling, optische verstoring, verstoring door mensen, mechanische effecten, verontreiniging, verdroging en bewuste verandering soortensamenstelling. Gelet op de doelstellingen, aard en omvang van onderhavige ontwikkelingen de afstand tot het meest dichtbij gelegen Natura2000-gebied (circa 1,6 kilometer) treden geen overige verstorende effecten op. Natuur Netwerk Nederland Natuur Netwerk Nederland (NNN) is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. De volgende figuur toont de ligging van de meest nabijgelegen gebieden die behoren tot 'Natuur Netwerk Nederland’ (zie volgende figuur).
Plangebied 50 meter
. i,
1
Natuur Netwerk Nederland
BV
50 meter
Figuur 12: Ligging Natuur Netwerk Nederland
De afstand van het gedeelte van het bestemmingsvlak waar de recreatieve activiteiten plaatsvinden tot de meest nabijgelegen NNN-gebieden (ook NNB-gebieden) betreft minimaal 50 meter (zie vorige figuur).
18
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
In het kader van mogelijke externe werking op deze gebieden wordt onderzocht of de ontwikkeling verstorende effecten kan hebben als gevolg van licht- en gel uitstraling. Licht Binnen het plangebied wordt gebruik gemaakt van de bestaande lichtpunten en wordt mogelijk een aantal nieuwe lichtpunten aangebracht. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van LED-verlichting zonder overdadig wattage (minder impact op de omgeving) en zullen de lichtbronnen naar binnen en beneden worden gericht (naar het hart van de inrichting). Op deze manier wordt lichtuitstraling naar de omgeving voorkomen. Verder bevinden zich tussen het plangebied en de NNN-gebieden houtwallen met dichte beplanting die eventuele lichtuitstraling zoveel als mogelijk afvangen. Ook is de afstand tot de omliggende NNN-gebieden dermate groot (minimaal 35 meter) dat licht geen storende factor vormt. Geluid Ten aanzien van het aspect geluid kan worden gezegd dat geluiduitstraling als gevolg van de ontwikkeling niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie wordt een agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt met een hoeveelheid dagelijkse verkeersbewegingen, veelal zwaar verkeer, ook in de avond-, nachtperiode en de vroege ochtend.
De impact van de verkeersbewegingen op de omgeving is in de beoogde situatie niet groter dan in de huidige situatie en de situatie die het vigerend bestemmingsplan mogelijk maakt. Conclusie Er is geen sprake van verstoring van de NNN-gebieden als gevolg van licht- en geluiduitstraling. De ontwikkeling leidt niet tot aantasting van deze gebieden. 4.1.2
Soortenbescherming
In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, lichten geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De Wet natuurbescherming (Wnb) kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (vogels, internationaal beschermde soorten en overige beschermde soorten). Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Toets plangebied In relatie tot de Wet natuurbescherming kan over het plangebied het volgende worden opgemerkt: » De locatie heeft geen kenmerkende specifieke natuurwaarden die planologisch zijn vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan die in stand dienen te worden gehouden of extra zorg behoeven. Ook liggen Natura2000-gebieden op ruime afstand van het plangebied en is het plangebied niet gelegen in een gebied behorende tot Natuur Netwerk Nederland;
19
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
»
De gronden binnen het vigerend bouwvlak zijn reeds sinds lange tijd in gebruik als agrarisch bouwvlak.. Door het intensieve gebruik van de gronden is het zeer onwaarschijnlijk dat in de directe omgeving van het plangebied beschermde soorten voorkomen.
De ontwikkeling heeft geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten. De geplande activiteiten leiden dan ook niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. Een ontheffing van de wet is niet noodzakelijk.
4.2
Landschappelijke inpassing
Het plangebied ligt aan de Bernsehoef in het halfopen cultuurlandschap. Het grenst aan de noordoostzijde aan de intensieve recreatie (de Eftelingen het bungalowpark Bosrijk) en grenst aan het uitloopgebied van Kaatsheuvel waarin de golfbaan Efteling aan de zuidzijde van de Bernsehoef is gelegen als onderdeel van het landschap. Het plangebied ligt vlakbij het nationaal park 'De Loonse en Drunense Duinen’. Het kleinschalige en halfopen cultuurlandschap kenmerkt zich door een mozaïek van oude bouwlanden, weides, bosschages, houtwallen en bomen lanen. Het agrarisch grondgebruik bestaat van oudsher vooral uit grondgebonden melkveehouderijen, maar de laatste járen zijn boomkwekerijen sterk in opkomst. Tussen het erf Bernsehoef 1 en het lint aan de zuidzijde liggen enkele percelen met boomkwekerijen. De Bernsehoef is een langgerekt noord-zuid halfopen lint met doorzichten naar het achterliggende landschap en wordt gekenmerkt door een concentratie van woningen, agrarische bedrijven, recreatiebedrijven. Het lint heeft een kleinschalig en een afwisselend karakter. Het erf ligt in het gebied met een concentratie van de Bernsehoeve en is ontsloten via een bypass van de Bernsehoef, een smal wegprofiel die aan de zuidzijde wordt begeleid met een robuuste houtsingel.
Het erf aan de Bernsehoef 1 heeft een robuuste erfbeplantingdie aan de noordzijde niet geheel gesloten is en een representatief voorerf naar de weg. De erfbeplantingaan de noord- en oostzijde van de kavel zijn aan de buitenzijde begrensd door hoge hekwerken/schermen. Het oude lint Bernsehoef verknoopt in noord-zuid richting het buitengebied met het dorp en loopt als recreatieve route langs het erf en is onderdeel van het recreatieve netwerk van Loon op Zand. Conform de 'Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’, versie 26 november 2015 is in de gemeente Loon op Zand voor de beoogde ontwikkeling een landschappelijke inpassingvereist. Landschappelijk inpassingsplan Voor de beoogde ontwikkeling van de transformatie van het erf aan de Bernsehoef 1 tot recreatieve bestemming met de omvorming van de stallen tot vakantieverblijven, toevoegen van acht kampeerplaatsen en kleinschalige ondergeschikte horeca is het noodzakelijk een kwalitatieve goede landschappelijke inpassingen kwaliteitsverbetering van het landschap te realiseren. De gemeente Loon op Zand heeft in 2018 voor het initiatief een landschapsadvies op laten stellen voor de herbestemming van de locatie Bernsehoef 1.
Hierin is een aantal uitgangspunten en aanbevelingen gedaan voor de indelingvan het nieuwe erf, het ontwerp van de bebouwing, toepassing van materialen en de landschappelijke inpassing van de locatie. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van de locatie zijn de volgende aanbevelingen gedaan: »
Behoud de aanwezige landschapselementen zoals bosjes, houtwallen en leg nieuwe gebiedseigen landschapselementen aan. Het aanhouden van bestaande landschappelijke begrenzingen draagt ook bij aan landschappelijke inpassing. Door het erf landschappelijk in te richten sluit het aan op de omgevingen levert het een bijdrage aan het versterken van het landschap en natuurwaarden en aan de natuurbeleving van de recreanten.
20
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
»
»
»
» »
»
»
Erfbeplanting is beeldbepalend. Versterk de kleinschalige landschapsstructuur en zorg er voor dat het erf omkaderd/ingelijst is met beplanting. Begrens de voortuinen met hagen en zijkanten en achterkanten met de karakteristieke groene erfsingels als natuurlijke begrenzing. Hekken geven geen welkom gevoel . Als u de toegang tot het terrein wilt kunnen reguleren, maak dan zoveel mogelijk gebruik van natuurlijke afscheidingen, zoals hagen en erfsingels. Aanbeveling: verwijder de hoge hekwerken/schermen aan de noord- en oostzijde van de bestaande groene erfsingels. Als u toch een hek wil, plaats een hek aan de binnenzijde van de haag/ houtsingel en niet ervoor aan de zijde van het landschap. Vanuit het oogpunt van de nieuwe bedrijfsvoering kan gekozen worden om aan de westzijde van de bestaande erfsingel op een aantal plekken de ondergroei (struiklaag) uítte dunnen, zodat er doorzichten vanaf de terrassen naar het landschap ontstaan. Maak een duidelijke hoofdentree voorzien van een inrijhek voor het woonhuis en een gescheiden entree voorzien van inrijhek voor het recreatie-erf; Zorg dat er naast bebouwing voldoende ruimte is voor gebiedseigen groenelementen op het erf. Groene elementen op het erf kunnen zijn: leilindes voor de gevel, moestuinen, siertuinen, hoogstam boomgaard, hagen, windsingels en een grote solitaire boom. Pas inheemse beplanting toe.
Aan de westzijde van de recreatieverblijven is het fraai om gras tot aan de bebouwing te laten lopen aan de oostzijde grenzend aan het erf is het fraai een robuuste strook met kleurrijke boerenbeplanting als overgang naar het halfverharde erf te situeren, zodat de terrassen vrij liggen en het erf een groene uitstraling krijgt. Uw erf of recreatieterrein ziet er aantrekkelijker uit wanneer de auto’s uit het zicht worden geparkeerd aan de oostzijde van het erf geconcentreerd in een compacte doorlopende strook met haaksparkeren. Houd geparkeerde auto's uit heizicht, bijvoorbeeld tussen hagen en handhaaf bestaande bomen tussen de parkeerplaatsen. Gebruik geen gesloten verharding maar halfverharding/grasparkeren, houdt het erf informeel en geef het een landelijke uitstraling.
Een landschappelijk inpassingsplan is opgesteld waarbij zo veel als mogelijk aan de aanbevelingen is voldaan. De volgende figuur toont een uitsnede van het ontwerp.
21
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
İEÏÎjĨ»*.(«MWI*1" dans»**0**1 leurtsuO»"
NIEUWE SITUATIE
Figuur 13: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan
De bestaande volgroeide karakteristieke groene erfsingels die aan zowel de west-, noord- als oostzijde aanwezig zijn blijven behouden en vormen een natuurlijke begrenzing tussen de locatie en het omliggende landschap. De erfsingels bestaan uit een organisch gevormde bomenrij met onderbeplanting bestaande uit diverse struikvormers. Op de plekken waarde beplanting dun is en minder dan 5 meter breed worden de singels opgevuld met nieuwe bomen en struiken. De singels worden op deze manier dichter en krijgen tegelijkertijd de functie als vanggewas (in het kader van het aspect spuitzonering, zie paragraaf 5.8.1). Vanuit dit oogpunt wordt de aanbeveling om aan de westzijde van de bestaande erfsingel op een aantal plekken de ondergroei (struiklaag) uit te dunnen, zodat er doorzichten vanaf de terrassen naar het landschap ontstaan, niet verwerkt in het ontwerp. De zuidzijde (wegzijde) en een deel van de oostzijde worden, zowel aan de kant van het recreatiegedeelte van het erf als aan de kant van het privégedeelte van het erf (bedrijfswoning), begrensd door knip- en scheerhagen (inheems). Ook worden de parkeerplaatsen op het erf omzoomd met hagen zodat de auto’s niet (geheel) zichtbaar zijn vanuit het landschap en vanaf het erf. Bestaande bomen binnen het plangebied worden waar mogelijk gehandhaafd.
Daarnaast worden diverse hoogstamfruitbomen aangeplant op het kampeerterrein en aan de voorzijde van de recreatieappartementen ter plaatse van de thee/pluktuin. Daar waar hekken worden toegepast wordt dit gedaan aan de binnenzijde van de houtsingels en beplantingen, zodat deze vanuit het landschap niet direct zichtbaar zijn. De hoofdentree van het recreatie-erf wordt voorzien van een poort (inrijhek).
22
Toelichting bestemmingsplan Bernsehoef 1, Kaatsheuvel
Aan de westzijde van de recreatieverblijven wordt het gras tot aan de overkapping doorgetrokken voor een groene uitstraling. Aan de oostzijde grenzend aan het erf wordt een robuuste strook met kleurrijke boerenbeplanting als overgang naar het halfverharde erf en parkeerplaatsen gerealiseerd, zodat de terrassen vrij liggen en het erf een groene uitstraling krijgt. Kortheidshalve wordt voor een uitgebreide omschrijving verwezen naar het inpassingsplan in de bijlage.
4.3
Cultuurhistorische en archeologische waarden
4.3.1
Cultuurhistorische waarden
Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de 'Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen in 'De Meierij’, een regio van provinciaal cultuurhistorisch belang (zie volgende figuur).
Cultuurhistorisch en archeologisch landschap Loonse en Drunense Duinen Regio Meijerij