13-10-2022 Bijlage 1. Uitgangspuntennotitie omgevingsvisie Loon op Zand 2040.pdf
Tekst van het document
43
Bij het speerpunt lokale economie geldt dat Loon op Zand een aantrekkelijk vestegingsklimaat heeft met goed georganiseerde ondernemers-collectieven. De ondernemers en de gemeente zetten samen hun schouders eronder om dit te behouden en te bevorderen. Toerisme en recreatie blijft de belangrijkste economische sector in Loon op Zand. Voor identiteit geldt dat unique selling points van de gemeente goed benut worden om mensen en bedrijven naar de gemeente te trekken en deze moeten in stand gehouden worden. De identiteit vn de gemeente en de bedrijven speelt ook in op de identiteit van de belangrijkste doelgroepen die op een groene en recreatieve gemeente afkomen.
44
De aanwezigheid van toeristen/recreanten kan de leefbaarheid van een plek vergroten en bijdragen aan vitale voorzieningen (horeca, winkels, kunst en cultuur, etc.). Een te hoge concentratie van toeristen/recreanten kan de leefbaarheid van een plek echter ook onder druk zetten. Daarom is er
een goede balans nodig tussen rust en reuring en recreatie en toerisme verbreed naar waardevol toerisme. Wensen van stakeholders en inwoners In de inwonersenquête geven inwoners aan dat behouden van een levendige centra een belangrijke opgave is voor de gemeente, omdat inwoners een bepaald voorzieningenniveau in de centra willen behouden. Daarbij geven inwoners aan dat de centra aantrekkelijker gemaakt moeten worden en dat er voor alle leeftijden activiteiten zijn in de centra. Ook stakeholders vinden dat het centrum een aantrekkelijke en levendigere plek moeten worden, waar mensen naar toe willen gaan. Stakeholders geven ook aan dat de bedrijventerreinen in de gemeente een aantrekkelijkere uitstraling moeten krijgen, waardoor de kwaliteit van de bedrijventerreinen verhoogd wordt.
Opgaven Delen van de bedrijventerreinen in Kaatsheuvel en Loon op Zand zijn relatief oud. Deze delen zijn met veel verharding aangelegd en waar weinig openbaar groen aanwezig is. Daarnaast is een deel van de bebouwing verouderd en zorgen de oudere gebouwen voor een minder aantrekkelijke uitstraling. Een opgave voor de omgevingsvisie is om tot aantrekkelijke, goed ingerichte en ingepaste bedrijventerreinen te komen. Het bedrijventerrein van Kaatsheuvel bestaat uit drie fases. Fase één is al volledig bebouwd en fase twee is volledig uitgegeven en zal de komende jaren bebouwd en in gebruik genomen worden. Op dit moment onderzoekt de gemeente of fase drie van het bedrijventerrein uitgegeven kan worden. Het bedrijventerrein van Loon op Zand is één bedrijventerrein dat al langere tijd volledig in gebruik is, waar eventueel een kleine uitbreiding mogelijk
is. Er heerst namelijk een uitbreidings- en vestigingsvraag van zowel bestaande bedrijven in de gemeente als nieuwe bedrijven. Veel lokale bedrijven dragen bij aan een bepaald voorzieningen- en dienstenniveau in de gemeente. Een opgave voor de omgevingsvisie is om ruimte te (blijven) creëren voor lokale bedrijvigheid. De detailhandel staat in beide centra onder druk, o.a. omdat het online winkelen en boodschappen doen sterk toeneemt. Zeker in Loon op Zand neemt de leegstand toe. De absolute leegstand is beperkt in Loon op Zand, maar dat komt omdat al verschillende leegstaande winkels uit de markt zijn onttrokken. In relatieve zin is de leegstand van Loon op Zand 15,6% ten opzichte van Kaatsheuvel met 8,2% en de provincie als geheel met 9,8% hoog. Door de leegstand worden de centra minder aantrekkelijk voor inwoners en bezoekers, waardoor er nog minder klandizie komt. Inwoners willen
45
dat er iets te beleven valt in het centrum en waar activiteiten gehouden worden. Een opgave voor de omgevingsvisie is om door te ontwikkelen aan uitnodigende en levendige centra met een goed aanbod aan detailhandel. Onderdeel van deze opgave is om tot een goede centrumstructuur te komen, supermarkten te behouden en nieuwe (passende) activiteiten aan te trekken.
Economie landelijk gebied
46
Wat speelt er De meeste agrarische bedrijven in Loon op Zand zijn melkveehouderijbedrijven. Daardoor bestaat een groot uit van de agrarische gronden uit grasland. Daarnaast komen er niet grondgebonden veehouderijen voor, akkerbouwbedrijven, tuinbouw en enige laanboomteelt. Er waren in 2021 in de gemeente 69 landbouwbedrijven actief. Dit waren er in 2000 nog 150,
Afbeelding 16. Verdeling cultuurgrond (bron: CBS)
wat betekent dat er jaarlijks een gemiddelde afname is van 3,4%. Dit gemiddelde ligt iets hoger dan het landelijke gemiddelde. De verwachting is dat steeds meer bedrijven zullen stoppen door de steeds strengere regels op het vlak van milieu en dierenwelzijn, maar ook door de vergrijzing binnen de sector en het gebrek aan voldoende opvolgers. Er heeft afgelopen decennia wel een grote diversificatie plaatsgevonden in nevenactiviteiten of nieuwe functies op vrijkomende erven. Zo zijn er o.a. allerlei recreatieve functies bijgekomen in de vorm van groepsaccommodaties, B&B’s, ‘verkoop aan huis’ en kleinschalige dagrecreatieve activiteiten en horeca. Binnen de landbouw is de ontwikkeling van het samenwerkingsverband de Duinboeren een opvallende ontwikkeling geweest. Binnen deze samenwerking werken agrariërs samen aan het maken en vermarkten van producten en recreatieve activiteiten en het beheer van het landschap.
Afbeelding 17. Aantal landbouwbedrijven (bron: CBS)
47
Afbeelding 18. Agrarisch areaal (bron: Basisregistratie Percelen)
Huidig beleid Voor het thema landbouw heeft de gemeente geen specifiek of recent beleid waarin ambities voor de landbouw zijn benoemd.
48
Wensen van stakeholders en inwoners Uit de inwonersenquête blijkt dat inwoners het belangrijk vinden dat de agrarische uitstraling van het landelijk gebied in de gemeente behouden blijft, omdat die als een cultuurhistorische waarde van de gemeente gezien wordt. Stakeholders geven aan dat de grondgebonden veeteelt wel wilt extensiveren, zodat zij een minder grote milieu-impact hebben, maar dat daar meer landbouwgrond voor nodig is. Nu worden zij vaak concurreren om de grond met kapitaal krachtigere landbouwsectoren, zoals de laanbomenteelt. Landbouwbedrijven hebben een ontwikkelperspectief nodig, ook volgens stakeholders als zij willen stoppen met de agrarische bedrijfsvoering. Ook is er ruimte nodig voor creatieve oplossingen en nieuwe functiecombinaties.
Opgaven In het landelijk gebied zijn veel verschillende type functies actief. De grootste ruimtegebruikers in de gemeente zijn natuur en landbouw, maar andere functies, zoals recreatie groeien de laatste jaren in de gemeente. Dit zorgt ervoor dat de verschillende functies met elkaar in de knel komen. Intensieve vormen van landbouw hebben impact op de natuur en kunnen overlast veroorzaken door geur.
Een te groot aantal recreanten in een natuurgebied zorgt voor een druk op de natuurkwaliteit. Daar tegenover kunnen de functies elkaar ook versterken, door een tot een duurzaam platteland te komen, dat economisch rendabel is, beleefbaar is en bijdraagt aan de biodiversiteit. Een opgave voor de omgevingsvisie is om tot een goede verdeling van functies in het landelijk gebied te komen, passend bij de draagkracht van het gebied. Onderdeel van de opgave is om rekening te houden met de natuurlijke ondergrond, de kwaliteit van de natuur, de ontwikkelmogelijkheden van de landbouw en de capaciteit van de wegen. Achterliggend vraagstuk is hoe we daarbij voldoende ruimte kunnen maken voor de transitie die de landbouw wil doormaken. De natuurkwaliteit van Loonse en Drunense duinen staan onder andere door een te hoge stikstofdepositie onder druk. Dit komt mede door de (intensieve) veehouderijen. Ook in andere natuurgebieden binnen de gemeente staat de natuurkwaliteit onder druk door de stikstofdepositie. Om de stikstofuitstoot te verminderen zal er het een en ander gevraagd worden van veehouderijen, waaronder hun bedrijfsvoering anders inrichten. Daarnaast moeten andere functies de agrarische bedrijven niet belemmeren bij hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden. In het landelijk gebied spelen regelmatig transformatieaanvragen van voormalige agrarische bebouwing.
Agrarische bedrijven willen voorkomen dat bepaalde transformaties hun bedrijven op slot zetten. Een opgave voor de omgevingsvisie is om binnen de mogelijkheden van de gemeente te komen
tot een goed ontwikkelperspectief voor de landbouw. Speciale aandacht is nodig voor de transitie naar een natuurinclusieve landbouw (rond natuurgebieden).
verschillen op fietspaden worden ook in de langzaam verkeersinfrastructuur knelpunten gevonden (economische en toeristisch-recreatieve visie, waarstaatjegemeente).
Recreatie en vrijetijd
Huidig beleid De gemeente heeft meerdere documenten waarin het beleid en de doelen zijn verwoord voor het thema’s recreatie en vrijetijd. • Economische en toeristisch-recreatieve visie • Horecavisie 2014 • Beleidsregels Bed en Breakfast • Evenementenbeleid
Wat speelt er We zijn als gemeente een echte recreatie gemeente. Het aantal banen in deze sector is in de gemeente Loon op Zand ruim viermaal zo veel als het gemiddelde in Nederland. De gemeente heeft enkele grote trekkers, zoals de Efteling en Experience Island ’t Blauwe Meer, maar ook vele kleinere recreatiebedrijven zoals een oesterzwammenkwekerij, diverse maneges, horecagelegenheden, hotels, Oorlogsmuseum Loon op Zand, B&B’s, mini-campings en groepsaccommodaties. Met het grote aanbod aan dag- en verblijfsrecreatie en een aantrekkelijk buitengebied komen veel mensen naar onze gemeente. Meerdere recreatiebedrijven hebben behoefte aan uitbreiding. De Efteling wil bijvoorbeeld verder doorgroeien als een multifunctioneel vrijetijdslandschap voor daggasten en verblijfsgasten. De omvang en groei van de sector recreatie en toerisme geeft echter ook druk op onze gemeente, zowel op de wegen als in de natuurgebieden. Door de toename aan fietsverkeer en de steeds grotere snelheids-
Uit de doelen en ambities die de gemeente hierin heeft vastgelegd blijkt dat de gemeente het sterke recreatieve profiel wil blijven uitbouwen en uitdragen, waarbij respect is voor de omgeving, mensen zich bewust zijn van de cultuurhistorie en met oog voor de lokale gemeenschap (economische en toeristisch-recreatieve visie). De belangrijkste doelen en ambities voor de recreatie zijn: • Met recreatie versterken van de lokale economie, identiteit en leefbaarheid van de gemeente (economische en toeristisch-recreatieve visie). • Behouden en versterken van het gevarieerde horeca-aanbod, waarbij de focus ligt op kwaliteit i.p.v. kwantiteit (horecavisie 2014).
Afbeelding 19. Aantal banen recreatie en toerisme (bron: waarstaatjegemeente.nl)
49
Wensen van stakeholders en inwoners Inwoners vinden aan de ene kant de recreatie en toerisme in de sector een pluspunt, omdat het voor werkgelegenheid zorgt en de gemeente levendiger maakt. Aan de andere kant vinden ze het een minpunt door de drukte die het veroorzaakt, waardoor natuurgebieden onder druk komen te staan en de woonkwaliteit vermindert. Daarom vinden inwoners het belangrijk dat nieuwe grootschalige ontwikkelingen, zoals recreatieparken verminderd of stopgezet moeten worden in de gemeente. Ook de drukte die de Efteling veroorzaakt zal volgens bewoners opgelost moeten worden. Stakeholders geven aan dat de druk van recreanten naar de schil rondom de Loonse en Drunense duinen verplaatst moet worden, waar een aantrekkelijk landschap gecreëerd wordt met kleinschalige recreatieve voorzieningen. 50
Opgaven Recreatie en toerisme zorgt in onze gemeente voor levendigheid, werk voor onze inwoners en een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Om zowel tegemoet te komen aan de economische kansen van recreatie als de wensen uit de lokale gemeenschap en de kwaliteit van de omgeving te borgen is een zorgvuldige afweging nodig. Een opgave voor de omgevingsvisie is om tot een integrale visie op recreatie te komen om daarmee de recreatieve sector als economische kans zorgvuldig en passend uit te bouwen. Daarbij is het belangrijk dat er geen overmatige druk op natuurge-
51
Afbeelding 20. Spreiding huidig leisure-aanbod (bron: Eindrapportage Kansenkaart leisure Hart van Brabant)
bieden en landelijk gebied komt te liggen en er een goede spreiding wordt nagestreefd. Achterliggend vraagstuk is hoe je komt tot een recreatieve structuur, waarbij nieuwe functies een plek kunnen krijgen, zonder dat kwaliteiten (extra) onder druk komen te staan. En hoe kan recreatieve ontwikkeling samengaan met het versterken van kwaliteiten en de lokale gemeenschap. Binnen recreatiebedrijven bestaat er continue behoefte aan ontwikkeling en verbetering. Door de regels in het bestemmingsplan is dat soms lastig. Het kan gaan om een verandering van het aanbod (doelgroepen) of het combineren van activiteiten, zoals ondersteunende horeca.
52
Een opgave voor de omgevingsvisie is om te werken aan flexibele ontwikkelingsmogelijkheden voor recreatiebedrijven zodat bedrijven kunnen blijven werken aan kwalitatief hoogwaardige, toekomstbestendige en vitale verblijfsaccommodaties. Vanuit de lokale gemeenschap zijn er ook recreatieve behoeftes. Zo wordt het wandelen en fietsen, maar ook de dagrecreatieve activiteiten door inwoners hoog gewaardeerd. Alleen voor (oudere) jongeren lijkt er behoefte aan nieuwe vrijetijdsvoorzieningen. Een opgave voor de omgevingsvisie is om meer mogelijkheden te creëren voor vrijetijdsbesteding door jongeren.
Gezondheid en milieu Wat speelt er Waar vroeger gezondheid werd gezien als een thema ter voorkoming of genezing van ziektes, wordt gezondheid nu veel breder gezien. Het gaat in de breedte om je welbevinden, zowel psychisch, lichamelijk als sociaal. Maar ook om je aanpassingsvermogen als je wel een ziekte hebt of een gebrek kent. Het Louis Bolk instituut heeft het in dit opzicht over positieve gezondheid. Landelijk wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het thema gezondheid. Waar voorheen allerlei aspecten ten aanzien van gezondheid los van elkaar werden bekeken in beleid en regels, vereist de nieuwe wet om dat integraal te bekijken. Binnen de fysieke leefomgeving zijn veel aspecten van invloed op de gezondheid, zoals milieuaspecten (fijnstof, ammoniak etc.), de mogelijkheden voor sport en bewegen en de productie van gezond voedsel. Maar ook de mentale gezondheid van mensen wordt beïnvloed door het leven in een mooie (bijvoorbeeld een groene, historische), schone en veilige leefomgeving. Huidig beleid Op gemeentelijk niveau kent alleen de sport- en beweegnota doelen die gericht zijn op de gezonde leefomgeving. Aanvullend heeft de gemeente beleid vastgesteld dat in de regio is opgesteld. Landelijk is er een schone lucht akkoord gesloten, waarbij de gemeente zich heeft aangesloten en de gemeente overweegt dat ook te doen met het landelijke preventieakkoord.
Op het vlak van milieu heeft de gemeente geen aanvullende ambities naast de wettelijke kaders, die de gemeente hanteert.
De belangrijkste doelen en ambities voor de recreatie zijn: • Elke inwoner doet vanuit het oogpunt van gezondheid, ontplooiing en meedoen op een verantwoorde wijze aan enige vorm van sportbeoefening en/of bewegen (sport- en beweegnota). Daarbij zet de gemeente in op het stimuleren van sport- en beweegmogelijkheden voor alle inwoners, het zorgen voor een kwalitatief goede basisinfrastructuur van sport- en beweegaccommodaties en het ondersteunen van de sportverenigingen. • Creëren van gezonde, toegankelijke en uitnodigende omgeving voor jong en oud (Regionaal Gezondheidsbeleid). • De luchtkwaliteit permanent te verbeteren in Nederland. Er wordt gestreefd naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016 (Schone luchtakkoord)
Wensen van stakeholders en inwoners Stakeholders geven aan dat een gezonde levensstijl van inwoners meer gestimuleerd kan worden, door onder andere sport en spelvoorzieningen in de openbare ruimte te zetten. In de inwonersenquête hebben we aan inwoners gevraag of zij weleens een slechte luchtkwaliteit en geluidsoverlast ervaren. Inwoners geven voor een groot deel aan dat zij nooit een slechte luchtkwaliteit ervaren, als ze het ervaren komt die voornamelijk door verkeer of houtstook. Ook bij geluidsoverlast geven veel inwoners aan dat zij dit niet ervaren, maar veel inwoners geven hier ook aan dat ze het wel ervaren. Dit komt dan voornamelijk door verkeer en geluid uit de buurt. Een deel van de inwoners geeft aan dat het geluidsoverlast van door de Efteling(verkeer) verminderd moet worden. 53
54
Opgaven De gemeente Loon op Zand kent veel groen in de vorm van natuurgebieden, landgoederen en mooie landschappen. Binnen de kern is de hoeveelheid groen wisselend. Een deel van de wijken kent minder of minder toegankelijk groen. Een belangrijke trend is dat mensen steeds vaker in ongeorganiseerd verband sporten of wandelen. Ook is wandelen en bewegen voor ouderen belangrijk om langer in een goede gezondheid te kunnen leven. Een opgave voor de omgevingsvisie is om een gezonde levensstijl te stimuleren vanuit de mogelijkheden in fysieke leefomgeving. Onderdeel van deze opgave is om de trend naar meer individueel sporten of sporten los van accommodaties op te nemen in een integrale visie op de openbare ruimte. Achterliggende vraagstukken zijn hoe we meer aanleiding tot bewegen en sporten kunnen realiseren, hoe we in de fysieke leefomgeving meer ontmoetingsplekken kunnen realiseren en hoe we inwoners meer betrekken bij hun directe leefomgeving. Specifiek voor (oudere) jongeren en ouderen ligt er een opgave om het aanbod te vergroten. Hoewel de gemeente geen eigen ambities heeft om de milieukwaliteit te versterken blijkt uit de interviews wel dat er behoefte is om een ambitieniveau vast te leggen voor verschillende gebieden waar bepaalde functies de boventoon voeren.
Als het ambitieniveau voor een bepaalde plek vastgelegd is kan bij een initiatief getoetst worden of het binnen de milieu-ambities past. Ook geven veel inwoners aan dat ‘een rustige woonomgeving’ een van de belangrijkste woonmotieven is om in Loon
op Zand te wonen. Geluid In onze gemeente zijn voornamelijk de ontsluitingswegen en bedrijventerreinen bronnen van veel geluid. De N261 is de grootste bron van geluid, gevolgd door enkele wegen in de dorpen en in het buitengebied. In de dorpen hebben alleen woningen die aan de randen van de bedrijventerreinen of die direct aan drukke wegen liggen een geluidsbelasting van matig en in een paar gevallen van tamelijk slecht. Buiten de kernen zijn er enkele woningen die langs de N261 liggen en daar ligt de geluidsbelasting slecht. Licht Onze gemeente heeft weinig donkere plekken. Dit komt door lichtvervuiling van het (omliggende) stedelijke gebied en verlichting langs wegen. De donkerste plekken in de gemeente zijn in het buitengebied te vinden. Dit zijn delen van de Loonse duinen en in minder mate delen van Huis ter Heide.
55
Afbeelding 21. Stikstofconcentratie 2019 (bron: RIVM)
Afbeelding 22. Stikstofconcentratie 2020 (bron: RIVM)
56
Afbeelding 23. Roetconcentratie 2019 (bron: RIVM)
Afbeelding 24. Roetconcentratie 2020 (bron: RIVM)
Lucht De afgelopen tien jaar is de luchtkwaliteit in Nederland en ook in Loon op Zand verbeterd, maar de luchtkwaliteit voldoet tot op heden niet aan de WHO-advieswaarde. In 2020 is de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd ten opzichte van 2019. Dit kan echter te maken hebben met de coronacrisis, waardoor er minder verkeersbewegingen waren die voor de uitstoot van stikstofdioxide (NO2), roet en fijnstof zorgen. De hoogste concentraties NO2 zijn langs de N261 te vinden waar veel autoverkeer rijdt. De plekken waar hogere concentraties roet voorkomen komen overeen met die van NO2, omdat gemotoriseerd vervoer de voornaamste oorzaak is voor roet, naast houtstook. Opgave voor de omgevingsvisie is om de belasting van geluid in de kernen (met name Kaatsheuvel) te verminderen door een integrale visie op de ontsluiting en de bereikbaarheid van verkeersaantrekkelijke functies te maken.
57
Geur Doordat grote delen van de gemeente stedelijk gebied en natuur zijn, is op veel plekken de geurhinder laag genoeg. We hebben in de gemeente wel enkele veehouderijen die een bepaalde hoeveelheid geur produceren die geurhinder in de omgeving veroorzaken. Deze komen voornamelijk voor in het westen van de gemeente op de jonge ontginningsgronden. De geurhinder vindt voornamelijk in de directe omgeving plaats, maar een ook een redelijk deel van het buitengebied heeft door de veehouderijen een vrij matige leefomgeving.
Opgave voor de omgevingsvisie is om vanuit een integrale visie op het landelijk gebied zowel de vitaliteit als de milieukwaliteit van het landelijk gebied te versterken.
58
Afbeelding 25. Geurhinder veehouderijen 2019 (bron: Provincie Noord-Brabant)
Sociale leven Wat speelt er De gemeente Loon op Zand kent een sterke sociale samenhang en cohesie. Er zijn veel verenigingen en veel inwoners zijn hierin actief. Er zijn meerdere wijkvoorzieningen, buurthuizen en activiteitencentra. Er zijn meerdere sportaccommodaties. Recent is er met De Werft een moderne sporthal bijgekomen. Voor de jeugd is er veel te doen, zowel in de accommodaties als in de buitenruimte. Zo zijn er verspreid over de gemeente kleine speelplaatsen. Voor de oudere jeugd is er minder te doen. Recent is er (sinds de afloop van de coronamaatregelen) vaker sprake van overlast voor hangjeugd. De gemeente probeert met specifieke activiteiten, zoals de wijksportcoaches en de sport- en spelbus meer groepen te bereiken. De gemeente probeert in nauw contact met de samenleving te staan om heel gericht samen te kunnen werken, in te kunnen gaan op initiatieven (zoals groenadoptie of het aanpassen van een speeltuin) of signalen op te vangen als er iets niet goed gaat. Daartoe heeft de gemeente wijkcoördinatoren, die bekend zijn in de buurt en makkelijk aanspreekbaar zijn. Ook heeft de gemeente wijkteams bestaande uit professionals van netwerkpartners en de gemeente, waarin vragen in afstemming worden opgepakt.
Doordat het aantal ouderen toeneemt en mensen als gevolg van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) langer zelfstandig thuis moeten wonen, is de zorgstructuur veranderd. Bovendien kent de gemeente van oudsher veel andere doelgroepen die zorg nodig hebben en
deze doelgroep neemt toe. De grootste concentratie aan inwoners die zorg nodig hebben, woont in Kaatsheuvel West. Op dit moment ziet de gemeente ook een wachtlijst ten aanzien van de zorg. Huidig beleid De gemeente heeft een visie op het sociaal domein opgesteld (In en aan de buurt 1.0). In deze visie geeft de gemeente aan hoe sterkere gemeenschappen gemaakt kunnen worden, zodat inwoners elkaar kunnen helpen. Een aantal onderdelen van de visie op het sociaal domein komt terug in andere beleidsnota’s, zoals de beleidsnota wonen en zorg. De belangrijkste ambitie voor het sociaal domein ten aanzien van de fysieke leefomgeving is: • Veerkrachtige gemeenschappen, waarbij iedereen in zijn eigen omgeving gelukkig kan leven, naar eigen inzicht, met eigen inbreng en autonomie waar dat kan. Deze ambitie is uitgewerkt in drie hoofddoelen: • Sterke gemeenschappen • Toegang tot zorg • Grip op het sociaal domein
59
Wensen van stakeholders en inwoners Uit de inwonersenquête blijkt dat inwoners het belangrijk vinden dat er voldoende ontmoetingsplekken in de gemeente zijn, ook per woonwijk of buurt. Stakeholders vullen daarbij community building belangrijk is, omdat sterke gemeenschappen naar elkaar omkijken en elkaar een handje helpen. Ook vinden stakeholders dat het maatschappelijk vastgoed van de gemeente beter benut kan worden. Het maatschappelijk vastgoed zou een kwaliteitsverbetering moeten krijgen, waardoor meer initiatieven in het maatschappelijk vastgoed georganiseerd kunnen worden.
60
Opgaven De gemeente wil sterke gemeenschappen bevorderen door in te zetten op sociale cohesie en talentontwikkeling. En daarvoor is een goede verenigings- en accommodatiestructuur nodig. Een deel van de accommodaties is echter verouderd en trekt een (relatief) eenzijdige groep mensen aan. Ook stakeholders geven aan dat accommodaties in de toekomst een belangrijkere rol kunnen vervullen, mits de kwaliteit en de toegankelijkheid van de voorzieningen kan worden verbeterd. Belangrijke vraag is welke accommodaties het beste passen bij de toekomstige sociale behoefte en hoe hier zoveel meerdere doelgroepen kunnen worden gemengd. In algemene zin wil de gemeente de bezettingsgraad van meerdere accommodaties graag omhoog brengen. Opgave voor de omgevingsvisie is bij te dragen aan een sterkere ‘community-building’ en daarvoor
de openbare ruimte en (maatschappelijke) accommodaties gerichter in te zetten. Achterliggende vraagstukken zijn hoe we de toekomstige accommodatiestructuur vormgeven, die zorgt voor meer bezoek en interactie en hoe we de openbare ruimte beter kunnen inzetten t.b.v. ontmoeting, activiteiten en gezondheid van inwoners. Ook de buitenruimte kan een belangrijke aanvulling zijn in het elkaar ontmoeten en het bevorderen van een gezonde levensstijl, waardoor mensen niet alleen ouder worden, maar dat ook in een goede gezondheid kunnen doen. Uit de interviews komt naar voren dat multifunctionele beweegplekken hier mogelijk een antwoord op kan zijn. Opgave voor de omgevingsvisie is hoe (in een fysieke leefomgeving) de zelfredzaamheid onder doelgroepen met een zorgvraag vergroot kan worden en de eenzaamheid verminderd. De onderliggende vraagstukken onder deze opgave zijn: Hoe faciliteren we voldoende bereikbare en laagdrempelige ontmoetingsplekken voor ouderen? Belangrijke opgave ten aanzien van de zorg is, mede in het licht van de toenemende zorgvraag, om deze betaalbaar en toegankelijk te houden. Enerzijds wil de gemeente de zelfstandigheid en samenredzaamheid van inwoners vergroten door de sociale cohesie te versterken, waardoor er minder snel aanspraak hoeft te worden gemaakt op zorg. Tegelijk wil de gemeente de zorg bereikbaar houden. Hierin schuilt een dilemma.
Voor de sociale cohesie kan het beter zijn om kwetsbare doelgroepen wat meer te spreiden over de dorpen, tegelijk is een deel van zorg juist aanwezig in bepaalde wijken. Dat vraagt een zorgvuldige
afweging. Opgave voor de omgevingsvisie is om een strategie te ontwikkelen voor het spreiden van groepen met zorgvraag over wijken op een manier, die de sociale cohesie en samenredzaamheid van inwoners versterkt.
Duurzaamheid Wat speelt er We hebben ons als gemeente aangesloten bij de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Op basis van de afspraken binnen de Regionale Energie en Klimaat Strategie Hart van Brabant (REKS, het regionale samenwerkingsverband om de energieopgave op te pakken) is hiervoor de lokale opgave bepaald. Om de doelen te halen dienen we enerzijds energie te besparen en tegelijk hernieuwbare energie op te wekken. In de gemeente zelf zetten we voornamelijk in op het besparen van energie en het plaatsen van zonnepanelen op daken. Dit zal echter niet genoeg zijn om energieneutraal te worden. In onze gemeente wordt de meeste energie gebruikt voor de gebouwde omgeving (60%) en ververkeer en vervoer (32%). Voornamelijk woningen gebruiken binnen de gebouwde omgeving veel energie (61%). Dit komt doordat het grootte deel van de woningen in onze gemeente een energielabel C of lager hebben (duurzaamheidsvisie). In de REKS is afgesproken dat er geen windmolens op het grondgebied van Loon op Zand komen, alleen wel net ten zuiden daarvan bij de bestaande windmolens op Tilburgs grondgebied. Daarom moeten we op andere manieren aan onze bijdrage aan
duurzame energie komen. In de REKS is afgesproken dat er meerdere regionale energie hubs komen waar grootschalig duurzame energie opgewekt zal worden. Als gemeente nemen wij deel aan het ontwikkelen van deze energiehubs. Op dit moment zijn er 10 hectare aan zonnevelden en heeft de gemeente nu een stop op het toekennen van vergunningen. We hebben in de gemeente geen lineair productieproces, waardoor diverse reststromen niet hergebruikt of gerecycled worden. Het huishoudelijk afval van onze gemeente wordt voor 64% gescheiden aangeboden. Het overige huishoudelijke afval wordt verbrand, dit is zo’n 166 kilogram per inwoner. Dit houdt in dat we nog boven de landelijke doestelling zitten van 100 kilogram per inwoner (duurzaamheidsvisie). Huidig beleid De gemeente heeft meerdere documenten waarin het beleid en de doelen zijn verwoord voor het thema duurzaamheid. De gemeente onderschrijft de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn, maar heeft dit niet in een beleidsdocument vastgelegd. Wel beschikt de gemeente over een zonnevisie en een transitievisie warmte waarmee de gemeente invulling wil geven aan deze doelstelling. De gemeente heeft de volgende doelen: • In 2021 is de zonnevisie van de gemeente vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de gemeente inzet op de opwek van duurzame energie op daken en gevels. Voor nieuwe zonnevelden is de gemeente voorlopig terughoudend.
Volgens de regionale strategie zonnevelden worden alleen nieuwe initiatieven toegestaan in de hubs, langs de rijks infrastructuur en op
61
verweesde gronden zoals op vuilstortlocaties, op vloeivelden en boven parkeerterreinen, mits lokaal gewenst en passend binnen de geldende structuurvisie en overige lokale kaders (Zonnevisie). • In 2030 wil de gemeente 20% van de woningen aardgasvrij maken, in overeenstemming met de landelijke ambitie. In 2050 wil de gemeente geheel aardgasvrij zijn (Transitievisie warmte). Om deze laatste doelstelling te halen heeft de gemeente een strategie opgesteld, die bestaat uit het ondersteunen van inwoners bij het aardgasvrij worden, het uitvoeren van pilots en het zoeken van alternatieve warmtebronnen.
62
Naast de zonnevisie en transitievisie warmte heeft de gemeente ook ingestemd met de REKS Hart van Brabant. In de regio is er afgesproken om tot 2030 in totaal 1 TWH aan duurzame elektriciteit op te wekken. Een deel van deze doelen moet bereikt worden door energie te besparen. Er is samen afgesproken dat in 2030 minimaal 20% energiebesparing is gerealiseerd en richting 2050 zou 50% energiebesparing wenselijk zijn. De ambitie is om elektriciteit op te wekken binnen enkele energie-hubs verdeeld over de regio. Binnen deze hubs wordt op een grotere schaal wind- en/of zonne-energie geclusterd. De energiehubs zijn aantrekkelijk, omdat opslag, overslag en distributie van energie met elkaar te koppelen en combineren is aan (groot) verbruikers en aan gebiedsopgaven. Er zijn geen energiehubs voorzien in de gemeente Loon op Zand. We verwachten dus een relatief kleine opgave binnen het gemeentelijk
grondgebied voor wat betreft grootschalige zonnevelden en/of windmolens. Wensen van stakeholders en inwoners Stakeholders geven aan dat het belangrijk is dat woningen in de gemeente verduurzaamd worden (isoleren en zon op dak), zodat minder energie nodig is. Hierbij is het van belang dat minder kapitaalkrachtige inwoners ondersteund worden, zodat ook zij meegenomen worden in de energietransitie en energiearmoede bestreden wordt. Ook zullen nieuwbouwwoningen duurzamer gebouwd moeten worden dan nu het geval is. Om ook in het buitengebied meer duurzame energie op te wekken bijvoorbeeld op daken van stallen zal volgens stakeholders het energienetwerk verzwaard moeten worden.
Opgaven De gemeente heeft al de nodige stappen gezet voor een duurzame en klimaatadaptieve gemeente, maar er is nog geen visie vastgelegd voor deze transitie. Inwoners en stakeholders geven aan verduurzaming een belangrijk thema te vinden, maar vragen zich wel af hoe iedere inwoner hierin op een goede manier meegenomen kan worden. Opgave voor de omgevingsvisie is om de doelen voor een duurzame en klimaatadaptieve gemeente vast te leggen en (alle) inwoners van Loon op Zand op een positieve wijze te betrekken bij de verschillende transities voor bewustwording en draagvlak.
Ruimtelijke ontwikkeling Opgaven Een opgave voor de omgevingsvisie is om meer flexibiliteit en maatwerk mogelijk te maken, en hierin een goede koppeling te maken met de ruimtelijke kwaliteit en kwaliteit van de leefomgeving. Ontwikkelingen, die tijdens de interviews al aan bod zijn gekomen, zijn woningsplitsing, kleinschalige recreatieve activiteiten, bijgebouwen, omvang van woningen en nevenactiviteiten op (agrarische) erven in het buitengebied.
63
LOS stadomland B.V.
Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl