13-10-2022 Bijlage 1. Uitgangspuntennotitie omgevingsvisie Loon op Zand 2040.pdf
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie | Omgevingsvisie
2
Laatst gewijzigd: 07/09/2022 LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught
Gemeente Loon op Zand Anton Pieckplein 1, 5171 CV, Kaatsheuvel
Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl
Tel: 0416 - 289111 info@loonopzand.nl www.loonopzand.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding
Leeswijzer De Toekomstagenda Het doorlopen proces voor de uitgangspuntennotitie
5 7 7 7
2
Gebiedskwaliteiten
11
3
Trends en ontwikkelingen
22
Gebiedsbeschrijving en ontstaansgeschiedenis 11 Watersysteem 13 Bijzondere kwaliteiten in het buitengebied 15 De dorpen 19 De bevolking(samenstelling) verandert De gezonde leefomgeving wordt belangrijker De wensen van bewoners en bezoekers veranderen De omgeving waarin we leven verandert De economie verandert Verandering in de vrijetijdsmarkt Technologie verandert onze leefomgeving We bewegen ons anders Het landelijke gebied verandert De landbouw verandert
4
22 22 22 22 23 23 24 24 24 24
De positie van Loon op Zand in de regio 26
Positie van de gemeente Doelen in de regionale samenwerking Hart van Brabant
26
5
30
Opgaven per thema
26
Water, klimaat en bodem Natuur en landschap Groen Wonen Verkeer Economie stedelijk gebied Economie landelijk gebied Recreatie en vrijetijd Gezondheid en milieu Sociale leven Duurzaamheid Ruimtelijke ontwikkeling
30 35 37 38 41 43 46 49 52 59 61 63
4
Afbeelding 1. De omgevingsvisie wordt opgesteld vanuit de kwaliteiten van de gemeente, de (maatschappelijke) vraagstukken en de doelen en ambities van de gemeente.
1 Inleiding
Dit is de uitgangspuntennotitie voor de omgevingsvisie Loon op Zand. In de uitgangspuntennotitie staat welke opgaven we in de omgevingsvisie gaan aanpakken. Het vormen dus de uitgangspunten van waaruit de omgevingsvisie zal worden opgesteld. Deze uitgangspunten zijn het resultaat van de eerste fase van het opstellen van de omgevingsvisie. Met de uitgangspuntennotitie kan de gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand sturing geven aan het proces voor de visievorming zelf. Een omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving en vormt een van de instrumenten in de Omgevingswet. Met deze visie zeggen gemeenten welke doelen ze voor de lange termijn hebben. Hoeveel woningen willen we bouwen, wanneer willen we energieneutraal zijn en hoe willen we dat het landschap er over 15 jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en hoogstens de hoofdlijn van het beleid. Maar de visie helpt de gemeente wel om alle plannen en het beleid waarin we die doelen uitwerken, samenhangend te maken.
De omgevingswet stelt als doel: ‘ruimte voor ontwikkeling met borging van kwaliteit’. De omgevingsvisie kan een belangrijke rol hebben in het verwezenlijken van deze dubbele doelstelling. De eerste fase van het opstellen van de omgevingsvisie is ingezet om een beeld te krijgen van: • De kwaliteiten van de gemeente • De beleidsdoelen die reeds gelden • De (maatschappelijke) opgaven die spelen De maatschappelijke opgaven bestaan enerzijds uit trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, anderzijds uit maatschappelijke vraagstukken. Wat vinden inwoners belangrijk, waar zitten zij mee? De drie ingrediënten vormen de basis voor het opstellen van de omgevingsvisie.
5
6
Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we kort het huidige landschap en de kenmerken van de verschillende dorpen. In hoofdstuk 3 gaan we in op de globale trends- en ontwikkelingen die op ons afkomen. De trends en ontwikkelingen zijn gebaseerd op nationale, regionale stukken waarbij we naar aanleiding van de ambtelijke gesprekken en een bureaustudie zien dat deze ook voor Loon op Zand van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 gaan we in op belangrijke regionale doelen en ambities die betrekking hebben op Loon op Zand. Welke positie neemt Loon op Zand in binnen de regio? Welke kaders komen vanuit de regio op ons af? En bij welke doelen en ambities willen we ons (nog) aansluiten? In het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 5, kijken we sectoraal naar de verschillende thema’s zoals o.a. water, wonen, sociaal domein etc. Per thema beschrijven we wat er momenteel speelt, met welk huidig beleid we te maken hebben en geven we een eerste richting van de opgaven voor de omgevingsvisie.
De Toekomstagenda Eerder hebben de Toekomstmakers, inwoners van de gemeente, in groepen nagedacht over hoe de gemeente er anno 2030 uit zou moeten zien. Zij hebben samen de toekomstagenda opgesteld waarin veel onderwerpen aan bod komen die ook binnen de omgevingsvisie passen. Het is daarmee een belangrijk document waar we ook gedurende het proces van de omgevingsvisie uit kunnen putten. Belangrijke opgaven uit de Toekomstagenda. die terugkomen in de omgevingsvisie gaan onder andere over de natuur, duurzaamheid en de economie.
Het doorlopen proces voor de uitgangspuntennotitie Het proces heeft in de eerste fase van de omgevingsvisie bestaan uit een gebiedsanalyse, een beleidsanalyse, interviews met in totaal 20 medewerkers van de gemeente Loon op Zand. Voor het in beeld krijgen van de maatschappelijke opgaven hebben we een inwonersenquête opgezet en ongeveer 15 interviews gehouden met stakeholders uit de samenleving van Loon op Zand. Op de volgende pagina ziet u de samenvatting van de uitkomsten van de inwonersenquête.
7
8
9
10
2 Gebiedskwaliteiten
De gemeente Loon op Zand kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzonder natuurgebieden en cultuurhistorie. Meerdere natuurgebieden zijn beschermd en en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder gaan we kort in op de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de algemene kenmerken per gebiedstype, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Daarna gaan we nader in op de opbouw, de kenmerken en kwaliteiten van de dorpskernen.
Gebiedsbeschrijving en ontstaansgeschiedenis De gemeente Loon op Zand ligt in het uitgestrekte dekzandlandschap in het midden van de provincie Brabant. Loon op Zand kent een gevarieerd zandlandschap. Op de hoogtekaart is goed te zien dat het landschap in hoogte afloopt van het zuidoosten naar het noordwesten. Hierdoor is er een sterk gradatieverschil. Het landschap is gevormd na de laatste ijstijd toen de wind vrij spel had en een dikke laag zand op het toen nog kale landschap afzette. Het resultaat was een golvend zandlandschap. In dat zandlandschap sneden zich beken in om het regenwater
af te voeren. Op de grens van hoge zandruggen en de lage beekdalen vestigden zich de boerderijen en buurtschappen, van waaruit het land in de loop der eeuwen steeds verder werd ontgonnen en in gebruik werd genomen. Door de ingebruikname van dit landschap is het cultuurlandschap ontstaan dat we nu kennen. Rond de dorpen Loon op Zand en Kaatsheuvel vinden we de oude bouwlanden, gronden die eeuwenlang zijn bemest en daardoor een goede bodemvruchtbaarheid kennen. Buiten de dorpen en buurtschappen zijn door overbegrazing stuifzanden ontstaan. De Loonse en Drunense Duinen zijn hier het grootste restant van in Nederland en vormen een uniek natuur- en recreatiegebied. Buiten de oude bouwlanden is de ontginning ten behoeve van de landbouw pas veel later op gang gekomen. Eerst bestonden deze ontginningen nog uit kleine individuele ontginningen, waaromheen ook bosjes, houtwallen en stukken heide bleven bestaan. De wegen volgen hier de contouren van het landschap en zijn daarom kronkelig. Dit zijn de halfopen ontginningen. Aan de westkant van de gemeente waren vroeger natte heidegronden te vinden. Vanaf de 21e
11
12
Afbeelding 2. Kwel en infiltratie (bron: Provincie Noord-Brabant)
eeuw is een deel van het gebied meer grootschalig en planmatig ontgonnen. Dit leidde tot een veel rechtlijniger landschap. Het gebied is vrij open, alleen langs de wegen zijn bomenrijen te vinden. Richting de natuurgebieden ontstaat een kleinschaliger landschap met meer bosschages. De weides en bouwlanden worden veelal begrensd door smalle sloten. Dit worden de jonge ontginningen genoemd. In het noordwesten van gemeente ligt een laag gelegen nat gebied. Dit gebied maakt deel uit van de Langstraat. Door de stagnatie van water is hier laagveen ontstaan. Het gebied is ontwaterd om het in gebruik te kunnen nemen voor de landbouw. Er lopen bebouwingslinten door het gebied die oostwest georiënteerd zijn. Het verkavelingspatroon is te herkennen aan de smalle strookverkaveling met sloten en heggen die overwegend voor grasland gebruikt worden. Als gevolg van bovenstaande vormende processen zien we op hoofdlijnen de volgende landschappen binnen de gemeente: • De hooggelegen bos en stuifzandgebieden • De halfopen gebieden • De jonge ontginningsgronden • De oude ontginningsgronden
Watersysteem Het watersysteem van de gemeente kent één hoofdwaterloop genaamd de Blauwe Loop. Deze loopt van Loon op Zand naar het noordwesten. Het buitengebied ten oosten van Loon op Zand watert richting het oosten af waarna het uiteindelijk in de
Zandleij terecht komt. Het gebied ten noorden van de Loonse duinen watert af richting Waalwijk. Het gebied ten westen van de Loonse duinen watert af richting het westen. Op de hogere zandgronden zijn maar weinig waterlichamen te vinden in de vorm van sloten en greppels. Daarnaast staat in veel greppels niet permanent water, omdat veel water makkelijk kan infiltreren. In de jonge en oude ontginningsgebieden zijn veel meer smalle sloten te vinden. Deze sloten zorgen ervoor dat het grondwater op het gewenste peil blijft voor de agrarische activiteiten in het gebied. Op de zandgronden zijn enkele schijnwaterspiegels te vinden. Dit zijn de vennen die zich hebben ontwikkeld doordat er lokaal in de bodem een ondoordringbare laag ligt. Dit kunnen oerbanken of een laag leem zijn die er ooit is afgezet. Kwel en inzijging In het grootste gedeelte van de gemeente vindt inzijging van water plaats, omdat de zandgronden ervoor zorgen dat regenwater makkelijk kan infiltreren. Alleen in het uiterste zuiden en noordwesten van de gemeente komt kwel voor. In het zuiden komt bij het Leikeven kwel voor. In het noordwesten komt de kwel voor in de jong en oude ontginningsgebieden. Waterbuffering In de gemeente hebben we nu geen regionale waterbergingsgebieden. Wel zijn er meerdere gebieden aangewezen als te ‘reserveren waterberging’.
De grootste gebieden zijn te vinden tussen de Loonse Duinen en Huis ter heide, ten zuiden van Huis ter heide bij Leikeven.
13
14
Afbeelding 3. Bomenkaart Nederland (bron: RIVM, 2020)
Bijzondere kwaliteiten in het buitengebied Loonse en Drunense Duinen De Loonse en Drunense Duinen vormen een uniek natuurgebied. Het is met 270 hectare aan stuifzand een van de grootste stuifzandgebieden van Europa. Het verstoven zand heeft geen goede bodem kunnen vormen en bestaat daarom nog altijd uit bos, heide en stuifzanden. De stuifzandgebieden zijn nog van een hoge aardkundige waarden, omdat er nog steeds actieve stuifzandprocessen aanwezig zijn. Veel delen van de bossen bestaan uit naaldbomen. Richting de voormalige nattere heidegronden komen meer loofbomen voor. Door de schrale voedselarme omstandigheden van het stuifzand komen er veel bijzondere zeldzame soorten planten, insecten en reptielen voor. Huis ter Heide Het andere grote natuurgebied in de gemeente is Landgoed Huis ter Heide. Dit gebied is ontstaan doordat in de 14de eeuw het gebied is afgegraven voor de turfwinning. Op het afgegraven gebied ontstond vervolgens een heidegebied wat de naam kreeg “de Groote Bodem”. In de 19de eeuw is er de langgevelboerderij “Het Bodemhuis” gebouwd en is er begonnen de gronden geschikt te maken voor landbouw. Door de groeiende vraag naar naaldhout is het landbouwgebied uiteindelijk omgevormd naar een productiebos met naaldhout. De Groote Bodem is na de laatste bewoners langzaam vervallen en uiteindelijk gesloopt.
Het landgoed is nu vooral een aantrekkelijk natuurgebied waar recreanten op af komen, doordat het een rustig gebied is en veelzijdig is. Er zijn droge bosgebieden en natte gebieden met heide en ven-
nen, zoals het Leikeven. Dit zorgt voor een grote diversiteit aan vogels. In de nattere gebieden zijn bergeenden, zilverreigers en steltlopers te vinden. In de bossen juist de groene specht, buizerds en sperwers. Op het landgoed is ook een natuurbegraafplaats, waar mensen in een natuurlijke omgeving begraven kunnen worden. Landgoed Pauwels Landschapspark Pauwels is een gebied met een omvang van ongeveer 6.500 hectare, dat ligt ingeklemd tussen de noordelijke stadsrand van Tilburg en Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Aan de westkant wordt het gebied globaal begrensd door De Moer en in het noordwesten Kaatsheuvel. Aan de oostkant wordt het gebied globaal begrensd door de N65, de Leemkuilen en Biezenmortel. Het park is vernoemd naar Paulus I van Haastrecht die heer was van heerlijkheid Loon op Zand. Landschapspark Pauwels bevat verschillende historisch-geografische landschappen, met specifieke eigenschappen, kenmerkend voor de overgang tussen het Brabantse zandgebied en de (voormalige) veenlandschappen. Hierbinnen zijn halfopen agrarische landschappen, natte natuurgebieden die gevoed worden door kwelwater afkomstig van de Loonse en Drunense Duinen en meerdere bospercelen en heidevelden op drogere zandgronden te vinden.
Het landschapspark heeft is al aantrekkelijk om in te recreëren, maar heeft de potentie om een aaneengesloten recreatiegebied te worden, waar ook ruimte is voor andere functie, zoals water, duurzame landbouw en biodiversiteit.
15
16
Het Witte Kasteel Het kasteel van Loon op Zand is een cultuurhistorisch waardevol kasteel complex, dat beter bekend staat als het “Witte kasteel”. Het kasteel is een neoclassicistisch kasteel uit 1777. De kelder van het kasteel stamt zelfs uit de 14de eeuw wat onderdeel was van een voormalig middeleeuws bouwwerk. Er hebben veel verschillende welvarende families in het kasteel gewoond, waaronder de heer Pauwels. Ook Lodewijk XIV en Napoleon hebben in het kasteel verbleven. Het bijhorende landgoed is 4 hectare groot en omvat een Engelse, een Franse, een gazon- en een bostuin. Het complex is ook vele oude eiken en linden bomen rijk uit 1850 komen. Het kasteel heeft een opvallende oprijlaan die bijna vanuit het centrum van Loon op Zand begint. Het kasteel complex is extra waardevol voor inwoners van Loon op Zand, omdat het tegen de dorpskern aanligt wat voor een speciale sfeer zorgt. Daarnaast zijn de verschillende tuinen uitloopgebieden voor inwoners. Landgoed Plantloon Landgoed Plantloon is een landgoed ten noorden van de Loone en Drunense Duinen. Het landgoed is volgens de Engelse landschapstijl ingericht met fraaie lanen, loofbossen, hoeves en weilanden met houtwallen. Langs de lanen staan eiken- en beukenbomen. De beuken zijn hele mooie statige bomen die het landgoed allure geven. De afwisseling tussen bossen en landbouwgronden is aantrekkelijk voor verschillende dieren.
Het landgoed is een leefgebied voor holenbroeders, zoals spechten. De weilanden op Plantloon zijn goede leef- en broedplekken voor verschillende vogels, waaronder de putter. Het afwisselde landschap is een goede leefomgeving voor kleine dieren die als
prooi dienen voor verschillende roofvogels als de buizerd, sperwer en uilen. Op het landgoed is ook een overblijfsel van de turfhistorie van de omgeving terug te zien, door een oude turfvaart. Het linten structuur van Kaatsheuvel als onderdeel van de Langstraat Kaatsheuvel is ontstaan door verschillende lintbebouwingen die samenkwamen bij het centrum van Kaatsheuvel. De linten in Kaatsheuvel staan niet op zichzelf. Ze vormen één van de ‘lange straten’ van de Langstraatregio. Het ontstaan van deze lange lijnen hangen samen met het karakteristieke slagenlandschap. De vorm van de straten hebben dus hun oorsprong liggen in het regionale landschap. Een deel van de linten ligt in het slagenlandschap, met smalle slootjes en langgerekte kavels. Langs lange lijnen is het veengebied vanaf de middeleeuwen ontgonnen, hier zijn de producten van het land naar de markten vervoerd én zijn de oudste bebouwingen terug te vinden. De zuidelijke linten (Marktstraat, Gasthuisstraat) zijn gelegen op een overgangslandschap: namelijk, het landschap gelegen tussen het veen en de Loonse en Drunense duinen, waar een halfopen coulisselandschap ontstond met bosjes, vennen, houtwallen, bomenlanen, oude bouwlanden en weides. Hier zijn de wegen bochtig, in plaats van rechte lijnen.
Intermezzo: De schoen- en ledernijverheid De streek De Langstraat staat bekend om haar vroegere florerende schoen- en ledernijverheid. Dus ook in Kaatsheuvel en Loon op Zand. Deze industrie is in de streek succesvol geworden om drie redenen. De aanwezigheid van koeien, eiken en stromend water. Grote delen van moerasgebied langs de Maas zijn ontgonnen nadat boeren aan de Langstraat zijn gevestigd. Deze weilanden lagen nog in contact met het stroomgebied van de Maas, waardoor de weilanden regelmatig overstroomde. Dit zorgde voor gras van een extreem stevig kwaliteit, waardoor er
veel voedsel was voor koeien. Van de koeienhuid kon het leer gemaakt worden. Ten zuiden van het moerasgebied liggen de hogere zandgronden waar eikenbomen groeiden en zuiver water in kleine beekjes stroomde. De schors van de eikenbomen werd gebruikt om van koeienhuiden leer te maken, doormiddel van een chemisch proces. Het zuivere stromende water was van belang om de huiden te reinigen. Dankzij het gemaakte en aanwezige landschap is in de omgeving van onze gemeente een bloeiende nijverheid ontstaan.
17
Afbeelding 4. Lederindustrie Kaatsheuvel (bron: Regionaal archief Tilburg, fotonummer 056412)
18
Afbeelding 5. Bouwjaar panden kaatsheuvel (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)
Afbeelding 6. Bouwjaar panden Loon op Zand (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)
De dorpen Kaatsheuvel Kaatsheuvel is uit meerdere dorpslinten ontstaan. Waar deze linten samenkwamen is het centrum van het dorp gegroeid. Typerend voor de oude linten is dat deze op de grenzen van drie verschillende landschapstypen liggen. Het westelijke lint van de Rechtvaart-Antoniusstraat-HoofdstraatRoestenbergstraat-Vaartstraat vormde de ontginningsas van de oude ontginningsgronden. Richting de jonge ontginningsgronden naar het zuiden liggen de ook de jongere linten, namelijk de Gasthuisstraat en de Marktstraat. Het oostelijke deel van het dorp bestaande uit de wijk de Horst heeft een groen karakter dat aansluit op de bossen van de Loonse en Drunense Duinen. Kaatsheuvel maakt ook onderdeel uit van de Langstraat. Dit is een gebied tussen Den Bosch en Geertruidenberg. De Langstraat was een lange dijk langs moerasgebieden die bescherming moest bieden tegen hoogwater na de St. Elisabethsvloed.
Loon op Zand Loon op Zand is als een van de vele gehuchten van de gemeente ontstaan. Doordat het aan twee belangrijke verbindingswegen lag, de noord-zuid verbinding tussen de bisschopsteden Utrecht en Luik en de oostwest verbinding tussen Antwerpen via Breda naar Vught en ’s-Hertogenbosch. Het dorp heeft een groen karakter, omdat het onder andere onderdeel is van de Loonse en Drunese Duinen. De wijken van Loon op Zand zijn aanmerkelijk groener dan die van Kaatsheuvel. De Moer De Moer is ook ontstaan doordat twee oude linten elkaar kruiste. Deze linten zijn ontstaan bij de ontginning van de toen nog ‘woeste gronden’, en bevinden zich nu in het jonge ontginningslandschap. Aan de andere kant ligt het dorp ook tegen de bossen van het natuurgebied Huis ter Heide aan.
Afbeelding 7. Bouwjaar panden De Moer (bron: https://parallel.co.uk/netherlands)
19
20
21
3 Trends en ontwikkelingen
Er is een groot aantal trends en ontwikkelingen dat zorgt voor verandering in de fysieke leefomgeving. Trends en ontwikkelingen zijn één van de drijvende krachten achter verandering en zijn daarom zeer relevant.
De bevolking(samenstelling) verandert 22
In hoofdlijnen kennen we een vergrijzing van de bevolking. Ook verandert de bevolking door nieuwe inwoners van buitenaf. Wij zijn als gemeente sterk verbonden met de regionale woningmarkt in Tilburg en Waalwijk en de woningdruk neemt daardoor ook in Loon op Zand toe. Daarnaast zijn er steeds meer eenpersoonshuishoudens (zowel jongeren als ouderen). Dit vraagt om andere woningtypes.
De gezonde leefomgeving wordt belangrijker Gezondheid staat al stevig op de agenda maar wordt nog wezenlijker door de vergrijzende bevolking. Zo lang mogelijk gezond blijven door, o.a. meer bewegen en een schoon milieu worden steeds belangrijker. Het meten aan de kwaliteit
van je eigen omgeving (lucht, geluid) wordt steeds normaler en mensen organiseren zich vaker om een gezonde omgeving te eisen.
De wensen van bewoners en bezoekers veranderen De leefwereld van mensen wordt steeds groter, we worden individualistischer. Tegelijk is er meer aandacht voor goede doelen en betekenisvolheid, maar we leven in meer wisselende en lossere verbanden. Zo binden we ons minder snel aan vaste activiteiten en verenigingen. De keuzevrijheid wordt groter en die ruimte benutten we ook. In onze vrije tijd trekken we er meer op uit en dan gaat het vaker om beleving, luxe, afwisseling etc. Tegelijk is er steeds meer aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving, het groen en de wandelmogelijkheden. Dit wordt door de coronacrisis verder versterkt.
De omgeving waarin we leven verandert Het klimaat verandert, wat leidt tot kortere hevige buien, maar ook langere perioden van droogte, hogere temperaturen en problemen met hittestress
in stedelijke gebieden. De verandering van klimaat leidt ook tot nieuwe ziektes en plagen. Een andere trend is de teruggang in biodiversiteit.
ringen in winkelgebieden.
De economie verandert Kennis en informatie worden steeds een belangrijker motor in de economie. Dit leidt tot specialisatie en netwerken op verschillende schaalniveaus, zowel lokaal, regionaal als internationaal. Veel bedrijven worden grootschaliger en automatiseren hun werkprocessen. Dat leidt ertoe dat de lokale vraag en aanbod van arbeid steeds vaker niet op elkaar aansluit en de in- en uitgaande pendel groter wordt. Voor bedrijventerreinen zien we een ontwikkeling: • Van monofunctionele gebieden naar multifunctionele gebieden • Van grote panden met veel extra ruimte naar kleinschaligere werkruimten, intensiever gebruik op inspirerende en levendige locaties • Van standalone gebouwen en optimalisatie binnen de perceelgrens naar vergaande samenwerking en organisatie
De vrijetijdsmarkt is hoog competitief geworden door de toegenomen communicatieve en fysieke mobiliteit en door het gegroeide aanbod (outlet centers, meubelboulevards, evenementen, koopzondagen, stedentrips, goedkope vliegvakanties). Die markt kent kritische consumenten die snel van voorkeur veranderen. De echte groei op die markt zit in een thematisch samenhangende clustering van voorzieningen, bijvoorbeeld rond thema’s als natuur, entertainment, klassieke stedelijke allure of juist stedelijke vernieuwing, gezondheid, rust en ruimte. Het besef wordt steeds scherper, dat voldoende en goede vrijetijdsvoorzieningen bijdragen bij aan een prettig leefklimaat, gezonde en gelukkige bewoners en een sterkere economie. Ook wordt het vrijetijdsdomein meer en meer erkend als middel om bij te dragen aan het oplossen van grotere maatschappelijke vraagstukken die invloed hebben op en bijdragen aan onze welvaart en ons welzijn.
Daarnaast heeft de coronacrisis de trend van het online winkelen versneld. Dit zorgt voor verande-
Het aantal korte vakanties neemt toe. De afgelopen tien jaar is het aandeel short breaks met
Verandering in de vrijetijdsmarkt
23
75% toegenomen. Van alle vakanties in Europa is 52% een korte vakantie. De dagbesteding van een vakantie ligt hoger bij een korte vakantie dan bij andere type vakanties.
Technologie verandert onze leefomgeving Door de doorwerking van technologie veranderen onze leefpatronen, we werken veel flexibeler in tijd en plaats, ons koopgedrag verandert sterk, ons vrijetijdsgedrag is intensiever en gevarieerder (gericht op beleving en variatie, buitenshuis eten etc), en ons sociale gedrag is gevarieerder (virtuele sociale netwerken zijn ook in de fysieke wereld zichtbaar).
We bewegen ons anders 24
Er is sprake van een toenemende mobiliteit. Dat geeft steeds meer druk op wegen en OV. Tegelijk is sprake van een revolutie in de technologie, die ervoor kan zorgen dat we ons steeds veiliger en comfortabeler kunnen verplaatsen. De komst van de elektrische fiets geeft volop kansen om het fietsgebruik (ook over grotere afstanden) verder te bevorderen. En de digitale technologie kan ervoor zorgen dat ook vanuit huis steeds meer kunnen doen. De virtuele vorm van de netwerksamenle¬ving heeft in 2020/2021 een enorme sprong gemaakt. We zijn in een jaar tijd gewend geraakt aan vele vormen van virtuele bijeen¬komsten, en voor een deel zal dat ook zo blij¬ven. Dit heeft ongetwijfeld fysieke gevolgen. Maar de aard van de gevolgen is nog niet duidelijk. Het meest voor de hand liggend is dat mobiliteitspatronen en ontmoetings¬gedrag gevarieerder worden.
Het landelijke gebied verandert Het landelijk gebied verandert steeds meer in een multifunctioneel leef- en werkgebied. Het aantal landbouwbedrijven neemt al decennia met ongeveer 3% per jaar af en op vrijkomende locaties ontstaan nieuwe functie of wordt gewoond. Ondernemers, burgers en maatschappelijke organisaties komen dichter op elkaar te zitten. Daarnaast spelen allerlei transities die steeds meer invloed krijgen op het aanzien van het landelijk gebied. Zo heeft de energietransitie, waar de opwek van duurzame energie door windmolens en zonnevelden invloed heeft op het aanzien van het landelijk gebied.
De landbouw verandert De landbouw tendeert al enkele decennia in twee richtingen. Enerzijds is er een trend naar schaalvergroting en specialisatie. Anderzijds een trend naar verbreding en diversificatie. Afgelopen jaren er een toenemende aandacht voor vormen van kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw.
25
4 De positie van Loon op Zand in de regio Positie van de gemeente
26
De gemeente Loon op Zand kent met Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer drie dorpen met elk een eigen karakter. Ze ligging. De gemeente heeft enerzijds een rustige groene ligging midden in het Brabantse zandlandschap, anderzijds kent het een grote dynamiek door de ligging van twee belangrijke recreatieve trekkers, de Efteling en de Loonse en Drunense Duinen. De Efteling ontving afgelopen jaren meer dan 5 miljoen bezoekers per jaar en is daarmee het grootste attractiepark van de Benelux. De Loonse en Drunense Duinen trekt jaarlijks 1,2 miljoen bezoekers. De gemeente Loon op Zand is daardoor te typeren als een recreatieve groene (woon)gemeente met hechte dorpen (zie o.a. het rapport ‘bestuurlijke toekomst Loon en Zand, Berenschot). De gemeente Loon op Zand is sterk verweven met de regio. De gemeente heeft veel functionele verbanden met de regio en veel inwoners zijn voor werk en voorzieningen ook gericht op omliggende steden en dorpen, zoals Tilburg en Waalwijk. Tegelijk heeft de gemeente Loon op Zand met haar natuurgebieden en toeristisch recreatieve activitei-
ten bovenlokale functies in huis. Ook beleidsmatig werkt de gemeente (als organisatie) veel samen met de regio. Loon op Zand is onderdeel van de regio Hart van Brabant, waarin 11 gemeenten samenwerken op meerdere beleidsvelden. Hoewel dergelijke samenwerkingen landelijk steeds sterker worden, is het voor een kleine gemeente als Loon op Zand ook bijzonder belangrijk. Deels komt dit voort uit het feit (kleinere) gemeenten vaak de kennis en capaciteit in de regio benutten om de steeds grotere taken van een gemeente op te pakken. Het rapport van Berenschot (‘bestuurlijke toekomst Loon en Zand’) geeft aan dat de druk op de gemeente toeneemt, zowel door de verwachtingen van de inwoners, ondernemers en organisaties als door de toenemende regels en afnemende financiële middelen vanuit de landelijke overheid. Daarnaast wil de gemeente veel ambities ook samen met de regio aanpakken.
Doelen in de regionale samenwerking Hart van Brabant Er zijn in het regionale verband Hart van Brabant meerdere documenten opgesteld en in de maak om de regionale samenwerking tussen gemeenten, provincie en waterschappen beter te organiseren.
Daarnaast worden er ook regionale ontwikkeldagen georganiseerd om samenwerkingsafspraken te maken tussen gemeenten, provincie en waterschappen. Het doel is om integraal samen te werken op verschillende beleidsterreinen. Voor de gemeente Loon op Zand is het belangrijkste thema op regionaal niveau het profileren op het gebied van recreatie en toerisme. Naast de regio Hart van Brabant is de gemeente Loon op Zand ook onderdeel van het regionale samenwerkingsverband Midpoint Brabant. Hierbij werkt de gemeente niet alleen samen met andere overheden, maar ook met bedrijven, onderwijs, clusters en andere partners. Midden-Brabant ontwikkelen tot dé slimme, duurzame en mensgerichte economische topregio van Nederland is het doel van Midpoint Brabant. De toeristische ambitie van Loon op Zand past in de regionale speerpunten. De provincie NoordBrabant wil de komende jaren uitgroeien tot de meest innovatieve en gastvrije regio van Europa voor kortdurend verblijf. In het hart van Brabant is het aanbod aan dag- en verblijfsrecreatie breed en afwisselend, met als hoofdrolspelers de Efteling
en Safaripark Beekse Bergen, maar ook de bossen en vennen rond Oisterwijk en de Loonse en Drunense Duinen. De ambitie van de samenwerkende gemeenten, waaronder de gemeente Loon op Zand, is om de komende jaren te groeien van een binnenlandse naar een internationale bestemming voor toeristen uit heel Noordwest-Europa. De focus ligt daarbij enerzijds op de gezins- en familiemarkt, waarbij andere doelgroepen uiteraard niet worden uitgesloten. Deze groei wil de gemeente realiseren in balans met de omliggende natuur. Anderzijds zet men in op langer meerdaags verblijf zodat niet één maar meerdere attracties, locaties en/of ondernemingen bezocht kunnen worden (rapport ‘bestuurlijke toekomst Loon en Zand, Berenschot). De gemeente Loon op Zand in de regio de kartrekker is op het gebied van recreatie & toerisme vanwege onze grote toeristische trekkers. Meerdere regionale documenten bevatten belangrijke doelstellingen voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Loon op Zand, zoals: • Strategische meerjarenagenda Hart van Brabant • (Be)leefbaar Brabant, leisure for a better society (2021-2024)
27
• Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant Daarnaast kent de regio afstemming in de fysieke leefomgeving via de Regionale Omgevingsagenda (ROA) en de regionale investeringsagenda (RIA). Momenteel wordt een gezamenlijk verstedelijkingsakkoord opgesteld voor de regio BredaTilburg. In het verstedelijkingsakkoord wordt uitgewerkt hoe de gemeentes samen gaan werken op het gebied van woningbouw, bereikbaarheid, klimaat/energie, landschap/water en economie. Verder bestaan er regionale woningbouwafspraken en regionale bedrijventerreinafspraken waarin de uitbreidingsbehoefte van woningbouw en bedrijventerreinen worden afgestemd.
28
Ook op gezondheidsterrein worden er veel regionaal samengewerkt. Zo maakt de GGD een regionale gezondheidsnota. Een aantal belangrijke doelen en ambities voor de gemeente Loon op Zand in regionaal verband zijn: • Een slimme economie met een hoger economisch rendement door te investeren in innovatie in de maakindustrie, logistiek en vrijetijdseconomie (Strategische meerjarenagenda Hart van Brabant). • Een slimme samenleving, waarin het ecologische kapitaal wordt gekoesterd en verder ontwikkeld. Daarnaast zet de regio in op een gezonde samenleving, waarin inwoners veerkrachtiger zijn (Strategische meerjarenagenda Hart van Brabant). • De regio wil uitgroeien tot de Leisure regio van Noordwest-Europa, waar hoogwaardig en toegevoegde recreatieven en toeristische voorzieningen te vinden zijn voor gezinnen en
families. Om tot het gewenste leisurecluster te kunnen groeien wordt in dit visiedocument ook een versterking van de verblijfsaccommodaties bepleit die jaarrond open zijn. Om meer bezoekers naar de regio te trekken wordt ingezet op de “driehoek” natuur (het ‘eetbare’ en beleefbare landschap van de groene kamers), cultuur (performing arts, evenementen, entertainment) en gastvrijheid (thematisch en kwalitatief onderscheidend verblijf). Om deze drie pijlers te versterken is er meer leisure-content nodig in de regio en zal er een schaalsprong gemaakt moeten worden ((be)leefbaar Brabant, leisure for a better society (2021-2024) & rapport Dreamport Brabant). • In de regionale beleidsagenda mobiliteit heeft de regio een gezamenlijke visie en actieplan neergelegd ten aanzien van de bereikbaarheid van de regio. Daarbij gaat het niet alleen om voldoende en goed ingerichte wegen, maar ook om andere slimme en schone vormen van vervoer. Om op een gezonde, veilige en prettige manier te kunnen leven, gaat de visie uit van een slimmer en mobiliteitssysteem. Daarnaast bevordert het systeem de gezondheid van mens en omgeving. Dat maakt van de openbare ruimte (weer) een plek waar het fijn is om met elkaar te zijn. Een ruimte voor sociale en economische dynamiek (Regionale Beleidsagenda Mobiliteit Hart van Brabant).
29
Afbeelding 8. Ligging regio Hart van Brabant
5 Opgaven per thema
Water, klimaat en bodem
30
Wat speelt er Als gevolg van veranderingen in het klimaat verandert onze fysieke leefomgeving. De belangrijkste veranderingen in het klimaat die voor onze gemeente van belang zijn, zijn de veranderende weerpatronen en een hogere gemiddelde temperatuur. Als gevolg van veranderende weerpatronen zullen we te maken krijgen met pieken in de neerslag met kortere en hevigere buien. Daar staan langere perioden van droogte tegenover. De korte en hevigere buien zullen voornamelijk overlast veroorzaken in het stedelijk gebied, waar veel verhard oppervlak aanwezig is waardoor regenwater niet kan infiltreren en afstroomt naar de laagstgelegen plekken. Huidig beleid De gemeente heeft één document waarin het beleid en de doelen zijn verwoord voor de thema’s water, klimaat en bodem, het programma Water en Riolering (PWR, 2020). Daarnaast heeft de gemeente beleidsdocumenten die meer gericht zijn op inventarisaties, uitvoering en/of handhaving: • Eindrapportage klimaatstresstesten Hart van Brabant
• Klimaatonderlegger Hart van Brabant • Nota bodembeheer • Bodemkwaliteitskaart Belangrijk doel in het PWR is dat bij nieuwe ontwikkelingen de volksgezondheid voorop staat en dat er gewerkt moet worden aan een water robuust en klimaatbestendig watersysteem dat duurzaam en levenscyclusgericht is. De speerpunten en doelen in het PWR zijn voornamelijk gericht om de gevolgen van klimaatsverandering in het stedelijk gebied aan te pakken. In het PWR worden geen ambities beschreven hoe de gemeente gevolgen door klimaatverandering in het buitengebied wil aanpakken. De projecten zijn gericht op de openbare ruimte en riolering. Als er een riolering wordt vervangen wordt er een gescheiden rioolstelsel aangelegd en de openbare ruimte klimaat adaptief ingericht.
Afbeelding 9. Waterdiepte in Kaatsheuvel bij Piekbui 140 mm in 2 uur (bron: klimaateffectenatlas)
Afbeelding 10. Waterdiepte in Loon op Zand bij Piekbui 140 mm in 2 uur (bron: klimaateffectenatlas)
Wensen van stakeholders en inwoners Verschillende stakeholders geven aan dat meer water vastgehouden moet worden, dat tijdens droge periodes gebruikt kan worden. Ook zal op meer plekken regenwater langer de tijd moeten krijgen om in de bodem te kunnen infiltreren, waardoor het grondwaterpeil tijdens natte periodes verhoogd wordt. Daarnaast geven stakeholders aan dat in het stedelijk gebied nog meer aandacht moet komen voor klimaatadaptatie, om zowel de gevolgen van hevige regen buien als hitte stress tegen te gaan. Hierbij wordt door een stakeholder specifiek aangegeven dat minder kapitaalkrachtige inwoners ondersteund worden om hun eigen woonomgeving klimaat adaptief te maken.
Opgaven Klimaatbestendige inrichting van stedelijk gebied We hebben in onze gemeente gedeeltelijk een gemengde riolering en gedeeltelijk een gescheiden rioolsysteem. Op termijn willen we alles gescheiden hebben. In 2014 heeft een korte hevige regenbui (van maar liefst 135 mm) voor veel overlast gezorgd in Kaatsheuvel. Sinds die tijd worden de grootste knelpunten in het stedelijk gebied aangepakt. De belangrijkste maatregelen zijn de aanleg van een blauwe ader en een ondergrondse berging. Volgens de klimaatstresstest zijn erin zowel Kaatsheuvel als Loon op Zand nog veel plekken waar wateroverlast kan ontstaan door hoosbuien.
31
Afbeelding 11. Hitte-eilandeffect (bron: RIVM, 2020) 32
Afbeelding 12. Bodemkaart Nederland (bron: Alterra en Wageningen UR 2020)
Een opgave voor de omgevingsvisie is om te zorgen dat we hevige regenbuien beter kunnen opvangen. Daarvoor zullen we meer moeten afkoppelen en ruimte vinden om water te bergen. Belangrijke vraag bij deze opgave is welke ambitie de gemeente wil en kan hanteren. Maatschappelijke partijen wijzen ons erop dat groepen met een lagere financiële draagkracht lastiger deel kunnen nemen aan deze ontwikkelingen. Aanvullende opgave is daarom om bij deze transities aandacht te houden voor alle groepen in de samenleving. Hitte Langere warme (en droge) perioden leiden ook tot hittestress. Dit zou in eerste instantie in Kaatsheuvel kunnen voorkomen, omdat daar grotere gebieden verhard zijn met minder grote bomen. Met name voor ouderen kan hittestress voor gezondheidsproblemen zorgen. Uit onderzoek blijkt dat zij sneller uitdrogen en ‘het ergens naar toegaan’, bewegen of ontmoeten, vermindert. Groen, water en ruimte tussen de bebouwing helpt om dit effect te verkleinen. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat gemeenten in 2020 klimaatbestendig moeten handelen en in 2050 (zo goed mogelijk) klimaatbestendig moeten zijn. Een opgave voor de omgevingsvisie is inzetten op een inrichting van de openbare ruimte die meer verkoeling en schaduw geeft. Droogte De toenemende droogte zal voornamelijk effect hebben op de hogere zandgronden waar bo-
dem sneller uitdroogt. In meerdere watergangen stroomt niet het hele jaar door water. In delen van het buitengebied zijn gevolgen door de droogte ook bij de bodem te zien. De bodem kan na een langere periode van droogte niet meteen water opnemen. Dit betekent dat het water van één korte regenbui niet de grond intrekt, maar afspoelt richting de sloten. Daarnaast zullen ook de veengronden in het westen sneller kunnen dalen als er niet voldoende water afgevoerd kan blijven worden in droge zomers (duurzaamheidsvisie Loon op Zand). In het verleden hebben we het watersysteem op veel plekken aangepast. Momenteel loopt er een initiatief om de Zandleij af te koppelen en weer te verbinden met de Blauwloop. Op die manier kan de waterbeschikbaarheid bij het Witte Kasteel en ten noorden van Huis ter Heide worden verbeterd. Een opgave voor de omgevingsvisie is om water in landbouwgebieden langer vast te houden (buffers, sponswerking), rekening houdend met de belangen van agrariërs in het gebied. Een belangrijke (onderzoeks)vraag bij deze opgave is of water leidend kan worden bij de inrichting en gebruik van het landelijk gebied en het aanwijzen van (nieuwe) ontwikkellocaties. Meer specifieke opgave is om het historische watersysteem te herstellen t.b.v. de bestrijding van droogte en het verbeteren van de waterbeschikbaarheid.
33
34
Afbeelding 13. Masterplan Pauwels (bron: Strootman Landschapsarchitecten)
Natuur en landschap Wat speelt er De afgelopen jaren is er hard gewerkt om de bestaande natuurgebieden in de gemeente met elkaar te verbinden. Er is over de N261 een ecoduct gekomen en zijn er onder de weg fauna passages aangelegd. Hierdoor is er een belangrijke verbinding gecreëerd tussen de Loonse en Drunense duinen en Huis ter Heide. Ondanks dit soort verbeteringen staan veel natuurgebieden in de gemeente nog steeds onder druk, terwijl de natuurgebieden juist erg geliefd zijn onder zowel inwoners als bezoekers.
Op regionaal vlak werken we samen met de gemeente Tilburg en andere gebiedspartners aan het landschapspark Pauwels. Het gebied moet gaan dienen als regionaal stadspark, zodat de gebruiksen belevingswaarde van groen in de stad worden vergroot. Op deze manier moet er een schakel komen tussen waardevolle natuurgebieden en het stedelijk gebied. Huidig beleid De gemeente heeft geen vastgestelde beleidsdocumenten waarin het beleid en doelen zijn verwoord voor de thema’s natuur en landschap. Andere overheden hebben wel beleid voor de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland.
35
Afbeelding 14. Beschermde natuurgebieden (bron: Provincie Brabant en Ministerie van Economische Zaken)
36
Wensen van stakeholders en inwoners De natuurgebieden in onze gemeente zijn één van de meest gewaardeerde plekken in de gemeente, volgens inwoners en stakeholders. Ze worden zowel op waarde geschat voor een aantrekkelijk woonklimaat in de gemeente als een aantrekkingskracht voor de lokale (recreatieve) economie. Dit zorgt er echter voor dat veel inwoners een te hoge druk ervaren in de natuurgebieden. Stakeholders geven daarnaast aan hoe de recreatiedruk beter verspreid kan worden over de gemeente, als ook andere landelijke gebieden aantrekkelijk worden voor recreanten. Hierbij zou ook beken moeten worden of verschillende natuurgebieden beter met elkaar verbonden kunnen worden. Stakeholders geven aan dat de kwaliteit van het landschap kan worden versterkt. Met name rond natuurgebieden kan dit een buffer vormen. Ook zijn er specifieke bijzondere plekken die bewaard moeten blijven.
van natuurgebieden onder druk komt te staan. Dit geldt voornamelijk voor natuurgebieden waar voedselarme biotopen voorkomen. Door de depositie van stikstof kunnen andere planten het gebied overwoekeren, waardoor bijzondere planten verdwijnen. Rond de natuurgebieden bestaat geen druk door recreanten. Dit komt voornamelijk, omdat het landschap niet aantrekkelijk genoeg is voor de meeste recreanten om er te recreëren.
Opgaven De natuurgebieden worden steeds meer bezocht door inwoners en bezoekers, de recreatiedruk neemt toe. Hierdoor komen deze gebieden en de (natuur)kwaliteiten van deze gebieden onder druk te staan. Ook zorgt het veranderde klimaat ervoor dat de kwaliteiten van de natuurgebieden onder druk komt te staan. Op de hogere zandgronden kan verdroging ervoor zorgen dat bepaalde flora niet kunnen overleven. De verdroging zorgt er ook voor dat de kans op bosbranden toeneemt. Ook de stikstofdepositie zorgt ervoor dat de kwaliteit
De vraag naar meer woningen en bedrijventerrein zorgt er steeds vaker voor dat er buiten de huidige stedelijke contouren gekeken wordt. Dit betekent dat het stedelijke gebied wordt uitgebreid ten koste van het landelijke gebied in de gemeente. We hebben als gemeenten een verscheidenheid aan waardevolle landschappen, die vaak ook een cultuurhistorische waarden hebben.
Een opgave voor de omgevingsvisie is om condities te scheppen, waarbij de kwaliteiten van natuurgebieden worden beschermd. Hieronder gaat het zowel om de juist milieu omstandigheden, het voorkomen van verdroging en het tegengaan van een te grote recreatiedruk. Een opgave voor de omgevingsvisie is om de ecologische en landschappelijke kwaliteiten van het (agrarisch cultuur) landschap te versterken. Deze opgave komt voort uit de behoefte om een bufferfunctie rond natuurgebieden te scheppen, natuurgebieden te verbinden en om specifieke andere kwaliteiten te beschermen.
Een opgave voor de omgevingsvisie is om de meest (cultuurhistorisch) waardevolle gebieden te beschermen tegen (stedelijke) uitbreidingen.
Groen Wat speelt er Het groene karakter van de wijken in de gemeente verschilt sterk van elkaar. In De Moer en Loon op Zand zijn over het algemeen meer groene wijken te vinden dan in Kaatsheuvel. In de gemeente verschuift het karakter van de bestaande groenstructuren door de vraag van inwoners. De functie van de traditionele speelplekken verandert. Dit komt deels, omdat bepaalde wijken meer verstenen door een toename aan bebouwing. Hierdoor ontstaat er meer wateroverlast, is er minder openbare ruimte en openbaar groen, waardoor inwoners er elkaar minder kunnen ontmoeten buitenshuis. In de gemeente zijn er ook steeds meer inwoners van een buurt die zelf een stukje openbaar groen willen onderhouden. De gemeente stelt adoptiecontracten met inwoners op, zodat inwoners zelf extra kwaliteiten kunnen toevoegen aan een openbaar groengebied. De gemeente stelt alleen bepaalde randvoorwaarden op. Huidig beleid De gemeente heeft één document waarin het beleid en de doelen zijn verwoord voor het thema openbaar groen. Daarnaast heeft de gemeente beleidsdocumenten die meer gericht zijn op de uitvoering en/of handhaving. Hieronder zijn de verschillende beleidsdocumenten benoemd: • Groenstructuurplan • Groenbeheerplan • Integraal beleidsplan openbare ruimte • Bomenverordening Het groenstructuurplan heeft als doel dat de
hoofd- en nevengroenstructuren bijdragen aan het welzijn en woongenot van onze inwoners, aan klimaatadaptatie en aan het versterken van de biodiversiteit. De kwaliteit van groen bepaalt de mate hoe de gemeente beleefd wordt door inwoners en bezoekers. Als het overige groen opnieuw ingericht moet worden wordt per situatie het openbaar groen anders ingericht. Dit wordt in samenspraak gedaan met omwonenden Wensen van stakeholders en inwoners In de inwonersenquête geven inwoners aan dat zij behoefte hebben aan meer openbaar groen, zoals een park in het stedelijk gebied. Het gaat hierbij dan om openbaar groen dat inwoners kunnen gebruiken om elkaar te ontmoeten of waar kinderen veilig kunnen spelen. Daarnaast geven ze aan de het onderhoud van het groen moet verbeteren. Stakeholders voegen hier aan toe dat bij het groenbeheer meer aandacht kan zijn voor biodiversiteit, zodat openbaargroen zowel in het stedelijk als landelijkgebied kan bijdrage aan de natuurwaarden van de gemeente.
Opgaven Het openbaar groen in de gemeente heeft op veel plekken een lage kwaliteit. Dit komt aan de ene kant door slecht onderhoud op bepaalde plekken. Aan de andere kant is openbaar groen vaak niet aantrekkelijk ingericht, omdat het alleen een grasveldje is. Zowel inwoners als bezoekers waarderen het als openbaar groen goed beheerd wordt en een bepaalde kwaliteitswaarden heeft, waar-
37
door de omgeving aantrekkelijker wordt.
Wonen
Een opgave voor de omgevingsvisie is om de kwaliteit van het openbaar groen te verbeteren. Het gaat in deze opgave om het mooier maken van het openbaar groen en het versterken van de biodiversiteit.
Wat speelt er Onze gemeente kent een relatief uniform woningaanbod. Het grootste gedeelte van onze woningen vormen het woonmilieu woonwijk met laagbouw. In deze wijken zijn voornamelijk eengezinswoningen te vinden. Het aandeel hoogbouw en meergezinswoningen is relatief laag in de gemeente als het vergeleken wordt met het landelijke en provinciale gemiddelde. Deze verdeling sluit aan bij de vroegere verdeling van eenpersoons en meerpersoonshuishoudens. In 2001 was bijna 80% van onze huishoudens een meerpersoonshuishouden die behoefte hadden aan een gezinswoning. De afgelopen 20 jaar is deze verdeling meer naar elkaar toegegroeid. Nog steeds is 70% van onze bevolking een meerpersoonshuishouden, maar de trend laat zoel lokaal als landelijk zien dat deze als jaren gestaag afneemt.
Op bepaalde plekken in de gemeente is de aanwezigheid van openbaar groen beperkt, waardoor inwoners niet dichtbij openbaar groen wonen. Dit zorgt ervoor dat inwoners minder geneigd zijn om naar buiten te gaan, om daar te bewegen of te spelen. Daarnaast zijn deze omgevingen sterk versteend, waardoor het zomers warmer kan zijn. Ook zijn dit soort versteende wijken of buurten barrières voor dieren, wat niet tegoeden komt aan de biodiversiteit. 38
Een opgave voor de omgevingsvisie is om extra groen te creëren in de kernen. Daarmee kunnen meer doorlopende structuren worden gemaakt ter versterking van de biodiversiteit, meer mogelijkheden voor ommetjes en het tegengaan van hittestress in periodes van langdurige droogte. In veel wijken zijn bestaande groenstructuren nu kijkgroen of speelplekken ingericht voor kinderen. Vanuit inwoners komt steeds vaker de vraag om van het openbaargroen gebruiksgroen te maken en van de speelplekken ontmoetingsplekken te maken, zodat alle inwoners gebruik kunnen maken van het openbaar groen. Een opgave voor de omgevingsvisie is om het groen te veranderen, zodat het bruikbaarder en aantrekkelijker wordt voor omwonenden.
Ongeveer een derde van de woningen in de gemeente zijn huurwoningen, waarvan 24% in het sociale segment. Vanuit de regio is het streven om 25% sociale huurwoningen te hebben in ons bezit. Daar voldoen we nagenoeg aan. Binnen de gemeente komen wel verschillen voor. In De Moer komen aanzienlijk minder huurwoningen voor dan het gemeentelijke gemiddelde. In Kaatsheuvel komen meer huurwoningen voor dan het gemeentelijke gemiddelde. Dit komt onder andere, omdat in bepaalde wijken grote hoeveelheden huurwoningen staan. In Loon op Zand komt het aandeel huurwoningen overeen met het gemeentelijke gemiddelde. In de gemeente zit de woningmarkt aan twee kan-
ten op slot. Aan de ene kant zijn er 1 of 2 persoonshuishoudens die in een gezinswoning wonen, waardoor gezinnen met jonge kinderen niet kunnen doorstromen. In veel gevallen zijn het senioren die niet kunnen doorstromen, omdat gezinswoningen vaak te groot en/of niet levensloopbestendig zijn of omdat ze meer huur moeten gaan betalen wanneer ze verhuizen. Ook verhuizen ze niet, omdat ze vinden dat er veel bij komt kijken (praktische zaken van een verhuizing) en mist men hier ondersteuning bij. Het is echter moeilijk voor senioren om een kleinere woning te vinden die betaalbaar en levensloopbestendig is. Aan de andere kant worden sociale huurwoningen deels bewoond door huurders die zouden kunnen doorstromen naar een woning in het middensegment, maar deze woningen kunnen nog bezet zijn door gezinnen die niet kunnen doorstromen. Daarom zet de gemeente zowel in op het bouwen van betaalbare woningen voor kleine huishoudens, voor zowel jongeren, starters als senioren. Daarnaast zetten we ook in op woningen van het midden en hoge segment om de doorstroom te bevorderen. Huidig beleid
39
Huidig Beleid In de woonvisie staan het beleid en de doelen van de gemeente ten aanzien van het thema wonen verwoord. Daarnaast heeft de gemeente door middel van een regionaal onderzoek factsheets over de woningbehoefte. Eind 2022 wordt het regionale woningbehoefte onderzoek geactualiseerd. • Kwalitatieve woningbehoefte gemeente Loon op Zand • Kwalitatieve woningbehoefte Kaatsheuvel • Kwalitatieve woningbehoefte Loon op Zand • Kwalitatieve woningbehoefte De Moer
40
Het hoofddoel van de woonvisie is een duurzaam, gevarieerd en betaalbaar woningaanbod te realiseren in de gemeente Loon op Zand. Een ander doel van de woonvisie is om een constante bevolkingsomvang en een evenwichtige bevolkingsopbouw te stimuleren. Dit moet de basis zijn voor een zorgzame samenleving met vitale gemeenschappen. Met subdoelen is het de bedoeling dat dreigende onevenwichtigheden voorkomen worden en bestaande onevenwichtigheden gecorrigeerd worden.
sociale huur bij nieuwbouwprojecten. In de motie is vastgelegd dat bij een nieuwe ontwikkeling minimaal 25% sociale woningbouw gerealiseerd moet worden. Opgaven In de gemeente is vanuit verschillende doelgroepen vraag naar een passende woning. Een passende woning gaat voor veel inwoners niet alleen om de betaalbaarheid. Een woning moet ook voor veel inwoners passen bij de persoonlijke situatie en leefstijl. Door het woningaanbod voor verschillende doelgroepen met verschillende financiële mogelijkheden, persoonlijke situaties en leefstijlen te vergroten kan er ook een doorstroming opgang komen binnen de lokale woningmarkt. Een opgave voor de omgevingsvisie is om voldoende woningen te realiseren passend bij de persoonlijke situatie en leefstijl van de inwoners. Met deze opgave wil de gemeente het woningtekort aanpakken, waarbij specifiek aandacht moet zijn voor bijzondere doelgroepen en de betaalbaarheid van woningen.
Aanvullend op de woonvisie heeft de gemeenteraad een motie aangenomen over het aandeel
Door de grote vraag naar meer verschillende woningen in de gemeente zullen er op verschillende
Wensen van stakeholders en inwoners . Uit de inwonersenquête blijkt dat inwoners de belangrijkste opgave voor de gemeente het inspelen op woonbehoefte vinden. Inwoners vinden dat voor de meeste doelgroepen een behoefte is aan woonruimte. De grootste behoefte is volgens de inwoners voor starters. Ook vanuit de stakeholders wordt aangegeven dat er meer verschillende soorten woningen in de gemeente komen
die passen bij de verschillende doelgroepen. Het huidige woningaanbod is op dit moment te eentonig in de gemeente. Met meer woningen die passen bij de levensfase van inwoners zal ook de doorstroming binnen de huizenmarkt opgang komen volgens inwoners. Door stakeholders wordt anders dan door inwoners aangegeven dat er ook voldoende woningen in de gemeente moeten zijn voor statushouders en arbeidsmigranten.
manieren woningen toegevoegd moeten worden. Belangrijk hierbij is dat de identiteit en kwaliteiten van de gemeente niet verdwijnen. Daarnaast zullen nieuwe woningen op plekken moeten komen die aansluiten bij de vraag en de omgeving. Een opgave voor de omgevingsvisie is om voldoende ontwikkellocaties voor woningen aan te wijzen die passen bij de beoogde doelgroepen, de stedenbouwkundige structuur van de dorpen en aansluiten bij het natuurlijke systeem. Naast jongeren, starters en senioren kennen we nog een grote groep inwoners die een betaalbare woning zoekt, namelijk bijzondere doelgroepen. Voor bepaalde doelgroepen geldt dat zij alleen een betaalbare woning nodig hebben, maar er zijn ook doelgroepen die meer aandacht vereisen. Dit zijn aan de ene kant doelgroepen waarvan we niet willen dat er een hoge concentratie bij elkaar in de buurt komt te zitten, zoals longstay arbeidsmigranten, maar ook instromers uit beschermd wonen, statushouders, dak- en thuislozen en woonwagenbewoners. Aan de andere kant hebben we veel doelgroepen die een bepaalde maat van zorg nodig hebben. Het is in de gemeente lastig om voor al deze bijzondere doelgroepen een geschikte locatie te zoeken zonder dat bestaande inwoners tegen de komst van een doelgroep zijn. Een opgave voor de omgevingsvisie is het spreiden van doelgroepen met een bepaalde zorgvraag om de integratie te bevorderen.
Een groot deel van onze woningvoorraad is nog niet energiezuinig (rapport ‘bestuurlijke toekomst Loon en Zand, Berenschot). Door de oplopende
energieprijzen kunnen de kosten van energie de komende jaren nog hoog blijven voor onze inwoners. Dit zorgt ervoor dat een deel van onze inwoners te maken krijgt met energiearmoede, omdat de kostenpost voor huishoudens te hoog worden. Daarnaast draagt het verduurzamen van de woningvoorraad bij aan het behalen van de klimaatdoelen, omdat er minder (fossiele) energie nodig is. Een opgave voor de omgevingsvisie is het verduurzamen van de woningvoorraad. Speciale aandacht dient uit te gaan naar oudere wijken, waar het verduurzamen een grote opgave is en de financiële draagkracht relatief laag ligt.
Verkeer Wat speelt er Betere aansluiting op regionaal wegennet. In onze gemeente is de N261 onze belangrijkste ontsluitingsroute. Deze weg verbindt ons ten noorden van de gemeente met de A59 en ten zuiden van de gemeente met de noordring van Tilburg. De N261 is enkele jaren terug opnieuw ingericht, zodat het meer verkeer kan verwerken. Hierdoor zijn we goed aangesloten op het Brabantse wegennet. Er is een toenemende druk op de bereikbaarheid door recreatiebezoekers. Er is een wegensysteem met wisselstroken gerealiseerd.en in de toekomstvisie van de Efteling is er over nagedacht. We moeten aandacht blijven houden voor de toenemende druk.
41
Huidig beleid De verkeersvisie (2017) heeft vier doelen bestaande uit mobiliteit voor iedereen, verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Binnen de verkeersvisie is onderscheid gemaakt tussen drie verschillende gebieden, omdat per gebied andere opgaven spelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen centrumgebieden, woon- en werkgebieden en het buitengebied.
42
Wensen van stakeholders en inwoners Inwoners geven in de enquête aan dat er verkeersoverlast ontstaat door zowel auto- als fietsverkeer. Dit komt mede door grote hoeveelheden recreanten op bepaalde momenten. Door bezoekers naar de Efteling ontstaan er vaak verkeersontstoppingen. De vele recreanten die van het landelijk gebied genieten zorgen voor volle fietspaden. Ook vinden inwoners dat de bereikbaarheid met het openbaar vervoer verbeterd zou moeten worden, omdat verbindingen naar de kernen zelf slecht zijn. Als laatst vinden zowel inwoners dat parkeren in de centra als woonwijken verbeterd moet worden. Ook stakeholders vinden dat parkeren rond de centra verbeterd moeten worden. Daarnaast zal de ontsluiting naar de centra verbeterd moeten worden.
Opgaven Als groeiende recreatiegemeente neemt ook het verkeer naar onze gemeente verder toe. Dit is zowel op onze ontsluitingswegen als lokale wegen te merken. Dat komt onder andere tot uiting in een
toenemende hoeveelheid autoverkeer op het wegennet en een toenemende parkeerbehoefte in en rond de centrumgebieden en de natuurpoorten. Daarom zijn we met verschillende (toeristische) partners zoals de Efteling in gesprek hoe we de toenemende verkeersdruk beter kunnen opvangen. Een opgave voor de omgevingsvisie is om de bereikbaarheid en verkeersdruk van recreatieve voorzieningen, natuurpoorten en de dorpscentra te verbeteren. Gemotoriseerd (auto)verkeer zorgt voor een mindere luchtkwaliteit en daarnaast is er meer ruimte in de openbare ruimte nodig voor de auto. Om het gebruik van gemotoriseerd verkeer waaronder de auto te verminderen zijn er aantrekkelijke alternatieven nodig. Op dit moment neemt de druk op fietspaden sterk toe, wat zorgt voor onveiligheid. Dit komt onder andere door een toename aan verschillende soorten fietsverkeer, zoals e-bikes. Het goed openbaarvervoerssysteem kan ook een middel zijn om het autoverkeer te verminderen. Op dit moment zijn de kernen in de gemeente niet openbaarvervoersmiddelen verbonden met het regionale vervoersysteem dat over de N261 loopt. Een opgave voor de omgevingsvisie is om het gebruik van duurzame vormen van vervoer te stimuleren en de juiste voorzieningen te treffen. Onderdeel van deze opgave is het verbeteren van het fietsnetwerk, maar ook het verbeteren van het OV en elektrisch vervoer.
Afbeelding 15. Bedrijventerreinen (bron: Interprovinciaal Overleg)
Economie stedelijk gebied Wat speelt er Zowel Kaatsheuvel als Loon op Zand heeft een centrum met verschillende voorzieningen. Dit zorgt naast gemak ook voor werkgelegenheid. Het centrum van Kaatsheuvel heeft relatief veel werken voorzieningenfuncties in het centrum en in mindere mate woon- en maatschappelijke functies. Het grote aanbod van winkels komt onder andere door de periferie detailhandel nabij het centrum. De winkelvoorzieningen in het centrum zitten nu nog veel verspreid over de verschillende historische bebouwingslinten die samen komen in het centrum. De gemeente beschikt over twee bedrijventerreinen; bedrijvenpark Kaatsheuvel en bedrijvenpark de Hoogt in Loon op Zand. Bedrijventerrein Kaatsheuvel is het grootste terrein met een oppervlakte van ongeveer 33 hectare. Ze biedt ruimte
aan 150 ondernemingen, bestaande uit een mix van industrie, lokale ambachtelijke en dienstverlenende bedrijven en perifere detailhandel. Het terrein is goed bereikbaar en grenst direct aan het centrumgebied van Kaatsheuvel. Bedrijventerrein de Hoogt is een gemengd bedrijventerrein van 7,3 hectare groot. Huidig beleid De gemeente heeft één document waarin het beleid en de doelen zijn verwoord voor het thema economie, de economische en toeristisch-recreatieve visie. De visie heeft als doel om van Loon op Zand een groene, recreatieve en ondernemende gemeente te maken, waar ondernemers de kansen benutten om zo goed mogelijk te ondernemen met respect voor de omgeving, bewust van de cultuurhistorie en met oog voor de lokale gemeenschap. Om dit te bereiken heeft de visie die speerpunten, namelijk de lokale economie, identiteit en leefbaarheid.