13-10-2022 Bijlage 1. Toelichting en regels ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl
Ontwerpbestemmingsplan
Prins Hendrikstraat 6, Kaatsheuvel
Prins Hendrikstraat 6, Kaatsheuvel Gemeente Loon op Zand Identificatie NL.IMRO.0809.BPPrinsHendrikst6-ON01
Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding, doel en kern van het bestemmingsplan 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer, opzet van het bestemmingsplan
6 6 6 8 9
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en ontwikkelingen 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie
10 10 11 12
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Rijksoverheid 3.3 Provincie 3.4 Regionaal 3.5 Gemeente
14 14 14 16 19 20
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Archeologie 4.3 Cultuurhistorie 4.4 Flora & Fauna 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geur 4.8 Bedrijven- en milieuzonering 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Externe veiligheid 4.11 Water 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Stikstofemissie 4.14 Gezondheid 4.15 Vormvrije m.e.r. - beoordelingen
24 24 26 28 30 32 33 35 36 38 39 42 45 46 47 48
Hoofdstuk 5 Juridische en bestuurlijke aspecten 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van regels 5.3 Systematiek 5.4 Systematiek per bestemming
49 49 49 50 52
Hoofdstuk 6
53
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijk uitvoerbaarheid 7.1 Overleg met betrokken overheden en andere partijen 7.2 Burgerparticipatie 7.3 Inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan 7.4 Zienswijzen 7.5 Ambtshalve wijzigingen
2
54 54 54 55 55 55
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Verslag inspreekavond augustus 2020 Bijlage 2 Verslag inspreekavond maart 2019 Bijlage 3 Bezonningsstudie (TNO-normen) Bijlage 4 Bodemonderzoek Bijlage 5 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Bijlage 6 Quickscan Flora & Fauna Bijlage 7 Aanvullend vleermuizen onderzoek Bijlage 8 Akoestisch onderzoek Bijlage 9 Aerius - berekening (stikstofdepositie) Bijlage 10 Nota Vooroverleg Bijlage 11 Nota inspraakreacties
56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67
Regels
68
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
69 69 74
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Verkeer Wonen
75 75 76
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Algemene regels Anti- dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
80 80 81 82
Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
83 83 84
(ontwerp)
3
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
4
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Toelichting
(ontwerp)
5
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding, doel en kern van het bestemmingsplan
Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van de locatie Prins Hendrikstraat 6 in Kaatsheuvel. Het plangebied is gesitueerd aan de zuidoostkant van Kaatsheuvel en binnen de ‘driehoek’ van de straten Gasthuisstraat, Prins Hendrikstraat en Leo XIII-straat. Het plangebied bestaat op dit moment uit bedrijfsbebouwing waar zich een zeefdrukbedrijf bevindt. De initiatiefnemer van voorliggend bestemmingsplan is voornemens om het bedrijfsgebouw (Prins Hendrikstraat 6) te slopen. Ter plaatse worden 6 starterswoningen gerealiseerd in de vorm van één twee-onder-één-kapwoning en vier aaneengesloten grondgebonden woningen. In de geldende beheersverordening “Woongebieden Kaatsheuvel”, vastgesteld op 20 september 2012 zijn de gronden van de planlocatie bestemd als “bedrijf”. Om de realisatie van het beoogde bouwplan met bijhorende voorzieningen zoals parkeren juridisch-planologisch mogelijk te maken is een wijziging van de geldende beheersverordening in de vorm van een bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. De initiatiefnemer heeft het vooroverleg met de gemeente afgerond. Het college heeft op 9 juli 2019 een positieve grondhouding ingenomen voor de ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan is conform het collegebesluit van 9 juli 2019 opgesteld.
Onderdeel van het collegebesluit was het organiseren van individuele gesprekken met omwonenden en een inloopavond, in bijlages 1 & 2 is een samenvatting het participatieproces opgenomen. Als gevolg van deze participatie is een aanpassing in het bouwplan (en daarmee ook het bestemmingsplan) doorgevoerd. Vanwege deze aanpassing zijn de Gasthuisstraat 125 en 127 niet langer onderdeel van de planvorming.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied betreft de percelen behorende hij het adres Prins Hendrikstraat 6. De Prins Hendrikstraat 6 staat kadastraal bekend als gemeente Loon op Zand, sectie M, perceelnummers 1600 en 1602. Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde van de kern Kaatsheuvel. In afbeeldingen 1 en 2 is het plangebied rood omlijnd weergegeven.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in de kern Kaatsheuvel (bron: pdok viewer)
6
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Afbeelding 2: Ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende bebouwing (bron: pdok viewer)
(ontwerp)
7
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
1.3
Vigerend bestemmingsplan
In het plangebied vigeert de beheersverordening 'woongebieden Kaatsheuvel'. De beheersverordening is op 20 september 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Loon op Zand. Binnen het plangebied vigeert de enkelbestemming 'Bedrijf', zoals weergegeven in afbeelding 3. Het perceel Prins Hendrikstraat 6 kent de bestemming 'Bedrijf'. Deze gronden zijn bestemd voor industriële en ambachtelijke bedrijven/inrichtingen en bedrijfsactiviteiten die genoemd staan in milieucategorie 1 en 2 van de lijst 'staat van bedrijfsactiviteiten'. In de huidige situatie wordt het pand gebruikt ten behoeve van een zeefdrukkerij. Op het gehele perceel geldt voor gebouwen een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximale goothoogte van 3 meter. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. In de beheersverordening is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming van het perceel te wijzen naar 'wonen'.
Afbeelding 3: Uitsnede van het plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Aan de hand van de bovenstaande beschrijving van het bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat onderhavig planinitiatief in strijd is met de bestaande regels van de vigerende beheersverordening 'woongebieden Kaatsheuvel'.
8
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
1.4
Leeswijzer, opzet van het bestemmingsplan
De toelichting van het voorliggende bestemmingsplan geeft uitleg over en een onderbouwing van de bestemmingsregeling die in de planregels en op de verbeelding is opgenomen. De onderbouwing van de bestemmingsregels gaat in op de geldende beleidskaders. Daarnaast wordt onderzoek naar de haalbaarheid van het plan en verslag gedaan van de uitgevoerde onderzoeken. De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd aan de hand van 7 hoofdstukken. In het bovenstaande hoofdstuk 1 worden naast een inleiding op het plan, de aanleiding, de doelstelling, de procedure, het plangebied en voorgaande plannen behandeld. De hoofdstukken 2, 3 en 4 bevatten de toelichting op het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de uitgangspunten en ontwikkelingen en korte ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Vervolgens gaat de toelichting in op de bestaande ruimtelijke en functionele invulling van het plangebied. Op basis de bovenstaande ontwikkelingen, worden de uitgangspunten voor bestemmingsplan bepaald. Vervolgens maakt hoofdstuk 3 een overzicht van het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. De toelichting in hoofdstuk 4 bevat onderzoeken naar de milieu- en omgevingsaspecten die van invloed zijn op het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
Hoofdstuk 5 geeft een juridische planbeschrijving en bevat de juridische toelichting op de bestemmingsregeling. Hoofdstuk 6 en 7 bevatten een beschrijving van de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. De hoofdstukken gaan in op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling. De maatschappelijke haalbaarheidsanalyse geeft extra aandacht aan burgerparticipatie. Ook volgt een verslag van de resultaten van het overleg met betrokken overheden en partijen in het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en tenslotte een overzicht van eventuele zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.
(ontwerp)
9
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Hoofdstuk 2 2.1
Uitgangspunten en ontwikkelingen
Ontstaansgeschiedenis
Een kleine duizend jaar geleden behoorde het buurtschap Kaatsheuvel tot de heerlijkheid Venloon, de oude naam van gemeente Loon op Zand. Kaatsheuvel behoorde samen met de kerkdorpen Loon op Zand en De Moer tot de gemeente Loon op Zand. Gelegen op een centraal kruispunt van handelswegen tussen de provincie Holland en Brabant, groeide de kernen van de gemeente. In de 13e eeuw groeide de exploitatie van de moergronden en turfgronden, dit was van groot economisch belang voor de inwoners. De kern Kaatsheuvel heeft zich ontwikkeld uit een buurtschap en wordt onder de naam 'Ketshovel' voor het eerst genoemd aan het begin van de 16e eeuw. De eerste bebouwing bevond zich aan de noordzijde van het huidige dorp aan de Hoofdstraat en deels aan de Gasthuisstraat. Aanvankelijk was turfwinning de grootste bron van werkgelegenheid. De economische groei resulteerde in de aanleg van een vaart die de gemeente Loon op Zand verbond met ’s-Hertogenbosch. De kern Kaatsheuvel groeide hierdoor in omvang en aantal inwoners. Met de komst van de eerste kerk in Kaatsheuvel omstreeks de 18e eeuw volgde een verdere expansie van de omvang van de kern, voornamelijk gesitueerd in het huidige centrum en in het westen. Met de komst van de St. Jozefkerk in 1936 groeide ook het oostelijk deel van Kaatsheuvel.
In het oostelijk deel van Kaatsheuvel zijn verschillende buurten ontstaan, onderhavig plangebied is gelegen in de buurt Rooi Dorp. Rooi Dorp is gedurende de geschiedenis opgegaan in Kaatsheuvel, het is nog steeds te herkennen als buurtschap. De planmatige groei van Kaatsheuvel zette zich voort tot omstreeks het jaar 2000. Met de herontwikkeling van het centrumgebied en woningbouw op verschillende herontwikkelingsplekken in de kern werden er de afgelopen jaren weer volop nieuwe woningen in Kaatsheuvel gerealiseerd. Anno 2020 telt de dorpskern circa 16.600 inwoners. Ontwikkeling plangebied en omgeving Van oudsher zijn de Gasthuisstraat en de Leo XIII-straat onderdeel van het lint Vossenbergsche Vaart aan de zuidoostzijde van Kaatsheuvel. Dit lange lint liep vanuit het centrumgebied in zuidoostelijke richting waar het ter plaatse van het plangebied een bocht maakte om in noordoostelijke richting te lopen naar het knooppunt met de straatweg van Tilburg naar Waalwijk, op de grens met het grondgebied van Sprang-Capelle. Ter plaatse van het plangebied takte een lintstructuur (de huidige Prins Hendrikstraat) aan die van noord naar zuid liep richting het buurtschap Efteling. De aantakking van het lint gebeurde aan de noordzijde van de bocht van het lint Vossenbergsche Vaart. Direct grenzend aan dit knooppunt (aan de zuidzijde) lag bebouwing.
Voor passanten vanuit het centrum van Kaatsheuvel naar het zuidelijke lint lag het knooppunt ongunstig. Om ‘de bocht’ te vermijden was al vroeg een zandpad aangelegd tussen het lint Vossenbergsche Vaart en het zuidelijke lint richting buurtschap Efteling. Dit zandpad werd al gauw een volwaardige weg en zo kon de karakteristieke ‘driehoek’ ter plaatse van het plangebied ontstaan. Na het doortrekken van de Vossenbergsche Vaart naar de weg van Tilburg naar Waalwijk, in het verlengde van het voormalige zandpand, werd deze weg belangrijker. Voor de Tweede Wereldoorlog werden aan de Vossenbergsche Vaart (huidige Gasthuisstraat en Leo XIII-straat) en de Van Heeswijkstraat (de verlengde straat) bebouwing gerealiseerd. Aan de Prins Hendrikstraat werd de bebouwing in de jaren ’50 van de vorige eeuw geïntensiveerd na de realisatie van een woonwijk ten oosten deze straat, de Leo XIII-straat en ten noorden van de Van Heeswijkstraat. Omstreeks de jaren ’60 werd het huidige bedrijfspand binnen de driehoek aan de Prins Hendrikstraat gerealiseerd.
10
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Afbeelding 4: Kaart van Kaatsheuvel 1950, locatie plangebied zwart omlijnd (bron: topotijdreis.nl)
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied ligt aan de Prins Hendrikstraat welke aantakt op de Gasthuisstraat en de Leo XIII straat. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door wonen, maar ook functies zoals detailhandel en horeca zijn nabij het plangebied aanwezig. De Prins Hendrikstraat ligt tussen de straat Leo XIII en de Gasthuisstraat. De Prins Hendrikstraat is een éénrichtingsweg met voornamelijk vrijstaande woningen en het bedrijfsgebouw waar onderhavig bestemmingsplan betrekking op heeft. Het bedrijfsgebouw op Prins Hendrikstraat 6 is het plangebied. Het plangebied ligt aan de westkant van de Prins Hendrikstraat. Het bedrijfsgebouw heeft een opbouw van één bouwlaag en ligt direct aan het trottoir van de straat. Aan de noordzijde van het bedrijfsgebouw ligt op eigen terrein een inrit met ruimte voor parkeren en opslag van materialen. De bestaande woningen aan de Prins Hendrikstraat zijn voornamelijk opgebouwd uit 1,5 laag met kap. De kapvormen zijn zowel georiënteerd op de straat als parallel aan de straat.
(ontwerp)
11
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
2.3
Toekomstige situatie
De voorgenomen ontwikkeling start met de sloop van het bedrijfspand. Dit maakt ruimte voor 6 starterswoningen in de vorm van één twee-onder-één-kapwoningen en vier aaneengesloten grondgebonden woningen. De maximale nokhoogte van deze woningen wordt 10 meter en de maximale goothoogte 4,5 meter. De toekomstige bebouwing sluit met 1 laag met kap aan op de bestaande woningen aan de Prins Hendrikstraat. De nokrichting loopt parallel aan de straat. De starterswoningen worden verdeeld over twee bouwvlakken. Eén bouwvlak is geschikt voor de realisatie van twee aaneengesloten woningen, het andere bouwvlak bestaat uit 4 aaneengebouwde woningen. De toekomstige bebouwing komt niet direct aan de straat. Hierdoor wordt de uitstraling van de straat breder. Het biedt ruimte voor het realiseren van 11 parkeerplaatsen haaks op de straat. De rest van de ruimte wordt ingericht met geveltjestuinen en plantvlakken om de natuurlijke en groene uitstraling van de straat te versterken. De achterzijde van de woningen zijn via een voetpad tussen de oostelijke bouwvlakken bereikbaar. Afbeelding 5 geeft de toekomstige situatie in het plangebied weer.
Afbeelding 5: Ontwerptekening beoogde ontwikkeling (bron: initiatiefnemer)
12
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand 2.3.1
Bezonningsstudie
Nieuwe bebouwing kan leiden tot een nieuwe zon- en schaduwsituatie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is derhalve een bezonningsstudie uitgevoerd waarin de bestaande en toekomstige situatie met elkaar zijn vergeleken. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er ook in de toekomstige situatie sprake is van een acceptabel situatie voor alle omliggende woningen en tuinen. Van grote veranderingen is geen sprake. Specifiek voor de Prins Hendrikstraat 4 is gekeken naar de lichtinval in de nieuwe situatie. De nieuwbouw heeft invloed op de bezonning van de zuid- en westgevel. Middels het onderzoek is aangetoond dat voldaan wordt aan de TNO-norm voor lichtinval. Om het toetsen aan deze norm mogelijk te maken is een vast meetpunt bepaald. De bezonning wordt gemeten in het midden van de vensterbank aan de binnenzijde van het glas in de woonkamer. Deze norm gaat uit van minimaal 2 potentiële zonuren per dag in de periode van19 februari tot 21 oktober. Het aantal zonuren hoeven niet aansluitend te zijn. Op alle vensters in de Zuid- en Westgevel wordt de minimaal gestelde norm van 2 zonuren behaald.
(ontwerp)
13
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een korte samenvatting gegeven van de algemene ruimtelijke beleidskaders die van toepassing zijn op rijks-, provinciaal-, en regionaal en gemeentelijk niveau en wat dit beleid betekent voor het bestemmingsplan. Dit beleidskader vormt de basis voor eventuele ontwikkelingen in het plangebied en is een onderbouwing van de beleidskeuzes die zijn gemaakt. Het vigerende rijksen provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is als uitgangspunt genomen voor dit bestemmingsplan.
3.2
Rijksoverheid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al deze opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen maken. De NOVI wordt opgesteld als voorbereiding op de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Doorwerking plangebied De NOVI kent, net als de voorheen geldende SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte), een hoog abstractie niveau waardoor er weinig directe opgave op het voorliggend bestemmingsplan van toepassing zijn. Het rijk laat de ruimtelijke ordening en daarmee (grotendeels) de woningbouwopgave bij de gemeenten en provincies. de NOVI stelt actuele ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van Nederland Het initiatief omvat de sloop van bestaande bedrijfsbebouwing en de toevoeging van in totaal 6 wooneenheden in het centrum van Kaatsheuvel. Onderhavige ontwikkeling versterkt de hoofddoelen van het Rijk niet, maar vormt ook geen belemmering voor het uitvoeren van het Rijksbeleid in het heden en in de toekomst. De NOVI vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
14
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen kan inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
Doorwerking plangebied Voor onderhavige ontwikkeling aan de aan de Prins Hendrikstraat hebben de regels van het Barro geen gevolgen.
3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In de praktijk werd de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking als lastig ervaren. Daarom is op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarmee een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6. Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Deze luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien". Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is nader gespecificeerd in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2014. De Afdeling noemt in de uitspraak de uitgangspunten, die zij hanteert voor de beoordeling of een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel is om als stedelijke ontwikkeling te kunnen gelden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzichtsuitspraak gedaan over de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook hier is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader gespecificeerd. Indien het om een woningbouwlocatie gaat, geldt het volgende uitgangspunt: "Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt."
Doorwerking plangebied Onderhavig bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van in totaal 6 wooneenheden mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied. Op basis van vaste jurisprudentie kan de ontwikkeling niet aangemerkt worden als stedelijke ontwikkeling. Het gevolg is dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen hoeft te worden. Zowel het Bro als de Ladder voor duurzame verstedelijking vormen geen belemmering voor de voorgestelde ontwikkeling.
(ontwerp)
15
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.3
Provincie
3.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de omgevingsvisie “De kwaliteit van Brabant. Visie op de Brabantse leefomgeving” opgesteld waarin ze haar ambitie formuleert. Hierbij stelt de provincie de volgende vraag: 'hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uitzien?' Daarnaast stelt de provincie zich de vraag wat ze voor elkaar willen hebben om die ambitie te verwezenlijken. Samenvattend is de ambitie om Noord-Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproef te laten zijn. De provincie heeft daaraan vier hoofdopgaven gekoppeld: werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan de slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie . De provincie Noord-Brabant ziet het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit als de basisopgave. Dit gaat om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woonen werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan, en milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water en schone lucht. Volgens de provincie draagt dit bij aan een goede omgevingskwaliteit die Brabant mooi, aantrekkelijk en onderscheidend maakt.
Doorwerking plangebied De ontwikkelingen binnen voorliggend bestemmingsplan dragen bij aan het versterken van het woonkarakter van het plangebied en de nabije omgeving. Het betreft echter een kleinschalige ontwikkeling die met name lokaal bijdraagt aan de woningbouwbehoefte voor starters. De woningen worden bovendien gebouwd met en voorzien van de meest duurzame technieken. De woningen zullen minimaal conform de duurzaamheidseisen van de gemeente Loon op Zand en het bouwbesluit gerealiseerd worden. De milieubelasting ter plaatse zal afnemen ten opzichte van de bestaande bedrijfsbestemming. De ontwikkeling draagt in zeer kleine mate bij aan de doelstellingen van de provincie, maar vormt zeker geen belemmering voor de uitvoering van de provinciale doelstellingen.
16
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.3.2
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening - Partiële herziening 2014
De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. Voor concrete doelen verwijst de Omgevingsvisie naar bestaande plannen. Voor de ruimtelijke kwaliteit is dit de “Structuurvisie Ruimtelijke Ordening-partiële herziening 2014”. Omdat de Omgevingsvisie voor concrete doelen naar bestaande plannen verwijst, wordt deze structuurvisie meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. De “Structuurvisie Ruimtelijke Ordening-partiële herziening 2014” is in 2010 vastgesteld en op 19 maart 2014 herzien door de Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant. In deze structuurvisie heeft de Provincie Noord-Brabant 2 leidende principes en 14 provinciaal ruimtelijke belangen opgesteld. Leidende principes Provincie Noord-Brabant 1. Ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid: De provincie kiest voor duurzame ontwikkelingen waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie af komen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. 2. Vestigings- en leefklimaat en gezondheid: De provinciale belangen en ruimtelijke keuzes moeten bijdragen aan het vestigings- en leefklimaat van Noord-Brabant. De fysieke leefomgeving, zowel de bebouwde als onbebouwde omgeving met daaraan gerelateerde activiteiten, bepaalt mede de kwaliteit van leven. Omgevingsfactoren kunnen positieve en negatieve gevolgen hebben.
Positieve gezondheidseffecten treden op via natuur, water, lucht en externe veiligheid (voorkomen van ongelukken en rampen). Naast gezondheidsbescherming via milieubeleid en risicobeheersing is aandacht nodig voor gezondheidsbevordering via ruimtelijke planvorming en duurzame inrichting van steden, dorpen en het landelijk gebied. Voorgaande leidende principes zijn vertaald in de volgende 14 provinciale ruimtelijke belangen: 1. regionale contrasten; 2. een multifunctioneel landelijk gebied; 3. een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; 4. een betere waterveiligheid door preventie; 5. koppeling van waterberging en droogtebestrijding; 6. duurzaam gebruik van de ondergrond; 7. ruimte voor duurzame energie; 8. concentratie van verstedelijking; 9. sterk stedelijk netwerk; 10. groene geledingszones tussen steden; 11. gedifferentieerd aanbod aan goed bereikbare vrijetijdsvoorzieningen; 12. economische kennisclusters; 13. (inter)nationale bereikbaarheid; 14. beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur. Doorwerking plangebied De ontwikkeling past op meerdere onderdelen binnen de structuurvisie ruimtelijke ordening - partiële herziening 2014. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied waardoor er geen nieuw landelijk gebied wordt aangetast.
De nieuwe woningen worden gebouwd met en voorzien van duurzame technieken, dit is ten opzichte van de huidige oude gasverwarmde bedrijfsbebouwing een duidelijke verbetering. Bovendien zorgt het wegbestemmen van een milieubelastende bedrijfsbestemming voor een verbetering van de leef- en woonkwaliteit ter plaatse. De ontwikkeling draagt in zeer kleine mate bij aan de doelstellingen en leidende principes van de provincie, maar is passend binnen de structuurvisie.
(ontwerp)
17
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.3.3
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft alle regels over de fysieke leefomgeving gebundeld in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervang een groot aantal provinciale verordening ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt. Naar verwachting stellen Provinciale Staten de definitieve Omgevingsverordening eind 2021 vast. De Omgevingsverordening treedt vervolgens gelijk met de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. Tot dat moment is de Interim Omgevingsverordening het juridisch bindende toetsingskader. Doorwerking plangebied In principe hebben gemeentes binnen de provincie Noord-Brabant vrijheid binnen hun eigen bestaande stedelijk gebied. Voorliggend initiatief is daarmee voornamelijk een lokaal besluit. De realisatie 6 starterswoningen aan de Prins Hendrikstraat zal bijdragen aan de concentratie van verstedelijking omdat er sprake is van inbreiding. Het plangebied wordt in de bestaande situatie reeds omgeven door woningbouw. De herontwikkeling tot woningbouw sluit daarmee aan op de bestaande aanwezige functies. De ontwikkeling voldoet aan de hoofdregel van de Interim Omgevingsverordening, namelijk dat de (stedelijke) ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied plaatsvind
18
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.4
Regionaal
3.4.1
Regionale woningbouwafspraken Midden-Brabant 2016
De Regionale Agenda Wonen is op 15 december 2016 vastgesteld door de regio Midden-Brabant. De gemeente Loon op Zand maakt deel uit van het ontwikkelingsverband Midden-Brabant. In samenwerking met de Provincie Noord-Brabant, de regio Hart van Brabant en omliggende gemeenten worden de woningbehoefte en regionale woningbouwafspraken iedere 3 jaar doorgerekend. De prognose is dat de bevolking binnen de regio Midden-Brabant met 17.500 toeneemt tot meer dan 410.000 inwoners in 2030. De vraag naar woningen stijgt met het toenemen van de bevolking. De gemeente Loon op Zand kan momenteel niet voldoen aan de toenemende woningvraag en dus dienen er woningen bijgebouwd te worden. Om te voorzien in de behoefte heeft de gemeente Loon op Zand de doelstelling om binnen de periode 2016 tot en met 2025 770 nieuwe woningen te realiseren. Het aantal van 770 is opgenomen in het gemeentelijke woonbeleid. Het nadrukkelijk advies van de Provincie Noord-Brabant is om maximaal 70% van deze 770 woningen vast te leggen in harde plancapaciteit, zodat ingespeeld kan worden op actuele ontwikkelingen. Doorwerking plangebied In paragraaf 3.5.2 wordt nader ingegaan de woningbehoefte en de woningbouwopgave binnen de gemeente Loon op Zand.
(ontwerp)
19
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.5
Gemeente
3.5.1
Structuurvisie Loon op Zand 2030 - 1e herziening
De structuurvisie Loon op Zand 2030 – 1e herziening is door de gemeenteraad vastgesteld op 8 maart 2019. Uitgangspunt voor de ruimtelijke koers voor de komende jaren is het behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen. De belangrijkste ambities van de gemeente zijn gericht op het: behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden-Brabant; behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke en groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden; versterken van onze positie als topgemeente op het gebied van recreatie en toerisme, in combinatie met de instandhouding van een goede bereikbaarheid van de kernen; verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus; behoud van de eigen karakteristiek van de kernen Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer; behouden en versterken van de dynamiek en de sociale cohesie in de drie dorpen; ontwikkelen van een Bruisend Dorpshart en Winkelhart in Kaatsheuvel; verbeteren van het verblijfsklimaat in het centrum van Loon op Zand; stimuleren van ondernemerschap van de lokale bevolking; streven naar duurzaamheid en energiebesparing bij (ruimtelijke) ontwikkelingen.
De gemeente Loon op Zand is vanuit het verleden bekend door de schoenen- en leerindustrie. Hedendaags profileert de gemeente zich als woon-, recreatieve- en toeristische gemeente met een hoge kwaliteit. De aanwezigheid van voorzieningen en geringe afstand tot de steden Tilburg en Waalwijk dragen bij aan de goede leefbaarheid. De gemeente profileert zich duidelijk als de recreatieve kamer in het Hart van Brabant.
Afbeelding 6: uitsnede structuurvisie Kaatsheuvel, plangebied in rood omlijnd.
20
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand 3.5.1.1 Kaatsheuvel Kaatsheuvel heeft een rijke historie op het gebied van nijverheid. De leer- en schoenenindustrie en de keukenboulevard op Bedrijvenpark Kaatsheuvel zijn daar de bekendste voorbeelden van. Hedendaags draagt vooral attractiepark de Efteling in sterke mate bij aan de werkgelegenheid, alsmede aan de naamsbekendheid van Kaatsheuvel. Kaatsheuvel is bovendien de grootste kern van de gemeente met de meeste inwoners en een relatief hoog voorzieningenniveau. De bereikbaarheid van Kaatsheuvel van buitenaf is goed vanwege de N261. Kenmerkend voor Kaatsheuvel zijn de oude bebouwingslinten van waaruit al in de middeleeuwen grootschalige ontvening en moernering plaats heeft gevonden. Het oostelijk deel van het dorp heeft een groen karakter dat aansluit bij de nabijgelegen bossen van de Loonse- en Drunenseduinen.
3.5.1.2 Linten Karakteristiek voor de gemeente Loon op Zand zijn de bebouwinglinten die doorlopen tot in het centrum van de dorpen. De hoofdstructuur van een lint bestaat uit een lijnvormige combinatie van een weg, water, bebouwingen, erven en beplantingen. Kenmerkend is de afwisseling tussen bebouwing en open doorzichten. Ten opzichte van de later gerealiseerde woonwijken biedt het meer openheid en afwisseling in de ruimtelijke structuur. De historische linten zijn de identiteitsdragers van het ‘stedelijke’ landschap. Dit karakter wordt mede bepaald door de aard en vorm van gebouwen en bijgebouwen, bouwvolumes, ontsluitingen, hekken en poorten en beplantingen. Nieuwe ontwikkelingen in de linten zijn in principe toegestaan als ze bijdragen aan de stedelijke respectievelijke plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. Het gaat daarbij om begrippen als attractiviteit, landschappelijk, stedenbouwkundig en architectonisch ontwerp, ruimtelijke samenhang op het erf (het ensemble van bebouwing en groene elementen, bij voorkeur gebiedseigen beplantingen) en met het omliggende landschap en de omliggende bouwmassa.
3.5.1.3 Wonen Binnen de structuurvisie heeft de gemeente speciale aandacht voor woningbouw. Daarbij legt de gemeente het accent op vernieuwing van binnenuit, op inbreiding in plaats van uitbreiding. De gemeente sluit zich aan bij de Ladder voor duurzame verstedelijking die is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Ladder is reeds toegelicht in paragraaf 3.2.3. Voor onderhavige ontwikkeling hoeft de Ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen te worden. De gemeente Loon op Zand stelt twee ambities in het kader van wonen binnen de structuurvisie: behoud van een dynamische samenleving; zorgvuldig en stapsgewijs. Om de drie dorpen van Loon op Zand leefbaar te houden is een evenwichtige bevolkingsopbouw van belang. Nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw zijn vooral een middel om dit te bereiken. De samenstelling van de samenleving is leidend in de keuzes die gemaakt worden rondom woningbouwontwikkeling. De bijzondere kwaliteiten die het wonen in de gemeente Loon op Zand aangenaam maken worden hiervoor benut. Een hoge ruimtelijke kwaliteit in bestaand en nieuw stedelijk gebied is daarbij van groot belang. De gemeente Loon op Zand telt per 1 januari 2015 in totaal 22.961 inwoners. De huidige bevolkingsopbouw laat een relatieve ondervertegenwoordiging zien van de groep 20-29-jarigen.
De verwachting is dat de bevolkingsomvang van Loon op Zand op termijn zal afnemen. De prognose is dat de omvang daalt van 22.961 inwoners in 2015 naar 22.745 in 2030. Er was in de jaren tot 2018 nog sprake van een groei van het aantal inwoners in Loon op Zand. Daarna neemt het inwonersaantal in de toekomst naar verwachting af. De prognoses laten nog wel een toenemend aantal huishoudens zien. De jaarlijks uit te voeren ‘quickscan Woningbouwprogramma’ resulteert in conclusies en aanbevelingen voor bijstelling van het woningbouwprogramma op onderdelen en het toekennen van een prioritering aan projecten.
(ontwerp)
21
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand Quickscan woningbouw 2021 In het verleden heeft het accent van de regionale afspraken gelegen op het maken van kwantitatieve afspraken (op basis van provinciale prognosecijfers) en daarmee op de toevoeging van nieuwbouw. Deze aanpak gaat veranderen om ook binnen de gemeente te kunnen sturen op de volkshuisvestelijke en ruimtelijke opgaven, met een accent op duurzame verstedelijking en de bestaande woningvoorraad. Daarbij moet optimaal worden ingespeeld op nieuwe woonwensen en -behoeften, zowel voor wat betreft het type woonmilieu als het type woning. Algehele conclusie uit de Quickscan woningbouw 2021 is dat de inwoners van Loon op Zand tevreden zijn over hun woning en woonomgeving, maar er bestaat een grote behoefte is aan levensloopgeschikte en betaalbare woningen. Doorwerking plangebied Zoals in heel Nederland verwacht ook de gemeente Loon op Zand een toenemende vergijzing waardoor het aantal ouderen relatief toeneemt ten opzichte van jongere generaties. Eén van de belangrijkste doelstellingen binnen de structuurvisie is het behouden van een dynamische samenleving. Om deze doelstelling te behalen is het wenselijk om jonge mensen en jonge gezinnen voor de gemeente (en Kaatsheuvel) te behouden.
Daarvoor is het belangrijk dat er voldoende betaalbare woningen zijn, daar draagt voorliggend bestemmingsplan direct aan bij. De toevoeging van 6 starterswoningen in de vorm van één twee-onder-één-kapwoningen en vier aaneengesloten grondgebonden woningen draagt bij aan deze doelstelling. Bovendien is het uitgangspunt waar mogelijk een levensloopbestendig ontwerp te realiseren, hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan de doelstellingen zoals geformuleerd in de Quickscan woningbouw 2021. Ten slotte worden de woningen gerealiseerd op een inbreidingslocatie waardoor er geen verdere uitbreiding van het stedelijk gebied noodzakelijk is. Concluderend kan gesteld worden dat de voorgestelde ontwikkeling passend is binnen de structuurvisie van de gemeente Loon op Zand.
22
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
3.5.2
Woonvisie 2016-2025
Op 14 december 2016 is de woonvisie 'Duurzaam, gevarieerd en betaalbaar wonen in de gemeente Loon op Zand 2016-2025' vastgesteld. De Woonvisie is afgeleid van het regionale woningbouwprogramma van de provincie Noord-Brabant en het regionale samenwerkingsverband Midden-Brabant. De woonvisie is opgesteld aan de hand van een centrale doelstelling. Het woonbeleid stimuleert een constante bevolkingsomvang en een evenwichtige bevolkingsopbouw als basis voor een zorgzame samenleving met vitale gemeenschappen. Deze zijn erop gericht om dreigende onevenwichtigheden te voorkomen en bestaande onevenwichtigheden te corrigeren. Naast de centrale doelstelling zijn een aantal subdoelstellingen opgesteld: 1. het voorkomen van krimp; 2. inspelen op de toename van het aantal kleine en oudere huishoudens; 3. aantrekken en behouden van starters en gezinnen, met name in Kaatsheuvel; 4. realisatie van goedkope en snel beschikbare huisvesting voor 'bijzondere doelgroepen; 5. inspelen op de hervorming van de langdurige zorg; 6. duurzaam (ver)bouwen. Kwantitatief betekent dit voor de gemeente dat in de periode 2016-2025 circa, 70% van 770, nieuwe woningen aan de woningvoorraad moeten worden toegevoegd om krimp te voorkomen. Als een middel om de gemeenschappen van Kaatsheuvel, Loon op Zand en De Moer verder te versterken.
Onderhavig bestemmingsplan biedt de planologische ruimte voor het realiseren van woningaanbod dat aansluit op de wens van de gemeente.
Doorwerking plangebied Het behouden van eigen karakter is één van de hoofddoelen voor de dorpskern Kaatsheuvel. De dorpskern is gegroeid aan en rond bebouwingslinten. Deze zijn kenmerkend voor de dorpskern. Met onderhavig initiatief wordt woningbouw rondom een bestaand zijlint versterkt, zoals aan de Prins Hendrikstraat al sinds ca. 1950 aanwezig (zie afbeelding 4). Een verouderd bedrijfspand wordt vervangen en maakt het mogelijk om een stedenbouwkundige verbetering aan het lint toe te voegen. Door de woningen aan de Prins Hendriklaan op afstand van de straat te realiseren is het mogelijk om openbare parkeervakken en groenvoorzieningen in de straat toe te voegen en de uitstraling van het straatbeeld te verbeteren. De beoogde ontwikkeling realiseert grondgebonden woningen in een kleiner (betaalbaar) segment, hierdoor wordt ingespeeld op de wens om starters en jonge gezinnen te behouden. De gemeente Loon op Zand streeft naar een evenwichtige bevolkingsopbouw waarin alle leeftijdsgroepen naar evenredigheid vertegenwoordigd zijn. Door de woningen in te richten op neutrale wijze zijn deze aantrekkelijk voor kleine huishoudens uit zowel jonge als oude leeftijdscategorieën.
(ontwerp)
23
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Als onderdeel van Hoofdstuk 4 zijn verschillende milieuonderzoeken uitgevoerd. Zoals in paragraaf 1.1 reeds benoemd is het plangebied tussen het voorontwerp- en het ontwerpbestemmingsplan verkleind naar alleen de Prins Hendrikstraat 6. Vanwege deze aanpassing zijn de onderzoeken akoestiek (bijlage 8) en stikstofdepositie (bijlage 9) geactualiseerd. Na een aanvullende beoordeling zijn de overige onderzoeken ook voor het verkleinde plangebied akkoord en bruikbaar bevonden.
4.1
Bodem
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen regels stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat de bodemkwaliteit en de voorgenomen bestemming met elkaar in overeenstemming dienen te zijn. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt zo nodig middels een historisch onderzoek (eventueel aangevuld met een nader bodemonderzoek) bepaald. Het is niet toegestaan om te bouwen op verontreinigde grond. Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. Dit besluit hanteert voor het toepassen van grond en bagger, een toets op de ontvangende bodem en aan de gebruiksfunctie. Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu en gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen. Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies.
4.1.1
Doorwerking plangebied
4.1.1.1 Bureauonderzoek Met de voorgestelde ontwikkeling wijzigt de bestemming van 'Bedrijf' naar hoofdzakelijk 'Wonen'. Voor gronden met de bestemming wonen gelden strengere bodemnormen. Op historische kaarten is te zien dat de locatie Prins Hendrikstraat 6 vanaf ca. eind 1930 al bebouwd was. Deze bebouwing is in de loop van de jaren vergroot en beslaat de percelen gemeente Loon op Zand, sectie M nummers 1600 en 1602. Sinds 1999 is op de locatie een zeefdrukkerij met bedrijfswoning gevestigd. Op bodemloket.nl is geen bodemkwaliteitskaart beschikbaar, informatie van voor 1999 is op deze site niet beschikbaar. De bestaande zeefdrukkerij is een bodembedreigende activiteit vanwege de ter plaatse voorkomende handelingen. Het pand van de zeefdrukkerij is momenteel nog aanwezig en in bedrijf. De locatie wordt als verdachte beschouwd waardoor nader verkennend bodemonderzoek uitgevoerd moet worden. De verdenking betreft dan met name het voorkomen van stoffen zoals zware metalen, tolueen, ontvettingschemicaliën.
4.1.1.2 Verkennend bodemonderzoek Om de bodemkwaliteit te toetsen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is toegevoegd als bijlage 4 aan de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. In de toelichting worden alleen de conclusies van het onderzoek besproken. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Gezien de minimale hoeveelheid aan bijmengingen wordt de locatie niet verdacht beschouwd met betrekking tot de aanwezigheid van asbest.
24
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
4.1.2
Conclusie
In het kader van de gewenste bestemmingswijziging dient getoetst te worden of de kwaliteit van de grond passend is bij de gewenste functie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem niet volledig vrij is van verontreinigingen. De bovengrond bevat een heterogeen verdeelde verontreiniging met maximaal matig verhoogde gehaltes aan zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. De aangetoonde gehaltes vormen geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De bodem wordt geschikt geacht voor de toekomstige woonfunctie, daarmee vormt het aspect bodem geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
25
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
4.2
Archeologie
Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.
4.2.1
Doorwerking plangebied
De gemeente Loon op Zand heeft in 2017 een actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart laten uitvoeren. Op basis van dit onderzoek heeft de planlocatie de waarde 'Archeologische waarde bewoningscluster' gekregen. Afbeelding 7 geeft de locatie van het plangebied globaal weer. Op basis van deze middelhoge verwachting wordt het plangebied ingeschat als 'Waarde - Archeologie 2b'. Deze dubbelbestemming is momenteel nog niet planologisch vastgelegd. De maximale verstoringsoppervlakte waarvoor geen vergunning verplicht is bedraagt 100 m2 waarbij de graafwerkzaamheden een maximale diepte van -0,30 cm maaiveld mogen komen.
Afbeelding 7: Globale locatie plangebied
26
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand Bureauonderzoek De geplande werkzaamheden overstijgen de drempelwaardes die bij de archeologische verwachting horen. Archeologisch onderzoeksbureau Salisbury heeft een bureauonderzoek uitgevoerd om de eventuele archeologische waarde van het plangebied nader te bepalen. Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit een plaggendek op veen op Jong Dekzand op Oud Dekzand. De bodem is vermoedelijk verstoord tot 65 – 100 cm -mv. Een afdekkende esdek kan circa 50 tot 100 cm dik zijn. De afdekkende laag (het esdek) kan in het plangebied nog aanwezig zijn. De kans is aanwezig dat in het plangebied onder het esdek nog intacte archeologische resten aanwezig zijn. Op basis van het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld voor de periode Laat – Paleolithicum en Neolithicum – Bronstijd indien de bodem intact is. Verkennend booronderzoek Naar aanleiding van het bureauonderzoek is een aanvullend verkennend booronderzoek uitgevoerd. De laagopeenvolging in het plangebied bestaat uit verstoorde grond op dekzand. In slechts één boring is nog een (verstoord) esdek aanwezig, dat direct op het jong dekzand ligt.
Omdat bodemhorizonten ontbreken blijkt de top hiervan niet meer intact te zijn. Deze kan verdwenen zijn bij de veenontginningen, in het esdek zijn opgenomen door verploeging, of later verstoord zijn door bouwwerkzaamheden. De archeologische verwachting voor de periodes Neolithicum t/m Bronstijd wordt daarom bijgesteld naar laag. Op basis van het bureauonderzoek geldt daarnaast een middelhoge verwachting voor de top van het oude dekzand, waarin resten uit het Laat-Paleolithicum aanwezig kunnen zijn. In twee boringen zijn dunne lagen met ingespoeld humus gezien. Deze zijn hoogstwaarschijnlijk het resultaat van stagnerend grondwater tussen twee relatief ondoorlatende leemlagen. Er is dus geen sprake van een archeologisch relevant niveau, en de verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum kan worden bijgesteld naar laag. Het rapport van het gecombineerde bureau- en verkennend booronderzoek is toegevoegd als bijlage 5. 4.2.2
Conclusie
Op basis van de resultaten van het onderzoek kan het plangebied vrij gegeven worden voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Tijdens het verkennende booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische resten binnen het plangebied. In een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente Loon op Zand, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling binnen het plangebied en voor de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan.
(ontwerp)
27
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
4.3
Cultuurhistorie
Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.
Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.
4.3.1
Doorwerking plangebied
Provinciaal beleid In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. In de online waardenkaart uit de Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden en objecten met cultuurhistorische waarden. De omgeving van het plangebied is in afbeelding 8 weergegeven middels een rode cirkel. In de directe omgeving van het plangebied is zijn op provinciaal schaalniveau geen specifieke cultuurhistorische waarden benoemd en/of beschermd.
28
(ontwerp)
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
Afbeelding 8 Cultuurhistorische waarde Noord-Brabant (bron: provincie Noord-Brabant) Gemeente Loon op Zand Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de Provincie in haar Structuurvisie ruimtelijke ordening’, de Omgevingsvisie en de ‘Interim Omgevingsverordening’ het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. Dit principe omvat kort samengevat dat er ontwikkelingsruimte wordt geboden mits deze tevens gepaard gaat met maatregelen die het landschap - in de brede zin - versterken. Dit kan onder andere door landschapselementen aan te leggen maar ook door specifieke aandacht te schenken aan de kwaliteit van de op te richten bebouwing of door behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen. De bebouwingslinten vormen van oudsher de stedenbouwkundige hoofdstructuren en de dragers van het landschap, zowel in het buitengebied als in de dorpen. Het zijn dan ook cultuurhistorisch-landschappelijk waardevolle structuren.
4.3.2
Conclusie
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een cultuurhistorisch waardevol gebied binnen de Interim Omgevingsverordening. Het plangebied maakt wel onderdeel uit van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslinten van de gemeente Loon op Zand. Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle gebouwen aanwezig. Bij de ontwikkeling van plannen binnen deze waardevolle bebouwingslinten moet de bestaande (en tevens historische) bebouwingstructuur gerespecteerd worden. De bestaande lintstructuur wordt met de voorgestelde ontwikkeling gerespecteerd en zorgt voor een versterking van het woonkarakter. De ontwikkeling zorgt bovendien voor een impuls van het vastgoed door het vervangen van een oud bedrijfspand. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgestelde ontwikkeling.
(ontwerp)
29
Ontwerpbestemmingsplan Prins Hendrikstraat 6 Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand
4.4
Flora & Fauna
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten, te weten de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van soorten en gebieden vastgelegd. Verantwoording soortenbescherming De toets aan de natuurwetgeving is een getrapte toets. Allereerst is een quickscan flora en fauna (natuurtoets) nodig. Op basis van de conclusies van de quickscan wordt al dan niet een vervolgonderzoek uitgevoerd (bijvoorbeeld naar de aanwezigheid van vleermuizen of andere beschermde soorten). Wanneer negatieve effecten worden verwacht, kan het plan soms toch onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld door het nemen van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen, uitgevoerd worden. Als negatieve effecten niet voorkomen kunnen worden, is meestal een ontheffing nodig van de provincie. Verantwoording gebiedsbescherming Op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn natuurgebieden aangewezen die beschermd zijn. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden (uitgesplitst in Habitatrichtlijngebieden Vogelrichtlijngebieden). Binnen de diverse 2000-gebieden is sprake van een aantal stikstofgevoelige habitattypen.
4.4.1
Doorwerking plangebied
In het kader van het bestemmingsplan is een toetsing aan de natuurwetgeving en natuurbeleid verplicht. Er vinden bouwactiviteiten en een bestemmingswijziging plaats. Bepaald moet worden of met het plan beschermde planten- en diersoorten worden bedreigd. Om de mogelijk negatieve gevolgen van de ruimtelijke ontwikkeling voor flora & fauna inzichtelijke te maken, is een quickscan flora & fauna uitgevoerd. De quickscan is uitgevoerd door Taharo omgevingsmanagement (rapportnummer: 2019.0117) en toegevoegd als bijlage 6.
4.4.2
Conclusie
Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen: Bij uitvoering van de (sloop)plannen zijn negatieve effecten op kraam- zomer- en paarverblijven van gebouwbewonende vleermuizensoorten niet uitgesloten. Deze mogelijke verblijfplaatsen bevinden zich in het woonhuis en de aanbouw aan de Gasthuisstraat 125 (buiten het plangebied). Protocollair veldonderzoek naar de functionaliteit van deze bebouwing voor vleermuizen wordt noodzakelijk geacht, ook de sloop van het bedrijfspand zou hier namelijk invloed op kunnen hebben. Indien van toepassing kunnen middels het tijdig treffen van de juiste maatregelen en het aanvragen van een ontheffing de (sloop)werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Ten aanzien van broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten. Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen.