CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

08-07-2021 Bijlage 1. Jaarverslag en jaarrekening 2020 gemeente Loon op Zand.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel jaarrekening en jaarverslag 202036.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

77

Paragraaf 7. Grondbeleid Inleiding De paragraaf Grondbeleid geeft inzicht in het grondbeleid van de gemeente Loon op Zand in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de jaarrekening. Ten opzichte van de programmabegroting zijn alle grondexploitaties geactualiseerd en waar nodig herzien.

Grondbeleid Het beleid van de gemeente Loon op Zand op het gebied van grondzaken is vastgelegd in de Nota Grondbeleid 2017. Met het grondbeleid wordt nagestreefd de ruimtelijke opgave met betrekking tot de verschillende beleidsprogramma’s te realiseren of te faciliteren. Daarnaast is in het grondbeleid vastgelegd hoe er op een verstandige manier omgegaan dient te worden met de beschikbare financiële middelen. Naast de Nota Grondbeleid zijn in tabel 1 ook de overige vigerende beleidsdocumenten weergegeven die betrekking hebben op het grondbeleid van de gemeente. Dit jaar wordt gestart met het opstellen van een nieuwe Nota Kostenverhaal die aansluit bij de Omgevingswet. Tabel 1: Overzicht grondbeleid gemeente Loon op Zand Beleid Omschrijving Nota Grondbeleid

Notitie Grondprijzen Nota kostenverhaal Beleid uitgifte reststroken en handhaving gemeentelijke eigendommen Exploitatieverordening

Vastgesteld

Richtinggevend en kaderspellen bij gebiedsontwikkeling met een faciliterend grondbeleid als primaire beleidsrichting. Jaarlijkse vaststelling van grondprijzen Beleid met betrekking tot het kostenverhaal van bovenplanse kosten en ruimtelijke ontwikkelingen. Beleid met betrekking tot verkoop snippergroen en handhaving gemeentelijke eigendommen.

2017

Actualisatie/ herziening 2022

2020 2016

2021 2021

2013

n.t.b.

Bevat de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden. Alleen van toepassing op overeenkomsten gesloten voor 1 juli 2008.

2005

n.v.t.

Per 31 december 2020 telde het grondbedrijf 34 projecten. Deze projecten dragen bij aan de ruimtelijke doelstellingen van de gemeente. De meeste projecten dragen daarnaast ook bij aan het beleid op het gebied van wonen en/of economie. Een kleiner aantal projecten dragen bij aan maatschappelijke voorzieningen op het vlak van onderwijs, sport, cultuur, recreatie en infrastructuur.

Ontwikkelingen De markt voor koopwoningen wordt ondanks de Corona-crisis nog steeds gekenmerkt door stijgende prijzen. Nieuwbouwwoningen worden goed verkocht en de geprognosticeerde uitgifte van woningbouwkavels in 2020 is ruimschoots behaald. Het aantal nieuwe woningbouwinitiatieven blijft ook op peil. De nieuwe prognoses van de provincie laten ook nog iets meer ruimte zien om de woningvoorraad de komende tien jaar verder uit te breiden. De Woonvisie uit 2016 en een duidelijke prioritering van de projecten moet zorgen dat er kwantitatief en kwalitatief aangesloten wordt op de vraag naar (nieuwbouw)woningen. De locaties waar de gemeente zelf woningbouwkavels kan uitgeven en we maximaal kunnen sturen op onze beleidsdoelen worden minder. Op dit moment kunnen we alleen nog maar kavels uitgeven op Westwaard. Om ook op de middellange- en lange termijn meer te kunnen sturen op onze beleidsdoelen onderzoeken we de mogelijkheden om op nieuwe locaties gemeentelijke bouwkavels te kunnen uitgeven. Daarnaast wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om projectontwikkelaars scherpere kaders mee te geven voor de ontwikkeling van woongebieden. De markt voor bedrijfskavels heeft zich het afgelopen jaar ook positief ontwikkeld. Dit heeft zich in 2020 vertaald in een gronduitgifte van ca. 0,95 ha (2019: 0,50 ha).

Ook dit jaar zijn diverse ondernemers druk bezig met de voorbereiding van hun bouwplannen op bedrijvenpark Kaatsheuvel. De huidige voorraad bouwrijpe bedrijfskavels is voor het grootste gedeelte onder optie (ca. 3,0 ha per 1-1-2021). Als we ook voor de middellange en lange termijn kavels beschikbaar willen hebben voor onze ondernemers dan moeten we dit jaar starten met de voorbereiding van een volgende fase. Ondanks positieve ontwikkelingen op de vastgoedmarkt is het nog steeds een uitdaging om het geprognosticeerde aantal kavelverkopen jaarlijks te halen. Dit heeft te maken met een grotere vraag vanuit de markt ten opzichte van

78

de beschikbare capaciteit die aanwezig is bij de planvorming, de uitvoering en de realisatie. Dit zorgt voor stijgende investeringskosten en voor langere doorlooptijden. In sommige gevallen wordt gedurende de planvorming uiteindelijk toch afgezien van nieuwbouw.

Resultaten grondexploitatie Bouwgronden in exploitatie De grondexploitaties zijn begin 2021 geactualiseerd en waar nodig herzien. In tabel 2 worden de resultaten samengevat. Onder tabel 2 volgt een beknopte technische toelichting op de cijfers. Tabel 2: Resultaten en verliesvoorzieningen bouwgronden in exploitatie (bedragen x € 1.000,=) Verwacht Eindjaar Nr. Project Boekwaarde eindsaldo 31-12-2020 1102 2e fase “De Els - 318 - 489 2023 1145 Molenwijck fase 3 en 4 22 2 2021 1176 De Hooivork II - 56 - 154 2021 1185 Westwaard (Sweensstraat West) 2.647 734 2028 1107 Bedrijvenpark Kaatsheuvel - 4.506 - 1.138 2026 1517 Herontwikkeling BS De Hil 0 0 2020 Totaal - 2.211 - 1.044

Verlies voorziening - 489 0 - 154 0 - 1.138 0 - 1.780

De boekwaarden geven aan in welke mate er in projecten is geïnvesteerd. Het ‘’verwacht eindsaldo’’ betreft het verwachte resultaat op eindwaarde in het jaar dat het project naar verwachting afgesloten kan worden. Een verliesvoorziening is noodzakelijk wanneer het te verwachten eindsaldo negatief is. Voor de bouwgronden in exploitatie wordt zoveel mogelijk gerekend met eenduidige parameters. Hieronder zijn de gehanteerde parameters in de grondexploitaties weergegeven: Rente 2,50% Kostenstijging 2,00% Opbrengstenstijging woningbouw 1,25% Opbrengstenstijging bedrijventerrein 1,00% Met betrekking tot de toerekening van rente wordt een percentage gehanteerd van 2,5%. Ten opzichte van vorig jaar is het percentage met ca. 0,15% toegenomen. De CBS-cijfers met betrekking tot inflatie en prijsindex met grond-, weg- en waterbouw (GWW) over het afgelopen jaar zijn geraadpleegd om de ramingen van prijspeil 1-12020 naar prijspeil 1-1-2021 te brengen. De algemene inflatie over 2020 bedroeg ca. 1,6%. Om te komen tot een redelijke parameter voor de gemiddelde kostenstijging op langere termijn is de ‘’Outlook grondexploitaties 2021’’ gepubliceerd door adviesbureau in de ruimtelijke ontwikkeling Metafoor geraadpleegd. Een gemiddelde kostenstijging van 2% past binnen de aangegeven bandbreedtes voor de korte, middellange en lange termijn.

Met betrekking tot de opbrengstenstijging is een onderscheid gemaakt tussen woningbouw en bedrijventerreinen. De gehanteerde parameters voor opbrengstenstijging zitten aan de onderkant van de bandbreedtes aangeven in de ‘’Outlook grondexploitatie 2021’’. Hiermee is gekozen voor een behoudende insteek. Bij projecten waar de opbrengsten en de opbrengstenstijging contractueel zijn vastgelegd wordt de parameter aan de contractuele afspraken aangepast. Bij bouwgronden in exploitatie is prijspeil 1 januari 2021 gehanteerd. Prijsstijgingen worden doorberekend vanaf 1 januari 2021. Faciliterende projecten Naast de ‘’bouwgronden in exploitatie’’ wordt ook faciliterend grondbeleid toegepast waarbij de gemeente de conform de Wet ruimtelijke ordening de kosten verhaald. Dit betekent dat er in financiële zin gestuurd wordt op een neutraal eindsaldo. Het resultaat op de faciliterende projecten ca. € 8.000,- is beter dan verwacht. In 2020 zijn negen projecten afgesloten met samen een negatief resultaat van ca. € 4.000,-. Daar tegenover stond echter een verliesvoorziening van € 12.000,-. De getroffen verliesvoorzieningen met betrekking tot de nog lopende projecten bedragen in totaal € 123.000,- (per 31-12-2020). Er zijn geen nieuwe verliesvoorzieningen opgenomen. Door incidentele grondverkopen in 2020 is een positief resultaat behaald van ruim € 11.000,-.

Dit bedrag is toegevoegd aan de ‘’reserve planherziening’’. Per project wordt in tabel 3 aangegeven of er sprake is van een overeenkomst en welk type overeenkomst het betreft. Voor een aantal projecten is het eindjaar onbekend. Dit heeft een tweetal oorzaken. Projecten zonder overeenkomst en projecten met een initiatiefovereenkomst hebben nog geen concrete planning. Daarnaast liggen een aantal projecten stil waarbij de voortgang afhankelijk is van de initiatiefnemer.

79

In 2020 zijn een vijf nieuwe faciliterende projecten toegevoegd. Het betreft de projecten Vakantiepark Droomgaard (1546), Woningen Braakakker Kinkenpolder (1547), Hoofdstraat - Dr. van Beurdenstraat (1548), Pr.HendrikstraatGasthuisstraat (1549) en CPO Hogemast Ecliptica/Kloosterstraat (1550). Er zijn, zoals eerder vermeld een negental projecten afgesloten. Het betreft Nieuwe Vaert (1183), Kloosterstraat 20-24 (1188), Woningbouw Driestapelenstoel (1331), Ontwikkeling Weteringstraat 16-17 (1508), Woningbouw nabij Horst 4 (1512), St. Jozefkerk, Wilhelminapark (1534), Experience Island (1527), A-Hotel (1528) en Lidl Gasthuisstraat (1529). Tabel 3: Faciliterende projecten (bedragen x € 1.000,=) Nr. Project Faciliterend met overeenkomst 1136 Amerikastraat Hoofdstraat 1183 Nieuw Vaert 1188 Kloosterstraat 20-24 1331 Woningbouw Driestapelenstoel 1501 Woningbouw Kasteelweide 1508 Ontwikkeling Weteringstraat 16-17 1512 Woningbouw nabij Horst 4 1534 St. Jozefkerk, Wilhelminapark 1537 Rechtvaart 23-30 1538 Kloosterstraat 40-42 1541 Van Lier Park 1543 Berndijksestraat 14 1545 Vossenberg 1547 Woningen Braakakker Kinkenpolder 1548 Hoofdstraat – Dr. van Beurdenstraat 1549 Pr.

Hendrikstraat – Gasthuisstraat 1550 CPO hogemast Ecliptica/ Kloosterstraat Faciliterend met overeenkomst (industrie) 1518 Hoge Steenweg 58-64 1526 Herontwikkeling Peperstraat 21-25 1527 Experience Island 1528 A-hotel 1529 Lidl Gasthuisstraat 1535 Wereld van de Efteling 2030 1539 Hotelzone Horst 1540 Van Son en Koot 1544 Zuidelijke Ontsluiting WvdE 2030 1546 Vakantiepark Droomgaard Faciliterend zonder overeenkomst 1157 Chalet Fontaine/ ‘t Rooi Dorp Faciliterend zonder overeenkomst (industrie) 1189 Hoge Steenweg 85 Totaal

Overeenkomst

Boekwaarde 31-12-2020

Eindjaar

Verlies voorziening*

Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Exploitatie Initiatief Exploitatie Initiatief Exploitatie Exploitatie Initiatief Exploitatie Exploitatie Initiatief

- 12 0 0 0 -1 0 0 0 -3 0 -6 19 4 -1 -5 -5 -1

2021 2020 2020 2020 2021 2020 2020 2020 2021 2021 n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.

- 16 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Exploitaie Exploitatie Initiatief Exploitatie Exploitaite Exploitatie Initaitief Initiatief Exploitatie Initiatief

7 - 45 0 0 0 - 56 -3 2 0 -1

2021 2021 2020 2020 2020 2030 n.t.b. n.t.b. 0 n.t.b.

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Geen

- 90

Onb.

- 90

Geen

- 17 - 215

Onb.

- 17 - 123

* De bedragen in deze kolom betreffen de totale verliesvoorziening die getroffen is per project. In de laatste alinea van deze pagina worden de verschillen ten opzichte van vorig jaar toegelicht

Verliesvoorzieningen bouwgronden in exploitatie en faciliterende gronden Ten opzichte van de jaarrekening 2019 zijn de verliesvoorzieningen in tabel 3 afgenomen met ca. € 12.000. De verliesvoorzieningen op bouwgronden in exploitatie (tabel 2) zijn in 2020 gestegen met ca. € 0,39 miljoen. Dit wordt door een tweetal aspecten veroorzaakt. Ten eerste zijn de verliesvoorzieningen in 2020 voor het eerst getroffen op eindwaarde in plaats van netto contante waarde. Dit zorgt ervoor dat totale verliesvoorziening met ca. € 0,26 miljoen gestegen is. Bij verliesvoorzieningen op netto contante waarde zouden deze jaarlijks opgehoogd moeten worden tot het niveau waarop de verliesvoorziening op eindwaarde zich op dit moment al bevindt. Het treffen van verliesvoorzieningen op eindwaarde is vanuit financieel oogpunt veiliger en transparanter. De tweede oorzaak betreft het verhogen van de verliesvoorziening op het project Hooivork II met ca. € 0,13 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat een aantal particuliere percelen nog onbebouwd blijven bij het afsluiten van het project aan het einde van 2021. De inkomsten bij het bebouwen van deze percelen worden daarom niet meer meegerekend in de grondexploitatie. Het risicoprofiel van deze grondexploitatie daalt overigens ook met ca. € 0,13 miljoen ten opzichte van vorig jaar.

Wat resteert is een positief risico van maximaal € 0,13 miljoen wanneer deze percelen op de langere termijn alsnog gerealiseerd worden.

80

Strategische gronden en ruilgronden Naast grondexploitaties en faciliterende projecten heeft de gemeente nog andere gronden in haar bezit die op verschillende wijzen kunnen worden ingezet ten behoeve van het grondbeleid, zogenaamde strategische gronden en ruilgronden. Deze gronden kunnen op termijn ingezet worden voor ruimtelijke ontwikkelingen. In tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de strategische- en ruilgronden. De complexen 1301, 1143, 1171 en 1302 blijven naar verwachting de komende jaren in portefeuille als strategische grondposities. Complex 1143 betreffen grondposities voor mogelijk de volgende uitbreiding van Bedrijvenpark Kaatsheuvel. Tabel 4: Strategische gronden en ruilgronden (bedragen x € 1.000,=) Nr. Project Materiële vaste active 1301 Verspreide bouwkavels 1143 Kets West II 2e fase 1171 Klooster Erasstraat Voorraad ruilgronden 1302 Verspreide percelen Totaal

Oppervlakte

Boekwaarde 31-12-2020

490 40.120 1.650

- 26 - 230 - 15

30.420 72.680

- 691 - 963

Winstnemingen Winsten conform de richtlijnen van het BBV worden genomen op basis van het voorzichtigheidsbeginsel. Dit leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Richtlijnen vanuit de BBV verplichten gemeenten sinds 2016 om onder voorwaarden tussentijds winst te nemen. In de grondexploitatieprojecten Molenwijck-Zuid fase 3 en 4 en Westwaard zijn over het jaar 2020 tussentijdse winsten genomen. Deze winsten bedroegen in totaal ca. € 172.000,- en zijn toegevoegd aan de ‘’algemene reserve’’.

Risico’s en weerstandsvermogen In tabel 5 zijn de risicobedragen opgenomen die niet zijn meegenomen in de resultaten/waardering van de projecten. Deze risico’s moeten opgevangen worden door het weerstandsvermogen van de gemeente. In paragraaf 2 ‘’Weerstandsvermogen en risicobeheersing’’ van de jaarrekening wordt in beeld gebracht in welke mate de risicobedragen uit tabel 6 opgevangen kunnen worden. Omdat de grootste risico’s in de ‘’bouwgronden in exploitatie’’ zitten zijn deze per project weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Risico’s bouwgronden in exploitatie (bedragen x € 1.000,=) Nr. Naam 1102 2e fase “De Els 1145 Molenwijck fase 3 en 4 1176 De Hooivork II 1185 Westwaard (Sweensstraaat West) 1107 Bedrijvenpark Kaatsheuvel (Kets-West II 1e fase) 1517 Herontwikkeling BS De Hil (afgesloten per 31-12-2020) divers Faciliterende projecten Divers Strategische gronden en ruilgronden Totaal

Bedrag - 186 - 13 - 20 - 1.110 - 489 0 - 19 0 - 1.836

De risico’s zijn afgenomen met bijna € 0,5 miljoen. Dit is te verklaren door de voortvarende verkoop van gronden in 2020 waardoor we aan de opbrengstenkant minder risico lopen. Daarnaast zijn een aantal projecten afgesloten waar vorig jaar een risico was opgenomen. Bij het opstarten van nieuwe projecten kan dit risicoprofiel weer toenemen. In de gemeente Loon op Zand wordt het benodigde en het beschikbare weerstandsvermogen op gemeenteniveau bepaald. De risico-inschatting van het grondbedrijf is hier een onderdeel van. Het beschikbare weerstandsvermogen van de gemeente wordt in de jaarrekening 2020 beoordeeld als ruim voldoende met een ratio van 1,6 en ligt daarmee boven de vereiste minimale grens van 1,0 zoals benoemd in het coalitie-akkoord 2018- 2022.

81

Jaarrekening 2020

82

Balans per 31 december 2020 (voor bestemming van het gerealiseerde resultaat) ACTIVA Vaste activa Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Totaal immateriële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal materiële vaste activa

2020

2019

0 446 446

0 198 198

28.005 11.443

29.349 11.533

8.013 47.462

7.701 48.584

Kapitaalverstrekkingen aan: - Deelnemingen Leningen aan: - Woningbouwcorporaties - Deelnemingen Overige langlopende leningen Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal financiële vaste activa

197

197

718 5.899 316 349 7.480

777 5.899 330 510 7.713

Totaal vaste activa

55.388

56.495

Vlottende activa Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Af: Verliesvoorziening verlieslatende complexen Ruilgronden Totaal voorraden

2.211 - 1.781 691 1.121

7.005 - 1.389 675 6.291

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Rekening-courantverhoudingen met niet financiële instellingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

4.109 8.532 2.351 55 15.047

4.391 6.880 907 12.178

1 550 551

1 191 192

0

420

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Totaal overlopende activa

2.544

1.684

2.544

2.104

Totaal vlottende activa

19.264

20.765

TOTAAL ACTIVA

74.651

77.259

0

176

Kassaldi Banksaldi Totaal liquide middelen De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen

Bedrag waarvan het recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bestaat.

83

PASSIVA Vaste passiva Reserves - Algemene reserve - Bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

2020

2019

7.936 8.725 2.126 18.787

9.132 8.966 - 1.765 16.333

Voorzieningen

11.943

10.772

Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen - Buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Totaal vaste schulden

25.917 10.625 36.542

27.898 11.250 39.148

Totaal vaste passiva

66.837

66.253

3

3.500

0 3.417 3.420

0 3.311 6.811

2.682

2.536

De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen

1.213

1.039

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Totaal overlopende passiva

65 3.960

619 4.194

Totaal vlottende passiva

7.380

11.005

TOTAAL PASSIVA

74.651

77.259

Totaalbedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt

37.929

68.990

Vlottende passiva Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden Banksaldi Overige schulden Totaal netto-vlottende schulden Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

84

Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Programma 0. Bestuur en ondersteuning* 1. Veiligheid 2. Verkeer en vervoer 3. Economie 4. Onderwijs 5. Sport, cultuur, welzijn 6. Sociaal domein 7. Volksgezondheid en milieu 8. VHROSV Totaal programma’s Algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Onvoorzien Vennootschapsbelasting Totaal algemene dekkingsmiddelen Kosten van de overhead Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Begroting primitief Baten Lasten Saldo

Begroting na wijziging Baten Lasten Saldo

Baten

Realisatie Lasten

Saldo

471 76 315 3.195 352 439 3.974 6.249 788 15.857

1.695 2.132 3.003 846 1.795 4.299 22.836 7.094 1.755 45.455

-1.224 -2.056 -2.688 2.349 -1.443 -3.861 -18.863 -845 -967 -29.597

291 76 305 2.547 375 510 7.864 6.207 1.209 19.384

1.773 2.147 3.040 812 2.022 4.492 27.802 6.966 2.206 51.261

-1.482 -2.071 -2.736 1.735 -1.647 -3.982 -19.938 -759 -997 -31.877

252 63 277 2.451 232 511 8.574 6.362 3.624 22.347

1.935 2.054 2.626 973 1.923 4.106 26.669 7.050 3.995 51.333

-1.683 -1.991 -2.349 1.478 -1.691 -3.595 -18.096 -688 -371 -28.986

6.045

363

5.683

6.030

363

5.668

6.112

424

5.688

130 601

32.529 58 919 105

33.905 58 1.213 705

280 -440

33.905 58 933 1.145

34.678 53 1.195 855

540 214

34.678 53 655 641

25

-25

40.387

1.119

39.268

41.912

203

41.709

42.893

61 1.178

-61 41.715

1.473

11.508

-10.036

748

11.357

-10.608

1.283

11.497

-10.215

57.717

58.0812

-365

62.044

62.820

-776

66.522

64.069

2.453

832

467

365

2.789

2.012

776

3.191

3518

-327

58.549

58.549

0

64.832

64.832

0

69.713

67.587

2.126

32.529 58 1.049 705

85

Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.

schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Stelselwijziging waardering verliesvoorzieningen De verliesvoorziening die wordt getroffen voor verlieslatende grondexploitaties wordt vanaf de jaarrekening 2020 gewaardeerd tegen nominale eindwaarde. Voorheen werd dit tegen de contante waarde gewaardeerd. Reden voor deze wijziging is een vereenvoudiging van de systematiek en het voorkomen van verwarring tussen de eindwaarde van projecten op nominale en contante waarde. Het effect van deze wijziging is als volgt: Verliesvoorziening op nominale waarde Verliesvoorziening op contante waarde

€ 1.781.000 € 1.622.000

Het verschil van € 159.000 is een nadeel op taakvelden 3.2 en 8.2 en is daarmee onderdeel van het rekeningresultaat van 2020.

Balans Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling, agio en disagio worden lineair in maximaal 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikneming van de betrokken investering. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Bijdragen aan activa in eigendom van derden zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

86

Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen die grotendeels of meer worden gedaan voor riolering worden op de balans opgenomen in een aparte categorie onder de investeringen met economisch nut: “investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.” - Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Overeenkomstig de verordening 212 Gemeentewet artikel 10 worden infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, viaducten en parken onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd en afgeschreven in 20 jaar. De ondergrond van deze werken wordt daarbij als integraal onderdeel van het werk beschouwd (en dus ook afgeschreven). Voor zover in voorkomende gevallen een snellere budgettaire dekking mogelijk is, wordt op dergelijke activa overigens (resultaatafhankelijk) extra afgeschreven. De boekwaarden moeten dus nadrukkelijk alsnog te dekken investeringsrestanten worden gezien.

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (“kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen” in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. De obligatieportefeuille is gewaardeerd tegen de verwachte aflossingswaarde. Het verschil met de destijds betaalde verkrijgingsprijs is als transitorische (rente)post in de balans opgenomen. Dit verschil wordt in het resultaat opgenomen in de (gemiddeld) resterende looptijd tot aflossing/uitloting. Van een “deelneming” is krachtens artikel 1e BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.

Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het BBV, worden lineair afgeschreven in: 1. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen; 2. 60 jaar: rioleringen; leidingen drukriool; ·60 jaar: rioleringen; drukriolering bouwkundig; ·15 jaar; rioleringen; drukriolering mechanisch/elektrisch; ·60 jaar; rioleringen; gemalen; 3. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en bedrijfsgebouwen; 4. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; kantoormeubilair; 5. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; schoolmeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen; 6. 5 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten; personenauto’s; lichte motorvoertuigen; automatiseringsapparatuur; 7. niet: gronden en terreinen. Hierboven zijn de meest voorkomende activiteiten genoemd, in uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze worden altijd geactiveerd. Vlottende activa Voorraden De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs (artikel 63 BBV).

Wanneer echter de marktwaarde lager is dan de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, wordt een verliesvoorziening getroffen voor het volledige verschil tussen de boekwaarde en de lagere marktwaarde of wordt afgewaardeerd naar deze lagere marktwaarde (artikel 65, lid 2 BBV). De verliesvoorziening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Bouwgrond in exploitatie De bouwgronden in exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel lagere marktwaarde. Aan de verkrijgings- en vervaardigingsprijs kan ook de rente over het tijdvak van vervaardiging van

87

het actief worden toegerekend. Voor winstneming geldt de percentage of completion methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Faciliterend grondbeleid Dit betreft bestede kosten (onder andere ambtelijke uren en nog door te belasten kosten) voor projecten waarbij het kostenverhaal op grond van een overeenkomst is geborgd. Faciliterend grondbeleid is met ingang van 1 januari 2016 verwerkt onder de overlopende activa/passiva en opgesplitst in faciliterend zonder overeenkomst zijnde nog te verhalen kosten en faciliterend met overeenkomst zijnde nog te verrekenen kosten / vooruitontvangen bedragen. Ruilgronden De ruilgronden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel lagere marktwaarde. Aan de verkrijgings- en vervaardigingsprijs kan ook de rente over het tijdvak van vervaardiging van het actief worden toegerekend. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De waardering van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar vindt plaats tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel tegen nominale waarde. Indien en voor zover nodig wordt een voorziening getroffen voor mogelijke oninbaarheid van vorderingen.

Deze voorziening wordt alsdan als waardecorrectie in mindering gebracht op de waarde van de openstaande vorderingen. Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en de overlopende activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Voor de post nog te ontvangen voorschotbedragen op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel wordt het verloop per uitkering in de jaarrekening in een overzicht weergegeven. Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat zoals dat volgt uit het overzicht van baten en lasten. In de balans worden de reserves gesplitst opgenomen in de volgende onderdelen: - algemene reserve; - bestemmingsreserves - gerealiseerd resultaat. De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen vermogen waaraan de gemeenteraad géén bepaalde bestemming heeft gegeven. Conform artikel 43 lid 2 BBV bestaan de bestemmingsreserves uit de reserves waaraan de gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Voor het dekken van afschrijvingslasten van activa met een economisch nut is een bestemmingsreserve (bruteringsreserve) gevormd. Omdat het actief bruto dient te worden geactiveerd, kunnen de reserves niet op het actief in aftrek worden gebracht. De afbouw van de bruteringsreserve vindt plaats in de bestemmingssfeer. In 2020 werd de nota reserves en voorzieningen geactualiseerd.

Het eigen vermogen kent geen eigenstandige waardering. Het eigen vermogen vormt de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een eigenstandige waardering kennen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet. De pensioenverplichting ten behoeve van de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (al opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De waardering van vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer geschiedt tegen nominale waarde. Gedane aflossingen worden hierop in mindering gebracht. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De waardering van netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar geschiedt tegen nominale waarde.

Overlopende passiva De waardering van overlopende passiva geschiedt tegen nominale waarde. Voor de van overheidslichamen

88

ontvangen maar nog niet bestede voorschotbedragen wordt in de toelichting een overzicht per uitkering opgenomen. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waartoe aan natuurlijke personen en rechtspersonen borgstellingen of garantiestellingen zijn verstrekt en de verlofverplichting voor personeel. In de toelichting op de balans wordt een specificatie opgenomen dan wel een nadere toelichting gegeven.

89

Immateriële vaste activa De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in: 2020 0 446 446

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Totaal immateriële vaste activa

2019 0 198 198

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar 2020.

Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Totaal

Boekwaarde 1-1-2020 0

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-12-2020 0

198

249

446

198

249

446

Toelichting op de belangrijkste mutaties: - Haalbaarheidsonderzoek De Wetering (alle kosten die we tot nu toe maken), worden straks verrekend met het totale krediet.

Materiële vaste activa De post materiële vaste activa wordt onderscheiden in: Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal materiële vaste activa

2020 28.005 11.443

2019 29.349 11.533

8.013 47.462

7.701 48.583

Investeringen met economisch nut Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met economisch nut gedurende het jaar 2020.

Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

Boekwaarde 1-1-2020 1.860 45 19.143 320 4.920

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

475 11

3 631 68 369

3.062

47

384

29.350

532

1.455

Bijdragen van derden

Afwaarderingen

374

38

374

Boekwaarde 31-12-2020 1.861 41 18.574 263 4.551

10

2.715

48

28.005

Bedrijfsgebouwen: De investeringen in bedrijfsgebouwen betreffen de sloopkosten voor de Klimop (€ 76.000), de tijdelijke huisvesting Westkant (€ 130.000) en de renovatie Touwladder (€ 269.000). Afwaardering: De afwaarderingen hebben betrekking op de Klimop (€ 48.000).

90

Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met economisch nut gedurende het jaar 2020.

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken (riool) Totaal

Boekwaarde 1-1-2020 11.533

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Afwaarderingen

193

283

Boekwaarde 31-12-2020 11.443

11.533

193

283

11.443

Riolering: De investeringen in riolering hebben o.a. betrekking op de vervanging en uitbreiding van riolering Heiakker (€ 51.000) en Loonsevaert (€ 81.000). Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de investeringen met economisch nut gedurende het jaar 2020.

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal

Boekwaarde 1-1-2020 6.986

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-12-2020 6.806

2.597

483

2.294

40

136

8

676

474

30

5

76

1.039

7.701

3.207

521

2.299

76

8.013

Investering

Bijdrage derden 2.272 121

168

Grond- weg- en waterbouwkundige werken: De investeringen in grond- weg- en waterbouwkundige werken betreft o.a.:

Voorbereiding Snelfietspad Waalwijk - Loon op Zand – Tilburg Verkeer Loonsevaert en Leo XII-straat Linten Kaatsheuvel Levensduurverlengend groot onderhoud

1.046 734 487 93

De bijdragen van derden betreffen voornamelijk subsidies van de Provincie Noord-Brabant. Machines, apparaten en installaties: De investeringen betreffen de renovatie Touwladder. Overige materiële vaste activa: De investeringen in overige materiële vaste activa betreft o.a.: Project Sportveld Klokkenlaan Openbare straatverlichting Verdroogd groen Groen (beheerplan groen & meubilair)

Investering 43 186 109 75

Afwaardering: De afwaarderingen hebben betrekking op de Klimop (€ 76.000).

91

Financiële vaste activa De post financiële vaste activa wordt onderscheiden in:

Kapitaalverstrekkingen aan: - Deelnemingen Leningen aan: - Woningbouwcorporaties - Deelnemingen Overige langlopende leningen Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal financiële vaste activa

2020

2019

197

197

718 5.899 316 349 7.480

777 5.899 330 510 7.713

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa gedurende het jaar 2020. Kapitaalverstrekking Brabant Water N.V. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Exploitatie de Werft & de Wetering Subtotaal Leningen aan Casade Woondiensten N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Subtotaal Overig Hypothecaire geldleningen personeel Bijzonder Bruisend Winstuitkering HNG Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Subtotaal Totaal financiële vaste activa

Boekwaarde 1-1-2020 102 95

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijving/ aflossing

Waardevermindering

Boekwaarde 31-12-2020 102 95

0

0

197

197

Boekwaarde 1-1-2020 777 5.899

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijving/ aflossing 59

6.676 Boekwaarde 1-1-2020 0

Waardevermindering

Boekwaarde 31-12-2020 718 5.899

59 Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijving/ aflossing

6.617 Waardevermindering

Boekwaarde 31-12-2020 0

330 88 423

14 88 73

316 0 349

840 7.713

175 234

665 7.480

Kapitaalverstrekkingen: De gemeente Loon op Zand bezit 33.126 aandelen van Brabant Water N.V. met een boekwaarde van € 102.000 en 41.886 aandelen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten met een boekwaarde van € 95.000. De investering van € 130.0000 in de deelneming Exploitatie de Werft & de Wetering vond plaats in 2017 en hiervoor is in 2017 ook een verliesvoorziening gevormd van € 130.000. Leningen aan woningbouwcorporaties: Op de doorverstrekte geldleningen aan Casade is in 2020 € 59.000 afgelost. Leningen aan deelnemingen: De lening aan N.V. Bank Nederlandse Gemeenten stamt uit 1997 en loopt 25 jaar. De rentevergoeding bedraagt 6,48%, zijnde € 382.000.

Voorraden De post voorraden wordt onderscheiden in:

- Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie - Af: Verliesvoorziening onderhanden werk - Ruilgronden Totaal onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Totaal voorraden

92

2020 2.211 -1.781 691

2019 7.005 - 1.389 675 1.121 1.121

6.291 6.291

Voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen kan het vervolg in 2020 in het volgende overzicht worden weergegeven:

2e fase “De Els Kets West II 1e fase Moleneind fase 3 en 4 De Hooivork II Westwaard Herontwikkeling BS De Hil Ontwikkeling Zuidwand Totaal onderhanden werk, bouwgronden in exploitatie

Boekwaarde 1-1-2020

Vermeerderingen

Verminderingen

271 5.646 - 220 152 1.157 -1 0 7.005

21 235 131 42 798 2 0 1.230

- 25 1.375 0 138 4.706 1 0 6.195

Verspreide percelen Totaal ruilgronden

Vermeerderingen

675 675

16 16

Boekwaarde 31-12-2020 318 4.506 - 22 56 - 2.647 0 0 2.211

67 105

172

Voorziening verlieslatend complex 489 1.138

Balanswaarde 31-12-2020 - 172 3.368 - 22 - 97 - 2.647 0 0 431

154

1.781

Boekwaarde 31-12-2020

Geraamde nog te maken kosten

Geraamde nog te realiseren opbrengsten

318 4.506 - 22 56 - 2.647

270 1.225 20 97 11.650

- 99 - 4.593 0 0 - 9.737

Geraamd resultaat (nominale waarde) 489 1.138 -1 154 - 734

2.211

13.263

- 14.429

1.044

2e fase “De Els Kets West II 1e fase Moleneind fase 3 en 4 De Hooivork II Westwaard Herontwikkeling BS De Hil Ontwikkeling Zuidwand Totaal onderhanden werk, bouwgronden in exploitatie Boekwaarde 1-1-2020

Winstuitname

Verminderingen

Winstuitname

Boekwaarde 31-12-2020

Voorziening verlieslatend complex

Balanswaarde 31-12-2020

691 691

691 691

Winstneming: In 2020 is op 2 projecten een aanvullende tussentijdse winstneming verantwoord. Dit positieve resultaat van € 172.000 is zichtbaar op taakveld 8.2 Grondexploitatie. Voorziening verlieslatende complexen: In 2020 is op de projecten “2e fase De Els’, “1e fase Kets-West II” en “De Hooivork II” een aanvullend verlies voorzien van resp. € 47.420, € 204.659 en € 139.006. De voorziening verlieslatende complexen bedraagt ultimo 2020 totaal € 1.780.000.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De post uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in:

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Rekening-courantverhouderingen met niet financiële instellingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Stand 31-12-2020 3 4.106 8.532 2.727 55 15.423

Debiteuren openbare lichamen BTW-compensatiefonds Saldo schatkistbankieren Debiteuren algemeen Stichting stimuleringsfonds volkshuisvesting Totaal uitzettingen met een rententypische looptijd korter dan één jaar

Voorziening oninbaarheid

376 376

2020 4.109 8.532 2.351 55 15.047 Boekwaarde 31-12-2020 3 4.106 8.532 2.351 55 15.047

2019 4.391 6.880 907 12.178 Boekwaarde 31-12-2019 36 4.355 6.880 907

De mutatie in de voorziening oninbaarheid komt voort uit het afboeken van meerdere (kleinere) oninbare debiteuren.

93

12.178

Schatkistbankieren Drempelbedrag3 In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden gehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen. Eén daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gebruikt. Voor Loon op Zand is dat voor 2020 € 439.118,-. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In 2020 hebben geen overschrijdingen plaatsgevonden van het drempelbedrag. In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2020 is geweest: Verslagjaar 2020 (1) Drempelbedrag (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (1) < (2) Overschrijving van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) Begrotingstotaal lasten verslagjaar (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (1) = (4b) * 0,0075 + (4c) * 0,002 = drempelbedrag

439 Kwartaal 1 232

Kwartaal 2 202

Kwartaal 3 228

Kwartaal 4 420

208

238

212

19

Verslagjaar 2020 58.589 58.589 0 (met een minimum van € 250.000)

439

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (5a) Som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal (2) = (5a)/(5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

21.074

18.342

20.934

38.610

91 232

91 202

92 228

92 420

Liquide middelen De post liquide middelen wordt onderscheiden in:

Kassaldi Banksaldi Totaal liquide middelen

2020 1 550 551

2019 1 191 192

2020

2019

0

420

2.544

1.684

2.544

2.104

Overlopende activa De post overlopende activa wordt onderscheiden in:

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Totaal overlopende activa

De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 3,75 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 250.000.

3

94

Saldo 1-1-2020 Overige Nederlandse overheidslichamen Subsidie Mensgericht 2018 en subsidie wisselstroken Europalaan Totaal van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

Toevoegingen

Ontvangen bedragen

420

420

420

420

Saldo 31-12-2020

0

Onder de nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen zijn de volgende bedragen groter dan € 40.000 opgenomen: - St. Afvalf. Vergoeding PMD 4e kw 2020 € 48.000 - Dividend BNG 2019 € 53.000 - Bijdragen faciliterend grondbeleid € 57.000 - Min van BZK alg. uitkering gem.fonds € 58.000 - OMWB eindafrekening € 62.000 - Nabetaling BCF 2018 en 2019 € 182.000 - Bijdrage Veiligheidsregio 1e kwartaal 2021 € 311.000 - Verwacht jaarrekeningresultaat Baanbrekers 2020 € 495.000 - Verwacht jaarrekeningresultaat jeugd 2020 € 746.546

Eigen vermogen De post eigen vermogen wordt onderscheiden in:

Reserves - Algemene reserve - Bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

2020

2019

7.936 8.725 2.126 18.787

9.132 8.966 - 1.765 16.333

Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Het onderstaand overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2020: Algemene reserve

Algemene reserve Geblokkeerde weerstandsreserve Totaal algemene reserve Bestemmingsreserve

Reserve brutering Reserve winstuitkering HNG Reserve recreatie Reserve kunstbeleid Reserve huisvesting Reserve decentraal arbeidsvoorwaardenbeleid Reserve onderhoud woonwagencentrum Reserve onderwijs algemeen Reserve bomen Reserve monumentenbeleid Reserve expl. Het Klavier Bestemmingsreserve Het Sociaal Domein

Saldo 1-1-2020

Resultaatbestemming 2019

Toevoegingen 2020

Rentetoerekening 2020

Onttrekkingen 2020

4.685 4.447

- 1.765

615 1.226

411

1.684

2.263 5.673

9.132

- 1.765

1.226

411

1.684

7.936

Saldo 1-1-2020

Resultaatbestemming 2019

Toevoegingen 2020

Rentetoerekening 2020

Onttrekkingen 2020

87

391 84 134

3.196 0 565 0 131 22

11

11

0

669 46 0 385 252

250

419 46

125 15

260 237

3.500 84 687 0 131 22

12

95

Vermindering door afschrijvingen op activa

Vermindering door afschrijvingen op activa

Saldo 31-12-2020

Saldo 31-12-2020

Reserve Stimulering Volkshuisvestingsbeleid Reserve investeringen grondbedrijf Reserve bovenwijkse voorzieningen Reserve voor planherziening Reserve tussentijdse winstnemingen Egalisatiereserve onderhoud gebouwen Egalisatieres. automatisering Egalisatieres.hondebelasting Egalisatiereserve openbaar groen/ plantsoenen Egalisatiereserve openbare verlichting Egalisatiereserve wegen Egalisatiereserve rechtspositionele voorzieningen Egalisatiereserve onderhoud Het Klavier Egalisatiereserve bouwleges Totaal bestemmingsreserve

53 22

1

69

53

0

22

1

648

717

421 53

121 53

300 0

576

28

604

267 74 49

46 58

313 0 107

197

16

213

729 260

252 100

208

5

200 8.969

13 3.451

74

14 146

967 214 213

13 1.506

88

200 8.725

Toelichting per reserve:

Overzicht claims

Totaal beschikbaar gesteld

Begrote onttrekking

Werkelijke onttrekking Restant

Raadsbesluit

Document

- Overheveling HOB-trajecten

26

26

26

13-2-2020

2019.34821

- Overheveling vastgoed

27

27

27

14-4-2020

2020.00632

- Overheveling BRP

30

30

30

12-12-2019

2019.28940

- Overheveling inburgering

44

44

44

12-12-2019

2019.28940

- Witte Kasteel

30

30

30

14-12-2016

2016.27140

- Opstellen verbeterplan burgerzaken

72

72

72

13-2-2020

2019.35343

- Juridische kosten afwikkeling faillissementen

75

35

42

14-4-2020

2019.35569

- Gemeentelijke website

80

80

80

14-4-2020

2020.02377

- Secundaire handhavingsstrategie

81

81

23

57

15-6-2015

2015.05767

- Restant budget uitbreiding griffie

8

8

28-3-2019

2019.01217

- Restant budget herstel financiële balans

35

35

35

1-7-2019

2019.16638

- Uitvoering verbeterplan burgerzaken

157

10

10

147

25-6-2020

2020.11662

- Onderzoek bestuurlijke vernieuwing

70

28

25

45

25-6-2020

2020.13203

- Vitale verkiezingen

15

15

14-4-2020

2020.02377

- Overheveling evenementen naar 2021

6

6

- Overheveling omgevingswet naar 2021

81

81

- Overheveling inburgering naar 2021

22

22

33

Overige onttrekkingen algemene reserve: - Overheveling naar reserve recreatie

12

- Overheveling naar geblokkeerde risicoreserve

1.226

- Afboeking projecten grondbedrijf

2

Claims algemene reserve

837

496

1.684

415

- Bijdrage RBT

328

116

116

212

24-5-2018

2018.09083

- Stimuleringsbudget recreatie en toerisme

50

50

13-2-2020

2019.33606

- Parkeerproblematiek Roestelbergstraat

200

200

19-5-2016

2016.07899

24-5-2018

2018.09083

1-11-2018

2018.26234

- Projectregisseur lokaal niveau (claim vervallen)

0

- Toeristische bewegwijzering

41

30

19

23

Claims reserve recreatie

619

146

134

485

- De Nieuwe School

310

230

80

13-2-2020

2020.00543

- Asbestsanering Lage Weijkens

60

60

27-10-2015

2015.36949

- Basisschool De Start

20

20

20

13-2-2020

2019.33606

Claims reserve onderwijs

390

20

250

140

- Maatpact fase II

80

30

15

65

14-4-2020

2020.03396

Claims reserve sociaal domein

80

30

15

65

96

Voorzieningen De post voorzieningen wordt onderscheiden in: 2020 4.981 243 6.718 11.943

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorzieningen ter egalisatie van kosten Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is Voorzieningen

2019 5.156 248 5.368 10.773

Het onderstaand overzicht geeft het verloop weer van de voorzieningen gedurende het jaar 2020: Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorziening pensioenen wethouders Voorziening faillissementen Voorziening faciliterende plannen grondbedrijf Totaal voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voorziening ter egalisatie van kosten Voorziening groot onderhoud Wetering Totaal voorziening ter egalisatie van kosten Voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is Voorziening riolering Voorziening reiniging Totaal voorziening voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is Totaal voorzieningen

Saldo 1-1-2020 4.802 350 4 5.156

Toevoeging

Aanwending

279

207 248

279

455

Saldo 1-1-2020 248 248

Toevoeging

Aanwending

Saldo 1-1-2020 5.368 0 5.368

Toevoeging 777 573 1.350

Saldo 31-12-2020 6.145 573 6.718

10.773

1.629

11.943

5 5 Aanwending

Saldo 31-12-2020 4.875 102 4 4.981 Saldo 31-12-2020 243 243

Voorziening pensioenen wethouders Ultimo 2020 is € 4,9 miljoen euro beschikbaar voor toekomstige pensioenverplichtingen van (o.a.) voormalige wethouders. In 2020 is, gebaseerd op de huidige actuariële berekeningen, een bedrag van € 279.000 toegevoegd om te voldoen aan de toekomstige verplichtingen. Voorziening faillissementen De gemeente is geraakt door meerdere faillissementen. Op deze dossiers lopen gesprekken met curatoren, om vanuit de schuldpositie te kunnen komen tot een oplossing. Hiervoor is de voorziening faillissementen gevormd in 2019. In 2020 is één faillissement afgewikkeld. Voorziening groot onderhoud Wetering De gemeente heeft het pand Wetering in 2015 in haar bezit gekregen. Om in de toekomst het onderhoud te waarborgen is de Voorziening groot onderhoud Wetering gevormd op basis van een meerjarenonderhoudsplan. In 2020 is er t.b.v. het onderhoud van het pand een bedrag onttrokken aan de voorziening van € 5.000. Voorziening riolering Opbrengsten uit rioolheffing zijn middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is. In 2020 zijn er meer middelen ontvangen dan er zijn besteed. Het saldo van € 777.000 is toegevoegd aan de voorziening. Voorziening reiniging Opbrengsten uit afvalstoffenheffing zijn middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is. In 2020 zijn er meer middelen ontvangen dan er zijn besteed.

Het saldo van € 573.000 is toegevoegd aan de voorziening.

Vaste schulden, met een rentetypische looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden is als volgt:

Onderhandse leningen van: - Binnenlandse pensioenfondsen, banken en verzekeringsinstellingen - Buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Totaal vaste schulden

97

2020

2019

25.917 10.625 36.542

27.898 11.250 39.148

De rentelast voor 2020 bedraagt € 1.197.564. In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2020: Saldo 1-1-2020 27.898 11.250 39.148 777

NV Bank Nederlandse Gemeenten AG Insurance SA/ NV Totaal vaste schulden Waarvan doorverstrekt aan Casade woondiensten

Vermeerderingen

Aflossingen 1.980 625 2.605 59

Saldo 31-12-2020 25.917 10.625 36.542 718

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De post netto-vlottende schulden wordt onderscheiden in: 2020 3

2019 3.500

3.417 3.420

3.311 6.811

2020 2.682

2019 2.536

De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen

1.213

1.039

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Totaal overlopende passiva

65 3.960

619 4.194

Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden Overige schulden Totaal netto-vlottende schulden De overige schulden bestaan voornamelijk uit crediteuren (€ 3.391.000).

Overlopende passiva De post overlopende passiva wordt onderscheiden in:

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Onder de verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume zijn de volgende bedragen groter dan € 40.000 opgenomen: -

Te betalen omzetbelasting Rente langlopende leningen Baanbrekers WSW Nog te betalen WMO Compensatie exploitatie Het Klavier Contract beheer en onderhoud openbare ruimte Regiovervoer: continuïteitsbijdrage en uitvoeringskosten Leerlingenvervoer november/ december 2020 Te betalen vennootschapsbelasting 2020

98

€ 599.000 € 564.000 € 328.000 € 275.000 € 132.000 € 126.000 € 101.000 € 63.000 € 61.000

De in de balans opgenomen van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden: Saldo 1-1-2020

Overige Nederlandse overheidslichamen Vooruitontvangen subsidie ISV III geluid Vooruitontvangen subsidie SPUK Vooruitontvangen subsidie verkeer en vervoer Noord-Brabant Vooruitontvangen subsidie VVE/OAB Totaal van de van EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

Vrijgevallen bedragen en terugbetaalde bedragen

Toevoeging

Aanwending

Saldo 31-12-2020

26 1.013 0

1.013

95 929

26 95 929

1.039

1.013

163 1.187

163 1.213

Onder de overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen zijn geen bedragen groter dan € 40.000 opgenomen.

Niet in de balans opgenomen rechten/ verplichtingen Aan natuurlijke en rechtspersonen verstrekte borgstellingen of garantiestellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. De borgstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Voetbalvereniging D.E.S.K Stichting Jeugdbelangen De Kuip Stichting De Gildenbond Voetbalvereniging D.E.S.K M.H.C. DES Totaal borgstellingen

Aard

Oorspronkelijk bedrag

Kleedaccommodaties Verenigingsgebouw

182 79

Verbouw Kunstgrasveld Kunstgrasveld

600 415 290 1.566

Percentage leningsbedrag borgstelling 100 100

Restant 1-1-2020

Restant 31-12-2020

Betalingen gedurende 2020

102 28

94 25

8 3

100 100 100

376 258 135 890

353 248 116 836

23 10 19 64

Restant 1-1-2020

Restant 31-12-2020

Betalingen gedurende 2020

7.700 10.000 25.000 22.893 500

7.700 10.000 25.000 22.893 500 5.705

66.093

71.798

Restant 1-1-2020

Restant 31-12-2020

Betalingen gedurende 2020

56 51 466 51 41 15 345 1.025

56 51 466 51 41 15 290 971

29 6 127 14 41 15 290 522

De garantstellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd: Rechtspersonen

Casade Woondiensten Casade Woondiensten (WSG) Casade Woondiensten (WSG) Casade Woondiensten (WSG) Casade Woondiensten (WSG) Stichting gebouwenbeheer Leerrijk Totaal rechtspersonen Natuurlijke personen

ABN-AMRO Pensioenfonds ABP Florius Aegon Rabo HVO ING Totaal Natuurlijke peronsen

Aard

Oorspronkelijk bedrag

Woningbouw Woningbouw Woningbouw Woningbouw Woningbouw Schoolgebouw

7.700 10.000 25.000 28.700 500 5.705

Percentage leningsbedrag borgstelling 50 50 50 50 50

77.605 Aard

Oorspronkelijk bedrag

Hypotheek Hypotheek Hypotheek Hypotheek Hypotheek Hypotheek Hypotheek

99

Percentage leningsbedrag borgstelling 100 100 100 100 100 100 100

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden Eigen bijdrage op grond van de Wmo Een aanvrager van een voorziening op grond van de WLZ en de Wmo (zoals hulp in de huishouding, begeleiding, hulp- en vervoersmiddelen of beschermd wonen) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeente geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=530820aa-37b6-487f-a0eb-49968e4749ce