CConstaterende datLoon op Zand
Koppel je AI →
Document · PDF

08-07-2021 Bijlage 1. Concept Zonnevisie Loon op Zand.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Loon op ZandBij agendapunt: Raadsvoorstel Concept zonnevisie Loon op Zand 2021-202312.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

CBS Buurt Draaiboom Hil (noord) Hil (zuid) Pannenhoef (west) Pannenhoef (oost) Centrum Schrijversbuurt Staatsliedenbuurt Vossenberg (west) Vossenberg (oost) De Kets (industrieterrein) De Zandschel De Baan Heikant Els (west) Els (oost) Rooi Dorp Loonse Vaart De Oude Omdraaier Prinsessenbuurt Het Hoekske Oud-Loon Mussenhoek Molenwijk (noord) Molenwijk (zuid) Bergeind Oost-Loon De Moer

Aantal aansluitingen Aantal aansluitingen met in CBS-buurt opwekinstallatie 124 798 232 36 284 44 27 498 354 26 297 19 375 29 343 33 358 40 274 40 309 15 273 43 207 40 548 72 122 10 203 31 491 117 875 153 44 211 288 38 359 119 1178 128 158 39 649 106 587 74 71 18 197 52 286 46 364 72

Bron: Enexis pv zon Dataset decentrale opwek kleinverbruiksgegevens 01-01-2021

Zonnevisie Loon op Zand

23

Opgesteld vermogen 512 125 198 113 131 86 110 162 171 205 203 271 239 251 39 142 235 401 207 232 499 611 188 357 305 267 353 333 294

Bijlage 3 Handreiking zon REKS 2020 Landschappelijke inpassing LANDSCHAPPELIJKE INPASSING Aanbevelingen en handreikingen landschappelijk inpassingsplan. De landschappelijke inpassing van zonnevelden is maatwerk, er zijn vele mogelijkheden om een zonneveld goed in te passen. Deze handreiking geeft een methodiek om op alle schaalniveaus een juist ruimtelijk plan voor het initiatief te maken en te toetsen. In een inrichtingsplan zijn drie nauw met elkaar samenhangende schaalniveaus relevant: het landschap, de kavel en het object. Stappen in het ontwerpproces, van initiatief naar inrichtingsplan Ieder landschap, ieder dorp en iedere plek heeft zijn eigen verhaal en kenmerken. Als eerste wezenlijke stap zal dan ook altijd een grondige analyse van de bestaande kwaliteiten van de locatie en zijn context gedaan moeten worden. Als tweede stap moet voor elk schaalniveau een ontwerpbenadering met ontwerpprincipes , die daarna vertaald wordt in een inrichtingsplan in de derde stap. We onderscheiden drie niveaus van richtlijnen voor landschappelijke inpassing. 1. Landschapsniveau Op het niveau van het landschap is de cruciale vraag of de ontwikkeling van een zonnepark op een bepaalde locatie goed aansluiting kan vinden bij de aanwezige ruimtelijke hoofdstructuur. Hierbij wordt gekeken naar: ^ De belevingswaarde ^ Maat en schaal van het landschap t.o.v.

het zonneveld ^ Draagkracht van het landschapstype ^ Cumulatieve effecten op den duur

De belevingswaarde Om tot een goede inpassing van zonnevelden in de omgeving te komen is de ligging in het landschap sterk bepalend. Zonnevelden hebben een ruimtelijke impact, die wordt bepaald door zichtbaarheid van het panelenveld vanuit de omgeving. Een studie van zichten vanaf routes geeft inzicht in de wijze van inpassing van het zonneveld. Per locatie is een studie naar belevingswaarde per landschapseenheid noodzakelijk.

Maat en schaal bepaalt de mogelijkheden voor goede inpassing

Zonnevisie Loon op Zand

24

1:0,5

Zūnnevíļd Best

5indr,Tíř^iīseřvei; etdit űbŵí

Eūtinepark Shell

af-.Gt'ivrref.i' Mũ-ŗrťfjk

1:5

Soiarpark De Kwekerij SfŕJctvŕįi, ŕíŕiìij^ r'

Drie voorbeelden van inpassingen zonnevelden van intensief naar extensief

Maat en schaal Op het landschapsniveau is het relevant om te bepalen tot welke omvang een zonnepark zich qua maat en schaal ruimtelijk goed tot de omgeving kan verhouden. Het gaat daarbij om het vinden van het optimum op basis van het principe van schaal. Uit literatuur blijkt steeds de wetmatigheid dat een kleiner zonnepark bij een kernrand past, terwijl bij een bedrijfsterrein bij een stedelijke kern of een industriegebied in principe ook een groter zonnepark mogelijk is. Het optimum zal daarbij voor het ene landschapstype of randzone ook anders uitpakken dan voor het andere. Natuurlijk is de grootte van het veld ook afhankelijk van de capaciteit van het netwerk, en het exploitatie- en financieringsmodel. Draagkracht van het landschapstype Op niveau van de landschapseenheden dient het cumulatieve effect van meerdere zonnevelden afgewogen te worden. Wat is het maximum laadvermogen van een landschapseenheid, dat wil zeggen de draagkracht van het buitengebied? Wanneer wordt deze overschreden en tast de toevoeging van zonnevelden de identiteit van deze specifieke landschapseenheid aan? Verschillende landschapseenheden hebben een verschillend draagvermogen.

Uit ruimtelijk onderzoek voor de energievisie van de Kempen blijkt dat in een grootschalig open landschap (bijvoorbeeld jonge heideontginning) enkele grote velden beter passen dan meerdere kleine, in een kleinschalig landschap (bijvoorbeeld rond dorpskernen) geldt het omgekeerde. Vooraf moet daarom het laadvermogen van een landschap dan wel de te behouden karakteristieken worden bepaald. Dit heeft invloed op hoeveel zonnevelden wenselijk zijn. En omdat de landschapseenheden in Hart van Brabant vaak gemeentegrensoverschrijdend zijn, dient er ook samengewerkt te worden binnen de regio om de draagkracht van elk type landschap goed te definiëren.

Cumulatieve effecten op den duur Tot slot is het van belang het cumulatieve effect van meerdere parken in de landschapseenheid bij de afweging te betrekken (zie draagkracht). Op basis van al bestaande plannen kan men wel de volgende wetmatigheid afleiden dat in grootschalig open landschappen een beperkt aantal grotere zonneparken beter inpasbaar is dan meerdere kleine, terwijl voor besloten landschappen het omgekeerde geldt.

Zonnevisie Loon op Zand

25

2. Kavelniveau, bruto zonneveld Is de locatiekeuze de juiste, dan kan men op basis van de richtlijnen per landschapseenheid de inrichting op kavelniveau ontwerpen. Dit schaalniveau zorgt voor identiteit en acceptatie van de plek van het zonneveld. De aansluiting van de rand van het zonnepark op de omgeving en de beleving van de randen zijn cruciaal voor een goede inpassing. Met deze kavelinvulling willen we voor de toekomst een duurzaam groen-blauw raamwerk voor de specifieke landschapseenheden bouwen. De keuzes die hierin kunnen worden gemaakt worden sterk bepaald door de aard en de landschappelijke karakteristieken van de directe omgeving en de toekomstverwachting van dat duurzame groen-blauw raamwerk. De invulling op kavelniveau kan zeer verschillend zijn. De aansluiting op de overgang naar een dorpsrand vraagt een andere ruimtelijke oplossing dan de aansluiting op een open landbouwperceel. Het ene zonneveld wordt aan alle zijden omringd door dezelfde beplantingseenheid, het ander veld kan verschillende zijden hebben, afhankelijk van de context. De landschappelijke inpassing van het zonneveld moet altijd een meerwaarde in landschappelijke kwaliteit opleveren voor die plek. Daarnaast kunnen historische landschap specifieke kenmerken een rol spelen bij de uitwerking op kavelniveau, bijvoorbeeld het herstel van verloren houtwallen of vennen.

Landschap specifieke inrichting per landschapseenheid De maatregelen die genomen worden om een zonneveld landschappelijk in te passen kunnen de landschapskarakteristieken van een gebied echter wel versterken, de leesbaarheid en de identiteit van de landschapseenheid vergroten. Zo kunnen bij de vormgeving van de kavelgrenzen van bij zonnevelden in een mozaïek- en coulisselandschap bijvoorbeeld oude houtwallen geherintroduceerd worden. In open landschappen kan juist gekozen worden voor het bewust wel of juist niet zichtbaar laten van de zonnevelden door gebruik te maken van waterstructuren en/ of grondwallen i.p.v. houtwallen. Dit kan de leesbaarheid en de identiteit van dit type landschap versterken. In de illustratie is het scala van mogelijkheden voor landschap specifieke in richtingen aangegeven, van beplantingselementen, waterstructuren en omgaan met grondmodellering. Maatwerk is gewenst. De “Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap, Hart van Brabant, actualisering 2015” kunnen een handreiking geven om de landschappelijke inpassing te objectiveren en|of te kwantificeren. Nader onderzoek is hiervoor noodzakelijk. Tijdelijk versus permanent In het ontwerp kunnen de beplantings- en waterstructuren een blijvende bijdrage leveren aan de landschapseenheid, ook na oplevering van locatie na de exploitatieperiode (zie hoofdstuk 5).

Processtructuur De inbreng van direct omwonenden en lokale belangenorganisaties zijn essentieel voor een goed ontwerpproces (zie hoofdstuk 4).

Intermezzo netto - bruto zonneveld Er moet een onderscheid gemaakt worden in de oppervlakte van het panelenveld (netto zonneveld) en de grootte van een zonneveld in totaal (het bruto veld). Het zonneveld zelf is altijd in de REKS meer dan het panelenveld. De definitie van een panelenveld is: "het vlak binnen de omsluitende grens van een aaneengesloten opstelling van panelen en ondersteunende bebouwing", oftewel het functionele deel van het zonneveld. Buiten het panelenveld is nog ruimte nodig voor landschappelijke inpassing, afhankelijk van het landschapstype, de grootte van het terrein en de hoeveelheid slagschaduw op het terrein. Dit noemen we het bruto zonneveld.

Zonnevisie Loon op Zand

26

-.."iM-'d

'h^rbcLl 4

frjOliŭck

Voorbeelden van ruimtebeslag landschappelijke inpassingelementen bij zonnevelden in waterrijke landschapseenheden

Zonnevisie Loon op Zand

27

-naį

■ŕT»*

-

.

ĩíē ___ c

nm-ľ nr«fi ī.. j

±Ľíl'[ljlll|

M -— ■^- -JŪİ Jl-D

“■-iĮt . n! H-.yyi

.fţ'-r'

Voorbeelden van ruimtebeslag groenstructuren bij zonnevelden

Zonnevisie Loon op Zand

28

w-****-*j.0

Rů'atie instfaBngsfìŭek, mA/nŕe řui^j? rijen ei? čřcĩìiŕiùũgte

Lf*frű

fì1

rvŵeŕ, W^SŰvíTŵ

Relatie tussen constructiehoogte, zicht en dubbel grondgebruik

3. Objectniveau, netto zonneveld Op het objectniveau zijn de invulling en uitstraling van het functionele veld van zonnepanelen relevant. Hierbij gaat het om verschillende aspecten van plaatsing van zonnepanelen zoals de hoogte en oriëntatie van clusters zonnepanelen, maar ook de ordening en vormgeving van de panelen, gekozen constructies van de panelen, verdeling van de trafo's, verdeelstations en eventuele hekken en cameraopstellingen. Er zijn ook op dit niveau vele ruimtelijke keuzen te maken, die essentieel zijn voor de inpassing van het zonneveld als geheel. De hoogte van de constructie van zonnepanelen De hoogte van zonnepanelen, in combinatie met de invalshoek zijn essentieel voor zichten over en de beleving van ruimte en de eventuele ruimte tussen de rijen. Keuze oost-west of zuid opstelling Deze keuze wordt ingegeven vanuit exploitatie overwegingen, de elektriciteitsopwekking van een oost-west opstelling is ongeveer 10-150Zo minder dan van een zuid opstelling. Ruimtelijk is er een groot verschil, oost-west opstellingen geven zeer brede stroken panelen, waar onder weinig zon en vocht komt, waardoor er nadelige effecten op het bodemleven en bodemerosie kunnen ontstaan. Dit wordt op dit moment onderzocht door de WUR. De zuid opstelling levert een lessenaarsopstelling op waardoor vocht gemakkelijker op bodem terecht komt.

Zonnevisie Loon op Zand

29

Lichtreflectie van de panelen Schittering door zonnepanelen vindt plaats wanneer zonnestralen zó reflecteren op zonnepanelen, dat zij in het oog van een persoon worden opgevangen. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van drie factoren, de zonnestand, de opstellingshoek van de zonnepanelen en de plek van de persoon, die verblind wordt. Door diverse coatings toe te passen, een andere wijze van opstelling of een goede landschappelijke inpassing kan hinderlijke lichtreflectie voorkomen worden. Spreiding of concentratie geeft keuze in monocultuur of multifunctionaliteit De afstand van de panelen ten opzichte van elkaar is niet alleen afhankelijk van de schaduwwerking op elkaar maar ook van de intentie om de het zonneveld multifunctioneel te laten zijn en op meerdere manieren te gebruiken. Te denken valt aan ontwikkelen van vitale bodem en van wateropvang in het kader van klimaat adaptieve maatregelen, maar ook multifunctioneel gebruik voor recreatie (bijvoorbeeld een dorpspark of moestuinen). Ontwikkeling van zonnevelden kan ook nieuwe natuur een kans geven, te denken valt aan biotopen voor de patrijs en andere akkerlandvogels (o.a. door het maken van Beatleruggen tussen de panelenstroken). Door de combinatie met kruidenrijk grasland ontstaan bijzondere insecten- en vlinderbiotopen.

Begrazing in lage dichtheden door koeien en schapen geeft veel diversiteit aan de vegetatie rond de panelen.

1

i'V) r+ľ.ÿiţnt iíľ

- CW^ĖfT eiif ŭií

tíiĩr ŕAniļjLijj-rTjvŗ -

CPU&JL-JNi Ra* leO'jlb^ŕić ċ&dìi liůfln .-umitíÉtí,

fļPtTFIL

A I il/ ű1-

k-Jui .-.vflui'vai ňėcidhń-JiVr.t

.

--

IH f.t BTt-CLr-h

Ui ĨT. LENfclfc

űļL'ilàVir«U'11LVcťí'iŕictĥlFi fjŵ/fc&ĉii viň 3 m Ì,Ě ňMOtr wŵ Jē i ŕ.'ūũc lilċf ^iĺJiJ ai

rd'i iH Aűdfc»

De keuze van compacte energievlakken ten opzichte van multifunctionele energielandschappen met een groter oppervlak is essentieel. De gemeente kan hierin een duidelijk beleidskeuze maken.

Zonnevisie Loon op Zand

30

Hekwerken rondom Vanuit veiligheidsoverwegingen en verplichte verzekeringsbepalingen zijn hekwerken rondom noodzakelijk. Deze kunnen ingepast worden in beplantingselementen, maar wanneer openheid noodzaak is, zijn hekwerken niet het juiste middel en zullen andere ruimtelijk middelen als brede waterloop gebruikt moeten worden. Verlichting en cameraopstellingen dienen ingepast te worden.

Beeldkwaliteit van panelen Wat betreft de constructies geldt een aanbeveling van donker kleurgebruik om zo veel mogelijk weg te vallen in de omgeving.

Beeldkwaliteit bijgebouwen De verdeelstations en trafo's dienen georganiseerd te worden volgens een helder ruimtelijk principe. Per locatie dient het ambitieniveau voor de vormgeving van bouwwerken door de gemeente aangegeven te worden. Watertoets Bij elk initiatief ten behoeve van een grondgebonden zonneveld dient ook een watertoets uitgevoerd te worden om inzicht te krijgen in de veranderingen in de waterhuishouding door het aanbrengen van de grondgebonden zonnepanelen. Het gaat dan zowel om de opslag van water in de bodem ter plaatse, om afstroming, en om inzicht te krijgen in de erosie van de toplaag van de bodem.

Zonnevisie Loon op Zand

31

Bijlage 4 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 01-03­ 2020) Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied Lid 1. Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie als: a. uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in Stedelijk gebied, op bestaande bouwpercelen en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie onvoldoende is; b. de nieuwvestiging past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit; c. de ontwikkeling qua omvang inpasbaar is in de omgeving; d. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft; e. de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving. Lid 2. De maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate van meervoudig ruimtegebruik; b. de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken; c. de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Lid 3.

Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a. de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt; b. na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en wordt de opstelling voor zonne-energie verwijderd; c. voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.

Toelichting Artikel 3.41 Zonne-parken in Landelijk gebied In toenemende mate worden er initiatieven ontwikkeld voor het opwekken van zonne-energie. Hiervoor bestaan mogelijkheden op daken. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor grondgebonden zonneparken in stedelijk gebied, in zoekgebieden verstedelijking en op bestaande bebouwde locaties in het landelijk gebied zoals rioolzuiveringsinstallaties, stortplaatsen maar ook op vrijkomende agrarische locaties tot een omvang van 5000 m2. Vanuit het beleid bestaat er een voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken of op braakliggende gronden in of aansluitend op stedelijk gebied. Dat heeft het voordeel dat ze dicht bij de gebruiker en energiesystemen worden geplaatst wat bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik en effectief is vanuit kostenminimalisatie. De verwachting is dat dit onvoldoende blijkt om in de behoefte te voorzien. Daarom is er ook een mogelijkheid om onder voorwaarden zelfstandige opstellingen van zonne-energie te ontwikkelen in landelijk gebied.

Afwegingskader Belangrijke voorwaarde is dat de noodzaak van de ontwikkeling volgt uit een onderzoek waaruit blijkt dat de mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie binnen Stedelijk gebied en op daken onvoldoende is. Hierbij ligt uiteraard ook een relatie met de mogelijkheden van duurzame energie door wind. Vervolgens is onderzocht waar de ontwikkeling van een zonnepark dan het beste kan plaatsvinden. Het onderzoek biedt dus een gedegen ruimtelijke onderbouwing van de behoefte aan duurzame energie en een afweging van locaties en gaat in op aspecten als:

Zonnevisie Loon op Zand

32

- Wat is de energiebehoefte op langere termijn?; - Hoe kan daarin worden voorzien (wind, zon, geothermie)? - Waar kan dat het beste gerealiseerd worden? - Welke randvoorwaarden zijn er vanuit omgevingskwaliteit I zorgvuldig ruimtegebruik? Bij de afweging van locaties vragen wij specifiek aandacht voor transformatie en meervoudig gebruik van locaties zoals op vliegvelden, langs snelwegen, stortplaatsen, zuiveringsinstallaties, grond- en slibdepots, gunstig gelegen vrijkomende locaties in het buitengebied etc. Een vervolgstap is dat de uitkomsten van dit onderzoek ook regionaal worden afgestemd en worden afgestemd met de netwerkbeheerder.

Afstemming Vanuit een zorgvuldig gebruik van de open ruimte, afstemming van duurzame energieprojecten in een gebied en de in sommige gebieden beperkte capaciteit van het netwerk, geldt als randvoorwaarde dat projecten zijn afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. Bij de afweging spelen diverse aspecten een rol, zoals een efficiënte aansluiting op het energienet in samenspraak met de netwerkbeheerders, de kosten die gemoeid zijn met het aanleggen van energie-infrastructuur maar ook aspecten rondom zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. Deze aanpak past ook bij de regionale energie strategieën die vanuit het Rijk worden gevraagd.

Maatschappelijke meerwaarde Vanuit het nu voorgestelde kader worden er op voorhand geen beperkingen gesteld aan de locatie waar zonneparken ontwikkeld kunnen worden of aan de omvang daarvan. Dat betekent dat er ook mogelijkheden voor nieuwvestiging zijn of een ruimere omvang dan 5000 m2 op een vrijkomende locatie. Daarom is in de voorwaarden een bepaling opgenomen rondom maatschappelijke meerwaarde. Naarmate de inbreuk op de basisregels groter is, verwachten wij een grotere inspanning op het gebied van een bijdrage aan maatschappelijke doelen. Bijvoorbeeld als er in afwijking van de reguliere omvang van 5000 m2 voor niet-agrarische functies een zonnepark gerealiseerd wordt van 10 hectare dat dit bijdraagt aan sloop van vrijkomende opstallen elders. Maatschappelijke meerwaarde is ook gericht op de betrokkenheid van inwoners bijvoorbeeld doordat inwoners kunnen participeren in het project of doordat de ontwikkeling bijdraagt aan maatschappelijke cohesie of (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Het enkele gegeven dat het project duurzame energie oplevert is niet voldoende. Een goede invulling van deze voorwaarde garandeert tevens betrokkenheid van de inwoners door meespraak bij het project.

Tijdelijkheid In beginsel gaan wij er vanuit dat de realisatie van zonneparken voorziet in een tijdelijke behoefte. De technologische ontwikkeling voor het opwekken van zonne-energie gaat steeds verder waardoor er steeds meer mogelijkheden ontstaan voor meervoudig ruimtegebruik zoals op daken (op het noorden), op muren, geïntegreerd in ruiten, op wegen enzovoorts. Het is daarom goed al bij het toelaten na te denken over hoe de sanering wordt veiliggesteld. Vanwege dit tijdelijke karakter van zelfstandige opstellingen voor zonne-energie is de ontwikkeling daarom uitsluitend mogelijk met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende afwijking van het bestemmingsplan. Aan een dergelijke vergunning kan een termijn worden verbonden en de voorwaarde dat na afloop van de termijn de situatie van voor de vergunningverlening wordt hersteld. Het vereiste van een omgevingsvergunning is efficiënt vanuit het terugdringen van bestuurslasten omdat er geen bestemmingsplanprocedures doorlopen hoeven te worden bij aanvang en bij afloop van het gebruik. Bovendien ontstaan er met een dergelijke procedure geen planologische rechten die op termijn kunnen leiden tot andere gebruiksfuncties of planschade claims.

De vestiging van zelfstandige opstellingen groter dan 5000 m2 of de nieuwvestiging van zelfstandige opstellingen buiten zoekgebieden voor verstedelijking is dus niet mogelijk met een herziening van een bestemmingsplan. Wij verwachten van de gemeente dat zij een overzicht bijhouden van verstrekte tijdelijke omgevingsvergunningen dat ook openbaar is, zodat het voor eenieder duidelijk is wanneer de gunningstermijn is afgelopen. Uiteraard geldt vanuit het vereiste van tijdelijkheid ook dat de gemeente na afloop van de periode toeziet op de sanering van het zonne-park.

Zonnevisie Loon op Zand

33

Bijlage 5 Uitleg kilowattuur, kilowatt en andere eenheden Als het om energie gaat, gebruikt niet iedereen dezelfde eenheden. Dat kan verwarrend zijn. Om een goede vergelijking te kunnen maken kan je de ene eenheid omrekenen naar de andere eenheid. Daarbij moet je allereerst onderscheid maken tussen de hoeveelheid energie en de hoeveelheid energie per seconde (ook wel vermogen genoemd). Als eenheden voor de hoeveelheid geleverde of verbruikte energie kennen we kilowattuur (kWh; wordt meestal gebruikt voor elektrische energie), joules (J; de standaardeenheid voor allerlei soorten energie) en calorieën (meestal voor energie-inhoud van voeding of de energie die we bij het sporten verbruiken). Als eenheid van vermogen (dus energie per seconde) kennen we de watt (W), en, heel ouderwets: de paardenkracht (pk). 1 watt = 1 joule per seconde. Een stofzuiger die 1000 watt (ofwel 1 kilowatt, 1 kW) vermogen heeft, gebruikt dus elke seconde 1000 joule. Als laatste: we korten een duizendvoud af tot kilo (voorvoegsel k, zoals in kWh). Een miljoen krijgt voorvoegsel mega (afgekort M), een miljard giga (G), een biljoen tera (T) en een biljard peta (P).

Een paar voorbeelden om eenheden om te rekenen: « 1 kWh = 3600.000 joule = 3600 kJ = 3,6 MJ » 1 calorie = 1 cal = 4,2 joule = 4,2 J » 1 kilowatt = 1000 watt = 1000 joule per seconde = 1000 J/s = 1 kJ/s » Een paar voorbeelden van energie en vermogen: » Een forse stofzuiger heeft soms een vermogen van 1 kW, ofwel 1000 Watt, en verbruikt dus per seconde 1000 joule. » Deze stofzuiger verbruikt elk uur dat hij aanstaat 1 kWh. » Een standaard Nederlands huishouden verbruikt in één jaar bijvoorbeeld 3500 kWh aan elektrische energie. » Hetzelfde standaard Nederlands huishouden verbruikt ruwweg 1500 m3 aan aardgas per jaar. Als je dat wil vergelijken met het elektriciteitsverbruik moet je weten hoeveel energie in 1 m3 aardgas zit: dat is grofweg 36000 kJ energie, wat weer om te rekenen is naar 10 kWh. Het energieverbruik per jaar van dat huishouden voor aardgas is dus 1500 x 10 kWh = 15.000 kWh. Dat is fors meer dan de hoeveelheid die dat huishouden aan elektrische energie verbruikt. » De totale productie van duurzame energie in juli 2018 was 3,9 petajoule (PJ). 1 petajoule, ofwel 1 biljard (1.000.000.000.000.000) joule, is voldoen om ongeveer 15.000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien.

Zonnevisie Loon op Zand

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=LoonOpZand&id=15017aeb-b112-4f87-9102-7f353df78dea