08-07-2021 Bijlage 1. Bestemmingsplan Rechtvaart P831.pdf
Tekst van het document
Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opzet en inhoud
5 5 5 6 6
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Beoogde situatie
8 8 10
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 15 18
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Externe veiligheid 4.6 Flora en fauna 4.7 Geur 4.8 Water 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Kabels en Leidingen 4.11 Parkeren en verkeer
23 23 24 25 26 27 30 32 33 35 37 37
Hoofdstuk 5
38
Juridische planbeschrijving
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.3 Handhaving
40 40 40 42
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Bodemonderzoek
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Quickscan flora en fauna
Bijlage 4
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 5
Archeologisch veldonderzoek
2
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
44 44 48
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Tuin Wonen - 1
49 49 50
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
53 53 53 53 54 54
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
55 55 55
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
4
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaar van het perceel naast Rechtvaart 30 in Kaatsheuvel, kadastraal bekend gemeente Loon op Zand, sectie P nummer 831 is voornemens ter plaatse een nieuwe woning te bouwen door het toepassen van de Ruimte-voor-Ruimte regeling (RvR). Op 17 februari 2016 is door de gemeente Loon op Zand besloten om in beginsel medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling.
1.2
Plangebied Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Loon op Zand, ten westen van de kern Kaatsheuvel. Het betreffende perceel bevindt zich ten oosten van Rechtvaart 30 te Kaatsheuvel. Het plangebied wordt ontsloten door de weg Rechtvaart. Aan de Rechtvaart staan verspreid diverse woonhuizen en aan de Rechtvaart 29, direct tegenover het plangebied, is een papier- en metaalhandel aanwezig. Ten zuiden van het plangebied liggen agrarische percelen. Ten oosten van de planlocatie bevinden zich enkele onbebouwde agrarische percelen.
Afbeelding 1.1 Begrenzing plangebied
Afbeelding 1.2 Ligging plangebied ten westen van de kern Kaatsheuvel
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het perceel is het bestemmingsplan "Buitengebied 2011" van de gemeente Loon op Zand van kracht. Het bestemmingsplan is op 16 december 2013 vastgesteld. Op 10 december 2015 is de "Herziening Buitengebied 2015" vastgesteld. Basis voor deze herziening zijn de uitspraak van Raad van State en reactieve aanwijzing, de Verordening ruimte 2014 en een aantal verbeteringen van het plan op basis van recente inzichten en enkele kleine wijzigingen op verzoek. Voor het plangebied heeft dit alleen geleid tot een aanpassing van de regels. De gronden hebben de bestemming "Agrarisch". In deze bestemming is bepaald dat een agrarische bedrijfsuitoefening, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen is toegestaan. Tevens valt het gebied onder de reconstructiewetzone - extensiveringsgebied. Dit betekent dat het een ruimtelijk begrensd deel van een reconstructiegebied met het primaat natuur of overig betreft, waar uitbreiding, hervatting of nieuwvestiging van in ieder geval intensieve veehouderij onmogelijk is of in het kader van de reconstructie onmogelijk zal worden gemaakt. Het oprichten van een woning is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan.
Afbeelding 1.3 Ligging perceel in bestemmingsplan "Buitengebied 2011"
1.4
Opzet en inhoud
Het bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen. Een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting is globaal opgedeeld in vier delen. 6
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding van het plan, de ligging en het vigerende bestemmingsplan beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen aan de Rechtvaart direct ten oosten van Rechtvaart 30. Het plangebied is onderdeel van een bestaande lintstructuur aan de Rechtvaart in het buitengebied van Kaatsheuvel en bestaat uit onbebouwd grasland.
Afbeelding 2.1 Onbebouwd plangebied Vanuit de kern van Kaatsheuvel (de Antoniusstraat) gaat de lintstructuur over in de Rechtvaart, de sfeer verandert van een besloten dorps karakter, naar een halfopen structuur met de karakteristieke doorzichten tussen de kavels richting het agrarische buitengebied. Het oostelijke deel van de Rechtvaart heeft nog een besloten sfeer door de aaneengesloten grote kavels met veel erfbeplanting. In westelijke richting komen er meer doorzichten richting het buitengebied en de kavels en de bouwmassa’s worden geleidelijk groter.
Afbeelding 2.2 Besloten lintstructuur langs de Rechtvaart (oostelijk deel)
8
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Afbeelding 2.3 Meer open lintstructuur langs de Rechtvaart (westelijk deel) Ter hoogte van het plangebied is een merkbare tweedeling. Een meer besloten structuur ten noorden van de Rechtvaart en een open structuur met doorzichten richting het open agrarische buitengebied aan de zuidzijde van het plangebied.
Afbeelding 2.4 Besloten structuur (noordzijde) en open structuur (zuidzijde)
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) Een ander belangrijke lintstructuur betreft de Hoge Zandschel. Dit lint ligt ten zuiden van het plangebied. Typerend voor de structuur is dat de Rechtvaart en de Hoge Zandschel van oudsher twee linten zijn met een open agrarisch binnengebied: een “kamer”. Het grote verschil met de noordelijke zijde van de Rechtvaart zijn de vergezichten waarbij de schaal van het landschap duidelijk ervaarbaar is. De “kamer” tussen de Rechtvaart – Hoge Zandschel is kleinschaliger (ca. 200 meter) met zicht op de kavelbeplantingen van de bebouwing aan de Hoge Zandschel. Zicht vanaf de Rechtvaart in de “kamer” is van belang voor de ervaring van de lintstructuur. Het plangebied bevindt zich in het oostelijk deel van de bebouwingsconcentratie Zandschel/Rechtvaart. Volgens de gebiedsvisie van de gemeente Loon op Zand is in het oostelijk deel van de bebouwingsconcentratie nog ruimte voor nieuwe woningen.
Afbeelding 2.5 Kamer tussen de lintstructuur Rechtvaart en Hoge Zandschel
2.2
Beoogde situatie
Binnen het plangebied wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Het perceel is niet gelegen in één van de zichtlijnen en ook de frontbreedte van het perceel is voldoende om een nieuwe woning te realiseren. De woning is passend binnen de bestaande kavelafmetingen alsmede binnen de beleving van de structuur van het lint.
10
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 2.2.1
Positie en inrichting van het kavel
Voor de positionering van het kavel en de woning heeft de gemeente Loon op Zand een landschapsadvies laten opstellen. In lijn met dit advies is het kavel geclusterd met het bestaande kavel Rechtvaart 30 en is de woning op het oostelijk deel van het perceel gepositioneerd. Dit is in voorliggende bestemmingsplan vertaald in een (bebouwbare) woonbestemming en een tuinbestemming aan de zijde van Rechtvaart 30 en voor de voorgevel.
Afbeelding 2.6 Positionering kavel en woning Er is rekening gehouden met de streekeigen erfcompositie. Van belang daarbij is dat alle bebouwing parallel aan de kavelrichting haaks op de Rechtvaart wordt geplaatst en dat bijgebouwen los van het hoofdgebouw worden gebouwd. De woning wordt op enige afstand van de weg gebouwd zodat er voldoende ruimte is voor een representatieve voortuin. Tot slot wordt één duidelijke hoofdentree gemaakt. Door de vorm van het bouwvlak met een grotere diepte dan breedte en mogelijkheden voor bijgebouwen die zijn beperkt tot de oost- en achterzijde wordt hierop ook in juridisch opzicht gestuurd.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 2.2.2
Landschappelijke inpassing
Naast de positionering van de woning is het van belang dat het kavel landschappelijk wordt ingepast. Aan de Rechtvaart is laanbeplanting aanwezig met grote bomen. Deze zullen behouden blijven en tijdens bouwwerkzaamheden worden beschermd conform de 'bomenposter'. Bij het situeren van de inrit wordt rekening gehouden met de bestaande bomen. Binnen het plangebied wordt nieuwe erfbeplanting aangebracht in de vorm van bomen en hagen.
Afbeelding 2.7 Landschappelijke inpassing
12
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die op 11 september 2020 door de minister is vastgesteld, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel komen te vervallen. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.. Het Rijk geeft met de NOVI richting aan de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. De vier prioriteiten betreffen: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid moeten worden gemaakt. De NOVI gebruikt bij het maken van keuzes drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Beoordeling en conclusie In de NOVI zijn geen specifieke voorwaarden opgenomen voor het plangebied. Zo lang er geen sprake is van een nationaal belang zal het Rijk de beoordeling en uitvoering van ontwikkelingen dus aan de provincies en gemeenten overlaten. De uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, zijn juridisch verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro is aangegeven welke gebieden, of projecten, van nationaal belang zijn en aanvullende toetsing behoeven. Om te bepalen of sprake is van strijdigheid met de belangen uit de NOVI dient daarom verder te worden getoetst aan het Barro. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Toetsingskader Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten, die voorheen in de SVIR stonden, compleet. Onderdelen en/of artikelen in het Barro blijven ook naast de NOVI gelden.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen, worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt. Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met één of meer belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. Beoordeling en conclusie Het Barro bevat geen verplichtingen specifiek voor dit plangebied.
De planlocatie is niet gelegen in één van de aangewezen projectgebieden van het Barro. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de voorschriften uit het Barro. 3.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
Toetsingskader In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis bij het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de gewijzigde Ladder is alleen bij stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied een uitgebreide motivering nodig. Hierbij spelen twee vragen een belangrijke rol: Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Beoordeling en conclusie Om te beoordelen of een ontwikkeling Ladderplichtig is wordt gekeken naar nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling op het gebied voor wonen wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Deze ontwikkeling voorziet in de bouw van één woning en is daarom geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.
14
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 3.1.4
Reconstructiewet concentratiegebieden
Toetsingskader De Reconstructiewet is, na de varkenspestepidemie in 1997, opgesteld ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke structuur voor de intensieve veehouderij. De ontwikkellocatie in Kaatsheuvel, Loon op Zand is onderdeel van het reconstructieplan voor de Meierij. Hierin wordt uitvoering gegeven aan de Reconstructiewet. Voor het plangebied wordt beschreven dat extensiveringsgebieden worden aangewezen. Hierdoor zal in de bebouwingslinten intensieve veehouderij verdwijnen. De leefbaarheid zal worden versterkt door meer mogelijkheden te bieden aan vrijkomende agrarische grond. Beoordeling en conclusie De ontwikkeling voorziet in het verhogen van de leefbaarheid in het reeds bestaande woonlint. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling aan bij het bestaande beleid.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Structuurvisie ruimtelijke ordening
Toetsingskader Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. De structuurvisie is opgebouwd uit 2 delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. De provincie Brabant geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). In de structuurvisie worden drie belangrijke kernwaarden genoemd: Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie; Ruimte voor duurzame agrarische ontwikkeling; Versterking van het landschap. Om dit te bereiken, is een gemengd landelijk gebied noodzakelijk. Buiten de primair agrarische gebieden ontwikkelen functies zich dan ook in evenwicht met elkaar en de omgeving.
In de kernrandzones is een toenemende menging van wonen, voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid mogelijk. Hierbij is het wel van belang dat ontwikkelingen passen in de omgeving, zowel qua aard, schaal als functie. Beoordeling en conclusie In de structurenkaart van de Structuurvisie is de planlocatie opgenomen als 'gemengd landelijk gebied'. Zie hieronder een uitsnede van de structurenkaart, waarop het plangebied is omlijnd met een rode cirkel. In de gemengde plattelandseconomie is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties, et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Afbeelding 3.1 Uitsnede kaart structuurvisie Brabant De ontwikkeling aan de Rechtvaart betreft één woning in een bestaand woonlint aan een kernrandzone binnen agrarisch gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de structuurvisie van de provincie Noord-Brabant. 3.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. Op hoofdlijnen gaat het om: een meer gebruikersvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet; aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen, voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan.
Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit).
16
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in 'Stedelijk gebied' en 'Landelijk gebied'. Beoordeling en conclusie Het plangebied ligt in het Landelijk gebied met de aanduiding 'gemengd landelijk gebied', zie figuur 3.2.
Afbeelding 3.2 Uitsnede kaart Stedelijke ontwikkeling en erfgoed In artikel 3.80 is aangegeven dat een bestemmingsplan in het Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling. In de omgevingsverordening is aangegeven wanneer sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. Omdat een bouwtitel is aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte wordt voldaan aan de eerste voorwaarde. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie 'Hoge Zandschel/Rechtvaart'. Er is geen sprake van een aanzet voor stedelijke ontwikkeling. Tot slot zal de woning worden ingepast in een bestaand woonlint, waarbij aandacht wordt geschonken aan de landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.2.2).
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) De beoogde ontwikkeling betreft de wijziging van een agrarische bestemming naar de bestemming “wonen”. Met de realisatie van een woning in het kader van ruimte-voor-ruimte is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, er wordt immers elders agrarische bedrijfsruimte gesloopt. Daarbij is de planlocatie gelegen in een bebouwingsconcentratie. Bovendien zal de nieuwe woning landschappelijk worden ingepast (zie paragraaf 2.2.2). Via de ruimte-voor-ruimteregeling wordt een bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Doordat opslag en beplanting van het naastgelegen perceel (P383) is verwijderd, is eveneens sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de directe omgeving van het plangebied. De beoogde ontwikkeling past binnen de Interim omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie
Toetsingskader Op 5 maart 2015 stelde de raad van de gemeente Loon op Zand de structuurvisie “Loon op Zand 2030, de recreatieve kamer in het hart van Brabant” vast. De structuurvisie bevat de ruimtelijke ambities van de gemeente en vormt het kader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Aangegeven is wat belangrijk is om te behouden en wat nodig is om te versterken op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, recreatieve ontwikkelingen en de leefbaarheid in de kernen. In de structuurvisie zijn voor de belangrijkste ambities en projecten uitgangspunten geformuleerd. De structuurvisie bestaat uit twee delen. Deel A bevat de visie op hoofdlijnen voor de middellange termijn (tot 2030). Deel B bestaat uit een uitvoeringsprogramma, een ‘projectenplan’, dat flexibel van aard is en periodiek kan worden aangepast. De visie gaat uit van een hoofdambitie: behouden en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten en het op adequate wijze inspelen op trends en ontwikkelingen.
De belangrijkste ambities in relatie tot onderhavig plan zijn gericht op: behouden en versterken van de eigen identiteit van groene en recreatieve gemeente, met alle positieve kenmerken van het streekeigene van Midden-Brabant; behouden en versterken van het contrast met de nabij gelegen stedelijke gebieden: de landelijke en groene gemeente Loon op Zand als groene voortuin van de omliggende steden; verruimen van het aanbod aan kwalitatief aantrekkelijke woonmilieus.
18
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) Beoordeling en conclusie De planlocatie is gelegen in de volgende structuurvisie gebieden: 'woonlint', 'groenstructuur' en 'infrastructuur'. Zie hieronder een uitsnede van de structuurvisie kaart 'Loon op Zand 2030'.
Afbeelding 3.3 Uitsnede structuurvisie kaart Loon op Zand 2030 In de gebieden aangeduid als 'woonlint' bestaat de hoofdstructuur van uit een lijnvormige combinatie van een weg, water, bebouwingen, erven en beplantingen. Kenmerkend voor bebouwingslinten in Loon op Zand is de afwisseling tussen bebouwde en open delen in het lint. De bebouwingslinten in de dorpen kennen een naar buiten toe open en naar de kern van het dorp min of meer aaneengesloten bebouwingsprofiel. Nieuwe ontwikkelingen in de linten zijn in principe toegestaan omdat ze kunnen bijdragen aan de stedelijke respectievelijke plattelandseconomie, maar dienen wel de bestaande kwaliteiten van de linten te versterken. De beoogde ontwikkeling zal landschappelijk worden ingepast. Hierbij wordt rekening gehouden met de balans van openheid en doorzichten binnen de lintstructuren. Het plangebied wordt om deze reden direct gekoppeld aan het kavel Rechtvaart 30. Hierdoor ontstaat er een duidelijke bebouwingsconcentratie en een maximaal doorzicht tussen de nieuwe en bestaande woningen aan de zuidzijde van de Rechtvaart. De ontwikkeling zal de bestaande kwaliteit van het woonlint behouden en versterken. De planlocatie is gelegen in gebieden 'groenstructuur'. De oude bebouwingslinten zijn belangrijke identiteitsdragers van de kernen, die vaak doorlopen in het buitengebied.
Het landschap en de groenstructuur is hierbij een belangrijk deel van de identiteit. De ruimtelijke kwaliteit en de herkenbaarheid van de linten als doorgaande structuren moet worden vergroot, vooral bij het oude oost-westlint Rechtvaart-Antoniusstraat-Hoofdstraat-Roestenbergstraat-Vaartstraat in Kaatsheuvel. Dit kan worden gerealiseerd door: meer eenheid aan te brengen in het ontwerp van de openbare ruimte, passend bij het karakter van het lint (bestrating, beplanting, verlichting e.d.); meer opgaand groen (laanbomen) toe te voegen; de linten als logisch doorgaande (langzaam)verkeersstructuren in te richten; zwaardere bedrijvigheid uit de linten te verplaatsen naar een bedrijvenpark; cultuurhistorische waarden in de linten - karakteristieke oude bebouwing zoals oude schoen- en
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) leerbedrijven - beter zichtbaar te maken en eventueel nieuwe functies te geven/faciliteren. In en langs de Rechtvaart is laanbeplanting aanwezig van in de vorm van grote bomen. Deze bomen zullen in de toekomstige situatie behouden blijven. Binnen het plangebied wordt daarnaast nieuwe erfbeplanting aangebracht in de vorm van bomen en hagen. De nieuwe woning past logisch binnen de bestaande lintstructuur van de Rechtvaart. Dit zorgt voor een duidelijke bebouwingsconcentratie en maximale doorzichten tussen de nieuwe en bestaande woningen aan de zuidzijde van de Rechtvaart. De beoogde ontwikkeling, de wijziging van een agrarische bestemming naar de bestemming “wonen”, past binnen de structuurvisie Loon op Zand 2030. 3.3.2
Gewijzigde structuurvisie
De gemeenteraad van Loon op Zand heeft op 8 maart 2018 de structuurvisie “Loon op Zand 2030, 1e herziening” vastgesteld. In de herziening is de regeling met betrekking tot glastuinbouw zoals opgenomen in de structuurvisie van 2015, verduidelijkt. De herziening heeft derhalve geen betekenis voor de ontwikkeling van een Ruimte-voor-Ruimte woning binnen het plangebied van dit het voorliggende bestemmingsplan. 3.3.3
Gebiedsvisie op bebouwingsconcentraties
Toetsingskader De gemeente Loon op Zand heeft de uitwerking van de nota Buitengebied in ontwikkeling (BiO) actief opgepakt. Bij nieuwe ontwikkelingen in bebouwingsconcentraties dient sprake te zijn van een balans tussen de functie en omgeving. Ontwikkelingen dienen te passen in en/of een bijdrage te leveren aan: Het tegengaan van verstening Het behoud en/of de versterking van natuur- en landschapswaarden en cultuurhistorische waarden De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw De doelstellingen van revitalisering De leefbaarheid van het platteland In het buitengebied van de gemeente Loon op Zand zijn vijf bebouwingconcentraties aangewezen, waaronder Hoge Zandschel/Rechtvaart. Vanuit een buitenperspectief zou men deze bebouwing zo veel mogelijk willen terugdringen. Anderzijds kan sprake zijn van situaties die het ruimtelijk goed verdragen dat bebouwing herbruikt wordt door functies die qua aard en schaal niet in het buitengebied maar ook niet in of aansluitend aan het dorp kunnen worden geplaatst. Publieksaantrekkende functies zijn hier vanwege de solitaire ligging minder gewenst. Het oostelijk deel van de bebouwingsconcentratie biedt ruimte voor woningen. Met betrekking tot een Ruimte-voor-Ruimte woning wordt aangegeven dat dit een bestuurlijke afweging betreft.
Daarbij wordt de beleidsnota Ruimte voor Ruimte Loon op Zand (2008) van toepassing verklaard, een toetsing aan deze nota volgt in paragraaf 3.3.4. Beoordeling en conclusie Het plangebied kan tot het oostelijke deel van de bebouwingsconcentratie worden gerekend, zie afbeelding 3.4. De planlocatie valt onder het bebouwingscluster Hoge Zandschel/Rechtvaart, Uit de gebiedsvisie volgt dat de planlocatie valt binnen de categorie B, een bebouwingscluster solitair aan de weg gelegen. Voor de ontwikkelingen in het kader van Ruimte-voor-Ruimte woningen geldt hier dat er een nadere afweging nodig is voor het toestaan van een woning op deze locatie. Het perceel is niet gelegen in een zichtlijn en dit betekent dat een woning op deze locatie mogelijk is. Daarbij is de frontbreedte van het perceel voldoende en ook voor de (ruimtelijke en landschappelijke) inpassing van de toekomstige woning op deze locatie zijn voldoende mogelijkheden.
20
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Afbeelding 3.4 Weergave bebouwingscluster Hoge Zandschel/Rechtvaart (gebiedsvisie Loon op Zand) Het gemeentelijke beleid staat zodoende niet in de weg om medewerking te verlenen aan de ontwikkeling. De beplanting zoals ingetekend op het kleine perceel ten oosten van het plangebied is reeds verwijderd. 3.3.4
Beleidsnotitie Ruimte voor Ruimte
Toetsingskader Op 19 maart 2009 heeft de gemeenteraad van Loon op Zand de notitie Ruimte voor Ruimte vastgesteld. Deze notitie beoogt inzicht te geven in de locaties waar het mogelijk is om woningen te realiseren in het kader van de Ruimte-voor-Ruimte regeling. In deze notitie spreekt het gemeentebestuur haar voorkeur uit om Ruimte-voor-Ruimte (RvR) woningen te realiseren op daarvoor geschikte plaatsen in bebouwingsconcentraties zoals die zijn aangegeven in de Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties. Het inpassen van deze RvR woningen dient zorgvuldig te gebeuren. Gezien aanwezige waarden, leent niet elke bebouwingsconcentratie zich voor de bouw van nieuwe woningen. RvR woningen zijn alleen mogelijk als de waarden in het gebied niet worden aangetast, of - bij voorkeur - deze waarden als gevolg van woningbouw worden versterkt. Een Ruimte-voor-Ruimte locatie in het buitengebied dient gelegen te zijn binnen een kernrandzone of een bebouwingsconcentratie en dient zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande bebouwing. Aan de randen van de bebouwde kom wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een geleidelijke overgang tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Dit betekent dat de bouw van (extra) woningen in de kernrandzones, slechts onder strikte voorwaarden mogelijk moet zijn.
Wanneer in deze zones woningen worden gerealiseerd, dient sprake te zijn van een aanmerkelijke verbetering van de kwaliteit van de directe omgeving. Daarnaast zijn binnen de gemeente Loon op Zand in het buitengebied beperkt bebouwingsconcentraties aanwezig. Kenmerkend aan de bebouwingsconcentraties is de verspreid liggende bebouwing, met tussen de bebouwing doorkijken naar de achterliggende (agrarische) gebieden. Niet wenselijk is het deze bebouwingsclusters verder sterk te verdichten. Het realiseren van Ruimte-voor-Ruimte woningen binnen bebouwingsconcentraties in het buitengebied wordt daarom enkel via maatwerk mogelijk gemaakt.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) Beoordeling en conclusie De gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties is op 19 maart 2009 door de gemeenteraad Loon op Zand vastgesteld. Er zijn binnen de gemeente Loon op Zand vijf bebouwingsconcentraties opgenomen en concreet begrensd. Het bebouwingscluster Hoge Zandschel / Rechtvaart is hier één van. De toekomstige woning zal landschappelijk worden ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met doorzichten naar de achterliggende agrarische gebieden. Hiertoe zijn de opslag en beplanting op en rond het perceel ten oosten van het plangebied enige tijd geleden verwijderd. De geplande ontwikkeling valt zodoende binnen de gestelde kaders voor een Ruimte-voor-Ruimte woning.
22
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
4.1
Bedrijven en milieuzonering
4.1.1
Wet- en regelgeving
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom dient aandacht te worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Tabel 4.1
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'
Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien er sprake is van een kortere afstand dan de richtafstand, is onderzoek noodzakelijk.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 4.1.2
Onderzoek en conclusie
Aan de overzijde van de Rechtvaart, ten noorden van het plangebied, bevindt zich een bedrijf waar afval (papier en metalen) wordt ingezameld. Er worden enkel ongevaarlijke (bedrijfs)afvalstoffen ingezameld. De afvalstoffen worden in containers opgeslagen en niet ter plaatse verwerkt. Dit soort bedrijf is niet expliciet genoemd in de VNG-handreiking. De bedrijfsactiviteiten sluiten het best aan op de activiteit 'gemeentewerven (afvalinzameldepots)' (SBI-code 381 - milieucategorie 3.1). Er geldt een richtafstand van 30 meter voor geur en stof en een richtafstand van 50 meter voor geluid. De werkzaamheden binnen de inrichting aan de Rechtvaart 29 zijn kleinschaliger dan de werkzaamheden binnen een gemiddelde gemeentewerf. De afstand tussen het plangebied en de bedrijfsgebouwen is circa 50 meter. De woning wordt niet direct aan de weg geplaatst, waardoor de afstand tot aan de bedrijfsgebouwen groter wordt en de richtafstand van 50 meter niet wordt overschreden. Bovendien wordt de voorgevel van de nieuwe woning binnen het plangebied uitgevoerd als "dove gevel" vanwege een te hoge geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai (zie paragraaf 4.3). Naast het bedrijf is reeds een bestaande woning aanwezig. Deze woning bevindt zich op kortere afstand (minder dan 10 m) van het bedrijfsperceel dan de nieuw te realiseren woning (20 m).
De beoogde ontwikkeling, realisatie van een woning, zal het bedrijf dan ook niet verder beperken in zijn mogelijkheden.
4.2
Bodem
4.2.1
Wet- en regelgeving
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat, indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening dient voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een bouwvergunning kan worden verleend. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/herzien van een bestemmingsplan alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de realisering hiervan. Bijna altijd is het mogelijk om bodem geschikt te maken voor het gewenste gebruik. Het is echter mogelijk dat een plan financieel onuitvoerbaar wordt, bijvoorbeeld omdat de kosten van de sanering te hoog zijn. Bij een wijziging van de bestemming of van de functie wordt een bodemonderzoek alleen noodzakelijk geacht, indien deze wijziging tevens een meer gevoelige vorm van bodemgebruik inhoudt (bijvoorbeeld van bedrijvigheid naar wonen).
24
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 4.2.2
Onderzoek en conclusie
Op 30 mei 2017 is door Tritium Advies BV een verkennend bodemonderzoeksrapport opgesteld, nr. 1704/121/BU-01. Het onderzoeksrapport in bijlage 1 van deze toelichting opgenomen. Op basis van het vooronderzoek is het plangebied niet als verdacht beschouwd. Het verkennend bodemonderzoek is daarom uitgevoerd conform de NEN 5740+A1. Zintuigelijk zijn tijdens de uitvoering van het veldwerk geen afwijkingen in de bodem waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat zowel de boven- als ondergrond niet verontreinigd zijn met de onderzochte stoffen. Het grondwater is eveneens niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. De onderzoeksresultaten leveren dan ook geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Het omgevingsaspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoering van de beoogde ontwikkeling.
4.3
Geluid
4.3.1
Wet- en regelgeving
Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh - het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van: Stedelijk
Buitenstedelijk
Aantal rijstroken
Aantal meter aan weerszijden van de weg
5 of meer
350 m
600 m
3 of 4
350 m
400 m
1 of 2
200 m
250 m
Tabel 4.2
Afstanden wegen Wgh
Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat, indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde tot de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 4.3.2
Onderzoek en conclusie
Op 29 oktober 2018 is door Tritium Advies BV een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, nr. 1808/117/SH-01. De rapportage hiervan is als bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Het plangebied is gelegen in de geluidzones van de wegen Rechtvaart, Nieuweweg en Hoge Zandschel. In verband met de lage verkeersintensiteit op de Hoge Zandschel is deze weg akoestisch gezien niet relevant en derhalve niet nader beschouwd. Vanwege de Nieuweweg wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden, vanwege de Rechtvaart wel. Omdat ook de maximale ontheffingswaarde van 53 dB ter plaatse van de voorgevel wordt overschreden, zal deze worden uitgevoerd als "dove gevel". Dit betekent dat bij verblijfsruimtes grenzend aan deze gevel, geen draaiende delen (ramen en deuren) zijn toegestaan in de voorgevel. Voor de zijgevels zal een hogere grenswaarde procedure worden doorlopen. Bij toepassing van de juiste geluidwerende maatregelen, is sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de woning beschikt over een geluidluwe gevel dan wel buitenruimte.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Wet- en regelgeving
Alle ontwikkelingen van de afgelopen jaren op het gebied van luchtkwaliteit hebben in 2007 geleid tot een aanpassing van de Wet milieubeheer op het gebied van de luchtkwaliteitseisen. Het Besluit en de Regeling “Niet In Betekenende Mate bijdrage” zijn in 2007 in werking getreden en het Besluit luchtkwaliteit 2005 is komen te vervallen. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde indien: Een project niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Een project draagt 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (SNL) of binnen een regionaal programma van maatregelen; Het Besluit 'Niet In Betekenende Mate' Deze AMvB legt vast, wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. In het Besluit NIBM is geregeld dat binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling een project altijd NIBM is.
Er zijn immers alleen categorieën van gevallen aangewezen, waarvan aannemelijk is dat de toename van de concentraties in de betreffende gevallen niet de 3% grens overschrijdt. Wanneer een categorie eenmaal is aangewezen, mag er zonder meer van worden uitgegaan dat deze bijdrage NIBM is. Indien een project boven de getalsmatige grenzen uitkomt, is een project in betekenende mate (IBM), tenzij alsnog aannemelijk te maken is dat de bron minder dan 3% bijdraagt aan de concentratie. behoort een project tot een niet in de regeling NIBM genoemde categorie, dan zal steeds met behulp van onderzoek dienen te worden aangetoond op het project NIBM is. De Regeling NIBM geeft vooralsnog invulling aan de volgende relevante categorieën: woningbouw- en kantoorlocaties, alsmede een combinatie daarvan. In de Regeling NIBM is opgenomen dat een plan van maximaal 1.500 woningen niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Naast toetsing aan de NIBM, moet er ook worden beoordeeld of initiatieven voorzien in een goede ruimtelijke ordening.
26
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 4.4.2
Onderzoek en conclusie
Dit bestemmingsplan betreft een ruimtelijke ontwikkeling die kleiner is dan 1.500 woningen met één ontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Of de beoogde ontwikkeling voorziet in een goede ruimtelijke ordening wordt onderzocht door middel van de NSL-monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Zie figuur voor een uitsnede van de NSL monitoring tool. Op de meetpunten aan de N261 wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Voor stikstofdioxide is de achtergrondwaarde gelegen tussen 0 en 35 µg/m3 en voor fijn stof is de waarde gelegen tussen 25 en 35 µg/m3. Ook het aantal overschrijdingsdagen is lager dan 35 per jaar en voldoet daarmee aan de normen. Omdat het plangebied verder van de N261 is gelegen dan de meetapparatuur mag worden verondersteld dat ter plaatse ook aan de normen zal worden voldaan. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Afbeelding 4.1 Uitsnede NSL-monitoringstool
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Wet- en regelgeving
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van de Gasunie zijn het meest relevant. Op 1 april 2015 is de regeling ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ in werking getreden.
Het Basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van infrastructuur (auto-, spooren vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de Beleidsvisie Externe Veiligheid (Regionale Milieudienst West-Brabant, 2010) beschrijft de gemeente Loon op Zand de ambitie voor de externe veiligheid. Deze is omschreven als: 'De gemeente Loon op Zand wil zorgen voor een blijvend maatschappelijk aanvaardbare risicosituatie voor burgers in relatie tot activiteiten met gevaarlijke stoffen in de omgeving'. Het gebiedstype gemengd gebied heeft betrekking op het overige gemeentelijke grondgebied, dat vooral uit lintbebouwing bestaat. Het ambitieniveau voor gemengd gebied komt grotendeels overeen met de ambitie voor een woonwijk. In tegenstelling tot woonwijken worden in gemengd gebied wel nieuwe risicovolle bedrijven toegelaten, mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat de risicocontour binnen de eigen perceelgrens blijft of op openbaar gebied ligt en er geen groei van het groepsrisico plaatsvindt als gevolg van de risicovolle activiteiten.
28
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) 4.5.2
Onderzoek en conclusie
Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart nabij het plangebied. Op ongeveer 0,75 km is een perceel gelegen met een bovengrondse propaantank. De veiligheidsafstand tot deze propaantank is circa 10 meter. De afstand tussen de planlocatie en de propaantank is circa 0,75 km, dus aan deze veiligheidsafstand wordt ruimschoots gedaan. Uit de Risicokaart van de provincie Noord-Brabant kan derhalve worden geconcludeerd dat het plangebied niet is gelegen binnen een invloedsgebied van een inrichting met gevaarlijke stoffen, van een transportroute noch van een buisleiding.
Afbeelding 4.2 Uitsnede risicokaart Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat met de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid optreden.
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)
4.6
Flora en fauna
4.6.1
Wet- en regelgeving
Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarmee zijn gebiedsbescherming en soortbescherming bij elkaar gebracht in één Nederlandse wet. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en hun directe leefomgeving, waaronder nesten en hollen. De Wet natuurbescherming wijkt in een aantal opzichten af van de Flora- en faunawet; de strekking is echter hetzelfde. In de wet is onder meer bepaald dat beschermde dieren niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en planten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden (algemene verbodsbepalingen). Net als in de Flora en faunawet is de Wet natuurbescherming een zorgplicht opgenomen, een algemeen geldende fatsoensnorm voor de omgang met flora en fauna. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen zo weinig mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De soortbeschermingsbepalingen uit de Europese richtlijnen Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn in de Wet natuurbescherming geïmplementeerd: soorten en vegetatietypen waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, worden beschermd onder de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb).
Ongeveer 200 soorten verliezen hun bescherming in vergelijking met de eerder vigerende Flora-en faunawet, voornamelijk soorten vaatplanten (muurplanten, orchideeën) en (zee)vissen. De bij de Flora en faunawet (Ffwet) gehanteerde gedragscodes blijven bestaan, zij het dat de lijsten met beschermde soorten wijzigen en moeten worden aangepast. Voor soortbescherming in relatie tot ruimtelijke ingrepen is een aantal artikelen in de nieuwe Wet Natuurbescherming van belang: Zorgbeginsel artikel 1.10 en 1.11: net als bij artikel 2 Ffwet is de intrinsieke waarde van soorten vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime, een zorgplicht. Dit zorgbeginsel is vergelijkbaar met de zorgplicht in de Ffwet. Actieve soortbescherming, artikel 1.12: provincies moeten verplicht beleid opstellen voor de bescherming van soorten, specifiek in hun eigen provincie. Dit beleid is nog in ontwikkeling en de inhoud is nog niet bekend. Er worden in de Wet natuurbescherming drie beschermingsregime onderscheiden: 1. Soorten van Vogelrichtlijn: Bescherming van alle in het wild levende volgens in de EU, beschreven in artikel 3.1-3.4. Dit beleid verandert deels t.o.v. de Ffwet. Hieronder valt ook het begrip "opzettelijk" is bij doden, vangen en verstoring van nesten etc. opgenomen. Hieronder valt ook het begrip "voorwaardelijk opzet".
De grote verandering is dat verstoring onder de nieuwe wet is toegestaan, mits de staat van instandhouding van de soort maar niet in het geding komt. Degene die de verstoring begaat, moet dan aantonen dat er geen verstoring van wezenlijke invloed is. Verstoren van broedende vogels (op nest) en eieren blijft verboden. De provincie kan hiervoor vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen. 2. Soorten van Habitatrichtlijn: Bescherming van dier- en plantensoorten in artikel 3.5-3.9: A. die strikt beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage IV, Verdrag van Bern, bijlage I en II, Verdrag van Bonn bijlage I. In het geval van ontheffing of vrijstelling moet aan drie voorwaarden voldaan worden: dat er geen andere bevredigde oplossing bestaat, de handeling noodzakelijk is (diverse redenen mogelijk, waaronder die van groot openbaar belang met redenen van sociale en economische aard) en tot slot alleen wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort in haar natuurlijke verspreidingsgebied. B. die streng beschermd zijn op grond van Habitatrichtlijn bijlage V, Verdrag van Bern bijlage III, Verdrag van Bonn bijlage II. Hiervoor moeten maatregelen worden getroffen indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is.
In geval van ontheffing of vrijstelling moet alleen voldaan worden aan de eis dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt. Hiervoor zijn maatregelen verplicht. Ook hier is het opzetvereiste van toepassing, maar in tegenstelling tot volgens is er geen uitzondering dat 'verstoring toegestaan is zolang het niet van 30
bestemmingsplan "Rechtvaart Kaatsheuvel (P831)" (vastgesteld)
bestemmingsplan Rechtvaart Kaatsheuvel (P831) wezenlijke invloed is'. Via een AMvB kunnen nadere regels gesteld worden De provincie kan vrijstellingen maken en ontheffingen verlenen, met in achtneming van de belangen. 3. Andere soorten: Dit zijn de in de bijlage van artikel 3.10 van Wet natuurbescherming genoemde soorten. In deze bijlage staan zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Onderdeel A bevat de fauna en onderdeel B de flora. Deze lijst is een nationale toevoeging en betreft soorten die in principe een landelijke achteruitgang kennen. In praktijk is deze bescherming lichter en verwacht wordt dat ontheffingen vrij gemakkelijk verkregen kunnen worden, aangezien er niet de zwaardere belangen gelden voor de soorten van de Europese richtlijnen. Ruimtelijke ontwikkeling is een geldig belang voor een ontheffing (artikel 3.10.2 onderdeel a). Opzettelijk verstoren in algemene zin, wordt voor deze groep niet genoemd als verbod. De provincies kunnen voor deze lijst vrijstellingsbesluiten maken. Op dit moment staan ook zeer algemene soorten op deze lijst; mogelijk zal er een vrijstellingsbesluit of AMvB opgesteld worden hoe hier mee om te gaan. 4.6.2