Zienswijzen Regionaal Programma Energievoorziening Stedendriehoek Lochem
Tekst van het document
Juist ouderen zijn extra gevoelig voor geluidsoverlast en stress. Waarom wordt dit niet meegenomen als kwetsbare groep in de RPE? Omvang van de impact: De beoogde turbines tasten tientallen hectaren leefomgeving aan — een effect dat systematisch wordt onderschat in het RPE.
4. Landschap en biodiversiteit Onomkeerbare schade aan het landschap: De voorgenomen windturbines Windpark Papenslagweg hebben een tiphoogte van circa 280 meter. Dit veroorzaakt disproportionele visuele en ecologische verstoring in een kleinschalig coulisselandschap.
2
Natuurwaarden genegeerd: Het gebied rond de Papenslagweg kent weidevogelgebieden en Andere broed-, fourageer- en migratiezones van bedreigde en niet- bedreigde vogelsoorten. Het RPE benoemt geen gebiedspecifieke ecologische toets. Belemmering van ecosysteemfuncties: Windturbines verstoren zowel vliegroutes als broedgedrag van beschermde soorten (zoals wespendief en vleermuizen). De Papenslagweg ligt nabij ecologische zones die hiervoor gevoelig zijn.
5. Bestuurlijke zorgvuldigheid en participatie Onvoldoende transparantie in besluitvorming: Het RPE stelt dat participatie belangrijk is, maar in het geval van Windpark Papenslagweg zijn inwoners pas na locatiekeuze zeer beperkt betrokken. Daarmee is de participatie zinloos gemaakt. Het gemeentelijk beleid wordt genegeerd: De Omgevingsvisie Lochem 2040 benoemt Papenslagweg als waardevol weidevogelgebied. In de huidige praktijk van de energietransitie dreigt dit beleidsdocument genegeerd te worden door bovenlokale besluitvorming. Geen 'no-regret'-locatie: De omgeving Papenslagweg is nadrukkelijk geen no-regret-locatie. Toch wordt zij niet uitgesloten. Dit ondermijnt de geloofwaardigheid van dat uitgangspunt. Manipulatieve positionering door initiatiefnemers: De ligging van Papenslagweg op de grens van Gelderland en Overijssel maakt het mogelijk dat ontwikkelaars bestuurlijke versnippering benutten om bezwaren te ontwijken. Dit tast de integriteit van besluitvorming aan. Gebrekkige communicatie en kennisdeling: Binnen de RES-aanpak is geen robuust systeem van monitoring, terugkoppeling en kennisuitwisseling tussen gemeenten en burgers zichtbaar.
6. Alternatieven Er zijn wél locaties in Lochem die als no-regret te kenmerken zijn (langs kanalen, N-wegen, bedrijventerreinen zoals Diekink). Waarom worden deze niet actiever benut? Wind op zee biedt een schaalvoordeel en minder maatschappelijke weerstand. Waarom wordt de inzet op wind op land niet herzien? Zeker nu er weer sprake is van subisidie verstrekking voor initiatieven voor wind op zee. Lokale energiecoöperaties kunnen effectiever ingezet worden bij kleinschalige oplossingen. Dat past ook beter bij het "local4local"-principe dat het RPE bepleit.
7. Conclusie en verzoek Ik verzoek u met klem: a. De locatie Papenslagweg expliciet uit te sluiten als mogelijke locatie voor grootschalige windopwekking;
3
b. Gezondheidseffecten van windturbines standaard op te nemen als criterium in regionale en lokale afwegingen; c. De Lochemse Omgevingsvisie en de Kadernota 2025 leidend te maken bij de beoordeling van projecten in Lochem; d. Duidelijk te maken hoe het RPE gebiedspecifiek rekening houdt met landschap, gezondheid, biodiversiteit en participatie. e. Bestaande structuren voor participatie, communicatie en kennisdeling te verbeteren om een transparanter en democratischer proces te waarborgen. Hieronder geeft Stichting Slagrkacht ook haar zienswijze toegespitst per onderdeel van het ontwerp RPE 2025 Stedendriehoek. Met deze zienswijze geeft de Stichting gehoor aan de oproep van het RPE om bij te dragen aan een zorgvuldige energietransitie, maar dat doet de stichting met de overtuiging dat deze transitie nooit ten koste mag gaan van gezondheid, landschap en lokale democratie. Namens het bestuur van Stichting Slagkracht André Fokkema (voorzitter) Margriet van de Kamp (secretaris) Marcelle Staal (penningmeester)
4
Zienswijze paginagewijs op het ontwerp RPE 2025 Stedendriehoek Pagina 6 Bij het aanbod van energie kijken we dan naar álle energiebronnen en -dragers. Dus niet alleen naar zonne-energie en windenergie, maar bijvoorbeeld ook naar omgevingsenergie (energie uit lucht, water en bodem), restwarmte, biogas, waterstof en kernenergie. Ook beschouwen we in het RPE zowel grootschalige als kleinschalige opwekmogelijkheden. Zienswijze 1: Hier staat kernenergie genoemd, terwijl bij de energievoorziening 2050 (par. 4.3 pag. 48/49) staat dat kleinschalige kernenergie vooralsnog geen onderdeel uitmaakt van de regionale energiemix. Hoe verklaart u deze tegenstrijdigheid? Pagina 6 Ondersteuning kwaliteit van leven Betrouwbaar betekent dat er altijd voldoende aanbod moet zijn. Klimaatneutraal betekent dat het aanbod zo min mogelijk impact op onze leefomgeving moet hebben. En betaalbaar betekent dat die betrouwbare en klimaatneutrale oplossingen bereikbaar moeten zijn voor iedereen. Zienswijze 2: De definiëring van klimaatneutraal suggereert hier de bescherming van omwonenden en leefomgeving te dekken, maar de term klimaatneutraal heeft het risico in de verdere tekst en uitwerking ‘beperkter’ gehanteerd te worden, namelijk als duurzaamheidsdoel energietransitie.
Op pagina 18 wordt gesproken van : ‘klimaatneutraal betekent dat er netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten.’ Dit verschil in definiëring is voor de omwonenden en de waarden leefomgeving grootschalig wind bezwaarlijk. Vanzelfsprekend gaat het ons nadrukkelijk juist ook om de bescherming van omwonenden en waarden leefomgeving te dekken! Pagina 7 Uitgangspunten 10.Een energievoorziening kan op de ene plek grootschalig worden aangelegd en op de andere plek kleinschalig. Zienswijze 3: Grootschalig wind zoals het initiatief Windpark Papenslagweg levert bij realisatie op het hoogspanningsnet. Dit zou een forse onbalans in een te ontwikkelen benadering local4local veroorzaken. Dit kan nu al een reden zijn om in het kader van het RPE het initiatief Windpark Papenslagweg af te wijzen, of niet? Pagina 7 en 31 Uitgangspunten 11. De uitgangspunten van de eerste regionale energiestrategie, de RES 1.0, gelden nog steeds. Zienswijze 4: Dit lijkt mooier dan het is. Ten aanzien van het initiatief Windpark Papenslagweg is nog steeds geen afwijzende conclusie door het bevoeg gezag getrokken, terwijl nadrukkelijk het landschappelijk kapitaal ter plekke wordt aangetast (inclusief de biodiversiteit), het initiatief 5
Windpark Papenslagweg niet samen met de inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en netbeheerders wordt uitgevoerd, vraag en aanbod van energie niet zoveel mogelijk en zo lokaal mogelijk bij elkaar wordt gebracht, en geen sprake is van zoveel mogelijk clusteren of een no-regret locatie. Wat hebben wij er dan aan dat deze uitgangspunten blijven gelden? Pagina 7 en 33 Afspraken RPE-partners 5. We nemen de verzorgingsgebieden van de onderstations van de netbeheerder als uitgangspunt bij het balanceren van de energievraag en het energieaanbod. Zienswijze 5: Het initiatief Windpark Papenslagweg is gesitueerd in het verzorgingsgebied van een onderstation dat nu al en langjarig is te kenschetsen als ‘vol’, door netcongestie kan hier geen nieuw aanbod toegelaten worden. Wat betekent dit voor dit uitgangspunt, bij een dergelijk onderstation kan voor lange tijd en wellicht überhaupt geen grootschalig wind project kans van slagen hebben? Pagina 7 en 33 Afspraken RPE-partners We houden een open oog voor nieuwe ontwikkelingen.
Zienswijze 6: Al aangekondigde voornemens van de Minister van Defensie spreken van laagvlieggebied, helicopter landingsplaats en route cargo-drones, wanneer en hoe wordt hier dan qua cumulatie van effecten (geluid, gezondheid, veiligheid) in het kader van het RPE mee rekening gehouden? Kan grootschalig wind dan nog geaccepteerd worden? Pagina 8 In de RES 1.0 is als bod de ambitie opgenomen om in 2030 1,07 TWh duurzame elektriciteit per jaar op te wekken. Het bod zien wij als mijlpaal voor het grootschalige gedeelte van de energieopwekking, op weg naar ons einddoel: een klimaatneutrale energievoorziening in 2050. Zienswijze 7: Inmiddels zijn er nationaal en ook regionaal enorme ontwikkelingen geweest (o.a. realisatie zon op dak en wind op zee) waardoor het niet logisch is het RES 1.0 bod als ambitie te handhaven, waarom wordt de actualiteit niet verwerkt naar verbeterde ambities? Pagina 9 Daarnaast zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren beperkt. Dit komt aan de ene kant door de aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. Zienswijze 8: Deze aanscherping is er niet voor niets gekomen. Waarom worden de gezondheid van omwonenden en de aanwezige waarden in de leefomgeving niet voorop gesteld in de onderzoeken en overwegingen?
6
Pagina 9 Met het vaststellen van het RPE worden nog geen keuzes gemaakt voor de inrichting van de lokale energievoorziening van de toekomst. Zienswijze 9: Hoe lang kunnen hierdoor speculatieve claims van initiatiefnemers op onze omgeving (Windpark Papenslagweg) daarbij hun schaduw blijven vooruitwerpen? Die schaduw leverde meteen al schade op betreffende verkoopbaarheid en prijs van nabijgelegen woningen.
Afspraken RPE-partners Par. 3.3 Onder andere (pag. 33 en 34) : ●
Ons RPE past binnen (actualisaties) van het provinciaal beleid Enerzijds binnen de provinciale omgevingsvisie en de provinciale omgevingsverordening inclusief de aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de Aanvulling beleidslijn Windenergie op en rondom de Veluwe. Anderzijds ook binnen het in ontwikkeling zijnde Provinciaal programma Energiesysteem en het Gelders Beleidskader Energiesysteem, inclusief de daarin beschreven leidende principes: - Energie bepaalt mede de inrichting van Gelderland (hoofdprincipe). - We besparen zoveel mogelijk energie. - We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik. - We zetten in op een diverse energiemix. - We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie, onder andere via participatie en de mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag. Ook past ons RPE binnen (actualisaties van) nationaal en Europees beleid.
Zienswijze 10: Hoe is hierin de vigerende windladder te plaatsen c.q. te hanteren? En hoe zijn de leidende principes onderling in te hanteren ‘hardheid’ te prioriteren? ●
We ontwikkelen kennis en expertise zoveel mogelijk lokaal en regionaal. Daarmee vervolgen de RPE-partners en maatschappelijke partners de constructieve samenwerking en kennisontwikkeling waarmee dit document tot stand is gekomen.
Zienswijze 11: Hoe krijgen direct omwonenden bij nieuwe initiatieven een stem in de analyses en beschouwingen? ●
Wij kiezen zoveel mogelijk voor coöperatieve projecten. Dat zijn collectieve projecten met een maatschappelijk doel en een bedrijfsmatige aanpak. Ook proberen we, in lijn met afspraken in het 7
Nederlandse Klimaatakkoord, te zorgen dat elk energieproject voor minimaal 50% in eigendom komt van inwoners, lokale ondernemers, overheden of maatschappelijke organisaties. Op deze manier kunnen zij meebeslissen over het project, hebben zij de mogelijkheid te profiteren van de opbrengsten en hebben ze meer invloed op hun eigen lokale energievoorziening. Ook worden daardoor de energieprijzen lager en stabieler en voorkomen we een overvol elektriciteitsnet. Natuurlijk vraagt zo’n project om investeringen en brengt het daardoor risico’s met zich mee. Zienswijze 12: Welke garanties kunnen er geboden worden ten aanzien van lagere en stabielere energieprijzen en voor wie? Par. 3.5.1 Op het grondgebied van Lochem is een initiatief voor het windpark Papenslagweg (pag.38) Pure Energie, Walow BV (grondeigenaren) en energiecoöperatie LochemEnergie hebben het plan een windpark te bouwen. Het voorstel bestaat uit drie grote windturbines ten oosten van Exel, in de gemeente Lochem. De initiatiefnemers hebben in juni 2023 gevraagd of de gemeente Lochem bereid is om de ruimtelijke procedure(s) voor het windpark te doorlopen. De gemeente Lochem heeft toen aangegeven hiervoor open te staan, onder de voorwaarde dat zij hiervoor eerst beleid wilde opstellen.
In navolging van een aangenomen motie tijdens de raadsvergadering in december 2021, stelt het college dit beleid op en legt het, zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van de landelijke windturbinebepalingen, ter besluitvorming voor aan de raad. De inwerkingtreding van landelijke windturbinebepalingen is ondertussen vertraagd. Daarop hebben de initiatiefnemers in maart 2024 een principeverzoek ingediend bij de provincie, om de ruimtelijke procedure(s) voor windpark Papenslagweg zo snel mogelijk te starten. De provincie heeft dit verzoek in eerste instantie afgewezen, in navolging van de afspraak met de gemeente Lochem. Na bezwaar van de initiatiefnemers en op advies van de commissie Rechtsbescherming om het besluit te heroverwegen, heeft de provincie Gelderland in december 2024 besloten te beginnen met de projectprocedure voor het windpark Papenslagweg. Het is nu aan de initiatiefnemers om het proces zorgvuldig te doorlopen, onder andere door het onderzoeken van geluid, slagschaduw, externe veiligheid en ecologie. De provincie wil daarin mogelijke afnemers van de energie in beeld brengen om zodoende vraag en aanbod van energie aan elkaar te koppelen. Zienswijze 13: ● ● ●
Waarop precies hebben de initiatiefnemers in maart 2024 een principeverzoek ingediend bij de provincie? De initiatiefnemers hebben zorgvuldig het proces te doorlopen, maar het bevoegd gezag toch ook? Wat en hoe dan mogelijke afnemers van energie in beeld te brengen? Tevens: Grootschalig wind zoals het initiatief Windpark Papenslagweg levert bij realisatie op het hoogspanningsnet. Dit zou een forse onbalans in een te ontwikkelen benadering local4local veroorzaken. Dit kan nu al een reden zijn om in het kader van het RPE het initiatief Windpark Papenslagweg af te wijzen, of niet?
Par. 4.3 De energievoorziening van de regio Stedendriehoek in 2050 (pag. 48/49) Kleinschalige kernenergie maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de regionale energiemix 8
Hiervoor ontbreekt op dit moment bij gemeenten politiekbestuurlijk draagvlak. Op de lange termijn zijn kleinschalige kernenergie en andere vormen van kleinschalige regelbare energieopwekking niet uitgesloten. De provincie Gelderland onderzoekt de mogelijkheden voor kleine kerncentrales, de zogenaamde Small Modular Reactors (SMR’s). We blijven hierover met elkaar in gesprek en volgen de ontwikkelingen richting 2050 op dit gebied. Zienswijze 14: Op vele plekken in het concept-RPE wordt kernenergie als mogelijke bron genoemd, waarom dat als er hier weer van wordt afgezien? Par. 5.2 Energie gemeenschappen: de motor van het lokale energiesysteem (pag. 57) Met de inwerkingtreding van de Energiewet kent Nederland vanaf 1 januari 2026 een nieuwe juridische entiteit in de energiemarkt: de energiegemeenschap. Binnen een energiegemeenschap kunnen inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, agrariërs en overheden in een gebied samen energie opwekken, opslaan, delen of leveren Bijvoorbeeld in coöperatieve projecten. Daarmee zijn zij de motor van het lokale energiesysteem van de toekomst. Zo zorgen we samen voor een betrouwbare, betaalbare en klimaatneutrale energievoorziening voor onze woon- en werkgebieden. Zienswijze 15: Zijn, kunnen of worden er grenzen aan de schaal van deze energiegemeenschappen gesteld, zowel minimaal als maximaal? Par.
6.2 Het RPE: een programma onder de Omgevingswet (pag. 61) Voor het RPE geldt alleen een PlanMER-plicht voor het onderdeel grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines Daarvoor gebruiken we, zoals beschreven in paragraaf 3.5.1, het provinciale PlanMER Windbeleid en RES. We maken daarbij gebruik van artikel 16.37 van de Omgevingswet. Daarin is het hergebruik van plan-MER’en vastgelegd. We zorgen ervoor dat het RPE pas wordt vastgesteld, nadat het provinciale PlanMER is vastgesteld. Dat is nu gepland op 15 juli 2025. Daarna wordt het een bijlage van het definitieve RPE. De ontwerp-PlanMER is bijgevoegd in bijlage 5a en 5b bij het ontwerp Regionaal Programma Energievoorziening. Zienswijzen op het RPE kunnen geen betrekking hebben op het ontwerp PlanMER, omdat dit al van 20 januari tot en met 3 maart 2025 ter inzage heeft gelegen. Zienswijze 16: In onderhavig concept-RPE wordt grootschalig wind en het initiatief Windpark Papenslagweg op meerder plaatsen aangehaald. Welke uitwerking krijgt het vast te stellen provinciale PlanMER in of met het RPE? Kan een initiatief zoals het initiatief Windpark Papenslagweg afgewezen worden op basis van PlanMER en RPE, in welke situatie wel of niet? Par.6.4 Nieuwe wetgeving die de energietransitie ondersteunt en de invloed van gemeenten vergroot (pag.
64) De Energiewet past beter bij het energiesysteem van de toekomst Er komt meer ruimte om het energiesysteem decentraler te maken. Ook verschuift in de Energiewet het bevoegd gezag voor windprojecten tussen de 5 en 15 MW (megawatt) van de 9
provincie naar de gemeente. Daarmee krijgen gemeenten ook juridisch meer mogelijkheden om hun regierol in te vullen. Zienswijze 17: Kan inzake het initiatief Windpark Papenslagweg het bevoegd gezag op grond van deze nieuwe wetgeving weer bij de gemeente Lochem komen te liggen? Bijlage 01 Handreiking bij het energieperspectief (pag. 71/72) Windenergie ● Windturbines maken elektriciteit van wind. ● Waar al veel zonnepanelen zijn, kan eenzelfde vermogen aan windenergie worden toegevoegd zonder extra belasting van het elektriciteitsnet. ● In 2024 komt minder dan 2% van de duurzame elektriciteit in de Regio Stedendriehoek uit windenergie. Zienswijze 18: Bij veel zonnepanelen eenzelfde vermogen aan windenergie toevoegen zonder extra belasting van het elektriciteitsnet is toch niet mogelijk, hoe te garanderen dat beide bronnen niet tegelijk ‘aan staan’? Rendement-investeringen-kosten ● Energie die is opgewekt door grote windturbines is goedkoop en kost in 2025 rond de 5-11 cent per KWh. Dit is afhankelijk van de locatie en eigenschappen van de turbine. ● Windturbines wekken in 5-8 maanden de energie op die het kost om ze te maken, plaatsen en verwijderen; ze gaan 25 jaar mee. ● In Oost-Nederland waait het minder hard dan in het westen.
Om hetzelfde rendement te halen als turbines in het westen, moeten windturbines hier hoger zijn of moeten er meer geplaatst worden Zienswijze 19: De terugverdientijd is kort, dus het rendement hoog. Dat past bij een nationaal project, toch niet bij een regionaal of lokaal project zoals bedoeld in dit RPE? Overige kenmerken ● Windturbines leveren ook ‘s nachts en in de winter stroom en vullen zonne-energie goed aan. De waarde van windstroom is daardoor in de toekomst waarschijnlijk hoger dan die van zonnestroom. ● Windturbines op land gebruiken drie keer efficiënter de netcapaciteit dan zonnepanelen. ● 90% van de windturbines wordt al gerecycled, maar de bladen zijn lastig te recyclen. ● Als een windturbine aan het einde van zijn levensduur wordt afgebroken, is het landschap snel weer zoals het was. Wel wordt er soms voor gekozen om de funderingspalen niet helemaal te verwijderen. ● Windturbines roepen veel weerstand op, vooral in Oost-Nederland waar ze hoog moeten zijn. ● Door lange vergunningstrajecten en rechtszaken duurt het lang voordat windprojecten gerealiseerd worden. 10
Zienswijze 20: Wat zegt het in onderhavig programma dat windturbines op land drie keer efficiënter de netcapaciteit gebruiken dan zonnepanelen? Het gaat toch om een aanbod en afname balans met de gekozen (lokale) energiemix ? Spelregels ● Er worden nieuwe landelijke milieunormen voor het opwekken van windenergie op land ontwikkeld, die waarschijnlijk in 2026 gaan gelden. ● De provincie Gelderland onderzoekt de milieueffecten van windenergie: het PlanMER Windbeleid en RES. De regionale aanvulling is (mede) door de Energieregio Stedendriehoek gedaan. Het is een feitelijk, onafhankelijk onderzoek; politieke en maatschappelijke opvattingen zijn er geen onderdeel van. Dit onderzoek helpt bij het maken van ruimtelijke keuzes. Het PlanMER wordt naar verwachting op 15 juli 2025 vastgesteld. ● Op de Veluwe broedt de wespendief, een roofvogel die wettelijk beschermd is. Daarom is het in een zone van 1 km rondom de Veluwe niet toegestaan windenergie op te wekken. Daarbuiten ligt een ring tot 8 kilometer, waarin op dit moment zeer strenge voorwaarden gelden. In de ‘Aanvulling Beleidslijn Windenergie op en rondom de Veluwe’ beschrijft de provincie Gelderland wat de regels zijn voor windenergie in dit gebied. Er lopen twee onderzoeken naar manieren waarop windturbines in dit gebied toch zo effectief mogelijk gebruikt kunnen worden.
Het beleid van de provincie wordt aangepast op basis van de uitkomsten. Zienswijze 21: ● Hoe aantoonbaar is het dat de regionale aanvulling op het PlanMER Windbeleid en RES feitelijk en onafhankelijk onderzoek betreft? ● De wespendief betreft een indicator soort. Welke bedreigde diersoorten worden eveneens schadelijk beïnvloed door grote windturbines en hoe zijn die verspreid aanwezig in het zoekgebied voor grootschalig wind?
Goedendag, hierboven staat de zienswijze van stichting Slagkracht op het Regionaal Programma Energie van de Stedendriehoek. Zou je bij de beoordeling van alle zienswijze deze zienswijze nadrukkelijk onder de aandacht willen brengen en aangeven dat gemeenten niet voorbij kunnen gaan aan hun zorgplicht t.o.v. inwoners van gemeenten. Nu steeds meer bekend wordt dat windturbines schade aan gezondheid en hinder geven, dienen gemeenten deze zorgplicht voorop te stellen.
11
Zienswijze G Zienswijze m.b.t. Regionaal Programma Energie Voorziening , Herijking RES 1.0 van de Stedendriehoek resp. Memo “Regionale raadsmemo RES 2.0 met vertaling naar het Lochemse Energie systeem” ( zaaknr 2171157) Van: Stichting Beheer en behoud Landgoed Foezelorend Namens deze en tevens persoonlijk : ir drs. Wouter J.N.Hoek Vrochterdijk 13 7244PH Barchem Tel: 06 46732 133 w.j.n.hoek@wxs.nl Aan : Bestuur RES regio Stedendriehoek p/a: rpe@regiostedendriehoek.nl College van Burgemeester en Wethouders gemeente Lochem p/a griffie@lochem.nl
Betreft : Zienswijze Regionaal Programma Energievoorziening en Raadsmemo’s gemeente Lochem Geacht bestuur Stedendriehoek en College B&W gemeente Lochem, Graag dien ik hierbij een zienswijze met betrekking bovengenoemde plannen en stukken. Samenvatting •
• •
• •
•
•
De open aanpak van de gemeente Lochem is zeer positief en kan voor een breder draagvlak zorgen voor RES 2.0 dan voor de achter gesloten deuren tot stand gekomen RES 1.0. Het is even positief dat het College van Lochem het heeft over energie in brede zin en niet meer alleen over zon en wind, laat staan alleen over windmolens en zonneparken. Het RES rapport ontbeert een duidelijk, actueel en correct cijfermatig beeld over wat er inmiddels aan duurzame energie is bereikt. Het rapport refereert alleen aan sterk verouderde cijfers van 2023 terwijl er veel recentere beschikbaar zijn. Daardoor is niet duidelijk waar we staan. Dit moet worden aangepast. De Cleantech/Stedendriehoek gaf indertijd in haar bod een energie mix wind en zon ( dak en op veld) verdeling in TWh. Waarom wordt daar niet aan gerefereerd? Heb het t.a.v. zonne energie niet alleen over TWh ( TeraWattuur) productie en ha’s maar ook over MWp ( Megawatt piek ) vermogen waarmee zonneparken en zon op dak ( en kernenergie) vergelijkbaar worden gemaakt. In dat verband zijn ha’s zonnepark en zon op dak niet meer ter zake doende grootheden en geen doelstellingen meer. Vermeld windenergie ook in MW. Lochem negeert in haar memo’s de aanvankelijk sterk onderschatte kleinschalig zon op dak die nu moet worden meegeteld. Die heeft gezorgd dat het doel voor zonne- energie al is overschreden.
Het per juni 2024 opgestelde vermogen aan zonne-energie overschrijdt met ca 114 MWp (inmiddels vermoedelijk meer) de doelstelling van 100 ha zonnepark en 10 ha zon op dak ( ca 100 MWp). Bovendien is op regionaal niveau met 615 MWp ( juni 2024) het doel voor zonne- energie ( naar evenredigheid ) volgens het Klimaatakkoord nagenoeg bereikt, vooral dank zij zon op dak. 1
•
•
•
•
•
• • •
•
•
Het handhaven van het RES 1.0 bod van 1,07 TWh voor de Stedendriehoek voor RES 2.0 en doorschuiven naar 2035 getuigt van realiteitszin mede in verband met de wellicht pas tegen 2035 opgeloste netcongestie, de beperkingen voor windmolens, ontbreken van normen en de nog duidelijk te worden mogelijkheden voor kernenergie (SMR’s) . Dat uiteindelijk zowel in het Memo RES 2.0 (van de Regio Stedendriehoek ( blz 11, par 16-1) als Lochem ( Memo aan de Raad Regionale raadsmemo0 RES 2,0 blz 3 Kwantificering) het RES 2.0 bod zonne-energie beleidsmatig is "vertaald " met ( letterlijk) respectievelijk alleen grote zonneparken zon op veld is onbegrijpelijk. ( naast 12 MW wind en 1,2 mln m3 aardgas equivalent aan biogas ). Het is in strijd met de door haar zelf benadrukte totale energie voorziening, negeert de Kamerbrief van 26 oktober 2023 met de Verscherpte zonneladder en het doel om zo veel mogelijk decentraal energie op te wekken. Het is een voorbarige en foute conclusie, in strijd met de feiten en uitgangspunten. Dit moet worden aangepast. Dezelfde onbegrijpelijke misser wordt gemaakt in de tabel op blz 4 van het raadsmemo. Men heeft het nog steeds over ha’s zon. ( !?) . Men noemt de tabel “eenvoudig” en er wordt geen rekening gehouden met andere energie bronnen. Daarmee is de tabel hoogstens illustratief maar onbruikbaar voor een gedegen plan en besluitvorming.
Mede gezien het nog grote potentieel van kleinschalig en grootschalig zon op dak zijn grote zonneparken in welke vorm dan ook niet meer nodig en van doorslaggevend belang voor de energie transitie, afgezien van de vele technische en maatschappelijke voordelen van zon op dak t.o.v. zonneparken. Zowel het regio rapport als de gemeentelijk memo’s ontberen een inventarisatie wat de verdere mogelijkheden zijn voor zonne-energie aan de hand van de Verscherpte zonne ladder. De twee scenario’s op blz 51 van het Regio rapport lijken eerder voorlopig wensdenken dan een basis voor concrete planning en gaan met grote onzekerheden gepaard. De ten doel gestelde energiemix en bronnen in het bod RES 2.0 en beleidsrichting van de regio en gemeente Lochem moeten worden geherformuleerd. Doe dat dan in niet alleen in veelal onbegrijpelijke TWh maar tenminste ook in MW ( wind) en MWP ( zon ) capaciteiten naast M3 biogas, aardwarmte opwekking etc. Dat vanwege de aard van het landschap en voorwaarden voor de leefomgeving de mogelijkheden van wind energie beperkt worden geacht getuigt van realisme, mede vanwege het nog ontbreken van landelijke normen , de voortdurende netcongestie en afnemend rendement van kleinschalig en grootschalig zon en windmolens. Terwijl het wachten is op geaccepteerde landelijke normen voor windmolens t.a.v.
geluid en afstand moeten voor de beoordeling van onderzoek locaties tevens integraal in acht worden genomen criteria zoals aangedragen in de Regionale Aanvullingen van ROMSweco bij het provinciale concept PlanMER: 1. Natuur w.o. Natura 2000, GNN, groene ontwikkelingszones en ecologische hoofdstructuur, landgoederen, vogelgebieden etc.; 2. Landschap, typen, cultureel erfgoed , landgoederen en Nationale landschappen; 3. Gezondheid en Leefomgeving; 4. Systemen, netwerk toegang en congestie
Als bevoegd gezag heeft de gemeente de beleidsruimte om hier gemotiveerd een eigen invulling en weging aan te geven, zoals zij b.v. al heeft gedaan voor kleinschalig zon.
2
1. Inleiding In de eerste plaats wil ik waardering uitspreken voor de inzet van de gemeente Lochem om middels publicaties, raadsmemo’s ,voorlichtingsbijeenkomsten aan inwoners duidelijk trachten te maken waar het Regionaal Programma Energievoorziening (“RPE”) voor staat en wat het wil bereiken. De beschrijving van ontwikkelingen, uitgangspunten, nadruk op decentraal en lokaal, besparing en isolatie, landschap is leidend ( !!) , vermijden van “waterbedeffecten” tussen gemeenten en beperkingen waar we rekening mee moeten houden bevatten veel zinnigs. Daarbij aangetekend dat de RES 1.0 weliswaar in stemming is gebracht in de gemeenteraad maar geheel ondemocratisch achter gesloten deuren tot stand kwam ( WOO verzoek geweigerd!) , het “bod” slecht was onderbouwd en er weinig besef was van randvoorwaarden en consequenties ( w.o netcongestie) van de voorgestelde grootschalige zonneparken en windmolens, want daar beperkten de voorstellen zich nagenoeg toe. Hopelijk gaat dat nu beter. Zonder draagvlak geen energie transitie. Het is positief dat het College van Lochem het wil hebben over energie in brede zin en niet meer alleen over zon en wind, laat staan alleen over windmolens en zonneparken. De zeer succesvolle kleinschalige zon opwekking, die in de RES 1.0 domweg werd genegeerd komt nu eindelijk expliciet aan bod mede in het kader van een meer decentrale aanpak.
Zou daar in de RES 1.0 meer aandacht voor zijn geweest i.p.v. het ongebreideld stimuleren van zonneparken dan zou er nu nog qua elektriciteitsmarkt en netwerk-technisch meer ruimte voor zon op dak zijn geweest. De voorliggende plannen hebben echter m.i. een aantal belangrijke tekortkomingen die een en ander beleidsmatig in een verkeerd perspectief plaatsen of zelfs tegenstrijdig zijn met de nieuwe uitgangspunten. Ik wil hieronder graag nader aan de orde stellen. 2. Stand van zaken, cijfers en feiten Het RES rapport ontbeert een duidelijk, actueel en correct cijfermatig beeld over wat er inmiddels aan duurzame energie is bereikt. Voor ieder gefundeerd plan is het gewenst dat een beeld wordt geschetst waar we staan en wat een uitgangspunt moet zijn voor het vervolg maar dat beeld ontbreekt en het plan is daarmee onvoldoende onderbouwd. 2.1 Regio Stedendriehoek Op blz 51 van het RPE wordt verwezen naar een voortgangsrapportage van 1 juli 2025. Dat lijkt foutief, zo’n rapport is er niet , de laatste voortgangsrapportage van de regio dateert van juli 2023. So wie so zijn de gegevens te beperkt en sterk verouderd en geven dus een onvolledig achterhaald uitgangsbeeld. Hoe kan je een plan zinvol bespreken als de huidige stand van zaken niet duidelijk in beeld wordt gebracht? Daar kan je niet op plannen.
Er zijn veel recentere cijfers wel degelijk beschikbaar van het CBS over zonne- energie op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau per juni 2024 (zie https://opendata.cbs.nl/#CBS/nl/dataset/85005NED/table)- een dezer dagen komen cijfers m.b.t ultimo 2024 uit-. Over wind geeft o.a. de Monitor Wind op land 2024 recente 3
informatie , inclusief projecten waarvan de bouw in voorbereiding is of in uitvoering met SDE ++ toekenning. Dit moet m.i. voordat de plannen en verdere discussie in de gemeenteraden van de Stedendriehoek worden aangevuld. 2.2 Gemeente Lochem In haar memo schrijft B&W op blz 3 dat er in de gemeente 10 ha zon op dak en 79 ha zon op veld is gerealiseerd tegen een doelstelling van 10 ha zon op dak en 100 ha zonnepark. . Dat is onvolledig en een simplistische voorstelling van zaken. In de eerste plaats gaat bij energie opwekking niet om ha’s maar om het opwekkingvermogen uitgedrukt in MWp ( MegaWattpiek). Een ha dak levert veel meer energie op dan een ha zonnepark omdat op daken de panelen veel dichter op elkaar kunnen liggen. Bovendien zijn zonnepanelen over de jaren steeds efficiënter geworden. En een Kwh uit een zonnepark of dak zijn in principe hetzelfde, zij het dat – zoals inmiddels tot op regeringsniveau is doorgedrongen - zon op daken vele technische en sociaal maatschappelijke voordelen heeft t.o.v. zonneparken. Vertaal dus die ha’s tenminste in MWp en eventueel in productie ( TWh of GWh) om aan te sluiten bij het regio bod. Bovendien wordt de onverwacht succesvolle realisatie en het grote potentieel van kleinschalig zon op dak van met een vermogen < 15 Kwp genegeerd in tegenstelling tot de bovengenoemde gemeentelijke uitgangspunten.
Kleinschalig zon moet en mag volledig worden meegeteld, wat overigens om onbegrijpelijke ( politieke?) reden buiten de RES 1.0 werd gehouden. Zelfs zowel het Planbureau voor de Leefomgeving als RVO Nederland konden bij navraag niet verklaren waarom kleinere installaties buiten beschouwing werden gelaten ( “wij weten het eigenlijk niet”!!). De bovengenoemde 10 ha zon op dak en de 79 ha zonnepark hebben grofweg een vermogen van ca 90 MWp. Per 1 juni 2024 in is Lochem volgens het CBS 114 MWp aan zonne energie vermogen gerealiseerd waarvan ruim 62 MWp aan zon op land plus ca 52 MWp aan zon op dak . Van het laatste is n.b. 32,5 MWp kleinschalig zon dus ruim de helft ( !!). Dat zal inmiddels meer zijn, cijfers ultimo 2024 worden een dezer dagen gepubliceerd . Daarmee is de doelstelling van het beleid uit 2018 dank zij zon op dak inmiddels ruim overtroffen. De conclusie is dat Lochem haar doelstelling RES 1.0 en RES 2.0 m.b.t. zonne-energie nu al heeft gerealiseerd ( zonder Bekenschot) . Dat de gemeente desondanks onverdroten op blz 3 haar doelstelling nog steeds vertaalt in 100 ha zonnepark ( naast 12 MW wind en 1,2 mln m3 aardgas equivalent aan biogas ) is in strijd met de door haar zelf benadrukte totale energie voorziening, negeren van de Kamerbrief van 26 oktober 2023 met de Verscherpte zonneladder en haar doel om zo veel mogelijk decentraal energie op te wekken.
Het is zorgelijk dat de gemeenteraad dat ook niet heeft opgemerkt in haar recente vergadering over het RPE.
4
Kortom het bod RES 2.0 en beleidsrichting van de gemeente Lochem moet worden geherformuleerd. Doe dat dan in niet alleen in veelal onbegrijpelijke TWh maar tenminste ook in MW ( wind) en MWP ( zon ) capaciteiten aan de hand van de gebruikelijke omreken factoren ( ca 2500 vollast uren voor windmolens op land en ca 850-900 vollast uren voor zonnepanelen) en niet meer in ha’s. Dat laatste hoogstens terzijde. 3.Bod RES 2.0 en scenario’s 3.1 Regio Het handhaven van het RES 1.0 bod van 1,07 TWh voor de Stedendriehoek voor RES 2.0 en niet verhogen en doorschuiven naar 2035 getuigt van realiteitszin. Tennet heeft deze dagen aangekondigd dat de netcongestie i.p.v. in 2030 , ( hopelijk) pas tegen 2035 kan zijn opgelost, waarbij aangetekend dat die datum al meerder keren is verschoven. Dat treft vooral grootschalige opwekking en verbruik( aansluitingen), nieuwbouw woning projecten en industrie. De twee scenario’s op blz 51 van het regio rapport lijken daarmee eerder wensdenken dan basis voor concrete planning. Dat vanwege de aard van het landschapen en voorwaarden leefomgeving de mogelijkheden van wind energie beperkt zijn getuigt overigens van realisme . De scenario’s worden vervolgens feitelijk alleen – onbegrijpelijk- gebaseerd op grootschalige zon opwekking terwijl kleinschalig al heel veel bijdraagt en tegelijkertijd wordt benadrukt.
Bovendien is van hogerhand een rem gezet op zonneparken. In het Regio rapport wordt gesteld dat er naast zonne-energie en ( beperkt) wind ook energie moet komen van Omgevingsenergie (lucht, water en ondiepe ondergrond). Restwarmte (uit de industrie), Geothermie (diepe ondergrond), Biogas, Waterstof en Kernenergie . Prima. Het grafiekje op blz 29 geeft daarvan een vage indruk. Maar welke concrete bijdrage van de diverse energie bronnen ( zowel in termen van TWh en vermogen ( MW, MWP, m3 ) wordt verwacht blijft onbekend, hoe deze bronnen daadwerkelijk te stimuleren met welk beleid en welke onzekerheden en belemmeringen er kunnen zijn, blijft in het midden. Dat moet eerst worden doordacht voordat met het bod RES 2.0 hard kan maken. Of tenminste benadrukken dat het bod van 1.07 TWh en de energie mix met grote onzekerheden gepaard gaat. Vooralsnog missen de scenario’s daarmee voldoende onderbouwing en blijven wensdenken – hoe nobel en positief ook bedoeld -of zijn in ieder geval voorlopig.
3.2 Lochem Het is onbegrijpelijk , ( te) simplistisch en kort door de bocht dat uiteindelijk zowel in het Memo RES 2.0 (van de Regio Stedendriehoek ( blz 11, par 16-1) als Lochem ( Memo aan de Raad Regionale raadsmemo0 RES 2,0 blz 3 Kwantificering) het RES 2.0 bod zonne-energie beleidsmatig is "vertaald " richting bewoners en Raad met ( letterlijk) respectievelijk alleen grote zonneparken en 100 ha zon op veld. Het staat haaks op en is tegenstrijdig met de uitgangspunten en wat er al is gerealiseerd. Het is een voorbarige conclusie en in strijd met de feiten.
5
Dat in de RES 1.0 de mogelijkheden van zon op dak nagenoeg bewust(?) buiten beschouwing liet was een verwijtbare omissie en bleek geen besef van de kansen, waarvoor vele partijen de RES toen al voor waarschuwden. Men lijkt daar nu in de narratief op terug te komen maar niet in de eindconclusies ...! In de memo's is hoogstens lippendienst verleend aan het inmiddels zeer succesvolle en volgens de zonne-ladder met prioriteit gewenste zon-op-dak. De scenario’s in tabel op blz 4 houden alleen rekening met wind en ha’s zon ( i.p.v MWp ) en bovendien niet met andere energie bronnen. Deze tabel is daarmee hoogstens illustratief en geeft geen basis voor een concreet plan en beleid. Men moet volgens de Verscherpte Zonneladder ( Kamerbrief 26 oktober 2023 die in principe aangeeft geen zonneparken meer op landbouwgrond en natuur) immers eerst nagaan wat de mogelijkheden zijn voor zon op dak , parkeerplaatsen e.d. Dat is tot nu toe zowel in de Stedendriehoek als de gemeente achterwege gebleven, staat niet in de rapporten en is een belangrijke omissie van het RPE programma op regionaal en gemeentelijk niveau. 4.Batterijen Batterijen kunnen onvoldoende antwoord geven om over meerder dagen laat staan weken fluctuaties in aanbod en vraag naar elektriciteit op te vangen is.
Grootschalige zonneparken en windmolens zouden gigantische ( op zich milieuvervuilende ) batterijen vereisen met capaciteit voor vele dagen verbruik. Die opgeslagen stroom moet uiteindelijk toch het net op. Batterijen bij huishoudens en bedrijven werken tenminste al veel beter want in dat geval blijft de opwekking en verbruik ( zo veel mogelijk) decentraal en grotendeels buiten gebruik van het net, zij het dat er nog contractuele barrières zijn met de netbeheerders die moeten worden opgelost. ( Energie collectief) Men schrijft het gebruik van batterijen te willen stimuleren maar hoe dat beleidsmatig op regionaal en gemeentelijk niveau wordt vertaald blijft onbekend. Dat punt moet worden verduidelijkt. 5.Energie mix tussentijds herzien De onbalans tussen wind en zonne-energie, het feit dat bij toename van deze onberekenbare energie bronnen in omvang toenemende noodzaak is om terug te kunnen vallen op betrouwbare back-up geven aanleiding het bod en zeker de energie mix nog eens te herzien en deze niet als een wet van Meden en Perzen aan te merken. Hoewel windmolens de onbalans tussen wind en zon de verhouding kunnen verbeteren is het te beperkt om alleen over de verhouding wind/zon te praten. Het kleinschalige landschap van de Stedendriehoek en Lochem in het bijzonder is nu eenmaal weinig geschikt voor grote windmolens, in het bijzonder molens van 180-250 m hoog.
Daarvoor is ook steeds minder draagvlak voor . Met alleen zon en wind en de andere genoemde bronnen komen we er niet vanwege vereiste betrouwbaarheid en stabiliteit van de algehele energie voorziening. En hoe meer zon en wind, des te meer het hele systeem minder in balans blijft en relatief onbetrouwbaarder wordt. Houdt daarom open dat rond 2030 de beoogde energie mix moet worden herzien, wanneer het ook duidelijker moet zijn geworden wat te verwachten van 6
SMR’s (Small Modular reactors) als back-up èn permanente energie bron. Vroeg of laat moeten ook de gasturbine centrales worden vervangen die nu nog voor de back up zorgen . Kernenergie is nauwelijks een regionale aangelegenheid maar op zijn minst een provinciale zaak. Laat de Stedendriehoek dienaangaande over haar grenzen heen kijken. Hoewel de regio en gemeente streven naar “zelfvoorziening: is er niets mis om kern energie van buiten de regio te “importeren”. Men zal er niet aan kunnen ontkomen. 6.Onbenut potentieel zon-op-dak , zonneparken in welke vorm dan ook niet meer nodig Op basis van de RVO studies is er in de Stedendriehoek en Lochem een bruto potentieel aan zon op dak van 1250 MWP resp. ca 282 MWp. ( zie o.a. RVO Kansrijke daken zonnestroom – sept 2023). Vanzelfsprekend zal dat tegen 2030 of zelfs tegen 2035 niet allemaal kunnen worden benut. Er kunnen landelijke verschillen zijn maar volgens RVO Monitor Zon PV 2024 heeft gemiddeld 8% van de daken geen belemmeringen en ca 48% slechts 1 belemmering ( w.o. specifiek van het eigenlijke dak, de constructie ( draagkracht ) en eigendom en daarnaast wel of niet netaansluiting beschikbaar, zij het dat laatste geldt voor alle installaties e.d.). De komst van lichtgewicht zonnepanelen, meer opslag en dus minder druk op het net etc.
kunnen meer daken met een technische belemmering doen schuiven naar de categorie zonder belemmeringen. Hoe dan ook, om conservatief te blijven, zeg dat slechts 10-20% van het onbenutte dak oppervlak kan worden gebruikt dan geeft dat in de Stedendriehoek en in Lochem een zonne-energie potentieel op daken van resp. 125-250 MWp en ca 20-40 MWp ofwel een equivalent van honderden ha’s aan zonnepark . Er is dus geen enkele rationele reden om op meer zonneparken te mikken zoals de gemeenteraad van Lochem al in 2021 bij behandeling van de RES 1.0 besloot. Ook niet zonneparken onder het mom van “Agri-PV of met batterijen afgezien van het volgens vele bronnen steeds mee problematisch rendement van zonneparken die dan ook niet meer voor SDE ++ subsidies in aanmerking komen ( haalbaarheid aantonen vereist). 7.Wind energie en molens Dat de Stedendriehoek al in RES 1.0 beperkte mogelijkheden voor windmolens onderkent, het College van Lochem geen grote windmolens wil en zich daar aantoonbaar tegen te weer stelt - omdat het landschap van de regio w.o. Lochem zich daartoe nu eenmaal slecht leent is toe te juichen en getuigd van aandacht voor het landschap en leefomgeving. Het College van Lochem stelt terecht geen windmolens in behandeling te willen nemen zolang er geen nieuwe landelijke normen zijn. Die normen zullen in de eerste plaats betrekking hebben op geluid en afstand ofwel gezondheid.
Er zijn echter nog even zo belangrijke ( MER) criteria : Landschap, Cultureel erfgoed, oude en nieuwe landgoederen, Nationale Landschappen, Gezondheid en Leefomgeving. Die moeten integraal even sterk meewegen en mogen niet worden afgedaan met boterzachte 7
“inpassingsvoorwaarden”, waar in de praktijk toch ook vaak de hand mee wordt gelicht ( zie dissertatie Merel Enserink) . Adviesbureau ROM-Sweco heeft als Regionale Aanvullingen bij het nog in behandeling zijnde provinciale PlanMER – een methode aangereikt om onderzoek locaties te toetsen aan de hand van meerdere criteria ( genoemd” Thema’s) te weten: 1. Natuur (Natura 2000, GNN, Groene Ontwikkelingszones, vogelgebieden etc; 2. Landschap, Cultureel erfgoed , landgoederen en- de niet door Witteveen en Bos maar wel door Sweco over het hoofd gezien- Nationale landschappen; 3. Gezondheid en Leefomgeving; 4. Gebruik systemen, netwerk toegang en congestie De gemeente moet als bevoegd gezag deze criteria integraal toepassen bij besluittvorming over onderzoekgebieden voor wind en Omgevingsvergunningen. Het voldoen aan één criterium mag niet leiden tot de hand lichten met een ander criterium. De gemeente en de raad heeft bovendien de beleidsruimte om aan deze criteria een eigen weging te geven. Schrik niet terug voor een conclusie dat het landschap en leefomgeving van de Stedendriehoek en Lochem in het bijzonder gewoon niet geschikt zijn voor windmolens en men beter de komst van kernenergie ( SMR's ) kan afwachten om een betrouwbare CO2 vrije energie voorziening te verkrijgen. 8.
Maatschappelijke kosten van zonne energie en wind energie *) Volgens het RES rapport bedragen de kosten van zonne energie ( PV panelen) ca 5-8 cent per Kwh en voor wind 5-11 cent per KWh. Wat we met deze kosten vergelijking moeten doen blijft onduidelijk. Deze kosten zijn bovendien veel te laag ingeschat zoals ook al door de directeur van Lochem Energie tijdens de raadsvergadering op 26 juni betoogde. De kosten houden geen rekening met de kosten van terug levering, de indirecte kosten voor noodzakelijke back-up om het gehele systeem stabiel en leveringszekerheid te houden. Bovendien houden deze cijfers geen rekening met de indirecte effecten als ruimte beslag , effecten op de leefomgeving e.d. ofwel de bijkomende externe maatschappelijke kosten die niet tot uitdrukking komen in de genoemde kosten berekening van windmolens, zonnepark of zon op dak. De maatschappelijke kosten zijn echter beleidsmatig en politiek gezien wel belangrijk en moeten in het keuze proces worden meegenomen. op welke energie bronnen nadruk te leggen. Het vooraanstaande advies bureau CE Delft becijferd dat de maatschappelijke kosten voor zon op dak het meest gunstig zijn, gevolgd door zon op land en windmolens met de hoogste maatschappelijke kosten van deze drie categorieën. CE Delft concludeert tevens dat voor 2050 de klimaatdoelstellingen ook gehaald kunnen worden zonder extra wind en zon op land.
Wind op zee en zon op dak (met of zonder 8
kernenergie) in combinatie met regel- bare waterstofcentrales en import van waterstof is volgens CE Delft voldoende. Dit is een extra argument om zeer terughoudend te zijn met windmolens op land. 9. Slot Ik hoop dat in deze zienswijze argumenten en gegevens bevat die zowel door de Stedendriehoek als de gemeente Lochem zijn te gebruiken bij volgende versies van het Regionale programma Energievoorziening . met vriendelijke groet, Namens de stichting, Ir.drs.Wouter Hoek
*) https://ce.nl/wpcontent/uploads/2023/03/CE_Delft_210378_Maatschappelijke_kosten_zoninpassing_Def.pdf https://ce.nl/wpcontent/uploads/2023/03/CE_Delft_220235_Nut_en_noodzaak_extra_wind_op_land_in_2030_en_2 050_def.pdf
9
ZIENSWIJZE H TITEL: DE TAART VAN FABEL. (ofwel de soufflé van gebakken lucht) 26 juni 2025
Regionaal Programma Energievoorziening Herijking RES 1.0 Ontwerp, april 2025
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
DE TAART VAN FABEL: DAT IS UW ONTWERP RPE. OFWEL EEN OPBOUW VAN LAGEN HALVE WAARHEDEN, MARKETINGTRUCS MET OVERHEIDSPROZA, INTEELT-POSITIES, VERDRAAIINGEN, NIET LUISTEREN, OVERRULEN, DISCRIMINEREN EN WET-AANPASSINGEN IN UW VOORDEEL. DE VERTRUMPANISERING VAN ONZE DEMOCRATIE. UW RAPPORT IS ALS EEN SOUFFLÉ VAN GESJOEMEL MET EXCLUSIEF DOEL HET BEHEERSEN VAN HET PROCES. GEBAKKEN LUCHT. UW RAPPORT IS EEN NIEUW VOORBEELD VAN DE DRAMCULTUUR VAN ONZE POLITIEK. TIJD VOOR EEN NIEUWE PARLEMENTAIRE ENQUETE
Colofon Uitgave van Regio Stedendriehoek, april 2025 Fotocredits: Rob Acket, Henri vd Beek, Rob Voss 2
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Inhoud Managementsamenvatting
4
00 Een blik op de toekomst
10
Leeswijzer
14
Inleiding
15
01 Met het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) op weg naar de toekomst
17
02 Zet nu meteen al de volgende stappen
22
03 Het energieperspectief biedt hulp bij het bereiken van de energievoorziening van de toekomst
27
VERKEERDE AANNAMES 40
04 Hoe brengen we de vraag naar energie en het aanbod van energie met elkaar in balans? 05 Samen werken en samen uitwerken 06 Hoe verder vanaf nu?
LEUGEN
53 59
HET WOORD ‘SAMEN’ KOMT STEEDS WEER TERUG IN UW RAPPORT. HET WOORD ‘OMWONENDEN’ IS NERGENS TERUG TE VINDEN. UW IDEE VAN ‘SAMEN’ IS ‘IN COMBINATIE MET DE COMMERCIE, DE OVERHEID EN BELANGHEBBENDEN, WAARBIJ OMWONENDEN VIA DE ENERGIECOÖPERATIE WORDEN GEËLIMINEERD ALS PARTIJ’. HYPOCRIET EN BEWUST Bijlagen DISCRIMINERDEND, WANT MET UW LOCLA4LOCAL PROBEERT U 01 DE Handreiking bij het energieperspectief OMWONENDEN OOK NOG EENS TE ASOCIALISEREN. 68 UW BELEID HEEFT DE ENGE TREKKEN VAN DE DONKERE JAREN 02 ACHTER Van RES ONS, 1.0 naarWAARBIJ het Regionaal Programma 79 POPULISME ENEnergievoorziening HET ZORGVULDIG SCHEIDEN VAN PARTIJEN EN MINDERHEDEN/MEERDERHEDEN 03 CREEREN, De achtergronden van het energieperspectief 82 TOT ERNSTIGE ONTREGELING VAN DE MAATSCHAPPIJ HEEFT GELEID. 04 De Omgevingswet, de Energiewet, de Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie 84
3
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Managementsamenvatting RES 2.0 noemen we voortaan Regionaal Programma Energievoorziening, oftewel RPE. Voor u ligt de eerste versie van het Regionaal Programma Energievoorziening van de regio Stedendriehoek: een herijking van de RES 1.0, die in 2021 vastgesteld werd. Eerder noemden we dit de RES 2.0. In het RPE gaat het over de hele energievoorziening. We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken naar vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie. Het RPE is een programma in de zin van de Omgevingswet dat voorsorteert op het Nationaal Programma Energiesysteem. Hierin worden drie nationale programma’s samengevoegd: het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem. Het RPE is daarmee een strategie die past bij de wereld van nu en vooruitkijkt naar de toekomst. En die alle spelers in de energietransitie de komende jaren kunnen gebruiken bij het maken van keuzes in de energievoorziening.
4
De rest van dit document richt zich tot iedereen die een
het bereiken van ons gezamenlijke doel voor 2050, dan wil
rol heeft in de energietransitie: inwoners, ondernemers en
Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de netto
agrariërs, overheden, de netbeheerder en maatschappelijke
uitstoot van broeikasgassen dan nul is.
partners.
Dit eerste gedeelte van het document richt zich tot de volksvertegenwoordigers van de provincie, de waterschappen en de zeven gemeenten van de Energieregio Stedendriehoek1 .
Voor u geldt: Met het vaststellen van het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) omarmt u de visie op de energievoorziening van de toekomst, samen met de uitgangspunten en afspraken die daarbij horen. Ook gaat u de inspanningsverplichting aan om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 te realiseren. U ziet dit bod als een mijlpaal onderweg naar het eindbeeld in 2050: een betaalbare, betrouwbare én klimaatneutrale energievoorziening voor de ruimtelijke
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Het Regionaal Programma Energievoorziening helpt bij
FOUT: U BEPAALT NIET WAT GEMEENTES ‘OMARMEN’ DIE GEMEENTES LUISTEREN NAAR HUN BEWONERS EN DIE HEBBEN TIJDENS DE GEMEENTERAAD ‘NEE’ GEZEGD TEGEN GROOTSCHALIGE ENERGIEOPWEKKING U MARCHEERT GEWOON DOOR. HEEFT U WELEENS VAN ‘DEMOCRATIE’ GEHOORD?
ontwikkelingen en verduurzamingsopgaven binnen de regio Stedendriehoek.
DANK VOOR JULLIE ORIGINELE BEELD DAT JULLIE HEBBEN BIJ ONS LANDSCHAP DAT JULLIE ‘MET ZORG’ INKLEDEN. WANT DÍT IS NAMELIJK DE TOEKOMST, AL ZEGGEN JULLIE DAT NIET. HOE DOM ZIJN JULLIE? DE DOOR JULLIE GEPRESENTEERDE FOTO VAN IEMAND OP EEN FIETS IN EEN LEEG LANDSCHAP ZEGT ALLES OVER JULLIE ‘LEEGTE’. ALS JULLIE BELEID WORDT UITGEVOERD IS DIT WAT DIE FIETSER KAN VERWACHTEN:
HIER IS DE FIETSER
1
Onder de Energieregio Stedendriehoek (voorheen RES regio Stedendriehoek) verstaan we de gemeenten van de regio Stedendriehoek, minus de gemeente Deventer. Overal waar in dit document ‘regio Stedendriehoek’ staat, hebben we het over de Energieregio Stedendriehoek.
5
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Energietransitie Onze energievoorziening en de benodigde infrastructuur
Ondersteuning van de kwaliteit van leven in de regio Stedendriehoek
veranderen door de overgang van kolen en aardgas naar
Met het RPE werken we aan een betaalbare, betrouwbare
duurzame bronnen van energie, die overal beschikbaar
en klimaatneutrale energievoorziening voor onze regio.
zijn: in zon, wind, lucht, bodem en water. Dit noemen wij de
Betrouwbaar betekent dat er altijd voldoende aanbod
energietransitie. Waar energie voorheen centraal opgewekt
moet zijn. Klimaatneutraal betekent dat het aanbod zo min
en verspreid werd, gaan we naar een mix waarbij we
mogelijk impact op onze leefomgeving moet hebben. En
naast het centrale netwerk ook lokaal duurzame energie
betaalbaar betekent dat die betrouwbare en klimaatneutrale
opwekken, opslaan en gebruiken. De energievoorziening
oplossingen bereikbaar moeten zijn voor iedereen. Zodat
wordt daarom decentraler, lokaler en daarmee, veel meer
de energievoorziening de brede welvaart in de regio
dan nu, onderdeel van onze leefomgeving en maatschappij.
Stedendriehoek optimaal blijft ondersteunen.
ONZIN, DE OPGEWEKTE ENERGIE GAAT GEWOON HET NET OP. SCHRAPPEN DEZE POPULISTISCHE ZIN Energievoorziening met impact op onze In het RPE is onze eigen energiebehoefte als uitgangspunt leefomgeving en de maatschappij genomen: de hoeveelheid energie die we in de toekomst
Die decentrale energievoorziening zien we aan de ene kant
nodig hebben. Onze energievraag komt voort uit het
fysiek terug: de uitbreiding van de energie-infrastructuur
uitvoeren van onze woningbouwplannen, uitbreidingen van
krijgt in de eigen omgeving een plek in de fysieke ruimte.
bedrijventerreinen en de ontwikkeling van werklocaties.
Denk aan zonnepanelen, laadpalen, warmtecollectoren,
Maar energie hebben we ook nodig om onze bestaande
thuisbatterijen of eigen warmtebuffers. Aan de andere kant
woningen en gebouwen te verwarmen zonder fossiele
heeft dit ook effect op de lokale maatschappij: inwoners en
brandstoffen en om het verkeer, de industrie en de landbouw
ondernemers zijn niet langer alleen consument van energie,
minder belastend te maken voor onze leefomgeving.
maar ook steeds vaker producent van energie of handelaar windmolen, een elektrische auto, of een warmtenet. Zij zijn
Het energieperspectief: de visie op de energievoorziening van de toekomst
allemaal spelers in de energietransitie en leveren daarmee
Met het opstellen van het energieperspectief hebben we
een aanzienlijke bijdrage aan de energievoorziening van de
onderzocht wat er allemaal al gebeurt in de energietransitie
in energie. Met eigen zonnepanelen of als eigenaar van een
of daar toekomst. NIET WAAR. DE ENERGIECOOPERATIES ZIJN SPELERS EN DIE en ZIJN GEENduidelijke lijnen in te ontdekken zijn. Het blijkt VERTEGENWOORDIGER VAN OMWONENDEN. ENERGIECOOPERATIE= dat ONEERLIJKE de energietransitie al verrassend veel richting heeft VERDELING LASTEN EN LUSTEN. ENERGIECOOPERATIE; VERLENGSTUK OVERHEID
De hele energievoorziening: vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie
gekozen. De visie die hieruit volgt, hebben wij in het energieperspectief uitgewerkt in:
Het RPE gaat over de hele energievoorziening. We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken
1. Uitgangspunten met betrekking tot de energievoorziening van de toekomst.
naar vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik
2. De afspraken waar de RPE-partners2 zich aan
van energie. Bij het aanbod van energie kijken we dan
houden om tot de energievoorziening van de
naar álle energiebronnen en -dragers. Dus niet alleen
toekomst te komen.
naar zonne-energie en windenergie, maar bijvoorbeeld
3. De kwantificering van de energiestromen binnen
ook naar omgevingsenergie (energie uit lucht, water en
onze regio in de periode vanaf nu tot 2050.
bodem), restwarmte, biogas, waterstof en kernenergie. Ook beschouwen we in het RPE zowel grootschalige als kleinschalige opwekmogelijkheden. DIT IS EEN HANDIGE METHODE OM DE WINDTURBINEPARKEN TE KUNNEN UITBREIDEN MET PERIFERIE, MAAR DAT ZEGT U NIET. SCHANDE EN OPNIEUW EEN VOORBEELD VAN HALVE LEUGENS DIE VOORTVLOEIEN UIT UW COMBINE MET DE COMMERCIE
2
De RPE-partners zijn de provincie Gelderland, het waterschap Vallei en Veluwe, het waterschap Rijn en IJssel, de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen en netbeheerder Liander.
BEHALVE SOMMIGE GEMEENTES, ALLEMAAL MET DEZELFDE BELANGEN
6
1. Duurzame elektriciteit en omgevingsenergie
- We clusteren voorzieningen voor het opwekken van energie zoveel mogelijk en
vormen de ruggengraat van onze toekomstige
kiezen bij voorkeur voor no-regret locaties
energievoorziening.
zoals bijvoorbeeld langs infrastructuur,
2. De energievoorziening is in 2050 decentraler dan in 2025. 3. In de toekomst maken we nog steeds gebruik van
op stortplaatsen, zandwinlocaties en parkeerterreinen (solar carports); - Wat we op gebied van windenergie niet kunnen
het GEDRAGSTRANSITIE centrale elektriciteitsnet. realiserenUopDRAAIT en rondom de Veluwe FOUT; IS HET TOVERWOORD, NIET ENERGIETRANSITIE. DE ZAKEN OM. mag HET niet WOORD ‘GROEI’ MOET VERVANGEN WORDEN DOOR ‘BEWUSTWORDING EN BETEUGELING’ VAN RUPSJENOOITGENOEG. DAAR ZIJN JULLIE VOOR! 4. Netwerkcapaciteit is ook in 2050 nog steeds leiden tot een zogenaamd waterbedeffect. Dit U BENT NU SLECHTS DE ARTS DIE TEGEN DE ALCOHOLIST ZEGT DAT HIJ VAN HET BIER AF MOET DOOR WIJN TE GAAN DRINKEN. DE FLESSEN KLAAR ZET niet (LEES DEin de schaars.EN NAAST U ZIT EEN GIECHELENDE WIJNBOER DIE AL VAST betekent dat die windenergie elders ENERGIEBEDRIJVEN EN HUN ‘ADVISEURS’), 5. Het aanbod van energie en de vraag naar energie regio opgewekt hoeft te worden. HOE DOORZICHTIG, HOE HYPOCRIET, HOE ONEERLIJK, HOE DOM. EN HET KANaltijd ZO met SIMPEL; FISCALE AANPAK OM ENERGIEGEBRUIK TERUG TE DRINGEN ZODAT CONSUMPTIE BEPERKT zijn niet elkaarDE in balans. WORDT. WAT HEBBEN WE AAN 1001 SOORTEN PUDDINKJES? WAT HEBBEN WIJ AAN EEN MARKETEER DIE DE VERKOOP VAN 6. Het tekort aan elektriciteit en omgevingsenergie HAMBURGERS MOET ZIEN TE VERGROTEN? DE PARASIETEN VAN ONZE MAATSCHAPPIJ. WATkomt U DOET IS HET PAARD ACHTER DE WAGEN SPANNEN DOOR OPNIEUW IN TE ZETTEN OP GROOTSCHAILGHEID TERWIJL vooral voor in de winter. JUIST DE ENERGIECRISIS EEN GEVOLG IS VAN ONZE GROOTSCHALIGE OVERCONSUMPTIE. U DRAAIT ZAKEN OM.
Regionaal Programma Energievoorziening, ontwerp
Uitgangspunten
7. Meer dan 50% van de energie gaat door een vorm van opslag of buffer voordat het bij de gebruiker komt.
8. Doordat elektriciteit belangrijker wordt, wordt onze vraag naar elektriciteit drie keer groter dan nu. 9. Maar omdat gebruik van elektriciteit veel efficiënter is dan van fossiele brandstoffen, gebruiken we in de toekomst in totaal toch veel minder energie dan nu. 10. Een energievoorziening kan op de ene plek grootschalig worden aangelegd en op de andere plek kleinschalig. 11. De uitgangspunten van de eerste regionale energiestrategie, de RES 1.0, gelden nog steeds. Dit zijn: - We gaan zorgvuldig om met ons landschappelijk
De afspraken waar de RPE-partners zich aan houden 1. Wij nemen de energievoorziening vanaf het begin mee in de plannen die we maken voor onze fysieke leefomgeving. 2. Besparen en doelmatig gebruik van energie en netwerkcapaciteit zijn onderdeel van alle energieinitiatieven. 3. We gebruiken energieprofielen als we keuzes moeten maken over energie. 4. We wekken een aanzienlijk deel van onze energie zelf op in de regio. Het aandeel kan per gemeente verschillen. 5. We nemen de verzorgingsgebieden van
kapitaal. Belangrijke randvoorwaarden hierbij
de onderstations van de netbeheerder als
zijn: passend in het landschap, met speciale
uitgangspunt bij het balanceren van de
aandacht voor natuur- en cultuurhistorische waarden, behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit en inzetten op dubbel
energievraag en het energieaanbod. 6. We werken actief mee aan het vergroten van de opslagcapaciteit van ons lokale energiesysteem.
ORDINAIR GEZEGD; GEWOON LULKOEK. WOORDEN VOOR DE BUHNE, HYPOCRIET, EN NIET grondgebruik. Dat geldt ook voor het leveren van 7. We houden een open oog voor nieuwe KLOPPEND MET DE PRAKTIJK. SCHRAPPEN DAT SOORT TEKST, WEET DAT DIT AL HET ZOVEELSTE RAPPORT DAT WIJ ALS BURGER DOORNEMEN EN STEEDS KOMEN JULLIE een bijdrage aan IS doelstellingen op het vlak van ontwikkelingen. WEER MET DEZELFDE CRAP. VERSPIL NIET ONZE TIJD MET DEZE ACHTERHAALDE biodiversiteit, waterhuishouding en bodem. 8. Ons RPE past binnen (actualisaties) van het FLAUWEKUL WANT HET IS NIET DE BEWEZEN WERKELIJKHEID!
- Wij zien de energietransitie en
energievoorziening als onderdeel van
provinciaal beleid
9. Alle gemeenten van de regio Stedendriehoek
onze (ruimtelijke) ontwikkelingen en
gebruiken de afspraken en uitgangspunten uit dit