TOE Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren
Tekst van het document
• • • • • • • •
categorie 1: rijksmonument categorie 2: gemeentelijk monument categorie 3: terrein van archeologische waarde categorie 4: historische stads- of dorpskern categorie 5: hoge archeologische verwachting categorie 6: middelmatige archeologische verwachting categorie 7: lage archeologische verwachting categorie 8: zonder een archeologische verwachting
5.7.1.2 Situatie plangebied Op basis van de archeologische beleidskaart geldt voor het plangebied de categorieën 6 en 7. Dit is weergegeven in afbeelding 5.5.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
47
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
Afbeelding 5.5
Gemeentelijke archeologische beleidskaart (Bron: gemeente Lochem)
Categorie 6: middelhoge archeologische verwachting Gebieden die op grond van geomorfologie, grondwatertrap en bodem en op grond van veel bekende vindplaatsen in vergelijkbare omstandigheden, een middelmatige kans hebben op archeologische resten in de bodem. Streven naar behoud in huidige staat. Bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 1.000 m² én waarvan de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv is inventariserend archeologisch onderzoek verplicht (volgens Richtlijn Archeologisch Onderzoek). Categorie 7: lage archeologische verwachting Gebieden die op grond van geomorfologie, grondwatertrap en bodem en op grond van veel bekende vindplaatsen in vergelijkbare omstandigheden, een grote kans hebben op archeologische resten in de bodem. Streven naar behoud in huidige staat. Bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m² én waarvan de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm –Mv is inventariserend archeologisch onderzoek verplicht (volgens Richtlijn Archeologisch Onderzoek). Afweging Allereerst wordt opgemerkt dat het plangebied (het buitenterrein van Atop) al vele malen ‘op de schop is geweest’. Met name in de bovenlaag (0 – 80 cm beneden maaiveld) is op de diverse plaatsen de bodem geroerd door graafwerk in verband met aanleg van kabels en leidingen, verbeteren van de stabilisatie van de ondergrond en dergelijke.
In het inrichtingsplan wordt er rekening mee gehouden dat op termijn de huidige oude werktuigberging zal worden vervangen voor nieuwbouw. Deze werktuigberging is gelegen in de zone ‘waarde archeologie 6’. Daarbij zal de nieuwe werktuigberging ook iets ander gesitueerd worden op het perceel en de maatvoering wordt anders, maar niet veel groter dan de huidige schuur (thans 300 m2 en toekomstig 500 m2). Er zal dan buiten de huidige bebouwingscontour beperkt graafwerk nodig zijn. Aangezien de nieuwe werktuigberging
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
48
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld eveneens is voorzien op het bestaande erf waar voorheen al veel bodemingrepen hebben plaatsgevonden, kan worden aangenomen dat daarbij geen archeologische waarden worden geschaad. Het inrichtingsplan houdt tevens rekening met een eventuele uitbreiding (verlengen) van de bestaande kapschuur (van circa 25 meter). De kapschuur is eveneens gelegen in de zone ‘waarde archeologie 6’. Ook voor deze eventuele uitbreiding geldt, dat dit is gelegen in het erf waar in het verleden al diverse graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Hiervoor geldt eveneens dat terplaatse geen archeologische waarden worden verwacht. Voor het overige geldt dat voor het realiseren van de in het plan voorgenomen inrichting geen noemenswaardige bodemroerende activiteiten nodig zijn. Mogelijk dient er plaatselijk nog wel een dun laagje grond afgegraven te worden ten behoeve van het verharden van het terrein en/of het realiseren van opslagvakken. Echter wordt ten tijde van het schrijven van dit bestemmingsplan er niet vanuit gegaan dat hiervoor meer dan 30 cm onder het maaiveld hoeft te wordt afgegraven. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Ter bescherming van eventuele archeologische waarden worden de geldende archeologische dubbelbestemmingen in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen. 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. 5.7.2.2 Gemeentelijk beleid De cultuurhistorische waardenkaart van Lochem1 brengt de cultuurhistorische waarden integraal in beeld. Het sluit aan bij de steeds meer ruimtelijke benadering van de zorg voor het erfgoed, waarbij behalve naar objecten vooral ook naar de samenhang en de (historisch) ruimtelijke structuur wordt gekeken. In de cultuurhistorische waardenkaart is vooral aandacht besteed aan het zichtbare, landschappelijke en gebouwde erfgoed. De cultuurhistorische waardenkaart bestaat uit een tweetal kenmerkenkaarten (landschap en bouwkunst/stedenbouw), twee waarderingskaarten (landschap en bouwkunst/stedenbouw), zes themakaarten en een integrale ensemblekaart waarop de cultuurhistorische ‘toppers’ van Lochem zijn weergegeven. De waardering van het historisch cultuurhistorisch landschap is gebaseerd op een beoordeling op drie criteria: 1. 2.
3.
de gaafheid van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de ontginning, dat wil zeggen type grondgebruik, verkaveling, percelering etc.; de gaafheid van de huidige verticale dimensie in het landschap (fysiognomie) ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de ontginning, dat wil zeggen de openheid of geslotenheid van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc.; de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt.
De historische bouwkunst en stedenbouw vormt eveneens een belangrijke basis voor het cultureel erfgoed. Onder de historisch-bouwkundige waarden en stedenbouw wordt in Lochem het beschermde en
1
‘… over de toppen der heuvels, langs den zoom van het bosch, door diepe holle wegen …’. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lochem. RAAP-rapport 3307 / d.d. 15 oktober 2018. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
49
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld onbeschermde 'bovengrondse' gebouwde erfgoed verstaan: gebouwen (objecten, complexen en ensembles), stedenbouwkundige structuren, maar ook historisch straatmeubilair, grenspalen, herinneringsmonumenten, monumentale kunst in de openbare ruimte (dat wil zeggen: wandkunst, nagelvast verbonden met architectuur), etc. Tevens vallen beschermde stads- en dorpsgezichten, voor zover aanwezig, onder dit begrip, evenals andere bijzondere gezichten/ensembles, historische buitenplaatsen en overige gebieden. De geïnventariseerde objecten en complexen hebben gemeen, dat ze alle in meer of mindere mate een positieve cultuurhistorische en/of ruimtelijke waarde bezitten binnen de (steden)bouwkundige geschiedenis van de gemeente Lochem en de in deze gemeente aanwezige karakteristieke gebieden. De cultuurhistorische waardenkaart is geschikt om de basis te gaan vormen voor toekomstig cultuurhistorisch beleid, waaronder de planologische borging.
Afbeelding 5.6
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Lochem (Bron: Integrale ensemblekaart RAAP-rapport 3307)
5.7.2.3 Situatie plangebied Aan de hand van de cultuurhistorische waardenkaart van Lochem blijkt dat het plangebied behoort tot een zone die is aangeduid met een ‘gemiddelde waarde’. Het plangebied is niet gelegen in een cultuurhistorisch waardevol stedenbouwkundig gebied of integraal ensemble. Gebieden met een gemiddelde waarde hebben hun historisch-landschappelijke hoofdstructuur behouden, maar missen de karakteristieken op detailniveau die ze cultuurhistorisch vooral interessant maken. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om agrarisch gebruikte landschappen, primair buiten de landgoederen, die door opschaling hun verkaveling en beplanting grotendeels hebben verloren. De wegen- en bebouwingsstructuur en soms hier en daar nog relicten van de vroegere verkaveling laten iets zien van hoe een dergelijk gebied een eeuw geleden nog in elkaar zat. Het is deze categorie waarover we spreken als we opmerken dat delen van het landschap zijn gehomogeniseerd: iemand die door een gebied rijdt ziet niet op het eerste oog of hij door een historisch kampenlandschap rijdt, door een beekdal of door een jonge heideontginning. Zeker voor een leek is het landschap hier betrekkelijk slecht leesbaar geworden. De oorspronkelijke historisch-landschappelijke kenmerken zijn binnen het plangebied niet of nauwelijks waarneembaar.
De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat gepaard met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de vorm van het landschappelijk inpassen van het toekomstige bedrijfsperceel en de extra landschapsmaatregelen ten westen van dit bedrijfsperceel. Hiervoor wordt verwezen naar het in bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. Hiermee wordt, zover mogelijk, rekening gehouden met de landschappelijke kenmerken rond het plangebied.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
50
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld In het plangebied zijn geen monumenten of andere cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Evenmin maakt het plangebied deel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Binnen het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig die bescherming vanuit het bestemmingsplan behoeven. 5.7.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.8
Besluit milieueffectrapportage
5.8.1
Kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.8.2
Situatie plangebied
5.8.2.1 Art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Sallandse Heuvelrug' ligt op circa 9,2 kilometer afstand van het plangebied. Zoals in paragraaf 5.6.1.1 en bijlage 6 (Stikstofonderzoek) van deze toelichting is beschreven is er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake van een stikstofdepositie dat significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het voornemen is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
51
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval, anders dan bedoeld onder D 18.3, D 18.6 of D 18.7’. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. In voorliggend geval is geen sprake van een verwijderingsinstallatie voor afvalstoffen. Evenmin betreft het een vorm van 'nuttige toepassing’.
De activiteit 'puinbreken' betreft slechts een verkleiningshandeling waarbij van te voren gesorteerd niet verontreinigd steenachtig materiaal, mechanisch wordt verkleind. De fysisch chemische samenstelling van het materiaal veranderd daarbij niet. Het materiaal wordt slechts verkleind. Dit dient beschouwd te worden als voorbereidende handelingen om de materialen geschikt te maken zodat deze elders (dus buiten de inrichting) eventueel nuttig kunnen worden toegepast. Van een directe m.e.r.-plicht is in dit geval geen sprake. Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, deze is opgenomen in bijlage 9 bij deze toelichting. Uit deze notitie blijkt dat voorliggend bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt. 5.8.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
52
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 20222027. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 20222027 (inclusief het Noordzeebeleid). De Stroomgebiedbeheerplannen en Overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems en het Programma Noordzee (inclusief het programma Kaderrichtlijn Mariene Strategie) zijn een bijlage bij het NWP. In het NWP worden de nationale componenten van de herijking van het Deltaprogramma vastgelegd. In het NWP worden de voor het waterbeleid relevante nationale belangen uit de NOVI en de toepassing van de afwegingsprincipes hierbij, verder uitgewerkt. Verder geeft het NWP uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en overstromingsrisico’s. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Gelderland wordt onder meer de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. 6.1.4
Waterschap Rijn en IJssel
Het waterschap zorgt voor het water in deze omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. •
•
Klimaatrobuust gebied: Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig in te vullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied: Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat het waterschap daarbij
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
53
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
•
•
wendbaar kan inspelen op ontwikkelingen. Het waterschap voert zijn beheer op een duurzame wijze uit en werkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie: Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij is de ambitie om in 2050 onderdeel te zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren. Gezonde leefomgeving: Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Zij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met de partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruikt het waterschap de (digitale) watertoets.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Watertoets
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. De hierbij behorende ‘Watertoets’ is opgenomen in bijlage 10 bij deze toelichting. De bij de watertoets behorende tabel is hieronder opgenomen. watertoetstabel Het waterschap heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. Een hulpmiddel voor het in beeld brengen van beleidsopgaven is de Wateratlas van de provincie Gelderland. Thema Veiligheid
Riolering en Afvalwaterketen
Toetsvraag
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van het waterschap ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
Relevant Ja/Nee
Intensiteit# 2
Ja /Nee
2
Ja /Nee Ja /Nee Ja /Nee
2 1 1
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
54
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld Wateroverlast (oppervlaktewater)
Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast
Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer Volksgezondheid
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 3. Is in het plangebied sprake van kwel? 4. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 5. Beoogt het plan aanleg van drainage? 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het
Ja/Nee Ja/Nee
2 1 1 1
Ja/Nee Ja/Nee Ja /Nee
1
Ja/Nee
1
Ja/Nee Ja /Nee Ja /Nee Ja/Nee
1 1 1 1
Ja/Nee
1
Ja/Nee Ja/Nee
2 1
Ja/Nee
1
Ja/Nee Ja/Nee Ja/Nee Ja/Nee Ja/Nee
2 2 1 1 1
Ja/Nee
2
Ja/Nee
1
gemengde stelsel?
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die
Natte natuur
Verdroging Recreatie
Cultuurhistorie
milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?
# de intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een ‘ja’ geantwoord dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden.
Conclusie Watertoetstabel en advies waterschap Op basis van bovenstaande antwoorden is duidelijk geworden dat het bestemmingsplan voor dit initiatief, beperkte waterhuishoudkundige belangen kent. Voor het plan dient de ‘standaard waterparagraaf’ ingevuld te worden. Met het oog het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak en uitbreiding van verhard oppervlak, zijn de afkoppelmogelijkheden bekeken. Hieruit volgt dat ter plaatse goede afkoppel en infiltratiemogelijkheden aanwezig zijn voor hemelwater. Een groot deel van het verhard oppervlak wordt reeds geïnfiltreerd in de bodem. De zandige bodem heeft een goede waterdoorlatendheid, waardoor hemelwater gemakkelijk naar de bodem kan worden afgevoerd. Daarnaast zal de initiatiefnemer een deel van het hemelwater opvangen en gebruiken voor stofbestrijding. Lozing van hemelwater van verhard oppervlak op het riool is daardoor niet aan de orde. Naar aanleiding van de uitgevoerde watertoets heeft waterschap Rijn en IJssel een waterschapsadvies uitgebracht. Het waterschap heeft aangegeven dat ten aanzien van de waterschapbelangen één wateraspect van belang is: Hoe wordt omgegaan met hemelwater om wateroverlast te voorkomen? Een ontwikkeling in het buitengebied moet waterneutraal zijn.
Om wateroverlast te voorkomen, hanteert het waterschap als uitgangspunt, dat een bui die circa eens per 10 jaar voorkomt (bui T10), in het plangebied wordt geborgen en vertraagd wordt afgevoerd naar het grond- en/of oppervlaktewater. Hierbij houdt het waterschap ook rekening met klimaatontwikkeling door de bui met 10% te vergroten (T10+10%). Voor deze bui T10+10% geldt een benodigde berging van 55 mm. In onderstaande tabel is de bergingsopgave bij bui T=10+10% samengevat.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
55
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
De exacte toename van de verharding ligt nog niet vast. Afgaande van de verruiming van het bestemmingsvlak van de bestemming ‘Bedrijf’ is sprake van een toename van de verharding van circa 2.500 m2. Dit betreft een grove schatting. Wanneer wordt uitgegaan van een toename van verharding van 2.500 m 2, dan dient 137,5 m3 aan waterberging te worden gerealiseerd. Hier is binnen het plangebied ruim voldoende ruimte voor. Hierbij kan gedacht worden aan infiltratiekratten, waterdoorlatende verharding, infiltratieriool of een wadi (bijv. in de groenzone ten westen van het bedrijfsperceel). Met inachtneming van het vorenstaande geeft het waterschap een positief wateradvies.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
56
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
57
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld • • • • • •
7.2.4
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: deze bepaling bevat een afwijkingsbevoegdheid om af te wijken van nader genoemde bouwregels; Specifieke gebruiksregels: omschrijving van gebruiksactiviteiten die niet zijn toegestaan; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag worden afgeweken van de aangegeven bestemming; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid: op welke onderdelen Burgenmeester en wethouders het plan kunnen wijzigen. Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
•
•
•
• •
7.2.5
Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 9) Dit artikel bevat algemene bouwregels omtrent bestaande afwijkende maatvoering en situering en onderkeldering van gebouwen. Algemene gebruiksregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Hier wordt ingegaan op zaken die in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels (Artikel 11) In de algemene aanduidingsregels wordt ingegaan op de van toepassing zijnde landschapstypen en de ecologische verbindingszone. Algemene afwijkingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Aanvullende werking bouwverordening (Artikel 13) In dit artikel worden aanvullende bepalingen opgenomen aangaande de Bouwverordening. Overige regels (Artikel 14) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over het parkeren, laden en lossen. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
58
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Bedrijf (Artikel 3) Het gehele beoogde bedrijfsperceel is voorzien van de bestemming ‘Bedrijf’. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een loon- en recyclingbedrijf, het bestaande aantal bedrijfswoningen en de bij het bedrijf behorende bebouwing, erven, terreinen en voorzieningen, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeervoorziening en water. Daarnaast is binnen de bestemming ‘Bedrijf’ een puinbreker toegestaan. Hiervoor geldt dat deze uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – puinbreker’, met dien verstande dat; 1. 2.
de verwerkingscapaciteit maximaal 99.999,99 ton per jaar mag bedragen; de puinbreker maximaal 12 dagen per jaar en uitsluitend tussen 7:00 en 19:00 uur in werking mag zijn, met dien verstande dat deze is gepositioneerd achter het geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - puinbreker'.
In de planregels is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om het aantal dagen dat de puinbreker in werking zal zijn te kunnen verruimen tot maximaal 25 per jaar, mits; 1. 2.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het woon- en leefklimaat bij woningen in de omgeving; de bedrijfs-economische behoefte is aangetoond.
Groen (Artikel 4) De gronden ten westen van het bedrijfsperceel, niet zijde de extra landschapsmaatregelen, zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor plantsoenen, groenvoorzieningen (waaronder begrepen water en waterberging, taluds), beplanting en nutsvoorzieningen. Binnen de bestemming ‘Groen’ zijn uitsluitend bouwweken, geen gebouwen zijnde toegestaan in de vorm van verlichting, hekwerken en andere bouwwerken. Natuur (Artikel 5) De gronden ten westen van het bedrijfsperceel, daar waar de extra landschapsmaatregelen zijn gepland, zijn voorzien van de bestemming ‘Natuur’. De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van natuur en ter plaatse voorkomende, dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, extensief recreatie medegebruik, de instandhouding en ontwikkeling van landschapstypen, agrarisch natuurbeheer (voorzover de natuur- en landschapswaarden daardoor niet onevenredig worden aangetast) en water. Het bouwen van gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde is niet toegestaan. Verder mogen de gronden niet worden gebruikt voor lawaaisporten.
Waarde – Archeologie 6 (Artikel 6) De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van terreinen met een lage archeologische verwachting, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). Waarde – Archeologie 7 (Artikel 7) De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van terreinen met een lage archeologische verwachting, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 7' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en).
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
59
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een planschadeovereenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Lochem. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
60
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG EN INSPRAAK
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Gelderland
Het plan is in het kader van vooroverleg naar de provincie Gelderland toegezonden. 9.1.3
Waterschap Rijn en IJssel
In het kader van voorgenomen ontwikkeling is de watertoets uitgevoerd. Naar aanleiding van de watertoets is een wateradvies ingewonnen (zie paragraaf 6.2). Gelet op het vorenstaande wordt het voeren van vooroverleg met waterschap Rijn en IJssel niet noodzakelijk geacht.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Bij dit plan wordt afgezien van het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan.
9.3
Participatie
In het kader van dit initiatief ligt de nadruk van de participatie vooral op het ophalen van belangen bij omwonenden en met die belangen goed om te gaan in het planproces. Getracht is hier een goede invulling aan te geven. De contacten tussen en de relatie met de initiatiefnemer en de omwonenden is goed. De initiatiefnemer en de omwonenden spreken elkaar geregeld. In het de buurt is sprake van ‘goed noaberschap’. In het kader van het goed naoberschap informeert de initiatiefnemer de (naaste) buren geregeld over diverse ontwikkelingen van zijn bedrijf. Met het oog op de voorgenomen bestemmingsplanwijziging heeft er op 5 januari 2023 een informatieavond plaatsgevonden met de omwonenden. Een verslag hiervan in opgenomen in bijlage 11 van deze plantoelichting. Vrijwel alle omwonenden waren daarbij aanwezig. Dit is van belang omdat het een representatief beeld geeft van de algemene indruk vanuit de buurt op de plannen, de reacties daarop en ‘wat er leeft in de buurt’. Op deze informatiebijeenkomst zijn de bedrijfsplannen, de concept plattegrond met de voorgenomen indeling van het bedrijfsterrein, het concept ontwerp ruimtelijke kwaliteitsplan en de concept tekening van het inrichtingsplan (landschappelijke inpassing) toegelicht en met elkaar besproken. Tevens zijn de omwonenden geïnformeerd over het planproces.
Er is uitleg gegeven aan hoe een bestemmingsplan tot stand komt en wat daar allemaal voor nodig is. Hierbij is aangegeven dat de afstemming van de plannen met de buurt (participatie) eveneens onderdeel is van het planproces en dat de informatiebijeenkomst daarvan deel uitmaakt.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
61
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld Vervolgens zijn de omwonenden in de gelegenheid gesteld vragen te stellen, hetgeen waardevolle input heeft opgeleverd. Naar aanleiding van de ingebrachte vragen en aandachtspunten vanuit de buurtbijeenkomst op 5 januari, is in de periode daarna het plan verder uitgewerkt. Met name de wensen vanuit de naaste buren m.b.t. aanvullende geluidsmaatregelen (hogere schermen) en minder zicht op het achterterrein (hogere wallen met beplating), hebben geleid tot aanpassing van het inrichtingsplan. Daarnaast zijn er dor initiatiefnemer organisatorische maatregelen toegezegd voor de routing van transporten. Op verzoek van de omwonenden is in het voorjaar van 2023 een 3D visualisatie gemaakt, waardoor het inrichtingsplan / toekomstplan voor hen veel beter te beoordelen was. Na diverse aanpassingsrondes, is het eindontwerp in juni 2023 besproken met de naaste omwonenden. Hierbij is eveneens besproken welke maatregelen Atop treft ter beperking van geluid- en stofemissie teneinde een goed woon- en leefklimaat voor de buren te kunnen garanderen. Op grond van het toegelichte plan en de voorgenomen maatregelen, hebben de naaste omwonenden in de gesprekken van begin juni aangegeven, te kunnen instemmen met het inrichtingsplan / bedrijfsopzet als uitgangspunt voor het bestemmingsplan.
Naar aanleiding daarvan is vervolgens het bestemmingsplan verder geconcretiseerd en is het akoestisch onderzoek geactualiseerd. Nu het ontwerp bestemmingsplan gereed is, zal Atop binnenkort nog een bijeenkomst met alle omwonenden organiseren om het eindresultaat aan hen te presenteren. Daarbij zal ook worden aangeven wat de formele inspraakmogelijkheden zijn.
9.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Levenkamp 5, Laren’ heeft van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 (6 weken) ter inzage gelegen. Gedurende die periode kon eenieder een zienswijze bij de gemeenteraad indienen. Binnen de gestelde termijn zijn twee zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In bijlage 13 is de ‘Nota van zienswijzen’ behorend bij dit bestemmingsplan opgenomen, met daarin de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijzen. Hiernaar wordt verwezen. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Ook zijn enkele ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. In de ‘Nota van zienswijzen’ is een overzicht van de wijzigingen weergegeven.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
62
Bestemmingsplan “Levenkamp 5 Laren” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Bijlage 2
Visualisatie toekomstige situatie
Bijlage 3
Inrichtings- en beheerplan
Bijlage 4
Versterkingsopgave Groene Ontwikkelingszone
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek industrielawaai
Bijlage 6
Stikstofonderzoek
Bijlage 7
Quikscan flora en fauna bedrijfslocatie
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna locatie natuurontwikkeling
Bijlage 9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 10
Standaard waterparagraaf
Bijlage 11
Verslag informatieavond 5 januari 2023
Bijlage 12
Memo motivering tbv bestuurlijke afweging afwijken gemeentelijk geluidbeleid
Bijlage 13
Nota van zienswijzen
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Levenkamp 5 Laren BJZ.nu B.V./ TOE / juli 2025
NL.IMRO.0262.buLevenkamp5La-BP41 Vastgesteld juli 2025
63