CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Bijlage 12 def. besluit 1e fase Hietland 4 Barchem 2171888

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen aanvraag omgevingsvergunning pluimveestallen te Barchem14.804 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

8

VERRUIMDE REIKWIJDTE

Naast het voorkomen van gevaar, schade en hinder moeten onder andere ook de aspecten energie, water, afval en vervoer worden betrokken in de omgevingsvergunning. Deze aspecten vallen onder de term 'verruimde reikwijdte'. 8.1

Energiebesparing

In de aanvraag is het jaarlijks energieverbruik aangegeven (100.000 kWh elektriciteit). Op grond van deze gegevens is de inrichting een middelgrote verbruiker. Met betrekking tot het aspect energiebesparing gelden de voorschriften uit het Bal. Welke voorschriften dat voor deze inrichting zijn, is afhankelijk van het jaarlijks energieverbruik. 8.2

Waterbesparing (leiding- en grondwater)

Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag is rekening gehouden met het aspect zuinig omgaan met water. De relevantie van waterbesparing is sterk afhankelijk is van de lokale situatie. Waterbesparing wordt in belangrijke mate gerealiseerd door toepassing van de stand der techniek. Waterbesparende voorzieningen zijn in ruime mate beschikbaar en nauwelijks duurder dan de klassieke niet-waterbesparende alternatieven. Bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie dienen dan ook altijd de waterbesparende voorzieningen, conform de stand der techniek, te worden toegepast.

9 9.1

AFVALWATER Toetsingskader

Het lozen van afvalwater vanuit de inrichting op de riolering valt onder de reikwijdte van het Bal. Voor deze lozingen gelden algemene regels die zijn opgenomen in het Bal. 9.2

De gevolgen van de aangevraagde activiteiten

Tijdens het reinigen van de stallen komt een afvalwaterstroom vrij. Het overige afvalwater is hoofdzakelijk van huishoudelijke aard.

26 van 40

Het vrijkomende afvalwater bij het schoonmaken van de stallen wordt geloosd in een spoelwaterput en daarna over het land uitgereden. Het niet verontreinigde hemelwater wordt geloosd in de bodem. Het afvalwater van huishoudelijke aard wordt geloosd op het gemeentelijk vuilwaterriool. 9.3

Beoordeling en conclusie

Voor een aantal specifieke afvalwaterstromen gelden de eisen uit het Bal. Doordat de aangegeven artikelen een rechtstreekse werking hebben worden geen voorschriften in de vergunning opgenomen.

10 BODEM 10.1

Algemeen

Voor wat betreft het aspect bodembescherming dienen de milieubelastende activiteiten waarvoor bodemvoorschriften gelden te voldoen aan de regels uit het Bal. In het kader van deze vergunning zijn daarom geen nadere regels gesteld.

11 GELUID 11.1

Algemeen

De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidsemissie wordt vooral veroorzaakt door verschillende bronnen. De veroorzaakte geluidsbelasting in de omgeving en de perioden waarin deze optreedt, is in kaart gebracht in een akoestisch rapport van G&O Consult, met kenmerk 2760ao29822 v2, gedateerd: 06 december 2023. 11.2

Beoordelingskader vergunningplichtige inrichtingen

De gemeente Lochem heeft in het geluidbeleid vastgesteld dat de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening het afwegingskader biedt. De handreiking wordt toegepast bij: • het verlenen van omgevingsvergunningen activiteit milieu; • de ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige bestemmingen en het geluid van bedrijven. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) gelden de richtwaarden uit onderstaande tabel. Voor het maximale beoordelingsniveau (LAmax) gelden de streef- en grenswaarden. De inrichting en omliggende geluidgevoelige gebouwen liggen in de woonomgeving “Landelijke omgeving”. tabel 7: Aanbevolen richtwaarden LAr,LT en aanbevolen streefwaarde-grenswaarde LAmax voor maxi-

male geluidniveaus in de woonomgeving in dB(A) volgens de Handreiking. Dag Avond 7:00-19:00 19:00-23:00 Aard van de woonomgeving LAr,LT LAmax LAr,LT LAmax richtstreef richtstreef waarde grens waarde grens Landelijke omgeving 40 50-70 35 45-65 Rustige woonwijk, weinig verkeer 45 55-70 40 50-65 Woonwijk in de stad 50 60-70 45 55-65 Bedrijventerrein 55 65-70 50 60-65

Nacht 23:00-7:00 LAr,LT LAmax richtstreef waarde grens 30 40-60 35 45-60 40 50-60 45 55-60

27 van 40

De richtwaarden mogen na bestuurlijke afweging maximaal worden opgerekt tot 50 dB(A) en in bestaande situaties soms tot 55 dB(A) en voor bedrijventerrein tot 65 dB(A). De streefwaarde of voorkeurswaarde ligt 10 dB(A) boven de richtwaarde. De grenswaarde kan onder voorwaarden op basis van een bestuurlijke afweging in de dag en nacht 5 dB(A) worden verhoogd. Het geluid van wegverkeer van en naar het bedrijf moet afzonderlijk van het bedrijf worden beoordeeld als indirecte hinder. De beoordeling vindt plaats overeenkomstig de ‘Circulaire inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting - Beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer’ van 29 februari 1996 ofwel de zogenaamde Schrikkelcirculaire. Het betreft alleen geluidhinder van verkeersbewegingen die toe te rekenen zijn aan de inrichting. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 50 dB(A) - en de maximale grenswaarde van 65 dB(A). Voor maximale geluidniveaus (piekgeluidsniveaus) zijn expliciet geen waarden opgenomen. 11.3

Vigerende vergunning

Voor de beoordeling van het onderdeel geluid is de vigerende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu van toepassing van 10 mei 2011 (revisievergunning). Representatieve bedrijfssituatie in dB(A)

dag 1,5 m

avond 5 m

nacht 5 m

06:00-19:00 uur

19:00-22:00 uur

23:00-06:00 uur

Beoordelingspunt

LArLT

LAmax

LArLT

LAmax

LArLT

LAmax

Woningen derden

45

70

40

65

35

60

LAmax van laden en lossen wordt in de dagperiode niet getoetst. In de considerans van de omgevingsvergunning van 10 mei 2011 is vermeld dat een akoestische scan is uitgevoerd voor deze veehouderij. Uit de scan volgt dat; • het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van woningen van derden maximaal 44,9 dB(A) bedraagt. • Het maximale geluidniveau ter plaatse van woningen van derden maximaal 50,4 dB(A) bedraagt. 11.4

Akoestisch onderzoek GO-consult

Representatieve bedrijfssituatie (RBS) De laad- en losactiviteiten vinden uitsluitend in de dagperiode plaats. Bezoekers / werkverkeer In de dagperiode bezoekt ten hoogste 1 bestelbus de inrichting. Tevens bezoeken ten hoogste 5 personenauto’s gedurende de dagperiode en 2 personenauto’s gedurende de avondperiode de inrichting Aan-/afvoer diversen Voor de aan- en afvoer van diversen goederen bezoekt ten hoogste 1 vrachtwagen de inrichting in de dagperiode. Ten tijde van het laden/lossen is de vrachtwagen 15 minuten stationair in bedrijf. Aanvoer kuikens Voor de aanvoer van kuikens bezoeken ten hoogste 2 vrachtwagens de inrichting in de dagperiode. Het lossen van de kuikens geschiedt middels een loader en duurt ten hoogste 2 uur.

28 van 40

Aanvoer voer Ten hoogste 1 keer per dag bezoeken 2 vrachtwagens de inrichting voor de aanvoer van voer. De aanvoer van voer kan plaatsvinden in zowel de nacht- (vroege ochtend), dag- of avondperiode. Het lossen van de vrachten voer duurt in totaal ten hoogste 1 uur. Afvoer spoelwater Na elke ronde van vleeskuikens wordt er binnen de inrichting spoelwater afgevoerd. Hiervoor rijdt één tractor met giertank het spoelwater gedurende de dagperiode op de omliggende gras- of akkerlanden. Het pompen van het spoelwater duurt in totaal 1 uur per vracht Afvoer kadavers Ten hoogste 1 keer per week worden kadavers van de inrichting opgehaald. Het laden duurt ten hoogste 5 minuten waarbij de vrachtwagen stationair in bedrijf is. Het laden van kadavers geschiedt vanwege hygiënevoorschriften buiten de inrichtingsgrens. Derhalve is de rijbeweging niet in de berekening betrokken, maar wel als indirecte hinder beschouwd. Aanvoer strooisel / houtsnippers 1 keer per 2 maanden wordt er strooisel aangevoerd door derden. Tevens wordt er 4 keer per jaar ook houtsnippers aangevoerd naar de inrichting. Dit vindt nooit binnen hetzelfde etmaal plaats. Hiervoor wordt de aanvoer van houtsnippers als maatgevend beschouwd aangezien deze opslag buiten is gelegen. Hiervoor bezoeken 5 vrachtwagens van derden het bedrijf in de dagperiode.

Het lossen van het strooisel duurt per vracht 15 minuten waarbij de vrachtwagen stationair draait. Noodstroomaggregaat Binnen de inrichting is ook een noodstroomaggregaat aanwezig, deze voorziet het bedrijf bij stroomstoringen van stroom. Deze wordt maandelijks getest, het testen van de noodstroomaggregaat duurt ten hoogste 30 minuten. Stationaire bronnen Pluimveestal B is voorzien van een warmtewisselaar, welke is uitgerust met geluidsisolatie in de koker. Tevens is de pluimveestal voorzien van 12 mechanische ventilatoren van ZhielAbegg FF091-6DQ. Pluimveestal C is voorzien van een warmtewisselaar, welke is uitgerust met geluidsisolatie in de koker. Tevens is de pluimveestal voorzien van 10 mechanische ventilatoren van ZhielAbegg FF091-6DQ. Pluimveestal D is voorzien van een warmtewisselaar, welke is uitgerust met geluidsisolatie in de koker. Tevens is de pluimveestal voorzien van 12 ventilatoren van Zhiel-Abegg FF0916DQ. In het onderzoek is voor de warmtewisselaars en ventilatoren op de pluimveestallen uitgegaan van een vermogen van 100% over de dag-, avond- en nachtperiode, vanwege de cascade regeling van de ventilatoren. Bij pluimveestal C in de avondperiode staan 3 ventilatoren uitgeschakeld, in de nachtperiode staan op pluimveestal C 6 ventilatoren uitgeschakeld.

Bij pluimveestal B in de avondperiode staan 3 ventilatoren uitgeschakeld in de nachtperiode staan op pluimveestal B 6 ventilatoren uitgeschakeld. Ter hoogte van de voersilo’s zijn in totaal 10 voervijzels aanwezig. De voervijzels van de stallen zijn dagelijks 2 uur in de dagperiode en 30 minuten in de avondperiode in bedrijf Binnen de inrichting is een kadaverkoeling aanwezig. De koelmotor hiervan is 25% van de tijd in bedrijf.

29 van 40

De biomassaketel is gelegen in het gebouw A en is in de opstartfase van iedere ronde in gebruik om de stallen te verwarmen. De biomassaketel is 50% van het etmaal in bedrijf gedurende deze periode. Bij pluimveestallen D, C en B zijn overdekte uitlopen aanwezig aan de weerzijden van de pluimveestallen. De vleeskuikens zijn gedurende de gehele dagperiode aanwezig in de uitlopen, gedurende de avond-, en nachtperiode zijn de vleeskuikens intern in de stallen. De eerste 3 levensweken van de vleeskuikens wordt er geen gebruik gemaakt van de overdekte uitloop van de pluimveestallen. De binnen de stallen aanwezige pompen, mixers en motoren zijn buiten de inrichtingsgrens niet hoorbaar. Derhalve zijn deze niet in het onderzoek opgenomen. Incidentele bedrijfssituatie IBS Incidentele bedrijfssituaties zijn bedrijfssituaties welke ten hoogste twaalf keer per jaar voordoen. De vleeskuikens worden gedurende een periode van circa 8 weken gehouden. Per jaar vinden circa 6 cyclussen plaats. De vleeskuikens worden aan het eind van de cyclus in 2 rondes geladen, verspreid over 2 dagen. Tijdens de 2de ronde wordt ook de mest afgevoerd. IBS 1: Afvoer vleeskuikens Een loader wordt gebruikt voor het lossen en laden van de vrachtwagens met containers, waarin de vleeskuikens worden getransporteerd.

Het laden van de vleeskuikens vindt plaats in de nacht om te voorkomen dat de vleeskuikens onrustig worden. Nadat de vangploeg is gearriveerd, arriveert de eerste vrachtwagen. Na circa 45 minuten zijn alle containers gevuld met vleeskuikens, waarna de vrachtwagen het terrein van de inrichting verlaat op weg naar de slachterij. Na de eerste vrachtwagen arriveren nog eens ten hoogste 9 vrachtwagens. Voor het laden van de containers is de loader gedurende de gehele nachtperiode in bedrijf. IBS 2: Afvoer vleeskuikens en afvoer mest Een loader wordt gebruikt voor het lossen en laden van de vrachtwagens met containers, waarin de vleeskuikens worden getransporteerd en het laden van de strooiselmest. Het laden van de vleeskuikens vindt plaats in de nacht om te voorkomen dat de vleeskuikens onrustig worden. Nadat de vangploeg is gearriveerd, arriveert de eerste vrachtwagen. Na circa 45 minuten zijn alle containers gevuld met vleeskuikens, waarna de vrachtwagen het terrein van de inrichting verlaat op weg naar de slachterij. Na de eerste vrachtwagen arriveren nog eens ten hoogste 9 vrachtwagens. Voor het laden van de containers is de loader gedurende de gehele nachtperiode in bedrijf. In totaal worden de 100.000 vleeskuikens afgevoerd met 16 vrachtwagens.

Nadat alle vleeskuikens zijn geladen, rijdt de loader in de dagperiode de strooiselmest in circa 4 uur uit de pluimveestal, hierbij is de loader ten hoogste 2 uur buiten de stal in bedrijf. De vrachtwagens worden m.b.v. een kraan geladen, hierbij is de kraan ten hoogste 1,5 uur in de dagperiode in bedrijf. Als het strooiselmest uit de pluimveestal is gereden, verlaten de vrachtwagen het terrein van de inrichting. De bovengenoemde werkzaamheden vinden plaats binnen één etmaal. Aansluitend aan de afvoer van de dieren en de mest worden de stallen gereinigd middels een hogedrukreiniger. Daarbij wordt de hogedrukreiniger voorin de stal gezet en vandaaruit worden slangen gebruikt om de stallen te reinigen. Vanwege de situering van de hogedrukreiniger in de stallen wordt dit niet als relevante geluidsbron beschouwd. De bijdrage van de hogedrukreiniger zal niet waarneembaar zijn bij de omliggende geluidsgevoelige objecten. Beoordelingspunten De rekenpunten zijn geprojecteerd op omliggende geluidsgevoelige objecten en

30 van 40

op referentieafstanden vanaf 50 meter vanaf de inrichtingsgrens. De rekenhoogte op referentieafstanden van de inrichtingsgrens is in het gehele etmaal op 5 meter + maaiveld aangehouden. tabel 8: Rekenresultaten directe hinder

Berekende geluidniveaus in dB(A) Toetspunten T01 Heiland 2 oost T02 Weusdijk 1 oost T03 Berenpassteeg 5 (huis 1) noord T04 Berenpassteeg 5 (huis 2) noord T05 Wiechersweg 3A zuid T06 Wiechersweg 3A west T07 Hietland 1 zuid Richtwaarde/streef-grenswaarde T20 50 meter grens oost T21 50 meter grens noord T22 50 meter grens zuid T23 50 meter grens zuid

Dag h=1,5m

Avond h=5m

LAr,LT LAmax LAr,LT RBS IBS2 RBS IBS2 RBS IBS2 34 35 52 52 30 30 13 16 33 33 16 16 18 21 35 35 14 14 14 19 34 34 11 11 27 29 42 42 19 19 27 29 42 42 19 19 26 28 45 45 17 17 40 50-70 35 39 40 58 58 31 31 45 46 55 55 34 34 49 52 62 62 35 35 35 36 58 58 27 27

Nacht h=5m

LAr,LT LAmax LAmax RBS IBS2 RBS IBS1/2 RBS IBS1/2 36 36 29 37/36 24 48/48 27 27 15 23/23 10 42/42 24 24 14 25/25 8 39/39 23 23 11 26/26 6 40/40 25 25 18 30/30 16 43/43 25 25 18 30/30 16 42/42 21 21 17 29/29 14 43/43 45-65 30 40-60 38 38 31 37/35 27 51/51 36 36 34 44/44 35 56/56 45 45 31 52/52 27 62/62 43 43 27 34/33 23 58/58

IBS1: Resultaten incidentele bedrijfssituatie RBS + IBS 1: Afvoer Vleeskuikens IBS2: Resultaten incidentele bedrijfssituatie RBS + IBS 2: Afvoer Vleeskuikens en afvoer mest In vet is een overschrijding van de streefwaarde van LAmax opgenomen. Deze vindt in de RBS bij 1 woning en in de IBS bij 5 woningen plaats. Er wordt ruim onder de grenswaarde gebleven. Omdat overschrijding van de streefwaarde bij agrarische bedrijven gebruikelijk is kan dit worden toegestaan. In rood is een overschrijding van de richtwaarde in de IBS in de nachtperiode bij 1 woning opgenomen. Omdat de richtwaarde in de IBS niet direct van toepassing is kan dit op basis van een bestuurlijke afweging worden toegestaan. Tijdens het afvoeren van vleeskuikens in de IBS1 nacht is de loader meer in bedrijf dan tijdens het afvoeren van vleeskuikens en het afvoeren van mest in de IBS2 nacht. Vandaar dat LAr,LT bij toetspunt T01 bij IBS1 in de afronding 1 dB(A) hoger is dan bij IBS2. In de afronding scheelt dit 1 dB(A). In de berekening scheelt dit 0,4 dB(A). Er is geen geluidbeleid of wetgeving dat stelt dat een beoordeling op 50 meter van de grens moet plaatsvinden. Deze rekenresultaten worden voor kennisgeving aangenomen. Rekenresultaten indirecte hinder In de RBS wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voldaan.

In de IBS wordt vanwege 20 vrachtwagenbewegingen in de nachtperiode de voorkeurswaarde met 3 dB overschreden. Er wordt ruim voldaan aan de grenswaarde van 65 dB(A). Indirecte hinder vormt geen belemmering voor het verlenen van de aangevraagde vergunning. Controlemeting Omdat in de representatieve bedrijfssituatie RBS onder de richtwaarde wordt gebleven en de bronniveaus en bedrijfssituatie aanvaardbaar zijn is het niet nodig een controlemeting op te leggen.

31 van 40

Overwegingen Voor de representatieve bedrijfssituatie worden voor het langtijdgemiddelde geluidniveaus LAr,LT de richtwaarden van de Handreiking voor landelijk gebied in de geluidvoorschriften opgenomen. Voor het maximale geluidniveau LAmax worden de streefwaarden van de van de Handreiking voor landelijk gebied in de geluidvoorschriften opgenomen behalve wanneer de berekende waarde hoger is dan de streefwaarde, dan worden de berekende waarden in de geluidvoorschriften opgenomen. Voor de incidentele bedrijfssituaties worden de berekende waarden opgenomen wanneer deze hogere zijn dan de bij de representatieve bedrijfssituatie opgenomen beoordelingsniveaus. Omdat deze voor IBS1 en IBS2 nagenoeg gelijk zijn worden voor beide bedrijfssituaties dezelfde geluidvoorschriften opgenomen. 11.5

Conclusies

Ten aanzien van de optredende geluidsniveaus is de situatie milieuhygiënisch aanvaardbaar. Wij hebben aan de vergunning voorschrift(en) verbonden, waarin grenswaarden zijn gesteld op beoordelingspunten bij woningen van derden. De geluidsbelasting op deze punten is overeenkomstig de bij de aangevraagde activiteiten gewenste geluidsruimte. Er is geen reden om de vergunning te weigeren.

12 LUCHTKWALITEIT 12.1

BBT dierenverblijven voor zwevende deeltjes

Toetsingskader Voor zover het de toepassing van de Beste Beschikbare Technieken (BBT) in de dierenverblijven betreft, is de aanvraag getoetst aan het Besluit emissiearme huisvesting (Beh), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo; artikel 2.22, derde lid) en het Besluit omgevingsrecht (Bor; artikelen 5.3 en 5.4). Voor diercategorieën waarvoor het redelijk is om emissie-eisen te stellen voor zwevende deeltjes (PM10) zijn maximale emissiewaarden opgenomen in het Besluit emissiearme huisvesting. Het besluit geeft een goed beeld van de 'stand der techniek'. Het principe van het besluit is dat alleen huisvestingssystemen met een emissiefactor die lager is dan of gelijk is aan de maximale emissiewaarde zijn toegestaan. De diercategorie en het tijdstip waarop het dierenverblijf is opgericht bepalen of en welke maximale emissiewaarde van toepassing is. Wanneer een huisvestingsysteem voldoet aan de in het Beh gestelde eisen kan ervan worden uitgegaan dat dit huisvestingsysteem een voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare techniek is. Wanneer op basis van dit besluit geen maximale emissiewaarde van toepassing is, moet elk huisvestingssysteem worden aangemerkt als BBT.

Toetsing zwevende deeltjes (PM10) op basis van het Besluit emissiearme huisvesting In tabel 9 is per diercategorie per stal de maximale emissiewaarde naast de emissiefactor van het aangevraagde huisvestingssysteem gezet.

32 van 40

tabel 9: huisvestingssystemen aangevraagde situatie. stal

diercategorie

stalsysteem

Rav-code aantal PM10 per max. PM10 PM10 in dieren dier waarde g/jaar

D

vleeskuikens

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren (BWL 2009.14.V7)

E 5.10

34000 22

16

stal met luchtmengsysteem E 5.11 voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar (BWL 2010.13.V7)

66000 22

16

B, C vleeskuikens

D

748.000,0

max. PM10 emissie 544.000,0

1.452.000,0 1.056.000,0

additionele technieken warmtewisselaar; 31% voor emissiereductie emissiereductie fijn stof van fijn stof (BWL 2011.02.V6)

E 7.6

34000 31% n.v.t. reductie

-231.880,0

0,0

B, C additionele technieken warmtewisselaar; 31% voor emissiereductie emissiereductie fijnstof van fijn stof (BWL 2021.01)

E 7.18

66000 31% n.v.t. reductie

-450.120,0

0,0

Totaal

1.518.000,0 1.600.000,0

Emissiefactor op basis van de lijst met emissiefactoren fijn stof voor de veehouderij en maximale emissiewaarde op basis van bijlage 2 van het Besluit emissiearme huisvesting.

Bij de stallen B, C en D overschrijdt de emissiefactor van het huisvestingssysteem de maximale emissiewaarde niet. De uitvoering van deze stallen voldoen aan de eis van het toepassen van de BBT. Conclusie BBT dierenverblijven De dierenverblijven voldoen voor het onderdeel zwevende deeltjes aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting. Er is geen reden de gevraagde vergunning te weigeren. 12.2

Luchtkwaliteitseisen

Toetsingskader Het wettelijk kader voor de luchtkwaliteit is beschreven in de volgende documenten: • Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, Wet milieubeheer) • Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) • Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 • Regeling projectsaldering luchtkwaliteit 2007 • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) • Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een samenwerkingsprogramma van de rijksoverheid, provincies en gemeenten in de gebieden waar de normen voor luchtkwaliteit worden overschreden (overschrijdingsgebieden). De programmaaanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. De Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (RBL2007) bevat grenswaarden voor de luchtkwaliteit die door het bevoegd gezag als toetsingscriterium in de vergunningverlening moeten worden gehanteerd. Deze grenswaarden geven een niveau aan van de kwaliteit van de buitenlucht dat niet mag worden overschreden. Het RBL is niet van toepassing binnen de inrichting.

Dit betekent dat toetsing van de normen geschiedt buiten het terrein van de inrichting. De grenswaarden hebben betrekking op de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende

33 van 40

deeltjes (PM2,5 en PM10), lood, koolmonoxide en benzeen. Tevens is in deze bijlage een richtwaarde voor ozon gedefinieerd en zijn richtwaarden gegeven voor het totale gehalte in de PM10 fractie voor arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen. Op 1 januari 2019 is een wijziging van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Dit betekent dat een cumulatieve berekening voor fijnstof moet worden gemaakt als aan twee voorwaarden wordt voldaan: • de inrichting heeft een fijnstofemissie van meer dan 800 kg PM 10 per jaar en • binnen 500 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van de inrichting ligt een andere veehouderij die ook een fijnstofemissie heeft van meer dan 800 kg PM10 per jaar; De grens van 800 kg PM10 per jaar wordt verlaagd naar 500 kg PM10 per jaar als de achtergrondconcentratie hoger is dan 27 mg per m3 is. In beginsel dient ter beperking van de emissies BBT te zijn toegepast. Worden desondanks toch overschrijdingen van de grenswaarden verwacht en er is sprake van een in betekenende mate bijdrage van de inrichting, dan moet worden gezocht naar aanvullende eisen of alternatieven, waardoor de bijdrage van de inrichting per saldo niet groter wordt dan voor het te nemen besluit voor de vergunningverlening.

Op grond van artikel 5.16 en 5.19 Wm kunnen wij vergunning verlenen, indien: • de concentratie in de buitenlucht van de in bijlage 2 van de Wm genoemde luchtverontreinigende stoffen per saldo niet toeneemt (artikel 5.16, eerste lid, onder b, van de Wm) of niet in betekenende mate toeneemt (artikel 5.16, eerste lid, onder c)2 ten gevolge van de aangevraagde activiteiten • de concentratie in de buitenlucht van de in bijlage 2 van de Wm genoemde luchtverontreinigende stoffen (inclusief eventuele lokale bronnen in de omgeving van de inrichting) vermeerderd met de immissie ten gevolge van de activiteiten binnen de inrichting (inclusief voertuigbewegingen van en naar de inrichting) lager is dan de grenswaarden, zoals vermeld in Bijlage 2 van de Wm (art. 5.16, lid 1a) Toetsing De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor agrarische inrichtingen hebben betrekking op zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10). De stof NO2 komt voornamelijk vrij bij verbrandingsprocessen. Gelet op de activiteiten binnen de inrichting kan worden gesteld dat geen of nauwelijks NO2 wordt uitgestoten. De andere genoemde stoffen (zwaveldioxide, lood, koolmonoxide, benzeen en ozon) zijn niet relevant bij een agrarisch bedrijf. Aan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld, is niet getoetst. Gezien de aard van de inrichting (veehouderij) zullen deze niet worden overschreden.

Voor zwevende deeltjes zijn de volgende grenswaarden opgenomen: • 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 g/Nm3 voor PM10, waarbij geldt dat deze maximaal 35 keer per jaar mag worden overschreden • jaargemiddelde grenswaarde van 40 g/Nm3 voor PM10 • jaargemiddelde grenswaarde van 25 g/Nm3 voor PM2,5 De achtergrondconcentratie van fijnstof (PM10) is in de Achterhoek lager dan 27 g per m3. Hierdoor wordt de grens voor het al of niet uitvoeren van een cumulatieve berekening voor fijnstof niet verlaagd naar 500 kg fijnstof, maar blijft 800 kg. De fijnstofemissie is in de gevraagde situatie hoger dan 800 kg per jaar. Er ligt echter binnen 500 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze inrichting geen andere veehouderij 2

Artikel 5.16, eerste lid, onder c, geldt niet voor de gebieden in Noord-Brabant en Gelderland die zijn aangewezen in de Regeling NIBM.

34 van 40

met een emissie van 800 kg fijnstof per jaar. Het uitvoeren van een cumulatieve berekening kan daardoor achterwege blijven. Voor het berekenen van de concentratie van PM2,5 zijn nog niet in alle gevallen emissiefactoren bekend. Tot die tijd zal voor de beoordeling van PM2,5 worden uitgegaan van een publicatie van het Planbureau voor de leefomgeving. Op basis van een onderzoek van het RIVM (“Attainability of PM2,5 air quality standards, situation for the Netherlands in a European context, Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven 2009) wordt geconcludeerd dat wanneer aan de norm voor PM10 wordt voldaan, dit ook geldt voor de norm voor PM2,5. Uit toetsing van onderhavige aanvraag blijkt dat ten aanzien van de vergunde emissie van fijnstof een verbetering optreedt. Bij de aanvraag zijn de resultaten gevoegd van verspreidingsberekeningen conform het Nieuw Nationaal Model voor zwevende deeltjes. Deze berekeningen zijn gemaakt met het rekenmodel ISL3a, versie 2021-1. In het rapport is de bijdrage aan de immissieconcentratie inzichtelijk gemaakt. Zie onderstaande tabel. tabel 10: toetsing aan grenswaarden op de maatgevende punten stof parameter grenswaarde

rekenresultaat

PM10

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

17,47 µg/m3

PM10

Aantal overschrijdingen per jaar van het 24uurgemiddelde van de waarde 50 µg/m3

35 dagen

6,7 dagen

Conclusie Op basis van verspreidingsberekeningen concluderen wij dat wordt voldaan aan de grenswaarden in Bijlage 2 van de Wet milieubeheer voor zwevende deeltjes. Luchtkwaliteit vormt geen reden de gevraagde vergunning te weigeren.

13 (EXTERNE) VEILIGHEID 13.1

Besluit bouwwerken leefomgeving

Op 1 januari 2024 is het Bouwbesluit 2012 vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit besluit regelt onder andere het brandveilig gebruik van bouwwerken, het brandveilig opslaan van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen, het brandveilig opslaan van kleine hoeveelheden brand- en milieugevaarlijke stoffen en de aanwezigheid, controle en onderhoud van brandbestrijdingssystemen voor de hiervoor bedoelde situaties. Voor voornoemde situaties zijn daarom geen voorschriften in deze vergunning opgenomen.

14 OVERIGE ASPECTEN 14.1

Bijzondere bedrijfsomstandigheden

Voor het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu, die kunnen worden veroorzaakt door opstarten, lekken, storingen, korte stilleggingen, definitieve bedrijfsbeëindiging of andere bijzondere bedrijfsomstandigheden (artikel 5.7, eerste lid, van het Bor) zijn voorschriften in deze vergunning opgenomen.

35 van 40

14.2

Bedrijfsbeëindiging

Voor het treffen van maatregelen om bij definitieve bedrijfsbeëindiging de nadelige gevolgen die de inrichting heeft veroorzaakt voor het terrein waarop zij was gevestigd, ongedaan te maken of te beperken voor zover dat nodig is om dat terrein weer geschikt te maken voor een volgende functie (artikel 5.7, eerste lid, van het Bor), zijn in paragraaf 1.5 van deze vergunning voorschriften opgenomen. 14.3

Toekomstige ontwikkelingen

Er zijn geen toekomstige ontwikkelingen bekend die van invloed zijn op de beoordeling van de aanvraag. 14.4

Andere regels en wetten

Het verlenen van deze vergunning houdt niet in dat hiermee is voldaan aan de bepalingen die in andere wetten en regels (zoals een besluit op basis van de Wet dieren) zijn gesteld dan wel op grond hiervan worden voorgeschreven.

CONCLUSIE Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het wijzigen van de inrichting zijn er geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.

36 van 40

BEGRIPPEN AFVALSTOFFEN Alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. AFVALWATER Alle water waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of moet ontdoen. BASSIN Een reservoir voor de opslag van vloeistoffen dat niet gelegen is onder een gebouw, doch waarvan een aanwezige bovenafdekking de functie van vloer kan vervullen. BEDRIJFSAFVALWATER Afvalwater (inclusief verontreinigd hemelwater), niet zijnde huishoudelijk afvalwater. BEDRIJFSRIOLERING Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en afvoer van bedrijfsafvalwater. BODEMBESCHERMENDE MAATREGEL Op de gebezigde stoffen en gebruikte bodembeschermende voorziening toegesneden handeling gericht op reparatie, schoonmaak, onderhoud, actie bij incidenten, bedrijfsinterne controle, inspectie of toezicht ter voorkoming van bodemverontreiniging waarvan de uitvoering is gewaarborgd BODEMBESCHERMENDE VOORZIENING Een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem.

BODEMRISICODOCUMENT Document dat inzicht geeft in het risico van bodemverontreiniging. Hiertoe wordt per bodembedreigende activiteit overeenkomstig de bodemrisicochecklist uit de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bepaald of met de aanwezige of voorgenomen combinatie van voorzieningen en maatregelen sprake is of zal zijn van een verwaarloosbaar bodemrisico. WMS-CATEGORIE: ZEER LICHT ONTVLAMBAARGRENZEN: KOOKPUNT TEN HOOGSTE 308 K (35°C) EN vlampunt lager dan 273 K (0°C).Klasse 0WMS-categorie: licht ontvlambaar Grenzen: Vlampunt van 273 K (0°C) tot 294 K (21°C).Klasse 1WMS-categorie: Ontvlambaar Grenzen: Vlampunt gelijk aan of boven 294 K (21°C) en ten hoogste 328 K (55°C).Klasse 2.WMScategorie: -Grenzen: Vlampunt boven 328 K (55°C) en ten hoogste 373 K (100°C).Klasse 3.WMS-categorie: -Grenzen: Vlampunt boven 373 K (100°C).Klasse 4. Opmerking: Bovenstaande definities zijn ontleend aan PGS 30, juni 2005. EMBALLAGE Verpakkingsmateriaal, zoals glazen en kunststof flessen, blikken en kunststof cans, metalen en kunststof vaten of fiberdrums, papieren en kunststof zakken, houten kisten, big-bags en intermediate bulkcontainers (IBC's). ENERGIEKOSTEN Alle kosten zoals vermeld op de eindafrekening van het energiebedrijf die samenhangen met het verkrijgen van aardgas, elektriciteit, warmte (uit een distributienet) en andere

37 van 40

brandstoffen (stookolie, gasolie, diesel) voor de gebouwen, faciliteiten en processen in de inrichting, maar exclusief de kosten gemaakt voor brandstoffen voor motorvoertuigen. Voor aardgas moeten met name worden meegenomen basisprijs, brandstofheffing, calorische toeslag, energieheffing (regulerende energiebelasting), vastrecht en BTW. Voor elektriciteit moeten met name worden meegenomen de kosten voor normaaluren en laagtariefuren (is afhankelijk van kWh-verbruik), kW-tarief continu en piekuren (is afhankelijk van het opgestelde vermogen), brandstofkosten, transformatorverliezen, energieheffing, vastrecht en BTW. EQUIVALENT GELUIDSNIVEAU (LAeq) Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode, optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" 1999, uitgegeven door het Ministerie van VROM. GASFLES Een verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter. GELUIDSGEVOELIGE BESTEMMINGEN Gebouwen of objecten, aangewezen in het Besluit geluidhinder krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder (Stb. 1982, 465). GELUIDSNIVEAU IN dB(A) Het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) terzake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no.

651, uitgave 1989. GEUROVERLAST De geur wordt binnen een bepaald tijdbestek langdurig of herhaaldelijk in vleugen waargenomen. De geurbeleving wordt beoordeeld als negatief en de geur wordt daarbij als zwaar, eventueel als prikkelend of verstorend omschreven. De geur dient herkend te worden als een geur afkomstig van de inrichting en niet van andere bronnen uit de omgeving. GEVAARLIJKE AFVALSTOFFEN Afvalstof die een of meer van de in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit. GEVAARLIJKE STOFFEN Gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. GEVOELIG OBJECT Dit begrip is gedefinieerd in het Besluit mestbassins milieubeheer. KADERRICHTLIJN AFVALSTOFFEN Richtlijn nr. 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312) KIWA Dienstverlenend centrum voor kwaliteitsbeheersing en onderzoek in de sectoren Drinkwater, Bouw en Milieu, Postbus 70, 2280 AB Rijswijk, telefoon: (070) 414 44 00telefax: (070) 414 44 20internet: www.kiwa.nl LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT)

38 van 40

Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999. MAXIMALE GELUIDNIVEAU (LAmax) Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms. NEN-EN Een door het Comité Européen de Normalisation (CEN) opgestelde norm die door het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) als Nederlandse norm is aanvaard. NEN-EN 1838 Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting. OVERSLAAN het kortdurend stallen van containers met afval, bijvoorbeeld containers die door schepen worden aangevoerd en daarna door voertuigen worden verder getransporteerd, of andersom; het overbrengen van afval in een groter transportmiddel, bijvoorbeeld vanuit de chemokar naar grotere vrachtwagens. Het kan daarbij gaan om afval dat door rechtspersoon A is ingezameld of wordt getransporteerd en tijdelijk binnen de inrichting van rechtspersoon B wordt overgeslagen; het stallen van met afval geladen voertuigen, bijvoorbeeld het overnachten van een volle vrachtwagen op een inrichting.

PGS Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, onder verantwoordelijkheid van vier departementen uitgebrachte richtlijnen voor opslag en handling van gevaarlijke stoffen (voorheen CPR-richtlijn). De adviesraad gevaarlijke stoffen heeft voor het tot stand komen van deze richtlijnen een adviserende taak. PGS richtlijnen zijn te downloaden via www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. PGS 15 Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15, 'Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen: richtlijn voor brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid'. Downloaden via www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. REFERENTIEPERIODE Tijdsbestek waarbinnen een bassin moet blijven voldoen aan de gestelde eisen. TERUGVERDIENTIJD De verhouding tussen het investeringsbedrag voor de maatregel na aftrek van eventuele subsidies en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing en andere besparingen. In geval van een investering in een installatie voorzien van afzonderlijke energiebesparende componenten moet in plaats van het totaalinvesteringsbedrag worden gerekend met de meerinvestering ten opzichte van een installatie zonder de energiebesparende componenten.

Voor de berekening van de financiële opbrengsten ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing moet worden gerekend met de op het moment van het energiebesparingsonderzoek geldende kosten (tarieven) voor de betrokken inrichting. Er wordt geen rekening gehouden met de eventuele kosten van het (vervroegd) uit bedrijf nemen van een installatie en niet met rentekosten.

39 van 40

VERKEERSBEWEGING Het aan- of afrijden met een persoon-, bestel- of vrachtwagen. VERKLARING VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING Een bewijs van inspectie waarmee aangetoond wordt dat een voorziening als vloeistofdicht wordt aangemerkt. VISA Veiligheid Industriële Stookinstallaties voor het stoken van Aardgas. VLOEISTOFDICHTE VOORZIENING Effectgerichte voorziening die waarborgt dat - onder voorwaarde van doelmatig onderhoud en adequate inspectie en/of bewaking - geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die voorziening kan komen. VLOEISTOFKERENDE VOORZIENING Fysieke barrière die in staat is stoffen tijdelijk te keren. WONING Gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet.

40 van 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15201505/1