CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Lochem 2025 - wijzigingen

Raadsvergadering 15 september 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Lochem 202513.425 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het modelreglement VNG gaf daarvoor enerzijds de voorzet (in het nieuwe hoofdstuk 4 zijn opgenomen uitsluitend alle bevoegdheden en instrumenten van raadsleden), anderzijds kunnen rRaadsleden (en fractievertegenwoordigers) kunnen door opname van dit artikel op deze plek ook in tafelgesprekken hun voorstellen van orde (blijven) doen. Artikel 18: voor het opnemen van dit artikel gold dezelfde redenering als voor artikel 16. Dde regels voor het handhaven van de orde en schorsing betreffen door opname in deze paragraaf zowel de tafelgesprekken als de raadsvergadering. Artikel 26 van de Gemeentewet gaat al over het handhaven van de orde, maar betreft alleen de raadsvergadering. Het was nodig een eensluidend artikel op te nemen voor de tafelgesprekken. Besloten is het artikel over handhaven hier op te nemen als (algemene) regel, als noodzaak maar ook als aanvulling op wat reeds geregeld is. Samen met artikel 4 (het voorzitterschap) en artikel 40 46 lid 2 (het verstoren van de orde door toehoorders) zijn er voldoende mogelijkheden om zowel de vergaderingen als de tafelgesprekken goed te leiden en daar indien nodig - handhavend op te treden. 19

De artikelen over verslaglegging (19 en 20) zijn ook in deze paragraaf terecht gekomen. Ze betreffen de verslaglegging van de hele Politieke AvondArtikel 19 en 20: gaan over de verslaglegging. Het maken van een verslag is niet verplicht. In de wet wordt alleen gesproken over de verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid, van de wet en het vijfde lid). De besluitenlijst dient op zo kort mogelijke termijn te worden gepubliceerd (tweede lid). Dit kan voordat het verslag is vastgesteld aangezien de besluitenlijst 'slechts' een overzicht geeft van (alle) door de raad genomen beslissingen (dus niet alleen besluiten in de zin van de Awb maar ook bijvoorbeeld een afspraak om een werkbezoek af te leggen). Het ligt voor de hand dat het verslag en de besluitenlijst ook op de gemeentelijke website toegankelijk worden gemaakt (derde lid). Andere vormen van verslaglegging zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld een (geluids)opname van de raadsvergadering met een overzicht van de sprekers, de onderwerpen – voorzien van tijdscodes – en een besluitenlijst. Hoofdstuk 3, paragraaf 2: in deze paragraaf bevinden zich twee artikelen over de beeldvormende en meningvormende tafelgesprekken. Wat algemeen (voor de hele Politieke Avond) geregeld kon worden staat in paragraaf 1. Hier bevindt zich de specifieke informatie voor de beeldvormende en meningvormende tafelgesprekken.

Artikel 21: dit artikel benoemt de (mogelijke) deelnemers aan de gesprekken: de wethouder(s) en burgemeester als bestuursorgaan, meesprekers uit de samenleving, raadsleden en fractievertegenwoordigers. Met lid 7 over de nadere regels wordt een flexibele doorontwikkeling van de gesprekken beoogd. Hoofdstuk 3, paragraaf 3: in deze paragraaf worden de informerende, adviserende en open ronde tafelgesprekken benoemd. Net als voor de beeldvormende en meningvormende tafelgesprekken is er voor gekozen de nadere regels voor deze onderdelen te laten bepalen door het presidium en de agendacommissie. Evaluaties en verbeteringen zijn zo permanent mogelijk en sneller realiseerbaar.Artikel 22: De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de wet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de wet. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom zorgt hij voor het bijhouden van de presentielijst en stelt hij samen met de voorzitter deze vast en ondertekent deze (tweede lid). Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum aanwezig was.

Bij de informerende tafel is de mogelijkheid opgenomen zowel ambtenaren als externen informatie te laten geven. Hoofdstuk 3, paragraaf 4: in deze paragraaf verdwenen een paar artikelen. Om niet meer terug te komen of zich op een andere plek weer aan te treffen. Op basis van maatwerk of de aanbiedingsbrief bij het modelreglement van de VNG: Artikel 15 Zitplaatsen verdween. Dit zal in de gemeente ook geregeld worden zonder dat er een bepaling in het reglement staat. Artikel 16 Opening vergadering; quorum kon vervallen; artikel 20 van de Gemeentewet gaat erover. Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming kon achterwege blijven; hij dubbelde met de paragraaf over Procedures bij stemmingen (artikel 30). Artikel 18 Notulen schoof op naar paragraaf 1 en vindt zich terug in artikel 19. Artikel 23 Spreektijd kon ook vervallen. Een structurele spreektijdenregeling is te regelen via het presidium (via de artikelen 6 en 21). Ter vergadering kan een beroep worden gedaan op het doen van een voorstel van orde (via artikel 16). 20

Artikel 24 Handhaving orde en schorsing is al geregeld in artikel 26 van de Gemeentewet en kon in principe achterwege blijven. In artikel 17 van dit reglement is op het gebied van het handhaven van de orde toch een verdiepingsslag geregeld voor zowel de raadsvergadering als de beeldvormende en meningvormende tafelgesprekken. Samen met artikel 4 (het voorzitterschap) en artikel 39 lid 2 (het verstoren van de orde door toehoorders) zijn er voldoende mogelijkheden om de raadsvergadering goed te leiden en daar - indien nodig - handhavend op te treden. Artikel 25 Beraadslaging is ook geschrapt wegens overbodig. Het doen van een voorstel van orde (via artikel 16) is de aangewezen weg voor afzonderlijke beraadslaging of schorsing. Artikel 26 Deelname aan de beraadslagingen door anderen is verwijderd en vervangen door artikel 13 betreffende de hele Politieke Avond. De overgebleven (en nieuwe) artikelen 25 tot en met 30, aangaande de Presentielijst, Ingekomen stukken, Aantal spreektermijnen, Stemverklaring en Beslissing werden nagelopen op actualiteit.Artikel 23: over aan de raad gerichte inkomende stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld kennisnemen, in behandeling nemen, doorsturen naar een raadscommissie of het college, etc. Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren.

Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden voorbereid. De schriftelijke mededelingen van het college aan de raad komen bij de raad binnen via een raadsmemo. De raad stelt op voorstel van de agendacommissie, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast (tweede lid). Artikel 24: Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid). Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Dit behoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp (artikel 29 van de wet). Hoofdstuk 3, paragraaf 5: de artikelen 30 tot en met 32 volgen de algemene lijn van het modelreglement VNG. In Lochem is er voor gekozen om op digitale wijze te stemmen.

Zie verder ook artikelen 27 tot en met 32 Gemeentewet.

Artikel 25: stemverklaringen zijn kort en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint. Artikel 26: De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist (eerste lid). De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing (tweede lid). Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de wet. Artikel 27: Indien een raadslid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden (eerste lid). De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de wet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen (tweede lid). Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog gewezen op artikel 209, tweede lid, van de wet, dat tot hoofdelijke stemming verplicht bij het aangaan van een verplichting voordat de begroting is goedgekeurd. 21

De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele raadsleden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van deelname aan stemming op grond van artikel 28 van de wet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden. In aArtikel 3128: voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement strekt tot wijziging van een voorstel en komt daarom in stemming voorafgaand aan de stemming over dat voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Bovendien kan de raad besluiten af te wijken van deze stemvolgorde. lid 4 werd de zin 'De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken' toegevoegd: soms kan een motie voor een fractie dermate zwaar wegen dat de steun voor het gehele voorstel hiervan afhangt ..

dan is het nuttig als de raad - in de praktijk op voorstel van de betreffende fractie kan besluiten om van de voorgeschreven stemvolgorde af te wijken (wijzigingsbrief VNG juni 2016). In aArtikel 3229: artikel 31, eerste lid, van de wet geeft aan dat de stemming over personen geheim dient te zijn. Sinds 1 februari 2016 is artikel 31 ook van toepassing op de stemming over de benoeming van een wethouder (artikel 35, eerste lid, van de Gemeentewet). Datzelfde geldt voor de stemming over het ontslag van een wethouder in het geval een motie van wantrouwen niet tot onmiddellijk aftreden leidt (artikel 49 van de Gemeentewet). Ook dat gebeurt schriftelijk en is daarmee geheim. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een behoorlijk ingevuld stembriefje (Kamerstukken II 1985/86, 19 403, nr. 3, blz. 86). In geval van een schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in de wet niet geregeld. Bij de benoeming van wethouders is er sprake van een vrije stemming. Dat is dus anders dan bij een voordracht, waarbij de keus beperkt is tot twee of meer kandidaten.

Bij een vrije stemming is artikel 28, eerste lid, onder a, en derde lid, van de wet niet van toepassing. Daarin is bepaald dat een raadslid zich van stemming onthoudt wanneer hij “behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt". Zoals vermeld is dat bij de benoeming van wethouders niet aan de orde. Een raadslid kan op het stembriefje de naam van elke kandidaat die zijn voorkeur heeft invullen: die van de voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander. Dat geldt dus ook voor raadsleden die zelf genomineerd zijn; die kunnen op zichzelf stemmen als ze dat willen. Artikel 30 en 31is opgenomen dat de raadsvoorzitter drie raadsleden benoemt tot de commissie geloofsbrieven (in plaats van twee, zoals opgenomen in het oude reglement). De artikelen 33 (herstemming over personen) en 34 (beslissing door het lot) zijn blijven staan. Weglating onder verwijzing naar artikel 31 van de Gemeentewet zou te beperkend zijn: in het Lochemse reglement staan drie in plaats van twee stemrondes. De 'beslissing door het lot' is specifieker omschreven dan in de Gemeentewet.: zoals bij artikel 30 (derde lid) aangegeven, beslist het lot wanneer er bij een tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken.

Hoofdstuk 4: de titel van dit hoofdstuk werd veranderd van 'Rechten van leden' in 'Bevoegdheden en instrumenten van raadsleden', overeenkomstig het modelreglement VNG. In totaal zijn er acht artikelen (dus acht bevoegdheden en instrumenten) opgenomen. De Voorstellen van orde verhuisden naar de meer logische paragraaf 1 van hoofdstuk 3, waardoor het geldig werd voor zowel raadsvergadering als beeldvormende en meningvormende tafelgesprekken, raadsleden en fractievertegenwoordigers. 22

Artikelen 3532: elk lid van de raad kan wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen ter behandeling in de raad, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 27). Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de wet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in artikel 27. Op basis van artikel 147b, tweede lid, juncto artikel 147a, tweede lid, van de wet is de raad verplicht een amendement te behandelen, overeenkomstig de door de raad vastgestelde regels. Uit de bewoordingen van artikel 147b, tweede lid, van de wet blijkt dat het recht om amendementen in te dienen aan elk individueel raadslid toekomt; drempelsteun is derhalve niet vereist (MV, Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 109). Artikel en 3633: In artikel 1 is de definitie van het begrip ‘motie’ gegeven. Een ‘motie’ is een voorstel tot het doen van een uitspraak.

Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke of procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom is het college formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft (tweede lid). Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats (derde lid). Dergelijke moties benaderen de in artikel 37 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden.

Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de raad. In de wet wordt één specifieke motie uitgewerkt, namelijk in artikel 49. Dit betreft de “motie van wantrouwen” waarbij de raad uitspreekt het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen. Artikel 34: Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen, maar de raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een verordening of beslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de wet is dit uitgewerkt. Hier is bepaald dat een lid van de raad een initiatiefvoorstel kan indienen; met deze formulering wordt tot uitdrukking gebracht dat dit recht aan elk individueel raadslid toekomt, drempelsteun is dus niet vereist (MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 109).

Het tweede en derde lid van artikel 147a van de wet bepalen dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening of beslissing wordt ingediend en behandeld. In het vierde lid van artikel 147a van de wet is sinds 1 februari 2016 bepaald dat het college de gelegenheid moet krijgen om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Het college moet immers de besluiten van de raad uitvoeren (artikel 160, eerste lid, onder b, van de wet). Deze zgn. 23

voorhangregeling is uitgewerkt in het tweede lid van dit artikel. Het is in eerste instantie aan de indiener om te beslissen wat hij met die inbreng doet en uiteindelijk beslist de raad over het al dan niet gewijzigde voorstel (MvT, Kamerstukken II 2012/13, 33691, 3, p. 2-3). Het derde lid houdt in dat de voorzitter het initiatiefvoorstel zo spoedig mogelijk op de agenda plaatst nadat het college in de gelegenheid is gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Als de oproep voor die vergadering echter al verzonden is, dan plaatst de voorzitter het niet op de agenda van eerstvolgende, maar daaropvolgende raadsvergadering. Dit laat de mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 8, tweede lid, voor te stellen het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Voor zover de in het tweede lid gestelde termijn dan nog niet verlopen is, zal er echter niet over het voorstel besloten kunnen worden (artikel 147a, van de Gemeentewet, juncto tweede lid van artikel 30). Dit staat er weliswaar niet aan in de weg dat er al over wordt beraadslaagd in de raadsvergadering, maar de voorzitter van de raad zal dan vervolgens de stemming over het voorstel aan moeten houden totdat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen.

Ook kan nadere beraadslaging op dat moment wenselijk worden geacht. Voor het overige is het aan de raad om vervolgens te bepalen hoe het initiatiefvoorstel verder wordt behandeld als het op de agenda staat. Indien de wensen of bedenkingen van het college daar aanleiding toe geven kan de indiener van het voorstel eventuele wijzigingen doorvoeren. Hij of zij is daartoe echter niet verplicht, omdat de wet alleen aangeeft dat het college de mogelijkheid moet hebben om een visie op het initiatiefvoorstel te hebben. Er is geen verplichting om de wensen of bedenkingen ook daadwerkelijk in het voorstel te verwerken. ondervonden geen wijziging behoudens tekstuele aanpassing conform het modelreglement VNG. Artikel 37 over het initiatiefvoorstel werd geactualiseerd. Nieuw is de gang langs het college voor wensen en bedenkingen, conform het modelreglement VNG. Aanvullend werd toegevoegd het zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad brengen van een nieuw voorstel. Voor het college werd twee weken een redelijke termijn geacht voor het formuleren van wensen en bedenkingen. Artikel 3835: dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel dat het college heeft voorbereid kan agenderen.

Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is (bijvoorbeeld omdat zij een voorstel willen wijzigen). De raad moet hier toestemming voor geven (eerste lid). Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel, dat door het college verder voorbereid is, opnieuw wordt behandeld. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de agendacommissie overlaten. is een vreemde eend in de bijt omdat het niet gaat om bevoegdheden en instrumenten van individuele raadsleden. Maar ook in het modelreglement is het opgenomen in dit hoofdstuk. Artikel 3936: dit artikel stelt nadere regels bij artikel 155, tweede lid, van de wet. Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht en is een zwaarder instrument.

Het gaat om het recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig, omdat de vergaderorde wordt doorbroken. is ongewijzigd gebleven. Artikel 4037: het vragenrecht stelt de leden van de raad in staat informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. 24

Deze dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het college of de burgemeester geeft daarom het schriftelijke antwoord. In de praktijk zal een schriftelijk antwoord van het college vaak door de desbetreffende portefeuillehouder gegeven worden (artikel 168 van de wet). De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld wenselijk is dat de verantwoordelijke portefeuillehouder of de burgemeester in de raadsvergadering e.e.a. komt toelichten en nadere vragen komt beantwoorden. Om die reden is in het vijfde lid ingevoegd dat de raad anders kan beslissen. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen. bleef het artikel voor de schriftelijke vragen; er zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht, enkel tekstuele aanpassingen. Artikel 38: in dit artikel 41 wordt een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad.

De passieve inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 169, derde lid, van de wet is de klassieke informatieplicht die het college opdraagt de door de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken, tenzij het openbare belang zich daartegen verzet. Dit recht om inlichtingen te vragen komt eveneens toe aan individuele raadsleden. Daarmee wordt voorkomen dat een raadsmeerderheid om (partij)politieke redenen belemmeringen opwerpt tegen het vragen van inlichtingen door een raadslid of raadsminderheid. is ongewijzigd gebleven. De inrichting van het Vragenhalfuur tijdens de Politieke Avond is vertaald in aArtikel 4239: dit artikel vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de wet met betrekking tot het vragenrecht. Hoofdstuk 5: aArtikel 40 dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie en het maken van het verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voor zover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden.

Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in het artikel 23, vierde lid van de wet wordt opgeheven. Artikel 4441: in dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, vierde lid, van de wet. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen zijn te raadplegen via het raadsinformatiesysteem. Artikel en 4542: zijn dit artikel is aangepast vanwege de invoering van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur die opper 1 januari 2023 in werking is getreden. Hierin is opgenomen dat de raad de geheimhouding niet meer hoeft te bekrachtigen. Verder mogen B&W, de burgemeester en de commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie. Ook is opgenomen wanneer informatie verstrekt kan worden aan derden. Hoofdstuk 6: in dit hoofdstuk verdween het artikel over het verbod op het gebruik van mobiele telefoons: het sluit niet meer aan bij de huidige tijd (aanbiedingsbrief Modelreglement VNG). Artikel 47 43: de voorzitter heeft de bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.bleef ongewijzigd. Artikel 48 werd doorgetrokken naar de hele Politieke Avond.

Aan de reeds genoemde geluid- en beeldregistraties werd in lid 1 de live stream registratie en haar gevolgen toegevoegd, voor andere registraties werden in lid 2 geen verdere aanpassingen doorgevoerd. 25

Artikel 44: Aangezien de vergaderingen van de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tvstations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Hoofdstuk 7:Artikel 45 in gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing ervan, beslissen de deelnemers aan het gesprek respectievelijk de raad op voorstel van hun (raads)voorzitter (artikel 49). Artikel 46: spreekt voor zich.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15891945/2