Raad TOE BP Barchemse Bos conStabiel Vts v8 15juli 2024
Tekst van het document
Ringenier, H., 2010. Plangebied Barchemse bos, gemeente Lochem; archeologisch vooronderzoek; een bureauonderzoek. RAAP-notitie 3486 11 Boshoven, E. H., 2010. Plangebied Barchemse bos te Barchem, gemeente Lochem; archeologisch vooronderzoek; een inventariserend veldonderzoek (karterende fase). RAAPnotitie 3529 12 ‘… over de toppen der heuvels, langs den zoom van het bosch, door diepe holle wegen …’. Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lochem. RAAP-rapport 3307 / d.d. 15 oktober 2018
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
54
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
De waardering van het historisch cultuurhistorisch landschap is gebaseerd op een beoordeling op drie criteria: 1. de gaafheid van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de ontginning, dat wil zeggen type grondgebruik, verkaveling, percelering etc. 2. de gaafheid van de huidige verticale dimensie in het landschap (fysiognomie) ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 c.q. de situatie ten tijde van de ontginning, dat wil zeggen de openheid of geslotenheid van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc. 3. de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt. De historische bouwkunst en stedenbouw vormt eveneens een belangrijke basis voor het cultureel erfgoed. Onder de historisch-bouwkundige waarden en stedenbouw wordt in Lochem het beschermde en onbeschermde 'bovengrondse' gebouwde erfgoed verstaan: gebouwen (objecten, complexen en ensembles), stedenbouwkundige structuren, maar ook historisch straatmeubilair, grenspalen, herinneringsmonumenten, monumentale kunst in de openbare ruimte (dat wil zeggen: wandkunst, nagelvast verbonden met architectuur), etc.
Tevens vallen beschermde stads- en dorpsgezichten, voor zover aanwezig, onder dit begrip, evenals andere bijzondere gezichten/ensembles, historische buitenplaatsen en overige gebieden. De geïnventariseerde objecten en complexen hebben gemeen, dat ze alle in meer of mindere mate een positieve cultuurhistorische en/of ruimtelijke waarde bezitten binnen de (steden)bouwkundige geschiedenis van de gemeente Lochem en de in deze gemeente aanwezige karakteristieke gebieden. De cultuurhistorische waardenkaart is geschikt om de basis te gaan vormen voor toekomstig cultuurhistorisch beleid, waaronder de planologische borging.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
55
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Figuur 20 – Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lochem (Bron: integrale ensemblekaart RAAP-rapport 3307)
Relatie met het plangebied Aan de hand van de cultuurhistorische waardenkaart van Lochem blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van een zone die is aangeduid met een ‘hoge waarde’ in het cultuurlandschap. Kenmerkend aan deze gebieden is onder meer dat, ondanks het verdwijnen van de vroegere perceelsrandbeplanting, het karakter van deze gebieden in belangrijke mate overeind is gebleven. Dat heeft vooral te maken met kenmerken die ook bij het huidig gebruik van het landschap passen, zoals grasland en een rationeel verkavelingspatroon. Deze maakten het landschap ‘robuust’ voor nieuwe ontwikkelingen. Bovendien bleven enkele singels bewaard en is ook de laanbeplanting langs de wegen op een aantal plaatsen nog aanwezig. Het gros van de gebieden van dit type heeft daarom een hoge waarde toegekend gekregen, waaronder ook het gebied zuidoostelijk rondom Barchem. Met het voorliggende woningbouwplan worden deze waarden niet aangetast. Er wordt nadrukkelijk ingezet op een clustering van woonkavels in het bos, waarbij het boskarakter aan de zuidzijde van de Borculoseweg overeind zal blijven, mede door de woningen iets verder terug te zetten ten opzichte van de weg. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 2.2.2 van deze plantoelichting. Het plangebied maakt verder geen deel uit van een (beschermd) cultuurhistorisch waardevol gebied.
Ook zijn in het plangebied geen monumenten of andere objecten aanwezig met een belangrijke cultuurhistorische waarde. Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor het plan.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
56
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
4.12
Kabels en leidingen
Voor planologisch relevante leidingen gelden verschillende beschermings- en veiligheidsafstanden waar in de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Op het perceel zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Ook in de nabijheid van de plangebieden zijn geen leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig (zie hiervoor ook paragraaf 4.6 van deze plantoelichting). Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.13 Vormvrije m.e.r.- beoordeling Regelgeving De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER).
Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Beoordeling plan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Met voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 6 nieuwe woningen voorzien.
Hiermee valt deze ontwikkeling ruim onder de genoemde drempelwaarden en is niet rechtstreeks m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
57
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r. voorkomt, dient wel middels een Vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken. Daarom zijn alle mogelijke milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling onderzocht en beschreven in de ‘Notitie Vormvrije m.e.r.- woningen ’. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hieruit blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Op grond van deze aanmeldnotitie is voor het bestemmingsplan dan ook geen mer-procedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Conclusie Het plan leidt niet tot bijzondere omstandigheden die het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk maken. 4.14 Duurzaamheid In de gemeentelijke Structuurvisie 2012-2020 uit 2013, waarin de toekomstvisie 2030 uit 2011 is opgenomen, is het beleid voor duurzaam bouwen vooral gericht op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Daar ligt voor de gemeente immers de grootste opgave. In 2015 heeft de gemeente Lochem het Gelders Energieakkoord ondertekend. Hierin is de ambitie vastgelegd dat de provincie in 2050 energieneutraal is. Lochem sluit hierdoor aan bij de werkmethoden van het Gelderse programma. Zo werkt Lochem onder meer mee in het programma ‘Gebouwde omgeving’.
Dat programma is voor al gericht op energie besparen en woningen verduurzamen. Uitvoeringsprogramma Klimaat en energie 2021-2023 In 2021 heeft Lochem het Uitvoeringsprogramma Klimaat en energie 2021-2023 vastgesteld. Daarin heeft het gemeentebestuur aangegeven hoe ze een bijdrage wil leveren aan de klimaatdoelen in het Nederlandse Klimaatakkoord: klimaatneutraal in 2050 en in 2030 49% broeikasgasuitstoot besparen ten opzichte van 1990. Dit Uitvoeringsprogramma heeft een praktische insteek: het is een klussenlijst met projecten die helpen om de doelen te halen. De projecten zijn verdeeld in de volgende lokale aandachtspunten: • Warmtetransitie in de gebouwde omgeving (inclusief besparing) • Duurzame opwek (met aandacht voor het landschap) • Gezonde landbouw en vitale natuur • Bedrijfsleven • Mobiliteit • Voorbeeldfunctie gemeente. Relatie plangebied Voor de onderhavige woningbouw betekent dit dat de woningen conform de geldende wettelijke regels niet op het gasnet worden aangesloten en moeten voldoen aan de nieuwe eisen voor bijna energieneutraal bouwen (BENG). Voor particuliere bouwers zet de gemeente in op informeren, stimuleren en faciliteren om duurzame energieopwekking en energiezuinig woningen te realiseren. De toekomstige kopers/bouwers kunnen daartoe terecht op de gemeentelijke
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
58
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
website: www.energieloketlochem.nl met tips voor duurzame energieopwekking en energiezuinige woningen. Voorts voorziet dit plan in het behoud van waardevol buitengebied door te bouwen op een binnenstedelijke locatie. Omdat het geen bestaande bebouwde locatie is maar binnenstedelijk groen betreft, wordt een belangrijk deel van het bos behouden en worden er ondanks de grote woningbouwopgave, op deze locatie niet meer dan 6 woningen mogelijk gemaakt. Verder zijn specifieke voorschriften opgenomen binnen de beschermingszone voor natte landnatuur. Om verdroging tegen te gaan is een verbod op onderkeldering opgenomen, moeten verhardingen worden beperkt en moet het hemelwater verplicht op eigen perceel worden geborgen.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
59
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
5 5.1
JURIDISCHE ASPECTEN Algemeen
Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe de nieuwe situatie is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.
Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.
Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze 2012-standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
60
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor een ieder. 5.2
Opbouw regels en verbeelding
Regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Nadere eisen; - Afwijking van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijking van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor de uitvoering van werken, geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden; - Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen bevat, dit verschilt per bestemming. Naast de SVBP2012 speelt ook de afstemming met het aangrenzende bestemmingsplan ‘Kern Barchem 2008’ een belangrijke rol. Vooral de opbouw en formulering van de regels is hierbij van belang. (Analoge) verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond.
Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, alsmede de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes zijn verplicht voorgeschreven. Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), waar nodig aangevuld met de Basisregistratie Kadaster (BRK). 5.3
Artikelgewijze toelichting
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden, zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Voor de begripsomschrijvingen is aangesloten bij het SVBP2012 en waar mogelijk bij het bestemmingsplan ‘Kern Barchem 2008’. Artikel 2 Wijze van meten
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
61
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Bos Deze bestemming is toegekend aan de bestaande bebossing die zich rondom de beoogde nieuwe woningen in het plangebied bevindt. De gronden zijn bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende bos/houtopstanden met daaraan eigen natuur- en landschapswaarden. Ook bijbehorende onverharde en/of halfverharde paden, water en extensief recreatief medegebruik zijn zonder meer toegestaan. De nieuw aan te leggen (verharde) paden ten behoeve van een in- en uitrit voor de woningen binnen de bestemming 'Wonen' zijn specifiek aangeduid en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' toegestaan. Daarbij geldt dat binnen elke afzonderlijke aanduiding één verhard pad is toegestaan en het profiel per pad maximaal 3,50 meter breed mag bedragen. Omdat de betreffende aanduiding breder is (i.c. 10 meter breed), bestaat er bij de uitvoering van de plannen flexibiliteit om zoveel mogelijk bomen te sparen. Aan de bestemming is een zogenaamd omgevingsvergunningstelsel gekoppeld, zodat diverse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden vergunningplichtig zijn.
De regeling is daarmee afgestemd op het bestemmingsplan ‘Kern Barchem 2008’. Ditzelfde geldt voor de bouwregels, waarvoor geldt dat uitsluitend bouwwerken (geen gebouwen zijnde) ten dienste van de bestemming zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 meter. Artikel 4 Tuin Deze bestemming is opgenomen voor de voortuinen van de nieuwe woonpercelen. Het betreft de gronden die voor de voorgevel van de nieuwe woningen liggen, tot aan de gronden die worden uitgegeven en in eigendom zijn van de toekomstige bewoners. Op deze gronden zijn uitsluitend tuinen behorende bij de woning toegestaan, evenals in- en uitritten en parkeervoorzieningen. De bestemming ‘Tuin’ waarborgt dat de gronden zoveel mogelijk vrij blijven van bebouwing en een groene uitstraling krijgen, c.q. houden. In de bestemming ‘Tuin’ zijn geen gebouwen toegestaan, alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen. De bouwhoogte hiervan mag maximaal 1 meter bedragen. Via een afwijking (en onder voorwaarden) is wel een erker toegestaan. Artikel 5 Wonen De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor de woonfunctie, waaronder ook tuinen en bijbehorende erven worden verstaan. De regels zijn afgestemd op de regels van de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan ‘Kern Barchem 2008’.
Zo is binnen de bestemming ‘Wonen’ sprake van hetzelfde planologisch regime als bij andere woonbestemmingen in de kern Barchem. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene regels, regels voor het bouwen binnen een bouwvlak en regels voor het bouwen buiten een bouwvlak. Algemeen Toegestaan zijn uitsluitend grondgebonden woningen. Daarbij is ook het aantal
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
62
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
toegestane wooneenheden per bouwvlak aangeduid op de verbeelding, in dit geval 1 omdat sprake is van vrijstaande woningen. Binnen bouwvlak Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. De maximum toegestane goot- en bouwhoogten van de woningen zijn aangegeven op de verbeelding. In aanvulling daarop geldt dat voor 35% van het hoofdgebouw de goothoogte niet meer dan 4 meter mag bedragen. Buiten bouwvlak Buiten het bouwvlak is per bouwperceel maximaal 75 m² aan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. De goothoogte van die gebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 5 meter. Het gebouw dient daarbij wel op ten minste 2 meter van de zijdelingse en/of achtergrenzen van het bouwperceel te zijn gesitueerd. Is deze afstand kleiner, dan geldt een lagere bouwhoogte (maximaal 3 meter). Verder geldt dat de gebouwen buiten het bouwvlak tenminste 3 meter achter de grens met de voortuin moeten worden gebouwd. Wel toegestaan is een carport die gelijk achter de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd, maximaal 20 m² beslaat en niet hoger is dan 3 meter. Beroep aan huis en kleinschalige bedrijvigheid Het beleid is erop gericht om bij de woonfunctie beperkte mogelijkheden te bieden voor de beroepsuitoefening of bedrijfsactiviteiten aan huis.
Tegelijkertijd geniet het rustige woon- en leefklimaat echter bescherming. Vandaar dat de beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis, aan strenge regels zijn gebonden. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is daartoe een regeling opgenomen voor de uitoefening van een dienstverlenend beroep aan huis. De regeling is bedoeld voor bijvoorbeeld de huisarts, tandarts, therapeut met een praktijk aan huis, maar ook voor de pedicure, kapper en schoonheidsspecialist aan huis en voor het kantoor aan huis. De omvang van deze nevenfunctie is voor een beroep aan huis beperkt tot 30% van de vloeroppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m² en voor een bedrijf aan huis tot een maximum van 50 m². Verder levert het parkeren door patiënten, klanten en bezoekers nogal eens problemen op bij de uitoefening van een beroep aan huis. Om dat in de hand te houden en eventuele overlast voor de buurt te voorkomen, is in de regels bepaald dat het parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein moet worden opgelost. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het besluit verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor de onderkeldering van gebouwen, alsook een regeling voor bijzondere kapvormen.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels In deze regel is aangegeven welk gebruik in ieder geval als strijdig met dit bestemmingsplan moet worden aangemerkt en daarmee valt onder het algemene
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
63
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
gebruiksverbod in artikel 2.1, lid 1, sub c van de Wabo. Volgens deze bepaling in de Wabo is het verboden om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder meer een mogelijkheid opgenomen om met maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven maatvoering. Dit is met name bedoeld om tegemoet te kunnen komen aan tussentijdse wijzigingen van het Bouwbesluit, zodat hiervoor niet het bestemmingsplan hoeft te worden herzien. Artikel 10 Overige regels Door de inwerkingtreding van de 'Reparatiewet BZK 2014' (Staatsblad 2014, 458) per 29 november 2014 is de bouwverordening voor het bestemmingsplan niet meer van toepassing. Regelingen met betrekking tot parkeren dienen daarom in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Daartoe is de regeling van de parkeerbepaling in de bouwverordening nu materieel overgenomen in dit bestemmingsplan. Een en ander leidt niet tot een inhoudelijke wijziging van de beoogde toetsing. Aan het Besluit ruimtelijke ordening is mede in verband met het intrekken van toetsing aan de bouwverordening de mogelijkheid opgenomen om voor de invulling van de eis van voldoende parkeren in concrete situaties gebruik te maken van beleidsregels (zie artikel 3.1.2 lid 2 onder a Bro), zoals dit ook onder de werking van de bouwverordening mogelijk was.
Omdat de gemeente Lochem niet over een eigen parkeernota beschikt, wordt in dit artikel verwezen naar de meest recente CROW-publicatie voor dit onderdeel, nr. 381. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), en toegespitst op de Wabo. De grootste verandering ten opzichte van de tot voorheen gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Bij het tenietgaan van bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag veroorzaakt onheil. Artikel 12 Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan aangehaald kunnen worden.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
64
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
6 6.1
UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid
Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan moet een exploitatieplan (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Eveneens hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld als: • Er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro; • Het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000, -; • Er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro; • De verhaalbare kosten, bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw mogelijk van zes woningen in het Barchemse bos. De gemeente Lochem heeft met de initiatiefnemer van het plan een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin onder meer afspraken zijn vastgelegd inzake het kostenverhaal. Vanwege deze overeenkomst is het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld.
Het plan betreft een particulier initiatief. De financiering van de bestemmingsplanherziening, alsmede alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan, komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente verbonden aan de uitvoering van het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is en het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro In het kader van artikel 3.1.1 Bro wordt het concept ontwerp bestemmingsplan toegestuurd aan de gebruikelijke overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening. Informeel overleg Met een aantal betrokken omwonenden heeft een drietal overlegmomenten plaatsgevonden, waarin de gemeente met deze omwonenden heeft gesproken over de nieuwe planvorming.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
65
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan zal in ontwerp ter visie worden gelegd, waarna belanghebbenden een zienswijze kenbaar kunnen maken. Het eerdere ontwerp bestemmingsplan heeft in 2019 ter visie gelegen. Door negen reclamanten is indertijd een zienswijze ingediend tegen dat ontwerpbestemmingsplan. B&W hebben het voornoemde ontwerpplan in juni 2020 ingetrokken. Met het onderhavig bestemmingsplan is getracht zoveel mogelijk rekening te houden met de toen ingebrachte zienswijzen (zie ook hoofdstuk 1, paragraaf 1.2 planproces). Met de hernieuwde ontwerp-tervisielegging worden belanghebbenden opnieuw in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken.
6.3
Uitvoerbaarheid kapvergunning en herplantverplichting
Ten behoeve van de woningbouw in het barchemse bos is het nodig om een aantal bomen te kappen. Deze bomenkap zal worden beoordeeld in het kader van de kapvergunning en herplantverplichting volgens de Algemene Plaatselijke Verordening. Daartoe is reeds een inventarisatie van te kappen bomen uitgevoerd en is een locatie tussen de Holterweg en de N322 bij laren beschikbaar voor de herplant van bomen. De gronden hebben een geldende bestemming waarbinnen deze herplant mogelijk is en er is ecologisch onderzoek uitgevoerd om te bezien of er bij herplant geen schadelijke gevolgen zijn voor de aanwezige flora en fauna.
Perceel waar de herplant in het kader van de APV is beoogd.
Ten behoeve van de woningbouw in het barchemse bos is het nodig om een aantal bomen te kappen. Deze bomenkap zal worden beoordeeld in het kader van de kapvergunning en herplantverplichting volgens de Algemene Plaatselijke Verordening. Daartoe is reeds een inventarisatie van te kappen bomen uitgevoerd
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
66
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
en is een locatie tussen de Holterweg en de N322 bij laren beschikbaar voor de herplant van bomen. De gronden hebben een geldende bestemming waarbinnen deze herplant mogelijk is en er is ecologisch onderzoek uitgevoerd om te bezien of er bij herplant geen schadelijke gevolgen zijn voor de aanwezige flora en fauna.
Perceel waar de herplant in het kader van de APV is beoogd.
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
67
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Bijlagen bij toelichting
Gemeente Lochem Bestemmingsplan Barchemse Bos mRO b.v./ TOE / 99.457 – v8 / 15 juli 2024
68
NL.IMRO.0262.baBorculoseweg-BP41 Vast te stellen
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan Barchemse Bos
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Historisch bodemonderzoek
Bijlage 4
Quick scan flora en fauna 2019
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna 2014
Bijlage 6
Quickscan Wet natuurbescherming 2023
Bijlage 7
Rapportage stikstofdepositie Ontwikkeling Barchemse bos te Barchem
Bijlage 8
Archeologisch vooronderzoek; een bureauonderzoek, RAAP-notitie 3486
Bijlage 9
Archeologisch vooronderzoek; een inventariserend veldonderzoek (karterende fase), RAAP-notitie 3529
Bijlage 10 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 10
Nota van Zienswijzen
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl