CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

RAAD Bijlage 1 Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem 2159133

Raadsvergadering 7 april 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied14.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem

Gemeente Lochem Domein Fysiek Team Ruimtelijke en economische ontwikkeling

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

1

Colofon Dit document is opgesteld door bureau 7TIEN in samenwerking met de gemeente Lochem Auteurs Bureau 7TIEN Ir. Freek Kuipéri Michelle Booij-Smid, MSc. Wieke Meijer, MSc. Opdrachtgever Gemeente Lochem

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

2

Publiekssamenvatting Deze startnotitie vormt eerste stap richting opstellen programma buitengebied In september 2024 is de Omgevingsvisie Lochem 2040 krachtig en in balans vastgesteld. Hierin is opgenomen dat ambities verder worden uitgewerkt in onder andere twee programma’s: een programma wonen/volkshuisvesting en een programma buitengebied. Deze startnotitie is een eerste stap richting een programma buitengebied en bevat de procesmatige en inhoudelijke uitgangspunten voor dit programma. Het programma is een uitwerking van de omgevingsvisie Het programma buitengebied wordt een programma onder de Omgevingswet. Dat betekent dat het programma een vertaling is van de Omgevingsvisie naar concrete doelen en uitgangspunten voor een specifieke opgave of een specifiek gebied. Hiermee is het een instrument voor gemeenten dat zich tussen ambities uit de Omgevingsvisie en de juridische uitvoering in het Omgevingsplan bevindt. In dit geval gaat het programma over de opgaven in het buitengebied. In Bijlage III en Bijlage IV is een overzicht opgenomen van de relatie tussen acties en doelen uit de Omgevingsvisie en dit programma. In deze startnotitie is beschreven waar het programma buitengebied wel en niet over gaat. De startnotitie biedt structuur voor het programma buitengebied In de startnotitie zijn doel, leidende principes, thema’s en opgaven benoemd.

Figuur 1 geeft een samenvatting van de onderwerpen die in het programma terugkomen. Om het doel van een vitaal buitengebied Lochem te behalen, hebben we vijf leidende principes geformuleerd. Deze principes vormen de basis voor het maken van keuzes over de invulling van onderliggende opgaven. Daarmee voorkomen we dat argumenten over het hoofd worden gezien bij het maken van keuzes. Zo zorgen we dat er steeds een integrale afweging kan worden gemaakt. Het programma zal vervolgens over opgaven binnen zes thema’s gaan. Drie van die thema’s (landbouw, natuur & landschap en water & klimaatadaptatie) komen ook terug in het programma voor het landelijk gebied van de provincie Gelderland. Drie thema’s (recreatie, landgoederen en energie) zijn toegevoegd omdat deze in Lochem een belangrijke rol spelen in het buitengebied. Per thema is gekeken wat de belangrijkste opgaven voor het buitengebied zijn. Dit leidt tot 13 opgaven in het programma buitengebied. Andere belangrijke thema’s voor Lochem zoals wonen en mobiliteit komen in andere plannen en programma’s terug. Daar waar deze thema’s de opgaven in dit programma raken wordt de relatie en daarbij behorende keuzes uiteraard gelegd.

Figuur 1. Overzicht leidende principes, thema's en opgaven die in het programma vitaal buitengebied Lochem terugkomen.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

3

De startnotitie geeft inzicht in te maken keuzes per opgave Om tot een oplossing voor de opgaven te komen zijn keuzes nodig. In hoofdstuk 5 is samengevat welke keuzes per opgave moeten worden gemaakt in het programma. Daarmee vormt dit een soort agenda voor de uitwerking. Tot slot verschilt de keuze die je wil maken per gebied. Kaarten en kennis over landschapstypen is daarom belangrijk. In hoofdstuk 4 is opgenomen welke kaarten in ieder geval worden meegenomen. De startnotitie biedt helderheid in procesmatige uitgangspunten voor het programma buitengebied Naast een beschrijving van waar het programma wel en niet over gaat, staat in de startnotitie ook welk 6. Proces om tot programma te komen we volgen om tot het programma te komen. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat er aandacht is voor monitoring en samenwerkingen bij het opstellen van het programma. Ook is beschreven welke stappen worden gevolgd. In de tabel hierna zijn die stappen samengevat waarbij aandacht is voor voorbereiding, het betrekken van inwoners en stakeholders en consultatie. Conform de Omgevingswet heeft het college van B&W de bevoegdheid om een programma onder de Omgevingswet vast te stellen. In het proces om tot het programma te komen willen we de raad echter wel nauw betrekken.

In de aanpak is daarom op twee momenten rekening gehouden met een raadssessie (voorafgaand aan participatie en na afloop van de participatie). Tabel 1. Stappen in proces om tot programma buitengebied Lochem te komen.

Doorlooptijd in maanden Stap Voorbereidende onderzoeken nav MER-advies OER Aanbesteding ondersteunen opstellen programma (inclusief participatie) Opstellen scenario’s en mogelijke maatregelen Toetsgesprekken haalbaarheid Raadplegen raad over keuzes en haalbaarheid Raadplegen inwoners (online en offline) Raadplegen stakeholders (bijeenkomsten) Raadswerkgroep uitkomsten participatie Opstellen ontwerp programma en participatieverslag Raadplegen raad over ontwerp programma Vaststelling ontwerp programma door college Ter inzage ontwerp programma (via Omgevingsloket) Zienswijze verwerken in definitief programma Definitief programma vaststellen

1

2

3

4

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

4

Inhoud Publiekssamenvatting .............................................................................................................................. 3 Inhoud ...................................................................................................................................................... 5 1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 6 1.1. Aanleiding ........................................................................................................................... 6 1.2. Doel startnotitie ................................................................................................................... 6 1.3. Totstandkoming startnotitie ................................................................................................. 6 1.4. Relatie met bestaand beleid en advies ............................................................................... 6 1.5. Leeswijzer ........................................................................................................................... 8

2. Wat is een Omgevingsprogramma? .................................................................................................... 9 2.1. Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet ..................................................................... 9 2.2. Programma voor buitengebied Lochem ................................................................................... 9 2.3. Relatie met ander beleid ......................................................................................................... 11 3. Structuur programma......................................................................................................................... 12 3.1. Hoofddoel: vitaal buitengebied Lochem ................................................................................. 12 3.2 Leidende principes ................................................................................................................... 12 3.3 Thema’s en opgaven ............................................................................................................... 13 4. Ruimtelijke analyse leidend voor keuzes in het programma ............................................................. 17 5. Uitgangspunten en keuzes voor het programma .............................................................................. 18 5.1.

Landbouw ............................................................................................................................... 19 5.2. Recreatie................................................................................................................................. 22 5.3. Natuur en landschap ............................................................................................................... 23 5.4. Landgoederen ......................................................................................................................... 24 5.5. Water en klimaat adaptatie ..................................................................................................... 25 5.6. Energie .................................................................................................................................... 26 6. Proces om tot programma te komen ................................................................................................. 27 6.1. Monitoring ............................................................................................................................... 27 6.2. Uitgangspunten aanpak .......................................................................................................... 27 6.3.

Samenwerkingen .................................................................................................................... 30 Bijlage I. Gesprekspartners ................................................................................................................... 31 Bijlage II. Relevant beleid ...................................................................................................................... 32 Bijlage III. Acties omgevingsprogramma ............................................................................................... 33 Bijlage IV. Doelen en subdoelen omgevingsvisie ................................................................................. 36 Bijlage V. Landschapstypen .................................................................................................................. 39

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

5

1. Inleiding 1.1. Aanleiding De gemeente Lochem heeft de ”Omgevingsvisie Lochem 2040: Krachtig en in balans” opgesteld. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de gemeente onder andere een programma vitaal buitengebied gaat uitwerken. Opgaven die spelen in het buitengebied krijgen een plek in dit programma. Deze startnotitie is een eerste stap om tot dit programma te komen.

1.2. Doel startnotitie Het doel van deze startnotitie is om de inhoudelijke en procesmatige kaders en uitgangspunten voor het programma vitaal buitengebied Lochem te beschrijven. De inhoudelijke uitgangspunten zijn afspraken en beleidsuitgangspunten die al vastgesteld zijn. Bijvoorbeeld omdat ze in de Omgevingsvisie zijn opgenomen of omdat Lochem er regionaal of provinciaal afspraken over heeft gemaakt. Daarbij wordt aangegeven welke verdiepende keuzes gemaakt moeten worden bij de uitwerking van het programma zelf. Hierdoor ontstaat een duidelijk kader waar het programma buitengebied wel over gaat en waarover niet. De startnotitie vormt zo de basis voor de verdere uitwerking van het programma.

1.3. Totstandkoming startnotitie Om te komen tot de inhoudelijke en procesmatige kaders is de volgende aanpak gehanteerd: • •

•

Opstellen eerste opzet. Allereerst is op basis van documentstudie een eerste opzet gemaakt van de structuur en de inhoudelijke uitgangspunten voor het programma; Toetsen opzet startnotitie intern en extern. Vervolgens is de eerste opzet besproken in een interne werksessie met een expertgroep, samengesteld uit personen van verschillende afdelingen binnen de gemeente (ruimtelijke ordening, landbouw, recreatie, groen, klimaatadaptatie, energie, wonen, economie en landschap/natuur). De aanpassingen uit deze sessie zijn verwerkt in een concept startnotitie, welke vervolgens is besproken met externe partners (zie overzicht Bijlage I. Externe gesprekspartners), en de wethouder Ruimtelijke ontwikkeling, landbouw en landschap; Landschapstypen kaart en masterclass. Parallel aan deze activiteiten is er gewerkt aan een nieuwe versie van de landschapstypekaart, die dient ter ondersteuning van het programma. Ook is een masterclass georganiseerd over het instrument Omgevingsprogramma uit de Omgevingswet voor de interne organisatie.

Omdat de startnotitie nog geen nieuwe keuzes bevat, heeft geen uitgebreide participatie over de startnotitie zelf plaatsgevonden. De startnotitie bevat namelijk bestaande beleidsuitgangspunten en afspraken. De participatie is voorzien rond de daadwerkelijke keuzes die in het programma worden gemaakt (zie hoofdstuk 6).

1.4. Relatie met bestaand beleid en advies 1.4.1. Omgevingsvisie Op 9 september 2024 is de “Omgevingsvisie Lochem 2040: Krachtig en in balans” 1 door de Raad vastgesteld. Hierin is niet alleen een beschrijving van de fysieke leefomgeving van de gemeente Lochem gepresenteerd, maar zijn ook de opgaven en ambities voor de toekomst opgenomen. De gemeente kijkt daarbij integraal naar thema’s als wonen, landbouw, natuur, bedrijvigheid, energie, klimaat en mobiliteit. Deze thema’s zijn gevat in de volgende 6 hoofdambities: 1. In Lochem is het fijn wonen en leven 2. Lochem is aantrekkelijk en groen 3. Lochem is ondernemend en uitnodigend 4. Lochem wordt klimaatneutraal en klimaatbestendig 5. Lochem is veilig, gezond en inclusief 6. Lochem is bereikbaar en zet in op duurzame mobiliteit

1

Zie voor meer informatie: Omgevingsvisie Lochem 2040 Krachtig en in balans

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

6

De ambities zijn als uitgangspunt gehanteerd bij het definiëren van de thema’s en leidende principes voor dit programma. Daarbij zijn ze niet één-op-één overgenomen maar toegepast op de situatie in het buitengebied. In paragraaf 3.1 is toegelicht hoe deze koppeling is gemaakt. Om de ambities in 2040 te bereiken zijn per hoofdambitie een aantal acties opgesteld. Deze acties dienen te landen in uitvoeringsprogramma’s en beleid. In de tabel in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is opgenomen waar welke acties een plek krijgen, en dus ook welke acties relevant zijn voor dit programma. Het kan zijn dat bij het uitwerken van het Omgevingsprogramma nieuwe strategische keuzes naar voren komen die verdere uitwerking behoeven in een volgende versie van de Omgevingsvisie. De uitkomsten van het Omgevingsprogramma zullen dus weer worden gebruikt als inbreng voor de Omgevingsvisie 2.0. 1.4.2. MER-advies over Omgevingseffectrapportage De adviescommissie Milieu Effect Rapportage (MER) heeft naar aanleiding van het Omgevingseffectrapport (OER) en de onderliggende Omgevingsvisie een advies uitgebracht. Zoals in de raadsmemo van 9 juli 2024 aangegeven worden de adviezen van de adviescommissie meegenomen bij de uitwerking van de omgevingsprogramma’s en zo ook in dit programma buitengebied.

De commissie heeft een aantal algemene adviezen gegeven en voor een aantal opgaven een specifieke aanbeveling gedaan. De specifieke aanbevelingen komen terug bij de uitgangspunten per thema in hoofdstuk 5. Op de volgende wijze is met de algemene adviezen omgegaan: 1. De Commissie adviseert om in aanvulling op het OER de grote samenhangende opgaven en keuzes waar de gemeente voor staat in beeld te brengen. Met deze startnotitie worden de opgaven en keuzes die voor het buitengebied spelen in samenhang in beeld gebracht zodat deze keuzes ook in samenhang kunnen worden bezien bij de uitwerking van het programma zelf. Zie hoofdstuk 5 voor het overzicht van deze keuzes. 2. De Commissie adviseert om in aanvulling op het OER de synergie en strijdigheden tussen de ambities en ruimteclaims uit de Omgevingsvisie verder uit te werken. Geef hierbij aan op welke vlakken keuzes gemaakt moeten worden. Waar verschillende opgaven leiden tot conflicterende ruimteclaims worden deze als keuzes benoemd in hoofdstuk 5. Daardoor wordt inzichtelijk welke keuzes gemaakt moeten worden en kunnen deze bij de uitwerking van het programma ook daadwerkelijk gemaakt worden. 3. Monitoring en evaluatie: a. De Commissie onderschrijft het voornemen om het beoordelingskader uit het OER als uitgangspunt voor monitoring te gebruiken en de scores van de huidige situatie als nulmeting te benutten.

Het is daarbij zinvol om actief de beschikbare monitoringgegevens te volgen of zelf te monitoren op Natura 2000, consequenties van duurzame energieopwekking en circulariteit op externe veiligheid, natuur en landschap en op biodiversiteit, zoals aangekondigd in het OER; b. De Commissie beveelt daarnaast aan om de volgende indicatoren te monitoren: overstap van agrarische bedrijven naar duurzame landbouw, beëindiging agrarische bedrijven en behoud cultuurhistorische en landschappelijke elementen. Daarbij beveelt de Commissie aan om de thema’s te monitoren in een frequentie die aansluit bij de dynamiek van het desbetreffende thema. In hoofdstuk 6 wordt een voorstel gedaan om bij de uitwerking van het programma een monitoringsframework te ontwikkelen waarbij deze adviezen worden meegenomen. 1.4.3. De werelddoelen voor duurzame ontwikkeling De gemeente Lochem onderschrijft de 17 Sustainable Development goals (SDGs), ofwel de werelddoelen, en past deze toe in haar beleid. Het programma vitaal buitengebied Lochem draagt specifiek bij aan de volgende doelen:

SDG 3 Goede gezondheid en welzijn. Groen en natuur dragen bij aan gezondheid en welzijn. Het aanbieden van de mogelijkheid tot fysieke activiteit in het buitengebied, bijvoorbeeld door een goed

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

7

netwerk van wandel- en fietspaden, draagt bij aan de gezondheid van inwoners. Daarnaast kan in het buitengebied ruimte worden geboden aan innovatieve zorgconcepten, zoals dagbesteding of zorgboerderijen. Als laatste kunnen gezondheidsrisico’s die relateren aan klimaatverandering of milieuvervuiling worden beperkt met de ruimtelijke inrichting van het buitengebied. SDG 7 Betaalbare en duurzame energie. Het bieden van ruimte voor hernieuwbare energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie of biogas in het buitengebied draagt bij aan een verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en duurzamere, lokaal opgewekte energie. Ook zijn er andere maatregelen binnen het energiesysteem die ruimtelijke consequenties hebben op de opslag van energie en verzwaring van het net. SDG 13 Klimaatactie. Het nemen van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie en -mitigatie in het buitengebied is essentieel. In het buitengebied dient bijvoorbeeld meer water te worden vastgehouden om de gevolgen van langdurige droogte te verminderen. SDG 15 Leven op het land. Dit doel is gericht op bescherming, herstel en duurzaam beheer van leven op het land in alle vormen. Het programma buitengebied gaat voor een belangrijk deel over hoe we dit land gebruiken en of we het land geschikt maken voor grote biodiversiteit.

1.5. Leeswijzer De startnotitie vormt de basis voor de ontwikkeling van het programma vitaal buitengebied Lochem. In hoofdstuk 2 wordt uitleg gegeven over het instrument Omgevingsprogramma in het kader van de Omgevingswet, en wordt de relevante beleidscontext besproken. In hoofdstuk 3 wordt de structuur voor het programma buitengebied besproken, aan de hand van het hoofddoel, de leidende principes, thema’s en opgaven. Hoofdstuk 4 beschrijft de kaarten die leidend zullen zijn bij het maken van keuzes. In hoofdstuk 5 zijn de opgaven per thema verder uitgewerkt en zijn de uitgangspunten en de te maken keuzes voor het programma buitengebied opgenomen. Als laatste, in hoofdstuk 6, wordt het proces om te komen tot het programma toegelicht.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

8

2. Wat is een Omgevingsprogramma? In dit hoofdstuk beschrijven we de context van het programma buitengebied. We introduceren de Omgevingsvisie onder de omgevingswet, beschrijven het omgevingsprogramma buitengebied en schetsen hoe het programma zich verhoudt tot landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsprogramma’s.

2.1. Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet 2.1.1. De Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingswet worden alle wetten en regels beschreven die voor onze fysieke leefomgeving gelden. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen werken binnen de Omgevingswet samen met als doel: 1. Het “bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur,” en 2. “doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.”2 2.1.2. De Omgevingsvisie In de Omgevingswet wordt de Structuurvisie vervangen door de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie beschrijft op provinciaal of gemeentelijk niveau wat de maatschappelijke opgaven en de te beschermen kernkwaliteiten van dat gebied zijn. Daarbij worden verschillende belangen afgewogen en integraal benaderd. In paragraaf 3.1 beschrijven we hoe de verschillende doelen uit de Omgevingsvisie een plek krijgen en in Bijlage III. Acties omgevingsprogramma is opgenomen op welke plek de acties uit de Omgevingsvisie een plek krijgen. Bijlage IV. Doelen en subdoelen Omgevingsvisie, bevat een vergelijkbaar overzicht voor de doelen die in hoofdstuk 5 van de Omgevingsvisie terugkomen. 2.1.3.

Het Omgevingsprogramma Waar de Omgevingsvisie op een integraal maar abstract niveau naar verschillende thema’s kijkt, richt een Omgevingsprogramma zich op de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie naar concrete doelen en uitgangspunten. Het dient daarmee als een tactisch en operationeel instrument voor gemeenten dat zich tussen strategisch beleid uit de Omgevingsvisie en de juridische uitvoering in het Omgevingsplan bevindt. Een provincie of gemeente kan één of meerdere Omgevingsprogramma’s maken. In de praktijk zien we dat er vaak wordt gekozen voor meerdere programma’s die zich vervolgens richten op (1) een bepaald thema óf (2) een gebied. In haar Omgevingsvisie geeft de gemeente Lochem aan dat zij (onder andere) een programma vitaal buitengebied gaat uitwerken3.

2.2. Programma voor buitengebied Lochem 2.2.1. Afbakening programma vitaal buitengebied Lochem In het programma vitaal buitengebied krijgen verschillende ontwikkelingen die impact hebben op het buitengebied van Lochem een plek. Daarbij volgen we ten eerste de opgaven die ook in het nationale beleid en in het provinciale beleid (VLGG) een plek hebben. Dit gaat om: a. Landbouw b. Natuur en landschap c. Water en klimaatadaptatie Dit vullen we aan met opgaven die voor Lochem relevant zijn om mee te nemen. Dit zijn: d. Recreatie. Dit nemen we mee omdat het buitengebied van Lochem veel voor recreatieve doeleinden wordt bezocht. Recreatie is dan ook een belangrijke gebruiksvorm van het buitengebied en daarom is het van belang om rekening mee te houden bij het maken van integrale afwegingen over het buitengebied. 2 3

Zie voor meer informatie de Omgevingswet Zie pagina 33 van: Omgevingsvisie Lochem 2040 Krachtig en in balans

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

9

e. Landgoederen. In het buitengebied van Lochem bevinden zich verschillende landgoederen die kenmerkend zijn voor landschap in het buitengebied en ruimte bieden aan recreatie en natuur. We vinden het daarom belangrijk om landgoederen als apart thema mee te nemen in het programma. f. Energie. De transitie naar een duurzame energievoorziening zal ook ruimtelijk consequenties hebben voor het buitengebied. Net als landelijk en provinciaal lopen de beleidsuitgangspunten via ander beleid, namelijk het nog te ontwikkelen beleidskader grootschalige opwek. In dit programma nemen we energie wel mee om de ruimtelijke impact ervan in beeld te hebben. Opgaven die niet primair voor het buitengebied zijn of al in andere programma’s een plek krijgen, blijven buiten beschouwing. Het gaat dan onder meer om: •

•

•

Wonen. Het programma Vitaal Buitengebied is niet het instrument waarin we nieuwe woningbouwlocaties aanwijzen. Wel is duidelijk dat nieuwe locaties ook in het buitengebied komen te liggen. Daar waar wonen het buitengebied raakt, denk bouwen van woningen aan dorpsranden in waardevol landschap of ontwikkeling van woonvormen op erven, zal hier in dit programma wel aandacht aan worden besteed zodat die uitgangspunten kunnen worden meegenomen in het woonbeleid zelf. Mobiliteit. Lochem werkt aan goede en veilige bereikbaarheid van (onder andere) het buitengebied en aan duurzame mobiliteit. Dit vormt echter een aparte infrastructurele laag door de gehele gemeente en kent een eigen modelmatige benadering. De gemeente werkt het beleid voor mobiliteit uit in het mobiliteitsplan. Het thema komt daarom niet als zelfstandig thema terug in het programma buitengebied. Wel zijn er opgaven en keuzes die raken aan mobiliteit en die vanuit het programma een plek krijgen in het mobiliteitsbeleid. Denk dan bijvoorbeeld aan uitgangspunten met betrekking tot behoud van zandwegen en keuzes met betrekking tot recreatiemogelijkheden in de vorm van wandel en fietsverbindingen. Deze opgaven vinden hun plek in het huidige mobiliteitsplan en vormen daarom geen onderdeel van het programma buitengebied. Economie/werken.

Het buitengebied van Lochem is van belang voor de lokale en regionale economie en werkgelegenheid. Daar waar economie en werken het buitengebied raakt, denk hierbij aan nieuwe woonwerk locaties aan de randen van een dorpskern worden in dit programma de randvoorwaarden vanuit de zes thema’s beschreven. Net als bij wonen worden in dit programma geen nieuwe locaties aangewezen voor nieuwe bedrijventerreinen, woonwerklocaties en dergelijke ontwikkelingen.

2.2.2. Startnotitie programma vitaal buitengebied Lochem Om van een algemene Omgevingsvisie naar een Omgevingsprogramma te komen blijkt in de praktijk vaak een (te) grote stap. De startnotitie is een tussenstap om overkoepelend ambities uit de Omgevingsvisie te vertalen naar specifieke opgaven voor het thema of gebied waar het programma over gaat. Dit vormt dus het kader waarbinnen het programma zelf vervolgens kan worden uitgewerkt. De eerste stap naar een programma buitengebied is dus het opstellen van een startnotitie waarin: (1) de kaders en uitgangspunten (doel, thematische opgaven en gebiedsgerichte subdoelen en uitgangspunten) van het programma zijn opgenomen en (2) het proces om tot het programma te komen is beschreven.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

10

Instrumentarium onder de Omgevingswet Onder de Omgevingswet zijn de instrumenten in de ruimtelijke ordening opnieuw gedefinieerd. Achterliggende gedachte is dat ambities en visies worden gedefinieerd in een overkoepelende Omgevingsvisie. Vervolgens worden deze geconcretiseerd en door vertaald naar maatregelen in Omgevingsprogramma’s. Tot slot wordt de juridische verankering (voor zover nodig) geborgd in het Omgevingsplan. Van Omgevingsvisie, via Omgevingsprogramma naar Omgevingsplan wordt beleid dus steeds concreter en meer ingezoomd van generiek naar locatie specifiek. De bevoegdheid voor de verschillende instrumenten verschilt. Daarbij valt op dat het programma in beginsel een instrument voor het college van B&W is. Omwille van wendbaarheid ondersteunen we dit, echter betekent dit niet dat de resultaten van programma’s niet zouden moeten worden gemonitord door de gemeenteraad. Daarom voegen we de monitoring van programma’s veelal toe aan de P&C cyclus zodat deze navolgbaar wordt voor de gemeenteraad.

2.3. Relatie met ander beleid Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen beschikken over verschillende instrumenten om de doelstellingen uit de Omgevingswet, Europese afspraken, interbestuurlijke afspraken en andere wetgevingsinstrumenten te realiseren. Het beleid dat zij hiervoor hanteren is vaak uitgewerkt in juridische regels en eventueel programma’s en plannen. Deze beleidskaders vormen de uitgangspunten voor het programma vitaal buitengebied Lochem. In Bijlage II. Relevant beleid is een overzicht opgenomen van de beleidsstukken die als uitgangspunt zijn gebruikt bij het opstellen van deze startnotitie.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

11

3. Structuur programma In dit hoofdstuk beschrijven we de inhoudelijke structuur van het programma. Daarbij gaan we eerst in op het hoofddoel. Vervolgens bespreken we de principes die leidend zijn bij het maken van keuzes over de opgaven. Tot slot beschrijven we de thema’s en de opgaven die per thema een plek krijgen in het programma. We hebben een thema gedefinieerd als iets waar opgaven voor zijn in het buitengebied en waarbij je maatregelen wil treffen om die opgaven op te lossen. Een leidend principe is een uitgangspunt bij het maken van keuzes over hoe die opgaven worden opgelost en welke maatregelen er worden getroffen.

3.1. Hoofddoel: vitaal buitengebied Lochem Met het programma vitaal buitengebied Lochem zetten we ons in voor een “Vitaal buitengebied Lochem”. Niet alleen voor de komende vijf of tien jaar maar ook voor de volgende generaties. Dat betekent dat we ons met dit hoofddoel niet alleen richten op het behoud van wat er al is, maar ook op de ontwikkeling van een gezond, leefbaar en toekomstbestendig buitengebied in Lochem. We maken keuzes met een leefbaar Lochem in 2120 voor ogen. Hierbij ligt de nadruk op de fysieke leefomgeving, oftewel de ruimtelijke inrichting van het buitengebied. Met het programma worden ook de 6 hoofdambities van de Omgevingsvisie nagestreefd. Deze komen op de volgende wijze terug: 1.

In Lochem is het fijn wonen en leven: dit komt terug in leidende principes 3 (behouden en versterken karakteristieke landschap) en 4 (bijdrage aan een leefbare, veilige en gezonde omgeving) en thema 2 (recreatie). Wonen zelf maakt geen onderdeel uit van dit programma zoals benoemd in paragraaf 2.2.1. 2. Lochem is aantrekkelijk en groen: dit komt terug in leidend principe 2 (behouden en versterken biodiversiteit), leidend principe 3 (behouden en versterken karakteristieke landschap), thema 2 (recreatie), thema 3 (natuur en landschap) en thema 4 (landgoederen). 3. Lochem is ondernemend en uitnodigend: Dit komt terug in leidend principe 5 (ruimte voor economische activiteit) en voor zover het specifieke sectoren betreft in thema 1 (landbouw), thema 2 (recreatie) en thema 4 (landgoederen). Economie zelf is geen onderdeel van dit programma zoals benoemd in paragraaf 2.2.1. 4. Lochem wordt klimaatneutraal en klimaatbestendig: dit komt terug in leidend principe 1 (water en bodem sturend), thema’s 5 (water en klimaatadaptatie) en thema 6 (energie). 5. Lochem is veilig, gezond en inclusief: dit komt terug in leidend principe 4 (bijdrage aan een leefbare, veilige en gezonde omgeving). 6. Lochem is bereikbaar en zet in op duurzame mobiliteit. Mobiliteit maakt geen onderdeel uit van dit programma en komt terug in het mobiliteitsplan zoals ook beschreven in paragraaf 2.2.1.

3.2 Leidende principes Met leidende principes geven we richting aan beleid en de uitvoering hiervan. Voor het programma vitaal buitengebied Lochem hanteren we vijf leidende principes, die logischerwijs zijn afgeleid uit de zes hoofdambities van de Lochemse Omgevingsvisie en andere voor Lochem geldende beleidsstukken. Bijvoorbeeld het Biodiversiteitsplan en de kamerbrief water en bodem sturend. Deze principes zijn leidend in alle keuzes die worden gemaakt voor het uiteindelijke programma buitengebied. Dat betekent dat per leidend principe wordt gekeken wat een keuze zou moeten zijn. Het kan zijn dat de leidende principes elkaar daarin versterken en de keuze logisch is. Het kan ook zijn dat leidende keuzes tot tegenstrijdigheden leiden. In dat geval wordt locatie specifiek gekeken wat voor die locatie doorslag zou moeten geven. De leidende principes zijn hierna beschreven. 3.2.1. Water en bodem sturend We lopen steeds vaker tegen de grenzen van ons water- en bodemsysteem aan. Door de ligging op de hoge zandgronden is Lochem bijzonder kwetsbaar voor toenemende droogte en wateroverlast bij hevige piekbuien (in het gebied zelf of achterland Berkel, Schipbeek en IJssel). Om de gevolgen van deze problemen in de toekomst te beperken, kiezen we ervoor om water en bodem sturend te laten zijn bij de ruimtelijke ordening in het buitengebied.

Dat betekent onder andere dat we zorgvuldig afwegen op welke plekken het bouwen van bijvoorbeeld een

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

12

cluster van woningen op een boerenerf wel en niet verstandig is. Dit leidende principe is passend bij de hoofdambitie uit de Omgevingsvisie ‘Lochem wordt klimaatneutraal en klimaatbestendig’. 3.2.2. Behouden en versterken biodiversiteit De biodiversiteitscrisis is een urgent en zorgwekkend probleem. Biodiversiteit draagt direct bij aan een gezonde, leefbare omgeving voor natuur en mens. Om verdere achteruitgang van de biodiversiteit in Lochem te voorkomen, is het behoud en de versterking hiervan een centraal uitgangspunt binnen de ruimtelijke ordening in het buitengebied. Dit leidende principe is passend bij de hoofdambitie uit de Omgevingsvisie ‘Lochem is aantrekkelijk en groen’. 3.2.3. Behouden en versterken karakteristieke landschap Lochem kent een gevarieerd landschap: van de uiterwaarden tot de landgoederen en laanbomen en alles daartussenin. Dit karakteristieke landschap ligt grotendeels besloten in het buitengebied. Het is waardevol voor de biodiversiteit. Ook is het kansrijk voor recreatiemogelijkheden en het versterken van de cultuurhistorisch waarden in de gemeente. Daarom is het behouden en versterken van dit karakteristieke landschap een belangrijk leidend principe. Dit leidende principe past bij de hoofdambities uit de Omgevingsvisie ‘Lochem is aantrekkelijk en groen’ en `In Lochem is het fijn wonen’. 3.2.4.

Bijdragen aan een leefbare, veilige en gezonde omgeving Streven naar een vitaal buitengebied betekent ook een buitengebied dat bijdraagt aan de leefbaarheid, veiligheid en gezonde omgeving van Lochem en haar inwoners. Het buitengebied kan hier bij uitstek aan bijdragen door ruimte te bieden aan recreatie, uitnodigend groen en vernieuwende zorgconcepten. Door activiteit in het buitengebied te stimuleren ontstaat een omgeving die toegankelijk is. Het voorkomt dat vastgoed leeg komt te staan en aantrekkelijk wordt voor bijvoorbeeld criminele activiteiten. Ook nemen we vanuit dit principe mee dat het belangrijk is de sociale cohesie te behouden en versterken, bijvoorbeeld met nieuwe woonvormen. Tot slot is het vanuit dit principe belangrijk om stilte en duisternis in het buitengebied te behouden zowel voor mens als dier. Dit leidende principe is passend bij de hoofdambities uit de Omgevingsvisie ‘In Lochem is het fijn wonen en leven’ & ‘Lochem is veilig, gezond en inclusief’. 3.2.5. Ruimte voor economische activiteit Lochem kent een divers ondernemerslandschap en wil dat behouden. Daarom zal er in een aantal gevallen ook ruimte moeten zijn om economische activiteiten te laten voortbestaan, op te starten of uit te breiden.

In het kader van het programma buitengebied komt dit vooral terug in de opgaven onder de thema’s landbouw (duurzame verdienmodellen), recreatie (verblijfsrecreatie) en landgoederen (ruimte voor nieuwe verdienmodellen). Dit betekent niet dat per definitie alle economische activiteit in het buitengebied een plek kan krijgen. Er wordt locatie specifiek (bijvoorbeeld afhankelijk van landschapstype) gekeken wat wel en niet wenselijk is. Dit leidend principe is passend bij de hoofdambitie uit de Omgevingsvisie: ‘Lochem is ondernemend en uitnodigend’.

3.3 Thema’s en opgaven Lochem is een gemeente met een rijke (cultuur)historie, waar landgoederen, bos- en natuurgebieden en landbouwgronden elkaar afwisselen. En waar recreatie en toerisme belangrijke economische pijlers vormen. Om deze kenmerken in de toekomst te behouden én verder te ontwikkelen richt het programma vitaal buitengebied zich op een aantal, voor Lochem specifieke, thema’s. In deze paragraaf schetsen we de thema’s, bijbehorende opgaven en subopgaven. In hoofdstuk 5 beschrijven we vervolgens per opgave wat de uitgangspunten zijn en welke keuzes gemaakt dienen te worden bij de uiteindelijke uitwerking van het programma buitengebied. 3.3.1. Landbouw Zoals ook in de Omgevingsvisie te lezen is, is Lochem bij uitstek een agrarische gemeente. Zij heeft een rijke ervaring in de voedselproductie en zo’n 70% van het Lochemse grondgebied is momenteel in agrarisch gebruik. Boerderijen worden vaak al generaties lang doorgegeven. Tegelijkertijd komen er steeds meer uitdagingen op de agrarische sector af. Zoals de opgaven rondom klimaatadaptatie en waterbeheer maar ook rondo m directe

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

13

bedrijfsopvolging. Zo blijkt bijvoorbeeld uit een inventarisatie van Aveco de Bondt 4 dat ongeveer 100 van de 360 agrariërs in de gemeente geen directe bedrijfsopvolging hebben. Het is belangrijk om na te denken over hoe de toekomstige invulling van de erven, percelen en bedrijvigheid eruit kan zien en hier duidelijke uitgangspunten voor te formuleren, daar heeft de gemeente nu al mee te maken in de vorm van agrariërs die verzoeken indienen voor functieveranderingen. Ook extreme weersomstandigheden en de restricties rondom de uitstoot van broeikasgassen vormen voor boeren een steeds grotere uitdaging. Deze ontwikkelingen vragen om een duidelijk beleid rondom de toekomstige inrichting van het Lochemse boerenbedrijf. Denk hierbij aan de functieverandering van erven en percelen, het stimuleren van toekomstbestendige landbouw en het opslaan van koolstof in landbouwbodems en de emissiereductie van broeikasgassen en stikstof. Er kan op die manier niet alleen ruimte geboden worden aan nieuwe woonvormen, grootschalige zorgconcepten en enkelvoudige herontwikkeling maar ook aan natuurinclusieve landbouwpraktijken, nieuwe verdienmodellen en andere vormen van ondernemerschap. Tabel 2: Opgaven en categorieën voor het thema landbouw.

Opgave 1. Functieverandering erven en percelen

2. Toekomstbestendige landbouw

3. Opslag in landbouw bodems en emissiereductie broeikasgassen in buitengebied

Subopgave a. Clusters van woningen en nieuwe woonvormen b. (Grootschalige) zorgconcepten c. Enkelvoudige herontwikkeling (één stoppend bedrijf) a. Transitie naar natuurinclusieve/kringloop/regeneratieve landbouw b. Ruimte voor ondernemerschap en nieuwe verdienmodellen c. Visie op ontwikkeling bestaande landbouwbedrijven a. Initiatieven vanuit landbouw en landgebruik, die bijdragen aan de opslag van koolstof in landbouwbodems b. Initiatieven die bijdragen aan de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen in het buitengebied

3.3.2. Recreatie Recreatie en toerisme zijn van oudsher belangrijke economische pijlers voor Lochem. Het unieke landschap heeft een grote recreatieve aantrekkingskracht, zowel binnen als buiten de gemeentegrenzen. Tabel 3: Opgaven en categorieën voor het thema recreatie.

Opgave 4. Vergroten mogelijkheden extensieve recreatie 5. Gevarieerde en kwalitatieve verblijfsrecreatie

Subopgave a. Beter benutten potentie watergebonden recreatie b. Versterken kwaliteit routenetwerken c. Voorzieningen voor dagrecreatie in buitengebied a. Gevarieerd kwalitatief aanbod

3.3.3. Natuur en landschap Ook natuur en landschap spelen een centrale rol in Lochems buitengebied. De bossen, het coulisselandschap, het kleinschalige agrarische cultuurlandschap en de beken zijn allemaal kenmerkend voor Lochem. Natuur en landschap kwamen ook naar voren als belangrijke waarden voor de inwoners van Lochem die de vragenlijst in het kader van de Omgevingsvisie invulden.5 De natuur staat onder druk door veranderingen in het klimaat, lucht- en watervervuiling, maar ook door menselijke activiteiten zoals recreatie en verschillende functies die een claim leggen op het landgebruik. Om de natuur in Lochem in stand te houden, is het nodig om bestaande natuur te behouden en versterken. Daarnaast is het van belang om nieuwe natuur te creëren conform lokale en provinciale afspraken daarover. Groene en blauwe landschapselementen, zoals hagen, houtwallen, beken en sloten, vormen een verbindend netwerk tussen natuurgebieden, wat goed is voor de biodiversiteit. Daarnaast draagt 4 5

Zie voor meer informatie de Gebiedsscan Lochemse landbouw uitgevoerd door Aveco de Bondt Zie: Lochem spreekt Omgevingsvisie factsheet

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

14

groenblauwe dooradering (GBDA) bij aan waterbeheer, klimaatadaptatie en -mitigatie. Het versterken van de GBDA met streekeigen landschapselementen versterkt de herkenbaarheid en beleving van de verschillende landschapstypen in het Lochems buitengebied. Lochem kent een gevarieerd landschap. In een groot gedeelte van Lochem is de basiskwaliteit landschap op orde (68%).6 Echter, in het overige gedeelte van de gemeente is dit niet het geval, met name in het broekontginningslandschap en heideontginningslandschap. Een opgave ligt dan ook in het versterken van het karakteristieke landschap en landschapsstructuren, bijvoorbeeld beken, en de beleving hiervan. Deze opgave kan goed gecombineerd worden met het verbeteren van groenblauwe dooradering. Dit is een leidend principe bij andere keuzes maar het is ook een opgave op zichzelf omdat maatregelen nodig zijn die direct deze versterking tot doel hebben. Als laatste zien we dat woningbouw- en andere ruimtelijke ontwikkelingen ook hun beslag (zullen) leggen op de invulling van het Lochemse buitengebied. Belangrijk hierbij is dat het karakteristieke landschap hier niet voor inboet. In het programma wonen/volkshuisvesting zal er onder andere richting gegeven worden aan de omvang en aard van deze ontwikkelingen.

In het programma vitaal buitengebied zullen er vanuit landschappelijk perspectief keuzes gemaakt moeten worden over waar in het buitengebied deze ontwikkelingen wel of niet een plek dienen te krijgen. Het gaat dan vooral om locaties aan dorps- en stadsranden waar ontwikkelingen wel en niet wenselijk worden geacht. Onder de opgave landbouw bij functieverandering percelen en erven wordt ingegaan op locaties waar vrijstaande clusterbebouwing wel of niet wenselijk is. Tabel 4: Opgaven en categorieën voor het thema natuur en landschap.

Opgave 6. Natuur behouden, versterken en uitbreiden 7. Groenblauwe dooradering verbeteren

8. Versterken karakteristieke landschap

9. Behouden en indien mogelijk versterken landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen

Subopgave a. Behoud en versterking van bos- en natuurgebieden b. Aanleg nieuwe bos- en natuurgebieden a. Creëren van verbindingen en samenhang met groene en blauwe landschapselementen om landgoederen en natuurgebieden met elkaar te verbinden a. Versterken karakteristieke kenmerken landschapstype en structuren b. Waarborgen ruimtelijke kwaliteit van gebieden onder druk a. Inpassing woningbouw aan dorps- en stadsranden b. Inpassing van bedrijvigheid.

3.3.4. Landgoederen Lochem heeft een rijke cultuurhistorische geschiedenis die onder andere zichtbaar is door de vele landgoederen die de gemeente telt. De landgoederen zijn niet alleen van grote historische en landschappelijke waarde, maar dragen ook bij aan de natuur en hebben recreatieve aantrekkingskracht. Ze vormen populaire bestemmingen voor wandelaars, fietsers en natuurliefhebbers en dragen zo bij aan het toerisme en de lokale economie. Opgaven zijn het behouden en versterken van de (ruimtelijke) eenheid en structuur van historische landgoederen en het bieden van nieuwe verdienmodellen zodat landgoederen kunnen voortbestaan. Tabel 5: Opgaven en categorieën voor het thema landgoederen.

Opgave 10. Behouden en versterken landgoederen

6

Subopgave a. Eenheid en structuur van landgoederen behouden en versterken b. Ruimte bieden voor nieuwe verdienmodellen voor historische landgoederen

Zie: Basiskwaliteit landschap en biodiversiteit in de gemeente Lochem.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

15

3.3.5. Water en klimaat adaptatie Lochem wordt doorkruist door diverse beken, rivieren en kanalen die van oudsher belangrijk zijn voor waterbeheer, transport en landbouw, maar ook voor natuur en recreatie. Op dit moment worden waterkwaliteitsdoelen niet gehaald, zowel op ecologisch als chemisch vlak, en het veranderende klimaat brengt toenemende droogte met zich mee. Om te zorgen voor voldoende beschikbaar en kwalitatief goed drinkwater moet er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met drinkwaterreserverings- en grondwaterbeschermingsgebieden. In de gemeente Lochem ligt het Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied Deventer-Zutphen en het grondwaterbeschermingsgebied Lochem, bij de Lochemse berg.7 Bufferzones rond beken en beekherstel helpen af- en uitspoeling van nutriënten te voorkomen en daarmee de waterkwaliteit te verbeteren. In de Achterhoek gaat het om bufferzones om enkele beken. Hiermee moet rekening gehouden worden in de ruimtelijke inrichting van het buitengebied. Deze opgave kan gekoppeld worden aan het realiseren van meer waterbergingsruimte, extensivering in de landbouw en natuurinclusieve landbouw. Door klimaatverandering krijgen we te maken met weersextremen zoals droogte of juist hevige regenval. Voor Lochem is, door toenemende droogte de laatste jaren, waterretentie een grote opgave in het kader van klimaatadaptatie.

Ook wateroverlast speelt een rol in het buitengebied. Het waterschap Rijn en IJssel doet momenteel onderzoek naar de impact van extreme regenval in het buitengebied. Het vasthouden van water en voorkomen van overlast zijn dus belangrijke opgaven Tabel 6: Opgaven en categorieën voor het thema water en klimaatadaptatie.

Opgave 11. Verbeteren waterkwaliteit 12. Klimaatadaptatie

Subopgave a. Voldoende en schoon drinkwater b. Bufferzones rondom beken a. Water vasthouden b. Wateroverlast voorkomen

3.3.6. Energie Lochem wil in 2050 een klimaatneutrale gemeente zijn. Dit betekent zowel het reduceren van uitstoot door minder energie te verbruiken, als het nemen van andere maatregelen die leiden tot een duurzaam energiesysteem voor de toekomst. Denk aan het opwekken van duurzame energie met zon op dak, kleinschalige of grootschalige energie opwek en biogas maar ook het verbeteren van de energie infrastructuur, opslag in batterijen en het anders verwarmen van woningen. Deze maatregelen hebben een ruimtelijke implicatie en zullen deels in het buitengebied moeten worden ingevuld. De keuzes voor energie worden voornamelijk uitgewerkt in de routekaart klimaatneutraal Lochem 2050 en het beleid voor opwek van grootschalige energie. In het programma buitengebied zelf zal energie daarom enkel worden gevolgd en worden er geen nieuwe keuzes voorgesteld. Tabel 7: Opgaven en categorieën voor het thema klimaatmitigatie.

Opgave 13. Ontwikkelen duurzaam energiesysteem

7

Subopgave a. Zon op dak b. Kleinschalige energiopwek c. Grootschalige energie opwek d. Energie-infrastructuur e. Energieopslag f. Biogas

Zie deze kaart voor meer informatie.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

16

4. Ruimtelijke analyse leidend voor keuzes in het programma Bij het maken van keuzes spelen locatie specifieke afwegingen een rol. Per thema nemen we daarom aantal kaarten mee die basis vormen voor analyse. Hierna is per thema beschreven welke ruimtelijke informatie dit in ieder geval betreft. Landbouw • De ligging en het type van agrarische bedrijven: Gebiedsscan Lochemse Landbouw (vwinfra.nl). • Opbrengsten landbouwgrond (producerende diensten): Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal. Recreatie • Omvang natuurrecreatie (culturele dienst, natuurrecreatie): Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal. • Omgang natuurtoerisme (culturele dienst, natuurtoerisme): Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal. Natuur en Landschap • Ligging natura2000 gebieden en NNN-gebieden. • Landschapstypen (zie bijlage V voor landschapstypen van Lochem met hun kenmerken). • Verspreidingsatlas: NDFF Verspreidingsatlas. • Basiskwaliteit landschap en biodiversiteit, figuur 3 en 8 in: Rapport_Basiskwaliteit_Landschap_en_Biodiversiteit_Lochem.pdf. • Natuurnetwerk Gelderland: ArcGIS - Kaart Gelders Natuurnetwerk. • Natuurkansenkaarten: Natuurkansen Lochem • Kaart over groenblauwe dooradering: Dashboard groenblauwe dooradering. Landgoederen • Cultuurhistorische waardekaart met overzicht landgoederen: Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Lochem.

Water en klimaatadaptatie • Kaart drinkwater en grondwaterbeschermingsgebieden. • Wateroverlast en droogtekaart uit Klimaatatlassen (arcgis.com) Aanvullend Klimaatatlas Lochem (https://storymaps.arcgis.com/collections/6715794b5d1f4122aa0858c8943b04ea?item=8). • Kaarten uit Handelingspersperspectief Aanpak Droogte Achterhoek spoor 1. • Kaarten uit Koers weersextremen. Energie Voor energie zijn er niet direct relevante kaarten voor handen.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

17

5. Uitgangspunten en keuzes voor het programma In dit hoofdstuk werken we de thematische opgaven en categorieën van het programma vitaal buitengebied Lochem verder uit door per categorie uitgangspunten te formuleren. We gaan in op: a. Wat verstaan we onder een opgave; b. Wat zijn de uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij uitwerken programma; c. Welke keuzes moeten er in het programma buitengebied gemaakt worden om tot concrete maatregelen te kunnen komen? Indien van toepassing nemen we de relevante adviezen van de commissie-MER naar aanleiding van de Omgevingsvisie mee. Samenvattend zijn de leidende principes, thema’s en opgaven die we hierna behandelen in de figuur hieronder opgenomen.

Figuur 2. Visuele weergave van het doel, de leidende principes en de thema’s binnen het programma buitengebied.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

18

5.1. Landbouw Zoals in hoofdstuk 3 is beschreven, is Lochem bij uitstek een agrarische gemeente. Dat betekent dat het thema landbouw kansen biedt voor veel van de urgente opgaven die in het buitengebied samenkomen en een nieuw perspectief kan brengen voor agrarische ondernemers. Om tot een concrete invulling van het programma buitengebied te komen zijn in onderstaande tabel de verschillende uitgangspunten per opgave en de daarbij behorende te maken keuzes geformuleerd. Relevante geraadpleegde beleidsstukken naast de Omgevingsvisie en het VLGG zijn onder andere de (aanvulling) beleidskader Functieverandering Agrarische Bebouwing Lochem, Regio Stedendriehoek | Perspectief voor agrarisch ondernemerschap en de Landschapsontwikkelingsvisie: Gemeenten Bronckhorst – Lochem – Zutphen. Naast de vragen in de tabel hierna heeft de commissie MER een aantal adviezen uitgebracht die betrekking hebben op landbouw. Die zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking van het programma buitengebied. Het gaat om: •

•

Onderbouw welk effect de grote veranderingen in het agrarisch gebied, zoals de functieverandering van erven en percelen, de omvorming van landbouwgronden naar woongebieden en de transitie naar natuurinclusieve landbouw hebben op (denk hierbij bijvoorbeeld in scenario’s): o de stikstofdepositie; o de biodiversiteit; o wateraspecten; o waterkwaliteit; o voedselproductie; o voorzieningen; o de natuur; o klimaatadaptatie; o de energietransitie; o de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Maak op basis van deze analyse inzichtelijk welke risico’s en kansen de transitie met zich meebrengt, welke keuzes hierin gemaakt kunnen worden en welke eisen gesteld moeten worden aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

19

Tabel 8: Opgaven en uitgangspunten voor het thema Landbouw.

Opgave

1. Functieverandering erven & percelen

Subopgave

Wat

Uitgangspunten

a. Clusters van woningen en nieuwe woonvormen

We bieden (stoppende) agrariërs de mogelijkheid voor het bouwen van clusters van woningen, woningsplitsing, mantelzorgwoningen en andere vormen van clusterwoningen.

• •

b. (Grootschalige) zorgconcepten

Op specifieke plekke kijken we naar mogelijkheden om op vrijkomende percelen ruimte te bieden aan zorgconcepten.

•

Zie clusters woningen.

(1) Rond welke kernen? (2) Welke afstand vanaf de dorpskernen hanteren we? (3) Welke zorg?

c. Enkelvoudige herontwikkeling (één stoppend bedrijf)

We bieden (stoppende) agrarische bedrijven kansen door ruimte te bieden voor sloop, herontwikkeling en/of herbouw van bestaande bedrijfsgebouwen en functieverandering van percelen.

•

Ontwikkelingsmogelijkheden moeten passen bij de lokale omstandigheden en de aanwezige functies en waarden; Goede landbouwgronden willen we zoveel mogelijk beschikbaar houden voor landbouw.

We ondersteunen agrariërs in de transitie naar een toekomstbestendige landbouw, gericht op een gesloten kringloop, extensiever en meer natuurinclusief. Het herstellen van landbouwbodems is hier onderdeel van. Hiervoor bieden we onder meer ruimte met een landschapsfonds.

•

(1) Onder welke voorwaarden is herontwikkeling mogelijk (relatie met huidige FAB-beleid)? (2) Welke vormen van herontwikkeling? (3) Overal of differentiatie in landschapstype? (4) Wat definiëren we als goede landbouwgrond? (5) In hoeverre en waar ruimte bieden voor andere bestemmingen van percelen, zoals waterbuffering of natuur? (1) Tot welke oppervlakte NIlandbouw en agrarische natuur moet dit leiden in Lochem? (2) Ruimte bieden aan extra bedrijfswoningen? (3) Hoe richten we het landschapsfonds in? (4) Wat verstaan we precies onder natuurinclusieve landbouw?9

a. Transitie naar natuurinclusieve/kringloop/ regeneratieve landbouw

•

•

Alleen rond bestaande kernen of buurtschappen Alleen toestaan indien doel ervan is om samen erven te delen, onderlinge zorg te bieden, het landschap te onderhouden of voedsel te verbouwen; Oog hebben voor bestaande agrarische structuren, behoud van landelijk karakter en de ruimtelijke kwaliteit;

Creëren van fijnmazige structuur van watergangen en bermen/heggen/kruidenranden die aansluiten op de groenblauwe dooradering is hierbij van belang.

2. Toekomstbestendige landbouw

8 9

Zie voor meer informatie Plattelandswoning Zie voor meer informatie: Natuurinclusieve landbouw Gelderland.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

20

Te maken keuze(s) in programma (1) Welke straal rond kernen? (2) Tot hoeveel woningen in buitengebied moet dit leiden. (3) Hoeveel woningen maximaal per cluster? (4) Nadenken over beleid plattelandswoningen8

3. Opslag in landbouw bodems en emissiereductie broeikasgassen in buitengebied

b. Ruimte voor ondernemerschap en nieuwe verdienmodellen

We denken aan lokale productie en afzet van voedsel, nieuwe verdienmodellen (zoals landschapsonderhoud,waterberging, productie duurzame energie, groene ecodiensten, nieuwe (niet milieubelastende) teelten zoals voedselbossen of teelt van plantaardige eiwitten of bouwmaterialen).

(1) Differentiatie in welke ontwikkeling in welk landschapstype, bijv. mate waarin loonwerkbedrijven ruimte krijgen? (2) Gaan we milieubelastende teelten actief weren? (3) Hoe richten we het landschapsfonds in?

c. Visie op ontwikkeling bestaande landbouwbedrijven

Om ook bestaande landbouwbedrijven toekomst te bieden werken we aan een visie op de landbouw.

a. Initiatieven vanuit landbouw en landgebruik, die bijdragen aan de opslag van koolstof in landbouwbodems

Denk aan aanplant van bos en bomen, ander grondgebruik zoals meer blijvend grasland en niet kerende grondbewerking.

(1) Resultaten onderzoek naar effecten veranderingen landbouw nav MER-advies worden hierin betrokken. (2) In hoeverre willen we inzetten op extensivering/ schaalverkleining? Mede afhankelijk van uitkomsten onderzoek. (1) Hoe ziet stimulering vanuit gemeente eruit? (2) Tot hoeveel emissiereductie/vastlegging moet dit leiden?

b. Initiatieven die bijdragen aan de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen in het buitengebied

Denk aan vernattingsmaatregelen, aanpassingen aan stallen eventueel in combinatie met mestvergisting en het gebruik van ander veevoer.

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

21

5.2. Recreatie De grote recreatieve aantrekkingskracht van het Lochemse landschap vraagt om een duidelijk extensief, kwalitatief en gevarieerd aanbod. Om tot een concrete invulling van het programma buitengebied te komen, zijn in onderstaande tabel de verschillende uitgangspunten per opgave en de daarbij behorende te maken keuzes geformuleerd voor het thema recreatie. Relevante geraadpleegde beleidsstukken naast de Omgevingsvisie zijn onder andere het uitvoeringsprogramma Recreatie & Toerisme, de visie recreatie en toerisme gemeente Lochem, de Streekgids Achterhoek - ruimtelijke kwaliteit en landschap en Achterhoek 2035: dé buitengewone regio van Nederland. Tabel 9: Opgaven en uitgangspunten voor het thema Recreatie.

Opgave

Subopgave a. Beter benutten potentie watergebonden recreatie

Wat Vergroten toegankelijkheid en beleefbaarheid van het water en de bijbehorende voorzieningen. Het gaat dan om het Twentekanaal, de Berkel en de IJssel. Denk aan wandelmogelijkheden, passantenhaven en recreatie op het water behouden en versterken.

4. Vergroten mogelijkheden extensieve recreatie

b. Versterken kwaliteit routenetwerk

Het gevarieerde, aantrekkelijke en samenhangende routenetwerk wordt verder verbeterd. Bij meerdere routenetwerken bieden we routeopties die breed toegankelijk zijn. Dat wil zeggen dat ze ook toegankelijk zijn voor bezoekers met lichamelijke of visuele beperkingen.

c. Voorzieningen voor dagrecreatie in buitengebied

In verband bevolkingsgroei in gemeente en regio waken voor voldoende recreatieruimte, daar komt het gebruik van andere vervoersmiddelen zoals snelle elektrische fietsen bij. Kwetsbare natuur ontlasten we door elders in het buitengebied (ondersteunende) voorzieningen te creëren en te versterken met mooie ommetjes. Ruimte aan recreatieve ontwikkelingen die een aanvulling vormen op het huidige aanbod en de kwaliteit verbeteren.

5. Gevarieerde en kwalitatieve verblijfsrecreatie

a. Gevarieerd kwalitatief aanbod

Startnotitie Programma Vitaal Buitengebied Lochem, december 2024

Uitgangspunten

Te maken keuze(s) in programma (1) Welke maatregelen worden waar genomen om voorzieningen te versterken en wandel- en fietsmogelijkheden rond het water te vergroten? (2) Willen we zwemlocaties aanwijzen? (1) Hoe bewaken we balans tussen natuurwaarden en ruimte voor recreatie? (2) Willen we routenetwerken uitbreiden rond kernen? En zo ja, waar? (3) Bieden van ruimte voor hondenlosloopgebieden? (4) Wat verstaan we onder versterking? Meer routes of meer (extra) groen waarin gerecreëerd kan worden? (1) Hoe bewaken we balans tussen natuurwaarden en ruimte voor recreatie?

• •

Met respect voor de draagkracht van de leefomgeving. Nieuwe ontwikkelingen die passen bij de schaal van Lochem.

22

(1) Welke vormen zijn aanvulling op huidige aanbod? (2) In welke gebieden wel en in welke gebieden geen ruimte voor recreatieve ontwikkelingen? Nog afhankelijk van vorm?

5.3. Natuur en landschap De gemeente Lochem wil de mooie natuur en het kenmerkende landschap behouden, en waar nodig versterken en uitbreiden. In de tabel hierna zijn per opgave de uitgangspunten en keuzes opgenomen die voor natuur en landschap terug zullen komen in het programma buitengebied. Relevante geraadpleegde beleidsstukken naast de Omgevingsvisie en het VLGG zijn onder andere de landelijke Bossenstrategie, de Streekgids Achterhoek, en Basiskwaliteit landschap en het rapport Basiskwaliteit landschap en biodiversiteit in de gemeente Lochem. Tabel 10: Opgaven en uitgangspunten thema Natuur & landschap.

Opgave

Subopgave

Wat

6. Natuur behouden, herstellen en uitbreiden

a. Behoud en herstel van bos- en natuurgebieden

We beschermen en versterken onze bestaande bos- en natuurgebieden (Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone).

7. Groenblauwe

dooradering verbeteren

8. Versterken karakteristieke landschap

Uitgangspunten

Te maken keuze(s) in programma (1) Met welke maatregelen doen we dit?

We zijn terughoudend met het toevoegen van nieuwe verstorende functies. Daarbij rekening houden met balans tussen natuur en recreatie.

•

In en nabij kwetsbare natuurgebieden.

(1) Definieer wat verstorende functies en kwetsbare natuurgebieden zijn

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15022683/1