Overdrachtsdocument gemeenteraad Lochem 2022-2026
Tekst van het document
Van raad tot daad Raadsperiode 2022-2026 | maart 2026
De Omgevingswet: tussen ambitie en realisme Klimaat en energie: duidelijk en dichtbij Gemeentefinanciën: verantwoord vooruit Sociaal domein: houvast in verandering Regionale samenwerking en gemeenschappelijke regelingen: invloed vraagt focus Van raad tot daad 1
Welke onderwerpen komen op de raad af?
4
De raad krijgt te maken met zowel lopende trajecten als nieuwe onderwerpen waarover de raad besluiten neemt
De Omgevingswet: tussen ambitie en realisme
6
In gesprek met raadsleden Arda van den Brink en Jan Wesseldijk
Klimaat en energie: duidelijk en dichtbij
10
In gesprek met raadsleden Tonnie Verwoerd en Karin ter Maat
Sociaal domein: houvast in verandering
16
In gesprek met raadsleden Coby Wiltink
en Willem Achtereekte
Gemeentefinanciën: verantwoord vooruit
21
In gesprek met raadsleden Jan de Vries
en Martine Willems
Regionale samenwerking en gemeenschappelijke regelingen: invloed vraagt focus
25
Het overdrachtsdocument begint met de adviezen aan de raad uit de verschillende (raads)werkgroepen en commissies (Welke adviezen geven de werkgroepen en commissies aan de raad?).
In gesprek met raadslid Marleen van der Meulen
Welke adviezen geven de commissies en werkgroepen aan de raad?
30
Vanuit de raadswerkgroep Sociaal Domein, Omgevingswet en de auditcommissie zijn adviezen geformuleerd voor de nieuwe raad
Hoe werkt de raad?
Dit is het overdrachtsdocument van de gemeenteraad van Lochem. Het document is bedoeld om de nieuwe raad in staat te stellen voortvarend van start te gaan.
Tot slot volgt een korte introductie van onderwerpen die voor beginnende raadsleden belangrijk zijn om te kennen, onder de noemer Hoe werkt de raad? Daarbij wordt het advies gegeven om het Startprogramma te volgen, waarin deze onderwerpen uitgebreider aan bod komen.
Daarna beschrijft het document een aantal onderwerpen waarmee de raad in de komende periode te maken krijgt. Hiervoor zijn interviews afgenomen met raadsleden die zich in de afgelopen vier jaar voor deze onderwerpen hebben ingezet (Welke onderwerpen komen op de raad af?).
34
Een aantal onderwerpen die handig zijn om te weten als beginnend raadslid
2 Van raad tot daad
Van raad tot daad 3
Welke onderwerpen komen op de raad af? In de komende raadsperiode krijgt de raad te maken met zowel lopende trajecten als nieuwe onderwerpen waarover de raad besluiten neemt. In dit hoofdstuk worden deze onderwerpen toegelicht.
Omgevingswet De Omgevingswet richt zich op de fysieke leefomgeving: de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Met deze wet stuurt de overheid op een evenwichtige balans tussen benutten en beschermen van de leefomgeving. De Omgevingswet bundelt 26 voormalige wetten en brengt regels, processen en instrumenten samen in één stelsel. De Omgevingswet leidt tot verschillende producten die gemeenten verplicht of vrijwillig opstellen. Een belangrijk product vormt de omgevingsvisie. De gemeente Lochem stelde in 2024 een eerste proeve van een omgevingsvisie vast. De gemeenteraad besloot tegelijkertijd om op korte termijn toe te werken naar een Omgevingsvisie 2.0, waarin de raad heldere keuzes maakt over de toekomstige ontwikkeling van de gemeente. Onder de omgevingsvisie vallen ver-
4 Van raad tot daad
schillende programma’s die onderdelen van het beleid verder uitwerken. Met het volkshuisvestingsprogramma bepaalt de raad hoeveel woningen worden gebouwd, waar deze komen, voor welke doelgroepen en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. De raad stelt dit programma uiterlijk eind 2026 vast. Daarnaast werkt het college aan een programma voor het buitengebied. Ook het warmteprogramma maakt deel uit van deze structuur en beschrijft hoe de gemeente de gebouwde omgeving zonder aardgas verwarmt. De raad stelt ook dit programma uiterlijk eind 2026 vast. Verder werkt de gemeente met aanvullend beleid, zoals groenbeleid en een rioleringsplan. Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Vanaf dat moment gebruikt de wet niet langer de term bestemmingsplan, maar spreekt zij van tijdelijke omgevingsplannen. De gemeente
werkt alle tijdelijke omgevingsplannen samen uit tot één integraal omgevingsplan voor het gehele grondgebied. De gemeenteraad stelt dit omgevingsplan uiterlijk op 1 januari 2032 vast. Deze opgave vraagt om een omvangrijke inspanning, omdat de Omgevingswet meer regels rechtstreeks in het omgevingsplan onderbrengt. Bindend adviesrecht De ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente loopt ondertussen door, ook wanneer plannen niet passen binnen de tijdelijke omgevingsplannen. Dit speelt vooral bij de ontwikkeling van nieuwe woongebieden. In dergelijke gevallen kan het college gebruikmaken van een buitenplanse omgevingsvergunning (BOPA), waarmee het afwijkt van het geldende omgevingsplan. Bij veel BOPA’s oefent de gemeenteraad het bindend adviesrecht uit. De raad geeft in deze gevallen een doorslaggevend advies over het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning. Het college wijkt niet af van dit advies. Gebiedsontwikkeling Bij gebiedsontwikkeling doorloopt de gemeente een aantal vaste stappen. In de startnotitie beschrijft het college de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een gebied. Daarbij gaat het onder andere om het aantal en type woningen, prijsklassen en uitgangspunten voor stedenbouw, architectuur, verkeer, waterhuishouding, natuur en duurzaamheid. De gemeenteraad stelt de startnotitie vast. In de vervolgfase werkt het college toe naar een stedenbouwkundig plan.
Afhankelijk van de omvang en complexi-
teit van de ontwikkeling kiest het college ervoor om eerst een ruimtelijke visie of conceptplan op te stellen. De gemeenteraad stelt het stedenbouwkundig plan vast. Daarna start de formele ruimtelijke procedure. Deze procedure verloopt via een omgevingsplan of een BOPA. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Bij een BOPA brengt de raad een bindend advies uit. Tijdens alle fasen van de gebiedsontwikkeling organiseren gemeente en initiatiefnemers participatie. Zij betrekken omwonenden, de bredere gemeenschap en andere belanghebbenden bij de verschillende stappen. Dit gebeurt door te informeren, te raadplegen en te adviseren. Initiatiefnemers leggen het verloop en de inhoud van de participatie vast in een participatieverslag, dat onderdeel vormt van de bijbehorende documenten. De gemeente houdt op de website Overzicht woningbouwplannen – gemeente Lochem bij aan welke woningbouwplannen zij werkt, in welke fase deze plannen zich bevinden en hoe de plannen eruitzien. Daarnaast rapporteert de gemeente jaarlijks via de Woonmonitor over de gerealiseerde woningbouw in het voorafgaande jaar. Met het Uitvoeringsprogramma woningbouw laat de gemeente zien hoeveel woningen zij in de komende jaren plant, inclusief locaties, aantallen en prijscategorieën. De gemeente actualiseert dit uitvoeringsprogramma twee keer per jaar.
Van raad tot daad 5
Omgevingswet
Tussen ambitie en realisme In gesprek met raadsleden Arda van den Brink en Jan Wesseldijk over de portefeuille omgevingswet.
Jan Wesseldijk 65 jaar 6 jaar actief in de raad
Arda van den Brink 72 jaar 4 jaar actief in de raad
Je wordt geacht veel meer op een hoger niveau en in de toekomst na te denken 6 Van raad tot daad
Wennen aan een stelselwijziging De komst van de Omgevingswet betekende op papier een grote verandering voor het raadswerk, maar in de praktijk voelt die verandering vooralsnog beperkt. Arda zit in haar eerste raadsperiode en heeft daardoor geen vergelijk met de periode vóór de Omgevingswet. Bovendien werd in de beginfase nog veel gewerkt met oude bestemmingsplannen.
meer nadruk gelegd op strategisch en integraal denken, met een langere blik vooruit. “Je wordt geacht veel meer op een hoger niveau en in de toekomst na te denken.” Tegelijkertijd constateert zij dat deze manier van werken nog lang niet is ingesleten. Dat geldt voor de raad, het college én de organisatie. Hoe belangen binnen het gedachtegoed van de Omgevingswet moeten worden afgewogen, is nog volop leerproces.
Jan herkent dat beeld. Ook hij vraagt zich af hoeveel er nu echt al veranderd is. “Ik denk dat we nog niet eens goed ervaren hebben wat er precies veranderd. Niet alleen wij als raad, maar eigenlijk heel Nederland is nog zoekende.” De Omgevingswet is volgens hem een omvangrijke stelselwijziging in het ruimtelijk domein, die veel tijd en energie vraagt om te doorgronden en eigen te maken.
Het bindend adviesrecht maakt deze zoektocht concreet. In theorie is dit een zwaar instrument waarmee de raad nadrukkelijker aan zet is, maar in de praktijk is het nog wennen. Raadsleden krijgen veel – vaak technische – informatie, zoals onderdelen van omgevings- en bouwvergunningen. Dat vraagt om het leren scheiden van wat politiek relevant is en wat uitvoerend-technisch van aard is.
Meer strategisch denken en zoeken naar houvast Wat volgens Arda wél duidelijk is veranderd, is de manier van denken die de Omgevingswet vraagt. Er wordt
Daarbij ontbreekt het de raad nog aan houvast. Als een plan anders zou moeten, zijn ruimtelijke argumenten nodig. Maar waar haal je die als raadslid van-
Van raad tot daad 7
daan, wanneer professionals primair het college adviseren en zelden direct toelichten aan de raad? Daardoor voelt het bindend adviesrecht vooralsnog als een instrument dat veel verantwoordelijkheid bij de raad legt, terwijl de praktische ondersteuning en ervaring nog beperkt zijn. Tegelijkertijd ervaart Jan wel dat professionals beschikbaar zijn voor nadere uitleg en aanvullende informatie, en dat er bereidheid bestaat om de raad hierin te ondersteunen wanneer daar om wordt gevraagd. Arda en Jan verwachten dat dit zich de komende jaren pas echt zal uitkristalliseren, mede via jurisprudentie en praktijkervaring. Systemen helpen niet altijd Een ander knelpunt zit volgens Arda in de digitalisering. De Omgevingswet is mede ingevoerd omdat het ruimtelijk domein te complex werd om volledig te overzien. In de praktijk leidt dit tot uitgebreide digitale systemen waarin initiatiefnemers alles moeten afvinken, ook bij kleine plannen. “Voor initiatiefne-
mers is dat niet fijn.” Hoewel er gewerkt wordt aan verbetering van systemen en formulieren, zal dit volgens beiden tijd kosten. Lessen uit de omgevingsvisie en de stap naar 2.0 Terugkijkend op de omgevingsvisie is Arda duidelijk: een goed bureau is cruciaal. Een bureau dat ontwerpend en op lange termijn kan denken en dat participatie serieus neemt. “Niet: roept u maar, maar echt het gesprek voeren over wat er speelt.” Het omgevingsprogramma laat volgens haar zien dat dit beter kan, door het geheel op te delen in thema’s en keuzes bespreekbaar te maken. Jan ziet dat er bij de omgevingsvisie serieuze pogingen zijn gedaan, maar noemt het organiseren van betrokkenheid ingewikkeld. Het is zoeken naar de balans tussen plannen die al te ver zijn uitgewerkt en een volledig blanco start. Mogelijk kwam de omgevingsvisie ook relatief vroeg en was het vooral een leerervaring. Gebiedsontwikkeling en participatie In gebiedsontwikkeling bleek vooral de druk groter dan vooraf zichtbaar. De urgentie om woningen te bouwen, gecombineerd met visieontwikkeling, legde forse belasting op de organisatie. Zonder duidelijke prioriteiten wordt dat al snel ingewikkeld. Juist daarom is het maken van keuzes essentieel. Ook participatie vraagt daarbij om zorgvuldigheid. Verwachtingsmanagement is cruciaal: vooraf duidelijk zijn waar participatie wel en niet over gaat.
Soms vraagt dat om een rechte rug, ook als besluiten weerstand oproepen. Tegelijkertijd benadrukken Arda en Jan het belang van empathie en serieus investeren in het gesprek.
8 Van raad tot daad
Advies aan nieuwe raadsleden Hun belangrijkste advies aan nieuwe raadsleden: onderschat dit dossier niet. De Omgevingswet is een nieuwe tak van sport die vraagt om verdieping in processen en procedures. Wijs binnen de raad mensen aan die zich verdiepen en verder ontwikkelen en accepteer dat je als raadslid een lekenbestuurder bent. Blijf zoveel mogelijk op hoofdlijnen, maar weet wanneer details wél essentieel zijn. Ambitie is belangrijk, realisme onmisbaar. Alleen zo houd je grip op een complex en bepalend dossier. Arda sluit af met de hoop dat alle fracties in de nieuwe gemeenteraad groot genoeg worden om echte specialisten te kunnen ontwikkelen.
De Omgevingswet is een nieuwe tak van sport die vraagt om verdieping in processen en procedures. Wijs binnen de raad mensen aan die zich verdiepen en verder ontwikkelen en accepteer dat je als raadslid een lekenbestuurder bent.
Van raad tot daad 9
Klimaat en energie Rondom klimaat en energie spelen meerdere ontwikkelingen waarmee de gemeenteraad in de komende raadsperiode te maken krijgt.
Programma Energievoorziening, dat de gemeenteraad eind 2025 vaststelde. Deze energiestrategie blijft zich verder ontwikkelen.
De Regionale Energiestrategie (RES 1.0) richtte zich op het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit met wind- en zonne-energie. In het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE, voorheen RES 2.0) verbreedt de regio deze aanpak. De regio Stedendriehoek kijkt daarbij naar de volledige energievoorziening in 2050, waaronder vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie.
De gemeente actualiseert de Transitievisie Warmte uit 2021 en werkt deze onder de Omgevingswet uit tot een Warmteprogramma. Met dit programma werkt de gemeente toe naar een plan voor de periode 2026–2032, waarin zij per wijk de aanpak voor aardgasvrij wonen beschrijft, inclusief isolatiemaatregelen en duurzame warmtetechnieken. Door het vaststellen van het Startdocument Warmteprogramma 2026 gaf de gemeenteraad richting aan de verdere uitwerking van dit programma.
De gemeenteraad stelde in 2021 de RES 1.0 vast. Deze strategie beschrijft hoe de regio bijdraagt aan de nationale doelstelling om in 2030 35 terawattuur aan duurzame zonne- en windenergie op te wekken, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Door ontwikkelingen zoals netcongestie, de oorlog in Oekraïne en nieuwe rijkskaders ontstond de noodzaak om deze strategie te actualiseren. Dit leidde tot het Regionaal
10 Van raad tot daad
In 2022 stelde de gemeenteraad het Klimaatadaptatieplan Lochem vast. Met dit plan speelt de gemeente in op de gevolgen van klimaatverandering, zoals droogte, hitte en wateroverlast, door de leefomgeving aan te passen. Het plan bevat een uitvoeringsprogramma met concrete doelen en acties voor de periode 2021–2025.
Binnen de aanpak van droogte en wateroverlast in de Achterhoek en Liemers werken gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties samen om ‘water vast te houden’. Hierbij wordt gestreefd naar een beter gebalanceerd watersysteem, waarin water minder snel wordt afgevoerd en beter in de bodem wordt vastgehouden. Voor de periode 2025–2026 ligt hiervoor een uitvoeringsprogramma vast. Een Buurt Energie Strategie (BES) ontstaat vanuit bewoners die hun buurt aardgasvrij willen maken via een collectief en duurzaam warmtesysteem, zoals een gezamenlijke warmtepomp. Bewoners nemen hierbij zelf het eigenaarschap en houden zeggenschap over het systeem. Deze aanpak voorkomt ingrijpende aanpassingen aan individuele woningen en biedt een alternatief voor grootschalige energieprojecten, met nadruk op bewonersparticipatie en lokaal eigendom.
teit de capaciteit van het elektriciteitsnet overschrijdt. Deze situatie doet zich steeds vaker voor door de energietransitie en verdere elektrificatie, zoals de groei van zonnepanelen, warmtepompen en datacenters. Hierdoor ontstaan wachttijden voor nieuwe aansluitingen en vertragingen bij het verzwaren van bestaande aansluitingen. Dit belemmert bedrijven bij uitbreiding of bij het terugleveren van energie. Netbeheerders werken aan netwerkuitbreiding en aan congestiemanagement, waarbij zij het energiegebruik flexibeler aansturen om de druk op het net te verminderen.
Netcongestie ontstaat wanneer de vraag naar of het aanbod van elektrici-
Van raad tot daad 11
Klimaat en energie
Duidelijk en dichtbij
In gesprek met raadsleden Karin ter Maat en Tonnie Verwoerd, die zich sinds 2018 intensief met deze portefeuille bezig houden.
12 Van raad tot daad
Een portefeuille die iedereen raakt Besluiten over klimaat en energie hebben vrijwel altijd directe gevolgen voor inwoners, bedrijven en organisaties. Sinds 2018 is de omvang en snelheid van ontwikkelingen in de energietransitie sterk toegenomen, mede door landelijke keuzes zoals het sluiten van de gaskraan in Groningen en de uitwerking van het Klimaatakkoord. Waar in de eerste jaren vooral sprake was van urgentie en landelijke sturing, is in de loop van de tijd meer aandacht ontstaan voor uitvoerbaarheid, lokale betrokkenheid en de beperkingen van de energie-infrastructuur (netcongestie). Dit vraagt van de raad om zowel ambitieus als realistisch te zijn. De rol van de raad in de RES 1.0 en 2.0 De Regionale Energiestrategie (RES 1.0 en 2.0) laten zien dat de gemeente Lochem niet op zichzelf staat. “Je vormt samen met andere gemeenten in de regio Stedendriehoek een geza-
Van raad tot daad 13
Karin ter Maat 42 jaar 8 jaar actief in de raad
Tonnie Verwoerd 39 jaar 8 jaar actief in de raad
menlijke koers. Dan is het essentieel om het contact met raadsleden uit andere gemeentes te hebben, standpunten te delen en elkaar goed te informeren,” aldus Tonnie. Karin benadrukt de betekenis van goede rugdekking richting de portefeuillehouder in het college. “Onze wethouder nam deel aan een klankbordgroep. Het helpt als hij of zij weet welke lijnen de raad belangrijk vindt en daarop kan terugvallen in de regio.” Beiden kijken positief naar de klankbordgroep energietransitie. Tonnie: “In de klankbordgroep kun je onderwerpen vooraf verkennen, zonder politiek debat. Je spreekt met elkaar, hoort elkaars zorgen en vragen en bereidt zo het werk in de raad beter voor.” Karin vult aan dat de informele setting daarbij helpt: “Laagdrempelig, met ruimte voor
14 Van raad tot daad
Een belangrijke rode draad is het belang van heldere en eerlijke communicatie met inwoners
vroegtijdig en eerlijk gesprek met de betrokken buurt. Inwoners moeten weten welke stappen er wanneer volgen.”
vragen en toelichting, en altijd iemand uit de ambtelijke organisatie erbij. Dat geeft veel inzicht.” Het advies aan de nieuwe raad is om deze vorm van klankbordgroep voort te zetten en niet onnodig te formaliseren of te politiseren. Warmteprogramma: zorgvuldig en samen Karin schetst het Warmteprogramma als een traject waarin isolatie en de overgang naar aardgasvrije wijken centraal staan. “De grote lijn is duidelijk, maar er zit een spannend element in, en dat is de aanwijzingsbevoegdheid. Met deze bevoegdheid kan worden vastgesteld dat een buurt per een bepaalde datum van het gas af gaat. “Dat is voor inwoners een ingrijpende beslissing. Daarom is het belangrijk om hier heel secuur mee om te gaan. Ons advies is om dit alleen te doen op basis van zorgvuldig onderzoek, en altijd in combinatie met een
Klimaatadaptatie: benut expertise Op het gebied van klimaatadaptatie zien Tonnie en Karin vooral kansen in betere samenwerking. Zij benadrukken het belang van een sterkere verbinding tussen gemeenten en het waterschap, dat veel expertise heeft en daarom vaker betrokken zou moeten worden, bijvoorbeeld bij bestemmingsplannen. Benut die kennis, benadrukken beiden. Netcongestie: kijk naar kansen Netcongestie heeft de afgelopen jaren grote invloed gehad op plannen en verwachtingen. Projecten lopen vertraging op en beleid voor grootschalige zon- en windopwek is tijdelijk stilgelegd in afwachting van landelijke kaders. Maar ook bij woningbouw, bedrijventerreinen en maatschappelijke voorzieningen zie je netcongestie terug. Tegelijkertijd zien zij netcongestie ook als kans. “Er liggen kansen in gezamenlijke aansluitingen, in het beter gebruiken van bestaande capaciteit en in het zoeken naar slimme combinaties,” vertelt Tonnie.
Hun advies is om netcongestie niet alleen als beperking te zien, maar ook als aanleiding om innovatieve en collectieve oplossingen te verkennen, samen met inwoners, netbeheerders en andere overheden. Communicatie: concreet en eerlijk Een belangrijke rode draad is het belang van heldere en eerlijke communicatie met inwoners. Tonnie en Karin pleiten voor concrete, realistische plannen en duidelijkheid over waar inwoners wel en niet invloed op hebben, zodat inspraak ook echt betekenis krijgt. Beiden adviseren om inwoners niet alleen naar het gemeentehuis te laten komen, maar juist ook zelf naar dorpen en wijken te gaan. Dat verlaagt de drempel en geeft een beter beeld van wat er lokaal leeft. Tot slot: een portefeuille om te omarmen Beiden besluiten dat klimaat en energie vooral een heel interessante portefeuille is. Een onderwerp dat dicht bij inwoners staat en veel vraagt van raadsleden, maar ook veel inhoudelijke voldoening geeft!
Van raad tot daad 15
Sociaal domein Het Sociaal Domein in Lochem gaat over de ondersteuning die je kunt krijgen op het gebied van zorg, meedoen in de samenleving, welzijn en zelfstandig leven. De afgelopen jaren is er meer aandacht voor vertrouwen en maatwerk waarin wordt gekeken naar een totaaloplossing. Daarnaast blijft regionale samenwerking belangrijk voor de inkoop van maatwerkvoorzieningen en het vormgeven van deze voorzieningen. Woonzorgvisie In de vorige raadsperiode is er een Woonzorgvisie gemaakt voor kwetsbare ouderen en jongeren, mensen met een beperking en inwoners met psychische of sociale problemen. De gemeenteraad heeft deze visie vastgesteld. Binnen deze visie komen het ruimtelijke domein en het sociale domein samen. In de toekomst zijn er namelijk te weinig geschikte woningen voor ouderen in gemeente Lochem. Daarom is het belangrijk dat er nieuwe woonvormen komen. Samen met andere organisaties werkt de gemeente aan een Uitvoeringsprogramma en aan regels om nieuwe woonzorginitiatieven goed te kunnen beoordelen. Beleidsstukken voor de nieuwe raad De nieuwe gemeenteraad krijgt te maken met verschillende plannen waarover besluiten genomen moeten worden: Stevige Sociale Basis Gemeenten willen de komende jaren de sociale basis in wijken versterken. Dit is afgesproken in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
De gemeente moet hiervoor een beleidsplan maken en de gemeenteraad beslist hierover. De sociale basis richt zich vooral op preventie: problemen zo vroeg mogelijk voorkomen, herkennen en aanpakken. 16 Van raad tot daad
Gezond en vitaal ouder worden Het plan Gezond en Vitaal ouder worden wordt samen met het Preventieen handhavingsplan alcohol, drugs en tabak aan de raad aangeboden. De raad neemt hierover een besluit. Met deze plannen werkt de gemeente aan het doel: een gezondere generatie in 2040. Schuldhulpverlening Volgens de wet moet de gemeenteraad elke vier jaar een plan vaststellen voor schuldhulpverlening. Daarom wordt het huidige beleid aangepast. Ook moet de gemeente werken volgens de landelijke Basisdienstverlening Schuldhulpverlening. Dit zorgt voor een minimaal niveau van hulp voor iedereen met schulden. De rekenkamer onderzoekt of de doelen uit het Beleidskader Schuldhulpverlening 2023–2026 zijn gehaald en wat er nog nodig is om aan de landelijke regels te voldoen. De raad krijgt hierover een rapport. Integraal Huisvestingsplan en accommodatiebeleid Huisvestingsplan (IHP) is een document dat aangeeft hoe de gemeente en de schoolbesturen omgaan met de huisvesting van scholen. In de komende periode krijgt de raad voorstellen om geld beschikbaar te stellen voor de bouw of verbouw van scholen. Het accommodatiebeleid is een plan voor het huisvesten en beheren van maatschappelijke voorzieningen zoals sportcomplexen, buurthuizen en onderwijsgebouwen. Dit plan wordt vernieuwd en daarna neemt de raad hierover een besluit.
Omgekeerd werken ’t Baken is het centrale loket van de gemeente Lochem. Hier kun je terecht met vragen over jeugd, zorg, werk en inkomen. De medewerkers van ’t Baken werken volgens het principe van ‘de bedoeling’. Dat betekent dat de vraag van de inwoner centraal staat. Samen met verschillende deskundigen wordt gekeken welke ondersteuning het beste past. Dit heet ook wel ‘omgekeerd werken’. De gemeenteraad stelt de Verordening Sociaal Domein Lochem vast. Hierin staan de regels en afspraken die medewerkers gebruiken om te bepalen welke hulp passend is.
Raadsmonitor Sociaal Domein Elk jaar rapporteert de gemeente in de raadsmonitor Sociaal Domein over de ondersteuning die inwoners krijgen. Dit gaat onder andere over de Wmo, jeugdzorg, maatschappelijke opvang, sociaal werk, bijstandsuitkeringen en regelingen voor mensen met een laag inkomen.
Van raad tot daad 17
wat was ingekocht, en te weinig vanuit de behoefte van inwoners. De bedoeling – maatwerk en inwoner centraal – kwam niet altijd overeen met de uitvoering. Vooral voor chronisch zieken, die blijvend afhankelijk zijn van ondersteuning, is dat pijnlijk.
Sociaal domein
Houvast in verandering In gesprek met raadsleden Coby Wiltink en Willem Achtereekte. Alles hangt met alles samen Wat Coby en Willem het meest heeft verrast, is de enorme samenhang binnen het sociaal domein. Een hulpvraag over jeugdzorg raakt al snel ook armoede, onderwijs, wonen en bestaanszekerheid. Willem verwoordt het treffend: “Achter één vraag van een inwoner zit vaak bijna het hele sociaal domein.” Coby maakte de start van het sociaal domein in 2015 van dichtbij mee. Zonder achtergrond in zorg of welzijn moest zij “op een rijdende trein springen”. Al snel werd duidelijk hoe versnipperd het domein is, met verschillende wetten, regelingen en structuren die door elkaar lopen. In presentaties van beleidsmedewerkers zie je dat terug in cirkels en taartpunten die samen het grotere geheel laten zien. Beiden benadrukken dat raadsleden lekenbestuurders zijn. Met beperkte tijd en informatie neem je beslissingen die diep ingrijpen in het leven van inwoners. Het sociaal domein is complex en vraagt inzet en aandacht, maar juist daarin schuilt volgens Coby en Willem de kracht en betekenis van deze portefeuille.
18 Van raad tot daad
Welzijn heeft waarde, maar geen prijskaartje Voor Coby en Willem staat de mens centraal. Zij vinden dat de gemeente moet investeren in welzijn, leefbaarheid en het tegengaan van eenzaamheid. Tegelijkertijd is het lastig om aan die thema’s een concreet prijskaartje te hangen. Coby ziet dat de manier waarop hierover wordt gesproken sterk afhangt van de samenstelling van de raad. Sommige raadsleden kijken vooral vanuit betrokkenheid bij inwoners, anderen vanuit financiële verantwoordelijkheid. Die spanning is er altijd. In Lochem leidt dat meestal tot een zorgvuldige afweging, in een goede sfeer, maar wel met het besef dat het om grote bedragen gaat en dat niet alles mogelijk is.
Willem benadrukt dat raadsleden moeten leren om beleidsstukken kritisch te lezen. Woorden als “kan” en “optioneel” lijken klein, maar kunnen in de praktijk grote gevolgen hebben. Zijn advies: vraag je bij elk voorstel af wat dit concreet betekent voor inwoners in hun dagelijkse leven. Gemeenschappelijke regelingen: organiseer kennis en blijf kritisch De gemeenschappelijke regeling (GR) Jeugdzorg noemt Willem “geen sexy
onderwerp”, maar wel één met grote impact. Zijn belangrijkste les: weet als raadslid waarom de gemeente Lochem deelneemt aan een GR, wat het doel is en wat de gevolgen zijn voor inwoners. Let daarbij goed op formuleringen als “overige taken” of “extra taken”. Die kunnen later grote financiële en inhoudelijke gevolgen hebben. Coby vult aan dat veel GR-en wettelijk verplicht zijn en daardoor ver van raadsleden af kunnen voelen. Juist daarom pleiten zij voor raadsbrede uitleg in begrijpelijke taal. Hun advies: organiseer sessies over gemeenschappelijke regelingen in spreektaal en deel kennis binnen de raad. Als de fractiegrootte het toelaat, helpt het om regelingen onderling te verdelen zodat niet alles op één schouder terechtkomt.
Coby Wiltink 62 jaar 12 jaar actief in de raad
Beleid lezen door de ogen van inwoners Waar beleid en uitvoering het meest wringen, zit volgens beiden vaak in taal en interpretatie. Coby noemt als voorbeeld de verstrekking van hulpmiddelen. In de praktijk werd soms te veel geredeneerd vanuit
Willem Achtereekte 67 jaar 4 jaar actief in de raad Van raad tot daad 19
Sommige raadsleden kijken vooral vanuit betrokkenheid bij inwoners, anderen vanuit financiële verantwoordelijkheid. Die spanning is er altijd. Omgekeerd werken vraagt tijd en cultuurverandering Hoewel de raad had gekozen voor omgekeerd werken, bleek in de uitvoering dat regels en procedures soms nog leidend waren, in plaats van de hulpvraag van de inwoner. Met meerdere amendementen is het beleid aangescherpt om interpretatieruimte te beperken en de vraag van de inwoner echt centraal te zetten. Dat proces vroeg veel tijd en energie, van raadsleden én van ambtenaren en wethouder. Het vraagt een cultuuromslag: weg van “wat schrijft de wet voor” naar “wat heeft deze inwoner nodig”. Volgens Coby en Willem is die omslag inmiddels beter vastgelegd, maar blijft het een leerproces. Integraal Huisvestingsplan (IHP): inclusief onderwijs in de praktijk Bij het Integraal Huisvestingsplan (IHP) draait het volgens Willem niet alleen om stenen en vierkante meters, maar ook om de vraag wat inclusief onderwijs in de praktijk betekent. In het plan werd “inclusief onderwijs” als optie benoemd. Voor Willem gaat inclusief onderwijs verder dan rolstoeltoegankelijke gebouwen. Het gaat ook om ruimte voor prikkelgevoelige kinderen, time-outplekken en zorg in schoolgebouwen. Een extra ruimte ziet hij niet als luxe, maar als
20 Van raad tot daad
noodzakelijke voorziening die bovendien multifunctioneel inzetbaar is. Coby benadrukt dat het IHP een lang en complex traject is, met grote financiële gevolgen. Juist daarom is het belangrijk dat raadsleden zich tijdig laten informeren en niet pas aan het eind van het proces instappen. Grip houden zonder te verdrinken Tot slot geven Coby en Willem nieuwe raadsleden enkele concrete adviezen: Organiseer openbare, informerende bijeenkomsten waarin kennis wordt gedeeld zonder politiek debat. Laat je informeren, maar ga ook naar buiten: praat met inwoners, scholen, kerken en vrijwilligers. Verdiep je in wat er al ligt aan beleid, zodat je het overzicht behoudt.
Gemeentefinanciën Een belangrijke taak van de gemeenteraad ligt bij het budgetrecht. Met dit recht stelt de raad financiële middelen beschikbaar en bepaalt zij waaraan de gemeente geld uitgeeft. Aan het einde van het jaar, uiterlijk 15 november, stelt de raad de begroting voor het daaropvolgende jaar vast. Daarin legt de raad vast hoeveel geld beschikbaar komt voor welke doelen en activiteiten. De gemeente Lochem geeft jaarlijks ruim 100 miljoen euro uit. Het grootste deel van de inkomsten ontvangt de gemeente van het Rijk. Financieel staat Lochem er momenteel goed voor, met een algemene reserve van ruim 40 miljoen euro. Via de jaarrekening legt het college verantwoording af over de inkomsten, uitgaven en reserves van de gemeente. De accountant controleert deze jaarrekening. De financiële vooruitzichten vragen echter om aandacht. Vanaf 2028 dreigen de rijksbijdragen fors te dalen, het zogenoemde ravijnjaar. Tegelijkertijd lopen de kosten in onder meer het sociaal domein op, met name binnen de jeugdzorg. Deze ontwikkelingen dwin-
gen de gemeente om de komende jaren scherpe keuzes te maken. De raad zal discussies moeten gaan voeren over de omvang en invulling van gemeentelijke taken en over mogelijke bezuinigingen, ombuigingen of het vergroten van inkomsten. Zowel in de begroting als in de jaarrekening neemt de gemeente een paragraaf Grondbeleid op. Deze paragraaf beschrijft de grondexploitaties. In een grondexploitatie brengt de gemeente de kosten en opbrengsten van gebiedsontwikkeling in beeld, bijvoorbeeld bij woningbouwlocaties. De gemeente maakt in eerste instantie kosten door gronden aan te kopen en bouwrijp te maken. Vervolgens verkoopt zij de bouwrijpe grond, waarna de bouw kan starten. Omdat het hierbij om grote bedragen gaat en gebiedsontwikkeling vaak meerdere jaren duurt, loopt de gemeente aanzienlijke financiële risico’s. Actieve sturing en toezicht blijven daarom noodzakelijk. Niet bij alle gebiedsontwikkelingen draagt de gemeente zelf het risico; soms neemt een marktpartij de ontwikkeling voor eigen rekening.
Van raad tot daad 21
Jan de Vries 72 jaar 8 jaar actief in de raad
Martine Willems 48 jaar 8 jaar actief in de raad
Gemeentefinanciën
Verantwoord vooruit In gesprek met raadsleden Martine Willems en Jan de Vries over de gemeentefinanciën. Beiden maken sinds 2018 deel uit van de gemeenteraad. Martine vervult de rol als voorzitter van de auditcommissie; Jan is lid van deze commissie. In het gesprek schetsen zij een beeld van een gemeente die er financieel goed voor staat, maar tegelijkertijd geconfronteerd wordt met structurele onzekerheden. Een financieel sterke, maar niet zorgeloze situatie Volgens Jan en Martine beschikt de gemeente over stevige reserves, wat haar in vergelijking met andere gemeenten een sterke uitgangspositie geeft. Tegelijkertijd is die positie niet zorgeloos. De afgelopen jaren viel de jaarrekening regelmatig gunstiger uit dan begroot. Dat kwam deels doordat projecten en werkzaamheden vertraging opliepen of niet volledig werden uitgevoerd, onder meer door capaciteitsproblemen en krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast speelden incidentele meevallers vanuit het Rijk een rol, waardoor ver-
22 Van raad tot daad
wachte tekorten werden verzacht. Die combinatie maakt dat de korte termijn beheersbaar leek, maar voor de periode na 2027 blijven de vooruitzichten onzeker. Juist daarom benadrukken zij het belang van een meerjarige perspectief. Van begroting naar realiteit Een belangrijk aandachtspunt is volgens hen het verschil tussen wat wordt begroot en wat uiteindelijk wordt uitgevoerd. De raad stelt kaders en opdrachten vast, maar moet zich ook blijven afvragen of plannen uitvoerbaar zijn. Capaciteit, planning en realisme horen nadrukkelijk thuis in het politieke gesprek. Jan en Martine pleiten ervoor om financiën eerst feitelijk te benaderen: wat is begroot, wat is gerealiseerd en waar ontstaan afwijkingen? Door die vragen structureel te stellen, ontstaat inzicht. Pas daarna krijgen politieke keuzes en accenten echt betekenis.
Keuzes die uitlegbaar moeten blijven Financiële besluiten raken inwoners en ondernemers direct, bijvoorbeeld bij belastingverhoging of aanpassingen in voorzieningen. Wat Jan en Martine daarin ingewikkeld vinden, is de stapeling van maatregelen. Een losse maatregel lijkt soms overzichtelijk, maar kan in combinatie met andere besluiten grote gevolgen hebben voor specifieke groepen.
stukken, kan veel betekenen voor het gezamenlijke begrip en aanpak.”
Daarom is samenhang essentieel. Niet alleen kijken naar één voorstel, maar naar het geheel. En vooral: een goed verhaal richting inwoners, zeker wanneer later blijkt dat geld overblijft. Als lasten worden verhoogd en achteraf meevallers ontstaan, moet de raad dat helder kunnen uitleggen.
“Stel ook vragen, juist over de systematiek. Begrijp je de opbouw niet, dan wordt de inhoud ongrijpbaar. Medewerkers van financiën, de griffie en ervaren collega’s zijn goed benaderbaar en bereid om uitleg te geven. Maak ook gebruik van de workshops en introducties die regelmatig gegeven worden.”
Grip krijgen op cijfers Hoewel gemeentefinanciën vaak als ‘droge kost’ worden gezien, hoeft dat volgens Jan en Martine niet zo te zijn. “Met de juiste aanpak is het goed te volgen. Wat daarbij helpt, is focus en samenwerking binnen een fractie. Eén raadslid dat financiën structureel volgt en zich verdiept in de
Daarnaast wijzen zij op het belang van zowel vooruit- als terugkijken. De begroting laat zien wat je van plan bent; de jaarrekening toont wat er daadwerkelijk is gebeurd. Juist door die twee naast elkaar te leggen, worden patronen zichtbaar en kun je leren van afwijkingen.
Grondexploitaties: risico’s zitten niet alleen in geld “Bij grondexploitaties is het goed om verder te kijken dan de financiële cijfers,” benadrukken Martine en Jan. “Minstens zo belangrijk is de vraag of
Van raad tot daad 23
Gemeenschappelijke regelingen en regionale samenwerking
Als lasten worden verhoogd en achteraf meevallers ontstaan, moet de raad dat helder kunnen uitleggen.
bouwen op een plek überhaupt haalbaar is. Denk aan bodemgesteldheid, procedures, water, energievoorziening of andere onzekerheden. Veel van deze risico’s worden pas zichtbaar zodra een project daadwerkelijk start.” Hun ervaring leert dat het belangrijk is om grondexploitaties meerjarig te bekijken en het vroegtijdig signaleren van risico’s. Welke onzekerheden spelen er over meerdere jaren en hoe beïnvloeden die het tempo en de kosten? Hoe langer projecten duren, hoe duurder ze worden. Vroeg handelen kan voorkomen dat plannen vastlopen of dat ondernemers afhaken. Tot slot: onderschat de tijd niet Martine en Jan zijn helder over wat het
24 Van raad tot daad
raadswerk vraagt, zeker ook bij het financiële dossier. Wie het serieus wil doen, moet rekenen op een aanzienlijke tijdsinvestering (16-20 uur per week). Lezen, voorbereiden, overleggen, inwoners spreken en afwegingen maken kost tijd. Dat is de kern van het raadswerk. Financiële besluiten vormen de basis onder vrijwel alle keuzes die de raad maakt. Hun boodschap aan nieuwe raadsleden is dan ook: neem de tijd, naast het reguliere raadswerk, om het financiële verhaal te leren kennen en te begrijpen. Het betaalt zich terug in betere besluiten en meer grip op het geheel.
De gemeente Lochem werkt intensief samen met andere organisaties. Deze samenwerkingen worden aangeduid als verbonden partijen. Het gaat om organisaties waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft, zoals gemeenschappelijke regelingen, samenwerkingsverbanden, stichtingen of verenigingen. In de begroting en de jaarrekening neemt de gemeente een paragraaf Verbonden partijen op. In deze paragraaf maakt de gemeente inzichtelijk welke taken verbonden partijen uitvoeren en welke financiële bijdragen Lochem hiervoor levert. Binnen een gemeenschappelijke regeling werken meerdere gemeenten samen. Door deze samenwerking vergroten gemeenten hun uitvoeringskracht, besparen zij kosten en bundelen zij kennis. Ook sta je als gemeenten samen sterker als je aanspraak wilt maken op subsidies. De gemeente Lochem neemt deel aan zeven gemeenschappelijke regelingen: De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland De GGD Noord- en Oost-Gelderland De Stadsbank PlusOV De regio Stedendriehoek De Omgevingsdienst Achterhoek Tribuut Een nadeel van gemeenschappelijke regelingen is de afstand tot de gemeenteraad. Omdat regelingen soms uit meer dan twintig gemeenten bestaan, ervaart
de raad minder directe sturing. De mogelijkheid die de raad heeft om invloed uit te oefenen op een gemeenschappelijke regeling is door jaarlijks bij de begroting, en bij sommige regelingen ook bij de kadernota, een zienswijze in te dienen. Daarnaast kan de raad een raadsadviescommissie instellen die het algemeen bestuur van de regeling adviseert. In de afgelopen raadsperiode was er een raadsadviescommissie voor de regio Stedendriehoek en een informele raadsadviescommissie voor de Veiligheidsregio Noord Oost Gelderland. Binnen een aantal gemeenschappelijke regelingen spelen ontwikkelingen waarmee de gemeenteraad te maken krijgt. De Omgevingsdienst Achterhoek werkt samen met de Omgevingsdienst Veluwe aan de vorming van één robuuste omgevingsdienst, om kwaliteit en continuïteit te versterken. In de regio Stedendriehoek leggen de betrokken partijen in 2026 het Ontwikkelperspectief voor aan de gemeenteraden. Deze langetermijnvisie richting 2050 richt zich op het verbinden van wonen, werken en voorzieningen om de regio te versterken. Binnen de GGD Noord- en Oost-Gelderland lopen onderzoeken naar de robuustheid en toekomstbestendigheid van onder meer de jeugdgezondheidszorg. Daarnaast bereiden gemeenten binnen de Jeugdregio+ Midden IJssel/ Oost Veluwe de oprichting van een gemeenschappelijke regeling voor de specialistische jeugdzorg voor.
Van raad tot daad 25
Gemeenschappelijke regelingen en regionale samenwerking
Invloed vraagt focus In gesprek met raadslid Marleen van der Meulen over de rol van de raad in regionale samenwerking en gemeenschappelijke regelingen. Van nauwelijks invloed naar meer betrokkenheid Toen Marleen begon als raadslid, was de invloed van de gemeenteraad op gemeenschappelijke regelingen beperkt. Regionale samenwerkingsverbanden functioneerden vooral op afstand en raadsleden kregen besluiten vaak pas laat in het proces voorgelegd.
Marleen van der Meulen 63 jaar 12 jaar actief in de raad
In de loop der jaren is dat volgens haar veranderd. Door nieuwe wetgeving en een andere bestuurlijke benadering zijn gemeenteraden steeds nadrukkelijker betrokken geraakt bij regionale samenwerking. Niet alleen formeel, maar ook inhoudelijk. De kern daarvan is volgens Marleen democratische legitimiteit. Als steeds meer beleid regionaal wordt voorbereid, moet de raad tijdig betrokken zijn. Niet om alles over te nemen, maar om richting te geven en uiteindelijk goed onderbouwde besluiten te nemen. Grip ervaren én het verschil tussen samenwerkingsverbanden Waar die betrokkenheid goed verloopt,
26 Van raad tot daad
ervaart Marleen dat de raad daadwerkelijk invloed heeft. Een belangrijk voorbeeld is de regio Stedendriehoek. Daar is anderhalf jaar geleden een raadsadviescommissie ingesteld, waarvan zij voorzitter is. De meerwaarde hiervan zit in de manier van werken. Gemeenteraden worden bewust op het juiste moment aangehaakt: al in de fase vóór besluitvorming. Daardoor begrijpen raadsleden beter waarom voorstellen worden gedaan en welke afwegingen eraan voorafgaan. Tegelijkertijd ziet Marleen dat die positie niet overal vanzelfsprekend is. Bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland functioneert een informele raadsadviescommissie, omdat niet alle gemeenten akkoord gingen met een formele variant. Ook bij andere samenwerkingsverbanden – zoals de Omgevingsdienst Achterhoek, de GGD, Tribuut, PlusOV en de Stadsbank – verschilt de mate waarin de raad merkbare invloed kan uitoefenen. Daarmee komt ze uit bij haar kernpunt:
Van raad tot daad 27
deringen vinden op verschillende dagen plaats en ook de frequentie verschilt. Juist daarom pleit zij voor eenvoud. Raadsleden hebben het druk en verwerken al veel informatie binnen hun eigen gemeente. Informatie over samenwerkingsverbanden moet daarom overzichtelijk en begrijpelijk zijn, met ruimte voor verdieping voor wie dat wil.
niet elk samenwerkingsverband is even beleidsrijk. Juist daarom is het belangrijk om als raad te bepalen waar intensieve betrokkenheid echt nodig is. Regio’s krijgen steeds meer betekenis De regio Stedendriehoek vroeg volgens Marleen meer aandacht dan zij vooraf had verwacht. Dat heeft alles te maken met de veranderende rol van regio’s. Ze zijn steeds vaker aanspreekpunt voor provincie en rijk en krijgen steeds meer opgaven op hun bord. Woningbouw is daar een duidelijk voorbeeld van, maar ook mobiliteit, infrastructuur en economische ontwikkeling. Daarnaast worden financiële middelen, zoals Europese subsidies, vaak via de provincie verdeeld. Individuele gemeenten hebben daar lastig toegang toe, terwijl regio’s sterker staan. Dat leidt ook tot regiodeals: afspraken en investeringen om de regionale economie te versterken en ontwikkelingen mogelijk te maken, bijvoorbeeld in de agrarische sector. Voor Marleen zit de essentie niet in het aantal dossiers, maar in het besef dat deze opgaven alleen regionaal goed te organiseren zijn. Dat maakt regionale samenwer-
28 Van raad tot daad
king onvermijdelijk én relevant voor de raad. Grip houden in een complex speelveld Regionale samenwerking betekent werken op afstand. Besluitvorming vindt formeel plaats in de gemeenteraad, terwijl plannen vaak regionaal worden voorbereid. Dat maakt het proces complex.
Daarnaast benadrukt ze het belang van rolvastheid. Raadsleden, bestuursleden, ambtenaren en griffies moeten helder hebben wat hun taak is. Aan het begin van een nieuwe raadsperiode moeten daar duidelijke afspraken over worden gemaakt.
Boodschap aan nieuwe raadsleden Voor nieuwe raadsleden heeft Marleen een nuchter en realistisch advies. Kijk waar je inhoudelijke interesse ligt en kies bewust waar je je tijd en energie in steekt. Niet elk samenwerkingsverband vraagt om dezelfde betrokkenheid van de raad. Instrumenten zoals een raadsadviescommissie kunnen helpen om grip te krijgen, maar alleen als ze worden ingezet bij beleidsrijke onderwerpen waar de raad inhoudelijk kan sturen. Bij beleidsarme samenwerkingsverbanden is terughoudendheid soms verstandiger.
Uiteindelijk draait het volgens Marleen steeds om de vraag: wie doet wat, en wanneer?
In de regio Stedendriehoek wordt daarom gewerkt met de raadsladder. Per traject wordt bepaald hoe de raad wordt betrokken op basis van de stappen: informerend, beeldvormend, opiniërend, oordeelsvormend en besluitvormend. Dat zorgt voor duidelijkheid over verwachtingen en rolverdeling. Het belangrijkste inzicht voor Marleen is dat raden tijdens het proces aangehaakt moeten worden. Alleen dan kunnen raadsleden hun kaderstellende rol goed vervullen. Informatievoorziening: eenvoud boven perfectie Als het gaat om informatievoorziening en kaderstelling, wijst Marleen op een structurele realiteit: gemeenten verschillen onderling sterk. Raadsverga-
Van raad tot daad 29
Welke adviezen geven de commissies en werkgroepen aan de raad? De raadswerkgroep Sociaal Domein, de raadswerkgroep Omgevingswet en de auditcommissie hebben hun werkzaamheden in de afgelopen raadsperiode geëvalueerd. Op basis van deze evaluaties formuleren zij adviezen voor de nieuwe raad.
Raadswerkgroep Sociaal Domein De raadswerkgroep Sociaal Domein heeft haar rol en werkwijze geëvalueerd en doet de volgende aanbeveling aan de raad. Om goed geïnformeerd te blijven over ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein, kan de raad aansluiten bij de bestaande vergaderstructuur. Informerende en adviserende tafels bieden daarvoor geschikte momenten. Een raadswerkgroep die buiten de openbaarheid vergadert, ligt op dit moment niet voor de hand. Wanneer zich omvangrijke ontwikkelingen voordoen waarop actieve sturing gewenst is, kan een tijdelijke raadswerkgroep uitkomst bieden. Het gaat daarbij om afgebakende trajecten met een duidelijk begin en einde. De werkgroep adviseert om per situatie bewust te kiezen voor de meest passende vorm. Direct contact met professionals vergroot het inzicht in wat er in de samenleving speelt. Door vaker werkbezoeken te organiseren, krijgt de raad beter zicht op de praktijk. De werkgroep adviseert daarom om in de komende raadsperiode vaker op werkbezoek te gaan. De raadsmonitor Sociaal Domein biedt een instrument om gericht te sturen op ontwikkelingen binnen het Sociaal Domein. Door deze monitor actief te gebruiken en verder te ontwikkelen, kan de raad trends volgen en beleidskeuzes onderbouwen. De werkgroep adviseert om jaarlijks de inrichting en inhoud van de raadsmonitor te blijven bespreken.
30 Van raad tot daad
Raadswerkgroep Omgevingswet De raadswerkgroep Omgevingswet vindt het wenselijk om de raadswerkgroep in de komende raadsperiode voort te zetten. Dit omdat er op het gebied van de Omgevingswet nog veel ontwikkelingen zijn, zoals de verschillende omgevingsprogramma’s, de Omgevingsvisie 2.0 en het toewerken naar een eerste omgevingsplan voor de gemeente Lochem. Verder heeft de raadswerkgroep drie aanbevelingen voor de komende raadsperiode: Verduidelijk de opdracht van de raadswerkgroep In 2023 heeft de raad de aangepaste opdracht van de raadswerkgroep vastgesteld. In de praktijk bleek deze opdracht nog onvoldoende scherp en niet voor iedereen eenduidig. De nieuwe raad wordt daarom gevraagd bij aanvang van de raadsperiode expliciet stil te staan bij de opdracht en deze waar nodig te verduidelijken. Bij het aanscherpen van de opdracht kan de raad onder meer aandacht besteden aan: deskundigheidsbevordering van raadsleden, het organiseren van inspiratie en kennis van buiten en advisering van de raad over besluitvormings- en participatieprocessen in het kader van de Omgevingswet. Borg de rolzuiverheid binnen de raadswerkgroep In de raadswerkgroep werken raad, college en ambtelijke organisatie samen. Dat vraagt om heldere afbakening van rollen en verantwoordelijkheden binnen de driehoek raad-college-organisatie. In de afgelopen periode is die rolzuiverheid niet altijd voldoende bewaakt.
Dit had invloed op de onderlinge verhouding en de sfeer. Investeer in kennis en passende werkwijze Een goed inhoudelijk gesprek binnen de raadswerkgroep vraagt om een gezamenlijk kennisniveau. In de komende raadsperiode is daarom een gerichte investering nodig in de kennis van nieuwe leden van de raadswerkgroep én van de raad als geheel. De raadswerkgroep adviseert de nieuwe raad om raadsbreed te investeren in scholing op het gebied van de Omgevingswet. Daarnaast adviseert de raadwerkgroep om niet langer twee werkgroepen op één avond direct na elkaar te plannen. Minder frequent vergaderen, met een volledige avond per bijeenkomst, biedt meer ruimte voor verdieping en vermindert tijdsdruk.
Van raad tot daad 31
Auditcommissie De auditcommissie geeft de nieuwe gemeenteraad de volgende adviezen mee. Deze zijn ook opgenomen in een apart overdrachtsdocument. Verbeter de leesbaarheid van de P&C-documenten De raad heeft een eerste stap gezet met het uitwerken van thema’s in de kadernota. Een expliciete koppeling met onderliggende visiedocumenten ontbreekt nog. Daarnaast hanteert de kadernota een indeling met zowel genummerde thema’s, hoofdstukken als programma’s. Deze systematiek veroorzaakt onduidelijkheid. De raad kiest daarom voor een heldere en consistente structuur van de kadernota en legt expliciet vast hoe deze zich verhoudt tot vastgestelde visies en beleidsdocumenten. Op onderdelen ontvangt de raad onvoldoende informatie om zijn financiële verantwoordelijkheid te kunnen nemen en het gesprek op hoofdlijnen te voeren. De raad bepaalt daarom expliciet welke informatie de P&C-documenten bevatten en welke niet. De auditcommissie adviseert daarnaast om de P&C-documenten sterker te visualiseren. Heldere schema’s, tabellen en infographics vergroten de toegankelijkheid voor de raad als inwoners. Versterk de sturing en controle via de P&C-documenten De P&C-documenten maken nog onvoldoende duidelijk wat het college met activiteiten wil bereiken en hoe het college resultaten meet. Concrete doelstellingen en meetbare indicatoren ontbreken regelmatig.
De raad maakt hierover scherpere afspraken met het college en ziet toe op opname van duidelijke doelen en indicatoren in begroting en jaarstukken.De P&C-documenten leggen een relatie met de Sustainable Development Goals (SDG’s), maar motiveren niet altijd waarom het college specifieke doelen koppelt aan gemeentelijk beleid. Het college onderbouwt deze keuzes voortaan expliciet.Ook de informatievoorziening over grondexploitaties vraagt versterking. De raad beschikt momenteel niet over een integraal totaaloverzicht. Het college levert daarom in begroting en jaarrekening een volledig en samenhangend overzicht aan, zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol goed kan uitvoeren. Houd vast aan een heldere behandeling van de P&C-documenten De kadernota vormt het inhoudelijke beleidsdocument van de P&C-cyclus. De begroting vertaalt deze kaders financieel. De raad behandelt de kadernota inhoudelijk en stelt via dat debat de financiële richting vast. De begroting volgt deze lijn en geldt in beginsel als hamerstuk. De auditcommissie adviseert deze werkwijze te continueren. De raad behandelt de kadernota en de begroting op één avond, zodat inhoudelijke keuzes en financiële consequenties in samenhang besproken worden.
De auditcommissie adviseert de raad structureel over de technische juistheid, financiële volledigheid en leesbaarheid van de P&C-documenten.
Versterk de positie van de auditcommissie De auditcommissie pakt haar adviserende rol steviger op. Aan het begin van de raadsperiode organiseert de raad een gerichte training voor de commissieleden, gericht op rolinvulling en positionering binnen de raad.
De auditcommissie adviseert de raad om de verordening van de auditcommissie te actualiseren. Daarmee verduidelijkt hij de opdracht, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de commissie en borgt hij een stevige positionering binnen de planning-en-controlcyclus.
32 Van raad tot daad
Van raad tot daad 33
Hoe werkt de raad? Een aantal onderwerpen zijn als beginnend raadslid belangrijk om te weten. In dit hoofdstuk worden deze onderwerpen kort toegelicht. Hoe wordt de gemeente bestuurd? De gemeenteraad is het hoogste orgaan in de gemeente. Dit betekent dat de raad opdrachtgever is van het college. De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad.
De raad bepaalt de hoofdlijnen en het college is verantwoordelijk voor de uitvoering. Deze scheiding is sinds 2002 wettelijk vastgelegd in de Wet dualisering gemeentebestuur, met als doel de rol van de raad te versterken.
Het college van burgemeester en wethouders (B&W) is opdrachtnemer van de gemeenteraad en verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. De burgemeester is ook voorzitter van het college. De wethouders worden gekozen door de gemeenteraad.
Het samenspel tussen de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie is intensief. In de zogenaamde driehoek overleggen de burgemeester, de griffier en de gemeentesecretaris onder andere over de wijze van samenwerking, omgangsvormen, cultuur en politiek gevoelige onderwerpen die in de gemeente spelen.
De ambtelijke organisatie voert de opdrachten uit die door het college worden uitgezet. De gemeentesecretaris is eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. De griffie ondersteunt en adviseert de gemeenteraad. De griffier en medewerkers van de griffie vervullen hierin de centrale rol. Dualisme is de duidelijke taakverdeling tussen de gemeenteraad en het college.
34 Van raad tot daad
Rollen/stijlen van het raadslid Een raadslid vervult drie hoofdtaken: vertegenwoordigen, kaders stellen en controleren. Bij de vertegenwoordigende taak vertegenwoordigen raadsleden de inwoners van de gemeente. Zij onderhouden contact met de samenleving om te weten wat er speelt. Deze signalen worden meegenomen bij het nemen van besluiten, zodat de belangen van inwoners kunnen worden afgewogen. Bij het stellen van kaders bepalen raadsleden de koers. Op hoofdlijnen stellen zij het beleid en de bijbehorende budgetten vast. Daarmee is voor het college duidelijk binnen welke kaders het werkt. De controlerende taak houdt in dat raadsleden erop toezien dat het college de door de raad gestelde kaders uitvoert en dat dit binnen de vastgestelde budgetten gebeurt. Daarnaast controleert de raad of het college in het algemeen zorgt voor een goed dagelijks bestuur van de gemeente.
Elk raadslid heeft eigen interesses en talenten en kan het raadslidmaatschap op eigen wijze invullen. Hieronder staan vijf voorbeelden over hoe je het raadslidmaatschap kunt invullen (zie ook het boek: ‘De binnenkant van Politiek’ van Pieter Tops en Stavros Zouridis). De ombudsman richt zich op individuele inwoners, hun problemen en belangenbehartiging. De partijpoliticus focust zich op de partijlijn, partijbelangen en ideologische overtuigingen. De onderhandelaar zoekt verbinding, maakt compromissen en zoekt samenwerking tussen verschillende partijen en belanghebbenden. De probleemoplosser is gericht op concrete oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. De bestuurder (of coördinator) houdt het overzicht, stuurt op processen en richt zich op efficiënt gemeentelijk bestuur.
Van raad tot daad 35
Vergaderstructuur van de gemeenteraad De vergaderstructuur van de gemeenteraadraad is gebaseerd op het zogenoemde BOB-model. Dit model staat voor Beeldvorming, Oordeelsvorming en Besluitvorming. Door deze stappen te doorlopen komt de raad tot weloverwogen besluiten. In de gemeente Lochem vinden hiervoor elke twee weken op de dinsdagavond verschillende vergaderingen plaats. Eén keer per maand vindt een Politieke Avond en één keer per maand een raadsvergadering plaats. Politieke Avond Tijdens de Politieke Avond behandelen raadsleden aan gesprekstafels verschillende onderwerpen. Dit gebeurt in maximaal drie rondes van 45 minuten. De gesprekstafels verschillen in karakter en doel. Aan een informerende tafel informeert het college de raad over een onderwerp en de raad luistert en stelt verhelderende, feitelijke vragen.
Raadsvergadering Tijdens de raadsvergadering behandelt de raad hamerstukken en debatonderwerpen. Bij debatonderwerpen dienen raadsleden moties en/of amendementen in en stemmen zij hierover. Raadsinstrumenten Raadsleden beschikken over verschillende wettelijke instrumenten om hun rol te vervullen. In de praktijk gebruikt de raad sommige instrumenten vaker dan andere. Hieronder volgt een overzicht van de raadsinstrumenten die raadsleden regelmatig inzetten
Aan een adviserende tafel vraagt het college de raad om advies, bijvoorbeeld in aanloop naar een raadsvoorstel of over een onderwerp waarvoor het college bevoegd is en waarbij het de mening van de raad wil betrekken. Aan een beeldvormende tafel stelt de raad verduidelijkende vragen aan inwoners en/of het college over een raadsvoorstel of raadsmemo om het onderwerp beter te begrijpen.
Vragenrecht Met het vragenrecht stellen raadsleden mondelinge of schriftelijke vragen aan het college. Het Reglement van orde regelt de afspraken hierover. De raad onderscheidt openstaande vragen (na een tafel), technische vragen, mondelinge vragen tijdens het vragenkwartier en schriftelijke vragen.
Aan een meningvormende tafel gaan de raad en het college met elkaar in debat over een raadsvoorstel. Het doel is om elkaar te overtuigen van voorlopige standpunten. Ook brengen raadsleden mogelijke moties en amendementen in beeld.
Amendement Met een amendement stellen raadsleden voor om de tekst van een raadsvoorstel te wijzigen. Neemt de raad het amendement aan, dan verwerkt het college deze wijziging in het voorstel. Ambtelijke bijstand Met ambtelijke bijstand krijgen raadsleden ondersteuning van ambtenaren bij de uitoefening van het raadswerk. Elk raadslid heeft recht op ondersteuning. De Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning regelt de afspraken hierover. Naast deze instrumenten kan de raad ook het recht van interpellatie, het initiatiefrecht, de inlichtingenplicht en het enquêterecht gebruiken.
Motie Met een motie spreekt de raad zich formeel uit richting het college. De raad kan hiermee een wens, uitspraak of verzoek neerleggen om een onderwerp op te pakken of een actie te ondernemen. Na stemming stelt de raad de motie vast. Het college is niet verplicht de motie uit te voeren.
Aan een open ronde tafel gaan inwoners of organisaties in gesprek met raadsleden over een inwonersinitiatief.
Zie de website van de gemeente Lochem voor de schematische indeling van de Politieke Avond en de raadsvergadering: www.lochem.nl/gemeenteraad
36 Van raad tot daad
Van raad tot daad 37
Raadsinformatiesysteem De gemeenteraad maakt gebruik van NotuBiz als raadsinformatiesysteem. In NotuBiz vinden raadsleden en fractievertegenwoordigers onder andere de agenda’s van de raad, vergaderstukken, livestreams van de vergaderingen, besluitlijsten en ingekomen post. Zie ook: www.lochem.nl/gemeenteraad
Informatievoorziening De informatievoorziening van de gemeenteraad verloopt via verschillende vaste kanalen. Wekelijks verstuurt de griffie op donderdag aan het eind van de middag de RAADgever. In de RAADgever staan het nieuws van de week, aankondigingen van nieuwe bijeenkomsten en de documenten die die week beschikbaar zijn gekomen. Het gaat daarbij onder andere om nieuwe raadsvoorstellen, nieuwe memo’s, nieuwe vragen (schriftelijk, technisch, openstaand), beantwoording vragen en ingekomen post. Vanaf dat moment zijn deze documenten ook beschikbaar in Notubiz. Behandeling raadsvoorstellen De agendacommissie bepaalt voor elk raadsvoorstel op welke wijze de raad het voorstel behandelt. Daarbij kiest de commissie voor een beeldvormende behandeling, een meningvormende behandeling of een afdoening als hamerstuk in de raad. Behandeling memo’s Het college informeert de raad via memo’s. De raad neemt memo’s in principe voor kennisgeving aan. Een memo kan