CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Bekenschot

Raadsvergadering 15 september 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen zonnepark Bekenschot17.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3 Cultuurhistorie Cultuurhistorische-waardenkaart Lochem De cultuurhistorische-waardenkaart van Lochem toont met name (de waarden van) het zichtbare landschappelijke en gebouwde erfgoed. De cultuurhistorische -waardenkaart bestaat uit twee kenmerkenkaarten (landschap en bouwkunst/stedenbouw), twee waarderingskaarten (landschap en bouwkunst/stedenbouw), zes themakaarten en een integrale ensemblekaart (Figuur 12) waarop de ‘cultuurhistorische toppers’ van Lochem zijn weergegeven. De waardering van het historisch cultuurhistorisch landschap is gebaseerd op drie criteria:

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

27

1. de gaafheid (mate waarin het gebied onaangetast is gebleven) van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 (cq. de situatie ten tijde van de ontginning), bijvoorbeeld qua type grondgebruik, verkaveling, percelering etc. 2. de gaafheid van de huidige verticale dimensie in het landschap (fysiognomie) ten opzichte van de situatie omstreeks 1850 (c.q. de situatie ten tijde van de ontginning), dat wil zeggen de openheid of geslotenheid van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc. 3. de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt.

Figuur 12: Integrale cultuurhistorische waardenkaart (ensemblekaart) met het plangebied ingetekend

Het plangebied en cultuurhistorische waarden Op de integrale ensemblekaart (Figuur 12) is te zien dat het noordelijk deel van het plangebied in een cultuurlandschap met een hoge waarde ligt (landschapstypering KH1, randzone van de heide), hoewel in de toelichting bij dit landschapstype gesproken wordt van een ‘gemiddelde waarde’. Wellicht zijn sommige van de oorspronkelijke kenmerken op deze locatie wat beter bewaard gebleven dan elders. Het zuidelijk plangebied maakt onderdeel uit van een cultuurlandschap met lage waarde (landschapstypering KD5, droge kampontginning, min of meer regelmatig). Ook zijn in het plangebied geen monumenten of andere objecten of structuren aanwezig met een belangrijke cultuurhistorische waarde. Het deel van het plangebied met een hoge waarde is getypeerd als ‘randzone van de heide’. In veel gevallen is hier de hoofdlijn van de structuur nog wel herkenbaar, maar door het verdwijnen van perceelrandbeplanting en het vergroten van de percelen is de oorspronkelijke structuur lastiger waarneembaar. Het zonnepark past binnen bestaande verkaveling en er gaan door deze ontwikkeling geen bestaande/historische landschapskenmerken verloren. De beplanting wordt deels gebruikt om relicten van oorspronkelijke houtsingels te versterken en door te trekken, en blijft op die plaatsen ook na 25 jaar weer behouden (zie ook bijlage 6, en 2.2.4).

Het voorgenomen initiatief heeft dus geen negatieve invloeden op de cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie levert derhalve geen belemmering op voor de aanleg van een zonnepark.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

28

4.4 Bodemkwaliteit Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet dit met een bodemonderzoek worden gestaafd. Uit de gegevens van de Omgevingsdienst Achterhoek blijkt dat er geen verontreinigingen in het plangebied bekend zijn (zie Figuur 13). Het plangebied is altijd als agrarisch gebied in gebruik geweest waardoor er ook geen verontreiniging is te verwachten. Het gebruik als zonnepark stelt geen specifieke eisen aan de bodem en is ook niet van grote invloed op de algehele bodemkwaliteit (zie ook 4.5). Nader onderzoek kan dus achterwege blijven.

Figuur 13: Uitsnede uit de bodemkaart van Lochem (GISviewer Omgevingsdienst Achterhoek) met het plangebied ingetekend

Het toekomstig gebruik als zonnepark is geen gevoelige functie . Het plan is plan op basis van het aspect bodemkwaliteit uitvoerbaar.

4.5 Invloed op de bodem- en grondwaterkwaliteit Invloeden op de bodem Het zonnepark wordt gebouwd op agrarische grond. Na afloop van de exploitatietermijn wordt het park opgeruimd en kan de grond weer voor agrarische toepassingen worden gebruikt. Dat de bodemkwaliteit na 25 jaar gebruik als zonnepark veranderd is, is te verwachten. Om ervoor te zorgen dat de grondeigenaar die kwaliteit zo snel mogelijk weer op peil kan brengen, wordt het zonnepark gebouwd op een manier die de negatieve invloeden zoveel mogelijk beperkt.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

29

Er is in Nederland nog geen onderzoek gedaan naar de langetermijneffecten van een zonnepark op de bodemkwaliteit maar er zijn wel een aantal factoren bekend die hierop van invloed zijn 1: licht, lucht, water en organische stof. Te verwachten valt dat een zonnepark tot een reductie van deze vier factoren kan leiden, hetgeen een negatief effect op de bodem heeft. Om dit zoveel mogelijk tegen te gaan worden de volgende maatregelen genomen: • De panelen staan hoger dan normaal (ca. 80 cm voor, ca. 250 cm achter), zodat er meer ruimte is voor directe en indirecte lichtinval en indirecte neerslag (regen die door de wind wordt meegevoerd) om de bodem onder de panelen te bereiken; • De panelen worden deels in een zuid-opstelling geplaatst en deels in een oost/westopstelling met vlindervorm ( ). Door deze vlindervorm wordt geborgd dat er vrijwel evenveel licht en vocht onder de panelen kan komen als in een zuidopstelling, in tegenstelling tot de reguliere oost-westopstellingen met ‘dakjes’ ( ). • Tussen elke paneelrij is circa 2,5 meter vrije ruimte; • De panelen worden niet strak tegen elkaar aan gemonteerd, maar met een kleine tussenruimte, zodat regenwater niet alleen aan de voorzijde, maar ook tussen de panelen door op de bodem terecht komt.

Dit vermindert de kans op gronderosie aan de voorzijde van de paneelrijen (er valt veel minder water op één plek) en helpt om verdroging van de bodem onder de panelen te voorkomen. Het vocht in de bodem onder de panelen verdampt minder door de schaduwwerking; • Onder en tussen de panelen wordt schaduwminnend schraal grasland aangelegd. Op die manier wordt het dichtslaan en uitdrogen van de bodem en bodemerosie voorkomen; • Door een combinatie met schapenbeweiding is er toch nog een zekere mate van bemesting; • Om ook onder de panelen een stevige, dichte bodembedekking te behouden, wordt het beheer hierop afgestemd (zie bijlage 5). • Uitgebloeide bloemen, zaadhulzen, afgevallen boombladeren en ander organisch materiaal kan zich door de wind goed over het park verspreiden en dat zorgt ervoor dat er toch enige nieuwe toevoer van organische stof naar de bodem plaatsvindt. Voldoende licht, lucht en vocht onder de panelen houdt niet alleen het gras in stand, maar is ook belangrijk voor het leven ín de bodem dat weer van invloed is op de bodemkwaliteit (o.a. ontwikkeling van wortelgroei, organische stof, regenwormen, schimmels en bacteriën).

Een literatuurstudie 2 van de Universiteit Groningen, WUR, en Kenniscentrum Akkervogels concludeert onder meer: “Bij een ecologische inrichting van zonneparken met extensief beheerde vegetaties als uitgangspunt, zal de kans op bodembederf nihil zijn, en is juist een positief effect op de structuur en kwaliteit van de bodem te verwachten, vooral als de uitgangssituatie intensieve landbouwgrond was.”

1 prof.dr. W.H. van der Putten et al (2017) ‘Zonneparken en bodemafdekking’, Bodem, 4, p.18-21 2 Raymond Klaassen et al (2018) ‘Literatuurstudie naar mogelijkheden voor een ecologische inrichting van

zonneparken’, p.15

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

30

Invloeden op het grondwater In het kader van een zonneparkproject in een grondwaterbeschermingsgebied in gemeente Dalfsen heeft TPSolar uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijke invloeden van een zonnepark op de kwaliteit van het grondwater. Basis hiervoor is een rapport van Deltares en RIVM 3 naar mogelijke risicofactoren van zonneparken op grondwater. TPSolar heeft in een eigen rapportage elk van deze risico’s vertaald naar de praktijksituatie. Hieruit bleek niet alleen dat de kans van optreden verwaarloosbaar is, maar ook dat de effecten van de genoemde risico’s minimaal zijn. De belangrijkste conclusies zijn als volgt: • Systeemvreemde stoffen die vrijkomen tijdens de aanleg (lekkende olie uit voertuigen, verpakkingsafval, etc.): De bouwperiode is slechts 3 maanden en in die tijd is het aantal motorvoertuigbewegingen minder dan bij 25 jaar voortdurende agrarische bewerking. Aangevoerd materiaal is verpakt in karton, hout en stalen fixeerbanden, dat direct na het uitpakken wordt verzameld, en gescheiden afgevoerd. • Systeemvreemde stoffen die vrijkomen uit panelen: Panelen logen alleen uit bij fabricagefouten of na fysieke beschadiging. Bij de oplevering, maar ook na extreem weer wordt het panelenveld onder meer met warmtebeeldcamera’s onderzocht, waarbij zelfs niet-zichtbare beschadigingen en fabricagefouten kunnen worden gedetecteerd.

Ook wordt de installatie 24/7 op afstand gemonitord. • Systeemvreemde stoffen die vrijkomen uit constructies: Het grootste risico op uitloging vormen de gegalvaniseerd stalen funderingsprofielen, die in de grond staan. Uitloging treedt op bij een relatief hoge zuurgraad van de grond en/of de neerslag. De afgelopen decennia is er in Nederland nauwelijks meer sprake van zure regen. Ook neemt de zuurgraad van de bodem in het algemeen geleidelijk steeds verder af. Daarbij staan de funderingsprofielen van een zonnepark onder een afdak van panelen (worden dus bij neerslag niet of nauwelijks nat) en staan ze verticaal, wat gemiddeld tot 4 x minder uitloging leidt dan bij horizontale oppervlakken. Er is dus hooguit sprake van een minimale zinkbelasting van de bodem. • Grootschalige schade leidend tot grootschalig vrijkomen van vreemde stoffen: Er zijn weinig voorbeelden uit Nederland van situaties die tot grootschalige schades kunnen leiden. Hagelbuien met extreem grote stenen zijn zeldzaam, en dan ook nog eens zéér lokaal. Het KNMI schat in dat aan het einde van deze eeuw tot tweemaal zoveel van deze buien kunnen voorkomen, dus ook dan is de kans dat het een specifiek zonnepark treft zeer klein.

Veldbranden (spontaan of aangestoken) zouden grote schade kunnen toebrengen, maar de grassen in de schaduw drogen nauwelijks uit en er zijn geen brandbare delen aan zonnepanelen, dus een dergelijke brand kan zich moeilijk verspreiden. TPSolar is bovendien verzekerd tegen al dit soort calamiteiten en heeft bij grootschalige uitval geen inkomsten. Daarom zullen panelen bij catastrofes zeer snel worden vervangen en wordt het afval verwijderd voordat uitloging in enige mate heeft kunnen plaatsvinden. Van het voorgenomen zonnepark zijn dus geen significante negatieve gevolgen te verwachten op de bodem- of grondwaterkwaliteit.

3 M. Rutgers et al (2019) ‘Verkenning naar mogelijke effecten van zonneparken op grond- en

oppervlaktewater in waterwingebieden in de provincie Limburg’

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

31

4.6 Natuur 4.6.1

Groene Ontwikkelingszone

Zoals op onderstaande kaart (Figuur 14) is te zien, ligt de beoogde locatie grotendeels in de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen), maar buiten het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen).

Figuur 14: Uitsnede uit de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022), met het plangebied ingetekend.

Het beleid met betrekking tot de Groene Ontwikkelingszone kent een aantal ontwikkelingsdoelen voor het landschap. Deze zijn vastgelegd in de bijlage Kernkwaliteiten GNN en GO. De planlocatie ligt in gebied 17 - Beekvliet - Barchemse Veengoot. Hiervoor gelden de volgende (natuur)ontwikkelingsdoelen: • Ontwikkeling evz Beekvliet - Zwarte Veen, met name voor soorten van schraallanden • Ontwikkeling vochtige bossen, schraallanden en poelen, met name op goor- en beekeerdgronden • Ontwikkeling meer natuurlijke bossen • Ontwikkeling bosranden • Beperken barrièrewerking N312, N315 en N319 Het voorgenomen initiatief levert vooral een grote bijdrage aan het eerste ontwikkelingsdoel: het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van een ecologische verbindingszone (EVZ) van ca. 650 meter lengte, precies in het aangewezen gebied tussen Beekvliet en Zwarte Veen. Deze EVZ wordt ingericht conform de modellen die de provincie voor dit gebied heeft aangewezen (Vuurvlinder en Kamsalamander). Hierbij wordt ook in de aanleg van poelen en schraallanden voorzien, waarmee enige bijdrage aan het tweede ontwikkelingsdoel wordt gegeven (zij het op veldpodzolgronden). Aan de ontwikkeling van meer natuurlijke bossen kan het initiatief helaas niet bijdragen.

Het bestaande aangrenzende bosje aan de Ruurloseweg wordt in het plangebied voorzien van mantelzoomvegetatie, en levert dus een bijdrage aan de ontwikkeling van bosranden. Mantelzoomvegetatie is lage vegetatie zonder boomvormers. Het bosje zelf neemt hierdoor dus niet in omvang toe.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

32

4.6.2

Rekenregels versterking Groene Ontwikkelingszone

Sinds actualisatie 8 van de Omgevingsverordening wordt aan omgevingsplannen de voorwaarde opgelegd, dat nieuwe activiteiten of ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone zijn toegelaten, mits de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Om deze voorwaarde goed te kunnen invullen en te kunnen toetsen, hebben Gedeputeerde hebben op 30 mei 2020 de ‘Regels versterking Groene ontwikkelingszone’ vastgesteld, waarvan een rekenmethodiek deel uitmaakt. Deze methodiek is beschikbaar als een (beveiligd) Excelbestand of als een online invulformulier. In deze methodiek wordt achtereenvolgens berekend wat er door een ontwikkeling in de GO aan bestaande elementen verloren gaat en wat de negatieve impact is op de bestaande waarden. Deze twee berekeningen leveren een totale negatieve score op. In de rekentabel Versterkingsmaatregelen kunnen vervolgens de natuur- en landschapsmaatregelen ingevoerd worden die de initiatiefnemer neemt. Dit levert een positieve score op. Het saldo van beide berekeningen dient positief te zijn. TPSolar heeft deze berekeningen uitgevoerd (zie Bijlage n 11 en 12).

Omdat sommige versterkingselementen deels permanent en deels tijdelijk zijn, is in overleg met de provincie besloten de Excel-berekening tweemaal in te vullen, eenmaal met permanente (verhogingsfactor 1,25) en eenmaal met tijdelijke maatregelen (reductiefactor 0,7). De rekenresultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel. Berekening

Punten

Verliesfactor (Bijlage 11)

0 (er gaan geen elementen verloren)

Impactfactor zonnepark (Bijlage 11)

- 9.900

Versterking permanent (Bijlage 12A)

+ 8.764

Versterking tijdelijk (Bijlage 12A)

+ 3.143

Saldo

+ 2.007

Enkele maatregelen komen niet in de rekenregels voor, en kunnen nog als extra versterkingsfactoren worden gezien, zoals de keverbank van 200 m lang en de wildcorridor (in principe zou een ree probleemloos om het plangebied heen kunnen lopen ). De uitkomst is derhalve fors positief, waarmee ruimschoots voldaan wordt aan de kwantitatieve voorwaarden uit de Omgevingsverordening.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

33

4.6.3

Ecologische verbindingszone (GO Ontwikkeldoel)

Figuur 15: Uitsnede natuur- en landschapsbeleidskaart Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, met het zonnepark ingetekend in blauw.

Hoofddoel van de Groene Ontwikkelingszone in dit gebied is het totstandkomen van ecologische verbindingen. Op dit moment bestaat het plangebied uit akkerbouwpercelen, die hier geen invulling aan geven en eerder de verbinding voor doelsoorten belemmeren. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied moeten derhalve verplicht een bijdrage leveren aan verbetering van de ecologische verbinding. Omdat per gebied de doelsoorten voor deze verbindingen variëren heeft provincie Gelderland in de nota “Groene Connecties” meerdere inrichtingsmodellen ontwikkeld en per deelgebied aangegeven welke modellen daar passen. De planlocatie ligt in het oost-west-georiënteerde EVZ-gebied van ‘Beekvliet’ (Stelkampsveld) naar ‘Zwarte Veen’ (omgeving Landgoed De Wiersse). Op deze EVZ zijn de modellen Kamsalamander en Vuurvlinder van toepassing. Beide modellen gaan uit van een brede landschapszone met daarin stapstenen (kleine, specifiek ingerichte gebiedjes, tot 1 ha) en corridors (lijnelementen van 10 tot 50 meter breed), elementen die de trek van doelsoorten door het gebied vergemakkelijken. De inrichting van het zonnepark geeft hieraan dan ook invulling. Een ecoloog van Staring Advies, die vaker ecologische verbindingen en natuurprojecten uitvoert voor de provincie Gelderland, heeft hierbij geadviseerd. Zijn adviezen (zie Bijlage 10) zijn verwerkt in het inrichtingsplan.

Zoals in Figuur 15 te zien doorsnijdt het plangebied van het zonnepark de gehele zone die in het provinciaal beleid als (te ontwikkelen) EVZ is aangewezen. Dat betekent dat de natuurontwikkeling in en rond het zonnepark niet alleen aan de kwantitatieve vereisten moet voldoen, maar dat er een robuuste EVZ moet ontstaan die ook als het zonnepark er staat kwalitatief ruim voldoende is om de beoogde verbinding tot stand te brengen. Om die reden wordt aan de zuidzijde van het zonnepark een permanente EVZ aangelegd, met natte (‘water als verbinder’) en droge (schraalland)verbindingen. Binnen het zonnepark wordt schraal grasland

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

34

toegepast en rondom komen stevige landschapselementen, waardoor ook het zonnepark zelf een flinke bijdrage levert aan de ecologische verbinding. Er is bewust voor gekozen om de EVZ aan de zuidzijde van het zonnepark te maken. Dat is het ‘natste’ deel van het plangebied, waarin zelfs sprake is van enige kwel. De poelen kunnen hier wel af en toe droogvallen (gewenst om te voorkomen dat zich een grote visstand ontwikkelt, hetgeen schadelijk is voor de voortplanting van de doelsoorten van de EVZ). Om de aanzuigende werking van de zuidelijke kavelsloten te beperken wordt er bij de bouw op toegezien dat deze niet dieper zijn dan 50 cm. Permanente EVZ De EVZ ten zuiden van het zonnepark is een op zichzelf staand verbindend element dat van grote waarde is. Om die reden is besloten om deze zone na de exploitatieperiode buiten de afbraak- en herstelplicht van het zonnepark te houden en dus permanent behouden te laten. Om die reden worden de onderliggende gronden door TPSolar aangekocht. Met de gemeente zal worden bekeken of het mogelijk is deze zone te zijner tijd op een passende wijze planologisch te laten vastleggen (zie ook 2.2.4). 4.6.4 Quickscan Flora en Fauna Om de uitvoerbaarheid van onderhavig plan te toetsen, is op 21 december 2022 door Otte Groenadvies een quickscan Flora en Fauna voor het projectgebied uitgevoerd, op basis van deskresearch en een veldonderzoek ter plaatse.

De geldigheid van deze quickscan is 3 jaar. De rapportage is in de bijlagen opgenomen. De voornaamste conclusies luiden: •

•

• • •

•

Flora Tijdens het veldbezoek werden geen beschermde of bedreigde plantsoorten of resten hiervan op het plangebied aangetroffen, het voorkomen van strikter beschermde plantsoorten zijn derhalve uit te sluiten. Op het perceel en in de directe omgeving zijn geen monumentale/behoudenswaardige bomen aanwezig. Fauna Er zijn geen (sporen van) beschermde soorten aangetroffen. Het perceel is geschikt voor de huismuis, rat en mol. Deze soorten zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming. Voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Het perceel is geschikt voor soorten als huisspitsmuis, egel, ree, bosmuis, veldmuis, konijn en haas. Deze soorten zijn opgenomen in de lijst nationaal beschermde soorten, Wet natuurbescherming. In het kader van de ruimtelijke inrichting zijn deze en andere algemene soorten echter vrijgesteld. Uiteraard is altijd de algemene zorgplicht van toepassing. Het perceel biedt geen geschikte mogelijkheden als verblijfplaats voor vleermuizen. Het valt niet te verwachten dat de geplande werkzaamheden negatieve invloed heeft op eventueel aanwezige vlieg- en foerageerroutes van vleermuizen. Er worden ook geen lichtmasten geplaatst, dus de donkerte wordt niet verstoord. Op basis van het veldbezoek is de inschatting dat de vleermuizen geen gebruik maken van het plangebied. Nader onderzoek is niet nodig (Netwerk Groene Bureaus, 2021).

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

35

•

•

De plannen hebben naar verwachting geen negatieve effecten op amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden. Een ontheffing of nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. De ruimtelijke ontwikkeling zal niet leiden tot verstoring, aantasting of vernieling van jaarrond beschermde rust- of voorplantingsplaatsen van vogels.

Aanbeveling In de quickscan is de volgende aanbeveling opgenomen: Voorkom tijdens de werkzaamheden vestiging van boomkikker, kleine watersalamander, poelkikker, alpenwatersalamander en kamsalamander. In de aanbevelingen is een set met maatregelen opgenomen om vestiging te voorkomen. Deze zullen t.z.t. in overleg met de betrokken ecoloog worden uitgevoerd. De quickscan Flora en Fauna heeft verder geen beperkingen of aandachtspunten opgeleverd. Een negatief effect op beschermde gebieden valt uit te sluiten. Het aspect Natuur is derhalve geen belemmering voor het onderhavige initiatief.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid houdt zich bezig met de risico's als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen. In dat kader zijn vier onderwerpen van belang: • bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Be -vi); • bedrijven die op grond van overige milieuwetgeving afstandsnormen voor veiligheid bezitten, zoals het Vuurwerkbesluit of het Activiteitenbesluit (bv. propaantanks); • het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water; • het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Het Interprovinciaal Overleg heeft een digitale risicoatlas gepubliceerd (risicokaart.nl). Hierop is te zien (Figuur 16) dat er in de omgeving van het projectgebied geen relevante risicoinrichtingen zijn gelegen. De ondergrondse gasleiding in het noordoosten ligt op ca. 400 meter van de dichtstbijzijnde rand van de planlocatie. Ook vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over aanliggende wegen. Een zonnepark is ook geen risicogevoelig object, er verblijven geen mensen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Figuur 16 Uitsnede risicokaart met het plangebied ingetekend. Bron: Atlas van de Leefomgeving.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

36

4.8 Reflectie/schittering Omwonenden zijn vaak bezorgd dat de zonnepanelen in een veldopstelling voor ongewenste, storende lichtreflectie zorgen. Deze zorg is echter onterecht. Er zijn twee verklaringen die uitsluiten dat de omgeving van het zonnepark last kan hebben van spiegeling/weerkaatsing van het zonlicht in de panelen: natuurkundig en technisch. Natuurkundig Als er al reflectie is, dan is deze bij een zonnepark altijd naar de hemel gericht. Dit kan aan de hand van natuurkundige principes worden verklaard. Bij reflectie op gladde oppervlakken, zoals op zonnepanelen, geldt in de natuurkunde dat de hoek van inval gelijk is aan de hoek van uitval. A. Zuidopstelling In deze opstelling beweegt de zon zich gedurende de dag min of meer parallel aan de paneeltafels. Op 21 juli staat de zon op zijn hoogst en heeft dan een instralingshoek van 61,2°. De panelen worden geplaatst onder een hoek van circa 15° richting het zuiden (zie Figuur 17). De hoek van inval is in de zomer dan 61,2° + 15° = 76,2° ten opzichte van het zonnepaneel. De hoek van uitval is dan ook 76,2° ten opzichte van het zonnepaneel (bijna recht omhoog). Op 21 december staat de zon op zijn laagst, en dan valt het licht onder een hoek van 14° op de panelen, wat een invalshoek en uitvalshoek van 14 + 15 = 29° oplevert (schuin omhoog).

Omdat de zon opkomt in het oosten, en dan via het zuiden weer ondergaat in het westen, komt het zonlicht overdag vooral uit zuidelijke richting. Daardoor zal de reflectie dus het hele jaar door omhoog en naar het noorden zijn gericht.

Figuur 17: Weerkaatsing bij een zuidopstelling

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

37

B. Oost/westopstelling (vlinder) In deze opstelling staan de tafels met de paneelzijden naar elkaar toe gekeerd en beweegt de zon zich gedurende de dag min of meer haaks over de paneelrijen heen. Het weerkaatsingsprofiel is daarbij anders dan dat van een zuidopstelling. Ook in oost/westopstelling wordt het licht vrijwel de gehele dag (en zeker tijdens de krachtigste zonuren) naar de hemel weerkaatst. Alleen tijdens het eerste en laatste zonuur van de dag zou de weerkaatsing direct buiten het zonnepark lager dan 10 meter kunnen komen. Doordat de hoek van het licht dan nog steeds naar de hemel gericht is, neemt de hoogte van de weerkaatsing toe met de afstand, waardoor nabijgelegen woningen (op 100 meter of meer) er evenals voet- of wegverkeer geen hinder van zullen ondervinden. De achterzijde van de panelen schermen sowieso alle weerkaatsing onder de 2,50 meter volledig af (ze Figuur 18).

Figuur 18: Weerkaatsing bij een oost/westopstelling

Technisch Er is met de huidige generaties zonnepanelen niet echt sprake meer van reflectie. Zonnepanelen nemen zoveel mogelijk (meer dan 95%) van het invallende zonlicht op, om dit te kunnen omzetten in energie. Weerkaatst zonlicht zou ten koste gaan van de productie en wordt dus op alle mogelijke manieren voorkomen. Hiervoor zorgt allereerst een antireflectiecoating op het bovenglas dat door middel van een chemisch proces met het glas wordt ‘versmolten’ en daardoor even lang meegaat als het glas zelf. Daarnaast is er een bewerking aan de binnenzijde van het bovenglas, dat een beetje hetzelfde effect oplevert als een doorkijkspiegel: het licht kan er in één richting vrij doorheen, maar als het wordt teruggekaatst (door de fotocellen) kan het er niet meer uit. Een modern zonnepaneel reflecteert dan ook nog minder dan een mat tv - of laptopscherm en verstrooit bovendien het kleine beetje weerkaatste licht, waardoor er geen schittering optreedt. Ook de frames van de panelen zijn mat en schitteren niet. Verder is er ook bij neerslag of condensatie er geen schittering. De panelen worden al snel enigszins warm in de zon waardoor ochtenddauw geen kans krijgt, neervallend regenwater zal direct van de panelen afdruipen (zelfs bij motregen) en het eventuele restant zal bij een beetje zonneschijn al snel verdampen (bij bewolkt weer is er natuurlijk sowieso geen schittering).

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

38

In de praktijk Dat een zonnepark geen spiegeling oplevert is bovendien in de praktijk bewezen. Voor de bouw van Zonnepark Hoogveld Uden, naast luchtmachtbasis Volkel, heeft TPSolar op verzoek van Defensie reflectietesten uitgevoerd. Hierbij is op zonnige dagen een groot aantal testvluchten uitgevoerd boven een proefopstelling van zonnepanelen, waarbij onder verschillende hoeken over droge en bevochtigde panelen werd gevlogen. De uitkomst van deze testen was dat er geen waarneembare reflectie werd geconstateerd, waarna Defensie goedkeuring verleende aan de bouw van het zonnepark. Het enige zichtbare effect op zonnige dagen is dat de van dichtbij donkergekleurde panelen door het kleine beetje strooilicht van een afstand van kleur veranderen en lichtgrijs lijken. Het aspect lichtreflectie speelt dus geen rol bij dit initiatief.

4.9 Elektromagnetische straling Uitsluitend bij de omvormers en de transformatoren zal enige elektromagnetische straling vrijkomen. De rest van de installatie (panelen, verzamelkasten en vrijwel alle bekabeling) is gelijkstroom, en vanuit de natuurkunde is bekend dat daarbij geen elektromagnetische straling vrijkomt. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een grens van 0,4 microTesla (μT) als de maximale stralingsintensiteit waaraan mensen (langdurig) blootgesteld mogen worden. Binnen de zone waar de elektromagnetische straling hoger is, mogen bijvoorbeeld geen huizen gebouwd worden. De GGD heeft op 28 juni 2018 een advies uitgebracht over de gezondheidsrisico’s van zonneparken. Onder meer zijn daarbij de elektromagnetische velden van zonneparken onderzocht. In het GGD-advies staat dat indien een woning op meer dan 4 m van een transformatorhuisje staat, de jaargemiddelde magnetische veldsterkte in de woning lager zal zijn dan 0,4 microtesla. In het voorgenomen zonnepark staan de omvormers en transformatoren op meer dan 220 m afstand van de dichtstbijzijnde woningen. Het aspect elektromagnetische straling levert geen belemmering op voor het zonnepark.

4.10 Brandveiligheid en elektrocutierisico Het project zal in zijn totaliteit voldoen aan alle hiervoor geldende normen voor wat betreft installatietechniek en brandveiligheid, maar het is een elektrische installatie. Om risico te beperken zal het terrein altijd afgesloten zijn met een hekwerk (met camerabewaking) om ongeoorloofde en onbedoelde toegang tegen te gaan. De installatie wordt aangelegd door uitsluitend gecertificeerde installateurs en wordt gekeurd/gewaarborgd door een onafhankelijk instituut. De bekabeling is aanraakveilig en/of ondergronds ingegraven en verbindingen zitten alle in afgesloten kasten. De toegepaste materialen en componenten zijn geen van alle specifiek brandgevaarlijk en geven bij verbranding hooguit in verwaarloosbare mate gassen/stoffen af, die geen gevaar vormen voor de betrokken hulpverleners, laat staan voor de directe omgeving. Daarnaast beschikt de installatie over ingebouwde beveiligingen die (delen van) de installatie automatisch uitschakelen in geval van kortsluiting. De installatie wordt aangesloten op een beheercentrale waar deze 24 uur per dag, 7 dagen per week op afstand wordt gemonitord. Bij waarschuwingen kan het park met de bewakingscamera’s visueel worden gecontroleerd en

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

39

kunnen eventueel bevoegde instanties worden ingeschakeld. Tijdens het bouwproces wordt in samenspraak met o.a. gemeente en brandweer voor het zonnepark een calamiteitenprotocol opgesteld. Het park is goed bereikbaar via de ingang aan de Bekenschot. Via een halfverharde onderhoudsweg van ca. 4 meter breed die geschikt is voor zwaar verkeer zijn alle installatiedelen goed bereikbaar. Ter plaatse van de hoofdingang bevindt zich een bestaande beregeningsput met een voldoende groot debiet (>2.000 liter/minuut). Deze zal voorafgaand aan de bouw van de installatie worden getest en bij goedkeuring worden uitgebreid met een bluswateraansluiting met de juiste bronkop. Indien de bestaande put de test niet doorstaat, zal een aparte brandput worden geboord en aangelegd op/nabij dezelfde locatie. De aanleg van brandputten is niet vergunningplichtig, er geldt alleen een meldplicht bij gebruik. Aan de hoofdpoort komt een sleutelkluis om de toegang voor lokale hulpdiensten te bieden, de procedure hieromtrent wordt in het calamiteitenprotocol vastgelegd. Ook hangt aan de poort een bord met contactgegevens en een 24/7 noodnummer. In het onwaarschijnlijke geval dat er brand zou uitbreken, zal dit naar verwachting optreden in de trafo/inverterstations.

Deze liggen aan de onderhoudsweg (dus goed bereikbaar), op een verhoogde ondergrond van zand en beton en staan rondom 5 meter vrij van begroeiing en van andere installatiedelen. De kans op verspreiding naar andere delen van het park is dus zeer klein. Bovendien staan er in een straal van 100 meter om het park géén verblijfsgebouwen. De voorgenomen plannen leveren geen verhoogd risico op voor brand of elektrocutie.

4.11 Kabels en leidingen Uit het Klic informatieverzoek blijkt dat er geen kabels en leidingen door het plangebied lopen. T.z.t. zal de kabel naar het onderstation van Liander in Borculo getrokken gaan worden. De benodigde vergunningen en maatregelen hiervoor worden door de uitvoerende partij verzorgd, los van de onderhavige aanvraag. Het aspect kabels en leidingen levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.

4.12 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) vormt een belangrijk juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Voor de geluidgevoelige objecten moeten bepaalde grenswaarden in acht worden gehouden. Er zijn geen geluidsgevoelige objecten in de buurt van het zonnepark. Bij het zonnepark is nauwelijks sprake van geluidsproductie. Er is bijna alleen laagspanning op de gehele installatie (ca. 1.000 V), waardoor de geluiden zoals bekend van hoogspanningsinstallaties (brommen/zoemen) alleen voorkomen bij de omvormer/trafostations. Dit geluid is op korte afstand al niet meer hoorbaar. De gebruikte omvormers, trafostations en regelapparatuur worden weliswaar bij langdurig warm weer actief gekoeld maar zijn het grootste deel van de dag en het grootste deel van het jaar stil. Aangezien Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

40

deze installaties midden op het park staan, zal het geluid buiten het zonnepark de geldende normen niet overschrijden. Er is ook geen sprake van geluidsreflectie van bijvoorbeeld weg-, trein of vliegverkeer naar de omgeving. Hoewel de panelen wel geluid reflecteren, zal dit door de hellingshoek naar de lucht zijn gericht (zie ook 4.8). Hierdoor zal er geen waarneembare geluidsreflectie voor de omgeving zijn. Het aspect geluid levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.

4.13 Luchtkwaliteit Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Ng/m 3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Voorliggend plan beoogt het realiseren van een zonnepark. Een dergelijke functie heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeersaantrekkende werking. De verkeersgeneratie van de nieuwe functie is dan ook nihil. Het project moet derhalve worden beschouwd als een nibm-project.

Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.

4.14 Stikstofdepositie De locatie ligt binnen de invloedssfeer van Natura2000-gebied Stelkampsveld. Een omgevingsvergunning kan derhalve alleen verleend worden indien kan worden aangetoond dat de ontwikkeling niet zorgt voor extra stikstofdepositie in het Natura2000-gebied. Er zijn in juni 2025 AERIUS-berekeningen gemaakt op basis van de laatste versie van de calculator. Het resultaat van de AERIUS-calculator luidt zowel voor de aanlegfase als de exploitatiefase als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Ten opzichte van de huidige (agrarische) situatie gaat de depositie tijdens de exploitatiefase zelfs omlaag. Zie bijlage 9 (A t/m E) voor de rapportages en de ingevoerde gegevens. Er is van de voorgenomen ontwikkeling geen stikstofdepositie in Natura2000-gebieden te verwachten. Dit aspect levert dus geen belemmering op voor het zonnepark.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

41

4.15 Water en klimaatadaptatie In het kader van het provinciaal waterbeleid valt de planlocatie zowel (deels) in de ‘Beschermingszone natte landnatuur’ als in het gebied ‘Water als verbinder’ (Figuur 19 – ‘Functies van water’). In de Beschermingszone natte landnatuur dienen ruimtelijke ontwikkelingen hydrologisch te worden getoetst op mogelijk significant nadelige effecten op de gebieden met natte landnatuur. Het voorgenomen plan is hydrologisch neutraal en levert derhalve geen nadelige effecten op. In het kader van ‘Water als verbinder’ streeft het provinciaal beleid naar de ontwikkeling van natte ecologische verbindingszones en een watersysteem dat ruimte biedt grote fluctuaties in de waterafvoer te faciliteren. In dit plan wordt een natte ecologische verbindingszone aangelegd met meerdere poelen van behoorlijk formaat en sloten met natuurvriendelijke oevers, en wordt het laagste deel van het zonnepark van een laag grondwalletje voorzien, waardoor een extra buffer voor hemelwateropvang ontstaat (zie ook 4.6).

Figuur 19: Themakaart Water en Milieu uit de Geconsolideerde Omgevingsverordening 2023 Gelderland, met het plangebied ingetekend

Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerprogramma 2022-2027 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap t/m 2027 voor ogen heeft, staan beschreven. Het waterschap laat in het waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn. Er zijn voor de periode 2022-2027 vier beleidsthema’s gekozen: • •

Klimaatrobuust gebied: jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog en voldoende weerbaarheid tegen extreem weer. Veilig gebied: bescherming tegen hoog water en wendbaar kunnen inspelen op ontwikkelingen.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

42

• •

Circulaire economie en energietransitie: het uitvoeren van de taken van het waterschap op klimaatneutrale wijze. Gezonde leefomgeving: een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het werkgebied.

4.15.1 Watertoets Het Waterschap werkt met de gemeente samen aan een goede ruimtelijke ordening via het proces van de Watertoets. Voor dit plan is deze watertoets uitgevoerd en op 10-12-2019 door WRIJ beoordeeld. Er waren geen opmerkingen op het plan. Voor het nu in te dienen aangepaste plan geldt dat dit geen wijzigingen oplevert in de aspecten die zijn getoetst Basis voor de Watertoets is onderstaande watertoetstabel, waarin de taakgebieden van het waterschap zijn beschreven, en voor het onderhavige project is aangegeven welke van deze aspecten relevant zijn. Geconcludeerd is dat in het onderhavige plan op een juiste manier met de relevante belangen werd omgegaan. Watertoetstabel Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade)

Riolering en Afvalwaterketen

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Relevant

Intensiteit

Nee

2

2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

2

1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m 3 /uur?

Nee

2

2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?

Nee

1

3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?

Nee

1

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2 ?

Nee

2

2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2 ?

Nee

1

3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

Nee

1

4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden,

Nee

1

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?

Nee

1

3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Ja

1

4. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren?

Ja

1

beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlaktewaterkwaliteit

Grondwateroverlast

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

43

5. Beoogt het plan aanleg van drainage?

Nee

1

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?

Ja

1

2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

2

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel?

Nee

1

2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Nee

1

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?

Nee

2

2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

2

3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur?

Ja

1

4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000 -gebied?

Nee

1

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

2

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer

Volksgezondheid

Natte natuur

Toelichting op de aspecten uit de watertoetstabel (Water)Veiligheid Volgens de Legger van het waterschap en de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (Figuur 20) kan geconcludeerd worden dat de planlocatie niet in of nabij een grondwater- of oppervlaktewaterbeschermingsgebied ligt. Ook bevinden zich geen waterkeringen, waterbergingsgebieden of rivieren in of nabij het plangebied. Er is derhalve geen risico op het gebied van waterveiligheid. Wel ligt het deels in een beschermingsgebied natte landnatuur en deels in een gebied met water als verbinder. De natte landnatuur wordt niet aangetast, en het plan maakt volop gebruik van water als verbinder.

Figuur 20: Waterkaart Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, met het plangebied ingetekend

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

44

Figuur 21: Uitsnede uit de Legger van waterschap Rijn en IJssel, met het plangebied ingetekend

Uit de Legger van het waterschap (Figuur 20) blijkt dat het plangebied aan de westzijde grenst aan de afwateringssloot van de Doktersdijk (BER36.005, leidingvak: LV80720006). Dit is een Awatergang.Ter plaatse van deze watergang zal een onderhoudsstrook van 4 meter vanuit de insteek van de sloot worden vrijgehouden van beplanting en bebouwing (zie ook de plantekening in bijlage 1). In of nabij het plangebied bevinden zich verder geen door het waterschap beheerde watergangen. Riolering en Afvalwaterketen Het project levert géén afvalwater op. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren. Het functioneren van de riolering wordt niet nadelig beïnvloed en het milieu wordt niet zwaarder belast dan in de huidige situatie. Wateroverlast (oppervlaktewater) Onder de zonnepanelen wordt geen verharding aangelegd en er is geen hemelwateropvang. Het regen- of smeltwater kan dus vrij in de grond weglopen. Compensatie van verharding is daardoor ook niet aan de orde. De paneelrijen staan ruim 2,5 meter uit elkaar en de panelen staan op een minimale hoogte van 80 cm. Tussen de individuele panelen is bovendien rondom een ruimte van enkele cm, zodat het afstromende water steeds beperkt blijft tot de hoeveelheid die opgevangen wordt door één paneel.

Onder de panelen blijft groene bodembedekking, en door de genoemde opstelling komt er in de praktijk voldoende licht, lucht en water onder de panelen om de kwaliteit van deze bodembedekking te handhaven. Daardoor zal er ook niet of nauwelijks sprake zijn van gronderosie daar waar het water van de panelen afstroomt. Ook wordt er gebouwd met relatief licht rollend materieel, dus de grond wordt niet meer verdicht/verstoord dan het geval is bij landbouwtrekkers. Aan de randen van de zuid-, oost- en westzijde van het zuidelijk plangebied worden op verzoek van het waterschap kleine grondwalletjes aangelegd om meer water in het plangebied vast te houden bij zware regen. Het plan geeft derhalve geen risico op wateroverlast.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

45

Oppervlaktewaterkwaliteit Er wordt geen hemelwater op het oppervlaktewater geloosd. Grondwateroverlast Voor zover bekend zijn er in het plangebied geen slecht doorlatende lagen in de ondergrond en er is ook geen sprake van kwel. Er wordt geen drainage aangelegd en de bestaande drainage wordt afgekoppeld. In overleg met het waterschap wordt één kavelsloot gedempt, een andere kavelsloot wordt verbreed en verondiept en worden er enkele poelen aangelegd. Grondwaterkwaliteit • Er is geen sprake van uitstoot van stikstof en/of fosfaat of enige andere uitstoot. • Bij eventuele glasbewassing zal er uitsluitend osmosewater worden gebruikt, zonder toevoegingen (geen schoonmaakmiddelen). • De funderingspalen worden uitgevoerd in gegalvaniseerd staal, waardoor mogelijk over de periode van 25 jaar een lichte metaalbelasting in de bodem kan ontstaan door uitloging van zink. Het gaat hierbij echter alleen om verticale elementen (4 x minder uitloging dan horizontale elementen 4 ), die bovendien worden afgedekt door de zonnepanelen waardoor er bij neerslag niet of nauwelijks afdruipwater van deze constructie te verwachten is. De eventuele uitloging zal daardoor zéér beperkt zijn. Verder wordt er in het project geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Inrichting en beheer De voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem.

De beschermingszones langs watergangen worden gerespecteerd. Volksgezondheid De voorgenomen ontwikkelingen leveren geen risico’s op voor de volksgezondheid. Natte natuur De planlocatie ligt niet in of nabij een HEN-, SED-, of Waterbergingsgebied. Wel hebben delen van de planlocatie de aanduiding ‘beschermingsgebied natte landnatuur’ of ‘water als verbinder (zie ook de uitsnede uit de waterkaart van de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland op pagina 44). De hierbij behorende kwaliteiten zijn voor het beschermingsgebied van waterhuishoudkundige aard. De beoogde ontwikkelingen zijn hydrologisch neutraal en hebben dan ook geen negatieve invloed op de waterhuishoudkundige kwaliteiten van het gebied. Er wordt niet gedraineerd en ook geen water onttrokken. Voor het thema ‘water als verbinder’ geldt dat in het plangebied een ecologische verbindingszone met meerdere poelen wordt ingericht.

4 Factsheet ‘Corrosie gegalvaniseerd staal en bladzink’, 2016, EmissieRegistratie Rijkswaterstaat

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

46

Verdroging Er vindt door de voorgenomen ontwikkelingen geen versnelde afvoer van grondwater plaats. Evenmin zal er aanvoer van gebiedsvreemd water zijn. De poelen worden maximaal 200 cm diep. Indien de zuidelijke kavelsloten afwateren, worden deze afgekoppeld om het water vast te houden. Ook wordt erop toegezien dat ze maximaal 50 cm diep zijn. De bestaande oostelijke kavelsloot direct onder het beoogde panelenveld wordt gedempt en de aanwezige drainage wordt afgedopt. Uitkomende grond uit de poelen wordt onder meer gebruikt voor het aanleggen van walletjes van 20-30 cm hoog aan de laagste zijden van het panelenveld, om bij extreme regenval het water ter plaatse vast te houden. Er wordt zo dus extra waterbergingscapaciteit toegevoegd, zonder groot risico op extra verdroging (door verdamping van kwelwater). Recreatie Het plangebied heeft momenteel een agrarische functie en wordt niet recreatief gebruikt. De voorgenomen ontwikkelingen zullen ook geen recreatieve aantrekkingskracht hebben. Cultuurhistorie In het plangebied bevinden zich geen aan water gerelateerde cultuurhistorische objecten. Archeologisch vooronderzoek was niet noodzakelijk daar de verwachte grondverstoring ruim onder de 2.500 m2 blijft.

Conclusie Water Waterschap Rijn en IJssel concludeerde naar aanleiding van de watertoets dat er op een juiste manier rekening gehouden wordt met de belangen van het waterschap, en had geen aanvullende vragen of opmerkingen. De factor Water vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging. 4.15.2 Invloed op lokale omgevingstemperatuur (hitte) Voor het onderhavige plan worden geen bomen gekapt of bosschages verwijderd, er wordt juist veel nieuwe aanplant gedaan die voor extra schaduw zorgt. Daar waar de bodem overdekt wordt met panelen zorgt de schaduw voor minder verdroging en een lagere bodemtemperatuur. Hoewel de panelen zelf flink warm kunnen worden in de zon, levert dit in veldopstellingen in Nederland geen extra verwarming van de omgeving op, omdat de warme lucht niet (lang) onder de panelen blijft hangen. Een recent onderzoek waarin met satellieten temperatuurmetingen op en rond 116 zonneparken over heel de wereld zijn uitgevoerd 5 , toont juist aan dat de zonneparken in gematigde streken (zoals Nederland) een licht verkoelend effect hebben in de zomer.

5

A global assessment of the effects of solar farms on albedo, vegetation, and land surface temperature using remote sensing, Zjengjie Xu et al., 2024, https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0038092X23008320

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

47

4.16 Verkeer Aanlegfase Er zal in de bouwperiode van ca. 4 maanden periodiek vracht/bouwverkeer via de Ruurloseweg en de Bekenschot naar het terrein rijden. Wij schatten dat het tijdens de bouwpiek (2 maanden) om ca. 50 vrachtwagenladingen zal gaan (1-3 vrachtwagens per dag) en dagelijks om 5- 10 busjes en personenwagens van de installatieploeg. De verwachting is dat dit niet zal leiden tot schade aan de onverharde weg/bermranden, en ook niet tot verkeers- of geluidsoverlast voor omwonenden. Voor de aansluiting van het zonnepark op het openbare elektriciteitsnetwerk zal een aparte stroomkabel worden getrokken naar het perceel. Hiervoor zal klein graafmaterieel worden ingezet. Voor deze infrastructuurwerken wordt separaat vergunning aangevraagd. Exploitatiefase Het zonnepark kan worden beschouwd als een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, begrazing en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Naar verwachting zal het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen niet toenemen door het zonnepark. Vanaf het moment dat het park operationeel is zal er nog maar zeer weinig verkeer naar het park komen. Vooralsnog voorzien wij: • • • • •

Maximaal 1 keer per jaar een open dag voor een beperkte groep bezoekers. Maximaal 1 keer per jaar een educatieve openstelling tot (een klein deel van) het park voor een beperkte groep schoolkinderen en/of volwassenen (maximaal 50). Incidenteel (1-10 maal per jaar) toegang voor onderhoudswerkzaamheden (technisch beheer, schapenbeweiding, groenbeheer, glasbewassing, etc.). Incidenteel (1-10 maal per jaar) toegang door TPSolar en haar relaties. Waar mogelijk wordt e.e.a. gecombineerd.

4.17 Milieuzonering Om hinder en gevaar te voorkomen, bepaalt de overheid minimale afstanden tussen woningen en bedrijfsactiviteiten. Hiervoor wordt meestal de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin per bedrijfscategorie richtafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. In 2019 heeft de VNG de richtlijn ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ gepubliceerd. Gemeenten zijn echter niet verplicht deze nieuwe richtlijn te volgen, de versie uit 2009 is nog steeds geldig en wordt het meest toegepast. De richtlijn nieuwe stijl is niet primair van toepassing op het buitengebied, maar gemeenten mogen naar eigen inzicht de richtlijn wel in het buitengebied toepassen als zij daar aanleiding toe zien. De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen milieuhinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies, met uitzondering van het aspect geluid. Er worden transformators en omvormers geplaatst, die bij belasting op warme/zonnige dagen een geringe mate van geluid produceren. Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. Er dient evenwel een toetsing aan de milieuzoneringsrichtlijnen plaats te vinden.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

48

Toetsing aan de VNG-richtlijn 2009 Het onderhavige zonnepark zal een vermogen van ongeveer 15 MVA hebben (17 MWp). In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2 inrichting met een richtafstand van 50 meter vanwege geluid. In de Wet Geluidhinder worden geluidgevoelige bestemmingen aangewezen. Dit zijn woningen, maar bijvoorbeeld ook ziekenhuizen, scholen en verzorgingstehuizen. In de omgeving van de planlocatie liggen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen op een veel grotere afstand dan de geldende richtafstand. Hiermee wordt voldaan aan de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Toetsing aan de milieuzonering Nieuwe Stijl (2019) In de nieuwe richtlijn wordt uitgegaan van het daadwerkelijk opgewekte geluidsniveau van een ‘bedrijventerrein of ander werkgebied’ op de terreingrens van het bedrijf, hetgeen dan resulteert in een minimale afstand van een woonwijk of een gemengd gebied. Ervan uitgaande dat een zonnepark tot een ‘bedrijf uit een ander werkgebied’ gerekend kan worden en dat het plangebied als ‘gemengd gebied’ kan worden aangemerkt zou deze richtlijn van toepassing kunnen zijn.

In het onderhavige geval zal het in het zonnepark maximaal opgewekte geluid aan de terreingrens van de installatie geheel zijn opgegaan in het achtergrondgeluid, en niet meer meetbaar zijn. Het geluidsniveau blijft daarmee beneden de laagste maximumwaarde van 35 dB(A) uit de richtlijn, waarbij voor gemengd gebied een ‘vrije zone’ van 10 meter geldt. In de omgeving van de planlocatie liggen de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen op een veel grotere afstand, dus wordt eveneens voldaan aan de VNG -richtlijn ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ (2019).

4.18 Melding Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit staan milieuregels van het Rijk. Alle bedrijven die een 'inrichting' zijn vallen eronder. Veel bedrijven moeten als ze starten of veranderen een melding Activiteitenbesluit doen. Andere hebben een omgevingsvergunning milieu of een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig. Volgens de Wet milieubeheer (Wm) is iets een inrichting als het alle volgende eigenschappen heeft: • • • •

het is een bedrijf of iets wat de omvang van een bedrijf heeft de activiteit is op één plek, niet op meerdere de activiteit duurt ten minste zes maanden of keert regelmatig terug op dezelfde plek de activiteit staat in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor)

Een zonnepark komt niet voor in bijlage I onderdeel C van het Bor. Ook transformatoren <200 MVA in een gesloten gebouw zijn uitgezonderd van categorie 20.1 onder b. Het beoogde zonnepark heeft een vermogen < 10 MVA, verdeeld over drie transformatoren (in een gesloten behuizing) en valt dus niet onder het regime van het Activiteitenbesluit. Een melding is derhalve niet nodig. Een extra toets is uitgevoerd via de Activiteitenbesluit internet module (AIM). Deze leidt tot een indeling in categorie A, waarvoor eveneens geen melding of omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu nodig is.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

49

5 Onderhoud en beheer Groenbeheer Voor het groenbeheer is een beheerplan opgesteld (zie bijlage 5) dat door een lokale partij zal worden uitgevoerd. Minimaal 2 x per jaar zal er een inspectie van het gehele terrein plaatsvinden, waarbij eventueel aanvullend benodigd groenonderhoud kan worden geïnitieerd. Technisch beheer De installatie wordt 24/7 op afstand gemonitord. Bij geconstateerde gebreken wordt de gecontracteerde onderhoudsinstallateur ingeschakeld. Bij eventuele calamiteiten kan het middenspanningsgedeelte van het panelenveld volledig worden uitgeschakeld. Het laagspanningsdeel blijft operationeel (zonnepanelen hebben geen uit-schakelaar). Voor onderhoud en beheer (zowel groenbeheer als technisch beheer) zullen waar mogelijk lokale partijen worden ingeschakeld.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

50

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke Uitvoerbaarheid 6.1.1

Vooroverleg

Provincie Gelderland Gemeente Lochem zal als bevoegd gezag bepalen of vooroverleg met de provincie Gelderland, als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro en artikel 6.18 Bor, nodig is. Gemeente Lochem Gezien de complexiteit van deze aanvraag is gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot Vooroverleg met gemeente Lochem op basis van een conceptversie van de aanvraag. In een Vooroverleg worden alleen de belangrijkste aspecten van de aanvraag getoetst en wordt een indruk gegeven van de haalbaarheid, zonder enige garantie. Pas bij indiening van de aanvraag worden alle aspecten beoordeeld en wordt de vergunning al dan niet verleend. Waterschap Rijn en IJssel Vooroverleg met het waterschap heeft plaatsgevonden: - Watertoets - Besprekingen EVZ/natuurvriendelijke oevers (november 2022) - Besprekingen poelen EVZ en hydrologische situatie n.a.v. het Advies van provincie Gelderland (mei 2023) 6.1.2

Omwonenden/Belanghebbenden

De initiatiefnemer hecht groot belang aan het inpassen van de wensen van de direct omwonenden. Daarom is er een communicatieaanpak opgesteld (zie Bijlage 7), die inmiddels ook al is doorlopen. Voor wat betreft de tweede planfase (januari-juli 2022) zijn de volgende acties genomen: • • • • • • • • •

Er zijn twee extra informatie-avonden georganiseerd voor direct omwonenden en voor andere belangstellenden. Er zijn 6 individuele gesprekken gevoerd met direct omwonenden. Er zijn 13 (uitgebreide) e-mails en brieven van direct omwonenden ontvangen en beantwoord. Er is op meerdere momenten afstemming geweest met de gemeente. Er is op meerdere momenten afstemming geweest met de provincie. Er is een gesprek geweest met Vereniging Contact Barchem. Er zijn twee schriftelijke reacties ontvangen van Hobama. De omwonenden hebben het definitief ingediende ontwerp toegezonden gekregen. Alle relevante informatie is steeds gedeeld via www.tpsolar.nl/bekenschot.

Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Bekenschot V6 | Lochem

51

6.1.3

Participatie en social return

Er zijn vooralsnog vijf manieren waarop inwoners van Lochem en Lochemse bedrijven kunnen meeprofiteren van het beoogde Zonnepark Bekenschot (zie voor meer toelichting Bijlage 7): •

Tegemoetkoming panelen op eigen dak •

•

•

•

Omgevingsfonds •

Vrijwillige afdracht van 0,50 € per MWh

•

Dit betekent 15 jaar lang ca. 8.000-9.000 euro/jaar

•

Betaal hieruit bijvoorbeeld mee aan energiebesparing, buurtwindmolen, pluktuin, akkerranden, etc.

•

De inrichting van het fonds, de scope en de organisatie wordt t.z.t. samen met direct omwonenden bepaald

Zonnepanelendelen.nl •

Zelf investeren met 2,5% - 4,5% rendement

•

Voorrang voor inwoners Barchem/Lochem

Lokale onderaannemers •

•

Omwonenden binnen 500 meter krijgen eenmalig tot 1.000 euro terug van hun factuur

Voor beveiliging, catering, schoonmaak, grondverzet, hekwerkbouw, groenaanleg, technisch onderhoud, groenonderhoud en andere voorkomende werkzaamheden worden lokale partijen gezocht.

Stroom lokaal afnemen •

Met de energiemaatschappij gaan wij trachten een lokale korting te bedingen

6.2 Economische Uitvoerbaarheid De kosten voor de uitvoering zijn voor rekening van TPSolar. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing en de verdere procedure zijn eveneens voor rekening van TPSolar. De initiatiefnemer heeft de te verwachten kosten en inkomsten verwerkt in een businesscase, en deze is positief. Voor de realisatie van een zonnepark is in Nederland ondersteuning met subsidie (SDE+) noodzakelijk. Deze subsidie kan worden aangevraagd nadat de omgevingsvergunning is verleend. De financiering wordt voorafgaand aan de SDE-aanvraag al geregeld, dus als de SDE-subsidie wordt toegekend is het ook zeker dat het zonnepark er gaat komen. Financiering zonnepark TPSolar werkt samen met nationale en internationale investeerders om de financiering voor haar projecten rond te krijgen. Deze zorgen samen met TPSolar voor het benodigde eigen vermogen. De rest van het benodigde geld wordt geleend bij een ‘groene’ bank . Dankzij het feit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15866678/1