CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarstukken 2025

Raadsvergadering 9 juni 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Zienswijze begroting 2027 Omgevingsdienst Achterhoek19.860 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Realisatie

2025

2025

Begroting

Realisatie

2025

Lasten 1

Personele kosten/Inhuur en diensten derden

10.071

8.869

11.105

2

Organisatiekosten

1.357

957

2.391

3

Organisatieontwikkeling en SPP

0

118

0

4

Bovenregionale taken

432

380

380

5

Organisatieondersteuning

706

720

658

6

Algemene lasten Totaal lasten

0

79

0

12.566

11.123

14.534

85

731

Baten 21

Bijdragen van derden

1.069

25

Bijdragen deelnemers

11.400

11.038

13.116

Totaal baten

12.469

11.123

13.847

0

-687

Resultaat reguliere bedrijfsvoering

-97

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Verrekening resultaat 26

Verrekening met deelnemers rekeningsaldo

27

Bijdrage/Onttrekking algemene reserve Gerealiseerd resultaat

-97

0

0 -687

32

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Het was voor de ODA een bewogen jaar vanwege de verhuizing naar het Hanzepand, wisseling van directie, de verkenning in opdracht van het algemeen bestuur en de intentieverklaring voor de fusie met de Veluwe. Dit vraagt veel van de organisatie en onze mensen. Ondanks alle veranderingen in 2025 zien we nog steeds een toenemende vraag naar onze dienstverlening en producten en dat is mooi. De werkdruk is hierdoor wel toegenomen. Ook zien we een hoger ziekteverzuim dan vorig jaar, dit komt deels door de toenemende werkdruk. De stijgende baten door de toenemende vraag van onze dienstverlening en onze werkzaamheden voor het energietoezicht. Deze toename was niet begroot waardoor het tarief voor onze dienstverlening te laag was om alle kosten te dekken. Partners waren hiervan op de hoogte maar deelden ons mede dit in de afrekening te verrekenen. Dit samen heeft geleid tot een negatief resultaat van € 687.000.

33

In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de Omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Bedrijfsvoering 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Financiering 4. Onderhoud kapitaalgoederen

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Paragrafen

34

Bedrijfsvoering I-GO (informatievoorziening Gelderse Omgevingsdiensten) De provincie heeft medio 2015 het initiatief genomen de informatie­ voorziening van, door en tussen de zeven omgevingsdiensten en de provincie te verbeteren. Dit is gebeurd door de ontwikkeling van een centrale Informatievoorziening (IGO). Inmiddels is I-GO in de beheerfase beland.

Formatie en Personeel

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van de bezetting van de ODA tot en met 31 december 2025 (in aantallen fte).

In 2025 is bovendien besloten om opnieuw een groep trainees aan te trekken voor de afdeling toezicht en handhaving. Deze groep zal voor de zomer van 2026 starten.

Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage over 2025 bedraagt 7,9%, ongeveer gelijk aan het voorgaande jaar. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het aantal langdurig zieke medewerkers. Een deel van deze medewerkers zal in de komende periode de 104 weken ziekte bereiken, waarna hun dienstverband wordt beëindigd.

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

P&O: kwaliteitscriteria 3.0

75,56 fte

80,31 fte

89,50 fte

103,70 fte

107,80 fte

De arbeidsmarkt blijft krap, met name binnen het vakgebied milieu.

In 2025 is ODA overgegaan naar de nieuwe kwaliteitscriteria 3.0, waarmee een volgende stap is gezet in het borgen van kwaliteit binnen de organisatie. Voor de taken die ODA uitvoert voor de partners is zij

Ondanks deze krapte lukt het ODA relatief goed om nieuwe medewerkers te werven. Wel wordt er vaker gekozen voor goed opgeleide junioren, die intern verder worden opgeleid, omdat het aantrekken van ervaren senioren nog steeds uitdagend blijft.

robuust: op bijna alle deskundigheidsgebieden is voldoende senioriteit aanwezig binnen de organisatie. Dit stelt ons in staat om medewerkers goed op te leiden en kennisoverdracht structureel te borgen, waardoor de robuustheid van de organisatie wordt vergroot.

35

ODA geeft invulling aan de kwaliteitscriteria door: a. v  oldoende medewerkers in dienst te hebben die beschikken over de kennis en deskundigheid zoals gesteld in de kwaliteitscriteria 3.0 voor het betreffende deskundigheidsgebied; b. samen te werken met andere diensten binnen het Gelders Stelsel; c. gebruik te maken van externe partijen (inhuur) waar nodig.

Financiële rechtmatigheid

Arbobeleid

Analyse begrotingsrechtmatigheid op grond van artikel 189, lid 3 van de Gemeentewet zijn alle begrotingsoverschrijdingen op lasten (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig. Bij de afweging van de vraag of van de begrotingsonrechtmatigheden meetellen in het rechtmatigheidsoordeel van de externe accountant zijn

In 2025 heeft ODA een nieuwe RI&E laten uitvoeren door de arbo­ dienst, met diverse aandachtspunten als resultaat. Binnen ODA is een arbo-commissie actief, bestaande uit de preventiemedewerker/arbocoördinator en een aantal medewerkers, die zorgdraagt voor de uitvoering van de RI&E, het opstellen van het plan van aanpak en het up-to-date houden van het arbobeleid. In datzelfde jaar is ODA verhuisd naar een nieuw pand met meer werkplekken, waardoor een gezonde en ergonomisch verantwoorde werkomgeving beter gewaarborgd kan worden en aansluit bij de aanbevelingen uit de RI&E.

In dit stuk is de analyse op de begrotingsafwijkingen en daarmee de begrotingsrechtmatigheid te lezen. Voor de verantwoordingsgrens van de rechtmatigheid is vastgesteld op 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee € 290.682. In deze para­graaf worden echter afwijkingen van boven € 100.000 gepresenteerd.

Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) ondersteunende diensten

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Onderstaande partners verrichten voor ons de volgende ondersteunende diensten. Partner

Ondersteunende dienst

Berkelland

Financiële administratie en Salarisadministratie

Bronckhorst

Facilitaire zaken en huisvesting

Doetinchem

Informatisering en automatisering inclusief archief

Om het verwachtingspatroon van de te leveren en te ontvangen diensten op elkaar af te stemmen, zijn hiervoor DVO’s afgesloten.

36

de criteria “passend binnen het door het bestuur uitgezette beleid’’, “sprake van compensatie door direct gerelateerde opbrengsten”, “open-einde-regelingen” en “overschrijding geconstateerd vóór of na verantwoordingsjaar” van belang. Uit analyse blijkt bij twee van de vijf programma’s dat de lasten lager waren dan begroot of gelijk aan de begroting, dus formeel rechtmatig zijn. De overschrijdingen van de lasten van programma 4: stelseltaken vallen onder de toelichtingsgrens. De overschrijding op het resterende programma’s 2 en 5 worden onder dit overzicht toegelicht. Daarnaast gaan we met een toelichting in op de stijgende lasten binnen de overhead.

Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving (x € 1.000)

Baten

Begroting 2025 Lasten

Saldo

Baten

Realisatie 2025 Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving

6.124

3.746

2.378

6.868

5.152

1.716

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen 0 Overhead 0 0 Heffing vennootschapsbelasting ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Onvoorzien 41

-41 0

Saldo van baten en lasten

6.124

3.787

2.337

6.868

5.152

1.716

37

Zowel de baten, alsmede de lasten liggen hoger binnen dit programma. Dit heeft te maken met een stijgende vraag vanuit de gemeenten en o.a. extra taken vanuit de wetgeving. Ook is er een stijging te zien in de personeelslasten (inhuur) i.v.m. langdurig zieken en deze eerder­ genoemde stijgende vraag. Omdat binnen toezicht en handhaving de meeste mensen werken is de doorbelasting van de overhead binnen dit programma ook het hoogst. Dit heeft een nadelige invloed op het saldo van dit programma.

Overhead (x € 1.000) Personeelskosten management en staf

(x € 1.000)

Baten

Begroot 2024 Lasten

Saldo

Baten

Realisatie 2024 Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 5 Projecten

5

0

5

731

225

506

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead

0

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Onvoorzien 0 0 5

0

5

731

225

Saldo

1.609

2.433

-824

977

2.221

-1.244

Inhuur organisatieontwikkeling

118

-

118

Organisatieondersteuning

720

658

63

Overig

- 3.424

5.311

(1.887)

De personele kosten en inhuur diensten derden bestaan uit de kosten van eigen personeel en de capaciteit van derden die wordt ingehuurd. De stijging zit voornamelijk in de groei van het aantal medewerkers (6 FTE t.o.v. de begroting). Deel van de lasten hiervan worden gedragen door SPUK IPB en de Robuustheidssubsidie, de baten hiervan vallen onder programma 5 projecten. Daarnaast is een gedeelte van de lasten toe te wijzen onder de andere verschillende programma’s omdat de overhead kosten ter ondersteuning zijn van de werkinhoudelijke programma’s.

0

Heffing vennootschapsbelasting

Saldo van baten en lasten

Realisatie 2025

Organisatiekosten

Totaal

Overzicht baten en lasten programma 5 Projecten

Begroting 2025

506

De overschrijding van de lasten binnen projecten komt doordat kosten niet waren begroot. Sinds 2025 komen de hier salariskosten van projectmedewerker op. In begroting werden de salariskosten over 3 grootboekrekeningen verdeeld maar sinds we zijn overgegaan naar de salarisadministratie is dit aangepast naar 6 grootboekrekeningen.

Tot slot de organisatiekosten zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Het grootste gedeelte is toe te schrijven aan reserveringskosten voor verlofdagen, extra kosten voor verbouwing van ons nieuwe pand, meer ICT kosten door toename aantal personeelsleden en sinds april 2025 zijn de huurkosten onder de organisatiekosten komen te vallen i.p.v. ondersteunende diensten. Ook de inhuur van de Power BI specialisten vallen onder de organisatiekosten.

38

De overige afwijkingen worden onder de volgende tabel toegelicht.

Overzicht van baten en lasten per taakveld (x € 1.000)

Begroting 2025

Realisatie 2025

Begroting realisatie

Taakveld

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Saldo

Programma 1 Vergunningverlening

7.4 Milieubeheer

2.516

1.838

2.492

1.821

-7

Programma 2 Toezicht en handhaving

7.4 Milieubeheer

6.124

3.746

6.868

5.152

-662

Programma 3 Advies

7.4 Milieubeheer

2.398

1.657

3.757

1.645

1.371

Programma 4 Stelseltaken

7.4 Milieubeheer

80

379

0

380

-81

Programma 5 Projecten

7.4 Milieubeheer

5

0

731

225

502

Programmaplan

Overzichten 0.4 Overhead ondersteuning organisatie

Algemene dekkingsmiddelen

0.5 Treausury

0

Bedrag onvoorzien

0.8 Algemene baten en lasten

0

79

14.534

-687

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering

11.123

3.424 79 11.123

Bijdrage deelnemers in het tekort 2024

13.847

5.311

Resultaat

11.123

11.123

-1.887

0

Toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

0

Overhead

13.847

14.534

0 -687

39

Binnen programma 1 liggen de lasten € 17.00 lager begroting en dit heeft te maken met lagere personeelslasten binnen team vergunning­ verlening. Ook dat baten blijven wat achter op begroting.

Tevens wordt de stijging in omzet gedeeltelijk veroorzaakt doordat vergunningsuren zijn geboekt op de productcodes voor specialistische adviezen (C13.4 beleidsondersteuning).

Binnen programma 2 zijn de lasten € 1.406.000 boven de begroting, ook dit komt door hogere personeelslasten en inhuurkosten. Hiertegen over staan ook hogere baten dan begroot. Dit komt vanuit de stijgende aanvraag vanuit de gemeenten.

Binnen programma 5 is een duidelijke overschrijding in de baten van € 731.000. Dit komt voornamelijk door de ontvangen subsidies bedragen van energietoezicht en de robuustheidsubsidie. Omdat de omvang van de uren en daarmee de opbrengsten vanuit de uitkeringen vooraf lastig te bepalen is, zijn deze bedragen niet opgenomen in de begroting. De lasten bijhorende programma 5 zitten voornamelijk in de overhead. Vandaar dat hier ook een duidelijke stijging van de lasten zichtbaar is.

Binnen programma 3 is er een forse overschrijding in de baten (€ 1.359.000) vanwege de stijgende vraag in specialistische adviezen.

Voorwaardencriterium Het voorwaardecriterium gaat over de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden hebben betrekking op aspecten zoals: doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijs­ stukken, recht, hoogte en duur. De overdrachten van onder andere subsidies en uitkeringen zijn bijvoorbeeld aan bepaalde voorwaarden verbonden. Het niet in acht nemen van deze voorwaarden kan leiden tot een onrechtmatigheid.

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Binnen dit criterium is er geen onrechtmatigheid vastgesteld. Het actuele M&O beleid is op dit moment opgesteld en moet nog door het bestuur worden vastgesteld.

40

Weerstandsvermogen en risicobeheersing De wereld om ons heen verandert continu. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Deze ontwik­kelingen kunnen de ODA geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het Algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstands­ capaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van de gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen.

Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit, risico en weer­­standsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past.

Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA, de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA.

Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden, kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers. Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld:

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegen­ vallers eventueel bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstands­ capaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen.

Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

Groter dan 2,0

Uitstekend

B

Groter dan 1,4 maar kleiner dan 2,0

Ruim voldoende

C

Groter dan 1,0 maar kleiner dan 1,4

Voldoende

D

Groter dan 0,8 maar kleiner dan 1,0

Matig

E

Groter dan 0,6 maar kleiner dan 0,8

Onvoldoende

F

Kleiner dan 0,6

Ruim onvoldoende

41

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Binnen de ODA is de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van twee posten berekend: • Post algemene lasten/onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit, begroting 2025: € 79.000). • Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit, stand 31-12-2025: € 118.000).

Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling:

Klasse

Waarschijnlijkheid

Kans

Referentiebeeld

1

Zeer klein

10%

1 keer per 10 jaar of >

2

Klein

30%

1 keer per 5-10 jaar

3

Gemiddeld

50%

1 keer per 2-5 jaar

4

Groot

70%

1 keer per 1-2 jaar

5

Zeer groot

90%

1 keer per jaar of <

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid?

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel:

Klasse

Omvang

1

€ 0 - € 25.000

2

€ 25.000 - € 75.000

3

€ 75.000 - € 200.000

4

€ 200.000 - € 500.000

5

> € 500.000

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker.

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet?

Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet.

Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijk­ heids­verzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein).

42

Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten, praktijksituaties simuleren, kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil.

Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig, d.w.z. overeen­ komstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdracht­ gevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil.

Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat

Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeen­ schappelijke regeling te treden, dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA. We schatten de omvang op € 1.000.000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein).

Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld, nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering.

provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verreken­ systematiek zijn onder meer afspraken gemaakt, hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op € 250.000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 20% (klein), maar schatten we de kans wel iets hoger in dan voorgaande jaren vanwege het ravijnjaar.

Loon- en prijsontwikkelingen Voor 2025 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loon­ stijgingen voor 2025 tot en met 2027: in totaal 6,7% plus 35 euro. De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee binnen het gestelde risico. Het risico hebben we ingeschat op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat het zich voordoet op 50% (gemiddeld).

43

Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risicodrager voor de ziektewet, WW en premie­ differentiatie voor WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeids­ gehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premie­ differentiatie indien een medewerker ziek, verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil.

Ziekteverzuim

Vennootschapsbelastingplicht

De ODA werkt met een norm aan productie uren van 1.350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is, denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces, zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70.000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA over 2025 bedraagt 7,9%. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 5,0%; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces.

Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is.

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (gemiddeld).

BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds.

Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12.500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

44

Het beleid van onze partners kan leiden tot meer of minder vraag naar producten, incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeen­ komt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt, kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50.000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12.500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot).

Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137.500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein).

Outputmodel (medewerkers) Het outputmodel vanaf 2017 vergt een geheel andere strategie in de bedrijfsvoering dan we tot dusverre gewoon zijn. De ODA wordt tot op zekere hoogte afhankelijk van de vraag van onze klanten (lees: de partners). Ook voor de medewerkers betekent dit een omslag. We zullen hiermee ervaring moeten opdoen.

persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens, of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 150.000 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 20% (klein). Dit risico zien we wel als een stijgende risico over de aankomende jaren. Vandaar de aanpassing t.o.v. jaar.

45

We zijn als organisatie steeds meer aan het bewegen naar een data gedreven organisatie, wat de kans op datalekken vergroot. We zijn als organisatie kritisch op onze manier van werken en met een data beveiligingsbeleid bezig.

Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend.

Risico’s

Geschatte omvang

Geschatte kans in %

Financieel effect van de risico’s

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten

€ 50.000

30%

€ 15.000

Taakuitvoering

€ 12.500

10%

€ 1.250

€ 1.000.000

10%

€ 100.000

Calamiteit bij bedrijf

nihil

0

€0

Rechtmatigheid

nihil

0

€0

Bezuinigingen bij de deelnemers

€ 250.000

20%

€ 50.000

Loon- en prijsontwikkelingen

€ 150.000

50%

€ 75.000

Eigen risico voor werknemersverzekeringen

€ 50.000

50%

€ 25.000

Ziekteverzuim

€ 70.000

50%

€ 35.000

Werkkostenregeling

€ 12.500

30%

€ 3.750

Uitreden deelnemer GR

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

BTW Vennootschapsbelastingplicht

nihil

Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal. Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerder genoemde risico’s gekwantificeerd. In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o.i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 0,5. Het totaal van de financiële risico’s komt daardoor op € 196.875.

Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd, hebben we de benodigde weerstands­ capaciteit bepaald op € 196.875. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 197.000. (Per 31-12-2025 is € 118.000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het in de begroting 2025 beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 79.000). Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit:

€0 €0

Beschikbare weerstandscapaciteit

Productenboek

€ 50.000

30%

€ 15.000

Ratio weerstandsvermogen = ----------------------------------------

Automatisering

€ 12.500

50%

€ 6.250

Benodigde weerstandscapaciteit

Aanbestedingen

€ 137.500

10%

€ 13.750

Outputmodel

€ 50.000

30%

€ 15.000

In bedragen: € 197.000 / € 196.875 = 1,0

Gelders Stelsel

€ 12.500

70%

€ 8.750

Waarderingscijfer: C Betekenis: Voldoende

Omgevingswet Datalekken Totaal

nihil

€0

0%

€0

€ 150.000

20%

€ 30.000 € 393.750

Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is.

46

Kengetallen en ratio’s Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient een aantal financiële kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen. Deze kengetallen dienen om een beter inzicht te bieden in de financiële positie van de ODA.Het overzicht bevat de volgende kengetallen.

Verlooptabel Kengetallen en ratio’s in procenten Jaarverslag 2025 Kengetallen in %

Verloop van de kengetallen Jaarrekening

Begroting

Jaarrekening

2024

2025

2025

1a. Netto schuldquote

-7

-3

-1

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-7

-3

-1

2.

Solvabiliteitsratio

21

21

-9

3.

Structurele exploitatieruimte

0

0

0

4.

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

5.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

De netto schuld quote en de netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuld quote is in balans; we hebben net zoveel uitzettingen dan schulden. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is in 2025 negatief en slechter dan in 2024 en dit hangt samen met het negatief resultaat van 2025 en de vooruit gefactureerde voorschotten 1e termijn 2026. Dit wordt in 2026 gelijkgetrokken.Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De meeste verschillen zijn van incidentele aard. Zie hiertoe het overzicht van de incidentele baten en lasten als onderdeel van de jaarrekening.

47

Financiering De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht gemeen­ schappelijke regelingen richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. Hiervoor heeft het algemeen bestuur op 15 december 2016 een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld. De wijzigingen betreffen onder meer het opnemen van het in 2014 ingevoerde schatkistbankieren en het schrappen van bepalingen die voor de ODA niet van toepassing zijn. Qua vormgeving is overgestapt van een beschrijvend statuut naar een artikelsgewijs opgebouwd treasurystatuut.

Treasuryfunctie De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenschappelijke regeling richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. De treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de Omgevingsdienst Achterhoek verricht.

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Kasgeldlimiet

Wel moet geconstateerd worden, dat bij een behoorlijke toename van activiteiten zoals in het jaar 2018, er een financieringsprobleem kan ontstaan omdat er pas aan het einde van het jaar wordt afgerekend met de partners. In dat geval zal de ODA actie ondernemen om het financieringsprobleem op te pakken.

Drempelbedrag kasgeldlimiet De kasgeldlimiet zorgt ervoor dat er niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal van een openbaar lichaam mag de kasgeldlimiet niet over­ schrijden. In 2025 is er in geen enkel kwartaal sprake geweest van een overschrijding.

De ruimte onder de limiet was voor: 1e kwartaal 2025

€ 2.362.000

2e kwartaal 2025

€ 3.143.000

3e kwartaal 2025

€ 2.588.000

4e kwartaal 2025

€ 2.571.000

De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De kasgeldlimiet voor een GR volgens de Wet FIDO bedraagt 8,2% van het totaal van de primitieve begroting, voor 2025 is dit € 11.123.000. De kasgeldlimiet bedraagt dan € 912.086. Tot nu toe heeft de ODA nog niet hoeven lenen. Aan de hand van de tijdige bevoorschotting worden de lopende activiteiten gefinancierd en is externe financiering niet nodig.

48

Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld.

Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 6) dat materiële vaste activa met economische waarde annuïtair worden afgeschreven. In 2024 zijn er geen investeringen in kapitaalgoederen gedaan.

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Mocht de Omgevingsdienst Achterhoek met investeringen worden geconfronteerd dan hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. • hardware 3 jaar • software 5 jaar • dienstvervoermiddelen 7 jaar

49

Uitstel overname van het archief

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

De ODA was voornemens om per 2025 te beginnen met het over­ nemen van de archieftaken van onze gemeenten. Omdat de ODA gaat fuseren met de omgevingsdienst Veluwe, stellen we dit uit en wordt dit verder in het fusietraject meegenomen.

50

Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is sinds 1 mei 2022 in werking en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Tevens is de Wet elektronische publicaties van kracht, gericht op digitale toegankelijkheid van overheidsinformatie. De ODA is gestart met de implementatie van de Woo en de Wet elektronische publicaties in de organisatie en de werkprocessen. Dit betreft onder meer de inrichting van informatiebeheer en publicatieprocessen. Daarnaast vindt afstemming plaats met de deelnemers over de mate van actieve openbaarmaking van documenten. De uitwerking hiervan is nog in ontwikkeling. Ook wordt gewerkt aan een verdere ontwikkeling naar datagedreven en

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

informatiegestuurd werken, waarbij de informatiebehoefte vanuit de Omgevingswet en de Woo in beeld wordt gebracht. Concrete keuzes over actieve openbaarmaking en de omvang van te publiceren documenten zijn nog niet definitief vastgesteld en worden in samenwerking met de deelnemers nader uitgewerkt. Hierdoor kan nog geen kwantitatieve inschatting worden gegeven. De voorgenomen overdracht van archieftaken wordt in samenhang bezien met de beoogde samenwerking/fusie met de Omgevingsdienst Veluwe. Besluitvorming hierover vindt nog plaats.

51

ODA | jaarverslag en jaarrekenig 2025

Jaarrekening 2025 Balans per 31 december 2025 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Toelichting op de balans WNT-verantwoording Overzicht van baten en lasten Toelichting op overzicht van baten en lasten

52

Balans per 31 december 2025 ACTIVA (bedragen x € 1.000) Ultimo 2024

Ultimo 2025

Vaste activa Financiële activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

2

2

Totaal vaste activa

2

Vlottende activa

2

Voorraden - Onderhanden werk

0

0

0

0

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Rekening courant verhouding met het Rijk

1.694

2.832

579

3.322

2.273

6.154

Liquide middelen - Banksaldi

5

5

5 5 ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Overige vlottende activa - Overige vorderingen

37

- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voor financiering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Vooruitbetaalde bedragen

125

14

125

51

Totaal vlottende activa 2.403 6.210 Totaal activa 2.405 6.212

53

Balans per 31 december 2025 PASSIVA (bedragen x € 1.000)

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Vaste passiva Eigen vermogen: - Algemene reserve

12.165 118

- Bestemmingsreserve

448

- Gerealiseerd resultaat

-97

Voorzieningen

279 590

Totaal vaste passiva

-687

795 21

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: - Banksaldi - Crediteuren

410 295

- Overige schulden

Overlopende passiva - De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die 6 4.218

dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Nog te betalen bedragen

1.194 1.678

Totaal vlottende passiva

1.610

6.191

Totaal activa

2.405

6.212

Aan natuurlijke of rechtspersonen verstrekte borg- en of garantiestellingen

0

0

54

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Deze jaarrekening is samengesteld met inachtneming van de voor­ schriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.

Balans Activa

Passiva

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico´s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden als last genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Vaste activa

Vaste passiva

Financiële activa Waarborgsommen Betreffen betaalde waarborgsommen voor geleasede dienstauto’s. Vlottende activa

Voorzieningen De voorziening harmonisatietoelagen betreft een voorziening voor verplichtingen samenhangend met rechten van voormalig provinciale medewerkers. De voorziening is gevormd ter hoogte van verkregen gelden die voor de medewerkers wordt aangewend.

Voorraden Het onderhanden werk is gewaardeerd tegen reeds

Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar.

gemaakte uren maal het geldende uurtarief.

nominale waarde.

Overige vlottende activa De overige vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva Deze passiva worden tegen de nominale waarde opgenomen.

Resultaatbepaling

De exploitatielasten van de Omgevingsdienst Achterhoek bestaan hoofdzakelijk uit bedrijfsvoeringskosten. Er is geen sprake van een rechtstreeks risico voor de Omgevingsdienst omdat de deelnemers in de Gemeenschappelijke Regeling uiteindelijk garant staan voor de bijdragen aan de ODA. De verdeling van de kosten vindt plaats op basis van de in de begroting 2025 afgesproken verdeelsleutel: De (verwachte) afname van de partners per programma.

55

Toelichting op de balans Activa

Vlottende activa

Vaste activa Voorraden Financiële activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (€ 2.000) Het betreft hier betaalde waarborgsommen in het kader van lease van bedrijfsauto’s.

Onderhanden werk (€ 0) Aangezien de onderhanden werk positie per jaareinde is verrekend met de deelnemers, maakt de “onderhanden werk positie” in 2025 onderdeel uit van de nog te ontvangen deelnemersbijdragen en is derhalve verantwoord onder de verantwoord onder de vorderingen op openbare lichamen. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen (€ 2.832.000)

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Het betreft vorderingen op enkele deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling, op andere omgevingsdiensten, de Provincie en de belastingdienst. Rekening courant verhouding met het Rijk (€ 3.322.000) Saldo tegoed op het Ministerie van Financiën in het kader van schatkistbankieren van € 3.322.000.

Liquide middelen Banksaldi (€ 5.000) Het banksaldo van de lopende rekening bij de BNG per 31 december 2025.

56

Drempelbedrag schatkistbankieren Van de verplichting om overtollige middelen bij het rijk aan te houden is een bepaald “drempelbedrag” uitgezonderd. Dit drempelbedrag is voor de ODA € 1.000.000. Voor ieder kwartaal over 2025 dient te worden

toegelicht welk bedrag met inachtneming van het drempelbedrag door de ODA buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. De ODA is in 2025 elk kwartaal onder het drempelbedrag gebleven. Hieronder wordt de specificatie per kwartaal weergegeven.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)

Drempelbedrag

Verslagjaar 1.000

1.000

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3 Kwartaal 4

1.000

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis

buiten ’s Rijks schatkist

aangehouden middelen

64

41

59

47

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

936

959

941

953

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

0

0

0

0

1.000

1.000

1.000

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

5.777

3.691

5.430

4.330

(1) Berekening drempelbedrag

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

11.123

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat

11.123

kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de

€ 500 miljoen te boven gaat

Minimumbedrag

Drempelbedrag

1.000

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen (5a)

Som van de per dag buiten ’s Rijks schatkist

aangehouden middelen (negatieve bedragen

tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten

64

41

59

47

’s Rijks schatkist aangehouden middelen

57

Overige vlottende activa Overige vorderingen (€ 37.000) Per 31 december 2025 zijn er, buiten de vorderingen op openbare lichamen, 5 vorderingen op leveranciers van ons. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel (€ 0) Per 31 december 2025 staan er geen voorschotbedragen open.

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Vooruitbetaalde bedragen (€ 14.000) In 2025 zijn licenties betaald, die betrekking hebben op het dienstjaar 2026. De lasten worden in 2026 in de exploitatie verantwoord.

58

Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve (€ 118.000) Bestemmingsreserve (€ 0)

Omschrijving

Saldo 1-1-2025

Bestemmings- Toevoegingen Onttrekingen resultaat 2024

Algemene reserve

164.781

-46.710

Gerealiseerd resultaat

-96.710

96.710

0

Bestemmingsreserve Omgevingswet

50.000

-50.000

0

Bestemmingsreserve Huisvesting

398.000

0

398.000

0

Totaal

516.071

0

0

398.000

118.071

Saldo 1-1-2025

Toevoegingen

Vrijgevallen

Aanwendingen

Saldo 31-12-2025

0

0 0

Saldo 31-12-2025 118.071

Toelichting Algemene reserve (€ 118.000) Het saldo van de algemene reserve bedroeg per 1 januari 2025 afgerond € 165.000. Ter dekking van het nadelig resultaat van 2024 is € 47.000 onttrokken aan de reserve. Hierdoor is de reserve nu

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

€ 118.000. Bestemmingsreserve (€ 0) Ter dekking van het nadelig resultaat van 2024 is € 50.000 onttrokken aan de bestemmingsreserve Omgevingswet. Hierdoor staat deze reserve nu € 0. Voor de nieuwe huisvesting in Doetinchem zijn in 2025 kosten gemaakt. De hiervoor gereserveerde middelen van € 398.000 zijn aangewend.

Voorzieningen Verloop van de voorzieningen: Omschrijving Voorziening harmonisatietoelagen

5.719

5.719

0

Voorziening verlof

5.402

118.067

123.469

Voorziening spaarverlof

267.891

198.557

466.448

Totaal

279.012

316.624

589.917

5.719

0

Gerealiseerd resultaat ( € -687.000) Het nadelig exploitatieresultaat over 2025 is € 687.000.

59

Toelichting

Vlottende passiva

De provincie heeft in 2014 enkele rechtspositionele verplichtingen, waaronder de harmonisatietoelagen, voor voormalige provinciale medewerkers die zijn overgegaan naar de ODA afgekocht. In 2025 is het laatste deel van bijna € 6.000 vrijgevallen. De voorziening kan hiermee vervallen.

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Medewerkers kunnen uren afzonderen voor pensioen. Hiervoor is een voorziening verlof gevormd van afgerond € 123.000.

Crediteuren (€ 295.000) De belangrijkste crediteuren per 31 december 2025: Omschrijving Sweco, project omgevingswet

Bedrag € 49.000

Gemeente Berkelland, financiële adm. + implementatie salarisadm. € 44.000

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Vanaf 2022 kunnen medewerkers vakantie-uren sparen. Aangezien erbij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen, is hier een voorziening voor gevormd. Per 31 december 2025 is hiervoor € 466.000 afgezonderd.

Omgevingsdienst Nederland, diverse cursussen

€ 37.000

ODRA, complexe handhaving

€ 22.000

Diverse kleine(re) crediteuren

€ 143.000

Totaal

€ 295.000

60

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkering met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (€ 4.218.000). Het gaat hierbij om de volgende voorschotbedragen: Omschrijving

Saldo

Toevoegingen

Aanwendingen

1-1-2025

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat,

5.996

247.068

Niet uit de balans blijkende verplichtingen De gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek heeft een huurverplichting voortvloeiend uit een meerjarig huurcontract eindigend op 30 april 2035 met een optie tot 5 jaarlijkse verlenging. De huur wordt jaarlijks geïndexeerd. De huurlasten voor 2026 zullen € 142.500 bedragen. De daarbij behorende servicekosten bedragen jaarlijks € 42.210.

Saldo 31-12-2025

247.068

5.996

4.212.075

4.212.075

4.459.143

4.218.071

IB programma VTH E93 Deelnemende gemeenten ODA,

0

voorschot dienstverlening 2026 Totaal

5.996

247.068

Nog te betalen bedragen (€ 1.678.000)

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Omschrijving

Bedrag

Belastingdienst, Omzetbelasting 2025

€ 885.000

Belastingdienst, afdracht loonheffing 2025

€ 632.000

Gemeente Oost Gelre, afrekening 2025

€

95.000

Cauberg, dienstverlening 2025

€

56.000

Diverse kleinere bedragen nog te betalen

€

10.000

Totaal

€ 1.678.000

61

WNT-verantwoording 2025 Gegevens 2025 bedragen x € 1 De WNT is van toepassing op Omgevingsdienst Achterhoek. Het voor de Omgevingsdienst Achterhoek toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000,00. Dit betreft het algemeen WNT-bezoldigings­ maximum.

P.G.M. van Oosterbosch

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2025

01-01 t/m 13-07

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in ft)

0,89

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging

1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

60.642,75

Beloningen betaalbaar op termijn

9.815,00

Subtotaal

70.457,75

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

116.368,11

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Bezoldiging

N.v.t. 70.457,75

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom

N.v.t.

de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

Gegevens 2024 bedragen x € 1

N.v.t.

P.G.M. van Oosterbosch

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024

Directeur 01-01 t/m 31-12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in ft) Dienstbetrekking?

0,89 ja

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

111.778,49

Beloningen betaalbaar op termijn

18.186,24

Subtotaal

129.964,73

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

207.370,00

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom

N.v.t. 129.964,73 N.v.t.

62

de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2025 J. Verstand

bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2025

Directeur 01-07 t/m 31-12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in ft)

1

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

85.605,00

Beloningen betaalbaar op termijn

13.761,00

Subtotaal

99.366,00

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

123.000,00

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom

N.v.t. 99.366,00 N.v.t.

de overschrijding al dan niet is toegestaan

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

63

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12

1g. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Niet van toepassing.

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Niet van toepassing.

1d. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 2.100 of minder

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naam topfunctionaris

Functie

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen1.

J.H.A van Oostrum

DB/AB vz

M.A.J. Bennink

DB/AB

M. Eggink-Meuleman

DB/AB

H.J.M. Verschure

DB/AB

T.M.M. Kok

AB

Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur

H.G. Bulten

AB

G.J.M. Nijland

AB

G.E. Visser

AB

G.J. Teselink

AB

W.J.P. Pelgrom

AB

D.E. Vreugdenhil

AB

De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd.

1e. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100

Rechtmatigheidsverantwoording

Niet van toepassing.

1f. Topfunctionaris met een totale bezoldiging van meer dan € 2.100 waarop de anticumulatiebepaling van toepassing is Niet van toepassing.

Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balans­ mutaties in overeen­stemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen van de ODA en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.

64

Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de algemeen bestuur op 17 januari 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 290.682. Over- en onderschrijding van baten of onderschrijdingen van lasten/ investeringen zijn onrechtmatig als deze afwijkingen niet tijdig in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt. Onder tijdig wordt verstaan: afwijkingen van de (bijgestelde) begroting worden bij de jaarrekening gemeld en toegelicht. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van oktober 2025.

Bevinding Uit de rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat in 2025 voor een bedrag van € 3.519.000 afwijkingen zijn geconstateerd in de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten en balansmutaties. Dit bedrag overschrijdt de geldende verantwoordingsgrens van € 290.682. Het dagelijks bestuur stelt vast dat deze afwijkingen passen binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken en daarom als acceptabel worden beoordeeld. Deze bestuurlijke lijn is tevens voortgezet in de voorliggende begrotingswijziging 2026. De bevindingen zijn daarom in de jaarrekening verantwoord en nader toegelicht. Begrotingscriterium (x € 1.000) 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander het bestuur

€ 3.519

vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)

€0

2. Ongeautoriseerde reservemutaties p.s. veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden

€0

3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het bestuur zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.). Totaal begrotingsonrechtmatigheden

€0 € 3.519

4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid. 5. 1) De afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden als gedefinieerd in de notitie

€ 3.519

Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering)

rechtmatigheidsverantwoording) worden alleen in de rechtmatigheids­

Voorwaardencriterium

verantwoording vermeld indien de door het algemeen bestuur gestelde

Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed (inhoudelijk hier toelichten en in de

verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid is overschreden. Op basis van

paragraaf bedrijfsvoering)

afspraken tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen

M&O criterium

afwijkingen die lager zijn dan deze grens in de paragraaf bedrijfsvoering

Geen bevindingen

worden vermeld.

Totaal van onrechtmatigheden

€0

€

€ 3.519

65

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Het totaal van de onrechtmatigheden is € 3.519.000. Deze komen voort uit overschrijdingen binnen de lasten programma’s zowel op de lasten, alsmede op de baten. De toelichting op deze overschrijdingen kunt u terugvinden in de VIII paragraven (pagina 34).

Daarnaast is in de paragraaf bedrijfsvoering op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

66

Overzicht van baten en lasten Baten en lasten per programma Overzicht van baten en lasten per taakveld (x € 1.000)

Begroting 2025

Realisatie 2025

Begroting realisatie

Taakveld

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Saldo

Programma 1 Vergunningverlening

7.4 Milieubeheer

2.516

1.838

2.492

1.821

-7

Programma 2 Toezicht en handhaving

7.4 Milieubeheer

6.124

3.746

6.868

5.152

-662

Programma 3 Advies

7.4 Milieubeheer

2.398

1.657

3.757

1.645

1.371

Programma 4 Stelseltaken

7.4 Milieubeheer

80

379

0

380

-81

Programma 5 Projecten

7.4 Milieubeheer

5

0

731

225

502

Programmaplan

Overzichten 0.4 Overhead ondersteuning organisatie

Algemene dekkingsmiddelen

0.5 Treausury

0

Bedrag onvoorzien

0.8 Algemene baten en lasten

0

79

14.534

-687

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale bedrijfsvoering

11.123

3.424 79 11.123

Bijdrage deelnemers in het tekort 2024

13.847

5.311

Resultaat

11.123

11.123

-1.887

0

Toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

0

Overhead

13.847

14.534

0 -687

De baten en lasten over de programma’s zijn op directe wijze toegerekend aan de hand van de directe kosten en opbrengsten per productgroep. De baten en lasten zijn weergegeven aan de hand van het format dat met de Gelderse Omgevingsdiensten onderling is afgesproken. Voor de toelichting op de programma’s wordt verwezen naar de desbetreffende beleidshoofdstukken

67

Baten en lasten naar kosten categorieën

Omschrijving (x € 1.000)

2024

2025

2025

Realisatie

Begroting

Realisatie

Lasten 1

Personele kosten/Inhuur en diensten derden

10.071

8.869

11.105

2

Organisatiekosten

1.357

957

2.391

3

Organisatieontwikkeling en SPP

0

118

0

4

Bovenregionale taken

432

380

380

5

Organisatie ondersteuning

706

720

658

6

Algemene lasten

0

79

0

11.123

14.534

Totaal Lasten 12.566 Baten

21

Bijdragen van derden

1.069

85

731

25

Bijdragen deelnemers

11.400

11.038

13.116

11.123

13.847

0

-687

Totaal baten 12.469 Resultaat reguliere bedrijfsvoering

-97

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Verrekening resultaat 26

Verrekening met deelnemers rekeningsaldo

27

Bijdrage/Onttrekking algemene reserve Gerealiseerde resultaat

-97

0

0 -687

68

Toelichting overzicht van baten en lasten Lasten (€ 3.411.000 nadelig) Personeelskosten/inhuur en diensten derden (€ 2.236.000 nadelig) De personele kosten en inhuur diensten derden bestaan uit de kosten van eigen personeel en de capaciteit van derden die wordt ingehuurd. Deze inhuur betreft zowel detacheringen als gerichte dienstverlening door bureaus. De capaciteit van derden is de flexibele schil naast de eigen capaciteit van de ODA. Opbrengsten uit werkzaamheden van medewerkers van de ODA voor derden (zoals expertise ZZS voor ODNL) komen ten gunste van deze post.

Organisatieontwikkeling en SPP (€ 0) De kosten hangen samen met de ontwikkeling van de informatie­ voorziening van de gemeenschappelijke Omgevingsdiensten in het Gelders stelsel. De kosten hiervan zijn geboekt bij bovenregionale taken. Daarnaast zijn de kosten voor de ontwikkeling van ICT-voorzieningen, waaronder Power BI en dataontwikkeling, geboekt onder de organisatie­ kosten. Dit betekent dat er geen uitgaven zijn geboekt binnen de categorieën ontwikkeling en SPP.

De totale lasten vallen ruim € 2.236.000 hoger uit. Er zijn in de afgelopen jaren grote verschillen ontstaan tussen begroting en realisatie. In 2025 is door de ODA daarom voorgesteld om dit op te lossen via een begrotingswijziging. Mede door een mogelijke fusie is door het Algemeen Bestuur eerst gevraagd om de eerdergenoemde verkenning tot een mogelijke fusie uit te voeren. Daarbij is de begrotingswijziging 2025 uitgesteld naar 2026 en afgesproken om de hogere kosten op basis van werkelijke realisatie af te rekenen.

ODA | Jaarverslag en jaarrekening 2025

Organisatiekosten (€ 1.435.000 nadelig) De organisatiekosten zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Het groot deel hiervan (€ 316.624) is toe te schrijven aan reserveringskosten voor verlof­dagen. Daarnaast heeft de groei in FTE’s in 2025 geleid tot hogere uitgaven voor onder andere opleiding, reiskosten, overige personeels­ kosten en ICT. Ook zijn de huurkosten van het pand aan de Hanzepand in Doetinchem onder de organisatiekosten gekomen. Voorheen stond dit onder ondersteunende dienst (gemeente Bronckhorst).

69

Bovenregionale taken (€ 0)

Organisatie ondersteuning (€ 62.000 voordelig)

Bovenregionale taken

Realisatie

2024 (bedragen in € 1.000)

Begroot

Realisatie

2025

2025

Omschrijving

2024

2025

2025

Begroting

Realisatie

65

82

95

177

188

61

429

450

504

Realisatie (bedragen in € 1.000)

OD De Vallei - Kwaliteit en coordinatie

16

23

3

OD de Vallei Voorschot beheerskosten I GO+ 2025

12

38

Berkelland

OD de Vallei licenties Happynizr 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16911941/2