CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Fietsplan Lochem 2024 - 2035

Raadsvergadering 12 mei 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Fietsplan Lochem 2024 203514.083 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Fietsplan Lochem 2024 - 2035 | Aandacht en ruimte voor de fiets!

Fietsplan Lochem 2024 - 2035 | Aandacht en ruimte voor de fiets!

Projectnummer:

23.0178

Datum:

8 juli 2024

Status:

Definitief

Auteur(s)

M. Bentum en E. Kloezen | BonoTraffics M. Jansen en R. Lieftink | Gemeente Lochem 2

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Doelgroepen

9

3

Thema’s

13

4

Thema 1 Fietsnetwerk

14

Thema 2 Verkeersveiligheid

23

Thema 3 Ruimtelijke ontwikkelingen

32

Thema 4 Stallen en overstappen

37

Thema 5 Recreatie

40

Thema 6 Onderhoud

44

Thema 7 Stimuleren fietsgebruik

46

Uitvoering

51

3

1. Inleiding Waarom een fietsplan? In de gemeente Lochem kun je op dit moment al prettig fietsen. In het grote buitengebied ligt een afwisseling aan aantrekkelijke recreatieve fietsroutes. Ook zijn veel voorzieningen via directe hoofdfietsroutes op een veilige en snelle manier per fiets bereikbaar. De kernen in de gemeente zijn bovendien goed met elkaar verbonden. Dagelijks zien we veel inwoners van onze gemeente door Lochem fietsen. Ook steeds meer bezoekers ontdekken hoe mooi het is om op de fiets de gemeente Lochem te verkennen. Er liggen echter ook nog voldoende uitdagingen om het gebruik van de fiets verder te stimuleren. Deze uitdagingen en ambities zijn in dit plan beschreven en geeft de gemeente richting aan de ambities voor de komende tien jaar. “Genieten, bewegen, samen of alleen. Recreatief of gewoon van a naar b. Fietsen draagt bij aan mobiliteit, vitaliteit en duurzaamheid. Daarom is ruimte en veiligheid voor fietsers in onze gemeente belangrijk. We zetten de komende jaren in op veilige en aantrekkelijke fietsroutes voor verschillende doelgroepen. En we hopen in 2026 op te gaan voor Fietsgemeente van het jaar!” Ria Leliveld, Wethouder Mobiliteit

4

1. Inleiding Kansen

het buitengebied.

Bijkomende voordelen

Fietsen door Lochem moedigen we niet alleen aan, we zien ook kansen om het fietsgebruik in de gemeente verder te stimuleren. Daarnaast vinden we het belangrijk dat iedereen veilig en plezierig kan fietsen in Lochem. Daar willen we voor zorgen.

Uitdagingen

Het stimuleren van fietsgebruik ten opzichte van autogebruik kan ons helpen met de woningbouwopgave. Door meer in te zetten op fietsen ontwikkelen we betere bouwplannen. Daarvoor moeten we wel investeren in goede fietsvoorzieningen.

Inzetten op het stimuleren van fietsgebruik en het verbeteren van fietsvoorzieningen heeft veel voordelen. Om te beginnen is fietsen gezond. Fietsen draagt bij aan gezond ouder worden en is een goede en leuke manier om voldoende beweging te krijgen. Bovendien is fietsen een duurzame manier van verplaatsen, zeker voor de relatief korte ritten. Iemand die beschikt over een fiets heeft een grote mate van vrijheid. Je kan zelf bepalen wanneer je op de fiets stapt en waar je heen gaat. Je bent niet afhankelijk van de vaste tijden van het openbaar vervoer en het is goedkoper dan een auto. Deze vrijheid wensen we iedere inwoner en bezoeker van Lochem toe. Het doel is dan ook dat iedere inwoner de beschikking heeft over een fiets. Een fiets neemt relatief weinig ruimte in. Voor de openbare ruimte in de gemeente betekent meer fietsgebruik en minder autogebruik dat we minder ruimte hoeven te reserveren voor parkeren. De vrijgekomen ruimte kan veranderd worden in bijvoorbeeld ruimte voor groen. Ten slotte is fietsen gewoon erg leuk, zeker door onze mooie gemeente. We hebben prachtige fietsroutes door de kernen en

In onze opgave om het fietsen in de gemeente te verbeteren, staan we voor een aantal uitdagingen. Eén van deze uitdagingen heeft te maken met de routes tussen de kernen. De auto heeft hier nog veel voordelen ten opzichte van de fiets. De afstanden tussen de kernen en voorzieningen zijn over het algemeen goed te fietsen, zeker nu steeds meer mensen gebruikmaken van een elektrische fiets. De auto is echter sneller en veiliger. In de auto zit je altijd droog en vaak kun je voor de deur parkeren. Onze uitdaging is dus om meer mensen uit de auto en op de fiets te krijgen en hen het plezier en de voordelen van fietsen te laten meemaken. Een tweede uitdaging is het fietsgebruik door de jongste en oudste leeftijdsgroepen. Hier speelt met name veiligheid een grote rol. Beide groepen zijn vaker bij fietsongevallen betrokken en ouderen raken daarbij steeds vaker gewond. Dat kan en moet beter. Fietsen heeft gezondheidsvoordelen en juist daarom zou het goed zijn om jongeren en ouderen meer te laten fietsen.

Een ander belangrijk onderdeel in ons fietsplan is recreatie. In onze gemeente verwelkomen we jaarlijks veel recreatieve fietsers. Deze komen uit het hele land. Lochem heeft dan ook veel te bieden op toeristisch gebied. We willen een inclusieve gemeente zijn en de fietservaring voor alle recreatieve fietsers verbeteren. Daarnaast willen we als Lochem bijdragen aan de regionale ambitie van de Achterhoek om ‘buitengewone’ regio van Nederland te worden. Dé regio waar je moet zijn voor buitenrecreatie, waar fietsen een belangrijk onderdeel van is.

Een derde uitdaging betreft het optimaliseren van de fietsvoorzieningen. Niet alleen de verbindingen en gebruikers hebben onze aandacht, het is ook belangrijk dat onze fietsvoorzieningen goed onderhouden zijn en voldoen aan de gewenste richtlijnen.

5

1. Inleiding Wat willen we bereiken? We hebben in 2022 het Mobiliteitsplan 2022-2030 vastgesteld. De fiets heeft een belangrijke plek in dit mobiliteitsplan gekregen. In het mobiliteitsplan staat dat we de komende jaren inzetten op het stimuleren van fietsgebruik en het verbeteren van het fietsnetwerk. Dit is de hoofdambitie van de gemeente Lochem voor de fiets.

“Het optimaliseren en stimuleren van de bereikbaarheid per fiets, zodat deze een volwaardig alternatief vormt voor de auto.”

Deze hoofdambitie is onderverdeeld in vier kernambities. Aan deze kernambities zijn concrete acties en doelen verbonden. De kernambities zijn de volgende: 1. Veilig, leefbaar en gezond 2. Bereikbaarheid in balans

3. Duurzaam en klimaatbestendig 4. Een mooie omgeving en slim ruimtegebruik

De vier kernambities worden allemaal besproken in het mobiliteitsplan. Het stimuleren van het aantal fietsverplaatsingen benoemen we hierin als belangrijk speerpunt. Daarnaast hebben we in het mobiliteitsplan uitgebreid aandacht besteed aan comfort en inrichting van fietspaden en –routes. Binnen de regio Stedendriehoek geldt de fiets als belangrijk vervoersmiddel en is gelijktijdig aan dit fietsplan gewerkt aan een fietsvisie met de titel ‘Regio Stedendriehoek, natuurlijk de fiets’. In deze fietsvisie staat de koers voor de regio beschreven en deze visie is meegenomen als input voor het fietsbeleid van de gemeente.

Lochem fietsgemeente 2026 We hebben hoge ambities op het gebied van fietsen. We gaan daarbij niet voor een voldoende, maar streven hoge standaarden na als het gaat om fietsen in de gemeente Lochem. Om invulling te geven aan onze ambities hebben we ons als doel gesteld om in 2026 fietsgemeente van Nederland te zijn (verkiezing van de fietsersbond). Bij de verkiezing in 2024 zetten we al een stap in de goede richting. We stegen van plek 148 in 2022 naar plek 57 in 2024. Met een gemiddelde score van 3.7 scoorden we bovengemiddeld. Om handen en voeten te geven aan de ambities van de gemeente op het gebied van fietsen, is dit fietsplan Lochem opgesteld.

6

1. Inleiding Wat is de looptijd van het fietsplan?

Uit welke onderdelen bestaat het fietsplan?

Visie

Het fietsplan Lochem geeft invulling aan de ambities van de gemeente Lochem voor de periode van 2024 tot aan 2035. Als in de volgende jaren grote gebeurtenissen plaatsvinden die grote impact hebben op de fietsveiligheid en –bereikbaarheid, kan dat een reden voor ons zijn om het fietsplan al op een eerder moment te actualiseren.

Het fietsplan van de gemeente Lochem bestaat uit een aantal onderdelen, namelijk een netwerkscan, een visie en een uitvoeringsprogramma.

Het fietsplan beschrijft wat we willen bereiken als het gaat om fietsen in onze gemeente. In deze visie beschrijven we onder andere welke route we gaan volgen voor het stimuleren van het fietsgebruik, hoe we de verkeersveiligheid willen verbeteren en welke maatregelen we moeten nemen om het fietsnetwerk klaar te maken voor de toekomst.

Omdat we niet alle projecten en maatregelen op korte termijn uit kunnen voeren, moeten we keuzes maken in de volgorde. We bekijken welke maatregelen we het belangrijkst vinden en voeren de maatregelen in verschillende fases uit. De prioritering en fasering die we gekozen hebben, staat in het uitvoeringprogramma dat bij het fietsplan hoort. Deze planning is een hulpmiddel en geen doel. Er kunnen altijd dingen gebeuren die ervoor zorgen dat we de planning moeten of willen aanpassen. Het uitvoeringsprogramma heeft daarom een kortere planning dan het fietsplan. De looptijd van het uitvoeringsprogramma is 5 jaar. Na een aantal jaren wordt het uitvoeringsprogramma bijgewerkt voor de jaren daarna.

Netwerkscan We willen graag inzicht hebben in hoe we het fietsnetwerk kunnen verbeteren. Daarom lieten we een netwerkscan uitvoeren. De netwerkscan bestaat uit een uitgebreide inventarisatie van onderdelen gerelateerd aan de fietsvoorzieningen. Zo is er gekeken naar onder andere de inrichtingskenmerken, de sociale veiligheid, verkeersongevallen en –intensiteiten. Zowel utilitaire fietsroutes als recreatieve fietsroutes* zijn geïnventariseerd en daarna geanalyseerd. De resultaten hiervan hebben we weergegeven in het document ‘Inventarisatienota fietsplan Lochem 2024’. Dit is de basis geweest voor het opstellen van dit fietsplan.

Uitvoeringsprogramma Naast een visie met een duidelijk beeld van wat we willen bereiken, is er ook behoefte aan een duidelijk beeld van de stappen die we daarvoor moeten nemen. We hebben daarom een uitvoeringsprogramma opgesteld met daarin een prioritering en fasering van de uit te voeren maatregelen, projecten en programma’s (uitvoeringsplan). In het uitvoeringsprogramma staan de uit te voeren projecten en activiteiten en daarnaast ook een overzicht van de benodigde kosten.

*Toelichting verschillende soorten fietsroutes staat op pagina 16

7

Proces

1. Inleiding

Producten

Om te komen tot een fietsplan hebben we een aantal werkstappen in fases doorlopen.

Na het verzamelen van de bouwstenen, zijn we begonnen met het schetsen van een toekomstbeeld voor de fiets in de gemeente Lochem. De uitgangspunten hiervoor komen voort uit de resultaten van de verkenning en de participatie. In overleg met de verantwoordelijk wethouder en betrokken medewerkers bepaaleden we de koers.

Fase 1 | Verkenning We zijn gestart met het uitvoeren van een brede verkenning. In deze verkenning hebben we gekeken naar het beleid dat er nu al is, de richtlijnen voor inrichting van de infrastructuur, ongevallendata, fietstellingen, ruimtelijke ontwikkelingen, onderhoud en de recreatieve voorzieningen. Fase 2 | Participatie In deze fase hebben we inwoners, betrokken partijen (zoals dorpsraden e.d.) en ambtenaren van andere beleidsterreinen gevraagd naar knelpunten in de huidige situatie en naar hun wensen over het toekomstige fietsbeleid. Inwoners konden aandachtspunten en knelpunten aangeven via een online vragenlijst (ingevuld door ruim 500 mensen). De betrokken partijen zijn door ons uitgenodigd voor een bijeenkomst op het gemeentehuis. De medewerkers van de gemeente Lochem zijn met elkaar het gesprek aangegaan in een werksessie om knelpunten en wensen op een rij te zetten.

Inventarisatie en netwerkscan

Fase 2 | Participatie Online vragenlijst en werksessie stakeholders

Fase 3 | Beleidsvorming Analyse en uitwerking beleid

Fase 4 | Uitvoeringsprogramma Opstellen uitvoeringsprogramma

Fietsplan Lochem 2024 - 2035

Fase 3 | Beleidsvorming

Uitvoeringsprogramma Fietsplan 2024 - 2030

Welk stappen hebben we doorlopen?

Inventarisatienota fietsplan Lochem 2024

Fase 1 | Verkenning

8

2. Doelgroepen We willen de fietsbereikbaarheid verbeteren, zodat de fiets een goed alternatief wordt voor de auto. Op die manier willen we ervoor zorgen dat inwoners en bezoekers vaker de auto laten staan en gaan fietsen. Dit lukt niet door in te zetten op één bepaalde maatregel. De problemen, behoeftes en wensen van (potentiële) fietsgebruikers verschillen namelijk behoorlijk van elkaar. Om zo goed mogelijk te kunnen inspelen op deze verschillende behoeftes, richten we ons in dit fietsplan op vijf doelgroepen: ▪ De forens ▪ De scholier ▪ De oudere fietser ▪ De recreatieve fietser ▪ De nieuwe Nederlander

Alle fietsers willen veilig van A naar B. Dit is onze basis. We gaan ervoor zorgen dat iedere fietser van goede fietsvoorzieningen gebruik kan maken én dat ze allemaal gestimuleerd worden om te fietsen. Die aanpak zit verweven in deze vijf doelgroepen. We maken de fietsrit naar de supermarkt prettiger, net als de weg naar school of de sportvereniging. De verschillende doelgroepen helpen ons ook om daarnaast op andere, specifieke wensen, behoeften en problemen in te spelen. Waar de forens vooral zich snel wil verplaatsen over brede fietspaden en met weinig wachttijd, is het voor de jongste fietsers belangrijk dat ze veilig kunnen fietsen met voldoende overzichtelijke kruispunten. Een gebrek aan veilige fietsroutes is voor veel ouders een reden om kinderen met de auto weg te brengen. Dit zijn slechts twee voorbeelden. Op volgende pagina’s staan de doelgroepen verder beschreven. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de ene doelgroep de andere niet uitsluit. Een forens kan bijvoorbeeld een recreatieve route naar zijn werk rijden of in het weekend een recreatief rondje fietsen en ouderen zijn relatief vaak recreatieve fietsers. Er is dus sprake van overlap.

9

2. Doelgroepen De forens Fietsforenzen gebruiken de fiets voor woon-werkverkeer. Eventueel in combinatie met het gebruik van het openbaar vervoer of de (deel)auto. CBS-data laat zien dat in de Achterhoek de gemiddelde woon-werkafstand relatief kort is, namelijk ongeveer 8,5 kilometer. Uit een regionale analyse van korte autoritten blijkt dat binnen de gemeente Lochem dagelijks veel autoritten tot 10 kilometer plaatsvinden, vooral onder werknemers*. Daarmee is de elektrische fiets een goed alternatief vervoersmiddel. ’Hiernaast staat een kaart waarvan is af te lezen welke afstand tot 8,5 km en 15 km je met de fiets (lichtblauw) of de e -bike (donkerblauw) vanuit de kern Lochem kunt afleggen. In de bijlage staat dit type kaart ook voor de andere kernen. Fietsforenzen hebben behoefte aan snelle, comfortabele en veilige fietsroutes tussen woonkernen, werkgebieden en openbaarvervoerhaltes. Bij deze haltes en overstaplocaties willen zij graag goede stallingsmogelijkheden, deelfietsen en fietskluizen. Daarnaast kunnen maatregelen zoals lease-programma’s, gedragscampagnes en extra faciliteiten op werk (bijv. douches of kleedruimtes) het fietsgebruik stimuleren. *Bron: Korte autoritten stedendriehoek, Roelofs

Fietsbereik kern Lochem

10

2. Doelgroepen De scholier Jong geleerd is oud gedaan. Dat geldt zeker ook voor fietsen. Fietsen geeft vrijheid, maar kent ook risico’s. Uit ongevallengegevens komt naar voren dat bij fietsongevallen in de gemeente Lochem in verhouding vaak jongeren betrokken zijn. Kinderen zijn een kwetsbare groep. Als kinderen al jong zelf leren fietsen helpt bij het verbeteren van fietsvaardigheden en verkeersinzicht. Daarom is het belangrijk om kinderen veilig te leren fietsen en hen de ruimte te geven om veel veilige fietskilometers te maken. Dit kan door de kinderen aan te moedigen vaker op de fiets te stappen en door het geven van verkeerslessen op basisscholen. Elektrische fietsen Een aantal jaar geleden reden alleen ouderen op elektrische fietsen. Nu is de elektrische fiets ook populair onder kinderen en jongeren. Naast de ‘gewone’ elektrische fiets zijn inmiddels ook stoerdere modellen te koop. De Fatbike is op dit moment ontzettend populair. Voor middelbare scholieren is deze fiets een handig middel om in een korte tijd relatief lange afstanden af te leggen. Dit is gelijktijdig ook een groot risico. Jongeren in de middelbare schoolleeftijd zijn al relatief vaak betrokken bij fietsongevallen. Door het gebruik van de elektrische fietsen en de

daarbij komende hogere snelheden nemen de risico’s verder toe, terwijl jongeren zich daar zelf vaak niet van bewust zijn.

elektrische fietsen, driewielers en scootmobielen. Deze fietssoorten hebben voldoende ruimte nodig. Andere fietsers met dezelfde uitdagingen

De oudere fietser Momenteel is ongeveer 30% van alle inwoners in de gemeente Lochem 65 jaar of ouder. De voorspelling is dat de komende 10 tot 15 jaar de omvang van deze groep verder groeit. Veel ouderen hebben de elektrische fiets ontdekt en fietsen daarmee zonder te veel moeite vele kilometers. Zo houden ze zichzelf fit en vitaal.

We zien bij fietsers met een beperking uitdagingen die vergelijkbaar zijn met de uitdagingen van de oudere fietser; ze krijgen te maken met obstakels die de toegankelijkheid beperken of die risico’s opleveren. Hiervoor bestaan gelukkig al goede initiatieven in de gemeente. Wel willen we ook voor deze fietsers zorgen dat de fietsbeleving en toegankelijkheid van het fietsen verbetert.

Aan ongevalsgegevens kunnen we zien dat het aantal letselongevallen onder fietsende ouderen de laatste jaren sterk is toegenomen. Ongevallen zorgen bij ouderen helaas vaker voor letsel dan bij jongere volwassenen. Om ervoor te zorgen dat ouderen veel gebruik (blijven) maken van de (elektrische) fiets, moeten we voldoende aandacht geven aan de verkeersveiligheid van deze groep. Verschillende typen ‘fietsen’ Ouderen zijn langer mobiel. Hierdoor zijn ouderen ook vaker aan het recreëren. Ze fietsen regelmatig een rondje door de buurt of gemeente. Daarbij zien we ook steeds meer soorten fietsen, zoals

11

2. Doelgroepen De recreatieve fietser Een groot deel van de fietsritten in de gemeente Lochem is recreatief. Uit heel Nederland komen recreanten naar de vele hotels, campings, Bed & Breakfasts en andere overnachtingsgelegenheden in de gemeente Lochem, om vanuit daar per fiets te recreëren. Ook inwoners van Lochem weten de mooie plekken in de gemeente fietsend te vinden. Recreatieve fietsers hebben geen behoefte aan lange, rechte fietspaden langs hoofdwegen. Liever fietst deze groep over rustige fietspaden, via zandwegen met mooie uitzichten of schelpenpaden langs bomenlanen. Ze hechten waarde aan goede rustpunten en duidelijke bewegwijzering. De Achterhoek ‘Buitengewone’ regio van Nederland Het is belangrijk dat de recreatieve routes van voldoende kwaliteit zijn, maar alleen dat is niet genoeg. Op het gebied van recreatie wil de gemeente Lochem zijn bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Achterhoek tot ‘Buitengewone’ regio van Nederland. De Achterhoek wil de regio worden waar je moet zijn voor buitenreactie. Het verbeteren van de kwaliteit en beleving van het gebied als fietsbestemming helpt om dit doel te behalen.

We proberen hier op veel manieren aan mee te werken, bijvoorbeeld door services als fietshuurmogelijkheden, reparatiegelegenheden en beschikbaarheid van ov-fietsen. Ook dragen we bij door ruimte en voorzieningen te bieden voor sportieve recreatieve fietsers als mountainbikers, wielrenners en gravelbikers. Sportieve fietsers vereisen doorgaans weer andere routes of voorzieningen dan de gemiddelde recreatieve fietser. We richten ons op de brede groep recreatieve fietsers.

De nieuwe Nederlander Fietsen is typisch Nederlands. Nergens ter wereld leggen mensen zoveel fietskilometers af als in ons land. De fiets wordt voor van alles gebruikt; van het boodschappen doen tot recreatief fietsen. De fiets geeft een bepaalde mate van vrijheid en zelfredzaamheid. Deze vrijheid ervaart niet iedereen die in Nederland woont. Voor sommige nieuwe Nederlanders is het gebruiken van een fiets nieuw en wennen. Voor anderen geldt dat ze wel graag willen fietsen, maar geen toegang hebben tot een fiets. De doelgroep nieuwe Nederlanders omvat alle volwassenen voor wie fietsen een nieuwe ervaring is en voor wie fietsen bij zou dragen aan het deelnemen in de maatschappij.

Er is een groep nieuwe Nederlands afhankelijk van de fiets, terwijl deze groep vaak niet is opgegroeid met de fiets. Het is onze taak om trainingen aan te bieden voor het verbeteren van hun fietsveiligheid en om het fietsgebruik van deze groep te bevorderen. Ook voor andere nieuwe Nederlanders is fietsen niet altijd vanzelfsprekend, bijvoorbeeld voor 2e en 3e generatie arbeidsmigranten in Nederland. Hun (groot)ouders hebben niet altijd leren fietsen of de fiets wordt als minderwaardig gezien ten opzichte van de auto. Hierdoor overweegt een deel de fiets vaak niet als mogelijk vervoersmiddel. Voor ons liggen hier kansen door de fiets van jongs af aan te introduceren en het als een gezond, voordelig en milieuvriendelijk alternatief voor de auto in beeld te brengen. Ten slotte is er een groep mensen die wel zou willen fietsen, maar niet voldoende geld heeft om een fiets te kopen en te onderhouden. De vrijheid en zelfredzaamheid van deze groep wordt daarmee beperkt. Dit noemen we mobiliteitsarmoede. Deze groep heeft ook minder kansen op de arbeidsmarkt, omdat zij geen mogelijkheden hebben om werkevers op grotere afstand te bereiken.

12

3. Thema’s In de inventarisatiefase hebben we veel informatie verzameld. Deze informatie hebben we geanalyseerd, waarna we een overzicht hebben gemaakt van opvallende en belangrijke onderwerpen. Op basis van dit overzicht hebben we zeven thema’s geformuleerd, namelijk:

• Thema 1

Fietsnetwerk

• Thema 2

Verkeersveiligheid

• Thema 3

Ruimtelijke ontwikkelingen

• Thema 4

Stallen en overstappen

• Thema 5

Recreatie

• Thema 6

Onderhoud

• Thema 7

Stimuleren fietsgebruik

Op de volgende pagina’s worden de zeven thema’s verder toegelicht. Bij ieder thema hoort een specifiek doel. Dit doel draagt bij aan de hoofdambitie voor de fiets uit het mobiliteitsplan.

“Het optimaliseren en stimuleren van de bereikbaarheid per fiets, zodat deze een volwaardig alternatief vormt voor de auto.”

Voor elk thema hebben we speerpunten opgesteld. Deze speerpunten laten zien wat de meest belangrijke onderwerpen en afspraken zijn voor dat specifieke thema. Een aantal van de speerpunten zijn uitgangspunten of afspraken die in het Mobiliteitsplan van de gemeente staan. Andere speerpunten komen voort uit de inventarisatie. Ten slotte beschrijven we bij ieder thema hoe we de ambitie willen waarmaken. Hiervoor hebben we concrete actiepunten opgenomen. Daarbij vermelden we ook steeds op welke doelgroep de maatregel of actie gericht is.

13

Thema 1 | Fietsnetwerk Aanleiding De gemeente Lochem heeft een uitgebreid fietsnetwerk. Het utilitaire en het recreatieve netwerk zijn samen ongeveer 300 kilometer lang. Met utilitaire fietsroutes wordt gedoeld op routes tussen woon en werkgebieden, woon- en winkelgebieden, routes naar sportvelden of zwembaden etc. Op meerdere locaties overlappen deze netwerken elkaar. Het utilitaire fietsnetwerk bestaat uit fietspaden met verschillende functies (doorfietsroutes, primaire en secundaire fietsroutes). Elke soort fietspad heeft eigen inrichtingskenmerken. Uit de enquête komt naar voren dat op een aantal locaties fietsvoorzieningen ontbreken. Het gaat hierbij vooral om het ontbreken van vrijliggende fietsvoorzieningen langs wegen waar op dit moment fietsers en gemotoriseerd verkeer gebruikmaken van dezelfde rijbaan. Dit zijn ook de locaties waar vaker fietsongevallen gebeuren. Ongevalscijfers bevestigen dat een groot deel van de ongevallen plaatsvindt op wegen waar fietsers en gemotoriseerd verkeer dezelfde weg gebruiken.

Ambitie “Alle kernen in de gemeente Lochem zijn met elkaar verbonden door middel van directe, comfortabele en veilige fietsverbindingen.”

Speerpunten •

We streven naar een situatie waarin de fiets binnen de bebouwde kom het snelste en meest comfortabele vervoersmiddel is.

•

We stemmen de maatvoering en inrichting van primaire utilitaire hoofdfietsroutes buiten de bebouwde kom af op de kenmerken van elektrische fietsen.

•

We zorgen voor samenhangende, comfortabele en veilige fietsverbindingen tussen de kernen.

14

Thema 1 | Fietsnetwerk Hoe gaan we dit bereiken? Versterken fietsnetwerk

Een logisch en compleet utilitair fietsnetwerk is belangrijk voor het vergroten van het fietsgebruik en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het bestaande fietsnetwerk, zoals opgenomen in het mobiliteitsplan van de gemeente Lochem, is een goed basisnetwerk. Uit de verkenning zijn een aantal ontbrekende fietsverbindingen naar voren gekomen. Op de kaart hiernaast staat het geactualiseerde fietsnetwerk. Het utilitaire fietsnetwerk bestaat uit primaire en secundaire fietsroutes. We willen op een aantal bestaande fietsroutes verbeteringen doorvoeren. De primaire fietsroutes hebben onze prioriteit. Het verbeteren van secundaire fietsroutes kan worden meegenomen bij regulier onderhoud. We zijn al begonnen met het verbeteren van de fietsverbinding tussen het Staring College en station Lochem. Aan de westzijde van de gemeente werken we samen met de provincie aan de FN348 tussen Deventer en Zutphen.

Ambitie Fietsnetwerk gemeente Lochem

15

Thema 1 | Fietsnetwerk Daarnaast willen we het fietsnetwerk op een aantal locaties uitbreiden, zodat het fietsnetwerk compleet wordt. We willen uitbreiden met de hieronder genoemde routes. De routes zijn ook ingetekend (oranje) op de kaart op de vorige pagina.

•

Ondanks recente veranderingen aan de weginrichting wordt de fietsroute over de N339 tussen Harfsen en Epse niet door alle fietsers als prettig ervaren. We kijken naar mogelijkheden voor het realiseren van een alternatieve route of het verbeteren van de bestaande (recreatieve) routes in het gebied.

A. Verbinding FN348 - Epse via Het Wansink; B.

Alternatieve route Epse - Harfsen;

C.

Epse – Deventer via A1 Bedrijvenpark

D. Almen – Lochem langs Twentekanaal

E.

Fietsroute langs N346 Lochem

F.

Fietsontsluiting (woningbouw)ontwikkelingen

•

De fietsroutes hierboven zijn een ontbrekende schakel in het huidige fietsnetwerk. Ze zijn onderdeel van toekomstige woningbouwontwikkelingen (bijv. Lochem-Oost en Laren) of ze betreffen nieuwe infrastructuur (A, C, E).

Ook op het secundaire fietsnetwerk ontbreken op dit moment een aantal logische schakels. Deze staan op de kaart op de vorige pagina in geel aangegeven. Dit zijn schakels die op netwerkniveau logische verbindingsroutes vormen tussen bestaande secundaire en recreatieve fietsroutes. Op deze routes ligt momenteel een weg die niet is ingericht op het gebruik door fietsers. Als we maatregelen nemen op deze routes, zoals het aanbrengen van fietsstroken, kunnen we het secundaire netwerk completer maken. De in de kaart opgenomen schakels volgen uit de inventarisatie. In de enquêtes zijn ze namelijk meerdere keren als ontbrekende schakel aangeduid. Het gaat om de Gerrit Slagmanstraat – Koekoekweg, de Eikenboomlaan en een deel van de Deventerdijk. De laatste twee zijn onverharde routes.

16

Thema 1 | Fietsnetwerk Verbeteren inrichting fietsroutes Het fietsnetwerk bestaat uit verschillende soorten fietsroutes. De gemeente Lochem streeft naar comfortabele en veilige fietsverbindingen, waarbij ze rekening houden met de gebruikers van de route. Elk type fietsroute heeft daarom eigen inrichtingskenmerken. Primaire fietsroutes zijn de belangrijkste fietsverbindingen tussen en door kernen. Grote delen van het primaire fiets-netwerk (met name buiten de bebouwde kom) zijn in beheer bij de provincie Gelderland. We willen dat fietsers hier vlot en veilig kunnen fietsen. Dit betekent dat we kiezen voor brede fietsvoorzieningen. Als het kan, willen we de fietser voorrang geven ten opzichte van de auto. Op de kaart op pagina 18 is weergegeven welke primaire fietsroutes we willen verbeteren. We willen op primaire fietsroutes al het utilitaire fietsverkeer bundelen. Dat betekent dat we veel ruimte nodig hebben. De maatvoering en inrichting op deze fietsroutes moet zoveel mogelijk worden afgestemd op hoge aantallen fietsers en het gebruik door elektrische fietsen en speed pedelecs. Daarbij hoort ook een comfortabel soort verharding, zoals asfalt of betonverharding.

Voor de inrichting van deze fietsroutes gaan we uit van de CROWrichtlijn voor het hoofdfietsnetwerk zoals opgenomen in de Ontwerpwijzer Fietsverkeer. Niet alle bestaande fietsroutes voldoen aan deze richtlijnen. Op sommige delen moet het fietsnetwerk worden verbreed of er moeten wijzigingen worden aangebracht in de fietsstructuur. In de praktijk is het niet altijd mogelijk om de richtlijnen volledig te behalen. We leveren daarom maatwerk en kijken per locatie welke kansen voor verbetering er zijn. Hiernaast staat een opsomming van delen van het primaire fietsnetwerk die op dit moment niet voldoen aan de richtlijnen in het CROW, kijkend naar de breedte van de fietsstroken- en paden. Deze routes zijn in blauw weergeven op de kaart op de volgende pagina.

1. Zutphenseweg te Eefde (deel 50 km/uur); 2. Lochemseweg te Epse; 3. N339/Deventerweg/Dorpsstraat/Rengersweg te Laren;

4. Ooldselaan tussen Laren, Oolde en gemeentegrens; 5. Vordenseweg tussen Lochem en gemeentegrens; 6. N312/Barchemseweg te Lochem; 7. Route Hanzeweg en Lochemsebrug te Lochem; 8. Graaf Ottoweg te Lochem.

17

Thema 1 | Fietsnetwerk Op de kaart hiernaast zijn drie routes gemarkeerd die op dit moment niet optimaal zijn. Deze routes hebben op de kaart een rode kleur. Dit zijn fietsroutes die, op basis van de richtlijnen, beter kunnen worden ingericht. Hier gaat het niet zozeer om de breedte van de fietspaden, maar om de bermen of om de verhouding ten opzichte van het autoverkeer. De Lochemseweg tussen Epse en Harfsen (1) is gemarkeerd als niet optimaal. Deze is, door de provincie Gelderland, recent opnieuw ingericht aan de hand van de actuele richtlijnen. Hier is echter niet het gewenste effect behaald. Vanuit fietsveiligheid en comfort is het wenselijk om te onderzoeken of deze route nog verder verbeterd kan worden of dat alternatieve fietsroutes gerealiseerd kunnen worden. Voor de Zutphenseweg te Eefde (2) geldt hetzelfde. De richtlijnen uit de Ontwerpwijzer Fietsverkeer schrijven meer ruimte voor fietsers voor dan bij de herinrichting is toegepast. Ten slotte is een deel van de Rengersweg bij Laren (3) gemarkeerd als niet optimaal. Voor deze route geldt dat de richtlijn meer overrijdbare ruimte naast het fietspad voorschrijft. Ook de routes in het blauw (4/8) voldoen aan de breedtes in combinatie met het aantal motorvoertuigen dat van de weg gebruik maakt.

Verbeteren fietsroutes gemeente Lochem

18

Thema 1 | Fietsnetwerk Secundaire fietsroutes zijn lokale fietsroutes naar onder andere voorzieningen. Over deze routes rijden minder fietsers dan over primaire fietsroutes. Deze fietsroutes liggen in en tussen de kernen, maar ook in het buitengebied. Het komt voor dat op deze fietsroutes auto’s en fietsers gebruik maken van dezelfde rijbaan. We richten de wegen voor dit gebruik zo veilig mogelijk in. Ook voor de inrichting van het secundaire fietsnetwerk is de CROW-richtlijn uit de Ontwerpwijzer fietsverkeer leidend. De richtlijnen zijn voor het secundaire netwerk minder streng dan de eisen voor het primaire netwerk. Een punt van aandacht is dat een aantal routes uit het secundaire netwerk veel worden gebruikt. Op deze routes, zoals de Zutphenseweg in Lochem, sluiten we daarom zoveel mogelijk aan op de richtlijnen voor het primaire fietsnetwerk, zowel in breedtes als in verhardingstype. Hoofdfietsroute centrum is een snelle comfortabele fietsroute tussen het station, het centrum en het Staring College Lochem. We zijn al druk bezig met het uitwerken van plannen voor het verbeteren van deze veelgebruikte fietsverbinding. Zo wordt fietsen tussen station, centrum en het Staring College straks veiliger en comfortabeler. Deze fietsroute bestaat uit een aantal verschillende schakels. We hebben de wens om op deze route het vele fietsgebruik te faciliteren.

Aansluitend bij de richtlijnen voor het primaire

fietsnetwerk. Concreet betekent dit dat we de Albert Hahnweg inrichten als fietsstraat. Vervolgens realiseren we tussen de Albert Hahnweg en de Prins Bernhardweg een veilige, herkenbare en goed ingerichte fietsroute langs de oostzijde van het centrum (over de Oosterwal). De route loopt verder via de Noorderbleek over de Berkel en via de Lochemsebrug tot en met het station. Deze fietsroute richten we deels in als fietsstraat en deels leggen we vrijliggende fietspaden aan. Het project bestaat uit verschillende fases, waarbij de realisatie van de nieuwe Nettelhorsterbrug in de N346 en de daaropvolgende de herinrichting van de Lochemsebrug (Ampsense Knoop) belangrijke factoren zijn. Doorfietsroutes zijn hoogwaardige fietsroutes die grote kernen en bedrijventerreinen verbinden. Deze routes lopen vaak door meerdere gemeenten. De provincie Gelderland neemt het voortouw in de ontwikkeling van dit type fietsroutes. In de gemeente Lochem werken we samen aan de ontwikkeling van de FN348 tussen Zutphen en Deventer door Gorssel en Eefde. Het is een belangrijke fietsroute met hoge kwaliteitseisen. Hiermee willen we samen met onze partners zorgen voor een comfortabele, obstakelvrije en directe fietsroute, ideaal voor scholieren en forenzen.

19

Inrichtingskenmerken fietsroutes Solitair fietsroutes

Fietsstrook

Solitair fietspad twee richtingen

Solitair Fiets-/Bromfietspad twee richtingen

Spitsuurintensiteit

Breedte pad

Spitsuurintensiteit

Breedte pad

0 tot 50 fietsen

1,50 m*

0 tot 50 fietsen

2,00 m*

50 tot 150 fietsen

2,50 m*

50 tot 150 fietsen

3,00 m

150 tot 350 fietsen

3,50 m

150 tot 350 fietsen

4,00 m

Meer dan 350 fietsen

4,50 m

Meer dan 350 fietsen

5,00 m

Breedte fietsstrook 2,0—2,25 m, minimaal 1,70 m (exclusief markering)

Vrijliggend fietspad Eenrichtingsfietspad

Tweerichtingsfietspad

Spitsuurintensiteit

Breedte pad

Spitsuurintensiteit

Breedte pad

0 tot 150 fietsen

2,00 m*

0 tot 50 fietsen

2,50 m*

150 tot 750 fietsen

2,50 - 3,00 m

50 tot 150 fietsen

2,50 – 3,00 m

Meer dan 750 fietsen

3,50 - 4,00 m

150 tot 350 fietsen

3,50 – 4,00 m

Meer dan 350 fietsen

4,50 m

Vrijliggend fiets-/bromfietspad Eenrichtingsfietspad

Tweerichtingsfietspad

Spitsuurintensiteit

Breedte pad

Spitsuurintensiteit

Breedte pad

0 tot 150 fietsen

2,00 m*

0 tot 50 fietsen

2,50 m*

75 tot 375 fietsen

3,00 m

50 tot 150 fietsen

3,00 m

Meer dan 375 fietsen

4,00 m

150 tot 300 fietsen

4,00 m

Meer dan 300 fietsen

5,00 m

* tot een breedte van 2,50 m heeft een pad aan beide zijden een overrijdbare berm of trottoirband, zodat fietsers een uitwijkmogelijkheid hebben.

20

Thema 1 | Fietsnetwerk Uitgangspunten fietsroutes (uit Mobiliteitsplan Lochem) •

Op belangrijke doorgaande wegen scheiden we fietsverkeer van het autoverkeer. In verblijfsgebieden (verblijfsgebied is aaneengesloten gebied met woon-, winkel- of werkfuncties) ligt de snelheid lager en is menging van verkeer mogelijk.

•

Het toepassen van fietsvoorzieningen is afhankelijk van de functie van de weg. Lochem wil zoveel mogelijk massa- en snelheidsverschillen voorkomen.

•

Op erftoegangswegen type B passen we in principe geen fietsvoorzieningen toe. Belangrijk: we verwijderen geen fietspaden waar nu wel vrijliggende fietspaden liggen.

•

•

•

Fietspaden worden zoveel mogelijk uitgevoerd in asfaltverharding en voldoen wat betreft breedte en inrichting aan landelijk geldende richtlijnen. Primaire en secundaire fietsroutes liggen bij voorkeur in de voorrang, maar dit is geen vereiste.

Op kruispunten zorgen we voor voldoende zicht van de automobilist op de fietser.

•

We creëren meer ruimte voor de fiets, ook als dat ten koste gaat van de auto (uitgezonderd stroom- en gebiedsontsluitingswegen)

Snelheid

Fietspaden

Stroomweg

100

●

Gebiedsontsluitingsweg

80

●

Erftoegangsweg A

60

●

Erftoegangsweg B

60

Fietsstraat

Fietsstrook

Fietssuggestiestrook

Buiten de bebouwde kom

● ●

●

Binnen de bebouwde kom Gebiedsontsluitingsweg

50

●

Erftoegangsweg A

50/30

●

Erftoegangsweg B

30

● ●

● Bron: Mobiliteitsplan Lochem, 2022

21

Thema 1 | Fietsnetwerk Recreatieve fietsroutes is de laatste categorie. Deze fietsroutes gebruiken de recreatieve fietsers vooral overdag. We willen dat deze fietsroutes veilig zijn, maar ze hoeven niet snel of direct te zijn. De fietsers moeten juist langs de mooiste plekjes van de gemeente worden geleid. Voor het recreatieve fietsnetwerk gelden deels dezelfde uitgangspunten als voor het utilitaire fietsnetwerk. We sluiten zoveel mogelijk aan op de Ontwerpwijzer Fietsverkeer. Aangezien de fietsintensiteiten op recreatieve fietsroutes over het algemeen lager liggen, volgt uit de Ontwerpwijzer Fietsverkeer vaak dat voor de recreatieve fietsroutes minder ruimte nodig is dan voor hoofdfietsroutes. Het waarborgen van de veiligheid is ook voor recreatieve routes onze basis. Daarnaast willen we een goede beleving en kwaliteit van de recreatieve routes, dus stellen we hoge eisen aan deze trajecten.

De Ontwerpwijzer Fietsverkeer stelt de volgende aanvullende eisen aan het recreatieve netwerk, waar wij met onze ambitie op aansluiten;

Wat doen we al? •

Ontwikkeling hoofdfietsroute station Lochem – Centrum - Staring College

•

In samenwerking provincie Gelderland ontwikkeling FN348

Aanvullende voorzieningen: horeca en overnachting;

•

Ontwerp herinrichting Graaf Ottoweg en Nieuwstad

Marketing: voorlichting (campagnes en evenementen) en promotie (publicaties, routeplanners, fietsbewegwijzering, gps).

•

Herinrichting Tramstraat en Larenseweg

•

Omgeving: een fietstocht dient een beleving te zijn;

•

Toegankelijkheid: een ruim aanbod aan paden en wegen;

•

Productontwikkeling: aanvullende producten (routes, bewegwijzering en dergelijke);

• •

Op deze punten werken we onder andere samen met Achterhoek Toerisme aan projecten ter verbetering van de beleving van (fiets)recreatie.

Wat gaan we nog doen? • Uitwerken opgaven uitbreiden en verbeteren fietsnetwerk, inclusief opstellen actielijst

22

Thema 2 | Verkeersveiligheid Aanleiding

Speerpunten

Uit de ongevalsgegevens blijkt dat vooral veel jongeren en ouderen betrokken zijn bij fietsongevallen. Hetzelfde geldt voor gebruikers van elektrische fietsen, en naar verwachting ook speedpedelecs. Ongevallen gebeuren vaak tussen fietsers en gemotoriseerd verkeer (auto’s, vrachtwagens, motoren etc.).

•

We borgen de verkeersveiligheid van fietsers (en andere weggebruikers) door een duurzaam veilige inrichting van infrastructuur.

•

We streven ernaar dat jongeren en ouderen minder vaak betrokken raken bij fietsongevallen dan voorheen.

Tijdens de verkenning hebben we een enquête uitgevoerd. Uit de enquête blijkt dat de snelheid van gemotoriseerd verkeer in relatie tot verkeersveiligheid vaak als probleem wordt gezien. Het centrum van Lochem, inclusief de wegen rondom het centrum, wordt in de enquête ook vaak verkeersonveilig genoemd.

•

We zetten actief in op het beperken van ongevallen waarbij elektrische fietsen en/of speedpedelecs zijn betrokken.

•

We bevorderen veilige schoolomgevingen en –routes.

•

We beperken de snelheid van het gemotoriseerde verkeer op locaties waar fietsers en automobilisten gebruikmaken van dezelfde ruimte.

•

We zetten waar mogelijk in op het scheiden van fiets- en landbouwverkeer.

•

We zetten in op veilige kruisingen, ook waar recreatieve fietsroutes gebiedsontsluitingswegen kruisen.

•

We zetten in op verbetering van verkeersgedrag aan de hand van educatieprogramma’s en campagnes.

Uit de gesprekken met stakeholders komt naar voren dat in de gemeente Lochem de combinatie fietsers en landbouw-verkeer een belangrijk aandachtspunt is. Waar deze twee groepen gebruik (moeten) maken van dezelfde ruimte, wordt dat als onveilig en onwenselijk ervaren.

Ambitie “Nul fietsslachtoffers in de gemeente Lochem in 2035.”

23

Thema 2 | Verkeersveiligheid Hoe gaan we dit bereiken? Realiseren veilige fietsvoorzieningen We streven ernaar om de veiligheid van fietsers en overige weggebruikers te waarborgen door onder andere wegen en (fiets)paden duurzaam veilig in te richten. Duurzaam Veilig: een visie op inrichting van wegen en kruispunten met als doel het streven naar een zo veilig mogelijk verkeersysteem en ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen. Ons uitgangspunt is dat fietspaden in de gemeente Lochem veilig worden ingericht, conform de richtlijnen van het CROW. Een ideale inrichting is echter op veel plekken niet mogelijk. Als dit het geval is kijken we of we ergens anders in het profiel ruimte kunnen vinden, bijvoorbeeld door wegmeubilair te verplaatsen of een parkeerplaats net iets anders te situeren. We houden in het ontwerpproces zolang mogelijk vast aan het uitgangspunt om de meest veilige fietsvoorzieningen te realiseren. Pas wanneer op geen enkele manier een zo ideaal mogelijke fietsvoorziening kan worden gerealiseerd, kijken we naar het inpassen van een minder ideaal profiel.

Een andere oplossingsrichting is het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers door in te zetten op het verlagen van de snelheid van gemotoriseerd verkeer (auto, vrachtwagen, motor etc.). Waar fietsers en gemotoriseerd verkeer binnen de bebouwde kom gebruikmaken van dezelfde ruimte is de maximum toegestane snelheid in principe 30 km/uur. We zetten in op veilige kruispunten, ook waar recreatiefietsroutes en gebiedsontsluitingswegen elkaar kruisen. Onveilige kruispunten gaan we inventariseren, waarna we per kruispunt bepalen hoe het kruispunt veiliger kan worden ingericht en hoe hoog daarvan de prioriteit is. Kruispunten op primaire fietsroutes hebben meer prioriteit dan kruispunten op secundaire- en recreatieve routes. Vergevingsgezindheid van de fietspaden en aanliggende bermen is ook een belangrijk onderwerp, vooral voor de oudere fietser. Vergevingsgezindheid: het inrichten van wegen en paden met maatregelen gericht op het voorkomen en inperken van schade aan mensen en goederen bij ongevallen.

24

Thema 2 | Verkeersveiligheid Naar verwachting helpt het verbeteren van de vergevingsgezindheid van fietspaden en bermen bij het verminderen van het aantal letselongevallen onder oudere fietsers. Fietspaaltjes op het fietspad en obstakels in bermen dragen hier niet aan bij. We hebben daarom in de afgelopen jaren al vele fietspaaltjes verwijderd. Het is belangrijk dat dit in de toekomst zo blijft. We moeten met elkaar afspreken wanneer we wel fietspaaltjes plaatsen en wanneer niet. En als er een fietspaal wordt geplaatst, hoe geven we deze dan vorm? Voor het plaatsen en verwijderen van fietspaaltjes staat hiernaast een afwegingschema. Dit schema is een goede leidraad om te bepalen hoe we met fietspaaltjes omgaan.

In het schema kan bij stap 2 gedacht worden aan verschillende alternatieven, afhankelijk van het probleem. In het algemeen geldt dat duidelijke bebording en markering (bijv. een vooraankondiging doodlopende weg) kan helpen. Ook kan het informeren van buurtbewoners over de afweging m.b.t. fietspaaltjes bijdragen. Daarnaast is het aanspreken van overtreders (bijv. bij bedrijfsauto’s) een optie. Verder kan het helpen om het gebruik van de route door voertuigen op een andere wijze minder interessant te maken. We kunnen dit doen door een doorgang tussen fietspad en rijbaan onmogelijk te maken of de formele route voor het autoverkeer juist te verbeteren.

In algemene zin geldt dat als paaltjes toch nodig zijn, we ze inrichten volgens de aanbevelingen van het CROW; onder andere een goede dwarspositie, inleidende markering, toepassen van verlichting en een absorberende fietspaal. Vormgeving fietspalen ▪ Lengte inleidende markering > 10 meter ▪ Tussen twee paaltjes moet 1,60 meter zitten

▪ Pas altijd inleidende ribbelmarkering toe

25

Thema 2 | Verkeersveiligheid Paaltjes naast het fietspad Naast paaltjes op het fietspad zijn ook objecten in bermen elementen die de vergevingsgezindheid beïnvloeden. Binnen de gemeente hebben we kilometers fietsroute die bestaan uit een (onverharde) rijbaan met daarnaast een smal fietspad. Deze zijn vaak gescheiden door een smalle groenstrook met daarin houten of betonnen paaltjes. Deze paaltjes staan hier ter afscheiding van om te voorkomen dat motorvoertuigen over het fietspad gaan rijden. De paaltjes zijn weinig vergevingsgezind en ze komen bovendien vaak voor op routes waar al een (te) smal fietspad ligt. Op deze routes zoeken we naar verbetering van de verkeersveiligheid, maar willen we ook de landschappelijke waarden respecteren. In de aanpak van deze paden stellen we verkeersveiligheid bovenaan en zorgen we voor fietspaden met voldoende breedte en goed overrijdbare bermen. Dit betekent dat we willen zorgen voor een obstakelvrije berm van in ieder geval een meter, bij voorkeur in combinatie met een reeds voldoende breed fietspad.

Hierbij geldt natuurlijk dat het verwijderen van paaltjes of verbreden van de obstakelvrije berm wel in verhouding moet staan tot het knelpunt waarvoor die paaltjes juist de oplossing zijn. Een alternatieve oplossingsrichting is zorgen voor een duidelijker onderscheid tussen het fietspad en de berm. De recreatieve fietsroutes met paaltjes ernaast gaan vaak door bosgebieden die relatief donker zijn. Hierdoor is het onderscheid tussen fietspad en berm soms moeilijk te zien. Door het aanbrengen van een groter kleurcontrast van het pad of in het geval van verharde paden door middel van belijning kunnen we fietsers helpen met het herkennen van de breedte van het fietspad.

26

Thema 2 | Verkeersveiligheid Oplossen verkeersveiligheidsknelpunten

3. Borculoseweg, Ruurloseweg en Lochemseweg te Barchem

6. Zutphenseweg (Nieuwstad tot Tusseler) te Lochem

Waar mogelijk lossen we verkeersveiligheidsknelpunten, gerelateerd aan de fiets, op. Onderstaande knelpunten zijn naar voren gekomen in de verkenning. Het zijn locaties waar ongevallen hebben plaatsgevonden of waar de inrichting niet optimaal is, waardoor er een groter ongevalsrisico ontstaat.

Hoewel deze wegen onderdeel zijn van het hoofdfietsnetwerk, zijn ze maar beperkt ingericht op fietsverkeer. De beperkte ruimte gereserveerd voor fietsers in combinatie met intensiteiten en snelheden van het gemotoriseerd verkeer zorgen voor een hoog verkeersveiligheidsrisico voor fietsers.

1. Fietsverbinding Deventer – Gorssel – Eefde – Zutphen (FN348)

4. Graaf Ottoweg – Kwinkweerd – Goorseweg te Lochem

Deze invalsroute vanuit zuidwestelijke richting kenmerkt zich door parallelle fietsstructuur aan beide kanten van de rijbaan. Echter, tussen de Tusseler en de Nieuwstad vervalt deze parallelstructuur en maakt de fiets gebruik van dezelfde rijbaan als het gemotoriseerd verkeer. Voor het gemotoriseerd verkeer geldt een maximum toegestane snelheid van 50 km/u op dit gedeelte. Pas bij de Nieuwstad geldt een lagere maximumsnelheid.

Dit is een drukke fietsverbinding. In de afgelopen jaren hebben er diverse ongevallen plaatsgevonden. De spreiding van de ongevallen laat zien dat we meerdere locaties op dit traject moeten verbeteren. De ongevallen vonden plaats op kruispunten. Vaak was er sprake van een flank ongeval, waarbij afslaand gemotoriseerd verkeer geen voorrang heeft verleend aan aan fietsers.

Op deze rotonde hebben een aantal fietsongevallen gebeurd. In de huidige inrichting is beperkt ruimte gereserveerd voor fietsers. Het optimaliseren van de positie voor fietsers verbetert de verkeersveiligheid.

2. Fietsverbinding langs N346 Ook langs deze fietsverbinding hebben meerdere ongevallen plaatsgevonden. Flank ongevallen op kruispunten zijn veel voorkomend.

5. Tramstraat en Larenseweg te Lochem Hoewel op deze invalsroute inmiddels een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt, zijn de fietsvoorzieningen op deze intensieve invalsroute niet goed genoeg. Dit geldt voor de fietsvoorzieningen op de wegvakken, maar ook voor oversteken en kruispunten.

7. Ampsenseweg nabij Lochem Op deze erftoegangsweg buiten de bebouwde kom (60 km/u) ligt de snelheid van gemotoriseerd verkeer relatief hoog. Het is een bekende sluiproute. Dit in combinatie met het slingerende tracé levert veiligheidsrisico’s op voor fietsers. Op deze weg hebben de laatste jaren meerdere ongevallen plaatsgevonden. De komende jaren willen we met al deze trajecten aan de slag om de verkeersveiligheid te verbeteren. Voor een aantal routes, zoals de FN348 en het centrum van Lochem, geldt dat we al plannen aan het maken zijn.

27

Thema 2 | Verkeersveiligheid Verbeteren positie fietsers Op locaties waar fietsers en automobilisten gebruik maken van dezelfde rijbaan, beperken we de snelheid van het gemotoriseerd verkeer (auto, vrachtauto, motor etc.). We willen voorkomen dat fietsers en automobilisten op 50 km/u wegen binnen de bebouwde kom dezelfde rijbaan moeten gebruiken. Daarom moet de snelheid van gemotoriseerd verkeer op deze wegen worden verlaagd naar 30 km/u of leggen we vrijliggende fietsvoorzieningen aan. Wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt en die onderdeel zijn van het hoofdfietsnetwerk, moeten beter worden ingericht op fietsgebruik. Bij hoge fietsintensiteiten (ten opzichte van gemotoriseerd verkeer) overwegen we een fietsstraat. Een alternatief is het aanbrengen van brede fietsstroken (conform richtlijnen). De Zutphenseweg, Dorpstraat (Almen), Barchemseweg en Larenseweg zijn voorbeelden van 50 km/u-wegen waar, op een aantal wegvakken, fietsers en gemotoriseerd dezelfde rijbaan gebruiken. Op de Larenseweg en de Zutphenseweg (Eefde) willen we de maximum toegestane snelheid verlagen naar 30 km/u. Op de Barchemseweg en de Dorpstraat (Almen) willen we de maximum toegestane snelheid van 50 km/u behouden. Op deze locaties is alleen geen ruimte voor vrijliggende fietsvoorzieningen. Waar we de snelheid niet kunnen verlagen naar 30 km/u én op het

eerste gezicht geen ruimte is voor een vrijliggende fietsvoorziening, gaan we een verkenning uitvoeren naar alternatieven. De gemeente Lochem is een gemeente met veel landbouwverkeer, maar ook een gemeente met veel fietsers. Zowel landbouwverkeer als fietsverkeer is vooral op zonnige en droge dagen onderweg. Hierdoor komen (recreatieve) fietsers en landbouwers elkaar veel tegen. Waar deze vervoerswijzen gebruikmaken van dezelfde ruimte, kan dat als onveilig en onwenselijk worden ervaren. Om deze situatie te verbeteren, willen we onderzoek uitvoeren naar hoe we het gedrag van deze doelgroepen en de netwerken beter op elkaar kunnen afstemmen. Daarbij kijken we naar de volgende oplossingsrichtingen: Gedrag: Verkeerseducatie en campagnes gericht op gedragsbeïnvloeding van bestuurders van landbouwvoertuigen en overig verkeer die bijdragen aan de bewustwording en verbetering van verkeersgedrag. In deze gedragsaanpak richten we ons ook op de fietsers. Het is belangrijk dat ook zij zich aanpassen aan de situatie voor hun eigen veiligheid. De hoge snelheid van speed pedelecs en e-bikes, maar ook racefietsen en mountainbikes is een aandachtspunt.

Maatregelen: We willen conflicterend gebruik voorkomen door uitbreiding van het fietsnetwerk of door het fietsnetwerk en landbouwnetwerk te ontvlechten. Daarmee voorkomen we de menging van kwetsbare verkeersdeelnemers en voertuigen met een grote massa en hogere snelheid. Het is uiteraard niet mogelijk om overal in de gemeente fiets en landbouwverkeer van elkaar te scheiden. Waar ontvlechten van landbouwverkeer en fietsverkeer niet mogelijk is, maken we de inrichting van de bestaande route geschikter. Dit betekent vooral dat we kijken naar de juiste breedte van de weg. Als wegen niet kunnen worden verbreed, kunnen we kiezen voor alternatieve maatregelen als half verharding in de bermen of passeerplaatsen. Verkeer- en omgevingsadvies bij uitbreiding en nieuwe vestiging: In de advisering bij de aanvragen voor uitbreiding en vestiging van bestemmingen die zwaar verkeer aantrekken, leggen we meer nadruk op het conflict tussen fiets en zwaar verkeer. We adviseren over de geschiktheid van aanrijd-routes. We kijken naar de menging met fietsverkeer en de doorgang van de bebouwde kom. Aan de ontwikkelende partijen doen we aanbevelingen over hoe hier veilig mee om te gaan.

28

Thema 2 | Verkeersveiligheid Kwetsbare verkeersdeelnemers beschermen We zetten ons in voor veilige schoolomgevingen en -routes. Dit willen we realiseren door een combinatie van educatie en fysieke maatregelen. Als eerste zetten we in op educatie. Wanneer dat niet genoeg effect heeft, kijken we naar fysieke maatregelen in de openbare ruimte. Het realiseren van een veilige schoolomgeving is een verantwoordelijkheid van de scholen en gemeente samen. Het initiatief ligt bij de scholen. Daarnaast stimuleren we ouders om hun kinderen met de fiets naar school of kinderopvang te brengen. Zo bewegen kinderen meer en leren ze veilig verkeersgedrag aan. Hierdoor wordt ook een basis gelegd, waarmee het blijven fietsen onder jeugd wordt gestimuleerd. Naast kinderen, zijn ook ouderen een kwetsbare doelgroep. Nederlanders worden gemiddeld gezien steeds ouder en zijn bovendien langer vitaal dan vroeger. Dit zien we ook op de fietspaden. Meer ouderen pakken de fiets en gaan erop uit. Daarbij hebben zij het plezier en gemak van de elektrische fiets ontdekt. De snelheid waarmee ouderen zich verplaatsen, neemt toe. In het aantal letselongevallen en dodelijke ongevallen zien we dit terug.

Helaas kunnen we deze groep niet beschermen met het invoeren van één enkele maatregel. Er is een pakket aan maatregelen nodig, bestaand uit fysieke maatregelen (bijv. vergevingsgezinde fietspaden), beschermingsmiddelen (helmplicht) en gerichte educatie . Daarnaast moeten we ouderen bewustmaken van hun rol in het verkeer en de consequenties van het rijden op een elektrische fiets. We willen deze doelgroep handvatten bieden om hier veiliger mee om te gaan. Hiervoor zijn educatie en bewustwordingsacties geschikt. Het bereiken van deze doelgroep is voor ons een grote uitdaging. Door de toegenomen vitaliteit van ouderen wonen zij langer thuis. Daarmee spelen klassieke verzamelpunten, als bijvoorbeeld wooncentra en tehuizen, een minder grote rol in de samenleving. Deze doelgroep gericht benaderen is daarom moeilijker.

Omdat deze vervoerswijze hen veel vrijheid geeft, is het wenselijk om hen hiermee kennis te laten maken. Voor alle nieuwe Nederlanders is het belangrijk om te leren fietsen en veilig fietsend aan het verkeer deel te nemen.

Ook vinden we het belangrijk om specifieke aandacht te besteden aan inwoners die niet opgegroeid zijn met fietsen, omdat ze bijvoorbeeld in het buitenland zijn opgegroeid. We benoemen met name inwoners die niet over een auto beschikken. Ze zijn vaak aangewezen op openbaar vervoer, fietsen en lopen. Fietsen is voor velen van hen een nieuwe vorm van vervoer.

29

Thema 2 | Verkeersveiligheid Plaatsen verlichting langs fietsroutes In oktober 2020 heeft de gemeente Lochem, op advies van het Nederlands Licht Instituut, het fietspad ‘Onderlangs’ tussen Lochem en Barchem voorzien van dynamische verlichting. Op dergelijke routes door ‘donkere’ gebieden is vaak helemaal geen verlichting. Het plaatsen van de dynamische verlichting is waardevol voor gebruikers (fietsers en wandelaars) van dit soort fietsroutes. Ook voor de natuur heeft deze verlichting meerwaarde in vergelijking met ’reguliere’ verlichting, omdat de brandtijd van de verlichting minimaal is.

Hoewel we geen problemen constateren, weten we dat goede verlichting langs fietspaden voordelen heeft. Met name op utilitaire routes kan verlichting ervoor zorgen dat mensen ook in de meer donkere perioden, zoals in de avond of de winter, op de fiets te stappen. Daarbij is het belangrijk dat we inzetten op sterke fietsrelaties tussen woongebieden en voorzieningen.

In de verkenning voor het fietsplan hebben we gekeken naar het onderwerp sociale veiligheid en verkeersveiligheid, in relatie tot verlichting langs fietsroutes. Hieruit blijkt niet dat op bepaalde routes een sterke behoefte is aan het plaatsen van verlichting, omdat daar nu problemen met betrekking tot (sociale) veiligheid zijn. Fietsroutes buiten de bebouwde kom van de gemeente Lochem worden in de huidige situatie niet verlicht, met uitzondering van een aantal fietsvoorzieningen langs provinciale wegen. Tijdens de inventarisatie zijn geen specifieke locaties in het buitengebied naar boven gekomen die als sociaal onveilig worden ervaren. In de inventarisatie is wel de wens voor betere verlichting langs de N348 (op het traject FN348) met ons gedeeld.

30

Thema 2 | Verkeersveiligheid

Wat doen we al?

Wat gaan we nog doen?

•

• Onveilige fietskruispunten op gebiedsontsluitingswegen veiliger maken

Verbeteren fietsroute Station – Centrum – Staring College

•

Ontwerp herinrichting Graaf Ottoweg en Nieuwstad

•

Verbeteren inrichting FN348

•

Fietsverlichtingscampagne

•

E-bikedag

•

Praktijkexamen fiets basisschoolleerlingen

•

Fietshelmenactie

• Aanpak 50 km/u wegen binnen de bebouwde kom waar fietsers en automobilisten gebruikmaken van dezelfde ruimte. • Inrichten wegen centrum Lochem als aangenaam verblijfsgebied •

• Inrichten actieprogramma verkeersveiligheidscampagnes met onder andere: -

Landbouwcampagne

-

MONO-campagne

-

Fietshelmactie

-

Opfriscursus fiets

Aanpak routes pagina 27

31

Thema 3 | Ruimtelijke ontwikkelingen Aanleiding

Speerpunten

In de gemeente Lochem gaan de komende jaren veel woningbouwontwikkelingen spelen. In het mobiliteitsplan staat dat we willen inzetten op het stimuleren van schone vormen van vervoer. Daarom moet er bij de ontwikkeling van nieuwbouw aandacht zijn voor onder andere goede bereikbaarheid voor de fiets.

▪ We geven de fiets bij woningbouwontwikkelingen waar mogelijk meer prioriteit dan autoverkeer.

Bij de ontwikkeling en (her)inrichting van bedrijventerreinen speelt de fiets op dit moment nog een beperkte rol. Dit blijkt zowel uit de stakeholdersbijeenkomst als uit de resultaten van de enquête. Door CBS-data is bekend dat de gemiddelde woon-werkafstand in de Achterhoek relatief kort is, namelijk ongeveer 8,5 kilometer. Deze afstand wordt gezien als geschikte fietsafstand. Afstanden tussen 8,5 en 15 kilometer zijn geschikt om te fietsen met een elektrische fiets.

▪ We reserveren bij (her)ontwikkeling en/of herinrichting van bedrijventerreinen meer ruimte voor de fiets. ▪ We geven in en rondom het centrum van Lochem meer ruimte aan fietsers en voetgangers. ▪ We streven ernaar dat de fiets vaker de natuurlijke keuze is.

Ambitie “Het STOMP-principe is het uitgangspunt bij mobiliteitsbeleid, bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen krijgen fietsers en voetgangers de meeste prioriteit.”

32

Thema 3 | Ruimtelijke ontwikkelingen

Toelichting STOMP-principe Met STOMP wordt in het ontwerpproces prioriteit gegeven aan duurzame mobiliteitsvormen en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteitsvormen. STOMP wordt toegepast door in de planvorming telkens vijf opeenvolgende stappen te doorlopen.

Bij het STOMP-principe geven we de meeste prioriteit aan stappen. Hiermee bedoelen we voetgangers. Daarna volgt trappen, wat staat voor fietsers.

Bronnen: CROW (Handreiking mobiliteit en duurzame gebiedsontwikkeling), CROW (Toepassen STOMP) en Rijksoverheid (Mobility as a Service, multimodaal reisadvies op maat)

Het OV volgt daarna. De vierde stap is MaaS. Dit staat voor mobility as a service. Dit houdt in dat wordt gekeken naar mobiliteit als dienst. Het gaat hierbij om het plannen van al het mogelijk vervoer via apps. Bijvoorbeeld de deelfiets, -auto, scooter, bus, trein of taxi. Pas als laatste wordt gekeken naar de privéauto. Dit vormt het sluitstuk.

33

Thema 3 | Ruimtelijke ontwikkelingen Hoe gaan we dit bereiken? Toepassen STOMP-principe

We werken in de kern Lochem volgens het STOMP-principe. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen krijgen voetgangers en fietsers de meeste prioriteit en minder duurzame vormen van mobiliteit minder prioriteit. Een voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van Lochem Oost, waar fietsers een snel en direct alternatief aan te bieden richting het centrum van Lochem. Fietsers krijgen daarom de snelste routes en we zorgen voor voldoende ruime fietsenstallingen, zo dicht mogelijk bij de eindbestemming. Voor auto’s geldt juist dat we eerder kiezen voor een lagere snelheid of langere route. De mogelijkheid om auto’s dichtbij te parkeren vinden we minder belangrijk. We willen dat dit op grotere afstand van de bestemming gebeurt. In de andere kernen is het STOMP-principe ook het uitgangspunt. We zien wel dat in andere kernen de auto een zeer belangrijke vorm van vervoer zal blijven. Het beperkte aanbod aan voorzieningen en alternatieve vormen van vervoer (bijvoorbeeld openbaar vervoer) draagt niet bij aan het kunnen zetten van grote stappen in het STOMP-principe op de korte termijn.

34

Thema 3 | Ruimtelijke ontwikkelingen Aanpassen parkeerbeleid

Centrum Lochem

Aansluitend op het STOMP-principe is het wenselijk te kijken naar het parkeerbeleid voor auto’s en de voorwaarden we daaraan stellen. Nu is het normaal dat auto’s voor de deur worden geparkeerd. Dit maakt het heel makkelijk om te kiezen voor de auto, in plaats van de fiets. Minder ruimte reserveren voor geparkeerde auto’s of juist vaker kiezen voor parkeren op afstand zijn overwegingen die ook invloed hebben op de plek van de fiets. We beginnen met het opstellen van normen voor fietsparkeren. Wanneer het parkeerbeleid gewijzigd wordt, kijken we naar integraal parkeerbeleid voor fiets en auto.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15128259/1