CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Verordening Sociaal Domein Gemeente Lochem

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente LochemBij agendapunt: Verordening sociaal domein 202625.924 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25

5. Wonen in een veilige omgeving

5.3.1

Ondersteuning mantelzorger 1. Als u mantelzorger bent van een inwoner binnen de gemeente Lochem, kunt u in aanmerking komen voor respijtzorg als dit niet vanuit een voorliggende voorziening of andere wetgeving wordt verstrekt. Respijtzorg heeft als doel dat u (tijdelijk) ontlast wordt van de mantelzorg. 2. Alle mantelzorgers, van jong tot oud, kunnen voor (specialistische) vragen op het gebied van mantelzorg en mantel-zorgondersteuning terecht bij Knooppunt Mantelzorg van Stichting Welzijn Lochem of bij ’t Baken van de gemeente Lochem. 3. De gemeente Lochem zal de ondersteuning die vanuit ’t Baken, samen met u als mantelzorger en de inwoner is afgesproken, schriftelijk vastleggen.

5.3.2

Mantelzorgwaardering 1. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers. Elke mantelzorger kan jaarlijks éénmalig een financieel mantelzorgcompliment aanvragen. De gemeente stelt nadere regels voor de wijze van waardering. De mantelzorgwaardering is bedoeld voor de mantelzorger(s) van de inwoner (zorgvrager) die in de gemeente Lochem woont. 2. Ook mantelzorgers tot 18 jaar kunnen een mantelzorgcompliment aanvragen. De gemeente stelt nadere regels voor de wijze van waardering. 3. Welzijn Lochem voert namens de gemeente het verstrekken van het mantelzorgcompliment uit. Aanvragen voor het mantelzorgcompliment kunnen gedaan worden bij Knooppunt Mantelzorg via een (digitaal) aanvraagformulier.

5.3.3

Mantelzorgwoning 1. Als u een mantelzorgwoning wil realiseren, dan kan de gemeente zorgen voor ondersteuning. Een mantelzorg-woning is tijdelijke woonruimte op uw eigen erf, en is bedoeld om goede mantelzorg mogelijk te maken. De mantel-zorgwoning kan bewoond worden door u als mantelzorger of door de inwoner die mantelzorg ontvangt. Voor een mantelzorgwoning is niet altijd een omgevingsvergunning nodig. U kunt hiervoor contact opnemen met de gemeente via het algemene nummer of de website.

5.4

Beschermd wonen 1. Als u door een psychische of psychosociale beperking 24/7 toezicht en ondersteuning nodig hebt om voor uzelf te zorgen, komt u mogelijk in aanmerking voor ondersteuning op maat in de vorm van beschermd wonen. Het gaat hierbij niet om een (acute) crisissituatie. 2. Beschermd wonen biedt een beschermde woonomgeving in een woonvorm waar continu begeleiding aanwezig of nabij is. De begeleiding is erop gericht, dat u op termijn weer zelfstandig kunt (gaan) wonen. Onder een beschermde woonomgeving kan ook een woning worden verstaan waarbij begeleiding en toezicht in de directe nabijheid aanwezig is. 3. De gemeente Lochem werkt samen met andere gemeenten op het gebied van beschermd wonen. Als u beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de gemeente Deventer. Deze kunt u vinden op de website van de overheid.

26

5. Wonen in een veiligeomgeving omgeving 5. Wonen in een veilige

5.5

Maatschappelijke opvang en crisisopvang 1. Als u uw huis heeft verlaten en u dak- of thuisloos bent of dreigt te worden als gevolg van psychische of psychosociale problemen, en u bent niet zelfredzaam, dan komt u mogelijk in aanmerking voor maatschappelijke opvang. Personen die door huiselijk geweld voor hun veiligheid ergens anders moeten wonen, komen in aanmerking voor tijdelijke (crisis)opvang. 2. De tijdelijke (maatschappelijke) opvang is erop gericht, dat u zich op termijn weer kunt redden in de samenleving. 3. De gemeente Lochem werkt samen met andere gemeenten op het gebied van maatschappelijke opvang en crisisopvang. 4. Als u maatschappelijke opvang nodig heeft als gevolg van psychische of psychosociale problemen, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de gemeente Deventer. Deze kunt u vinden op de website van de overheid. 5. Als u opvang nodig heeft als gevolg van huiselijk geweld, gelden de regels die zijn vastgelegd in de geldende verordening van de gemeente Apeldoorn. Deze kunt u vinden op de website van de overheid.

27

6

Leerlingenvervoer

Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van scholen en gemeente om te zorgen voor geschikt aanbod van passend onderwijs zo dicht mogelijk bij huis. Ouders zijn er verantwoordelijk voor dat hun kinderen naar school gaan. Soms is de afstand van huis naar school groot voor het kind of kan het kind vanwege zijn beperking nog niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen soms een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe de gemeente u ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school.

28

6. Leerlingenvervoer

6.1

Uitgangspunten [Llv] 1. U kunt bij de gemeente een aanvraag doen voor ondersteuning bij het vervoer van uw kind naar school. 2. De ondersteuning van de gemeente heet een vervoersvoorziening. De gemeente kijkt altijd eerst wat u of uw kind zelf kan. Als het niet, of gedeeltelijk niet zelfstandig lukt, ondersteunen wij dit met een vergoeding voor de reis of aangepast vervoer, zoals een taxibusje. Het kan zijn dat u een deel van de kosten zelf moeten betalen voor uw kinderen op de basisschool. Dat is de eigen bijdrage en wordt uitgelegd in artikel 6.5 van deze verordening. 3. Bij de beoordeling staat uw kind centraal. Voor het bepalen van de vervoersvoorziening zijn niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van uw kind (en u als ouder) het uitgangspunt. Dit draagt bij aan de groei naar zelfstandigheid van uw kind. De gemeente kan het gesprek aangaan met u en uw kind om de eigen mogelijkheden en het vergroten hiervan te bespreken.

6.2

Voorwaarden 1. De gemeente verstrekt een vervoersvoorziening aan u voor uw kind van minimaal 4 jaar (of 3 jaar in het geval van een auditieve- en/ of visuele beperking) oud dat in de gemeente Lochem verblijft. Voorwaarde is dat uw kind naar één van deze dichtstbijzijnde toegankelijke scholen op meer dan 6 kilometer van het woonadres gaat: a. een basisschool; b. een speciale school voor basisonderwijs; c. speciaal onderwijs; d. voortgezet onderwijs; e. voortgezet speciaal onderwijs; f. én vanwege een langdurige beperking nog niet zelfstandig met het openbaar vervoer (OV) of met de fiets kan reizen. 2. De gemeente geeft ook een vervoersvoorziening aan u voor uw kind dat in de gemeente Lochem verblijft, en: a. minimaal 4 jaar oud is; b. en naar de basisschool of een speciale school voor basisonderwijs gaat of speciaal onderwijs volgt (niet voortgezet onderwijs); c. en de dichtstbijzijnde voor uw kind toegankelijke school, meer dan 6 kilometer van de woning van uw kind afligt. 3. Er zijn twee uitzonderingen op artikel 2, lid c. Gaat uw kind niet naar de dichtstbijzijnde school van dezelfde onderwijssoort, dan komt u alleen voor een vervoersvoorziening naar de verder weg gelegen school in aanmerking, als: a. de dichtstbijzijnde school vol is, of b.

als u in een brief kunt aangeven dat u ernstige bezwaren heeft tegen het openbaar onderwijs of de richting van de dichterbij gelegen godsdienstige of levensbeschouwelijke school. 4. Met toegankelijke school wordt in dit hoofdstuk bedoeld: a. een school die het soort onderwijs geeft dat het kind nodig heeft vanwege zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking en die door het samenwerkingsverband is aangewezen als toegankelijke school; b. een school van de gewenste levensbeschouwelijke of godsdienstige richting; c. een school voor openbaar onderwijs; d. een school waar plaats is voor uw kind. 5. U krijgt geen vergoeding voor het vervoer van uw kind als uw kind door een andere ouder naar school wordt gebracht die al een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. De gemeente verstrekt aan u een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en u als ouders voor dit kind een vervoersvoorziening krijgen. U heeft dan wel overtuigend aangetoond, dat uw kind niet zonder begeleiding met het OV of de fiets kan reizen. U bent zelf verantwoordelijk voor de begeleiding van uw kind. Als u dit niet zelf kunt dan bent u zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een begeleider.

29

6. Leerlingenvervoer

Verordening Sociaal Domein Gemeente Lochem 2024

6.3

Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer 1. Als uw kind speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, dan verstrekt de gemeente een vervoersvoorziening voor: a. Het weekendvervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug. Dit geldt niet als de weekenden vallen in een schoolvakantie. b. Het vakantievervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug. Dit is eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. 2. De regels uit dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer.

6.4

Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening 1. De gemeente bepaalt de vervoersvoorziening aan de hand van de afstand tussen de woning of de opstapplaats. a. De dichtstbijzijnde toegankelijke school in het samenwerkingsverband van de school waar uw kind vandaan komt, of b. Een andere school in dat samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kost dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde school. 2. Soms heeft u bezwaren tegen het openbare onderwijs of richting van de bijzondere school die het dichtstbij ligt. Als dit zo is, dan moet u schriftelijk uitleggen wat uw bezwaren zijn. Als u uw bezwaren voldoende kunt aantonen, kunt u een vervoersvoorziening krijgen naar de voor u gewenste school voor (bijzonder) onderwijs die verder weg ligt van de woning of opstapplaats. 3. De gemeente betrekt bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening de Toelaatbaarheidsverklaring zoals is vastgesteld door het samenwerkingsverband. 4. Als aan de voorwaarden is voldaan, stemt de gemeente de vervoersvoorziening af op de goedkoopste en meest passende manier van reizen, afgestemd op de mogelijkheden van uw kind (en u als ouder). a. Als uw kind naar school kan fietsen (eventueel met begeleiding), dan krijgt u een vergoeding voor het gebruik van de fiets. b.

Kan uw kind niet fietsen naar school, ook niet met begeleiding, dan kunt u een vergoeding krijgen voor het OV. c. Als uw kind niet kan fietsen of met het OV kan reizen dan kan de gemeente toestemming geven aan u om uw kind zelf naar school te brengen. De gemeente betaalt dan een vergoeding die hetzelfde is als een OV-vergoeding of een kilometervergoeding op basis van de kortste route in de routeplanner van de ANWB en de basisnormen leerlingenvervoer voor het betreffende schooljaar. d. Als alle bovenstaande opties niet mogelijk zijn dan kan uw kind in aanmerking komen voor aangepast vervoer. 5. U komt in aanmerking voor aangepast vervoer, in de volgende gevallen: a. Uw kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd met een taxi is minder dan 50% van de reistijd met het OV. b. OV naar school ontbreekt. c. Uw kind kan niet begeleid worden door u als ouders of anderen, of begeleiding heeft grote nadelen voor uw gezin. Een andere oplossing is ook niet mogelijk. 6. Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan vergoedt de gemeente de reiskosten van één begeleider. 7. Als u meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoert, dan verstrekt de gemeente eenmaal de kilometervergoeding voor de auto.

30

6. Leerlingenvervoer

6.5

Eigen bijdrage 1. Is de reisafstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke (speciale) basisschool meer dan 20 kilometer, dan betaalt u de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf. Dit is de eigen bijdrage. Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer of een OV-vergoeding, dan betaalt u de eigen bijdrage aan de gemeente. Als uw kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die u van de gemeente krijgt. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per gezin per schooljaar berekend en hangt af van uw inkomen als ouders in het peiljaar. De hoogte van de eigen bijdrage wordt ieder jaar vastgesteld door de VNG. Actuele bedragen zijn vastgelegd in de basisnormen leerlingenvervoer voor het betreffende schooljaar (website VNG). 2. De gemeente stopt de vervoersvoorziening als u de eigen bijdrage niet (langer) betaalt aan de gemeente. 3. Als uw kind langdurig beperkt is dan geldt de regeling in dit artikel niet voor u. U betaalt dan geen eigen bijdrage.

6.6

Drempelbedrag 1. Als u een gezamenlijk inkomen van meer dan € 31.500 per jaar heeft dan kan de vergoeding voor vervoer worden verminderd met de kosten die u zou hebben als uw kind 6 kilometer met het openbaar vervoer zou reizen. Deze kosten worden gebaseerd op het goedkoopste tarief van een Arriva busabonnement. Dit geldt voor kinderen die op het basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs zitten. Het normbedrag voor het gezamenlijk inkomen wordt ieder jaar aangepast. Actuele bedragen zijn vastgelegd in de basisnormen leerlingenvervoer voor het betreffende schooljaar (website VNG). 2. Als uw kind langdurig beperkt is dan geldt de regeling in dit artikel niet voor u. Het drempelbedrag is dan niet van toepassing.

6.7

Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening Een vervoersvoorziening gaat in op de datum die u aangeeft bij de aanvraag. Dit kan niet eerder zijn dan de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft gekregen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat. In verband met de planning van de vervoerscentrale kan het 2 weken duren voordat de voorziening voor uw kind van start kan gaan.

6.8

Overige bepalingen 1. Vergoeding voor het aangepast vervoer kan op standaard schooldagen en schooltijden zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school waar uw kind heen gaat. Tenzij u bewijs aanlevert waaruit blijkt dat de mogelijke lesuren van uw kind vanwege de structurele handicap afwijken van de standaard schooltijden. 2. Op studiedagen vervalt het recht op een vervoersvoorziening. 3. Vervoer naar een stageadres als praktische leertijd bij een beroepsopleiding kan ook met een vervoersvoorziening vergoed worden. 4. Als uw kind tijdelijk buiten de gemeente Lochem woont vanwege een crisissituatie kan de vervoersvoorziening naar de school maximaal 6 weken worden behouden. Na 6 weken wordt op basis van maatwerk bekeken. 5. De gemeente Lochem werkt met opstapplaatsen. Deze opstapplaatsen zijn veilig en verlicht en met beschutting tegen weer en wind. Als uw kind binnen 2 kilometer van een opstapplaats woont dan moet u hier gebruik van maken. 6. Voor het vervoer naar een school met bijzonder geloofs-of levensovertuigingsonderwijs kunt u voor uw kind uitsluitend een vergoeding voor een OV-trajectabonnement krijgen.

31

6. Leerlingenvervoer

6.9

Wat vraagt de gemeente van u als ouder? 1. De gemeente onderzoekt of u in aanmerking kunt komen voor een vervoersvoorziening. De ouder levert hiervoor de volgende documenten aan: a. de toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband; b. een inkomensverklaring van u als ouders; c. indien van toepassing een stagecontract; d. medische verklaringen. 2. Als dat zo is gaat de gemeente na welke voorziening er nodig is. De gemeente onderzoekt dan met welk vervoermiddel uw kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor uw kind is.

32

7

Inkomen en schulden

€

€ De gemeente heeft als taak om armoede en schulden tegen te gaan. In dit hoofdstuk leest u over het financieel vangnet van de gemeente als u te weinig inkomen heeft om de dagelijkse kosten te kunnen betalen: de maandelijkse bijstandsuitkering. Om u en anderen met een laag inkomen extra te ondersteunen heeft de gemeente ook aanvullende uitkeringen en toeslagen of kan de gemeente ondersteuning bieden bij schulden.

33

7. Inkomen en schulden

7.1

Armoedebeleid [Pw, Wgs, Gemeentewet] De gemeente heeft als taak om armoede en schulden tegen te gaan. In deze paragraaf staat waar de gemeente rekening mee houdt bij het uitvoeren van die taak.

7.1.1

Wat wil de gemeente? 1. De gemeente vindt het belangrijk dat als de inwoner met een laag inkomen of zonder financiële buffer noodzakelijke bestaanskosten kan betalen. Als het vermogen hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens uit de Participatiewet is er wel sprake van een financiële buffer en kan de inwoner geen financiële ondersteuning van de gemeente krijgen. Voor bijzondere bijstand kan de gemeente andere vermogensgrenzen vaststellen. 2. De gemeente biedt de inwoner die moeite heeft om rond te komen of schulden heeft ondersteuning. Met als doel een blijvend een gezonde financiële huishouding te krijgen. 3. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners om armoede te bestrijden en schulden tegen te gaan. 4. De gemeente zet zich ervoor in, dat inwoners met een inkomen net boven de bijstandsnorm, voldoende ondersteund worden. 5. Voorzieningen moeten op een eenvoudige manier kunnen worden aangevraagd.

7.2

Bijzondere bijstand [PW] Bijzondere bijstand is een belangrijke voorziening van de gemeente om de inwoner die bepaalde onverwachte kosten niet kan betalen financieel te helpen. In deze paragraaf staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente over bijzondere bijstand.

7.2.1

Vangnet 1. De gemeente biedt bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet als u een laag inkomen heeft en/ of geen financiële buffer heeft, waaruit u extra noodzakelijke uitgaven kan betalen. Dat zijn onverwachte kosten die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald door bijzondere omstandigheden. 2. Als de gemeente een aanvraag voor bijzondere bijstand beoordeelt, kijkt de gemeente naar de kernwaarden en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid. 3. De gemeente heeft beleidsregels over bijzondere bijstand. Daarin is geregeld wanneer u hiervoor in aanmerking kan komen en hoe hoog de bijstand dan is. 4. De gemeente werkt volgens het stappenplan van artikel 35 van de Participatiewet bij de beoordeling van een aanvraag voor bijzondere bijstand.

7.3

Studietoeslag [PW] Studenten met een beperking hebben soms extra ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. De studietoeslag is een financieel steuntje in de rug, het inkomen wordt dan maandelijks aangevuld. Bijvoorbeeld als u door een beperking langdurig niets kan bijverdienen naast de studie. De gemeente onderzoekt of dit aan de orde is, aan de hand van gegevens van uzelf of andere instanties. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een (extern) deskundige om een advies te geven. In de beleidsregels studietoeslag staat wanneer u voor de studietoeslag in aanmerking komt.

34

7. Inkomen en schulden

7.4

Individuele inkomenstoeslag [PW] Als u al lange tijd rondkomt van een laag inkomen, kunt u met de inkomenstoeslag het inkomen aanvullen. Het is een toeslag die jaarlijks kan worden aangevraagd. In deze paragraaf staat wanneer u voor inkomenstoeslag in aanmerking komt en welke aanvullende voorwaarden er gelden.

7.4.1

Doelgroep De inkomenstoeslag is bedoeld als u ouder dan 21 jaar bent, maar jonger dan de AOW-leeftijd. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden: 1. u heeft in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen gehad dat lager is dan 105% van de geldende bijstandsnorm; 2. u heeft niet te veel vermogen; 3. u heeft geen uitzicht op inkomensverbetering.

7.4.2

Hoogte van de toeslag 1. De individuele inkomenstoeslag is voor gehuwden en alleenstaanden 40% van de geldende bijstandsnorm in de maand januari van het betreffende jaar. Voor een alleenstaande ouder wordt de toeslag van 40% gebaseerd op 90% van de bijstandsnorm voor gehuwden. De toeslag kan eenmaal per jaar worden aangevraagd. 2. Als u of uw partner geen recht heeft op de individuele inkomenstoeslag (volgens artikel 11 of 13 van de Participatiewet), kan het zijn dat de ander wel recht heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan hetzelfde als die van een alleenstaande of alleenstaande ouder.

7.5

Zorgkosten [Pw] Als u een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm heeft dan kunt u mogelijk in aanmerking komen voor de collectieve zorgverzekering en de regeling tegemoetkoming zorgkosten. De gemeente heeft aanvullende beleidsregels gemaakt. Hierin is vastgelegd wanneer en hoe u in aanmerking kunt komen voor ondersteuning.

7.6

Kindregelingen [Pw, Gemeentewet] De gemeente wil kinderen helpen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen maatschappelijke activiteiten. In de beleidsregels is vastgelegd wanneer u in aanmerking kan komen voor ondersteuning en hoe hoog de ondersteuning dan is.

7.7

Meedoenregeling [Gemeentewet] Om actief deel te nemen aan de samenleving is het belangrijk dat u mee kunt doen aan maatschappelijke activiteiten. Als u een inkomen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm kunnen een tegemoetkoming krijgen. In de beleidsregels is vastgelegd hoe u hiervoor in aanmerking kunt komen.

35

7. Inkomen en schulden

7.8

Schuldhulpverlening [Wgs] De gemeente heeft de taak om u ondersteuning te bieden als u schulden heeft. U kunt daarom de gemeente om ondersteuning vragen. De gemeente helpt bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente voor het geven van ondersteuning.

7.8.1

Samenwerking en toegang 1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat u te hoge schulden krijgt. 2. De gemeente zorgt ervoor dat u op een eenvoudige manier om ondersteuning kan vragen. 3. De gemeente informeert u over de ondersteuning die zij kan aanbieden en zorgt dat die ondersteuning echt beschikbaar is. 4. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op deze regel is als u geen geldige verblijfstitel heeft. 5. De gemeente benadert u actief, zodra andere organisaties schulden melden bij de gemeente.

7.8.2

Besluit De gemeente informeert de inwoner die ondersteuning kan krijgen over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven.

36

8

Vorm van ondersteuning

Ondersteuning van de gemeente kan verschillende vormen aannemen. In de vorm van een dienst (zoals individuele begeleiding), ondersteuning ‘in natura’ in de vorm van een product (zoals een rolstoel) of in de vorm van geld (zoals een uitkering of minimaregeling). Voor Wmo en Jeugd kan ondersteuning ook in de vorm van een financiële tegemoetkoming geboden worden. Dit hoofdstuk gaat over deze vormen van ondersteuning, welke regels daarbij horen en wanneer de gemeente een financiële bijdrage aan u kan vragen op grond van de Wmo.

37

8. Vorm van ondersteuning

Verordening Sociaal Domein Gemeente Lochem 2024

8.1

Ondersteuning in de vorm van geld [PW, IOAW, IOAZ, Llv, Awb] 1. Als u ondersteuning van de gemeente ontvangt, krijgt u die ondersteuning in de vorm van geld, als dat in de wet of in deze verordening zo is geregeld. Dit geld kan een lening zijn of een bedrag zonder tegenprestatie of terugbetaling. 2. De gemeente betaalt u binnen 6 weken nadat een betalingsbesluit is genomen. Dat is de wettelijk vastgestelde termijn. De gemeente kan een andere termijn vaststellen, als er niet binnen 6 weken betaald kan worden. 3. De gemeente betaalt op het bankrekeningnummer dat u heeft doorgegeven. De gemeente kan het bedrag op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon betalen. De gemeente kan dat doen, als het doel van de ondersteuning alleen op die manier kan worden bereikt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een ondersteuningsverlener of uw schuldeiser. 4. De gemeente kan het geld verrekenen met een vordering op u, als dit volgens de wettelijke regels mogelijk is. Het moet gaan om een vordering op grond van één van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.

8.2

Ondersteuning ‘in natura’ [Jeugdwet, Wmo, PW, Llv] 1. Als ondersteuning nodig is, kan het zijn dat u deze ondersteuning ontvangt in natura. Dit is ondersteuning van een zorgaanbieder, leverancier of professional waarmee de gemeente afspraken heeft gemaakt. 2. Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of eigendom verstrekt. 3. De gemeente zorgt ervoor dat de aanbieder van een product u helpt om het product goed te kunnen gebruiken. 4. De gemeente zorgt ervoor dat de aanbieder van een product de wettelijke bepalingen over de garantie nakomt. 5. De aanbieder vertelt u alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product dat u krijgt.

8.3

Persoonsgebonden budget (Pgb) [Jeugdwet, Wmo]

8.3.1

Algemeen Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. U kan kiezen voor een Pgb, als u in aanmerking komt voor ondersteuning op maat op grond van de Wmo of Jeugdwet. De gemeente moet er wel van overtuigd zijn dat u voldoet aan de voorwaarden genoemd in 8.3.2 van deze verordening. Voor de Wmo geldt dat Pgb een recht is voor u als inwoner. Vanuit de Jeugdwet is het uitgangspunt in beginsel zorg in natura.

8.3.2

Voorwaarden 1. De gemeente moet ervan overtuigd zijn, dat u de taken die bij het Pgb horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren, eventueel met ondersteuning van iemand die u vertegenwoordigt. De gemeente toetst dit aan de hand van de 10-puntenlijst ‘Pgb vaardigheid’ van het ministerie. 2. U maakt de gemeente duidelijk waarom u een Pgb wil ontvangen. Gaat het om jeugdondersteuning, dan motiveert u waarom ondersteuning op maat door een aanbieder van de gemeente niet passend is. 3. De ondersteuning die u met het Pgb wil betalen, is van goede kwaliteit. De ondersteuning moet veilig en doeltreffend zijn en op u gericht. Dit moet duidelijk worden uit uw Pgb-plan. 4. De kwaliteitseisen van de ondersteuning voldoen aan dezelfde eisen die aan ondersteuning in natura worden gesteld. 5. Uw hulpverlener overlegd op verzoek van de gemeente, een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG)’; specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden gerekend voorafgaand aan de start van de ondersteuning of gerekend voorafgaand aan het moment dat de hulpverlener start met werken voor de aanbieder. Specifiek voor jeugd geldt dat bij een verlenging een VOG maximaal 2 jaar oud mag zijn

38

8. Vorm van ondersteuning

6. Uw hulpverlener mag niet het Pgb beheren. 7. Het Pgb moet besteed worden aan het doel wat is afgesproken. 8. Er zijn in het verleden geen onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, die tot een andere beslissing zouden hebben geleid. 9. De continuïteit bij ziekte of uitval moet gewaarborgd zijn. 10. Bij een eerder Pgb is aan de bovenstaande voorwaarden voldaan.

8.3.3

Professionele en niet-professionele ondersteuning 1. Bij het vaststellen van de hoogte van het Pgb voor een dienst, wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet-professionele ondersteuning. 2. Van professionele ondersteuning is sprake als de ondersteuning verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit huiselijke kring, of andere personen met wie u een sociale relatie onderhoudt, a. Iemand die in dienst is van een instelling die bedrijfsmatig de ondersteuning verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en ingeschreven is in een relevant kwaliteitsregister conform de zorgregio Midden-IJssel/ Oost-Veluwe of; b. Iemand die als zelfstandige zonder personeel beroepsmatig de ondersteuning verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007). En ingeschreven is in een relevant kwaliteitsregister conform de zorgregio Midden- IJssel/ Oost-Veluwe. 3. Als inwoner mag u het Pgb besteden aan ondersteuning die wordt gegeven door een professional, als deze persoon: a. diploma’s heeft die nodig zijn om de ondersteuning te kunnen geven; de gemeente sluit hiervoor aan bij het toetsingskader opleidingen van de zorgregio Midden-IJssel / Oost-Veluwe; b.

aantoont, als hij jeugdondersteuning biedt, dat hij de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gebruikt en dat hij SKJ of BIG geregistreerd is. 4. Van niet-professionele ondersteuning is sprake als: a. de ondersteuning geboden wordt door een persoon uit uw huiselijke kring, of een andere persoon met wie u een sociale relatie onderhoudt; b. de ondersteuning geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar behoren tot de huiselijke kring of sociale relaties (voldoen aan lid 4a); 5. U mag het Pgb besteden aan ondersteuning die wordt gegeven door een niet-professionele ondersteuner, als deze persoon aannemelijk maakt dat de ondersteuning niet tot overbelasting leidt en dat hij kwalitatief goede ondersteuning kan bieden.

8.3.4

Hoogte en tarief Pgb diensten 1. De hoogte van het Pgb voor professionele ondersteuning is gebaseerd op het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. 2. Het in natura tarief, op basis waarvan het Pgb wordt berekend, is het tarief opgenomen in de productbladen behorende bij de raamovereenkomst van de Zorgregio Midden IJssel – Oost Veluwe. Deze kunnen jaarlijks worden gewijzigd. 3. De hoogte van het Pgb is voor de Wmo minimaal gelijk aan het wettelijk minimum (uur)loon bij een 36-urige werkweek per 1 januari en 1 juli van het jaar waarin het Pgb wordt verstrekt en is inclusief vakantiegeld en vakantie-uren (bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag). 4. De gemeente berekent de hoogte van het Pgb voor diensten als volgt: a. de hoogte van het Pgb tarief voor een professional in dienst van een organisatie is maximaal gelijk aan het in natura tarief (100%); b. de hoogte van het Pgb tarief voor een zelfstandig professional is maximaal gelijk aan 80% van het in natura tarief; c. Specifiek voor de Jeugdwet: de hoogte van het Pgb tarief voor een professional die niet kan voldoen aan de kwaliteitseisen van de ondersteuning is maximaal gelijk aan 50% van het in natura tarief;

39

8. Vorm van ondersteuning

Verordening Sociaal Domein Gemeente Lochem 2024

d. specifiek voor de Jeugdwet: de hoogte van het Pgb voor niet-professionele ondersteuning en voor personen uit huiselijke kring, of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt, is maximaal gelijk aan 30% van het in natura tarief; e. specifiek voor de Wmo: de hoogte van een Pgb door een daartoe niet opgeleid persoon of personen uit huiselijke kring, of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt, is gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde ondersteuning in de CAO VVT, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Voor begeleiding geldt het loon van salarisschaal FWG30; f. de hoogte van een Pgb voor vervoer naar dagbesteding wordt berekend op basis van € 0,23 per kilometer, uitgaande van de dichtst bij uw woning gelegen dagbestedingslocatie; g. de hoogte van een Pgb voor collectief vervoer wordt berekend op basis van € 0.23 per kilometer, uitgaand van maximaal 1500 km per jaar voor de duur van 7 jaar; d. specifiek voor de Jeugdwet: de hoogte van het Pgb voor niet-professionele ondersteuning en voor personen uit huiselijke kring, of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt, is maximaal gelijk aan 30% van het in natura tarief; e.

specifiek voor de Wmo: de hoogte van een Pgb door een daartoe niet opgeleid persoon of personen uit huiselijke kring, of andere personen met wie u een sociale relatie onderhoudt, is gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde ondersteuning in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren; f. de hoogte van een Pgb voor vervoer naar dagbesteding wordt berekend op basis van € 0,23 per kilometer, uitgaande van de dichtst bij uw woning gelegen dagbestedingslocatie.

8.3.5

Hoogte en tarief Pgb producten 1. De gemeente stelt de hoogte van het Pgb voor een product vast aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van uw situatie goedkoopst compenserende ondersteuning in natura. 2. Hierbij is het Pgb toereikend voor de aanschaf van het product bij minimaal 1 aanbieder. 3. De gemeente houdt bij het vaststellen van de hoogte van het Pgb voor een product rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Met uitzondering van een woonvoorziening. U bent hierbij zelf verantwoordelijk voor de verzekering van het product. 4. De gemeente berekent de hoogte van het Pgb voor producten als volgt: a. Pgb voor een autoaanpassing wordt berekend op basis van het door de gemeente opgestelde programma van eisen voor een autoaanpassing en op basis van de laagste kostprijs aan de hand van 2 overlegde offertes; b. Pgb voor verhuizen en stofferen van de woning wordt berekend op basis van de laagste kostprijs van de verhuizing aan de hand van 2 overlegde offertes op basis van het programma van eisen opgesteld door de gemeente; stofferingskosten worden berekend op basis van de prijzengids van het NIBUD; c. Pgb voor een sportvoorziening wordt berekend op basis van het door de gemeente opgestelde programma van eisen voor een sportvoorziening en op basis van de laagste kostprijs aan de hand van 2 overlegde offertes; d.

Pgb voor het bezoekbaar maken van een woning wordt berekend op basis van het door het college opgestelde programma van eisen en op basis van de laagste kostprijs aan de hand van 2 overlegde offertes van de noodzakelijke aanpassingen; e. Pgb voor sanering van de woning en bouwkundige aanpassingen wordt berekend op basis van het door het college opgestelde programma van eisen van de noodzakelijke aanpassingen; de berekening is op basis van de laagste kostprijs van: f. de marktconforme calculatie door de bouwkundig adviseur aangewezen door de gemeente; en twee overlegde offertes van twee aannemers; g. Pgb voor niet nader genoemde voorzieningen wordt berekend op basis van het door het college opgestelde programma van eisen en op basis van de laagste kostprijs aan de hand van 2 overlegde offertes. 5. Soms is zelf ingekochte zorg duurder dan in natura. Dat is geen reden om een Pgb te weigeren. Maar de gemeente hoeft ook geen extra geld uit te geven. De gemeente mag beslissen dat u het bedrag krijgt dat de zorg in natura zou kosten. De meerkosten betaalt u dan zelf.hoeft ook geen extra geld uit te geven. De gemeente mag beslissen dat u het bedrag krijgt dat de zorg in natura zou kosten. De meerkosten betaalt u dan zelf. 40

8. Vorm van ondersteuning

8.3.6

Verantwoording Pgb 1. De gemeente kan u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het Pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u heeft gehad. U bent verplicht die informatie te geven. 2. Als u ondersteuning op maat in de vorm van een Pgb krijgt, wordt alleen de ondersteuning uitbetaald die feitelijk geleverd is.

8.3.7

Opschorten Pgb De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het Pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het Pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als zij een sterk vermoeden heeft dat: 1. u onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, terwijl het verstrekken van de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing van de gemeente; 2. u niet voldoet aan de voorwaarden die horen bij het ontvangen van het Pgb; 3. u het Pgb niet of voor een ander doel (heeft) gebruikt; of als 4. u verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.

8.4

Financiële tegemoetkoming [Jeugdwet, Llv, Wmo]

8.4.1

Algemeen Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat, in tegenstelling tot een Pgb, uitgaat van de goedkoopst passende oplossing in het individuele geval.

8.4.2

Voorwaarden U komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie en als het gaat om: 1. de kosten voor verhuizen en herinrichting; 2. de kosten voor vervoer per eigen auto, als dit vervoer niet algemeen gebruikelijk is en u geen gebruik kan maken van het collectief vervoer.

8.4.3

Hoogte van financiële tegemoetkoming 1. De hoogte van de tegemoetkoming voor verhuizen en herinrichten is gebaseerd op het gemiddelde van 2 offertes van verhuisbedrijven + de kosten van herinrichting gebaseerd op de Nibud-prijzengids. 2. De hoogte van de tegemoetkoming voor vervoer in verband met de kosten voor een aangepaste auto of bus worden berekend op basis van het door het college opgestelde programma van eisen voor een aanpassing en op basis van de laagste kostprijs aan de hand van 2 overlegde offertes. Hierbij maakt de gemeente de afweging, welke kosten algemeen gebruikelijk zijn en wat de meerkosten zijn die voortvloeien uit beperkingen. 3. De algemeen gebruikelijke kosten worden afgeleid van het bedrag dat het UWV hanteert voor een referentieauto. Uitsluitend de meerkosten boven dit bedrag komen voor tegemoetkoming in aanmerking. De tegemoetkoming kan bestaan uit de meerkosten voor de aanschaf van deze auto of bus, en de kosten voor het aanpassen van deze auto of bus. 4. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten voor vervoer bij het gebruik van eigen auto of vervoer door derden wordt berekend op basis van € 0,23 per kilometer voor maximaal 2000 kilometers per jaar.

41

8. Vorm van ondersteuning

Verordening Sociaal Domein Gemeente Lochem 2024

8.5

Kostprijs [Jeugdwet, Wmo] De kostprijs van een product of dienst wordt als volgt bepaald: 1. Voor ondersteuning op maat in natura of voor een algemene voorziening uit deze verordening: door een aanbesteding, na het raadplegen van aanbieders of na overleg met de aanbieder; 2. Voor een voorziening of woningaanpassing, wordt de kostprijs ook bepaald door de vraag of u dit product krijgt in bruikleen, of eigendom. De kostprijs is inclusief de kosten van verzekeringen, beheer en onderhoud; 3. Voor ondersteuning op maat in de vorm van een Pgb is de kostprijs gelijk aan de hoogte van de kosten voor die voorziening in natura, mits u voor dat bedrag de voorziening bij minimaal 1 aanbieder kan inkopen.

8.6

Eigen bijdrage [Wmo] 1. U betaalt een eigen bijdrage voor ondersteuning op maat. Bijvoorbeeld voor ondersteuning bij het huishouden of een scootmobiel. En voor zorg die u zelf betaalt met een persoonsgebonden budget (Pgb). Ook woningaanpassingen zoals een traplift of douchestoel vallen onder de eigen bijdrage. 2. Wanneer u ook ondersteuning krijgt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en daar een eigen bijdrage voor betaalt, hoeft u niet te betalen voor ondersteuning vanuit de Wmo. Zo voorkomt de gemeente dat er een stapeling van eigen bijdragen optreedt. 3. Met de eigen bijdrage betaalt u een (deel van) de kosten voor de ondersteuning of het hulpmiddel. Gaat het om een hulpmiddel, dan betaalt u de eigen bijdrage per maand totdat de kostprijs is betaald. De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van artikel 2.1.4a, lid 4, Wmo. 4. De eigen bijdrage betaalt u aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Wilt u op basis van uw eigen situatie weten wat u gaat betalen? Op www.hetcak.nl/rekenhulp vindt u hiervoor een eenvoudig rekenprogramma. 5. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen worden vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit (Wmo 2015).

De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorziening opvang worden door een door het college van centrumgemeente Deventer aan te wijzen instelling(en) vastgesteld en geïnd. 6. Voor de volgende maatwerkvoorzieningen geldt geen eigen bijdrage via het CAK: a. rolstoel; b. sportvoorziening; c. vervoersdiensten: voor collectief vervoer wordt een reizigersbijdrage per rit betaald. Voor een Pgb vervoer is de eigen bijdrage verwerkt in het kilometertarief; d. vervoer naar dagbesteding; e. voor kind-voorzieningen betalen ouders/verzorgers geen eigen bijdrage; f. wanneer u of uw echtgenoot op basis van de Wlz een eigen bijdrage verschuldigd is; in deze situatie betaalt u geen eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vanuit de Wmo.

42

9

5. Wonen in een veilige omgeving

Afspraken tussen inwoner en gemeente

✔ ✔

De gemeente ziet inwoners als volwaardige partners. Het is dan ook goed om afspraken te maken over hoe we met elkaar omgaan en vooral wat we van elkaar verwachten. Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van u wordt verwacht. Als u rechten heeft, dan staan daar plichten tegenover. Houdt u daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.

43

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

Verordening Sociaal Domein Gemeente Lochem 2026

Naast de hoofdregels voor omgang beschrijft dit hoofdstuk ook de Wet Inburgering (Wib). Er hoeven geen aparte regels opgesteld te worden voor de uitvoering, maar afspraken moeten worden nagekomen. Als een inburgering plichtige bijstandsgerechtigd is en de verplichtingen op grond van de Participatiewet niet nakomt, beschikt de gemeente over het instrumentarium van de Participatiewet om te kunnen handhaven. Indien een inburgering plichtige de arbeidsplicht, de re-integratieplicht, de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie of de verplichting om mee te werken aan ‘ontzorgen’ niet nakomt, dan kan het college de bijstand verlagen.

9.1

Hoe gaan de gemeente en inwoners met elkaar om? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wib, Gemeentewet, Awb]

9.1.1

De rol van de gemeente 1. De gemeente zoekt samen met u naar een duurzame oplossing voor uw ondersteuningsvraag. Gemeente en u gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a. voor u is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met u onderhoudt; de gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk; b. u heeft, om uw ondersteuningsvraag te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker; c. de gemeente helpt u om uw ondersteuningsvraag bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van ondersteuning een taak is voor die organisatie; d. het is voor u duidelijk waar aanvraagformulieren voor een uitkering of voorziening verkrijgbaar zijn; e. de gemeente informeert u over procedures en termijnen die worden gevolgd; f. de gemeente respecteert uw privacy; de gemeente maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn; de gemeente vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de ondersteuningsvraag; g. de gemeente wijst u op onafhankelijke cliëntondersteuning; h. de gemeente wijst u op de mogelijkheden om zelf met een plan te komen (familiegroepsplan) en faciliteert u hierin; i. de gemeente reageert op een professionele manier wanneer u ongewenst gedrag laat zien. 2.

De gemeente zorgt voor het volgende: u wordt op tijd geïnformeerd over: a. uw rechten en plichten; b. wat er van u wordt verwacht; c. gedrag dat de gemeente niet accepteert; d. wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet geaccepteerd is; e. waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. De gemeente zorgt ervoor dat u voldoende geïnformeerd blijft over deze punten. 3. De gemeente geeft u de kans om uw mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van u te reageren door een maatregel te nemen. 4. De reactie van de gemeente op ongewenst gedrag past bij: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin dat u verweten kan worden; c. uw persoonlijke situatie.

44

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

5. De gemeente stuurt u een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor u en wat u daartegen kan doen. De gemeente maakt u ook duidelijk op welke manier u het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet). 6. De gemeente gaat regelmatig met u in gesprek om te horen hoe het met u gaat. De gemeente kijkt samen met u of de uitkering of voorziening nog steeds passend is. Tijdens dit gesprek controleert de gemeente als u een uitkering of voorziening van de gemeente ontvangt, of u nog steeds recht heeft op deze uitkering of voorziening.

9.1.2

De rol van u als inwoner 1. U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw ondersteuningsvraag. De gemeente vult de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende: a. u gaat eerst na welke mogelijkheden u zelf heeft om uw ondersteuningsvraag op te lossen; b. als de gemeente ondersteuning verleent, werkt u mee aan de oplossing. U doet wat nodig is om de ondersteuning van de gemeente tot een minimum te beperken; c. u zorgt ervoor dat de ondersteuning van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier uw ondersteuningsvraag kan worden opgelost. Dat betekent dat u de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk informeert over alles wat van belang is voor het beoordelen van de ondersteuningsvraag en de persoonlijke situatie. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend. 3. De gemeente geeft duidelijk aan hoeveel tijd u krijgt om alle informatie aan te leveren. U houdt zich aan termijnen die de gemeente heeft gesteld. 4. U brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van veranderingen in uw situatie.

9.2

Afspraken en verplichtingen over uitkeringen [PW, IOAW, IOAZ, Wib, Awb] De gemeente streeft ernaar samen met u tot een oplossing te komen. Dit lukt helaas niet altijd. In sommige gevallen is de gemeente verplicht een maatregel op te leggen. Dit gebeurt altijd pas nadat er samen met u naar een oplossing is gezocht.

9.2.1

Afstemming op houding en gedrag van u als inwoner 1. De gemeente kan uw uitkering verlagen als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt. Als de gemeente besluit om de uitkering te verlagen, houdt de gemeente rekening met: a. hoe ernstig de gedraging is; b. of u er iets aan had kunnen doen (valt u iets te verwijten?); c. uw persoonlijke situatie. 2. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente u de kans om uw mening te geven. Dit kan via een (telefonisch) gesprek of schriftelijk. Uw mening legt de gemeente schriftelijk vast.

9.2.2

Geen verlaging 1. De gemeente verlaagt de uitkering niet als: a. blijkt dat u er niets aan kan doen (de verwijtbaarheid ontbreekt); b. de gedraging langer dan 1 jaar geleden plaatsvond; c. er belangrijke redenen zijn om de uitkering niet te verlagen. 2. De gemeente stuurt u een brief als de uitkering niet wordt verlaagd.

45

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

9.2.3

Het besluit om de uitkering te verlagen 1. De gemeente stuurt u een brief als de uitkering wordt verlaagd. In die brief staat in ieder geval: a. waarom de uitkering wordt verlaagd; b. hoe hoog de verlaging is; c. wanneer de verlaging ingaat; d. hoe lang de verlaging duurt; e. waarom de gemeente afwijkt van de (hoofd)regels, als dat het geval is. 2. Waarschuwing: De gemeente kan besluiten de uitkering niet te verlagen, als het de eerste keer is dat u zich niet aan de verplichtingen houdt. De gemeente kan u dan een waarschuwing geven. Als dit het geval is, stuurt de gemeente u hierover een brief.

9.2.4

Ingangsdatum en periode verlaging De verlaging gaat in op de eerste dag van de kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging duurt 1 of meer maanden.

9.2.5

Berekening verlaging 1. De verlaging is een percentage van de voor de u geldende uitkeringsnorm. 2. De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm die geldt in de maand(en), waarin de verlaging wordt toegepast.

9.2.6

Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen 1. Als u de gemaakte afspraken over het traject naar werk niet nakomt (artikel 18, vierde lid van de Participatiewet), verlagen wij de uitkering met 100% voor 1 maand. Dit betekent dat u 1 maand geen uitkering krijgt. 2. Als de gemeente vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn kan de gemeente de verlaging in gelijke stukken verdelen over die maand en de 2 maanden erna.

9.2.7

Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen 1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering 1 maand met 30% van de uitkeringsnorm, als u: a. zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep van de gemeente voor re-integratie of participatie; b. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; c. de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet) en nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet) niet nakomt; d. een alleenstaande ouder bent en uit houding en gedrag laat blijken geen gebruik te willen maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor de ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid van de Participatiewet) is ingetrokken; e. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; f. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets uit artikel 18b van de Participatiewet. 2. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering 1 maand met 100% van de uitkeringsnorm, als u niet voldoende probeert werk te vinden. 3. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering 1 maand met 30% van de uitkeringsnorm als u: a. zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep voor re-integratie of participatie; b. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; c.

niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; d. een alleenstaande ouder bent en uit houding en gedrag laat blijken geen gebruik te willen maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor de ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; e. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie.

46

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

4. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering 1 maand met 100% van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d. niet of niet voldoende gebruikmaakt van ondersteuning door de gemeente, waardoor u sneller werkt vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening.

9.2.8

Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Wib, Awb] 1. Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw eigen leven. U moet dus zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl dat voorkomen had kunnen worden? Dan heeft u niet genoeg besef van verantwoordelijkheid voor uw eigen levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u: a. eigenlijk recht had op een andere regeling of uitkering, maar door eigen schuld deze regeling of uitkering niet (meer) krijgt; b. vermogen te snel heeft opgemaakt of er iets van heeft betaald dat niet echt nodig was. 2. De gemeente verlaagt uw uitkering als u zich te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij het benadelingsbedrag. 3. De verlaging duurt 1 maand en is: a. 30% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 4.000; b. 100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000; c. 30% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld. 4. De gemeente verlaagt de uitkering met 100% voor 1 maand als u een uitkering aanvraagt, als u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden. 5.

De gemeente kan bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.

9.2.9

Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Wib, Awb] 1. De gemeente verlaagt uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt 1 maand verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm: a. bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers; b. bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen; c. bij belediging (mondeling en schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers.

9.2.10

Niet nakomen van andere verplichtingen 1. De gemeente verlaagt uw bijstandsuitkering als: a. u een opgelegde verplichting uit artikel 55 of 57 van de Participatiewet niet of niet voldoende nakomt. 2. De gemeente verlaagt de uitkering voor 1 maand met: a. 30% van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; b. 30% van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; c. 30% van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; d. 100% van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.

47

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

9.2.11

Samenloop van gedragingen 1. Eenmalig gedrag waardoor u meerdere verplichtingen als bedoeld in deze paragraaf niet nakomt, leidt tot 1 verlaging. De uitkering wordt dan verlaagd met het hoogste percentage dat voor het niet nakomen van 1 van de verplichtingen geldt, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort. 2. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd. De gemeente stelt de verlaging naar beneden bij, als de gedragingen nauw met elkaar samenhangen en de totale verlaging niet meer in verhouding staat tot de ernst van de gedragingen.

9.2.12

Herhaling (recidive) De duur van de verlaging wordt verdubbeld als u hetzelfde gedrag laat zien waarvoor u eerder een verlaging op de uitkering heeft gekregen. Het moet dan gaan om een verlaging die u in de afgelopen 12 maanden heeft ontvangen.

9.3

Terugvorderen uitkering [PW, IOAW, IOAZ, Wib] 1. De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. De gemeente doet dat volgens de regels van de wet en de gemeentelijke regels. De gemeente vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor u. 2. Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat u een inkomen blijven houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. Dat is het bedrag dat u in ieder geval moet overhouden van uw inkomen.

9.4

Beëindigen en terugvorderen voorziening

9.4.1

Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib, Wgs, Llv, Gemeentewet] 1. De gemeente kan een voorziening geheel of gedeeltelijk beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; c. de gemeente niet langer kan beoordelen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u niet of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; d. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van u; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld; of f. het gemeentelijk beleid is gewijzigd, en u daarom niet meer in aanmerking komt voor een voorziening. De gemeente houdt dan wel rekening met een redelijke overgangsperiode; g. u binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij u hier niets aan kan doen. 2. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

9.4.2

Terugvordering en verrekening voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib, Wgs, Llv, Gemeentewet] 1. De gemeente kan de voorziening, of de waarde daarvan, van u terugvorderen. Dat kan de gemeente doen vanaf het moment waarop is voldaan aan 1 van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 9.4.1. 2. Een Wmo-voorziening kan alleen worden teruggevorderd als die voorziening is ingetrokken omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt. 3. De gemeente kan een vordering op u op grond van dit artikel, verrekenen met een vordering die de u op de gemeente krijgt op grond van één van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd.

48

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

9.5

Hoe controleert de gemeente? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib]

9.5.1

Controle 1. De gemeente controleert regelmatig als u een uitkering of voorziening van de gemeente ontvangt, of u recht heeft op een uitkering of voorziening. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan bij u langs en kijken in en om de woning; de gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; het huisbezoek vindt alleen plaats met toestemming van, en samen met u; b. waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over u zonder dat u hierover vooraf bent geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek; c. uitkeringsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van u met de gegevens die bekend zijn over u bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; d. signalen en tips van organisaties of particulieren; e. andere onderzoeksmethoden. 2. De gemeente doet de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. De gemeente leeft de regels na die horen bij het onderzoek naar rechtmatig gebruik van voorzieningen en uitkeringen. 4.

Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op verzoek van u, informeert de gemeente wat de reden is van de beëindiging; de gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt; de gemeente neemt hier een formeel besluit over en informeert u daarover.

9.5.2

Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib] De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen. Daarom informeert de gemeente u op een duidelijke en volledige manier over uw rechten en plichten. Ook informeert de gemeente u over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.

9.5.3

Privacy bij controle op fraude [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib] 1. De gemeente kan bij u op huisbezoek komen als u een uitkering ontvangt. Dit huisbezoek mag geen ongeoorloofde inbreuk op uw privé- leven zijn. 2. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is. De gemeente kiest de onderzoeksvorm die voor u het minst belastend is.

9.5.4

Toezichthouders [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb] De gemeente wijst één of meerdere interne medewerkers en externe personen aan als toezichthouder. Zij hebben de taak erop toe te zien dat wetten en bijbehorende regels worden nageleefd.

49

10

Inwonerparticipatie

Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor u. Met uw mening en ervaringen kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe u als inwoner invloed kunt uitoefenen. Ook beschrijven we de taak van de Adviesraad sociaal domein en op welke manier u als inwoner met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunt overleggen over diensten en producten die voor u zijn bedoeld.

50

10. Inwonerparticipatie

10.1 Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet] 1. De gemeente kiest ervoor om u inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. 2. U kunt inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente haar beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers van de gemeente met u omgaan (bejegening); d. de manier waarop aanbieders van ondersteuning hun taken uitvoeren. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3. De gemeente kan u op verschillende manieren inspraak geven: a. via de dorpsraden en belangenverenigingen; b. via de ideeën-makelaar; c. via de Adviesraad Sociaal Domein; d. door client-ervaringsonderzoeken over de Jeugdwet en de Wmo; e. met behulp van onafhankelijke clientondersteuning; f. door te raadplegen, bijvoorbeeld met het digitale inwonerpanel en bijeenkomsten; g. door samen met inwoners een plan te ontwerpen; h. op andere geschikte manieren. 4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep waar het om gaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16045772/1