Bijlage 1_TOE_TAM-OP H22b Dorpsstraat 2B Almen_v3.3_VtS_apr 2026
Tekst van het document
Ook is de motivatie van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het TAM-omgevingsplan. 6.3.2
Verbeelding
Op de verbeelding (plankaart) zijn de functies en activiteiten weergegeven, met daarbij andere aanduidingen zoals bouwvlakken, functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen, etc. Vanwege het gebruik van de oude IMRO-standaarden zijn de functies en activiteiten weergegeven als enkelbestemmingen. Vanwege de herkenbaarheid is er in dit geval voor gekozen om voor de functies de vertrouwde kleuren te hanteren op de verbeelding. Dus groen voor de functie Groen. Voor de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), aangevuld met de Basisregistratie Kadaster (BRK). 6.3.3
Regels
Voor het opstellen van de planregels is zoveel mogelijk aangesloten op de regels van het bestemmingsplan ‘Kern Almen 2011’. Op deze wijze ontstaat zoveel als mogelijk een uniform planologisch regime. De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. In hoofdstuk 1 zijn algemene bepalingen opgenomen voor het hele besluitgebied. Hoofdstuk 2 bevat aan locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder algemene beoordelingsregels voor bouwactiviteiten en algemene flexibiliteitsbepalingen (aanvullende beoordelingsregels waardoor in afwijking van andere regels toch een omgevingsvergunning kan worden verleend als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden). Daarmee zijn deze regels van invloed op het bepaalde in hoofdstuk 2. Ten slotte zijn in hoofdstuk 4 overgangsbepalingen opgenomen. In de regels zijn geen slotbepalingen opgenomen. Hoofdstuk 23 van het omgevingsplan van rechtswege bevat namelijk al slotbepalingen in de vorm van een citeertitel: ‘Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Lochem’. Aangezien het TAM-IMRO omgevingsplan een onderdeel is van dit omgevingsplan is geen slotbepaling nodig.
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
26
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
6.4
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
In deze paragraaf wordt waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op de artikelen van de planregels. Sommige onderdelen van de artikelen zijn daarom hierna niet opgenomen: deze worden geacht voor zich te spreken. Preambule De regeling begint met een preambule. De preambule regelt de verhouding tussen het TAM-omgevingsplan en het omgevingsplan. Deze geeft aan hoe het TAM-omgevingsplan als onderdeel van en in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moet worden. Zo bepaalt de preambule dat het TAM-omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk 22b van het omgevingsplan. Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Toepassingsbereik Doordat een TAM-omgevingsplan er niet automatisch voor zorgt dat de oude regels op de locatie waarvoor het TAM-omgevingsplan komt te gelden, komen te vervallen, moet een bepaling in het plan worden opgenomen, waarmee geregeld wordt dat de oude regels uit de bestemmingsplannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet meer van toepassing zijn op de locatie waarvoor dit TAMomgevingsplan is opgesteld. Deze regeling is opgenomen in het eerste lid van dit artikel. In het tweede lid is geregeld dat de regels van de bruidsschat niet van toepassing zijn op de TAM-omgevingsplanlocatie als zij strijdig zijn met de regels van het TAMomgevingsplan.
De uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 ziet op de regels over het vergunningvrij bouwen zoals die in artikel 22.36 van het omgevingsplan zijn opgenomen. Deze blijven dus wel in stand. In het derde lid is het geometrische toepassingsbereik van het TAM-omgevingsplan bepaald. Hiermee is bepaald op welk gebied het plan ziet (het besluitgebied). De regels in het TAM-omgevingsplan gelden dus alleen in dit gebied en niet daarbuiten. Daarnaast koppelt dit lid de verbeelding aan het TAM-omgevingsplan. Hiermee krijgt de verbeelding een juridische status. Artikel 2 en 3 (Aanvullende) begripsbepalingen In dit artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Met het geven van een omschrijving wordt voorkomen dat er interpretatieverschillen ontstaan over de uitleg van de regels. De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op regelingen op grond van de Omgevingswet (art. 1.1 Omgevingswet). En dus ook op TAM-omgevingsplannen. Begripsbepalingen uit het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling zijn niet rechtstreeks van toepassing op het omgevingsplan. In artikel 1.1 van het omgevingsplan van rechtswege zijn de begripsbepalingen uit deze AMvB's en regeling van toepassing verklaard op Hoofdstuk 22.
Maar ze zijn daarmee niet automatisch van toepassing op dit TAM-omgevingsplan. Daarom zijn ze in artikel 2 van toepassing verklaard op dit TAM-omgevingsplan (hoofdstuk 22b). Daarnaast zijn in artikel 3 aanvullende begripsbepalingen opgenomen die gelden voor het TAM-omgevingsplan (hoofdstuk 22b). Het kan voorkomen dat een begrip afwijkt van de begripsbepalingen uit de AMvB’s en de Omgevingsregeling. In dat geval moet worden uitgegaan van het aanvullende begrip. Daarvoor is in de van
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
27
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
toepassing verklaring de zinsnede “tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken” opgenomen. Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen In dit artikel wordt uiteengezet hoe bij de toepassing van de regels moet worden gemeten. In artikel 22.24 van het omgevingsplan (bruidsschat) zijn al meetbepalingen opgenomen. De meetbepalingen in artikel 4 gelden voor dit TAM-omgevingsplan (hoofdstuk 22b) in aanvulling of in afwijking daarop. Deze afwijking is gewaarborgd in het toepassingsbereik in artikel 1, lid 2. Daarnaast is dit ook nog eens geregeld in de aanhef van artikel 4. Artikel 5 Aanvraagvereisten In paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan (bruidsschat) zijn aanvullende aanvraagvereisten opgenomen voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op het tijdelijk deel van het omgevingsplan (o.a. binnenplanse afwijkingen uit bestemmingsplannen). Deze aanvullende aanvraagvereisten zijn niet automatisch van toepassing op vergunningplichten voor omgevingsplanactiviteiten die in een TAM-omgevingsplan worden opgenomen. Het TAM-omgevingsplan is immers onderdeel van het nieuwe deel. Door de in dit artikel opgenomen regeling worden de relevante aanvraagvereisten uit de paragraaf van de bruidsschat van overeenkomstige toepassing verklaard op vergunningaanvragen op de locatie van het TAM-omgevingsplan. Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen.
Wanneer een dergelijk verbod niet is opgenomen dan betekent dit dat activiteiten zonder meer mogen worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan zijn. Alleen het opnemen van locaties met functies is onvoldoende om het handelen in strijd met die functies te verbieden of vergunningplichtig te maken. Met het algemeen gebruiksverbod is al het gebruik verboden dat niet is toegestaan op grond van dit hoofdstuk. Hoofdstuk 2: Functies en activiteiten Artikel 7 Groen De functie ‘Groen’ is opgenomen voor alle gronden in het besluitgebied, het gehele perceel Dorpsstraat 2B. Op deze gronden zijn onder andere plantsoenen, beplanting en groenvoorzieningen toegestaan. Daarnaast is ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’, opslag ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen mogelijk, waaronder verenigingen. Deze aanduiding ligt ter plaatse van de voormalige woning. Alleen dit gebouw kan dus gebruikt worden voor deze opslag. Buitenopslag is niet toegestaan. Parkeren is niet toegestaan op deze gronden om het gebruik als openbaar groen te waarborgen, uitgezonderd parkeren ten behoeve van de genoemde opslag. Dat is immers nodig voor laden en lossen van goederen die opgeslagen worden.
Uiteraard is het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen ook niet toegestaan, aangezien gebruik gemaakt is van de uitkoopregeling ‘wonen onder hoogspanningsleidingen’. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd dat op de verbeelding is aangegeven. De maximale goot- en bouwhoogte zijn eveneens op de verbeelding aangegeven. Het bouwvlak ligt strak om de voormalige woning en de maximale goot- en bouwhoogte zijn afgestemd op de bestaande situatie. Uitbreiding van de bebouwing is daardoor niet mogelijk. Verder mogen op deze gronden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
28
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
Artikel 8 Leiding - Gas Direct ten noorden van het besluitgebied ligt een hogedruk aardgasleiding. Een klein deel van de beschermingszone van deze leiding (belemmeringengebied) ligt in het besluitgebied. De leiding zelf ligt daar buiten. Het deel van de beschermingszone dat door het besluitgebied loopt is aangewezen als ‘Leiding – Gas’. Dit betekent dat deze gronden mede een functie hebben voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding met bijbehorende beschermingszone. De regels van ‘Leiding-Gas hebben voorrang op de onderliggende functie ‘Groen’. Er mogen ter plaatse van ‘Leiding-Gas’ alleen bouwwerken ten dienste van de gasleiding worden gebouwd. Indien de bouw verenigbaar is met de belangen van de gasleiding, de leidingbeheerder daarover vooraf schriftelijk heeft geadviseerd en er geen kwetsbaar gebouw of zeer kwetsbaar gebouw wordt toegelaten, kan er ook een omgevingsvergunning worden verleend voor het bouwen volgens de andere functies die ter plaatse voorkomen. Verder is ook binnen ‘Leiding – Gas’ het uitvoeren van diverse werken en werkzaamheden vergunningplichtig, zoals het afgraven van gronden, het aanleggen van verhardingen en het beplanten met diepwortelende beplanting.
Een vergunning kan alleen worden verleend als de werken en werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de leiding, de leidingbeheerder daarover vooraf schriftelijk heeft geadviseerd en er geen kwetsbaar gebouw of zeer kwetsbaar gebouw wordt toegelaten. Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding De hoogspanningsverbinding die over het besluitgebied loopt is aangewezen als ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’. De gronden in het besluitgebied hebben daardoor mede een functie voor de aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding met bijhorende beschermingszone. De regels van ‘Leiding-Hoogspanningsverbinding’ hebben voorrang op de onderliggende functie ‘Groen’. Ter plaatse van ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd. Dit betreft uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen ten behoeve van andere ter plaatse voorkomende functies kan alleen een omgevingsvergunning worden verleend indien de bouw verenigbaar is met de belangen van de hoogspanningsverbinding en de leidingbeheerder daarover vooraf schriftelijk heeft geadviseerd. Binnen de ‘Leiding-Hoogspanningsverbinding’ geldt ook een vergunningplicht voor diverse werken en werkzaamheden die de hoogspanningsverbinding zouden kunnen schaden, waaronder het ophogen van gronden, bebossen en aanplanten van gronden.
Een vergunning kan slechts worden verleend indien de werken en werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de hoogspanningsverbinding en de leidingbeheerder daarover vooraf schriftelijk heeft geadviseerd. Artikel 10 Waarde - Archeologie 7 Het gehele besluitgebied is aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 7’. Dit omdat de gronden in het gemeentelijk archeologiebeleid een lage archeologische verwachtingswaarde hebben, zie paragraaf 5.1. De gronden in het besluitgebied hebben door de aanwijzing als ‘Waarde – Archeologie 7’ mede een functie voor de bescherming van terreinen met een lage archeologische verwachting. De regels van ‘Waarde – Archeologie 7’ hebben voorrang op de onderliggende functie ‘Groen’. In de regels is bepaald dat voor het oprichten van bouwwerken eerst archeologisch onderzoek moet worden verricht, tenzij de bodemingrepen niet dieper gaan dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of de betreffende bouwwerken een oppervlakte hebben van niet meer dan 2.500 m².
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
29
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
Er geldt ter plaatse van ‘Waarde-Archeologie-7’ ook een vergunningplicht voor het uitvoeren van diverse werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, ter bescherming van de archeologische waarden. Alleen als er archeologisch onderzoek is verricht kan een vergunning worden verkregen. Uitgezonderd van de vergunningplicht zijn onder meer werken en werkzaamheden die behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden, evenals werken en werkzaamheden die niet dieper gaan dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of die een oppervlakte hebben van niet meer dan 2.500 m². Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelbepaling beoogt te voorkomen dat door het herhaaldelijk gebruik van dezelfde oppervlakte van gronden als berekeningsgrondslag voor de oppervlaktebepaling van met name gebouwen, er op het betreffende of het aangrenzende perceel een situatie ontstaat die in strijd is met het plan. Door het "overhevelen" van gronden tussen percelen, via al of niet tijdelijke huurcontracten of eigendomsoverdrachten, zou op een van de percelen of op alle betrokken percelen uiteindelijk een bebouwde oppervlakte kunnen ontstaan, die groter is dan het plan blijkens de regels beoogt toe te staan. Artikel 12 Algemene beoordelingsregels bouwactiviteiten In dit artikel zijn algemene beoordelingsregels opgenomen die gelden voor bouwactiviteiten.
Dit betreffen regels voor bestaande en afwijkende maatvoering van gebouwen en bijzondere kapvormen. Artikel 13 Aanvullende beoordelingsregels bouwactiviteiten Dit artikel bevat enkele flexibiliteitsbepalingen. Het betreft onder meer de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen indien maximaal 10% wordt afgeweken van de voorgeschreven maatvoering, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Dit is met name bedoeld om tegemoet te kunnen komen aan tussentijdse wijzigingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zodat hiervoor het omgevingsplan niet hoeft te worden herzien. Artikel 14 Regels met betrekking tot parkeren Dit artikel zorgt ervoor dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein. Het voorzien in voldoende parkeervoorzieningen is een voorwaardelijke verplichting. Er wordt getoetst op het moment dat een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor een gebruiksactiviteit wordt aangevraagd. Ook daarna moet worden voorzien in de instandhouding van de voorzieningen. De voorwaardelijke verplichting houdt in dat er met bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen kan worden optreden als blijkt dat niet aan de verplichting wordt voldaan.
De regeling bevat een verwijzing naar de ‘Nota Parkeernormen’ van de gemeente Lochem, en is inhoudelijk afgestemd op de regeling in het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernormen’, zoals dat op 8 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld en dat nu onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Hoofdstuk 4: Overgangsbepalingen Artikel 15 Overgangsrecht In dit artikel zijn overgangsbepalingen opgenomen. Dit betreft overgangsrecht voor bouwwerken die aanwezig waren op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAMomgevingsplan (hoofdstuk 22b) en hiermee in strijd zijn. Overgangsbepalingen voor gebruik zijn er niet. Het oude gebruik van het besluitgebied, wonen, mag immers niet worden voortgezet, ook niet onder het overgangsrecht, aangezien gebruik gemaakt is van de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen”.
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
30
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
7
HAALBAARHEID
7.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
7.1.1
Participatie en overleg
Als onderdeel van het plan zijn meerdere gesprekken met omwonenden gevoerd. Ook heeft overleg plaatsgevonden met de Vereniging Almens Belang (VAB), die de belangen behartigt van de inwoners van Almen. In de gesprekken is het plan toegelicht, en zijn enkele aandachtspunten (waaronder de mogelijkheid van opslagruimte voor maatschappelijke voorzieningen) meegenomen in het plan. 7.1.2
Ontwerp en vaststelling
De formele planprocedure start met de terinzagelegging van het ontwerp wijzigingsbesluit. Hierop is het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken, voor een periode van 6 weken ter inzage dient te leggen. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen naar voren brengen. In dit kader heeft het ontwerp ‘TAM-Omgevingsplan Dorpsstraat 2b Almen’ met ingang van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026 ter inzage gelegen. In deze periode is door TenneT een zienswijze ingediend. In de zienswijze stelt TenneT een aanpassing voor van de vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden onder de hoogspanningsverbinding, zoals benoemd in artikel 9.6.1. Na afstemming en voorgestelde aanpassing van deze regels is de zienswijze weer ingetrokken, waarmee deze aanpassing als ambtshalve wijziging is doorgevoerd bij de vaststelling van het plan.
De aanpassing betreft een wijziging in artikel 9.6.1 van de regels van voorliggend TAM-Omgevingsplan, waarin het verbod op werkzaamheden in de betreffende zone anders geformuleerd en uitgebreid zijn: In het ontwerp-TAM-Omgevingsplan luidde deze als volgt: 9.6.1 Vergunningplicht Het is verboden om op de voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen locaties de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. het ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden. Na ambtshalve wijziging komt deze te luiden: 9.6.1 Vergunningplicht Het is verboden om op de voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen locaties de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
31
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; b. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; d. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; e. het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van de in lid 9.3 omschreven functie; f. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; g. het aanleggen van zonneparken. Los daarvan is in de bouwregels van artikel 9 een omissie hersteld die tevens als ambtshalve wijziging is doorgevoerd. Het betreft een omissie in artikel 9.4.3, onder b, waarin was aangegeven dat de bouwhoogte van hoogspanningsmasten niet meer mag bedragen dan 40 meter. Deze is aangepast naar 80 meter, in lijn met bepalingen in andere bestemmingsplannen (als tijdelijk deel van het gemeentelijke Omgevingsplan). 7.2
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID
Het plan voorziet in de functiewijziging (van wonen naar groen) voor het perceel Dorpsstraat 2b in Almen die invulling geeft aan de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen”, zodat de woonfunctie (direct) onder een hoogspanningsverbinding niet meer is toegestaan. Het bestaande hoofdgebouw (de voormalige woning) wordt aangewend voor opslagruimte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen en de omliggende gronden worden waar nodig heringericht voor (openbaar)groen. De gronden en opstallen binnen het besluitgebied zijn in eigendom bij de gemeente Lochem en de gemeente draagt als initiatiefnemer ook alle kosten daarvoor. Kostenverhaal is daarom niet aan de orde. De gemeente heeft voor dit project voldoende middelen op de begroting gereserveerd. Derhalve is het project financieel-economisch uitvoerbaar.
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
32
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
8
BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE
8.1
INLEIDING
In het kader van de Omgevingswet wordt gestreefd naar een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zijn enkele algemene doelen geformuleerd in artikel 1.3 Omgevingswet. Hierin staat dat de bepalingen in de wet gericht zijn op het volgende: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In artikel 4.2 Omgevingswet is vervolgens ook aangegeven dat het gemeentelijke omgevingsplan moet voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. 8.2
BELANGENAFWEGING
In de voorliggende motivering is de functiewijzing van het perceel Dorpsstraat 2B in Almen getoetst aan uiteenlopende aspecten en thema’s van de fysieke leefomgeving. Uitgegaan wordt van een groenfunctie, inclusief opslagruimte voor maatschappelijke doeleinden uit Almen, op een locatie waar eerder gewoond werd. Daarmee wordt invulling gegeven aan een belangrijke voorwaarde uit de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen” waarbij een woonfunctie (direct) onder een hoogspanningsverbinding niet meer is toegestaan. Daarbij is het voorliggende project niet in strijd met het landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid en voldoet het plan aan de instructieregels van rijk en provincie. Ook voldoet het project aan de wettelijke kaders van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. Het plan zal de omliggende functies niet belemmeren en daarnaast vormen de omliggende functies geen belemmeringen voor de nieuwe functie. Er is sprake van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. 8.3
CONCLUSIE
Alles overwegende is de beoogde functiewijziging aanvaardbaar. De impact op omgevingsaspecten is beperkt van aard en er treden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op. In de toekomstige situatie zal sprake zijn van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en wordt voorzien in een maatschappelijke behoefte. Daarmee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
33
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING
Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026
34
NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen
BIJLAGE 1. RESULTAAT DIGITAAL WATERADVIES
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl