CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_TOE_TAM-OP H22b Dorpsstraat 2B Almen_v3.3_VtS_apr 2026

Raadsvergadering 9 juni 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Omzetten woonfunctie naar een groenfunctie met opslagmogelijkheden Dorpsstraat 2b Almen11.949 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MOTIVERING BIJ HET

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22B DORPSSTRAAT 2B ALMEN GEMEENTE LOCHEM

Opdrachtnummer

: 08.499

Identificatienummer

: NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41

Datum

: april 2026

Versie

: 3.3

Auteurs

: mRO b.v.

Vastgesteld d.d.

:

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

INHOUDSOPGAVE VAN DE MOTIVERING 1

2

3

4

5

1.1 1.2 1.3

INLEIDING...................................................................................... 2 Aanleiding ....................................................................................... 2 Ligging en begrenzing besluitgebied .................................................... 3 Leeswijzer ....................................................................................... 3

2.1 2.2

BESCHRIJVING PROJECT ................................................................ 5 De bestaande situatie ........................................................................ 5 De nieuwe situatie ............................................................................ 6

3.1 3.2 3.3

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN ............................................ 8 Huidige planologische situatie ............................................................. 8 Geldende bestemmingsplannen........................................................... 8 Strijdigheid activiteiten ...................................................................... 9

4.1 4.2 4.3

TOETSING BELEID EN INSTRUCTIEREGELS ................................... 10 Beleid en Instructieregels Rijk .......................................................... 10 Beleid en Instructieregels Provincie ................................................... 11 Toetsing gemeentelijk beleid en visie ................................................. 12

FYSIEKE LEEFOMGEVING .............................................................. 14 5.1 Archeologie .................................................................................... 14 5.2 Bodem(kwaliteit) ............................................................................ 14 5.3 Cultuurhistorie en cultureel erfgoed ................................................... 15 5.4 Geluid ........................................................................................... 16 5.5 Geur ............................................................................................ 16 5.6 Gezondheid.................................................................................... 17 5.7 Klimaatadaptie en duurzaamheid ...................................................... 17 5.8 Kwaliteit van de buitenlucht ............................................................. 18 5.9 Ladder voor duurzame verstedelijking................................................ 18 5.10 Natuur .......................................................................................... 19 5.11 Omgevingsveiligheid ....................................................................... 20 5.12 Verkeer en parkeren ....................................................................... 21 5.13 Weging van het waterbelang ............................................................

22 5.14 M.e.r.-beoordeling .......................................................................... 23

6 6.1 6.2 6.3 6.4

JURIDISCHE ASPECTEN ................................................................ 25 Inleiding ........................................................................................ 25 TAM-Omgevingsplan ....................................................................... 25 Opbouw TAM-omgevingsplan ............................................................ 25 Artikelsgewijze toelichting ................................................................ 27

7.1 7.2

HAALBAARHEID ............................................................................ 31 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................... 31 Financiële uitvoerbaarheid................................................................ 32

8.1 8.2 8.3

BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE........................................... 33 Inleiding ........................................................................................ 33 Belangenafweging........................................................................... 33 Conclusie ....................................................................................... 33

7

8

BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING ................................................................ 34 BIJLAGE 1. Resultaat digitaal wateradvies

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

1

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING

Aan de Dorpsstraat 2B in Almen is een woonperceel aanwezig. Dit perceel is in het verleden aangekocht door de gemeente Lochem in het kader van een uitkoopregeling van het Rijk, “wonen onder hoogspanningsleidingen” genaamd. Deze regeling werd aangeboden aan eigenaren van woningen die onder een hoogspanningsleiding liggen, vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s en ruimtelijke beperkingen. Een voorwaarde van deze regeling is dat de woonbestemming binnen een bepaalde termijn na aankoop moet verdwijnen. Het perceel mag daarna niet meer voor wonen worden gebruikt. Als gevolg van de aankoop staat de woning weliswaar leeg, maar de regeling in het geldende (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is nog niet aangepast. De gemeente wil hiervoor nu een planologische procedure opstarten. Gedacht wordt om het perceel her in te richten als openbaar groen, met onder meer opslagmogelijkheden voor maatschappelijke voorzieningen. Hiervoor is een wijzigingsbesluit nodig. Specifiek voor deze locatie wordt dat vormgegeven als een TAM-Omgevingsplan. TAM staat voor tijdelijke alternatieve maatregel voor het wijzigen van het omgevingsplan en stelt de gemeente in staat om ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) deze wijziging te publiceren op basis van technische standaarden uit de ‘oude’ Wet ruimtelijke ordening.

Voorliggende motivering bevat de onderbouwing van het wijzigingsbesluit. Gemotiveerd wordt dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt gekomen.

Figuur 1 - Ligging besluitgebied ten opzichte van de kern Almen (bron: PDOK)

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

2

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

1.2

LIGGING EN BEGRENZING BESLUITGEBIED

Het besluitgebied ligt in de bebouwde kom van Almen en maakt deel uit van de lintbebouwing tussen de eigenlijke dorpskern van Almen in het zuiden en het Twentekanaal in het noorden. Het besluitgebied ligt aan een erfontsluitingsweg, als afsplitsing van de doorgaande weg die beiden Dorpsstraat heten. Het gaat om het perceel aan de Dorpsstraat 2B, kadastraal bekend onder de gemeente Gorssel, sectie G, perceelnummer 837. De begrenzing van het besluitgebied is afgestemd op de kadastrale grenzen en de grenzen uit het geldende (tijdelijke deel van het) omgevingsplan. Het besluitgebied heeft daarmee een oppervlakte van circa 900 m2. In figuur 1 en 2 is de ligging en begrenzing van het besluitgebied weergegeven.

Figuur 2 - Ligging en begrenzing besluitgebied op een luchtfoto, in combinatie met kadastrale gegevens (bron: PDOK)

1.3

LEESWIJZER

De motivering van dit wijzigingsbesluit omgevingsplan is verder als volgt opgebouwd. Na de inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en nieuwe situatie van het besluitgebied. In hoofdstuk 3 wordt de nieuwe ontwikkeling getoetst aan het omgevingsplan (van rechtswege) en worden de strijdigheden inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 4 komt de toetsing van de ontwikkeling aan het beleidskader aan bod en in hoofdstuk 5 worden alle andere relevante aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. In hoofdstuk 6 wordt toegelicht wat een TAM-omgevingsplan inhoudt en hoe dit is opgebouwd. Ook wordt beschreven hoe de regels geïnterpreteerd moeten worden.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

3

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

In hoofdstuk 7 komt de haalbaarheid van het project aan de orde. Ingegaan wordt op de maatschappelijke uitvoerbaarheid, waaronder de participatie met de omgeving, en de financiële haalbaarheid van het initiatief. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 een integrale belangenafweging en eindconclusie opgemaakt en daarmee bepaald of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

4

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

2

BESCHRIJVING PROJECT

2.1

DE BESTAANDE SITUATIE

Op het perceel aan de Dorpsstraat 2B is een vrijstaande woning aanwezig, bestaande uit één bouwlaag met een kap. De woning heeft een grondoppervlak van ca. 120m2, inclusief diverse aan- en uitbouwen aan de west- en noordzijde. De gronden rond de woning zijn als tuin ingericht. Ten zuiden en westen zijn enkele vrijstaande bijgebouwen aanwezig. De oppervlakte hiervan bedraagt in totaal ca. 40m2. Het perceel heeft een eigen in- en uitrit op de Dorpsstraat. Daarmee wordt de Dorpsstraat als erfontsluitingsweg bedoeld, die ter hoogte van het perceel Dorpsstraat 4 in oostelijke richting afbuigt van de doorgaande route. De Dorpsstraat vormt als doorgaande weg een belangrijke schakel in de verkeersstructuur van Almen. In noordelijke richting gaat deze over in de Kapelweg en vervolgt via de Almense Brug over het Twentekanaal. In zuidelijke richting leidt de Dorpsstraat naar het dorpscentrum van Almen. Het besluitgebied bevindt zich tussen het gedeelte van de Dorpsstraat dat als doorgaande weg fungeert en het deel dat als erfontsluitingsweg wordt gebruikt. Het besluitgebied ligt daarbij onder een hoogspanningsverbinding die deel uitmaakt van het (hoofd)nutsvoorzieningennet. Het betreft een bovengrondse 380kVverbinding die in oost-westelijke richting over het perceel loopt.

In de directe omgeving van het besluitgebied zijn eveneens woonpercelen aanwezig, met daarop vrijstaande woningen en bijbehorende bouwwerken. Ten noorden van het besluitgebied liggen percelen die als (openbaar) groen en deels dierenweide in gebruik zijn. Bijgaande figuren geven een impressie van het besluitgebied en de directe omgeving.

Figuur 3 – Huidige situatie besluitgebied, bezien vanaf de Dorpsstraat / doorgaande weg vanuit het westen (bron: Cyclomedia)

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

5

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

Figuur 4 – Bestaande woning bezien vanaf de Dorpsstraat, erfontsluitingsweg (bron: Cyclomedia)

Figuur 5 – Bestaande situatie groengebied direct ten noorden van het besluitgebied (bron: Cyclomedia)

2.2

DE NIEUWE SITUATIE

Zoals in de inleiding van deze motivering reeds is benoemd, is de gemeente Lochem eigenaar van de gronden en bijbehorende opstallen van het perceel aan de Dorpsstraat 2B. Vanwege de ligging van de woning onder de 380kVhoogspanningsverbinding is namelijk door de vorige eigenaren gebruik gemaakt van de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen”. Een van de voorwaarden van deze regeling is dat een woonfunctie expliciet niet meer is toegestaan. Daaraan wordt invulling gegeven door de huidige woon- en tuinbestemming (zie

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

6

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

ook paragraaf 3.1 van deze motivering) te wijzigen naar een groenfunctie. Daarmee wordt aangesloten op de groenfunctie van de percelen direct ten noorden van het besluitgebied. Van belang daarbij is wel dat er geen hoge bomen geplant mogen worden in verband met de genoemde bovengrondse hoogspanningsverbinding. Daarnaast is het de bedoeling om de bestaande woning te gebruiken als opslagruimte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen, waaronder verenigingen. De regels en verbeelding bij het TAM-omgevingsplan voor het perceel Dorpsstraat 2B zijn hierop afgestemd. Zie ook paragraaf 6.4 van deze motivering.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

7

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

3

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN

3.1

HUIDIGE PLANOLOGISCHE SITUATIE

De gemeente Lochem heeft nog geen nieuw omgevingsplan opgesteld. Het Omgevingsplan Lochem bestaat op dit moment (van rechtswege) uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan: de geldende bestemmingsplannen, de lokale verordeningen en de regels op rijksniveau (de zogenaamde bruidsschat). In relatie tot het voorliggende project zijn alleen de geldende bestemmingsplannen van belang; er wordt niet afgeweken van de lokale verordeningen of de bruidsschat. Hiervoor is dan ook geen aanpassing nodig. 3.2

GELDENDE BESTEMMINGSPLANNEN

Voor het besluitgebied gelden de volgende bestemmingsplannen:  ‘Kern Almen 2011’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 11 februari 2013);  ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’ (vastgesteld op 20 januari 2014);  ‘Parapluplan Parkeernormen’ (vastgesteld op 8 november 2021). Kern Almen 2011 De gronden in het besluitgebied hebben grotendeels de bestemming ‘Wonen’ en deels de bestemming ‘Tuin’.

Figuur 6 - Uitsnede verbeelding tijdelijk deel Omgevingsplan gemeente Lochem; bestemmingsplan ‘Kern Almen 2011’ (bron: omgevingswet.overheid.nl/regels-op-dekaart/viewer)

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

8

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

Gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor wonen met bijbehorende erven en tuinen. Woningen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden opgericht. Het aantal toegestane woningen is specifiek aangeduid (in dit geval 1), evenals de maximum toegestane goot- en bouwhoogte van de woning (respectievelijk 3 en 6 meter). Buiten het bouwvlak is per bouwperceel nog maximaal 75 m2 aan gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen en de ontsluiting van op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen. Vanwege de ligging onder de hoogspanningsverbinding geldt voor het gehele besluitgebied de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’. Binnen deze zone mogen, behoudens afwijking, geen hoge andere bouwwerken (geen gebouwen) worden opgericht. Tevens zijn bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen ter bescherming van de hoogspanningsverbinding. De hartlijn van deze leiding ligt bovendien ook binnen het besluitgebied en is aangeduid met ‘hartlijn leiding – hoogspanningsverbinding’. Een klein deel van de gronden in het uiterste noorden van het besluitgebied heeft de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Dit in verband met de ligging binnen de zogenaamde belemmeringenstrook van de noordelijk gelegen ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding.

De gasleiding zelf ligt buiten het besluitgebied. Binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ gelden eveneens voorwaarden om bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren. Paraplubestemmingsplan Archeologie Het besluitgebied heeft hierin de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 7’. De gronden zijn daarmee mede bestemd voor terreinen met een lage archeologische verwachting. In paragraaf 5.1 wordt hier nader op ingegaan. Parapluplan Parkeernormen In dit plan is het geldende parkeerbeleid, de parkeernota van de gemeente Lochem vastgelegd. In paragraaf 5.12 wordt nader op dit aspect ingegaan. 3.3

STRIJDIGHEID ACTIVITEITEN

Om uitvoering te geven aan de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen” mag op het perceel Dorpsstraat 2B in Almen niet meer worden gewoond. Hiervoor is een nieuw juridisch-planologisch kader nodig waarin wordt vastgelegd dat de activiteit wonen niet meer is toegestaan. Het ‘TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen’ voorziet hierin.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

9

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

4

TOETSING BELEID EN INSTRUCTIEREGELS

4.1

BELEID EN INSTRUCTIEREGELS RIJK

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat immers voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het zijn grote en complexe opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt daarbij om een actiever Rijksoverheid. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. In de NOVI zijn de genoemde opgaven samengevat in vier prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de NOVI heeft het Rijk instructieregels opgesteld, die per 1 januari 2024 deel uitmaken van het omgevingsplan van de gemeente Lochem (de zogenaamde ‘Bruidsschat’) en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), zie hierna. 4.1.2

Instructieregels Rijk

In artikel 5.1 van het Bkl is bepaald dat de instructieregels van hoofdstuk 5 uit het Bkl van toepassing zijn op een omgevingsplan. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende hoofdonderwerpen onderscheiden:  waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl);  beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);  beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid, geur en bodemkwaliteit;  beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;  het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;  het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;  het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

10

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

Toetsing Specifiek voor het perceel aan de Dorpsstraat 2B in Almen is de aanwijzing van locaties voor specifieke infrastructuur van belang, in dit geval elektriciteitsvoorziening (Artikel 5.156, onder 3 Bkl). De locatie ligt namelijk direct onder een bestaande bovengrondse hoogspanningsleiding (een 380kV-verbinding). Met de dubbelbestemming ‘Leiding-Hoogspanningsverbinding’ is invulling gegeven aan de bescherming van de in het besluitgebied aanwezige elektriciteitsvoorziening. En in het kader van de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen” is de activiteit wonen expliciet uitgesloten door de huidige woon- en tuinbestemming te wijzigen in de functie ‘Groen’. De inhoudelijke afweging en toets aan de overige van toepassing zijnde onderwerpen in relatie tot het voorliggende plan komt in hoofdstuk 5 van deze motivering aan bod. 4.2

BELEID EN INSTRUCTIEREGELS PROVINCIE

4.2.1

Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. De provincie legt in deze visie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Om dit te bereiken worden zeven met elkaar samenhangende ambities nagestreefd: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Een op de toekomst toegerust klimaatbeleid (klimaatbestendig); 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Een voortvarend en innovatief circulair beleid zonder afval. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur en een beschermend beleid voor biodiversiteit. 5. Bereikbaarheid: Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. 6. Vestigingsklimaat: Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. 7. Woon- en leefomgeving: Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat en anticiperend op ontwikkelingen.

Hoewel de Omgevingsvisie met deze ambities vooral een visie op hoofdlijnen betreft, is ook een vijftal wettelijke planfiguren in de Omgevingsvisie opgenomen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Het gaat daarbij onder andere om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden, en de aanwijzing van locaties voor de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken. In dit kader zijn een viertal themakaarten opgesteld (Themakaart Ruimtelijk beleid, Themakaart Waterbeleid, Themakaart Milieubeleid en Themakaart Natuur- en landschapsbeleid). Toetsing Aan de hand van de vier themakaarten is geconcludeerd dat er geen (ruimtelijke) opgaven uit de omgevingsvisie gelden waarmee specifiek in voorliggend plan rekening gehouden hoeft te worden.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

11

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Artikel 2.33 van de Omgevingswet bepaalt dat de instructieregels uit de provinciale verordening (artikel 2.22 Ow) een doorwerking hebben op het gemeentelijk Omgevingsplan. Het voorliggende plan is om die reden getoetst aan de instructieregels van de provincie, zoals vastgelegd in de ‘Omgevingsverordening Gelderland’. De omgevingsverordening brengt alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. In hoofdstuk 5 van de verordening staan de instructieregels voor het omgevingsplan voor gemeenten. In relatie tot het voorliggende project zijn de volgende artikelen van belang:  Artikel 5.33 (beschermen landschap algemeen/nationaal landschap);  Artikel 5.34 (beschermen landschap Gelderse streken: Achterhoek). Toetsing Beide artikelen geven aan dat bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden wordt met de kernkwaliteiten van het landschap. De locatie maakt deel uit van de bebouwde kom van het dorp Almen. Er vindt geen nieuwbouw van gebouwen plaats, noch worden er werkzaamheden uitgevoerd die het landschap rond het besluitgebied aantasten. Er wordt ingezet op een functiewijziging (wonen naar groen) die invulling geeft aan de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen” waarbij een woonfunctie (direct) onder een hoogspanningsverbinding niet meer is toegestaan.

Daarmee zal eerder een positieve bijdrage worden geleverd aan de kernkwaliteit van het gebied; een half-open coulisselandschap. Gezien de aard, ligging en omvang van het plan zijn er verder geen specifieke (ruimtelijke) aspecten uit de Omgevingsverordening in het geding. 4.3

TOETSING GEMEENTELIJK BELEID EN VISIE

In dit hoofdstuk wordt inzage gegeven in algemeen, gemeente-breed beleid dat relevant is voor voorliggend bouwplan. Sectoraal gemeentelijk beleid op het gebied van archeologie, cultuurhistorie, water, parkeren, etc., komt in hoofdstuk 5 van deze motivering aan bod. 4.3.1

Omgevingsvisie Lochem 2040 ‘Krachtig en in balans’

De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie Lochem 2040 ‘Krachtig en in balans’ op 9 september 2024 vastgesteld. De Omgevingsvisie Lochem 2040 is een strategische visie voor de lange termijn waarin ambities en gewenste toekomstige ontwikkelingen in de gemeente Lochem op hoofdlijnen zijn beschreven. In de visie kijkt de gemeente vanuit verschillende invalshoeken en in samenhang naar de gehele fysieke leefomgeving. Het doel van de Omgevingsvisie is om de gemeente nog leefbaarder, veiliger, toekomstbestendiger en duurzamer te maken. Daarbij wordt ingezet op 6 hoofdambities. Met de omgevingsvisie wordt duidelijk wat de gemeente belangrijk vindt, wat het toekomstperspectief is en wat de gemeente wil behouden en beschermen. De visie stelt de gemeente in staat een betere, integrale afweging te maken bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Toetsing De kern Almen wordt in de omgevingsvisie gekarakteriseerd als een gemoedelijk en sociaal dorp waar het rustig wonen is. Maar wel met een levendige en actieve samenleving. Specifiek voor het besluitgebied zijn er in de omgevingsvisie geen

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

12

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

ruimtelijke opgaven verwoord. Voor het dorp als geheel is het onder meer van belang om in te (blijven) zetten op de initiatieven die de onderlinge betrokkenheid behouden en versterken. Met het voorliggende plan, waarmee ook opslagmogelijkheden ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen mogelijk worden gemaakt, wordt daarbij aangesloten.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

13

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

5

FYSIEKE LEEFOMGEVING

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. Aspecten waarvan op voorhand al duidelijk is dat deze vanwege de aard en omvang van dit project niet relevant zijn, zoals trillingen en welstand, worden buiten beschouwing gelaten. 5.1

ARCHEOLOGIE

5.1.1

Regelgeving

In artikel 5.130 Bkl is opgenomen dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Aan de hand van het gemeentelijk archeologiebeleid uit 2012 zijn de archeologische verwachtingswaarden met een beschermingsregeling in het ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’ (2014) als tijdelijk deel van het omgevingsplan vastgelegd. Het besluitgebied heeft hierin geheel een lage archeologische verwachtingswaarde (‘Waarde – Archeologie 7’). Dit betekent dat het zonder een omgevingsvergunning verboden is om grondwerkzaamheden uit te voeren met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 én die dieper reiken dan 0,30 meter onder het bestaande maaiveld. 5.1.2

Toetsing

Als onderdeel van de beoogde functiewijziging zullen geen grondwerkzaamheden uitgevoerd worden die groter zijn dan de hiervoor genoemde vrijstellingsgrens voor vergunningplicht. Nadere archeologische toetsing, in de vorm van inventariserend veldonderzoek, is daarom niet nodig. Desalniettemin is de bovengenoemde categorie voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarde wel vertaald in dit TAM-omgevingsplan. Hiertoe is het gehele besluitgebied aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 7’ (lage archeologische verwachting). De bijbehorende regels zijn afgestemd op het ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’. De aanwijzing als ‘Waarde - Archeologie 7’ betreft in het kader van voorliggend plan dus vooral een signaleringsfunctie met het oog op eventuele (grotere) toekomstige grondbewerkingen. 5.1.3

Conclusie

Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect archeologie. 5.2

BODEM(KWALITEIT)

5.2.1

Regelgeving

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 Bkl instructieregels voor het aspect bodem opgenomen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. En bij bodembelastende activiteiten, zoals onder meer bouwactiviteiten voor een bodemgevoelig gebouw (zoals woningen) op een bodemgevoelige locatie, geldt dat voorafgaand onderzoek verplicht is.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

14

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

Bovendien bevat het omgevingsplan van de gemeente Lochem regels over het aspect bodem. Dit zijn de regels uit de bruidsschat. Hierin is bepaald dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen wordt verleend als de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden, of bij overschrijding, aannemelijk is dat sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. 5.2.2

Toetsing

Als gevolg van de beoogde functiewijziging binnen het besluitgebied (van Wonen naar Groen) vindt geen nieuwbouw plaats. Er worden geen nieuwe bodemgevoelige gebouwen opgericht. Nadere toetsing, in de vorm van een bodemonderzoek is daarom niet nodig. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan. 5.3

CULTUURHISTORIE EN CULTUREEL ERFGOED

5.3.1

Regelgeving

Op grond van artikel 5.130 Bkl dient in een omgevingsplan rekening te worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is vastgelegd wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan. Ook in de provinciale ‘Omgevingsverordening Gelderland’ wordt erfgoed als een belangrijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving genoemd. In Afdeling 5.4 (instructieregels omgevingsplan: erfgoed) van de Omgevingsverordening komt dit nadrukkelijk naar voren. De gemeente Lochem heeft haar cultureel erfgoed vastgelegd in de ‘Verordening fysieke leefomgeving’. Daarin wordt onder meer aangegeven hoe met beschermde (gemeentelijke) monumenten wordt omgegaan. Naast de bekende monumenten heeft de gemeente Lochem een cultuurhistorische waardenkaart waarop de aanwezige cultuurhistorische waarden integraal in beeld zijn gebracht. Het sluit aan bij de ruimtelijke benadering van de zorg voor het cultureel erfgoed omdat behalve naar objecten vooral ook naar de samenhang en de (historisch) ruimtelijke structuur wordt gekeken. 5.3.2

Toetsing

Aan de hand van de cultuurhistorische waardenkaart van Lochem blijkt dat het besluitgebied deel uitmaakt van een zone die is aangeduid met een ‘gemiddelde waarde’ in het cultuurlandschap. Gebieden met een gemiddelde waarde hebben hun historisch-landschappelijke hoofdstructuur behouden, maar missen de karakteristieken op detailniveau die ze cultuurhistorisch vooral interessant maken. Bezien vanuit het aspect stedenbouw is er geen specifieke waardering gegeven, danwel ‘waarde’ van toepassing. Verder maakt het besluitgebied geen deel uit van een beschermd stads- en/of dorpsgezicht. Ook zijn in of nabij het besluitgebied geen monumenten of andere objecten met een belangrijke cultuurhistorische waarde aanwezig. Daarom herbergt het plangebied geen specifieke cultuurhistorische waarden die bescherming vanuit het plan behoeven.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

15

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

5.3.3

Conclusie

Het plan leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden. 5.4

GELUID

5.4.1

Regelgeving

Voor het aspect geluid zijn instructieregels opgenomen in het Bkl. Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door activiteiten (paragraaf 5.1.4.2) en geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen (paragraaf 5.1.4.2a). Wegen, spoorwegen en industrieterreinen Indien er nieuwe geluidgevoelige gebouwen worden toegelaten, dient het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen beoordeeld te worden. Hiervoor zijn de instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) van toepassing. Belangrijk daarbij is dat er een standaardwaarde en een grenswaarde op de gevel van een (nieuw) geluidgevoelig gebouw geldt. Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Van belang bij de beoordeling is of het geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied ligt. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Activiteiten In artikel 5.59 van het Bkl is bepaald dat in het omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Zo gelden er geluidsregels voor activiteiten door individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Een omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Hiervoor zijn in het Bkl standaardwaarden en grenswaarden voor geluid opgenomen.

In het Omgevingsplan Lochem (bruidsschat) zijn voor geluid door activiteiten standaard- en grenswaarden opgenomen conform de instructieregels van het Bkl. 5.4.2

Toetsing

Het besluitgebied ligt binnen het aandachtsgebied van de Dorpsstraat, als doorgaande weg. Echter, als gevolg van de beoogde functiewijziging van het perceel Dorpsstraat 2b worden geen (nieuwe) geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Nadere toetsing aan regel- en wetgeving op het gebied van geluid (akoestiek) is niet nodig. Dat geldt zowel voor geluid afkomstig van wegen als van bedrijfsactiviteiten. En door het toekennen van de functie ‘groen’ aan het perceel worden omliggende woningen ook niet belemmerd. 5.4.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het plan. 5.5

GEUR

5.5.1

Regelgeving

Voor het aspect geur zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl. Uit artikel 5.92 van het Bkl volgt dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. In dat artikel is ook bepaald dat een omgevingsplan er in moet voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. In het Bkl zijn instruc-

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

16

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

tieregels opgenomen voor geur door zuiveringstechnische werken (zoals een rioolwaterzuiveringsinstallatie), het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (zoals veehouderijen) en geur door andere agrarische activiteiten. Hiervoor zijn standaardwaarden/-afstanden in het Bkl opgenomen. In het Omgevingsplan Lochem (bruidsschat) zijn voor geur door zuiveringstechnische werken, het houden van landbouwhuisdieren en geur door andere agrarische activiteiten de standaardwaarden/-afstanden opgenomen conform de instructieregels van het Bkl. 5.5.2

Toetsing

Binnen het besluitgebied wordt een functiewijziging voorzien (van wonen naar groen) die invulling geeft aan de uitkoopregeling “wonen onder hoogspanningsleidingen”, zodat de woonfunctie (direct) onder een hoogspanningsverbinding niet meer is toegestaan. Daarbij is geen sprake van nieuwbouw of het anderszins mogelijk maken van nieuwe geurgevoelige gebouwen. Nadere toetsing aan regel- en wetgeving op het gebied van geur is derhalve niet nodig. 5.5.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor het plan. 5.6

GEZONDHEID

Binnen de fysieke leefomgeving zijn veel aspecten van invloed op de gezondheid, zoals milieuaspecten, voldoende groen, alsook de mogelijkheden voor sport en bewegen. Zoals ook uit andere paragrafen in dit hoofdstuk blijkt (zoals 5.2, 5.4, 5.5, 5.8), komt het aspect gezondheid vanwege diverse milieuaspecten niet in het geding. Bovendien wordt met het voorliggende wijzigingsbesluit ingezet op de realisatie van meer (openbaar)groen, door de woonfunctie van het perceel Dorpsstraat 2B in Almen te veranderen in een groenfunctie. Daarmee wordt aangesloten op de functie van de percelen direct ten noorden van het besluitgebied. Dit kan juist bijdragen aan een betere gezondheid. 5.7

KLIMAATADAPTIE EN DUURZAAMHEID

Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie alsook duurzaamheid maken deel uit van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De gemeente Lochem biedt met het ‘Klimaatadaptieplan 2021-2025’ en het biodiversiteitsplan ‘Lochem natuurlijk, kansen benutten voor biodiversiteit’ handvatten om deze onderwerpen mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen en ze een plek te geven in het ontwerp. Voor het voorliggende plan is dit niet direct relevant: er wordt vooral ingezet op een functiewijziging, waarbij de huidige woon- en tuinbestemming worden gewijzigd naar een groenfunctie, waarbij het bestaande hoofdgebouw (de voormalige woning) gebruikt kan worden voor opslagruimte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. Indirect ontstaan wel meer mogelijkheden voor klimaat-adaptieve maatregelen als onderdeel van de uiteindelijke invulling van de groenfunctie.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

17

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

5.8

KWALITEIT VAN DE BUITENLUCHT

5.8.1

Regelgeving

Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze regels dienen voor activiteiten die leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van stikstofdioxide (NO2) of fijn stof (PM10), omgevingswaarden in acht te worden genomen die in het Bkl zijn gesteld. Deze bedraagt voor beiden 40 µg/m³. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) is daarnaast de omgevingswaarde voor PM2,5 van belang. Deze bedraagt 25 µg/m³. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de omgevingswaarden;  de activiteit leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  de activiteit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. 5.8.2

Toetsing

Het wijzigingsbesluit voorziet in een functiewijziging van het perceel Dorpstraat 2b te Almen, van wonen naar groen. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om het hoofdgebouw op het perceel (de voormalige woning) te gebruiken als opslagruimte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. Hoewel deze activiteit niet rechtsreeks valt onder de standaard ‘NIBM-grenzen’ als bedoeld in artikel 5.54 Bkl, is wel duidelijk dat het voorliggende plan ‘niet in betekenende mate’ bij draagt aan de luchtverontreiniging. Te meer omdat het aantal verkeersbewegingen naar verwachting sowieso niet meer zal bedragen dan de huidige woonfunctie op het perceel. 5.8.3

Conclusie

Het plan is bezien vanuit het aspect luchtkwaliteit toelaatbaar. 5.9

LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING

5.9.1

Regelgeving

Om de ruimte zorgvuldig te benutten en leegstand tegen te gaan is in paragraaf 5.1.5.4 Bkl een ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. Deze Ladder houdt in dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, rekening moet worden gehouden met de behoefte aan die ontwikkeling en, indien die ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen in die behoefte te voorzien. Gemotiveerd moet worden waarom niet binnen het stedelijk gebied of stedelijk groen in die behoefte kan worden voorzien. 5.9.2

Toetsing

In artikel 5.129g Bkl is bepaald dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Uit bestaande jurisprudentie over het begrip “stedelijke ontwikkeling” blijkt dat bij projecten met een ruimtebeslag van minder dan 500 m² in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit geldt ook voor het voorliggende plan,

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

18

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

aangezien de huidige woon- en tuinbestemming gewijzigd wordt naar de functie ‘Groen’ en hierbij geen nieuwe (extra) bouwmogelijkheden worden toegestaan. 5.9.3

Conclusie

De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor dit plan. 5.10

NATUUR

5.10.1 Regelgeving Ter bescherming van de natuur bij ruimtelijke projecten richt de Omgevingswet zich op soortenbescherming en gebiedsbescherming. Soortenbescherming is gebaseerd op het beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit is geregeld in de provinciale Omgevingsverordening. Gebiedsbescherming is vooral gericht op Natura 2000-gebieden en gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden). 5.10.2 Toetsing Soortenbescherming Voorliggend plan beoogt een functiewijziging van een woon- en tuinbestemming naar een groenfunctie. Daarbij is geen sprake van sloop- of nieuwbouw waarbij negatieve gevolgen voor beschermde soorten aan de orde kunnen zijn. Nadere toetsing of onderzoek is niet nodig. Overigens wordt voor de volledigheid gemeld dat te allen tijde de zorgplicht van toepassing is, ook de specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal).

De zorgplicht houdt in dat overheden en initiatiefnemers bij alle activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor flora en fauna, passende maatregelen treffen om schade te voorkomen of te beperken. Dit geldt ook voor activiteiten die niet vergunningplichtig zijn, zoals onderhoudswerkzaamheden, kleinschalige bouw of tijdelijke ingrepen in het landschap. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen het NNN (GNN of GO). Het dichtstbijzijnde NNNgebied ligt op ruim 20 meter ten westen van het besluitgebied (GNN, strook tussen Dorpsstraat en Binnenweg). Gezien de afstand tot het besluitgebied, in combinatie met de aard, omvang en het effectbereik van het plan, wordt aangenomen dat significante aantasting of negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN door externe werking bij voorbaat kunnen worden uitgesloten. Het projectgebied ligt ook niet in of dicht bij een Natura 2000-gebied. Op een afstand van ruim 6,5 kilometer ligt het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Negatieve effecten op dit beschermde gebied als gevolg van het initiatief zijn niet toegestaan. Aan de hand van de beoogde functiewijziging geldt voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) dat de afstand tot het Natura 2000gebied per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Dit geldt ook voor het onderdeel stikstofdepositie.

Bovendien vinden er voor de uitvoering van het plan geen noemenswaardige sloop- of bouwwerkzaamheden plaats waarvoor mobiele werktuigen worden ingezet.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

19

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

Daarmee is op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Met andere woorden, het plan heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. 5.10.3 Conclusie Het thema natuurbescherming vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. 5.11

OMGEVINGSVEILIGHEID

5.11.1 Regelgeving Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. Bij het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties, dient rekening gehouden te worden met zogenaamde plaatsgebonden risicocontouren en aandachtsgebieden van risicovolle activiteiten, transportroutes van gevaarlijke stoffen, buisleidingen en windturbines. De instructieregels voor de beoordeling van de externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op basis van artikel 8.0b in dat besluit, gelden deze instructieregels ook bij een aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het voorgenomen initiatief wordt getoetst aan de betreffende instructieregels. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied ligt binnen de PR en/of de aandachtsgebieden van een risicobron. Binnen de 10-6 contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan.

5.11.2 Toetsing Aan de hand van de digitale kaart externe veiligheid van de Atlas Leefomgeving (https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten) is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en nabij het projectgebied. Zie hiervoor figuur 7.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

20

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

Figuur 7 – Uitsnede kaart externe veiligheid, met het besluitgebied rood omlijnd (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Hieruit blijkt dat er binnen of nabij het projectgebied geen stationaire risicobronnen zijn gelegen en/ of transportroutes van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Wel is er op ca. 3 meter ten noorden van het besluitgebied een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding van de GasUnie aanwezig. Voor deze leiding (N-560-07, 159 mm, 40 bar) geldt geen PR 10-6 contour. En hoewel de locatie binnen het brandaandachtsgebied ligt, geldt dat er met het voorliggende plan geen functies en/of ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt waarmee de personendichtheid toeneemt. Sterker, deze zal juist met de beoogde functiewijziging (van ‘Wonen’ naar ‘Groen’) eerder afnemen. Een nadere onderbouwing of beschrijving van maatregelen wordt daarmee niet nodig geacht. Wel ligt een klein deel van het belemmeringengebied (4 meter aan beiden zijden van de betreffende leiding) binnen het besluitgebied. Dit gebied is aangewezen als ‘Leiding – Gas’. In deze strook/ zone mag niet worden gebouwd of gegraven zonder toestemming van de leidingbeheerder. De leiding moet bereikbaar blijven voor onderhoud en grondwerkzaamheden in de buurt van de leiding kunnen gevaar opleveren. De ligging en begrenzing van ‘Leiding-Gas’, alsook de bijbehorende regels, zijn zoveel mogelijk afgestemd op het bestemmingsplan ‘Kern Almen 2011’. 5.11.3 Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het plan. 5.12

VERKEER EN PARKEREN

5.12.1 Regelgeving en beleid Het wijzigen van functies betekent in de meeste gevallen ook dat er wijzigingen met betrekking tot verkeer zijn. Hierbij kan het een toename van

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

21

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

verkeersintensiteiten zijn en/of de aard van het verkeer kan wijzigen. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient ook in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn dat afgewenteld wordt op de omgeving. De gemeente heeft hiervoor parkeerbeleid dat is verwoord in de 'Nota Parkeernormen 2020' van 22 september 2020 en planologisch vastgelegd in het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernormen’ (2021). 5.12.2 Toetsing Voorliggend plan voorziet in een functiewijziging van het perceel Dorpstraat 2B in Almen, waarbij de huidige woon- en tuinbestemming wordt omgezet naar een groenfunctie. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om het hoofdgebouw op het perceel (de voormalige woning) te gebruiken als opslagruimte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. Hoewel deze opslagmogelijkheden ook verkeersbewegingen genereren, zal het gemiddeld aantal verkeersbewegingen per etmaal naar verwachting sowieso niet meer bedragen dan de huidige woonfunctie op het perceel. Voor een vrijstaande koopwoning komt dit kengetal uit op maximaal 8,6 verkeersbewegingen per etmaal (Bron: CROW-publicatie 744). De functieverandering heeft daardoor geen verkeerskundige gevolgen.

Dit geldt ook voor het aspect parkeren. In het oostelijk deel van het perceel, direct grenzend aan de Dorpsstraat (als erfontsluitingsweg) is voldoende ruimte aanwezig om meerdere auto’s (tijdelijk) te kunnen parkeren. 5.12.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het plan. 5.13

WEGING VAN HET WATERBELANG

5.13.1 Regelgeving Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties hoort ook goed omgaan met waterbelangen. In artikel 5.37 van het Bkl is aangegeven dat rekening gehouden dient te worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen, al dan niet met een doorwerking naar programma’s en verordeningen (o.a. provinciale verordening en waterschapsverordening). 5.13.2 Weging van waterbelang Vanwege de aard en omvang van het project zijn geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding in het besluitgebied en omgeving te verwachten. Voorliggend plan beoogt enkel een functiewijziging van het perceel Dorpsstraat 2b in Almen, waarbij de huidige woon- en tuinbestemming wordt omgezet naar een groenfunctie. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om het bestaande hoofdgebouw (de voormalige woning) te gebruiken voor opslagruimte ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen. De omliggende gronden worden waar nodig heringericht voor (openbaar)groen. De verharding neemt als gevolg van deze functieverandering niet toe, die zal eerder afnemen. De bebouwing wordt niet uitgebreid en er is geen sprake van het toevoegen van terreinverharding. De functieverandering gaat niet gepaard met

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

22

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

bouwwerkzaamheden of andere fysieke ruimtelijke ingrepen die effect hebben op het watersysteem. Bovendien bevinden zich binnen of direct grenzend aan het besluitgebied geen oppervlaktewateren en ook geen waterkeringen of bijbehorende beschermingszones. Verder ligt het besluitgebied niet in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Wateradvies Om de waterbelangen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, is specifiek voor dit project een digitaal wateradvies aangevraagd op de website www.hetwateradvies.nl. Aan de hand van een vragenboom is beoordeeld of, en zo ja, welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Hiervan is het resultaat dat er geen waterbelang is. Het plan heeft geen invloed op de waterhuishouding en/ of de afvalwaterketen en er is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Rijn en IJssel heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen wijziging en geeft een positief wateradvies. Het resultaat van de digitale toets is als bijlage 1 bij deze motivering gevoegd. 5.13.3 Conclusie Het waterbelang is afgewogen en er zijn geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding in het besluitgebied en omgeving te verwachten. 5.14

M.E.R.-BEOORDELING

5.14.1 Regelgeving De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport (MER) opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Ow. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Een (wijziging van het) omgevingsplan valt daar ook onder. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Ow een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Ob staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen en programma's die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Ow de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.

Een plan-m.e.r.beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

23

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 5.14.2 Toetsing Het onderhavige wijzigingsbesluit voorziet enkel in een functiewijziging, van een woonfunctie naar een groenfunctie op het perceel Dorpsstraat 2B in Almen. In bijlage V bij het Ob is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (nr. J11) projectmer-beoordelingsplichtig is. Echter, of sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ hangt ook af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. In het voorliggende geval is het van belang dat de functiewijziging niet gepaard gaat met een uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Het ruimtebeslag neemt dus niet toe. Daarmee kwalificeert de voorziene functiewijziging zich niet als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in bijlage V bij het Ob. Daarmee is er geen sprake van een project als bedoeld in die bijlage. Dit betekent dat het niet project-mer-plichtig of project-mer-beoordelingsplichtig is. 5.14.3 Conclusie Voor het voorliggende wijzigingsbesluit hoeft géén project-mer of project-merbeoordeling te worden opgesteld.

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

24

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

6

JURIDISCHE ASPECTEN

6.1

INLEIDING

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vanaf die datum heeft elke gemeente van rechtswege één omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Het omgevingsplan stelt regels over de fysieke leefomgeving. In het omgevingsplan stelt de gemeente welke activiteiten wel of niet worden toegestaan en welke regels gelden voor de activiteiten. Het omgevingsplan van de gemeente is digitaal raadpleegbaar via het Omgevingsloket. Het omgevingsplan van rechtswege wordt ook wel het tijdelijk deel van het omgevingsplan genoemd en bestaat onder andere uit alle voor 1 januari 2024 geldende bestemmingsplannen en de zogeheten bruidsschat. Deze bruidsschat is opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan en bevat regels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op rijksniveau vervallen zijn. Deze regels zijn gedecentraliseerd en overgeheveld naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan moet op termijn worden omgezet naar een nieuw deel van het omgevingsplan. 6.2

TAM-OMGEVINGSPLAN

Het omgevingsplan kan gewijzigd worden. Een wijziging van het omgevingsplan dient te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet en deze dient vorm te worden gegeven overeenkomstig de STOP-TPOD standaard. STOP-TPOD is de afkorting van de Standaard voor Officiële Publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen Omgevingsdocumenten (TPOD). Het is, gelet op de grote veranderingen van de Omgevingswet, mogelijk om gebruik te maken van een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) voor het wijzigen van het omgevingsplan. Deze maatregel is bekend onder de naam TAM-IMRO. Kort gezegd houdt een TAM-IMRO omgevingsplan in dat in plaats van STOP-TPOD de oude IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet (nieuw juridisch kader, oude techniek) voor wijzigingen van het omgevingsplan. Het TAM-IMRO omgevingsplan, kortweg TAM-omgevingsplan, wordt gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl en wordt automatisch doorgestuurd naar het Omgevingsloket (Regels-op-de-kaart). Het TAM-IMRO omgevingsplan is een tijdelijke alternatieve maatregel voor gemeenten die in de beginperiode van de Omgevingswet een omgevingsplan nog niet in STOP/TPOD kunnen of willen opstellen of wijzigen.

Dit geldt zowel voor gemeenten die om technische redenen nog niet kunnen werken met STOP, als voor gemeenten die dit al wel kunnen, maar om andere redenen ervoor kiezen om in de beginfase TAM-IMRO te gebruiken om het omgevingsplan te wijzigen. Bijvoorbeeld omdat er nog keuzes gemaakt moeten worden over de hoofdstructuur van het gemeentelijk omgevingsplan. TAM-IMRO kan worden gebruikt tot 1 januari 2026. Dit betekent dat een TAM-omgevingsplan vóór 1 januari 2026 in ontwerp gepubliceerd moet zijn. 6.3

OPBOUW TAM-OMGEVINGSPLAN

6.3.1

Algemeen

Het voorliggende plan is een TAM-omgevingsplan ten behoeve van het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Dorpsstraat 2B in Almen. Dit TAMomgevingsplan wijzigt daartoe het omgevingsplan van de gemeente Lochem op

Gemeente Lochem TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Dorpsstraat 2B Almen mRO b.v. / MOT / 08.499 – v3.3 / april 2026

25

NL.IMRO.0262.TAMalDorpsstr2BAl-BP41 Vast te stellen

deze locatie. Het TAM-omgevingsplan ziet eruit als een losstaand plan, maar is juridisch onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente Lochem. Het TAMomgevingsplan vormt een nieuw hoofdstuk van het omgevingsplan. Het TAMomgevingsplan wordt als hoofdstuk 22b ingevoegd in het omgevingsplan van de gemeente Lochem. Om die reden wordt in deze motivering ook niet gesproken over een plangebied, maar over een besluitgebied. Het plangebied betreft immers het gebied van het gehele omgevingsplan (het ambtsgebied van de gemeente Lochem), terwijl het onderhavige TAM-omgevingsplan alleen voorziet in een besluit tot wijziging van het omgevingsplan voor de locatie aan de Dorpsstraat 2B in Almen, het besluitgebied. Het TAM-omgevingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een motivering. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het TAM-omgevingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de functies aangewezen op locaties. Aan deze locaties zijn regels voor het gebruik van deze gronden gekoppeld alsmede regels voor het bouwen van bouwwerken op deze gronden. De motivering heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De motivering geeft de redenen, uitgangspunten, onderzoeken, etc. weer die aan het TAM-omgevingsplan ten grondslag liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16843133/2