Bijlage 1. Ruimtelijke Motivering BOPA
Tekst van het document
Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie alsook duurzaamheid maken deel uit van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De gemeente Lochem biedt met het ‘Klimaatadaptieplan 2021-2025’ en het biodiversiteitsplan ‘Lochem natuurlijk, kansen benutten voor biodiversiteit’ handvatten om deze onderwerpen mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen en ze een plek te geven in het ontwerp. In het voorliggende project is dat ook een belangrijk uitgangspunt. Hoewel het bouwplan en ook de inrichting van het terrein nog verder uitgewerkt moeten worden, zal daar waar mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame materialen en wordt een robuuste natuurlijke inrichting voorgestaan. Zo krijgt het nieuwe productiegebouw een groen dak (met sedum en/of grassen) en wordt gedacht om nestvoorzieningen in het gebouw te integreren. En door het toevoegen van diverse heesters verspreid over het terrein, de aanplant van nieuwe bomen en de aanleg van een kruidenrijk grasveld in het noordelijk deel van het terrein, in combinatie met de aanleg van een calamiteitenvijver en wadi’s, wordt bijgedragen aan een klimaatadaptieve inrichting van het gebied. 5.9
KWALITEIT VAN DE BUITENLUCHT
Regelgeving Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze regels dienen voor activiteiten die leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van stikstofdioxide (NO2) of fijn stof (PM10), omgevingswaarden in acht te worden genomen. Deze bedraagt voor beiden 40 µg/m³. De omgevingswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m³. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de omgevingswaarden; • de activiteit leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • de activiteit draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
29
Motivering BOPA
Toetsing De activiteiten als onderdeel van het beoogde project (de realisatie van een nieuw productiebedrijf voor drinkwater met bijbehorende voorzieningen aan de Onder Langs in Lochem) vallen niet rechtsreeks onder de standaard ‘NIBM-grenzen’ als bedoeld in artikel 5.54 Bkl. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit project niet leidt tot een (significante) toename aan verkeersbewegingen, te meer omdat deze nieuwe productielocatie de verouderde vestiging aan de Paasberg 4 en gelegen aan de overzijde van de Onder Langs, vervangt. Bovendien is het gebruik van het productiestation extensief en bestaat het vooral uit periodiek bezoek aan de locatie ten behoeve van regulier onderhoud, beheer en controle (beveiliging). Overigens kan een project ook als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. Voor relatief kleinschalige plannen kan met behulp van de zogenaamde NIBM-tool eenvoudig worden berekend of de bijdrage van (het verkeer van en naar) het plan als NIBM kan worden aangemerkt. Aan de hand van de NIBM-tool (versie 14 april 2025) blijkt dat een project met 3.500 motorvoertuigen per etmaal nog steeds ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Dat geldt dus zeker ook voor het voorliggende project.
Vanuit het oogpunt van ‘ETFAL’ is daarnaast gekeken naar de heersende concentraties van stikstofdioxide en fijn stof. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten van het RIVM (peiljaar 2024). Hieruit blijkt dat ter hoogte van het projectgebied sprake is van een concentratie van ongeveer: - 8 µg/m³ NO2; - 14 µg/m³ PM10; - 8 μg µg/m³ PM2,5. Deze concentraties zijn daarmee ruim lager dan de genoemde omgevingswaarden, waardoor het project er niet toe zal leiden dat deze waarden worden overschreden. Conclusie Het project is bezien vanuit het aspect kwaliteit van de buitenlucht (luchtkwaliteit) toelaatbaar. 5.10
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING
Regelgeving Om de ruimte zorgvuldig te benutten en leegstand tegen te gaan is in paragraaf 5.1.5.4 Bkl een ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. Deze Ladder houdt in dat indien een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, rekening moet worden gehouden met de behoefte aan die ontwikkeling en, indien die ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied, de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen in die behoefte te voorzien. Gemotiveerd moet worden waarom niet binnen het stedelijk gebied of stedelijk groen in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 5.129g Bkl gedefinieerd als “de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is". Uit jurisprudentie blijkt dat (nuts)voorzieningen niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling hoeven te worden beschouwd. Daarbij is de essentie van de Ladder
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
30
Motivering BOPA
gericht op het tegengaan van leegstand van bebouwing (elders). Dat is hier niet aan de orde. Bovendien wordt het productiebedrijf als primaire nutsvoorziening gerealiseerd in een gebied waar Vitens al water wint en zuivert. Hierdoor past de ontwikkeling qua aard en schaal op deze locatie. Dit tezamen maakt dat toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het project. 5.11
NATUUR
Regelgeving Ter bescherming van de natuur bij ruimtelijke projecten richt de Ow zich op soortenbescherming en gebiedsbescherming. Soortenbescherming is gebaseerd op het beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit is geregeld in de provinciale Omgevingsverordening. Gebiedsbescherming is vooral gericht op Natura 2000-gebieden en gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden). In Gelderland is dit beschermd als het Gelders Natuurnetwerk (GNN), aangevuld met de Groene Ontwikkelingszone (GO). Toetsing Om te beoordelen wat de effecten zijn van het project op de natuur, is door adviesbureau Ecogroen een natuurtoets in de vorm van een quickscan 4 uitgevoerd, waarbij is gekeken naar gebiedsbescherming en soortenbescherming. De rapportage met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage 5 bij deze motivering gevoegd.
Daarbij wordt opgemerkt dat het in het onderzoek een groter projectgebied is beschouwd, en onderscheid is gemaakt in verschillende deelgebieden: het productiebedrijf, de infiltratievijver en het tussenliggende leidingtracé. In relatie tot de voorliggende motivering is alleen het deelgebied voor het nieuwe productiebedrijf relevant. De belangrijkste resultaten en conclusies voor dit deelgebied worden hieronder weergegeven. Resultaten Quickscan Soortbescherming • In het projectgebied zijn mogelijke jaarrond beschermde nesten aanwezig van soorten als buizerd, roek en sperwer. Vanwege het dichte bladerdek tijdens het quickscan veldbezoek waren mogelijk niet alle nesten zichtbaar. Bij kapwerkzaamheden is mogelijk sprake van verlies aan nestplaatsen. Bij overige werkzaamheden binnen het broedseizoen is mogelijk sprake van verstoring van vogels met jaarrond beschermde nesten. Er is geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. • In het projectgebied zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de vorm van boomholtes. Vanwege het dichte bladerdek tijdens het 4
Ecogroen, ‘Quickscan natuurtoets nieuwbouw Vitens Lochem’, 18 november 2025
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
31
Motivering BOPA
•
•
•
•
quickscan veldbezoek waren mogelijk niet alle holtes zichtbaar. Bij de uitvoering van kapwerkzaamheden gaan mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Er is geen sprake van aantasting van essentiële vliegroutes en/of essentieel foerageergebied van vleermuizen. In het projectgebied zijn waarnemingen van eekhoorn bekend. Vanwege het dichte bladerdek tijdens de quickscan was een volledige inventarisatie van eekhoornnesten niet mogelijk. Bij uitvoering van kapwerkzaamheden gaan mogelijk verblijfplaatsen van eekhoorn verloren. Er is geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied van eekhoorn. In het projectgebied is geschikt leefgebied aangetroffen van kleine marterachtigen en hazelworm. Mogelijke verblijfplaatsen van deze soorten zijn aanwezig onder takkenhopen, boomstammen, de strooisellaag of in (muizen)holen. Bij werkzaamheden in bossen gaan mogelijke verblijfplaatsen van kleine marterachtigen en hazelworm verloren en worden mogelijk individuen geschaad. Er is geen sprake van aantasting van essentieel foerageergebied van deze soorten. Er zijn in het projectgebied wilgen en iepen aangetroffen, waardbomen van grote weerschijnvlinder, iepenpage en grote vos. Aanwezigheid van grote weerschijnvlinder is daarnaast ook vastgesteld binnen het projectgebied.
Bij de werkzaamheden gaan geen wilgen verloren, waardoor negatieve effecten op grote weerschijnvlinder zijn uitgesloten. Bij de kap van wilgen of iepen gaan mogelijk wel vaste voortplantingsplaatsen van iepenpage en/of grote vos verloren. De werkzaamheden leiden niet tot verlies of verstoring van groei-, nest- en/of verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van flora, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en overige ongewervelden, uitgezonderd soorten waarvoor een vrijstelling van vergunningplicht geldt in de provincie Gelderland. Mits voorkomen wordt dat exemplaren opzettelijk worden gedood, geldt dat er voor deze soorten geen vervolgstappen aan de orde zijn. Wel is altijd de specifieke zorgplicht van toepassing.
Gebiedsbescherming • Het projectgebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 4,6 kilometer van het projectgebied. Vanwege deze afstand en (lokale) aard van het voornemen zijn nadelige gevolgen op voorhand uitgesloten, met uitzondering van stikstofdepositie (zie hiervoor het stikstofdepositieonderzoek verderop in deze paragraaf). • Het projectgebied ligt deels binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en voor een klein deel binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO). Door de aanleg van een bocht voor vrachtverkeer gaat maximaal 100 m2 van het GNN verloren. Er is geen sprake van significante effecten op de overige kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO. • Het projectgebied ligt op ruime afstand van overige beschermde gebieden. Nadelige gevolgen op bijvoorbeeld weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden zijn uitgesloten. Houtopstanden De bomen in en rond deelgebied ‘Productiebedrijf’ vallen binnen de bebouwingscontour houtkap. De bomen aan de zuid- en oostkant van dit deelgebied vallen onder oude bosgroeiplaatsen. Dit houdt in dat de bomen in dit deelgebied niet beschermd worden vanuit het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Het bevoegd gezag is hier de gemeente Lochem.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
32
Motivering BOPA
Advies en vervolgstappen • Bij het uitvoeren van de geplande ingrepen is het nodig om rekening te houden met broedende algemeen voorkomende vogels. Dit kan door zoveel mogelijk buiten het broedseizoen te werken. Een aantal soorten, zoals houtduif en merel, kunnen vroeg starten maar kunnen ook tot laat in het seizoen doorgaan met broeden. Daarom wordt geadviseerd om bij werkzaamheden in de periode half februari tot half november voorafgaand aan werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake kundige uit te laten voeren. Mochten broedende vogels aanwezig zijn en schade aan nesten is niet te voorkomen, dan dienen de werkzaamheden ter plekke te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen. Voor het verstoren van vogels geldt dat wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort, de werkzaamheden niet uitgesteld hoeven te worden. Echter is hiervoor wel een nadere onderbouwing nodig voor de aangetroffen soort(en). • De specifieke zorgplicht ten aanzien van soorten is altijd van toepassing. Daarnaast geldt voor het opzettelijk doden van dieren geen vrijstelling van vergunningplicht in Gelderland. In paragraaf 3.7 van de quickscan zijn voorzorgsmaatregelen genoemd om nadelige gevolgen voor soorten te voorkomen.
Indien volgens deze voorzorgsmaatregelen wordt gewerkt én dit wordt vastgelegd in een logboek (of ecologisch werkprotocol) kan worden aangetoond dat er zorgvuldig en conform de specifieke zorgplicht wordt gewerkt. • Aanvullend onderzoek is nodig om de effecten van stikstofemissie tijdens de werkzaamheden in beeld te brengen. Met een zogenoemde stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS Calculator kan worden beoordeeld of er vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet nodig zijn voor Natura 2000-gebieden (zie hiervoor het stikstofdepositieonderzoek verderop in deze paragraaf). • Verder is een nadere controle in de bladloze periode nodig om te bepalen of er nesten of holtes in de bomen aanwezig zijn binnen een straal van 200 meter rondom de geplande werkzaamheden. Indien potentiële jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen of eekhoorn worden vastgesteld en schade of verstoring is niet te voorkomen, dan is eerst aanvullend onderzoek en vervolgens eventueel een omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit nodig voor het uitvoeren van de werkzaamheden. • Schade aan kleine marterachtigen, egel en hazelworm kan worden uitgesloten door houtwallen, takkenhopen en bosschages in het projectgebied te ontzien. Wanneer dit niet mogelijk is, is voor hazelworm aanvullend onderzoek noodzakelijk.
Voor kleine marterachtigen en egel kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd zonder aanvullend onderzoek. • Indien iepen worden geveld is nader onderzoek en/of een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit ten behoeve van iepenpage en grote vos. • Voor het GNN is het noodzakelijk om een compensatieplan op te stellen conform paragraaf 5.2.1 van de Omgevingsverordening van Provincie Gelderland. Het voorgenomen initiatief waarbij oppervlak van het GNN verloren gaat wordt namelijk alleen toegestaan wanneer deze de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Resultaten GNN-toets Naar aanleiding van de resultaten van de Quickscan blijkt dat een deel van het projectgebied binnen de begrenzing van het GNN ligt en dat sprake is van verlies van een klein oppervlak aan GNN met de ontwikkelingsdoelen ‘Ontwikkeling van soortenrijke bossen met meer natuurlijke structuur en samenstelling’ en ‘Ontwikkelen bosranden’. Conform de instructieregels uit de Omgevingsverordening
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
33
Motivering BOPA
Gelderland is hiervoor een compensatieplan 5 opgesteld. Deze is integraal als bijlage 6 bij deze motivering gevoegd. In dit plan is aangegeven dat in totaal maximaal 100 m2 van het GNN wordt aangetast. Omdat het om een natuurtype gaat met een ontwikkeltijd van 25 tot 100 jaar, wordt een compensatietoeslag gerekend van 2/3e deel. De compensatieopgave komt daarmee uit op 167 m2. De compensatie vindt plaats op een agrarisch perceel op circa 380 meter afstand ten zuiden van het te aan te tasten oppervlak. In bijgaande figuur is dit in beeld gebracht.
Figuur 17 – Het te realiseren GNN (oranje omlijnd) en het compensatiegebied (groen omlijnd) ten opzichte van het GNN verlies (rood omlijnd) en het GNN (donker groen) Bron: Compensatieplan, Ecogroen.
Dit compensatiegebied grenst aan het GNN. In het compensatiegebied wordt een natuurtype teruggebracht dat gelijkwaardig is aan het aan te tasten natuurtype. Droog bos met productie (N16.03) gaat verloren en wordt teruggebracht in de vorm van Dennen-, eiken-, en beukenbos (N15.02). Middels beheer en monitoring wordt gewaarborgd dat dit natuurtype ook daadwerkelijk tot stand komt. Resultaten Stikstofdepositieonderzoek Voor het aspect stikstofdepositie is door adviesbureau SAB een onderzoek uitgevoerd, door middel van zogenaamde AERIUS-berekeningen. Het betreffende onderzoek 6, met daarin ook de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen, is als bijlage 7 bij deze motivering gevoegd.
5
Ecogroen, ‘Compensatieplan Gelders Natuurnetwerk, Vitens Lochem’, 10 december 2025 SAB, ‘Onderzoek stikstofdepositie. Lochem, nieuwbouw Pb. Gemeente Lochem’, 14 november 2025 6
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
34
Motivering BOPA
Uit de uitgevoerde stikstofdepositieberekeningen van de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten zijn. Er is geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd. Conclusie Als onderdeel van de uitwerking van de plannen, waaronder ook de (landschappelijke) inrichting van het terrein, zal een nadere controle plaatsvinden om te bepalen of er nesten of holtes in de bomen aanwezig zijn. Indien potentiële jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen of eekhoorn worden vastgesteld en schade of verstoring niet te voorkomen is, dan zal aanvullend onderzoek worden uitgevoerd en vervolgens een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Dat geldt ook voor de soorten marterachtigen, egel en hazelworm als bij de uitwerking van de plannen blijkt dat het niet mogelijk is om houtwallen, takkenhopen en bosschages te ontzien en voor vlindersoorten (iepenpage en grote vos) als er iepen moeten worden geveld.
Als onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit zal ook een activiteitenplan opgesteld worden, waarin wordt ingegaan op de mitigerende en compenserende maatregelen die zullen worden getroffen om negatieve effecten op de betreffende soorten zoveel mogelijk te beperken, zodat de gunstige staat van instandhouding van de soorten niet in gevaar wordt gebracht. De omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is een aparte vergunningprocedure die de verlening van een omgevingsvergunning voor een BOPA niet in de weg staat. De werkzaamheden zullen niet eerder starten dan dat de vergunning voor de flora- en fauna-activiteit is verleend en uitvoering is gegeven aan het activiteitenplan. Daarmee wordt voldaan aan de Omgevingswet. En om zeker te stellen dat voorgestelde GNN-compensatie uit het specifiek voor dit project opgestelde compensatieplan ook wordt nagekomen, is aan deze BOPA een voorschrift verbonden dat verplicht tot het uitvoeren én in stand houden van de genoemde compensatiemaatregelen. Bezien vanuit het aspect natuur is er, met inachtneming van bovengenoemd stappenplan en te hanteren voorschrift aan de vergunning met betrekking tot compensatiemaatregelen, sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 5.12
OMGEVINGSVEILIGHEID (EXTERNE VEILIGHEID)
Regelgeving Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. Op basis van artikel 8.0b in dat besluit, gelden deze instructieregels ook bij een aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties, dient rekening gehouden te worden met zogenaamde plaatsgebonden risicocontouren en aandachtsgebieden van risicovolle activiteiten, transportroutes van gevaarlijke stoffen, buisleidingen en windturbines.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
35
Motivering BOPA
Toetsing Een productielocatie voor drinkwater wordt niet als (beperkt) kwetsbaar object aangemerkt. Ook worden door het project zelf geen activiteiten met gevaarlijke stoffen mogelijk gemaakt. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het projectgebied niet binnen brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebieden ligt (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten). Daarmee is een nadere onderbouwing en afweging van het aspect omgevingsveiligheid voor de nieuwe productielocatie aan de Onder Langs in Lochem niet nodig. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het project. 5.13
ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
Beleid Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land niet tot ontploffing gekomen ontplofbare oorlogsresten (achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie die explosieve stoffen bevat) in de bodem achtergebleven. Dit is ook op sommige locaties in de gemeente Lochem het geval. In verband met veiligheid en ruimtelijke ontwikkelingen kan het noodzakelijk zijn om ontplofbare oorlogsresten 7 op te sporen en op te ruimen. Toetsing Het plangebied maakt deel uit van een gebied waar in 2023 een zogenaamd historisch vooronderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO). De rapportage 8 van dit onderzoek is als bijlage 8 bij deze motivering gevoegd. Op basis van het uitgevoerde historisch vooronderzoek blijken geen indicaties van oorlogshandelingen waardoor OO in de bodem van het plangebied kunnen voorkomen. De grondroerende werkzaamheden kunnen, zonder verdere maatregelen, worden uitgevoerd. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat, indien tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen, het protocol ‘Spontaan aantreffen van OO’ moet worden gevolgd. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor het project. 5.14
TRILLINGEN
Regelgeving Paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl bevat instructieregels voor het aspect trillingen. Deze regels zijn van toepassing op het toelaten van een activiteit die trillingen veroorzaakt op een trillinggevoelig gebouw, of op het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen worden veroorzaakt door een activiteit. Deze regels gelden niet voor activiteiten die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte worden verricht, evenementen die niet plaatsvinden op een evenementenlocatie en verkeer van wegen, vaarwegen en spoorwegen.
7
Voorheen Niet Gesprongen Explosieven (NGE) genoemd Lycens, ‘Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten. Conflictperiode. Kabeltracé, Lochem’ (Rapportnr. 2023-40), juni 2023 8
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
36
Motivering BOPA
Artikel 5.83 Bkl bepaalt dat rekening moet worden gehouden met trillingen door activiteiten op trillinggevoelige gebouwen. In het Bkl (artikel 5.87 en 5.87a) zijn standaardwaarden opgenomen voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen. Als aan de standaardwaarden wordt voldaan, is sprake van aanvaardbare situatie. In het Omgevingsplan Lochem (bruidsschat) zijn voor continu voorkomende trillingen de standaardwaarden opgenomen conform de instructieregels van het Bkl. Toetsing Met voorliggend project is geen sprake van de realisatie van nieuwe trillinggevoelige gebouwen, zoals woningen. En hoewel er als onderdeel van de bedrijfsactiviteiten van het nieuw te realiseren drinkwaterproductiestation pompen worden ingezet, zijn dit nieuwe installaties met specificaties die geen noemenswaardige trillingshinder naar de omgeving veroorzaken. Ervaringen uit andere projecten elders bevestigen dit beeld. Bovendien zijn bij funderingen op staal geen trillingsprognoses vereist, aangezien deze methode als trillingsarm wordt beschouwd. En nadere onderbouwing en/of toetsing aan de trillingswaarden uit het Bkl/omgevingsplan wordt om deze reden niet nodig geacht. Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor het plan. 5.15
VERKEER EN PARKEREN
Beleid Ruimtelijke ontwikkelingen moeten vooraf getoetst worden op verkeer en parkeren. Het parkeerbeleid in de gemeente Lochem is verwoord in de 'Nota Parkeernormen 2020' van 22 september 2020 (en vastgesteld door de gemeenteraad op 3 december 2020). Dit beleid is planologisch vastgelegd in het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeernormen’. Er zijn parkeernormen voor diverse functies vastgelegd, waarbij de toe te passen parkeernorm ook afhankelijk is van het gebied waarbinnen de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing De nieuwe drinkwaterproductielocatie aan de Onder Langs heeft geen noemenswaardige gevolgen voor de verkeerssituatie. Het gebruik van het productiestation is extensief en bestaat vooral uit periodiek bezoek aan de locatie ten behoeve van regulier onderhoud, beheer en controle (beveiliging). Het aantal verkeersbewegingen dat daarmee gepaard gaat is erg laag (in het stikstofdepositieonderzoek is vanuit een worst-case benadering rekening gehouden met 1 motorvoertuig per dag) en leidt er zeker niet toe dat de verkeersveiligheid in de directe omgeving in het geding komt. Verder wordt er gebruik gemaakt van de bestaande in- en uitrit op de Onder Langs, ter hoogte van het huidige productiegebouw aan de Paasberg. Wel wordt deze verbreed en anders ingericht.
Bovendien wordt ten behoeve van het regulier onderhoud en beheer geparkeerd op ‘eigen terrein’ van de productielocatie. Hiervoor is voldoende ruimte binnen het plangebied aanwezig. Zoals uit figuur 8 valt om te maken zijn er in de nu voorliggende plannen 3 parkeerplaatsen ten westen van het nieuwe productiegebouw gereserveerd. Dit aantal parkeerplaatsen wordt, in vergelijking met soortgelijke productielocaties elders, als voldoende beschouwd.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
37
Motivering BOPA
Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het project. 5.16
WEGING VAN HET WATERBELANG
Regelgeving Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties hoort ook goed omgaan met waterbelangen. In artikel 5.37 van het Bkl is aangegeven dat rekening gehouden dient te worden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen, al dan niet met een doorwerking naar programma’s en verordeningen (o.a. provinciale verordening en waterschapsverordening). Hieronder is een overzicht gegeven van relevante nota’s aangaande de waterhuishouding, uitgesplitst naar de verschillende bestuursniveaus. Allen hebben als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Europa • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal • Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP); • Waterwet. Provinciaal • Regionaal Waterprogramma Gelderland 2021-2027 (RWP) • Omgevingsvisie Gaaf Gelderland; • Omgevingsverordening Gelderland; Regionaal/ lokaal • Waterbeheerprogramma Rijn en IJssel 2022-2027; • Gemeentelijk Riolering Plan Lochem 2021-2025 (GRP). Het regionale en lokale beleidskader wordt nader toegelicht. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving.
De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s: 1. Klimaatrobuust gebied; 2. Veilig gebied; 3. Circulaire Economie en Energietransitie; 4. Gezonde leefomgeving. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met de partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
38
Motivering BOPA
beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruikt het waterschap de (digitale) watertoets. Gemeentelijk Riolering Plan Lochem 2021-2025 In het GRP zijn diverse hydrologische uitgangspunten vastgelegd die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het voorliggende gebied zijn met name de volgende uitgangspunten van belang. Watersysteem • Uitgangspunt bij ruimtelijke plannen is dat deze hydrologisch neutraal worden aangelegd. Dit betekent dat het omliggende watersysteem niet zwaarder belast zal worden ten gevolge van de ontwikkeling; • Het waterschap toetst het watersysteem bij nieuwbouw op inundatie voor een neerslag van T100+10% (T100 = herhalingstijd van eens in de honderd jaar en 10% extra neerslag ten gevolge van klimaatontwikkeling). Afvalwater en hemelwater • Nieuwbouw gaat uit van de primaire verwerking van hemelwater op het eigen terrein naar de bodem. Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, vanwege te hoge grondwaterstanden en/of slecht doorlatende bodem, zal het hemelwater buiten het particuliere terrein verwerkt worden. In dat geval dient het hemelwater te worden afgevoerd naar oppervlaktewater en/of naar centrale wadi’s binnen het plangebied.
• Het afvalwater en hemelwater moeten altijd gescheiden worden aangeleverd tot aan de erfgrens ongeacht het rioolsysteem dat in het openbaar gebied is aangelegd; • De gemeente draagt als eigenaar en beheerder zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in het openbare gebied. • Het hemelwater stroomt zoveel mogelijk zichtbaar af naar oppervlaktewater of naar een centrale infiltratievoorziening, bij voorkeur een wadi. Als bovengrondse noodoverlaat/ afvoer redelijkerwijs niet kan, wordt het hemelwater via een hemelwater- of IT (infiltratie) -riool afgevoerd naar de waterberging. Weging van waterbelang Oppervlaktewater en beschermingszones In het midden van het plangebied is in de huidige situatie een zogenaamde infiltratievijver aanwezig. De infiltratievijver is vergelijkbaar met een wadi, maar wordt ook gebruikt als incidentele overstort voor het huidige en nabijgelegen productiebedrijf van Vitens (gelegen aan de Paasberg 4). De planlocatie ligt dan ook in een beschermingsgebied voor drinkwaterwinning (waterwingebied). Verder is er in /nabij het projectgebied geen oppervlaktewater aanwezig. Waterbergingsopgave en watercompensatie Binnen het plangebied is nu geen bebouwing of verharding aanwezig. De locatie is voornamelijk in gebruik als open grasveld en speelveld. In het zuidelijk deel van het terrein is het nieuwe productiegebouw van Vitens voorzien.
In de nu voorliggende plannen wordt uitgegaan van een gebouw met een oppervlakte van ruim 1.400 m2 (afmeting van ongeveer 55m x 20-25m). Noordelijk van dit nieuwe gebouw zijn bijbehorende bouwwerken in vorm van opslagtanks, kelders en zandvangers voorzien, met een totale oppervlakte van ca. 360 m2.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
39
Motivering BOPA
Daarbij worden diverse onderhoudspaden aangelegd, evenals verharding ten behoeve van de ontsluiting van het terrein, logistiek, nutsvoorzieningen en ook enkele parkeerplaatsen. De terreinverharding bedraagt ca. 830 m2. Uitgegaan wordt van betonstraatsteen, in combinatie met grasbeton, waarbij enkele terreindelen als vloeistofdichte vloer worden aangelegd conform de standaarden van Vitens. Ten opzichte van de huidige situatie neemt de verharding binnen het projectgebied daarmee in totaal met ca. 2.600 m2 toe. Zie ook figuur 8 waarin de toekomstige inrichting (voorlopig ontwerp) van het perceel is weergeven. Uitgangspunt bij ruimtelijke plannen is dat deze hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat het omliggende watersysteem niet zwaarder belast zal worden ten gevolge van de ontwikkeling. Het waterschap Rijn en IJssel (WRIJ) gaat er daarbij vanuit dat een bui die ca. eens per 100 jaar voorkomt (bui T100), in het projectgebied wordt geborgen en vertraagd wordt afgevoerd naar het grond- en/of oppervlaktewater. Daarbij dient rekening gehouden te worden met klimaatontwikkeling door de bui met 10% te vergroten (bui T100+10%). Uitgangspunt is dat voor de toename aan verhardingen in het gebied compensatie moet plaatsvinden: 80 mm per verhard oppervlak dient vastgehouden, geborgen en vertraagd afgevoerd te worden.
Op grond van dit uitgangspunt dient rekening te worden gehouden met een waterbergingsvolume van minimaal 208 m3 (80mm/1000 (= 0,08) x 2600 m2). Als onderdeel van de bedrijfsactiviteiten van Vitens wordt in het noordelijk deel van een calamiteitenvijver aangelegd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het aanwezige hoogteverschil van het terrein. Het zuidelijk (en laagste) deel zal als permanent watervoerend deel dienen. In totaal zal de calamiteitenvijver een capaciteit krijgen van ruim 650 m3 (zie hiervoor ook figuur 8). Bovendien zal ten zuiden van het nieuwe productiegebouw ook nog een wadi worden aangelegd. Daarmee wordt (ruimschoots) voldaan aan de bergingsopgaven om de toename aan verharding binnen het projectgebied te compenseren. Overigens zal de huidige infiltratievijver komen te vervallen. Er zal een nieuwe infiltratievijver worden aangelegd op een locatie buiten het plangebied. Deze locatie (kadastraal perceel LCM00-G-417, op ca. 700 meter ten zuidoosten van het plangebied) is ook in eigendom van Vitens en zal tevens worden gebruikt als incidentele overstort voor het productiebedrijf. Klimaatadaptie Binnen het projectgebied zijn geen ondiepe grondwaterstanden aanwezig. En daar waar de nieuwe bebouwing is voorzien is evenmin sprake van wateroverlast bij extreme buien. Problemen hieromtrent worden dan ook niet verwacht.
Dit blijkt ook uit gegevens van de klimaatatlas (https://www.weetvanwater.nl/klimaatatlas). Bovendien krijgt een deel van het nieuw te bouwen productiegebouw een groen dak (met sedum en/of grassen). In combinatie met de nieuw aan te leggen wadi wordt bovendien ingezet op het tegengaan van verdroging en hittestress. Afval- en hemelwater Het afvalwater dat in het productiegebouw van Vitens ontstaat, wordt behandeld en hergebruikt in het productieproces, wat bijdraagt aan duurzaam waterbeheer. Het overtollige hemelwater afkomstig van het dakoppervlak van het productiegebouw wordt opgevangen en via een IT-riool afgevoerd naar de nieuw te realiseren infiltratievijver buiten het plangebied.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
40
Motivering BOPA
Wateradvies Om de waterbelangen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, is specifiek voor dit project een digitaal wateradvies aangevraagd via de website www.hetwateradvies.nl. Aan de hand van een vragenboom is beoordeeld of, en zo ja, welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. In dit kader wordt ook verwezen naar Bijlage 9 van deze motivering. Op basis van de uitkomsten van de digitale toets is vastgesteld dat de normale procedure van het Waterschap van toepassing is. In het kader van deze ‘normale procedure’ is het project op 18 augustus 2025 digitaal aangemeld bij het waterschap Rijn en IJssel. Zij hebben per email (d.d. 26 augustus 2025) laten weten dat het belang van water in het plan en de waterparagraaf voldoende is meegewogen. Ook zijn de relevante waterthema’s voldoende uitgewerkt. Conclusie Het waterbelang is afgewogen en er zijn geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding in het projectgebied en omgeving te verwachten. 5.17
M.E.R.-BEOORDELING
Regelgeving De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Ow en in hoofdstuk 11 van en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Daarin is bepaald dat bij de voorbereiding van besluiten (zoals een BOPA) voor projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Welke projecten dat betreft is aangegeven in bijlage V bij het Ob. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen: • mer-plichtige projecten: projecten waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt omdat zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben; • mer-beoordelingsplichtige projecten: projecten waarvoor moet worden beoordeeld of zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en, als dat het geval is, waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Bij mer-beoordelingsplichtige projecten dient het bevoegd gezag te beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en een besluit te nemen of er een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. Hierbij houdt het bevoegd gezag rekening met de relevante criteria van bijlage III van de Europese mer-richtlijn (2011/92/EU). De drie hoofdcriteria zijn: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten.
Toetsing Het onderhavige project voorziet in de realisatie van een nieuw drinkwaterproductiestation in het bestaand stedelijk gebied van de kern Lochem. Het initiatief kan daarmee in principe worden gekwalificeerd als ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in onderdeel J11 van bijlage V van het Ob. Voor dit type project gelden geen drempelwaarden voor een m.e.r-plicht, maar geldt wel dat bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk project sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. In dat kader wordt ook wel gesproken van een ‘project-m.e.r.-beoordelingsplicht’.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
41
Motivering BOPA
Daarom is voor de beoogde ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling 9 uitgevoerd. Hiervoor is een separate notitie opgesteld die als bijlage 10 bij deze motivering is opgenomen. Hieruit volgt dat de ontwikkeling niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het volgen van een m.e.r.-procedure is daarom niet nodig. Conclusie Voor het voorliggende project hoeft géén m.e.r.-procedure te worden doorlopen.
9
mRO B.V., ‘Notitie m.e.r.-beoordeling Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs (ong.). Gemeente Lochem’, 23 december 2025 Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
42
Motivering BOPA
6
HAALBAARHEID
6.1
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
In de gemeente Lochem is participatie altijd verplicht gesteld bij het aanvragen van een BOPA (‘Participatieplicht bij Bopa onder de Omgevingswet’, vastgesteld door de raad d.d. 5 juli 2021). Dit geldt ook voor het voorliggende project. Voor de realisatie van het nieuwe drinkwaterproductiebedrijf in Lochem heeft Vitens de omgeving actief en op meerdere momenten betrokken bij haar plannen. Daarbij zijn onder andere de locatie, vormgeving van het gebouw en inrichting van het perceel aan de orde gekomen. Partijen die niet actief zijn betrokken in de planvorming, hebben zich via diverse communicatiemiddelen en ook een brede bewonersbijeenkomst op de hoogte kunnen stellen over dit initiatief. Bovendien zijn er nog diverse onderwerpen waar in het vervolg nog participatie over zal plaatsvinden. Van het participatietraject is een uitgebreid verslag 10 gemaakt dat als bijlage 11 bij deze motivering is toegevoegd. 6.2
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID
Het project betreft een initiatief van waterdrinkbedrijf Vitens. De financiering van het project alsmede alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering daarvan komen dan ook volledig voor rekening en risico van Vitens. Hiervoor wordt tussen de initiatiefnemer en de gemeente Lochem een anterieure overeenkomst afgesloten, te meer omdat de gemeente Lochem nu nog eigenaar is van de gronden binnen het projectgebied. Voor het in behandeling nemen van het project en de procesbegeleiding worden kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges voor de buitenplanse afwijking.
10
Participatieverslag nieuwbouw productiebedrijf Lochem
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
43
Motivering BOPA
7
CONCLUSIE: EVENWICHTIGE TOEDELING FUNCTIES AAN LOCATIES
Met het voorliggende project is beoogd om de fysieke leefomgeving op de gronden aan de Onder Langs in Lochem te benutten voor de realisatie van een nieuw drinkwaterproductiebedrijf van Vitens. Als onderdeel van dit productiebedrijf wordt een nieuw productiegebouw gerealiseerd met bijbehorende en noodzakelijke voorzieningen zoals een reinwaterkelder, opslagtanks en een calamiteitenvijver, benodigde infrastructuur (boven- en ondergronds). Het nieuwe bedrijfsperceel wordt ook landschappelijk ingepast. Voor dit project wordt uitgegaan van een gefaseerde BOPA, gebaseerd op artikel 12.27a Bkl (zie paragraaf 1.3.2). Dit betekent dat in eerste instantie alleen een omgevingsvergunning voor de functiewijziging (ruimtelijk deel) wordt verleend, een ‘planologisch basisbesluit’ (fase 1). Daarna zullen de benodigde omgevingsvergunningen voor het (technisch) bouwen en uitvoeren van werken en werkzaamheden nog moeten worden aangevraagd (fase 2). Deze vergunningen kunnen worden verleend op basis van het planologisch basisbesluit uit fase 1, mits voldaan wordt aan de daarin opgenomen voorschriften (zie hieronder).
Uit de voorgaande hoofdstukken volgt dat: • de realisatie noodzakelijk is vanwege de alsmaar toenemende vraag naar drinkwater, onder meer vanwege de bevolkingsgroei en klimaatverandering; • het bestaande productiebedrijf Lochem (huidige locatie: Paasberg 4) verouderd is en daardoor de vergunde wincapaciteit niet volledig benut kan worden; • deze vergunde capaciteit wel nodig is voor een robuust en toekomstbestendige drinkwatervoorziening voor het cluster GelderlandOost; • nieuwbouw noodzakelijk is omdat de ruimte rondom het bestaande productiegebouw beperkt is en het huidige drinkwaterproductiebedrijf ook in gebruik moet blijven totdat het nieuwe productiebedrijf in gebruik is genomen; • het project ruimtelijk-stedenbouwkundig aanvaardbaar is door: o het productiegebouw te situeren op de locatie waar het terrein het laagste is en het hoogste deel van het gebouw juist op de hoek Hessenweg – Onder Langs te positioneren; o de omvang die nodig is voor de productie als maximale omvang voor te schrijven; o deze maximale omvang van de gebouwen zorgvuldig in te passen met de uiterlijke verschijningsvorm van het productiegebouw; o de situering en landschappelijke inpassing van de overige gebouwde voorzieningen, zoals opslagtanks; o de landschappelijke inpassing van het terrein met een groene omlijsting, o de groene herinrichting van het gedeelte met de calamiteitenvijver en het
noordelijke gedeelte van het terrein; • het project voldoet aan de instructieregels van Rijk en provincie; • de gevolgen voor de fysieke leefomgeving (waaronder de milieuhygiënische inpasbaarheid) aanvaardbaar zijn; • de nieuwe drinkwaterwatervoorziening voor schoon drinkwater zorgt en daarmee essentieel is voor de (volks)gezondheid; • er meerdere raadplegende en informerende participatiemogelijkheden zijn geweest in de vorm van individuele gesprekken en informatieavonden;
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
44
Motivering BOPA
•
de betrokken belangen, waaronder de belangen die gemoeid zijn met het project en de belangen van omwonenden, zijn gewogen en deze niet onevenredig worden aangetast.
Na afweging van alle betrokken belangen wordt geconcludeerd dat er bij het project sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het project derhalve aanvaardbaar is, mits de volgende voorschriften aan de BOPA worden verbonden en acht genomen: 1.
Voorschriften met betrekking tot ligging en omvang van het nieuw te bouwen productiegebouw en bijbehorende bouwwerken: Productiegebouw • Het nieuwe productiegebouw is uitsluitend toegestaan binnen bouwvlak 1, zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart in de bijlage 12; • De bouwhoogte van het productiegebouw mag niet meer bedragen dan de hoogten die zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart in de bijlage 12. • Daarbij dient in acht te worden genomen dat de uiterlijke verschijningsvorm van het productiegebouw een gebogen groen dak krijgt. Bijbehorende bouwwerken • Bijbehorende bouwwerken zoals trafo’s, opslagtanks, kelders, zandvangers en wanden zijn toegestaan binnen bouwvlak 2, zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart in bijlage 12; • De bouwhoogte van deze bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan de hoogten die zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart in de bijlage 12. • Buiten bouwvlak 1 en bouwvlak 2 zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart in de bijlage 12, zijn uitsluitend bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 meter. Gemeten wordt overeenkomstig de meetregels uit het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Lochem (Bestemmingsplan ‘Lochem Oost 2011’).
2.
Voorschriften met betrekking tot het aspect geluid: Bij de bouw van het productiegebouw dienen aan de installaties zodanig maatregelen getroffen te worden dat een geluidsreductie van 15 dB wordt gerealiseerd, zoals beschreven in hoofdstuk 6 van het geluidsonderzoek (Alcedo B.V., kenmerk: 25-11664.R01.V03) dat opgenomen is als bijlage 4 bij de motivering.
3.
Voorschrift met betrekking tot de GNN-compensatie: Het gebruik van de gronden binnen het projectgebied als productiestation voor drinkwaterwinning is uitsluitend toegestaan, indien de GNN-compensatie wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden overeenkomstig het ‘Compensatieplan Gelders Natuurnetwerk, Vitens Lochem’ dat als bijlage 6 van deze motivering is opgenomen, waarbij geldt dat de compensatie binnen 12 maanden na gereedmelding (als bedoeld in artikel 2.21 lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving) van het nieuwe productiegebouw dient te zijn gerealiseerd.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
45
Motivering BOPA
4.
Voorschriften met betrekking tot de landschappelijke inpassing in de omgeving: • Ter plaatse van de ‘zone groene omlijsting’ zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart in bijlage 13, dient de bestaande groene omlijsting van het plangebied te worden behouden en versterkt, waarbij: o ter plaatse van de huidige ontsluiting aan de Onder Langs een bredere verkeersveilige ontsluiting is toegestaan die de omlijsting doorsnijdt; o vanwege de noodzakelijke nieuwe ondergrondse leidingen een doorsnijding van de groene omlijsting is toegestaan; • Ter plaatse van de ‘zone calamiteitenvijver’ zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart in bijlage 13, dient een calamiteitenvijver met een geleidelijk aflopend talud te worden aangelegd, voorzien van heestergroepen van inheemse beplanting en gras of kruidenrijk grasland voor schrale grond; • Ter plaatse van de ‘zone noordelijk deel’ zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart in bijlage 13, dient het gebied ingericht te worden met gras of kruidenrijk grasland voor schrale grond, en heestergroepen van inheemse beplanting op de overgang naar de calamiteitenvijver.
5.
Voorschriften met betrekking tot benodigde vervolgonderzoeken inzake milieuen omgevingsaspecten: •
•
Archeologie: bij bodemverstorende activiteiten in de specifiek geselecteerde zone overeenkomstig het advies in het archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek (Kenmerk CML/ALG/HAMA/244895) dat opgenomen is als bijlage 2 bij de motivering, dient een nader inventariserend veldonderzoek met proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd te worden, voorafgegaan aan een goedgekeurd PvE door het bevoegd gezag. Flora & fauna/ beschermde soorten: Als onderdeel van de uitwerking van de plannen moet nadere controle plaatsvinden naar nesten of holtes in bomen en indien noodzakelijk aanvullend onderzoek naar jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen of eekhoorn zoals aangegeven in bijlage 5 bij de motivering. Dat geldt ook voor de soorten marterachtigen, egel en hazelworm als bij de uitwerking van de plannen blijkt dat het niet mogelijk is om houtwallen, takkenhopen en bosschages te ontzien en voor vlindersoorten als er iepen moeten worden geveld.
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
46
Motivering BOPA
BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
47
Motivering BOPA
BIJLAGE 1. VOORLOPIG ONTWERP – DEF. VERSIE
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 2. ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK (BUREAU- EN VERKENNEND BOORONDERZOEK)
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 3. VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 4. GELUIDONDERZOEK (ACTIVITEITEN)
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 5. QUICKSCAN NATUURTOETS
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 6. COMPENSATIEPLAN GNN
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 7. STIKSTOFDEPOSITIEONDERZOEK
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 8. VOORONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 9.
RESULTAAT DIGITAAL WATERADVIES
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 10. M.E.R.-BEOORDELING
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 11. PARTICIPATIEVERSLAG
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 12. KAARTBIJLAGE VOORSCHRIFTEN BOUWREGELS
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
BIJLAGE 13. KAARTBIJLAGE VOORSCHRIFTEN TERREININRICHTING
Gemeente Lochem Nieuw drinkwaterproductiebedrijf Onder Langs ong., Lochem mRO b.v. / MOT / 99.589 – v4 / 18 mei 2026
Motivering BOPA
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl