Bijlage 1. IHP Lochem 22 april 2026
Tekst van het document
Gemeente Lochem Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Uitvoeringsperiode 2026-2041 22 april 2026 1
Inhoud 0 Samenvatting
3
1 Introductie
5
2 Kapstok
8
3 Uitgangssituatie
13
4 Uitdagingen
20
5 Ambitie
24
6 Perspectieven
35
7 Faseringsplan
49
8 Financiën
54
9 Organisatie
63
0
Samenvatting
EPSE EPSE vd Hoevenschool
Joppeschool Upgraden
Vervangende nieuwbouw
HARFSEN HARFSEN Beatrixschool
GORSSEL GORSSEL Vullerschool Vervangende nieuwbouw (in ontwikkeling)
Renoveren, tenzij
LAREN LAREN De Branink & Pr. W. Alexander & Bartimeus
VSO Suringarcollege Uitbreiden (in ontwikkeling)
EEFDE EEFDE
Mogelijke of feitelijke fysieke combinaties van scholen
Vervangende nieuwbouw (in ontwikkeling)
De Bargeweide Vervangende Nieuwbouw Villa 60 Geen maatregelen
ALMEN ALMEN Julianaschool Restaureren, tenzij
Mr. G. Propschool & Prins Hendrik Geen maatregelen
LOCHEM LOCHEM De Rank & de Vennegötte
St. Joseph Geen maatregelen
Renoveren, tenzij
Staring College Strategisch perspectief ISK
BARCHEM BARCHEM De Barchschole Renovatie, tenzij
1
Introductie
Beleidsbasis voor adequate schoolgebouwen Doelstelling plan In dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2026-2041 zetten we uiteen welke maatregelen op het gebied van onderwijshuisvesting nodig zijn om bij te dragen aan de ambitie dat iedere leerling zich kansrijk kan ontplooien.
Bestaande plan vervalt Met het vaststellen van dit nieuwe huisvestingsplan, vervalt het bestaande Integraal Huisvestingsplan Onderwijs uit 2018. De inhoud van het bestaande plan is uiteraard wel als input gebruikt voor het opstellen van dit plan.
Looptijd plan Dit plan heeft een looptijd tot 2041. Via deze lange doorkijk kan gemeente tijdig anticiperen op maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen onze schoolbesturen gerichte keuzes rondom onderhoud en exploitatie maken en zijn we gezamenlijk in staat steeds meer toe te werken naar het verwezenlijken van klimaatdoelen.
Status plan Dit Integraal Huisvestingsplan is een zogeheten ‘gentle agreement’. Het plan heeft geen formele afdwingbare juridische rechtskracht, maar is ook niet vrijblijvend. Gemeente en schoolbesturen hebben beiden een ‘inspanningsverplichting’ om tot realisatie van de planinhoud te komen. Op het moment dat de gemeente en/of schoolbesturen het vertrouwen opzeggen in dit plan, wordt automatisch teruggevallen op de geldende verordening onderwijshuisvesting.
Basis voor aanvragen Dit plan is leidend voor de aanvragen die de schoolbesturen indienen. Uitgangspunt is dat de schoolbesturen buiten dit plan geen aanvragen indienen, tenzij het gaat om voorzieningen die niet in dit plan zijn opgenomen. Denk hierbij aan herstel van constructiefouten, uitbreidingen en de komst van een nieuw te vestigen school. Actualiseren verordening Alle lokale beleidskeuzes rondom onderwijshuisvesting worden in dit beleidsrijke plan opgenomen. Via een separaat traject wordt de ‘gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs’ (2017) het komende jaar geactualiseerd. Hierbij sluiten we aan op de bepalingen uit de meest actuele VNGstandaardverordening, waarbij het in tegenstelling tot dit plan niet gaat om een lokale beleidsbasis maar een wettelijke basis.
6
Beleidsbasis voor adequate schoolgebouwen Dynamisch plan Het is niet mogelijk om te voorspellen welke ontwikkelingen zich de komende twee decennia exact zullen voordoen. Gemeente en schoolbesturen blijven daarom structureel met elkaar in gesprek over de aansluiting van dit plan op de praktijk en eventueel noodzakelijke aanpassingen. Jaarlijks worden uitvoerende onderdelen uit dit plan gemonitord en geactualiseerd. De resultaten hiervan delen we met de gemeenteraad. Denk hierbij aan indexering, leerlingenontwikkelingen en voortgang van projecten. Eenmaal per vier jaar worden de visie en beleid van dit plan herijkt. Businessplan per project Dit plan biedt een doorkijk voor de komende jaren. Voor ieder afzonderlijk project uit dit plan wordt een afzonderlijk businessplan opgesteld door gemeente en schoolbestuur gezamenlijk, aan de hand waarvan concrete besluitvorming voor de uitvoering plaatsvindt. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het businessplan. Eventuele gevolgen worden opgenomen in de P&C cyclus.
Wettelijke taakverdeling Gemeente en schoolbesturen hebben op grond van de wetgeving beide hun taken en verantwoordelijkheden bij onderwijshuisvesting: Gemeente Lochem is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende adequate onderwijscapaciteit en bekostigt nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen. Via een nieuw wetsvoorstel wordt daar mogelijk in de toekomst ook renovatie van schoolgebouwen aan toegevoegd, al is vaststelling van dit nieuwe wetsvoorstel momenteel nog uiterst onzeker. Schoolbesturen zijn autonoom verantwoordelijk voor zaken als kwaliteit van het onderwijs, personeel, oprichten, opheffen en fuseren van scholen en onderhouden, aanpassen, beheren en exploiteren van de schoolgebouwen. Ook ligt het bouwheerschap van renovatie en nieuwbouw bij de schoolbesturen zelf.
Financiële inbedding Vaststelling IHP In het IHP staan voor de komende vier jaar de specifieke projecten, uitgangspunten en de financiële vertaling hiervan. Tegelijk met het vaststellen van het IHP worden de voorbereidingskredieten van de projecten die binnen vier jaar vallen beschikbaar gesteld. In de jaarlijkse begroting worden de voorbereidingsen uitvoeringskosten van de actuele projecten opgenomen. Meerjarenbegroting (vier jaren) In de meerjarenbegroting raamt de gemeente de projecten die binnen vier jaar worden voorbereid en/of worden uitgevoerd. Indexering bedragen Om te anticiperen op de inflatie, indexeert de gemeente de investeringsbedragen uit dit plan jaarlijks via de bouwkostenindex (BDB-index scholenbouw/nieuwbouw). De indexering wordt opgenomen in de P&C cyclus.
7
2
Kapstok
Onderwijs
Verenigingen
‘Noaberschap voor ieder kind’ Jeugdzorg
Ontmoeting Kinderopvang
9
Kindvisie ‘Noaberschap voor ieder kind’ Netwerken rondom opvoeding In de gemeente Lochem werken kinderopvang, scholen, maatschappelijke partners en gemeente samen aan een omgeving waarin kinderen en jongeren zich kunnen ontwikkelen. Samen bevorderen wij kansengelijkheid voor alle kinderen en jongeren in de leeftijd van 0–23 jaar met aandacht voor thuis, school en vrije tijd. Geïnspireerd door het ’noaberschap’ bouwen vrijwilligers en professionals samen een netwerk om kinderen heen. Zij maken het mogelijk dat ouders, opvoeders en verzorgers deze netwerken kunnen vinden wanneer zij steun nodig hebben. Vragen, problemen en culturen kunnen per wijk, dorp, gezin en kind verschillen; daarom leveren we hierbij altijd maatwerk.
Netwerken & huisvesting Deze netwerken bieden dus kansen om het verschil te maken. Huisvesting kan daarin ondersteunend zijn. Kinderen en professionals ontmoeten elkaar op de kinderopvang, in de scholen en bij de verenigingen. De partners stellen in hun gebouwen ruimte beschikbaar voor professionele ondersteuning van kinderen die bij hun ontwikkeling hobbels moeten nemen en die hen daarbij in de weg zitten. De gemeente Lochem kijkt bij het opstellen van het Integraal Huisvestingsplan onderwijs dan ook breder dan zij vanuit de wettelijke regelingen moet doen. Dit vanuit de overtuiging dat Noaberschap moet gelden voor ieder kind.
10
Omgevingsvisie ‘Krachtig in balans’ We gaan voor groei van de gemeente Lochem, zodat we in 2040 nog meer een gemeente worden met (boven)regionale aantrekkingskracht We streven naar multifunctioneel gebruik van voorzieningen, om bestaande of nieuwe locaties ook in te zetten voor andere sociale activiteiten. Bijvoorbeeld het combineren van een ontmoetingsplek en zorgpunt. Op deze manier kunnen gebouwen efficiënter gebruikt worden. We zetten in op een passend niveau van voorzieningen in onze dorpen en spannen ons in voor het voorzieningenbehoud van basisscholen en sportvoorzieningen in de dorpen. Hetzelfde geldt voor het behoud van het voortgezet onderwijs binnen de gemeentegrenzen.
Onze wijken zijn toekomstbestendig, klimaatadaptief, natuurinclusief, en zijn zoveel mogelijk energieneutraal en circulair gebouwd. We stimuleren toekomstbestendige bouw. We zetten in op circulair materiaalgebruik en natuurinclusief en klimaatbestendig ontwerpen, bouwen, renoveren en verbouwen en herstructureren van woonwijken en openbare ruimte en dus zoveel mogelijk biobased. De omgeving is klimaatbestendig ingericht met aandacht voor behoud en versterking van de biodiversiteit en met ruimte voor ontmoeten, spelen en bewegen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen streven we naar behoud en inpassing van bestaand waardevol groen.
11
Overige gemeentelijke beleidsambities Verduurzaming: Het college sluit zich aan bij de landelijke doelstelling om klimaatneutraal te zijn in 2050. Beperken van emissies van broeikasgassen. Het doel van klimaatadaptatie is minimale maatschappelijke schade, door klimaatverandering. De ambitie is een klimaatadaptieve inrichting in 2050. We concentreren ons voorlopig op ‘aardgasvrij-ready’. Dit betekent dat we door energie besparen en isoleren gebouwen klaar maken voor een alternatief voor aardgas. Leefbare kernen: Fijn wonen en leven; Aantrekkelijk en groen; Klimaatadaptief en klimaatbestendig; Veilig, gezond en inclusief. Inclusief onderwijs: : Inclusief onderwijs betekent dat alle jeugdigen zoveel mogelijk samen naar dezelfde school gaan. Dit geldt voor jeugdigen met een beperking, ontwikkelingsachterstand of gedrags- of emotionele problemen. Kinderen krijgen op school de goede ondersteuning. Biodiversiteit: Als gemeente willen we de afname van biodiversiteit op ons grondgebied een halt toe roepen en de biodiversiteit versterken waar het kan.
Riolering: Regen- en afvalwater wordt op een duurzame, effectieve en efficiënte manier verwerkt. Bewegen en spelen: Sport en bewegen zijn belangrijk voor onze gemeente, waarin inwoners elkaar ontmoeten, naar elkaar omzien, uitdagingen het hoofd kunnen bieden en goed in hun vel zitten. Dat kunnen we alleen met zijn allen realiseren. Woningbouw: Meer woningen zorgt voor nieuwe inwoners en dus mogelijk meer kinderen op een school. Het doel is 1.300 nieuwbouwwoningen tot en met 2030 in de gemeente Lochem. Behoud voorzieningen: We zetten in op een passend voorzieningenniveau in onze kernen. Onze wijken zijn toekomstbestendig, klimaatadaptief, natuurinclusief en zijn zoveel mogelijk energieneutraal en circulair gebouwd. Parkeren & mobiliteit: We bevorderen veilige schoolomgevingen en -routes. We zetten in op een toename van het aantal dagelijkse verplaatsingen per fiets. In samenwerking met scholen stimuleren van fietsgebruik bij het halen en brengen van de kinderen.
Geraadpleegde beleidsstukken Contouren Werkagenda route inclusief onderwijs Klimaatadaptatieplan Lochem 2021-2025 Biodiversiteitsplan Lochem Sport- en Beweegakkoord Lochem Uitvoeringsprogramma woningbouw 2025 Omgevingsvisie Lochem ‘Krachtig in balans’ Inclusief onderwijs in 2035 Rijksoverheid Nota parkeernormen 2020 Transitievisie warmte
12
3
Uitgangssituatie
EPSE J. v.d. Hoevenschool 127 leerlingen
Joppeschool GORSSEL J.A. de Vullerschool
114 leerlingen
HARFSEN Beatrixschool 101 leerlingen
225 leerlingen
LAREN Pr. W. Alexander De Branink 143 leerlingen
194 leerlingen
Bartimeus 18 leerlingen
VSO Suringarcollege 93 leerlingen
De Bargeweide
Mr. G. Propschool
101 leerlingen
EEFDE
Villa 60 137 leerlingen
217 leerlingen
ALMEN Julianaschool 71 leerlingen
Prins Hendrik 70 leerlingen LOCHEM LOCHEM De Rank St. Joseph 140 leerlingen De Vennegötte 220 leerlingen
Schoolbesturen gemeente Lochem Stichting Poolsterscholen
Varietas
Stichting Katholiek Basisonderwijs Gelderland
SOTOG
Gelderveste
Portuur Bartimeus
208 leerlingen
LOCHEM
Staring College 952 leerlingen
BARCHEM BARCHEM De Barchschole 120 leerlingen
Scholenlandschap t Voortgeze onderwijs
1 ) et ez l rtg iaa ijs oo ec rw (V p e S nd 2 O
18x
Basisscholen
15
15
Prognoses basisonderwijs De prognoses voor het gehele basisonderwijs in de gemeente Lochem zijn afgeleid van de open data van DUO (2025). Leerlingen uit het speciaal onderwijs en Oekraïense Leerlingenprognoses zijn niet meegenomen in deze prognoses. Leerlingenprognoses van nieuwprojecten tot 2030 zijn niet meegenomen.
2500
2000
De feitelijke ontwikkeling van leerlingenaantallen wordt continu gemonitord. De ontwikkeling van woningbouw en de samenstelling van deze woningbouw heeft uiteraard consequenties op het leerlingenverloop.
1500
Het is zaak om per specifiek project te bepalen voor welke leerlingenaantallen gebouwd gaat worden. Liefst niet te groot, maar ook niet te klein. Waar dit nodig wordt geacht, worden voor specifieke projecten actuele leerlingenprognoses opgesteld.
500
1000
0
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
16
Prognoses voortgezet onderwijs De prognoses voor het voortgezet onderwijs zijn afgeleid van de open data van DUO (2025). Leerlingprognoses uit het voortgezet speciaal onderwijs zijn niet meegenomen in deze prognoses. Leerlingprognoses van nieuwprojecten tot 2030 zijn niet meegenomen. De feitelijke ontwikkeling van leerlingenaantallen wordt continu gemonitord. De ontwikkeling van woningbouw en de samenstelling van deze woningbouw heeft uiteraard consequenties op het leerlingenverloop. Het is zaak om per specifiek project te bepalen voor welke leerlingenaantallen gebouwd gaat worden. Liefst niet te groot, maar ook niet te klein. Waar dit nodig wordt geacht, worden voor specifieke projecten actuele leerlingenprognoses opgesteld.
1200
1000
800
600
400
200
0
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
17
Leeftijden schoolgebouwen Hier zijn de leeftijden opgenomen van de schoolgebouwen binnen de gemeente, gebaseerd op de oorspronkelijke bouwjaren. De schoolgebouwen die momenteel in ontwikkeling zijn, zijn hier niet opgenomen: de Branink en Pr. W. Alexanderschool in Laren. Gemiddeld gezien is een schoolgebouw volgens gangbare opvattingen na circa veertig jaren toe aan een vernieuwingsslag. Dit is het moment dat een gebouw zodanig is verouderd op het gebied van functionaliteit en bouwtechniek, dat niet langer volstaan kan worden met de instandhoudingsvergoedingen die schoolbesturen van de rijksoverheid ontvangen. Een deel van de gebouwen dateert uit een periode (jaren ‘60-’70) waarin de bouwkwaliteit aan de magere kant was en waarin aspecten als gezond binnenklimaat en verduurzaming van gebouwen nog onderbelicht waren.
Julianaschool J.A. Vullerschool J. van de Hoeven Beatrixschool Joppeschool Barchschole De Bargeweide De Rank De Vennegotte St. Josephschool StaringCollege Villa 60 Mr. G. Propschool Pr. Hendrikschool 0
20
40
60
80
100
120
18
De kleuren in de tabel staan voor: Matige tot slechte kwaliteit Redelijke tot matige kwaliteit Goede tot redelijke kwaliteit Beoogd wordt om binnen dit plan voor alle schoolgebouwen die een totaalscore van rood of oranje hebben, te bekijken met welke maatregelen de knelpunten opgelost kunnen worden. Hiermee zou de gemeente medio 2040 weer helemaal ‘bij’ zijn op het gebied van gebouwkwaliteit van schoolgebouwen.
Gelderveste
1977
Joppeschool
Varietas
1966
J. v.d. Hoevenschool
Poolster
1935
De Vennegötte
Poolster
1980
De Rank
SKBG
1980
Julianaschool
Poolster
1912
De Barchschole
Poolster
1972
Beatrixschool
Poolster
1961
Staring College
Portuur
2004
St. Josephschool
SKBG
2002
Villa 60
Poolster
2008
Prins Hendrikschool
SKBG
2017
Meester G. Propschool
Poolster
2017
Totaalscore
De Bargeweide
Functionaliteit 3x
Bouwjaar
Exploitatie 2x
Bestuur
Binnenklimaat 2x
Schoolnaam
Bouwkundig 3x
De kwaliteitswaardering is afgeleid van de inschaling van bureau HEVO. Hierbij krijgen de criteria ‘bouwkundig’ en ‘functionaliteit’ de zwaarste urgentie (factor 3), vóór binnenklimaat en exploitatie (factor 2) en uitstraling (factor 1).
Uitstraling 1x
Kwaliteitswaardering schoolgebouwen
19
4
Uitdagingen
Uitdagingen onderwijshuisvesting
Veroudering gebouwen
Tempo van uitvoering
Structuur scholenlandschap
Ambitie versus randvoorwaarden
21
Uitdagingen onderwijshuisvesting Uitdaging 1 Veroudering schoolgebouwen
Uitdaging 2 Structuur scholenlandschap
De kwaliteit van onderwijs hangt van veel meer af dan alleen huisvesting. Denk aan de kwaliteit van personeel, manier van lesgeven, onderwijsconcept en netwerk. Maar huisvesting heeft wel degelijk direct en indirect invloed op de onderwijskwaliteit en het welbevinden.
Inherent aan geografische structuur met veel kleine kernen, is dat er relatief veel (kleine) scholen binnen de gemeentegrenzen staan.
Bij een gebouwenvoorraad die overwegend ouder is dan veertig jaar, zien we bij diverse schoolgebouwen knelpunten optreden. Knelpunten op het gebied van binnenklimaat (warmteregulering, akoestiek, lichtinval) hebben effect op de concentratie en een gezond werkklimaat. Beperkt functionele gebouwen maken het moeilijk om inclusief onderwijs, opvang en zorg voor iedere leerling toegankelijk te maken. Het ontbreken van goede isolatie, energieopwekking en onderhoudsarme en circulaire materialen staan haaks op het streven naar kostenverlaging en verduurzaming.
In een tijd dat grond, personeel en middelen steeds schaarser worden, is het zaak om te kijken waar gezonde combinaties in de huisvesting van scholen, kinderopvang en aanverwante voorzieningen gelegd kunnen worden, zodat grond, personeel en middelen efficiënt benut kunnen worden en groei en krimp van scholen naar de toekomst toe op een flexibele wijze kunnen worden opgevangen. Afgelopen decennia hebben ons overigens geleerd dat ‘multifunctionaliteit’ geen toverwoord op zich is. Het waarborgen van de eigen identiteit, vertrouwen en samenwerking zijn voorwaarden om het streven naar een efficiënte huisvestingsstructuur ook daadwerkelijk tot een succes te maken.
22
Uitdagingen onderwijshuisvesting Uitdaging 3 Ambitie versus randvoorwaarden
Uitdaging 4 Tempo van uitvoering
Zoals verwoord in hoofdstuk 3 (‘Kapstok’) bestaat er een grote gemeentelijke beleidsambitie voor onderwijshuisvesting. Een aantal aandachtspunten is van belang om hier daadwerkelijk tot een win-winsituatie te komen:
In Gorssel en Laren zijn momenteel projecten uit het Integraal Huisvestingsplan uit 2018 (weliswaar vertraagd) in ontwikkeling. Daar is de uitbreiding/integratie van het W.H. Suringarcollege bijgekomen. De vernieuwing van de andere projecten is de afgelopen jaren niet of beperkt tot ontwikkeling gekomen.
Personele beschikbaarheid: Is er voldoende gekwalificeerde menskracht aanwezig voor projectleiding, vergunningen, stedenbouw en verkeer om projecten uit te voeren? Financiële armslag: zijn er toereikende middelen binnen de gemeente om de basisopgave te kunnen realiseren, nog los van de extra ambities? Innovatiestandaard: Moet je nu het hoogst haalbare nastreven in de wetenschap dat de technieken rondom bijvoorbeeld verduurzaming en binnenklimaat zich in rap tempo ontwikkelen? Total cost of ownership: Zijn de consequenties voor de meerjarige exploitatie van schoolbesturen (onderhoud, schoonmaak, energie, vervanging) voldoende in beeld als gevolg van de voorgenomen extra ingrepen bij verduurzamen, groenplein, inclusief onderwijs en binnenklimaat?
Om de verschraling van de gebouwkwaliteit te keren en volgende generaties niet op te zadelen met een ‘boeggolf’ aan vernieuwingsopgaven, is het zaak om met elkaar zorg te dragen voor een meer soepele transitie ‘van plan naar project’. Dit vereist in ieder geval een strakkere projectorganisatie met de juiste deskundigheid, in een tijd waarin we ook nog eens te maken hebben met extra complicerende factoren vanuit milieu (CO2) en netcongestie.
23
5
Ambitie
Netwerk om het kind
Inclusieve huisvesting
Periodiek vernieuwen
Kwalitatieve gebouwen
Ambitietegels Huisvesting Onderwijs Lochem
Duurzaam & groen
Nabijheid van scholen
Slim bouwen
Behouden, tenzij 25
Ambitietegel 1 Netwerk om het kind
erig Ov
chool
tmoeting On ugdzorg Je ropvang de
S
Kin
Fysieke integratie kindfuncties Schoolbesturen en aanbieders van kindfuncties kunnen samen met de gemeente overeenkomen om bij de renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw van schoolgebouwen ook ruimten voor kindfuncties (zoals kinderopvang en jeugdzorg) op te nemen in deze ingreep, wanneer dit ten goede komt aan de ontwikkelingskansen van kinderen. Gemeentelijke randvoorwaarden De gemeente is intentioneel bereid om te investeren in ruimten voor aanbieders van kindfuncties. Omdat het hier in de ogen van de wetgever gaat om ‘commerciële organisaties’ zijn investeringen wel aan voorwaarden gebonden. De gemeente gaat uit van kostendekkende, langlopende huurcontracten (Wet Markt en Overheid), rekening wordt gehouden met rechterlijke uitspraken (zoals het Didam-arrest) en het leegstandsrisico ligt bij afnemende partijen.
Uitwerking via businessplan De verbreding met ruimten voor kindfuncties wordt -wanneer van toepassing- opgenomen als onderdeel van een door gemeente en schoolbestuur op te stellen businessplan. Uitwerking wordt gegeven aan: Wijze en meerwaarde van samenwerking Benodigde volumes voor verbreding Investeringskosten extra ruimten Gebruik extra ruimten (deels of volledig) Aanbieders van kindfuncties Wijze van financiering van kindfuncties Onderhoudsniveau en exploitatie Afstemming met bestaande aanbieders Besluitvorming door gemeente De besluitvorming over de ruimten voor kindpartners wordt in het businessplan opgenomen, gelijktijdig met de toepassing van optionele ambities.
26
Ambitietegel 2 Nabijheid van scholen onderwijs Behoud scholen in de kernen Vanuit de Omgevingsvisie is de ambitie gedefinieerd dat de gemeente inzet op het behoud van voorzieningen in de dorpen, waaronder ook de aanwezige schoolgebouwen. Formele regels opheffing De verantwoordelijkheid voor de instandhouding of opheffing van bijzondere scholen ligt bij de schoolbesturen van bijzonder onderwijs zelf. De opheffing van een openbare school is aan meer regels gebonden vanwege de toegankelijkheid van onderwijs. Eventuele opheffing vindt altijd plaats in samenspraak tussen gemeente en schoolbestuur.
Wederzijdse inspanning Het behoud van een onderwijsvoorziening in woonkernen vraagt om een wederzijde inspanning van gemeente en schoolbestuur: Vanuit de gemeente is het zaak om over te gaan tot een geleidelijke toevoeging van woningbouw en het periodiek investeren in het vernieuwen van schoolgebouwen. Vanuit de schoolbesturen wordt ingezet op het bieden van goed onderwijs en het instandhouden van de school in de kernen.
27
Ambitietegel 3 Periodiek vernieuwen Vernieuwingsgrondslag Schoolgebouwen komen mogelijk voor vernieuwen in aanmerking wanneer sprake is van de volgende randvoorwaarden: De afschrijvingstermijn van een gebouw is verstreken. De integrale gebouwkwaliteit (techniek, binnenklimaat, functionaliteit, verduurzaming) is onder de maat. Er is sprake van een structureel levensvatbare situatie voor de school. De onderwijsvoorziening ondersteunt de gemeentelijke beleidsambitie. Het schoolbestuur heeft haar onderhoudsverantwoordelijkheid vervuld. Vernieuwingsvarianten Waar binnen de VNG-verordening alleen ‘vervangende nieuwbouw’ wordt aangeduid als vernieuwingsmaatregel, onderscheiden we in dit plan meerdere vormen van vernieuwing, waarmee we gerichter en passender kunnen anticiperen op de verschillende situaties.
Op de volgende pagina zijn deze vier vernieuwingsvarianten toegelicht. Naast deze fysieke vernieuwingsmaatregelen zijn in specifieke gevallen ook andere eindbeelden mogelijk. Denk hierbij aan sluiting, verplaatsing, scholenfusie en gebouwenruil. Gezamenlijk businessplan In het IHP geven we richting aan de kaders die gesteld worden aan onderwijshuisvesting. Een businessplan is een uitwerking van deze kaders. Via het gezamenlijk door de gemeente en schoolbestuur op te stellen businessplan wordt bepaald welke vernieuwingsvariant de voorkeur verdient. Criteria die hierbij worden bekeken: Levensvatbaarheid school Te realiseren kwaliteit Te realiseren volume Verbreding tot kindcentrum Investeringskosten en dekking Exploitatie Mogelijke combinaties Herontwikkelingsmogelijkheden Revitalisering Woningbouwplannen
28
Overzicht vernieuwingsmethoden Lochem
(A) Upgraden
(B) Renoveren
(C) Restaureren
Behoud schoolgebouw
Behoud schoolgebouw
Monumentale gebouwen
Aanpak grootste knelpunten
Integrale verbetering gebouw
Integrale verbetering gebouw
15 jaren vooruit
25 jaren vooruit
40 jaren vooruit
Going concern aanpak
Let op kosten tijdelijke huisvesting
Let op kosten tijdelijke huisvesting
Prijsindicatie: 30% van nieuwbouw
Prijsindicatie: 62,5% van nieuwbouw
Prijsindicatie: 90% van nieuwbouw
Mogelijk subsidie (DUMAVA)
Mogelijk subsidie (DUMAVA)
(D) Vernieuwbouw
(E) Nieuwbouw
Behoud schoolgebouw
Vervanging schoolgebouw
Combi behoud, renoveren, sloop, uitbreiden
40 jaren vooruit
40 jaren vooruit
Bij voorkeur andere locatie
Let op kosten tijdelijke huisvesting
Prijsindicatie: 100% van nieuwbouw
Prijsindicatie: 90% van nieuwbouw
Overwegen restwaarde gebouw
Overwegen restwaarde gebouw
Inventariseer subsidies (Innovatie Programma)
Mogelijk subsidie (DUMAVA)
29
Ambitietegel 4 Behouden, tenzij Voorkeur gebouwbehoud,... Om een aantal redenen geven we bij vernieuwen de voorkeur aan behoud van een bestaande gebouw: Gebouwcapaciteit: overcapaciteit in een bestaand gebouw is vaak welkom voor extra ruimte in het onderwijs of kinderopvang. Circulariteit: Hergebruik van materialen heeft de voorkeur boven nieuw materiaal. Financieel: Handhaven van bestaande kwalitet scheelt in de investeringskosten. ...tenzij dit niet gewenst is, vanwege: Beperkt kwaliteitspotentieel Volume niet passend (te maken) Ligging niet optimaal (verkeer, voedingsgebied, bereikbaarheid) Omvang van overbruggingskosten voor bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting Herontwikkelingspotentieel van de locatie Levensvatbaarheid van de onderwijsvoorziening in het geding Financieel-technisch niet-rendabel Waardevolle combinaties te maken
30
Ambitietegel 5 Kwalitatieve gebouwen Link Kwaliteitskader: www.ruimte-ok.nl/programmas/ kwaliteitskader-huisvesting
Basiskwaliteit via Ruimte OK Uitgangspunt voor de kwaliteit van te vernieuwen schoolgebouwen zijn de kaders en de financiële normering die zijn opgenomen in het ‘Kwaliteitskader huisvesting’ van onafhankelijk kennisinstituut Ruimte OK. De bedragen van Ruimte OK sluiten momenteel beter aan op de bedragen van de VNG. Daarnaast ligt de kwaliteitsambitie van Ruimte OK op diverse vlakken hoger dan de minimaal wettelijke verplichtingen die voortkomen uit de VNG en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving:
Optionele extra kwaliteit Per project kan ervoor worden gekozen om over te gaan tot de realisering van extra kwaliteit, bovenop de door Ruimte OK beschreven kwaliteitseisen. Het gaat hier bijvoorbeeld om extra ambities voor: Inclusief onderwijs Groenpleinen Verduurzaming (energieneutraliteit) Circulair bouwen Andere maatschappelijke functies
Kwaliteitsniveau uitwerken in businessplan Ruimtegebruik: Richtlijnen voor routing, Gemeente en schoolbesturen stellen voor ieder flexibiliteit, aanpasbaarheid en multifunctionaliteit. project gezamenlijk een businessplan op met Onderwijskwaliteit: ruimtes die passen bij aandacht voor de basiskwaliteit, optionele kwaliteit, eigentijds onderwijs, zoals leerpleinen, financiële consequenties investering, financiële stilteplekken en samenwerkplekken. consequenties exploitatie (TCO), wijze van dekking Binnenmilieu & duurzaamheid: meer aandacht voor binnenmilieu (Frisse Scholen Klasse A/B), en tijdpad. De randvoorwaarden voor de klimaatadaptatie, circulair en energiepositief basiskwaliteit zijn hierbij opgenomen in de kaders bouwen (geen energieneutraliteit) van Ruimte OK. De randvoorwaarden voor de Total cost of ownership (TCO): Meer focus op optionele kwaliteit moeten ‘al werkende weg’ nog materiaalgebruik en duurzame exploitatie dan worden gevormd via de projecten. Zie hiervoor ook alleen op investering op korte termijn. de toelichting in het financiële hoofdstuk 8. Uitstraling: gebouwopzet sluit aan bij onderwijsvisie en doelgroep en gebouw en inrichting zijn inspirerend voor gebruikers.
31
Ambitietegel 6 Inclusieve huisvesting Inclusieve schoolgebouwen Inclusieve schoolgebouwen zijn zo ontworpen en ingericht dat alle leerlingen -ongeacht hun achtergrond, fysieke mogelijkheden of ondersteuningsbehoeften- er laagdrempelig kunnen leren, zich veilig voelen en kunnen meedoen. Inclusiviteit gaat verder dan toegankelijkheid alleen. Het richt zich op gelijkheid in deelname, beleving én ontwikkeling. Basiskwaliteit via kwaliteitskader Het kwaliteitskader van Ruimte OK bevat de basiskaders voor inclusieve schoolgebouwen. Hier willen we conform dit plan in ieder geval voldoen. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld: Toegankelijkheid gebouw Bijdrage aan uitstraling richting buurt Structuur en veiligheid Diversiteit in onderwijs- en nevenruimtes Expressieve-, muzikale- en beweegruimte
Optionele ingrepen toegankelijkheid Gemeente en schoolbestuur bepalen per project in gezamenlijkheid of het gewenst is om bij de nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie extra ruimte voor inclusief onderwijs toe te voegen aan de normatieve ruimtebehoefte van de VNG. Uitwerken in businessplan De basiskwaliteit en eventuele optionele kwaliteit voor inclusief onderwijs wordt uitgewerkt in het businessplan die gemeente en schoolbestuur samen opstellen voor het project: Waarom wel of geen extra ruimte Invulling en bezetting extra ruimte Investeringsomvang extra ruimte Dekking extra ruimte Exploitatie extra ruimte
32
Ambitietegel 7 Slim bouwen Flexibiliseren Ontwerp en bouw zijn zodanig flexibel dat het gebouw naar de toekomst relatief eenvoudig aanpasbaar is, zowel inpandig als qua uitbreidingen en planologische mogelijkheden. Groei en krimp van scholen in de nabijheid kunnen eenvoudig worden opgevangen. Minimaliseren De kosten voor kostenintensieve tijdelijke huisvesting worden geminimaliseerd, bijvoorbeeld door het tijdelijk benutten van ander bestaand vastgoed, door een andere locatie te kiezen bij nieuwbouw of door de renovatie in fases uit te voeren. Leren Juist door verschillende projecten in de tijd gefaseerd uit te voeren, kan worden geleerd van de ervaringen uit het verleden. Welke toepassingen zijn effectief en welke niet?
Standaardiseren Waar sprake is van bewezen technologieën en/of kostenvoordelen, wordt ingezet op standaardisering bij ontwerp, aanbesteding en realisering van renovatie of (ver)nieuwbouw. Combineren Alleen wanneer dit aantoonbare meerwaarde heeft, wordt gezocht naar het combineren van scholen en functies in multifunctionele gebouwen voor bijvoorbeeld onderwijs, kinderopvang, jeugdzorg, ontmoeting en sport. Hierbij wordt rekening gehouden met de eigenheid/identiteit van partijen. Uitzoomen In geval van ingrijpen bij een schoolgebouw kijk je altijd naar andere ontwikkelingen in het dorp of wijk om te kijken of hier slimme verbanden gelegd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan samenhang op het gebied van energie en verduurzaming, woningbouwplannen, verkeersinfrastructuur en openbare ruimte.
33
Ambitietegel 8 Duurzaam & groen Basisverduurzaming In lijn met de eisen uit Ruimte OK gaan we bij vernieuwbouw en nieuwbouw uit van ‘maximaal voorbereid op energieneutraal’. Ontwerp en bouw worden zodanig ingericht dat het in de toekomst zonder fundamentele ingrepen mogelijk is om door te groeien naar een energieneutraal (ENG) gebouw, wanneer de omstandigheden voor ENG gunstig zijn wat betreft technologie, subsidie en netcongestie. Maximaal voorbereid betekent een zeer energiezuinig functionerend gebouw met onder andere: Een zeer energiezuinig casco Installatietechiek met lage energievraag Voorbereid op duurzame energieopwekking Modulair en schaalbaar (bijvoorbeeld accu's)
Voor renovatie gaan we in de basis uit van de wettelijke eis van Bijna Energie Neutraal (BENG). Vanwege de kortere afschrijvingstermijn van renovatie, technische haalbaarheid en kostenniveau is het in de regel niet lonend om bij renovatie meer dan BENG na te streven.
Optionele verduurzaming Via het gezamenlijk door de gemeente en schoolbestuur op te stellen businessplan wordt bepaald of het haalbaar en gewenst is om meer te doen dan de basisverduurzaming (bijvoorbeeld ENG), welke financiële consequenties dit heeft voor investering en exploitatie, welke revenuen dit oplevert voor CO2-reductie en financiën en op welke wijze dekking plaatsvindt. Optionele circulariteit Vanuit het Kwaliteitskader OK worden geen expliciete eisen gesteld aan circulariteit. Impliciet wordt wel opgeroepen om aandacht te schenken aan zaken als flexibiliteit, demontabel bouwen, lage milieu-impact en herbruikbare materialen. Om daadwerkelijk werk te maken van circulariteit kan circulariteitsbeleid worden ontwikkeld voor het gehele gemeentelijk vastgoed, om deze vervolgens via het businessplan uit te werken voor een specifiek project op het gebied van investering, exploitatie, opbrengsten (financieel en milieu). Qua dekking geldt hier: ‘de wenser betaalt’.
‘Van grijs naar groen’ Het Kwaliteitskader benadrukt het belang van groene schoolpleinen als: Een structureel onderdeel van het gebouwontwerp. Een pedagogisch verlengstuk van het leerproces. Een openbare en gedeelde buurtvoorziening. Een middel voor duurzaamheid en klimaatadaptatie.
Het normbedrag van Ruimte OK is echter niet specifiek bedoeld voor het realiseren van een groenplein, maar voor algemene realisatie en inrichting zoals educatie en spel, klimaatadaptatie en openbare toegang. Geïnspireerd door de motie ‘van grijs naar groen’ wordt beoogd dat schoolbesturen in de gemeente een aanvraag (met plan) kunnen indienen voor een gemeentelijke bijdrage (vanuit cofinanciering) om een groen schoolplein te realiseren. Over de randvoorwaarden voor deze plannen en de gemeentelijke bijdrage worden in 2026 nadere afspraken gemaakt tussen gemeente en schoolbesturen.
34
6
Perspectieven
EPSE EPSE vd Hoevenschool
Joppeschool Upgraden
Vervangende nieuwbouw
HARFSEN HARFSEN Beatrixschool
GORSSEL GORSSEL Vullerschool Vervangende nieuwbouw (in ontwikkeling)
Renoveren, tenzij
LAREN LAREN De Branink & Pr. W. Alexander & Bartimeus
VSO Suringarcollege Uitbreiden (in ontwikkeling)
EEFDE EEFDE
Mogelijke of feitelijke fysieke combinaties van scholen
Vervangende nieuwbouw (in ontwikkeling)
De Bargeweide Vervangende Nieuwbouw Villa 60 Geen maatregelen
ALMEN ALMEN Julianaschool Restaureren, tenzij
Mr. G. Propschool & Prins Hendrik Geen maatregelen
LOCHEM LOCHEM De Rank & de Vennegötte
St. Joseph Geen maatregelen
Renoveren, tenzij
Staring College Strategisch perspectief ISK
BARCHEM BARCHEM De Barchschole Renovatie, tenzij
Overbruggingsmaatregelen (1) Overbruggen vanwege vertraging Een aantal projecten uit het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs uit 2018 is om uiteenlopende redenen vertraagd in de uitvoering. Om te waarborgen dat -ondanks deze vertraging- de komende jaren sprake blijft van een veilige huisvestingssituatie en een verantwoorde continuïteit van het onderwijsproces, wordt voor het selectieve aantal schoolgebouwen waar dit betrekking op heeft, geïnventariseerd om welke (met name bouwtechnische) knelpunten het gaat, welke maatregelen hiervoor genomen kunnen worden en wie hiervoor verantwoordelijk is. Omdat schoolbesturen zelf verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van hun schoolgebouwen, zal de gemeente hier in de basis een terughoudend beleid voeren. Schoolbesturen geven voor de betreffende scholen zelf aan om welke knelpunten het gaat. Op grond daarvan bepaalt de gemeente of zij een rol ziet voor zichzelf bij de oplossing van de knelpunten. De bekostiging van maatregelen vanuit de gemeente vindt plaats via de P&C-cyclus.
(2) Overbruggen door bouwwerkzaamheden Bij renovatie of vernieuwbouw van een bestaand schoolgebouw, is het zaak om deze werkzaamheden zodanig uit te voeren dat het onderwijs op adequate en veilige wijze doorgang kan vinden. Met het oog op een efficiënte inzet van gemeenschapsmiddelen wordt gelijktijdig gezocht naar een zodanige wijze van overbruggen, dat de kosten hiervoor geminimaliseerd worden. We zien het als een ‘inspanningsverplichting’ voor gemeente en schoolbesturen gezamenlijk om met elkaar te zoeken naar een efficiënte manier van overbruggen. Op deze wijze willen we waarborgen dat kosten voor overbrugging gedurende de bouw beperkt worden. De wijze van overbruggen en de kosten ervan worden integraal uitgewerkt in het op te stellen businessplan. Op de volgende pagina is een aantal ‘schillen’ opgenomen die kunnen helpen om de kosten voor overbrugging te beperken.
37
Overbruggen vanwege bouwwerkzaamheden
Een aantal ‘schillen’ kan worden afgepeld om te waarborgen dat de overbrugging van onderwijs gedurende bouwwerkzaamheden (zoals renovatie en vernieuwbouw) op een zorgvuldige en efficiënte wijze plaatsvindt. Huur of koop van tijdelijke huisvesting is hierbij slechts een uiterste maatregel. Hier geldt het adagium: ‘geen tijdelijke huisvesting, tenzij...’
(A) Keuze voorkeursscenario De kosten voor overbrugging gedurende de bouw kunnen zodanig oplopen, dat dit van invloed kan zijn op de keuze voor het voorkeursscenario. Per project wordt
(C) Inzet bestaand vastgoed Gedurende de bouwwerkzaamheden maakt de school gebruik van andere (leegstaande) schoolgebouwen of ander publiek of privaat vastgoed dat geschikt is of wordt gemaakt
bekeken of het businessplan uitvalt richting renovatie/vernieuwbouw, of dat nieuwbouw op een andere locatie de voorkeur verdient. In het laatste geval heb je immers geen kosten voor overbrugging omdat je ‘going concern’ overgaat.
voor onderwijs.
(B) Flexibel oplossen binnen gebouw Overbruggingskosten worden geminimaliseerd door het gefaseerd aanpakken van de bouwwerkzaamheden, het benutten van vakanties voor bouwwerkzaamheden of het inzetten van leegstand in het bestaande gebouw.
(D) Huur of koop tijdelijke units In het uiterste geval wordt tot huur of koop van tijdelijke units overgegaan. Mede afhankelijk van de omvang kan dit een complexe en dure aangelegenheid worden; Complex vanwege bijvoorbeeld het vinden van een geschikte locatie, de juiste bestemming en mogelijke weerstand in een buurt. Kostenintensief vanwege hoge kosten voor huur- of koop, transport en de aanleg van infrastructuur voor nuts en water. Wanneer een gemeente verwacht bij meerdere projecten te maken te krijgen met tijdelijke huisvesting, kan worden bekeken of koop de voorkeur verdient boven huur.
38
De Bargeweide
Eindbeeld Voor de Bargeweide gaat het om een keuze tussen renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw. Hiervoor wordt nog een businessplan opgesteld door gemeente en schoolbestuur, waarin onderbouwd wordt gewerkt aan een voorkeursscenario voor de toekomst. Aandachtspunten Bij het opstellen van het businessplan wordt onder andere gekeken naar de overbrugging gedurende bouw en integrale verbanden richting de kinderopvang, woningbouwplannen in Eefde, vernieuwing van sportzaal de Stuw en of geanticipeerd kan worden op een mogelijke toekomstige fysieke koppeling met Villa 60.
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Eefde Gelderveste Protestants-Christelijk 1972 1.237 m² € 204.000 101 +529 m² Matig tot slecht
Het gaat hierbij dus niet alleen om de samenhang op ‘inhoud en stenen’, maar ook wat betreft situeren, parkeren, uitstraling, omgevingskwaliteit, verkeer en energie.
39
De Branink & Pr.W.Alexander & Bartiméus
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Eindbeeld In dit gebouw aan de Verwoldseweg komen drie scholen onder één dak: De Branink, Prins Willem Alexanderschool en Bartimeus. Bartimeus is een speciaal onderwijs school voor blinde en slechtziende kinderen en heeft zo'n 20 leerlingen uit de omgeving van Laren en Lochem. Het gebouw wordt momenteel gerealiseerd en naar verwachting in 2026 opgeleverd.
De Branink Laren Poolster Openbaar nvt nvt nvt 194 nvt
Pr. W. Alexander Laren SKBG Katholiek nvt nvt nvt 143 nvt
Bartimeus Laren Bartiméus Katholiek nvt nvt nvt 20 nvt
nvt
nvt
nvt
40
J.A. de Vullerschool
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Gorssel Poolster Openbaar nvt nvt nvt 225 nvt nvt
Eindbeeld In Gorssel werken partijen momenteel samen aan een multifunctionele accommodatie (MFA). De MFA is gepland op de plek van de Vullerschool. Het gebouw biedt straks huisvesting aan de Vullerschool, de bibliotheek, een sporthal, kinderopvang, zorg en andere maatschappelijke functies. Oplevering van het gebouw is gepland voor 2028.
41
De Rank & de Vennegötte
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
De Rank Lochem SKBG Katholiek 45 jaar 1.407 m² € 93.000 140 +503 m²
De Vennegötte Lochem Poolster Openbaar 45 jaar 1.325 m² € 71.000 220 +18 m²
Matig tot slecht Matig tot slecht
Eindbeeld De scholen de Rank en de Vennegötte hebben huisvesting onder één dak en delen dit dak ook met de gymzaal Curieplein. Binnen het gebouw worden lokalen verhuurd aan kinderopvang Avonturijn. Voor de Rank en de Vennegötte wordt binnen dit plan vooralsnog uitgegaan van vernieuwbouw. Aandachtspunten Bij het door gemeente en schoolbestuur op te stellen businessplan is het van belang om de opgave ‘integraal’ te beschouwen vanuit diverse invalshoeken, perspectieven en beleidsterreinen. Voor dit project is een subsidieaanvraag voor het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting ingediend en inmiddels gehonoreerd. Het is zaak om binnen het op te stellen businessplan uitdrukkelijk stil te staan bij de wijze waarop het onderwijs gedurende de bouwwerkzaamheden op een kostenefficiënte wijze kan worden vormgegeven. Gedurende het vernieuwbouwtraject wordt in kaart gebracht of en zo ja welke overbruggingsmaatregelen nodig zijn om op een veilige en verantwoorde wijze tot overbrugging te komen totdat de vernieuwbouw in gebruik is genomen.
42
J. vd Hoevenschool
Eindbeeld De J. van der Hoevenschool komt in de kern Epse. Het huidige gebouwpotentieel is in het verleden al gekwalificeerd als ontoereikend om via renovatie tot levensduurverlenging te komen. Aandachtspunten Gedurende de nieuwbouw wordt het bestaande gebouw gebruikt, zodat ‘going concern’ zonder tijdelijke huisvestingskosten overgegaan wordt naar de nieuwbouw. In het businessplan wordt bekeken of en zo ja welke maatregelen nodig zijn om op een veilige en verantwoorde wijze tot overbrugging te komen totdat de nieuwbouw in gebruik is genomen.
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Epse Poolster Openbaar 53 jaar onbekend €0 127 onbekend Matig tot slecht
43
Joppeschool
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Joppe Varietas Open op katholieke grondslag 59 jaar 785 m² € 152.000 114 +12 m² Matig tot slecht
Eindbeeld De Joppeschool is een school die ‘ontwikkelingsgericht leren’ voorop heeft staan. Leerlingen van de Joppeschool komen uit de verschillende kernen van de gemeente Lochem (Joppe, Epse, Eefde, Gorssel, Harfsen, Laren, Lochem). De Joppeschool is inmiddels 59 jaar oud en kent een matig tot slechte gebouwkwaliteit. De gemeente is -gezien de enorme opgave op het gebied van onderwijshuisvesting én de al aanwezige scholen in grotere woonkernen elders enigszins terughoudend als het gaat om het doen van grote investeringen in een school die niet in een grotere woonkern gelegen is. Daarom is gewezen op de kansen om hier een samenhangende oplossing te zoeken met de scholen in Gorssel (op twee en halve kilometer) of Epse (op drie kilometer), waar de komende jaren flink wordt geïnvesteerd in de vernieuwing van schoolgebouwen. Schoolbestuur Varietas heeft echter aangegeven de voorkeur te geven aan het behoud van haar eigen locatie in Joppe, te meer omdat de leerlingenaantallen al jaren stabiel zijn en de school waarde toevoegt aan de variëteit van het scholenlandschap in de gemeente Lochem.
Desondanks is het in de ogen van Varietas gerechtvaardigd om de vraag te stellen of grootschalige ingrepen in het gebouw nu realistisch zijn. Wel heeft de Joppeschool de ambitie door te groeien naar een Kindcentrum. Varietas kan zich daarom vinden in een getrapte fasering om te komen tot een gedeeld eindbeeld: Trede 1: Upgraden gebouw Via een upgrade van het gebouw (kostengrondslag op 30% van nieuwbouwkosten) kunnen de grootste knelpunten in het gebouw worden aangepakt, waardoor adequaat onderwijs op de locatie de komende vijftien jaren mogelijk blijft. Het is hierbij zaak om de investeringen die gedaan worden in verhouding staan tot de looptijd, zodat kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Trede 2: Strategisch perspectief De komende jaren wordt in samenspraak tussen gemeente en schoolbestuur verder gewerkt aan een strategisch perspectief voor de Joppeschool op de middellange termijn (over medio vijftien jaar). Het gewenste eindbeeld voor de middellange termijn voor dit gebouw wordt in een volgende actualisatie van het Integraal 44 Huisvestingsplan opgenomen.
Beatrixschool
Eindbeeld Voor de Beatrixchool wordt in dit plan voor de middellange termijn rekening gehouden met renovatie, tenzij het businessplan oplevert dat uitdrukkelijke redenen aanwezig zijn om hiervan af te wijken en over te gaan tot (ver)nieuwbouw. Aandachtspunten In het businessplan voor dit gebouw wordt bekeken of en zo ja welke maatregelen nodig zijn om op een veilige en verantwoorde wijze tot overbrugging te komen tot aan de ingreep.
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Harfsen Poolster Openbaar 64 jaar 800 m² € 364.000 101 +92 m² Redelijk tot matig
45
De Barchschole
Eindbeeld Voor de Barchschole wordt in dit plan voor de middellange termijn rekening gehouden met renovatie, tenzij het businessplan oplevert dat uitdrukkelijke redenen aanwezig zijn om hiervan af te wijken en over te gaan tot (ver)nieuwbouw. Aandachtspunten In het businessplan voor dit gebouw wordt bekeken of en zo ja welke maatregelen nodig zijn om op een veilige en verantwoorde wijze tot overbrugging te komen tot aan de ingreep.
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Barchem Poolster Openbaar 53 jaar 1.245 m² (check nodig) € 287.000 120 +441 m² (check nodig) Redelijk tot matig
46
Julianaschool
Eindbeeld Voor de Julianaschool wordt op middellange termijn -gezien het karakteristieke gebouw uitgegaan van renovatie van de huisvesting. De ervaring leert dat renovatiebedragen voor dit soort karakteristieke gebouwen in de regel te laag zijn. Hier hebben we het dan ook eerder over ‘restauratie’ dan ‘renovatie’, waarbij de afschrijvingstermijn dan wel op 40 jaar wordt gesteld. In de kostenraming houden we dan ook rekening met bedragen op vernieuwbouwniveau. Aandachtspunten In het businessplan voor dit gebouw wordt bekeken of en zo ja welke maatregelen nodig zijn om op een veilige en verantwoorde wijze tot overbrugging te komen tot aan de ingreep.
Plaats Bestuur Denominatie Leeftijd Omvang Boekwaarde Leerlingen 2024 Normsaldo ‘24 Kwaliteitsscore
Almen Poolster Openbaar 113 jaar 846 m² € 218.000 71 +289 m² Redelijk tot matig
47
Internationale Schakelklas (ISK)
Eindbeeld De komende maanden wordt via een locatiestudie gezocht naar een adequate plek voor huisvesting in de gemeente Lochem voor het ISK-onderwijs, de Internationale Schakelklasleerlingen. Het gaat hier om leerlingen die nieuw zijn in Nederland en/of de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen en soms met traumaverwerking te maken hebben. ISK is een tijdelijke voorziening voor één tot twee jaren, waarna leerlingen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Aandachtspunten In eerste instantie wordt bij de locatiestudie gekeken naar de inzet van bestaande schoolgebouwen of ander leegstaand vastgoed. In het uiterste geval gaat het om het huren van bestaand vastgoed of de koop of huur van realisering van (semipermanent) vastgoed. Omdat het eindbeeld nog niet helder is, houden we in dit Integraal Huisvestingsplan ter indicatie rekening met een post voor de de realisering van 700 m² semipermanente bouw. Met de opmerking dat het feitelijke eindbeeld hier dus vanaf kan wijken.
48
7
Fasering
Redenen voor fasering
Terrein & bestemming Ambitieus zonder luchtkastelen Zonder uitputtend te zijn, zijn hiernaast diverse redenen genoemd om niet alle projecten uit dit Integraal Huisvestingsplan tegelijkertijd uit te voeren. Drie van de meest prominente redenen zijn noodzakelijkheid, beschikbaarheid van financiële middelen en personele inzet. Het is zaak de fasering zodanig vorm te geven dat deze genoeg ambitie in zich draagt, zonder dat we gaan ‘bouwen aan luchtkastelen’.
Noodzakelijkheid Draagvlak achterban Financiële dekking Personele capaciteit Koppelkansen Woningbouw Tijdelijke huisvesting Lerend vermogen Netcongestie
50
Urgentiecriteria
1
Wettelijke zorgplicht
2
Lokale beleidsambitie URGENTIE
Wettelijke zorgplicht In alle gevallen blijft de gemeente vanuit de wettelijke zorgplicht verantwoordelijk voor het bieden van voldoende huisvestingsvolumes, gebouwkwaliteit boven het wettelijk minimum en constructiefouten. Deze wettelijke zorgplicht gaat in alle gevallen boven de lokale ambitie. Huisvesting van eventuele nieuwe scholen in de gemeente of uitbreidingen gaan dus altijd voor de projecten die zijn gebaseerd op lokale ambitie. Lokale beleidsambitie Het overgrote deel van de projecten uit dit plan komen voort uit een lokale beleidsambitie. Het gaat hier met name om het vernieuwen (overbruggen, upgraden, renoveren, vernieuwbouw, nieuwbouw) van schoolgebouwen.
51
Hoewel in het overzicht een flink aantal projecten qua planning parallel loopt tussen 2025 en 2028, zal de dynamiek in de praktijk zorgen voor verschillende tempo's tussen projecten. Bijvoorbeeld als gevolg van planologische processen, de file op het energienet (netcongestie) en de omgevingsvergunning. Door de relatieve ‘rust’ tussen 2028 en 2031 wordt hier zodanige comfort gecreëerd, dat flexibiliteit mogelijk is in de uitvoering van de verschillende projecten. De voorgestelde projectorganisatie (zie hoofdstuk 9) is overigens bedoeld om verschillende projecten (in verschillende fasen) parallel naast elkaar te draaien.
Faseringsplan onderwijshuisvesting
School
Maatregel
Urgentie
VSO Eefde
Uitbreiden (in ontwikkeling)
1
IKC Laren
Nieuwbouw (in ontwikkeling)
2
Joppeschool
Upgraden
2
J.A. de Vullerschool
Nieuwbouw (in MFA)
2
ISK-locatie
Huisvestingscapaciteit
1
Vertraagde projecten
Overbruggingsmaatregelen
2
de Bargeweide
Nieuwbouw of vernieuwbouw
2
Rank & Vennegötte
Vernieuwbouw
2
vd Hoevenschool
Nieuwbouw
2
Beatrixschool
Renoveren, tenzij
2
Barchschole
Renoveren, tenzij
2
Julianaschool
Renoveren/restaureren
2
25
Initiatief
26
27
28
Definitie
29
30
31
Realisatie
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
52
Vernieuwingsprojecten na 2041
Vernieuwing na 2041 De gebouwen van de scholen hiernaast zijn dermate van leeftijd en kwaliteit, dat deze de komende jaren nog doorgeëxploiteerd worden zonder vernieuwing vanuit gemeentezijde. In het volgende Integraal Huisvestingsplan Onderwijs dat over vier jaar wordt opgesteld, is het zaak om deze gebouwen een plek te bieden. Gebouwen die nog nieuwer zijn komen zo al werkende weg vanzelf aan bod in een toekomstig plan.
Villa 60 Eefde De Garve Lochem St. Josephschool Lochem Staring College Lochem VSO Suringarcollege Eefde
53
8
Financiën
Deel A Basisambitie
Financiële grondslag
Voorbeelden bijkomende kosten Opstellen businessplannen Verwervingskosten grond Bouwrijp maken grond Tijdelijke huisvesting Verkeersinfrastructuur Sloop en asbestsanering Geluidswering Gemeentelijke parkeereisen Meerkosten idoor netcongestie Interne projectleiders gemeente Externe inhuur gemeente Overbruggingskosten gemeente
Bouwkosten VNG Bouwkosten Ruimte OK In dit plan gaan we uit van de grondslag van de We gaan in dit plan uit van een lokale basisambitie Ruimte OK normen, omdat hiermee kan worden die bestaat uit een hogere kwaliteitsambitie dan de voldaan aan de lokale ambitie zoals die in dit plan bouwkosten van de VNG. Deze hogere ambitie is gedefinieerd. Puur ter vergelijking zijn de VNGbestaat uit de kwaliteitseisen (en bedragen) zoals grondslagen hier wel opgenomen. Voor die zijn verwoord door onafhankelijk kennisinstituut nieuwbouw komt deze VNG-grondslag uit op circa Ruimte OK. De bedragen vanuit Ruimte OK zijn € 3.400 per m². bovendien beter afgestemd op de marktprijzen en liggen circa € 550 per m² hoger dan de VNG. Bijkomende kosten Schoolbesturen hebben overigens geen ‘recht’ op Ongeacht of je nu uitgaat van VNG-bedragen of deze bedragen. De uiteindelijke vergoeding wordt Ruimte OK: in beide gevallen krijg je te maken met via een businessplan en in de aanbesteding bijkomende kosten die niet in de bouwkosten bepaald, met als voorwaarde dat wordt voldaan aan zitten. Deze kosten moeten -wanneer ze zich de kwaliteitseisen van Ruimte OK. voordoen- op een andere wijze gedekt worden. De vergoeding van de bouwkosten bestaat uit Daarom houden we daar liever van tevoren al bouwvoorbereidingskosten (circa 10%) en feitelijke rekening mee. Veelal staat de gemeente ‘aan de bouwkosten (circa 90%).
De lat’ voor de dekking. Hiernaast is een (nietbouwvoorbereidingskosten worden (al dan niet limitatieve) lijst opgenomen van mogelijke gefaseerd) beschikbaar gesteld aan de bouwheer op overbruggingskosten. het moment dat de ontwerpfase start. Vanuit de bouwvoorbereidingskosten worden door de bouwheer kosten betaald als een programma van eisen, architectenselectie, aannemersselectie, planologische onderzoeken, vergunningen en leges.
56
Financiële grondslag Bouwkosten VNG
Bouwkosten Ruimte OK
Bijkomende kosten
€ 4.736
€ 3.947 € 3.392 De bedragen op deze pagina zijn uitgedrukt in € per m² (prijspeil 2025) en zijn gebaseerd op nieuwbouw van een voorbeeldschool voor 221 leerlingen en een omvang van 1.312 m² (Ruimte OK). Voor een school met deze omvang bedragen dan de totale kosten: Bouwkosten: € 5.178.000 Bijkomende kosten: € 1.036.000 Totaal kosten: € 6.214.000
VNG normbedragen 2025
Opslag € 555 per m² op bouwkosten VNG
Opslag 20% op bouwkosten Ruimte OK
57
Deel B Optionele ambitie
Opties onderwijshuisvestingsprojecten Optionele ambities Via het gezamenlijk door gemeente en schoolbestuur op te stellen ‘businessplan’ voor specifieke projecten, wordt bepaald of wel of niet wordt overgegaan tot optionele ambities. Dit zijn dus ambities bovenop het hiervoor gepresenteerde basisniveau dat is gebaseerd op het kwaliteitskader van Ruimte OK. Diverse optionele ambities bovenop het basisniveau zijn denkbaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan extra ruimte voor inclusief onderwijs, streven naar energieneutraliteit (ENG) en circulair bouwen. Maar ook andere optionele ambities, zoals maatschappelijke verbreding richting kinderopvang of ontmoeting en het aanleggen van groenpleinen. Zie de korte toelichting in het paarse kader rechts. Let wel: deze opties leiden allemaal dus tot een toevoeging van kosten bovenop de kosten die zijn gemoeid met de basisambitie. Om een impressie te krijgen van de implicaties: Zie de volgende pagina.
Nadere uitwerking randvoorwaarden Vanuit het oogpunt van transparante beleidsvoering, adequate onderbouwing van besluiten en het voorkomen van precedentwerking, is het zaak om per optie te beschikken over helder beleid en randvoorwaarden. Beoogd wordt om deze inhoudelijke, financiële en organisatorische randvoorwaarden via de aankomende huisvestingsprojecten ‘al werkende weg’ te definiëren. Waar van toepassing kunnen deze te ontwikkelen kaders te zijner tijd ook geprojecteerd worden op ander gemeentelijk vastgoed (en vice versa). Op deze wijze wordt het beleid voor deze opties de komende tijd dus ‘op organische wijze’ gevormd.
Voorbeelden optionele ambities Inclusief onderwijs: Als optionele ambitie kan worden bekeken of extra ruimte bovenop de normatieve capaciteit voor inclusief onderwijs nodig is. De investering in de bouwkosten komt dan voor rekening van de gemeente; de exploitatielasten van deze extra ruimte komt voor rekening van de schoolbesturen zelf. Energieneutrale gebouwen (ENG): Voor nieuwbouw kan optioneel worden bekeken of energieneutrale gebouwen haalbaar zijn, mede gezien het overvolle energienet (netcongestie), beperkingen in teruglevering en technologie. Circulair bouwen (en slopen): Bij nieuwbouw, vernieuwbouw en renovatie en sloop kan optioneel worden bekeken in hoeverre dit op circulaire wijze uitgevoerd kan worden. Maatschappelijke verbreding: Denk hierbij aan het toevoegen van functies als kinderopvang, zorgfuncties, ontmoeting en bibliotheek. Groenpleinen: De gemeente biedt de mogelijkheid om via cofinanciering bij te dragen aan een geaccordeerd groenpleinplan. Hiervoor worden nog kaders opgesteld.
59
Kostenontwikkeling opties (voorbeelden) Basisniveau Kostenvergoeding IHP Lochem
Optioneel Extra ruimte inclusief onderwijs
Optioneel Energieneutraliteit
Optioneel Circulaire bouw € 6.106
€ 5.406 € 4.906 € 4.736
Ruimte OK + bijkomende kosten
Opslag € 170 per m²
Opslag € 500 per m²
Opslag € 700 per m²
De bedragen op deze pagina zijn uitgedrukt in € per m² (prijspeil 2025) en zijn gebaseerd op indicaties van HEMM. Als voorbeeld voor nieuwbouw van een basisschool voor 221 leerlingen en een omvang van 1.312 m² impliceert dit: Basisniveau IHP € 6.214.000 inclusief onderwijs € 223.000 Energieneutraal € 656.000 Circulaire bouw € 918.000 Totaal met opties € 8.011.000
60
Deel C Overige aandachtspunten
Overige financiële aandachtspunten Tegenvallers aanbestedingen In dit Integraal Huisvestingsplan is géén rekening gehouden met eventuele tegenvallers in de aanbesteding van projecten. Op het moment dat de prijsvorming is geweest en aanbiedingen binnen zijn, bekijk je hoe hierop te anticiperen: Is de prijsvorming binnen het budget, dan kan groen licht worden gegeven. Komt de prijsvorming boven het budget, dan bekijk je altijd eerst wat de oorzaak is: Toevoeging extra kwaliteit? Onvoorziene omstandigheden? Kostenstijging? Vervolgens bepaal je hoe hierop gaat anticiperen: Extra dekking vanuit gemeente, schoolbestuur of aanverwante partijen als kinderopvang? Snijden in het opgestelde programma en/of bouwkwaliteit? Aanvullend gesprek met de aannemer? In de praktijk wordt vaak een combinatie van maatregelen ingezet om te voorkomen dat een aanbesteding moet worden afgeblazen en je helemaal opnieuw naar de tekentafel moet.
Inspanning subsidies Het is een gezamenlijke inspanningsplicht van gemeente en schoolbesturen om bij de projecten gebruik te maken van landelijke en provinciale bouw- en verduurzamingssubsidies. Indexering De gemeente hanteert jaarlijks de BDB-index voor scholenbouw/nieuwbouw om pas te houden met het prijsniveau in de markt.
62
9
Organisatie
Businessplan per project Inhoud Businessplannen Voor ieder afzonderlijk project stellen college en schoolbestuur in gezamenlijkheid een businessplan op ter onderbouwing van de inhoudelijke en financiële keuzes. Dit businessplan vormt ook de basis voor de besluitvorming door college en raad. Het projectleiderschap voor het opstellen van de businessplan ligt bij de gemeente. Hiernaast staat een niet uitputtend overzicht opgenomen van welke inhoudelijke elementen aan de orde komen in een businessplan.
A. Basisambitie Hierin wordt inhoud gegeven aan zaken als leerlingenaantal, benodigd volume voor onderwijshuisvesting, locatiekeuze, onderbouwing voorkeursscenario vernieuwing (overbrugging, upgrade, renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw), noodzaak en invulling tijdelijke huisvesting. B. Optionele ambitie (voorbeelden) Energie Neutrale Gebouwen (ENG) Inclusief onderwijs Circulair bouwen Groene pleinen Verbreding naar kindcentra C. Integrale dwarsverbanden Vanuit een integrale blik wordt samenhang aangebracht op het gebied van bijvoorbeeld woningbouwplannen, andere maatschappelijke voorzieningen op het gebied van sport, cultuur en ontmoeting, verkeer, energie en revitalisering.
Businessplan per project
D. Financiële paragraaf Afschrijvingstermijnen en restwaarde Investeringskosten basisambitie (Ruimte OK) Investeringskosten optionele ambities Consequenties exploitatie (TCO) Wijze van dekking (inclusief subsidie en eigen bijdragen van partijen zoals gemeente, schoolbestuur, kinderopvang en zorgpartners)
64
Structurele projectorganisatie Ambtelijk projecttteam (1x per 6 weken) De ambtelijke projectgroep bereidt de gezamenlijke regiegroep voor en bestaat naast de ambtelijk projectleider facultatief uit: Beleidsmedewerker Onderwijs Beleidsmedewerker Onderwijshuisvesting Controller Financiën Beleidsmedewerker Verkeer Beleidsmedewerker Ruimte Beleidsmedewerker Vastgoed Beleidsmedewerker Communicatie Gezamenlijke regiegroep (1x per 6 weken) De regiegroep bereidt de stuurgroep voor. De regiegroep bestaat uit de ambtelijke projectleider en ondersteuning vanuit betrokken schoolbestuur/schoolbesturen. Gezamenlijke stuurgroep (1x per 6 weken) De stuurgroep bespreekt en besluit over dilemma's en fiatteert wanneer producten door kunnen naar college en raad. De stuurgroep bestaat uit de portefeuillehouder en betrokken schoolbestuur/schoolbesturen.