CConstaterende datLochem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Aanvraag omgevingsvergunning Elzerdijk 44 Eefde geanonimiseerd

Raadsvergadering 9 juni 2026, gemeente LochemBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen (VVGB) nabij Elzerdijk 44, Eefde21.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en 4

VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009.

5

SAB (2023). Akoestisch onderzoek. 5.1.2e

te 5.1.2e . Vrijetijdscentrum elektrocross en

paintball. Projectnummer: 220208. 5 mei. 19

5.1.2e

het aantal mogelijke slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Toetsing Voorliggend project voorziet in de realisatie van een terrein voor recreatieve doeleinden (niet zijnde voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen) en kan daarom worden gezien als een beperkt kwetsbaar object.

Op circa 800 meter afstand van het besluitgebied is een spoor gelegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Op circa 1 kilometer ligt een buisleiding. Onderhavig project ligt niet in de onderzoekszone van deze risicobronnen. Daarom is een nader onderzoek nar het aspect externe veiligheid niet aan de orde. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig project.

4.7

Water Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze waterparagraaf worden de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling afgewogen. Rijksbeleid – Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: - waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit);

20

5.1.2e

-

waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO₂arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.

Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico’s in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie. Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio’s en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen.

De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Daarnaast hebben de vijf volgende thema’s een centrale rol in dit waterprogramma: 1. Klimaatadaptatie; 2. Waterveiligheid; 3. Zoetwater; 4. Grondwater; 5. Scheepvaart. Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de Rijn-Maasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma’s en uitwerkingen onder het 21

5.1.2e

Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda’s Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma’s de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda’s onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Provinciaal beleid - Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening.

Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Waterschapsbeleid - Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rijn en IJssel In het waterbeheerplan beschrijft het waterschap Rijn en IJssel op welke wijze de volgende thema’s in de periode 2021-2027 uitgevoerd worden: creëren en onderhouden van een klimaatrobuust en veilig gebied, bijdragen aan een circulaire economie en de energietransitie en het creëren van een gezondere leefomgeving.

Het waterbeheerplan zoekt verbinding met het werk van andere overheden: de provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en het Rijk. Het waterbeheer schept vaak randvoorwaarden voor gebruikers van het water, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers, zoals burgers, agrariërs en terreinbeheerders, ondernemers en (drinkwater)bedrijven, recreanten en de naburige Duitse waterbeheerders. Vanuit de omgevingsverkenning is het beleid voor de planperiode 2021-2027 beschreven voor de kerntaken van het waterschap: − het peilbeheer van grond- en oppervlaktewater; 22

5.1.2e

− het onderhouden en beheren van de waterkeringen en watergangen; − het transporteren en zuiveren van afvalwater; − het verbeteren van de waterkwaliteit; − de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast is het veerkrachtiger maken van het gebied tegen klimaatverandering een belangrijk speerpunt. Toetsing Om de waterhuishoudkundige gevolgen van onderhavig project in beeld te brengen is gebruik gemaakt van de watertoets. Voor de watertoets is de Standaard Waterparagraaf van het Waterschap Rijn en IJssel aangewend. Deze waterparagraaf is onderdeel van, en hangt samen met, een set van standaarden zoals die door het waterschap gehanteerd wordt. In deze waterparagraaf worden de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling per waterthema afgewogen. Als op één of meer vragen per waterthema ‘ja’ wordt geantwoord dan is het waterthema relevant. Die waterthema’s worden toegelicht. Thema

Toetsvraag

Relevant

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of

Nee

HOOFDTHEMA’S Veiligheid

regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

Nee

Riolering en Afvalwa-

1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?

Nee

terketen

2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?

Nee

3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)

Nee

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak?

Ja

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?

Nee

3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast

Nee

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?

Nee

2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee Nee

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Oppervlaktewaterkwaliteit

Nee

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied? Grondwaterkwaliteit

Nee

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 23

Ja

5.1.2e

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?

Nee

2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

Natte natuur

Nee Nee

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?

Nee

2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur? Inrichting en beheer

Ja

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?

Nee

2. Heeft het planherinrichting van watergangen tot doel?

Nee

AANDACHTSTHEMA’S Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

Nee

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

*

Nee

als op één of meer vragen per waterthema Ja wordt geantwoord dan is het thema relevant en zal de toelichting bij het kopje 3 ingevuld en toegevoegd moeten worden in de ruimtelijke onderbouwing.

Het besluitgebied deels ligt in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking. In paragraaf 3.2.1 is hier in het kader van de Provinciale Omgevingsvisie en -verordening reeds aandacht aan besteed. Hieruit werd geconcludeerd dat het project geen negatieve effecten op het grondwater en daarmee ook het drinkwater heeft. Ook heeft de ontwikkeling geen invloed op de hydrologie van het nabijgelegen natuurgebied, waarmee de beschermingszone voor natte natuur eveneens geen belemmering vormt. Als gevolg van de ontwikkeling zal het besluitgebied te maken hebben met een toename aan verharding. Doordat de aan te leggen ontsluitings- en parkeervoorzieningen worden ingericht met halfverharding en de resterende gronden groen en landschappelijke worden ingericht, kan hemelwater makkelijk in de grond infiltreren of afstromen op de noordwestelijk gelegen watergang. Door de beperkte invloed van de ontwikkeling op het aspect water wordt geacht dat geen overleg met het waterschap noodzakelijk is. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend project.

24

5.1.2e

4.8

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing SAB heeft met een quick scan natuur 6 onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het besluitgebied. Naast beschermde natuurwaarden in het besluitgebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het besluitgebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Rijntakken ligt in de buurt van het besluitgebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Rijntakken is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het besluitgebied niet uit te sluiten. Daarom is een berekening van de stikstofdepositie in de aanlegfase 7 en gebruiksfase 8 uitgevoerd.

Uit de berekeningen volgen geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Verder blijkt uit de quick scan dat het besluitgebied deels in de beschermingszone natte landnatuur ligt. Dit is een gebied rondom natte landnatuur in het Gelders natuurnetwerk waar ter bescherming van de natte natuur in beginsel geen ruimtelijke of waterhuishoudkundige ontwikkeling mogelijk is die door hydrologische beïnvloeding via het grondwatersysteem negatief effect heeft op de natte natuurwaarden. Met de geplande ontwikkeling worden er geen watergangen gedempt of gegraven. Er wordt in het gedeelte dat zich in de beschermingszone bevindt alleen ontsluitings- en parkeervoorzieningen in halfverharding aangelegd. Dit is maar een klein gedeelte en zal geen effect hebben op de hydrologie in het nabijgelegen natuurgebied. Ten slotte is in de omgeving van het besluitgebied het Natuurnetwerk Nederland aanwezig. Deze natuurgebieden hebben echter geen externe werking, waardoor deze provinciale bescherming de uitvoering van het project niet in de weg staat.

6

SAB (2023). Quick scan natuur. 5.1.2e

5.1.2e

Projectnummer: 220208. 23 maart

2023. 7

5.1.2e

Milieuadvies (2023). Berekening stikstofdepositie aanlegfase. 5.1.2e

achter

nr. 44. 3 mei 2023. 8

5.1.2e

Milieuadvies (2023). Berekening stikstofdepositie gebruiksfase. 5.1.2e

ach-

ter nr. 44. 3 mei 2023. 25

5.1.2e

Soortenbescherming In en rondom het besluitgebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het besluitgebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Uit de quick scan volgt dat rondom het besluitgebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Verder zijn geen essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt aangetroffen. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

Wel wordt geadviseerd om de afvalhoop, grotendeels bestaande uit snoeiafval, in het midden van het besluitgebied zo snel mogelijk te verwijderen, zodat deze hoop niet geschikt wordt als verblijfplaats voor kleine marterachtigen. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend project.

4.9

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.

26

Toetsing Gelet op de ter plaatse aanwezige ‘Waarde - Archeologie 7’ is in het kader van de voorgenomen ontwikkeling voorzien in een archeologisch bureauonderzoek 9. Hieruit volgt dat het besluitgebied ligt in het archeologisch landschap: ‘Noordelijk zandgebied’ en in de landschapszone dekzandruggen en rivierduinen. Ten oosten van het besluitgebied ligt een paraboolduin waarvan de punt mogelijk doorloopt tot net in het besluitgebied. Op kaarten van midden 20e eeuw staat in het besluitgebied een markante verhoging ingetekend; dit kan een duin of grafheuvelgroep zijn. Bovengenoemde terreinverhoging is in de tweede helft van de 20e eeuw geëgaliseerd. Op het weideperceel waar de toegangsweg is voorzien heeft een slingerende weg of een pad gelegen, vermoedelijk een kartparcours. Bij de aanleg en verwijdering is de bodem mogelijk vergraven. Op basis van de landschappelijke ligging moet in het besluitgebied rekening gehouden worden met archeologische resten uit alle perioden. De top van het archeologisch relevante niveau ligt onder een bouwvoor van circa 30 tot 50 cm dik. De aanplant van landschapselementen leidt tot een beperkte verstoring die als toelaatbaar kan worden beschouwd. Het aanbrengen van oppervlakte verharding bij de toegangsweg en parkeervakken is toelaatbaar als daarvoor minder diep dan 30 cm -mv wordt gegraven.

Als bij het aanbrengen van oppervlakte verharding bij de toegangsweg en parkeervakken dieper dan 30 cm -mv wordt gegraven, dan wordt aanbevolen om in de betreffende zone(s) nader te bepalen wat de aard en intactheid van het bodemprofiel is. Dit geldt ook voor dergelijke graafwerkzaamheden voor zover die plaats gaan vinden in het kader van de inrichting van de recreatieweiden. De verwachting is niet dat de genoemde diepte zal worden overschreden. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend project.

4.10

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het nemen van ruimtelijke besluiten. Toetsing In en rondom het besluitgebied bevinden zich geen monumentale en/of cultuurhistorische waarden. Wel kent het gebied een aantal landschappelijke kwaliteiten, zoals de kamerstructuur en kleinschaligheid van het agrarisch landschap. Deze kenmerken worden door middel van een passende landschappelijke inpassing versterkt. Zo krijgt

9

Bureau voor Archeologie (2023). Bureauonderzoek 5.1.2e

, 5.1.2e . Rapportnummer:

2214-6687. 21 april 2023. 27

5.1.2e

het besluitgebied een duidelijke groene omzoming van 8 tot 10 meter in doorsnee. Hiermee wordt een duidelijke natuurlijke grens getrokken met de recreatieve activiteiten en het achterliggende agrarische landschap. Gezien de kleinschalige aard en schaal van het initiatief blijven de ruimtelijke structuren en kwaliteiten rondom het besluitgebied verder grotendeels ongewijzigd. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet zorgt voor eventuele aantasting van aanwezige cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.

4.11

Verkeer en parkeren Verkeer In de CROW-publicatie 381, d.d. december 2018, zijn geen kencijfers voor elektrocross en paintball opgenomen. De initiatiefnemer zet in op maximaal 100 personenauto’s per dag. Dat komt neer op maximaal circa 200 motorvoertuigbewegingen per etmaal, uitgaande dat iedere bezoeker op eigen gelegenheid en met de auto komt. De verwachting is dat deze ruim genomen schatting van de verkeersgeneratie niet zal zorgen voor verkeersknelpunten in de omgeving. Het verkeer zal volledig worden ontsloten op de 5.1.2e . Parkeren De gemeente Lochem heeft speciaal parkeerbeleid in de vorm van het Parapluplan Parkeernormen (d. d. december 2020). Hierin wordt verwezen naar de Nota Parkeernormen om de juiste parkeerkencijfers te kunnen hanteren. Hieruit volgt dat het besluitgebied valt binnen het gebiedstype ‘buitengebied’. Er zijn geen specifieke parkeernormen voor de beoogde functies opgenomen. Door het recreatieve karakter van de ontwikkeling met bijbehorende dynamiek is gekozen om aan te sluiten op de meest vergelijkbare functie uit het gemeentelijk beleid, in dit geval ‘sportveld’. Hiermee geldt een norm van 20 parkeerplaatsen per hectare. Dit levert in deze situatie circa 30 parkeerplaatsen op. Deze parkeervraag zal volledig op eigen terrein gerealiseerd worden. kenmerk Sportveld

aantal 1,5

kencijfer 20,0

per hectare

verkeersgeneratie 30

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend project.

28

5 5.1

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het project. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door de ruimtelijke procedure moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Dit project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure worden via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Er is geen aanleiding om aan de economische uitvoerbaarheid van voorliggend project te twijfelen.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Omgeving Omwonenden zijn per brief door de eigenaar op de hoogte gebracht van voorliggend initiatief.

5.2.2

Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijke procedure, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van de ontwikkeling. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In deze paragraaf of in een bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing zullen de binnengekomen reacties worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

5.2.3

Zienswijzen Het ontwerpbesluit zal voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzageliggen. Een ieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

29

46,7

7

5 11,0 1

2,5

49 P

21 P

Inga n

5,96

123 ,86

Parkeerplaatsen 5 x 2,5 meter Fietsenstalling 7 x 3 meter met ruimte voor 11 fietsen Ontvangstruimte (kapschuur) 9 x 15 meter Tank binnen paintballterrein 6 x 2,5 meter

g

Terrein naastgelegen menvereniging

Fietsenstalling

4,56

Terrein elektrocross

Situatieschets schaal 1:2000

47,7

2

Bluswaterbron 90 m3/uur

Uitg

ang

Schuilschotten paintball

2

65,

84

kap

sch

uur

Terrein naastgelegen kartbaan

Terrein paintball

66, 43

Hoogte 2 meter, breedte maxiimaal 2,5 meter

Project: De heer J. Bleumink Aanvraag omgevingsvergunning Adres: Elzerdijk 44 Plaats: Eefde Projectummer: 2025-364

Aard van de inrichting: Paintball & Elektrocross Wijzigingsdatum:

Datum: 22-05-2025 Plattegrond 1:500

18-6-2025

Getekend: RW Schaal: 1:500

A1

Wijzigingsdatum:

Wijzigingsdatum:

Wijzigingsdatum:

Kadastrale gemeente: Sectie:

Nummer(s):

Witjes Milieuadvies B.V. De Roosdom 3 6905 AZ ZEVENAAR T 0316-533934 F 0316-533720 E info@witjesmilieuadvies.nl

rechterzijgevel

achtergevel

linkerzijgevel

1.926

a

voorgevel

dakpannen panlatten, tengels prefab dakplaat Unilin, Unidek., Isover of gelijkwaardig sporenkap op houten constructie 200x200mm. volgens leverancier/aannemer

200

+5.647

8.000

+5.345

zinken mastgoot

6.090

0.03

overkapping - zitje 61,4 m2

0.02

0.01

wachtruimte

stalling en laadruimte motoren

24,4 m2

34,7 m2

+2.436

45gr.

+2.287

200

30gr.

houten kolommen op prefab betonpoeren verankeren volgens leverancier - aannemer

overkapping en rondom waar nodig verharding d.m.v. straatwerk

±0

topgevels verticale houten delen gevels tot 'goothoogte' horizontale delen

+2.340 hemelwater laten bezinken in terrein

straatwerk of betontegels 300x300mm verdicht schoon zandpakket

principe doorsnede a-a 200

4.000 15.000

200

5.700

200

a

4.700

pla egrond

impressie opdrachtgever: 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e

Lievelde

BOUWKUNDIG TEKEN- & ADVIESBURO adres

:

5.1.2e

telefoon : e-mail

5.1.2e

:

info@tekenburomilo.nl

internet :

www.tekenburomilo.nl

datum tekening : getekend door

projectomschrijving:

De Heurne

5.1.2e

25-10-2019

:

schaal / formaat : datum wijziging :

deze tekening blijft eigendom van

5.1.2e

1:100 A1 16-06-2025 5.1.2e

onderdeel:

ONTVANGSTGEBOUW werknummer:

P19_1294

bladnummer: OV-03

, openbaarmaking, vermenigvuldiging en verspreiding aan derden is zonder toestemming niet toegestaan.

Landschappelijk inpassingsplan , 5.1.2e

5.1.2e

Datum: 7 juli 2025 | Projectnummer: 220208

INLEIDING

Aan de 5.1.2e

in 5.1.2e ligt Adventure 5.1.2e , een terrein voor outdoor

activiteiten zoals karten en klimmen. Er is het voornemen om direct ten (noord)westen van dit terrein een bedrijf te vestigen die paintball en elektrocross wil gaan aanbieden. Een nieuwe paintballweide is in de zuidwestzijde van het terrein beoogd en een stille recreatieve actieweide voor elektrische motorcross in het noordwestelijke deel van het terrein. Daarnaast is er behoefte aan een parkeerterrein voor bezoekers. De nieuwe activiteiten passen niet binnen het bestemmingsplan en daarom is er een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Om inzicht te krijgen in hoe de nieuwe activiteiten ingepast worden in het landschap, is een

Beoogde stille recreatieve

landschappelijk inpassingsplan noodzakelijk, dat onder andere inzicht

actie weide (motorcross)

Beoogde locatie parkeren

geeft in de beoogde landschappelijke inrichting van het terrein en de overgangen naar het landschap. Daarbij wordt niet ingegaan op de inrichting van de paintball weide en de stille recreatieve actieweide, maar specifiek de landschappelijke randen daaromheen en de inrichting van het

Bedrijfswoning

parkeerterrein.

Stalling karts Bestaande inrit

Parkeren bestaand

Locatie

Kantine

De locatie ligt ten noorden van 5.1.2e , in een bosachtige omgeving, grenzend aan de Gorsselse Heide. Het terrein is bereikbaar vanaf de 5.1.2e

. Rondom de kartbaan zijn bomen aanwezig, die onderdeel zijn van

Clubgebouw

Beoogd paintball parcours / weide

Klimbos

een klimbos.

Kartbaan Klimrots

Leeswijzer

Uitkijktoren

Allereerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en omgeving, middels een landschapsanalyse. De analyse gaat onder andere in op de historische ontwikkeling van de plek. Vervolgens komt het landschappelijk inpassingsplan aan bod, waarbij voor de verschillende 5.1.2e

landschappelijke elementen een nadere toelichting gegeven wordt.

Luchtfoto met de ligging van het plangebied

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

Pagina 2

IMPRESSIE VAN HET PLANGEBIED

Entree vanaf de 5.1.2e

Weides aan de noordkant

De noordrand van het gebied

De westkant van het gebied

Greppel langs de zuidkant

Kartbaan

Bebouwing bij de kartbaan en parkeergelegenheid

Klimbos

Bebouwing bij de kartbaan

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

Pagina 3

ANALYSE - HISTORISCHE ONTWIKKEING

1900 Het plangebied was van oorsprong onderdeel van de Gorsselse Heide. De gronden werden gebruikt voor begrazing door runderen en later schapen. Daarnaast werden de gronden geplagd. Heideplaggen werden in de stal gebruikt om de schapen een drogere ondergrond te geven en samen met de mest in het voorjaar op het land gebracht om de bodemstructuur te verbeteren. Door het afplaggen van de gronden bleef de heide in stand. Na de komst van kunstmest verdween er veel heide in de omgeving. Een deel van het heidegebied is echter bewaard gebleven, vanwege de militaire functie die het terrein kreeg. Wegen bestonden destijds uit zandpaden die naar verschillende buurtschappen leidden.

1940 Veel heidegebieden verdwenen rond deze tijd. Dit proces was ook gaande bij het plangebied. Zoals te zien op de kaart is het noordelijk deel van het plangebied al in gebruik genomen als akker of weide, het zuidelijk deel is

Historische kaart 1900 (topotijdreis)

Historische kaart 1940 (topotijdreis)

Historische kaart 1980 (topotijdreis)

Historische kaart 2021 (topotijdreis)

nog heide.

1980 Na 1940 is het zuidelijke deel van het terrein, waar nu de kartbaan is, nog een tijdje bos geweest alvorens de kartbaan gerealiseerd is. Verder is de omgeving nagenoeg onveranderd gebleven, op wat schaalvergroting van de percelen na.

Heden Tegenwoordig kent de omgeving nog steeds een afwisseling van bos, akkers en heide, die het gebied een afwisselend en divers karakter geeft.

Uitgangspunten voor de ontwikkeling •

De kamerstructuur en kleinschaligheid was kenmerkend voor het gebied. Dit kan hersteld en versterkt worden door middel van landschappelijke inpassing.

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

Pagina 4

ANALYSE - LANDSCHAPPELIJKE KENMERKEN

Geomorfologie Het plangebied ligt op een dekzandgebied dat grenst aan de IJsselvallei,

vlakte door

veldpodzolgronden

daterend uit de laatste ijstijd. De oorspronkelijke beplanting van de

fijn zand

dekzandgronden in het gebied bestaat uit berken en zomereikbos, eikenelzenbos en op de lage plekken elzenbroekbos. Tegenwoordig zijn er ook

beekeerdgronden

veel dennen te vinden, als gevolg van de verlaging van de grondwaterstand

fijn zand

dekzandwelvingen dalvormige laagte

afgraving

dekzandrug

in het verleden. dekzandwelvingen

veldpodzolgronden

Bodem aangetroffen in jonge heideontginningen. Dit zijn gebieden die tot de 20

fijn zand

veldpodzolgronden

Het plangebied ligt op veldpodzolgronden, gronden die vaak worden

dekzandwelvingen

fijn zand

e

dekzandrug

eeuw met heide bedekt waren (woeste gronden).

Hoogteligging Op de hoogtekaart is te zien dat er kleine hoogteverschillen aanwezig

Bodemkaart (PDOK)

Geomorfologie (PDOK)

zijn. Zo is de uitloper van de dekzandrug als hoger liggend gedeelte in het landschap goed te zien.

+ 8,6

Uitgangspunten voor de ontwikkeling •

Houd bij de aanplant van nieuwe bomen en planten rekening met het

+ 8,9

bodemtype en de hoogteligging (grondwaterstand) van het plangebied.

+ 8,7

+ 10,0 + 9,9 + 8,6

+ 8,4

Bodemkaart (PDOK)

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

Pagina 5

GELDEND BESTEMMINGSPLAN

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Lochem Buitengbied’. Dit bestemmingsplan is op 7 december 2010 door de gemeente Lochem vastgesteld. Hiernaast is een uitsnede van de verbeelding opgenomen, met daarop het plangebied aangeduid. Het bestemmingsplan kent aan het plangebied de bestemming ‘Agrarisch’ toe. Verder hebben de gronden dubbelbestemming ‘Archeologie - Waarde 7’ en voor een klein deel de dubbelbestemming ‘Archeologie - Waarde 6’. Verder kent het plangebied vier gebiedsaanduidingen, namelijk ‘geluidzone - industrie’, ‘overige zone - beschermingszone natte landnatuur’, ‘overige zone - landschapstype bos en landgoederenlandschap’ en ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’. Wat betreft de beschermingszone natte landnatuur zijn regels opgenomen over de wijze waarop de natte landnatuur ter plaatse behouden kan blijven. Het gaat voornamelijk over het toevoegen van verharding. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding bos- en landgoederenlandschap is

Uitsnede bestemmingsplan ‘Lochem Buitengebied’ met daarop het plangebied aangeduid (Bron:

het beleid gericht op de instandhouding en de ontwikkeling van het bos-

ruimtelijkeplannen.nl).

en landgoederenlandschap met de volgende kernkwaliteiten: parkachtige historische tuinen, oude boerderijen en landerijen, bos en houtwallen, afwisseling bos met kleinschalig landschap, boomgroepen en solitaire bomen in weides, lanen met dubbele bomenrijen. .

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

Pagina 6

INRICHTINGSSCHETS & LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

De inrichtingsschets laat de beoogde landschappelijke inpassing van de stille recreatieve actieweide, het paintball parcours, het parkeerterrein en ontvangstgebouw zien. Het parkeren bevindt zich aan een eenrichtingslus en heeft groen karakter. Parkeren vindt plaats op grasstenen, waardoor de toename aan verharding beperkt blijft. De actieweide en het paintball parcours worden ingepast door middel van houtsingels, bomenrijen, solitaire bomen, hagen en bloemrijk grasland. Deze elementen dragen bij C

aan de landschappelijke inpassing, en worden op de volgende bladzijdes nader toegelicht: D A

Houtsingel stille recreatieve actie weide

8-10 meter. boomvormers: zomereik (Quercus robur), berk (Betula pendula) en els (Alnus glutinosa); •

B

G

B

A

De houtsingel bevindt zich aan de westzijde en heeft een breedte van •

E

E

C

10m

struikvormers: meidoorn (Crataegus monogyna), hazelaar

weide bestaand

(Corylus avellana) , sleedoorn (Prunus spinosa), vlier (Sambucus nigra), hondsroos (Rosa canina), wilde kardinaalsmuts

ontvangstgebouw/ kapschuur

(Euonymus europaeus) en Gelderse roos (Viburnum opulus).

F

B

Aanplanten in 5 rijen met een plantafstand van 1,50 x 1,50 meter, in groepen van 5-7 per soort. Aanplanten als bosplantsoen met een hoogte van minimaal 60-80 cm. Boomvormers

A

paintball parcours

aanplanten in de binnenste rijen. 1,5m 1,5m 1,5m 1,5m 1,5m

A

Houtsingel

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

Plantafstand

5.1.2e

Landschappelijk inpassingsplan (1:1000)

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

0

10

20

30

40

50m

Pagina 7

INRICHTINGSSCHETS & LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

B

Laanbeplanting Tussen het paintball parcours en de actie weide is een bomenrij aanwezig, evenals langs de ontsluitingslus voor het parkeren. •

Es (Fraxiunus excelsior), linde (Tilia cordata) of eik (Quercus robur).

C

Solitairen Op enkele plekken is een solitaire boom aanwezig. •

C

Es (Fraxiunus excelsior), linde (Tilia cordata) of eik (Quercus robur). D

E B

G

B

A stille recreatieve actie weide

D

E

C

10m

Bomenrij

weide bestaand

ontvangstgebouw/ kapschuur

Solitaire boom

F

B

Haag De scheiding tussen het parkeren en de stille recreatieve actieweide bestaat uit een landschappelijke haag. •

A

Veldesdoorn (Acer campestre).

paintball parcours

A

Veldesdoorn haag Landschappelijk inpassingsplan (1:1000)

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

0

10

20

30

40

50m

Pagina 8

INRICHTINGSSCHETS & LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

E

Bloemrijk grasland Grasland wordt onderhouden door middel van ecologisch maaibeheer (1-2 x per jaar maaien en afvoeren). Daar waar mogelijk inzaaien met bloemrijk grasmengsel, bijv. van Cruydhoeck.

C

D

E B

G

B

A stille recreatieve actie weide

Bloemrijk grasland F

Verharding •

Rijbaan: gravel, grasbetonstenen of een karrenspoor

•

Parkeervakken: grasbetonstenen

E

C

10m

Verharding wordt geminimaliseerd in het plangebied.

weide bestaand

ontvangstgebouw/ kapschuur

F

B

A

paintball parcours

A

Verharding minimaliseren

Rijbaan karrenspoor

Landschappelijk inpassingsplan (1:1000)

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

0

10

20

30

40

50m

Pagina 9

BEPLANTINGSLIJST

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

hoeveelheid

planthoogte

Boomvormers: eik, berk, els

ca. 69 stuks

125 - 150 cm

plantverband

bijzonderheden

Houtsingel, lengte ca. 230 m Boomvormers: Quercus robur,

aanplant in drie binnenste

Betula pendula, Alnus glutinosa Crataegus monogyna

rijen Meidoorn (20%)

150 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Corylus avellana

Hazelaar (20%)

150 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Prunus spinosa

Sleedoorn (20%)

150 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Sambucus nigra

Vlier (10%)

75 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Rosa canina

Hondsroos (10%)

75 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Euyonymus europeaus

Wilde kardinaalsmuts (10%)

75 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

Houtsingel

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Viburnum opulus

Gelderse roos (10%)

75 stuks

60-80 cm

1,50 x 1,50 meter (5 rijen)

aanplant groepsverband (min. 5-7 stuks per soort)

Laanbomen Fraxinus excelsior, Tilia cordata

Es, Linde of eik

ca. 18 stuks

of Quercus robur

maat 10-12 (minimale maat)

Solitairen Fraxinus excelsior, Tilia cordata

Es, Linde of eik

2 stuks

of Quercus robur

maat 10-12 (minimale

Bloemrijk grasland

maat) Haag (ca. 80 m) Acer campestre

veldesdoorn

ca. 400 stuks

60-80 cm

5 stuks per strekkende meter

Bloemrijk grasland Bijv. N1 van Cruydt Hoeck

Bloemenmengsel

Landschappelijk inpassingsplan 5.1.2e

5.1.2e

// Datum: 7 juli 2025 // Projectnummer: 220208

Pagina 10

5.1.2e

Akoestisch onderzoek 5.1.2e

5.1.2e

te Vrijetijdscentrum elektrocross en paintball Gemeente Lochem

Datum: 5 mei 2023 Projectnummer: 220208 Versie: 1.1

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2

Aanleiding Ligging plangebied

3 3

2

Wet- en regelgeving

4

2.1

Industrielawaai

4

3

Beoordeling

8

3.1 3.2

Richtafstanden VNG Modellering

8 11

4

Berekeningsresultaten

12

4.1 4.2 4.3

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Maximale geluidsniveaus Indirecte hinder

12 12 13

5

Conclusie

14

BIJLAGEN 1. Afbeeldingen 2. Invoergegevens 3. Rekenresultaten

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens op een kavel in het buitengebied van 5.1.2e een elektrocrossbaan en een paintballcentrum te realiseren. De locatie ligt binnen de geluidszone van nabij gelegen gezoneerd industrieterrein. Ten behoeve van de ruimtelijke procedure dienen een aantal haalbaarheidsonderzoeken te worden uitgevoerd, waaronder onderzoek naar inrichtingslawaai. Onderhavige rapportage is een uitwerking van dit onderzoek.

Figuur 1 ligging plangebied (blauw vlak) (bron: openstreetmaps bewerking: SAB)

1.2

Ligging plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van 5.1.2e ten noorden van de kern 5.1.2e . Nabij het plangebied ligt al een Outdoor Adventurepark waar kartactiviteiten plaatsvinden en geklommen kan worden in bomen en een klimtoren. De locatie ligt aan de 5.1.2e , een onverharde weg lang een bos (Gorsselse Heide) en weilanden. Het park ligt aan de rand van de Stedendriehoek Apeldoor-DeventerZutphen.

3

2 2.1

Wet- en regelgeving Industrielawaai Het project bestaat uit de realisatie van een sport- en recreatiepark. Bij het inpassen van een dergelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de bestaande situatie. In onderhavig geval is sprake van een nieuwe bedrijvigheid nabij bestaande woningen. Het wettelijk kader splitst zich uiteen in een kader met betrekking tot ruimtelijke ordening en een milieukader. Met beide aspecten dient in de bestemmingsplanprocedure rekening te worden gehouden.

2.1.1

Ruimtelijke ordening Hierbij kan in eerste instantie worden uitgegaan van de richtafstanden zoals genoemd in de publicatie ‘Bedrijven & Milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Op basis van een categorie-indeling van bedrijfstypen worden hierin richtafstanden gegeven voor diverse milieuaspecten, onder andere voor ‘geluid’. Indien deze richtafstanden in acht worden genomen, kan gesteld worden dat ter plaatse van woningen van derden sprake is van een (akoestisch gezien) acceptabel woon- en leefklimaat. Bij het stellen van de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstyperingen, te weten een ‘rustige woonwijk met weinig verkeer’ en een ‘gemengd gebied’. Indien sprake is van een gemengd gebied, kunnen de richtafstanden in algemene zin met één afstandsstap worden gereduceerd; zie tabel 1. Omgevingstype rustige woonwijk Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen, in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties, is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.

4

Milieucategorie

Richtafstand Rustige woonwijk

Gemengd gebied

10

0

1 2

30

10

3.1 / 3.2

50 / 100

30 / 50

4.1 / 4.2

200 / 300

100 / 200

5.1 / 5.2 / 5.3

500 / 700 / 1.000

300 / 500 / 700

6

1.500

1.000

Tabel 1 Richtafstanden milieucategorieën

Er dient te worden opgemerkt dat bovengenoemde publicatie geen wetgeving bevat, echter gelet op jurisprudentie wel als ‘richtlijn’ kan worden gezien. Op basis van uitspraken van de Raad van State kan worden geconcludeerd dat, mits gemotiveerd, afgeweken kan worden van de VNG-richtafstanden. De motivatie kan hierbij bestaan uit het feit dat vergunningvoorschriften wellicht strenger zijn dan de richtafstanden of dat sprake is van een werkelijke geluidsuitstraling die een kortere afstand rechtvaardigt. In het laatste geval dient een en ander met een akoestisch onderzoek te worden onderbouwd. Hierbij kunnen de toetsingswaarden uit de VNG-publicatie gehanteerd worden (zie tabel 2). 7:00 - 19:00 uur

19:00 - 23:00 uur

23:00 - 7:00 uur

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

LAr,LT (gemengd gebied)

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax (rustige woonwijk,

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAr,LT (rustige woonwijk, weinig verkeer)

weinig verkeer) LAmax (gemengd gebied)

Tabel 2 Toetsingswaarden VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering, Stap 2

Indien Stap 2 niet toereikend is, kunnen de richtwaarden voor stap 3 worden gehanteerd. Bevoegd gezag dient dan deze waarde te motiveren. 7:00 - 19:00 uur

19:00 - 23:00 uur

23:00 - 7:00 uur

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT (gemengd gebied)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

LAmax (rustige woonwijk,

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

70 dB(A)*

65 dB(A)*

60 dB(A)*

LAr,LT (rustige woonwijk, weinig verkeer)

weinig verkeer) LAmax (gemengd gebied)

Tabel 3 Toetsingswaarden VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering, Stap 3

*

exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer

5

5.1.2e

2.1.2 2.1.2.1

Milieukader Algemeen Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit, behalve als ze geen 'inrichting' zijn. Afhankelijk van het soort bedrijf, het 'type inrichting', is het Activiteitenbesluit geheel of gedeeltelijk van toepassing. Het Activiteitenbesluit maakt onderscheid in drie typen inrichting: type A, B en C. − Voor type A inrichtingen is geen melding Activiteitenbesluit noodzakelijk, er hoeft geen omgevingsvergunning milieu te worden aangevraagd, en er hoeft geen Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) te worden uitgevoerd. − Voor type B inrichtingen hoeft geen vergunning te worden aangevraagd, wel moet een melding Activiteitenbesluit te worden gedaan, mogelijk in combinatie met een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM). − Voor type C inrichtingen dient een omgevingsvergunning milieu te worden aangevraagd. De beoogde inrichting betreft een vergunningplichtige inrichting (bedrijfstype C). Onderdeel van het plan is namelijk om op de aan te leggen crossbaan voor meer dan 8 uur per week met elektrische motoren te gaan crossen. Het bedrijf wordt hiermee op grond van categorie 19.4, onder b van Bijlage 1, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (het gebruiken van gemotoriseerde voertuigen in wedstrijdverband of voor recreatieve doeleinden in de open lucht) vergunningplichtig (bedrijfstype C).

2.1.2.2

Geluidnormen Handreiking industrielawaai en vergunningverlening Voor toetsing aan vergunningplichtige (type-C) inrichtingen wordt gebruik gemaakt van het toetsingskader uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De geluidnormen van het Activiteitenbesluit zijn dus niet van toepassing. De richtwaarden uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening zijn afhankelijk van de aard van het gebied en het activiteitenniveau. In dit onderzoek wordt uitgegaan van een landelijke omgeving. Onderstaande tabel toont hiervoor de richtwaarden. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) Dagperiode (07:00 t/m 19:00) Avondperiode (19:00 t/m 23:00) Nachtperiode (23:00 t/m 07:00) Letmaal

40 dB(A) 35 dB(A) 30 dB(A) 40 dB(A)

Tabel 4 Richtwaarden Landelijke omgeving

Wanneer niet kan worden voldaan aan de richtwaarden kan door middel van een bestuurlijke afweging een overschrijding toelaatbaar worden geacht. Bij een dergelijke afweging geldt als maximum niveau de etmaalwaarde van 50 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woningen of het referentieniveau van het omgevingsgeluid.

6

2.1.2.3

Indirecte hinder De geluidsbelasting op de woningen ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg wordt beoordeeld conform de circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening w.m.” van het Ministerie van VROM, d.d. 29 februari 1996. Deze circulaire wordt ook wel de Schrikkelcirculaire genoemd. Dit betekent dat het verkeer op de openbare weg alleen wordt beoordeeld op het equivalente geluidsniveau. Het equivalente geluidniveau (LAeq) ten gevolge van indirecte hinder, veroorzaakt door mobiele geluidsbronnen (wegverkeer) op weg naar en/of afkomstig van de inrichting en als zodanig akoestisch herkenbaar, mag op de gevel van woningen van derden bij voorkeur niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Hogere waarden zijn onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar. De maximale etmaalwaarde bedraagt 65 dB(A).

7

5.1.2e

3 3.1

Beoordeling Richtafstanden VNG Het plangebied ligt binnen de geluidszone van een industrieterrein Kartbaan. Het sportpark ligt op circa 600 meter afstand van de zone. De naastgelegen kartbaan is een buitensportactiviteit en zo ook het klimbos. De op te richten elektrocross en paintballcentrum zijn ook buitensportactiviteiten. Hierdoor kan gesteld worden dat de locatie in een gemengd gebied gelegen is. De omliggende woningen (waaronder boerderijen) liggen veelal aan de rand van de geluidszone, met betrekking tot deze woningen kan gesteld worden dat deze in een rustig buitengebied zijn gelegen. Volgens de VNG vallen veldsportcomplexen (met verlichting) (SBI-2008 code 931 in categorie 2 en wordt voor het aspect ‘geluid’ een richtafstand voor rustig buitengebied van 50 m voorgeschreven. In figuur 2 is het concept landschapsplan weergegeven.

Figuur 2 Concept landschapsplan (bron: SAB)

3.1.1 3.1.1.1

Nadere beschouwing Toetswaarden In het kader van een goede ruimtelijke ordening gelden de volgende grenswaarden zoals deze benoemd zijn in de navolgende tabel.

8

LAr,LT (rustig buitenge-

7:00 - 19:00 uur

19:00 - 23:00 uur

23:00 - 7:00 uur

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

bied) LAmax (rustig buitengebied) Tabel 5 Toetsingswaarden stap 2

In de volgende tabel zijn de richtwaarden in het kader van de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening opgenomen. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) Dagperiode (07:00 t/m 19:00) Avondperiode (19:00 t/m 23:00) Nachtperiode (23:00 t/m 07:00) Letmaal

40 dB(A) 35 dB(A) 30 dB(A) 40 dB(A)

Tabel 6 Overzicht van de richtwaarden Landelijke omgeving uit het de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening

3.1.2

Representatieve bedrijfssituatie Het bedrijf wordt opgericht. De openingstijden zijn tussen 9.00 uur en 19.00 uur. Op de locatie komt een elektrocrossbaan en een paintballterrein. In het onderzoek is er vanuit gegaan dat er verschillende hoogte zijn, met een maximum van 3 meter. Omdat niet bekend is hoe de terreinindeling gaat worden, is het gehele gebied met een hoogte van 3 meter ingevoerd. Maximaal komen er 200 personen, 100 mensen naar het paintball en 100 mensen naar de elektrocross. Worstcase Er komen tien groepen van maximaal 10 personen (tot 100 spelers). Elke groep, opgedeeld in 2 teams van 5 spelers, speelt 4 games van een kwartier en verbruikt 200 bullets per persoon. Een groep verbruikt voor de gehele speelduur van een uur maximaal 2.000 bullets (10 x 200). Tien groepen verbruiken gedurende de dagperiode 20.000 bullets (10 x 2.000). In de berekening is voor de totale periode dat er wordt geschoten, uitgaande van het afvuren van 1 bullet per seconde, rekening gehouden met 5,8 uur effectieve speeltijd in de dagperiode (20.000 / 3.600) gelijkmatig over het gehele speelveld. In het veld zijn obstakels, zoals regentonnen, pallets en schermen opgesteld. Hierachter kunnen spelers schuilen. Voor de inslag van bullets op de obstakels in het speelveld is rekening gehouden dat alle schoten op obstakels zijn, wat overeenkomt met 20.000 inslagen.

Ook hier wordt uitgegaan dat een inslag 1 seconde duurt, dus 20.000 seconden, wat neerkomt op 5,8 uur aan inslagen.

9

5.1.2e

Er is sprake van impulsachtig geluid. Deze toeslag is over de gehele inrichting opgenomen. Daarnaast zullen spelers met elkaar praten, fluisteren of schreeuwen. Gemiddeld is uitgegaan van dat er continue gesproken wordt door 50% van de spelers, met een speelduur van één uur. In dit kader is er dus sprake van drie bronnen, het schieten, de inslag op de obstakels en het praten van personen. Met betrekking tot de elektrocross wordt uitgegaan van 10 motoren per run. Elke run duurt circa 12 minuten, waarna circa 12 minuten pauze is. Uitgegaan wordt dat er tussen 9.00 uur en 19.00 uur 5 uur wordt gecrosst en 5 uur pauzes zijn. Tijdens de pauzes (in totaal half uur) worden door de crossers gepraat. Er wordt uitgegaan dat er 100 personenauto’s en één touringcar op een dag naar de inrichting komen. Er komt dagelijks één vrachtwagen goederen brengen of afval ophalen. Voor de worstcase benadering vertrekken er in de avondperiode 10 personenauto’s en 1 touringcar. Het hele terrein wordt onderhouden door een maaier. Deze maaier is over dit gebied circa 1 uur bezig. 3.1.3

Maximale geluidsniveaus (LAmax) De maximale geluidsniveaus worden veroorzaakt de paintbalwapens, de inslagen op obstakels, schreeuwen van spelers, sluiten van autodeuren en het ontluchten van het hydraulisch systeem van vrachtwagens.

3.1.4

Overzicht bronvermogens In de volgende tabel is een overzicht van de bronvermogens van de representatieve bedrijfssituatie en de maximale geluidsniveaus. Tabel 7 Overzicht gehanteerde bronvermogens Bron

Lwr/Lamax

dag

avond

nacht

elektrocross

85/85

√

√

-

praten/schreeuw

70/108

√

√

-

Paintballwapen

89,8/108

√

-

-

inslag bullits

90/102

√

-

-

personenauto's

89/-

√

√

-

vrachtwagen/touringcar

103/-

√

-

-

sluiten portier

100

√

√

-

ontluchting vwa touringcar

111

√

√

-

100/106

√

-

-

maaier

Bij het aanwezig zijn van meerdere bronnen is de formule 10 x log (n), waarin (n) het aantal bronnen is.

10

5.1.2e

3.1.5

Indirecte hinder Als worstcase benadering is al het verkeer zowel naar het noorden dan wel naar het zuiden ingevoerd. Omdat de weg onverhard is, is uitgegaan van klinkerverharding.

3.2

Modellering

3.2.1

Meet- en rekenmethode De geluidsuitstraling naar de omgeving vanwege de inrichting is bepaald conform de ‘Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999’. Hierbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu (versie 2021 versie 1). Aan de hand hiervan is de geluidsuitstraling naar de omgeving en de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige bestemmingen berekend.

3.2.2

Objecten, bodemgebieden en immissiepunten De ingevoerde objecten zijn de van belang zijnde gebouwen. Als bodemgebieden zijn wegen en het water met een bodemfactor van 0,0 (reflecterend) ingevoerd. De immissiepunten zijn gelegd op gevels van in de directe omgeving gelegen geluidsgevoelige bestemmingen. In de volgende afbeelding zijn de rekenpunten weergegeven.

Figuur 3 Overzicht ligging rekenpunten

11

4 4.1

Berekeningsresultaten Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau In de volgende tabel is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van de paintball- en elektrocrosscentrum 5.1.2e weergegeven. De impulstoeslag is voor de volledige inrichting opgenomen. Tabel 8 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (in dB(A)) Naam

Omschrijving

Hoogte (m)

Dag

Dd12_A

5.1.2e

Avond

Nacht

Etmaal

1,50

Dd12_B

5.1.2e

5,00

27

8

--

27

29

10

--

Dd47_A

5.1.2e

29

Dd51_A

5.1.2e

5,00

39

21

--

39

5,00

38

15

--

38

Dd53_A Dd53_B

Dortherdijk 53

1,50

22

-1

--

22

Dortherdijk 53

5,00

30

9

--

30

Ed48 _A

5.1.2e

5,00

30

9

--

30

Ed5_A

5.1.2e

1,50

32

16

--

32

Ed5_B

5.1.2e

5,00

33

17

--

33

geluidzone

geluidzone - noord

5,00

28

11

--

28

geluidzone

geluidzone - oost

5,00

25

10

--

25

geluidzone

geluidzone - west

5,00

28

9

--

28

geluidzone

geluidzone - zuid

5,00

24

-4

--

24

Uit de berekeningen blijkt dat op de omliggende rekenpunten de richtwaarden niet wordt overschreden, de hoogste geluidsbelasting bedraagt 39 dB(A). De bijdrage op de geluidszone bedraagt slechts 28 dB(A), dus er is geen sprake van een toename van het geluid op de geluidzone.

4.2

Maximale geluidsniveaus In de volgende tabel zijn de maximale geluidsniveaus weergegeven, in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Tabel 9 Maximale geluidsniveaus (in dB(A)), in het kader van een goede ruimtelijke ordening Naam

Omschrijving

Hoogte (m)

Dag

Avond

Nacht

Dd12_A

5.1.2e

1,50

34

33

--

Dd12_B

5.1.2e

5,00

37

37

--

Dd47_A

5.1.2e

5,00

50

50

--

Dd51_A

5.1.2e

5,00

50

50

--

Dd53_A

Dortherdijk 53

1,50

35

34

--

Dd53_B

Dortherdijk 53

5,00

38

38

--

Ed48 _A

5.1.2e

5,00

40

39

--

Ed5_A

5.1.2e

1,50

39

39

--

Ed5_B

5.1.2e

5,00

41

41

--

Uit de berekeningen blijkt dat de richtwaarden niet overschreden wordt. 12

5.1.2e

4.3

Indirecte hinder In de volgende tabel is de indirecte hinder weergegeven. Tabel 10 Indirecte hinder (in dB(A)) Naam

Omschrijving

Hoogte

Dag

Avond

Nacht

Etmaal

Dd12_A

5.1.2e

1,50

12

2

--

12

Dd12_B

5.1.2e

5,00

13

3

--

13

Dd47_A

5.1.2e

5,00

21

12

--

21

Dd51_A

5.1.2e

5,00

24

14

--

24

Dd53_A

Dortherdijk 53

1,50

11

2

--

11

Dd53_B

Dortherdijk 53

5,00

14

4

--

14

Ed48 _A

5.1.2e

5,00

22

13

--

22

Ed5_A

5.1.2e

1,50

40

31

--

40

Ed5_B

5.1.2e

5,00

41

31

--

41

Uit de berekeningen blijkt dat de grenswaarden niet wordt overschreden.

13

5.1.2e

5

Conclusie De initiatiefnemer is voornemens op een kavel in het buitengebied van 5.1.2e een elektrocrossbaan en een paintballcentrum te realiseren. De locatie ligt binnen de geluidszone van nabij gelegen gezoneerd industrieterrein. Onderdeel van het plan is om op de aan te leggen crossbaan voor meer dan 8 uur per week met elektrische motoren te gaan crossen. Het bedrijf wordt hiermee op grond van categorie 19.4, onder b van Bijlage 1, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (het gebruiken van gemotoriseerde voertuigen in wedstrijdverband of voor recreatieve doeleinden in de open lucht) vergunningplichtig (bedrijfstype C). Ten behoeve van de ruimtelijke procedure is een akoestisch onderzoek naar inrichtingslawaai uitgevoerd. In dit onderzoek is getoetst aan de richtwaarden uit de ‘Handreiking industrielawaai en vergunningverlening’, de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ en Indirecte hinder. Uit dit akoestisch onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: - op de omliggende woningen wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maximale geluidsniveaus en indirecte hinder; - op de geluidszone is de geluidsbelasting dusdanig laag is dat er geen toename is van het geluid.

14

5.1.2e

Bijlage 1 Afbeeldingen

15

5.1.2e

2

SAB

elektrocross / paintball

5.1.2e

5 mei 2023, 07:46

“7 |?

183

To

98,

5387,

818

4183

RA

47e

468000

LA

EE 996

3005 5183

300)

253

3201 (2550

pa

Aass

®

1356

81

‘4877

lg

*

\

540:

%

a zg_

|Z

1745\062

ESA \|

5977

° Detail ountbronnen Mobiele bron Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen * Puntbronnen a Toetspunten Bodemaebieden Gebouwen Hulplijnen

26

N

à

1078

&

fes2 413

Om 400 m

992

geluidzo ne

VE

_

Go)

547

988

1280

443

®

/

ä

58 37487 aol DS 787 [23828

4571

25

PS 44

513

7,

RN

1231

f 473

ele

Ed5

5

1096

DD

1282

3e Dd 4543 oo ga) Os

v

schaal = 1: 9482

1354

st

3346

1381

(Giers

3461

25

=

467000 2635

|

eluidzone 6053

DdDSN 12

4871

Ys

“== gDd47

zos0

Ei

4566 565

202

629

geluidzo

an!

85

|

67

TR

Dd51

4857

2198

5135

u

4559

2079;

2075

ue |

4640

61

Nez

2090

Ed48

16331

4641

2068 4865

4553

aocX| 4162

5040

zoz

4949 2921

JOE

STE

[oso

3094

&\ 4844

466000

4643

te

176

Je,

4638)

1412

4216)

53

#5

6368 515

5360

7 tE)

| |

2992

— geluidzone

993

3088

2893

2941

5129 laas,

4557 5397 4588)

3089

=ej]

2940

4645

Im

pw

HMR, industrie, [basis -

&

2892 N] Î H

214000 5.1.2e

elektrocross / paintball] ‚ Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: SAB

2963

2815

5.1.2e

SAB

elektrocross / paintball

5 mei 2023, 07:48

Detail puntbronnen Mobiele bron Oppervlakte bronpunten Oppervlaktebronnen Puntbronnen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulplijnen

468000

a_

Om 4009 m SIEreRe

pd45%3

schaal = 1: 9781

F5

o

pd47

467000

@ ijd,

pratreinig on

geluidzone

opd 1

Spelreinig aPd53

igedrukroks

den te! Ve== 53Zh edrukelt c

°. SE

2 4%

eluidzone — 466000

214000

HMR, industrie, [basis -

5.1.2e

elektrocross / paintball] ‚ Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: SAB

|

gezon |

5.1.2e

SAB

elektrocross / paintball

5 mei 2023, 07:50

Detail nimnthronnen Mnhiele hran

_

Onnervlakte hranniinten

Dope KiePionenDinthrannen a Tnatcniinten

Rademnehieden 1

Gehaniwen

Hulplijnen

en en

70m

Om

schaal = 1: 1659

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16337855/1