Begroting 2026
Tekst van het document
2
Omschrijving Risico
Jeugdhulp, extra middelen 2022 en verder Risico vervalt. De gemeente Lochem heeft via de meicirculaire 2025 extra financiële middelen ontvangen van het Rijk voor jeugdzorg. Daardoor is het risico vervallen.
69
Structureel risico 3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
3
Omschrijving Risico
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is per 1 januari 2024 van kracht na meerdere keren uitstel. De invoering gaat in fases. De eerste overgangsjaren (2024-2025) leverden nog geen stabiel inzicht op. Landelijke signalen wijzen op een legesdaling van circa 30-40%. Vanaf de zomer 2025 wordt structureel gemonitord en zijn er veel projecten actief. Hierdoor worden de effecten pas in 2026 goed zichtbaar.
Taakveld
8.3 Wonen en bouwen
Beheersmaatregel
Voor gemeente Lochem betekent dit dat we het effect in 2026 kunnen bijstellen. Wij handhaven de vooraf ingeboekte -15% legesdaling als basis. Daarnaast reserveren we een extra risico van -15 - 20% op legesinkomsten vanaf 2026. Hierdoor kunnen we rekening houden met landelijke trends en lokale verschillen. Dit geeft ons de ruimte van een bandbreedte van ongeveer -15 - 35% legesderving. Dit lijkt een realistische inschatting, gezien de ervaringen van andere gemeenten en de lopende landelijke monitoring.
Bruto bedrag
€ 609.000 x 15% = € 91.000
Kans
Waarschijnlijk 60% - 80%
Nettobedrag
€ 64.000
70
Structureel risico 4 Toerekening uren investeringen en grondexploitaties
4
Omschrijving Risico
Toerekening uren investeringen en grondexploitaties Medewerkers van de gemeente Lochem steken tijd in het uitvoeren van investeringen en grondontwikkeling. Dit betekent dat we de kosten van de investeringen en de grondontwikkeling verhogen met de uren van de eigen medewerkers. De kosten van de investeringen en grondontwikkeling verdelen wij over meerdere jaren in de vorm van afschrijvingen. Hierdoor ontstaat in dat jaar een voordeel op de reguliere loonkosten binnen de begroting. Het toerekenen van eigen uren aan investeringen en grondontwikkeling kan alleen bij een goede balans tussen het aantal projecten en de beschikbare capaciteit. In de begroting houden wij ieder jaar rekening met € 675.000, te besteden aan investeringen en grondontwikkeling. Het risico bestaat dat er te weinig capaciteit beschikbaar is. Daardoor kan alsnog een deel van deze loonkosten ten laste van het resultaat komen.
Taakveld
9. Algemene dekkingsmiddelen
Beheersmaatregel
Jaarlijks schatten wij in of het aantal projecten en de toekomstige ontwikkeling in verhouding staat tot beschikbare capaciteit. Daarnaast wordt de voortgang actief gemonitord.
Bruto bedrag
€ 675.000
Kans
Onwaarschijnlijk 0 – 20%
Nettobedrag
€ 68.000
71
Structureel risico 5 Onbenutte ruimte onder plafond BTW-compensatiefonds (BCF)
5
Omschrijving Risico
Onbenutte ruimte onder plafond BTW-compensatiefonds (BCF) Het Rijk heeft de regels voor het BTW-compensatiefonds (BCF) veranderd. Voorheen zat het geld van dit fonds structureel in de raming van de algemene uitkering. Nu nemen we bij de septembercirculaire alleen het geld voor het huidige jaar op. De wijziging levert een structureel financieel nadeel op voor de gemeenten. De provincie als financieel toezichthouder staat gemeenten toe om onder voorwaarden de verwachte inkomst weer structureel op te nemen in de begroting. Eén van de voorwaarden is het opnemen van een risicobeschrijving.
Taakveld
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
Beheersmaatregel
Opnemen van een risicobeschrijving volgens het advies van de provincie. In het dekkingsplan voor de Begroting 2026 gaan we uit van de verhoging van de raming van 50% naar 100% van de laatst bekende afrekening. Als voorlopige raming nemen we op 100% van de laatst bekende afrekening. De raming is nu vanaf 2026 € 550.000 (meicirculaire 2025).
Bruto bedrag
€ 550.000
Kans
Aannemelijk 40 – 60%
Nettobedrag
€ 275.000
72
Structureel risico 6 Structurele effecten leges door Omgevingswet
6
Omschrijving Risico
Structurele effecten leges door Omgevingswet Steeds meer bouw- en planactiviteiten zijn vergunningsvrij of alleen meldingsplichtig. Hierdoor dalen de legesopbrengsten uit vergunningverlening. De uren voor personele inzet blijven bestaan, maar zonder kostendekkende compensatie via leges.
Taakveld
8.1 Ruimte en leefomgeving
Beheersmaatregel
Vanaf 2026 verwachten wij een duidelijker beeld van de structurele effecten van de Omgevingswet op de legesopbrengsten. Wij houden rekening met een blijvende daling van de inkomsten. De daling hangt af van twee dingen: Hoeveel bouwprojecten geen vergunning meer nodig hebben. En van keuzes in de uitvoering. Bijvoorbeeld de manier waarop we leges vaststellen.
Bruto bedrag
€ 370.000
Kans
Onwaarschijnlijk 0 – 20%
Nettobedrag
€ 37.000
73
Structureel risico 7 Toename beroep op bijzondere bijstand
7
Omschrijving
Toename beroep op bijzondere bijstand
Risico
De regeling bijzondere bijstand is een open einde regeling. Dit betekent dat iedereen die aan de voorwaarden voldoet er gebruik van kan maken. Door onze inzet op schuldhulpverlening en het stimuleren van gebruik van regelingen, kan het aantal aanvragen in 2026 stijgen. Dit brengt een financieel risico met zich mee.
Taakveld
6.3 Inkomensregelingen
Beheersmaatregel
We volgen de effecten van onze aanpak op het gebied van armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Zo houden we zicht op de uitgaven en kunnen we op tijd bijsturen.
Bruto bedrag
€ 60.000
Kans
Mogelijk 20 - 40%.
Nettobedrag
€ 18.000
74
Structureel risico 8 Prijsstijgingen en onzekerheid van levering
8
Omschrijving
Prijsstijgingen en onzekerheid van levering
Risico
In de afgelopen jaren stegen diverse diensten en producten sterk in prijs. Met name producten waarbij de componenten energie en transport een groot deel van de prijs bepalen. Daarnaast zijn er macro-economische factoren die zorgen voor prijsstijgingen. Gezien de ontstane onzekerheid over de prijsstijgingen en marktontwikkelingen nemen wij hiervoor een structureel risicobedrag op. Structureel, omdat ook aflopende contracten verlengd of opnieuw worden aanbesteed.
Taakveld
Alle taakvelden.
Beheers-
De verwachte mutaties in prijzen en loonkosten op rijksniveau beïnvloeden het accres. Wij pasten de stelpost prijzen in onze begroting aan op basis van de informatie in de laatste circulaire. Bij de raming voor verwachte prijsstijgingen 2025 gingen we uit van 2,7%. In werkelijkheid is er meer prijscompensatie verwerkt ten laste van deze stelpost. De wettelijke tariefstijging van Jeugd/ Wmo 2025 is bijvoorbeeld 3,9%, en de DVO Buitenruimte met Circulus is met 5,7% gestegen. Hier staat tegenover dat we te maken hebben met een daling van de elektriciteits- en gasprijzen in 2025. Per saldo levert dit structureel een nadeel op van € 110.000 oplopend naar € 291.000 in 2029. Bij de raming voor verwachte prijsstijgingen 2026 e.v. gaan we uit van 2,1%.
maatregel
Bruto bedrag
€ 400.000
Kans
Aannemelijk 40 - 60%
Nettobedrag
€ 200.000
75
Structureel risico 9 Arbeidsmarkt
9
Omschrijving
Arbeidsmarkt
Risico
Voor verschillende vakgebieden heerst er krapte op de arbeidsmarkt. Daardoor komt het voor dat bij verloop vacatures niet direct kunnen worden ingevuld en zelfs inhuur noodzakelijk is. Hier loopt de gemeente Lochem een risico. Op dit moment hebben we te maken met een verloop van ongeveer 10 % bij een loonsom van € 25.000.000. We merken dat bij ongeveer 1 op de 5 gevallen een vacature niet direct kan worden ingevuld. Dit maakt dat we een risico lopen van € 500.000.
Taakveld
Alle taakvelden.
Beheers-
Inmiddels is een arbeidsmarktstrategie vastgesteld. Hieruit volgen verschillende acties m te zorgen dat we gekwalificeerd personeel kunnen blijven aantrekken.
maatregel
Bruto bedrag
€ 500.000
Kans
Aannemelijk 60 - 80%
Nettobedrag
€ 350.000
Totaal nettobedrag structurele risico’s Totaal nettobedrag structurele risico’s
€ 1.082.000
76
Toelichting incidentele risico's
Incidenteel risico 10 Grondexploitaties
10
Omschrijving Risico
Grondexploitaties Per grondexploitatie brengen we de risico’s in kaart op basis van de huidige inzichten. Hoe verder een plan in ontwikkeling is, hoe minder risico’s te verwachten zijn. Voor het bepalen van de risico’s, gebruiken we de Monte Carlosimulatie. Deze simulatie berekent het financiële projectrisico. Daardoor is met een betrouwbaarheid van 90% zeker dat het weergegeven financieel risico, het maximale risico is. Voor iedere grondexploitatie rekenen we de standaard ramingsonzekerheden en de project specifieke risico’s door. Het totaalbedrag aan risico’s voor de grondexploitaties is € 1.419.000. De risico’s bij de jaarrekening 2024 waren in totaal € 2.611.000. De risico’s daalden met € 1.192.000.
Taakveld
Programma 3 en 8
Beheers-maatregel Waar nodig is er overleg met de gemeenteraad over programmawijzigingen en de financiële gevolgen daarvan. De ontwikkelingen op de woningmarkt en de risico’s die daarbij horen, houden we scherp in de gaten.
Bruto bedrag
n.v.t.
Kans
n.v.t.
Nettobedrag
€ 1.419.000
77
Incidenteel risico 11 Garanties
11
Omschrijving Risico
Garanties De gemeente verleent in het kader van haar maatschappelijke taak garanties aan verenigingen, stichtingen en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het gaat om € 50.151.000 per 31 december 2024. Op 15 september 2025 stelde de raad het raadsvoorstel 'Garantie geldlening Vereniging De Lochemse Golfclub' vast. Daarmee verleent het college een nieuwe garantie van maximaal € 5 miljoen, waarvan € 4,75 miljoen als risico bij ons resteert omdat Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) ons een garantie verstrekt van maximaal € 250.000. Het totaalbedrag aan garanties komt daarmee per saldo uit op maximaal € 55.151.000 minus € 250.000 = € 54.901.000. De grootste aandeel heeft het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) met € 50.101.000. Wij lopen nauwelijks risico op basis van de achtervangpositie bij het WSW. Totaalbedrag van de garanties waarover de gemeente risico loopt, is € 4.750.000.
Taakveld
0.5 Treasury
Beheersmaatregel
Het WSW maakte afspraken met de VNG en het ministerie van BZK. Deze afspraken gaan over toezicht, verantwoording en informatievoorziening. Woningcorporaties en het WSW geven informatie over de gemeentelijke achtervangpositie binnen het WSW. Voor de andere garanties is de gemeente afhankelijk van de bedrijfsvoering en (financiële) resultaten van de derden aan wie de garanties zijn verstrekt. Daarom controleren we regelmatig hoe dit gaat.
Bruto bedrag
€ 4.750.000
Kans
Onwaarschijnlijk 0 – 20%
Nettobedrag
€ 475.000
78
Incidenteel risico 12 Oninbaarheid lening Trefpunt
12
Omschrijving
Oninbaarheid lening 't Trefpunt In 2025 voerden we verschillende gesprekken over de aflossing van de geldlening aan ’t Trefpunt. Het Trefpunt heeft exploitatieproblemen. We besloten daarom voorlopig de openstaande termijnen nog niet te innen. Het Trefpunt lost niet meer af, maar betaalt wel de jaarlijkse rentekosten. Tussentijdse gesprekken met 't Trefpunt hebben uitgewezen dat de financiële situatie bij 't Trefpunt niet is veranderd. Het innen van de termijnbedragen zou de continuïteit van deze dorps-/sportaccommodatie in gevaar brengen. Dit knelpunt brachten we in beeld, in aanloop naar het raadsvoorstel voor de ontwikkeling van de mfa in Gorssel (raad 18-12-2023). Het besluit over het niet meer innen van de openstaande termijnen en daarmee laten vervallen van de lening nemen wij mee bij de verdere ontwikkeling en besluitvorming van het accommodatieplan Gorssel.
Taakveld
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Beheersmaatregel
De boekwaarde van de lening verrekenen wij binnen de ontwikkeling van het accommodatieplan Gorssel.
Bruto bedrag
€ 143.000
Kans
Waarschijnlijk 60 - 80%
Netto bedrag
€ 100.000
Totaal nettobedrag incidentele risico’s Totaal nettobedrag incidentele risico’s € 1.994.000
79
Om makkelijk te beoordelen en vergelijken werken wij met een ratio weerstandsvermogen Dit is een getal dat laat zien of wij voldoende financiële reserves hebben om risico’s op te vangen. Wij maken onderscheid in structureel en incidenteel. Bij de structurele ratio delen we het bedrag voor onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit door de som van de structurele risico’s. Bij de incidentele ratio delen wij het vrij besteedbaar deel van de algemene reserve door de som van de incidentele risico’s. Hieronder geven wij de berekening van de ratio: Ratio structureel weerstandsvermogen: 8.176.000 = 7,6 1.082.000 Ratio incidenteel weerstandsvermogen: 25.341.000 = 12,7 1.994.000
Ons weerstandsvermogen Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen, gebruiken wij de volgende beoordelingstabel: Beoordelingstabel weerstandsvermogen Schaal
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Bron: De beoordelingstabel weerstandsvermogen is opgesteld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR).
Het structurele weerstandsvermogen is 7,6 en valt in schaal A en is uitstekend. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 neemt de ratio voor het structurele weerstandsvermogen af van 8,6 naar 7,6. De lagere ratio komt doordat de onbenutte belastingcapaciteit hoger is en het risicobedrag beperkt gestegen is.. Het hogere risicobedrag komt voornamelijk doordat het risico voor arbeidsmarkt is toegevoegd. Daartegenover staat het vervallen van de risico Jeugdhulp, extra middelen 2022 en verder. Het incidentele weerstandsvermogen is 12,7 en valt in schaal A en is uitstekend. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 neemt de ratio voor het incidentele weerstandsvermogen toe van 10,3 naar 12,7. De hogere ratio komt met name door de afname van het risicobedrag in de grondexploitaties. Het risico neemt af van € 2.611.000 (jaarrekening 2024) naar € 1.994.000 in de begroting 2026.
80
Financiële kengetallen In deze paragraaf staan financiële kengetallen. Deze kengetallen laten zien hoe de gemeente er nu financieel voor staat, hoe het ging in het verleden. En wat we verwachten voor de toekomst. Alle gemeenten berekenen deze kengetallen op dezelfde manier. Daardoor zijn gemeenten onderling goed te vergelijken. Kengetallen:
Jaarrekening Begroting Begroting Norm Meerjarenbegroting 2027
2028
2029
Netto schuldquote
2024 1%
2025 24%
2026 24%
A
38%
44%
35%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-6%
17%
17%
A
30%
36%
28%
Solvabiliteitsratio
58%
47%
45%
B
40%
36%
37%
Grondexploitatie
9%
7%
5%
A
5%
5%
5%
Structurele exploitatieruimte
8%
3%
2%
A
1%
0%
0%
Belastingcapaciteit
87%
84%
87%
A
87%
87%
87%
Beoordeling en toelichting financiële kengetallen De afzonderlijke financiële kengetallen zeggen nog weinig over hoe de financiële positie van de gemeente is. Zo hoeft een hoge schuld niet nadelig te zijn voor de financiële positie. Dat hangt af van het eigen vermogen en de inkomsten die er tegenover staan. En van hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. De kengetallen bekijk je altijd in samenhang en je vergelijkt ze met normen. Hieronder leggen we de belangrijkste cijfers uit. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit cijfer laat zien hoeveel schuld de gemeente heeft ten opzichte van haar eigen middelen. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Het geeft aan hoeveel druk de rente en aflossingen leggen op de exploitatie. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, laten we de netto schuldquote op twee manieren zien: Inclusief en exclusief doorgeleende gelden (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Het kengetal verslechtert in de jaren 20272029 door de geplande investeringen, waarvoor langlopende leningen aangetrokken dienen te worden. Solvabiliteitsratio Dit kengetal laat zien of wij aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
De solvabiliteitsratio neemt af door de verwachte tekorten voor de jaren 2026-2029. Structurele exploitatieruimte Voor een goede financiële positie moeten de structurele inkomsten en uitgaven in balans zijn. Een positief percentage betekent dat de structurele inkomsten hoog genoeg zijn om de structurele uitgaven te betalen. Dit zijn ook rente en aflossingen van leningen. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten bestaan uit de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Het tarief voor rioolheffing en afvalstoffenheffing is bij ons 100% kostendekkend. Er is nog ruimte om het OZB tarief te verhogen (onbenutte belastingcapaciteit). 81
Normering Om goed invulling te geven aan de waarde van deze financiële kengetallen is een normenkader van belang. We sluiten aan bij de signaleringswaarden van de provincie Gelderland. Signaleringswaarden kengetallen provincie Gelderland Kengetallen
Provincie Gelderland 7-10-2015 Signaleringswaarden stresstest 100.000+ gemeenten Categorie A Minst risicovol
Categorie B
Categorie C meest risicovol
Netto schuldquote
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
Begr. en MJR > 0%
Begr. of MJR > 0%
Begr. en MJR < 0%
Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
Structurele exploitatieruimte
In bovenstaande tabel staan de signaleringswaarden die de provincie Gelderland als normenkader hanteert. Aan deze categorieën is geen directe kwalificatie gegeven.
82
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Het beleid van het onderhoud van kapitaalgoederen maken we inzichtelijk door de (meerjaren) beheerplannen. De plannen beschrijven de huidige en gewenste staat van onderhoud. Wat er nodig is om die te behouden of te bereiken. En hoeveel geld hiervoor nodig is. Op dit moment kennen wij de volgende plannen: Vastgesteld door
Looptijd van - t/m
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
Beheerplan Openbare verlichting met doorkijk t/m 2037
College B&W en raad
2020-2023
Ja
Nee
Beleidsplan Openbare verlichting
raad
2020-2028
Ja
Nee
Beheerplan Wegen
College B&W
2025-2030
Ja
Nee
Beheerplan Civiele Kunstwerken
College B&W
2025-2030
Ja
Nee
IBOR (Integraal beheer openbare ruimte)
raad
2019-2028
Ja
Nee
Riolering
raad
2021-2025
Ja
Nee
Gebouwen - Nota MOP 2023-2027
raad
2019-2028
Ja
Nee
Openbare verlichting
Beleidskader
Onze inwoners willen een duurzame, leefbare, energiezuinige en prettige openbare ruimte. De openbare ruimte is veilig en op orde. Het beleidsplan “Licht in de Openbare Ruimte” draagt daar aan bij.
Ontwikkelingen
Geen ontwikkelingen
Financiële consequenties De vastgestelde middelen binnen het beleidsplan 'Licht in de Openbare Ruimte' en het beheerplan Openbare Verlichting 2021-2023 met doorkijk naar 2037 bieden voldoende ruimte om de openbare verlichting in 2026 te kunnen onderhouden.
83
Wegen
Beleidskader
Er is een beheerplan Wegen 2025 - 2030 opgesteld. Het beheerplan is opgesteld binnen reeds vastgestelde beleidskaders. Dit zijn o.a. het IBOR-plan, het Mobiliteitsplan Lochem en het Klimaatadaptatieplan.
Ontwikkelingen
In 2026 willen we ons wegenareaal gaan beheren volgens het beheerplan Wegen 2025-2030. Het beheerplan ondersteunt ons in het structureel beheren en onderhouden van ons gehele wegenareaal, inclusief de half- en onverharde wegen. De opgaven vanuit het beheerplan komen in een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Dit beheerplan wordt afgestemd met de andere opgaven in de openbare ruimte.
Financiële consequenties
Sinds 2025 hebben we de voorziening groot onderhoud. Vanaf 2026 volgt een jaarlijkse aanvulling van de voorziening van € 1,8 miljoen. Er is voor klein onderhoud aan wegen een budget van € 400.000 per jaar. En is er een jaarlijks krediet van € 1,2 miljoen ter beschikking voor voorkomende maatregelen.
Kunstwerken
Beleidskader
Er is een beheerplan Civiele Kunstwerken 2025 - 2030 opgesteld. Het beheerplan is opgesteld binnen reeds vastgestelde beleidskaders. Dit zijn o.a. het IBOR-plan, het Mobiliteitsplan Lochem, het Klimaatadaptatieplan.
Ontwikkelingen
In 2026 willen we onze civiele kunstwerken beheren volgens het beheerplan civiele kunstwerken 2025 – 2030. Het beheerplan ondersteunt ons in het structureel beheren en onderhouden van civiele kunstwerken. De opgaven vanuit het beheerplan komen in een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). We stemmen dit af met de andere opgaven in de openbare ruimte.
84
Financiële consequenties
Sinds 2025 hebben we de voorziening groot onderhoud civiele kunstwerken. Jaarlijks is er een aanvulling van € 80.000 voor de voorziening. Voor het onderhoud is er het budget voor Klein Onderhoud à € 168.000 en is er € 50.000 voor onderzoeken civiele kunstwerken.
Integrale Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR)
Beleidskader
In 2019 is het Integraal Beheerplan voor de Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld met de ambities voor beheer en onderhoud binnen de gemeente voor de periode 2020-2030. De gemeenteraad heeft hierbinnen gekozen voor het scenario “Spelen, Bewegen en Ontmoeten”.
Ontwikkelingen
In 2025-2026 evalueren we het huidige IBOR-plan.
Financiële consequenties Financiële consequenties brengen we in beeld bij de herijking.
Riolering
Beleidskader
Het gemeentelijk rioleringsplan is in 2021 vastgesteld en beschrijft de watertaken voor de gemeente. We zorgen voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de verwerking van afvloeiend hemelwater en het beperken van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand.
Ontwikkelingen Door klimaatverandering kan wateroverlast ontstaan. Bij de diverse plannen in de openbare ruimte nemen we maatregelen tegen
85
die overlast. Ook brengen we kwetsbare locaties voor droogte en hitte in beeld. We willen uit afvalwater waardevolle grondstoffen en energie terugwinnen. Bij onderhoud en vervanging van de pompen en gemalen dringen we het energieverbruik terug. In 2026 wordt het Watertakenplan opgeleverd (voormalige GRP).
Financiële consequenties
Binnen het budget van € 12 miljoen, die de raad beschikbaar heeft gesteld bij het GRP 2021, zit ruimte om in 2026 de noodzakelijke werkzaamheden aan ons gemeentelijk riool uit te kunnen voeren. De rioolheffing gaat voor 2026 niet omhoog.
Gebouwen
Beleidskader Voor het onderhoud van alle gebouwen geldt in eerste instantie het Meerjarig Onderhoudsplan gebouwen (MOP) als kader. Dit meerjarenplan beschrijft de gewenste staat van onderhoud en hoeveel geld hiervoor nodig is. Het huidig MOP loopt tot en 2027. Daarnaast heeft het gemeentelijk accommodatiebeleid strategische invloed op de uitvoering van het onderhoud. Op basis van het accommodatiebeleid heeft de gemeente slechts een taak voor de instandhouding van huisvesting voor onderwijs (scholen voor primair onderwijs) en bewegingsonderwijs (gymzalen). Vaak is bij deze gebouwen sprake van een combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen (sport-, cultuur- en welzijnsfuncties). Het beheer en onderhoud van dergelijke accommodaties zetten wij steeds meer ‘op afstand’ en wij proberen de inzet van onze financiële middelen zover mogelijk af te bouwen.
Ontwikkelingen De periode waarvoor het huidig MOP geldt, loopt tot en met 2027. Voor de periode vanaf 2028 moeten we over een geactualiseerd MOP beschikken. In Q2 2026 vernieuwen we het accommodatiebeleid.
Financiële consequenties Groot onderhoud binnen het MOP betalen we uit de voorziening onderhoud gebouwen. Deze voorziening moet voldoende zijn om het geplande onderhoud op elk moment te kunnen uitvoeren. Klein (dagelijks) onderhoud komt rechtstreeks ten laste van de exploitatierekening. Elke 5 jaar moet een geactualiseerd MOP worden vastgesteld. De financiële gevolgen van het nieuwe accommodatiebeleid brengen we in beeld bij het nieuwe beleid.
86
Bedrijfsvoering Organisatie Bestuur en ondersteuning Indicator Formatie
2025 2026 2027 2028 2029 Onderbouwing van de waarden/ambitie 7,9
8,0
8,2
8,2
8,2 Conform wetgeving BBV, aantal FTE per 1.000 inwoners
Bezetting
7,6
7,6
7,6
7,6
7,6 Aantal FTE per 1.000 inwoners
Apparaatskosten
769
921
931
953
977 Kosten (€) per inwoner
Externe inhuur
7,7
7,9
6,0
6,0
6,0 Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
Overhead
10,1
12,9
13,0
12,5
12,7 Percentage van de totale lasten (excl. reservemutaties)
In bovenstaande tabel staan de indicatoren van bestuur en ondersteuning. Er is een aantal in het oog springende afwijkingen. Dit vraagt om een toelichting. Apparaatskosten: Deze nemen toe van € 769 per inwoner naar € 921 in 2026 oplopend naar € 977 in 2029. Met het vaststellen van de Begroting 2025 door de raad, zijn voor 2025 en verder extra personele middelen beschikbaar gekomen voor onder andere organisatieontwikkeling (1.7 miljoen) en sturen op arbeidskosten (2,1 miljoen). Dit zorgt voor een stijging van de totale personele lasten en daarmee de kosten per inwoner. Deze stijging was niet meegenomen in de indicatoren die zijn opgenomen in de Begroting 2025. Externe inhuur: De externe inhuur blijft in 2026 ongeveer gelijk aan 2025. Daarna gaat deze van 7,9 naar 6,0. Deze daling ontstaat doordat in de jaren 2025 en 2026 de inhuur die voortkomt uit de opvang van ontheemden is geraamd. Overhead: De indicator overhead stijgt van 10,1 naar 12,9. Dit ontstaat doordat de totale last voor overhead harder stijgt dan de totale lasten in de begroting. Dit komt door de al eerdergenoemde organisatieontwikkeling.
Personeel Krapte op de arbeidsmarkt In 2025 is de organisatie verder ontwikkeld. Voor de laatste openstaande vacatures zijn succesvol mensen gevonden maar het werven en behouden van gekwalificeerde medewerkers vraagt ook in 2026 onze aandacht. Op verschillende vakgebieden is de arbeidsmarkt krap en de concurrentie groot. We hebben creatieve oplossingen en maatwerk nodig om vacatures in te vullen. We huren tijdelijke medewerkers in als een vacature nog niet is ingevuld en bij langdurig ziekteverzuim van medewerkers. HR onderwerpen De organisatieontwikkeling is ingezet om de kwaliteit van de dienstverlening aan onze de inwoners te blijven garanderen. Ook willen we goed kunnen reageren op veranderingen in de samenleving. Op basis van de ervaringen met het nieuwe organisatiemodel en de uitkomsten van het medewerkerstevredenheidsonderzoek gaan we in 2026 verder met de organisatieontwikkeling. In 2025 is een arbeidsmarktstrategie vastgesteld. Hierin worden verschillende onderwerpen benoemd waarmee team HR aan de slag is gegaan en in 2026 vervolg geeft. Denk hierbij aan strategische personeelsplanning, opleiding & ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. 87
Functiewaarderingssysteem HR21 De VNG heeft met HR21 een modelfunctie-waarderingssysteem voor gemeenten ontwikkeld. In 2026 stappen we daarop over. HR21 biedt een dekkend bestand aan normfuncties. Deze normfuncties zijn voorzien van een functiewaardering. HR21 legt daarnaast de verbinding tussen functies en lokaal beloningsbeleid. Door over te stappen op HR21 vergroot de gemeentelijke slagkracht door functies, competenties en resultaten te verbinden.
Integriteit We hebben een actueel integriteitsbeleid. Het hebben van beleid is slechts de basis. Communicatie over en aandacht voor integriteit maken dat het gaat leven binnen de organisatie. Dit doen we via informatiebijeenkomsten voor medewerkers en leidinggevenden. Ook besteden we regelmatig aandacht aan integriteit op ons intranet voor medewerkers.
Inkoop In het najaar van 2025 is het team Inkoop weer op sterkte gekomenen door het aantrekken van een fulltime inkoopcoördinator. De rechtmatigheid van onze inkoopprocessen is een (nog) belangrijker aandachtspunt geworden nu het college vanaf 2024 de rechtmatigheidsverklaring moet afgeven. Voorheen deed de accountant dit. We zetten in op het goed inrichten van de inkoop- en aanbestedingsprocessen, goede ondersteuning aan de budgethouders en het actueel houden van het inkoop- en aanbestedingsbeleid aan nieuwe ontwikkelingen.
Informatiebeleid We zijn gestart met het opnieuw formuleren van het Informatiebeleid (I-visie). Deze I-visie schetst hoe informatiemanagement de wisselwerking tussen ICT en bedrijfsvoering begeleidt, met als doel een betere afstemming (Business IT alignment). Vanuit interne en externe kaders worden ambities benoemd en georganiseerd in een gezamenlijk plan om deze te realiseren. De wereld verandert, wij veranderen mee. Hoe en in welk tempo, dat bepalen we de komende maanden. Gegevensmanagement In 2025 is een GEO-specialist aangetrokken. Deze specialist is gestart met het beschikbaar stellen van (geo)informatie naar medewerkers en inwoners. Daarnaast is de aanbesteding van luchtfoto's afgerond. Informatiebeheer In 2025 is een groot gedeelte van ons analoge archief overgebracht naar het Regionaal Archief Zutphen. Daarnaast is gestart met het inzichtelijk maken van de documenten uit ons analoge en digitale archief, die vernietigd en verwijderd moeten worden.
Informatieveiligheid en gegevensbescherming In 2025 en 2026 richten we ons op de invoering van de nieuwe Europese richtlijn NIS2. Deze richtlijn is vanaf oktober 2024 van kracht, maar is pas in 2025 omgezet in Nederlandse wetgeving. Voor de gemeente Lochem betekent dit (nog) strengere eisen aan de informatiebeveiliging. Met name voor de meldplicht, de zorgplicht en het toezicht heeft deze wet strengere regels.
88
ICT ICT voert het informatiebeleid uit en richt zich vooral op werken in de cloud en het veilig houden van informatie. Hardware en software worden steeds vernieuwd, met zo min mogelijk hinder voor medewerkers. In 2026 werkt ICT aan de verdere uitrol van Microsoft Cloud en ondersteunt hybride werken en snelle technologische veranderingen. De strategie is: “Cloud, tenzij”, wat betekent dat cloudoplossingen de voorkeur hebben boven lokale systemen. Bij het kiezen van oplossingen kijkt ICT naar gebruiksgemak, betrouwbaarheid, wetgeving en innovatie. Tegelijkertijd beseffen we dat er risico's zijn als gevolg van geo-politieke ontwikkelingen. We acteren, binnen onze mogelijkheden, op deze risico's.
Rechtmatigheid en Getrouwheid Het college is verantwoordelijk voor de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van het financiële beheer. Getrouwheid verwijst naar de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de informatie die we verstreken in de verantwoording. Rechtmatigheid houdt in we handelen en uitgaven doen binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving, beleidsregels en interne richtlijnen. Om dit te borgen, is er jaarlijks een interne toetsing van de belangrijkste bedrijfsonderdelen. Deze toetsing gaat volgens het Controleplan Verbijzonderde Interne Controle. De kaderstelling voor de rechtmatigheid van dit controleplan komt voort uit wetten en verordeningen en wordt vertaald in een normenkader dat de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over eventuele overschrijdingen van de toegestane verantwoordingsgrenzen. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan externe eisen, maar dragen we ook bij aan transparantie, vertrouwen en een integere bedrijfsvoering.
Planning en Control Het planning- en controlproces is een essentieel onderdeel van de sturing en beheersing van onze organisatie. De realisatie van strategische en operationele doelen, bewaken we met een gestructureerde cyclus van plannen, monitoren en bijsturen. Het proces en de inhoud van de P&Cdocumenten, zoals kadernota, begroting en jaarrekening zijn voortdurend onderwerp van gesprek. In de organisatie, het college en de gemeenteraad. In 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. We passen de planning van de P&C-cyclus hierop aan.
Administratieve Organisatie / Interne Controle Een goed ingerichte administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) zorgen ervoor dat de organisatie ‘in control’ blijft. Met goede controles kun je risico's op tijd signaleren, fouten en fraude voorkomen en de betrouwbaarheid van de informatievoorziening waarborgen. Functiescheiding, autorisatieprocedures en periodieke controles vormen hierbij belangrijke pijlers. Bevindingen over uitgevoerde controles rapporteren we intern. De bevindingen zijn een graadmeter van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. De accountant geeft hierover, als externe, ook zijn oordeel tijdens de jaarlijkse interim- en jaarrekeningcontrole. Een goede interne beheersing zorgt voor verantwoorde besluitvorming en een juiste en volledige rechtmatigheidsverantwoording.
89
Financiering Inleiding Voor de uitvoering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. Om tijdig en tegen gunstige tarieven gelden aan te trekken of uit te zetten is de uitvoering van de treasuryfunctie belangrijk. Beleid financiering In het Treasurystatuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Financiering Opgenomen vaste geldleningen De opgenomen vaste geldleningen hebben op 1 januari 2026 een boekwaarde van € 3.862.122. In 2026 wordt hierop € 917.329 afgelost en aan rente is € 159.282 verschuldigd. De leningen hebben op 1 januari 2026een gemiddeld gewogen rentepercentage van 4,68 procent (4,56 procent in 2025). Het gemiddelde rentepercentage stijgt, omdat de leningen met een laag rentepercentage bijna afgelost zijn.
90
Liquiditeitsbegroting Bedragen x € 1.000 Liquiditeitsprognose
Realisatie
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Resultaat
3.819
Afschrijvingen, afwaarderingen
3.412
-2.113
511
1.466
1.020
1.125
3.813
4.081
4.469
4.922
5.192
Mutatie voorraden Mutatie uitzettingen, overlopende activa
-805
2.920
1.831
15
30
0
3.582
0
0
0
0
Mutatie vlottende schuld, overlopende passiva
0
1.912
0
0
0
0
0
Mutatie reserves
1.738
-2.714
-224
-2.021
-6.974 -1.953
Mutatie voorzieningen
3.356
1.968
4.641
4.818
4.014
0
-323
0
0
0
0
17.014
3.551
10.840
8.747
3.012
8.761
Netto investeringen immateriële vaste activa
-93
0
0
0
0
0
Desinvesteringen immateriële vaste activa
0
0
0
0
0
0
Netto investeringen materiële vaste activa
-12.648
-28.627
-12.056
-23.500
-10.000
0
Desinvesteringen materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
Netto investeringen financiële activa - excl. verstr. leningen
0
0
0
0
0
0
Desinvesteringen financiële activa - excl. verstr. leningen
0
0
0
0
0
0
-12.741
-28.627
-12.056
-23.500
-10.000
0
4.273
-25.076
-1.216
-14.753
-6.988
8.761
Kasstroom uit operationele activiteiten
Mutatie werkkapitaal
Mutatie waarborgsommen, overige vaste schuld Kasstroom uit operationele activiteiten
4.397
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Financieringsbehoefte (-) c.q. overschot (+) Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar Toename verstrekte leningen
-644
0
0
0
0
0
Aflossing verstrekte leningen
30
32
31
32
32
32
Toename opgenomen leningen
0
8.224
1.294
16.601
7.411
0
Aflossing opgenomen leningen
-3.675
-913
-918
-921
-925 -8.559
Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar
-4.289
7.343
407
15.712
6.518 -8.527
Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar Mutatie uitzettingen in 's Rijks schatkist
0
0
0
0
0
0
Mutatie opgenomen kasgeldleningen
0
17.027
809
-959
470
-234
Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar
0
17.027
809
-959
470
-234
-16
-706
0
0
0
0
Mutatie geldmiddelen De mutatie in geldmiddelen is als volgt te specificeren Liquide middelen / bankschulden ultimo vorig dienstjaar:
472
456
-250
-250
-250
-250
Liquide middelen / bankschulden ultimo dienstjaar:
456
-250
-250
-250
-250
-250
Mutatie geldmiddelen
-16
-706
0
0
0
0
De liquiditeitsbegroting geeft weer dat wij in 2026 de kasgeldlimiet structureel zullen gaan overschrijden, zodat het aantrekken van langlopende leningen van € 8 miljoen nodig zal zijn in het tweede halfjaar van 2026.
91
Berekening rente-omslagpercentage en renteresultaat taakveld treasury 2026. Bedragen x €, - = nadeel Berekening rente-omslagpercentage en renteresultaat taakveld treasury
2026
Door te rekenen rente Rentelasten lange financiering
159.283
Rentelasten korte financiering
0
Rentebaten verstrekte geldleningen
141.000
Rentebaten korte financiering
25.000
Totaal door te rekenen rente
-6.717
De rente die aan grondexploitaties wordt doorberekend
0
Aan taakvelden toe te rekenen rente
-6.717
Toegerekende rente aan taakvelden (programma's inclusief overhead)
0
Renteresultaat op het taakveld treasury
-6.717
Specificaties Geraamde boekwaarde investeringen per 1 januari 2025
90.000.000
Renteomslagpercentage: -.6.717.gedeeld door 1% van 90.000.000:
-0,01%
Afgerond
0,00%
Rentebaten, verstrekte geldleningen aan: Alliander
48.000
't Trefpunt
4.200
Revolving Fund duurzaamheidslening
1000
Svn Duurzaamheidslening
3.800
Svn Starterslening
58.000
Svn Blijverslening
26.000
Totaal
141.000
Rentevisie Voor de Begroting 2026 wordt rekening gehouden met een rente van 2 procent voor het aantrekken van tijdelijke liquide middelen. Voor langlopende leningen met een looptijd van 5 jaar wordt rekening gehouden met een percentage van 3 procent. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet voor het jaar 2026 bedraagt € 10,5 miljoen. Tot het bedrag van de kasgeldlimiet mogen kortlopende geldleningen worden aangetrokken. Risiconorm De gemeente Lochem zit ruim onder de renterisiconorm, omdat alleen leningen zijn aangetrokken met een vast rentepercentage voor de gehele looptijd van de lening.
92
Verbonden partijen Inleiding De gemeente werkt samen met andere partijen. Deze paragraaf geeft een overzicht van onze "verbonden partijen". Een verbonden partij is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Hierdoor is ook de gemeente verantwoordelijk. Het kan gaan om een privaatrechtelijke organisatie zoals stichtingen, verenigingen, nv's en bv’s. Of het kan een publiekrechtelijke organisatie zijn, zoals een gemeenschappelijke regeling. Bij een bestuurlijk belang heeft de gemeente zeggenschap. De gemeente bestuurt mee of heeft stemrecht. Er is een financieel belang als de gemeente risico loopt met de middelen die we aan een partij ter beschikking stellen. Of als een verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. De gemeente kan dan hierop worden aangesproken Overzicht Verbonden Partijen De gemeente Lochem heeft de volgende verbonden partijen:
Naam
Vestigingsplaats
Begrote bijdrage van de gemeente Lochem voor 2026
Risico: financieel, maatschappelijk, bestuurlijk. -- vrijwel geen risico - gering risico + matig risico ++ veel risico Financieel
Maatsch.
Bestuurlijk
Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio NOG
Apeldoorn
€ 2.619.000
+
+
GGD – Noord- en Oost-Gelderland
Apeldoorn
€ 804.000
-
+
-
Regio Stedendriehoek
Twello
€ 271.000
-
+
+
Stadsbank Oost Nederland
Enschede
€ 295.000
-
-
-
Omgevingsdienst Achterhoek
Doetinchem
€ 1.066.000
-
-
+
Tribuut
Apeldoorn
€ 895.000
-
-
-
Vervoerscentrale Stedendriehoek “PlusOV”
Lochem
€ 1.793.000
+
+
+
Bornerbroek
€ 77.000
-
--
-
Borculo
€ 82.000
-
-
-
Stichting bevordering Techniek Onderwijs Borculo Berkelstreek
€ 7.500
--
--
--
€ 180.000
-
+
-
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Den Haag
--
--
--
NV Vitens
Velp
--
--
--
B.V. Alliander
Amsterdam
--
--
--
Circulus-Berkel B.V.:
Apeldoorn
+
-
-
-
Samenwerkingsverbanden Gemeenschappelijk Havenbeheer Twentekanalen Stichtingen Stichting Achterhoek Toerisme
Stichting Veilig Thuis Noord en Oost Gelderland
Apeldoorn
Deelnemingen
- Dienstverleningsovereenkomst Afval
€ 3.739.000
- Dienstverleningsovereenkomst Buitenruimte
€ 6.350.000
93
Gemeenschappelijke regelingen
Veiligheidsregio Noordoost Gelderland (VNOG) Naam
1. GR Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland
Vestigingsplaats
Apeldoorn
Openbaar belang
De veiligheidsregio behartigt de belangen van gemeenten op het terrein van:
• • • •
Brandweerzorg. Rampenbestrijding. Crisisbeheersing. Geneeskundige hulpverlening.
Overige 21 deelnemers
Gemeenten Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen.
Gemeentelijke financiële bijdrage in 2026
€ 2.619.000
94
Ontwikkelingen
De VNOG heeft 5 opgaven: Incidentbestrijding en crisisorganisatie, Zelfredzaam en risicobewust, Vakbekwaam en deskundig, Sterke informatiepositie en Gezonde bedrijfsvoering (mensen en middelen). Binnen deze opgaven heeft zij voor 2026 een aantal speerpunten benoemd. Dit zijn o.a. grensoverschrijdende samenwerking en natuurbrandbeheersing, het risicobewust maken van de samenleving, deskundigheid, informatievoorziening en arbeidsmarkt. Daarnaast is de VNOG ook bezig met "weerbaarheid". De geopolitieke ontwikkelingen en de soms ingrijpende gevolgen van klimaatverandering vragen om een herbezinning op de crisisbeheersing en hoe de VNOG, samen met haar partners, zich daarop kan voorbereiden.
Vermogen 2026
Verwacht resultaat 2026
1 januari 2026
31 december 2026
Eigen vermogen
€ 21.160.000
€ 17.135.000
Vreemd vermogen
€ 67.810.000
€ 86.573.000
€0
Gemeenschappelijke gezondheidsdienst Noordoost Gelderland (GGD) Naam
2. GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Noord- en Oost Gelderland
Vestigingsplaats
Apeldoorn / Warnsveld
Openbaar belang
De GGD behartigt belangen van deelnemers in de publieke gezondheidszorg. De GGD bevordert en beschermt de gezondheid van de bevolking van de gemeenten in de regio. Met speciale aandacht voor jeugd en risicogroepen.
95
Overige deelnemers
Gemeenten Aalten, Apeldoorn (behalve voor jeugdgezondheidszorg), Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Hattem, Harderwijk, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen.
Gemeentelijke financiële bijdrage in 2026
€ 804.000
Ontwikkelingen
De ontwikkelingen vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) lopen door in 2026. De GGD voorziet landelijke (financiële) ontwikkelingen op het vlak van pandemische paraatheid, infectieziektebestrijding en wijzigingen in het rijksvaccinatieprogramma. Op dit moment is voor de GGD nog niet mogelijk om deze ontwikkelingen financieel te duiden.
Vermogen 2026
Verwacht resultaat 2026
1 januari 2026
31 december 2026
Eigen vermogen
€ 2.050.000
€ 2.050.000
Vreemd vermogen
€ 8.884.000
€ 7.984.000
€ 28.000
Regio Stedendriehoek Naam
3. GR Regio Stedendriehoek
Vestigingsplaats
Twello (gemeente Voorst)
96
Openbaar belang
De gemeenten in de Regio Stedendriehoek werken samen om een brede welvaart voor al onze inwoners te behouden en te versterken. Doelen zijn: •
versterken van het vestigingsklimaat;
•
versterken van de vitaliteit van steden, dorpen en buitengebied;
•
verbeteren van de externe en interne bereikbaarheid;
•
versterken van de kwaliteit van de leefomgeving;
•
een vitale en toekomstbestendige arbeidsmarkt en een circulaire en energie-neutrale economie;
•
als Regio aanspreekpunt zijn voor Rijk en Provincies.
Overige deelnemers
Gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Voorst, Zutphen en Heerde
Gemeentelijke financiële bijdrage in 2026
Bijdrage gebaseerd op inwonerbijdrage: € 271.000.
Ontwikkelingen
De Regio Stedendriehoek is in de Nota Ruimte genoemd als zoekgebied voor grootschalige woningbouw. De regiogemeenten werken samen met het Rijk en de betrokken provincies en waterschappen aan het Ontwikkelperspectief (de verstedelijkingsstrategie). Uitgangspunt is verstedelijking in balans met de andere ruimtelijke opgaven. Na de bestuurlijke besluitvorming over het Ontwikkelperspectief (beoogd eind 2026), is het opstellen van een Regionale investeringsagenda samen met de partners de volgende stap. Er ligt een aantal ruimtelijke opgaven zoals de A1/A50 corridor, de doorvaarbaarheid van de IJssel en verschillende opgaven in het landelijk gebied waarbij de Regio een belang heeft. Om de Regio Stedendriehoek beter te kunnen profileren, werken we ook met elkaar aan producten die dit ondersteunen. Met de verkregen € 20 miljoen met de Regiodeal geven we daarnaast samen uitvoering aan verschillende projecten in de Regio.
97
Vermogen 2026
De Regio Stedendriehoek maakt in haar begroting geen aparte voorspelling van haar bezittingen en schulden. Dat komt omdat de regio geen gebouwen, voertuigen of andere grote bezittingen heeft, en ook geen leningen of andere schulden. Wat er wél op de balans staat, zijn bedragen die tijdelijk in beheer zijn, bijvoorbeeld subsidies die nog moeten worden uitgegeven of ontvangen. Deze bedragen kunnen van jaar tot jaar verschillen, afhankelijk van welke projecten er lopen en hoe de geldstromen precies verlopen. Kort gezegd: de regio werkt vooral met tijdelijke geldstromen en heeft geen grote financiële verplichtingen of bezittingen. Daarom is het lastig en niet zinvol om een vaste balans voor de toekomst op te stellen.
Verwacht resultaat 2026
€0
Stadsbank Oost Nederland Naam
4. Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland
Vestigingsplaats
Enschede
Openbaar belang
GR Stadsbank Oost Nederland (SON) is een samenwerkingsverband van gemeenten voor de uitvoering van de schuldhulpverlening.
Overige deelnemers
Gemeenten Almelo, Berkelland, Borne, Bronckhorst, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Lochem, Losser, Montferland, Oldenzaal, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden en Winterswijk.
Gemeentelijke financiële bijdrage in 2026
€ 295.000
98
Ontwikkelingen
Vanaf 2023 werkt de Stadsbank klant- en resultaatgericht. Er is meer vraag naar begeleiding van inwoners met geldzorgen, wat aansluit bij de landelijke basisdienstverlening schuldhulpverlening. In 2025 is de Stadsbank een pilot gestart voor financiële begeleiding, dit loopt tot het voorjaar van 2026. Afhankelijk van de uitkomsten kan het dienstenpakket van de Stadsbank worden uitgebreid. In 2026 gaat de Stadsbank samen met Lochemse partners verder met het sneller en slimmer oplossen van schulden en het verbeteren van de toegang tot hulp.
Vermogen 2026
Verwacht resultaat 2026
1 januari 2026
31 december 2026
Eigen vermogen
€ 1.465.000
€ 2.347.000
Vreemd vermogen
€ 7.098.000
€ 9.406.000
€ 75.000
Omgevingsdienst Achterhoek Naam
5. GR Omgevingsdienst Achterhoek
Vestigingsplaats
Doetinchem
Openbaar belang
De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) behartigt de belangen van deelnemers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van het omgevingsrecht (milieu). De ODA zet zich ook in voor goede samenwerking met de provincie Gelderland.
Overige deelnemers
Gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk, Zutphen en de provincie Gelderland
Gemeentelijke financiële bijdrage in 2026
€ 1.066.000
99
Ontwikkelingen
De ODA moet op 1 april 2026 voldoen aan de wettelijke robuustheidscriteria. Om daaraan te voldoen verkent de ODA de opties om zelfstandig robuust te worden of te fuseren met een andere omgevingsdienst. Beide varianten leiden tot forse investeringen voor 2026 en de jaren daarna. De keuze wordt in het najaar van 2025 gemaakt.
Vermogen 2026
1 januari 2026
Verwacht resultaat 2026
31 december 2026
Eigen vermogen
€ 300.000
€ 118.000
Vreemd vermogen
€ 1.146.000
€ 1.508.000
€0
Tribuut Naam
6. GR Tribuut belastingsamenwerking
Vestigingsplaats
Apeldoorn
Openbaar belang
Tribuut belastingsamenwerking voert de belastingtaken WOZ, heffing en invordering uit voor haar deelnemers. Zij adviseert over het zo goed mogelijk gebruiken van de belastinginstrumenten.
Overige deelnemers
Gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Voorst en Zutphen
Gemeentelijke financiële bijdrage in 2026
€ 895.000
Ontwikkelingen
De begroting 2026 is beleidsarm en gebaseerd op de geldende verordeningen en wetgeving. Er wordt met een externe partij een inventarisatie uitgevoerd naar de informatiebeveiliging van Tribuut. Een ander zal aandacht gaan vragen in 2026 met betrekking tot implementatie en procesverbeteringen. Er wordt een nieuw strategisch plan geschreven in 2026. Dit naar aanleiding van de evaluatie van de Gemeenschappelijke regeling Tribuut / 100