2025 02 10 Algemene Plaatselijke Verordening 2025
Tekst van het document
Afdeling 2
Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel 3.4 Seksinrichtingen 1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a.
de persoonsgegevens van de exploitant;
b.
de persoonsgegevens van de beheerder; en
c.
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
Artikel 3.5 1.
Gedragseisen exploitant en beheerder
De exploitant en de beheerder: a.
staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de
voogdij;
2.
b.
is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
c.
heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet: a.
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
b.
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in
Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c.
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1.
bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
2.
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 250a (oud), 252, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
3.
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
4.
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
kansspelen;
3.
5.
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
6.
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid
onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,-bedraagt; b. 4.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
b.
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
5.
De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem daarover geen verwijt treft.
Artikel 3.6 1.
Sluitingstijden
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten:
2.
a.
op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 06.00 uur;
b.
op zaterdag en zondag tussen 02.00 en 06.00 uur.
Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1.4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3.
Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid, gesloten dient te zijn.
4.
Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Artikel 3.7 1.
Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
Met het oog op de in artikel 3.13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a.
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;
b.
van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is. 2.
De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a.
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid) XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en
b.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3.9 Straatprostitutie 1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken. 2.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk (in een bepaalde richting) te verwijderen.
Artikel 3.10 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3.11 1.
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a.
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
b.
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
2.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Afdeling 3
Beslissingstermijn; weigeringsgronden
Artikel 3.12 Beslissingstermijn 1. Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2.
Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
verdagen.
Artikel 3.13 Weigeringsgronden 1. De vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a.
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.5 gestelde
eisen; b.
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.;
c.
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
d.
resultaten van op grond van de Wet Bibob uitgevoerd onderzoek daar
aanleiding toe geven. 2.
In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, worden geweigerd in het belang van: a.
de openbare orde;
b.
het voorkomen of beperken van overlast;
c.
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
d.
de veiligheid van personen of goederen;
e.
de verkeersvrijheid en verkeersveiligheid;
f.
de gezondheid of zedelijkheid;
g.
de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Artikel 3:13a Intrekkingsgronden
1. De vergunning wordt ingetrokken als:
a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
c. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees
wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
d. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:5 en 3.13, eerste lid;
e. de vergunninghouder dat verzoekt;
f. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan.
2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a.
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
b.
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde
omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de
belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld,
zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c.
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
d.
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit
hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e.
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees
wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; f.
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in
dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; g.
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
h.
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Afdeling 4
Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.4 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2.
Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3.15 Wijziging beheer 1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.1, onder g, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2.
Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.
3.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
Hoofdstuk 4
Afdeling 1
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Geluidhinder en verlichting
Artikel 4.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: -
Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
-
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4.2 tot en met 4.5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Vervallen, staat in artikel 5.1 Verordening fysieke leefomgeving Artikel 4.3 Melding incidentele festiviteiten Vervallen, staat in artikel 5.2 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 4.4 Vervallen.
Verboden incidentele festiviteiten
Artikel 4.5 Onversterkte muziek Vervallen, staat in artikel 5.3 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 4.6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 4.6a Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor omwonenden of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Afdeling 2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4.7 Straatvegen Vervallen.
Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4.9
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Vervallen, staat in artikel 5.27 Verordening fysieke leefomgeving. Afdeling 3
Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4.10 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. boom: vervallen, staat in de Verordening fysieke leefomgeving b. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; c.
vervallen, staat in Verordening fysieke leefomgeving;
d. vervallen, staat in Verordening fysieke leefomgeving; e. vervallen, staat in Verordening fysieke leefomgeving; f.
vellen: vervallen, staat in de Verordening fysieke leefomgeving;
g. bebouwde kom: vervallen, staat in de Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Vervallen, staat in artikel 5.4 Verordening fysieke leefomgeving. Artikel 4.12 Aanvraag Vergunning Vervallen, staat in artikel 5.5 Verordening fysieke leefomgeving Artikel 4.12a Weigeringsgronden Vervallen, staat in artikel 5.6 Verordening fysieke leefomgeving Artikel 4.12b Afstand tot de erfgrens Vervallen, staat in artikel 5.7 Verordening fysieke leefomgeving Artikel 4.12c Bijzondere vergunningsvoorschriften Vervallen, staat in artikel 5.8 Verordening fysieke leefomgeving Artikel 4.12d Intrekking vergunning Vervallen, staat in algemene paragraaf Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 4.12e Vervallen.
Verhouding tussen omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden, het bouwen en het uitvoeren van werk of werkzaamheden op grond
Artikel 4.12f Herplant-/instandhoudingsplicht vervallen, staat in artikel 5.9 Verordening fysieke leefomgeving Artikel 4.12g Vervallen.
Monumentale bomen
Artikel 4.12h Bescherming bomen 1. Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom zijn: -
te beschadigen, te bekladden of te beplakken;
-
daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door of in opdracht van ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.
2.
Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van burgemeester en wethouders.
Artikel 4.12i Schadevergoeding Vervallen, zie Verordening fysieke leefomgeving, is geregeld in titel 4.5 Awb
Artikel 4.12j Bestrijding van boomziekten Vervallen, staat in artikel 5.10 Verordening fysieke leefomgeving.
Afdeling 4
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4.13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Vervallen, staat in artikel 5.28 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 4.14 Vervallen.
Stankoverlast door gebruik van meststoffen
Artikel 4.15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Vervallen, staat in artikel 5.29 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 4.16 Vervallen.
Vergunningsplicht handelsreclame
Hoofdstuk 5
Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling 1 Parkeerexcessen Artikel 5.1 Definitie Vervallen.
Artikel 5.2 Voertuigen van autobedrijf e.d. Vervallen, staat in artikel 5.17 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5.3 Vervallen.
Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 5.4 Defecte voertuigen Vervallen, staat in artikel 5.18 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5.5 Voertuigwrakken Vervallen, staat in artikel 5.19 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5.6 Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen Vervallen, staat in artikel 5.20 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5.7 Reclamevoertuigen Vervallen, staat in artikel 5.21 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5.8 Grote voertuigen Vervallen, staat in artikel 5.22 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.9 Uitzichtbelemmerende voertuigen Vervallen, staat in artikel 5.23 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.10 Parkeren anders dan op de rijbaan Vervallen, staat in artikel 5.24 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Vervallen, staat in artikel 5.25 Verordening fysieke leefomgeving. Artikel 5.12 Overlast van fietsen of bromfietsen Vervallen, staat in artikel 5.26 Verordening fysieke leefomgeving.
Afdeling 2
Collecteren
Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. 2.
Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3.
Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.
4.
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van openbare inzamelingen als bedoeld in dit artikel.
Afdeling 3 Venten Artikel 5.14 Definitie 1. In deze paragraaf wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan een huis. 2.
Onder venten wordt niet verstaan: a.
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
b.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5.22;
c.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5.17.
Artikel 5.15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten: a.
op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen
plaatsen; b.
op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 20.00 uur en 09.00
uur. 2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet;
b.
het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
Artikel 5.16 Vervallen.
Vrijheid van meningsuiting
Afdeling 4 Standplaatsen Artikel 5.17 Definitie Vervallen, staat in Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Vervallen, staat in artikel 5.30 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.19
Toestemming rechthebbende
Vervallen, staat in artikel 5.31 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen Vervallen, staat in artikel 5.32 Verordening fysieke leefomgeving.
Artikel 5.21 Vervallen.
Aanhoudingsplicht
Afdeling 5
Snuffelmarkten
Artikel 5.22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2.
Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a.
een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
b.
een evenement als bedoeld in artikel 2.24.
Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren. 2. Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
Afdeling 6 Openbaar water Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water Vervallen, staat in artikel 4.1 Verordening fysieke leefomgeving
Artikel 5.25 Vervallen.
Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Artikel 5.26 Vervallen.
Aanwijzingen ligplaats
Artikel 5.27 Vervallen.
Verbod innemen ligplaats
Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 5.29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5.30 Vervallen.
Veiligheid op het water
Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
Afdeling 7
Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5.32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
c.
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
het voorkomen van overlast;
b.
de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
c.
de veiligheid van het publiek.
3.
Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsers en paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
b.
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
c.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d.
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
e.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
4.
Het verbod is voorts niet van toepassing: a.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of
terreinen; b.
binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Gelderland aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als ‘toestel’.
5.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Afdeling 8
Verbod vuur te stoken
Artikel 5.34 1.
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen
worden verbrand; c.
vuur voor koken, bakken en braden.
3.
Het college kan ontheffing verlenen.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.
Artikel 5.34a Verbod op het gebruik van wensballonnen 1. Het is verboden zogenoemde wensballonnen door middel van hete lucht afkomstig van vuur op te laten. 2.
Onder een wensballon wordt mede verstaan elk voorwerp dat door middel van open vuur opstijgt en zonder sturing wegdrijft.
Afdeling 9 Verstrooiing van as Artikel 5.35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5.36 Verboden plaatsen 1. Incidentiele asverstrooiing is verboden op: a.
verharde delen van de weg;
b.
gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen met uitzondering van de in het Uitvoeringsbesluit Graven, asbezorging, gedenkplaatsen en grafbedekkingen gemeente Lochem 2011 vermelde plaatsen;
2.
c.
voor het publiek toegankelijke parken, plantsoenen en speelweiden;
d.
sportvelden.
Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
3.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in eerste lid, onder a.
Artikel 5.37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6.1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1.4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1.4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: artikel 2.47, 2.48, 2.49, 2.50, 2.58 en 4.6.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 4.11, eerste lid.
Artikel 6.2
Toezichthouders
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de buitengewone opsporingsambtenaren en de ambtenaren van de politie.
2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 6.3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. De Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Lochem van 16 december 2021 wordt ingetrokken. 2.
Deze verordening (inclusief bijlagen) treedt in werking op 1 juni 2025.
Artikel 6.5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Lochem 2025.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 mei 2025.
de griffier
de burgemeester
P. de Boer
S.W. van ‘t Erve