Waterlooweg 28a_ontwerp_Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Bijlagen Ruimtelijke Onderbouwing Bijlage 1
Locatiestudie
Bijlage 2
Rapportage bedrijven en milieuzonering
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Quickscan ecologie
Bijlage 5
Verslag overleg omwonenden - 1
Bijlage 6
Verslag overleg omwonenden - 2
Bijlagen ontwerpbesluit Bijlage 1
Verklaring van geen bedenkingen
Bijlage 2
Bouwplaatsinrichting
Bijlage 3
Detaillering woonhuis
Bijlage 4
Doorsnede A-A
Bijlage 5
Gevelaanzicht noord
Bijlage 6
Gevelaanzicht oost
Bijlage 7
Gevelaanzicht West
Bijlage 8
Gevelaanzicht zuid
Bijlage 9
Plattegrond BG
Bijlage 10
Plattegrond vliering
Bijlage 11
Situatie bestaand
Bijlage 12
Situatie nieuw
Bijlage 13
Constructieberekeningen
Bijlage 14
MPG-berekening
Bijlage 15
Rioleringplan
Bijlage 16
Trap- en vloerafscheidingen
Bijlage 17
Bijbehorend bouwwerk
Bijlage 18
Bedrijfswoning Horsewise
Bijlage 19
Toetsing Bouwbesluit
Bijlage 20
EPC-berekening
1
omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)
HORSEWISE
LOCATIESTUDIE EN INPASSING DIENSTWONING EN BEZOEKERSRUIMTE
Adviesbureau Haver Droeze
-
19 februari 2018
HORSEWISE
LOCATIESTUDIE EN INPASSING DIENSTWONING EN BEZOEKERSRUIMTE
vogelvlucht locatie zorgmanege Horsewise naast manege De Treekhoeve INLEIDING Zorgmanege Horsewise biedt mensen door middel van verbinding en contact met paarden gelegenheid om inzicht te krijgen in hun eigen groei. De manege, die zich richt op mensen met ontwikkelingsachterstand en/of sociaal-psychologische beperkingen, is 10 jaar geleden opgezet en sinds 2009 gehuisvest op Waterlooweg 28A in Leusden. Het karakter is kleinschalig en er wordt zowel individueel als in groepen gewerkt. Er zijn maximaal 20 deelnemers en begeleiders tegelijkertijd op de manege. Uit het oogpunt van toezicht, zorg en veiligheid is er behoefte aan een dienstwoning. Daarnaast is het de wens een opslag/werkplaats en een wachtruimte voor bezoekers te realiseren.
situatie 1930
situatie 1950
situatie 1990
situatie 2015
HISTORIE •
Voor de oorlog was het gebied bij Waterloo, ten oosten van de Doornseweg, productie naaldbos met, ten zuiden van de Buurtweg/Waterlooweg, stukken heide en enkele kleine agrarische percelen.
•
Na de oorlog zien we aan de westzijde van de Doornseweg een paardenrenbaan. Zuidelijk van de Buurtweg/Waterlooweg is een barakkenkamp opgericht. Daarnaast zijn zowel langs de Doornseweg als langs de Buurtweg/Waterlooweg vrijstaande huizen gebouwd. Er is veel bos gekapt. In de heide zijn verspreid naaldhoutbosjes overgebleven. Op het plangebied lijkt een kleinschalig landbouwbedrijf gevestigd met in het verlengde hiervan aan de zuidzijde een woonhuis dat, gezien de verbindingsweg, een relatie met het barakkenkamp had.
•
In de tweede helft van de 20ste eeuw is het barakkenkamp verdwenen. Er is opnieuw naaldbos ontstaan. Het plangebied ligt in de bossen en maakt onderdeel uit van een bedrijfscluster (tuinbouw, manege?) op een voormalig landbouwperceel aan de Waterlooweg.
•
De huidige situatie is zichtbaar op de kaart van 2015. De cluster aan de Waterlooweg bestaat nu uit manege De Treekhoeve en zorgmanege Horsewise met in de directe omgeving verschillende vrijstaande woningen en kleine bedrijven.
-2-
BESTAANDE SITUATIE
1. 1. eigen entree Horsewise
2.
5.
2. afsluiting manege-gedeelte
3.
4. 3. werkplaats en gebruiksruimte in stenen gebouw, op de voorgrond ontmoetingsruimte voor bezoekers en tuinmuur.
4. idem, op de achtergrond vrijstaande woning Waterlooweg 30 met bijgebouw.
6. 7.
5. bedrijfsgebouw met stallen temidden van uitloopruimte voor paarden met schuilplekken.
6. idem, vrij zicht tussen stenen gebouw en bedrijfsgebouw met stallen.
7. paardenrijbak met op de achtergrond groepsruimte (rechts) en hooi- en houtopslag (links).
luchtfoto plangebied met aanduiding fotostandpunten
-3-
PLANOLOGISCHE KADERS Op het plangebied is bestemmingsplan “Buitengebied 2009” van toepassing. De ontsluitingsweg en het voorste deel van het erf voor het stenen gebouw hebben de bestemming “Bos en Natuurgebied”. Het stenen gebouw zelf heeft de bestemming “Wonen”. De overige gronden hebben de bestemming “Recreatieve voorzieningen” met de aanduiding R3.1 (Manege). Zowel binnen het bestemmingsvlak “Recreatieve voorzieningen” als “Wonen” mag één (dienst)woning worden opgericht met een inhoud van 600m³. De goothoogte mag respectievelijk maximaal 6m en 5m zijn; de nokhoogte respectievelijk 10m en 9m. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen. Op beide percelen is al een (dienst)woning aanwezig. Herziening van het bestemmingsplan voor een tweede woning is daarom noodzakelijk. Daarnaast is in het kader van de bedrijfs- en milieuzonering relevant dat rekening dient te worden gehouden met de zonering rondom manege De Treekhoeve (categorie 3.1, richtafstand 50m). Deze zonering is voornamelijk gebaseerd op geur. Aangezien de bedrijfspercelen direct aan elkaar grenzen is deze afstand niet haalbaar en dient aangetoond te worden dat er alsnog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu.
Bestemmingsplan Buitengebied 2009 - www.ruimtelijkeplannen.nl AFWEGING LOCATIE Voor de locatie-afweging van de dienstwoning is gekeken naar de planologische kaders, bedrijfsvoering, landschappelijke inpassing, privacy & woongenot, veiligheid, overlast en ingeschatte kosten. De beoogde dienstwoning krijgt, naast een woonfunctie, een functie als toezichtslocatie van waaruit zicht wordt gehouden op het bedrijf, de bezoekers en de dieren. Vanuit de laatste functie is een plaats nabij de ingang en stallen gunstig. Daarbij is het gewenst dat de dienstwoning voldoende privacy heeft. Door de beperkte ruimte is een hoge mate van efficiëntie in inrichting noodzakelijk. Op het bedrijf wordt individueel of in kleine groepen gewerkt waarbij het ongestoord kunnen focussen op de interactie tussen dieren en mensen een belangrijke succesfactor is. Functies en activiteiten die afleidend werken voor de deelnemers, zoals een wachtruimte voor ouders, broertjes en zusjes, vinden op het voorste deel van het terrein plaats. Dit loopt geleidelijk over in functies en activiteiten, zoals de groepsruimte, waar ongestoord gewerkt dient te worden. Ook vormt bij de inrichting het minimaliseren van (geluid)hinder -o.m. van bezoekers op het terrein- vanuit het bedrijf naar de buren, een belangrijk afwegingspunt. De veiligheid op het terrein hangt samen met overzicht en sociale controle.
Het is belangrijk dat snel ingegrepen kan worden bij acute situaties voor paarden en bezoekers. Overzicht is ook belangrijk in het kader van inbraakgevoeligheid van het terrein. Vanuit de landschappelijke inpassing is de samenhang in materiaalgebruik en vormentaal op het bedrijf van belang. Een positie van een woning dichter bij de Waterlooweg is daarbij wenselijk vanuit een stedenbouwkundige logica waarin voor- en achterkanten op erven verschillend worden gebruikt en vanuit de overgang van de achterzijde naar natuur en landschap. Tenslotte is hergebruik van de bestaande gebouwen in het kader van de kosten een factor die meespeelt.
-4-
ONDERZOCHTE MOGELIJKHEDEN
ingang
bouw nen ge te wore t s e d staan chtruim
gebouw
ingang
uim uitloopr
er de egenov
-
uim tie t wachtr 1. Loca laats, opslag en nde stenen a (werkp t besta
en
u uitloopr
d te paar
e en in h te blijv ) gebouw
rd) (wer mbinee o c e g n de
schuur
stenen
tie be en wa 2. Locakplaats, opslag
imte pa arden
gebouw bedrijfs n lle met sta
stallen
slag
mestop
rijbak
paarden
hooi- e
a htr tie best en wac roeps3. Locakplaats, opslag enen gebouw, g
groepsr
(wer de st den) bestaan rplaatst wor t e h in e moet v ruimte
uimte
-5-
pslag
n houto
e sruimt blijven p e o r g ande uimte
LOCATIES Locatie 1: Ligt direct tegenover de ingang en heeft zicht op de achterzijde van het bedrijfsgebouw met stallen, maar niet op de voorzijde waar veel activiteit plaatsvindt. Ook de paddock met paarden is grotendeels niet zichtbaar. Opslag/werkplaats blijven op de plaats van het bestaande stenen gebouw. De wachtruimte moet nieuw worden gebouwd nabij het stenen gebouw. De nieuwe situatie vraagt aanpassing en afwerking van bestaande gebouwen. Gebouw en erf komen in mindering op de kostbare uitloopruimte voor paarden. De kosten van nieuwbouw en de afbraak van een deel van de bestaande gebouwen zijn hoger dan hergebruik van bestaande bebouwing / funderingen en nutsaansluitingen. De bezonning van de woning is door de ligging in de bosrand minder gunstig, de privacy is door de centrale ligging matig. Voor veiligheid en sociale controle is de ligging aan de voorzijde, zichtbaar vanaf de weg, zeer gunstig. Landschappelijk vormt de opzet een duidelijke stedenbouwkundig patroon met het hoofdhuis aan de voorzijde tegenover de ingang. De locatie ligt binnen de recreatiebestemming en op 30m van manege De Treekhoeve (de grootse afstand).
Locatie 2:
Ligt op de plaats van het huidige stenen gebouw en heeft een goed overzicht over het hele bedrijf, ook op de voorzijde van het stallen-gebouw. Opslag/werkplaats en wachtruimte kunnen gecombineerd worden met de woning en het bestaande stenen gebouw kan worden hergebruikt. Er is geen extra ruimtebeslag nodig. Wel zal het gebouw worden voorzien van een verdieping (vide) met kap. De kosten zijn door hergebruik van het bestaande gebouw minder in vergelijking met totale nieuwbouw. Ook omdat de nutsaansluitingen al op deze locatie aanwezig zijn. Bezonning van de woning is gunstig en door de ligging aan de zijkant kan voldoende privacy worden geboden, met name aan de zuidwestzijde. Voor veiligheid en sociale controle is een ligging aan de voorzijde van het bedrijf gunstig. Door de plaats van de woning - een rustige buffer tussen bedrijf en buren - wordt overlast door geluid voor buren beperkt. Stedenbouwkundig is de locatie, even terzijde van de ingang, helder en landschappelijk is de ligging aan de voorzijde van het perceel ook duidelijk. De locatie ligt binnen de woonbestemming en ligt op 20m van manege De Treekhoeve (de kleinste afstand).
-6-
Locatie 3:
Ligt aan de achterzijde van het bedrijf op de plaats van de huidige groepsruimte. Uitzicht over het bedrijf is mogelijk, maar de plaatsen waar de meeste activiteit plaatsvindt (aan de voorzijde van het bedrijfsgebouw met stallen en voor het bestaande stenen gebouw) zijn buiten beeld. De recent gebouwde groepsruimte kan niet worden ingezet als woning door onvoldoende isolatie. Een nieuwe woning zal moeten worden gebouwd. Opslag/werkplaats en wachtruimte blijven op de plaats van het stenen gebouw. De wachtruimte moet nieuw worden gebouwd. De nieuwe situatie vraagt aanpassing en afwerking van de bestaande gebouwen. De groepsruimte zal verplaatst moeten worden naar de voorzijde, deels ter plaatse van het huidige stenen gebouw. Aan de voorzijde vinden veel afleidende activiteiten plaats, die het ongestoord uitvoeren van (groeps)activiteiten in de weg staan. De groepsruimte is daarbij gefinancierd door een stichting. Het verplaatsen binnen korte tijd na realisatie wordt als ongepast ervaren.
Bezonning van de woning is door de ligging in de bosrand minder gunstig. Er is door de ligging aan de achterzijde voldoende privacy maar minder veiligheid en sociale controle. Landschappelijk en stedenbouwkundig is een ligging aan de achterzijde van het bedrijf ongewenst. De locatie ligt binnen de recreatiebestemming en op 30m van manege De Treekhoeve (de grootste afstand).
CONCLUSIE Uitgaande van bovenstaande locaties, gaat de voorkeur uit naar locatie 2. Deze locatie heeft als enige locatie het gewenste overzicht over het gehele terrein. Ook kan op deze locatie het bestaande stenen gebouw en de al aanwezige nutsaansluitingen worden hergebruikt. Door de werkplaats, bezoekersruimte en de woning te combineren, wordt slechts op één locatie bebouwing gerealiseerd en blijft extra ruimtebeslag uit. Ook zullen de kosten lager blijven lager. De bezonning is gunstiger dan op de locaties naast het bos en er kan voldoende privacy worden geboden. De veiligheid en sociale controle blijft geborgd door de centrale ligging aan de voorzijde. De woning vormt daarnaast, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een groepsruimte, een rustige buffer tussen buren en bedrijf. De wachtruimte en opslag zijn op dit moment al op dezelfde locatie aanwezig. Er is daardoor geen sprake van toename van overlast. Stedenbouwkundig is de locatie, even terzijde van de ingang, helder en landschappelijk is de ligging aan de voorzijde van het perceel ook duidelijk. De locatie heeft op deze plaats al een woonbestemming. Echter, de afstand tot manege De Treekhoeve is het kleinst (20m). Aangezien de bedrijfsvoering van de manege overeenkomend is met de bedrijfsvoering van Horsewise, valt niet te verwachten dat overlast per bedrijf te onderscheiden is.
Onderzoek zal moeten uitwijzen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
-7-
DIENSTWONING Voor een compacte dienstwoning is een verdieping/vide onder de kap gewenst. Hierbij zal ook daglicht-toetreding verzorgd moeten zijn d.m.v. een dakopbouw, dak- of gevelramen. Voor een vliering onder de kap is een nokhoogte van ca. 4,5m gewenst en een goothoogte van 3m. Een veranda is gewenst. De footprint van de woning zal ca. 80m2 zijn. Het is de wens om een energieneutrale woning te bouwen.
werkplaats woning
veranda
eenvoudige dienstwoning
met werkplaats/opslag, veranda en een terras aan de zijde met de meeste privacy.
privéterras
herbruik bestaand gebouw
herbruik bestaan stenen gebouw - werkplaats aan de noordzijde - moestuin in de nabijheid.
moestuin
BEZOEKERS WACHTRUIMTE Om de privacy voor de woning te vergroten, wordt het als optie gezien om de wachtruimte los te koppelen van de woning en deze een plek te geven tegenover de woning in de bosrand. Het kan een eenvoudige schuilhut gecombineerd met berging zijn met een zitplek rond een warmtebron.
wachtruimte als eenvoudige schuur, gecombineerd met berging
-8-
wachtruimte eventueel gekoppeld aan schuilstal
een leefhuis
eenvoud in hout
een echt huis
maar een lage nok
duurzaam & energieneutraal
licht en natuurlijk
binnen-buiten
ruim & praktisch
Bedrijven en milieuzonering Dienstwoning zorgmanege Horsewise Waterlooweg 28A te Leusden
Bedrijven en milieuzonering Dienstwoning zorgmanege Horsewise Waterlooweg 28A te Leusden Opdrachtgever
Zorgmanege Horsewise Waterlooweg 26a 3832 RX Leusden
Rapportnummer Versienummer
6607.001 D2
Status
Eindrapportage
Datum
8 oktober 2018
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 5001600 Swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
R.A.F. Smeets, BASc BEd
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
C.F.H. Rodoe
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .......................................................................................... 2
3
VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN .................................................................................. 3 3.1 3.2
4
NADERE BESCHOUWING MANEGE DE TREEKHOEVE ........................................................ 5 4.1 4.2 4.3
5
Buurtschappen.................................................................................................................. 3 Buitengebied 2009 ............................................................................................................ 3
Wet geurhinder en veehouderij ........................................................................................ 5 Beschouwing afstandseisen ............................................................................................. 6 Situering bebouwing ......................................................................................................... 7
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 8
6607.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Zorgmanege Horsewise een onderzoek ‘bedrijven en milieuzonering’ uitgevoerd ten behoeve van de herziening van het bestemmingsplan voor een bedrijfwoning bij de zorgmanege Horsewise. Het plan omvat de realisatie van een dienstwoning, opslag/werkplaats en een wachtruimte binnen de huidige kleinschalige karakter van de manege. In onderhavig onderzoek wordt inzichtelijk gemaakt of omliggende bedrijvigheid door de realisatie van het plan wordt belemmerd en of er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor de dienstwoning. De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) dient hierbij als onderlegger. Voor de inpassing van de dienstwoning is reeds een locatiestudie uitgevoerd. Op basis van de locatiestudie heeft het de voorkeur om de dienstwoning op locatie 2 te realiseren. In figuur 1.1 is de voorkeurslocatie uit de studie binnen het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1 Voorkeurslocatie dienstwoning
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 1 van 8
2
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
Bij een bestemmingsplanwijziging biedt de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) een handreiking voor het uitvoeren van een goede ruimtelijke onderbouwing. De publicatie geeft voor verschillende bedrijfsmatige activiteiten een richtafstand voor een aantal milieuthema’s. Is de afstand tussen de geplande bedrijvigheid en woningbouw kleiner dan de richtafstand, dan is een uitgebreid onderzoek gewenst. De VNG-publicatie maakt voor de beoordeling onderscheid in twee gebiedstypen. Een rustige woonwijk wordt omschreven als een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied wordt omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Het plangebied heeft met uitzondering van het bestaande pand (wonen) grotendeels de bestemming ‘recreatieve voorzieningen’ met de aanduiding manege. In de directe omgeving is sprake van een sterke functiemenging. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een manege (De Treekhoeve) en een bomenkwekerij (Waterloo) en hoveniersbedrijf (Splint). Voor het plangebied is sprake van een gemengd gebied.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 2 van 8
3
VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN
In de directe omgeving van het plan zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht: - Buitengebied 2009 (figuur 3.1); - Buurtschappen (figuur 3.2).
Figuur 3.1 Buitengebied 2009
Figuur 3.2 Buurtschappen
3.1 Buurtschappen Het bestemmingsplan Buurtschappen is aan de westzijde van het plangebied gelegen. Voorkeurslocatie 2 is op meer dan 160 meter tot de meest nabijgelegen perceelsgrens van de bedrijvigheid gelegen. Het bestemmingsplan Buurtschappen is daarmee voor onderhavig onderzoek niet relevant. 3.2 Buitengebied 2009 Het plangebied ligt volledig binnen de grenzen van het bestemmingsplan Buitengebied 2009. In het bestemmingsplan voorziet in de volgende bedrijvigheden met de functieaanduiding: Manege (De Treekhoeve, R3.1); Bomenkwekerij (Waterloo, B3.1); Hoveniersbedrijf (Splint,B3.2). De manege valt onder het ‘fokken en houden van paarden’, categorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter voor geur en 30 meter voor stof en geluid. De bomenkwekerij kan het best worden geschaard onder het ‘fruitteelt’ categorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid en 10 meter voor de overige aspecten. Het hoveniersbedrijf valt onder ‘dienstverlening ten behoeve van de landbouw, plantsoenendiensten en hoverniersbedrijven’, categorie 3.1. De grootste richtafstand van 50 meter geldt voor geluid. Gezien het gemengd gebied kunnen bovenstaande richtafstanden met 1 afstandstap worden teruggebracht. De grootste richtafstanden van 30 en 50 meter worden verminderd tot respectievelijk 10 en 30 meter.
In figuur 3.3 zijn de richtafstanden ten opzichte van het plangebied weergegeven.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 3 van 8
Figuur 3.3 Richtafstanden bedrijvigheid nabij het plangebied
De dienstwoning ligt met 25 en 55 meter op ruime afstand van zowel de kwekerij als het hoveniersbedrijf. Gezien de kleinschaligheid van beide bedrijven is sprake van een goede ruimtelijke ordening en wordt geen hinder ten gevolge van de bomenkwekerij of het hoveniersbedrijf verwacht. De realisatie van de dienstwoning zal geen belemmeringen opleveren voor de bedrijvigheid. De te realiseren dienstwoning is binnen de richtafstand van de manege gelegen. Een nadere beschouwing van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de dienstwoning is noodzakelijk.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 4 van 8
4
NADERE BESCHOUWING MANEGE DE TREEKHOEVE
Het toetsingskader voor de maatgevende richtafstand ten gevolge van geur wordt gevormd door de Wet geurhinder en veehouderij. Het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van Leusden, heeft geen geurverordening opgesteld. 4.1 Wet geurhinder en veehouderij Met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen grenswaarden moet rekening gehouden worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de Wet geurhinder en veehouderij zijn grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object. De gemeente Leusden is conform bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen binnen concentratiegebied I. Het te realiseren geurgevoelige object is gelegen buiten de bebouwde kom. Zowel binnen een concentratiegebied als buiten de bebouwde kom worden hogere geurbelastingen acceptabel geacht. Voor het houden van paarden zijn in de ministeriële regeling geen geuremissiefactoren vastgesteld. In de Wet geurhinder en veehouderij worden tevens eisen gesteld aan de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. In tabel 4.1 zijn de belangrijkste eisen voor de te realiseren dienstwoning opgenomen. Tabel 4.1
Afstandseisen voor een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom minimale afstand tot veehouderij [m] diercategorie zonder vastgestelde geuremissiefactor 50 buitenzijde dierenverblijf tot buitenzijde geurgevoelig object 25
Middels een geurverordening kan de gemeente Leusden de minimaal te hanteren afstand voor een diercategorie zonder vastgestelde geuremissiefactor halveren tot 25 meter.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 5 van 8
4.2 Beschouwing afstandseisen Het bestaande pand is op 19 meter van de buitenzijde van paardenstallen gelegen. De emissiepunten liggen met een deur aan de noordzijde van de stal op nagenoeg een zelfde afstand. Hiermee wordt formeel niet voldaan aan de minimaal te hanteren afstandsnorm van 25 meter. In figuur 4.1 is de afstand vanaf de buitenzijde tot het pand (19 meter) en de afstandseis (25 meter) weergegeven.
Figuur 4.1 Afstanden tussen buitenzijde en bestaande pand
De realisatie van de nieuwe dienstwoning wordt mogelijk geacht aangezien: in het vigerend bestemmingsplan is reeds een woonbestemming opgenomen, met de introductie van de Wet plattelandswoningen is de planologische status leidend voor de aanwezigheid van een geurgevoelig object; het bestaande pand fungeert in de huidige situatie als werkplaats en gebruiksruimte waarbij sprake van verblijf door mensen; het bestaande pand met bouwjaar 1970 beschikt reeds over alle benodigde voorzieningen voor langdurig verblijf (waaronder een gas- en wateraansluiting); het bestaande pand op basis van bovenstaande beschouwing een bestaand geurgevoelig object is. de te realiseren dienstwoning niet op kortere afstand van de buitenzijde van de paardenstalling wordt gerealiseerd en daarmee manege De Treekhoeve niet verder beperkt; de geurbelasting ten gevolge van de naastgelegen manege niet te onderscheiden is van de geur van de paarden van de eigen zorgmanege; het huidige asbestdak van de naastgelegen paardenstalling voor 2024 dient te worden verwijderd en reeds plannen bestaan om de stalling in de toekomst te amoveren. Er zal met het plan geen verslechtering of aantasting van de gebruiksmogelijkheden en de bedrijfsuitoefening van manege De Treekhoeve optreden. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren dienstwoning wordt acceptabel geacht.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 6 van 8
4.3
Situering bebouwing
Naast het handhaven van de situering van het bestaande pand bestaat de mogelijkheid om de bedrijfswoning op dusdanige wijze te realiseren waarbij volledig wordt voldaan aan de minimale afstandseisen. In figuur 4.2 is een mogelijke situering van het bouwvlak (geel) weergegeven.
Figuur 4.2 Voorbeeld alternatieve situering bouwvlak
Voorwaarde is dat de gemeente Leusden voor het plangebied een geurverordening vaststelt waarin de minimaal te hanteren afstand voor een diercategorie zonder vastgestelde geuremissiefactor wordt gehalveerd tot 25 meter.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 7 van 8
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
In opdracht van Zorgmanege Horsewise heeft Econsultancy een onderzoek ‘bedrijven en milieuzonering’ uitgevoerd voor de herziening van het bestemmingsplan voor een bedrijfwoning bij de zorgmanege Horsewise. Het plan omvat de realisatie van een dienstwoning, opslag/werkplaats en een wachtruimte binnen de huidige kleinschalige karakter van de manege. In het onderzoek zijn de bestemmingsplannen Buurtschappen en Buitengebied 2009 betrokken. Het bestemmingsplan Buurtschappen en de nabijgelegen kwekerij en hovenier binnen het bestemmingsplan Buitengebied leveren geen knelpunten voor het plan op. Het woon- en leefklimaat kan op basis van de richtafstanden worden gegarandeerd. De bestaande bedrijven worden niet in de uitoefening van hun bedrijfsactiviteiten belemmerd of beperkt. De te hanteren afstand voor de manege De Treekhoeve is op basis van zowel de VNG-publicatie als de Wet geurhinder veehouderij groter dan de afstand tot de gevel van de voorziene dienstwoning. De realisatie van de dienstwoning wordt echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening inpasbaar geacht aangezien er met het plan geen verslechtering of aantasting van de gebruiksmogelijkheden en de bedrijfsuitoefening van manege De Treekhoeve zal optreden. Bovendien dient het dak (asbest) van de bestaande stal voor 2024 te worden gesloopt.
Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren dienstwoning wordt acceptabel geacht. Naast het handhaven van de situering van het bestaande pand bestaat de mogelijkheid om de bedrijfswoning op dusdanige wijze te realiseren waarbij volledig wordt voldaan aan de minimale afstandseisen. Voorwaarde is dat de gemeente Leusden voor het plangebied een geurverordening vaststelt waarin de minimaal te hanteren afstand voor een diercategorie zonder vastgestelde geuremissiefactor wordt gehalveerd tot 25 meter.
Rapport 6607.001 versie D2
Pagina 8 van 8
VERKENNEND BODEMONDERZOEK WATERLOOWEG 28A TE LEUSDEN
Rapportage verkennend bodemonderzoek Waterlooweg 28a te Leusden Opdrachtgever
Zorgmanege Horsewise Waterlooweg 28A 3832 RX Leusden
Rapportnummer Versienummer
12187.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
7 mei 2020
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
F. Slöetjes
Paraaf
Projectleiding & Kwaliteitscontrole
J.M. Rüssel, MSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2 5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 6 6.1 6.2 6.3
7
Algemeen.......................................................................................................................... 5 Uitvoering veldwerk .......................................................................................................... 5 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 6
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 6 Toetsingskader ................................................................................................................. 7 Resultaten grondmonsters ............................................................................................... 8
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering
12187.001
1
INLEIDING
Zorgmanege Horsewise heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Waterlooweg 28a te Leusden. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw van een woonhuis met bijgebouw op de onderzoekslocatie en de bijbehorende aanvraag van een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocol 2001. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocol 2001 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 155 m²) is gelegen aan de Waterlooweg 28 A te Leusden (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Leusden, sectie B, nummer 1134. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 9,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 153.630, Y = 458.740.
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 1 van 9
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Horsewise (contactpersoon mevrouw E. Borsten), d.d. 24 februari 2020
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Leusden (contactpersoon de heer M. Sengers), d.d. 8 april 2020 RUD Utrecht (contactpersoon de heer R. Hellings), d.d. 8 april 2020 Horsewise (contactpersoon mevrouw E. Borsten), d.d. 10 april 2020
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, d.d. 24 april 2020
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de eerste helft van de vorige eeuw (1900-1950) lag de locatie destijds in een onontgonnen/bebost gebied. Vanaf circa 1950 is volgens historisch kaartmateriaal bebouwing aanwezig op het perceel waar de onderzoekslocatie is gelegen. Het oostelijke deel van de onderzoekslocatie (nieuwbouw woonhuis) is in de huidige situatie bebouwd met een schuur, welke in gebruik is als kantoor en berging. Deze dateert volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) uit 1970. Het westelijke deel van de onderzoekslocatie (nieuwbouw bijgebouw) bestaat uit een groenstrook. Volgens informatie van de opdrachtgever was in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie en pluimveehouderij gevestigd. Hier is tijdens het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geen verdere informatie over naar voren gekomen. Voor zover bij de opdrachtgever, de gemeente Leusden en de RUD Utrecht bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 2 van 9
3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en een woonhuis met bijgebouw op de locatie te bouwen. De locatie van het woonhuis is reeds bekend. De exacte locatie van het bijgebouw is nog onzeker, afhankelijk van eisen gesteld in de Omgevingsvergunning. Afgezien van de nieuwbouw zullen de huidige bedrijfsactiviteiten worden voortgezet. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de gemeente Leusden en de RUD Utrecht blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Ten westen, noorden en oosten van de onderzoekslocatie liggen woonpercelen. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevinden zich terreindelen van de manege. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt niet dat er vanuit de omliggende percelen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen.
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 3 van 9
3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De gemeente Leusden heeft een bodemfunctieklassenkaart opgesteld (Tauw, projectnummer 4761860, d.d. 1 december 2011). De onderzoekslocatie is niet in een functiezone ingedeeld. Verwacht wordt dat de landelijke achtergrondwaarden niet overschreden worden. Op 29 november 2019 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland formeel gezien verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Indien bij de nieuwbouw van het woonhuis en het bijgebouw echter sprake is van afvoer van grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats (afhankelijk van de actualisatie bodemkwaliteitskaart) mogelijk noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een haarpodzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 5,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 4,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 4 van 9
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige beperkte bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit hooguit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Onderzoek naar PFAS is daarom niet aan de orde voor de aanvraag van de Omgevingsvergunning.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Gezien het feit dat het grondwater zich dieper dan 5,0 m -mv bevindt, heeft er conform de NEN 5740 geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5.2
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 24 april 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer F. Slöetjes. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 7 boringen geplaatst; 3 boringen tot 0,5 m -mv, 1 boring tot 1,0 m -mv, 2 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 5,0 m -mv. Tot de maximale boordiepte van 5,0 m -mv is geen grondwater aangetroffen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 5 van 9
5.3
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bodem is plaatselijk zwak tot matig humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief.
6
LABORATORIUMONDERZOEK
6.1
Uitvoering analyses
Alle grondmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 2 grondmengmonsters samengesteld (1 grondmengmonster van de bovengrond en 1 grondmengmonster van de ondergrond). De 2 grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het volgende pakket: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organisch stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
Tabel 2 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 2.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
02 (10-50) + 03 (0-50) + 04 (8-50) + 05 (0-50) + 06 (0-50) + 07 (0-50)
standaardpakket grond
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM2
01 (50-100) + 02 (50-100) + 02 (150-200) + 04 (150-200) + 06 (110-150)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 6 van 9
6.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
Rapport 12187.001 versie D1
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Pagina 7 van 9
6.3
Resultaten grondmonsters
Tabel 3 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 3.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM1
02 (10-50) + 03 (0-50) + 04 (8-50) + 05 (0-50) + 06 (0-50) + 07 (0-50)
lood zink PAK
-
-
MM2
01 (50-100) + 02 (50-100) + 02 (150-200) + 04 (150-200) + 06 (110-150)
-
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 8 van 9
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Zorgmanege Horsewise heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Waterlooweg 28a te Leusden. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw van een woonhuis met bijgebouw op de onderzoekslocatie en de bijbehorende aanvraag van een Omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige beperkte bron van PFAS-verontreiniging op de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit hooguit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. In het kader van de doelstelling van het onderzoek is er derhalve geen onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Resultaten De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bodem is plaatselijk zwak tot matig humeus. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In de zintuiglijk schone bovengrond zijn analytisch lichte verontreinigingen met lood, zink en PAK aangetoond. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond.
Gezien het feit dat het grondwater zich dieper dan 5,0 m -mv bevindt, heeft er conform de NEN 5740 geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, niet geheel bevestigd. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Algemeen Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 8 juli 2019) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Doetinchem, 7 mei 2020
Rapport 12187.001 versie D1
Pagina 9 van 9
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
12187.001
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
12187.001
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
12187.001
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
12187.001
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 2
Profielen boringen
01
Boring: 0
02
Boring: 0
beton
0
Kernboor
0
beton
10
Kernboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
24
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor 2
2 100
100
100 3 150 4 200
200
03
Boring: 0
braak
50
0 8
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
1 50
04
Boring: 0
baksteen Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
1 50 2 100 3 150
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, geelbeige, Edelmanboor 4 200
250
300
350
350
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak kiezel houdend, geelbeige, Edelmanboor 400
450
500
Projectcode: 12187.001
500
Boormeester:
Frank Sloetjes
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 2
Profielen boringen
05
Boring: 0
braak
1 50
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak wortelhoudend, zwak kiezel houdend, donkerbruin, Edelmanboor
50
06
Boring: 0
braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak wortelhoudend, zwak kiezel houdend, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 2 100 110
Zand, zeer fijn, zwak siltig, bruinbeige, Edelmanboor
3 150 4 200
200
07
Boring:
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak wortelhoudend, zwak kiezel houdend, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
Projectcode: 12187.001
braak
50
Boormeester:
Frank Sloetjes
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 4a Analysecertificaten
Econsultancy T.a.v. Julia Rüssel Fabriekstraat 19c 7005 AP DOETINCHEM
Analysecertificaat Datum: 01-May-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020063683/1 12187.001 Waterlooweg 28a Leusden 24-Apr-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
12187.001 Waterlooweg 28a Leusden
Monsternemer Monstermatrix
Frank Sloetjes Grond (AS3000) Eenheid
Analyse
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
92.8
97.0
2020063683/1 24-Apr-2020 01-May-2020/07:21 A,B,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
2.9
0.7
Gloeirest
% (m/m) ds
97
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.9
2.3
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
32
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
11
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
39
<10
S
Zink (Zn)