CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Waterlooweg 28a_ontwerp_26012021 ruimtelijke onderbouwing.pdf

Informatieavond 20 mei 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2b: RV Waterlooweg 28a - verklaring van geen bedenkingen13.991 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Waterlooweg 28a

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo d.d. januari 2021

Opdrachtgever: Zorgmanege HORSEWISE Waterlooweg 28a 3832 RX LEUSDEN

Adviseur:

Adviesbureau Haver Droeze contactpersoon: mw. mr. L. Haver Droeze Muurhuizen 165 3811 EG AMERSFOORT T. 033 4613535 F. 033 465 1898 www.haverdroeze.nl

Document informatie: Titel rapport : omgevingsvergunning Waterlooweg 28a, gemeente Leusden Rapporttype : Ruimtelijke onderbouwing Rapportnummer: NL.IMRO.0327.238-0301 Datum : januari 2021 Ontwerp : Vaststelling :

Beknopte inhoud: deze ruimtelijke onderbouwing dient ter onderbouwing van de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo ten behoeve van de bouw van een dienstwoning en een wachtruimte bij zorgmanege 'Horsewise' aan de Waterlooweg 28a in Leusden.

2

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Inhoudsopgave

Besluittekst

4

Bijlagen ontwerpbesluit

5

Bijlage 1

Verklaring van geen bedenkingen

6

Bijlage 2

Ontwerptekening

7

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding

9

Aanleiding Geldend bestemmingsplan Plangebied Leeswijzer

9 10 10 10

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4

Planbeschrijving

11

Beschrijving bestaande situatie Nieuwe situatie Wijze van ontsluiten en parkeren Ladder voor duurzame verstedelijking

11 11 13 14

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Omgevingsaspecten

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Ecologie Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Vormvrije m.e.r.- beoordeling Water Conclusie

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Ruimtelijk kader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

8

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bijlagen

16 16 19 22 25

26 26 27 29 30 32 33 35 35 36 37 37

38 38 38

39

Bijlage 1

Locatiestudie

40

Bijlage 2

Rapportage bedrijven en milieuzonering

41

Bijlage 3

Bodemonderzoek

42

Bijlage 4

Quickscan ecologie

43

Bijlage 5

Verslag overleg omwonenden - 1

44

Bijlage 6

Verslag overleg omwonenden - 2

45

Adviesbureau Haver Droeze BNT

3

Besluittekst

4

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Bijlagen ontwerpbesluit

Adviesbureau Haver Droeze BNT

5

Bijlage 1

6

Verklaring van geen bedenkingen

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Bijlage 2

Ontwerptekening

Adviesbureau Haver Droeze BNT

7

Toelichting

8

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Zorgmanege Horsewise is sinds 2009 gevestigd aan de Waterlooweg 28a in Leusden (zie afbeelding 1). Horsewise is een kleinschalige manege die zich richt op kinderen, jongeren en (jong) volwassenen met sociaal-emotionele en leerproblemen, al dan niet veroorzaakt door een beperking. Anno 2020 is Horsewise uitgegroeid tot een volwaardig bedrijf. Vanwege de specifieke eisen van de doelgroep en de zonering die dat op het terrein vergt, is er behoefte aan een afzonderlijke wachtruimte voor de ouders en begeleiders van de zorgcliënten. Daarnaast is er, met name vanwege de aanwezigheid van de 'levende have' (paarden) die de kern van het bedrijf vormen, er behoefte aan een dienstwoning zodat 24/7 toezicht kan worden gehouden.

Afbeelding 1: ligging plangebied Bron: maps.google.nl In de directe omgeving van de zorgmanege zijn geen (dienst)woningen beschikbaar, zodat de eigenaresse van de zorgmanege in 2017 een verzoek heeft ingediend bij de gemeente met de vraag in hoeverre de gemeente medewerking zou willen verlenen aan de bouw van een dienstwoning bij haar bedrijf. Naar aanleiding van dat verzoek heeft het College van Burgemeester en wethouders laten weten een positieve grondhouding te hebben ten aanzien van dit verzoek (zie raadsinformatiebrief 2017-05, L146738). Daarop heeft initiatiefneemster een locatiestudie laten uitvoeren en in februari 2018 een formeel principeverzoek ingediend. Dit verzoek is met de brief en bijbehorende stukken in februari 2019 aangevuld. In reactie op dit principeverzoek heeft het College van Burgmeester en Wethouders bij brief van 3 juni 2019 laten weten bereid te zijn een planologische procedure te starten voor de realisering van een nieuw op te richten bedrijfswoning en een wachtruimte op het perceel Waterlooweg 28a. Gelet op het feit dat er een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied van Leusden in voorbereiding is en hierin zal worden voorzien in een specifieke regeling voor de zorgmanege, is in overleg met de gemeente gekozen voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de bouw van de gewenste wachtruimte en de dienstwoning.

De planologische borging van deze omgevingsvergunning zal, nadat de vergunning is verleend, worden meegenomen in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Leusden.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

9

1.2 Geldend bestemmingsplan Op het perceel is het bestemmingsplan Buitengebied 2009 (onherroepelijk 2 december 2010) van toepassing. Daarin heeft het perceel meerdere bestemmingen: een klein deel van het perceel heeft de bestemming 'Wonen' en de overige gronden hebben de bestemming Recreatieve voorzieningen R3.1 (zie afbeelding 2). Er is geen bouwvlak aangegeven. Uit de planregels blijkt echter (artikel 18 lid 1) dat de gronden zijn bestemd voor een manege waarbij 5000m² aan bebouwing en 1 dienstwoning is toegestaan. De maximale bouw- en goothoogte mag respectievelijk 8m en 4m bedragen. De bouwen goothoogte van een dienstwoning mag 10m en 6m bedragen; mits de inhoud van de dienstwoning niet groter is dan 600m³. Dit betreft een planologische regeling voor het manegebedrijf waar de huidige stallen van de zorgmanege van oorsprong deel van uitmaakten.

Afbeelding 2: uitsnede plankaart Bestemmingsplan Buitengebied 2009 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Aangezien de huidige regeling de bestaande feitelijke situatie niet dekt en ook de bouw van de door Horsewise gewenste dienstwoning binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk is, is ervoor gekozen een omgevingsvergunning voor de ten behoeve van de zorgmanege gewenste voorzieningen. 1.3 Plangebied De zorgmanege ligt achter en deels naast de daar aanwezige woningen (nummers 28 en 30) en direct ten westen van het terrein van manege De Treekhoeve. De aanvraag heeft betrekking op de bouw van een dienstwoning en een wachtruimte voor de ouders / verzorgers van de cliënten van Horsewise. Beide voorzieningen zijn gelegen op de gronden die (kadastraal) eigendom zijn van initiatiefneemster. Het terrein wordt ontsloten vanaf de Waterlooweg. 1.4 Leeswijzer Na deze algemene inleiding zal in de komende hoofdstukken aandacht worden besteed aan: de planbeschrijving (hoofdstuk 2). Het relevante ruimtelijke beleid van de gemeente en hogere overheden komt aan bod in hoofdstuk 3. De omgevingsaspecten, waaronder cultuurhistorie, ecologie en milieuhygiënische aspecten worden behandeld in hoofdstuk 4. Ten slotte komen in hoofdstuk 5 de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.

10

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Beschrijving bestaande situatie Zorgmanege Horsewise ligt aan de Waterlooweg in het buurtschap Waterloo net ten oosten van de Doornseweg in het buitengebied van de gemeente Leusden. Het buurtschap vormt een entreegebied naar de bosgebieden van het landgoed Den Treek - Henschoten. Het buurtschap bestaat uit (woon)bebouwing die als een lint langs de Doornseweg en de zuidzijde van de Waterlooweg. Daarnaast bevinden zich enkele horecagelegenheden en enkele (kleinere) bedrijven in het buurtschap, waaronder een bouwbedrijf, een hovenier, een kweker en een manegebedrijf. Ten oosten van de bebouwing van het buurtschap ligt (eveneens aan de zuidzijde van de Waterlooweg) een voormalige landbouwenclave. Het perceel zelf wordt ontsloten via een eigen (smalle) toegangsweg die tussen de woonpercelen van de Waterlooweg 28 en 30 doorloopt. Op het perceel is bebouwing aanwezig in de vorm van een stalgebouw met zadelkamer en kantoor-/ontvangstruimte, een voormalige garage die in gebruik is als berging, een bedrijfsgebouw met een groepsruimte en een hooiberg. Daarnaast zijn er enkele overkappingen als schuilgelegenheid voor de paarden (zie afbeelding 3). De paarden worden buiten gehouden in paddocks die zijn voorzien van een zandbodem.

Afbeelding 3: ligging plangebied (rood omlijnd) Bron: maps.google.nl, bewerking LHD Als onderdeel van het principeverzoek dat aan deze aanvraag ten grondslag ligt, is een locatiestudie uitgevoerd. In de locatiestudie is onderzocht wat binnen de kadastrale grenzen van het perceel de beste locatie zou zijn voor een dienstwoning op het perceel. Bij de positionering van de woning spelen de volgende zaken een belangrijke rol: 1) de met het oog op de activiteiten van de zorgmanege noodzakelijke zonering van levendigheid naar rustig, 2) privacy vanuit het bedrijf en naar de buren, 3) veiligheid, toezicht en sociale controle, maar ook 4) de aanwezige (nuts)aansluitingen. Binnen de perceelsgrenzen zijn 3 locaties overwogen waarbij de locatie op de plaats van de voormalige garage / berging als voorkeurslocatie naar voren is gekomen. De locatiestudie maakt als bijlage 1 deel uit van deze ruimtelijke onderbouwing. Om te voorkomen dat de bouw van een nieuwe dienstwoning zal leiden tot beperkingen in de bedrijfsvoering van aangrenzende bedrijven, is de voorkeurslocatie nader getoetst met het oog op de milieuzonering van deze bedrijven. De nadere toetsing in relatie tot bedrijven en milieuzonering maakt als bijlage 2 deel uit van deze ruimtelijke onderbouwing en is nader uitgewerkt in paragraaf 4.2. 2.2

Nieuwe situatie

Adviesbureau Haver Droeze BNT

11

De aanvraag heeft betrekking op de bouw van een dienstwoning en een wachtruimte op het terrein van Horesewise. Om te voorkomen dat de nieuwe dienstwoning leidt tot beperkingen in de bedrijfsvoering van omringende bedrijven is bij de locatie van de nieuwe dienstwoning nadrukkelijk rekening gehouden met de milieuzonering van omliggende bedrijven (zie afbeelding 4).

Afbeelding 4: plattegrond beoogde nieuwe situatie Bron: Evers 3D Vision 2.2.1 Groenstructuur Op het terrein is geen noemenswaardige groenstructuur aanwezig. Het terrein is functioneel ingericht ten behoeve van het houden van paarden, die overwegend in een paddock staan. Daarnaast is er een rijbak. Rondom de bebouwing is enige verharding aanwezig. De rest van het terrein is onverhard.

12

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

2.2.2 Bebouwingskarakteristiek Op het terrein is bestaande bebouwing aanwezig in de vorm van een voormalige garage die wordt gebruikt als opslagruimte. Daarnaast is er een stalgebouw met zadelkamer en een kantoorruimte. Achterop het terrein staan een groepsruimte in de vorm van een blokhut en een hooiberg. Alle bebouwing bestaat uit 1 bouwlaag met een lage kap (zie afbeelding 5). Het is de wens om de nieuwe bebouwing qua vorm en uitstraling aan te laten sluiten bij de bestaande bebouwing, zodat sprake is van eenheid in uitstraling.

Afbeelding 5: gevelaanzicht dienstwoning zuidzijde Bron: Evers 3D Vision 2.3 Wijze van ontsluiten en parkeren Het perceel is met een eigen inrit ontsloten vanaf de Waterlooweg. Op het perceel is ruimte om 1 tot 2 auto's te parkeren. In de bestaande situatie vindt het parkeren van bezoekers plaats langs de Waterlooweg. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de kencijfers parkeren van CROW (uitgave 381). Hieruit blijkt dat voor een manege (paardenhouderij) wordt uitgegaan van 0,5pp per box / paardenstal. Bij Horsewise worden de paarden buiten gehouden (in paddocks); alleen in geval van ziekte gaan de paarden naar binnen / staan ze op stal. Er zijn meer pony's (12) dan stallen (2) zodat de richtlijnen van het CROW een nadere interpretatie vragen. Op de zorgmanege worden groepslessen gegeven aan groepen van maximaal 4 - 6 kinderen. De lessen duren circa 1,5uur en worden gegeven op woensdagmiddag en zaterdag. De bezoekersdruk is daarmee veel lager dan bij een reguliere manege. Op een reguliere manege worden dagelijks (ma – za) meerdere groepslessen gegeven aan groepen van 7 – 8 personen / paarden. Zie voor een vergelijking de website van de naast gelegen manege De Treekhoeve (www.manegetreekhoeve.nl). Veelal vinden zowel overdag als 's avonds groepslessen plaats: van 15-18u en van 19-22u gegeven.

Buiten deze tijden worden vaak ook nog privélessen gegeven en veelal is er een combinatie met pensionstalling van privépaarden. De bezoekersdruk op een reguliere manege is dus (veel) hoger dan bij de zorgmanege. Uitgaande van 12 pony's / boxen bedraagt de parkeerbehoefte 12*0,5= 6 pp bij de zorgmanege, dit is inclusief werknemersparkeren en 90% bezoekersparkeren. Uitgaande van 1 parkeerplaats op eigen terrein, zou gelet op het extensieve karakter van de zorgmanege een aanvullend aanbod van 5 parkeerplaatsen langs de Waterlooweg in beginsel kunnen volstaan. Een voorstel hiervoor is uitgewerkt en getoets door de gemeente. In de praktijk is er ruimte voor 6 tot 7 parkeerplaatsen langs de Waterlooweg. Deze kunnen direct ten westen van de uitrit van Horsewise worden aangelegd. In combinatie met 2 parkeerplaatsen op eigen terrein, zijn maximaal 5 parkeerplaatsen langs de Waterlooweg voldoende om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte van de zorgmanege.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

13

De 5 parkeerplaatsen zijn voorzien ter hoogte van je eigen uitrit tussen huisnummers 28 en 30 (zie afbeelding 6). De lengte bedraagt 5x2,5m = 12,5 meter. De breedte die voor de parkeerplaatsen moet worden aangehouden is een strook van 2,2m. Huisnummer 30 wordt ontsloten via het pad dat naar manege De Treekhoeve leidt. Bij de locatiekeuze van de parkeerplaatsen is rekening gehouden met extra ruimte om met een trailer of andere aanhanger het pad in te kunnen draaien. De parkeerstrook begint pas voorbij de inrit van nummer 28, zodat de toegang tot deze inrit ongewijzigd blijft. Het in- en uitrijden met een caravan is en blijft mogelijk.

Afbeelding 6: situering nieuwe parkeerplaatsen langs Waterlooweg Bron: Adviesbureau Haver Droeze BNT De gronden onder en de berm en het fietspad naast de Waterlooweg zijn eigendom van de gemeente, zodat aannemelijk is dat op deze manier kan worden voorzien in de parkeerbehoefte van de zorgmanege. Bovendien wordt met de aanleg van enkele parkeerplaatsen langs de Waterlooweg tegemoet gekomen aan de wens die is geuit door omwonenden om het parkeren langs de Waterlooweg beter te reguleren. Aanleg van de parkeerplaatsen in openbaar gebied is daarom door de gemeente als voorwaarde gesteld voor het verlenen van de vergunning. 2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds oktober 2012 geldt op grond van de artikelen 1.1.1 en 3.1.6 Barro de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Gezien de constante stroom van jurisprudentie over dit onderwerp, heeft het Rijk de ladder in juli 2017 gewijzigd vastgesteld. In artikel 3.1.6 lid 2 is bepaald dat de toelichting bij een ruimtelijke onderbouwing die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

14

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

De plannen voor nieuwbouw vinden plaats als onderdeel van het voorzien in een passende planologische regeling waarin de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd. Daarbij wordt voorzien in de bouw van 1 nieuwe dienstwoning en een wachtruimte van ca 35m². In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) is bepaald dat de ontwikkeling van minder dan 12 woningen niet wordt aangemerkt als 'stedelijke ontwikkeling'. Om die reden behoeft de laddertoets geen nadere uitwerking.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

15

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk kader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 definitief vastgesteld en geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in het Planologische Kern Beslissing (PKB) Structuurschema Militaire Terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. De nationale belangen die juridische doorwerking behoeven, zijn uitgewerkt in de ontwerp AMvB Ruimte. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren en verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier doen. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur, krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

Het Rijk formuleert 3 hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland;  Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn;  Woon- en werk aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en zoveel mogelijk benutting van bestaande locaties. In dat kader zijn door het Rijk de volgende Nationaal Ruimtelijke Belangen geformuleerd die betrekking hebben op het energie netwerk, mobiliteit en bereikbaarheid, milieukwaliteit, water, natuur, ruimtelijke kwaliteit en zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. De algemene hoofddoelen zijn regionaal uitgewerkt: de regio Utrecht kent een grote ruimte druk vanwege de grote behoefte aan woningen in combinatie met de beperkte ruimte daarvoor. Daarnaast kent de regio Utrecht een hoge kwaliteit van het omliggende landschap (met onder andere kerngebieden van de Ecologische Hoofdstructuur) en aanwezige cultuurhistorische waarden (de Limes en de Nieuwe Hollandse Waterlinie).

Voor onderhavig plan is van belang dat overheden, burgers en bedrijven daarbij de ruimte krijgen om oplossingen te creëren en verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier zullen doen. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. 3.1.2 AMvB Ruimte Op 1 juli 2008 is de Wro in werking getreden. De Wro voorziet in een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, Provincie en Gemeente. Ook de bevoegdheden zijn voor zowel de beleidsvorming als voor de uitvoering ingrijpend gewijzigd. Kern van de Wro is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven langs welke weg zij die belangen gaan realiseren. De nationale belangen die juridisch doorwerking behoeven in bestemmingsplannen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, ook wel de AMvB Ruimte of Barro genoemd. Dit betreft (onder meer) de volgende ruimtelijke rijksbelangen:

16

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Bundeling verstedelijking en landelijk gebied Zoals aangegeven in de AMvB Ruimte en de beleidsuitgangspunten uit de Nota Ruimte zo beleidsneutraal mogelijk omgezet. Ten aanzien van de verstedelijking gaat het Rijk nog altijd uit van het bundelen van verstedelijking, zodat steden eenvoudiger kunnen worden ontsloten en infrastructuur en voorzieningen optimaal kunnen worden benut. Concentratie van nieuwe bebouwing beperkt ook de noodzaak om de open ruimte te gebruiken voor bebouwing, waardoor de variatie in de stad en land behouden blijft. De provincie moet op grond van het ontwerpbesluit in een verordening regels maken die ervoor zorgen dat nieuwe bebouwing binnen het bestaande bebouwde gebied komt, of aansluitend daarop, of in nieuwe clusters daarbuiten. Verspreide bebouwing kan worden toegestaan als die bebouwing qua functie gebonden is aan het buitengebied of als die bebouwing past binnen specifieke regels van de Provincie gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, zoals bijvoorbeeld een "rood-voor-groen regeling" en een "ruimte-voor-ruimte regeling". Daarbij moeten eisen worden gesteld aan de landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing buiten het bestaande bebouwde gebied, zodat langdurige leegstand en verpaupering worden tegengegaan. In de SVIR is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd.

De Ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Barro opgenomen (artikelen 1.1.1. en 3.1.6). De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Doel is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van het optimaal benutten van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is uitgewerkt in paragraaf 2.4. NNN Om de biodiversiteit in Nederland te beschermen, in stand te houden en verder te ontwikkelen heeft het Rijk de ecologische hoofdstructuur (EHS; nu Natuurnetwerk Nederland (NNN)) aangewezen. In het regeerakkoord is aangegeven dat natuur, ruimte en economie kerntaken zijn van de provincies. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het NNN beleid wordt daarom neergelegd bij de provincies. Daartoe heeft een 'herijking' van het NNN plaatsgevonden. De herijkte NNN bestaat uit natuurgebieden van (inter)nationale betekenis en waarvan het beheer structureel betaalbaar is. De Provincie is verantwoordelijk voor de aanwijzing en begrenzing in een verordening van de gebieden die het NNN vormen. Deze begrenzing kan alleen worden gewijzigd om ecologische redenen (als dat het NNN ten goede komt) als ruimtelijke ontwikkelingen compensatie door grenswijzigingen nodig maken of als toepassing van de saldobenadering tot grenswijziging leidt.

Voor het NNN geldt het "nee, tenzij" principe: alle nieuwe activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten, zijn verboden tenzij sprake is van groot openbaar belang, er geen andere mogelijkheden voor realisatie zijn en de negatieve gevolgen worden beperkt en gecompenseerd. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor gebieden die deel uitmaken van het NNN dient rekening te zijn gehouden met de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. De verordening moet een regeling over compensatie bevatten die er ten minste voor moet zorgen dat er geen netto verlies aan oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de ecologische hoofdstructuur optreedt en dat compensatie op de juiste wijze plaatsvindt. De verantwoording hiervan dient deel uit te maken van de toelichting van het bestemmingsplan. Ook dienen in de provinciale verordening regels te worden opgenomen inzake de invulling, uitvulling, uitvoering en verantwoording van de saldobenadering van op basis van een bestemmingsplan toegestane activiteiten die afzonderlijk niet passen binnen het nee, tenzij regime, maar die door compensatie per saldo positief bijdragen aan het NNN. Het plangebied maakt deel uit van het NNN; dit aspect is verder uitgewerkt in paragraaf 4.4.3. Nationale Landschappen De 20 Nationale Landschappen zijn gebieden met zeldzame en kenmerkende landschapskwaliteiten.

De provincies moeten in een verordening het planologisch regime voor de nationale landschappen opnemen volgens het "ja, mits" regime. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, zolang de kernkwaliteiten worden behouden of versterkt en nieuwe bebouwing wordt gebundeld.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

17

De verordening moet binnen het nationaal landschap ruimte geven voor nieuwbouw van woningen, maar hooguit voor de eigen bevolkingsgroei, waarbij de Provincie het maximaal aantal woningen vaststelt (inclusief de woningen die door herstructurering en intensivering beschikbaar komen). Bij bevolkingskrimp kan van deze regel worden afgeweken. Het plangebied ligt niet binnen een Nationaal Landschap, dit aspect is daarom niet verder uitgewerkt. 3.1.3 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020 en is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. De NOVI beschrijft op nationaal niveau een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving aan de hand van de volgende 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en als laatste toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Als algemeen uitgangspunt geldt dat Nederland mooier en sterker wordt gemaakt door voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is daarbij een kernbegrip en omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit. In de NOVI wordt uitgegaan van een integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk.

In de NOVI geeft het Rijk de kaders en de richting aan voor zowel nationale als decentrale keuzes. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel boven- als ondergronds voorop. De NOVI onderscheidt daarbij 3 afwegingsprincipes: 1) combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) afwentelen wordt voorkomen. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, die waar nodig jaarlijks wordt geactualiseerd, en waarin is aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. Tevens staat hierin een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen. Met het oog op de klimaatbestendigheid van Nederland moeten functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer worden afgesteld op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Ook dient de infrastructuur voor energie beter te worden afgestemd op de toename van transport en opslag van duurzame energie. Daarnaast is er een opgave voor het realiseren van bronnen van duurzame energie. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij de inpassing van energie-infrastructuur aandachtvragen met het oog op de kwaliteit van de leefomgeving.

Vanuit de wens om de economie en energievoorziening duurzaam en circulair te maken en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken, wordt ingezet op het actief clusteren van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (intern)nationale corridors. Om de steden sterk, aantrekkelijk en gezond te houden wordt gewerkt aan een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's. Om te voorzien in de grote actuele woonbehoefte is een pakket aan maatregelen voorgesteld; ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden dienen daarbij hun groene karakter te behouden. Tegelijkertijd moet het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad worden verbeterd. De waarde van de natuur, het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk, waarbij het verbeteren van de biodiversiteit niet alleen een ecologische maar ook economische uitdaging is. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijkgebied, gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Op deze manier ontstaat een aantrekkelijk landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is.

Anderzijds blijft op deze manier ook ruimte voor economisch vitale landbouw als belangrijkste drager van het platteland. De concrete uitwerking van deze ambities vindt op plan- en projectniveau plaats. Onderhavig plan ziet op de bouw van een dienstwoning en een wachtruimte ten behoeve van een zorgmanege en kan worden gezien als een kleinschalige ontwikkeling op een bestaand verstedelijkt terrein. De dienstwoning wordt voorzien van zonnepanelen en wordt niet aangesloten op het gasnet en levert op die manier een bijdrage aan de ambities met betrekking tot duurzame energievoorziening. Er vindt geen uitbreiding plaats van de activiteiten; evenmin neemt de oppervlakte van het perceel toe. Wel is sprake van verdichting in een gebied met bestaande verstedelijking. Het plan is daarmee in overeenstemming met het ruimtelijk beleid op rijksniveau.

18

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 - 2018 De PRS en PRV geven het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht weer. De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) is een structuurvisie onder de (nieuwe) Wet ruimtelijke ordening. Op grond van de Wro heeft de PRS alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De PRS gaat daarom vergezeld van een Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), die bindend is voor de gemeenten. De PRV beperkt zich tot onderwerpen die in de PRS zijn aangemerkt als provinciaal belang. Echter, niet alles wat van provinciaal belang is staat zonder meer in de PRV. Bij het beleid in de PRS is telkens aangeven of en zo ja wat van dat beleid via de PRV doorwerkt naar gemeenten. De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 – 2025 (PRS) en Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) zijn voor een eerste keer vastgesteld op 4 februari 2013. Daarna zijn ze tweemaal partieel herzien op 10 maart 2014 en 3 november 2014. Hoewel niet van belang voor onderhavige ontwikkeling wordt volledigheidshalve ook vermeld dat op 1 februari 2016 de Thematische Structuurvisie Kantoren is vastgesteld. Op 13 december 2016 is een herijking van de PRS en de PRV vastgesteld die een doorkijk geeft op de periode tot 2040 op basis van de Visie Utrecht2040.

Eind 2018 is een (tweede) partiële herziening van de PRV en de PRS vastgesteld; deze herziening heeft betrekking op kleine uitbreidingen van bestaande bedrijventerreinen om een aantal urgente knelpunten op te lossen, een herbegrenzing van het NNN in het Binnenveld en geitenhouderijen. Algemeen kan worden gesteld dat de ambities voor de provincie gericht zijn op het aantrekkelijk houden van de provincie om te wonen, werken en te recreëren. Het ruimtelijk beleid van de provincie is gebaseerd op de volgende vier pijlers:  een duurzame leefomgeving;  beschermen van kwaliteiten;  vitale dorpen en steden;  dynamisch landelijk gebied. De pijlers 'duurzame leefomgeving' en 'beschermen kwaliteiten' leggen de basis waarbinnen de ontwikkelingen volgens de pijlers 'vitale dorpen en steden' en 'dynamisch landelijk gebied' kunnen plaatsvinden. De verordening richt zich op de inhoud van bestemmingsplannen. Het gaat hierbij niet alleen om de inhoud van een bestemmingsplan in strikt juridische zin dat wil zeggen plankaart en/of voorschriften maar- zoals bijvoorbeeld bij het beeldkwaliteitplan en de regionale woon- en bedrijventerreinenvisie - ook om eisen aan de toelichting bij een bestemmingsplan.

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening De Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) bevat algemene regels over de inhoud van bestemmingsplannen, projectbesluiten, beheersverordeningen inpassingsplannen en uitwerkingsof wijzigingsplannen als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De onderwerpen in de verordening volgen uit de Provinciale Structuurvisie en het ontwerp-Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Amvb Ruimte). In de verordening heeft de Provincie algemene regels gesteld die van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening betreffende de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het stedelijke gebied waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Daarbij wenst de Provincie een samenhangend stelsel van waardevolle gebieden te behouden en versterken en belangrijke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten bij nieuwe ontwikkelingen te behouden en versterken. In onderhavige situatie is sprake van een kleinschalige ontwikkeling zonder aanzienlijke ruimtelijke effecten. Er is daarom geen beeldkwalteitplan uitgewerkt. In het principeverzoek is als onderdeel van de locatiestudie wel een uitwerking gemaakt van het aspect beeldkwaliteit.

Voor onderhavig verzoek is relevant dat het plangebied is aangewezen als onderdeel van het 'landelijk gebied' waar op grond van het bepaalde in artikel 3.2 PRV geen (nieuwe) verstedelijking mag plaatsvinden. Op dit verbod kan een uitzondering worden gemaakt indien nieuwe bebouwing voor stedelijke functies in de plaats komt voor bestaande bebouwing en/of wanneer nieuwe stedelijke functies tot stand komen in samenhang met de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

19

Voorts is van belang dat het plangebied gedeeltelijk aangewezen als onderdeel van de 'drinkwaterbeschermingszone' waarvoor in artikel 1.14 PRV is bepaald dat bestemmingen en regels dienen te worden gesteld die het waterwinbelang beschermen indien nieuwe functies een verontreinigingsrisico vormen voor het grond- en oppervlaktewater (zie afbeelding 7).

Afbeelding 7: uitsnede kaart Bodem en Water - Provinciale Ruimtelijke Verordening Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.PV1612PRV-VA01?s=SANMmAIEAXlM qkWERUEdFD2D-Ph7A Tevens is van belang dat het plangebied binnen de zone ligt die is aangewezen als onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur vanwege de stapeling van tijdlagen die de Utrechtse Heuvelrug in archeologisch opzicht bijzonder maakt (zie afbeelding 8).

Afbeelding 8: Uitsnede verbeelding Provinciale Ruimtelijke Verordening - kaart Cultuurhistorie Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.PV1612PRV-VA01?s=SANMmAIEAXlM qkWERUEdFD2D-Ph7A

20

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Tevens is van belang dat het plangebied is aangewezen als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen EHS genoemd) (zie afbeelding 9). Ingevolge het bepaalde in artikel 2.4 lid 3 mag een bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen of regels bevatten die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Hierop is alleen een uitzondering mogelijk indien sprake is van een groot openbaar belang en er geen reële andere alternatieven zijn en de negatieve effecten voor de natuur zoveel mogelijk worden beperkt door mitigerende maatregelen en de overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd door inrichting van nieuwe natuur elders (nee, tenzij-beginsel).

Afbeelding 9: uitsnede verbeelding Provinciale Ruimtelijke Verordening - kaart Natuur Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.PV1612PRV-VA01?s=SANMmAIEAXlM qkWERUEdFD2D-Ph7A 3.2.3 Ontwerp Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de Ontwerp Omgevingsvisie (vastgesteld 17 maart 2020) zijn op Provinciaal niveau de keuzes op lange termijn (tot 2050) verwoord om ruimte te maken voor ontwikkelingen en tegelijkertijd de Utrechtse kwaliteiten te behouden. De Omgevingsvisie worden groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in samenhang met elkaar bezien. Doel is ruimte te bieden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, sociale samenhang met behoud of verbetering van de kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De sturingsfilosofie van de Provincie gaat uit van het bieden van ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten. Deze kwaliteiten bieden kansen om opgaven te realiseren, maar stellen ook voorwaarden. Via plussen en minnen maakt de provincie een integrale afweging zodat elke ontwikkeling per saldo bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe 'inbreiding gaat voor uitbreiding'. Bij uitbreiding dient te worden gezocht naar grootschalige locaties waar nieuwe ontwikkelingen kunnen worden geconcentreerd en gecombineerd met oplossingen voor andere opgaven.

Voor lokale opgaven blijft echter ook ruimte. De beoogde ontwikkelingsrichting is uitgewerkt in 7 beleidsthema's: 1. Stad en land gezond; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Plek voor duurzame energie; 4. Vitale steden en dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

21

Deze thema's staan niet op zichzelf maar hebben onderlinge samenhang, zowel boven als onder de grond. De gewenste ontwikkeling verschilt per gebied en is afhankelijk van de specifieke kenmerken en identiteit. Om maatwerk te kunnen bieden is maatwerk aangebracht op regionaal niveau voor de regio's U16, Amersfoort en Foodvalley. Verdieping is uitgewerkt in beleidsuitwerkingen, visies, programma's en plannen. Per beleidsthema is aangegeven welke provinciale belangen hierbij relevant zijn. In de Ontwerp Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels opgenomen, aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld, heeft de Ontwerp Omgevingsverordening (vastgesteld 4 september 2020) een interim status. De ontwerp Omgevingsvisie en de Ontwerp Interim Omgevingsverordening liggen van 22 september tot en met 2 november 2020 ter inzage. De inwerkingtreding is voorzien op de datum waarop de Omgevingswet in werking zal treden; vermoedelijk medio 2021. Voor onderhavige ontwikkeling zijn de volgende thema's van belang:  stad en land gezond  vitale steden en dorpen  duurzaam gezond en veilig bereikbaar Deze thema's staan niet op zichzelf maar hebben onderlinge samenhang, zowel boven als onder de grond. De gewenste ontwikkeling verschilt per gebied en is afhankelijk van de specifieke kenmerken en identiteit.

In de Ontwerp Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels opgenomen, aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld, heeft de Ontwerp Omgevingsverordening (vastgesteld 4 september 2020) een interim status. De ontwerp Omgevingsvisie en de Ontwerp Interim Omgevingsverordening liggen van 22 september tot en met 2 november 2020 ter inzage. De inwerkingtreding is voorzien op de datum waarop de Omgevingswet in werking zal treden; vermoedelijk wordt dat januari 2022. Voor onderhavig initiatief brengen de Omgevingsvisie en de Ontwerp Interim Omgevingsverordening geen ingrijpende wijzigingen mee ten opzichte van het bestaande provinciale ruimtelijke beleid. Onderhavig plan ziet op de bouw van een dienstwoning en een wachtruimte ten behoeve van een bestaande zorgmanege en kan worden gezien als een kleinschalige ontwikkeling van een bestaande ingesloten functie in het NNN. Er vindt geen uitbreiding van activiteiten plaats en de oppervlakte van het bedrijfsperceel blijft gelijkt. De dienstwoning wordt voorzien van zonnepanelen en wordt niet aangesloten op het gasnet en levert op die manier een bijdrage aan de ambities met betrekking tot duurzame energievoorziening. Het plan is daarmee in overeenstemming met het ruimtelijk beleid van de provincie. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Landelijk Gebied Leusden - februari 2018 In de Omgevingsvisie zijn aan de hand van omgevingswaarden ambities en uitgangspunten uitgewerkt voor de verschillende vraagstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving, die zich aandienen in Leusden. De Omgevingsvisie is bedoeld als praktisch hulpmiddel voor initiatiefnemers. Om deze initiatieven te kunnen ondersteunen, moeten beleidskaders voldoende flexibiliteit bieden om maatwerk te kunnen leveren. De gemeente noemt dit 'uitnodigingsplanologie'. Er is een omgevingsvisie vastgesteld voor zowel het Stedelijk Gebied als voor het Landelijk Gebied. Onderhavig plangebied valt onder het 'Landelijk Gebied' zodat hiervoor de Omgevingsvisie Landelijk Gebied van toepassing is. De Omgevingsvisie bevat naast landschappelijke omgevingswaarden ook andere omgevingswaarden zoals rust, water, milieu en veiligheid. Onderhavig plangebied ligt binnen het bos- en heide landschap dat aan de westzijde van de gemeente aanwezig is en dat onderdeel vormt van de landgoederenzone. Een groot deel van de gronden in dit gebied zijn (nog altijd) eigendom van het landgoed NV Den Treek - Henschoten. Het gebied wordt gekenmerkt door een glooiend en heuvelachtig karakter vanwege de ligging op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug.

In de bossen zijn de wegen in een blokstructuur aangelegd met op enkele plaatsen een bijzonder aangelegd element zoals een sterrenbos.

22

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Voor dit gebied zijn de volgende waarden benoemd als omgevingswaarde:  het afwisselende karakter met grotendeels bos afgewisseld met open plekken;  de historisch waardevolle bossen met afwisselende beplanting;  de ligging van de landgoederen in samenhang met en ten opzichte van de Heiligenbergerbeek;  herkenbaarheid van de landgoederen als geheel met daarbinnen allerlei karakteristieke kenmerken zoals lanen, bossen, uitzichtpunten, zichtassen, beplanting, gebouwen, waterelementen;  de monumenten en historische erven van de pachtboerderijen;  grafheuvels. Het verwijderen van historische beplantingen en het blokkeren van de open plekken en daarmee het aantasten van het afwisselende karakter worden als kwetsbaarheden genoemd. Naast deze landschappelijke omgevingswaarden wordt 'rust' als belangrijke omgevingswaarde benoemd. Ook water als bijzondere (ecologische) kwaliteit en in relatie tot waterveiligheid wordt als omgevingswaarde benoemd. Daarnaast wordt het hebben van een goede milieukwaliteit als belangrijke voorwaarde voor een goede gezondheid van mensen benoemd. Factoren die daarin een belangrijke rol spelen zijn:  geluid;  externe veiligheid;  ammoniak;  luchtkwaliteit;  (sociale) veiligheid. De instandhouding van het recreatieve netwerk wordt als in stand te houden kwaliteit benoemd met het oog op een goede woonkwaliteit.

Daarnaast wordt gestreefd naar een gezond economisch klimaat met substantiële vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op het bieden van een goede sociale basisstructuur. Voor de landgoederenzone met het Centraal Buitengebied geldt dat het een ecologisch en landschappelijk bijzonder waardevol gebied is. Binnen deze kwaliteiten wil de gemeente wel enige dynamiek mogelijk maken om deze kwaliteiten in stand te kunnen houden. Het beleid is in eerste instantie gericht op de inrichting van erven en de kwaliteit van de gebouwen en minder op investeringen in landschap en natuur. Ander belangrijk punt is het behouden van de rust en de stilte in deze gebieden. Het verkeer wordt gemonitord en waar nodig worden maatregelen genomen als de milieubelasting als gevolg daarvan toeneemt. Functies die vrachtverkeer aantrekken worden niet toegestaan. Nieuwe verkeersaantrekkende functies mogen er niet toe leiden dat het hoogste ambitieniveau van de gemeente ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit worden overschreden. Ontwikkelingen vinden plaats op basis van maatwerk, waarbij het initiatief een duidelijke positieve bijdrage levert aan het (buiten)gebied.

Bij maatwerk wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief ingrijpt op de gebiedskwaliteiten van het gebied en de mate waarin deze worden versterkt en de manier waarop de maatschappelijke investering wordt besteed. Uitgangspunt is namelijk dat bij nieuwe initiatieven die niet binnen de kaders van het bestemmingsplan passen een deel van de met uitvoering van het plan gerealiseerde waardevermeerdering wordt geïnvesteerd in verbetering van de kwaliteiten van de omgeving. Voor onderhavig plan is ten slotte van belang dat in de Omgevingsvisie wordt uitgesproken dat de gemeente op zoek wil naar mogelijkheden om flexibeler om te gaan met milieubeperkingen met als doel dat meer functies in elkaars nabijheid kunnen voorkomen zonder beperkingen op te leveren. Doel hiervan is tot een multifunctioneel platteland te kunnen komen. In onderhavig plan is hier invulling aan gegeven door een geurverordening vast te (laten) stellen. Hierdoor kan de door Horsewise gewenste bedrijfswoning worden gerealiseerd zonder dat hierdoor milieuknelpunten ontstaan voor het naast gelegen manegebedrijf. Doordat de geurverordening alleen ziet op het hanteren van andere afstanden voor dieren waarvoor een vaste afstand geldt, neemt de geurbelasting op bestaande omliggende woningen niet toe.

De minimumafstand van 25m als bedoeld in artikel 6 lid 3 onder b van de Wet geurhinder en veehouderij blijft onverkort van toepassing. Hier is rekening mee gehouden bij de positionering van de nieuwe dienstwoning.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

23

3.3.2 Dynamische Duurzaamheidsagenda 2016 - 2030 De Dynamische Duurzaamheidsagenda komt voort uit de opdracht vanuit de gemeenteraad om een Duurzaamheidsagenda op te stellen 'voor en door de samenleving'. Doel van de Duurzaamheidsagenda is om een context te scheppen waarbinnen duurzame initiatieven uit de samenleving kunnen slagen. De Dynamische Duurzaamheidsagenda bestaat uit 3 onderdelen: 1. de ambities, 2. de activiteiten en 3. verdeling van middelen. In de Duurzaamheidsagenda is de ambitie geformuleerd dat Leusden in 2040 energie-neutraal is, maar liever sneller. Algemeen uitgangspunt is dat gestreefd wordt naar een duurzaam Leusden waarbij gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving belangrijk zijn, zodat de aarde aan onze kinderen kan worden doorgegeven. De samenleving levert een zichtbare en concrete bijdrage aan een kleinere ecologische voetprint. Dit gebeurt op basis van een gelijkwaardige relatie tussen samenleving en overheid. Voor onderhavige aanvraag is relevant dat voor projecten waarvoor planologische medewerking wordt gevraagd initiatiefnemers worden gestimuleerd om energieneutraal te bouwen. Voor nieuwbouw geldt als ambitie dat nieuwbouw duurzaam, dus energie neutraal en waar mogelijk circulair is. 3.3.3 Bestemmingsplan Buitengebied 2009 Voor het perceel is het bestemmingsplan Buitengebied 2009 het vigerende planologische regime.

In het bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen 'Recreatieve voorzieningen' (artikel 18) met de aanduiding 3.1, 'Tuin' en 'Wonen' (zie afbeelding 10). Volgens artikel 18 lid 1 van de voorschriften zijn deze gronden bestemd voor recreatieve voorzieningen met de nadere bestemming 'manege'. Daarbij mag de maximale oppervlakte aan gebouwen 5000m² bedragen. De maximale goothoogte van gebouwen mag 4m bedragen en de bouwhoogte maximaal 8m. Tevens is een dienstwoning toegestaan met een inhoud van maximaal 600m³ en een goothoogte van 6m en een maximale bouwhoogte van 10m (indien de dienstwoning niet inpandig wordt gerealiseerd. Bij een dienstwoning mag maximaal 50m² aan bijgebouwen worden gebouwd. Er zijn geen bouwvlakken aangegeven op de plankaart zodat gebouwen over het hele terrein mogen worden gebouwd. Het College van B&W kan via een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan (vrijstelling verlenen als bedoeld in artikel 18 lid 4) en een andersoortige recreatieve voorziening toestaan. mits hierdoor in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht geen nadeliger situatie ontstaat voor de omgeving in vergelijking tot de oorspronkelijke recreatieve voorziening. Ook mogen hierdoor geen significant nadelige gevolgen ontstaan voor de natuurwaarden binnen de Groene Contour.

Afbeelding 10: Uitsnede plankaart Bestemmingsplan Buitengebied 2009 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

24

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

3.4 Conclusie De gronden waarop de zorgmanege is gelegen, hebben de bestemming 'Recreatieve voorzieningen' met de aanduiding 'manege'. Het perceel heeft reeds een bestemming die een manegebedrijf toestaat, daarbinnen is het gebruik in overeenstemming met het bestemmingsplan en is de bestaande bebouwing legaal aanwezig. Het perceel met de daarop aanwezige bebouwing is in het verleden echter kadastraal afgesplitst van het (nog altijd bestaande) manegebedrijf (De Treekhoeve) en separaat verkocht. Na enkele jaren te hebben gefunctioneerd als kleinschalige pensionstal, zijn de opstallen en gronden in 2009 verkocht aan Horsewise en in gebruik genomen als kleinschalige zorgmanege. Hoewel het gebruik als (zorg)manege in beginsel in overeenstemming is met de bestemming en de voorschriften meerdere bedrijven binnen één bestemmingsvlak niet lijken uit te sluiten, is op grond van de voorschriften de bouw van 'slechts' 1 dienstwoning mogelijk. Om die reden dient voor de bouw van een zelfstandige dienstwoning en een wachtruimte een zelfstandige planologische procedure te worden doorlopen. In het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan Buitengebied zal worden voorzien in een passende planologische regeling voor de ontstane situatie; waarbij beide bedrijven als zelfstandig bedrijf planologisch zullen worden verankerd.

De nieuwe bedrijfswoning en een wachtruimte zijn voorzien op de plaats van een voormalige garage / berging, die zal worden gesloopt zodat de feitelijke toename aan bebouwing zeer beperkt zal zijn (< 250m²). Aangezien de vergunningaanvraag alleen betrekking heeft op twee nieuwe voorzieningen voor een bestaand bedrijf, leidt vergunningverlening niet tot een toename van verkeersbewegingen. Doordat bij de positionering van de dienstwoning rekening is gehouden met de milieucontouren van de bestaande bedrijven, leidt vergunningverlening evenmin tot een verandering in de milieusituatie voor omringende woningen of bedrijven. Om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte zullen langs de Waterlooweg enkele parkeerplaatsen worden aangelegd; deze kunnen buiten lestijden van Horsewise ook door anderen worden gebruikt. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan een wens van omwonenden om het de parkeeroverlast langs de Waterlooweg in goede banen te leiden. Daarmee levert het plan ook een bijdrage aan het in de Omgevingsvisie opgenomen uitgangspunt dat sprake moet zijn van het verbeteren van de kwaliteit van de omgeving. In relatie tot het provinciaal beleid ten aanzien van het NNN kan worden opgemerkt dat vergunningverlening niet leidt tot een inhoudelijke wijziging van de op grond van het bestemmingsplan reeds toegestane gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden.

Doordat sprake is van sloop van bebouwing neemt het bebouwd oppervlak slechts zeer beperkt toe; waarbij bovendien kan worden gesteld dat het bestemmingsplan bebouwing toestaat tot een gezamenlijke oppervlakte van 5000m². Er is zodoende geen sprake van significant negatieve effecten op het NNN in de vorm van oppervlakteverlies of versnippering. Aangezien het perceel reeds decennia lang in gebruik en ingericht is als manegeterrein en dit gebruik niet wijzigt of wezenlijk intensiveert, kunnen ook andere significant negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Vergunningverlening is daarmee in beginsel in overeenstemming met het provinciale en gemeentelijke ruimtelijk beleid.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

25

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1 Archeologie en cultuurhistorie Het Verdrag van Malta (ook wel het verdrag van Valletta genoemd) regelt de omgang met Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en sinds 2007 is het verdrag omgezet in Nederlandse regelgeving: de Wet archeologische monumentenzorg (Wam). Belangrijkste doel van de wet is het borgen van een zorgvuldige omgang met archeologische waarden door het archeologisch belang van meet af aan te laten meewegen in de besluitvorming. Uitgangspunt van het verdrag is het zoveel mogelijk ter plekke (in situ) bewaren van het archeologisch erfgoed en het nemen van beheermaatregelen om dit te bewerkstelligen. Daar waar behoud in situ niet mogelijk is, dienen de bodemverstoorders archeologisch onderzoek te laten verrichten. De kosten daarvan komen voor rekening van de initiatiefnemer. 4.1.1 Gemeentelijk archeologiebeleid De verantwoordelijkheid voor het behoud en het beheer van het archeologisch erfgoed rust bij gemeenten. De gemeenteraad is op grond van de Erfgoedwet en het Besluit ruimtelijke ordening verplicht bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden en de cultuurhistorie van een gebied.

De archeologische waarden zijn vastgelegd op een gemeentelijke archeologische beleidskaart en de Erfgoedverordening 2018, die op 12 december 2017 door de gemeenteraad (herzien) zijn vastgesteld. Waarden en verwachtingen De Archeologische Beleidskaart geeft aan welke bekende archeologische waarden er binnen het plangebied reeds vastgesteld zijn of wat de verwachting is op het aantreffen van archeologische resten. Binnen het plangebied liggen geen bekende archeologische vindplaatsen. Blijkens de archeologische verwachtingskaart geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting (zie afbeelding 11).

Afbeelding 11: uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Leusden (plangebied is rood omlijnd) Bron: gemeente Leusden

26

omgevingsvergunning Waterlooweg 28a (ontwerp)

Gevolg hiervan is dat voor ontwikkelingen die betrekking hebben op bodemingrepen die een grotere oppervlakte beslaan dan 500m² en die dieper de grond in gaan dan 0,3m voorafgaand aan die ingrepen onderzoek moet worden gedaan naar de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische waarden. De zone met een archeologische verwachting brengt aanvullende regels met mee wat betreft de voorschriften in de omgevingsvergunning. De hoge archeologische verwachting is op de Archeologische Beleidskaart aangegeven met de kleur rood. Voor deze zones geldt een archeologische onderzoeksplicht bij plangebieden groter dan 500m 2 waarbinnen bodemingrepen dieper dan 30cm onder maaiveld plaatsvinden. Onderhavige aanvraag ziet naast het slopen van een voormalige garage, op de bouw van een nieuwe dienstwoning en wachtruimte. Deze ingrepen beslaan een kleiner gebied dan 500m². Archeologisch onderzoek kan om die reden achterwege blijven. Archeologie vormt geen belemmering voor het verlenen van de gevraagde vergunning. 4.1.2 Cultuurhistorie Teneinde inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarde van het plangebied is een korte inventarisatie uitgevoerd naar de in het plangebied voorkomende cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Zo is de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Utrecht bekeken, de Rijksmonumentenlijst en de monumentenlijst van gemeente Leusden.

De bebouwing op het perceel Waterlooweg 28a heeft geen monumentale status op Rijks- of gemeentelijk niveau. Ook is de bebouwing niet opgenomen in de Monumentale Inventarisatie Project (MIP). Het plangebied is in de Cultuurhistorische Atlas (CHAT) aangewezen vanwege de archeologische gelaagdheid en maakt daarom deel uit van de in de PRV opgenomen Cultuurhistorische Hoofdstructuur. Concluderend kan worden gesteld dat in het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle bebouwing aanwezig is, die door het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning verstoord zou kunnen worden. 4.1.3 Conclusie In het kader van de invulling van haar verantwoordelijkheid voor het behoud en het beheer van het archeologisch erfgoed heeft de gemeente Leusden een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld. Op deze kaart is te zien dat het plangebied zich bevindt in een gebied waarvoor een middelhoge verwachting geldt. Op grond van het gemeentelijk beleid geldt een onderzoeksverplichting bij ingrepen die dieper gaan dan 0,3m onder het maaiveld en een grotere oppervlakte beslaan dan de in het beleid genoemde drempelwaarden van 500m 2. De ingrepen blijven onder deze drempel, zodat archeologisch onderzoek achterwege kan blijven. Op het terrein bevindt zich geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing.

De aspecten cultuurhistorie en archeologie vormen daarmee geen belemmering voor het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning. 4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1 Algemeen Om hinder tussen (agrarische) bedrijven en woningen te voorkomen is een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tussen milieu belastende activiteiten (zoals bedrijven of zoals in onderhavig geval: sportcomplexen) en gevoelige functies (zoals woningen). Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

27

Hoewel het perceel in de huidige situatie reeds is bestemd voor een manegebedrijf met dienstwoning is met het oog op de te realiseren dienstwoning op het terrein van Horsewise door middel van een onderzoek inzichtelijk gemaakt in hoeverre de bestaande omliggende bedrijven door uitvoering van het plan, de komst van een dienstwoning in het bijzonder, worden belemmerd en of er sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren dienstwoning. Het onderzoek maakt als bijlage 2 deel uit van dit plan. 4.2.2 Agrarische bedrijven De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het wettelijk kader voor geurhinder bij agrarische bedrijven. In de Wgv zijn grenswaarden opgenomen met het oog op de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object zoals een woning. Voor het houden van paarden zijn in de ministeriële regeling geen geuremissiefactoren vastgesteld. De gemeente Leusden is conform bijlage 1 van de Meststoffenwet gelegen binnen concentratiegebied 1. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom. Voor dieren zonder geuremissiefactor bedraagt de minimaal in acht te nemen afstand tussen een geurgevoelig object en het emissiepunt (buitenzijde stal of uiterste grens van het bouwvlak) buiten de bebouwde kom 50 meter. Middels een geurverordening kan deze afstand worden verkleind tot 25 meter.

Zoals eerder toegelicht is het perceel waarop Horsewise is gevestigd in het verleden afgesplitst van het naastgelegen (nog altijd) bestaande manegebedrijf De Treekhoeve. In de bestaande situatie ligt de dichtstbijzijnde stalgebouw (emissiepunt) van De Treekhoeve op slechts enkele meters van het terrein van Horsewise. Teneinde te borgen dat ter plaatse van de te realiseren dienstwoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat en om beperkingen in de bedrijfsvoering van De Treekhoeve te voorkomen, is zodoende bij de positionering van de dienstwoning ten opzichte van de stalgebouwen van de Treekhoeve rekening te worden gehouden met de afstandseisen van de Wgv. Zodoende kan worden gesteld dat geen verslechtering of aantasting zal optreden van de gebruiksmogelijkheden en de bedrijfsuitoefening van manege De Treekhoeve. Tevens kan worden gesteld dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren dienstwoning acceptabel is. 4.2.3 Overige bedrijven In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens een inventarisatie gemaakt van de bedrijven in de omgeving van het plangebied.

Immers door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" (2009) een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de bestemmingsgrens van bedrijven en anderzijds de gevel van een woning. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie maakt daarbij onderscheid tussen 2 gebiedstypen: een 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' of een 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk wordt omschreven als een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen hier vrijwel geen andere functies voor (zoals bedrijven of kantoren). Langs de randen (in overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3093/documents/27645