Ruimtelijke onderbouwing__120420__.pdf
Tekst van het document
Parkeerplaats Dodeweg
31 maart 2023
Inhoudsopgave
Ruimtelijke Onderbouwing
3
Hoofdstuk 1
4
1.1 1.2 1.3
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Beleidskader
7 7 8 9 10 11
12 12 13 20
Omgevingsaspecten
26
Archeologie en cultuurhistorie Bodem Duurzaamheid Ecologie Externe veiligheid en overige risico's Geluid Leidingen en andere belemmeringsstroken Luchtkwaliteit Milieuzonering Verkeer Watertoets
26 28 28 28 35 36 36 36 38 39 40
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Planbeschrijving
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
4 6 6
Bestaande situatie Nieuwe situatie Eco-recreaduct A28 Parkeerbehoefte en mobiliteitsaspecten Ladder voor duurzame verstedelijking
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding
Aanleiding Plangebied Leeswijzer
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Verkennend initiatief
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
2 (ontwerp)
41 41 41 41
42 Inrichtingsvoorstel Verkeerstelling Quickscan ecologie
43 44 45
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Ruimtelijke Onderbouwing Initiatiefnemer
Landgoed Den Treek - Henschoten NV p/a Rentmeesterskantoor 't Schoutenhuis BV Postbus 13 3930 EA Woudenberg www.schoutenhuisbv.nl Gemeente
Gemeente Leusden Postbus 150 3830 AD LEUSDEN www.leusden.nl Adviseur
Adviesbureau Haver Droeze BNT Muurhuizen 165 3811 EG Amersfoort www.haverdroeze.nl Document informatie: Titel: Ruimtelijke Onderbouwing verplaatsing Parkeerplaats Dodeweg Rapporrtype: omgevingsvergunning Rapportnummer:NL.IMRO.0327.DenTreek-0001 Datum: maart 2023 Beknopte inhoud: Aanvraag voor het planologisch mogelijk maken van het verplaatsen van de bestaande parkeerplaats, opdat deze sociaal veiliger wordt en om het (auto)verkeer zoveel mogelijk te weren uit het landgoed zelf. Een en ander conform de afspraken die hierover zijn gemaakt tussen NV Landgoed Den Treek Henschoten en Gemeente Leusden.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Landgoed Den Treek - Henschoten, met een oppervlakte van circa 2200ha, is een belangrijk recreatief uitloopgebied voor zowel Amersfoort, Leusden als Woudenberg. Om deze recreatieve druk letterlijk in goede banen te leiden, zijn er diverse wandel-, fiets-/ mountainbike-, en ruiterroutes uitgezet over het landgoed. Om de rust in de kern van het landgoed zoveel mogelijk te kunnen waarborgen, zijn verkeersaantrekkende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, zoveel mogelijk aan de rand van het landgoed aangelegd (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: overzichtskaart landgoed Den Treek - Henschoten met parkeerplaatsen en het plangebied Bron: topografische kaart, bewerking HD
4 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Eén van die parkeerplaatsen is de bestaande parkeerplaats aan de Dodeweg die vanuit het noorden toegang biedt tot het landgoed. Deze parkeerplaats gaat over in een onderhoudspad. Het noordelijk deel van dit pad, tussen de fietsbrug over de A28 en het fietspad langs het Hazewater, is echter vrij breed en wordt gebruikt als parkeerplaats. De parkeerplaats is bereikbaar via een inrit direct ten westen van de bestaande fietsbrug over de rijksweg A28. Ook de rest van de parkeerplaats is voorzien van half-verharding (zand en puin); er zijn veel kuilen waar water in blijft staan na regenval. Het fietspad kruist het toegangspad en is van het onderhoudspad / parkeerplaats afgescheiden door middel van lage houten afscheidingen (zie afbeelding 2).
Afbeelding 2: de bestaande parkeerplaats met in het midden (wit) de fietsbrug met fietspad en links het fietspad met de lage afscheiding Bron: HD Het landgoed, en dus ook de parkeerplaats, is alleen opengesteld tussen zonsopgang en zonsondergang en is zodoende niet verlicht. Doordat de parkeerplaats haaks op de Dodeweg ligt, is er vanaf de weg nauwelijks zicht op de parkeerplaats. In de avonduren en nacht leidt dit regelmatig tot ongewenste bezoekers en gebruik. Reden voor het landgoed om de parkeerplaats te willen herinrichten en de sociale veiligheid in dit deel van het landgoed te verbeteren. Daarom zijn met de gemeente Leusden afspraken gemaakt om de parkeerplaats op te knappen / te verplaatsen. In 2020 is daartoe door het Landgoed Den Treek - Henschoten een omgevingsvergunning aangevraagd, die echter door de gemeente Leusden is geweigerd omdat de nieuwe parkeerplaats grotendeels was voorzien in het door RWS aangewezen werkgebied. Dit werkgebied is aangewezen in verband met de reconstructie van knooppunt Hoevelaken, de daarmee samenhangende verbreding van de A28 en de verplaatsing van de fietsbrug over de rijksweg A28. In de voorliggende aanvraag is daarom de nieuwe parkeerplaats in oostelijke richting opgeschoven zodat deze buiten de grenzen van het werkgebied valt.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
5
1.2 Plangebied Het plangebied bestaat uit de bestaande parkeerplaats haaks op de Dodeweg en tevens de nieuwe locatie van de parkeerplaats, parallel aan de Dodeweg. De parkeerplaats blijft gelijk in oppervlak maar wordt als het ware een kwartslag gedraaid zodat deze parallel aan de Dodeweg komt te liggen. De grond van de oude parkeerplaats, die daardoor vervalt, wordt opnieuw ingeplant met inlandse soorten. In het geldende bestemmingsplan (Buitengebied 2009) heeft de parkeerplaats de bestemming Bos en Natuurgebied zonder nadere aanduiding. Deze gronden zijn bestemd voor de instandhouding van landschaps- en natuurwaarden, bosbouw en houtproduktie, de instandhouding van de voorkomende onverharde wegen, extensieve openluchtrecreatie, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, ruiterpaden en picknickplaatsen. Een voorziening als een parkeerplaats past weliswaar bij de doeleinden van het landgoed als recreatief uitloopgebied, de regels van de bestemming 'Bos en Natuurgebied' voorzien daar echter niet in. De dubbelbestemming 'Landgoed/Buitenplaats' die hier wel in voorziet, strekt zich niet uit over dit deel van het landgoed. Zodoende is het verplaatsen van de parkeerplaats in strijd met het bestemmingsplan. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing dient ter motivering van de aanvraag voor de benodigde omgevingsvergunning.
1.3 Leeswijzer Na deze algemene inleiding wordt in het volgende hoofdstuk aandacht besteed aan de bestaande en de beoogde nieuwe situatie. Gelet op het feit dat het een parkeerplaats betreft, wordt daarbij specifiek stilgestaan bij het benodigde aantal parkeerplaatsen en het aantal verkeersbewegingen. In het daarop volgende hoofdstuk 3 wordt stilgestaan bij het relevante beleid van de verschillende overheden (rijk, provincie en gemeente). De omgevingsaspecten worden beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 ten slotte wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.
6 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1 Bestaande situatie De bestaande parkeerplaats bevindt zich aan de Dodeweg die tussen Amersfoort en Leusden parallel loopt aan de rijksweg A28. De oppervlakte van de parkeerplaats beslaat circa 3400m². De toegang naar het onderhoudspad en de parkeerplaats bevindt zich direct ten westen van de fietsbrug die hier over de A28 heen gaat. Deze weg kruist het fietspad dat via de fietsbrug over de A28 gaat en gaat over in een bospad en verder naar het zuiden de Paradijsweg. Fietsers kunnen hier ook in noordelijke richting naar de Dodeweg. Een houten slagboom aan het einde van de parkeerplaats voorkomt dat het reguliere autoverkeer verder het bos in kan rijden. Het fietspad en onderhoudspad lopen wel door en er loopt ook een ruiterpad. De parkeerplaats bestaat uit de volgende kadastrale percelen (zie afbeelding 3): gemeente Leusden, sectie B, nummer 1055 (gedeeltelijk -> de inrit); gemeente Leusden, sectie B, 807 (onderhoudspad en parkeerplaats).
Afbeelding 3: uitsnede kadastrale kaart met in blauw de bestaande parkeerplaats Bron: www.kadastralekaart.com, bewerking: HD De gronden die kadastraal zijn aangeduid als B807 zijn eigendom van Landgoed Den Treek Henschoten NV (parkeerplaats). De inrit (kadastraal nr. 1055) is eigendom van de gemeente en voorzien van verharding in de vorm van betonstraatstenen. Het fietspad is voorzien van schelpenverharding. Het onderhoudspad en de parkeerplaats zijn onverhard (zand/puin). Er zijn geen formele parkeerplaatsen aangegeven; het parkeren geschiedt informeel. Met name in de weekenden kan het er, zeker op mooie dagen in het voor- en najaar, erg druk zijn. Dat geldt overigens ook voor de andere parkeerplaatsen op het landgoed.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
7
2.2 Nieuwe situatie Op verzoek van het landgoed is een voorstel uitgewerkt om de parkeerplaats als het ware een kwartslag te draaien, zodat deze parallel aan de Dodeweg komt te liggen (afbeelding 4). Niet alleen neemt daarmee de verstoring in het bos af; ook wordt de parkeerplaats hierdoor zichtbaar vanaf de Dodeweg hetgeen de sociale controle en daarmee de sociale veiligheid ten goede komt. Voorts worden door het verplaatsen van de parkeerplaats de verschillende verkeersstromen van langzaam en autoverkeer gescheiden. Het inrichtingsplan maakt als Bijlage 1 deel uit van deze ruimtelijke onderbouwing.
Afbeelding 4: voorstel nieuwe situatie parkeerplaats Bron: Adviesbureau Haver Droeze De oppervlakte ten behoeve van het parkeren blijft gelijk ten opzichte van de huidige situatie, waarbij in nieuwe situatie 32 formele parkeervakken en 14 trailerparkeerplaatsen (middenstrook) worden aangelegd. Op deze plekken kunnen 2 personenauto's staan. De nieuwe parkeerplaats wordt via een eigen inrit ontsloten. Net als nu, mag ook in de toekomst de parkeerplaats alleen worden gebruikt op de tijden dat het landgoed is open gesteld (tussen zonsopkomst en zonsondergang).
8 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
De toegang naar de nieuwe parkeerplaats kent gescheiden stroken voor in- en uitgaand verkeer. Het fietsverkeer blijft gebruik maken van het bestaande fietspad ten westen van de fietsbrug zodat dit het autoverkeer op de parkeerplaats niet meer hoeft te kruisen. Het bestaande bospad / onderhoudspad blijft behouden. Direct ten zuiden van de parkeerplaats is ruimte om een paard te zadelen en vanuit daar aan te sluiten op de bestaande ruiterpaden. Een wandelpad vanuit de zuidwesthoek van de parkeerplaats leidt wandelaars via een eigen route naar het wandelpadennetwerk op het landgoed. De grond van de bestaande parkeerplaats wordt opnieuw ingeplant met inlands soorten die thuishoren in het bos (eiken of beuken). Grove den, lariks en berken zullen zich spontaan ontwikkelen en worden daarom niet ingeplant. Het bestaande onderhoudspad blijft behouden voor beheerwerkzaamheden. 2.3 Eco-recreaduct A28 Om de fileproblematiek bij Knooppunt Hoevelaken aan te pakken en de doorstroming te verbeteren, wordt het knooppunt gewijzigd en worden de aansluitende wegen verbreed. In de plannen voor de aanpak van Knooppunt Hoevelaken en de verbreding van rijksweg A28 zijn ook wensen van de gemeente Amersfoort meegenomen. Eén van die wensen betreft het vervangen van de bestaande fiets- en voetgangersbrug over de A28 door een ecoduct in combinatie met een fiets- en voetpad (eco-recreaduct).
Deze wens is opgenomen in het Ontwerptracébesluit (OTB) dat op 21 september 2018 is vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Omdat er nog geen oplossing is voor de stikstofproblematiek liggen de plannen al enkele jaren stil. Uit het OTB A28/A1 Knooppunt Hoevelaken (par. 8.3) blijkt dat het eco-recreaduct bedoeld is voor wandelaars en fietsers. Daarnaast voorziet het plan in een ecologische zone van 15m breed die wordt ingericht voor soorten die kenmerkend zijn voor de regio, zoals zandhagedis, levenbarende hagedis, kamsalamander, vos, boommarter, bunzing, overige kleine marters, vlinders, libellen en overige insecten. Ree is geen doelsoort en zal middels een voorziening uit het landgoed Nimmerdor worden geweerd aldus het OTB (p. 113). De dieren worden via wanden en schermen richting het ecorecreaduct geleid en van de infrastructuur weggeleid. Ondanks dat uit het ontwerp niet exact duidelijk wordt op welke manier het inrichtingsplan voor het eco-recreaduct rekening houdt met de nieuw te realiseren parkeerplaats op het terrein van Den Treek Henschoten, is de gewenste locatie op de detail uitwerking benoemd (rood omcirkeld op onderstaande tekening, afbeelding 5). Blijkens de toelichting op het OTB (par. 3.3.4, p. 56) en het Landschapsplan (p.
113) is bij het ontwerp van het eco-recreaduct zoveel als mogelijk rekening gehouden met de aan de zuidzijde gewenste locatie voor een nieuwe parkeerplaats van Den Treek – Henschoten als (recreatieve) bezoekersentree voor het landgoed. Andersom is met de locatie en de inrichting van de nieuwe parkeerplaats rekening gehouden met de aanleg van het eco-recreaduct door deze buiten het in het OTB opgenomen werkgebied van RWS te realiseren (zie afbeelding 6).
Afbeelding 5: detailuitwerking eco-recreaduct Paradijsweg Bron: https://www.platformparticipatie.nl/knooppunthoevelaken/ontwerptracbesluit+en+ontwerpsaneringsbe sluit+11/relevante+documenten+a28/default.aspx (p. 112)
Adviesbureau Haver Droeze BNT
9
Afbeelding 6: uitsnede detailkaart A28 km 15.9-18.2 OTB d.d. 31 augustus 2018 Bron: https://platformparticipatie.nl/knooppunthoevelaken/ontwerptracbesluit+en+ontwerpsaneringsbesluit+ 11/relevante+documenten+a28/default.aspx#folder=1https://platformparticipatie.nl/knooppunthoevela ken/ontwerptracbesluit+en+ontwerpsaneringsbesluit+11/relevante+documenten+a28/default.aspx#fol der=1849097 849097 2.4 Parkeerbehoefte en mobiliteitsaspecten Aangezien parkeernormen en kencijfers voor parkeerplaatsen bij recreatiegebieden niet beschikbaar zijn, is in 2018 een verkeerstelling uitgevoerd. De telling geeft inzicht in het gebruik van de parkeerplaats, parkeerdruk en het aantal verkeersbewegingen. Met betrekking tot de onderzoeksresultaten kan worden opgemerkt dat hieruit blijkt dat de parkeerplaats overwegend tussen 8.30u en 19.00u wordt gebruikt. Ook komt uit het onderzoek naar voren dat de parkeerplaats incidenteel ook in de nachtperiode gebruikt; dit bevestigt het (ongewenste) gebruik in de avond en nacht, waarvan ook door omwonenden melding wordt gemaakt. De resultaten van het onderzoek maken volledigheidshalve deel uit van deze ruimtelijke onderbouwing als Bijlage 2. In 2018 maakten op een gemiddelde dag circa 212 auto's gebruik van de parkeerplaats met een uitschieter naar 314 op een (zonnige) zondag. Het laagste aantal bezoekers bedroeg 147 auto's.
Op het drukste moment van de dag (tussen 15.00u en 16.00u) staan er gemiddeld 22 auto's. Tijdens het drukste moment gedurende de meetperiode stonden er maximaal 53 auto's op de parkeerplaats. Dit was op zondag tussen 15.00u en 16.00u. Ook op zaterdagochtend tussen 10.00u en 11.00u is het vaak druk. Uit bovenstaande gegevens volgt dat de parkeerplaats gemiddeld dagelijks 212 x 2 = 424 motorvoertuigbewegingen genereert. De nieuwe parkeerplaats biedt ruimte aan 60 parkeerplaatsen: 32 reguliere parkeerplaatsen en 14 zogenaamde trailerparkeerplaatsen. Op de trailerparkeerplekken kunnen 2 personenauto's staan, zodat de parkeerplaats totaal ruimte biedt aan 60 reguliere parkeerplaatsen. Dit aantal is voldoende om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte uitgaande van de parkeerdruk die uit het verkeersonderzoek naar voren is gekomen. Bij grote drukte kan worden uitgeweken naar - onder andere - de grote parkeerplaats bij het Treekerpunt (tegenover horecagelegenheid 'Bergzicht' aan de Doornseweg, zie afbeelding 1). Op de parkeerplaats komt een informatiebord met een overzichtskaart van het landgoed waarop ook de overige parkeerplaatsen staan aangegeven.
10 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Met betrekking tot de actualiteit en bruikbaarheid van het onderzoek kan worden opgemerkt dat de telling in 2018 volledigheidshalve is uitgevoerd om inzicht te krijgen in de parkeerdruk op dat moment. Uit het onderzoek blijkt dat de parkeerplaats voldoende capaciteit heeft om te voorzien de parkeerbehoefte; slechts een enkele keer staat de parkeerplaats vol. Het gaat dan om enkele momenten per jaar, gedurende een paar uur. Deze situatie is echter niet maatgevend. Mede daarom is ervoor gekozen om de oppervlakte en het aantal parkeerplaatsen in de nieuwe situatie gelijk te houden aan de bestaande situatie. Ook tijdens de Coronaperiode, toen de recreatiedruk sterk toenam, bleek deze capaciteit voldoende en inmiddels is de recreatiedruk weer genormaliseerd. Verder zal op de parkeerplaats een informatiebord worden geplaatst waar bezoekers worden gewezen op de grote parkeerplaats bij het Treekerpunt (tegenover restaurant Bergzicht in Woudenberg). Met betrekking tot de nieuwe mountainbikeroute die in 2020 is aangelegd in relatie tot de parkeerdruk kan worden opgemerkt de meeste gebruikers hiervan met de fiets komen. Het aantal mountainbikers dat met de auto (met fietsdrager) komt, is beperkt. Ook voor deze groep geldt dat men bij drukte wordt verwezen naar de parkeerplaats bij het Treekerpunt waar de mountainbikeroutes ook langskomen.
Het actualiseren van de verkeerstelling brengt zodoende geen nieuwe inzichten en zal evenmin leiden tot aanpassing van het plan. Er is dan ook geen reden om dit onderzoek te actualiseren. Door de bestaande oppervlakte van de parkeerplaats te handhaven en efficiënter te parkeren door formele parkeervakken aan te duiden én mensen te wijzen op alternatieven, is bovendien geborgd dat de parkeerdruk en verkeersgeneratie in de toekomst niet zullen toenemen. 2.5 Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds oktober 2012 geldt op grond van de artikelen 1.1.1 en 3.1.6 Barro de zogenaamde 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Gezien de constante stroom van jurisprudentie over dit onderwerp, heeft het Rijk de ladder in juli 2017 gewijzigd vastgesteld. Doel van deze bepalingen is om vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. In artikel 3.1.6 lid 2 Barro is bepaald dat de toelichting bij een ruimtelijke onderbouwing die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Artikel 1.1.1 aanhef en onder i Bro beschrijft wat in dit kader dient te worden verstaan onder een 'stedelijke ontwikkeling": ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Onderhavig verzoek heeft betrekking op het verplaatsen van een bestaande parkeerplaats, waarbij de oppervlakte van de parkeerplaats gelijkt blijft. Bovendien is en blijft de parkeerplaats bestemd voor recreanten, die op het landgoed willen recreëren. De vrijkomende gronden worden weer ingericht als natuur in de vorm van bosaanplant. Op grond van de jurisprudentie kan een parkeerplaats in beginsel worden aangemerkt als 'andere stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 1.1.1 aanhef en onder i Bro (zie onder meer ABRvS 2 juni 2014, ECLI:NL:RVS:214:2143). Gelet echter op het feit dat onderhavig verzoek alleen ziet op een verplaatsing van een bestaande voorziening binnen dezelfde bestemming, waarbij de oppervlakte niet toeneemt en de vrijkomende gronden weer worden ingericht als bos, kan echter onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van State van 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319) worden gesteld dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden behoeft de laddertoets geen nadere uitwerking.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
11
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het Rijk 1 visie opgesteld voor het omgevingsbeleid van Nederland: de NOVI (vastgesteld op 11 september 2020). De NOVI is de integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet en hanteert dezelfde brede opvatting van het begrip 'fysieke leefomgeving': de natuurlijke omgeving met grote wateren en natuurlandschappen, agrarische cultuurlandschappen, de gebouwde omgeving met steden, dorpen, bedrijventerreinen, netwerken en infrastructuur voor het verkeer van personen, goederen, data, stoffen en energie, en het archeologische, cultuurlandschappelijke en gebouwde erfgoed. Zodoende is NOVI met het oog op duurzame ontwikkeling en de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op (a) het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het NOVI richt zich op 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor onderhavig verzoek zijn met name de laatste 2 punten van belang: het landgoed levert met een oppervlakte van bijna 2200ha een belangrijke bijdrage aan de kwalitatieve ontwikkeling en instandhouding van de natuur en de biodiversiteit en draagt bovendien bij aan de doelen op het gebied van gezondheid door aan de rand van de stad ruimte te bieden voor ontspanning en recreatie in de natuur. Door de recreatieve druk van de stad aan de randen van het landgoed letterlijk en figuurlijk in goede banen te leiden, blijft het landgoed enerzijds goed bereikbaar waardoor het buitengebied verbonden is met het landschap van de stad. Anderzijds wordt door middel van zonering de recreatieve druk gespreid over het landgoed, zodat er ook delen zijn waar de voor de natuur noodzakelijke rust behouden blijft. Het voornemen is zodoende in overeenstemming met het omgevingsbeleid van de Rijksoverheid. 3.1.2 Barro Voor die belangen uit de NOVI die juridisch doorwerking behoeven, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, ook wel de AMvB Ruimte of Barro genoemd, het aangewezen instrument. Deze AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten.
De AMvB Ruimte bevatte in eerste instantie een beleidsneutrale vertaling van de bestaande ruimtelijke kaders uit de PKB's: Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. De AMvB Ruimte omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's die juridisch moeten doorwerken in provinciale verordeningen en bestemmingsplannen, zoals: Bundeling verstedelijking en landelijk gebied Zoals aangegeven in de AMvB Ruimte en de beleidsuitgangspunten uit de Nota Ruimte zo beleidsneutraal mogelijk omgezet. Ten aanzien van de verstedelijking gaat het Rijk nog altijd uit van het bundelen van verstedelijking, zodat steden eenvoudiger kunnen worden ontsloten en infrastructuur en voorzieningen optimaal kunnen worden benut. Concentratie van nieuwe bebouwing beperkt ook de noodzaak om de open ruimte te gebruiken voor bebouwing, waardoor de variatie in de stad en land behouden blijft. De provincie moet op grond van het ontwerpbesluit in een verordening regels maken die ervoor zorgen dat nieuwe bebouwing binnen het bestaande bebouwde gebied komt, of aansluitend daarop, of in nieuwe clusters daarbuiten.
12 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Verspreide bebouwing kan worden toegestaan als die bebouwing qua functie gebonden is aan het buitengebied of als die bebouwing past binnen specifieke regels van de Provincie gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, zoals bijvoorbeeld een "rood-voor-groen regeling" en een "ruimte-voor-ruimte regeling". Daarbij moeten eisen worden gesteld aan de landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing buiten het bestaande bebouwde gebied, zodat langdurige leegstand en verpaupering worden tegengegaan. Per 1 oktober 2012 is de zogenaamde Ladder voor Duurzame Verstedelijking, ook wel Laddertoets genoemd, als motiveringseis in het Barro opgenomen (artikelen 1.1.1. en 3.1.6). De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Doel is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van het optimaal benutten van de ruimte in stedelijke gebieden. De Laddertoets is uitgewerkt in paragraaf 2.5. NNN Om de biodiversiteit in Nederland te beschermen, in stand te houden en verder te ontwikkelen heeft het Rijk de ecologische hoofdstructuur (EHS); nu Natuurnetwerk Nederland (NNN)) aangewezen. Natuur, ruimte en economie zijn kerntaken van de provincies.
De Provincie is op grond van titel 2.10 Barro verantwoordelijk voor de aanwijzing en begrenzing in een verordening van de gebieden die het NNN vormen. Deze begrenzing kan alleen worden gewijzigd om ecologische redenen (als dat het NNN ten goede komt) als ruimtelijke ontwikkelingen compensatie door grenswijzigingen nodig maken of als toepassing van de saldobenadering tot grenswijziging leidt. Voor het NNN geldt het "nee, tenzij" principe: alle nieuwe activiteiten die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten, zijn verboden tenzij sprake is van groot openbaar belang, er geen andere mogelijkheden voor realisatie zijn en de negatieve gevolgen worden beperkt en gecompenseerd. De verordening moet een regeling over compensatie bevatten die er ten minste voor moet zorgen dat er geen netto verlies aan oppervlakte, samenhang of kwaliteit van de ecologische hoofdstructuur optreedt en dat compensatie op de juiste wijze plaatsvindt. De verantwoording hiervan dient deel uit te maken van de toelichting van het bestemmingsplan c.q. de toelichting op het ruimtelijke besluit.
In de provinciale verordening dienen regels te worden opgenomen inzake de invulling, uitvulling, uitvoering en verantwoording van de saldobenadering van op basis van een bestemmingsplan of middels een omgevingsvergunning toegestane activiteiten die afzonderlijk niet passen binnen het nee, tenzij regime, maar die door compensatie per saldo positief bijdragen aan het NNN. Het plangebied maakt deel uit van het NNN; dit aspect is verder uitgewerkt in paragraaf 4.4.4. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht en Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht In de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening (vastgesteld 10 maart 2021, in werking 1 april 2021) zijn op Provinciaal niveau de keuzes op lange termijn (tot 2050) verwoord om ruimte te maken voor ontwikkelingen en tegelijkertijd de Utrechtse kwaliteiten te behouden. De Omgevingsvisie worden groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in samenhang met elkaar bezien. Doel is ruimte te bieden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, sociale samenhang met behoud of verbetering van de kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De sturingsfilosofie van de Provincie gaat uit van het bieden van ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten. Deze kwaliteiten bieden kansen om opgaven te realiseren, maar stellen ook voorwaarden. Via plussen en minnen maakt de provincie een integrale afweging zodat elke ontwikkeling per saldo bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe 'inbreiding gaat voor uitbreiding'. Bij uitbreiding dient te worden gezocht naar grootschalige locaties waar nieuwe ontwikkelingen kunnen worden geconcentreerd en gecombineerd met oplossingen voor andere opgaven. Voor lokale opgaven blijft echter ook ruimte.
De beoogde ontwikkelingsrichting is uitgewerkt in 7 beleidsthema's: Stad en land gezond; Klimaatbestendig en waterrobuust; Plek voor duurzame energie; Vitale steden en dorpen;
Adviesbureau Haver Droeze BNT
13
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; Levend landschap, erfgoed en cultuur Toekomstbestendige natuur en landbouw.
Deze thema's staan niet op zichzelf maar hebben onderlinge samenhang, zowel boven als onder de grond. De gewenste ontwikkeling verschilt per gebied en is afhankelijk van de specifieke kenmerken en identiteit. Om maatwerk te kunnen bieden is maatwerk aangebracht op regionaal niveau voor de regio's U16, Amersfoort en Foodvalley. Verdieping is uitgewerkt in beleidsuitwerkingen, visies, programma's en plannen. Per beleidsthema is aangegeven welke provinciale belangen hierbij relevant zijn. In de Interim Omgevingsverordening zijn de bijbehorende regels opgenomen, aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 januari 2024, heeft de Omgevingsverordening een interim status. Voor onderhavige ontwikkeling zijn met name de thema's stad en land gezond, levend landschap, erfgoed en cultuur en toekomstbestendige natuur relevant. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Lokale afwegingen zijn mogelijk als een veilige en gezonde omgeving daarbij gebaat is. De provincie Utrecht is aantrekkelijk voor mensen om elkaar te ontmoeten, te ontspannen en te bewegen. Door de toenemende drukte worden groene en rustige gebieden steeds belangrijker. Mensen zijn gezonder als ze in een bruikbare en bereikbare groene omgeving wonen.
Door de grote druk op de ruimte is het noodzakelijk om de groenblauwe ruimte efficiënt en multifunctioneel in te richten en te benutten. Om beweging en ontmoeting te stimuleren, streeft de Provincie naar een goede bereikbaarheid (vooral voor langzaam verkeer) van natuur- en recreatiegebieden. Natuur levert een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke functies, zoals een aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig landelijk en stedelijk gebied. Natuur is van grote waarde voor de inwoners van de provincie en hun gezondheid. Natuurgebieden bieden niet alleen ruimte aan recreatie en het beleven van rust en stilte, maar biedt ook ruimte aan planten en dieren. Om die reden staat het beschermen en ontwikkelen van beleefbare natuur en het behouden en herstellen van de biodiversiteit centraal in het natuurbeleid van de provincie. Om de recreatiedruk in goede banen te leiden, bestaande terreinen te kunnen behouden en ruimte te bieden voor nieuwe voorzieningen zijn recreatiezones aangewezen, waarbinnen onder voorwaarden ontwikkelingen mogelijk zijn. Het verplaatsen van de parkeerplaats draagt bij aan deze doelstellingen omdat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan de goede bereikbaarheid van het natuur- en recreatiegebied Den TreekHenschoten.
De bestaande parkeerplaats in het bos wordt verplaatst naar een locatie parallel aan de Dodeweg en de vrijkomende gronden worden opnieuw ingeplant als bos. De nieuwe parkeerplaats wordt ingericht met 'formele' plaatsen en een rijbaan. De parkeerplaats kan daardoor efficiënter worden benut; er kunnen meer auto's worden geparkeerd op hetzelfde oppervlak. Ook neemt de verstoring (verkeer en licht in het bos af ten opzichte van de bestaande situatie, doordat de parkeerplaats minder diep in het bos komt te liggen. Tegelijkertijd krijgt het landgoed een duidelijke en (meer) representatieve entree, waardoor het landgoed als stedelijk uitloopgebied aantrekkelijk en toegankelijk blijft. Doordat de parkeerplaats meer aan de weg ligt, neemt ook de sociale controle toe en daarmee de sociale veiligheid. Op de vrijkomende gronden van de bestaande parkeerplaats zal de natuur zich kunnen herstellen. Bij de inrichting van de nieuwe parkeerplaats worden bestaande vitale bomen waar mogelijk ingepast. Doordat de oppervlakte van de parkeerplaats gelijk blijft aan de oppervlakte van de bestaande parkeerplaats neemt de oppervlakte NNN niet af. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht Op grond van de Interim Omgevingsverordening zijn de volgende regels relevant: Algemene bepalingen Het plangebied ligt op de kaart buiten het 'Stedelijk Gebied' en dus in het 'Landelijk Gebied'.
Hier geldt in beginsel een verbod op nieuwe verstedelijking (artikel 9.2). In bijlage 1 van de Interim Omgevingsverordening is onder 'verstedelijking' als volgt gedefinieerd: 14 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
" van verstedelijking is sprake als een bestemmingsplan ten opzichte van het vigerende regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies." Een stedelijke functie is gedefinieerd als: een functie die door de intensiteit van de bebouwing en gebruik, door afhankelijkheid van geconcentreerde infrastructuur en door de intensieve wisselwerking met andere functies primair is aangewezen op of verbonden is met aaneengesloten bebouwd gebied. In de Interim Omgevingsverordening is een aantal uitzonderingen opgenomen van het algemene verbod op verstedelijking in het Landelijk Gebied, onder meer in de kernrandzone. De relevante bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening zijn hierna verder uitgewerkt. Specifieke bepalingen: Voor onderhavig verzoek zijn voorts de volgende specifieke bepalingen uit de PRV relevant: artikel 4.53 Luchtvaartterrein artikel 6.3 Natuur Netwerk Nederland artikel 7.7 Cultuurhistorische hoofdstructuur; artikel 7.9 Landschap (Utrechtse Heuvelrug) artikel 9.21 Recreatiezone Luchtvaartterrein Het plangebied grenst aan een bufferzone voor gemotoriseerd luchtvaartverkeer (zie afbeelding 7). Deze zone valt ter plaatse van het plangebied min of meer gelijk met de contouren van de rijksweg A28.
Vanwege de hinder die vliegverkeer voor de omgeving kan meebrengen en de schaarse ruimte in de provincie, heeft de provincie gebieden aangewezen waarbinnen verstoring mag optreden van opstijgend en dalend gemotoriseerd luchtverkeer. Nieuwe initiatieven voor gemotoriseerd luchtverkeer is niet toegestaan in stiltegebieden, het NNN en de groene contour. Rondom de NNN en de groene contour wordt (in beginsel) een bufferzone van 2km aangehouden.
Afbeelding 7: uitsnede kaart Mobiliteit en Bereikbaarheid kaart 3 Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerordVA02#NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02/NL.IMRO.PT.s0f19ccc4-9123-4499-8cf4d0325f1e5294 Gelet op het feit dat een parkeerplaats niet wordt aangemerkt als geluidgevoelige functie, brengt deze in beginsel geen beperkingen mee voor de gemotoriseerde luchtvaart. De ligging binnen de grenzen van het NNN is hierbij echter reeds maatgevend, zodat de verplaatsing van de parkeerplaats geen negatief effect heeft op de bufferzone noch vice versa.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
15
Natuur Netwerk Nederland Tevens is van belang dat het plangebied is aangewezen als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voorheen EHS genoemd) (zie afbeelding 8). Ingevolge het bepaalde in artikel 6.3 mag een bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen of regels bevatten die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan. Dit betekent dat de kwaliteit en oppervlakte van het NNN niet achteruit gaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het NNN wordt behouden. Hierop is alleen een uitzondering mogelijk indien sprake is van een groot openbaar belang en er geen reële andere alternatieven zijn (artikel 6.3 lid 1 onder a IOV) danwel indien er sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen die weliswaar leiden tot aantasting maar deze worden gecompenseerd met een ruimtelijke ontwikkeling in een samenhangend gebied en de uitvoering van die activiteiten gezamenlijk binnen 10 jaar leiden tot een duidelijk aantoonbare meerwaarde (artikel 6.3 lid 1 onder b IOV) of indien er sprake is van een ontwikkeling die beperkt wordt gewijzigd of wordt toegevoegd, waarbij die wijziging of toevoeging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande bestemming (artikel 6.3 lid 1 onder c IOV). In alle gevallen dienen de negatieve effecten tijdig te worden gecompenseerd.
Op grond van het bepaalde in artikel 6.2 wordt bestaande legale bebouwing, erven en verhardingen niet gerekend tot het oppervlak van het NNN. Gelet op het feit dat er sprake is van het verplaatsen van een bestaande functie waarbij de oppervlakte van de parkeerplaats gelijk blijft en de natuur zich ter plaatse van de vrijkomende gronden weer kan herstellen, kan worden geconcludeerd dat de verplaatsing niet leidt tot oppervlakteverlies van het NNN. Uit het ecologisch onderzoek blijkt bovendien dat de verplaatsing ook niet leidt tot andere negatieve effecten op het NNN. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.4.4. Zodoende kan worden geconcludeerd dat het verzoek in overeenstemming is met het provinciale natuurbeleid.
Afbeelding 8: uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening - Kaart Natuur 1 Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerordVA02#NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02/NL.IMRO.PT.s0f19ccc4-9123-4499-8cf4d0325f1e5294 Cultuurhistorische hoofdstructuur Het plangebied ligt binnen de zone die is aangewezen als onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur vanwege de stapeling van tijdlagen die in de Utrechtse Heuvelrug in archeologisch opzicht bijzonder maakt (zie afbeelding 9). Binnen de Cultuurhistorische hoofdstructuur is het beleid gericht op het behouden van de kwaliteit van de cultuurhistorische structuur en het streven naar een betere beleefbaarheid daarvan.
16 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Afbeelding 9: uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening - Cultuurhistorie en landschap kaart 1 Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerordVA02#NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02/NL.IMRO.PT.s0f19ccc4-9123-4499-8cf4d0325f1e5294 De verplaatsing van de parkeerplaats houdt het landgoed bereikbaar en beleefbaar, als bijzondere ruimtelijke eenheid met bovendien een belangrijke cultuurhistorische waarde als onderdeel van de reeks historische buitenplaatsen die zich op de rand van de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort en Woudenberg heeft ontwikkeld. Bovendien heeft het landgoed Den Treek - Henschoten de laatste jaren hard gewerkt aan een betere herkenbaarheid als particulier landgoed, onder meer door eenduidige bebording en bijzonder vormgegeven witte hekwerken met het logo van het landgoed. Deze zullen ook op de nieuwe parkeerplaats worden toegepast. Ook zal er, in dezelfde stijl als elders op het landgoed, een informatiebord worden geplaatst met informatie over het landgoed en de bijbehorende natuurwaarden. Zodoende kan worden gezegd dat de verplaatsing bijdraagt aan de beleefbaarheid en toegankelijkheid van de cultuurhistorische (hoofd)structuur op de Utrechtse Heuvelrug. Landschap Het plangebied ligt binnen het landschap van de Utrechtse Heuvelrug (zie afbeelding 10).
Het beleid is gericht op het behouden van de kernkwaliteiten van het landschap en het behouden van daarbinnen aanwezige aardkundige waarden. Tevens wordt gestreefd naar een betere beleefbaarheid van (de kernkwaliteiten van) het landschap. Deze zijn uitgewerkt in de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen. Voor de Utrechtse Heuvelrug gelden de volgende kwaliteiten als 'kernkwaliteit': robuuste eenheid reliëfbeleving extreme historische gelaagdheid Zoals reeds eerder opgemerkt is de ruimtelijke impact van de verplaatsing van de parkeerplaats beperkt, onder meer vanwege het feit dat het ruimtebeslag daarbij gelijk blijft. Doordat de parkeerplaats echter meer langs de rand van het bosgebied wordt gepositioneerd en de vrijkomende locatie opnieuw wordt ingeplant als bos, wordt de robuustheid van het bosgebied versterkt. .
Adviesbureau Haver Droeze BNT
17
Afbeelding 10: uitsnede Interim Omgevingsverordening - kaart cultuurhistorie en landschap kaart 2 Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerordVA02#NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02/NL.IMRO.PT.s0f19ccc4-9123-4499-8cf4d0325f1e5294 Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het perceel waar de nieuwe parkeerplaats is voorzien, tevens onder de werking van artikel 6.18 valt. Dat betekent dat bij het kappen van houtopstanden een melding moet worden gedaan bij de Provincie. Deze melding is voorafgaand aan de kapwerkzaamheden in 2021 reeds gedaan. Recreatiezone Het plangebied maakt tevens deel uit van de zone die is aangewezen als 'Recreatiezone' (zie afbeelding 11). Ruimtelijke besluiten voor gronden die zijn aangewezen als 'Recreatiezone moeten regels bevatten ter bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van de bestaande recreatieve voorzieningen en kunnen - onder voorwaarden - tevens regels bevatten voor nieuwe (bovenlokale) recreatieve voorzieningen.
Afbeelding 11: uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening - Kaart Wonen, werken en recreëren kaart 3 Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.PV1612PRVVA01?s=SANMmAIEAXlMqkWERUEdFD2D-Ph7A, bewerking: HD
18 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
De voorwaarden waaraan bij nieuwe ontwikkelingen in een recreatiezone moet worden voldaan, zijn opgenomen artikel 9.21 lid 2 en luiden als volgt: a. verstedelijking wordt in samenhang met de realisatie van de bovenlokale recreatieve voorzieningen ontwikkeld waarbij de omvang van de verstedelijking in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid extra bovenlokale recreatieve voorzieningen, en b. de tijdige realisering van de recreatievoorziening en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd, en c. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Blijkens de toelichting op dit artikel zien de bepalingen om grootschalige recreatieve voorzieningen, zoals een outdoor of leisure complex, horeca, verblijfsrecreatie, recreatieve groengebieden en (open) zwemwaterlocaties. Kleinschalige recreatieve voorzieningen zijn in het gehele landelijk gebied mogelijk. Daarbij moet worden gedacht aan wandel-, fiets-, vaar- en speelvoorzieningen. Zoals hiervoor is aangegeven blijft het ruimtebeslag in de nieuwe situatie gelijk aan de huidige situatie, zodat kan worden gesproken over een kleinschalige ontwikkeling zonder aanzienlijke ruimtelijke effecten. Tegelijkertijd krijgt het landgoed een duidelijke en (meer) representatieve entree, waardoor het landgoed als stedelijk uitloopgebied aantrekkelijk en toegankelijk blijft.
Doordat de parkeerplaats meer aan de weg ligt, neemt ook de sociale controle toe en daarmee de sociale veiligheid. Er is geen sprake van het toevoegen van nieuwe bebouwing, daarom is geen beeldkwalteitsplan uitgewerkt. Wel is de nieuwe parkeerplaats landschappelijk ingepast. Kernrandzone Ten slotte is relevant dat de parkeerplaats in de kernrandzone ligt (zie afbeelding 12). Een kernrandzone is in bijlage 1 gedefinieerd als stadsrandactiviteiten en functies met een overwegend onbebouwd en groen karakter, zoals sportvelden, begraafplaatsen, vokstuincomplexen, stadslandbouw, recreatiecomplexen, wandel- en fietspaden en groenvoorzieningen. Blijkens de toelichting zijn sommige functies naar hun aard wel als stedelijk zijn aan te merken, maar kunnen deze door hun ruimtevraag moeilijk binnen bestaand stedelijk gebied worden gefaciliteerd. Daarbij kan worden gedacht aan sportvelden, begraafplaatsen, volkstuincomplexen en andere functies waar de bebouwing ruimtelijk ondergeschikt is aan open of beplante gronden. Deze functies zijn gericht op de kern, maar nieuwvestiging en uitbreiding zullen doorgaans slechts in de kernrandzone kunnen worden gefaciliteerd. Dit worden daarom 'kernrandactiviteiten' genoemd.
Voor de vestiging of uitbreiding van deze functies in de kernrandzones hoeft geen tegenprestatie in de vorm van kwaliteitsverbetering te worden gerealiseerd; wel dienen deze landschappelijk te worden ingepast. Dit verzoek ziet op de verplaatsing van een bestaande parkeerplaats in de kernrandzone. De parkeerplaats is bestemd voor gebruik door recreanten gedurende de tijden dat het landgoed is opengesteld (tussen zonsopkomst en zonsondergang). Een dergelijke functie past, gelet op de definitie in de kernrandzone zodat geen sprake hoeft te zijn van kwaliteitsverbetering. Wel dient de parkeerplaats landschappelijk te worden ingepast. Aan deze voorwaarde is voldaan met het bijgevoegde inrichtingsplan (bijlage 1) en doordat bestaande vitale bomen zullen worden ingepast.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
19
Afbeelding 12: Kaart Interim Omgevingsverordening - Kaart Wonen, werken en recreëren kaart 1 Bron: https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/NL.IMRO.9926.2020InterimVerordVA02#NL.IMRO.9926.2020InterimVerord-VA02/NL.IMRO.PT.s0f19ccc4-9123-4499-8cf4d0325f1e5294 Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het verzoek zodoende in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Landelijk Gebied Leusden In de Omgevingsvisie (vastgesteld in februari 2018) zijn aan de hand van omgevingswaarden ambities en uitgangspunten uitgewerkt voor de verschillende vraagstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving, die zich aandienen in Leusden. De Omgevingsvisie is bedoeld als praktisch hulpmiddel voor initiatiefnemers. Om deze initiatieven te kunnen ondersteunen, moeten beleidskaders voldoende flexibiliteit bieden om maatwerk te kunnen leveren. De gemeente noemt dit 'uitnodigingsplanologie'. Er is een omgevingsvisie vastgesteld voor zowel het Stedelijk Gebied als voor het Landelijk Gebied. Onderhavig plangebied valt onder het 'Landelijk Gebied' zodat hiervoor de Omgevingsvisie Landelijk Gebied van toepassing is. De Omgevingsvisie bevat naast landschappelijke omgevingswaarden ook andere omgevingswaarden zoals rust, water, milieu en veiligheid. Onderhavig plangebied ligt binnen het bos- en heide landschap dat aan de westzijde van de gemeente aanwezig is en dat onderdeel vormt van de landgoederenzone met Centraal Buitengebied (zie afbeelding 13). De gronden zijn (nog altijd) eigendom van het landgoed NV Den Treek - Henschoten. Het gebied wordt gekenmerkt door een glooiend en heuvelachtig karakter vanwege de ligging op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug.
In de bossen zijn de wegen in een blokstructuur aangelegd met op enkele plaatsen een bijzonder aangelegd element, zoals een sterrenbos.
20 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Afbeelding 13: uitsnede kaart kwaliteiten en omgevingswaarden in de landgoederenzone met Centraal Buitengebied, Omgevingsvisie Landelijk Gebied Leusden, p. 40 Bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0327.OGVBTG0401/d_NL.IMRO.0327.OGVBTG-0401.pdf Voor dit gebied zijn de volgende waarden benoemd als omgevingswaarde: het afwisselende karakter met grotendeels bos afgewisseld met open plekken; de historisch waardevolle bossen met afwisselende beplanting; de ligging van de landgoederen in samenhang met en ten opzichte van de Heiligenbergerbeek; herkenbaarheid van de landgoederen als geheel met daarbinnen allerlei karakteristieke kenmerken zoals lanen, bossen, uitzichtpunten, zichtassen, beplanting, gebouwen, waterelementen; de monumenten en historische erven van de pachtboerderijen; grafheuvels. Het verwijderen van historische beplantingen en het blokkeren van de open plekken en daarmee het aantasten van het afwisselende karakter worden als kwetsbaarheden genoemd. Naast deze landschappelijke omgevingswaarden wordt 'rust' als belangrijke omgevingswaarde benoemd. Ook water als bijzondere (ecologische) kwaliteit en in relatie tot waterveiligheid wordt als omgevingswaarde benoemd. Daarnaast wordt het hebben van een goede milieukwaliteit als belangrijke voorwaarde voor een goede gezondheid van mensen benoemd.
Factoren die daarin een belangrijke rol spelen zijn: geluid; externe veiligheid; ammoniak; luchtkwaliteit; (sociale) veiligheid. De instandhouding van het recreatieve netwerk wordt als in stand te houden kwaliteit benoemd met het oog op een goede woonkwaliteit. Daarnaast wordt gestreefd naar een gezond economisch klimaat met substantiële vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Daarnaast wordt nadrukkelijk ingezet op het bieden van een goede sociale basisstructuur.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
21
Voor de landgoederenzone met het Centraal Buitengebied geldt dat het een ecologisch en landschappelijk bijzonder waardevol gebied is. Binnen deze kwaliteiten wil de gemeente wel enige dynamiek mogelijk maken om deze kwaliteiten in stand te kunnen houden. Het beleid is in eerste instantie gericht op de inrichting van erven en de kwaliteit van de gebouwen en minder op investeringen in landschap en natuur. Ander belangrijk punt is het behouden van de rust en de stilte in deze gebieden. Het verkeer wordt gemonitord en waar nodig worden maatregelen genomen als de milieubelasting als gevolg daarvan toeneemt. Functies die vrachtverkeer aantrekken worden niet toegestaan. Nieuwe verkeersaantrekkende functies mogen er niet toe leiden dat het hoogste ambitieniveau van de gemeente ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit worden overschreden. Ontwikkelingen vinden plaats op basis van maatwerk, waarbij het initiatief een duidelijke positieve bijdrage levert aan het (buiten)gebied. Bij maatwerk wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief ingrijpt op de gebiedskwaliteiten van het gebied en de mate waarin deze worden versterkt en de manier waarop de maatschappelijke investering wordt besteed.
Uitgangspunt is namelijk dat bij nieuwe initiatieven die niet binnen de kaders van het bestemmingsplan passen een deel van de met uitvoering van het plan gerealiseerde waardevermeerdering wordt geïnvesteerd in verbetering van de kwaliteiten van de omgeving. De verplaatsing van de bestaande parkeerplaats aan de Dodeweg, die vanuit het noorden toegang biedt tot het landgoed, is een belangrijke wens van de gemeente Leusden. Deze parkeerplaats wordt namelijk veel gebruikt door inwoners van Amersfoort en Leusden-Zuid. De parkeerplaats wordt ontsloten via een inrit direct ten westen van de bestaande fietsbrug over de rijksweg A28. Ook de rest van de parkeerplaats is onverhard; er zijn veel kuilen waar water in blijft staan na regenval. De parkeerplaats vormt tevens een belangrijke entree voor fietsers naar het landgoed: enerzijds is de parkeerplaats toegankelijk vanaf de Dodeweg en anderzijds via de fietsbrug die hier over de rijksweg A28 loopt en Amersfoort met Leusden verbindt. Vanwege de aanwezigheid van deze fietsbrug is de toegang situatie vanaf de Dodeweg weinig overzichtelijk. De verplaatsing van de parkeerplaats biedt een mogelijkheid om deze verkeersonveilige situatie te verbeteren. Daarom zijn tussen de gemeente en het landgoed afspraken gemaakt over het opknappen en verplaatsen van de bestaande parkeerplaats.
Het verplaatsen van de parkeerplaats levert een positieve bijdrage aan de bereikbaarheid en de recreatiemogelijkheden in het buitengebied van Leusden. Door de parkeerplaats te verplaatsen en direct langs de rand van het landgoed te situeren nemen de sociale veiligheid en verkeersveiligheid toe, terwijl de verstoring door gemotoriseerd verkeer op het landgoed afneemt. Daarmee is het initiatief in overeenstemming met de Omgevingsvisie voor het buitengebied van Leusden. 3.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied 2009 Voor het perceel is het bestemmingsplan Buitengebied 2009 het vigerende planologische regime. In het bestemmingsplan heeft het plangebied alleen de bestemming "Bos en Natuurgebied" (artikel 7). Er zijn geen aanduidingen of dubbelbestemmingen van toepassing (zie afbeelding 14).
Afbeelding 14: uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied 2009 ter plaatse van het plangebied Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl 22 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
De voor 'Bos en Natuurgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor de instandhouding van de ter plaatse voorkomende danwel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, met inbegrip van bos, bosbouw en houtproduktie, de instandhouding van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen, de instandhouding van de onverharde uitvoering van aldaar voorkomende onverharde wegen, extensieve openluchtrecreatie, met de daarbij behorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, ruiterpaden en picknickplaatsen, het houden van militaire oefeningen (zonder rups- en andere zware voertuigen). Hoewel de aanleg van parkeervoorzieningen wel past bij het gebruik van het landgoed als recreatief uitloopgebied, voorzien de bestemmingsvoorschriften daar niet in. De bestemmingsplanvoorschriften van de dubbelbestemming voorzien hier wel in, maar de dubbelbestemming strekt zich niet uit tot over de gronden van de parkeerplaats. Dit, ondanks dat deze gronden al zeer langetijd onderdeel uitmaken van het landgoed Den Treek-Henschoten. Zodoende is de verplaatsing van de parkeerplaats in strijd met het bestemmingsplan. Voorts is relevant dat ter bescherming van de natuurwaarden in artikel 28 een aanlegvergunningenstelsel is opgenomen.
Op grond van deze bepalingen is het verboden om zonder vergunning - onder meer - de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen; bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. Met betrekking tot de bestaande verharding kan worden opgemerkt dat op grond van het bepaalde in artikel 28 lid 2 onder a en c van de planvoorschriften werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud zijn uitgezonderd van de vergunningplicht. Datzelfde geldt voor het aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- en uitritten. Het onderhoudspad waarvan een deel ook in gebruik is als parkeerplaats, maakt deel uit van de oorspronkelijke padenstructuur van het landgoed. Op de kaart van 1850 is op deze locatie al een pad zichtbaar dat de Dodeweg in noordelijke richting oversteekt (rode lijn in onderstaande zwart-wit afbeelding 15). Vanaf 1962 is op de kaart een duidelijke verbreding (circa 17,5m) van het pad zichtbaar even ten zuiden van de fietsbrug. Het pad werd en wordt nog altijd gebruikt ten behoeve van het beheer van het landgoed zodat voor het verharden daarvan geen omgevingsvergunning nodig is. Hetzelfde geldt voor het verharden van de inrit/uitrit.
Afbeelding 15: uitsnedes uit de topografische kaart uit 1850, 1962 en een luchtfoto uit 1977 Bron: www.topotijdreis.nl en gemeente Leusden (luchtfoto) Met betrekking tot het parkeren zelf kan worden opgemerkt dat uit de kaart blijkt dat het pad ten zuiden van de Dodeweg met de aanleg van de rijksweg A28 begin jaren '60 is verbreed. De huidige breedte varieert maar bedraagt gemiddeld zo'n 17,5m. Vermoedelijk heeft de goede bereikbaarheid van deze locatie aan de rand van het bos, in combinatie met de ruimte, ertoe geleid dat men vanaf eind jaren '70 op deze locatie is gaan parkeren. Luchtfoto's uit die periode bevestigen dit (zie afbeelding 15). Het gebruik van gronden als parkeerterrein was weliswaar in strijd met het toenmalige bestemmingsplan 'den Treek' (vastgesteld 29 november 1973). In dat bestemmingsplan hadden de gronden van de parkeerplaats de bestemming 'Bos' (artikel 6 lid 2 onder a, zie afbeelding 16).
Adviesbureau Haver Droeze BNT
23
Afbeelding: 16: uitsnede plankaart Bestemmingsplan den Treek 1973 Bron: Gemeente Leusden Dit strijdige gebruik is echter ook onder het daarop volgende bestemmingsplan Buitengebied 1996 (vastgesteld 4 juni 1996) voortgezet en via de overgangsbepalingen van dat bestemmingsplan gelegaliseerd. Immers in artikel 32 lid 3 (zie afbeelding 17) is bepaald dat het gebruik dat op het tijdstip van het onherroepelijk worden van het plan van in het plan begrepen gronden en bouwwerken in afwijking van het plan - wordt gemaakt, mag worden voortgezet en gewijzigd, mits daardoor de afwijkingen van het plan niet worden vergroot. Nu niet is bepaald dat het overgangsrecht niet van toepassing is op gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan, is het gebruik als parkeerplaats met de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied 1996 gelegaliseerd.
Afbeelding 17: uitsnede planvoorschriften bestemmingsplan Buitengebied 1996 Bron: Gemeente Leusden Met het oog op het verplaatsen van de parkeerplaats is in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing voorts nog relevant dat op grond van het bepaalde in artikel 28 lid 1 onder a voor het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere verhardingen een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo nodig is. Hetzelfde geldt op grond van het bepaalde in artikel 28 lid 1 onder g voor het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden van gronden met de bestemming Bos en Natuurgebied. Deze werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden zijn alleen toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, danwel door de (in)directe te verwachten gevolgen daarvan, een of meer waarden of functies van de gronden die het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Ingeval B&W dat nodig achten, kunnen zij advies inwinnen bij een deskundige. 24 (ontwerp)
omgevingsvergunning Parkeerplaats Dodeweg
Met betrekking tot de te verwachten gevolgen kan worden opgemerkt dat door de parkeerplaats te verplaatsen naar de rand van het bos, de verstoring door autoverkeer en parkeren in het bos afneemt. De recreatieve gebruiksmogelijkheden van het bos verbeteren doordat er betere (sociaal en verkeersveiliger) parkeerfaciliteiten zijn. Een groot deel van de bomen op de nieuwe locatie van de parkeerplaats is reeds gekapt omdat deze waren aangetast door de Letterzetter; een Tamme Kastanje en enkele Grove Dennen konden behouden blijven en zullen worden ingepast in de nieuwe situatie. Op de plaats van de bestaande parkeerplaats bestaat het bos overwegend uit loofbomen in de vorm van eiken en beuken, afgewisseld met grove den. Deze zullen opnieuw worden ingeplant met inlandse soorten, die niet gevoelig zijn voor de letterzetter om de robuustheid van het bos te herstellen. Zodoende kan worden gesteld dat verplaatsing van de parkeerplaats niet leidt tot een (onevenredige) aantasting aan het bos en de daarmee verbonden natuurwaarden. De vergunning voor het uitvoeren van deze werken en werkzaamheden kan dan ook worden verleend.
Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat het gebruik als parkeerplaats - via het overgangsrecht - is gelegaliseerd en dus mag worden gewijzigd mits de afwijking van het plan hierdoor niet wordt vergroot, zekerheidshalve een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verplaatsen van de parkeerplaats. De aanvraag ziet zowel op handelen in strijd met het bestemmingsplan, als op het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 28 van de bestemmingsplanregels. Aangezien verplaatsing van de parkeerplaats niet leidt tot een (onevenredige) aantasting aan het bos en de daarmee verbonden natuurwaarden, kan de vergunning voor het uitvoeren van deze werken en werkzaamheden kan dan ook worden verleend.
Adviesbureau Haver Droeze BNT
25
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.1 Archeologie Het Verdrag van Malta (ook wel het verdrag van Valletta genoemd) regelt de omgang met Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en sinds 2007 is het verdrag omgezet in Nederlandse regelgeving: de Wet archeologische monumentenzorg (Wam). Belangrijkste doel van de wet is het borgen van een zorgvuldige omgang met archeologische waarden door het archeologisch belang van meet af aan te laten meewegen in de besluitvorming. Uitgangspunt van het verdrag is het zoveel mogelijk ter plekke (in situ) bewaren van het archeologisch erfgoed en het nemen van beheermaatregelen om dit te bewerkstelligen. Daar waar behoud in situ niet mogelijk is, dienen de bodemverstoorders archeologisch onderzoek te laten verrichten. De kosten daarvan komen voor rekening van de initiatiefnemer. De verantwoordelijkheid voor het behoud en het beheer van het archeologisch erfgoed rust bij gemeenten. De gemeenteraad is op grond van de Erfgoedwet en het Besluit ruimtelijke ordening verplicht bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden en de cultuurhistorie van een gebied. De archeologische waarden zijn vastgelegd op een gemeentelijke archeologische beleidskaart en de Erfgoedverordening 2018, die op 12 december 2017 door de gemeenteraad (herzien) zijn vastgesteld.