CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Regio Amersfoort Energie Strategie 1.0 - 17 mei 2021.pdf

Informatieavond 17 juni 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 5.a: RV Regionale Energiestrategie 1.0 en uitnodigingskader Leusden27.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waar staan we?

Tabel 22: Ambitie voor de windmolencluster op de Leusderheide zoals opgenomen in de Concept RES.

Wat hebben we gedaan?

De RES Regio Amersfoort heeft met Defensie onderzocht wat nog wel mogelijk is op het defensieterrein op de Leusderheide. Dit heeft geleid tot een herijking van dit windcluster, zowel qua locatie als qua opwekpotentie. Op basis van het gebruik van het terrein, heeft Defensie twee andere locaties aangedragen voor windmolenclusters. Vier windturbines

De RES Regio Amersfoort beoogt om gezamenlijk een projectleider aan te stellen voor

heeft Defensie langs de A28 ingetekend (cluster 1) en drie windturbines langs het spoor

de A12 als één traject. Hiervoor moet nog akkoord komen van de RES regio’s Food Valley

tussen Amersfoort en Bilthoven (cluster 2). De vier windturbines langs de A28 vallen bin-

en U16. Vanuit dat perspectief zal bij het toewerken naar RES 2.0 bekeken worden of de

nen het cluster zoals dat is opgenomen in de Concept RES. De drie windturbines langs

ambitie van drie windturbines moet worden bijgesteld. Net als in de Concept RES zijn 3

het spoor vallen buiten de zones die in de Concept RES zijn aangewezen en zijn daarom

windmolens opgenomen langs de A12 in de Amersfoort. Deze windmolens hebben een

opgenomen in trede 4 (zie paragraaf 3.5). Dit maakt dat we de naam van het zoekgebied

indicatief vermogen van 0,05 TWh.

hebben aangepast naar de meer passende naam ‘Windmolencluster langs de A28’.

28

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

Samen met Defensie heeft de RES Regio Amersfoort aan TNO de opdracht gegeven om de impact op de radar van Soesterberg te onderzoeken. Hieruit volgde dat de mogelijkheden

3.4.6

voor het cluster langs de A28 groot zijn. TNO concludeert dat plaatsing van windturbines mogelijk is, afhankelijk van het model dat wordt gebruikt.3

Ontwikkeling lokale uitnodigingskaders zon- en windenergie

Bijna alle gemeenten zijn gestart met een proces om samen met inwoners en belanghebbenden te komen tot een lokaal uitnodigingskader zon- en windenergie. Tijdens deze lo-

Daarnaast hebben de gemeenten Amersfoort, Leusden, Soest, Utrecht en Zeist samen met

kale processen wordt er ook verkend welke nieuwe kansrijke zones geïdentificeerd kunnen

Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht gezamenlijk een Quickscan laten uitvoeren naar

worden voor de opwek van zon- en windenergie (zie hoofdstuk 8 voor een beschrijving per

de haalbaarheid van inzet van zowel zon als wind langs het tracé A28 van Utrecht tot en

gemeente).

met Amersfoort. Uit het gedeelte voor wind is een hogere potentie naar voren gekomen dan dat het voorstel van defensie aangeeft.

In de gemeenten Amersfoort en Leusden waren ten tijde van de ontwikkeling van de Concept RES een aantal initiatieven in onderzoek of als pilot opgenomen. Deze initiatieven

Waar staan we?

maken onderdeel uit trede 3 van de RES 1.0. In onderstaande overzichtstabel zijn deze

Voor de windturbines in dit cluster zijn er mogelijkheden die we nader gaan onderzoeken.

zon- en windprojecten weergegeven.

Hierbij zetten we in op minimaal 4 windturbines. Nader onderzoek met concrete modellen van windturbines zal aantonen welke windturbines passend zijn. Daarnaast zal zo snel mo-

In de gemeente Baarn loopt er een initiatief voor een zonneveld. Dit initiatief bevindt zich

gelijk gestart worden met onderzoek naar de ecologische impact van windturbines langs

in de onderzoeksfase en maakt daarom onderdeel uit van trede 3.

de vier windturbines langs de A28 en de impact van geluid. Ook nader onderzoek naar de gevolgen voor de aanwezige bebouwing in het gebied wordt beter in beeld gebracht.

Project/initiatief

Opwek (TWh)

en Soest. Indien er uit de onderzoeken die volgen positieve conclusies worden getrokken,

Zonneveld Vathorst Noord - Amersfoort

0,01

dan zal een participatietraject worden gestart en gezocht worden naar een initiatiefnemer.

Pilots zonnevelden - Leusden

0,008

Zonneveld bij ijsbaan in Baarn

0,001

Totaal

0,019

Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld met de gemeenten Amersfoort, Leusden

Windmolens langs de A28

Ambitie

Opwek (TWh)

Minimaal 4 windmolens (5,6 MW)

0,06 Tabel 24: Lokale initiatieven die in onderzoeks- of pilotfase zijn.

Tabel 23: Ambitie voor windturbines in het gebied dat eerder aangewezen was als ‘Windmolencluster op de Leusderheide’, nu genoemd ‘Windmolencluster langs de A28’.

3

Omdat het een hypothetische situatie betrof, heeft TNO de grootste afmetingen gebruikt van de windturbines

die nu op de markt zijn. Er is dus gerekend met windturbines van een formaat die in werkelijkheid niet bestaan. TNO adviseerde om het onderzoek te herhalen met concrete modellen. Dat is de enige manier om uitsluitsel te krijgen.

29

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

Afbeelding 7: Overzichtkaart RES 1.0 van de RES Regio Amersfoort. van de RES Regio Amersfoort.

Legenda Gemeentegrens Randmeer Bosgebied Utrechtse Heuvelrug Veenweidelandschap Eempolder Stroken- en kampenverkaveling in de Gelderse Vallei Snelweg Spoorlijn MS stations TS Stations Zonne-energie 1e trede Zonne-energie 2e trede Zonne-energie 3e trede Windenergie 2e trede

N

Legenda

0

1

2

Windenergie 3e trede

3 km

Gemeentegrens Randmeer Bosgebied Utrechtse Heuvelrug Veenweidelandschap Eempolder Stroken- en kampenverkaveling in de Gelderse Vallei Snelweg Spoorlijn MS stations TS Stations Zonne-energie 1e trede Zonne-energie 2e trede Zonne-energie 3e trede Windenergie 2e trede

N 0

1

2

3 km

Windenergie 3e trede

30

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

3.5

Trede 4 – Verkenningsfase

maakt dat het niet reëel is om te verwachten dat voor 2030 binnen de alternatieve kansrijke zone ‘drijvende zonnepanelen op het Eemmeer en/of Wind op het Eemmeer’ worden

In de paragrafen 3.2 tot en met 3.4 zijn de locaties uitgewerkt die in de Concept RES als bod

gerealiseerd. Provinciaal beleid laat dat niet toe vanwege de Natura2000 status. In deze

zijn opgenomen. Opgeteld komen we daarmee niet aan de ambitie van 0,50 TWh in 2030.

fase van het proces waarin nog volop gewerkt wordt aan de concretisering van de kansrijke

Middels zoekgebieden uit lokale uitnodigingskaders, handreikingen van maatschappelijke

zones, willen bestuurders in de RES Regio Amersfoort echter geen enkele locatie op voor-

organisaties en de kansrijke zones uit de ambitiekaart, zoals opgenomen in de Concept

hand uitsluiten.

RES, is er voldoende potentieel om de ambitie van 0,50 TWh te kunnen onderbouwen. Alle kansrijke zones, projecten en initiatieven uit deze trajecten zijn in trede 4 opgenomen.

3.5.2 Inbreng regionale belanghebbenden

3.5.1

Vanaf de start zijn regionale belanghebbenden, zoals de Natuur- en milieufederatie

De regionale kansrijke zones uit de ambitiekaart

Waar komen we vandaan?

Utrecht (NMU), LTO, Eemland300, Defensie, Rijkswaterstaat en Energie Samen, regelmatig betrokken bij de totstandkoming van de Concept RES en de uitwerking van de RES 1.0.

Bij het ontwikkelen van de Concept RES is naast de kansrijke zones ook onderzoek

Tijdens bijeenkomsten, tafelgesprekken en regelmatig een-op-een contact is de inbreng

gedaan naar waar mogelijke alternatieve kansrijke zones in de RES Regio Amersfoort

van de regionale belanghebbenden meegenomen in de RES. Dit heeft vanuit een aantal

liggen voor de opwek van duurzame elektriciteit. Deze alternatieve locaties kwamen

organisaties geleid tot twee voorstellen met aanvullende opweklocaties voor duurzame

naar voren tijdens gesprekken met belanghebbenden en de ruimtelijke ateliers, maar

elektriciteit binnen het RES Regio Amersfoort gebied. Het eerste voorstel is van Defen-

zijn nog niet opgenomen in de Concept RES, omdat door de huidige wet- en regelge-

sie en het Rijksvastgoedbedrijf. Het tweede voorstel is van de NMU in samenwerking met

ving de realisatie niet waarschijnlijk lijkt of omdat het lokale participatieproces hierover

Energie Samen en de lokale groene achterban .

nog gestart moest worden.

Inbreng Defensie en Rijksvastgoedbedrijf

Kansrijke zone

Aantal

Opwek

Zonenergie bij stads- en dorpsranden

80 ha

0,07 TWh

Zonenergie in kampen-landschap in Gelderse Vallei

100 ha

0,1 TWh

Drijvende zonnepanelen op het Eemmeer

50 ha

0,05 TWh

Wind op het Eemmeer

8 windmolens

0,11 TWh

RES Regio Amersfoort benut waar het kan de mogelijkheden voor zon- en windenergie op Rijksgronden en –terreinen. Zo is in de Concept RES, na landschappelijke analyses en ruimtelijke ateliers, de kansrijke zone voor Wind op de Leusderheide tot stand gekomen. In gesprekken met Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf is er constructief samengewerkt om de haalbaarheid van deze kansrijke zone te verkennen. In paragraaf 3.4.5 is toegelicht waarom binnen deze kansrijke zone het aantal mogelijke windmolens is bijgesteld. Naast het tegenvoorstel dat Defensie heeft gedaan binnen de kansrijke zone, voormalig

Tabel 25: Overige kansrijke zones, cijfers afkomstig uit de Concept RES.

bekend als kansrijke zone ‘Windcluster Leusderheide’, nu genaamd ‘Windcluster A28’, een alternatief cluster voorgesteld. Dit cluster valt buiten de zoekgebieden zoals opge-

Binnen de lokale processen om te komen tot uitnodigingskaders voor zon- en wind-

nomen in de Concept RES 1.0. Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf zien mogelijkheden

energie worden de kansrijke zones ‘Zonenergie bij stads- en dorpsranden’ en Zon-

voor een alternatieve zone voor nog drie windmolens langs het spoor in de gemeenten

energie in het kampen-landschap in de Gelderse Vallei’ onderzocht en uitgewerkt

Soest en Amersfoort, op het militaire terrein De Vlasakkers. Om de haalbaarheid van deze

om te bezien welke delen voor 2030 misschien tot ontwikkeling kunnen komen.

locatie te kunnen toetsen, heeft het Rijksvastgoedbedrijf opdracht gegeven aan TNO om

Het Eemmeer is Natura2000 gebied. De wet- en regelgeving die hiermee samenhangt

de locatie voor de drie windmolens te onderzoeken op radarverstoring. Als uitkomst van

31

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

het radaronderzoek van TNO blijkt dat aanpassingen gedaan in de opstelling van de

De NMU en Energie Samen hebben het advies opgebouwd aan de hand van vier cate-

windmolens.4 TNO beveelt nader onderzoek aan, waarin wordt gekeken naar andere op-

gorieën. In categorie 1 benoemen zij initiatieven die reeds vergund zijn of die ‘no regret’

stellingsmogelijkheden.

maatregelen zijn. De mogelijkheden die NMU benoemd overlappen grotendeels met de kansrijke zones uit de Concept RES en de uitwerking daarvan in de RES 1.0. Initiatieven die

Deze locatie wordt betrokken in het lokale uitnodigingskader en participatietraject van

overeenkomen met in dit hoofdstuk eerder beschreven initiatieven zijn weggelaten. Deze

de gemeenten Soest en in het participatietraject van de gemeente Amersfoort. In sa-

zijn te vinden in de bijlage.

menwerking met Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf wordt voor dit cluster een plan van aanpak gemaakt. Vanwege de mate van concreetheid van dit initiatief en het uitge-

In categorie 2 beschrijft NMU initiatieven die zorgvuldig ingepast kunnen worden. Hierin

voerde onderzoek door TNO maar het ontbreken van een stap in participatie en onder-

zijn initiatieven opgenomen die, vanuit natuur en landschap gezien, gevoeliger liggen dan

zoek vanuit gemeentelijk en regionaal perspectief, is dit initiatief ingedeeld in trede 4.

categorie 1, maar die met een zorgvuldige inpassing kansrijk worden geacht. De initiatieven zijn opgenomen in het onderstaande overzicht. In het advies van de NMU en Energie

Windmolens langs spoor in Amersfoort en Soest op militair terrein De Vlasakkers

Ambitie

Opwek (TWh)

3*

0,05

Samen zijn ook de windmolens bij de Hoef en de Isselt in Amersfoort meegenomen. Deze zijn al benoemd in het lokale traject van de gemeente Amersfoort en daarom niet opgenomen in onderstaand overzicht.

Tabel 26: Aanvullende verkenningsmogelijkheid voor windmolens langs het spoor tussen Amersfoort en Soest op

Aantal

Opwek (TWh)

militair terrein De Vlasakkers, zoals aangereikt door Defensie.

Windmolens langs de A27 ten zuiden van Eemnes

Maximaal 2

0,034

*mogelijk volgt er uit het lokaal uitnodigingskader van de gemeente Soest een hoger potentieel

Windmolens ten zuiden van Scherpenzeel

Maximaal 2

0,034

Windmolens Gelderse Vallei

Maximaal 2

0,034

Zonnevelden in Gelderse Vallei

50 ha

0,050

Zon in bermen langs provinciale infrastructuur

100 ha

0,090

Zonnevelden aan randen van de Eempolder

30 ha

0,030

Zon op vuilstorten

20

0,020

voor windmolens in dit zoekgebied.

Inbreng Natuur en Milieufederatie Utrecht en Energie Samen

Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU) en Energie Samen, de koepelorganisatie van lokale energie coöperaties, hebben een gezamenlijke visie ontwikkeld op zon- en windprojecten in de RES Regio Amersfoort. Op basis van deze visie hebben zij een advies uitgebracht aan de RES Regio Amersfoort, waarin de kansrijke locaties zijn opgenomen voor zon- en windenergie, welke locaties vanuit de visie niet wenselijk zijn en welke randvoorwaarden er zijn voor het ontwikkelen van de kansrijke locaties. Het advies wordt hier kort beschreven en toegelicht. Het complete document is als bijlage toegevoegd. 4

De turbines zouden 1) in een kleinere model ingetekend moeten worden (nu is uitgegaan van de grootste (5,6

Bijzonderheid

Deze locatie komt overeen met zonenergie in Gelderse Vallei (paragraaf 3.5.1)

1 locatie is niet naar voren gekomen in het Uitnodigingskader van Soest.

MW)); 2) in een directe lijn achter elkaar, vanuit het aangezicht van de radar, ingetekend moeten worden; 3) één

Tabel 27: Aanvullende verkenningsmogelijkheden voor grootschalige energieopwekking in de RES Regio

windturbine zou weggelaten moeten worden; 4) één windturbine zou een aanzienlijk stuk moeten worden opge-

Amersfoort, zoals aangereikt door NMU en Energie Samen. Deze mogelijkheden moeten volgens NMU en Energie

schoven.

Samen zorgvuldig worden ingepast.

32

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

In categorie 3 beschrijven NMU en Energie Samen de zogenoemde restopgave. Dit zijn projecten met een grotere impact op het landschap. Wanneer er andere locaties afvallen, zijn deze initiatieven aangemerkt als vangnet voor het halen van de ambitie in de RES 1.0. In het onderstaande overzicht zijn de initiatieven benoemd die door NMU en Energie Samen zijn ingebracht als restopgave in categorie 3. Aantal

Opwek (TWh)

Windmolens langs de A27 ten noorden van Eemnes

1-2

0,034

Windmolen langs A1 (in Eemnes) ten noorden van Baarn

1-3

0,034

Windmolens noordwesten van de Isselt

1-2

0,034

Windmolen ten Z-O van Woudenberg

1

0,017

Intensivering zonnevelden Gelderse Vallei

30 ha

0,03

Zon op vuilstorten

20

0,020

Deze locatie komt overeen met zonenergie in Gelderse Vallei (paragraaf 3.5.1)

3.6 •

Voor de kansrijke initiatieven in trede 2 (richting uitvoering) worden de trajecten voortgezet om deze initiatieven richting realisatie te brengen. Nader onderzoek wordt in nauwe afstemming met belangenorganisaties en betrokken inwoners vormgegeven.

•

Voor de initiatieven in trede 3 (onderzoeksfase) worden de onderzoeken voortgezet om de kansrijkheid van deze initiatieven te bepalen.

•

Initiatieven in trede 4 (verkenningsfase) worden lokaal onderzocht en afgewogen binnen de processen om te komen tot een lokaal uitnodigingskader en/of regionaal afgestemd met belanghebbenden.

•

De gemeenten geven invulling aan de uitnodigingskaders zodat initiatiefnemers verleid worden om invulling te geven aan de RES opgave. De voorstellen van maatschappelijk partijen worden hierin betrokken.

Tabel 28: Aanvullende verkenningsmogelijkheden voor grootschalige energieopwekking in de RES Regio Amersfoort, zoals aangereikt door NMU en Energie Samen. Deze mogelijkheden zijn voor NMU en Energie Samen het vangnet voor wanneer er andere initiatieven wegvallen.

Alle getoonde initiatieven van NMU en Energie Samen zijn opgenomen in trede 4 van de RES 1.0. De genoemde kansrijke zones worden meegenomen en afgewogen in de lokale

Vervolg (kader) – beslispunten

processen om te komen tot uitnodigingskaders voor zon- en windenergie. Waar nodig wordt dit regionaal ondersteund door bovenlokale onderzoeksopdrachten.

Tabel 29: Beslispunten voor alle kansrijke gebieden in trede 3.

33

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

34

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

4. Systeemefficiëntie

De overgang naar hernieuwbare energie brengt ingrijpende veranderingen met zich mee voor ons elektriciteitsnet. Hoe meer elektriciteit hernieuwbaar wordt geproduceerd, hoe groter de vraag naar opslag van energie wordt. Bovendien moet het elektriciteitsnet in hoog tempo fors uitgebreid worden. Het is van belang dat deze uitbreidingen efficiënt worden ontworpen waarbij rekening wordt gehouden met een goede ruimtelijke inpassing. Daarom is Stedin vanaf de start betrokken bij de ontwikkeling van de Regionale Energie Strategie.

“ Stedin spreekt haar waardering uit voor de mogelijkheden die het gedurende het proces heeft gehad om belangen vanuit energieinfrastructuur te duiden. Energie-infrastructuur is een voorwaarde voor het behalen van de RES-ambities en aanpassingen aan de energieinfrastructuur vragen kostbare ruimte, tijd en investeringen.” In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op welke impact de ambitie van de RES 1.0 heeft op de energie-infrastructuur in de regio.

4.1

Regionale energievraag en aanbod

Om te bepalen wat de impact is van de RES 1.0 op de energie-infrastructuur, heeft Stedin een analyse gemaakt op basis van het verwachte aanbod en de verwachtte vraag naar energie. Deze netimpactanalyse is uitgevoerd om te bepalen of het bod van de RES 1.0 betaalbaar en uitvoerbaar is. Bij de netimpactanalyse is geen rekening gehouden met de impact van de opgave in aangrenzende RES regio’s. De volledige netimpactanalyse is toegevoegd als bijlage 2 bij de RES 1.0. Een bepalende factor voor het succesvol realiseren van de ambitie van de RES Regio Amersfoort is de realisatie van noodzakelijke aanpassingen van het net. Stedin geeft aan dat individuele knelpunten oplosbaar zijn. Echter is de omvang van de knelpunten binnen de totale RES 1.0, dermate groot dat er langs meerdere lijnen een optimum gezocht moet worden. De aangeleverde gegevens voor grootschalige opwek zijn weergegeven in tabel 30. Deze ambitie bestaat uit het overgrote deel van de initiatieven die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven. Enkele initiatieven zijn niet doorgerekend in de netimpactanalyse omdat de locaties te ver verwijderd liggen van de bestaande netinfrastructuur om redelijkerwijs een

35

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

rendabele business case voor projectontwikkelaar te kunnen verwachten. Het gaat hier om

Leusden en Amersfoort 3) dat gerelateerd is aan de groei van de regionale elektriciteitsge-

wind- en zon-initiatieven langs de A12 in Woudenberg. deze zijn alleen te realiseren in sa-

bruik. Hiervoor worden ook nieuwe stations opgericht: Baarn-Zuid, Amersfoort-Noord en

menhang met initiatieven van de aangrenzende RES regio’s U16 en Foodvalley langs de A12.

Amersfoort Zuid (in de gemeente Leusden). De regionale ambitie voor opwek kan hier voor een deel op meeliften. De inschatting is dat elk individueel knelpunt voor 2030 opgelost kan worden, mits plan- en besluitvorming tijdig plaatsvinden en hierbij rekening wordt

Categorie

Vermogen 2030 (MW)

% (MW)

Piekvermogen 2030 (MWp)

Productie 2030 (TWh)

%TWh

Wind op Land

110

22%

110

0,33

39%

Zon op dak (>15kWp)

188

37%

268

0,25

29%

Oplosbaar voor 2030

Opwek

Afname

Zon op Land

212

42%

302

0,28

33%

Ja

Totaal

511

100%

680

0,86

100%

Onzeker

Nee

gehouden met de benodigde fysieke ruimte voor de netinfrastructuur.

Tabel 30: Energieaanbod RES Regio Amersfoort.

Geen knelpunt

Het energieaanbod van de Amersfoort voor de RES 1.0 omvat een totaal vermogen van 680 MWp en een totaal aan productie van 0,86 TWh. Het getal dat bij ‘Vermogen 2030’ staat is het aansluitvermogen van Stedin (70% voor zon op dak en zon op land). De aangeleverde gegevens komen hoger dan 0,500 TWh. De netimpactanalyse voor de RES 1.0 bevat daardoor een mate van overprogrammering. De verhouding in productie tussen grootschalig zon (op dak/land) en wind komt uit op 61% zon en 39% wind. De verhouding in opgesteld vermogen, tussen grootschalig zon (op dak/land) en wind komt uit op 78% zon en 22% wind. In het kader van systeemefficiëntie is een verhouding van opgesteld vermogen van 50% zon en 50% wind gewenst. De huidige verhouding is daarom niet optimaal. Deze scheve verhouding heeft te maken met het verschil tussen basis- en piekvermogen. Dit verschil is bij zon groter dan bij wind.

4.2

Energie-infrastructuur oplossing en impact

De impact van het energieaanbod van de Amersfoort is bepaald op basis van tijd, ruimte en geld. Binnen de regio bevinden zich 11 stations van Stedin en uit de netimpactanalyse blijkt dat bij 9 van de 11 stations knelpunten optreden. De oplosbaarheid van deze knelpunten is beoordeeld. Deze stations zijn historisch bepaald in de omgeving van gebruikers en zijn niet evenredig over het gebied verdeeld. Binnen de RES Regio Amersfoort is een aantal netverzwaringen in de planning van Stedin opgenomen (bij Bunschoten, Soest 2,

Afbeelding 8: Weergave (toekomstige) verdeelstations van netbeheerder Stedin in RES Regio Amersfoort.

Beide

36

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

Aandachtspunten

benut. Indien opweklocaties bij stations met knelpunten verschoven kunnen worden naar

Voor de uitbreidingen van de stations is tijd nodig. De aanpassing van een bestaand sta-

stations met ruimte (bijvoorbeeld Soest op Zoom en Amersfoort 1) wordt er beter gebruik

tion voor uitbreiding van de velden heeft een doorlooptijd van ca. 2-3 jaren. Voor grotere

gemaakt van de beschikbare netcapaciteit.

aanpassingen is dat zelfs 4-5 jaren. De realisatie van nieuwe stations heeft een doorlooptijd van 5-7 jaar.

Het clusteren van opwek geeft voordelen als efficiëntere benutting en lagere maatschap-

Er is geschat dat er ongeveer 12.000 m2 extra ruimte nodig is voor de uitbreiding van sta-

pelijke kosten. In het RES 1.0 scenario is spra-

tions en het stichten van 2 nieuwe stations. Voor het bijplaatsen van distributieruimten is

ke van een grote mate van versnippering van opweklocaties. Ook de aansluitingen op het

een additionele 1.500 –5.400m2 nodig. Dit is exclusief de ruimte voor kabeltracés.

netvlak TS zijn relatief klein. De omvang van de zon-op-dak ambitie (37% van totaal) is fors, en 23% hoger dan in het Concept RES scenario. Stedin adviseert om de haalbaarheid

De maatschappelijke kosten die Stedin moeten maken om de knelpunten op te lossen

hiervan nader te onderzoeken en instrumenten te ontwikkelen om de planbaarheid van

met de verzwaringen en aanleg van nieuwe infrastructuur worden ingeschat op minimaal

deze opgave te vergroten.

170 en maximaal 204 miljoen euro.5 Dit is inclusief de reeds geprogrammeerde investeOm het transport van energie te beperken is

ringen in de stations.

4.3

het slim om energie op te wekken dichtbij

Haalbaarheid RES 1.0

de locatie waar het gebruikt gaat worden, of daar waar er veel wordt opgewekt nieuwe afname te plaatsen. In het RES 1.0 scenario lijken

Systeemefficiëntie is een belangrijk criterium om de ambitie van de RES Regio Amersfoort

vraag en aanbod redelijk te matchen aangezien de zon- en windparken voorzien zijn in de

te kunnen realiseren. Op basis van de netimpactanalyse geeft Stedin een aantal aanbeve-

meer stedelijke gebieden van de regio.

lingen voor de haalbaarheid van deze ambitie. Er zijn meerdere manieren om het energiesysteem nog beter de benutten. We nodigen

Om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benutten, is een 50-50

de regio nadrukkelijk uit om in de komende

verhouding tussen zon/wind in opgesteld

jaren samen intensief te zoeken, samen met marktpartijen, naar de lokale inpassing van

vermogen (voor aansluitcapaciteit) ideaal. De huidige plannen van de Regio Amersfoort

innovatie en flex-oplossingen om de netimpact van de energietransitie te beperken. Denk

bevatten 78% zon en 22% wind en is daardoor scheef. Vanuit maatschappelijke kosten is

bijvoorbeeld aan koppelen opwek-verbruik, cablepooling wind/zon en opslag.

het van belang om deze meer in balans te brengen. Door een verschuiving van 225MW zon naar 65MW wind wordt de verhouding in evenwicht gebracht met een zelfde opbrengst.

Stedin geeft aan dat individuele knelpunten oplosbaar zijn. Echter is de totale omvang van

Omdat de overprogrammering voornamelijk bestaat uit locaties voor zon-op-land kan de

het aantal knelpunten, dermate groot dat er langs meerdere lijnen een optimum gezocht

verhouding nog ten gunste van wind wijzigen.

moet worden. Deze zijn opgenomen in de netimpact analyse. De hoofdlijnen zijn als volgt: •

optimaal te benutten;

wordt de netcapaciteit op bijna alle locaties • 5

Netimpact RES 1.1 Regio Amersfoort (STEDIN, 16-03-2021)

Bij de uitwerking is een goede afstemming over de prioritering van initiatieven belangrijk, om de bestaande (en de geplande uitbreiding van) netinfrastructuur

Door de grote spreiding van initiatieven

Maximaal resultaat halen uit de bestaande netinfrastructuur (bv door wind-zon verhouding beter in balans te brengen) en maximaal rendement halen uit de nog

37

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

uit te voeren netuitbreidingen (welke netinvesteringen leveren het meest op in TWh/€); •

Verkleinen van de netimpact: in de komende jaren intensief zoeken, samen met marktpartijen, naar de lokale inpassing van innovatie-en flex-oplossingen om de netimpact van de energietransitie te beperken. Denk bijvoorbeeld aan koppelen opwek-verbruik, cablepooling wind/zon en opslag door locaties voor opwek van zon en wind te combineren.

4.4 Vervolg (kader) - beslispunten •

Na vaststelling van de RES 1.0 maken we met Stedin een uitvoeringsprogramma waarin afspraken worden vastgelegd over de samenwerking, prioritering en (volgorde van) investeringen in de netinfrastructuur en beslismomenten.

•

Er moet een oproep aan het Rijk worden gedaan namens de RES Regio Amersfoort om mogelijkheden te scheppen om de uitbreiding van de stations ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Het Rijk zal bijvoorbeeld fors moeten investeren in de netinfrastructuur de komende jaren.

Tabel 31: Beslispunten m.b.t. de systeemefficiëntie.

38

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

5. R  egionale Structuur Warmte

5.1

Inleiding

De Regionale Structuur Warmte (RSW) maakt onderdeel uit van de RES. Het doel van de RSW is het inzichtelijk maken van de warmtevraag, het warmte-aanbod en de mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen, bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Ook geeft de RSW een toelichting op het doorlopen proces in de regio. De regio gaat in de RSW na of op lokaal niveau (in de Transitievisies Warmte) gebruik kan worden gemaakt van warmtebronnen met bovengemeentelijke potentie. De RSW beschrijft de gezamenlijke kansen en uitdagingen om tot een optimaal gebruik en goede verdeling van de warmtebronnen te komen. In de RSW worden de volgende vragen beantwoord: 1. Wat is de warmtevraag in Regio Amersfoort nu en over 10 jaar (in 2030)? Hoe is deze vraag verdeeld over de verschillende sectoren? 2. Welke warmtebronnen zijn er, en kunnen deze de warmtevraag invullen? 3. Wat is er nodig aan regionale infrastructuur om warmtebronnen en warmtevraag met elkaar te verbinden?

5.1.1

Samenhang RSW, TVW, wijkuitvoeringsplan

De warmtetransitie is een opgave die speelt op zowel het lokale als regionale schaalniveau. Regionaal levert de RES Regio Amersfoort deze Regionale Structuur Warmte. Op lokaal niveau stellen de gemeenten een Transitievisie Warmte en wijkuitvoeringsplannen op. Een Transitievisie Warmte geeft op gemeentelijk niveau inzicht in de opgave om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Alle gemeenten moeten deze uiterlijk in 2021 hebben vastgesteld. Na de gemeentelijke TVW’s volgt een concretisering en uitvoering in de wijkuitvoeringsplannen. Hierin wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om de kansen voor het aardgasvrij maken van woningen en ander vastgoed in die wijk verder te verkennen en tot uitvoering te komen. De TVW’s en (wijk)uitvoeringsplannen blijven daarmee leidend voor de aanpak naar aardgasvrije buurten op lokaal niveau. Tussen de lokale en regionale schaalniveaus vindt uitwisseling plaats. Dit houdt in dat de opties in de gemeentelijke transitievisies en de keuzes in de wijkuitvoeringsplannen effect hebben op de RSW en andersom. De informatie die beschikbaar komt uit de TVW’s over de omvang en beschikbaarheid van mogelijke bronnen wordt daarom opgenomen in de

39

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

RSW. De afstemming tussen de schaalniveaus zorgt voor optimale inzet van alle beschik-

ders er zijn naast de gebouwde omgeving op regionale schaal, wordt in tabel X een uitsplit-

bare warmteopties en draagt bij aan een aanscherping van zowel de lokale plannen als de

sing gemaakt van de energievraag binnen deze verschillende sectoren.

regionale strategie.

Daarnaast kenmerkt ook de sector industrie zich door een hoog energiegebruik. Een deel

5.1.2

Vervolg

van de energie die deze sector gebruikt kan opnieuw ingezet worden als potentiële restwarmtebron. Er is nader onderzoek nodig om na te gaan of de industriële restwarmtebronnen in de regio geschikt zijn voor de levering van restwarmte.

In de RSW is een overzicht opgenomen van de warmtebronnen, de warmtevraag en de aanwezige en/of benodigde infrastructuur. Uit de inventarisatie van de aanwezige en po-

Sector

Energievraag 2016 (TJ/Jaar)

nale potentie hebben. Onderzoeken wijzen de komende jaren uit of deze warmtebronnen

Bebouwde omgeving

7814

kansrijk zijn in regio. In RES 2.0 is er meer zekerheid over de kans van slagen. Een regionale

Landbouw, Bosbouw en visserij

163

Winning van Delfstoffen

0

Industrie

1104

Afvalbeheer en waterbedrijven

49

Bouwnijverheid

98

Totaal

9228

tentiële warmtebronnen is gebleken dat aquathermie en (ultradiepe) geothermie regio-

warmtestructuur is voorlopig niet aan de orde. In het geval dat de mogelijkheden van (ultradiepe) geothermie en aquathermie op grote schaal benut kunnen worden in de toekomst, is een regionale warmte-infrastructuur nodig.

5.2

Huidige en toekomstige regionale warmtevraag

5.2.1

Regionale warmtevraag

Tabel 32: Warmtevraag sectoren (bron: CBS, 2016).

Op basis van de meest recente gegevens - de regionale Energiemix opgesteld op 6 maart 2020 - is de inschatting van de huidige warmtevraag in de bebouwde omgeving 7814 TJ per jaar in de regio Amersfoort (peiljaar 2016). Dit is weergegeven in tabel 32. De inschat-

5.2.3

Identificatie van warmtevraaggebieden

ting is dat de warmtevraag 7310 TJ per jaar is in 20306. Dit is een verwachte afname van

Om de warmtevraag van de regio nader te bepalen is gekeken welke gebieden een con-

6,5%. De huidige warmtevraag en de warmtevraag in 2030 komen vrijwel overeen met de

centratie van de warmtevraag kennen. In gebieden waar de dichtheid van de warmte-

warmtevraag op basis van de gegevens vanuit NP RES. Het gaat hier om de warmtevraag

vraag hoog is (gebieden met meer dan 840 GJ per hectare), liggen kansen voor collectieve

van woningen en utiliteitsbouw. Het terugbrengen van de warmtevraag in de bebouwde

duurzame warmteoplossingen, zoals warmtenetten. Dit is een algemene vuistregel waar

omgeving kan veel winst opleveren in vergelijking met de overige sectoren.

in de praktijk niet zomaar mee gerekend kan worden. In een aantal TVW’s worden dan ook

5.2.2

Energievraag overige sectoren

andere definities en uitgangspunten gehanteerd. Op de kaart in afbeelding 9 is de concentratie van de warmtevraag weergegeven. De kaart is gebaseerd op CBS buurtcodes en geeft per buurt de warmtevraag weer. De kaart geeft een indicatie van de warmtevraagge-

Naast de warmtevraag van woningen en utiliteitsgebouwen zijn er ook andere sectoren

bieden. Een buurt met een hoge concentratie op de kaart is niet per definitie geschikt voor

met een energievraag die deels uit warmte bestaat. Denk onder andere aan de sectoren

een warmtenet, daarvoor zijn nog meer factoren van belang. Dit is enkel de afnamekant.

landbouw en industrie. Om inzicht te krijgen in welke andere warmtevragers of -aanbie-

Het gaat hier vooral om de stads- en dorpskernen. In de TVW’s van de gemeenten wordt hier nader op ingegaan. In de gebieden met een lagere warmtevraag, waaronder de bui-

6

Energiemix regio Amersfoort: concept-RES-bod leidt tot 39% reductie, bron: Over Morgen (6-3-2020)

tengebieden in de regio, liggen er weinig kansen voor collectieve duurzame warmteoplos-

40

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

singen. In deze gebieden zal een collectieve warmteoplossing minder voor de hand liggen. Daar kan er gebruik worden gemaakt van individuele warmteoplossingen of kan er vanuit

5.3

Passende warmtebronnen voor de regio

sociaal oogpunt voor gekozen worden om ook deze minder voor de hand liggende wijken

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de huidige en toekomstige warmte-

aan te sluiten op de collectieve warmteoplossing. Het is aan de gemeente en ontwikkelaar

bronnen in de regio Amersfoort, en hoe deze invulling kunnen geven aan een toekomst-

om hier een keuze in te maken.

bestendige warmtevoorziening. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van (ultradiepe) geothermie, aquathermie en in de gemeentelijke TVW’s. Mogelijk toekomstige warmtebronnen die naar voren komen bijvoorbeeld het Valleikanaal, Eemmeer en Nijkerkernauw. Ook is ten opzichte van de concept RSW een nieuwe potentiële warmtebron in de vorm van zonthermie toegevoegd. Uit onderstaande beschrijvingen kan worden opgemaakt dat geothermie en aquathermie potentiële bovengemeentelijke bronnen zijn. Onderzoek zal moeten uitwijzen of deze bronnen op termijn daadwerkelijk kansrijk zijn. Ook een aantal andere bronnen worden beschreven in deze paragraaf, te weten: biogrondstoffen, lokale restwarmte, hernieuwbaar (groen)gas en zonthermie. De komende jaren moet blijken of deze bronnen kansrijk zijn en dit wordt in de volgende versie van de RSW (medio 2023) opnieuw beoordeeld.

5.3.1

Geothermie

In de regio Amersfoort zijn er vergunningen afgegeven voor het opsporen van aardwarmte. Aardwarmte, ook wel geothermie genoemd, is het gebruik van warmte uit de diepe ondergrond (vanaf 500 meter diepte). Lokale eigenschappen van de aardlagen bepalen of er daadwerkelijk warmte kan worden gewonnen. Een zorgvuldige, veilige en verantwoorde ontwikkeling en uitvoering van geothermie projecten is erg belangrijk. Het Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens geven aan dat een goede coördinatie vereist is. Geothermische putten doorsnijden diverse grondlagen, hierdoor bestaan er risico’s voor het grondwater met grote impact op het (grond) watersysteem en de drinkwatervoorziening. Lekkage kan ervoor zorgen dat het diepe zoute water het ondiepe grondwater, dat wordt gebruikt voor landbouw, natuur en drinkwater, verontreinigd raakt. Goede afstemming en een eenduidige werkwijze is daarom van groot belang. De nieuwe industriestandaard voor het ontwerpen van aardwarmteputten, dat op 11 maart 2021 is aangeboden aan het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) gaat hier aan bijdragen. Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens willen graag hun kennis van het (grond)watersysteem delen en beschikbaar stellen en worden bij Afbeelding 9: Warmtevraag per hectare (uitgedrukt in GJ per hectare) per buurt in RES Regio Amersfoort

voorkeur betrokken om een brede afweging van warmtebronnen mogelijk te maken in de

(bron: NP RES, 2019).

gemeentelijke TVW’s en de regionale plannen.

41

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

Voor de toepassing van geothermie in de gebouwde omgeving is een grote collectieve

Als de resultaten positief zijn, is besluitvorming in de gemeenten een belangrijke tussen-

warmtevraag in de vorm van een warmtenet in de nabijheid van het boorpunt aanwezig is

stap. Na de eerste boring – indien deze succesvol is - is het projectinitiatief voornemens om

of gerealiseerd wordt. Hoeveel woningen per aardwarmteproject (doublet) verwarmd kun-

warmtenetten aan te leggen. Het ontwikkelen van energiecentrales wordt naar eigen ver-

nen worden, hangt af van de potentie van de lokale ondergrond en de diepte van de boring.

wachting in 2025 gestart. Voor dit initiatief is nog geen infrastructuur voor warmtetransport

Een gemiddeld geothermisch doublet van 15 MW kan ongeveer 7500 huizen verwarmen.

aanwezig in de regio en ook de warmteafname moet nog georganiseerd worden. Daarom bestaat er in dit stadium onzekerheid over de haalbaarheid van deze planning.

Er zijn op dit moment nog veel onzekerheden over de potentie van geothermie in de regio. Over deze potentie ontstaat het komende jaar een duidelijker beeld. Dit komt voort uit het

Vervolg

(lopende) landelijk onderzoek naar de ondergrond in opdracht van het ministerie van EZK

Landelijke en provinciale onderzoeken zullen inzicht geven in de kansrijkheid van geother-

(SCAN), een (lopend) onderzoek naar de regionale potentiestudie geothermie in opdracht

mie in de regio. In de RES 1.0 draagt (ultradiepe) geothermie niet bij aan de opgave van 0,5

van de provincie Utrecht en de eerste verkenningen die gepland staan in de regio door de

TWh duurzame opwek voor 2030. Voor de RES 2.0 (medio 2023) is het van belang dat er

opsporingsvergunninghouders.

meer duidelijkheid is over de financiële en/of (milieutechnische) haalbaarheid van (ultra-

Stand van zaken

Er zijn in de regio Amersfoort twee geothermie-initiatiefnemers die van het Ministerie van EZK een opsporingsvergunning hebben gekregen (https://ico-aardwarmte.nl/informatie-over-aardwarmte/locaties/).

Duurzaam Opwekken Amersfoort Duurzaam Opwekken Amersfoort BV en Tullip Energy zijn een onderzoek gestart naar geothermie binnen de gemeente Amersfoort. Het projectinitiatief denkt dat in 2023 de eerste resultaten van het onderzoek verwacht worden. Een boring kan vervolgens plaatsvinden om te bepalen of een locatie daadwerkelijk kansrijk is. Bij succesvolle boringen kan de aardwarmte die vrijkomt, worden geleverd aan het Slim Groen Warmtenet van Warmtebedrijf Amersfoort. De verwachting is dat in 2024 met de winning van aardwarmte wordt gestart. Het projectinitiatief denkt dat zij dan in Amersfoort geschikte infrastructuur aangelegd hebben voor het warmtetransport.

Larderel Energy Larderel Energy heeft voor de regio Eemland (het overige deel van de regio Amersfoort m.u.v. gemeente Amersfoort en Woudenberg) een opsporingsvergunning voor diepe en ultradiepe geothermie. Het projectinitiatief verwacht de eerste resultaten van het onderzoek naar diepe geothermie in 2023 en dat er vervolgens gestart wordt met verdiepend onderzoek naar ultradiepe geothermie op basis van de eerste resultaten. Afstemming hierover vindt plaats met de provincie Utrecht, de gemeenten Amersfoort, Eemnes, Soest en Baarn.

diepe) geothermie en daarmee het projectinitiatief.

42

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

Afbeelding 10: Bronnen aquathermie in RES Regio Amersfoort (bron: Visie Aquathermie Provincie Utrecht 2021).

43

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

5.3.2 Aquathermie

De komende jaren zullen de regionale mogelijkheden voor grootschalige toepassing

De kaart hiernaast (afbeelding 10) geeft de bronnen van aquathermie weer in de regio

verder onderzocht worden samen met de Provincie Utrecht en het Waterschap. Om

Amersfoort. Deze bronnen bieden kansen voor de toepassing van aquathermie als lokale

aquathermie te exploiteren is een infrastructuur van warmtenetten benodigd.

en regionale warmtebron. Daarnaast kunnen gemeenten kunnen gebruikmaken van de warmte potentie kaart, opgesteld door de drie Gelderse waterschappen. De Regio Amersfoort is ook in deze kaart opgenomen. De gemeenten kunnen in deze kaart verkennen wat

van aquathermie (Eem, het Eemmeer, Nijkerkernauw, het Valleikanaal en de Grift)

5.3.3

Biogrondstoffen

de mogelijkheden zijn op het gebied van TEO en TEA. De kaart is te vinden op: http://www.

In de provinciale Omgevingsvisie is een passage over biomassa opgenomen. Hierin

omgevingswarmte.nl/geldersewaterschappen.

staat dat om te voldoen aan het Klimaatakkoord de inzet van alle hernieuwbare energiebronnen nodig is. Zo ook energie uit biomassa, onder strikte voorwaarden met be-

Aquathermie benut de warmte én koude van oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of

trekking tot herkomst, duurzaamheid, luchtkwaliteit en vestigingsplaats. Energie uit

drinkwater (TED). Tevens kan er warmte worden gewonnen uit rioleringen, dit heet riother-

biomassa, en dan met name biowarmte, kan de warmtevraag invullen daar waar dit

mie. Het is nog onduidelijk wat de potentie van aquathermie in de regio is. In afbeelding

vooralsnog niet mogelijk is met andere hernieuwbare warmtebronnen. De langeter-

10 worden de bronnen in de regio weergegeven. Aquathermie (TEO) vanuit het Gooimeer/

mijnvisie van de provincie is echter gericht op het minimaliseren van de inzet ervan.

Eemmeer, de Eem en het Valleikanaal kan kansrijk zijn. Hierbij is het van belang dat er afstemming plaatsvindt met de RES Regio Foodvalley over het gebruik van het Valleikanaal

Wij zijn van mening dat gebruikte biomassa duurzaam en gecertificeerd moet zijn, en

voor aquathermie. Tevens zijn er kansen voor thermische energie uit afvalwater (TEA), bij de

aantoonbaar moet bijdragen aan de CO2-emissiereductie over de gehele keten in ver-

rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) in Woudenberg, Soest en Amersfoort. De potentie

gelijking met fossiele energie. Biomassa is waardevol en moet zo hoogwaardig moge-

wordt komende jaren onderzocht. De daadwerkelijke potentie van aquathermie hangt sterk

lijk worden ingezet. Energieopwekking door middel van verbranding en vergisting zien

af van de nabijheid van de warmtevraag, de dichtheid van deze warmtevraag en boven-

wij als een relatief laagwaardige toepassing van biomassa, waar alleen laagwaardige

strooms gebruik van het water. Bij de ontwikkeling van aquathermie moet er rekening mee

reststromen worden ingezet die niet inzetbaar zijn als grondstof voor hoogwaardiger

worden gehouden dat seizoensbuffering van warmte en koude in de bodem nodig is (WKO).

toepassingen.

Voor WKO gelden beperkingen of verboden in grondwaterbeschermingszones ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening (afhankelijk van de locatie).

Stand van zaken

In verband met de noodzaak van warmteaanbod in de nabijheid van de warmtevraag is

Lokale vaste (houtachtige) biogrondstoffen zijn beperkt aanwezig in de regio. De potentie is onvoldoende om als regionale bron te benutten. De aanwezige biogrondstoffen kunnen ingezet worden als (tijdelijke) warmtevoorziening voor warmtenetten. Ook kunnen biogrondstoffen een rol spelen als brandstof voor individuele warmteoplossingen.

de toepassing van aquathermie voorlopig met name geschikt voor lokale ontwikkelingen. Deze kunnen goed worden ingepast in de TVW’s. Dit is bijvoorbeeld al gedaan in Amersfoort:

Ten opzichte van de concept RSW zijn er geen ontwikkelingen voor deze warmtebron.

begin 2019 is door IF Technology (in opdracht van het waterschap) een rapport uitgebracht

Lokaal zijn er een aantal initiatieven op het gebied van biowarmte. Warmtebedrijf

over het gebruik van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) in de Amersfoortse wijk

Amersfoort heeft voor bedrijventerreinen De Hoef en Isselt de vergunning voor de bouw

Schothorst. Hieruit is gebleken dat collectieve WKO en TEO technisch, financieel en juridisch

twee biowarmte-installaties. De bouw van centrale de Hoef is reeds gestart, hier kan

haalbaar zijn. TEO lijkt voor realisatie van het wijkwarmteplan Schothorst-Zuid - waarbij mo-

lokale biomassa worden gestookt. Sinds september 2015 is De Nieuwe Stad voorzien

gelijk een warmtenet wordt ingezet - een belangrijke nieuwe bron.

van een biomassaketel.

44

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

als transitiebrandstof ingezet kan worden. Biogas is zeker tot 2050 noodzakelijk voor de rioolzuiveringsinstallaties en kan met name in de industrie en in monumentale kernen een grote rol van betekenis spelen. De RES Regio Amersfoort zet biogas in als transitiemiddel. De aanwezige warmtebronnen zijn met name een lokale aangelegenheid. In Woudenberg produceert De Greef Agro Energy jaarlijks 1,6 miljoen m3 groen gas, hierbij wordt dierlijke mest van de veehouderij als grondstof gebruikt. Deze productie is een voorbeeld van een lokaal initiatief. Het waterschap produceert daarnaast biogas op de RWZI in Amersfoort. In 2018 was de productie 3,5 miljoen m3 biogas. Vanuit de Regio is er bereidheid om soortgelijke initiatieven toe te staan bij het gebruik van lokale mest. De betrokken overheden zullen scherp toezien op de methode die gebruikt wordt bij de productie van biogas. Als regionale bron is in Bunschoten-Spakenburg momenteel een biovergistingsinstallatie aanwezig met tot voor kort een productie van 5-7 miljoen m3 groengas per jaar. De provincie Utrecht heeft de vergunning voor de deze biovergistingsinstallatie ingetrokken. Recent is de provincie in het gelijk gesteld door de rechtbank.

Op moment van schrijven is de toekomstige situatie van de biovergistingsinstallatie nog onbekend; mogelijke scenario’s zijn een hoger beroep, een nieuwe directie van het bedrijf of het stoppen van de biovergistingsactiviteiten.

5.3.6 5.3.4

Lokale restwarmte

Zonthermie

Tot nu toe heeft zonthermie nauwelijks een rol gespeeld in de warmtetransitie en kwam ook niet voor in de concept RSW. Landelijk worden zonneboilers als techniek kleinschalig toegepast voor met name de opwek van een deel van het warm tapwater. Door de grote

In de regio Amersfoort zijn er weinig restwarmtebronnen aanwezig en restwarmtebronnen

overbrugging tussen zomer en winter is seizoensopslag benodigd. De zonnewarmte die in

met een grote omvang lijken te ontbreken. Om na te kunnen gaan of er potentiële rest-

de zomer ingevangen wordt, dient opgeslagen te worden zodat deze in de winter ingezet

warmte is en of de aanwezige restwarmte inzetbaar is als warmtebron voor de gebouwde

kan worden voor ruimteverwarming. Om zonthermie in te zetten voor ruimteverwarming

omgeving zal nader onderzoek moeten plaatsvinden op lokaal niveau, bijvoorbeeld in de

is dus altijd een vorm van seizoensopslag nodig. Er zijn er ontwikkelingen op het gebied

TVW’s. De verwachting is dat restwarmte geen bijdrage levert binnen de RSW.

van seizoensopslag voor relatief kleine warmtenetten waarbij gebruik wordt gemaakt van

5.3.5

Biogas

PVT panelen (PV elektriciteit en T warmte). Ook moet een nieuwe generatie thermische zonnepanelen het mogelijk maken om zon-

Biogas is gas dat wordt geproduceerd door de vergisting van mest of andere afvalproduc-

der opslag een bron te kunnen zijn voor een warmtepomp. Hierdoor zou met beperkte

ten. Bij het gebruik van biogas wordt alsnog CO2 uitgestoten, maar de CO2-uitstoot is lager

inzet van een warmtepomp het gehele jaar door warmte voor ruimteverwarming en warm

dan bij het gebruik van fossiele brandstoffen. Het waterschap geeft daarom aan dat biogas

tapwater geleverd kunnen worden. Zonthermie- systemen kunnen zowel individueel als

45

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

collectief toegepast worden. De realisatie hiervan kan zowel op dak als in veldopstelling. De verwachting is dat dit met name lokale initiatieven zullen zijn. Voor de grootschalige

5.5

Naar RSW 2.0

toepassing van zonthermie is in Nederland nog weinig bekend. In het buitenland wordt

In de periode tussen RES 1.0 en RES 2.0 zijn alle TVW’s van gemeenten in de regio gereed.

zonthermie wel grootschalig ingezet waarbij velden met zonnecollectoren naastgelegen

De gemeenten stellen uiterlijk eind 2021 hun Transitievisie Warmte vast. In een aantal ge-

woonwijken verwarmen. Dit kan mogelijk een oplossing bieden voor buitenstedelijke ge-

meenten is deze al gereed. In RES 2.0 kunnen de lokale en regionale ontwikkelingen beter

bieden die moeilijk bereikbaar zijn door middel van warmte-infrastructuur, maar het be-

op elkaar worden afgestemd, zodat de opties die naar voren komen worden in de TVW’s

treft geen vraagstuk waar op dit moment regionale afstemming voor nodig is.

goed passen in de RSW en vice versa. In de RSW 2.0 (onderdeel van de RES 2.0) worden de

5.4

Regionale warmte infrastructuur

Om de warmtevraag en het warmteaanbod met elkaar te verbinden, is er een warmte-infrastructuur nodig. In de regio zijn er stedelijke gebieden aanwezig waar de warmtevraag voldoende dichtheid kent voor een collectieve infrastructuur. Voor de aanleg van deze infrastructuur is het van belang dat de investering en de omvang van de warmtebron past bij het aantal afnemers van de betreffende warmtebron. De haalbaarheid van warmtenetten en waar deze ingezet kunnen worden moet verder worden onderzocht. Deze kansen kunnen worden onderzocht aan de hand van de Transitievisies Warmte die door de gemeenten worden opgesteld. Hierin wordt vastgelegd hoe de warmtetransitie er per gemeente

regionale afspraken om te voorzien in de warmtebehoefte verder vastgelegd. Het is daarmee een nadere concretisering na de concept RSW en RSW 1.0.

5.5.1

Vervolg(kader) - beslispunten

In de RSW 2.0 (medio 2023) staan afspraken tussen de gemeenten, provincie, het waterschap en andere stakeholders over het voorgenomen gebruik van de (bovenregionale) warmtebronnen in relatie tot verschillende warmtevragers en de daarvoor benodigde infrastructuur. Om dit te bereiken zijn er in aanloop naar de RES 2.0 een aantal vervolgstappen nodig, te weten: ■Duidelijkheid over de financiële en/of (milieutechnische) haalbaarheid van (ultra)diepe geothermie Larderel;

uit gaat zien. Vooralsnog is er geen aanleiding voor regionale warmtenetten. Lokaal zijn kleinschalige collectieve oplossingen op lage temperatuur wel realistisch.

■ Onderzoek mogelijkheid diepe geothermie Amersfoort;

Uit de voorgaande inventarisatie van warmtebronnen in de regio blijkt dat er een aantal

■ Samen met de provincie en waterschap de (regionale) mogelijkheid van aquathermie onderzoeken voor de Eem, het Eemmeer, Nijkerkernauw, het Valleikanaal en de Grift;

bronnen zijn met regionale potentie. Omdat nog niet duidelijk is of deze bronnen bruikbaar zijn voor regionaal gebruik, is de realisatie van regionale warmte-infrastructuur nu niet zinvol. Mogelijk kunnen geothermie of aquathermie in de toekomst een regionale warmte-infrastructuur verantwoorden. De potentie van deze bronnen hangt sterk af van de aanwezige concentratie van de warmtevraag en de nabijheid van de warmtebron. De collectieve warmtesystemen zullen daarom vooralsnog een lokaal karakter hebben. In de regio zijn er enkele ontwikkelingen op het gebied van warmtenetten. Een voorbeeld

■ Onderzoek doen naar TEA (RWZI’s); ■ Nader onderzoek om na te gaan of de industriële restwarmtebronnen in de regio geschikt zijn voor de levering van restwarmte. Waarbij we ons er bewust van zijn dat er ondanks alle potentie er geen gebruik gemaakt van kan worden van alle bronnen als er niet ingezet wordt op een infrastructuur om de warmte te distribueren.

hiervan is het projectinitiatief van Duurzaam Opwekken Amersfoort. Dit werkt aan het opzetten van een warmtenet in de stad Amersfoort dat gebruikt maakt van lokale bronnen voor het opwekken van warmte. Hierbij wordt gestart met een tracé vanuit industrieterrein De Hoef en een tracé vanuit industrieterrein de Isselt. Het warmtenetwerk zal vervolgens meegroeien met de vraag naar duurzame warmte.

Tabel 33: Beslispunten Regionale Structuur Warmte.

46

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

6. B  estuurlijk en Maatschappelijk draagvlak

6.1.

Toelichting regionale samenwerking

Als regio werken de verschillende gemeenten al 50 jaar samen op uiteenlopende thema’s. Voor de Regionale Energiestrategie is deze samenwerking van de 7 gemeenten, Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, uitgebreid met de provincie Utrecht, Stedin en het Waterschap Vallei en Veluwe. Zowel het Waterschap als de Provincie kijken over de regiogrenzen heen en leggen de RES meteen ook langs de Provinciale Omgevingsvisie / verordening en het Blauwe OmgevingsPlan (BOP) van het Waterschap. Stedin zit ook vanaf de start aan tafel. We kunnen de RES-opgave namelijk niet zonder Stedin realiseren. Stedin gaat in de regio over de energie infrastructuur en helpt om zicht te krijgen op hoe de grootschalige opwek van zonne- en windenergie straks wordt aangesloten op het net. Samen met hen kijkt de regio waar capaciteit is op het netwerk, waar uitgebreid kan worden en waar we in de toekomst eventueel een nieuw station nodig hebben. Daarnaast is zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau de samenwerking gezocht met de aangrenzende RES-regio’s, RES U16, RES Foodvalley, RES Noord-Holland Zuid en RES Flevoland en aangrenzende netbeheerders zoals Liander. Tijdens de verschillende bijeenkomsten is kennis en ervaring uitgewisseld over de inrichting van participatie, communicatie en de denkrichtingen voor de inhoudelijke keuzes.

De afgelopen maanden is ook op bestuurlijk niveau en vanuit het programmateam regelmatig contact geweest met het NP RES en het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Economische Zaken. Verschillende leden van het programmateam hebben deelgenomen aan kennissessies van het NP RES, de bestuurlijke programma’s en de workshops.

6.2.

Betrokkenheid netbeheerders

Bij de inrichting van de Governance structuur is ervoor gekozen om Stedin in alle lagen van de structuur toe te voegen. Een van de directieleden van Stedin neemt vanaf de start deel aan het Bestuurlijk Overleg RES. Stedin neemt ook deel aan het kernteam waar de inhoudelijke voorstellen en keuzes zijn voorbereid en aan de verschillende expertsessies die zorgen voor de verdiepingsslag om te komen tot de denkrichtingen en kansrijke zones. Stedin heeft tijdens de verschillende overleggen inzichten verstrekt over hoe de grootschalige opwek van duurzame energie past bij de mogelijkheden van de bestaande en toekomstige netinfrastructuur. Daarnaast heeft Stedin bij verschillende informatiebijeenkomsten van inwoners en belanghebbenden een presentatie gegeven over het belang van systeem efficiëntie en de mogelijkheden binnen de huidige netinfrastruur in de Regio Amersfoort.

47

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

6.3. Bestuurlijke besluitvorming

en georganiseerde bewonersinitiatieven betrokken werden bij het bepalen van de kansrijke

Bestuurlijk overleg RES

werd de focus verschoven naar lokale procesparticipatie. Daarbij was het uitgangspunt per

gebieden voor de opwek van duurzame elektriciteit. Na de vaststelling van de Concept RES

Bij de inrichting van de Governance structuur is ervoor gekozen om per gemeente één be-

gemeente verschillend. Zo heeft de gemeente Amersfoort al een lokaal uitnodigingskader

stuurder deel te laten nemen aan het Bestuurlijk Overleg (BO-RES). Het BO-RES bestaat

voor zon- en windenergie projecten. De gemeenten hebben verschillende lokale duurzaam-

daarmee uit zeven gemeentelijke bestuurders, een gedeputeerde van de provincie Utrecht,

heidsambities en zijn afhankelijk van het start moment al gevorderd met lokale participatie

een heemraad namens Waterschap Vallei en Veluwe en een directielid van Stedin. Met deze

en concretisering van beleid.

structuur wordt de verbinding gelegd tussen elke bestuurder van het BO-RES en de afzonderlijke colleges en dagelijkse besturen.

Betrokkenheid raads- staten- en AB-leden

Bij de uitwerking van de RES 1.0 lag de focus vooral op het uitwerken van de kansrijke gebieden. Daarom is ingezet op het gesprek met de inwoners en lokale belanghebbenden. Alle gemeenten, behalve gemeente Amersfoort die al eerder een uitnodigingskader vaststelde,

Vanaf de start van het proces zijn de raads-, staten- en AB-leden regelmatig geïnformeerd

zijn aan de slag om een lokaal uitnodigingskader te ontwikkelen voor initiatieven op het

over de stand van zaken rond de totstandkoming van de Regionale Energiestrategie. In de

gebied van zon- en windenergie. Tijdens het proces om te komen tot deze uitnodigings-

periode van Concept RES tot RES 1.0 zijn er drie informatiebijeenkomsten georganiseerd

kaders worden inwoners en lokale belanghebbenden betrokken. Zo kunnen zij meepraten

voor volksvertegenwoordigers om hen goed en regelmatig te informeren over de stand van

over mogelijk nieuwe kansrijke gebieden voor zon- en windenergie binnen hun gemeente

zaken rond de RES.

en aangeven welke kansen en bedreigingen zij signaleren. In bijlage 1 wordt een overzicht

6.4 Gevolgen COVID-19 virus voor Participatie Het afgelopen half jaar hebben de maatregelen om het COVID-19 virus in te perken vergaande gevolgen gehad voor de manier waarop binnen de RES in gesprek kon worden gegaan met inwoners en belanghebbenden. De mogelijkheden om bijeenkomsten te organiseren

gegeven van de lokale participatie per gemeente. Daarnaast worden ook de randvoorwaarden voor de realisatie van projecten ontwikkeld. Hierbij komen thema’s als lokaal eigendom en financiële participatie aan bod.

Overzicht regionale participatie

voor grotere groepen waren zeer beperkt. Over het algemeen is daarom ervoor gekozen om

Regionale Energie Alliantie (doorlopend eens per maand)

digitale vormen van participatie in te zetten, waaronder webinars, bijeenkomsten, enquêtes

RES Amersfoort neemt samen met RES U16 en RES Foodvalley deel aan de Regionale

en polls. Tijdens het proces om te komen tot de RES 1.0 heeft de focus gelegen op het star-

Energie Alliantie, een samenwerkingsverband tussen NMU, Utrecht Sustainability Institute

ten van de lokale participatie en communicatie rond de RES. Op regionaal niveau zijn er een

en Energie van Utrecht. Een aantal gemeenten binnen de provincie Utrecht en water-

aantal gerichte initiatieven geweest met regionale belanghebbenden.

schappen nemen hier ook aan deel. Doel is kennisuitwisseling en afstemming tussen de

6.5 Participatie

verschillende activiteiten. Defensie (regelmatig overleg)

De energietransitie is een van de grote uitdagingen van deze tijd. Het is niet alleen een

Een van de zoekgebieden uit de Concept RES was de Leusderheide. Hier werd in de Con-

technisch en economisch vraagstuk, het is bovenal een maatschappelijk vraagstuk. Door

cept RES de mogelijkheid beschreven voor 14 windmolens. De Leusderheide bestaat voor

de complexiteit van de uitdaging en de impact die het kan hebben op de ruimte die wij

een groot deel uit Defensieterrein. Daarom is al snel contact gezocht met zowel het Rijks-

met z’n allen delen, is het belangrijk dat iedereen mee kan doen. In de aanloop richting de

vastgoed Bedrijf als Defensie om dit zoekgebied te onderzoeken en uit te werken waar

Concept RES lag de nadruk op regionale participatie, waarbij regionale belanghebbenden

reële mogelijkheden voor zon- of windenergie binnen dit gebied liggen.

48

Regionale Energie Strategie 1.0

••••

Rijkswaterstaat (eens per maand) Een andere belangrijke zoekrichting uit de Concept RES is zon- en windenergie langs in-

Lokale participatie

De afgelopen maanden zijn alle gemeenten aan de slag gegaan om een proces vorm te

frastructuur. Op dit moment is het overleg gestart met Rijkswaterstaat over de mogelijkhe-

geven waarin inwoners en lokale belanghebbenden betrokken en geïnformeerd werden

den rond de A1, A28 en A12.

over de RES. Bij verreweg de meeste gemeenten werd ook gewerkt aan een lokaal uitnodigingskader voor initiatieven op het gebied van zon- en windenergie. Doel is om:

JongRES (december 2020) In samenwerking met het NP RES heeft JongRES, als subafdeling van Youth for Climate

• Kaders en randvoorwaarden vast te stellen voor zon- en windenergieprojecten;

Change, een enquête uitgevoerd onder jongeren over de energietransitie. Naar aanleiding

• In kaart te brengen welke aanvullende mogelijkheden er zijn binnen de gemeente

van de resultaten van de enquête is er contact met JongRES geweest om te kijken hoe we jongeren beter kunnen betrekken. Helaas is er momenteel geen vast aanspreekpunt voor

voor zon- en windenergieprojecten; • Daar waar dit nog niet was opgestart, participatie met inwoners en lokale belangheb-

JongRES Midden-Nederland.

benden over de lokale impact van de RES. • Iedere gemeente onderschrijft het belang van de regionale samenhang in de inhoud

LTO (oktober – heden regelmatig overleg 1 x per 3 weken)

en het belang van de regionale samenwerking tijdens het proces om de doelen van

Grootschalig zon op dak is een van de pijlers uit de Concept RES waar onder andere agrariërs

de Regionale Energie Strategie te behalen. Iedere gemeente kent wel een ander uit-

een belangrijke partij zijn. Met LTO is eind 2020 overleg geweest over de mogelijkheden om

gangspunt waar het gaat om de energietransitie. Dit heeft tot gevolg dat er verschil-

webinars op te zetten voor agrariërs uit de regio om hen te informeren en motiveren om

lende snelheden in de lokale processen.

deel te nemen aan een pilot rond zon op dak. Bedoeling is om de activiteiten met LTO de komende maanden te intensiveren. Daarnaast heeft LTO een zienswijze ingediend waarmee

In bijlage 1 geeft iedere gemeente een toelichting op de voortgang die is geboekt. In het

zij een heldere lijn uitzetten hoe wat hen betreft de energietransitie in RES Amersfoort kan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3166/documents/28778