Rapportage 'Actualisatie Grondexploitaties 2022' (27135) (2.0).Pdf
Tekst van het document
2021 204.856 109.262 95.594
2022 179.000 47.250 131.750
2023 89.750 22.500 67.250
2024 74.125 22.000 52.125
2025 65.375 22.000 43.375
2026 61.500 22.000 39.500
Pagina 33 van 42
Totaal 613.106 223.012 390.094
9. Vennootschapsbelasting De gemeente Leusden is met ingang van 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig. Uit een eerdere analyse is destijds naar voren gekomen dat de vennootschapsbelastingplicht ook geldt voor het voeren van grondexploitaties. De gemeente heeft eind 2019 een vaststellingsovereenkomst (VSO) gesloten met de Belastingdienst waarin onder meer afspraken zijn vastgelegd over de wijze waarop de fiscale openingsbalanswaarde moet worden bepaald. Dit leidt voor de gemeente tot een aanzienlijk lagere vennootschapsbelasting-last dan oorspronkelijk was geraamd. Naar aanleiding van de vaststellingsovereenkomst zijn de aangiften 2016, 2017 en 2018 (opnieuw) ingediend. Op basis hiervan is over de periode 2016 t/m 2018 ongeveer € 50.000,- aan vennootschapsbelasting verschuldigd. Deze last is 2019 verantwoord en wordt gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf. De te betalen vennootschapsbelasting door de gemeente wordt bepaald op het totaal van activiteiten die vennootschapsbelastingplichtig zijn. Naar verwachting is de gemeente over haar grondbedrijfsactiviteiten in 2021, 2023 en 2024 vennootschapsbelasting verschuldigd, respectievelijk €48.000, € 120.000 en € 79.000. Deze lasten worden gedekt uit de algemene reserve grondbedrijf.
Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 34 van 42
10. Risicoanalyse De ramingen van de kosten en opbrengsten in de grondexploitaties zijn gebaseerd op reële uitgangspunten. Als gevolg van projectspecifieke of -overstijgende omstandigheden kunnen hierop afwijkingen ontstaan, zowel in negatieve als in positieve zin. Dit wordt gezien als risico. Conform de Nota Risicomanagement uit 2010 wordt het risicoprofiel ten aanzien van de grondexploitaties bepaald aan de hand van de zogeheten IFLO-norm (Inspectie Financiën Lagere Overheid). Dit komt neer op het volgende: ▪ 10% van de boekwaarde per 1 januari 2022; ▪ 3% van de per 1 januari 2022 nog voorziene kosten; ▪ 5% van de per 1 januari 2022 nog voorziene opbrengsten. Het totaal van bovengenoemde posten wordt verminderd met de in de grondexploitaties opgenomen posten onvoorziene kosten als onderdeel van de ramingen en vermeerderd met een vast bedrag van € 600.000 ten aanzien van voorbereidingskosten en algemene kosten van het Grondbedrijf. Toepassing van voornoemde methodiek leidt tot de volgende tabel. Risico's Hamersveldseweg 136 e.o. Valleipark Larikslaan De Buitenplaats De Plantage Groot Agteveld Mastenbroek II Mastenbroek II Totaal Stelpost overige risico's Benodigde weerstandscapaciteit
GREX GREX GREX GREX FAC FAC GREX FAC
IFLO-norm
Onvoorziene kosten
Netto risicoprofiel
149.178 -67.889 49.148 -8.484 43.454 27.140 733.121 8.808 192.547
60.000 72.165 21.448 16.025 14.053 0 654.770 0 183.690
89.178 0 27.701 0 29.401 27.140 47.011 8.808 229.238 600.000 829.238
Uit de tabel komt naar voren dat de benodigde weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf ongeveer € 0,8 miljoen bedraagt. Bij de actualisatie in 2021 kwam de berekening uit op ongeveer € 1,0 miljoen. De afname is voornamelijk toe te schrijven aan de voortgang van een aantal projecten. Hierin zijn aanzienlijke kosten gemaakt en opbrengsten gerealiseerd, daardoor zijn ook de bijbehorende risico’s komen te vervallen. In de bijlage is een uitgebreide tabel opgenomen ten aanzien van de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
Risicoanalyse Bij de actualisatie in 2022 is voor de grondexploitaties tevens een risicoanalyse uitgevoerd. Per exploitatie zijn de risico’s geïnventariseerd en gekwantificeerd aan de hand van de kans van optreden en het maximale effect. De kans van optreden wordt uitgedrukt in een percentage tussen nul en honderd procent. Gemakshalve zijn hierbij de volgende kansklassen gehanteerd: zeer kleine kans (10%); kleine kans (25%), matige kans (50%), grote kans (75%) en zeer grote kans (90%). Risico’s met een kans van optreden van meer dan 90% worden niet meer als risico’s gezien, maar als (bijna) zekere gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen worden daarom als kosten geraamd en ingeboekt in de grondexploitatie. Een bijkomend uitgangspunt is dat positieve risico’s veiligheidshalve (voorzichtigheidsbeginsel) niet worden meegenomen. Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 35 van 42
Voornoemde methodiek resulteert per exploitatie in een gewogen risico-effect. Dit effect is vervolgens afgezet tegen de onvoorziene kosten die opgenomen zijn in de ramingen. Deze post is feitelijk een eerste buffer om risico’s op te vangen.. Op totaalniveau gaat het om een risicoprofiel van € 126.000 wat direct voortvloeit uit de grondexploitaties. In de bijlage zijn per exploitatie de geïnventariseerde risico’s en het gewogen risico-effect inzichtelijk gemaakt. Als onderdeel van de risicoanalyse is er in een aantal de exploitaties een wat-als simulatie gedaan als de kostenstijging met een hoger percentage dan de in hoofdstuk 3 aangegeven 3% zal stijgen. Voor het grootste gedeelte van de exploitaties is het risico effect zeer beperkt, de geraamde kosten worden op een dusdanig korte termijn gemaakt (binnen één jaar) dat de stijging gedurende deze periode beperkt is. Daarnaast zijn in de In de risicoanalyses onder meer risico’s opgenomen als de kosten met een aanzienlijk percentage afwijken van de ramingen. Hierin wordt dan ook het risico voor een onverwachte kostenstijging opgevangen. Daarnaast zijn er nog overige risico’s van het Grondbedrijf. In de basis gaat het om de volgende elementen: ▪ Voor de strategische gronden geldt het risico dat de boekwaarde hoger is dan de marktwaarde.
Uitgangspunt voor de waardering van deze gronden is de verkrijgingprijs met bijkomende kosten tenzij er sprake is van een (duurzame) lagere marktwaarde. In dat laatste geval moeten de gronden worden afgewaardeerd tot deze marktwaarde. Gronden die voor 2019 door de gemeente verworven zijn blijven gewaardeerd tegen de bestaande boekwaarde met in achtneming van de regel over een lagere marktwaarde. De strategische grond in bezit van de gemeente voldoen aan de bovenstaande criteria, er is derhalve geen risicobedrag opgenomen. ▪ Bij de geactiveerde planvoorbereidingskosten geldt het risico dat de kosten niet binnen 5 jaar worden ingebracht in een gemeentelijke grondexploitatie of worden verhaald op basis van een anterieure overeenkomst. De kosten moeten in dat geval worden afgeboekt. Per 1 januari 2022 zijn de geactiveerde planvoorbereidingskosten ongeveer € 138.000. Uitgaande van een kleine kans van optreden (25%) dat de planvoorbereidingskosten moeten worden afgeboekt, is het gewogen risicoeffect bepaald op € 34.500 ▪ Ten aanzien van de vennootschapsbelasting is sprake van het risico dat meer belasting moet worden betaald dan momenteel is begroot. In 2019 is de gemeente echter een vaststellingovereenkomst (VSO) aangegaan met de Belastingdienst. Dit leidt tot een lagere vennootschapsbelasting last dan oorspronkelijk is geraamd.
Voor de toekomst wordt evenwel een totale aanslag van € 247.000 verwacht, uitgaande van een bepekte kans dat deze aanslag hoger uitvalt (25%) wordt het gewogen risico effect bepaald op € 62.000 ▪ Voor de algemene kosten van het Grondbedrijf geldt ook het risico van overschrijding. Indien drie opeenvolgende jaren sprake is van een overschrijding van € 50.000 ten opzichte van de begrote kosten, dan betreft het een bedrag van € 150.000.
Conclusie Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse komt per saldo een risicoprofiel naar voren van € 372.500 (€ 126.000 + € 34.500 + € 62.000 + € 150.000). Dit is lager dan het risicoprofiel van ongeveer € 0,8 miljoen, welke volgt uit methodiek conform de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement (IFLO-norm + vast bedrag van € 600.000). Voor de benodigde weerstandscapaciteit van het Grondbedrijf wordt aangesloten bij het bedrag van € 0,8 miljoen. Hiermee is dus sprake van voldoende buffer om nadelige risico-effecten op te kunnen vangen.
Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 36 van 42
11. Algemene Reserve Grondbedrijf De gemeente Leusden beschikt over een Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG). Het doel van de reserve is meervoudig, onder meer het afdekken van tekorten bij negatieve grondexploitaties, het afwaarderen van strategische gronden voor zover de boekwaarde hoger is dan de verwachte marktwaarde en het opvangen van onvoorziene tegenvallers (projectrisico’s). De reserve wordt gevoed door voordelige saldi bij het sluiten van grondexploitaties en tussentijdse winstnemingen uit grondexploitaties. In onderstaande tabel is de stand van de ARG inzichtelijk gemaakt. Teneinde een inschatting te maken of de reserve toereikend is voor de komende jaren, is tevens het verloop van de reserve in beeld gebracht. Algemene Reserve Grondbedrijf 1. Stand per 1-1 (bruto) 2. Verliesvoorzieningen per 1-1 3. Reserveringen per 1-1 4. Stand per 1-1 (netto) Toevoegingen 5. Resultaatnemingen 6. Stortingen Ontrekkingen 7. Onttrekkingen Dotaties Reserve Bovenwijkse 8. Voorzieningen Dotaties Algemene Reserve Algemene 9. Dienst
2021 2.073.552 114.000 65.000 1.894.552
2022 922.584 0 37.500 885.084
2023 670.839 0 7.500 663.338
2024 413.703 0 0 413.702
2025 806.224 0 0 806.223
2026 651.224 0 0 651.223
214.000 16.188
489.187 0
369.362 0
626.521 0
0 0
1.452.406 0
-496.621
-380.162
-275.000
-234.000
-155.000
-155.000
0
-360.770
-351.498
0
0
-369.060
-884.534
0
0
0
0
0
10. Stand per 31-12
1.807.118
670.839
413.703
806.224
651.224
1.579.570
11. Mutaties verliesvoorziening in jaar 12. Mutaties reservering in jaar
-114.000 -27.500
0 -30.000
0 -7.500
0 0
0 0
0 0
Weerstandsvermogen A Aanwezige weerstandscapaciteit per 1-1 B Benodigde weerstandscapaciteit C Resultaat weerstandsvermogen D Ratio weerstandsvermogen
2021 1.894.552 1.010.018 884.534 1,88
2022 885.084 829.238 55.845 1,07
2023 663.338 865.410 -202.072 0,77
2024 413.702 669.592 -255.890 0,62
2025 806.223 600.000 206.223 1,34
2026 651.223 600.000 51.223 1,09
Conclusie Uit de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit blijkt dat de Algemene Reserve Grondbedrijf bij gelijkblijvende uitgangspunten toereikend is om het risicoprofiel af te dekken. Per 1 januari 2022 is namelijk sprake van een ratio van 1,07. Dit komt overeen met de kwalificatie ‘voldoende’. Het is de verwachting dat de ratio de komende jaren zal dalen onder het gewenste minimale niveau van 0,8. Kanttekening hierbij is dat er naar verwachting in 2022 en verder een aantal nieuwe exploitaties geopend zal worden. De effecten van deze nieuwe exploitaties zijn vanzelfsprekend nog niet opgenomen. Ook zullen tussentijdse winstnemingen nog positief van invloed zijn op het verloop van de ratio. De gemeenteraad heeft in 2010 vastgesteld om voor het Grondbedrijf te streven naar een ratio van 1,00 met een toegestane bovengrens van 1,20 en ondergrens van 0,8. Aangezien de huidige ratio zich nog binnen de toegestane bandbreedte bevind, is het niet noodzakelijk aanvullende maatregelen te treffen, wel zal voor de Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 37 van 42
toekomst uitdrukkelijk gemonitord moeten worden of de ratio niet lager uitvalt t waardoor wel maatregelen noodzakelijk zullen zijn. Als de ratio aanzienlijk hoger ligt dan 1,0 kan overwogen worden het surplus ten opzichte van de benodigde weerstandcapaciteit binnen de gemeente op een andere wijze aan te wenden. Gezien het maar beperkt hoger liggen van de ratio ten opzichte van de gewenste 1,0 en de doorkijk waarbij de ratio in de komende jaren onder de 1,0 zal komen te liggen worden nu geen voorstellen gedaan om het surplus op een andere wijze aan te wenden. Toelichting Algemene Reserve Grondbedrijf 1. Dit is de bruto stand per 1 januari van de genoemde jaren exclusief de reeds getroffen verliesvoorzieningen en reserveringen. 2. Dit zijn de reeds getroffen verliesvoorzieningen per 1 januari en in opvolgende jaren gesaldeerd met de mutaties van het negatief resultaat onder 11 3. Dit zijn de reserveringen per 1 januari en in opvolgende jaren gesaldeerd met de mutaties onder 12. 4. Dit is de netto stand per 1 januari van de genoemde jaren inclusief de reeds getroffen verliesvoorzieningen en reserveringen. 5. Dit zijn de resultaatnemingen. In 2021 is bij een tweetal complexen een tussentijdse winst genomen op basis van de regelgeving met een waarde van € 214.000 . Vanaf 2022 gaat het telkens om de voorziene eindwaarde van de grondexploitatie.
Als gevolg van verplichte tussentijdse winstnemingen zal de resultaatneming bij positieve grondexploitaties in de praktijk gefaseerd plaatsvinden. Dit is echter niet verwerkt in onderstaande tabel omdat de tussentijdse winsten afhankelijk zijn van de Percentage of Completion per project en deze pas bij iedere jaarrekening met voldoende zekerheid is vast te stellen. Resultaatnemingen Hamersveldseweg 136 e.o. Valleipark Larikslaan De Plantage Groot Agteveld Mastenbroek II (GREX) Mastenbroek II (FAC) Totaal
2022 151.056 260.278 77.853 0 0 0 0 489.187
2023 0 0 0 0 369.362 0 0 369.362
2024 0 0 0 626.521 0 0 0 626.521
2025 0 0 0 0 0 0 0 0
2026 0 0 0 0 0 1.448.209 4.197 1.452.406
6. Dit zijn de storingen die worden gedaan in de Algemene Reserve Grondbedrijf. In 2021 gaat het om opbrengsten uit tijdelijke beheer van gronden. 7. Dit zijn de onttrekkingen die worden gedaan aan de ARG. In 2021 gaat het om een bedrag van ongeveer € 496.600, ten behoeve van rentecompensatie, het algemeen beheer van het Grondbedrijf, de Vennoorstschapsbelastingsaanslag voor 2020 en 2021 en de uitvoering van het raadsbesluit om sloop en de inrichting van de openbare ruimte bij IKC Groenhouten (gedeeltelijk) ten laste te brengen van de ARG. De BBV-wijzigingen in 2016 hadden voor de gemeente Leusden namelijk tot gevolg dat geen rente meer kon worden toegerekend aan de grondexploitaties en daarmee een negatief effect op de begroting. Om het negatieve renteresultaat te dekken, is besloten tot een aantal incidentele onttrekkingen uit de ARG. In 2021 gaat het om een bedrag van € 22.200. Op basis van de verwachte resultaten van de exploitaties is voor 2021,2023 en 2024 een aanslag VPB opgenomen, voor 2021 gaat dit om een bedrag van €48.000. In 2021 is Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 38 van 42
een bedrag van € 500.000 aan de onttrekkingen toevoegt als gevolg van het raadsbesluit om sloop en de inrichting van de openbare ruimte bij IKC Groenhouten (gedeeltelijk) ten laste te brengen van de ARG. Dit bedrag is door aansluiting bij de daadwerkelijk uitgaven nu gesplitst over 2021 en 2022, de ontrekking aan de ARG bedraagt hierdoor respectievelijk € 282.500 en € 217.500 in de betreffende jaren.
Onttrekkingen Rentecompensatie Algemeen beheer Vpb-aanslag IKC Groenhouten Totaal
2021 22.200 143.883 48.000 282.538 496.621
2022 7.700 155.000 0 217.462 380.162
2023
2024
2025
2026
155.000 120.000
155.000 79.000
155.000 0
155.000 0
275.000
234.000
155.000
155.000
8. Dit betreffen de dotaties aan de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen. Als gevolg van de BBV-wijzigingen in 2016 is het niet meer toegestaan om (jaarlijks) vanuit een grondexploitatie een bijdrage te doen aan de reserve voor bovenwijkse voorzieningen. Bijdragen aan deze bestemmingsreserve kunnen alleen nog plaatsvinden via resultaatsbestemming. Binnen de gemeente Leusden loopt dit via de Algemene Reserve Grondbedrijf. In onderstaande tabel zijn de voorziene afdrachten opgenomen waarbij het jaar van afdracht veelal gelijk is aan de voorziene einddatum van de bijbehorende grondexploitatie. Dotaties Afdracht Hamersveldseweg 136 e.o. Afdracht Valleipark Afdracht De Plantage Afdracht Mastenbroek Totaal
2021
2022 160.770 200.000
2023
2024
2025
2026
0
0
369.060 369.060
351.498 0
360.770
351.498
9. Dit betreffen de dotaties aan de Algemene Reserve van de Algemene Dienst. Bij de Voorjaarsnota 2020 is besloten om een bedrag van € 884.534 (dotatie algemene dienst van € 524.534 en een dotatie ter dekking van een verplichting bij de ontwikkeling van Atria/Atlas van € 360.000) te onttrekken. 10. Dit is de stand per 31 december van de genoemde jaren. 11. Dit zijn de mutaties in de verliesvoorzieningen. Bij de actualisatie 2022 betreft het per saldo een vrijval van de verliesvoorzieningen van € 114.000 door de een verbetering in het projectresultaat van De Buitenplaats waardoor hiervoor geen verliesvoorziening getroffen meer hoeft te worden. Mutaties verliesvoorzieningen De Buitenplaats Totaal
2021 -114.000 -114.000
2022 0 0
2023 0 0
2024 0 0
12. Dit zijn de mutaties van de reserveringen. Hierin is in 2021 een beperkt aantal kosten voldaan uit de ingestelde reserveringen en zijn de reserveringen bijgesteld naar aanleiding van de nog te verwachten kosten. Dit betreft per saldo een mutatie (verlaging) van € 27.500 Toelichting Weerstandsvermogen A. De aanwezige weerstandscapaciteit is het vermogen dat aanwezig is om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De aanwezige weerstandscapaciteit is gelijk aan het vrij besteedbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf per 1 januari van de genoemde jaren. Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 39 van 42
B. De benodigde weerstandscapaciteit is het vermogen dat aanwezig dient te zijn om de niet-begrote financiële tegenvallers af te dekken. De benodigde weerstandscapaciteit is gelijk aan het berekende risicoprofiel van de grondexploitaties en strategische gronden. C. Het resultaat weerstandsvermogen betreft het saldo van het vrij besteedbare deel van de reserve minus het risicoprofiel. D. De ratio van het weerstandsvermogen maakt inzichtelijk in hoeverre de Algemene Reserve Grondbedrijf in staat is om financiële tegenvallers af te dekken. De ratio is gelijk aan het quotiënt van de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit.
Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 40 van 42
12. Conclusies & Besluiten Onderliggend rapport vormt een actualisatie van alle door de gemeenteraad vastgestelde grondexploitaties en de voorraad aan strategische gronden. Bij deze actualisatie is sprake van de aanpassing van budgetten (op basis van actuele inzichten) en uitgiftetempo (op basis van marktontwikkelingen). Hierbij valt te concluderen dat de ontwikkelingen binnen de projecten ten opzichte van de actualisatie in 2021 over het algemeen beperkt vertraagd zijn maar een verbetering van het exploitatieresultaat laten zien. Dit laatste is met name toe te schrijven aan de doorzettende stijging van de grondprijzen. Het Besluit Begroting en Verantwoording stelt gemeenten verplicht om op basis van de PoC-methode (Percentage of Completion) tussentijdse winsten te nemen bij grondexploitaties met een voorzien positief resultaat. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt periodiek vastgesteld om tot tussentijdse winstnemingen over te gaan. In 2021 zijn geen exploitaties afgesloten wel wordt door de realisatie van enkele grondverkopen bij een tweetal exploitaties tussentijdse winst genomen. Het betreft de exploitatie van Valleipark en Larikslaan voor een totaal van € 214.000. Ondanks de verkoop van een aanzienlijk perceel op De Buitenplaats is hier nog zoveel onzekerheid dat het nemen van een tussentijds winst niet mogelijk is.
De verkoop van het perceel op De Buitenplaats en de aanpassing van de uitgifteprijzen maakt echter wel dat er geen negatief exploitatieresultaat meer wordt voorzien. De daartoe getroffen verliesvoorziening van € 114.000 komt daarmee te vervallen. Wat betreft de huidige exploitaties in het grondbedrijf wordt een positief resultaat van afgerond € 2,8 miljoen op netto contante waarde verwacht. Dit is een aanzienlijk verbetering ten opzichte van de actualisatie in 2021, die destijds circa € 1,2 miljoen was. Dit verschil wordt met name veroorzaakt doordat in 2021 de grondexploitatie en facilitaire exploitatie voor Mastenbroek II zijn geopend, deze dragen voor circa 1,3 miljoen bij aan de verbetering van het resultaat. De geactualiseerde risicoanalyse resulteert op basis van de methodiek in de Nota Risicomanagement uit 2010 in een risicoprofiel van ongeveer € 0,8 miljoen. Dit betreft een beperkte afname ten opzichte van de actualisatie in 2021, waarbij het risicoprofiel nog uitkwam op ongeveer € 1,0 miljoen. De afname is te relateren aan de afsluiting en voortgang van de projecten, ofwel lagere boekwaarden en minder voorziene kosten en opbrengsten. De risico’s die gelopen worden bij de ontwikkeling van Mastenbroek II zijn op dit moment nog relatief beperkt, de gronden zijn nog niet geheel in eigendom van de gemeente en er zijn nog relatief weinig verdere verplichtingen aangegaan.
Het risicoprofiel van ongeveer € 0,8 miljoen is aangemerkt als benodigde weerstandscapaciteit in de Algemene Reserve Grondbedrijf (ARG). Bij gelijkblijvende uitgangspunten is de stand van de Algemene Reserve Grondbedrijf hoog genoeg om dit risicoprofiel af te dekken. Per 1 januari 2022 is namelijk sprake van een ratio van 1,07. Dit komt overeen met de kwalificatie ‘voldoende’. De gemeenteraad heeft in 2010 vastgesteld om voor het Grondbedrijf te streven naar een ratio van 1,00 met een toegestane bovengrens van 1,20 en een ondergrens van 0,80. Aangezien de huidige ratio hier boven ligt, zijn nu geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. De hoogte van ratio is echter dusdanig dat er geen ruimte is om het surplus op een andere wijze in de gemeente aan te wenden.
Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 41 van 42
Besluiten 1.
Vast te stellen het rapport ‘Actualisatie Grondexploitaties 2022’ en daarmee; a. De omvang van de verliesvoorzieningen voor grondcomplexen te verlagen met een bedrag € 114.000 naar nihil; b. Een tussentijdse winst op grondexploitaties Valleipark en Larikslaan ten nemen voor een bedrag van totaal € 214.000 en dit bedrag toe te voegen aan de Algemene Reserve Grondbedrijf; c. De reserveringen voor nog te verwachte kosten bij de afgesloten exploitaties Leusden Zuid en De Biezenkamp te verlagen met een bedrag van € 27.500 naar € 37.500; d. De begroting in lijn te brengen met de geraamde kosten en opbrengsten voor de jaarschijf 2022 .
Actualisatie Grondexploitaties 2022
Pagina 42 van 42