CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

rapport VBBA over Leusden_militair_complex_Leusderheide_def.pdf

BOB-avond beeld- en oordeelsvormende sessies 18 april 2024, gemeente LeusdenBij agendapunt: 3: Nieuwbouw Technology Centra Land (TCL) toelichting op de nieuwbouwplannen16.496 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

CULTUURHISTORISCHE VERKENNING MET WAARDESTELLING

HISTORISCH MILITAIR COMPLEX EN OPSTALLEN OP DE LEUSDERHEIDE DOORNSEWEG 13A LEUSDEN

JANUARI 2024

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

INHOUD VOORWOORD .................................................................................................................................................. 2 OBJECTOVERZICHT ........................................................................................................................................... 3 GESCHIEDENIS .................................................................................................................................................. 6 HET BEGIN ............................................................................................................................................................. 6 AANLEG NIEUWE SCHIETBANEN ................................................................................................................................ 10 HET INTERBELLUM ................................................................................................................................................. 12 TWEEDE WERELDOORLOG....................................................................................................................................... 16 NA DE TWEEDE WERELDOORLOG .............................................................................................................................

18 IN JAARTALLEN ............................................................................................................................................... 26 BESCHRIJVING EN ANALYSE ............................................................................................................................ 27 GEBOUW 9; SCHIJVENLOODS ................................................................................................................................... 27 GEBOUW 10; MATERIEELLOODS .............................................................................................................................. 39 GEBOUW 11; KANTINEBARAK .................................................................................................................................. 56 GEBOUW 12; LATTENLOODS.................................................................................................................................... 68 GEBOUW 14; MOR-GEBOUW ................................................................................................................................. 74 WAARDESTELLING TERREIN ............................................................................................................................

79 ADVISERING TERREIN.............................................................................................................................................. 84 LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................................. 85 BIJLAGE .......................................................................................................................................................... 86 COLOFON ....................................................................................................................................................... 89

1

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

VOORWOORD Aan de noordzijde van de Leusderheide is in 1891 een schietterrein voor het Nederlandse leger aangelegd. Bij de schietbanen is in de loop der jaren de nodige bebouwing tot stand gekomen. Een deel van de bijbehorende bebouwing is inmiddels weer gesloopt. Thans bestaat de bebouwing uit een vijftal gebouwen uit verschillende periodes. Gezien de cultuurhistorische waarde van het complex heeft de gemeente Leusden besloten om ze op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Hoewel dit proces nog niet is afgesloten genieten de gebouwen inmiddels wel voorbescherming. Gezien deze voorbescherming en de wens om zorgvuldig met het culturele erfgoed om te gaan heeft het Rijksvastgoedbedrijf, mede namens het Ministerie van Defensie aan Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies opdracht gegeven om een cultuurhistorische verkenning met waardestelling op te stellen voor het complex. Dit in verband met de toekomstige herbestemming en ontwerpopgaven voor het complex. De voorliggende rapportage behandelt de historische context van het complex, geeft een beschrijving, analyse en waardestelling van de onderzochte gebouwen en een waardestelling van het terrein. Als bijlage is opgenomen de motivering van de voorgenomen bescherming door de gemeente Leusden. Bij het opstellen van de rapportage is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever verstrekte basisplattegronden.

Deze bevatten vele onjuistheden. De tekeningen zijn daar waar mogelijk aangepast, maar niet alle onjuistheden zijn gecorrigeerd. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het lezen van de rapportage. Op deze plaats wil ik graag de heer J.H. de Kruijff bedanken voor het beschikbaar stellen van historisch materiaal uit het inmiddels verloren gegane archief van de voormalige Dienst Vastgoed Defensie. De heren C.P. Borsje en R.J.M. van den Berg willen wij bedanken voor het openstellen van de gebouwen, en de laatste tevens voor de door hem verstrekte informatie.

Arnhem, januari 2024 Ir. A. Viersen

2

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

OBJECTOVERZICHT

Topografische kaart. Het onderzochte terrein is met een rode ster aangegeven. (Herkomst: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Luchtfoto van het terrein tussen de Doornseweg (rechts) en de Kolonel van Royenweg (onder). De bebouwing op het terrein is met grijze vlakken aangegeven. De gele cirkel geeft de plaats van de onderzochte gebouwen aan. Het gebouwencomplex van de tankherstelwerkplaats links van het onderzoeksgebied is door een hek ervan gescheiden, maar de terreinen vormden voor de bouw van de werkplaats één geheel. (Herkomst: www.pdok.nl)

3

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Overzicht van het terrein, met daarop de vijf onderzochte gebouwen (gebouwnummers 9, 10, 11, 12 en 14). (Herkomst: RVB, bewerking auteur)

Gebouw 9: Schijvenloods annex woning.

4

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 10: Materieelloods.

Gebouw 11: Kantinebarak.

Gebouw 12: Lattenloods.

Gebouw 14: MOR-gebouw.

5

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

GESCHIEDENIS Het begin De geschiedenis van het gebied tussen Amersfoort en Zeist is de laatste twee eeuwen voor een belangrijk deel bepaald door het militaire gebruik ervan. Vanaf het einde van de 19de eeuw is de Leusderheide onderdeel van dit militaire landschap. Het terrein van de schietbanen vormde vanouds de marke Leusderberg, dat wil zeggen dat de grond in gemeenschappelijk gebruik en beheer was (marke). Marken zijn in de middeleeuwen ontstaan en zijn een bestuurlijke samenwerkingsvorm van vrije boeren, die gezamenlijk een gebied beheerden waarover ze gebruiksrechten hadden gekregen. In het geval van de marke Leusderberg betrof het 26 hoeven. Het Nederlandse leger had midden 19de eeuw behoefte aan oefenterreinen en verzocht in 1856 aan de marke om een deel van het heideterrein te mogen kopen om er militaire oefeningen te kunnen houden.1 Dit verzoek werd afgewezen. Zestien jaar later had men meer succes en kon een deel van de heide worden gehuurd. De invoering van de markenwet in 1886 veranderde de situatie. Door deze wet werden de marken opgeheven en verdeeld onder de rechthebbenden. In het jaar daarop kocht de gemeente Amersfoort een groot deel van de Leusderheide om het vervolgens aan het Ministerie van Oorlog te verhuren voor gebruik als militair oefenterrein. Deze verhuur werd geregeld door middel van een wet, gedateerd op 28 maart 1887.

Voor het grootste deel van het terrein was er overigens de beperking dat er maximaal één keer per week geoefend mocht worden; op een doordeweekse dag tussen zeven uur ’s ochtends en drie ’s middags. Ook mochten er geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd.2 Het deel van het terrein waarop de schietbanen zouden werden aangelegd had deze gebruiksbeperkingen niet. Een paar jaar later, in 1891, werden in het noordoostelijke deel van het militaire terrein vijf schietbanen aangelegd.3 Bij de schietbanen werd een wachtgebouw annex schijvenberging opgetrokken. De kogelvangers van die schietbanen lagen iets meer zuidoostelijker dan de huidige schietbanen. Die eerste banen waren ook langer. De begroting voor de aanleg van de schietbanen (dus inclusief de vijf kogelvangers en vijf schijvenhuisjes), alsmede de schijvenberging was 5400,- gulden.4 Van deze gebouwen zijn helaas geen (bouw)tekeningen bekend, maar op basis van het bestek is het wel mogelijk om na te gaan hoe het wachtgebouw annex schijvenberging eruit heeft gezien. Daaruit is af te leiden dat het gebouw niet erg groot was, namelijk 9,44 bij 5,44 meter in oppervlak. Het bouwwerk werd in baksteen opgetrokken, met steens dikke buitenmuren. De binnenmuren moest halfsteens dik worden uitgevoerd. Het gebouw bevond zich op dezelfde plaats als de huidige, in 1951 gebouwde, woning.

Op de bestektekening voor die woning staat namelijk behalve het ontwerp ook de bestaande situatie met het oude gebouw. De afmetingen en de (gevel)indeling daarvan komen overeen met het in het bestek van 1891 beschreven bouwwerk. De rest van de beschrijving in het bestek komt ook overeen met de voorganger van de huidige woning. In het bestek voor de woning staat verder vermeld dat de fundering uit 1891 moet worden hergebruikt voor de nieuwbouw. Bij de bouw van de nieuwe woning is bovendien de westgevel van het oude gebouw gehandhaafd. De oude buitengevel was inmiddels de scheidingswand tussen de woning en de https://www.destadsbron.nl/nl/schietbaan_Leusderheide, bezocht op 28 september 2023. Staten-Generaal ,vergaderjaar 1886-1887, p. 149-2. 3 Nationaal Archief (NL-HaNA), Den Haag, Ministerie van Oorlog: Contracten Vestingwerken, toegang 2.13.02, inv.nr. 155. 4 NL-HaNA, Oorlog / Contracten Vestingwerken, toegang 2.13.02, inv.nr. 155. 1 2

6

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

latere aanbouw. Deze is nog steeds zichtbaar in de tegen de woning geplaatste houten loods (tussenlid). In 1903 werd een bestek opgesteld voor een wijziging van het aardwerk van de kogelvangers. Tevens moesten de tien schijvenhuisjes worden afgebroken en opnieuw worden opgetrokken.5 Opvallend is dat er nu sprake is tien schijvenhuisjes, terwijl er in 1891 vijf waren gebouwd. Klaarblijkelijk had men in de tussentijd nog een vijftal toegevoegd. Waarom de ruim tien jaar oude schijvenhuisjes al vervangen moesten worden is niet geheel duidelijk.6

Kaart van het gebied van de marke Leusderberg (het door een blauwe lijn omgeven deel). Het perceel waarop de gebouwen van het schietterrein gebouwd zouden worden is hier met een rode pijl aangegeven. (Herkomst afbeelding links: https://www.destadsbron.nl/nl/schietbaan_Leusderheide; herkomst afbeelding rechts: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); bewerking auteur) Kadastrale hulpkaart gedateerd maart 1892. Hierop staat het in 1891 gebouwde wachtgebouw voor het eerst aangegeven. (Herkomst: Kadaster)

NL-HaNA, Oorlog / Contracten Vestingwerken, toegang 2.13.02, inv.nr. 155. In dezelfde periode werden de schijvenhuisjes van de schietbanen in Harderwijk vervangen omdat ze door het stuifzand steeds weer onbruikbaar werden. Om die reden werd de constructie van de huisjes aangepast. Mogelijk is dat ook de reden dat waarom de gebouwtjes op de Leusderheide zijn vervangen. In dezelfde periode zijn ook de schietbanen in Amersfoort en Midlaren aangepast. Het Utrechts Archief (HUA), toegang 470, inv.nr. 5135-1. 5 6

7

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Foto uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Te zien is de Leusderheide ten westen van de Doornseweg. Deze weg is in 1925 rechtgetrokken, hetgeen hier zichtbaar is. De foto geeft een goed beeld van het landschap gedurende de eerste militaire gebruiksperiode van het schietterrein. (Herkomst: Het Utrechts Archief (HUA), Beeldbank Eemlandarchief, catalogusnr. 128087)

Links een detail van de topografische kaart uit 1872. Rechts een detail van de topografische kaart met de situatie in 1895. De kaart rechts geeft de situatie weer van kort na de aanleg van de schietbanen. Op de kaart zijn vier banen ingetekend. Volgens de bestekken uit 1891 en die uit 1903 zouden het er vijf moeten zijn. Aangezien er in het bestek uit 1903 sprake is van vijf bestaande schietbanen zal de topografische kaart niet geheel correct zijn. (Herkomst: www.topotijdreis.nl)

8

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

De hoogtekaart van het schietterrein. De bebouwing, die het onderwerp van deze rapportage is, bevindt zich bij A. Bij B zijn de kogelvangers van de huidige schietbanen te herkennen. In de uitsnede bij C zijn drie van de kogelvangers zichtbaar, die horen bij de in 1891 aangelegde schietbanen. (Herkomst: www.ahn.nl, bewerking auteur)

Op het ontwerp uit 1951 voor de nieuwbouw van de beheerderswoning is ook het bestaande gebouw (kantoor en berging) weergegeven. De in het bestek van 1891 genoemde afmetingen en de omschrijving van het gebouw komen overeen met de hier getekende situatie. Ook is de oude fundering voor de bouw van het huidige pand hergebruikt. (Herkomst: Gemeente Leusden, Archief Bouw- en Woningtoezicht (BWT))

9

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Aanleg nieuwe schietbanen In of kort voor 1907 heeft men de schietbanen opnieuw aangelegd. De bestaande vijf banen werden verlaten en vervangen door negen kortere banen. De datering van deze wijziging is gebaseerd op het vergelijken van topografische kaarten (1906, 1907 en 1909). De schietbanen waren toen nog niet voorzien van een smalspoor voor het aan- en afvoeren van de schietschijven. Deze zou pas in de periode rond het einde van de Eerste Wereldoorlog worden aangelegd. Het smalspoor staat namelijk nog niet ingetekend op de topografische kaart uit 1917, maar wel op die uit 1932. De twee smalspoorbanen zullen dus in de tussenliggende periode tot stand zijn gekomen. Rond het einde van de Eerste Wereldoorlog heeft men bomen geplant aan weerszijden van de toegangsweg naar het wachtgebouw annex schijvenberging. Ook rond de andere gebouwen werden bomen geplant. Bij de gebouwgroep aan de noordwestzijde is dit deels gebeurd in de vorm van een boomsingel. Deze is te herkennen op luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog.

Drie keer de topografische situatie. De kaarten bestaan steeds uit twee bladen, die op verschillende momenten zijn bijgewerkt. De kaarten zijn van links naar rechts gedateerd op 1906, 1907 en 1909. In 1906 is de situatie zichtbaar zoals die was ontstaan na de aanleg van de schietbanen in 1891. Bij de middelste kaart is de toestand weergegeven nadat het onderste kaartdeel in 1907 was vervangen. Op dit deel zijn de schietbanen als verwijderd aangegeven. Bij de rechterkaart is ook het bovenste kaartdeel bijgewerkt. Hierop staan de negen banen weergegeven. Omdat deze korter zijn dan de oude banen vallen ze geheel binnen het noordelijke kaartblad. Dit verklaart waarom in 1907 de banen niet meer op het onderste kaartdeel zichtbaar zijn. Op dat moment waren de banen al aangepast, maar was dat niet zichtbaar, omdat het bovenste kaartblad nog niet was vernieuwd. (Herkomst: www.topotijdreis.nl)

10

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Links de topografische kaart uit 1917, waar nog geen sporen van de smalspoorbaan op te zien zijn. Het is niet zeker of de smalspoorbaan er toen ook nog niet was of dat deze niet is ingetekend. Rechts de topografische kaart uit 1932, waarop de smalspoorbaan wel staat ingetekend. Dit is ook de eerste topografische kaart waarop meer bebouwing van het terrein is aangegeven. Te zien is dat het gebied rond het schietterrein steeds verder wordt bebost. Op de rechter kaart is ook te zien dat de weg naar Doorn is rechtgetrokken. (Herkomst: www.topotijdreis.nl)

Details van de topografische kaarten van de vorige afbeelding. Links die uit 1917, rechts 1932. Bij de gele pijl is een rood rechthoekje zichtbaar. Dit is de schijvenloods annex wachtgebouw uit 1891. Op de rechter afbeelding is te zien dat de het aantal gebouwen tussen 1917 en 1932 is toegenomen en de beide spoorlijnen zijn aangelegd. (Herkomst: www.topotijdreis.nl)

11

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Het interbellum Kort na de Eerste Wereldoorlog of begin jaren twintig werd ten westen van de bestaande gebouwen een drietal kleinere loodsen gebouwd. Over deze loodsen is verder weinig bekend. Behalve de weergave op topografische kaarten en kadasterkaarten zijn er tot op heden geen gegevens over deze gebouwen in de archieven aangetroffen. Ook werd de schijvenberging uit 1891 aan de westzijde vergroot. Op basis van de kadastrale kaarten is dit vermoedelijk omstreeks 1920 gebeurd.7 In onderhoudsbestekken uit het einde van de 19de- en het begin van de 20ste eeuw is bij de opsomming van de gebouwen die in onderhoud zijn steeds sprake van het onderhoud van 10 schijvenhuisjes (die stonden op de schietbaan zelf) en van de wacht- en schijvenloods met privaat en pomp.8 Dit verandert met het onderhoudsbestek dat op 16 december 1921 wordt aanbesteed. Hier is er, behalve de hiervoor genoemde gebouwen ineens sprake van 3 houten loodsen bestemd voor opberging van materieel voor de stormschool en de beide houten schuilloodsen.9 Aangezien ze niet genoemd zijn in een eerder onderhoudsbestek ui 1912 en ook niet te zien zijn op de topografische kaart uit 1917 kunnen we aannemen dat ze tussen 1917 en 1921 zijn gebouwd. Hoewel niet vermeld staat waar de loodsen precies stonden, is het aannemelijk dat in ieder geval een deel (de drie opslagloodsen) nabij het wacht- en schijvenloods zijn geplaatst.

Dit zijn mogelijk de loodsen, die op de kadastrale hulpkaart uit 1923 zijn ingetekend. In 1922 is in het op 14 december aanbesteedde onderhoudsbestek sprake van de wacht- en schijvenloods met privaatuitbouw en pomphuisje met pomp en de houten loods bestemd voor bureelen c.a. en de 3 houten loodsen bestemd voor opberging van materieel voor de stormschool en de beide houten schuilloodsen.10 De loods bestemd voor bureelen c.a. is dan nieuw in de opsomming en zal dus in 1921 zijn gebouwd. Waar deze heeft gestaan, is op basis van de gegevens uit het bestek niet te bepalen. Mogelijk is het de kantinebarak (gebouw 11), maar hiertegen pleit dat dit gebouw niet ingetekend is op de kadastrale hulpkaart uit 1923. Op basis van de topografische kaarten kan wel worden aangenomen dat de kantinebarak in de jaren twintig is gebouwd. De functie van dat gebouw in die periode is niet bekend, maar in 1939 waren er de kantine, een werkplaats en een berging in onder gebracht. Waarschijnlijk is het gebouw vanaf de bouw als kantinebarak in gebruik geweest. Ook de aangetroffen bouwsporen duiden hierop. De dreiging van een nieuwe oorlog na de machtsovername door de nationaal-socialisten in Duitsland zorgde ervoor dat er in Nederland vanaf 1937 weer meer geld beschikbaar kwam voor het leger. Dit zal tevens hebben geleid tot een intensiever gebruik van het schietterrein.

Op dat moment waren er negen schietbanen, die alle in een goede toestand verkeerden. Van deze banen was er één geschikt voor het oefenen met een mitrailleur. De andere acht banen waren voor geweerschieten bestemd. De banen zijn dubbel uitgevoerd en hebben een lengte van 300 meter.11 Het intensievere gebruik is waarschijnlijk ook de reden dat er eind 1937 plannen ontstaan om nieuwe loodsen op het terrein te plaatsen. De eerste plannen hiervoor werden eind 1937 opgeHet deel dat in deze rapportage tussenlid wordt genoemd was al in de voorgaande periode tot stand gekomen. Dit deel is dus te dateren op het eerste kwart van de 20ste eeuw. 8 Nationaal Archief, Den Haag, Genie-archieven, LM-nummers, nummer toegang 2.13.45, inventarisnummer 3288. 9 NL-HaNA, Genie-archieven, 2.13.45, inv.nr. 4585. 10 NL-HaNA, Genie-archieven, 2.13.45, inv.nr. 4586. 11 HUA, toegang 470, inv.nr. 5308-2. 7

12

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

steld. Hoe deze er uit zagen weten we niet, maar wel dat op 31 december 1937 de garnizoenscommandant bezwaar aantekende tegen de bouw, zodat het plan vooralsnog in de ijskast werd gezet.12 In 1938 of 1939 werd de bebouwing op het terrein dan toch fors uitgebreid. Ten zuiden van de schijvenloods (gebouw 9) verrees een extra loods. Ten westen van de kantinebarak (gebouw 11) werd een aantal bijgebouwen geplaatst. Eén van de nieuwe gebouwen is het huidige gebouw 14, een gasmaskeroefenruimte (MOR), die in die periode nog `gaskamer’ werd genoemd. Bij het archiefonderzoek zijn geen gegevens gevonden, die het mogelijk maken om te bepalen wanneer gebouw 14 exact is gebouwd. Op een kadastrale hulpkaart uit 1937 staat het gebouw nog niet aangegeven. Dat is een aanwijzing dat het na 1937 tot stand is gekomen. Op een plattegrond uit 1939 staat bij een ander gebouw de vermelding ‘oude gaskamer’, wat aangeeft dat het huidige MOR-gebouw een voorganger heeft gehad. Die voorganger zal vermoedelijk rond het einde van de eerste Wereldoorlog tot stand zijn gekomen, en gebouw 14 rond 1939. In periode kort vóór de Tweede Wereldoorlog werden de gebouwen intensief gebruikt. In één van de barakken waren soldaten en grondwerkers ondergebracht. Omdat die nat en vuil van hun oefening of werk terugkwamen leidde dit uiteraard tot vervuiling en minder frisse lucht.

Ook bleek de pachter van de kantine ongewenst publiek toe te laten. Daarom werd voorgesteld om de kantine weer bij het militaire kantinebeheer onder te brengen. Het idee was dat de kantine daardoor ook kon worden gebruikt door de militairen van het kamp Waterloo.13 Daar was namelijk nog geen kantine. Dat de kantine verpacht werd, geeft al aan dat er veel bedrijvigheid was, en dat de gebouwen intensief werden gebruikt. Verder was er het plan om de loodsen van elektriciteit te voorzien. Op dat moment was alleen de schijvenloods van elektriciteit voorzien.14 In de kantlijn van een op 29 april 1940 gedateerde brief is naderhand de tekst niet meer nodig toegevoegd. Gezien de datering van de brief zal dit verband houden met de gebeurtenissen in de meidagen van dat jaar.

HUA, toegang 470, inv.nr. 5308-2. Kamp Waterloo bevond zich op korte afstand zuidelijk van de schietbanen aan de oostzijde van de weg naar Doorn. 14 HUA, toegang 470, inv.nr. 5332-1. 12 13

13

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Links de kadastrale hulpkaart gedateerd op mei 1922. Rechts de hulpkaart uit 1937. Op beide kaarten is te zien dat gebouw 9 inmiddels zijn huidige lengte heeft gekregen. De bouw van het houten loodsgedeelte heeft dus vóór 1922 plaatsgevonden. Gebouw 14 is nog niet aangegeven en zal later tot stand zijn gekomen. Wel is een drietal loodsen ten noordwesten van gebouw 9 ingetekend. Deze gebouwen staan ook op de topografische kaart uit 1932. Die drie gebouwen zullen kort na de Tweede Wereldoorlog zijn gesloopt. Wat hier ook niet staat ingetekend is gebouw 11, de kantinebarak. Deze is wel te zien op de topografische kaart uit 1932. Mogelijk heeft men voor de hulpkaart uit 1937 (die is gemaakt naar aanleiding van het rechttrekken van de Doornseweg) geen nieuw veldwerk ter plaatse van het schietterrein verricht. Dit kan het ontbreken van de kantinebarak op de hulpkaart uit 1937 verklaren. In dat geval is gebouw 11 tussen 1922 en 1932 tot stand gekomen. (Herkomst: Kadaster)

14

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Terreintekening met de bebouwing uit 1939 (het noorden bevindt zich rechts) en een legenda met de functies van de gebouwen. Geheel boven aan de tekening bij de letter A bevindt zich de `gaskamer’ (gasmaskeroefenruimte). Die is op deze tekening voor het eerst zichtbaar. Op alle oudere tekeningen is dit gebouw niet aangegeven. Waarschijnlijk is het gebouw dan ook in 1938 of 1939 tot stand gekomen. Op de plattegrond is schuin onder gebouw A een gebouw ingetekend dat in de legenda staat aangeduid als de `oude gaskamer’ (B). Wanneer deze is gebouwd, is niet bekend. Ook van de andere “nieuwe” gebouwen is niet bekend wanneer deze precies zijn gebouwd. Behalve loodsen, werkplaatsen en dergelijke is er ook een gasschuilplaats (gebouw E). Op de tekening is verder te zien dat de gebouwen omgeven zijn door hekwerken of iets dergelijks. Deze afscheidingen zijn ook te herkennen op luchtfoto’s uit 1944 en 1945. Bij de ingetekende paden en wegen staat vermeld of ze zijn verhard. (Herkomst: voormalig archief Rijksvastgoedbedrijf (RVB), via de heer J. de Kruijff)

De laan ten noorden van de schijvenloods (gebouw 9). Dit is de oude toegangsweg naar het wachtgebouw annex schijvenberging uit 1891. Oorspronkelijk stond aan beide zijden een dubbele rij bomen. De tweede rij bomen aan de linker zijde is al voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog deels komen te vervallen. Na de oorlog is het bomenbestand gereduceerd tot twee enkele rijen.

15

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Tweede Wereldoorlog Tijdens de oorlog werd de Leusderheide door de Duitse bezetter benut voor opslag en militaire oefeningen. De schietbanen en daarmee ook de bebouwing werden intensief gebruikt.15 De kantinebarak (gebouw 11) diende hierbij om na een oefening iets te drinken. De Duitsers wilden dat de beheerder van het complex permanent aanwezig was. Voor dit doel werd het linker gedeelte van de barak tot woning verbouwd.16 Dat men iemand dag en nacht op het terrein wilde hebben geeft aan dat er tot dan toe geen woning was in de barak. Mogelijk is tijdens de bezetting ook een tweede woning in de barak tot stand gekomen. Dit kan echter ook na de oorlog zijn gebeurd (1951?). In deze periode werd op een deel van het perceel zand afgegraven om te gebruiken bij de aanleg van verdedigingswerken, onder andere voor het versterken van de Grebbelinie. In 1943 en 1944 hebben de Duitsers de meest westelijke schietbanen ook gebruikt voor het executeren van gevangen van kamp Amersfoort. Gebouw 11 (de kantinebarak) diende daarbij als plek om uit te rusten voor de leden van het executiepeloton.17 Na de capitulatie van de Duitsers werd de Leusderheide gebruikt om het oorlogsmateriaal van de Duitsers te verzamelen en te vernietigen. Een groot deel van het materiaal kon onklaar worden gemaakt door er met tanks over heen te rijden en het vervolgens in brand te steken.

Daarna werd het in de grote gaten gedumpt die de Duitsers op het terrein hadden gegraven om zand te winnen. De meest noordelijke dumpplek bevindt zich op het onderzoeksterrein en is naar verluidt gevuld met helmen.18 Deze dumplocatie komt overeen met het deel van het terrein dat door middel van een hekwerk thans ontoegankelijk is gemaakt.

Foto van het bezoek van Herman Göring aan het schietterrein. Op de achtergrond is het gasmaskeroefengebouw (gebouw 14) te zien. Zichtbaar is ook dat het terrein nog een heideveld is, vrijwel zonder bomen. De bomen links achter het gebouw horen bij één van de boomsingels rond de bebouwing. De luiken en de deuren van het gebouw zijn donker geschilderd. De huidige blauwe kleur is lichter en vermoedelijk niet de oorspronkelijke kleur. (Herkomst: collectie Kamp Amersfoort)

Kruijff, p. 313. Kruijff, p. 313. 17 Kruijff en Polak 2019. 18 Polak, p. 68 en 69. 15 16

16

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Detail van een luchtfoto genomen op 31 december 1944. De bebouwing aan de oostzijde van het terrein is hierop zichtbaar, evenals de rechthoekige begrenzing van het terrein. Op deze foto uit de winterperiode is ook de toegangsweg met bomen duidelijk te herkennen. Zie hiervoor ook de volgende afbeelding. Het smalle pad tussen de weg naar Doorn en het terrein is het fietspad dat in het interbellum is aangelegd. (Herkomst: National Collection of Aerial Photography (NCAP), sortie US7/3738, frame 4074)

Uitsnede uit een luchtfoto genomen op 6 oktober 1944. Het terrein is nog vrijwel volledig een heideveld, alleen in de nabijheid van de gebouwen staan bomen. De bomen zijn op de bewerkte foto rechts met lichtgroen aangegeven. De brede toegangsweg is geel ingekleurd. De andere (zand)paden zijn met oranje aangegeven. De banen van het smalspoor zijn hier zeegroen ingekleurd. De bebouwing, voor zover herkenbaar, is met rood aangegeven. De omheining van een deel van het terrein is met paars ingekleurd. Volgens de opmetingstekening uit 1939 is ook de bebouwing rond het gebouwcluster rechts van een omheining voorzien. Deze is op de luchtfoto niet goed te herkennen. De doorgaande weg van Amersfoort naar Doorn is rechts zichtbaar (blauw). (Herkomst: National Collection of Aerial Photography (NCAP), sortie 4/0012, frame 3136; bewerking auteur)

17

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Na de Tweede Wereldoorlog Na het einde van de oorlog werd het schietterrein weer in gebruik genomen door het Nederlandse leger. In deze periode vonden er grote veranderingen plaats. Een groot deel van de kort vóór de oorlog tot stand gekomen bebouwing werd na de oorlog vervangen. Klaarblijkelijk voldeden de bestaande gebouwen niet aan de eisen, aangezien er plannen werden gemaakt voor de nieuwbouw van een materieelloods, een houten opslagloods en een woning ter plaatse van het wachtgebouw annex schijvenberging uit 1891. De planning voor de nieuwbouw begon al kort na de oorlog. De uitvoering ging wat minder snel. De eerste plannen, in ieder geval voor de materieelloods (gebouw 10), stammen uit september 1946.19 Het uiteindelijke goedgekeurde ontwerp, dat grotendeels overeen komt met het eerste ontwerp, is gedateerd op 11 april 1950.20 Aangezien het ontwerp in de tussenliggende periode niet wezenlijk was aangepast, zal er een andere dan een ontwerptechnische reden zijn geweest voor de lange periode tussen het eerste ontwerp en de uiteindelijke uitvoering van de loods. Of dit ook het geval was bij de andere onderdelen van de nieuwbouwcampagne is niet bekend. De materieelloods zal in de eerste plaats zijn gebruikt voor opslag, onder andere voor schietschijven. Tevens waren er werkplaatsen en toiletten, zowel voor de manschappen als voor officieren en onderofficieren.

De nieuw gebouwde materieelloods werd op het bestaande smalspoor aangesloten. Er kwam een aansluiting vanuit de materieelloods op de smalspoorlijn naar de schijvenloods. Hierbij moest 10 meter aan bestaand spoor worden opgebroken en 70 meter door het Rijk te leveren nieuw spoor worden aangelegd. Ook de bestrating rond de gebouwen werd aangepast. Er werd 60 m2 bestrating opgebroken. Rond de materieelloods en elders op het terrein moest naar schatting 600 m2 bestrating aangelegd. Tegelijk met de bouw van de materieelloods kwam ook gebouw 12 tot stand, de zogeheten lattenloods. De loods zal deze naam hebben gekregen omdat de langsgevels werden afgewerkt met rabatdelen en latten, die op 2 en 2,5 cm onderlinge afstand aangebracht. Deze uitvoering moest zorgen voor een goede ventilatie van het interieur van de loods. Bij de bouw van de lattenloods werd 50 meter van het bestaande smalspoor opgebroken en zou er door het Rijk ongeveer 105 meter spoor worden geleverd, die door de aannemer moest worden gelegd. Zowel in de materieelloods als de lattenloods is nog smalspoor aanwezig. Ter plaatse heeft men de vloer over een breedte van 1,2 meter verzwaard. Deze smalspoorlijn was bestemd voor het transport van en naar de meest westelijke schietbanen.

Het verleggen van het smalspoor zal nodig zijn geweest omdat de lattenloods op een iets andere plaats is gebouwd dan een voorgaande loods.21 De werkzaamheden aan de loods werden tevens benut om de gebouwen op het waterleidingnet van Amersfoort aan te sluiten. Hiertoe werd een leiding aangelegd vanaf de Dodeweg in Amersfoort. De uitvoering van de werken werd door de aannemer J. G. Visser uit Leeuwarden aangenomen voor een bedrag van ƒ 69.645.22 Kort erna, in 1951, gaf de gemeente Leusden een bouwvergunning om het uit 1891 stammende wachtgebouw annex berging te vervangen door een woning. Het eerste ontwerp kon de goedkeuring van de welstandscommissie niet krijgen. Men had de nodige op- en aanmerkingen op het ontwerp. Het gebouw lag op dat moment nog prominent aan de Doornseweg en was vanaf drie zijden goed te zien (het terrein was op dat moment nog niet bebost). De Gegevens RVB. NL-HaNA, Defensie / Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T), toegang 2.13.96, inv.nr. 20484. 21 NL-HaNA, Defensie / Dienst GW&T, toegang 2.13.96, inv.nr. 105. 22 NL-HaNA, Defensie / Dienst GW&T, toegang 2.13.96, inv.nr. 105. 19 20

18

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

indeling van de oost- en zuidgevel deugde niet en de toegangsdeur was veel te pompeus. Men vond het bestaande gebouw architectonisch gezien veel beter.23 Aangezien de opnieuw ingediende bouwaanvraag slechts op details afweek van het oorspronkelijke plan heeft men zich niet veel van het welstandsadvies aangetrokken. De afmetingen van de woning komen overeen met die van het oude gebouw. Bij de bouw werd de oude fundering hergebruikt en bleef ook de oude westgevel gespaard als scheidingswand met de schijvenloods. De kantinebarak (gebouw 11) behield zijn functie, maar aan het begin van de oorlog was hier in ieder geval één woning ingebouwd. Een tweede woning, aan de andere kopse zijde van de barak, is mogelijk ook in de oorlog aangebracht, maar dat kan ook kort na de Tweede Wereldoorlog zijn gebeurd. Eén van de gebouwen; de gasmaskeroefenruimte (gebouw 14) kreeg zijn oorspronkelijke functie terug. Kort na de Tweede Wereldoorlog, in 1951, maakte de genie een inventarisatie van de gasmaskeroefenruimtes die vóór de oorlog tot stand waren gekomen.24 Het bleek te gaan om 23 `gaskamers’, waarvan er in de oorlog twee totaal waren verwoest (in Bergen op Zoom en Vlissingen). Het merendeel van de gasmaskeroefenruimtes was in bestaande gebouwen ondergebracht. Een ander deel was inmiddels zo ingrijpend verbouwd dat herstel niet meer zinvol werd geacht.

Bij de `gaskamer’ op de Leusderheide wordt vermeld dat deze niet in gebruik was en dat de deuren, ramen, plafond en de vloer vervangen moesten worden. Hoewel de inventarisatie een bouwkundig gebrekkige toestand meldt zal dat in werkelijkheid minder slecht zijn geweest. De deuren zijn weliswaar vervangen, maar de kozijnen, ramen en luiken zijn, voor zover valt na te gaan, tot op heden nog oorspronkelijk. De gasmaskeroefenruimte op de Leusderheide is dus één van de weinige nog bestaande exemplaren uit de periode van vóór de Tweede Wereldoorlog Een ingrijpende aanpassing van het terrein vond plaats door de aanleg van de weg, die in 1955 de Kolonel van Royenweg zou gaan heten. Kolonel H.L. van Royen was een verzetsstrijder, die op 29 december 1942 op de Leusderheide door de bezetter werd gefusilleerd.25 De weg zal kort voor 1955 tot stand zijn gekomen. Door de aanleg van deze weg liggen de gebouwen van het schietterrein gescheiden van de schietbanen zelf. In deze periode raakte het terrein met de gebouwen steeds ook meer bebost. Door de bouw in 1956 van de tankwerkplaats ten westen van de bestaande gebouwen veranderde het karakter van het gebied nog verder.26 In deze periode werd ook de strook ten zuiden van de Kolonel van Royenweg bebost. De heide in dit deel van het gebied was omstreeks 1980 geheel verdwenen.

Een ander gevolg van de aanleg van de Kolonel van Royenweg was dat de toegang van het terrein verplaatste van de noordzijde naar de zuidzijde. Het oude pad naar de schietbanen werd iets aangepast, waardoor deze haaks kon aansluiten op de Kolonel van Royenweg. Dit is tot op heden de toegang. De oude toegang aan de noordzijde van het terrein is nog steeds goed herkenbaar in het landschap aanwezig. Ook elders op het terrein werd in de naoorlogse periode gebouwd. Aan de zuidzijde, gelegen aan de Kolonel van Royenweg, werden kort voor 1960 twee nog steeds bestaande dienstwoningen gebouwd.

Gemeente Leusden, Archief BWT, Vergunning Doornseweg 13A, wijziging magazijn tot woning. NL-HaNA, Inspecties van de Wapens en Dienstvakken van de Koninklijke Landmacht, toegang 2.13.158, inv.nr. 659. 25 Militaire Spectator, jaargang 125, 1956, aflevering 2, p, 49. 26 Aangezien de tankwerkplaats door de Kolonel van Royenweg wordt ontsloten, zal de aanleg daarvan verband houden met de bouw van de tankwerkplaats. 23 24

19

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Van de kantinebarak (gebouw 11) werd rond 1967 het zuidelijke deel met één van de twee woningen verwijderd, waardoor de barak aan die zijde wordt ingekort. Het behouden deel van de barak werd aangepast en deels van een nieuw interieur voorzien. Eind jaren negentig kwamen op het zuidoostelijke deel van het terrein zes dienstwoningen tot stand. Hiervoor werd een aparte ontsluitingsweg aangelegd. Eén van de zes woningen is in 2020 of 2021 gesloopt. Gezien het cultuurhistorische belang van het complex heeft de gemeente Leusden in of kort voor 2023 het besluit genomen om het complex te gaan beschermen als gemeentelijk monument.27 De schietbanen bestaan nog wel, maar zijn al enige tijd buiten gebruik.

Foto gemaakt op 19 augustus 1947 tijdens het afbranden van de heide om de munitieresten te laten branden. Geheel rechts is nog net een klein deel van gebouw 14 zichtbaar, met ervoor twee hekwerkjes die waarschijnlijk de plaats van het smalspoor markeren. Aansluitend erop staat een afrastering met houten paaltje en ijzerdraad die deel uitmaakt van de omheining rond de gebouwen. Op de achtergrond het heideveld, waar zich nu de tankwerkplaats bevindt. Op dat moment was er op het terrein nog geen boom aanwezig. (Herkomst: Beeldbank NA, toegang 2.24.01.09, objectnr. 902-3173)

27

https://www.leusden.nl/over-leusden/monumenten, bezocht 8-12-2923.

20

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Links de topografische situatie in 1965, na de aanleg van de Kolonel van Royen weg linksonder op de afbeelding. De dienstwoningen bij de toegang zijn op dat moment al aanwezig. Rechts de topografische situatie in 2009, met rechtsonder de zes woningen die eind jaren negentig zijn gebouwd. Op de rechter afbeelding is de bebouwing van de in 1956 gebouwde tankwerkplaats te zien, terwijl de tekening uit 1965 ter plekke nog twee woningen weergeeft. De werkplaats bestond op dat moment echter al. Het niet weergeven van de werkplaats betekent waarschijnlijk dat men dit graag voor een mogelijke vijand geheim wilde houden, iets dat bij militaire objecten gebruikelijk is. (Herkomst: www.topotijdreis.nl)

De oudst bekende bouwtekening voor de nieuwe materieelloods (gebouw 10), hier aangeduid als bergloods met privaatruimte. De tekening is gedateerd 19 september 1946. In hoofdopzet komt het overeen met het later uitgevoerde ontwerp. (Herkomst: RVB)

21

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Het uitgevoerde ontwerp van de materieelloods, gedateerd 11 april 1950. (Herkomst: NL-HaNA, Defensie / Dienst GW&T, toegang 2.13.96, inv.nr. 20484)

Detail van de vorige tekening met de plattegrond van het gebouw. Hierop zijn de functies van de vertrekken aangegeven. A is de schijvenberging, met aan de achterzijde bij B de houtopslag. In de linker vleugel zijn ondergebracht een opslag van onder ander teer (C), de rijwielberging (D), het pioniermagazijn (E), de kolenopslag (F) en het kantoor (G). In de rechtervleugel is er een magazijn (H), het verfmagazijn met werkplaats (I), het toilet voor officieren en onderofficieren (J) en geheel rechts het toilet voor de manschappen (K). (Herkomst: NL-HaNA, Defensie / Dienst GW&T, toegang 2.13.96, inv.nr. 20484; bewerking auteur)

22

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Bestektekening voor de lattenloods. (Herkomst: NL-HaNA, Defensie / Dienst GW&T, toegang 2.13.96, inv.nr. 20229 Ontwerptekening voor het terrein uit 1949. Deze tekening hoort bij het eerste ontwerp voor de bouw van de twee nieuwe loodsen. Het rabat rond de materieelloods (gebouw 10) wordt in dit ontwerp doorgetrokken tot de schijvenloods (gebouw 9). Bij de materieelloods is te zien hoe men van plan is om de loods op het smalspoor aan te sluiten. Bij de uitvoering is gekozen voor een draaicirkel. De lattenloods (gebouw 12) is in dit ontwerp nog iets noordelijker gedacht dan waar hij uiteindelijk is gebouwd. Tevens is hier te zien dat de noordelijke smalspoorlijn geen aansluiting heeft op de zuidelijke tak. (Herkomst: NL-HaNA, Defensie /

Dienst GW&T, toegang 2.13.96, inv.nr. 20233)

23

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Het eerste ontwerp voor de verbouwing van het wachtgebouw uit 1891 (gebouw 9) tot woning. Links is de bestaande toestand weergegeven. Van dat gebouw wordt volgens de tekening de fundering en de achtergevel (westgevel) in de nieuwbouw opgenomen. Dit ontwerp kreeg bij de gemeente veel kritiek, hetgeen aan de rechter zijde op de tekening is bijgeschreven. (Herkomst: Gemeente Leusden, archief BWT, BV 51-1054, Doornseweg 13a, Verbouwen Magazijn tot woonhuis, B&W 01-06-1951)

Het definitieve - en door de gemeente goedgekeurde - ontwerp voor de woning van gebouw 9. Hoewel de kritiek op het eerste ontwerp zeer fors was, is de aanpassing beperkt gebleven. Het balkon aan de oostzijde is komen te vervallen en de vensterindeling van de zuidgevel is iets aangepast. (Herkomst: Gemeente Leusden, archief BWT, BV 51-1054, Doornseweg 13a, Verbouwen Magazijn tot woonhuis, B&W 01-06-1951)

24

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Situatie van de bebouwing in 1967. Het kantinegebouw (gebouw 11) heeft hier nog zijn volledige lengte, maar het zuidelijke deel is doorgestreept. Dit duidt erop dat dat deel van de barak in de periode na het vervaardigen van de tekening is gesloopt. Bij de materieelloods (gebouw 10) is de houten aanbouw aan de achterzijde al zichtbaar. Deze is dus voor 1967 tot stand gekomen. (Herkomst: RVB)

Detail van een luchtfoto uit 1960. De situatie is in de jaren vijftig door de aanleg van de Kolonel van Royenweg en de bouw van de tankwerkplaats sterk gewijzigd. De gebouwen van de schietbaan zijn rechtsboven te zien. Het terrein rond de gebouwen is op dat moment nog kaal. Aan de Kolonel van Royenweg zijn de twee dienstwoningen al aanwezig. (Herkomst: voormalige collectie Dienst Vastgoed Defensie (DVD) via de heer J. de Kruijff)

25

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

IN JAARTALLEN 1891 1903 Ca. 1908 Ca. 1921

Ca. 1925 1939-1940 1950 1951 1954-1955 XXc 1955-1960 Ca. 1967 Ca. 1990 XXd 2020/2021

Aanleg van vijf schietbanen met vijf schijvenhuisjes en een wachtgebouw met schijvenberging (gebouw 9). Aanpassing van de kogelvangers en bouw van tien nieuwe schijvenhuisjes. Vervangen van de bestaande vijf schietbanen door negen nieuwe banen. Uitbreiding van de bebouwing op het schietterrein. Bouw van een aantal loodsen, de aanbouw van een kleine houten loods aan het wachtgebouw annex berging (gebouw 9) en de aanleg van de smalspoorbanen. Bouw kantinebarak (gebouw 11) en bouw van de houten schijvenloods (gebouw 9). Uitbreiding bebouwing, onder andere met het MOR-gebouw (gebouw 14), en gedeeltelijke sloop van de bestaande loodsen. Bouw van de materieelloods (gebouw 10) en de lattenloods (gebouw 12). Vervangen wachtgebouw door een woning (gebouw 9). Aanleg Kolonel van Royenweg. Uitbreiding gebouw 10 met een houten aanbouw. Bouw van twee dienstwoningen aan de Kolonel van Royenweg. Sloop van het zuidelijke deel van de kantinebarak (gebouw 11) en verbouw van het noordelijke deel. Bouw van zes woningen in het zuidoostelijke deel van het terrein Bouw afdaken naast schijvenloods. Sloop van één van de woningen aan de zuidoostzijde van het terrein.

26

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

BESCHRIJVING EN ANALYSE Gebouw 9; Schijvenloods Bouwgeschiedenis 1891 Bouw van een bakstenen wachtgebouw annex schijvenberging van 9,50 x 4,50 meter grootte. XXa Toevoegen van een kleine houten loods tegen de westgevel van het gebouw, waarbij het venster in de westgevel van het bestaande gebouw wordt gewijzigd in een deuropening. Circa 1920 Toevoegen van de houten schijvenloods tegen de westzijde van het bestaande gebouw. 1951 Vervangen van het bouwdeel uit 1891 door een woonhuis. Ten zuiden ervan wordt een klein houten schuurtje onder een zadeldak toegevoegd. XXd Toevoegen van houten stallingen met garage aan de zuidzijde van het gebouw.

Algemeen De zogeheten schijvenloods is in opzet het oudste gebouw op het terrein. Het huidige uit 1951 stammende woonhuis heeft een voorganger gehad; het oorspronkelijke wachtgebouw annex schijvenberging uit 1891. Bij de nieuwbouw van het huidige woonhuis heeft men de fundering en de westgevel van het oude gebouw gehandhaafd. Die gevel vormt nu de scheidingswand tussen de woning en het houten loodsgedeelte. De gevels van het huidige woonhuis zijn nog vrijwel volledig oorspronkelijk. Het metselwerk is in halfsteensverband opgetrokken. De vensteropeningen met kozijnen stammen nog uit de bouwtijd. De ramen en deuren zijn later vervangen. Op het dak liggen grijze dakpannen. Tegen de westgevel van het woonhuis staat de houten schijvenloods. Deze bestaat uit twee delen, een kleiner deel uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, dat direct aansluit op het woonhuis, en een grotere loods, die omstreeks 1920 is toegevoegd. Bij de houten loodsen is de beplanking deels nog oorspronkelijk, al is bij onderhoudswerk een deel vervangen. Bij de westgevel is de beplanking in zijn geheel vervangen. De kozijnen en deuren in de gevels zijn vervangen, met uitzondering van de twee vensters in de zuidgevel van het tussenlid. Het dak is voorzien van een bitumen dakbedekking.

In een bestek dat op 26 juli 1921 werd aanbesteed, is er sprake van het vernieuwing van de asfaltbedekking op de schijvenloods.28 Dit geeft aan de bitumenafdekking reeds vanaf de bouw de wijze waarop de houten loods is afgedekt. Het interieur van het woonhuis kon niet worden bezocht en kan derhalve niet worden beschreven en gewaardeerd. 28

NL-HaNA, Genie-archieven, 2.13.45, inv.nr. 4585.

27

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Plattegrond van gebouw 9 met daarin aangegeven de bouwfasen. In grijs zijn de niet bezochte vertrekken aangegeven.

Exterieur

Gebouw 9. De oostgevel van het woonhuis stamt, met uitzondering van de ramen, nog geheel uit de bouwtijd.

Gebouw 9. De zuidgevel van het in 1951 gebouwde woonhuis. De gevelindeling stamt nog uit de bouwtijd. De ramen en deuren zijn echter vervangen. Links ervan het houten schuurtje met zadeldak dat tegelijk met het woonhuis tot stand is gekomen. De opstallen links en rechts van het schuurtje zijn in een meer recente periode tot stand gekomen.

28

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. Overzicht van de zuidgevel. Links in beeld de houten schijvenloods uit circa 1920. De houten aanbouw rechts van het midden is een relatief recente toevoeging. Het stenen woonhuis uit 1951 is boven de aanbouw zichtbaar.

Gebouw 9. Overzicht van de houten overkapping die eind vorige eeuw tegen de zuidgevel van de loods is geplaatst.

Gebouw 9. Overzicht van de westgevel van de schijvenloods. De planken van de gevel zijn vervangen. Tot enige jaren geleden waren hier vóór de dubbele deur nog de resten van de smalspoorbaan zichtbaar.

29

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. De noordgevel van de schijvenloods. Het rechter deel is omstreeks 1920 gebouwd. Links ervan het tussenlid dat in het eerste kwart van de 20ste eeuw tot stand is gekomen.

Gebouw 9. De noordgevel van het tussenlid. De gehele gevel is enige jaren geleden hersteld, waarbij de vensters en deur zijn vervangen.

Gebouw 9. Overzicht van de noordgevel van het woongedeelte. De gevel is inclusief deuren en ramen vrijwel geheel oorspronkelijk. Het kleine venster vlak boven het maaiveld is thans afgedekt met plaatmateriaal.

30

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Interieur Het woongedeelte van gebouw 9 was bij het veldwerk niet toegankelijk, dus is het niet mogelijk om het interieur te beschrijven en te waarderen. Het loodsgedeelte is wel bezocht. De constructie van het tussenlid bestaat uit een houten stijl- en regelwerk op een bakstenen voetmuur. Op de wanden is als kapconstructie een drietal hangspanten geplaatst. Het meest westelijke spant is in de voormalige topgevel opgenomen. Aan de oostzijde zijn de gordingen in de westgevel van het woonhuis opgelegd. De houten wanden waren aan de binnenzijde oorspronkelijk met kraaldelen afgewerkt. Het grootste deel daarvan is thans vervangen door nieuwe planken en plaatmateriaal. De vloer bestaat uit een cementdekvloer. De grote schijvenloods is opgebouwd met stijl- en regelwerk op een betonnen voetmuur. Op de houten wanden zijn acht hangspanten geplaatst, waarvan twee in de kopgevels zijn opgenomen. Op de spanten rusten de gordingen die het dakvlak dragen. Aan de binnenzijde zijn de wanden met modern plaatmateriaal afgewerkt. Hierdoor is niet vast te stellen wat de oorspronkelijke afwerking was. De vloer bestaat uit een cementdekvloer. In een meer recente fase is in de noordoosthoek een keuken afgescheiden en is tegen de noordwand een houten dwarswand geplaatst. Zowel in het tussenlid als in de grote loods bevindt zich een in baksteen uitgevoerd rookkanaal.

Wanneer deze zijn geplaatst is niet bekend, Vermoedelijk is dit vlak voor- of na de oorlog gebeurd.

Gebouw 9. Overzicht van het interieur van het tussenlid, gezien in de richting van het woonhuis. Het hier zichtbare metselwerk is nog de westgevel van het oude wachthuis uit 1891. Bij de hoeken is in het metselwerk een afgebroken rand zichtbaar. Dit is het gevolg van het afbreken van de rest van gebouw uit 1891. In het midden van de wand zijn de sporen van een dichtgezet venster en deur zichtbaar. Zie hiervoor de volgende afbeelding.

31

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. Detail van de vorige afbeelding. Oorspronkelijk was in de gevel van het wachtgebouw een venster opgenomen. Hiervan resteert nog de strek, die hier in groen is aangegeven. Bij de bouw van het tussenlid is het venster gewijzigd in een deuropening. Het toen tot stand gekomen metselwerk is in rood aangeven. De rechter zijde van de deuropening bevindt zich achter de houten beplating voor de elektrakasten. Bij de bouw van het woonhuis in 1951 is de deur dichtgezet. Dat metselwerk is geel ingekleurd. De wand is ter plaatse van de begane grond wit geschilderd. Ter hoogte van de kap is de muur okerkleurig afgewerkt. Onder de witte laag ter plaatse van de begane grond zit ook die okerkleurige verflaag. Dit is dus een oudere kleurafwerking van de muur.

Gebouw 9. Het tussenlid gezien in zuidwestelijke richting. Bij de bouw van de grote loods heeft men zeer waarschijnlijk ook de bestaande vensters in het tussenlid vervangen door vensters overeenkomstig die in de grote loods. Links de zuidwand van het vertrek met de twee nog oorspronkelijke vensters. De oorspronkelijke sluiting is nog aanwezig en kan meer informatie geven met betrekking tot de oude afwerking van het vertrek. De zuidwand gaat grotendeels verborgen achter een modernere beplating. De groene pijlen geven de plaats aan waar in de stijlen een keep is aangebracht. Dit is waarschijnlijk de plaats van een (lagere) onderdorpel die zal hebben behoord bij de voorganger van het huidige venster. Rechts naast het dubbele venster is een rookkanaal te zien. In de loods bevindt zich een identiek rookkanaal. Deze rookkanalen zullen in de naoorlogse periode tot stand zijn gekomen. De deur rechts is modern, maar bevindt zich op de plaats waar sinds de bouw van de grote loods de verbinding tussen beide bouwdelen is.

32

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. Zicht op de drie eenvoudige hangspanten, die de dakconstructie van het tussenlid vormen. Twee van de drie spanten zijn hier goed zichtbaar het derde bevindt zich ter plaatse van de westelijke kopgevel en is door een op het spant gespijkerd doek grotendeels aan het zicht onttrokken.

Gebouw 9. Overzicht van het interieur van de schijvenloods, gezien in de richting van de dubbele toegangsdeur. De kapconstructie bestaat uit hangspanten die op de wandstijlen zijn afgeschoord. De wanden zijn aan de binnenzijde met plaatmateriaal afgedekt, waardoor het niet te zien is hoe de binnenzijde van de wanden was afgewerkt. Alleen bij de topgevel heeft men geen plaatmateriaal aangebracht. Zie hiervoor de volgende afbeelding.

33

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. Detail van de topgevel van de loods. Te zien is dat de wand aan de binnenzijde is voorzien van wit geschilderde messing- en groefdelen. Dit zal de oorspronkelijke afwerking van het hele interieur van de loods zijn.

Gebouw 9. Overzicht van de schijvenloods gezien in oostelijke richting. Links de in het laatste kwart van de 20ste eeuw ingebouwde keuken zichtbaar. De kopse wand is de oude eindgevel van wat nu het tussenlid is.

34

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. Detail van de oostelijke wand van de loods. De loods is tegen de oude eindgevel van het tussenlid geplaatst. Hierdoor is die buitengevel een binnenwand geworden. Dit zal relatief kort na de bouw van het tussenlid hebben plaatsgevonden. De aanwezige verflagen kunnen dus inzicht geven in de gevelafwerking van de oudste fase(n) van het tussenlid.

Gebouw 9. Overzicht van de zuidwand van de loods met links van de vensters een rookkanaal dat bij een kachel zal hebben behoord. De schoorsteen is afgebroken tot vlak onder het dakvlak. In het tussenlid is een vergelijkbaar rookkanaal aanwezig.

35

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 9. Overzicht van de kapconstructie van de schijvenloods. De gordingen rusten op afgeschoorde hangspanten. De samenstellende onderdelen zijn met spijkers aan elkaar verbonden. Ter plaatse van de nok zorgt een houten klos voor de verbinding van de spantbenen aan de makelaar. Aan de onderzijde zijn de makelaar en ook de schoren geklemd tussen de twee trekplaten.

Gebouw 9. Detail van de kapconstructie van de loods. Tussen de dubbele trekplaat loopt een schoor naar de wandstijl. Bij een aantal trekplaten is bij de aansluiting op de schoor een schuine las in de trekplaat aangebracht. De reden waarom is niet bekend. Mogelijk hadden deze platen niet de juiste lengte en zijn ze verlengd.

36

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Waardestelling (te lezen in samenhang met de waarderingsplattegrond) Beschermingswijze Het pand geniet voorbescherming als beoogd gemeentelijk monument. Interne waardestelling (heeft betrekking op de verschillende onderdelen van het bouwwerk zelf)

Waardestellingtekening van gebouw 9. In grijs zijn de vertrekken aangegeven waarvan het niet mogelijk was om die te bezoeken. Deze vertrekken zijn inwendig niet gewaardeerd. De beide blauwe sterren geven de plaats aan de beide vensters, die beiden nog oorspronkelijk zijn.

Stedenbouwkundige en ensemblewaarden − Het gebouw is het oudste object van de bebouwing op het terrein. Vanuit dit gebouw is de rest van de bebouwing ontwikkeld. Het gebouw ligt aan het einde van de oprijlaan die het terrein oorspronkelijk ontsloot. In dit opzicht heeft het gebouw, bestaande uit de woning, tussenlid en schijvenloods, een hoge stedenbouwkundige waarde. Architectuurhistorische waarde − De houten gevels van het loodsgedeelte zijn gaaf bewaard gebleven. De sobere en functionele vormgeving sluit aan bij de architectuur van de overige bebouwing. De gevels hebben een hoge architectuurhistorische waarde. De gevelindeling van het bakstenen woonhuis is sinds de bouw niet gewijzigd, wel zijn alle ramen en deuren vervangen. De architectuur van het woonhuis is algemeen voorkomend en niet bijzonder. Op grond hiervan hebben de gevels van het woonhuis een positieve architectuurhistorische waarde. Bouwhistorische waarde − De bouwkundige structuur van het woongedeelte stamt waarschijnlijk vrijwel geheel nog uit 1951, met gebruikmaking van de fundering en westgevel van het bouwwerk uit 1891. Constructies uit deze periode zijn nog algemeen voorkomend. Derhalve heeft het woonhuis een positieve bouwhistorische waarde. − De constructieve opzet van de beide loodsen is nog oorspronkelijk. De vensters zijn echter op twee na vervangen. Ook de beplanking is deels vervangen.

De loodsen hebben als voor-

37

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

beeld van hun type een hoge bouwhistorische waarde. De vervangen vensters hebben een indifferente bouwhistorische waarde. Gebruikshistorische waarde - Gebouw 9 is in opzet het oudste gebouw op het terrein en is in verschillende fasen tot stand gekomen. De functies van wachterswoning en schijvenloods zijn nog goed herkenbaar. Het gebouw geeft daarmee een goed beeld van de faciliterende taken die bij een militair schietterrein horen en is daarvan een gaaf bewaard voorbeeld. Dit aspect heeft een hoge gebruikshistorische waarde.

Advisering - Op diverse plaatsen van het houten loodsgedeelte is de oorspronkelijke kleuropbouw bewaard gebleven. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het kozijn in de zuidwand van het tussenlid, bij het houtwerk van de westelijke kopgevel van het tussenlid (die is opgenomen in de oostwand van de schijvenloods) en bij de westelijke kopgevel van de schijvenloods. Kleuronderzoek kan hier inzicht geven in het kleurgebruik gedurende de oudste fase(n) van de bebouwing, wat vervolgens bij herstel inspiratie kan zijn voor een te kiezen kleurstelling. - De voor deze verslaglegging gebruikte plattegronden zijn onnauwkeurig. Aan te bevelen is om de gebouwen vormvast op te meten. Hierdoor kan worden voorkomen dat bij werkzaamheden door onjuiste maatvoering fouten worden gemaakt.

38

Viersen, Bureau voor Bouwhistorie en Advies

Historisch Militair Complex Leusderheide, Leusden

Gebouw 10; Materieelloods Bouwgeschiedenis 1950 Bouw van de huidige loods ter vervanging van een houten loods, die op deze plaats heeft gestaan. De planning was echter al in 1946 gestart. XXc Bouw van de in hout uitgevoerde aanbouw op de noordoosthoek van het gebouw.

Plattegrond met de bouwfasering van het pand (het noorden is links). Grijs ingekleurd zijn de ruimten die niet toegankelijk zijn. De bestaande basistekeningen komt niet overeen met de werkelijkheid. De tekening is enigszins aangepast, maar bevat nog de nodige onjuistheden. (Herkomst: RVB, bewerking auteur)

Algemeen De gevels van het pand zijn in halfsteens verband opgetrokken met een trasraam van donkerder stenen. Alle gevelopeningen zijn origineel, inclusief kozijnen, deuren en ramen. De topgevels zijn voorzien van aanzetstenen en een afdekband op de nok. Deze zijn uitgevoerd in kunstzandsteen uitgevoerd, met een kern van gewapend beton.29 Het dak is gedekt met gesmoorde opnieuw verbeterde Hollandse dakpannen. Langs de gevel is een opvallend breed rabat van baksteen aangelegd. Deze stamt uit de bouwtijd. Bij de bouw heeft men ook het terrein bestraat tot aan de schijvenloods (gebouw 9). Het exterieur van het gebouw is sinds 1950 vrijwel niet meer gewijzigd. Wel heeft men in derde kwart van de 20ste eeuw aan de noordoostzijde een houten aanbouw geplaatst. De constructie van het gebouw bestaat uit bakstenen muren, die voor wat betreft de dwarsmuren tot aan het dak zijn doorgetrokken. De wanden in het interieur zijn opgetrokken met stenen in maasformaat en zijn halfsteens en steens zwaar uitgevoerd. De gordingen van de kapconstructie rusten op deze muren, waardoor de beide vleugels geen kapspanten hebben. Boven de grote ruimte in het midden van het pand bestaat de kapconstructie uit twee gewone 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3860/documents/41516