Meerjarenonderhoudsplan openbare ruimte 2025 -2036.pdf
Tekst van het document
Meerjarenonderhoudsplan openbare ruimte 2025-2036 Actualisatie uitgaven voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte
INHOUD 1. Samenvatting ....................................................................................................................................... 3 2. Onderhoud van de openbare ruimte .................................................................................................. 5 2.1
Soorten onderhoud ................................................................................................................. 5
3. Wat is er nodig..................................................................................................................................... 8 3.1
Algemeen uitgangspunt - kwaliteitsniveau ............................................................................. 8
3.2
Totale uitgavenraming per jaar voor de komende 4 jaren (2025 – 2028) .............................. 9
3.3
Gegevens en uitgaven per discipline voor de korte termijn (2025-2028)............................... 9
3.3.1
Wegen ............................................................................................................................. 9
3.4.2
Civiele kunstwerken ...................................................................................................... 12
3.4.3
Groen ............................................................................................................................. 13
3.4.4
Spelen ............................................................................................................................ 15
3.4.5
Stedelijk water ............................................................................................................... 16
3.4.6
Verkeersregelinstallaties ............................................................................................... 17
3.4.7
Openbare verlichting ..................................................................................................... 18
3.4.8
Gebouwen ..................................................................................................................... 19
3.4.9
Buitensportaccommodaties .......................................................................................... 20
3.5
Uitgaven per discipline voor de lange termijn (2029-2036) ................................................. 22
3.5.1
Wegen ........................................................................................................................... 22
3.5.2
Civiele kunstwerken ...................................................................................................... 23
3.5.3
Groen ............................................................................................................................. 23
3.5.4
Spelen ............................................................................................................................ 23
3.5.5
Stedelijk water ............................................................................................................... 23
3.5.6
Verkeersregelinstallaties ............................................................................................... 24
3.5.7
Openbare verlichting ..................................................................................................... 24
3.5.8
Gebouwen ..................................................................................................................... 24
3.5.9
Buitensportaccommodaties .......................................................................................... 25
3.6
Verschillen ten opzichte van voorgaande jaren .................................................................... 25
b l a d z i j d e 2 | 26
1. SAMENVATTING IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) gaat over het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Onder de openbare ruimte verstaan we de ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Denk onder andere aan wegen, groen, speelplaatsen en openbare verlichting. Al deze elementen, ook wel kapitaalgoederen genoemd, moeten worden onderhouden. Waar mogelijk vindt groot onderhoud of vervanging projectmatig en integraal plaats. Deze integrale samenwerking wordt op alle mogelijke terreinen gezocht; binnen de eigen organisatie én daarbuiten. Denk bijvoorbeeld aan aansluiting op werkzaamheden van NUTS partijen als Stedin of Vitens. Deze actualisatie wordt elke vijf jaar opgesteld (herzien), waarin de eerste vier jaren (in dit geval 2025 -2028) vooruit wordt gekeken op basis van inspecties en noodzakelijke maatregelen om de levensduur van een voorziening te waarborgen. Voor de acht daaropvolgende jaren wordt, op basis van uitvoeringsplannen voor de verschillende disciplines, inzicht gegeven in de te verwachten uitgaven op basis van levensduur en gepland groot onderhoud. In 2024 zijn de verschillende beheerdisciplines begonnen met het actualiseren van de uitvoeringsplannen. Er is rekening gehouden met de uitgangspunten zoals destijds vastgesteld bij de IBOR-rapportage 2021 – 2025. Daarnaast is gekeken naar de huidige staat van het areaal en de uitgevoerde werkzaamheden.
Dit resulteert in een nieuwe programmering van het groot onderhoud en het uitvoeren van vervanginvesteringen. Per discipline is het totale areaal geactualiseerd en zijn aan de hand van de inspecties en nieuwe programmering de budgetten aangepast voor de komende 12 jaar. Ook in deze actualisatie is rekening gehouden met het onderscheid tussen groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Dit volgens de voorschriften BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). De uitvoeringsplannen, met daarin de onderbouwing van uitgaven op basis van inspectie en normen die nu voor de verschillende disciplines beschikbaar zijn, zijn van voldoende kwaliteit om een goed en betrouwbaar beeld te krijgen van de benodigde bedragen voor (groot) onderhoud en vervanging, gesplitst in onderhouds- en investeringsuitgaven. Deze actualisatie geeft inzicht in de noodzakelijke uitgaven op basis van de uitvoeringsplannen. Ten opzichte van het vorige plan stijgen de kosten voor het groot onderhoud in lijn met de marktprijsontwikkelingen. Het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen jaren laar zien dat de onderhoudsstaat van het areaal in betere staat is dan verwacht in het vorige plan. Uitzondering hierop is op de beheerdiscipline gebouwen. Dit heeft te maken met de oudere leeftijd van de gebouwen binnen de vastgoedportefeuille. Deze worden met de doorkijk tot en met 2036 zichtbaar.
Voor een aantal panden komen vanaf 2032 significante uitgaven qua groot onderhoud naar voren. Gezien de leeftijd is de vraag of dit onderhoud uitgevoerd moet worden of dat er nagedacht moet worden over renovatie, nieuwbouw of andere afwegingen. Deze afwegingen moeten de komende jaren meer vorm gaan krijgen door de verschillende beleidsontwikkelingen die er spelen. Wel is er een significante toename te zien in vervangingsinvesteringen voor de openbare ruimte. Dat is onder andere terug te zien bij wegen. Dit komt doordat er in dit plan wordt voorgesteld om bij vervanging van asfalt wegen deze om te vormen naar stenen (van gesloten naar open verharding). Deze investering is in aanvang duurder maar gaat qua levensduur langer mee en is daarmee over de gehele looptijd goedkoper. Verder zien we een toename in kosten bij speelvoorzieningen. Er wordt voor gekozen om niet het areaal te versoberen maar in stand te houden. In het oude beheerplan werd hier niet in voorzien en om die reden worden hier extra financiële middelen voor gevraagd. Door een verouderd bomenbestand en aanzienlijke slechtere condities van de bomen zijn er extra investeringen nodig voor het vervangen van bomen de komende jaren. Doordat de kwaliteit van lichtmasten en armaturen dusdanig slecht is en er onveilige situatie ontstaan, is versnelde vervanging hiervan noodzakelijk.
Die resulteert voor de openbare verlichting voornamelijk de periode van 2025 – 2028 in aanzienlijke investeringen. Klimaatverandering, energie transitie, circulariteit en andere ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid hebben grote invloed op het beheer van de openbare ruimte. Al deze ontwikkelingen vinden immers plaats in de
b l a d z i j d e 3 | 26
bestaande omgeving waar geleefd, gewoond en gewerkt wordt en die moet worden beheerd. De druk op de openbare ruimte neemt daardoor toe.
b l a d z i j d e 4 | 26
2. ONDERHOUD VAN DE OPENBARE RUIMTE De gemeente is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Inwoners vertrouwen erop dat vuilnisbakken op tijd worden geleegd, fietspaden veilig zijn en bankjes in het groen netjes zijn. Oftewel: dat de openbare ruimte schoon is en goed onderhouden wordt. Openbare ruimte is een heel breed begrip: het gaat niet alleen over wegen, groen en speelplaatsen, maar ook over water, sportvelden en gemeentelijke gebouwen.
2.1
Soorten onderhoud
Bij het beheren van de openbare ruimte is het uitgangspunt dat we deze schoon, heel en veilig houden. Daarbij zorgen we ervoor dat het onderhoudsniveau ‘basis’ is gewaarborgd. In het beheer van de openbare ruimte onderscheiden we vier onderhoudstypen: 1. Calamiteiten onderhoud 2. Dagelijks onderhoud 3. Groot onderhoud 4. Vervangingsonderhoud
Figuur 1 schematische weergave onderhoudstypen en hoe deze in elkaar grijpen
Bovenstaand schema illustreert hoe het beheer en onderhoud is georganiseerd: 1. 2.
Calamiteiten onderhoud en Dagelijks onderhoud Betreft vanaf het moment van aanleg maatregelen die nodig zijn om een voorziening functioneel en/of representatief te houden. Calamiteiten onderhoud zijn de werkzaamheden die uitgevoerd worden naar aanleiding van bijvoorbeeld een melding. Een inwoner ziet na een storm dat er een tak is afgebroken van een boom en maakt hier melding van. Vervolgens wordt deze zo spoedig mogelijk weggehaald. Dagelijks onderhoud zien we terug in het jaarlijks maaien, onkruidvrij houden en snoeien van beplantingen, onkruidvrij houden en vegen van verhardingen, vegen, zwerfvuil ruimen, legen afvalbakken, schoonhouden terreinmeubilair, etc. Daarnaast wordt dagelijks onderhoud aan bijvoorbeeld verhardingen, wegmarkering, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties (VRI’s) binnen raamovereenkomsten of aparte opdrachten uitgevoerd.
b l a d z i j d e 5 | 26
3.
Groot onderhoud Betreft na langere periode van gebruik, geplande en ingrijpende maatregelen die nodig zijn als gevolg van slijtage. Dit onderhoud is nodig om de levensduur van de voorziening vol te kunnen maken.
4.
Vervangingsonderhoud Betreft maatregelen die wel levensduur verlengend werken óf een significante kwaliteitsverbetering opleveren. Voorkomende termen zijn o.a.: renovatie, rehabilitatie en vervanging.
Groot onderhouds- en vervangingsmaatregelen worden vaak projectmatig aangepakt en waar mogelijk worden meerdere IBOR-disciplines aan elkaar gekoppeld en geprogrammeerd. Dit geldt vooral voor voorzieningen die in de openbare ruimte zijn gesitueerd. Voor de disciplines gebouwen en buitensportaccommodaties is dit minder van belang; dit werk kan veelal autonoom worden gepland. In de meerjarenprogramma’s voor de openbare ruimte is het zaak om de momenten waarop groot onderhoud noodzakelijk is, bijvoorbeeld om de veiligheid te waarborgen, zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. In figuur 1 is middels de aanduiding B en C aangegeven, dat deze werkzaamheden binnen de kaders van IBOR plaatsvinden. Binnen de IBOR-budgetten wordt uitgegaan van in stand houding van bestaande voorzieningen. Er is géén rekening gehouden met aanvullende of veranderende behoeften, ambities en/of ontwikkelingen die parallel plaatsvinden. Denk hierbij in de huidige tijd aan het plaatsen van laadvoorzieningen voor elektrische auto’s, de aanleg van een warmtenet of een veranderende verkeersituatie. Maar ook woningbouwontwikkelingen kunnen aanpassingen in de bestaande omgeving nodig/wenselijk maken.
Om die reden wordt steeds gekeken of het mogelijk is groot onderhouds-/renovatiewerkzaamheden te koppelen aan ontwikkelingen óf andersom: kan bij een project dat geïnitieerd is door een ontwikkeling, worden aangesloten/bijgedragen vanuit IBOR groot onderhoud/vervanging. Wanneer de koppeling met ontwikkelissues relatief weinig extra uitgaven met zich meebrengen, dan het geplande groot onderhoud/ renovatie, wordt het meegenomen in een IBOR-project (in figuur 1 B en C). Om de voortgang van het noodzakelijke onderhoud te waarborgen, houdt IBOR de verantwoordelijkheid voor het project in deze situatie. Wanneer een initiatief vanuit een ontwikkeling wordt gevoed en vanuit IBOR-budgetten een bijdrage wordt geleverd van <50% van de totale projectuitgaven, is de groot onderhoudsbehoefte ondergeschikt. In figuur 1 is dit aangegeven met de aanduiding D. Deze actualisatie gaat over de in figuur 1 rood omlijnde activiteiten. Het geeft de uitwerking van de benodigde groot onderhouds-/ vervangingsbudgetten voor de komende vier jaar met een doorkijk naar de 8 jaar daaropvolgend. Het rapport is een samenvatting van de verschillende uitvoeringsplannen van de vakdisciplines vallend onder IBOR: 1. Wegen 2. Civiele kunstwerken 3. Groen 4. Spelen 5. Stedelijk water 6. Verkeersregelinstallaties 7. Openbare verlichting 8. Gebouwen 9.
Buitensportaccommodaties In bovenstaande opsomming komt de discipline ‘riolering’ niet voor. Via gemeentewet art 122 en 228a zijn de gemeentelijke watertaken via de rioolheffing gefinancierd. Het Gemeentelijk rioleringsplan vormt de onderbouwing van deze bekostiging. Ondanks de verschillende financieringsbronnen worden de rioleringswerkzaamheden zoveel mogelijk gekoppeld aan de overige werkzaamheden in de openbare ruimte. Zo pakken we de onderhoudsopgave integraal en kostenefficiënt aan. In 2023 is er, via collegebesluit 115949, voor de onder- en bovengrondse containers gekozen voor de insteek van levensduurgarantie. Uitgangspunt is dat de containers worden opgeknapt in plaats van vervangen om zo aan de duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen en gebruik te maken van gerecyclede producten. Om dit te bewaken is
b l a d z i j d e 6 | 26
er gekozen voor een beperkte verhoging van de jaarlijkse onderhoudsbudgetten ten behoeve van een hoge kwaliteit inspectie, onderhoud en reiniging om zo een langere levensduur te bevorderen en ongemakken van storingen en vervuilde containers voor burgers te minimaliseren. Samenvattend is dat er met deze ''refurbishing'' naar verwachting grootschalige vervangingsinvesteringen worden voorkomen in de komende 10 jaar. Om die reden is dit onderdeel dan ook verwijdert uit de actualisatie. Eens in de 4 jaar wordt dit document geactualiseerd. Dit document betreft de actualisatie voor de periode 20252028. In dit plan worden actuele areaalgegevens en uitgangspunten voor het groot onderhoud en vervanging per discipline aangegeven. Voor de meeste disciplines geldt dat uitgaven voor de korte termijn (4 jaar) nauwkeuriger kunnen worden bepaald op basis van inspecties, waarin wordt gekeken naar de werkelijke staat van voorzieningen. Op basis van de inspectieresultaten wordt bepaald wat er daadwerkelijk nodig is om de voorziening minimaal gedurende de geplande levensduur in stand te houden. Voor de langere termijn (12 jaar) worden doorrekeningen op basis van normen, gericht op de geplande levensduur, bepaald.
b l a d z i j d e 7 | 26
3. WAT IS ER NODIG 3.1
Algemeen uitgangspunt - kwaliteitsniveau
Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is in 2012 voor het eerst vastgelegd in de IBOR-rapportage. Deze kwaliteitseis is niet veranderd. In Leusden zijn de uit te voeren onderhoudsmaatregelen gericht op het zo lang mogelijk functioneel in stand houden van voorzieningen op conditieniveau 3, wat vergelijkbaar is met kwaliteitsniveau ‘basis’ zoals in de meeste gemeente gehanteerd wordt. De verandering in de systematiek betekend geen verandering in de daadwerkelijke kwaliteit van de voorzieningen, noch in het uit te voeren (groot) onderhoud.
Bron afbeelding: Anteagroup
Bovenstaande afbeelding geeft het verloop en wijze van uitvoering weer waarbij een voorziening bij aanleg/bouw in nieuwstaat (= niveau 10 = zeer hoog = A+) is en aan het einde van de levensduur ‘rijp voor sloop’ (niveau 0 = zeer laag = D). Gedurende de levensduur moeten onderhoudsmaatregelen worden genomen om de voorziening functioneel in stand te houden. Ondanks deze maatregelen zal uiteindelijk de conditiescore teruglopen tot het laagste niveau – het moment waarop de voorziening in principe moet worden vervangen. Maar ook dan kan worden gekeken naar risico’s en op grond daarvan worden besloten dat de vervanging van een voorziening nog kan worden uitgesteld.
3.2
Beelvormende sessies met de raad
Het voorliggende meerjarenonderhoudsplan vraagt om extra financiële middelen. Om die reden zijn er meerdere sessies met de raad geweest om hier inzicht in te geven. Daarbij is besproken waardoor de stijging komt, of deze te verklaren is, en of er ruimte is om meer budget beschikbaar te stellen. De raad heeft aangegeven bereid te zijn te investeren, maar wil ook kritisch blijven over wat écht nodig is en op welk moment. Het is immers van belang dat onze kapitaalgoederen in goede staat blijven, zodat kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Tegelijkertijd leven we in een tijd van bezuinigingen, waarin het belangrijk is scherp te zijn op welke uitgaven daadwerkelijk gedaan moeten worden. Het signaal van de raad is duidelijk en is op onderdelen verwerkt binnen de beheerdisciplines: uitvoeren wat noodzakelijk is met het oog op langdurige instandhouding, en vervangen wat écht nodig is om Leusden leefbaar te houden.
b l a d z i j d e 8 | 26
3.2
Totale uitgavenraming per jaar voor de komende 4 jaren (2025 – 2028)
Onderstaande tabellen laten de totalen zien per beheerdiscipline wat nodig is om de komende jaren het areaal te onderhouden. Zoals eerder aangegeven is er een onderscheidt tussen het groot onderhoud en de investeringen die er gedaan moeten worden. Uitgaven onderhoud Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Gebouwen Buitensport accommodaties Totaal onderhoud
2025 € 1.395.445 € 372.166 €0 €0 € 130.000 €0 € 13.334 € 864.664 €494.466 € 3.270.074
2026 € 818.271 € 153.619 € 9.500 €0 € 57.000 € 300.000 €0 € 697.510 € 67.615 € 2.094.014
2027 € 918.085 € 128.670 € 40.000 €0 € 80.000 €0 €0 € 1.076.240 €0 € 2.202.995
2028 € 851.005 € 169.443 €0 €0 € 85.000 €0 €0 € 746.729 € 506.802 € 2.358.979
De gemiddelde uitgaven voor onderhoud in de periode 2025-2028 bedragen € 2.482.000 per jaar. In het vorige plan was dit een bedrag € 2.876.000 per jaar.
Uitgaven vervanging (investering) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Gebouwen Buitensport accommodaties Totaal vervanging
2025
2026
2027
2028
€ 649.000 € 72.300 € 324.000 € 325.000 €0 €0 € 710.830 €0 €0 € 2.081.130
€ 1.377.000 € 165.000 € 324.000 € 246.000 €0 € 654.000 € 336.499 €0 €0 € 3.232.499
€ 940.000 €0 € 324.000 € 245.000 €0 € 245.000 € 291.637 €0 € 120.387 € 2.166.024
€ 783.000 €0 € 324.000 € 246.000 €0 € 52.000 € 306.086 €0 €0 € 1.711.086
De gemiddelde uitgaven voor vervanging in de periode 2025-2028 bedraagt € 2.298.000 per jaar. In het vorige plan was dit een bedrag € 1.207.000 per jaar.
3.3
Gegevens en uitgaven per discipline voor de korte termijn (2025-2028)
3.3.1
Wegen
Kengetallen De gemeente Leusden heeft anno 2024 zo’n 180 ha aan verhardingen in beheer. Het grootste deel, 61%, van deze verhardingen bestaat uit elementen (klinkers/tegels). Het asfalt beslaat 34% van het totale areaal, beton 2% en halfverharding 3%. De verkeersintensiteit van de wegen bepaalt het wegtype: In Leusden hebben we vooral (ca 66%) te maken met wegen in verblijfs- of woongebieden. Daarnaast valt een deel (23%) in de categorie licht- of gemiddeld belaste weg en fietspaden (11%). In de berekening van de onderhouds- en vervangingsuitgaven wordt onderscheid gemaakt tussen open- en gesloten verharding. Ter vergelijking met onderstaand areaal overzicht; asfalt en cementbeton worden gerekend tot de ‘gesloten verhardingen’. Eenheid asfalt elementen
m2 m2
2024 616.761 1.101.805
IBOR 2021-2024 626.889 1.062.471
areaal uitbreiding -10.128 +39.334
b l a d z i j d e 9 | 26
cementbeton halfverharding
m2 m2 Totaal
36.177 46.963 1.801.706
33.793 49.079 1.772.232
+2.384 -2.116 +29.474
Sinds de meting in 2021 is er sprake van in totaal bijna 2% areaal uitbreiding. De uitbreiding betreft 4% aan elementverharding en 7% aan betonverharding. De asfaltverharding en halfverharding namen in deze tijd respectievelijk juist af met 2% en 5%. De uitbreiding van elementen komt mede door de aanleg van de nieuwbouwlocaties Maanwijk en Hof van Liz. De afname van het asfalt is als gevolg van de transitie naar elementen in woonstraten. Kwaliteit Binnen de kaders van het brede uitgangspunt voor de kwaliteit van de openbare ruimte, wordt voor wegen onderstaand kwaliteitskader gehanteerd. Beeldkwaliteit
Technische kwaliteit
A+
Zeer goed
Nagenoeg ongeschonden
Er is geen schade
A
Goed
Mooi en comfortabel
Er is enige schade
B
Voldoende
Functioneel
De waarschuwingsgrens is overschreden
C
Matig
Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder
De richtlijn is overschreden (onderhoud binnen 2 jaar noodzakelijk)
Te slecht
Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid
De richtlijn is meer dan een klasse overschreden (Achterstallig onderhoud)
D
Inspectieresultaten Uit de laatste inspectie is gebleken dat 82% van de oppervlakte valt binnen de beeldkwaliteit categorieën A of B. 18% van de oppervlakte (met name elementenverharding)) voldoet op dit moment derhalve niet aan de gewenste kwaliteit. Er is altijd een deel van de oppervlakte die de gewenste kwaliteitsgrens net overschrijdt omdat deze in afwachting (gepland) is van groot onderhoud óf een koppelkans in een (her)ontwikkelingsproject. In deze periode wordt wel zodanig (klein) onderhoud uitgevoerd dat de veiligheid gewaarborgd blijft. Het percentage dat op dit moment onder de kwaliteitsgrens ligt is boven de norm; er is sprake van een achterstand in het onderhoud. Deze achterstand is grotendeels te wijten aan boomwortelopdruk en kleine verzakkingen in de verschillende (elementen) wegvakonderdelen. Daardoor wordt een wegvakonderdeel afgekeurd maar het herstel is relatief kleinschalig. Deze achterstand inhalen moet het komende jaar dan ook haalbaar zijn. Inzet vanuit klein onderhoud (buitendienst) is hierin essentieel. Benodigd budget (2025-2028) Uitgangspunt bij het beheer van de wegen is dat er eeuwig durend in stand wordt gehouden. Er vindt geen vervanging op basis van levensduur plaats. Wel worden verhardingen volledig verwijderd en opnieuw bestraat. Bestaande materialen worden zoveel mogelijk opnieuw gebruikt.
De fundering van de weg, fiets- of voetpad blijft (zover aanwezig) in tact. Deze activiteit wordt gezien als onderhoudsmaatregel. In onderstaand overzicht zijn de onderhoudsuitgaven (incl. inspectie, advies en onderzoek) voor de jaren 2025 t/m 2028 aangegeven.
b l a d z i j d e 10 | 26
Uitgaven onderhoud wegen Inspecties en onderzoek Gesloten verharding Open verharding Totaal onderhoud wegen
2025 € 25.000 € 582.508 € 787.937 €1.395.445
2026 €0 € 523.791 € 294.480 € 818.271
2027 € 25.000 € 373.283 € 519.802 € 918.085
2028 €0 € 244.335 € 606.670 € 851.005
Gemiddeld is er van 2025 tot en met 2028 € 983.000 per jaar nodig voor onderhoud van de verhardingen. Deze berekeningen zijn gebaseerd op de laatste inspectieresultaten (augustus 2024) en de maatregelen die nodig zijn om de verhardingen in stand te houden op kwaliteitsniveau B. Voor de komende 4 jaren zijn uitgaven voor vervanging opgenomen waarvan we weten dat dit een project betreft of waar de materialen “op” zijn en vervangen moeten gaan worden. Gemiddeld is deze uitgave € 937.000,- per jaar. Uitgaven vervanging wegen Gesloten verharding Open verharding Totaal investering wegen
2025
2026
€ 605.000 € 44.000 € 649.000
€ 997.000 € 380.000 € 1.377.000
2027 € 533.000 € 407.000 € 940.000
2028 € 383.000 € 400.000 € 783.000
Verschillen t.o.v. eerdere berekeningen In het vorige MJOP werd al aangeven dat als gevolg van de aangepaste benaderingswijze van het wegbeheer (eeuwigdurende instandhouding), er een verschuiving plaats zou vinden van vervangingsuitgaven (investeringen) naar onderhoudsuitgaven (exploitatie). De vernieuwde doorkijk voor de komende jaren laat nog steeds zien dat de onderhoudsuitgaven oplopen maar ook de vervangingsuitgaven van de materialen stijgen. De wijkgerichte aanpak (projecten) voor de komende jaren zal aan de ene kant de vervangingsuitgaven omhoog brengen maar door integrale aanpak ook juist een voordeel opleveren. De uitgave zijn hoger dan in het vorig MJOP aangegeven maar er wordt dan ook meer vervangen dan eerder verwacht. De hogere uitgaven is mede te wijten aan de hard gestegen materiaalkosten in de afgelopen jaren. In dit plan zijn de kosten opgenomen dat bij de vervanging van asfaltwegen wordt gekozen voor een omvorming naar stenen verharding (van gesloten naar open verharding). Hoewel deze investering initieel duurder is, kent deze verharding een langere levensduur en is daarmee over de gehele looptijd kostenefficiënter. In het vorige plan (2021–2024) werd deze aanpak slechts beperkt toegepast en ontbrak een structurele doorkijk naar de toekomst. De afgelopen jaren is bovendien meer ingezet op een wijkgerichte aanpak, waardoor integrale projecten zijn ontstaan.
Dit biedt beter inzicht in de werkzaamheden over een langere periode. Een belangrijk deel van deze projecten is gekoppeld aan werkzaamheden van netbeheerder Stedin, die het elektriciteitsnet toekomstbestendig maakt. Daarnaast vloeien er projecten voort uit de uitvoeringsagenda van het mobiliteitsplan. Door op beide trajecten aan te sluiten, nemen de kosten van vervangingsinvesteringen toe, maar ontstaat er ook meer samenhang en efficiëntie in de uitvoering. Ontwikkelingen Om de aankomende jaren nog gerichter en “op maat” de verschillende verhardingen te vervangen, kunnen we een wegenscan laten uitvoeren. Door middel van een grondradar wordt de opbouw van de verharding bepaald en geeft het inkijk naar onder andere de restlevensduur, aanwezigheid van fundering en de draagkracht van de ondergrond. Dit voorkomt dat er onnodig materiaal vervangen wordt. De Vakgroep Bitumineuze Werken van Bouwend Nederland zijn druk doende om asfalt te verduurzamen. De Hotmix asfaltmengels worden uitgefaseerd en vervangen door Half-warm mix en Warm mix. Groot voordeel is
b l a d z i j d e 11 | 26
de lagere temperatuur van produceren en dus een afname in CO² uitstoot. Het streven is om op 1 januari 2025 de Hot mix vervangen te hebben door de Half-warm en Warm mix asfaltmengels. Op het gebied van elementenverharding zijn mooie resultaten behaald met een dunnere straatbaksteen. Deze baksteen is één centimeter minder dik dan de traditionele straatbaksteen, waardoor er minder energie en grondstoffen nodig zijn voor de productie. Dit draagt bij aan de CO²-reductie en verminderd de aanschafkosten.
3.4.2
Civiele kunstwerken
Kengetallen In het tweede kwartaal van 2024 is een inspectie van de civiele kunstwerken uitgevoerd. In onderstaande tabel (afkomstig uit het inspectierapport van Nebest 23-07-2024) is zichtbaar dat tijdens de voorgaande inspectie, en daarop gebaseerde berekening, significant minder objecten zijn meegenomen. Type kunstwerk Bruggen beton Bruggen hout Bruggen staal Duikerbruggen Geluid-/grond kerende constructies Kademuur Tunnels Steigers Div/overige objecten Objecten Grebbelinie
2021 36 52 13 25 43 3 3 14 9
2024 36 34 26 6 68 3 6 18 5 55
Totaal
198
258
Te herleiden is een deel van de vermindering van het aantal houten bruggen welke zijn vervangen voor stalen bruggen, die een uitbreiding laten zien. Tenslotte is en aantal kleinere, unieke objecten (grond kerende constructies) in het verleden niet meegenomen in de inventarisatie en inspectie. Inmiddels is duidelijk dat deze objecten wel onderhoud behoeven en te zijner tijd vervangen moeten worden. Deze objecten zijn nu wel meegenomen in de berekeningen. Dit geld ook voor de objecten Grebbelinie. Kwaliteitsniveau / ambitie Mede vanwege de grote diversiteit aan civiele kunstwerken, is een groot aantal verschillende wettelijke kaders van toepassing waarbinnen de objecten in stand moeten worden gehouden. Belangrijke wetgeving is het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar ook de wet natuurbescherming speelt een rol. Daarnaast heeft de gemeente een ambitie (beleid) bepaald; uitgangspunt is dat de objecten functioneel ( en veilig) in stand worden gehouden en dat maatregelen erop gericht zijn om de levensduur te waarborgen. De esthetische kwaliteit van kunstwerken is van ondergeschikt belang; er vindt geen reiniging plaats om de beeldkwaliteit de vergroten. Reiniging ten gunste van de levensduur en het verwijderen van aanstootgevende graffiti vindt wel plaats.
Inspectieresultaten In de eerste helft van 2024 zijn de civiele kunstwerken geïnspecteerd door een gespecialiseerd team van Nebest. De inspectie is uitgevoerd aan de hand van CROW- CUR 117. De objecten zijn op volgende aspecten met betrekking tot de onderhoudsstaat beoordeeld: • Minimale eisen voor veiligheid (constructief en gebruik) • Kwaliteitsniveau ‘basis’ (functioneel, heel, duurzaamheid niet in geding) • Noodzakelijke maatregelen om levensduur zo lang mogelijk te waarborgen met zo laag mogelijke uitgaven
b l a d z i j d e 12 | 26
Benodigd budget 2025-2028 Uitgaven onderhoud kunstwerken Bruggen Geluid- en grond keringen Overige objecten / Grebbelinie Inspectie Totaal onderhoud kunstwerken
2025
2026
€ 191.273 € 109.255 € 71.638 €0 € 372.166
€ 82.769 € 35.035 € 35.815 €0 € 153.619
2027
2028
€ 108.500 € 9.498 € 10.672 €0 € 128.670
€ 55.149 € 13.874 € 23.200 € 77.220 € 169.443
De gemiddelde uitgaven voor onderhoud van de civiele kunstwerken bedragen de komende vier jaren € 205.975 per jaar. Uitgaven vervanging kunstwerken Brug hout Brug beton, staal, composiet Geluid- en grond keringen Kademuren, tunnels, duikers Totaal investering kunstwerken
2025
2026
€ 72.300 €0 €0 €0 € 72.300
€0 €0 € 295.000 €0 € 295.000
20027
2028 €0 €0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0 €0
De uitgaven voor vervanging van civiele kunstwerken bedragen de komende vier jaren gemiddeld € 49.000 per jaar. Verschillen t.o.v. voorgaande periode (2021-2024) De totale uitgaven voor onderhoud en vervanging van civiele kunstwerken bedragen voor de komende 4 jaar gemiddeld € 361.000 per jaar. In de periode 2021 tot en met 2024 bedroegen deze uitgaven gemiddeld € 226.393 per jaar. Ontwikkelingen In 2025 wordt de Lockhorsterbrug vervangen. In 2026 wordt de geluidsmuur aan Claverblad – Groenezoom vervangen. De komende jaren wordt groot onderhoud uitgevoerd aan bruggen en overige objecten. Dit wordt gedaan aan de hand van de ontvangen inspectieresultaten met als doel de objecten langdurig in een goede staat en veilig te houden. Naast het reguliere onderhouden worden de komende vier jaren ook een diverse houten bruggen vervangen.
3.4.3
Groen
Kengetallen In de openbare ruimte van de gemeente Leusden ligt een 140 ha aan groenvoorzieningen welke globaal verdeeld zijn in de volgende beheergroepen: beheergroep Gras (ruig gras/bermen/gazon/speelveld) Beplantingen (heesters/hagen/vaste planten) Totaal oppervlak Bomen
areaal 90 ha (64%) 50 ha (36%) 140 ha 20.175
Anders dan bij andere disciplines wordt het cyclisch onderhoud van groen, zoals bijvoorbeeld het snoeien van bomen en beplantingen, gezien als dagelijks onderhoud. Van oudsher zijn deze werkzaamheden ondergebracht in het contract dat de gemeente hiervoor met een aannemer heeft. In de begroting is dit jaarlijks onderhoud dan ook als regulier onderhoudsbudget opgenomen. In voorgaande perioden werd ok de boominspecties vanuit het
b l a d z i j d e 13 | 26
groot onderhoud bekostigd. Met dit plan worden deze kosten ook verplaatst naar de exploitatie omdat het hier een jaarlijks terugkerend budget bedraagt van € 35.000 Gezien bovenstaande lijkt het bedrag voor IBOR-groen relatief laag. In dit budget zijn alleen bedragen opgenomen voor vervanging en renovatie van groen en bomen en de wettelijke verplichte veiligheidsinspectie van bomen. Kwaliteitsniveau / ambitie Net als bij de andere disciplines is het uitgangspunt (beeld)kwaliteitsniveau B (basis). Dit geldt voor dagelijks, waaronder ook het cyclisch, onderhoud maar ook voor vervanging en renovatie wordt dit niveau aangehouden. In het in 2019 opgestelde groenbeheerplan geeft inzicht in de vervangingsopgave voor openbaar groen. Bij renovatie en vervanging van groen wordt nadrukkelijk met de samenleving gewerkt. Vanuit bewoners komen regelmatig verzoeken binnen voor het renoveren van plantsoenen. Wanneer een plantsoen daadwerkelijk aan vervanging toe is dan mogen bewoners meedenken over de nieuwe invulling van een plantsoen. Ook is het mogelijk om te participeren in het onderhoud. Voor bomen vormen de resultaten van de wettelijk verplichte veiligheidsinspectie, naast de reguliere snoeicyclus, een belangrijke basis voor het onderhoud. Bij de norm levensduur van bomen moet de kanttekening worden gemaakt dat gezonde bomen uiteraard niet op basis van leeftijd worden vervangen.
Oude gezonde bomen krijgen juist een bijzondere beschermingsstatus als ‘waardevol’ of ‘monumentaal’. Benodigd budget (2025-2028) Zoals eerder aangegeven is al het onderhoud voor groen en bomen opgenomen in het regulier-/dagelijks onderhoud van de openbare ruimte. Er is dus geen sprake van uitgaven voor dagelijks onderhoud in de IBORbudgetten. Voor de beheergroep ‘gras’ is er geen sprake van een vervangingsopgave; gras wordt door onderhoud eeuwigdurend in stand gehouden. Alleen voor het incidenteel opknappen van speelvelden is een klein structureel bedrag opgenomen. Om invulling te geven aan de vervangingsopgave voor beplantingen en bomen op niveau B is de komende jaren (2025 tot en met 2028) het volgende budget nodig. Uitgaven vervanging groen Beplantingen Bomen Klimaatadaptatie Totaal investering groen
2025 € 221.000 € 68.000 €35.000 € 324.000
2026 € 221.000 € 68.000 €35.000 € 324.000
2027 €221.000 € 68.000 €35.000 € 324.000
2028 € 221.000 € 68.000 €35.000 € 324.000
Verschillen t.o.v. eerdere berekeningen Als we kijken naar de vorige IBOR reeks die in 2021 is vastgesteld dan zien we een stijging van € 128.000 per jaar voor de vervangingskosten van beplantingen en bomen. Deze stijging zit voor een aanzienlijk deel in inflatiecorrectie en aanvullend klimaatadaptatie. Bij de beplantingen is verder sprake van een stukje areaal uitbreiding wat zorgt voor een deel van de stijging van de vervangingskosten. Bij bomen is nu duidelijk te zien dat het bomenbestand aan het verouderen is. Dit zorgt voor een hoger aantal bomen dat vanwege een slechte conditie vervangen moet worden. Hierin wijst de praktijk uit dat de klimatologische omstandigheden ook grote invloed hebben op onze bomen. In de jaren 2021 en 2022 hadden we relatief veel bomen die dood gingen en in een slechte conditie verkeerden vanwege langdurige droge periodes. Na een natte periode in 2023 en 2024 zien we ons bomenbestand gelukkig weer bijtrekken en zien we een herstel in conditie bij veel bomen. Feit blijft echter dat ons bomenbestand verouderd. Dat is aan één kant heel erg mooi want we hebben daardoor steeds meer grote volwassen bomen in Leusden die we als waardevol en monumentaal kunnen bestempelen, aan de andere kant betekent dit echter ook dat het aantal bomen dat vervangen moet worden oploopt.
b l a d z i j d e 14 | 26
De uitgaven voor de veiligheid inspecties voor onze bomen hebben we iets naar beneden kunnen bijstellen. Uit de praktijk blijkt dat de kosten hiervoor iets lager zijn dan we in 2021 geraamd hebben. Voor de komende vier jaar is dit gemiddeld €19.875. Dit ten opzichte van een gemiddelde van € 33.500 voor de periode 2021 – 2024. Ontwikkelingen De komende jaren versterken we de biodiversiteit en klimaatadaptatie door, daar waar mogelijk, middengeleiders om te vormen naar bermen en in te zaaien met bloemenmengsel. Goed voor de insecten en een vertraagde afvoer van het regenwater. Om hittestress te reduceren worden extra bomen geplaatst waarmee naar de toekomst meer kroonvolume en daarmee meer schaduw wordt gerealiseerd. Om dit mogelijk te maken wordt een jaarlijks bedrag opgenomen van € 35.000.
3.4.4
Spelen
Kengetallen Op dit moment zijn er ca. 700 speel-/beweegtoestellen in beheer bij de gemeente, welke zijn verdeeld over 190 locaties. Op een aantal locaties zijn nieuwe speelplekken gerealiseerd zoals in Hof van Liz en Groot Agteveld. Daarnaast vindt er uitbreiding plaats in toestellen op nieuwe locaties als Princenhofpark en Mastenbroek 2. Er is een grote diversiteit in functie, omvang, materiaal en daarmee ook in uitgaven voor beheer en onderhoud. Elk speeltoestel vraagt een bepaald type ondergrond om de veiligheid voldoende te waarborgen. In totaal is er bijna 9.000 m2 aan valondergronden. Dit varieert van rubberen tegels tot houtsnippers en doorgroeimatten met gras. Kwaliteitsniveau / ambitie Wettelijk moeten speelvoorzieningen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de Wet Attractiebesluit Speeltoestellen (WAS). Dit betreft vooral de technische staat van de toestellen. Hiervoor worden de toestellen jaarlijks geïnspecteerd door een extern gecertificeerd bedrijf. Qua netheid (beeldkwaliteit) wordt, net als bij alle andere disciplines, uitgegaan van kwaliteitsniveau B (basis). Benodigd budget (2025-2028) Voor de komende jaren wordt uitgegaan van het in stand houden van de huidige speellocaties en speeltoestellen.
Er wordt bewust omgegaan met de beschikbare budgetten door jaarlijks kritisch te kijken in hoeverre afgeschreven toestellen ook daadwerkelijk direct vervangen moeten worden. Onveilige situaties en afgekeurde toestellen worden direct verholpen. Door het grote aantal oudere toestellen zal er tijdelijk bovengemiddeld budget nodig zijn. Ook vanwege de gestegen prijzen voor gecertificeerde speeltoestellen vraagt het meer budget om bestaande toestellen voor gelijkwaardig te vervangen. Tot voor kort zijn er geen onderhouds-/vervangingsuitgaven voor valondergronden opgenomen geweest. Valondergronden spelen een belangrijke rol en bestaan er in verschillende vormen en daarbij verschillende prijzen. In onderstaand overzicht zijn hiervoor wel uitgaven opgenomen. Omdat in het huidige beheersysteem de kosten voor de valondergronden niet voldoende in kaart kan worden gebracht is een grove schatting gedaan op basis van het aanwezige areaal. Het budget zal nodig zijn voor aanleg, verwijdering en groot onderhoud waaronder reiniging. Bij de (her-)inrichting van speelplekken wordt slim omgegaan met (her)gebruik en worden bewustere duurzame en klimaatadaptieve keuzes gemaakt voor valondergronden.
Onderhoudswerkzaamheden als het uitvoeren van jaarlijkse veiligheids-inspecties, reinigen, rechtzetten en reparaties van toestellen worden in het kader van dagelijks onderhoud uitgevoerd en maken derhalve geen onderdeel uit van het IBOR-budget. De reguliere vervanging van voorzieningen wordt mede gebaseerd op deze inspectie. Daarnaast zijn uitgaven voor vervanging van toestellen en ondergronden opgenomen. Uitgaven vervanging spelen Toestellen Ondergronden Totaal investering spelen
2025 € 270.000 € 55.000 € 325.000
2026 € 190.000 € 56.000 € 246.000
2027 € 190.000 € 55.000 € 245.000
2028 € 190.000 € 56.000 € 246.000
b l a d z i j d e 15 | 26
Het beheer van de speelvoorzieningen wordt uitgevoerd op toestel-niveau. Hierdoor fluctueren de jaarlijkse uitgaven. Voor de komende periode 2025-2028 gaan we uit van een gemiddelde per jaar voor de vervangingsuitgaven voor toestellen en ondergronden. Er zal meer op speelplek- en buurtniveau vervangen worden en er zal kritisch gekeken worden of afgeschreven toestellen nog behouden kunnen blijven al dan niet op een andere speelplek binnen de gemeente. Ontwikkelingen De komende 4 jaar (2025-2028) zal het bestaande areaal zoveel mogelijk behouden blijven. Daarnaast zal er uitbreiding plaatsvinden door geplande nieuwbouwprojecten. Deze nieuwe locaties zullen meegenomen worden in het dagelijks onderhoud en de veiligheidsinspecties. Echter zullen zij deze jaren nog geen invloed hebben op de uitgaven voor vervanging.
3.4.5
Stedelijk water
In het Gemeente Rioleringsplan staat hoe de gemeente Leusden de gemeentelijke watertaken uitvoert. Buiten deze wettelijke taken onderhoudt de gemeente wateren en inliggende kunstwerken omdat de gemeente eigenaar is en/of om uitvoering te geven aan de onderhoudsverplichtingen van het waterschap. Deze paragraaf gaat over de onderhoudskosten van deze wateren en kunstwerken, plus wat kleinere elementen , zoals de spuitertjes op ’t Erf. Kengetallen Het Waterschap Vallei & Veluwe voert het beheer van alle wateren. Het onderhoud aan alle wateren en kunstwerken in hun beheergebied regelen ze in hun verordening. Deze verordening kent de wateren drie verschillende categorieën toe. Het waterschap onderhoudt A-wateren. De gemeente voert onderhoud aan Bwateren. Het onderhoud aan de C-wateren ligt doorgaans bij de aanliggende eigenaren. Soms is de gemeente aanliggend eigenaar. De gemeente Leusden voert op basis van bovenstaande het onderhoud uit voor 22 km wateren in het stedelijk gebied en ongeveer 50 km in het landelijk gebied. In deze paragraaf definiëren we kunstwerken zoals duikers, stuwen e.d. in de wateren. Kwaliteitsniveau In de regelgeving van het waterschap zijn veelal de uitgangspunten van de wateren en kunstwerken, waterpeilen en na te streven waterkwaliteit vastgelegd. Deze regelgeving is gebaseerd op EU regelgeving, zoals de Kaderrichtlijn Water en Omgevingswet enzovoorts.
Het onderhoud aan de wateren en kunstwerken betreft onder andere maaien van begroeiing, op diepte houden van de wateren en instandhouding van kunstwerken. Nadere specificatie staat in de waterschapsverordening. Om hieraan te voldoen voert de gemeente een pakket aan onderhoudsmaatregelen uit. Het waterschap kan ons controleren door te schouwen. Maaien van de beplanting is onderdeel van het dagelijks onderhoud en valt buiten de reikwijdte van de MJOP. Stedelijk gebied In het stedelijke gebied hanteren anderen vaak een cyclus van 20 jaar. Echter in Leusden is de aanwas van bagger te groot (groter dan 1,5 cm per jaar). Daarom houden we sinds jaren een cyclus aan van 6 a 7 jaar. De hoeveelheid groen en bomen langs de waterkant veroorzaakt de verhoogde baggeraanwas. Voor het baggeronderhoud werken we samen met het waterschap. Gelijktijdig met de baggerwerkzaamheden herstellen we beschoeiingen waar nodig. We herstellen de beschoeiing als de stabiliteit van de oever onvoldoende is. Landelijk gebied Veel van de te onderhouden wateren liggen langs de wegen in het landelijk gebied. Deze wateren onderhouden we door jaarlijks de begroeiing in en bij de sloot te maaien. Nu constateren we dat de opgebouwde laag blad en bagger in de wateren leidt tot een overmatig belemmerende doorstroming waardoor er wateroverlast, funderingsschade van wegen e.d. kan ontstaan.
In dit MJOP maken we in de komende vier jaar een inhaalslag. In
b l a d z i j d e 16 | 26
de jaren daarna voegen we de werkzaamheden om overmatig blad en bagger te verwijderen toe aan het jaarlijks onderhoudsregime. Benodigd budget (2025-2028) Uitgaven onderhoud oppervlaktewater Baggeren Korven/baggeren wateren buitengebied Totaal onderhoud oppervlakte water
2025
2026
2027
2028
€0
€0
€0
€0
€ 130.000 € 130.000
€ 57.000 € 57.000
€ 80.000 € 80.000
€ 85.000 € 85.000
Ontwikkelingen De ontwikkelingen rondom de normering voor PFAS is onvoorspelbaar. Daarmee vormt dit een risico met betrekking tot de gecalculeerde bedragen voor baggerwerkzaamheden.
3.4.6
Verkeersregelinstallaties
Kengetallen Leusden heeft 20 verkeersregelinstallaties (VRI’s), één automatische slagboom die niet meer in bedrijf is, twee verzinkbare bollard-systemen en één dynamische afsluitsysteem. Binnen de VRI’s wordt onderscheid gemaakt tussen: Type toestel Voetgangersoversteekplaats (GOP) Kleine VRI’s Middelgrote VRI’s Grote VRI’s
st 3 3 7 7 20
Totaal
Kwaliteitsniveau VRI’s moeten voldoen aan de NEN-normen 3322 en 3384. Daarnaast wordt de technische staat van het materiaal regulier beoordeeld en onderhouden. Vervanging van VRI’s wordt bepaald door de levensduur van de automaat (15 jaar) en van de installatie (30 jaar). De automaat wordt derhalve eenmaal vervangen terwijl de installatie in tact blijft, 15 jaar later worden de installatie en de automaat vervangen. Het kan incidenteel voorkomen dat de technische staat van een installatie dermate slecht is dat het nodig is om deze eerder dan gepland (gedeeltelijk) te vervangen. Benodigd budget (2025-2028) Het onderhoud van de VRI’s betreft het functioneel beheer van de VRI’s, de dagelijkse (consignatie- en calamiteiten) diensten en het oplossen van storingen. Deze kosten zijn structureel opgenomen in de begroting en zijn geen onderdeel van het MJOP. Het MJOP betreft alleen het verwijderen van VRI’s, vervangen van automaten en installaties. In 2026 vervangen/verwijderen we tweetal automaten en een drietal installaties. In 2027 vervangen we een vijftal automaten en in 2028 wordt één automaat vervangen. Uitgaven onderhoud VRI’s Verwijderen VRI’s Totaal onderhoud VRI
Uitgaven vervanging VRI Verwijderen VRI’s Vervanging automaten
2025 €0 €0
2025 €0 €0
2026 € 300.000 €300.000
2026 € 300.000 € 94.000
2027
2028 €0 €0
2027
€0 €0
2028
€0 € 245.000
b l a d z i j d e 17 | 26
€0 € 52.000
Vervangen installatie Totaal investering VRI
€0 €0
€ 560.000 € 654.000
€0 € 245.000
€0 € 52.000
Ontwikkelingen De komende jaren worden de verkeerslichten in Leusden aangepast naar ‘intelligente verkeersregelinstallaties’ (iVRI’s). iVRI’s kunnen onderling communiceren en het aankomende verkeer via apps en navigatiesystemen herkennen, wat bijdraagt aan een efficiëntere en duurzame verkeersafwikkeling. Bovendien kunnen dergelijke systemen weggebruikers informeren. Daarmee draagt deze techniek ook bij aan de verkeersveiligheid en een betere doorstroming van fietsverkeer, openbaar vervoer, hulpdiensten en (vracht)autoverkeer. De transitie van VRI naar iVRI is een autonome ontwikkeling, die landelijk plaatsvindt. Op slimme momenten, door aan te haken bij projecten en bij vervanging binnen de normale vervangingscyclus, wordt deze modernisering doorgevoerd.
3.4.7
Openbare verlichting
Kengetallen In Leusden staan ruim 6.650 stuks lichtmasten. Daarnaast worden er 2 soorten armaturen gebruikt. De reden hiervan is het verschil qua lengte van de lichtmasten. Uitzondering hierop zijn de ‘specials’. Zoals de boog maasten op de Hamersvelsde weg, Hessenweg en in de wijk Tabaksteeg. In de vervangingscyclus worden stalen masten vervangen voor aluminium. Op dit moment is de verhouding 80% staal en 20% aluminium . De indeling naar hoogte is aangegeven in onderstaand overzicht: Type (hoogte) lichtmast 4 meter 6 meter 7-10 meter + specials
st 3643 1667 1347 6657
Totaal
Alle masten zijn voorzien van LED-armaturen en een telemanagementsysteem. Het telemanagementsysteem zorgt ervoor dat storingen eenvoudig kunnen worden opgespoord en dat lichtmasten separaat kunnen worden aangestuurd qua lichtsterkte e.d. Door de vernieuwing van de armaturen met LED-verlichting en het telemanagementsysteem is met ingang van 2020 jaarlijks 63% bespaard op de uitgaven voor energie. Kwaliteitsniveau / ambitie De gemeente Leusden is aangesloten bij de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). De lichtmasten worden onderhouden op basis van (NEN) normen en technische aanbevelingen van deze stichting. In tegenstelling tot de vorige financiële planning is de opgehoogde vervangingsleeftijd gecorrigeerd. Armaturen worden vervangen in een cyclus van 20 jaar in tegenstelling tot 25 jaar, voor masten geldt een vervangingscyclus van 40 jaar in tegenstelling tot 50 jaar. Het besluit van deze aanpassing komt omdat er in 2024 al vier masten zijn omgevallen aangezien deze op delen doorgerot waren. De kwaliteit van materialen met name masten welke geproduceerd zijn in de periode na de oliecrisis is minder dan van voor de crisis. Voor het telemanagementsysteem wordt gerekend met 20 jaar. Benodigd budget (2025-2028) Uitgaven onderhoud OVL Stabiliteitsmeting Totaal onderhoud oppervlakte water
Uitgaven vervanging OVL Vervangen masten (incl. plaatsen) Vervangen armaturen Vervangen telemanagment systeem
2025 € 13.334 € 13.334
2025 € 689.490 € 21.339 €0
2026
2027 €0 €0
2026 € 336.499 €0 €0
2028 €0 €0
2027 € 271.060 € 20.577 €0
€0 €0
2028 € 271.060 € 35.026 €0
b l a d z i j d e 18 | 26
Totaal investering OV
€ 710.829
€ 336.499
€ 291.637
€ 306.086
Verschillen t.o.v. eerdere berekeningen In tegenstelling tot de vorige IBOR reeks die in 2021 is vastgesteld zien we een stijging van € 220.250 per jaar. Dit bedrag is een gemiddelde over de periode van 2025 tot en met 2028. Deze stijging komt door het aanpassen van het de vervangingstermijnen van armaturen en lichtmasten. Ontwikkelingen In 2024 loopt het beleidsplan Openbare Verlichting 2015 – 2024 af en wordt het nieuwe beleidsplan Openbare Verlichting 2025 – 2034 geschreven. Door de herziening van de vervangingsleeftijden zal er in de periode 2026 – 2030 jaarlijks ongeveer 350 lichtmasten vervangen worden, deze keuze is gemaakt om de financiële lasten te spreiden. Bij de wijkgerichte aanpak van civiele onderhoudswerkzaamheden en energietransitie maken we ter controle ook lichtberekeningen of de verlichting nog voldoet aan de NPR 13201 (Nederlandse Praktijk Richtlijn).
3.4.8
Gebouwen
Kengetallen In Leusden zijn 31 gebouwen in eigendom bij de gemeente. Op basis van functie/gebruik is de volgende indeling te maken: Type gebouw Verhuurd Algemeen gebruik Binnensport Cultureel / sociaal Overig Totaal
st 9 5 6 6 3 29
Daarnaast valt onderhoud van zwembad de Octopus én de twee parkeerdekken (de Smidse en Twijnderij) binnen het IBOR-budget gebouwen. Deze objecten zijn zodanig specifiek, dat zij in de uitgavenberekeningen apart zichtbaar zijn gemaakt. Kwaliteitsniveau Het instandhoudingsniveau wordt op een uniforme en objectieve manier invulling gegeven door middel van een conditiemeting. Dit is een visuele controle van gebouwdelen op een genormeerde wijze, de NEN 2767. Het kwaliteitsniveau welke wordt aangehouden is conditieniveau 3 (‘voldoende / redelijk’). Dit is zowel technisch als economisch een aanvaardbaar niveau. Benodigd budget (2025-2028) Uitgaven onderhoud gebouwen Parkeerdekken de Smidse + Twijnderij Zwembad de Octopus Overige panden in eigendom Totaal onderhoud gebouwen
2025 € 44.895 € 322.084 € 497.685 € 864.664
2026 € 33.659 € 491.900 € 171.951 € 697.510
2027 € 34.458 € 578.091 € 463.692 € 1.076.240
2028 € 28.313 € 515.138 € 203.278 € 746.729
Ontwikkelingen Het meerjarenonderhoudsplan is recent geactualiseerd op basis van conditiemetingen in Q1-2024. Reguliere werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van het meerjarenonderhoudsplan. Wel is er aandacht voor het treffen van duurzame maatregelen op het moment dat er investeringen aan de orde zijn. Ten tijde van het opstellen van dit document zijn de volgende bijzondere ontwikkelingen te benoemen:
b l a d z i j d e 19 | 26
Project Schuifplan: Hoefijzer 18 komt ter beschikking voor onderwijshuisvesting, Lisidunalaan 2 wordt verbouwd voor de huurders van Hoefijzer 18; • Ontwikkeling de Korf: Bestuursopdracht met als doel om in 2025 de toekomst van het gebouw te bepalen, dit kan mogelijk effect hebben op het meerjarenonderhoudsplan van het gebouw; • Brandweerpost Leusden: Recent opgeleverd na renovatie; • Twijnderij 32 (politie): Gebouw is gesloopt; • Locatie De Spieghel: Project Transportstation Stedin zal mogelijk gevolgen hebben voor de inrichting van het terrein; • Jan van Arkelweg 12b: Recent aangekocht door gemeente.
3.4.9
Buitensportaccommodaties
Kengetallen De buitensportaccommodaties die in onderhoud zijn door de gemeente liggen op het Burgemeester Buining sportpark, Sportpark de Schammer en het Kerstens sportpark. Het gaat in totaal om 23 sportvelden met speelinrichtingen. Type veld Natuurgrasveld Kunstgrasveld Kunstgrasveld Natuurgras-/gravelveld Asfalt (semi) Waterveld + zand ingestrooid veld
sport voetbal voetbal korfbal softbal handbal hockey Totaal
st 8 3 3 2 2 5 23
11 velden
12 velden
Kwaliteitsniveau De kwaliteit van zowel de natuurgras velden als die van de kunstgras en overige velden wordt onderhouden op A niveau. Behalve de velden van de Red Caps welke worden onderhouden op B kwaliteit, dit is voldoende kwaliteit om de honkbalsport te bedrijven. Benodigd budget (2025-2028) Het dagelijks onderhoud van de sportvelden wordt uitgevoerd binnen de kaders van een contract met een externe partij. Het dagelijks onderhoud is niet weergegeven in onderstaande maar wordt vanuit het exploitatiebudget bekostigd. Onderstaand overzicht geeft aan welke onderhouds- én investeringsuitgaven de komende 4 jaren te verwachten zijn: Uitgaven onderhoud sportvelden Onderhoud sportvelden Onderhoud sportveldinrichting Onderhoud overige inrichting Totaal onderhoud sportvelden
2025 € 481.645 € 12.821 €0 € 494.466
2026 € 2.727 € 4.700 € 60.188 € 67.615
2027
Uitgaven vervanging sportvelden Vervangen sportvelden (kunstgras) Vervangen sportveldinrichting Vervangen overige inrichting Totaal investering sportvelden
2025
2026
2027 € 100.647 € 19.740 €0 € 120.387
€0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0
2028 € 502.102 € 4.700 €0 € 506.802
2028 €0 €0 €0 €0
Verschillen t.o.v. eerdere berekeningen In vergelijking met de vorige IBOR reeks die in 2021 is vastgesteld geeft bovenstaand overzicht voor de periode 2025 t/m 2028 veel meer werkzaamheden weer dan destijds gepland was. Oorzaak hiervan is dat het groot onderhoud van veel velden dat gepland stond in de periode 2021-2024 is doorgeschoven. Dit heeft voornamelijk
b l a d z i j d e 20 | 26
te maken met met gesprekken die lopen met de diverse verenigingen over het veldtype dat teruggebracht wordt. In de volgende paragraaf vind hier meer toelichting over. Ontwikkelingen In 2025 staat het groot onderhoud van de hockeyvelden 2 en 3 en miniveld 5 op sportpark de Schammer in de planning. Dit groot onderhoud was eerder gepland in 2023 maar is doorgeschoven naar 2025. In 2025 gaan we ook onderhoud uitvoeren aan de handbalvelden. Eén handbalveld is al omgevormd naar een tijdelijk zandhandbalveld dit was een groot succes en daarom gaan we in samenwerking met LHV dit veld omvormen naar een definitief zandhandbalveld. Op het bestaande asfalt veld wordt de toplaag vervangen en nieuwe belijning aangebracht. In 2027 staat het vervangingsonderhoud voor natuurgrasvelden 5 en 8 bij Roda ’46 in de planning. Voor veld 5 is het nog afwachten of besloten wordt of dit veld wordt omgevormd naar een kunstgrasveld. Als laatste gaan we in 2028 de toplaag van de Korfbalvelden vervangen.
b l a d z i j d e 21 | 26
3.5
Uitgaven per discipline voor de lange termijn (2029-2036)
Uitgaven onderhoud TOTAAL (x € 1.000) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water VRI’s Openbare verlichting Gebouwen Buitensportaccommodaties Totaal onderhoud
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
€ 1.096 € 109 €0 €0 € 10 €0 €0 € 567 €0 € 1.781
€ 1.467 € 266 €0 €0 € 210 €0 € 13 € 1.270 € 1.215 € 3.277
€ 2.427 € 98 €0 €0 € 210 €0 €0 € 898 € 199 € 3.832
€ 2.373 € 199 €0 €0 € 10 €0 €0 € 1.550 € 718 € 4.850
€ 1.251 € 83 €0 €0 € 10 €0 €0 € 1.221 € 376 € 2.941
€1.604 € 97 €0 €0 € 10 €0 €0 € 549 € 386 € 2.655
€ 1.193 € 256 €0 €0 € 10 €0 € 13 € 728 €0 € 2.199
€ 751 € 167 €0 €0 € 10 €0 €0 € 2.747 €8 € 3.683
De gemiddelde uitgaven voor onderhoud in de periode 2029 - 2036 bedragen € 3.145.000 per jaar. In het vorige plan was dit een bedrag € 2.662.000 per jaar.
Uitgaven vervanging TOTAAL (x € 1.000) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water VRI’s Openbare verlichting Gebouwen Buitensportaccommodaties Totaal investering
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
€ 1.078 €0 € 324 € 220 €0 € 52 € 402 €0 €0 € 2.075
€ 1.023 €0 € 324 € 210 €0 € 37 € 377 €0 €0 € 1.971
€ 803 €0 € 324 € 210 €0 €0 € 231 €0 € 21 € 1.589
€ 847 € 42 € 324 € 210 €0 €0 € 169 €0 € 140 € 1.732
€ 814 €0 € 324 € 210 €0 €0 €90 €0 € 87 € 1.525
€ 803 €0 € 324 € 210 €0 €0 € 184 €0 € 32 € 1.553
€ 572 € 134 € 397 € 210 €0 €0 € 90 €0 €0 € 1.403
€ 1.555 € 97 € 397 € 210 €0 € 390 € 101 €0 €0 € 2.350
De gemiddelde uitgaven voor vervanging in de periode 2029 - 2036 bedragen € 1.775.000 per jaar. In het vorige plan was dit een bedrag € 1.023.000 per jaar.
3.5.1
Wegen
Uitgaven onderhoud wegen (x € 1.000) Inspecties en onderzoek Gesloten verharding Open verharding Totaal onderhoud wegen
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
€ 25 € 514 € 557 € 1.095
€0 € 629 € 838 € 1.467
€ 25 € 781 € 1.621 € 2.427
€0 € 1.462 € 911 € 2.373
€ 25 € 369 € 857 € 1.251
€0 € 473 € 1.131 € 1.604
€ 25 € 672 € 496 € 1.193
Uitgaven vervanging wegen (x € 1.000) Gesloten verharding Open verharding
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
€ 605
€ 671
€ 495
€ 572
€ 99
€ 220
€ 165
€ 880
€ 473 € 1.078
€ 352 € 1.023
€ 308 € 803
€ 275 € 847
€ 715 € 814
€ 583 € 803
€ 407 € 572
€ 275 € 1.155
Totaal investering wegen
2036 €0 € 434 € 317 € 751
De lange termijn voorspelling voor onderhoud laat een piek zien in 2030 t/m 2035. Komende periode zal gekeken worden naar een manier om deze piek af te vlakken naar een acceptabel en werkbaar niveau.
b l a d z i j d e 22 | 26
3.5.2
Civiele kunstwerken
Uitgaven onderhoud civiele kunstwerken Bruggen Geluid/grondkeringen Overige objecten / Grebbelinie Inspectie Totaal onderhoud kunstwerken
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
€ 69.869 € 10.141
€ 207.550 € 12.133
€ 77.949 € 11.509
€ 100.741 € 6.559
€ 59.654 € 9.706
€ 60.509 € 4.978
€ 171.408 € 53.376
€ 49.048 € 12.898
€ 29.008
€ 46.212
€ 8.876
€ 14.922
€ 14.439
€ 31.656
€ 30.744
€ 27.835
€0
€0
€0
€ 77.220
€0
€0
€0
€ 77.220
€ 109.018
€ 265.895
€ 98.334
€ 199.442
€ 83.799
€97.143
€ 255.528
€ 167.001
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
Uitgaven vervanging civiele kunstwerken Brug hout Brug beton, staal, composiet Geluid-/grondkeringen Kademuren, tunnels, duikers Totaal investering kunstwerken
3.5.3
2029 €0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 133.650
€ 96.525
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€ 41.699 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€0
€0
€0
€ 41.699
€0
€0
€ 133.650
€ 96.525
Groen
Uitgaven vervanging groen (x € 1.000) Beplanting Bomen Klimaatadapatie Totaal investering groen
2029
2030
€ 221 € 68 € 35 € 324
€ 221 € 68 € 35 € 324
2031 € 221 € 68 € 35 € 324
2032
2033
€ 221 € 68 € 35 € 324
2034
€ 221 € 68 € 35 € 324
2035
€ 221 € 68 € 35 € 324
2036
€ 221 € 141 € 35 € 404
€ 221 € 141 € 35 € 404
Voor de vervanging van groen is voor de lange termijn (2029 tot en met 2032) gemiddeld jaarlijks € 324.000 nodig. voor de periode 2035 tot en met 2036 stijgt dit naar € 404.000 per jaar. Dit bedrag zal ook de jaren daarna (tot en met 2040) nog nodig blijven. Dit heeft vooral te maken met de verwachting dat we meer bomen moeten vervangen.
3.5.4
Spelen
Uitgaven vervanging spelen Speeltoestellen Ondergronden Totaal investering spelen
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
€ 190.000 € 30.000 € 220.000
€ 180.000 € 30.000 € 210.000
€ 180.000 € 30.000 € 210.000
€ 180.000 € 30.000 € 210.000
€ 180.000 € 30.000 € 210.000
€ 180.000 € 30.000 € 210.000
€ 860.000 € 30.000 € 210.000
€ 180.000 € 30.000 € 210.000
Vanaf 2029 wordt er van uitgegaan dat veel verouderde toestellen zijn vervangen en speelplekken zijn opgeknapt en ondergronden vervangen. Jaarlijkse kosten voor reguliere vervanging zullen hierdoor naar verwachting enige jaren lager zijn.
3.5.5
Stedelijk water
Uitgaven onderhoud oppervlakte water (x€ 1.000) Baggeren
2029 €0
2030 €200
2031 € 200
2032 €0
2033 €0
2034 €0
2035 €0
b l a d z i j d e 23 | 26
2036 €0
Korven/baggeren water buitengebied Totaal onderhoud oppervlakte water
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 210
€ 210
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
€ 10
Ten behoeve van het stedelijk water is de volgde baggerronde is gepland voor 2030/2031. Hiervoor is nu een bedrag van € 200.000 opgenomen in beide jaren. In het voorgaande plan was de verwachting dat dit in de jaren 2027 / 2028 uitgevoerd zou gaan worden. Het is nog niet duidelijk of de mogelijke PFAS vervuiling dan nog een uitgaven verhogende werking zal hebben. Om die reden is hierin niet voorzien in het voor baggeren geraamde bedrag voor 2030/2031.
3.5.6
Verkeersregelinstallaties
Uitgaven vervanging VRI (x € 1.000) Automaten Installatie Totaal investering VRI
2029 € 52 €0 € 52
2030 € 37 €0 € 37
2031
2032
€0 €0 €0
2033 €0 €0 €0
2034 €0 €0 €0
2035 €0 €0 €0
2036 €0 €0 €0
€0 € 390 € 390
In 2029 en 2030 staat nog de vervanging van automaten op de planning, verder is de vervanging van VRI’s de komende jaren niet benodigd, tot aan 2036.