CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

L284028 IBOR actualisatie groot onderhoud en vervanging.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 14: RV Actualisatie beheerplan IBOR 2021-203214.450 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2021 € 141.000 € 54.000 € 195.000

2022 €0 € 6.000 € 6.000

2023

2024 €0 €0 €0

€0 €0 €0

Ontwikkelingen In 2021 worden alle lichtmasten ouder dan 50 jaar vervangen door aluminium lichtmasten. Doordat deze niet geschilderd worden is beter voor het milieu en het is besparend. De ontwikkeling op het gebied van openbare verlichting gaat door; de komen de jaren gaan wij ons richten op duurzame materialen. In het kader van de ontwikkeling van een circulaire economie worden armaturen van duurzame materialen (bamboe en afvalvlies van rijstkorrels) getest.

L284028

b l a d z i j d e 23 | 37

IBOR 2021-2032

Op korte termijn wordt een proef gestart waarbij met behulp van een passanten teller en de sensor van het telemanagementsysteem de lichthoeveelheid automatisch kan worden geregeld.

4.4.8

Ondergrondse afvalinzameling

Kengetallen In de gemeente Leusden zijn 268 ondergrondse containers aanwezig. De verdeling per fractie is als volgt: Type container restafval GFT Overige fracties (papier/PMD/glas) Totaal

st 120 75 73 268

Kwaliteitsniveau Het dagelijks onderhoud van de containers betreft het zorgen dat het open-/sluit- en verrekensysteem goed werkt. Daarnaast wordt zorg gedragen voor het reinigen van de zuilen en het opruimen van de directe omgeving. Met dit onderhoud wordt zo goed mogelijk aangesloten op het door alle disciplines gehanteerde uitgangspunt (niveau B). Deze reguliere werkzaamheden vallen niet onder het IBOR-budget. Voor het groot onderhoud en vervanging wordt de volgende cyclus aangehouden: • Levensduur container + zuil 10 jaar • Levensduur betonconstructie (put) 20 jaar • Renovatie (levensduur verlengend) 5 jaar Dit betekent dat gedurende de levensduur van de put, de container na éénmaal wordt vervangen en er twee maal (jaar 5 en jaar 15) groot onderhoud wordt gepleegd. Wanneer de container wordt vervangen wordt tevens bezien of onderhoud aan de put noodzakelijk is. Benodigd budget (2021-2024) Uitgaven vervanging OC’s Vervangen zuilen Vervangen container Vervangen betonput Renovatie zuilen Totaal investering OC’s

2021 € 37.000 € 17.000 €0 € 15.000 € 69.000

2022 € 6.000 € 17.000 €0 € 18.000 € 41.000

2023

2024

€0 € 31.000 €0 €0 € 31.000

€0 € 31.000 €0 €0 € 31.000

Ontwikkelingen In Augustus 2021 is gestart met de luierinzameling. Hiervoor zijn er 4 bovengrondse containers aangeschaft en 8 ondergrondse restafval containers zijn omgebouwd tot luiercontainer. Na de invoering van papiercontainers bij laagbouw, worden 13 ondergrondse duo containers voor papier en PMD ten behoeve de hoogbouw geplaatst. Op de reeds bestaande ondergrondse papier containers wordt een paslezer geplaatst.

L284028

b l a d z i j d e 24 | 37

IBOR 2021-2032

4.4.9

Gebouwen

Kengetallen In Leusden zijn 30 gebouwen in eigendom bij de gemeente. Op basis van functie/gebruik is de volgende indeling te maken: Type gebouw Verhuurd Algemeen gebruik Binnensport Cultureel / sociaal Overig Totaal

st 9 5 6 6 2 28

Daarnaast valt onderhoud van zwembad de Octopus én de twee parkeerdekken (de Smidse en Twijnderij) binnen het IBOR-budget gebouwen. Deze objecten zijn zodanig specifiek, dat zij in de uitgavenberekeningen apart zichtbaar zijn gemaakt. Kwaliteitsniveau Conditieniveau 3 (NEN2767) (‘voldoende / redelijk’) wordt aangehouden. Benodigd budget (2021-2024) Uitgaven onderhoud gebouwen Parkeerdekken de Smidse + Twijnderij Zwembad de Octopus Overige panden in eigendom Totaal onderhoud gebouwen

2021 € 361.000 € 517.000 € 167.000 € 1.045.000

2022 € 31.000 € 410.000 € 461.000 € 902.000

2023 € 35.000 € 366.000 € 157.000 € 558.000

2024 € 208.000 € 583.000 € 434.000 € 1.225.000

Ontwikkelingen Een deel van de parkeerdekken is in 2021 onderhanden genomen in 2022 staat het 2de deel op het programma om te worden aangepakt. Reguliere werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van het meerjarenonderhoudsplan. Wel is er aandacht voor het treffen van duurzame maatregelen op het moment dat er investeringen aan de orde zijn. Er zijn ten tijde van het opstellen van deze IBOR-rapportage verder geen bijzondere ontwikkelingen te benoemen.

4.4.10 Buitensportaccommodaties Kengetallen In Leusden worden 3 sportparken onderscheiden, ten behoeve van financiële doorrekeningen wordt gesplitst in twee delen: het voetbal gedeelte en het deel voor overige sporten. Type veld Natuurgrasveld Kunstgrasveld Kunstgrasveld Natuurgras-/gravelveld Asfalt (semi) Waterveld + zand ingestrooid veld

L284028

sport voetbal voetbal korfbal softbal handbal hockey Totaal

st 8 3 2 2 2 5 22

11 velden

11 velden

b l a d z i j d e 25 | 37

IBOR 2021-2032

Kwaliteitsniveau De kwaliteit van zowel de natuurgras velden als die van de kunstgras en overige velden wordt onderhouden op A niveau. Behalve de velden van de Red Caps welke worden onderhouden op B kwaliteit, dit is voldoende kwaliteit om met name de honkbalsport te bedrijven. De overige voorzieningen zoals hekwerken e.d. worden onderhouden op het kwaliteitsniveau basis. Benodigd budget (2021-2024) Het dagelijks onderhoud van de sportvelden wordt uitgevoerd binnen de kaders van een contract met een externe partij. Dit onderhoud valt niet onder IBOR. Onderstaand overzicht geeft aan welke onderhouds- én investeringsuitgaven de komende 4 jaren te verwachten zijn: Uitgaven onderhoud sportvelden Onderhoud sportvelden Onderhoud sportveldinrichting Onderhoud overige inrichting Inspectie Totaal onderhoud sportvelden

2021

Uitgaven vervanging sportvelden Vervangen sportvelden (kunstgras) Vervangen sportveldinrichting Vervangen overige inrichting Totaal investering sportvelden

2021 € 94.000 € 13.000 € 32.000 € 139.000

€0 €0 €0 € 10.000 € 10.000

2022 € 534.000 €0 €0 € 10.000 € 544.000

2023 € 510.000 € 16.000 €0 € 10.000 € 536.000

2024 € 120.000 €0 €0 € 10.000 € 130.000

2022

2023 € 75.000 € 20.000 € 16.000 € 111.000

2024

€0 €0 €0 €0

€0 €0 €0 €0

Ontwikkelingen In 2022 is er groot onderhoud bij Roda en bij SVA gepland. Bij beide verenigingen wordt de toplaag van het kunstgras hoofdveld vervangen. In 2023 zijn diverse groot onderhoudswerkzaamheden op de hockeyvelden in de Schammer voorzien.

L284028

b l a d z i j d e 26 | 37

IBOR 2021-2032

4.5

Uitgaven per discipline voor de lange termijn (2025-2032)

Uitgaven onderhoud TOTAAL (x € 1.000) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water VRI’s Openbare verlichting Ondergrondse afvalinzameling Gebouwen Buitensportaccommodaties Totaal onderhoud

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€ 63 € 176 € 12 €9 € 35 €0 €0 €0 € 758 € 11 € 1.064

€ 1.107 € 130 € 18 €9 € 60 €0 €0 €0 € 417 € 17 € 1.758

€ 1.280 € 102 € 52 €9 € 250 €0 €0 €0 € 599 € 11 € 2.303

€ 791 € 441 € 12 €9 € 256 €0 €0 €0 € 461 € 483 € 2.690

€ 1.142 € 266 € 12 €9 € 30 €0 €0 €0 € 587 € 10 € 2.056

€1.493 € 486 € 58 €9 € 30 €0 €0 €0 € 899 € 11 € 2.986

€ 2.514 € 207 € 12 €9 € 60 €0 €0 €0 € 1.155 € 217 € 4.174

€ 2.558 € 261 € 12 €9 € 30 €0 €0 €0 € 801 € 593 € 4.264

De gemiddelde uitgaven voor onderhoud in de periode 2025-2032 bedragen € 2.662.000 per jaar. Uitgaven vervanging TOTAAL (x € 1.000) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water VRI’s Openbare verlichting Ondergrondse afvalinzameling Gebouwen Buitensportaccommodaties Totaal investering

2025 € 58 €0 € 196 € 81 €0 €0 € 767 € 115 €0 €0 € 1.217

2026 € 250 €0 € 196 € 81 €0 € 83 €0 € 94 €0 € 44 € 748

2027

2028

€ 250 €0 € 196 € 81 €0 € 618 €0 € 75 €0 €0 € 1.220

€ 250 €0 € 196 € 81 €0 € 45 €0 € 1.385 €0 €0 € 1.957

2029

2030

€ 250 €0 € 196 € 81 €0 € 45 €0 € 297 €0 €0 € 869

€ 250 € 11 € 256 € 81 €0 € 25 €0 € 148 €0 €0 € 771

2031 € 250 € 75 € 256 € 81 €0 €0 €0 € 115 €0 €0 € 777

2032 € 250 €0 € 256 € 81 €0 €0 €0 € 37 €0 €0 € 624

De gemiddelde uitgaven voor vervanging in de periode 2025-2032 bedragen € 1.023.000 per jaar. Uitgaven onderhoud + vervanging TOTAAL (x € 1.000) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water VRI’s Openbare verlichting Ondergrondse afvalinzameling Gebouwen Buitensportaccommodaties Totaal onderhoud + investering

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€ 121 € 176 € 208 € 90 € 35 €0 € 767 € 115 € 758 € 11 € 2.281

€ 1.357 € 130 € 214 € 90 € 60 € 83 €0 € 94 € 417 € 61 € 2.506

€ 1.530 € 102 € 248 € 90 € 256 € 618 €0 € 75 € 599 € 11 € 3.523

€ 1.041 € 441 € 208 € 90 € 256 € 45 €0 € 1.385 € 698 € 483 € 4.647

€ 1.392 € 266 € 208 € 90 € 30 € 45 €0 € 297 € 587 € 10 € 2.925

€ 1.743 € 497 € 314 € 90 € 30 € 25 €0 € 148 € 899 € 11 € 3.757

€ 2.764 € 282 € 268 € 90 € 60 €0 €0 € 115 € 1.155 € 217 € 4.951

€ 2.808 €261 € 268 € 90 € 30 €0 €0 € 37 € 801 € 593 € 4.888

De gemiddelde uitgaven voor onderhoud + vervanging in de periode 2025-2032 bedragen € 3.685.000 per jaar.

L284028

b l a d z i j d e 27 | 37

IBOR 2021-2032

4.5.1

Wegen

Uitgaven onderhoud wegen (x € 1.000) Gesloten verharding Open verharding Inspectie Totaal onderhoud wegen Uitgaven vervanging wegen (x € 1.000) Gesloten verharding Open verharding Totaal investering wegen

2025 € 13 €0 € 50 € 63

2025

2026

2027

€ 691 € 391 € 25 € 1.107

€ 622 € 608 € 50 € 1.280

2026

2027

2028 € 448 € 318 € 25 € 791

2028

2029

2030

2031

2032

€ 544 € 548 € 50 € 1.142

€ 683 € 785 € 25 €1.493

€ 887 € 1.577 € 50 € 2.514

€ 1.559 € 974 € 25 € 2.558

2029

2030

2031

2032

€ 58

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 58

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

€ 250

Voor wegen bedragen de periode 2025-2032 bedragen de totaal gemiddelde uitgaven ca. € 1.600.000 per jaar. Vanaf 2031 stijgen de uitgaven aanzienlijk. Deze piek in groot onderhoudsactiviteiten is het gevolg van de aanlegperiode van veel verhardingen in Leusden. De keuze voor eeuwig durend in standhouden in plaats van reguliere vervanging op basis van levensduur, heeft een verschuiving van investerings- naar onderhoudsuitgaven tot gevolg. Op basis van ervaring en beoordeling van de staat van de huidige materialen is, ondanks het ‘eeuwig durend in stand houden’ voor de periode 2026-2032 een bedrag van € 250.000 per jaar opgenomen voor de aanschaf van materialen (klinkers, tegels) ten behoeve van de ‘vervanging op maat’ (zie paragraaf 4.4.1). De investeringsuitgaven voor wegen worden lager, de onderhoudsuitgaven stijgen. De totale uitgaven zijn echter lager, dan wanneer structureel wordt gerekend met volledige vervanging op basis van levensduur.

4.5.2

Civiele kunstwerken

Uitgaven onderhoud civiele kunstwerken (x € 1.000) Bruggen/duikers Geluid-/grondkeringen Overige objecten Inspectie Totaal onderhoud civiele kunstwerken Uitgaven vervanging civiele kunstwerken (x € 1.000) Bruggen/duikers Geluid-/grondkeringen Overige objecten Totaal investering civiele kunstwerken

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€ 127 € 36 €3 € 10

€ 94 € 16 € 10 € 10

€ 70 € 22 €0 € 10

€ 206 €4 € 221 € 10

€ 254 €2 €0 € 10

€ 424 € 47 € 16 € 10

€ 231 € 31 € 10 € 10

€ 239 € 12 €0 € 10

€ 176

€ 130

€ 102

€ 441

€ 266

€ 497

€ 282

€ 261

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€0 €0 €0

€0 €0 €0

€0 €0 €0

€0 €0 €0

€0 €0 €0

€ 11 €0 €0

€ 75 €0 €0

€0 €0 €0

€0

€0

€0

€0

€0

€ 11

€ 75

€0

De gemiddelde uitgaven voor onderhoud van civiele kunstwerken bedragen in de periode 2025-2032 € 259.000 per jaar. De gemiddelde uitgaven voor vervanging bedragen in deze periode € 11.000 per jaar.

L284028

b l a d z i j d e 28 | 37

IBOR 2021-2032

4.5.3

Groen

Uitgaven onderhoud groen (x € 1.000) Inspectie Totaal onderhoud groen

2025

Uitgaven vervanging groen (x € 1.000) Beplanting Bomen Totaal investering groen

2025

€ 12 € 12

€ 149 € 47 € 196

2026 € 18 € 18

2026 € 149 € 47 € 196

2027

2028

€ 52 € 52

2027 € 149 € 47 € 196

2029

€ 12 € 12

2028

€ 12 € 12

2029

€ 149 € 47 € 196

2030 € 58 € 58

2030

€ 149 € 47 € 196

2031 € 12 € 12

2031

€ 99 € 107 € 256

2032 € 12 € 12

2032

€ 99 € 107 € 256

€ 99 € 107 € 256

Voor de vervanging van groen is voor de lange termijn (2025 tot en met 2032) gemiddeld jaarlijks € 219.000 nodig. Voor 2025 tot en met 2029 is dit € 196.000 per jaar, voor de periode 2030 tot en met 2032 stijgt dit naar € 256.000 per jaar. Dit bedrag zal ook de jaren daarna (tot en met 2039) nog nodig blijven.

4.5.4

Spelen

Uitgaven onderhoud spelen (x € 1.000) Inspectie Totaal onderhoud spelen

2025

Uitgaven vervanging spelen (x € 1.000) Speeltoestellen Ondergronden Totaal investering spelen

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€9

€ 55 € 26 € 81

2026 € 55 € 26 € 81

2027 € 55 € 26 € 81

2028

2029 € 55 € 26 € 81

2030 € 55 € 26 € 81

2031 € 55 € 26 € 81

2032 € 55 € 26 € 81

€ 55 € 26 € 81

Voor spelen geldt dat vanaf 2025, als de omvormingen zijn afgerond, de vervangingsuitgaven dalen naar structureel € 81.000 per jaar. Vanaf 2025 bedragen de uitgaven voor de jaarlijkse inspectie (onderhoudsuitgaven) ca € 9.000 per jaar.

4.5.5

Stedelijk water

Uitgaven onderhoud stedelijk water (x € 1.000) Beschoeiing Baggeren Inspectie Totaal onderhoud stedelijk water

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€ 35 €0 €0

€ 30 €0 € 30

€ 30 € 220 €0

€ 36 € 220 €0

€ 30 €0 €0

€ 30 €0 €0

€ 60 €0 €0

€ 30 €0 €0

€ 30

€ 60

€ 250

€ 256

€ 30

€ 30

€ 60

€ 30

Ten behoeve van het stedelijk water is de volgde baggerronde is gepland voor 2027/2028. Hiervoor is nu een bedrag van € 220.000 opgenomen in beide jaren. Het is nog niet duidelijk of de mogelijke PFAS vervuiling dan nog een uitgaven verhogende werking zal hebben. Om die reden is hierin niet voorzien in het voor baggeren geraamde bedrag voor 2027/2028.

L284028

b l a d z i j d e 29 | 37

IBOR 2021-2032

4.5.6

Verkeersregelinstallaties

Uitgaven vervanging VRI (x € 1.000) Automaten Installatie Totaal investering VRI

2025

2026

€0 €0 €0

€ 83 €0 € 83

2027

2028

€ 218 € 400 € 618

2029 € 45 €0 € 45

2030 € 45 €0 € 45

2031 € 25 €0 € 25

2032 €0 €0 €0

€0 €0 €0

In 2027 worden van 3 VRI’s de automaat én de installatie vervangen, daarnaast wordt ook nog van 2 VRI’s alleen de automaat vervangen, dit zorgt voor de hoge uitgaven in dat jaar.

4.5.7

Openbare verlichting

Uitgaven vervanging OV (x € 1.000) Masten Armaturen Totaal investering OV

2025

2026

€ 767 €0 € 767

€0 €0 €0

2027

2028

€0 €0 €0

2029 €0 €0 €0

2030 €0 €0 €0

2031 €0 €0 €0

2032 €0 €0 €0

€0 €0 €0

In 2025 is een forse investering voor openbare verlichting voorzien als gevolg van het verstrijken van de levensduur van een groot aantal stalen masten. In de jaren daarna (tot en met 2032) zijn er geen vervangings-uitgaven te verwachten.

4.5.8

Ondergrondse afvalinzameling

Uitgaven vervanging OC’s (x € 1.000) Zuil Container Put Totaal investering OC’s

2025 € 25 € 90 €0 € 115

2026

€ 94 €0 € 94

2027 € 75 €0 €0 € 75

2028

€ 1.133 € 252 € 1.385

2029 € 55 € 151 € 91 € 297

2030 € 25 € 123 €0 € 148

2031 €0 € 115 €0 € 115

2032 € 37 €0 €0 € 37

In 2028 is de met betrekking tot vervanging de piek zichtbaar van de invoering (plaatsing van OC’s) van het nieuwe inzamelen in 2018.

4.5.9

Gebouwen

Uitgaven onderhoud gebouwen (x € 1.000) Zwembad de Octopus Parkeerdekken Smidse + Twijnderij Overige panden in eigendom Totaal onderhoud gebouwen

L284028

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

€ 202 € 31

€ 47 € 190

€ 338 € 30

€ 43 € 12

€ 70 € 35

€ 107 € 30

€ 423 € 148

€ 467 € 31

€ 525

€ 180

€ 231

€ 643

€ 482

€ 762

€ 584

€ 303

€ 758

€ 417

€ 599

€ 698

€ 587

€ 899

€ 1.155

€ 801

b l a d z i j d e 30 | 37

IBOR 2021-2032

4.5.10 Buitensportaccommodaties Uitgaven onderhoud sport (x € 1.000) Onderhoud sportvelden Onderhoud sport inrichting Onderhoud ov inrichting Inspectie Totaal onderhoud sport

Uitgaven vervanging sport (x € 1.000) Vervangen sportvelden Vervangen sport inrichting Vervangen ov inrichting Totaal investering sport

4.6

2025 €1 €0 €0 € 10 € 11

2025 €0 €0 €0 €0

2026 €3 €4 €0 € 10 € 17

2026 €0 €0 € 44 € 44

2027

2028

€1 €0 €0 € 10 € 11

2027

€ 469 €4 €0 € 10 € 483

2028

€0 €0 €0 €0

2029 €0 €0 €0 € 10 € 10

2029 €0 €0 €0 €0

2030 €0 €1 €0 € 10 € 11

2030 €0 €0 €0 €0

2031 € 193 € 14 €0 € 10 € 217

2031 €0 €0 €0 €0

2032 € 467 € 76 € 40 € 10 € 593

2032 €0 €0 €0 €0

€0 €0 €0 €0

Verschillen ten opzichte van voorgaande jaren

De (deels) opnieuw doorgerekende beheerplannen geven voldoende houvast om een goede uitgavencalculatie te maken voor de komende 4 jaar (2021-2024) en een doorrekening op basis van modellen voor de langere termijn (2025-2032). De BBV (2017) verplicht ons tot een duidelijke splitsing tussen onderhoud en vervanging. Voor vervanging geplande uitgaven dienen geclassificeerd te worden als investering, die ook op die manier in de gemeentelijke begroting gebracht moeten worden. De totale uitgaven voor vervanging pakken aanmerkelijk lager uit dan eerder aangegeven. Dit wordt vooral veroorzaakt door het inzicht dat de rehabilitatie van wegen, waarbij materialen én fundering wordt vervangen, in de praktijk in Leusden beperkt aan de orde is. In Leusden kan, vooral door de stabiliteit van de bodem op de meeste plekken, de fundering eeuwig in stand worden gehouden. Rehabilitatie wordt gezien als vervanging (investering). De activiteit die hiervoor in de plaats is gekomen, het volledig herbestraten met hergebruik van materialen waarbij de fundering in tact blijft, wordt gezien als onderhoud. Wel is € 250.000 per jaar berekend voor de aanschaf van nieuwe bestratingsmaterialen (vervanging) voor locaties waarbij hergebruik van bestaande materialen niet mogelijk of wenselijk blijkt.

Door deze reservering worden de onderhoudsuitgaven voor wegen logischerwijze verhoogd, maar de vervangingsuitgaven aanzienlijk verlaagd. Er zijn echter ook disciplines waarbij hogere uitgaven ten opzichte van eerdere doorrekeningen worden geconstateerd. De stijging van uitgaven ten opzichte van berekeningen in voorgaande jaren is deels veroorzaakt doordat het einde van de levensduur van voorzieningen dichterbij komt als gevolg van de grote groei van Leusden in de jaren ’60 en ’70. Bij wegen, wat een groot onderdeel vormde van het langjarig perspectief op hoge vervangingsuitgaven als gevolg van levensduur, is dit nu minder zichtbaar door de verschuiving van rehabiliteren naar ‘eeuwig durend in stand houden’.

L284028

b l a d z i j d e 31 | 37

IBOR 2021-2032

Daarnaast heeft de uitgavenstijging binnen de volgende disciplines een specifieke oorzaak: Civiele kunstwerken – meer areaal aanwezig dan eerder bekend Groen – kwaliteitsniveau aangepast van C (sober) --> B (basis) Spelen – meeruitgaven voor uitvoering omvormingen conform het beleidsplan Voor een nadere onderbouwing hiervan wordt verwezen naar de sub paragrafen onder 4.4 van deze rapportage. De hogere uitgaven op (o.a.) bovenstaande vakdisciplines worden gecompenseerd door de lagere uitgaven op de vakdiscipline wegen. Per saldo resteert een gemiddelde lagere uitgave van ten opzichte van de voorgaande onderhoudsactualisatie uit 2016 van ca. € 350.000 p/j. Hierbij moet de volgende kanttekening worden geplaatst: De nieuwe inzichten in de berekening van de uitgaven voor wegbeheer, hebben tot gevolg dat er minder financiële dekking vanuit IBOR beschikbaar is voor ontwikkelings- en herinrichtingsprojecten. Hiervoor moet een andere dekkingsbron worden gevonden.

L284028

b l a d z i j d e 32 | 37

IBOR 2021-2032

5.

KANSEN VOOR BESPARINGEN

5.1

Niet toekennen berekende meeruitgaven

Groen In het voorgaande IBOR-plan is gerekend met uitgaven die voldoende bleken voor onderhoudsniveau ‘sober’. Gevolg hiervan is dat de technische kwaliteit van beplantingen (m.n. bosplantsoen) terugloopt. Dit is echter het beeld waaraan we in Leusden inmiddels gewend zijn geraakt. Door het beheer op niveau sober in stand te houden, worden de uitgaven voor groen met ca € 65.000 per jaar beperkt. Hoewel (nog) niet overal voor een leek zichtbaar, is hiermee feitelijk sprake van kapitaalvernietiging. Spelen Wanneer de nu berekende uitgaven voor speelvoorzieningen niet worden gehonoreerd en het beschikbare budget gelijk blijft aan de situatie van de afgelopen IBOR periode, dan is het onmogelijk om alle voorzieningen veilig in stand te houden. Volgens het beleidsplan is dit ook niet de bedoeling; een groot aantal voorzieningen moet verdwijnen. Wanneer er onvoldoende budget is om speelplekken om te vormen tot, voor omwonenden, acceptabele ‘ontdekplekken’, dan moeten toestellen die niet meer veilig zijn ongenuanceerd en zonder plan worden verwijderd en niet terug geplaatst. Daarmee wordt uiteindelijk de bedoelde reductie van het aantal toestellen bereikt, waarmee het huidige onderhoudsbudget (€ 135.000) toereikend is. Met deze werkwijze wordt veel protest uit de samenleving verwacht.

Conform de aangenomen motie ‘stimuleren bewegen in de buitenruimte’ (nov 2020), zou juist méér moeten worden ingezet op spel/sport. Integraal beleid voor spel én sport is niet beschikbaar, voor spelen wordt daarom vooralsnog vastgehouden aan het vastgestelde speelruimteplan.

5.2

Reduceren kwaliteit / kwantiteit

Wanneer het noodzakelijk blijkt de uitgaven voor onderhoud en vervanging van de voorzieningen in de openbare ruimte verder te reduceren, heeft dit consequenties voor de kwaliteit en/of de kwantiteit. Bij het reduceren van de kwantiteit kan worden gedacht aan de volgende zaken: Wegen Het areaal wegen (c.q. verhardingen) kan worden verkleind door bestaande wegen te versmallen. In Leusden zijn veel wegen relatief breed, dus daar zouden kansen kunnen liggen. Het versmallen van het wegprofiel kan ook positieve effecten hebben op de verkeersveiligheid. Wanneer het totale wegprofiel wordt versmald, wordt de oppervlakte verharding gereduceerd. De vraag is echter wat er met de vrijgekomen ruimte moet gebeuren. In de bestaande omgeving blijft de afstand van gevel tot gevel blijft immers gelijk. Het meest voor de hand liggend is om deze ruimte om te vormen tot groenvoorzieningen. Dit kan tevens bijdragen aan klimaatadaptatie en het vergroten van de biodiversiteit. De maat van dergelijke groenvoorzieningen wordt echter beperkt tot stroken van minder dan één tot misschien enkele meters breed. Dit zijn daarmee relatief dure groenvoorzieningen om met voldoende kwaliteit in stand te houden. Het financiële voordeel van omvormen van verharding naar groen door het versmallen van wegprofielen, is daarmee zeer beperkt (of nihil).

Een andere keuze kan zijn om wegprofielen te versmallen en de overblijvende stroken uit te geven aan particulieren. De uitgifte van deze grond zal collectief moeten gebeuren omdat er anders zgn. ‘kartelranden’ langs wegen ontstaan. De vraag of hier voldoende draagvlak voor te vinden is bij particulieren. Aandachtspunt hierbij is ook, dat onder veel verhardingen kabels en leidingen liggen. De komende jaren wordt de ruimte die nodig is voor de ondergrondse voorzieningen wordt, o.a. door energietransitie etc. steeds meer. Het is ongewenst om kabels en leidingstroken (structureel) in particuliere grond te leggen. Al met al zal het niet eenvoudig zijn om een besparing op de onderhoudsuitgaven te realiseren door areaal te reduceren (=beperken kwantiteit).

L284028

b l a d z i j d e 33 | 37

IBOR 2021-2032

De kwaliteit van wegen kan mogelijk wel worden gereduceerd. Reductie van kwaliteit betekent gevolgen voor het comfort bij het gebruik in de vorm van meer oneffenheden en een mindere esthetische kwaliteit. Binnen de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente als wegbeheerder moeten de veiligheid van de weg gewaarborgd blijven. Het reduceren van kwaliteit geeft meer risico om onvoorziene onveilige situaties door in korte tijd ontstane schades aan wegen. Het nemen van adequate maatregelen op korte termijn is over het algemeen financieel nadelig. Indien wenselijk kunnen er keuzes worden gemaakt om de kwaliteit te verlagen op specifiek geselecteerde wegen, met een lage verkeersdruk, waar het risico om calamiteiten relatief beperkt is. Een structureel zodanig lage kwaliteit dat de geplande levensduur niet wordt gehaald, betekend kapitaalvernietiging en past niet binnen de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Omdat er vele variaties mogelijk zijn wanneer wordt gedacht aan kwaliteitsreductie bij wegen, is het onmogelijk hiervoor een uitgaven indicatie te geven. Om hiervoor een goede indicatie van uitgaven te kunnen geven is eerst meer sturing (richtinggevende beleidskeuze) noodzakelijk, waarna gericht diverse opties kunnen worden uitgerekend.

Civiele kunstwerken Veel civiele kunstwerken hebben een onmisbare functie voor het verkeer, water of grondkering, en komen daarom niet in aanmerking voor de reductie van areaal. Er zijn echter ook kunstwerken die geen directe functie hebben ten behoeve van de bereikbaarheid of iets dergelijks, maar slechts een esthetische- of recreatieve meerwaarde geven aan de omgeving. Hierbij kan worden gedacht aan diverse (houten) bruggen, pergola, steiger etc. Dergelijke voorzieningen worden echter wel vaak erg gewaardeerd door gebruikers en omwonenden, waardoor het verwijderen ervan een weloverwogen keuze moet zijn. Het onderhoudsniveau van civiele kunstwerken is puur gericht op het in stand houden, binnen de kaders van de NEN 2767, van de voorziening gedurende de voorziene levensduur. Reductie van het onderhouds-niveau zal leiden tot kapitaalvernietiging omdat de levensduur dan niet meer wordt gehaald. Groen Door de verkoop van groenvakken die grenzen aan particulier terrein en niet tot de groenstructuur behoren, wordt al jaren ingezet op de reductie van areaal en de behoefte van particulieren om hun tuin te vergroten. Er is nog een redelijke potentie (ca 27.000 m2) met betrekking tot verkoopbaar groen (zie groen uitgiftekaart). Vanuit de gemeente zal echter actief moeten worden ingezet op verkoop van deze grond om de potentie te benutten.

Het is niet reëel te veronderstellen dat deze gehele oppervlakte daadwerkelijk zal worden verkocht. Reductie van de kwaliteit van groenvoorzieningen betreft binnen de kaders van IBOR alleen het verlengen van de theoretische levensduur. Het onrealistisch verlengen van de levensduur heeft direct gevolgen voor de uitgaven van het dagelijks onderhoud; door intensief onderhoud moet worden getracht een voorziening van voldoende niveau te houden. Wanneer groen gezond en vitaal is, zijn de uitgaven voor dagelijks onderhoud optimaal. Verkeersregelinstallaties Op het verwijderen van enkele VRI’s, waarbij geen (nauwelijks) aanpassing van de omgeving nodig is, is reeds ingezet. Er liggen kansen om nog enkele VRI’s te verwijderen, maar daar zijn verkeerskundige aanpassingen voor nodig, die een investering vragen. Wanneer deze aanpassingen niet kunnen worden gecombineerd met onderhoudswerkzaamheden voor wegen of riolering, dan is de investering hoog ten opzichte van de besparing, waardoor de terug-verdien-tijd erg hoog is.

L284028

b l a d z i j d e 34 | 37

IBOR 2021-2032

6.

DE TOEKOMST VAN BEHEER

Gemeenten hebben te maken met grote vraagstukken zoals energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit, gezondheid en nog veel meer. Daarnaast staat Leusden de komende decennia voor een forse opgave als gevolg van de grote groei in de jaren ’60. Veel infrastructuur is toe aan groot onderhoud en beplantingen uit die tijd moet worden vervangen. Deze groot onderhouds-/vervangingsopgave is tegelijkertijd ook een kans voor vernieuwing en om de bovengenoemde vraagstukken te integreren. Het beeld zou kunnen ontstaan dat beheer zich losmaakt van (her)ontwikkeling en modernisering, door nu zuiver aan te geven welke uitgaven nodig zijn voor de instandhouding van de bestaande voorzieningen in de openbare ruimte. Dit is niet het geval: juist door dit nu inzichtelijk te maken, kunnen transparante keuzes worden gemaakt met betrekking tot bovengenoemde grote vraagstukken en ontwikkelingen. Vanuit beheer denken en doen we graag mee om vanuit deze transparantie nog meer integraal en strategisch te handelen. Om de kansen die er liggen te benutten zal de beheerorganisatie zich moeten ontwikkelen tot een geëmancipeerde organisatie die pro-actief aan de slag is met de openbare ruimte waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen. Onderstaand tekst uit een publicatie over kansgestuurd beheer van het Leusdense bedrijf Planterra en CROW.

Binnen de Leusdense organisatie worden stappen gezet om het beheer verder te emanciperen, door het leertraject ‘de toekomst van beheer’ te volgen. 08/2017 Stadswerk magazine 13 TEKST MARTIN VAN DER ZWAN PLANTERRA, HARRO VERHOEVEN CROW

Veranderingen en trends in de samenleving vragen om een andere vorm van beheer. Het denken in kwaliteitsniveaus zou plaats moeten maken voor het denken in termen van kansen. Ook zouden ingrepen toekomstgerichter gemotiveerd moeten zijn. Hoe vertaal je dat in het werk van alledag? Het beheer van de openbare ruimte lijkt voor veel buitenstaanders wellicht niet het meest dynamische werkveld binnen de gemeentelijke organisatie. Ten onrechte! De afgelopen jaren heeft het vakgebied zich ontwikkeld van een voornamelijk technische en financiële aangelegenheid naar een werkveld waar steeds meer aandacht is voor tevredenheid en betrokkenheid van de gebruikers van de openbare ruimte. Dit is een goede ontwikkeling, maar beheer zal de komende tijd echt radicaal moeten veranderen. Diverse maatschappelijke, economische, technologische en klimatologische ontwikkelingen, die nu al deels tastbaar worden, vragen hier nadrukkelijk om. Denk bijvoorbeeld aan zelfrijdende auto’s, slimme verlichting en berging van water na hevige regenval. Beheer zal hierop moeten anticiperen. Grote delen van de openbare ruimte zijn de komende jaren aan vervanging toe. Dit biedt kansen om de openbare ruimte slimmer in te richten en te beheren. Door beter in te spelen op trends en ontwikkelingen die nieuwe eisen (gaan) stellen aan de openbare ruimte, kunnen deze hierdoor worden vormgegeven.

Het beheer zal zich nog meer dan voorheen moeten richten op de toekomst. Hierbij is een brede, echt integrale blik een noodzaak. Bij het realiseren van strategische beleidsdoelstellingen van de gemeente zal kansgestuurd beheer een cruciale rol moeten gaan spelen. De toekomst van beheer Diverse maatschappelijke, economische, technologische en klimatologische ontwikkelingen, die ook consequenties zullen hebben voor de inrichting, het gebruik en het onderhoud van de openbare ruimte, maken een andere vorm van beheer noodzakelijk. In een verkenning die PLANTERRA voor CROW heeft uitgevoerd hebben wij de belangrijkste ontwikkelingen geïnventariseerd. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om: • de toenemende gebruiksdruk in steden en toename van evenementen • de toename van het aantal ouderen dat ook nog eens langer zelfstandig wil blijven wonen • obesitas en de afname van het bewegen door de jeugd

L284028

b l a d z i j d e 35 | 37

IBOR 2021-2032

• klimaatverandering en de noodzaak voor klimaatadaptatie • smart cities • verdichting van steden • circulaire economie • samenleven en ontmoeten in een multi-etnische samenleving • zelfrijdende auto’s Al deze ontwikkelingen vragen om een transformatie van de bestaande openbare ruimte. Dit zal flinke consequenties hebben voor het beheer van de openbare ruimte, van de positie die de beheerder inneemt binnen de gemeentelijke organisatie, voor de politieke aandacht voor beheer, en niet in het minst voor de kennis, kunde en vaardigheden van de beheerders van de openbare ruimte. Is het beheer er klaar voor? Gemeenten zijn nog druk bezig de laatste ontwikkelingen in het beheer van de openbare ruimte te vertalen in het werk van alledag. Ze zijn bezig met beeldgestuurd werken, risicogestuurd beheer, meer sturen op tevredenheid van inwoners en het doorontwikkelen van participatief werken. De vraag is: is beheer wel in staat nu alweer verder te kijken? Het zal wel moeten! Het beheer van de openbare ruimte kan niet om de nieuwe trends en ontwikkelingen heen. De beheerder moet zich niet meer uitsluitend richten op de instandhouding van de bestaande openbare ruimte, maar samen met andere betrokken partijen de kansen in de openbare ruimte gaan benutten, ofwel kansgestuurd beheer.

Wanneer er een weg moet worden vervangen, kies je dan voor dezelfde weg of denk je na over de mogelijkheden en nieuwe ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een weg die energie kan opwekken? Wat betekent circulaire economie voor het beheer van de openbare ruimte? Wat is er nodig om op de ontwikkelingen in te spelen? Veelal is er geen duidelijk beeld van de precieze consequenties die diverse afzonderlijke ontwikkelingen voor beheer hebben. Veel vaker ontbreekt een samenhangende visie, strategie, aanpak en programma voor het totale spectrum van ontwikkelingen in relatie tot het beheer van de openbare ruimte. Het besef ontbreekt veelal dat er anders gewerkt moet worden. Te vaak wordt nog gedacht dat beheer vooral gaat over het schoon, heel en veilig houden van de openbare ruimte. Over A-, B-, C- en D-kwaliteitsniveaus. Over het in stand houden van de huidige inrichting met de huidige functionaliteit. Dat is in ieder geval het beeld dat andere afdelingen binnen de gemeente hebben van beheer. Beheer is mede hierom niet voldoende aangehaakt bij het maken en realiseren van beleid vanuit disciplines als ruimtelijke ordening, verkeer, maatschappelijke ontwikkeling en economie. Overigens worden er op projectniveau wel al - zij het vaak ad hoc - keuzes gemaakt waarbij de toevallige samenkomst van mensen leidt tot meer of minder gewicht voor een bepaald beleidsveld.

Ook worden er steeds meer integrale project-programma’s opgesteld waarbij diverse beleidsambities worden meegewogen. Echter, het ontbreekt nog aan een integraal overzicht van wat op stedelijk of wijkniveau de mogelijkheden zijn om de diverse beleidsdoelstellingen en ontwikkelingen te dienen. Een integrale en dus door de diverse disciplines gedeelde visie die hierop inspeelt, is nog een zeldzaamheid. Zeker als je zoekt naar een visie waarin ook de mogelijkheden vanuit vervanging, groot en verzorgend onderhoud worden meegenomen. In alle gevallen mist een financiële doorvertaling van het toekomstbestendig maken van de openbare ruimte en de hiervoor benodigde beheer- en onderhoudsbudgetten. Dit vergroot de kans op kapitaalvernietiging, er wordt dan namelijk geïnvesteerd in het (groot) onderhoud van openbare ruimte die op termijn niet meer voldoet aan de eisen van de tijd.

L284028

b l a d z i j d e 36 | 37

IBOR 2021-2032

Wat is nodig ? Een blauwdruk voor een toekomstbestendige openbare ruimte en dé juiste beheeraanpak bestaat niet. Integraal en gebiedsgericht werken zijn echter wel sleutelwoorden! Integraal en toekomstbestendig beheer van de openbare ruimte is gebaseerd op een mix van vijf ‘sturingsprincipes’; frequentiegestuurd, kwaliteitsgestuurd, risicogestuurd, maatschappelijk en kansgestuurd. De nadruk die in praktijk op één of meer principes wordt gelegd, is afhankelijk van de situatie. Integraal beheer vraagt de komende jaren ook om grote veranderingen als het gaat om de benodigde kennis en houding, de werkprocessen, de informatievoorziening, de beleids- en beheerinstrumenten en de samenwerking met andere afdelingen en organisaties in de maatschappij. In ieder geval is er behoefte aan een integrale, en door de diverse disciplines gedeelde, analyse van de opgaven, risico’s en kansen in de openbare ruimte. Deze kan betrekking hebben op de stad als geheel maar moet zeker per gebied worden uitgewerkt. Op gebiedsniveau kan een visie worden gemaakt die hout snijdt. Je hebt het dan over concrete stukken van de stad waar gezamenlijke keuzes kunnen worden gemaakt over de gewenste aanpak. Daarnaast kan er beter een beeld worden gegeven van de financiële consequenties en de mogelijkheden die er vanuit de diverse disciplines, en dus ook vanuit beheer, zijn om de gekozen aanpak te realiseren.

Ook de financiële huishouding van de gemeente zal op de schop moeten. Integraal en toekomstgericht werken vraagt om het doorbreken van de nu nog waterdichte schotten tussen de potjes die de verschillende disciplines hebben voor de openbare ruimte. Voor beheer betekent integraal werken bovendien dat er vanuit een (nog) bredere scope naar de toekomst van de openbare ruimte moet worden gekeken. Beheerders moeten meer gaan denken in kansen. Kansen om samen met de collega-afdelingen, inwoners, ondernemers en andere partners de doelstellingen van de stad te realiseren. Voor de moderne beheerder zijn competenties als verbinden, overtuigen, innoveren, denken in belangen en werken vanuit bedoeling een must om deze kansen te benutten.

L284028

b l a d z i j d e 37 | 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2966/documents/31013