CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

L284028 IBOR actualisatie groot onderhoud en vervanging.pdf

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente LeusdenBij agendapunt: 14: RV Actualisatie beheerplan IBOR 2021-203214.450 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IBOR 2021-2032 actualisatie uitgaven voor groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen in de openbare ruimte

zaaknr L284028

VERSIE DEF dd 211028

IBOR 2021-2032

INHOUD 0.

LEESWIJZER ......................................................................................................................................4

1.

SAMENVATTING ..............................................................................................................................5

2.

AAN-/INLEIDING ..............................................................................................................................7 2.1

Reguliere actualisering IBOR-plannen .....................................................................................7

2.2

Motie groot onderhoud ‘tering naar de nering’......................................................................9

3.

SITUATIE VOORJAAR 2021 ............................................................................................................ 10

4.

WAT IS ÉCHT NODIG ..................................................................................................................... 11 4.1

Algemeen uitgangspunt - kwaliteitsniveau .......................................................................... 11

4.2

Heroverwegingen zomer 2021 ............................................................................................ 11

4.3

Totale uitgavenraming per jaar voor de komende 4 jaren (2021 – 2024) ........................... 13

4.4

Gegevens en uitgaven per discipline voor de korte termijn (2021-2024)............................ 14

4.4.1

Wegen .......................................................................................................................... 14

4.4.2

Civiele kunstwerken ..................................................................................................... 16

4.4.3

Groen ............................................................................................................................ 18

4.4.4

Spelen ........................................................................................................................... 19

4.4.5

Stedelijk water .............................................................................................................. 21

4.4.6

Verkeersregelinstallaties .............................................................................................. 22

4.4.7

Openbare verlichting .................................................................................................... 23

4.4.8

Ondergrondse afvalinzameling..................................................................................... 24

4.4.9

Gebouwen .................................................................................................................... 25

4.4.10

Buitensportaccommodaties ......................................................................................... 25

4.5

Uitgaven per discipline voor de lange termijn (2025-2032) ................................................ 27

4.5.1

Wegen .......................................................................................................................... 28

4.5.2

Civiele kunstwerken ..................................................................................................... 28

4.5.3

Groen ............................................................................................................................ 29

4.5.4

Spelen ........................................................................................................................... 29

4.5.5

Stedelijk water .............................................................................................................. 29

4.5.6

Verkeersregelinstallaties .............................................................................................. 30

4.5.7

Openbare verlichting .................................................................................................... 30

4.5.8

Ondergrondse afvalinzameling..................................................................................... 30

4.5.9

Gebouwen .................................................................................................................... 30

L284028

b l a d z i j d e 2 | 37

IBOR 2021-2032

4.5.10 4.6 5.

6.

Buitensportaccommodaties ......................................................................................... 31

Verschillen ten opzichte van voorgaande jaren ................................................................... 31

KANSEN VOOR BESPARINGEN ...................................................................................................... 33 5.1

Niet toekennen berekende meeruitgaven ........................................................................... 33

5.2

Reduceren kwaliteit / kwantiteit .......................................................................................... 33

DE TOEKOMST VAN BEHEER......................................................................................................... 35

L284028

b l a d z i j d e 3 | 37

IBOR 2021-2032

0.

LEESWIJZER

Dit rapport betreft in de basis de verplichte reguliere rapportage waarin is aangegeven welke uitgaven de komende jaren worden voorzien voor de instandhouding van de voorzieningen in de openbare ruimte van de gemeente Leusden. In deze IBOR-rapportage wordt ook aandacht besteed aan de situatie anno 2020/2021, waarin op het moment van opstellen van de rapportage ook een besparingsvraagstuk speelde. Naar aanleiding daarvan is in het voorjaar 2021 aan de Raad gevraagd om een extra periode om nader te onderzoeken welke bedragen écht nodig zijn voor de in stand houding op het gewenste niveau en waar eventuele besparingen kunnen worden gevonden. In hoofdstuk 1 is een samenvatting gegeven van de bevindingen en resultaten van de berekeningen die de afgelopen maanden zijn gemaakt. In hoofdstuk 2 is uiteengezet waar IBOR precies over gaat, maar ook waarover het niet gaat. Daarnaast wordt de motie (juli 2020) aangestipt, die de aanleiding vormde voor het onderzoek naar besparingsmogelijkheden. Hoofdstuk 3 geeft aan wat in het voorjaar 2021 is gerapporteerd en waarom het nader onderzoek, dat nu is uitgevoerd, nodig was. In hoofdstuk 4 is aangegeven wat er écht nodig is om de voorzieningen in de openbare ruimte op het gewenste (vereiste) niveau in stand te houden. Hierbij is de splitsing tussen onderhoud en vervanging (investering) weergegeven, de vervangingen in en aangegeven.

De overzichten met onderhoudsuitgaven zijn in de totale uitgaven in . Per discipline zijn gegevens over te beheren arealen opgenomen, het gehanteerde kwaliteitsniveau is aangegeven en waar nodig toegelicht. Hierbij is uitgebreider uitleg gegeven over enkele disciplines omdat deze in de berekeningen van het voorjaar 2021 opvallend bleken. In de eerste serie sub paragrafen van hoofdstuk 4 zijn de uitgaven voor de komende 4 jaren (2021-2024) op basis van actuele inspecties per discipline aangegeven. In de serie sub paragrafen daarna volgen de uitgaven op basis van normen en levensduur voor de daarop volgende 8 jaren (2025 – 2032) In hoofdstuk 5 is aangegeven waar eventuele kansen voor besparingen liggen. Dit kan alleen door kwantiteit en/of kwaliteit te reduceren. Per relevante discipline is aangegeven wat de consequenties zijn van de beleidskeuze om besparingen door te voeren. Hoofdstuk 6 (en bijlage ‘kansgestuurd beheer’) geeft een perspectief hoe ‘de toekomst van beheer’ kansen biedt door ontwikkelingen te integreren in het beheer van de openbare ruimte.

L284028

b l a d z i j d e 4 | 37

IBOR 2021-2032

1.

SAMENVATTING

IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) handelt over het groot onderhoud en vervangen, het duurzaam in stand houden, van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het dagelijks (regulier)onderhoud behoort niet tot IBOR. Waar mogelijk en zinvol vindt groot onderhoud of vervanging projectmatig en integraal plaats. Integraliteit wordt niet alleen gezocht binnen de diverse vakdisciplines, maar ook met (beleids)ontwikkelingen vanuit ruimtelijke ordening of duurzaamheid. Daarnaast wordt gekeken of NUTS partijen als Stedin, Vitens e.d. kunnen aansluiten bij werkzaamheden. Deze rapportage wordt in een cyclus van 4 jaar opgesteld, waarin de eerste vier jaren (in dit geval 2021 -2024) concreet vooruit wordt gekeken op basis van inspecties en noodzakelijke maatregelen om de levensduur van een voorziening te waarborgen. Voor de 8 daarop volgende jaren wordt, op basis van beheerplannen voor de verschillende disciplines, inzicht gegeven in de te verwachten uitgaven op basis van levensduur en gepland groot onderhoud. In het voorjaar van 2021 bleek de berekening van uitgaven hoger uit te komen dan verwacht. Dit was opmerkelijk omdat in 2020, vanwege de financiële situatie van de gemeente en op basis van een gesignaleerde onderbesteding op de uitgaven voor IBOR, juist via een motie van de Raad was gevraagd om een mogelijke besparing te realiseren.

Op dat moment gaf de onderbouwing van de voor diverse disciplines berekende uitgaven, nog onvoldoende inzicht in de splitsing tussen onderhoud en vervanging (investering). Conform de BBV (wijziging 2017) moet in de begroting worden voorzien in deze splitsing. De beheerplannen, met daarin de onderbouwing van uitgaven op basis van inspectie en normen die nu voor de verschillende disciplines beschikbaar zijn, zijn van voldoende kwaliteit om een goed en betrouwbaar beeld te krijgen van de benodigde bedragen voor (groot) onderhoud en vervanging, gesplitst in onderhouds- en investeringsuitgaven. Deze rapportage geeft inzicht in de noodzakelijke uitgaven op basis van de beheerplannen. Wegbeheer is de discipline binnen IBOR waar de meeste financiële middelen in om gaan. De beantwoording van het vraagstuk rondom de splitsing tussen onderhoud en vervanging, heeft veel impact gehad binnen deze discipline. Voorheen werd gerekend met rehabilitatie van verhardingen, waarbij uitgangpunt was dat er volledige vervanging (incl materialen en fundering) plaatsvond. In Leusden blijkt dit beperkter voor te komen dan gemiddeld in den lande. Feitelijk is hierdoor, meer dan gemiddeld, sprake van ‘eeuwigdurend in standhouden’. Hierbij wordt de toplaag (elementen) wel volledig verwijderd, maar materialen opnieuw gebruikt.

Het verwijderen en opnieuw aanbrengen van fundering blijkt in Leusden zeer beperkt nodig. Dit inzicht heeft geleid tot een verschuiving van vervangings- naar onderhoudsuitgaven en uiteindelijk tot lagere uitgaven (gemiddeld ca. € 750.000/jaar) ten opzichte van voorgaande jaren voor het totaal van onderhoud en vervanging van wegen. Voorheen vormden de berekende vervangingsuitgaven voor wegen, die uitgingen van volledige rehabilitatie, een belangrijk deel van de financiële dekking voor ontwikkelingen en herinrichtingsprojecten. In de huidige berekeningen is slechts rekening gehouden met beperkte vervangingsuitgaven voor wegen om ondanks het ‘eeuwigdurend in stand houden’, waar nodig verhardingsmaterialen te kunnen vervangen. Als gevolg van deze herziene berekening kan voor de financiering van ontwikkelingen en herinrichtingsprojecten nog maar in zeer beperkte mate beroep meer worden gedaan op investeringsbudgetten vanuit wegbeheer. Uiteraard kan wel een bijdrage worden geleverd als een project rendement oplevert voor de onderhoudsuitgaven. Ten behoeve van ontwikkelingen en herinrichtingen zal derhalve vaker en/of voor grotere bedragen een beroep moeten worden gedaan op andere dekkingsbronnen. In het kader van deze rapportage wordt niet nader ingegaan op de financiële beleidskeuzes die moeten worden gemaakt om hieraan invulling te geven.

Er zijn ook disciplines waarbij een toename van de totale uitgaven (gemiddeld € 400.000/jaar) zichtbaar is, dit sluit aan bij de berekeningen die gepresenteerd zijn in het voorjaar van 2021.

L284028

b l a d z i j d e 5 | 37

IBOR 2021-2032

Voor de discipline spelen zijn (tijdelijk) extra investeringsuitgaven berekend om het vastgesteld beleid (reductie van het aantal speelplekken) uit te voeren. Omdat momenteel bestuurlijk wordt ingezet op de integrale benadering van spelen en bewegen, is voor de uitvoering van dit beleid beperkt draagvlak. Over het geheel van alle IBOR-disciplines is sprake van een afname van de totale uitgaven van gemiddeld € 350.000 per jaar. Deze afname is vooral het gevolg van het (grotendeels) vervallen van vervangingsuitgaven (rehabilitatie) van wegen. Wanneer er, nu de uitgaven voor onderhoud en vervanging IBOR-breed aanzienlijk zijn gedaald, alsnog besparingen nodig zijn, zal dat moeten worden gezocht in reductie van kwantiteit (areaal) en/of kwaliteit. De mogelijkheden om kwantiteit de reduceren zijn veelal beperkt. Wanneer wegen worden versmald, blijft er rest ruimte over die weer moet worden ingevuld of uitgegeven (verkocht aan particulieren). Rest ruimte invullen met groen is voor de hand liggend, maar levert ten opzichte van areaal verharding nauwelijks een besparing op. Het uitgeven (verkopen) van grond is een permanente oplossing die een directe besparing en inkomsten van verkoop oplevert. Onder bewoners zal moeten worden gepeild of er voldoende animo is om in voorkomende gevallen collectief (in een aaneengesloten rij) grond aan te kopen.

Het verwijderen van niet direct functionele objecten, zoals bruggen, pergola’s, etc. kan een optie zijn, maar leidt vaak tot beperking van de esthetische- of recreatieve waarde van de openbare ruimte. Reductie van kwaliteit is alleen mogelijk wanneer wel voldaan wordt aan veiligheidseisen. Een lagere kwaliteit, kan met name bij het onderhoud van wegen, leiden tot een groter risico op calamiteiten, waarbij adequaat moet worden ingegrepen om de veiligheid te waarborgen. Daarnaast moet de technische kwaliteit voldoende blijven om de levensduur van voorzieningen te waarborgen. Anders is er sprake van kapitaalvernietiging. Om mogelijke besparingen (gericht en zinvol) te kunnen kwantificeren zijn beleidskeuzes nodig die richting geven aan nader onderzoek. Klimaatverandering, energie transitie, circulariteit en andere ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid hebben grote invloed op het beheer van de openbare ruimte. Al deze ontwikkelingen vinden immers plaats in de bestaande omgeving waar geleefd, gewoond en gewerkt wordt en die moet worden beheerd. De druk op de openbare ruimte neemt daardoor toe. Tot nu toe wordt het beheer van de openbare ruimte vak passief benaderd en gezien als ‘sluitstuk’ van ontwikkelingen. Eigenlijk een bijzondere situatie, want met de uitgaven voor het beheer van het kapitaalgoed worden we nog jaren geconfronteerd.

Voor de komende jaren is het de uitdaging om het beheer van de openbare ruimte te emanciperen door ontwikkeling en beheer beter te integreren en het kansgerichte beheer te optimaliseren.

L284028

b l a d z i j d e 6 | 37

IBOR 2021-2032

2. AAN-/INLEIDING 2.1

Reguliere actualisering IBOR-plannen

Bij het beheren van de openbare ruimte is het uitgangspunt dat we deze schoon, heel en veilig houden. Daarbij zorgen we ervoor dat het onderhoudsniveau ‘basis’ is gewaarborgd. In het beheer van de openbare ruimte onderscheiden we vier onderhoudstypen: 1. Calamiteiten onderhoud 2. Dagelijks onderhoud 3. Groot onderhoud 4. Vervangingsonderhoud

Figuur 1 schematische weergave onderhoudstypen en hoe deze in elkaar grijpen

Bovenstaand schema illustreert hoe het beheer en onderhoud is georganiseerd: 1. 2.

Calamiteiten onderhoud en Dagelijks onderhoud Betreft vanaf de aanleg noodzakelijke maatregelen die nodig zijn om een voorziening functioneel en/of representatief te houden. Concreet: Regulier (en bij calamiteiten) maaien, onkruidvrij houden en snoeien van beplantingen, onkruidvrij houden en vegen van verhardingen, vegen, zwerfvuil ruimen, legen afvalbakken, schoonhouden terreinmeubilair, etc. Grotendeels opgenomen in een meerjarig contract onderhoud buitenruimte. Het hiervoor benodigd budget is in de begroting opgenomen als jaarlijks regulier onderhoud, dat binnen de jaargrens moet worden besteed. Daarnaast wordt regulier onderhoud aan bijvoorbeeld verhardingen, wegmarkering, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties (VRI’s) binnen raamovereenkomsten of aparte opdrachten uitgevoerd.

L284028

b l a d z i j d e 7 | 37

IBOR 2021-2032

3.

Groot onderhoud Betreft na langere periode van gebruik, geplande en ingrijpende maatregelen die nodig zijn als gevolg van slijtage. Dit onderhoud is nodig om de levensduur van de voorziening vol te kunnen maken.

De onderhoudstypen 1, 2 en 3 zijn niet van invloed op de vooraf bepaalde levensduur en mogen dan ook in de begroting niet worden geactiveerd. Het hiervoor benodigd budget is opgenomen als IBOR groot onderhoud (géén vervanging). 4.

Vervangingsonderhoud Betreft maatregelen die wel levensduur verlengend werken óf een significante kwaliteitsverbetering opleveren. Voorkomende termen zijn o.a.: renovatie, rehabilitatie en vervanging. Deze maatregelen mogen in de begroting worden geactiveerd.

Groot onderhouds- en vervangingsmaatregelen worden vaak projectmatig aangepakt en waar mogelijk worden meerdere IBOR disciplines aan elkaar gekoppeld en geprogrammeerd. Dit geldt vooral voor voorzieningen die in de openbare ruimte zijn gesitueerd. Voor de disciplines gebouwen en buitensportaccommodaties is dit minder van belang; dit werk kan veelal autonoom worden gepland. In de meerjarenprogramma’s voor de openbare ruimte is het zaak om de momenten waarop groot onderhoud noodzakelijk is, bijvoorbeeld om de veiligheid te waarborgen, zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. In figuur 1 is middels de aanduiding B en C aangegeven, dat deze werkzaamheden binnen de kaders van IBOR plaatsvinden. Binnen de IBOR budgetten wordt uitgegaan van in stand houding van bestaande voorzieningen. Er is géén rekening gehouden met aanvullende of veranderende behoeften, ambities en/of ontwikkelingen die parallel plaatsvinden. Denk hierbij in de huidige tijd aan het plaatsen van laadvoorzieningen voor elektrische auto’s, de aanleg van een warmtenet of een veranderende verkeersituatie. Maar ook woningbouwontwikkelingen kunnen aanpassingen in de bestaande omgeving nodig/wenselijk maken.

Om die reden wordt steeds gekeken of het mogelijk is groot onderhouds-/renovatiewerkzaamheden te koppelen aan ontwikkelingen óf andersom: kan bij een project dat geïnitieerd is door een ontwikkeling, worden aangesloten/bijgedragen vanuit IBOR groot onderhoud/vervanging. Wanneer de koppeling met ontwikkelissues relatief weinig extra uitgaven met zich meebrengen, dan het geplande groot onderhoud/ renovatie, wordt het meegenomen in een IBOR-project (in figuur 1 B en C). Om de voortgang van het noodzakelijke onderhoud te waarborgen, houdt IBOR de verantwoordelijkheid voor het project in deze situatie. Wanneer een initiatief vanuit een ontwikkeling wordt gevoed en vanuit IBOR-budgetten een bijdrage wordt geleverd van <50% van de totale projectuitgaven, is de groot onderhoudsbehoefte ondergeschikt. In figuur 1 is dit aangegeven met de aanduiding D. Deze rapportage gaat over de in figuur 1 rood omlijnde activiteiten. Het geeft de uitwerking van de benodigde groot onderhouds- / vervangingsbudgetten voor de komende vier jaar met een doorkijk naar de 8 jaar daarop volgend. Het rapport is een samenvatting van de verschillende beheerplannen van de vakdisciplines vallend onder IBOR: 1. Wegen 2. Civiele kunstwerken 3. Groen 4. Spelen 5. Stedelijk water 6. Verkeersregelinstallaties 7. Openbare verlichting 8. Ondergrondse afvalinzameling 9. Gebouwen 10. Buitensportaccommodaties

L284028

b l a d z i j d e 8 | 37

IBOR 2021-2032

In bovenstaande opsomming komt de discipline ‘riolering’ niet voor. De reden hiervoor is dat wettelijk is geregeld dat de uitgaven voor riolering een aparte exploitatie vormen, die in het Gemeentelijk Rioleringsplan is vastgelegd. In de uitvoering worden rioleringswerkzaamheden als IBOR-werk benaderd en vormen vaak een belangrijk uitgangspunt om andere werkzaamheden te koppelen. Om de 4 jaar wordt het IBOR plan geactualiseerd – deze rapportage betreft de actualisatie voor de periode 20212024. In dit plan worden actuele areaalgegevens en uitgangspunten voor het groot onderhoud en vervanging per discipline aangegeven. Voor de meeste disciplines geldt dat uitgaven voor de korte termijn (4 jaar) nauwkeuriger kunnen worden bepaald op basis van inspecties, waarin wordt gekeken naar de werkelijke staat van voorzieningen. Op basis van de inspectieresultaten wordt bepaald wat er daadwerkelijk nodig is om de voorziening minimaal gedurende de geplande levensduur in stand te houden. Voor de langere termijn (12 jaar) worden doorrekeningen op basis van normen, gericht op de geplande levensduur, bepaald.

2.2

Motie groot onderhoud ‘tering naar de nering’

Als gevolg van de financiële situatie van de gemeente, die zich in 2020 aftekende, werd een motie (M.10.12) aangenomen met de naam ‘groot onderhoud - de tering naar de nering’. In deze motie werd aangehaald dat de accountant (2019) constateert dat de investeringen in het kader van groot onderhoud achterbleven bij de begroting en dat er geen aanwijzingen zouden zijn voor achterstallig onderhoud en onveilige situaties. Daarnaast is aangegeven dat de beheerplannen niet allemaal actueel waren en daarmee de onderbouwing van de financiële planning onvoldoende is. In de motie is gevraagd nieuwe kaders en uitgangspunten voor IBOR voor te leggen, waarbij rekening is gehouden met een budget 7% minder dan geraamd (2020). Naar aanleiding van de constateringen met betrekking tot het achterblijven van de investeringen op groot onderhoud en de reguliere actualisatie van de IBOR-rapportage, is onderzocht wat de oorzaken hiervan (kunnen) zijn: • De zoektocht naar integraliteit en zgn ‘koppelkansen’ (zie H2) heeft geleid tot efficiëntie- en tijdverlies. Het zoeken naar afstemming (integraliteit) in de programmering blijkt complex, zeker wanneer ook ontwikkelingen en ambities worden geïntegreerd. Gevolg hiervan is dat groot onderhoudswerkzaamheden niet altijd conform planning zijn uitgevoerd. • Projecten vanuit ruimtelijke ontwikkeling vragen relatief veel kennis en capaciteit van beheerders.

Deze projecten krijgen veelal prioriteit omdat beheerders zich verantwoordelijk voelen voor zaken die zij na aanleg vele jaren in beheer krijgen. Gevolg van de overmatige inzet op deze projecten is dat er onvoldoende capaciteit rest om aan de eigenlijke taak als beheerder (IBOR) te voldoen. • Door de organisatorische ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie in de jaren 2010-2018, waarin inhoudelijke verantwoordelijkheid steeds meer bij de medewerkers kwam te liggen, is er onvoldoende coördinatie en sturing geweest op de voortgang van de besteding van IBOR-budgetten.

L284028

b l a d z i j d e 9 | 37

IBOR 2021-2032

3.

SITUATIE VOORJAAR 2021

In het kader van de reguliere actualisatie van het IBOR-plan zijn gegevens en beheerplannen voor de diverse disciplines in Q4 2020 opnieuw doorgerekend. In het voorjaar van 2021 is tijdens een uitwisselingsavond, op basis van het inzicht van toen, het volgende financiële perspectief geschetst. Hoewel uit de gemeentelijke jaarrekeningen blijkt dat momenteel niet alle begrote uitgaven feitelijk plaatsvinden, nemen instandhoudingsuitgaven naar de toekomst toe.

Bovenstaand overzicht geeft aan dat de in het voorjaar 2021 voorziene onderhouds- en investeringsbedragen op termijn niet zouden kunnen worden bekostigd vanuit de daartoe in de begroting aanwezige middelen. Er zou zelfs een jaarlijks aanvullend bedrag nodig zijn ad. € 400.000 /jaar. Dit bedrag (meeruitgaven) is in de financiële verkenning prioriteiten discussie als volgt gespecificeerd opgenomen: • Wegen € 30.000 • Civiele kunstwerken € 120.000 • Openbaar groen (incl spelen) € 250.000 Een eerste analyse van deze meeruitgaven gaven aan dat deze veroorzaakt zouden zijn door: • het zoveel mogelijk gelijk trekken van het onderhoudsniveau basis (B) over alle disciplines • de piek in vervangingsinvesteringen als gevolg van de extreme groei van Leusden 40-50 jaar geleden • het effect van het besluit (2013 - ontsparingsregeling) om de doorrekenperiode van 16 jaar naar 12 jaar terug te zetten is, dat anno 2021 aan het einde van de planperiode van 12 jaar alsnog hogere onderhouds- en vervangingsuitgaven zichtbaar zijn. • niet alle uitgangspunten voor alle disciplines bleken volledig duidelijk en actueel te zijn. Verondersteld is dat voor de lange termijn berekeningen een bijstelling mogelijk kan zijn door gehanteerde levensduur termijnen, kwaliteitseisen en normen tegen het licht te houden en waar nodig beter af te stemmen op Leusdense ervaringscijfers.

Aangegeven is dat berekeningen voor de korte termijn (komende 4 jaren) mogelijk kunnen worden genuanceerd op basis van actuele inspecties van het areaal en door het nadrukkelijker toetsen van de geplande maatregelen. De aanpassing (2017) van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording, waarin wettelijke regels voor begroting en jaarrekening zijn opgenomen) vraagt om onderscheid tussen onderhoudsuitgaven en investeringen (zie paragraaf 2.1). De geraamde uitgaven voor groot onderhoud moeten worden opgenomen in onderhoudsvoorzieningen in de gemeentelijke begroting. Op basis van deze onderhoudsrapportage worden de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen geactualiseerd.

L284028

b l a d z i j d e 10 | 37

IBOR 2021-2032

4

WAT IS ÉCHT NODIG

4.1

Algemeen uitgangspunt - kwaliteitsniveau

Sinds de vorige IBOR-rapportage is de systematiek voor kwaliteitsmetingen door het kennisinstituut CROW veranderd. De reden hiervoor is dat er een betere aansluiting is met de beheersystematiek voor de gehele openbare ruimte. Het ‘beheer en onderhoud’ ontwikkeld zich steeds meer door naar ‘assetmanagement’, waarbij meer wordt gekeken naar de balans tussen prestatie (functionaliteit), risico’s en uitgaven. Er wordt steeds vaker gewerkt met conditiemetingen conform NEN 2767 ten behoeve van beheer en onderhoud, in het kader van assetmanagement. Uitgangspunt bij deze conditiemetingen is dat een voorziening bij aanleg/bouw in nieuwstaat (= niveau 1 = zeer hoog = A+) is en aan het einde van de levensduur ‘rijp voor sloop’ (niveau 6 = zeer laag = D). Gedurende de levensduur moeten onderhoudsmaatregelen worden genomen om de voorziening functioneel in stand te houden. Ondanks deze maatregelen zal uiteindelijk de conditiescore teruglopen tot het laagste niveau – het moment waarop de voorziening in principe moet worden vervangen. Maar ook dan kan worden gekeken naar risico’s en op grond daarvan worden besloten dat de vervanging van een voorziening nog kan worden uitgesteld. In Leusden zijn de uit te voeren onderhoudsmaatregelen gericht op het zo lang mogelijk functioneel in stand houden van voorzieningen op conditieniveau 3, wat vergelijkbaar is met kwaliteitsniveau ‘basis’ (= B).

De verandering in de systematiek betekend geen verandering in de daadwerkelijke kwaliteit van de voorzieningen, noch in het uit te voeren (groot) onderhoud.

Bron afbeelding: Anteagroup

4.2

Heroverwegingen zomer 2021

De nu voorliggende rapportage is de herberekening van de uitgaven voor instandhouding van voorzieningen in de openbare ruimte voor de komende 12 jaren, op basis van actuele inspecties en opnieuw geijkte uitgangspunten, vanuit vakinhoudelijk perspectief. In 2021 wordt voor een aantal disciplines een inhaalslag gemaakt, door noodzakelijke vervangingen en/of onderhoud alsnog uit te voeren. De hiervoor benodigde, en beschikbare, budgetten uit voorgaande jaren schuiven door en zijn opgeteld bij de benodigde bedragen in 2021. Met deze

L284028

b l a d z i j d e 11 | 37

IBOR 2021-2032

nieuwe doorrekening en inhaalslag mag worden verondersteld dat de ‘basis op orde’ is gebracht en wordt gehouden. Conform de recentelijke wijzigingen in het BBV is een splitsing gemaakt tussen onderhouds- en investeringsuitgaven. Over de gevolgen voor de gemeentelijke begroting, binnen de huidige financiële beleidskaders, wordt nader ingegaan in het bij deze onderhoudsrapportage behorende raadsvoorstel. Voor alle disciplines is kritisch gekeken of alle onderbouwingen van uitgaven, die in de beheerplannen voor elke discipline zijn opgenomen, aansluiten bij het gewenste kwaliteitsniveau. Daarnaast is gekeken of de actuele inspectieresultaten kloppen en de voorstellen voor de op korte termijn te nemen maatregelen, aansluiten bij de visie en uitvoeringsplannen van de beheerders die verantwoordelijk zijn voor de voorzieningen. Tenslotte is gekeken of de voorgestelde maatregelen wel efficiënt en effectief zijn. Voor sommige disciplines hebben de heroverwegingen tot verschuivingen geleid: Wegen Voor wegbeheer is geconstateerd dat de berekeningen uitgingen van een cyclische volledige vervanging (rehabilitatie = inclusief vervanging van fundering). In de praktijk komt dit in Leusden zeer beperkt voor, doordat wij op veel locaties te maken hebben met een stabiele ondergrond (bodemopbouw). In plaats van volledige vervanging wordt de verharding ‘eeuwigdurend in stand gehouden’.

Dit betekent dat de verhardingslaag (tegels, klinkers) van wegen wel opnieuw wordt aangebracht, waarbij zoveel mogelijk dezelfde materialen opnieuw worden gebruikt. Betonmaterialen zijn op enig moment aan vervanging toe, maar dan blijft nog steeds de fundering van de weg in tact. Daarom wordt het geen rehabilitatie genoemd; het herbestraten blijft een onderhoudsmaatregel, waarvoor alleen indien nodig nieuwe materialen worden aangeschaft. De aanschaf materialen wordt dan gezien als vervangingsinvestering. Voor asfalt geldt het regulier aanbrengen van een nieuwe deklaag als onderhoudsmaatregel en is dus geen vervanging. Deze manier van werken is duurzaam, draagt bij aan het beperken van de grondstoffen schaarste (circulair) en is financieel aantrekkelijk. Als gevolg van dit inzicht zijn de totale uitgaven voor wegbeheer lager dan eerder is aangegeven. Civiele kunstwerken Bij civiele kunstwerken bleek dat een aantal objecten niet eerder is geïnventariseerd en geregistreerd. Logischerwijze zijn deze objecten dus ook niet eerder geïnspecteerd en zijn er geen onderhoudsmaatregelen aan toegekend. Gelukkig is, ook bij deze objecten, geen achterstallig onderhoud geconstateerd maar maatregelen moeten wel binnen afzienbare tijd worden ingepland om het gewenste kwaliteitsniveau te behouden.

Als gevolg van het klaarblijkelijk grotere areaal civiele kunstwerken, dan eerder bekend zijn de berekende uitgaven voor civiele kunstwerken verhoogd. Groen Geconstateerd is dat de technische kwaliteit van grove heesters (bosplantsoen), langzamerhand terugloopt. De biodiversiteit (variatie in soorten) wordt minder, een groot aantal vakken is veel zgn. ‘opschot’ en vakken worden overwoekerd door braam, hop en andere onkruiden. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat de vakken het einde van de levensduur hebben bereikt. Cyclisch onderhoud (snoeien/dunnen) helpt dan niet meer om de voorziening in stand te houden. Uit het beheerplan (2019) is gebleken dat het beschikbare budget voor vervanging slechts voldoende is voor onderhoudsniveau ‘sober’, terwijl het uitgangspunt voor de buitenruimte niveau ‘basis’ (B) is. In de huidige uitgavenberekening voor groen, is het niveau nu gelijk getrokken met de andere disciplines. Dit heeft een uitgavenstijging ten opzichte van voorgaande jaren tot gevolg.

L284028

b l a d z i j d e 12 | 37

IBOR 2021-2032

Spelen Al meerdere jaren blijkt het uiterst lastig om het aantal speelvoorzieningen te reduceren, zoals in het beleidsplan is aangegeven. De oorzaak is dat er veel weerstand uit de samenleving komt op het verwijderen van locaties. Ondertussen moeten de (nog) aanwezige voorzieningen worden onderhouden binnen de wettelijke veiligheidsnormen. Hiervoor is nu onvoldoende budget beschikbaar. Uitgangspunt is nog steeds dat het aantal speelvoorzieningen wordt gereduceerd. De grondslag voor de huidige berekeningen ligt in het uitvoeringsplan (2019). Het betreft de reguliere vervanging van voorzieningen die moeten blijven en de omvorming van speelplekken tot ‘ontdekplekken. Voor de komende jaren zijn de uitgaven voor spelen hierdoor hoger dan eerder berekend. Nadat alle omvormingen zijn uitgevoerd kunnen de overblijvende speelvoorzieningen worden onderhouden en vervangen binnen het eerder vastgestelde budget. Voor de overige disciplines is kritisch gekeken naar arealen, kwaliteit, levensduur, maatregelen en gehanteerde normen/bedragen. Bij deze disciplines zijn geen zaken naar voren gekomen die leiden tot bijstelling van eerdere berekeningen.

4.3

Totale uitgavenraming per jaar voor de komende 4 jaren (2021 – 2024)

Uitgaven onderhoud Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Ondergrondse afval inzameling Gebouwen Buitensport accommodaties Totaal onderhoud

2021 €1.159.000 € 151.000 € 52.000 € 12.000 € 635.000 € 69.000 €0 €0 € 1.045.000 € 10.000 € 3.133.000

2022 € 691.000 € 386.000 € 18.000 € 11.000 € 30.000 €0 €0 €0 € 902.000 € 544.000 € 2.582.000

2023 € 747.000 € 154.000 € 12.000 € 10.000 € 30.000 €0 €0 €0 € 558.000 € 536.000 € 2.047.000

2024 € 2.200.000 € 97.000 € 52.000 € 9.000 € 30.000 €0 €0 €0 € 1.225.000 € 130.000 € 3.743.000

De gemiddelde uitgaven voor onderhoud in de periode 2021-2024 bedragen € 2.876.000 per jaar. Uitgaven vervanging (investering) Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Ondergrondse afval inzameling Gebouwen Buitensport accommodaties Totaal vervanging

2021 € 207.000 € 215.000 € 196.000 € 231.000 €0 € 285.000 € 195.000 € 69.000 €0 € 139.000 € 1.537.000

2022 € 367.000 € 43.000 € 196.000 € 259.000 €0 €0 € 6.000 € 41.000 €0 €0 € 912.000

2023 € 396.000 € 214.000 € 196.000 € 247.000 €0 € 325.000 €0 € 31.000 €0 € 111.000 € 1.520.000

2024 € 352.000 € 33.000 € 196.000 € 245.000 €0 €0 €0 € 31.000 €0 €0 € 857.000

De gemiddelde uitgaven voor vervanging in de periode 2021-2024 bedraagt € 1.207.000 per jaar.

L284028

b l a d z i j d e 13 | 37

IBOR 2021-2032

Totale uitgaven onderhoud + vervanging Wegen Civiele kunstwerken Groen Spelen Stedelijk water Verkeersregelinstallaties Openbare verlichting Ondergrondse afval inzameling Gebouwen Buitensport accommodaties

2021 € 1.366.000 € 366.000 € 248.000 € 243.000 € 635.000 € 354.000 € 195.000 € 69.000 € 1.045.000 € 149.000

2022 € 1.058.000 € 429.000 € 214.000 € 270.000 € 30.000 €0 € 6.000 € 41.000 € 902.000 € 544.000

2023 € 1.143.000 € 368.000 € 208.000 € 257.000 € 30.000 € 325.000 €0 € 31.000 € 558.000 € 647.000

2024 € 2.552.000 € 130.000 € 248.000 € 254.000 € 30.000 €0 €0 € 31.000 € 1.225.000 € 130.000

Totaal onderhoud + vervanging

€ 4.670.000

€ 3.494.000

€ 3.567.000

€ 4.600.000

De gemiddelde uitgaven voor onderhoud + vervanging in de periode 2021-2024 bedraagt € 4.083.000 per jaar.

4.4

Gegevens en uitgaven per discipline voor de korte termijn (2021-2024)

4.4.1

Wegen

Kengetallen De gemeente Leusden heeft anno 2021 ruim 177 ha verhardingen in beheer. Het overgrote deel (60%) van deze verhardingen bestaat uit elementen (klinkers/tegels) en asfalt (35%). Het overige deel van de verhardingen bestaat uit beton of halfverharding. De verkeersintensiteit van de wegen bepaalt het wegtype: In Leusden hebben we vooral (ca 65%) te maken met wegen in verblijfs- of woongebieden. Daarnaast valt een deel (25%) in de categorie licht- of gemiddeld belaste weg en fietspaden (11%). In de berekening van de onderhouds- en vervangingsuitgaven wordt onderscheid gemaakt tussen open- en gesloten verharding. Ter vergelijking met onderstaand areaal overzicht; asfalt en cementbeton worden gerekend tot de ‘gesloten verhardingen’. Eenheid asfalt elementen cementbeton halfverharding

m2 m2 m2 m2 Totaal

2021 626.889 1.062.471 33.793 49.079 1.772.232

IBOR 2016-2019 625.152 956.943 6.191 19.846 1.608.131

areaal uitbreiding +1.737 +105.528 +39.984 +29.233 +176.482

Sinds 2016 (uit IBOR 2016-2019) is er sprake 10% areaal uitbreiding. Deze uitbreiding is voor 60% elementverharding en 23% beton. Deze uitbreiding is als gevolg van nieuwe woonwijken en de beton verharding vooral door de aanleg van het fietspad Asschatterweg. Kwaliteit Binnen de kaders van het brede uitgangspunt voor de kwaliteit van de openbare ruimte, wordt voor wegen onderstaand kwaliteitskader gehanteerd.

L284028

b l a d z i j d e 14 | 37

IBOR 2021-2032

Beeldkwaliteit (323)

Technische kwaliteit (147)

A+

Zeer goed

Nagenoeg ongeschonden

Er is geen schade

A

Goed

Mooi en comfortabel

Er is enige schade

B

Voldoende

Functioneel

De waarschuwingsgrens is overschreden

C

Matig

Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder

De richtlijn is overschreden (onderhoud binnen 2 jaar noodzakelijk)

Te slecht

Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid

De richtlijn is meer dan een klasse overschreden (Achterstallig onderhoud)

D

Inspectieresultaten Uit de laatste inspectie is gebleken dat 86% van de oppervlakte valt binnen de beeldkwaliteit categorieën A of B. 14% van de oppervlakte (met name elementenverharding)) voldoet op dit moment derhalve niet aan de gewenste kwaliteit. Er is altijd een deel van de oppervlakte die de gewenste kwaliteitsgrens net overschrijd omdat deze in afwachting (gepland)is van groot onderhoud óf een meekoppelkans in een (her)ontwikkelingsproject. In deze periode wordt wel zodanig (klein) onderhoud uitgevoerd dat de veiligheid gewaarborgd blijft. Het percentage dat op dit moment onder de kwaliteitsgrens ligt is (te) hoog; er is sprake van een beperkte achterstand in het onderhoud. De bedoeling is om deze achterstand in 2021 in te lopen. Benodigd budget (2021-2024) Uitgangspunt bij het beheer van de wegen is dat er eeuwig durend in stand wordt gehouden. Dit betekent dat er geen reguliere, volledige vervanging op basis van levensduur plaatsvindt. Wel worden verhardingen volledig verwijderd en opnieuw bestraat. Bestaande materialen worden zoveel mogelijk opnieuw gebruikt. De fundering van de weg, fiets- of voetpad blijft in tact. Deze activiteit wordt gezien als onderhoudsmaatregel. In onderstaand overzicht zijn de onderhoudsuitgaven (incl. inspectie) voor de jaren 2021 t/m 2024 aangegeven.

Uitgaven onderhoud wegen Gesloten verharding Open verharding Inspectie Totaal onderhoud wegen

2021 € 445.000 € 664.000 € 50.000 €1.159.000

2022 € 153.000 € 513.000 € 25.000 € 691.000

2023 € 310.000 € 387.000 € 50.000 € 747.000

2024 € 533.000 € 1.642.000 € 25.000 €2.200.000

Gemiddeld is er van 2021 tot en met 2024 € 1.199.000 per jaar nodig voor onderhoud van de verhardingen. Deze berekeningen zijn gebaseerd op de inspectieresultaten en de maatregelen die nodig zijn om de verhardingen in stand te houden op kwaliteitsniveau B. Het eeuwig durend in stand houden is vooral gericht op de fundering, die (vrijwel) nooit wordt vervangen als onderhoudsmaatregel. Wel kan het nodig zijn om klinkers of tegels te vervangen, als gevolg van slijtage of wanneer moet worden aangesloten op veranderingen in de omgeving. Hiervoor is geen reguliere cyclus aan te geven. Er vindt ‘vervanging op maat’ plaats. Op basis van ervaring van de afgelopen jaren en inspectie van de kwaliteit van de materialen op dit moment, is hier een bedrag (vervanging) voor berekend. Dit bedrag betreft alleen de aanschaf van materialen. De uitvoering van de activiteit ‘herbestraten’ is als onderhoudsmaatregel opgenomen.

L284028

b l a d z i j d e 15 | 37

IBOR 2021-2032

Voor de komende 4 jaren zijn uitgaven voor vervanging opgenomen waarvoor nu reeds lopende (ontwerp/voorbereidingsfase) zijn gedaan. Uitgaven vervanging wegen (bijdrage projecten*) Gesloten verharding Open verharding Totaal investering wegen

2021

2022

€ 65.000 € 142.000 € 207.000

€ 255.000 € 112.000 € 367.000

2023

€ 131.000 € 265.000 € 396.000

2024

€ 27.000 € 325.000 € 352.000

*betreft o.a. projecten Leusden Zuid

Verschillen t.o.v. eerdere berekeningen Gevolg van de aangepaste benaderingswijze van het wegbeheer (eeuwigdurende instandhouding) is, dat er een verschuiving plaatsvindt van vervangingsuitgaven (investeringen) naar onderhoudsuitgaven (exploitatie). In de voorgaande jaren was in overzichten van ‘benodigd budget’ een post ‘bijdrage projecten’ opgenomen. Dit betrof feitelijk de vervanging van verhardingen zoals hierboven aangegeven. Voor de komende jaren (2021-2024) is een deel van dit budget reeds gereserveerd voor concrete projecten. Deze bedragen zijn in bovenstaand overzicht nog opgenomen.

4.4.2

Civiele kunstwerken

Kengetallen In het voorjaar 2021 is een inspectie van de civiele kunstwerken uitgevoerd. In onderstaande tabel (afkomstig uit het inspectierapport van Antea dd 210701) is zichtbaar dat tijdens de voorgaande inspectie, en daarop gebaseerde berekening, significant minder objecten zijn meegenomen. Type kunstwerk Bruggen beton Bruggen composiet Bruggen hout Bruggen staal Duikers/duikerbruggen Geluid-/grond kerende constructies Kademuur Tunnels Steigers Div/overige objecten

2016 28 0 58 0 8 50 0 3 7 0

2021 36 4 48 13 25 43 3 3 14 9

totaal

154

178

Het meest opvallend is de stijging van het aantal betonnen bruggen met 8 stuks. Deze stijging is o.a. veroorzaakt doordat deze bruggen rond 2016 geleden zijn overgedragen vanuit het waterschap. Deze bruggen zijn tijdens de vorige inspectie (2016) nog niet meegenomen en derhalve zijn de uitgaven voor deze bruggen toen ook nog niet opgenomen in de berekening van de onderhoudsuitgaven. Te herleiden is een deel van de vermindering van het aantal houten bruggen welke zijn vervangen voor composieten stalen bruggen, die een uitbreiding laten zien. Tenslotte is en aantal kleinere, unieke objecten in het verleden niet meegenomen in de inventarisatie en inspectie. Inmiddels is duidelijk dat deze objecten wel onderhoud behoeven en te zijner tijd vervangen moeten worden. Deze objecten zijn nu wel meegenomen in de berekeningen.

L284028

b l a d z i j d e 16 | 37

IBOR 2021-2032

Kwaliteitsniveau / ambitie Mede vanwege de grote diversiteit aan civiele kunstwerken, is een groot aantal verschillende wettelijke kaders van toepassing waarbinnen de objecten in stand moeten worden gehouden. Belangrijke wetgeving is het Bouwbesluit en de Wegen- en Waterwet, maar ook de flora- en faunawet en de wet milieubeheer speelt een rol. Daarnaast heeft de gemeente een ambitie (beleid) bepaald; uitgangspunt is dat de objecten functioneel ( en veilig) in stand worden gehouden en dat maatregelen erop gericht zijn om de levensduur te waarborgen. De esthetische kwaliteit van kunstwerken is van ondergeschikt belang; er vindt geen reiniging plaats om de beeldkwaliteit de vergroten. Reiniging ten gunste van de levensduur en het verwijderen van aanstootgevende graffiti vindt wel plaats. Inspectieresultaten In de eerste helft van 2021 zijn de civiele kunstwerken geïnspecteerd door een gespecialiseerd team van Antea. De registratie van gebreken is gedaan conform NEN 2767.

De objecten zijn op volgende aspecten met betrekking tot de onderhoudsstaat beoordeeld: • Minimale eisen voor veiligheid (constructief en gebruik) • Kwaliteitsniveau ‘basis’ (functioneel, heel, duurzaamheid niet in geding) • Noodzakelijke maatregelen om levensduur zo lang mogelijk te waarborgen met zo laag mogelijke uitgaven Benodigd budget 2021-2024 Uitgaven onderhoud kunstwerken Bruggen / duikers Geluid-/grond keringen Overige objecten Inspectie Totaal onderhoud kunstwerken

2021 € 110.000 €0 € 1.000 € 40.000 € 151.000

2022 € 193.000 € 144.000 € 39.000 € 10.000 € 386.000

2023

2024

€ 110.000 € 33.000 € 1.000 € 10.000 € 154.000

€ 59.000 € 23.000 € 5.000 € 10.000 € 97.000

De gemiddelde uitgaven voor onderhoud van de civiele kunstwerken bedragen de komende vier jaren € 197.000 per jaar. Uitgaven vervanging kunstwerken Brug beton Brug hout/composiet Totaal investering kunstwerken

2021 €0 € 215.000 € 215.000

2022 €0 € 43.000 € 43.000

2023

2024

€ 180.000 € 34.000 € 214.000

€0 € 33.000 € 33.000

De uitgaven voor vervanging van civiele kunstwerken bedragen de komende vier jaren gemiddeld € 126.000 per jaar. Verschillen t.o.v. voorgaande periode (2016-2020) De totale uitgaven voor onderhoud en vervanging van civiele kunstwerken bedragen (zonder het effect van het inlopen van uitgestelde vervangingen) voor de komende 4 jaar gemiddeld € 272.000 per jaar. In de periode 2016 tot en met 2021 bedroegen deze uitgaven gemiddeld € 218.000 per jaar. Deze stijging van uitgaven van ca 25% wordt vooral veroorzaakt door de toename van het aantal objecten en de resultaten van de recent uitgevoerde inspectie. Ontwikkelingen In de komende vier jaren worden de volgende onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd:

L284028

b l a d z i j d e 17 | 37

IBOR 2021-2032

Type kunstwerk Bruggen beton Bruggen hout Duikers/duikerbruggen Geluid-/grond kerende constructies Div/overige objecten

Werkzaamheden Stabiliseren landhoofden + aanbrengen taludverhardingen Groot onderhoud Plaatsen leuningen Herstellen glaspanelen + metselwerk Div werkzaamheden

Tot en met 2024 staat de vervanging van 6 houten bruggen, 1 composiet en 1 betonnen brug op het programma. In 2021 worden enkele achterstallige werkzaamheden en vervangingen ingehaald.

4.4.3

Groen

Kengetallen In de openbare ruimte van de gemeente Leusden ligt ruim 133 ha groenvoorzieningen welke globaal verdeeld zijn in de volgende beheergroepen: beheergroep Gras (ruig gras/bermen/gazon/speelveld) Beplantingen (heesters/hagen/vaste planten) Totaal opp Bomen

areaal 83 ha (62%) 50 ha (58%) 133 ha Ca 20.300

Anders dan bij andere disciplines wordt het cyclisch onderhoud van groen, zoals bijvoorbeeld het snoeien van bomen en beplantingen, gezien als dagelijks onderhoud. Van oudsher zijn deze werkzaamheden ondergebracht in het contract dat de gemeente hiervoor met een aannemer heeft. In de begroting is dit feitelijk cyclische werk dan ook als regulier onderhoudsbudget, niet vallend onder IBOR, opgenomen. Mede hierdoor lijkt het bedrag voor IBOR-groen relatief laag. In dit budget zijn alleen bedragen opgenomen voor vervanging en renovatie van groen en bomen en de wettelijke verplichte veiligheidsinspectie van bomen. Kwaliteitsniveau / ambitie Net als bij de andere disciplines is het uitgangspunt (beeld)kwaliteitsniveau B (basis). Dit geldt voor dagelijks, waaronder ook het cyclisch, onderhoud maar ook voor vervanging en renovatie wordt dit niveau aangehouden. In het in 2019 opgestelde groenbeheerplan geeft inzicht in de vervangingsopgave voor openbaar groen. Bij renovatie en vervanging van groen wordt nadrukkelijk met de samenleving gewerkt. Een deel van het budget wordt besteed in het kader van bewonersparticipatie projecten die voortkomen uit het contract voor dagelijks onderhoud. Voor bomen vormen de resultaten van de wettelijk verplichte veiligheidsinspectie, naast de reguliere snoeicyclus, een belangrijke basis voor het onderhoud.

Bij de norm levensduur van bomen moet de kanttekening worden gemaakt dat gezonde bomen uiteraard niet op basis van leeftijd worden vervangen. Oude gezonde bomen krijgen juist een bijzondere beschermingsstatus als ‘monumentaal’. Benodigd budget (2021-2024) Zoals eerder aangegeven is al het onderhoud voor groen en bomen opgenomen in het regulier-/dagelijks onderhoud van de openbare ruimte. Er is dus geen sprake van uitgaven voor groot onderhoud in de IBORbudgetten. De uitgaven voor de veiligheidsinspectie worden wel gezien als onderhoud.

L284028

b l a d z i j d e 18 | 37

IBOR 2021-2032

Uitgaven onderhoud groen Inspectie Totaal onderhoud groen

2021

2022

€ 52.000 € 52.000

€ 18.000 € 18.000

2023

2024

€ 12.000 € 12.000

€ 52.000 € 52.000

Voor de beheergroep ‘gras’ is er geen sprake van een vervangingsopgave; gras wordt door onderhoud eeuwigdurend in stand gehouden. Om invulling te geven aan de vervangingsopgave voor beplantingen en bomen op niveau B is de komende jaren (2021 tot en met 2024) het volgende budget nodig. Uitgaven vervanging groen Beplantingen Bomen Totaal investering groen

2021 € 150.000 € 46.000 € 196.000

2022 € 150.000 € 46.000 € 196.000

2023 € 150.000 € 46.000 € 196.000

2024 € 150.000 € 46.000 € 196.000

Verschillen t.o.v. eerdere berekeningen Toen het groenbeheerplan in 2019 werd opgesteld is geconstateerd dat het toen beschikbare budget (€ 130.000 per jaar) op de lange termijn niet toereikend was om de noodzakelijke vervangingen op niveau basis uit te voeren. Om binnen het beschikbare budget te blijven is ervoor gekozen om vervangingen op een lager niveau (‘sober’) uit te voeren. Dit is vooral gedaan door de genormeerde levensduur te verlengen. In de praktijk blijkt dit te leiden tot onvoldoende kwaliteit, waardoor er geen aansluiting is met de overige disciplines. Wanneer beplantingen niet tijdig kunnen worden vervangen heeft dit een nadelig effect op de uitgaven voor het dagelijks onderhoud. Omdat de noodzakelijke vervanging de komende jaren op zal lopen, als gevolg van de aanleg van veel voorzieningen in de periode 1960-1970, wordt de beperkte kwaliteit steeds meer zichtbaar wanneer niveau ‘sober’ gehandhaafd blijft. Om deze reden is voor gekozen om voor de vervanging van groen, aansluitend bij het onderhoudsniveau ‘basis’ dat geldt voor alle disciplines, ook te rekenen met vervangingsuitgaven voor niveau ‘basis’. De meeruitgaven ten opzicht van niveau ‘sober’ bedragen voor de periode 2021-2024 totaal € 204.000 (= gemiddeld € 51.000 per jaar). Ontwikkelingen De komende jaren zal volop aandacht nodig zijn voor duurzaamheidsmaatregelen.

Voor groen is daarbij de ontwikkeling van biodiversiteit en klimaatadaptatie van belang. Uitbreiding van het aantal bomen verminderd de hittestress in de bebouwde omgeving. Om regenwater opvang en het vasthouden in de bodem te bewerkstelligen zullen voorzieningen moeten worden aangepast. In de berekende bedragen voor de instandhouding van de bestaande voorzieningen (IBOR) is hier geen rekening mee gehouden.

4.4.4

Spelen

Kengetallen Op dit moment zijn er ruim 700 speel-/beweegtoestellen in beheer bij de gemeente, welke zijn verdeeld over 188 locaties. Er is een grote diversiteit in functie, omvang, materiaal en daarmee ook in uitgaven voor beheer en onderhoud. Elk speeltoestel vraagt een bepaald type ondergrond om de veiligheid voldoende te waarborgen. In totaal is er bijna 6.100 m2 valondergronden. Globaal kan de volgende indeling in type toestellen en ondergronden worden gemaakt:

Type toestel

L284028

ca 700 st

b l a d z i j d e 19 | 37

IBOR 2021-2032

Enkelvoudig speeltoestel Combi speeltoestel Beweegtoestel (Natuurlijk) speel-/zit object

55% 10% 30% 5%

Type ondergrond Rubber (tegels/matten) Hout-/schorssnippers, zand

ca 6.100 m2 65% 35%

Kwaliteitsniveau / ambitie Wettelijk moeten speelvoorzieningen voldoen aan de veiligheidsvoorschriften zoals opgenomen in de Wet Attractiebesluit Speeltoestellen (WAS). Dit betreft vooral de technische staat van de toestellen. Qua netheid (beeldkwaliteit) wordt, net als bij alle andere disciplines, uitgegaan van kwaliteitsniveau B (basis). Binnen de kaders van het vigerend beleid (speelruimteplan 2012-2022) zou het aantal speelplekken en het aantal toestellen fors moeten verminderen. In de voorgaande IBOR-rapportage is aangegeven dat dit in de eerste jaren niet gelukt is vanwege het ontbreken van een uitvoeringsplan. In 2017 is gestart met het uitvoeren van de maatregelen conform een in 2016 opgesteld uitvoeringsplan. In de praktijk blijkt het reduceren van speelplekken/-toestellen erg moeilijk. Vanuit de samenleving komen veel negatieve reacties wanneer speelplekken worden verwijderd of omgevormd tot sobere plekken met alleen een spelaanleiding. Onder druk van de reacties uit de samenleving blijkt ook het bestuurlijk draagvlak beperkt. In november 2020 is in de Raad een motie aangenomen ‘stimuleren bewegen in de buitenruimte’, naar aanleiding waarvan een notitie is opgesteld vanuit sportbeleid. In de praktijk blijkt spelen en sport/bewegen dicht naast elkaar te liggen. Het speelbeleid dwingt tot reductie van speelvoorzieningen, terwijl bewegen moet worden gestimuleerd.

Tot nu toe is er geen integraal beleid beschikbaar voor deze nauw aan elkaar verwante disciplines. Benodigd budget (2021-2024) Om te komen tot structureel lagere uitgaven voor het beheer van speelvoorzieningen zal het aantal toestellen verder moeten worden gereduceerd zoals is aangegeven in het beleidsplan. Gebleken is dat dit alleen haalbaar is als de vrijkomende ruimte opnieuw wordt ingericht als ‘ontdekplek’, waar jongeren worden uitgedaagd om te bewegen en te spelen. Het hiervoor eerder gecalculeerde bedrag (€ 3.000 per plek) blijkt onvoldoende om een zgn. ‘ontdekplek’ in te richten. In onderstaand overzicht is daarom gerekend met € 5.000 per plek. De komende jaren worden ca 90 speelplekken omgevormd tot ontdekplekken. In het verleden blijken geen onderhouds-/vervangingsuitgaven zijn opgenomen voor valondergronden. In onderstaand overzicht zijn hiervoor wel uitgaven opgenomen. Bij de herinrichting van speelplekken zoals hierboven aangegeven wordt slim omgegaan met (her)gebruik en reductie van materialen voor valondergronden. Onderhoudswerkzaamheden als reinigen, rechtzetten en reparatie van toestellen worden in het kader van dagelijks onderhoud uitgevoerd en maken derhalve geen onderdeel uit van het IBOR-budget.

Het momenteel beschikbare budget voor het reguliere onderhoud aan speelvoorzieningen is geënt op de reductie (50%) van het aantal voorzieningen zoals dit is bepaald in het speelruimteplan en is dus niet toereikend om het huidige areaal in stand te houden. Nadat de omvormingen zijn uitgevoerd, is het reguliere onderhoudsbudget weer toereikend. Als (groot) onderhoud zijn in onderstaand overzicht uitgaven voor de jaarlijks uit te voeren wettelijk verplichte veiligheidsinspectie opgenomen. De reguliere vervanging van voorzieningen wordt gebaseerd op deze inspectie.

Uitgaven onderhoud spelen

L284028

2021

2022

2023

2024

b l a d z i j d e 20 | 37

IBOR 2021-2032

Inspectie Totaal onderhoud spelen

€ 12.000 € 12.000

€ 11.000 € 11.000

€ 10.000 € 10.000

€ 9.000 € 9.000

Daarnaast zijn uitgaven voor vervanging/omvorming van toestellen en ondergronden opgenomen. Uitgaven vervanging/omvorming spelen Toestellen Ondergronden Omvormen tot ontdekplek Totaal investering spelen

2021

2022

2023

2024

€ 73.000 € 46.000 € 112.000 € 231.000

€ 73.000 € 74.000 € 112.000 € 259.000

€ 81.000 € 54.000 € 112.000 € 247.000

€ 81.000 € 52.000 € 112.000 € 245.000

Voor de periode 2021-2024 bedragen de vervangings-/omvormingsuitgaven voor toestellen en ondergronden gemiddeld € 246.000 per jaar. Ontwikkelingen De komende 4 jaar (2021-2024) wordt een groot aantal (ca 90) speelplekken worden omgevormd naar ‘ontdekplek’ op grond van het ‘waardeoordeel Speelruimte Leusden’ (Speelplan september 2019) waarin de uitvoerings-ingrepen om te komen tot de noodzakelijke reductie, per wijk aangegeven. Steeds meer zien we de ontwikkeling dat ‘spelen’ en ‘bewegen voor jong en oud’ samenkomen. Deze ontwikkeling wordt zoveel mogelijk meegenomen binnen de kaders van het huidige beleid. Er kan de komende jaren echter alsnog behoefte ontstaan aan nieuw beleid waarin deze ontwikkeling nader wordt uitgewerkt en vastgelegd.

4.4.5

Stedelijk water

Kengetallen / uitgangspunten In Leusden heeft de verantwoordelijkheid voor 22 kilometer watergangen. Deze vallen onder het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), waarin wordt geregeld dat voldoende waterberging is gegarandeerd en hoe stedelijk water wordt afgevoerd. Daarnaast zijn in het NWA normen voor de kwaliteit van stedelijk water opgenomen. Waterschap Vallei & Veluwe, waaronder Leusden valt, onderscheidt binnen het stedelijk gebied A,B en C watergangen. Het waterschap neemt zelf het onderhoud van A watergangen voor haar rekening. Het onderhoud van B en C watergangen is opgedragen aan gemeenten (en particulieren). Kwaliteitsniveau Uitgangspunt was lang dat watergangen in en cyclus van 20 jaar werden gebaggerd. Bij de laatste baggerronde is echter gebleken dat de aanwas van bagger meer dan 1,5 cm per jaar was. De grotere bagger aanwas dan voorzien wordt veroorzaakt door de grote aantallen groen/bomen langs de waterkanten. Het noodzakelijke onderhoud wordt gezamenlijk met het platform van het waterschap bepaald. De cyclus waarmee nu wordt gebaggerd is om de 6 a 7 jaar. In de uitvoering wordt samengewerkt met het waterschap, zodat efficiënt kan worden gewerkt. Naast het baggeren worden beschoeiingen hersteld wanneer nodig. Er vindt geen cyclische vervanging van beschoeiing plaats. Het uitmaaien van taluds van watergangen valt onder dagelijks onderhoud (geen IBOR budget).

Benodigd budget (2021-2024) In 2021 worden baggerwerkzaamheden in geheel Leusden uitgevoerd. Door de ontwikkelingen rondom de PFASnormen de afgelopen jaren, is het baggerwerk al 2 jaar uitgesteld. Langer wachten is nu gen optie omdat veel watergangen niet meer voldoen aan de vereiste diepte. Dit geeft in de zomer meer kans op stankoverlast en

L284028

b l a d z i j d e 21 | 37

IBOR 2021-2032

botulisme/blauwalg. Voor de in 2021 uit te voeren baggerwerkzaamheden is rekening gehouden met PFAS als uitgaven verhogende component. Uitgaven onderhoud Stedelijk water Beschoeiing Baggeren Inspectie Totaal onderhoud stedelijk water

2021

2022

€ 35.000 € 600.000 €0 € 635.000

2023

€ 30.000 €0 €0 € 30.000

2024

€ 30.000 €0 €0 € 30.000

€ 30.000 €0 €0 € 30.000

Ontwikkelingen De ontwikkelingen rondom de normering voor PFAS is onduidelijk en onvoorspelbaar. Daarmee vormt dit een risico met betrekking tot de gecalculeerde bedragen voor baggerwerkzaamheden.

4.4.6

Verkeersregelinstallaties

Kengetallen Leusden heeft 20 verkeersregelinstallaties (VRI’s), één automatische slagboom, twee verzinkbare bollardsystemen en één dynamische afsluitsysteem. Binnen de VRI’s wordt onderscheid gemaakt tussen: Type toestel Voetgangersoversteekplaats (GOP) Klein Middel Groot Totaal

st 3 3 7 7 20

Kwaliteitsniveau VRI’s moeten voldoen aan de NEN-normen 3322 en 3384. Daarnaast wordt de technische staat van het materiaal regulier beoordeeld en onderhouden. Vervanging van VRI’s wordt bepaald door de levensduur van de automaat (15 jaar) en van de installatie (30 jaar). De automaat wordt derhalve eenmaal vervangen terwijl de installatie in tact blijft. De keer daarna wordt de installatie én de automaat vervangen. Het kan incidenteel voorkomen dat de technische staat van een installatie dermate slecht is dat het nodig is om deze eerder dan gepland (gedeeltelijk) te vervangen. Benodigd budget (2021-2024) Het onderhoud van de VRI’s betreft functionele beheer van de VRI’s, de dagelijkse (consignatie- en calamiteiten) diensten en het oplossing van storingen. De uitgaven hiervoor vallen, net als de uitgaven voor energie en internetverbindingen, niet onder IBOR. In het kader van IBOR vinden alleen vervangingen plaats. Uitgaven vervanging VRI Verwijderen VRI (2 st) Vervanging automaten Vervangen installatie Totaal investering VRI

2021 € 69.000 € 120.000 € 165.000 € 354.000

2022

2023 €0 €0 €0

2024

€ 210.000 € 115.000 € 325.000

Ontwikkelingen

L284028

b l a d z i j d e 22 | 37

€0 €0 €0

IBOR 2021-2032

De komende jaren worden de verkeerslichten in Leusden aangepast naar ‘intelligente verkeersregelinstallaties’ (iVRI’s). iVRI’s kunnen onderling communiceren en het aankomende verkeer via apps en navigatiesystemen herkennen, wat bijdraagt aan efficiënter en duurzamer afwikkelen van het verkeer. Bovendien kunnen dergelijke systemen weggebruikers informeren. Daarmee draagt deze techniek ook bij aan de verkeersveiligheid en een betere doorstroming van fietsverkeer, openbaar vervoer, hulpdiensten en (vracht)autoverkeer. De transitie van VRI naar iVRI is een autonome ontwikkeling, die landelijk plaatsvindt. Op slimme momenten, door aan te haken bij projecten en bij vervanging binnen de normale vervangingscyclus, wordt deze modernisering doorgevoerd.

4.4.7

Openbare verlichting

Kengetallen In Leusden staan ruim 6.500 stuks lichtmasten. Het type armatuur is voor alle lichtmasten gelijk, dit met uitzondering van de ‘specials’. Momenteel is er nog een combinatie van stalen en aluminium masten. In de vervangingscyclus worden stalen masten vervangen voor aluminium. De indeling naar hoogte is aangegeven in onderstaand overzicht: Type (hoogte) lichtmast 4 meter 6 meter 7-10 meter + specials Totaal

st ca 3.300 ca 1.600 ca 1.600 Ca 6.500

Sinds enkele jaren zijn alle masten voorzien van LED-verlichting en aangesloten op het telemanagementsysteem. Het telemanagementsysteem zorgt ervoor dat storingen eenvoudig kunnen worden opgespoord en dat lichtmasten separaat kunnen worden aangestuurd qua lichtsterkte e.d. Door de vernieuwing van de armaturen met LED-verlichting en het telemanagementsysteem is met ingang van 2020 jaarlijks 63% (= € 80.000) bespaard op de uitgaven voor energie en € 70.000 per jaar op onderhoudsuitgaven. Kwaliteitsniveau / ambitie De gemeente Leusden is aangesloten bij de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). De lichtmasten worden onderhouden op basis van (NEN) normen en technische aanbevelingen van deze stichting. Armaturen worden vervangen in een cyclus van 25 jaar, voor masten geldt een vervangingscyclus van 50 jaar. Voor het telemanagementsysteem wordt gerekend met 25 jaar. Benodigd budget (2021-2024) Uitgaven vervanging OV Vervangen masten Vervangen armaturen Totaal investering OV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/2966/documents/31013