Jaarverslag en Jaarrekening 2022 Definitief (110187) (1.0).pdf
Tekst van het document
5. Buitengebied Wat hebben we bereikt? 1. Behoud en versterking van de kernkwaliteiten van ons buitengebied. De omgevingsvisie buitengebied zet in op het behoud en de versterking van de groene kernkwaliteiten van ons buitengebied. Dit heeft doorgewerkt in de plannen die wij maken voor het buitengebied en de beoordeling van plannen van initiatiefnemers. Natuur en landschap zijn sturend geweest bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is in het belang van ons agrarisch cultuurlandschap, de bos- en natuurgebieden en cultuurhistorische elementen zoals de Grebbelinie. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.5.1.1: We geven samen met betrokken partijen uitvoering aan de omgevingsvisie landelijk gebied en passen deze visie waar nodig aan. We hebben samen met betrokken partijen de uitvoering van de omgevingsvisie landelijk gebied voortgezet. We zijn gestart met de voorbereidingen voor het opstellen van het Handelingsperspectief Buitengebied voor de Regio Amersfoort in 2023. Een nieuwe visie met uitvoeringsprogramma voor de Regio die naar het (ruimtelijk) beleid van de provincie, het waterschap en de gemeenten zal worden vertaald. In 2022 werd een startnotitie opgesteld voor de aanpak en planning in 2023. R.5.1.2: We bieden ruimere mogelijkheden voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). We bieden meer mogelijkheden voor hergebruik van stallen die leeg komen te staan.
In het beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) willen we meer sturen op de bijdrage van nieuwe functies aan de groene kernkwaliteiten van ons buitengebied. Hiervoor zijn we in 2022 gestart met een regionale aanpak om het VAB-beleid te herzien, dit met betrokkenheid van de provincie Utrecht. R.5.1.3: We voeren het uitvoeringsprogramma voor het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit. Dit voor behoud van biodiversiteit en het versterken van natuur en landschap. Voor de uitvoering van het Landschapsontwikkelingsplan werden bloemenstroken over een lengte van 1,6 kilometer gerealiseerd, 2 poelen gegraven en op 14 locaties zijn kleine landschapselementen hersteld of aangeplant. Er zijn 10 ringslangen broeihopen opgezet in samenwerking met stichting de Boom, de helft van de hopen is gebruikt om eieren in af te zetten. De natuur (biodiversiteit) en het landschap worden hiermee versterkt. De vier Leusdense klompenpaden zijn beheerd en blijven zo toegankelijk. Dit wordt uitgevoerd in samenwerking met Landschap Erfgoed Utrecht (LEU). Er is een start gemaakt met beter beheer van de Grebbelinie objecten. R.5.1.4: We delen onze kennis met Stichting De Boom over een inrichtingsplan voor het Langesteeggebied en toetsen de plannen. Wij hebben onze kennis gedeeld met Stichting De Boom voor het maken van een groen inrichtingsplan voor het Langesteeggebied.
Dit voor de versterking van de natuur, de recreatieve mogelijkheden, behoud en versterking cultuurhistorie en toekomst voor de landbouw. Het conceptplan is in wording en zal met betrokkenen worden besproken. R.5.1.5: We geven samen met betrokken partijen uitvoering aan de Intentieverklaring Green & Social Deal voor de Defensieterreinen. We hebben ook in 2022 inzet geleverd om samen met de gemeenten Soest en Amersfoort en Defensie de mogelijkheden van samenwerking te onderzoeken, dit voor de thema's duurzaamheid, cultuurhistorie en werkgelegenheid/onderwijs.
37
Jaarstukken 2022 De Kamerbrief van Defensie van december 2022 voor het Strategisch Vastgoedplan laat zien dat de operationele en logistieke plannen van Defensie ingrijpender zijn dan de eerdere plannen voor revitaliseren, de consequenties hiervan voor Leusden zijn nog onbekend en moeten in 2023 worden bezien. Eind 2022 hebben betrokken gemeenten, waterschappen en provincie Utrecht gekozen voor een gebiedsgerichte samenwerking om de maatschappelijke opgaven goed te laten meeliften in de plannen van Defensie. De gemeente Leusden en Defensie/Rijksvastgoed Bedrijf zijn in gesprek over de ruimtelijke kaders op hooflijnen voor het omzetten van de tankwerkplaats naar een Technology Centre Land (onderhoud al het rijdend materieel en innovatie). 2. Leusden werkt aan duurzaam economisch perspectief voor de landbouw. De omgevingsvisie buitengebied zet in op toekomstbestendige en duurzame landbouw. Vitale landbouw vormt de voorwaarde voor het behoud van ons waardevolle cultuurlandschap. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.5.2.1: We geven samen met de betrokken partijen uitvoering aan de omgevingsvisie landelijk gebied en het Ontwikkelbeeld voor de Regio Amersfoort en ondersteunen de Regiodeal Food Valley voor een duurzame en toekomstbestendige landbouw.
We hebben samen met betrokken partijen de uitvoering van de omgevingsvisie buitengebied voortgezet en ondersteunen de inzet van plattelandscoaches, dit voor een duurzame en toekomstbestendige landbouw. We hebben overleg met de boeren(-organisaties) gehad voor een reactie op de stikstofplannen van de Rijksoverheid. We hebben de boerenorganisaties LTO Gelderse Vallei en Vallei Horstee gekoppeld aan de visievorming in het kader van het Handelingsperspectief buitengebied. R.5.2.2: We ondersteunen de landbouw door ruimte te houden en te bieden voor een duurzaam economisch perspectief. We ondersteunen de landbouw door in onze plannen ruimte te houden en te bieden voor een duurzaam economisch perspectief. De agrarische gronden behouden zoveel mogelijk een agrarische functie en we gaan meer ruimte bieden voor nevenactiviteiten in vrijkomende stallen. 3. Behouden en versterken van natuur en ecologie. De omgevingsvisie buitengebied zet in op het behoud en de versterking van de groene kernkwaliteiten van ons buitengebied, waaronder het Natuurnetwerk Nederland. Dit komt de kwaliteit, aantrekkelijkheid en biodiversiteit van ons buitengebied ten goede. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.5.3.1: We geven samen met betrokken partijen uitvoering aan de omgevingsvisie landelijk gebied. We hebben samen met betrokken partijen de uitvoering van de omgevingsvisie buitengebied voortgezet.
We zijn aangehaakt bij het provinciale initiatief Groen Groeit Mee wat kansen biedt voor de natuur en recreatie in Leusden. R.5.3.2: We adviseren stichting De Boom over het planologisch mogelijk maken van de omzetting van 55 hectare grond in nieuwe natuur. We adviseren Stichting De Boom over het planologisch mogelijk maken van de omzetting van 55 hectare grond in nieuwe natuur. R.5.3.3: We delen onze kennis met Stichting De Boom over een inrichtingsplan voor het Langesteeggebied en toetsen de plannen. Wij hebben onze kennis gedeeld met Stichting De Boom voor het maken van een groen inrichtingsplan voor het Langesteeggebied. Dit voor de versterking van de natuur, de recreatieve mogelijkheden, behoud en versterking cultuurhistorie en toekomst voor de landbouw. Het conceptplan is in wording en zal met betrokkenen worden besproken. 4. We benutten en versterken van de mogelijkheden voor recreatie en toerisme in het buitengebied. In 2022 zijn impulsen gegeven aan dit doel door o.a. aan te sluiten bij het wandelknooppuntnetwerk provincie Utrecht en het oprichten van een informatiecentrum over de recreatieve en toeristische mogelijkheden van Leusden. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan verblijfsaccommodatie. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.5.4.1: We geven samen met onze partners uitvoering aan de Leusdense visie voor recreatie en toerisme.
In het afgelopen jaar zijn er diverse impulsen gegeven aan de mogelijkheden voor recreatie en toerisme. Zo is Leusden afgelopen jaar onderdeel geworden van het wandelknooppuntennetwerk provincie Utrecht, hebben we geparticipeerd in totstandkoming provincieprogramma Recreatie en Toerisme. Daarnaast is het toeristisch informatiecentrum Leusden Natuurlijk! In april van start gegaan met een, nieuw online platform en hebben we de deelname aan Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug voortgezet. Veel energie is gestoken en opgewekt rond La Vuelta wielerronde.
38
Jaarstukken 2022
R.5.4.2: We onderzoeken samen met Defensie de mogelijkheden voor gedeeltelijke openstelling van de Leusderheide. We verkennen met Defensie of delen van de Leusderheide beperkt kunnen worden opengesteld/beter beleefbaar kunnen worden gemaakt, rekening houdend met de natuurwaarden.
6. Cultuurhistorie Wat hebben we bereikt? 1. Leusden werkt aan behoud en instandhouding van boven- en ondergronds cultuurhistorisch erfgoed. Bij diverse ruimtelijke ontwikkelingen is het belang van het erfgoed meegenomen in de vorm van behoud historisch landschap, uitstraling naar monumenten en inpassing nieuwe ontwikkelingen in het historisch palet. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.6.1.1: We werken met het paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed en de daarmee samenhangende waardenkaart, om cultuurhistorisch erfgoed te beschermen. Het paraplubestemmingsplan wordt, sinds het startjaar 2021, standaard meegenomen samen met de waardenkaart bij initiatieven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. R.6.1.2: We verbinden duurzaamheid en cultureel erfgoed. Duurzaamheid, en uitstraling van in de ruimte genomen maatregelen tot verduurzaming/energietransitie van een monument, is een onderdeel geworden van de objecten binnen het cultureel erfgoed. Eigenaren van een monument of initiatiefnemers van plannen bij of aan een monument, krijgen gevraagd en in een enkel geval ongevraagd advies. In 2022 was bijvoorbeeld Leusderend een belangrijke en grote opgave in deze. Verder is de planologische verplaatsing van schaapskooi Den Treek mogelijk gemaakt. 2. De (her)kenbaarheid en zichtbaarheid van cultureel erfgoed vergroten.
Een paar keer is door middel van artikelen in diverse media-aandacht besteed aan het Leusdense erfgoed. Bijvoorbeeld over de aanwijzing van Leusderend als monument en over de werkzaamheden op de begraafplaats Oud-Leusden. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.6.2.1: We gaan door met het aanwijzen van gemeentelijk monumenten. We hebben in 2022 één nieuw gemeentelijk monument, namelijk het hoofdhuis van Leusderend, aangewezen. R.6.2.2: De cultuurhistorische waardenkaart is digitaal te raadplegen voor bewoners en belangstellenden. In 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart digitaal raadpleegbaar geworden. Via de gemeentelijke website hebben bewoners en belangstellenden deze kunnen raadplegen. R.6.2.3: We ondersteunen eigenaren van monumenten actief. We hebben aan de voorkant meegedacht bij omgevingsvergunningsaanvragen. Dit met raadpleging van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en advisering van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed.
7. Omgevingswet Wat hebben we bereikt? 1. De gemeente Leusden is in staat de Omgevingswet op een adequate wijze toe te passen (in lijn met landelijke doelen en eigen ambities) en beschikt over daarvoor benodigde processen, ICT-systemen, vaardigheden en regelstelsels. De gemeente Leusden heeft ook in 2022 ingezet op zo veel mogelijk een beleids-neutrale invoering van de Omgevingswet. Desondanks moesten systemen, werkprocessen/-wijze, regelstelsels etc. worden aangepast. Wat hebben we daarvoor gedaan? R.7.1.1: We voeren het programma “invoering omgevingswet” en alle onderliggende projecten in samenhang uit en dragen de resultaten over aan de lijnorganisatie. Het programma Invoering Omgevingswet is in 2022 verder uitgevoerd en per 1/1/23 overgedragen aan de lijn. Er is in de regio een Intentieovereenkomst opgesteld om de samenwerking met medeoverheden en ketenpartners (gemeenten, provincie, RUD, waterschap, VRU, GGDi) te borgen. In Leusden zijn voorbereidingen getroffen om met de nieuwe systemen en processen te kunnen werken en informatie te stroomlijnen, om te kunnen werken naar de bedoeling van de Omgevingswet.
39
Jaarstukken 2022 Waaronder de ontwikkeling van een ‘beleidshuis’ dat moet leiden tot een meer integrale benadering van de het beleid binnen de fysieke leefomgeving. Ook zijn voorstellen voorbereid om diverse regelingen, zoals verordeningen, aan te passen ter voorbereiding op de nieuwe regelgeving. Nu de inwerkingtreding van de wet is uitgesteld, zullen in 2023 de voorbereidingen vanuit de lijn worden voortgezet.
Wat heeft het gekost 2022
Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2022. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 2.1 Verkeer en vervoer € 62.000 (voordeel) - Het geraamde bedrag € 45.000 in het kader van het Fietsplan is niet uitgegeven. Dit bedrag is daardoor ook niet onttrokken uit de reserve bovenwijkse voorzieningen en valt dan ook weg tegen het nadeel bij de mutaties in de reserves. De middelen blijven beschikbaar in de reserve bovenwijkse voorzieningen en worden ingezet ter dekking van de uitvoeringsagenda bij het Mobiliteitsplan (deze agenda wordt in 2023 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd).
40
Jaarstukken 2022 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie € 74.000 (voordeel) - Van het budget voor SMP (soorten management plan) is € 41.000 nog niet uitgegeven. Dit bedrag is daardoor ook nog niet onttrokken uit de reserve met aangewezen bestemming en valt dan ook weg tegen het nadeel bij de mutaties in de reserves. - Op salarissen blijft € 22.000 over. - Voor ondersteuning van initiatieven en projecten voor versterking van landbouw en natuur bleef na de najaarsnota een budget van € 15.000 beschikbaar maar ook hier is geen gebruik van gemaakt. De grote mate van onduidelijkheid en onzekerheid onder de landbouw (stikstof) heeft een stevige rem gezet op initiatieven. 8.1 Ruimtelijke ordening € 169.000 (voordeel) - Voordeel € 100.000 project Princenhof. Dit project zit budgettair neutraal in de begroting. Op taakveld 5.7 in domein 2 een nadeel van € 100.000 vanwege nog niet verkochte grond. Dit loopt budgettair weg tegen het voordeel hier op taakveld 8.1 - Voordeel € 32.000 op salarissen en inhuur. Een aantal vacatureplekken kon niet meteen worden ingevuld. - Voordeel van € 31.000 op (inhuur)kosten voor de implementatie omgevingswet. De dekking van deze uitgaven uit de reserve met aangewezen bestemming was doordoor ook niet nodig. Het voordeel hier valt dus weg tegen het nadeel bij de mutaties in de reserves.
8.3 Wonen en bouwen € 90.000 (voordeel) - Hogere baten omgevingsvergunningen (meer leges -/- extra kosten inhuur) geven een voordeel van € 60.000 Dit voordeel is conform afspraak in de egalisatiereserve bouwleges (reserve aangewezen bestemming) gestort en valt dus weg tegen het nadeel bij de mutaties in de reserves. Grondbedrijf € 72.000 (voordeel inclusief mutaties reserves) Na mutaties in de reserve blijft er per saldo een voordeel over van -/- € 261.000 + € 333.000 = € 72.000 Dit resultaat is het saldo van: - Tussentijdse winstnemingen uit twee grondexploitaties € 47.000 (voordeel) - Vrijval gereserveerde middelen voorziening afgesloten complexen € 15.000 (voordeel) - Baten strategische gronden € 10.000 (voordeel) 0.10 Mutaties reserves AD € 140.000 (nadeel) € 45.000 nadeel; Fietsplan niet onttrokken € 41.000 nadeel; SMP-middelen niet onttrokken € 31.000 nadeel; Omgevingswet minder onttrokken op taakveld 8.1 € 60.000 nadeel; extra storting hogere netto baten omgevingsvergunningen
BBV indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. Op de website kunnen ook vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Omschrijving
2019
2020
2021
2022
Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar
812,1
819,6
864,3
-
Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners
173,8
182,2
191,7
-
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
8,2
11,3
5
21,5
% Functiemenging
53,9
54
54,9
-
% Demografische druk
80,7
81,7
83,2
83,6
Indicator:
Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar
Toelichting: Bron:
Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. LISA Vestigingenregister
Indicator:
Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners 15-64 jaar
Bron:
Aantal vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar LISA Vestigingenregister
Indicator:
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
Toelichting:
41
Jaarstukken 2022
Toelichting: Bron:
Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen. ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov)
Indicator:
% Functiemenging
Bron:
De functiemenging weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. LISA Vestigingenregister
Indicator:
% Demografische druk
Toelichting:
De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot het aantal personen van 15 tot 65 jaar. Centraal Bureau voor de Statistiek - Bevolkingsstatistiek
Toelichting:
Bron:
42
Jaarstukken 2022
Overhead Algemeen Binnen het onderdeel overhead geven we inzicht in de kosten van de bedrijfsvoering.
Wat heeft het gekost 2022
Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2022. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 0.4 Overhead € 345.000 (voordeel) - Op dit taakveld zijn € 153.000 incidenteel beschikbaar gestelde middelen over die niet besteed zijn in 2022 maar in 2023 worden uitgegeven. Via de resultaatsbestemming wordt dan ook voorgesteld om deze middelen over te hevelen naar 2023. Het gaat om de volgende bedragen: € 32.000 voor inhuur projectmatig werken voor de organisatie ontwikkeling € 27.000 voor de motie ‘Kleur en aanpassing Huis van Leusden’ € 27.000 voor BLNP (o.a. harmonisatie arbeidsvoorwaarden en optimalisatie Youforce) € 67.000 voor de wet open overheid - Voordeel € 228.000 op salarissen en inhuur. Een aantal vacatureplekken kon niet meteen worden ingevuld. - In 2022 kon er € 57.000 minder overhead doorberekend worden aan de civiele werken, dit komt voort uit fasering van civiele projecten. - Voordeel € 26.000 op directiebudget. - Voordeel € 56.000 op de opleidingsbudgetten. - Nadeel € 51.000 op software. Er zijn twee grote projecten waarvoor externe expertise noodzakelijk was (ontwikkeling moderne werkplek en transitie Azure public Cloud).
- Voordeel € 34.000 op de exploitatie van het Huis van Leusden. Over 2021 waren te lage voorschotten bij gebruikers in rekening gebracht. - Nadeel € 33.000 op juridische zaken. Er liepen in 2022 een aantal juridische procedures waarbij vertegenwoordiging door een advocaat en juridische advisering nodig was en ook juridische werkzaamheden waarvoor op dat moment de juridische capaciteit ontbrak.
43
Jaarstukken 2022
Omschrijving
2019
2020
2021
2022
Formatie (FTE) per 1.000 inwoners
4,8 fte
4,9 fte
4,9 fte
5,0 fte
Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners
4,5 fte
4,8 fte
4,8 fte
4,8 fte
Apparaatskosten per inwoner Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.
€ 513,15
€ 507,92
€ 551,33
€ 584,28
24,0 %
20,9 %
18,1 %
23,2%
Overhead (% van de totale lasten)
10,1 %
9,7 %
11,3 %
10,7%
Indicator:
Formatie (FTE) per 1.000 inwoners
Toelichting: Bron:
Uitgangspunt is het vastgestelde/toegestane formatieplan gedurende het jaar 1 FTE is het equivalent van een 36-urige werkweek. Eigen gegevens
Indicator:
Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners
Toelichting:
Bron:
Voor de begroting is het uitgangspunt de werkelijke bezetting per 1 januari van het vorige jaar. Voor het jaarverslag wordt het gemiddelde van de werkelijke bezetting op 1 januari en 31 december berekend. Eigen gegevens
Indicator:
Apparaatskosten per inwoner
Toelichting:
Bron:
Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten en dergelijke voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. Eigen rekening
Indicator:
Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.
Toelichting:
Het betreft onder andere inzet van uitzendkrachten, zzp'ers of detachering. Dit kan inhuur zijn voor tijdelijke vervanging of specialistische kennis. Kenmerkend is dat de inhuurkracht een plaats krijgt in de hiërarchie van de organisatie.
Bron:
Indicator: Toelichting: Bron:
Eigen rekening Overhead (% van de totale lasten) Dit betreft de verantwoorde overheadkosten (exclusief reservemutaties). Deze kosten moeten worden gedeeld door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). Eigen rekening
44
Jaarstukken 2022
Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Algemeen In de vier programma’s van deze jaarstukken zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, de onvoorziene uitgaven, de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.
Wat heeft het gekost 2022
Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2022. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 0.62 OZB niet-woningen € 65.000 (voordeel) - Deze hogere opbrengst bij de niet-woningen is grotendeels het gevolg van een lagere inschatting van de verminderingen ten opzichte van de kerncijferbegroting vanuit GBLT. 0.7 Algemene uitkering gemeentefonds € 266.000 (voordeel) - Dit voordeel van 0,6% t.o.v. de raming komt door een hogere uitkering decembercirculaire van € 261.000. Daarvan kan € 45.000 vrijvallen ten gunste van het rekeningresultaat. Voorgesteld wordt om hiervan € 216.000 via de resultaatsbestemming te reserveren voor 2023 waarbij: * de ontvangen compensatiemiddelen 6e ondersteuningspakket COVID € 36.000 worden gereserveerd in de reserve corona. * de ontvangen middelen voor participatie en inburgering € 52.000, in afwachting van nadere bestedingsvoorstellen, worden gereserveerd in de reserve met aangewezen bestemming. 0.8 Overige baten en lasten € 232.000 (voordeel) - In de jaarrekening 2020 is een voorziening verlofsaldi ingesteld vanwege het corona effect op de verlofsaldi.
45
Jaarstukken 2022 Ultimo dit boekjaar is het corona effect niet meer van toepassing. In 2022 zijn relatief veel medewerkers uit dienst gegaan, waaronder dus een aantal met verlofstuwmeren. Daarnaast konden medewerkers hun verlof meer opnemen dan in corona tijd. Hierdoor is het aantal verlofuren weer in patroon van voor corona. De hele voorziening valt dus vrij. Dit resulteert in een voordeel van € 167.000. - Omdat betreffende personen nieuw werk hebben gevonden kon de voorziening voormalig personeel bijna in z’n geheel vrijvallen (voordeel van € 92.000) - Mutatie voorziening dubieuze debiteuren algemene dienst € 43.000 (nadeel). - Mutatie voorziening dubieuze belastingdebiteuren € 12.000 (nadeel) . 3.4 Economische promotie € 54.000 (voordeel) - Dit wordt veroorzaakt door één aanslag toeristenbelasting die nog over 2021 is opgelegd. De aangifte is later dan verzocht ontvangen door GBLT en het aantal overnachtingen was hoger dan verwacht.
Omschrijving
2019
2020
2021
2022
Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)
321
341
360
391
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)
598
707
723
776
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)
605
726
740
795
Indicator:
Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)
Toelichting: Bron:
De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Centraal Bureau voor de Statistiek – Statistiek Waarde Onroerende Zaken
Indicator:
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)
Toelichting: Bron:
Het gemiddelde totaalbedrag per jaar in euro's dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)
Indicator:
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)
Toelichting:
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)
Bron:
46
Jaarstukken 2022
Paragrafen Paragraaf A lokale heffingen Wettelijk kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid en de belangrijkste ontwikkelingen in 2022 bij de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen. Beleidskader Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn in 2022 de volgende heffingen opgelegd: OZB, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. De tarieven van belastingen en heffingen zijn in 2022 met 2% verhoogd in verband met de ontwikkeling van de inflatie. De hondenbelasting is per 2022 afgeschaft.
Uitvoering Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT) verzorgt de heffing en inning van de OZB, rioolheffing, reinigingsheffingen, hondenbelasting en de toeristenbelasting. De overige heffingen int de gemeente Leusden zelf.
Tarieven In de tabel hieronder zijn de belangrijkste belastingtarieven in 2022 vermeld, en de tariefontwikkeling ten opzichte van 2021. Belastingtarieven OZB, % van de WOZ-waarde: - eigendom woningen - eigendom niet-woningen - gebruiker niet-woningen Reinigingsheffingen: - afvalstoffenheffing, vast deel - afvalstoffenheffing, variabel deel inwerptrommel 30 liter inwerptrommel 60 liter mini-container 240 liter - reinigingsrecht bedrijven, vast deel (incl. btw) Rioolheffing, per aansluiting Hondenbelasting, 1e hond Toeristenbelasting, per overnachting: - in hotels, vakantiewoningen, chalets - in overige onderkomens/verblijfaccommodaties
2021
2022
0,1007% 0,3197% 0,2577%
0,0942% 0,3327% 0,2683%
€ 217,00
€ 203,00
€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 262,57 € 127,90 € 80,70
€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 245,63 € 140,20 -
€ 1,67 € 1,12
€ 1,70 € 1,14
47
Jaarstukken 2022 Opbrengst
Begroting, primitief Belastingen: OZB Toeristenbelasting Precariobelasting Heffingen en rechten: Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht Rioolheffing Rioolaansluitrecht Lijkbezorgingsrechten Leges Totaal *) is geraamd bedrag na aftrek van kwijtschelding
8.279 143 29 2.993*) 1.904*) 5 36 761 14.150
Begr.wijziging
Na wijziging
(bedragen x € 1.000) Opbrengst 2022
-34 -6
8.245 143 23
8.320 197 4
497 457
2.993 1.904 5 36 1.258 14.607
3.108 1.946 11 44 1.393 15.023
Toelichting Bij de OZB is een meeropbrengst ontstaan doordat er bij de niet-woningen minder leegstand was dan verwacht. De hogere opbrengst bij de toeristenbelasting is veroorzaakt door een gunstige afrekening over voorgaande jaren. Daarnaast was in de begrotingsraming van de toeristenbelasting rekening gehouden met het vertrek van een belastingplichtige hetgeen echter op basis van voortschrijdend inzicht op zijn vroegst in 2023 zijn beslag gaat krijgen. Het positief saldo van de reinigingsbegroting is toegevoegd aan de egalisatievoorziening, en wordt komende jaren via eenmalige verlaging van het tarief aan inwoners teruggegeven. De meeropbrengst bij de leges wordt verklaard door meer aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten waaronder enkele grote projecten. De reinigingsheffingen zijn kostendekkend: het resultaat bij de jaarrekening wordt verrekend met de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing, en in een volgend jaar betrokken bij de tariefstelling van de heffingen. Bij de riolering is het uitgangspunt een kostendekkende rioolheffing over de totale looptijd van de riolering. De kostendekkendheid wordt periodiek herijkt bij het actualiseren van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP).
Procentuele verdeling opbrengst lokale heffingen 9,3% 0,3% 0,1%
OZB Toeristenbelasting
13,0%
Precariobelasting 55,3%
Afvalstoffenheffing Rioolheffing Rioolaansluitrecht
20,7%
Lijkbezorgingsrecht Leges
0,0%
1,3%
48
Jaarstukken 2022 Ontwikkeling lokale lastendruk Tot de gemeentelijke woonlasten worden de bedragen gerekend die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2022 bedraagt de gemiddelde woonlastendruk volgens bureau Coelo in Leusden € 795 voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde (zie de tabel hierna). Op de landelijke ranglijst van bureau Coelo van woonlasten in gemeenten staat Leusden op de 42e positie van in totaal 345 gemeenten. De tabel geeft een overzicht van de gemiddelde woonlasten van meerpersoonshuishoudens in Leusden en in omringende gemeenten. Ten opzichte van de omringende gemeenten heeft Leusden de laagste woonlasten. De cijfers zijn ontleend aan de Coelo Atlas lokale lasten 2021 en 2022. Lokale woonlasten Leusden Soest Barneveld Scherpenzeel Zeist Amersfoort Woudenberg Gemiddeld in provincie Utrecht Gemiddeld in Nederland
2021 € € € € € € € € €
740 755 823 834 836 872 932 862 811
2022 € € € € € € € € €
795 845 892 914 976 994 1.025 966 904
Kwijtschelding Voor inwoners met de laagste inkomens is er de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. In totaal is in 2022 voor € 127.600 aan kwijtscheldingen verleend.
49
Jaarstukken 2022
Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Leusden in staat is middelen vrij te maken om (incidentele) financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een financieel vangnet voor optredende gevolgen van risico’s die niet goed kunnen worden afgedekt op basis van het gevoerde risicomanagement. In deze paragraaf geven wij u inzicht in risico’s van de gemeente, het beschikbare en het benodigde weerstandsvermogen. Beleidskader Het beleid is vastgelegd in de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2010. Er wordt onderscheid gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf. Risico’s en benodigd weerstandsvermogen Algemene dienst Het benodigde weerstandsvermogen is in beginsel genormeerd op 10% van de omzet van de algemene dienst (exclusief sociaal domein). Tenzij de financiële kwantificering van de risico’s hoger is dan dit bedrag. Voor 2023 is dit aan de orde. Dit komt door de toevoeging van een risico binnen het sociaal domein. Door het vervallen in de begroting van de risicoverevening voor hoog specialistische zorg voor enkele cliënten wordt dit risico nu niet meer structureel opvangen, maar via de risicoreserve.
De belangrijkste risico’s zijn in beeld gebracht aan de hand van een drietal scenario’s, namelijk het optimistische scenario, het pessimistisch scenario en het midden scenario. De norm zetten wij af tegen de geïnventariseerde risico’s aan de hand van het midden scenario om te bepalen of de norm niet te laag gesteld. Hiervoor zijn de belangrijkste risico’s van de algemene dienst meerjarig in beeld gebracht en wordt in relatie gebracht met het berekende benodigde weerstandsvermogen op basis van onderstaande financiële kwantificering. bedragen x € 1.000 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Totaal
Risico Algemene uitkering Jeugdzorg Verbonden en gerelateerde partijen WMO Bedrijfsvoeringrisico's Grote projecten en onderhoud kapitaalgoederen Werk, inkomen & participatie Pensioenen & wachtgelden wethouders Fiscale risico's Leningen en garanties Overige risico’s
Bedrag 1.954 2.481 375 370 360 250 210 180 150 100 100 6.530
Ontwikkeling risicoprofiel Het risicoprofiel is verder toegenomen. Enerzijds komt dit door onzekerheden vanuit het Rijk. Vooral bij de Algemene Uitkering en de herijking daarvan, maatregelen en inmenging van het Rijk binnen het Sociaal domein en nog steeds de onzekerheid over de Rijksbijdrage voor de energietransitie die wel is aangekondigd, maar niet is toegezegd. Anderzijds hebben we te maken met externe ontwikkelingen die veel impact gaan hebben op onze bedrijfsvoering. Dit betreft vooral de arbeidsmarkt, de inflatie en daarbij in het bijzonder de hogere energieprijzen. Investeringen en onderhoud in gebouwen, civiel en infra zullen onvoorspelbaar duurder worden. Het tekort aan medewerkers kan de realisatie van de begroting vertragen. Het hogere risicoprofiel vertaalt zich ook in een hoger gewenst weerstandsvermogen. Beschikbare weerstandsvermogen Algemene dienst Het beschikbare weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s bij de algemene dienst wordt gevormd door het de algemene reserve (basisdeel). Dit bedrag bedraagt per 31-12-2022 € 10.426.000. Ratio weerstandsvermogen Algemene dienst Wij drukken het weerstandsvermogen uit in een ratio. Met behulp van dit verhoudingsgetal wordt bepaald of het weerstandsvermogen toereikend is. De gemeente streeft naar een ratio van 1,0 met een ondergrens van 0,8.
Komt de ratio onder de ondergrens dan wordt binnen een jaar door het college een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:
50
Jaarstukken 2022
Beschikbare weerstandsvermogen ---------------------------Benodigd weerstandsvermogen
10.426.000 _________ 6.530.000
1,60
Conclusie: De ratio van 1,60 valt boven de ondergrens. Het weerstandsvermogen is toereikend. Risico’s Grondbedrijf In de actualisatie 2022 van de diverse grondexploitaties zijn de risico’s benoemd (en waar mogelijk gekwantificeerd) die de gemeente loopt met de uitvoering van grondexploitaties. Benodigd weerstandsvermogen Grondbedrijf In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen is beschreven hoe de norm voor het benodigde weerstandsvermogen wordt berekend. Voor 2023 is het benodigde weerstandsvermogen grondbedrijf genormeerd op € 865.000. Beschikbare weerstandsvermogen Grondbedrijf Het beschikbare weerstandsvermogen grondbedrijf wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de Algemene Reserve Grondbedrijf. De geprognotiseerde omvang van deze reserve bedraagt per 31 december 2023: € 475.000. Ratio weerstandsvermogen Grondbedrijf Evenals voor de Algemene Dienst wordt ook voor het Grondbedrijf uitgegaan van een ratio van minimaal 1,0 met een ondergrens van 0,8. Komt de ratio onder de ondergrens dan wordt binnen een jaar een voorstel gedaan om het beschikbare weerstandsvermogen te verhogen of te verlagen. De ratio wordt als volgt berekend:
Beschikbare weerstandsvermogen ---------------------------Benodigd weerstandsvermogen
545.000 ____________ 865.000
0,63
Conclusie: De ratio valt onder de ondergrens van 0,8, welke in het voornoemde beleidskader is vastgelegd. Hierdoor is het in principe noodzakelijk aanvullende maatregelen te treffen. Uit de doorkijk naar de ontwikkeling van de Reserve Grondbedrijf en de doorkijk van de benodigde weerstandscapaciteit na 2023 blijkt dat de ratio in 2024 weer boven de gewenste 1,0 ligt. Bij gelijkblijvende uitgangspunten is het daarom niet noodzakelijk om aanvullende maatregelen te treffen.
Grondbedrijf
2023
2024
2025
2026
637.640
801.060
860.336
705.336
Benodigde weerstandscapaciteit
1.009.129
609.545
609.545
600.000
Resultaat weerstandsvermogen
-371.489
191.515
250.791
105.336
Ratio weerstandsvermogen
0,63
1,31
1,41
1,18
Aanwezige weerstandscapaciteit per 1-1
De afname van het benodigde weersstandsvermogen in de tijd wordt veroorzaakt door het afsluiten van een groot gedeelte van de lopende exploitaties. Na sluiting van een exploitatie is immers ook geen weerstandsvermogen meer noodzakelijk.
51
Jaarstukken 2022 Kengetallen financiële positie Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen opnemen en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Signaalwaarden kengetallen
Categorie A Categorie B Categorie C
Kengetallen: Netto schuldquote
< 90 %
90 -130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 -130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 – 50 %
< 20%
Grondexploitatie
< 20%
20 – 35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>0 %
0%
<0 %
Gemeentelijke belastingcapaciteit
< 95%
95 – 105 %
> 105 %
In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de begroting 2023-2026. Kengetallen:
Jaarrek
Jaarrek
Begroting
MJR
MJR
MRJ
MRJ
2022
2021
2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
12%
14%
12%
12%
13%
13%
13%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
7%
10%
7%
7%
11%
11%
11%
Solvabiliteitsratio
54%
52%
52%
53%
54%
51%
51%
Grondexploitatie
4%
1%
1%
1%
0%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
7%
0%
0,6%
1,0%
2,0%
-2,6%
-2,1%
Gemeentelijke belastingcapaciteit
86%
93%
84%
84%
84%
84%
84%
Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De netto schuldquote van Leusden neemt in meerjarenperspectief toe omdat onze door een aantal investeringsprojecten waar we mogelijk financiering voor moeten aantrekken. Toch blijft onze netto schuldpositie laag en financieel gezond. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.
Het aandeel doorgeleende gelden (de leningen voor o.a. duurzaamheidsleningen) is voor Leusden relatief beperkt waardoor de uitkomst van dit kengetal niet of nauwelijks afwijkt van de netto schuldquote. Dit geeft aan dat het ‘terugbetalingsrisico’ gering is. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. Leusden bevindt zich binnen deze bandbreedte. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het grote aandeel van onderhoudsvoorzieningen in onze balans. Dit geeft een negatief effect op de hoogte van ons solvabiliteitsratio, maar geeft wel aan dat we in staat zijn goed te voldoen aan onze financiële verplichtingen.
52
Jaarstukken 2022 Grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren omvat. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Voor 2025 en verder heeft het kengetal een waarde van 0 omdat de grondexploitaties langzaam aflopen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Deze posten zijn tijdelijk en/of hebben een eindig doel. Met andere woorden, er is een einddatum bekend. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.
Het kengetal helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte onze gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. In ratio’s hierboven wordt zichtbaar dat vanaf 2026 de structurele exploitatieruimte onvoldoende is. Deze ratio’s zijn gebaseerd op de begroting 2023-2026. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale lokale woonlasten. Daaronder worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Als dit percentage belastingcapaciteit laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.
Voor de jaarrekening 2022 komt het kengetal voor de belastingcapaciteit uit op 86%. De belastingcapaciteit ligt hiermee beneden het landelijk gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit is op basis van het landelijke gemiddelde in 2023 € 2.200.000. Dit was in 2022 € 1.996.000. De toename komt doordat de woonlasten in andere gemeenten gemiddeld meer zijn gestegen dan in de gemeente Leusden. 2023 Woonlasten per jaar Verschil per jaar Percentage Onbenutte belastingcapaciteit
Leusden
Provincie Utrecht € 811
Nederland
€ 1.020
€ 944
-€ 209
-€ 133
80%
86% € 2.200.000
Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie De gemeente Leusden kent een sluitende begroting en het weerstandsvermogen is toereikend, waardoor er voldoende ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen. De schuldenlast van Leusden ten opzichte van de eigen middelen is relatief laag. Hierdoor is de druk van de rentelasten en de aflossing van geldleningen op de exploitatie laag te noemen. Daarnaast kent Leusden ten opzichte van het landelijk gemiddelde een gematigde lokale lastendruk. De solvabiliteit is stabiel en meerjarig boven de norm. Het kengetal grondexploitatie geeft aan dat wij nog boekwaarden aan voorraad gronden hebben die door middel van verkopen moeten worden goedgemaakt. In meerjarenperspectief droogt dit op. Daar staan wel toekomstige winstnemingen tegenover. Ook beschikken we voor onze grondexploitaties over voldoende weerstandsvermogen om eventuele financiële tegenvallers op te vangen. De structurele begrotingscapaciteit staat vanaf 2026 wel onder druk door de afnemende rijksinkomsten en als gevolg daarvan een begrotingstekort conforme de begroting 2023. De onbenutte belastingcapaciteit is daarnaast in 2023 ruim onder het landelijke gemiddelde. Overall is de vermogenspositie van Leusden goed, echter het structureel evenwicht in de exploitatie vormt vanaf 2026 een risico.
53
Jaarstukken 2022
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het gemeentelijk beleid ten aanzien van het groot onderhoud van kapitaalgoederen in het jaar 2022 tot uitvoering is gebracht en welke middelen hiervoor zijn aangewend. Er zijn twee soorten onderhoud; het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie komen en daarnaast het groot onderhoud, waarvan de uitgaven ten laste van de onderhoudsvoorzieningen worden gebracht. Daarnaast zijn er vervangingsinvesteringen waarmee kapitaalgoederen geheel- of gedeeltelijk worden vervangen. Kapitaalgoederen in Leusden De gemeente Leusden heeft circa 1.770.000 m² aan verharding, 260 kilometer aan riolering, 22 kilometer aan watergangen, 1.330.000 m² aan groen en ca. 30 gebouwen in beheer. De instandhouding van de kapitaalgoederen vergt circa 20% van de jaarlijkse gemeentelijke lasten. Ontwikkelingen Eind 2021 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De geactualiseerde onderhoudsramingen zijn vastgesteld voor de vierjaarlijkse periode 2021-2024 en financieel doorgerekend tot en met het jaar 2032. De benodigde uitgaven voor de Openbare Verlichting en de vervanging van de containers voor ondergrondse afvalinzameling maken tevens onderdeel uit van de vierjaarlijkse actualisatie van de beheerplannen.
In de onderhoudsactualisatie zijn zowel de uitgaven van groot onderhoud- als de vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt. Prijsontwikkelingen In de jaren 2021 en 2022 was er sprake van een bovengemiddelde prijsstijgingen in de civiele sector door schaarste in bouwmaterialen, stijgende brandstofprijzen en stijgende lonen. De budgetten voor groot onderhoud- en vervanging van kapitaalgoederen zijn verhoogd op basis van de middelen die de gemeente van het rijk heeft ontvangen. De toereikendheid van de budgetten wordt hierbij gemonitord en daar waar noodzakelijk in de begroting bijgesteld. Actualiteit van de beheerplannen Voorzieningen die zijn gevormd om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan. De beheerplannen zijn in december 2021 door de raad vastgesteld in het rapport ‘IBOR 2021-2032 – actualisatie uitgaven voor groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen in de openbare ruimte’. In het beheerplan worden de activiteiten en middelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen vermeld. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline het actuele beheerplan en de geplande actualisatie daarvan weergegeven.
Discipline Water Wegen Verkeersregelinstallaties Civiele kunstwerken Gebouwen Groenonderhoud Speelvoorzieningen Sportterreinen Riolering Openbare verlichting Ondergrondse afvalinzameling
beheerplan IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 GRP 2019-2023 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024
actualisatiejaar 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2023/2024 2024 2024
Budgetten In onderstaande tabel geven wij een overzicht van de uitgaven voor het groot- en vervangingsonderhoud van de kapitaalgoederen in het jaar 2022. De begroting is in 2022 bijgesteld naar aanleiding van de door de raad vastgestelde onderhoudsactualisatie. In de tabel is dit de kolom ‘’begroting 2022 na wijzigingen’’. De bedragen zijn inclusief de toerekening van ‘VAT’ (kosten van voorbereiding- administratie en toezicht). Met die toerekening worden jaarlijks loonkosten en indirecte kosten toegerekend aan de onderhoudsvoorzieningen.
54
Jaarstukken 2022
Tabel C.1 Uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen Begroting 2022 Primitief na wijziging
Realisatie 2022
Saldo 2022
Budget inclusief VAT, pp 2022 Groot onderhoud - Wegen - civiele kunstwerken inclusief parkeerdekken - verkeersregelinstallaties - waterbeheer - openbaar groen - speelvoorzieningen - buitensportaccommodaties - verhuurde panden - panden algemeen gebruik - binnensportaccommodaties - cultureel / sociaal - onderhoud zwembad Totaal groot onderhoud
3.287.000 135.000 266.000 57.000 132.000 116.000 243.000 22.000 193.000 133.000 105.000 172.000 4.861.000
958.000 684.000 14.000 324.000 33.000 27.000 582.000 76.000 64.000 91.000 33.000 418.000 3.304.000
1.271.000 438.000 17.000 320.000 18.000 20.000 609.000 19.000 57.000 38.000 21.000 260.000 3.088.000
-313.000 246.000 -3.000 4.000 15.000 7.000 -27.000 57.000 7.000 53.000 12.000 158.000 216.000
Vervangingsinvesteringen - vervangen wegen - vervangen civiele kunstwerken - vervangen verkeersregelinstallaties - vervangen groenvoorzieningen - vervangen speelvoorzieningen - vervangen buitensportaccommodaties - masten / armaturen openbare verlichting - ondergrondse afvalinzameling - riolering (GRP) Totaal vervangingsinvesteringen
0 0 0 0 0 0 119.000 0 777.000 896.000
374.000 44.000 56.000 200.000 264.000 0 6.000 92.000 534.000 1.570.000
74.000 128.000 31.000 228.000 242.000 0 0 99.000 333.000 1.135.000
300.000 -84.000 25.000 -28.000 22.000 0 6.000 -7.000 201.000 435.000
5.757.000
4.874.000
4.223.000
651.000
Totaal
Inclusief de budgetten die beschikbaar zijn voor de instandhouding van de gemeentelijke riolering en de vervanging van de openbare verlichting komen de totaal voor 2022 voorziene investerings-/groot onderhoudsuitgaven neer op ca. € 4,9 mln. De feitelijke uitgaven in 2022 bedroegen in totaal € 4,2 mln. De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting worden hierna toegelicht. Afwijkingen uitgaven groot onderhoud 2022 Groot onderhoud wegen, € 313.000 hoger dan geplande uitgaven. In de voorgaande jaarrekening over het jaar 2021 is toegelicht dat niet alle beoogde onderhoudswerkzaamheden voor dat jaar uitgevoerd konden worden door de uitvoering van een weginspectie en maatregelentoets. Een groot deel van de in 2021 geplande onderhoudswerkzaamheden (o.a. aanpak Moorsterweg) zijn doorgeschoven naar 2022 en hebben in het jaar 2022 tot extra bestedingen geleid. De fasering van werkzaamheden brengt geen financiële effecten met zich mee. Groot onderhoud civiele kunstwerken, € 246.000 lager dan geplande werkzaamheden. In 2022 is het bovendek van parkeerdek De Twijnderij voorzien van een nieuwe slijtlaag. En bij beide parkeerdekken in de Hamershof is de opritverwarming vervangen. Middels de najaarsnota is hier de begroting 2022 op aangepast. Voor wat betreft de overige civieltechnische kunstwerken (vnl.
bruggen en duikers) hebben de 2022 uitgevoerde werkzaamheden plaatsgevonden op basis van de in 2021 uitgevoerde inspectie. Vanwege knelpunten in de personele bezetting is in 2022 alleen het hoogst noodzakelijke onderhoud uitgevoerd. In 2022 zijn diverse houten bruggen en steigers gereinigd en is onderhoud gepleegd aan de brug in de Ooievaarsweg. Divers onderhoud aan stalen-, houten en betonnen bruggen is doorgeschoven naar het jaar 2023.
55
Jaarstukken 2022 Verder is uit inspectiegegevens naar voren gekomen dat de onderhoudsstaat van de brug in de Lockhorsterweg zorgwekkend was. Daarom is hier in 2022 nader onderzoek naar gedaan. Daarop is de brug afgesloten voor het landbouw- en (vracht)autoverkeer. Groot onderhoud buitensportaccommodaties, € 27.000 lager bate in verband met SPUK sport (btw). De toplaagrenovatie van twee kunstgrasvelden bij voetbalvereniging Roda ’46 is in 2022 binnen budget uitgevoerd. Echter doordat het ministerie van VWS op basis van de landelijke aanvragen over het jaar 2022 ‘slechts’ 73% van de betaalde btw over 2022 kon beschikken (de zgn. SPUK sport inzake de instandhouding van- en investering in sportaccommodaties) ontstaat een nadeel doordat niet alle btw uitgaven door het ministerie van VWS zijn vergoed. Op een later moment, uiterlijk in 2024, wordt de SPUK SPORT subsidie over het jaar 2022 vastgesteld. Bij die vaststelling kan blijken dat de feitelijke btw bestedingen op landelijk niveau lager liggen dan door de gemeenten op voorhand bij het ministerie is aangevraagd. In die situatie ontstaat er meer bestedingsruimte binnen de regeling waardoor de gemeente Leusden op een later moment ook het restant aan de btw uitgaven zou kunnen ontvangen van het rijk. Over de jaren tot 2022 heeft de gemeente overigens 100% van de betaalde btw vergoed gekregen.
Groot onderhoud zwembad, € 158.000 lager dan geplande uitgave. Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening 2022 is er nog niet afgerekend met de SRO over het in 2022 aan het zwembad uitgevoerde groot onderhoud. De afrekening met de SRO vindt in het jaar 2023 plaats. Onderhoud aan overige gemeentelijke panden, totaal ca. € 129.000 lager dan geplande uitgaven. Direct noodzakelijke werkzaamheden aan onder andere daken, elektrische en CV installaties zijn uitgevoerd. In 2022 is het – mede door knelpunten in de personele capaciteit - niet gelukt om samen met de contractpartner voor de uitvoering van het gebouwenonderhoud een jaarplan op te stellen- en uit te voeren. Hierdoor verschuiven diverse onderhoudsmaatregelen naar de komende jaren. Afwijkingen vervangingsinvesteringen buitenruimte 2022 Vervanging materiaal wegen, € 300.000 lager dan geplande uitgaven In 2022 stond het project Leusden zuid noord Fase 2 (van Diepenheim Scheltuslaan) op de planning. Door gebrek aan personele capaciteit is het project niet tot uitvoering gekomen. Het werk is in 2022 wel voorbereid en aanbesteed. De start van de uitvoering is door langere levertijden van materialen en om voorgaande reden doorgeschoven naar het eerste kwartaal van 2023.
Vervanging civiele kunstwerken, € 84.000 hoger dan geplande uitgaven Voor de vervanging van civiele kunstwerken stond voor 2022 een uitgave gepland van € 44.000. In het jaar 2022 zijn zes bruggen vervangen waarvan er een aantal oorspronkelijk voor het jaar 2021 op de planning stonden. Daarnaast is een trap aangelegd op de Liniedijk. Deze uitgave stond niet in vervangingsplanning maar diende aangelegd te worden om ervoor te zorgen dat de Liniedijk niet verder afkalft. Groot onderhoud en renovatie riolering, € 201.000 lagere uitgaven Door fasering van werkzaamheden zijn niet alle vanuit het GRP voor het jaar 2022 voorziene werkzaamheden uitgevoerd. De voorbereiding van de projecten ‘’fase 3 Leusden Zuid Noord’’ en de ‘’Burgemeester de Beafortweg’’ zijn weliswaar gestart maar nog niet in uitvoering genomen. Fase 3 Leusden Zuid Noord gaat in kwartaal 2 van 2023 in uitvoering en zal dan leiden tot uitvoering gerelateerde uitgaven. De uitvoering van Burgemeester de Beaufortweg zal in 2023 naar verwachting nog niet tot grootschalige uitvoeringskosten leiden. Verloop van de onderhoudsegalisatievoorzieningen De uitgaven aan groot onderhoud (excl. de uitgaven vanuit het GRP) worden gedekt vanuit diverse onderhoudsegalisatievoorzieningen.
De uitgaven voor groot onderhoud passen binnen het door de raad in december 2021 vastgestelde raadsvoorstel L286969 ‘actualisatie beheerplan IBOR – uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen’. Het verloop van de onderhoudsvoorzieningen in het jaar 2022 wordt in Tabel C2 weergegeven. Het totale saldo van de onderhoudsvoorzieningen exclusief de voorziening egalisatie rioolbeheer neemt met circa € 0,7 mln. af ten opzichte van de stand per 1 januari 2022. Per eind 2022 bevindt er zich een bedrag van € 3,6 mln. in de onderhoudsegalisatievoorzieningen (excl. het GRP). Op basis van de door de raad vastgestelde onderhoudsplannen werd er per eind 2022 een bedrag van ca. € 2,1mln. in de diverse onderhoudsegalisatievoorzieningen voorzien (excl. GRP). Het per saldo hoger dan voorziene saldo in de onderhoudsegalisatievoorzieningen wordt veroorzaakt door fasering in werkzaamheden. Het betreft voornamelijk fasering van onderhoudswerk aan gemeentelijke panden, onderhoud aan civiele kunstwerken en fasering van wegenonderhoud. De onderhoudsvoorzieningen kennen per eind 2021 en dusdanige hoogte dat de in Leusden aanwezige kapitaalgoederen voor een periode van 12 jaar in stand gehouden kunnen worden (periode onderhoudsactualisatie 2021-2032). De instandhouding van de gemeentelijke riolering wordt bekostigd vanuit de rioolheffing.
De vanuit de rioolheffing gespaarde bedragen zijn ondergebracht in de voorziening egalisatie rioolbeheer.
56
Jaarstukken 2022
Tabel C.2 Saldi onderhoudsvoorzieningen Onderhoudsvoorzieningen
(bedragen x € 1.000)
stand 1-1-2022
Vermeerdering
Vermindering
stand 31-12-2022
mutatie in 2022
wegbeheer, deklagen
1.611
982
1.271
1.322
-289
wegbeheer, elementen
305
231
159
377
72
Waterbeheer
607
128
320
415
-192
Gebouwenbeheer
967
773
693
1.047
80
Groenbeheer
90
54
37
107
17
Sportterreinen
741
306
695
352
-389
Onderhoudsvoorzieningen
4.321
2.474
3.175
3.620
-701
voorziening rioolbeheer
2.547
351
333
2.565
18
totaal
6.868
2.825
3.508
6.185
-683
57
Jaarstukken 2022
Paragraaf D Financiering Treasury-functie De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de ministeriële regeling Ruddo en de Treasury verordening 2016. Financieringsbeleid De (tijdelijke) overtollige liquide middelen worden aangehouden bij het Agentschap (schatkist). Dit gebeurt in een rekening courant-verhouding. De vergoeding hierop was lange tijd 0%. Vanaf 14 september 2022 wordt weer rente vergoed. Oplopend van 0,66% op 14 september tot 1,89% op 31 december. Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering van investeringen met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken, mede op basis van de liquiditeitsprognose en rentevisie. In 2022 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Indicatoren Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald.
De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. Renterisiconorm Onze verplichte jaarlijkse aflossingen langlopende leningenportefeuille zijn € 1.051.000 en vallen daarmee ruimschoots binnen de norm van € 12.802.000. Kasgeldlimiet Er zijn in 2022 geen kasgeldleningen aangetrokken. Rente en beleggingsvolume Ontvangen rente uitgezette leningen en liquide middelen In de programmabegroting is uitgegaan van een gewijzigde opbrengst van € 68.000 (primitief € 28.000). De gerealiseerde opbrengst is € 97.000. Overzicht resultaat uitgezette leningen en liquide middelen Rekening 2021 Opbrengst per saldo Gemiddeld volume Gemiddeld rendement
24 13.583 0,18%
bedragen x €1.000 Rekening 2022 97 21.342 0,45%
Betaalde rente leningenportefeuille (externe projectfinanciering) In 2022 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Leningenportefeuille 2022: (bedragen x € 1.000)
58
Jaarstukken 2022
De totale restant schuld per ultimo boekjaar is € 22.360.000. De verplichte aflos voor 2023 is € 1.051.000. De rentelast 2022 voor de totale leningenportefeuille is € 234.000 Renteschema In onderstaand schema wordt uiteengezet hoe de rentetoerekening in 2022 heeft plaatsgevonden:
Volume leningen en liquide middelen Het volume aan uitgezette langlopende leningen en liquide middelen per ultimo boekjaar is als volgt: Overzicht leningen en liquide middelen
bedragen x € 1.000 31-12-2021
Uitgezette leningen, looptijd langer dan 1 jaar Middelen in de Schatkist Bankrekeningen
31-12-2022 2.438 14.643 373 17.454
3.562 21.615 52 25.229
EMU-Saldo In het volgende overzicht berekenen we het EMU-saldo. Het EMU-saldo drukt uit welk financieringstekort we hebben. Het EMU-saldo van een land is gelijk aan het saldo van alle inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid en de decentrale overheden. De Europese Unie heeft bepaald dat het EMU-tekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. De begroting van een gemeente wordt opgesteld conform een stelsel van baten en lasten. Bij de berekening van het EMU-saldo wordt uitgegaan van ontvangsten en uitgaven (het kasstelsel). Dit betekent bijvoorbeeld dat investeringen volledig ten laste komen van het EMU-saldo in het jaar van aanschaf, terwijl bij een stelsel van baten en lasten de investering wordt afgeschreven over de gebruiksduur. Ook bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen worden niet meegenomen in de berekening van het EMU-saldo. Een positief begrotingssaldo hoeft dus niet te betekenen dat het EMU-saldo ook positief is.