CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Hessenweg 68 Bijlagen bij toelichting.pdf

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 5: RV Vaststellen ontwerp bestemmingsplan Hessenweg 689.341 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGE 1 LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

L a nds c ha ppel i j ki npa s s i ng s pl a n d. d. 28102021

BIJLAGE 2 HISTORISCH BODEMONDERZOEK

HISTORISCH (BODEM)ONDERZOEK Hessenweg 68 Stoutenburg

kenmerk PJ Milieu BV: 21077301H

HISTORISCH (BODEM)ONDERZOEK Hessenweg 68 Stoutenburg

kenmerk PJ Milieu BV: 21077301H

opdrachtgever:

Van Westreenen B.V. te Barneveld

datum rapport:

15 december 2021

kenmerk:

21077301H

status:

Definitief

uitgevoerd door:

PJ Milieu BV

projectleider/ rapporteur:

ing. J.A. Slotboom-Van Vliet | slotboom@pjmilieu.nl

autorisatie:

ir. H.J.R. van Dasselaar

PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING ........................................................................................................... 4

2

ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 5 2.1 Algemeen .................................................................................................. 5 2.2 Huidig gebruik (gebiedsinspectie) ................................................................. 5 2.3 Historisch gebruik (archiefonderzoek) ........................................................... 6 2.4 Toekomstig gebruik .................................................................................... 6

3

VOORONDERZOEKSGEBIED ................................................................................... 7 3.1 Algemeen .................................................................................................. 7 3.2 Bodeminformatie ........................................................................................ 7 3.3 Achtergrondgehalten................................................................................... 7 3.4 Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................. 8

4

CONCLUSIES........................................................................................................ 9

BIJLAGEN 1 | Verklarende woordenlijst 2 | Geraadpleegde bronnen 3 | Documenten 4 | Foto’s 5 | Kadastrale kaart en tekening

Historisch onderzoek

1

INLEIDING

In opdracht van Van Westreenen B.V. te Barneveld is door PJ Milieu BV in november 2021 een historisch (bodem)onderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Hessenweg 68 te Stoutenburg. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning alsmede de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doelstelling Het doel van het historisch onderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om bodemverontreiniging te verwachten binnen de beschouwde locatie. Indeling rapport In de rapportage worden de uitvoering en resultaten van het onderzoek besproken. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt de verzamelde informatie van de onderzoekslocatie en het vooronderzoeksgebied (de omgeving) weergegeven. Tenslotte worden de conclusies in hoofdstuk 4 weergegeven. Normering en verantwoording De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het historisch onderzoek is gebaseerd op de NEN 57251. Het eventueel gegeven ‘op maat gesneden plan’ voor bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57402. Onder bijlage 1 is, gebaseerd op de NEN 5740, een ‘Verklarende woordenlijst’ opgenomen. Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Opgemerkt wordt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de beschouwde locatie.

1 2

NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016

21077301H | Hessenweg 68 Stoutenburg

4

Historisch onderzoek

2

ONDERZOEKSLOCATIE

De in dit hoofdstuk genoemde informatie over de onderzoekslocatie (het geografische gebied waarover een besluit moet worden genomen) is gebaseerd op de resultaten van het raadplegen van diverse bronnen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 2. 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie wordt gevormd door de bouwlocatie ter plaatse van Hessenweg 68 te Stoutenburg. De bouwlocatie is momenteel voorzien van een klinkerverharding. Enkele (topografische) gegevens omtrent de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1

Topografische en algemene gegevens locatie

Algemeen Adres onderzoekslocatie

Hessenweg 68 Stoutenburg

Gemeente

Leusden

Kadastrale aanduiding

Gemeente Stoutenburg, sectie C, percelen 298, 299 en 1623*

Oppervlakte percelen

10.020 m²

Oppervlakte onderzoekslocatie

2.460 m²

X-coördinaat

158.584

Y-coördinaat

462.411

Eigenaar Naam

De heer Gerrit Fokker en mevrouw Els Mensinga

Adres

Hessenweg 68

Postcode en plaats

3835 PL Stoutenburg

*

=

ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is

Voor de regionale en lokale ligging wordt verwezen naar bijlage 5, kadastrale kaart en situatietekening. Hierin is tevens de regionale ligging opgenomen. 2.2

Huidig gebruik (gebiedsinspectie)

Inrichting gebied Op 22 november 2021 is Hessenweg 68 geïnspecteerd met daarbij speciale aandacht voor de onderzoekslocatie/de bouwlocatie. In bijlage 4 zijn de hierbij genomen foto’s opgenomen. Op Hessenweg 68 is een hoveniersbedrijf gesitueerd sinds 2003. De bouwlocatie is voorzien van een klinkerverharding zonder onderliggende (puin)fundering. Ook bevindt zich een sleufsilo binnen de bouwlocatie. De wanden zijn van beton en de bodem eveneens van een klinkerverharding. Het geheel maakt een verzorgde indruk.

21077301H | Hessenweg 68 Stoutenburg

5

Historisch onderzoek

Informatie opdrachtgever/bewoner/eigenaar en gemeente/omgevingsdienst Door de opdrachtgever is een informatieformulier ingevuld welke is opgenomen in bijlage 3. Bij de opdrachtgever zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Asbest Tijdens de inspectie van Hessenweg 68 is expliciet gelet op het voorkomen van asbestverdachte materialen op het maaiveld. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Naast de bouwlocatie bevindt zich een kippenhok (welke gesloopt zal worden) welke is voorzien van een stalen golfplaat. Door middel van proefboringen is aangetoond dat er onder de klinkerverharding geen funderingslaag aanwezig is (zie foto 6). Er zijn hierdoor geen aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van asbest in de bodem van de locatie. 2.3

Historisch gebruik (archiefonderzoek)

De locatie heeft van oorsprong een agrarische functie tot circa 1995. Daarna werden er geen bedrijfsactitiviteiten op de locatie uitgevoerd tot 2003. Sinds 2003 is een hoveniersbedrijf op de locatie gevestigd. Verleende vergunningen Bij de RUD Utrecht zijn voor Hessenweg 68 geen verleende vergunningen in het kader van de Hinderwet en/of Wet Milieubeheer bekend. Het bouwjaar van alle aanwezige panden dateert volgens de website BAG viewer uit 1988. Bodembedreigende activiteiten Bij de RUD Utrecht zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Bodeminformatie Van de locatie is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. 2.4

Toekomstig gebruik

Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie een nieuwe bedrijfsloods te realiseren.

21077301H | Hessenweg 68 Stoutenburg

6

Historisch onderzoek

3

VOORONDERZOEKSGEBIED

De in dit hoofdstuk genoemde informatie over het vooronderzoeksgebied (kortweg omgeving) is gebaseerd op de resultaten van het raadplegen van diverse bronnen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in bijlage 2. 3.1

Algemeen

Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en een ‘strook grond’ hieromheen tot een afstand van maximaal 25 meter. In tabel 2 zijn de adressen (voor zover bekend) en/of een omschrijving van het gebruik ter plaatse weergegeven. Tabel 2

Omliggende percelen

Windrichting

Adres

Gebruik

Noorden

Hessenweg

Openbare weg, berm, sloot

Westen

Engweg / Hessenweg 66

Openbare weg, berm, sloot/ erf

Oosten

-

Erf, parkeren, weiland

Zuiden

-

Weiland

Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in een omgeving welke te karakteriseren is als agrarisch buitengebied. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Verleende milieuvergunningen Bij de RUD Utrecht zijn geen verleende vergunningen in het kader van de Hinderwet en/of Wet Milieubeheer bekend. Bodembedreigende activiteiten Bij de RUD Utrecht zijn voor de genoemde adressen/percelen geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. 3.2

Bodeminformatie

Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Binnen de omgeving worden geen bodemverontreinigingen bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie is aangetast. 3.3

verwacht

waardoor

de

Achtergrondgehalten

De RUD Utrecht beschikt niet over een bodemkwaliteitskaart. Er zijn geen gegevens bekend van verhoogde lokale achtergrondgehalten in de omgeving.

21077301H | Hessenweg 68 Stoutenburg

7

Historisch onderzoek

3.4

Bodemopbouw en geohydrologie

Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn gegevens uit de Grondwaterkaart van Nederland geraadpleegd (kaartblad 32 oost, GWK-37), de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket geïnterpreteerd en verwerkt. Regionaal bestaat de bodem tot circa 10 meter minus maaiveld (m-mv) uit zand, matig fijn met stoorlagen van veen. Het freatisch grondwater bevindt zich op basis van het voorgaande onderzoek globaal op 1,0 m-mv. Uit het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater westelijk gericht is. Aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich een sloot. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

21077301H | Hessenweg 68 Stoutenburg

8

Historisch onderzoek

4

CONCLUSIES

Op basis van de resultaten van het uitgevoerde historische (bodem)onderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging te beschouwen is. Ter plaatse wordt geen bodemverontreiniging verwacht. Daarom wordt, conform het gemeentelijk beleid, de uitvoering van een bodemonderzoek in verband met de verlening van een omgevingsvergunning niet noodzakelijk geacht.

21077301H | Hessenweg 68 Stoutenburg

9

Bijlage | 1 Verklarende woordenlijst

VERKLARENDE WOORDENLIJST 1 achtergrondwaarden voor grond en baggerspecie bij regeling vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingbronnen. Deze waarden zijn (door gemeenten) vastgesteld in het project ‘achtergrondwaarden 2000 (AW 2000)’. De achtergrondwaarden vervangen met ingang van 1 oktober 2008 de streefwaarden voor grond. asbestverdacht materiaal materiaal waarvan op basis van voorkennis en/of een beoordeling met het blote oog wordt verwacht een zodanige hoeveelheid asbest te bevatten dat de vigerende norm mogelijk wordt overschreden. Laboratoriumonderzoek zal moeten uitwijzen of het materiaal daadwerkelijk asbest bevat. bodem vast deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen. deellocatie voor het onderzoek afgekaderd gedeelte van de totale onderzoekslocatie, waarop een afzonderlijke onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie van toepassing zijn. diffuse bodembelasting in relatie tot de onderzoeksschaal, gelijkmatige belasting van de bodem over een groter gebied. Bij een diffuse bodembelasting is over het algemeen geen duidelijke verontreinigingskern aanwezig.

grond vast materiaal en bestaande uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 mm tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie Indien er sprake is van een bijmenging van meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal is er geen sprake meer van grond maar van een bouwstof, verhardingsmateriaal of een verhardingslaag. grootschalige onverdachte locatie onverdachte locatie groter dan 1,0 ha, die altijd eenzelfde, extensief gebruik heeft gehad. Dit betreft bijvoorbeeld een natuurgebied of een landbouwgebied met één gebruiksvorm en weinig tot geen bebouwing. heterogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door matig tot veel variatie op de schaal van monsterneming. homogeen verdeelde verontreinigende stof verontreinigende stof die wordt gekenmerkt door geen of weinig variatie op de schaal van monsterneming. hypothese veronderstelling over de aard en verdeling van (een) verontreinigende stof(fen) bodemonderzoeksgebied die wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.

in

het

interventiewaarde waarde waarmee voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater het concentratieniveau wordt aangegeven waarboven sprake is van ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. lijnvormig element langwerpige strook landbodem met een lengte die minimaal 100 maal groter is dan de maximale breedte. mengmonster monster verkregen door het in het laboratorium mengen van in het veld verkregen afzonderlijke grondmonsters.

1

Bron: NEN 5740

nader onderzoek onderzoek in het kader van de saneringsparagraaf Wet bodembescherming, volgend op een verkennend of oriënterend bodemonderzoek, waarbij het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging is ontstaan. Het doel van het nader onderzoek is het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging om, in het licht van blootstellings- en verspreidingsrisico’s, te bepalen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en om de spoedeisendheid van sanering vast te stellen. ondergrond bodemlaag die zich bevindt onder de actuele contactzone en die normaal niet wordt beroerd door bewerkingen, zoals ploegen, omspitten en harken. Voor de actuele contactzone/de bovengrond wordt in het kader van deze norm een standaarddikte van 50 cm gehanteerd. Derhalve bevindt de ondergrond zich op een diepte vanaf 50 cm van het maaiveld. onderzoekslocatie grondgebied dat wordt onderzocht op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Per locatie kunnen meer onderzoekshypotheses en daarop gebaseerde onderzoeksstrategieën van toepassing zijn. Een locatie kan in die situatie worden opgesplitst in deellocaties waarbij per deellocatie één eenduidige onderzoekshypothese en daarop gebaseerde onderzoeksstrategie van toepassing is. Verschillende deellocaties kunnen elkaar overlappen.

onderzoeksstrategie opzet van het verkennend bodemonderzoek waarin het aantal te nemen monsters, de plaatsen op de locatie waar deze behoren te worden genomen en de stoffen die in deze monsters behoren te worden bepaald, is vastgelegd. onverdachte locatie locatie waarvan uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem van die locatie of een deel daarvan is verontreinigd met één of meer stoffen. NEN 5740 algemeen toegepaste Nederlandse norm voor verkennende bodemonderzoeken op verdachte en nietverdachte locaties. nulsituatie-onderzoek met dit onderzoek wordt een referentiekader vastgelegd voor eventueel toekomstige bodemverontreinigingen ter plaatse van zogenaamde ‘potentieel bodembedreigende activiteiten’. Dergelijk onderzoek kan in het kader van de Wet Milieubeheer opgelegd worden. Verontreinigingen die optreden na het nulsituatie-onderzoek moeten terstond worden opgeruimd. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente. potentieel verontreinigende activiteiten activiteiten die kunnen leiden tot bodembelasting, met als mogelijk gevolg bodemverontreiniging. somparameter parameter die wordt berekend als de som van de concentraties van een aantal gespecificeerde stoffen. Een voorbeeld is de som van een aantal polycyclische aromatische koolwaterstoffen (‘som-PAK’s’).

streefwaarden grondwater aanduiding van het ijkpunt voor de milieukwaliteit voor de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem waarbij voor metalen onderscheid wordt gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. tussenwaarde Voor grond: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. Voor grondwater: het rekenkundig gemiddelde van de streefwaarde en de interventiewaarde van een verontreinigende stof. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek wordt uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. verdachte locatie locatie waarvoor op grond van het vooronderzoek concrete aanwijzingen bestaan dat die locatie, of een deel ervan is verontreinigd met een of meer stoffen.

verkennend (bodem)onderzoek bodemonderzoek dat ten doel heeft met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op een bepaalde locatie bodemverontreiniging aanwezig is. verontreinigingskern (vermoedelijke) centrum van het (als gevolg van een plaatselijke bodembelasting) verontreinigde deel van de bodem. vooronderzoek het op basis van de NEN 5725 verzamelen en interpreteren van informatie over het voormalige, huidige en (eventueel) het toekomstige gebruik, bodemopbouw en geohydrologie en financieel-juridische aspecten in een bepaald geografisch gebied. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een totaalbeeld gevormd en worden conclusies getrokken over de afbakening van de locatie voor het bodemonderzoek, de eventuele onderverdeling van de onderzoekslocatie in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. vooronderzoeksgebied het gebied waarop het vooronderzoek betrekking heeft.

Bijlage | 2 Geraadpleegde bronnen

Informatiebron

Geraadpleegd (ja, omschrijving bron/nee)

Motivatie niet geraadpleegd

Datum raadpleging

Historische en huidig gebruik locatie en omgeving Archief bouwvergunningen

Ja

-

02-11-2021

Archief Hinderwet

Ja

-

02-11-2021

Archief ondergrondse tanks

Ja

-

02-11-2021

Archief Wet Milieubeheer

Ja

-

02-11-2021

Historische topografische kaart

Ja

-

02-11-2021

Informatie eigenaar/bewoner

Ja

-

02-11-2021

Informatie RUD Utrecht (geo site)

Ja

-

02-11-2021

Internet (bodemloket, Kadaster, provinciale site)

Ja

-

02-11-2021

Luchtfoto

Ja

-

02-11-2021

Inspectie

Ja

-

22-11-2021

Toekomstig gebruik

Ja

-

02-11-2021

Bodeminformatie, calamiteiten, verhardingen e.d. locatie en omgeving Inspectie

Ja

-

22-11-2021

Informatie eigenaar/bewoner

Ja

-

02-11-2021

Informatie gemeente/milieudienst

Ja

-

02-11-2021

Verhardingen/kabels en leidingen

Ja

-

22-11-2021

Ja, TNO, DGV

-

10-12-2021

Ja

-

10-12-2021

Bodemopbouw en geohydrologie Grondwaterkaart Nederland DINOloket

Bijlage | 3 Documenten

INFORMATIEFORMULIER ten behoeve van een (bodem)onderzoek (in te vullen door de opdrachtgever) Om het onderzoek conform de thans geldende richtlijnen te doen plaatsvinden, wordt u verzocht de onderstaande informatie aan te vullen, dan wel de ons reeds bekende informatie te controleren en eventueel te corrigeren. Opdrachtgever tot onderzoek: Naam:

Van Westreenen B.V.

Contactpersoon:

De heer Adri-Piet Stam

Adres:

Scherpenzeelseweg 11

Postcode en plaats:

6741 LX Lunteren

Telefoonnummer:

0342-474255 / 06-30303691

Factuuradres:

info@vanwestreenen.nl

E-mail :

info@vanwestreenen.nl

E-mail:

info@gertfokker.nl

Te onderzoeken locatie: Adres:

Hessenweg 68

Postcode en plaats:

3835 PL Stoutenburg

Contactpersoon:

De heer G. Fokker

Telefoonnummer:

06-51499293

Doel onderzoek:

☒

Aanvraag omgevingsvergunning

☐

Actuele bodemkwaliteit [eindsituatie]

☐

Actuele bodemkwaliteit [nulsituatie]

☒

Bestemmingsplanwijziging

☐

Huur-verhuursituatie

☐

Onroerende zaak transactie [aankoop]

☐

Onroerende zaak transactie [verkoop]

☐

Anders, nl:

Locatiespecifieke gegevens: Oppervlakte te onderzoeken locatie:

1.400

Dit betreft het oppervlak van het gehele perceel, enkel de nieuwbouwlocatie omvat ca. 330 m2. Kadastrale aanduiding:

Stoutenburg C - 298 / 299

Grondwaterstand:

m-mv

Onbekend

m2

De locatie t.b.v. de nieuwe loods is niet bebouwd. Het onbebouwde gedeelte is wel (gedeeltelijk) verhard met klinkers Activiteiten op de te onderzoeken locatie (bijvoorbeeld: agrarisch bedrijf 1960-1985): Activiteit te onderzoeken locatie: Verleden:

Agrarisch tot +/- 1995, daarna prive woning en geen activiteiten

Heden:

Hoveniersbedrijf vanaf 2003

Toekomst:

hoveniersbedrijf

Jaar:

Is 1 of meer van de volgende zaken aanwezig op de onderzoekslocatie? Mogelijke bodemverontreiniging, bijvoorbeeld als gevolg van een calamiteit (bijvoorbeeld lekkende tanks, leidingen of afleverzuilen, brand, e.d.)

Zo ja, specificeer en geef het aan op de tekening nee

Niet gesprongen explosieven in de bodem

nee

Archeologisch gezien, interessante voorwerpen in de bodem nee Ingrijpende wijziging van de samenstelling van de bodem, bijvoorbeeld door het dempen van sloten, het ophogen van het maaiveld, het deponeren van afval (puin, sintels, slaken) of grondverzet Zijn er aanwijzingen dat er in bovenstaande dempingen en/of ophooglagen of elders op de locatie asbesthoudende materialen voorkomen? Geef aan of op de te onderzoeken locatie één of meerdere van de volgende (verdachte) onderdelen aanwezig zijn of zijn geweest. Werkplaats, garage, opslag olie, chemicaliën, brandstof, verbranden afval, overige

nee nee nee

Zijn er op de te onderzoeken locatie kabels en leidingen aanwezig?

☐

KPN

☐ Gas

☐ Water

☐ Stroom

☐ Overige, nl:

Nee

(zo ja, situering aangeven op tekening of aanwijzen tijdens uitvoering veldwerk) Zijn er op de te onderzoeken locatie reeds bodemonderzoeken of asbestinventarisaties verricht?

☒

Nee

☐

Ja, kopie van rapporten is bijgevoegd/wordt per e-mail toegestuurd

Zijn op de aanliggende percelen plaatsen bekend, waar vermoedelijk bodemverontreiniging heeft plaatsgevonden en/of liggen er op de aanliggende percelen tanks of andere verdachte onderdelen in of op de grond? ☐ Onbekend

☒

Nee

☐

Ja, nl:

Bovenstaande gegevens worden vertrouwelijk behandeld. PJ Milieu BV is niet verantwoordelijk voor eventuele gevolgen, voortvloeiend uit onjuistheden in de door u verstrekte gegevens.

Onderstaand de opmerking vanuit de gemeente wat aanleiding is om een historisch onderzoek uit te voeren:

Hieronder de tekst zoals opgenomen in het conceptbestemmingsplan in paragraaf 5.4.

Bijlage | 4 Foto’s

FOTO-IMPRESSIE

Foto 01

Foto 02

Foto 03

Foto 04

Foto 05

Foto 06

21077301H | Fotobijlage

Bijlage | 5 Kadastrale kaart en tekening

Kadastrale kaart

Uw referentie: 21077301H

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 2000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Stoutenburg C 1623

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 2 november 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

135

1889

1890

3030 137

1636 139 1636 schaal omgevingskaart 1:25.000

Engweg

2085

Hes

sen

weg 2278

3030 3028

66 66

141t 1496

1004

68

299

1623 LEGENDA 68 1623

Huisnummer Perceelsnummer (gem. Stoutenburg, sectie C) Nieuw bouwblok / onderzoekslocatie Nieuwbouwlocatie Te slopen bebouwing Bebouwing (buitenmuur)

298

Perceelsgrens (Kadaster) Topografie

1820

Begrenzing water

Projectnaam: Hessenweg 68, Stoutenburg Type: Historisch onderzoek

1820

Omschrijving: Situatietekening Projectnr: Bestandsnaam: 21077301H 21077301H Formaat: Datum: Getekend: A3 SRS 02-11-2021 Schaal: 7,5m 0m 1:750

PJ Milieu BV Adres: Telefoon: E-mail: Internet: Aan de maten kunnen geen rechten worden ontleend.

Nijverheidsstraat 21 3861 RJ Nijkerk 033 - 245 85 11 info@pjmilieu.nl www.pjmilieu.nl

Tekeningnr: 1

Versie: Definitief 37,5m

BIJLAGE 3 QUICKSCAN NATUURWETGEVING

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN HESSENWEG 68 TE STOUTENBURG

Eindrapport

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN HESSENWEG 68 TE STOUTENBURG

rapportnummer 2021.3988 januari 2022 In opdracht van: Hoveniersbedrijf G. Fokker Hessenweg 68 3835 PL Stoutenburg

Adviesbureau Mertens B.V.

Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2022. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 4 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 5

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 6 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 6 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 6

3. METHODE........................................................................................................................................................... 8

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING ...................................................................................... 9 4.1 FLORA ...................................................................................................................................................... 9 4.2 VLEERMUIZEN ........................................................................................................................................... 9 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN.............................................................................................................................. 9 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 10 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 11 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 11 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 11 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 11

5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 12

GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 13

BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 14 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 15 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 16 3. VOORWAARDEN ................................................................................................................................... 18

Adviesbureau Mertens

1

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

1. INLEIDING

1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Hessenweg 68 te Stoutenburg, gemeente Leusden (zie figuur 1 voor de globale ligging en bijlage 1 voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied). De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg (rood = te slopen, groen= te bouwen).

1.2 Het plangebied en de plannen Aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg perceel gelegen met woning, enkele opstallen en verhardingen. Rondom is cultuurgroen gelegen bestaande uit bestrating en tuin. Het initiatief bestaat uit de sloop van een tweetal opstallen (kippenschuurtje en garage) en de bouw van een schuur aan de zuidzijde op een verhard gebied. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op woensdag 24 november 2021 en in figuur 3 wordt een beeld gegeven van de plannen.

Adviesbureau Mertens

2

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg ((bovenste vier foto’s; te slopen kippenschuurtje, onderste vier foto’s; garage). Adviesbureau Mertens

3

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg (nieuwbouwlocatie). 1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie? Adviesbureau Mertens

4

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

Figuur 3. Impressie van de plannen aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg.

1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 3 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.

Adviesbureau Mertens

5

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).

De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn:  in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid;  in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;  ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren;  ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Utrecht wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten zijn eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.

Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van

Adviesbureau Mertens

6

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022 instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.

Adviesbureau Mertens

7

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

3. METHODE

Op woensdag 24 november 2021 is een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving dat gelegen is aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg. Gedurende dit bezoek is het gebied van de te slopen en nieuw te bouwen opstal en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.

Adviesbureau Mertens

8

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING 4.1 Flora Het plangebied (te slopen opstallen, nieuwbouwlocatie en omgeving) aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg is volledig in cultuur gebracht. Gedurende het verkennend veldonderzoek op woensdag 24 november 2021 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld (in of direct rond het plangebied). Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. 4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan volledig worden uitgesloten. In het dak en in de muren van de te slopen opstallen zijn namelijk geen mogelijkheden aangetroffen op woensdag 24 november 2021 waarin vleermuizen zich kunnen verbergen (zie figuur 4). Gedurende het verkennend veldonderzoek zijn ook geen sporen van vleermuizen vastgesteld zoals keutels en afgebeten vleugels van vlinders. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen derhalve worden uitgesloten.

Met de realisatie van de plannen gaan geen doorgaande landschapselementen verloren voor vleermuizen. De opstallen worden vervangen waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. Daarnaast zijn er voldoende alternatieve landschapselementen in de omgeving. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen kunnen derhalve worden uitgesloten. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (cultuurgroen rondom, verhardingen). Het plangebied is nu niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageerplaatsen aanwezig. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Voor steenmarter is het plangebied geen leefgebied omdat er geen sporen zijn vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 26 oktober 2021.

Daarnaast ontbreekt het aan geschikte gaten en openingen waarin de steenmarter kan verblijven. In de omgeving komen mogelijk bosmuis en huisspitsmuis voor. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Utrecht.

Adviesbureau Mertens

9

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op woensdag 24 november 2021 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen in de te slopen opstallen. De opstallen bezitten geen geschikte mogelijkheden voor vogels om in te verblijven. Voor huismus zijn er geen geschikte nestelmogelijkheden onder de dakpannen omdat onder de dakpannen geen ruimte zit om zich te verbergen. De dakranden zijn daarnaast met gaas afgezet. Voor gierzwaluw ontbreken tevens geschikte openingen in muren en dak. In de muren ontbreekt het aan gaten waarin mussen en gierzwaluwen kunnen nestelen. Negatieve effecten op nesten en eieren van gebouwbewonende vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus en gierzwaluw) kunnen derhalve worden uitgesloten.

Figuur 4. Geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen en vogels in de te slopen opstallen.

Adviesbureau Mertens

10

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

Rond het plangebied, in het opgaand groen bijvoorbeeld, kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel en roodborst. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

4.5 Amfibieën Door het ontbreken van geschikt leefgebied in en direct rond het plangebied (te slopen opstallen, nieuwbouwlocatie en omgeving) aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg, wordt de aanwezigheid van amfibieën uitgesloten.

4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in het plangebied (te slopen opstallen, nieuwbouwlocatie en omgeving), wordt de aanwezigheid van vissen uitgesloten.

4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen en de verspreiding van reptielen, kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen worden derhalve uitgesloten.

4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen. Negatieve effecten op overige beschermde diersoorten worden derhalve uitgesloten.

Adviesbureau Mertens

11

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE

Er is het voornemen voor de sloop van een tweetal opstallen (kippenschuurtje en garage) en de bouw van een schuur op een verhard gebied aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels direct rond het plangebied (te slopen opstallen, nieuwbouwlocatie en omgeving) is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Utrecht. Het voorkomen van en negatieve effecten op broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen en verblijfplaatsen van vleermuizen wordt uitgesloten. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan tevens worden uitgesloten.

Op grond van bovenstaande analyse worden negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de sloop van een tweetal opstallen (kippenschuurtje en garage) en de bouw van een schuur aan de Hessenweg 68 te Stoutenburg is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.

Adviesbureau Mertens

12

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Hessenweg 68 te Stoutenburg. Eindrapport januari 2022

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Literatuur  Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348.  Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476.  EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103.  EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7.  Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368.  Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584.  Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Overijssel, 1-260.  Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.  Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.

 Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen.  Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84.  SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels.  Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151.  Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.

Website  www.ravon.nl  www.waarneming.nl  www.sovon.nl  www.telmee.nl  www.zoogdiervereniging.nl  www.netwerkecologischemonitoring.nl  www.verspreidingsatlas.nl

Adviesbureau Mertens

13

Renkum

BIJLAGEN

1. PLANGEBIED ROOD= TE SLOPEN, GROEN= TE BOUWEN

2. BEGRIPPEN

Baltsplaats

Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.

Foerageergebied

Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.

Foerageerplaats

Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.

Kolonie

Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.

Migratieroute

Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.

Paarplaats

Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.

Verblijfplaats

Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).

Vliegroute

Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.

Voorbijvliegend

Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.

Zwermen

Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap

(hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.

3. VOORWAARDEN

Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.

Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.

Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.

BIJLAGE 4 ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE

Hoveniersbedrijf Gert Fokker Hessenweg 68 3835 PL Stoutenburg

Uw kenmerk

:-

Ons kenmerk

: AS/211029/1

Inzake

: Memo, beoordeling stikstof

Betreft

: Nieuwbouw opslagloods hoveniersbedrijf

Lunteren, 29 oktober 2021 Geachte heer Fokker, Middels onderhavige memo wordt inzichtelijk gemaakt dat het beoogde nieuwbouwplan op het perceel Hessenweg 68 – Stoutenburg geen gevolgen heeft waarbij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden optreden. Het beoogde bouwplan omvat de sloop / nieuwbouw van een bedrijfsgebouw voor opslag en stalling van eigen materieel ten behoeve van het hoveniersbedrijf. In onderstaande afbeelding is het planvoornemen weergegeven.

Nieuwbouw loods

Figuur 1. Verbeelding planontwikkeling.

De verandering die dient te worden onderzocht betreft de vergroting van de bedrijfsruimte. Volgens het vigerende bestemmingsplan is reeds 500 m² toegestaan, in de beoogde situatie wordt dit oppervlak vergroot tot 700 m². Dit betreft een toename van ca. 200 m² bij een bestaand bedrijf. Realisatiefase Per 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekend dat in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. Het is niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. In het geval van bouw, sloop en eenmalige aanleg is duidelijk dat het altijd om een tijdelijke activiteit gaat. Op tijdstip X is het bouwwerk immers gereed, gesloopt of aangelegd. Gebruiksfase Voor het bepalen van de effecten van de gebruiksfase is het van belang te onderscheiden wat als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wijzigt. In CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren) zijn voor verschillende functies kencijfers opgenomen voor de verkeersgeneratie. Er wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en de ligging ten opzichte van het centrum. Het bedrijf van cliënt is gelegen in het gebied ‘rest bebouwde kom’.

De

uitbreiding

zal,

conform

de

CROW

kencijfers,

functioneren

als

een

‘bedrijf

arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag)’. Voor de verschillende functies zijn de kencijfers in een bandbreedte weergegeven. Voor deze functie bedraagt het kencijfer 3,9 tot 5,7 motorvoertuigen (mvt) per 100 m² bvo per etmaal. Uitgaan de van de uitbreiding van 200 m² bedraagt het totaal maximum aantal mvt per etmaal 11,4 = 12 motorvoertuigen. Middels de AERIUS calculator is een stikstofdepositieberekening gemaakt uitgaande van een worstcasescenario, waarbij alle motorvoertuigen zijn ingevoerd zijnde ‘zwaar vrachtverkeer’, wat overigens een zeer onrealistisch uitgangspunt betreft.

Figuur 2. Uitsnede van depositieberekening behorend bij gebruiksfase.

Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j verkregen worden op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De verkeersbewegingen verband houdende met de gebruiksfase zullen dan ook geen significante toename van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. Negatieve significante effecten op Natura 2000-gebieden in de nabije omgeving als gevolg van de gebruiksfase van de nieuwbouw/uitbreiding zijn dan ook uitgesloten.

Memo beoordeling stikstof – Plan Hessenweg 68 Stoutenburg 1

Figuur 3. Uitsnede van de invoergegevens behorend bij gebruiksfase.

Conclusie Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat in de toegepaste ‘worst-case’ benadering de stikstofdepositie beneden de 0,00 mol/ha/jr. blijft, daarmee niet leidt tot significant negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Derhalve kan op voorhand worden uitgesloten dat er bij onderhavig project sprake zal zijn van significant negatieve effecten. Bij vragen of een nadere toelichting op deze notitie kunt u contact opnemen met ondergetekende via telefoonnummer 0342-474255. Hoogachtend, VANWESTREENEN BV

A.P. (Adri-Piet) Stam

Bijlagen: -

AERIUS berekening ‘gebruiksfase’ d.d. 29-10-2021.

Memo beoordeling stikstof – Plan Hessenweg 68 Stoutenburg 2

BIJLAGE 1

AERIUS-BEREKENING GEBRUIKSFASE

Memo beoordeling stikstof – Plan Hessenweg 68 Stoutenburg 3

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rxy5tzCYGjQ5 (29 oktober 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Van Westreenen BV

Hessenweg 68, 3835 PL Stoutenburg

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Hoveniersbedrijf Gert Fokker

Rxy5tzCYGjQ5

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

29 oktober 2021, 10:56

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

6,33 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Depositieberekening beoogde situatie: Uitgaande van 12 mvt (zwaar vrachtverkeer) per etmaal als gevolg van een bedrijfsuitbreiding met 200 m2 bvo.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3161/documents/34174