Handout 1 - Handboek+Integriteit+versie+041223 (5).pdf
Tekst van het document
Kaart 25 Bestuurslaag: gemeente, provincie, waterschap Doelgroep: volksvertegenwoordiger en bestuurder Integriteitsthema: onjuiste berichtgeving via sociale media zoals Twitter Casus U bent politiek ambtsdrager. Op een bepaald politiek thema gaat het er in een debat fel aan toe. Niet alleen in de politieke arena maar ook via sociale media zoals Twitter. Via dat medium wordt u bijna persoonlijk aangevallen door een volksvertegenwoordiger, dat u bepaalde informatie heeft achtergehouden of dat u iemand bevoordeeld heeft. In uw ogen geheel ten onrechte. Wat doet u? Overwegingen Sociale media is niet bedoeld om modder naar elkaar te gooien. Dit beeld moet de politiek ambtsdrager juist tegengaan. Aan de andere kant kan het onweersproken laten van een in uw ogen pertinente leugen ook niet. U zou als volgt kunnen reageren: • Reageer snel • Reageer via hetzelfde medium • Reageer de-escalerend: feitelijk, kalm en vriendelijk • Spreek de persoon er persoonlijk op dezelfde wijze op aan • Spreek eventueel binnen de raad, staten of het algemeen bestuur regels (do’s en don’ts) af met elkaar.
Voor wat betreft het verzoek om binnen de ambtelijke organisatie aandacht te vragen voor de ontwikkeling zit uw rol op het doorverwijzen en niet op zelf daar actief achteraan gaan. Pas tot slot op met het aannemen van cadeaus. U weet dat deze partij iets van u wilt. Of de fles dan meer of minder waard is dan 50 euro (vaak de grens in de Gedragscode) is in dat geval minder relevant.
110
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
111
5.2
Zelftest integriteit
Wat is de Zelftest? De Zelftest integriteit (hierna: de Zelftest) is een digitale vragenlijst die politieke ambts dragers kunnen inzetten om te reflecteren op het eigen gedrag in de context van integriteit. Door de vragenlijst in te vullen wordt in kaart gebracht wat voor u de kansen en belemmeringen zijn die u als politieke ambtsdrager ervaart ten aanzien van integer handelen. Hierbij staat nadrukkelijk niet ter discussie of u wel of niet integer bent of wat uw intenties zijn. De zelftest biedt vooral een verdiepend inzicht in de onderliggende factoren die op integer handelen van invloed zijn. Integer gedrag kent namelijk meerdere dimensies, zoals intrinsieke motivatie en persoonlijkheid, omgevingsfactoren en het mentaal welbevinden.
Hoe en door wie kan de Zelftest worden ingezet? De Zelftest kan op allerlei manieren worden ingezet, zowel binnen de organisatie als geheel als op individuele basis. Zo kunnen politieke partijen of decentrale overheden het instrument inzetten bij de werving, selectie en screening van kandidaten, of kan het worden ingezet in het kader van het bespreekbaar maken van integriteit, bijvoorbeeld als onderdeel van de integriteits agenda. Bovendien kan een politieke ambtsdrager de Zelftest op ieder moment afnemen om te reflecteren op het eigen gedrag of zich te ontwikkelen in de context van integriteit.
Meer info? Voor meer informatie over de Zelftest en over integriteit van politieke ambstdragers gaat u naar www.politiekeambtsdragers.nl.
De Zelftest levert een persoonlijke rapportage op die inzicht geeft in de verschillende dimensies van integer gedrag. De rapportage geeft een duidelijk beeld van hoe deze dimensies elkaar aanvullen, versterken of neutraliseren en hoe deze tezamen van invloed zijn op het gedrag en integer handelen. Het instrument is door Dilemmamanager ontworpen en wordt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangeboden aan decentrale politieke ambts dragers die zich willen verdiepen in hun eigen ontwikkeling op het gebied van het integer gedrag en handelen in een politiek-bestuurlijke omgeving.
Welk doel dient de Zelftest? De Zelftest kan u inzicht geven in uw persoonlijke kansen en risico’s op het gebied van integer gedrag en handelen. Daarnaast kan de zelftest bijdragen aan uw integriteitsbewustzijn en het bieden van aanknopingspunten om aan de slag te gaan met uw eigen persoonlijke ontwikkeling in de context van integriteit. De Zelftest kan u als politieke ambtsdrager helpen om inzicht te krijgen in factoren die van invloed zijn op uw integer handelen en gedrag. Dit kan relevante inzichten bieden in het omgaan met integriteit in een politiek-bestuurlijke omgeving, waarbij veel invloeden van zowel binnen- als buiten de organisatie een rol kunnen spelen. Hoe zorgt u er bijvoorbeeld voor dat persoonlijke belangen niet voorgaan op het algemeen belang? Inzichten in hoe bepaalde persoonlijke- of omgevingsfactoren van invloed zijn op uw handelen en gedrag, kunnen er mogelijk toe bijdragen dat u zich als politieke ambtsdrager meer bewust bent van de implicaties van bepaalde keuzes die u vanuit de uitoefening van het ambt maakt, waarbij het algemeen belang voorop staat. Werken aan integriteit is een doorlopend proces dat niet ophoudt bij het simpelweg conformeren aan alle geldende wetten en regels.
Het gaat er verder -en niet in de laatste plaats- om dat u zowel individueel als collectief en op structurele basis het gesprek voert over integriteit, geldende normen en waarden internaliseert en blijft door ontwikkelen. Deze zelftest kan daarbij helpen.
112
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
113
5.3
De vragenlijsten in dit handboek zijn gebaseerd op de (vervallen) Handreiking integriteits toetsing van kandidaten voor decentrale politieke partijen, de Weerbaarheidsscan lokaal bestuur 2021 (Saxion) en de Weerbaarheidscheck politieke partijen 2021 (Saxion). De weerbaarheidsscan en de weerbaarheidscheck zijn opgesteld in opdracht van de gemeente Eindhoven en in samenwerking met de Taskforce RIEC Brabant- Zeeland en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Vragenlijsten Bij de selectie door politieke partijen en screening van kandidaat-bestuurders, is een integriteitsvragenlijst een middel om inzicht te krijgen in mogelijke integriteitsrisico’s. Hier vind je een vragenlijst voor kandidaat-volksvertegenwoordigers en een vragenlijst te gebruiken in de screening van kandidaat-bestuurders. Ook zijn twee vragenlijsten (een voor kandidaatvolksvertegenwoordigers en een voor kandidaat-bestuurders) opgenomen die helpen het netwerk en mogelijke risico’s daarvan in kaart te brengen.
Vragenlijst voor de selectie van kandidaat-volksvertegenwoordigers door politieke partijen Het doel van deze vragenlijst is inzicht te krijgen in mogelijke risico’s die gepaard gaan met de vervulling van het ambt van politieke ambtsdrager. In het gesprek met […], zal nader op de antwoorden worden ingegaan. De antwoorden op de vragenlijst dienen als input voor het gesprek en zullen vertrouwelijk worden behandeld.
Algemeen De vragenlijst wordt in de meeste gevallen opgestuurd en ingevuld vóór een gesprek met de kandidaat. De antwoorden zijn vaak onderwerp in het gesprek met de kandidaatvolksvertegenwoordiger of -bestuurder. De vragenlijsten zijn geen afvinklijst maar bedoeld om inzicht te krijgen in mogelijke risico’s op het gebied van integriteit. Mogelijke risico’s, omdat het enkele feit dat iemand neven functies bekleedt geenszins hoeft te betekenen dat dit een risico oplevert. De weging in hoeverre bepaalde nevenfuncties, het aantal nevenfuncties of familiebanden in de weg staan van de invulling van een politiek ambt kan in het geval van een kandidaat-bestuurder anders uitvallen dan in het geval van een kandidaat-volksvertegenwoordiger. Ook kan de weging afhangen van de context of omstandigheden van het geval. Het advies is daarom altijd om het gesprek aan te gaan als een mogelijk integriteitsrisico wordt gesignaleerd. Een deel van deze vragen moet worden gesteld op basis van de Gemeentewet en de Kieswet, maar de meeste zijn bedoeld om te toetsen of een kandidaat geschikt is en het te hebben over wat van een politieke ambtsdrager wordt verwacht. In de vragenlijsten wordt een onderscheid gemaakt tussen de vragen die wettelijk verplicht zijn en vragen die naar eigen inzicht kunnen worden overgenomen in de eigen vragenlijsten.
Bij toepassing van deze tool worden persoonsgegevens verwerkt. De kandidaat dient vooraf toestemming te geven en te weten wat er met deze informatie gebeurt. De gegevens van de kandidaat mogen bovendien niet langer bewaard worden dan strikt noodzakelijk. Doel van de vragenlijsten is: • Informatie krijgen over mogelijke integriteitsrisico’s bij een kandidaat. • Bijdragen aan het integriteitsbewustzijn van de kandidaat omdat de vragenlijst de kandidaat namelijk dwingt stil te staan bij mogelijke integriteitsrisico’s die hij met zich meedraagt. • Het bieden van aanknopingspunten voor het gesprek met de selectiecommissie dan wel vertegenwoordigers van de partij.
114
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Vragen
Verplicht?
Motivatie en politiek-bestuurlijke ervaring en ambitie 1. Bent u op dit moment werkzaam binnen een betrekking die onverenigbaar is met de door u geambieerde rol? (artikel 13 Gemeentewet/artikel 13 Provinciewet/ artikel 31 Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
Zo ja, komt deze betrekking te vervallen bij uw benoeming? [J/N en toelichting]
Ja
2. Bent u van plan zich in de toekomst ook verkiesbaar te stellen voor het waterschap, de provincie of de Eerste of Tweede Kamer? [J/N en toelichting] 3. Verricht u op dit moment werkzaamheden voor de gemeente/de provincie/het waterschap waar u raadslid/statenlid/lid van het AB wilt worden? (artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet/artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet/artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
4. Heeft u een rol als adviseur, onderzoeker, gemachtigde of advocaat vervuld in een samenwerking met of geschil tussen de gemeente/de provincie/het waterschap en een wederpartij? (artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet/artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet/artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
5. Vertegenwoordigt of adviseert u op dit moment anderen over het aangaan van een overeenkomst met de gemeente/de provincie/het waterschap? (artikel 13 Gemeentewet/artikel 13 Provinciewet/artikel 31 Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
6. Is er sprake van een juridisch conflict of juridische procedure tussen u of iemand uit uw familie met de gemeente/de provincie/het waterschap waar u raadslid/ statenlid/lid van het AB wilt worden? [J/N en toelichting]
Nee?
7.
Bent u woonachtig dan wel van plan te verhuizen naar de gemeente/de provincie/ het waterschap waar u de functie wilt bekleden? (artikel 10 Gemeentewet/artikel 10 Provinciewet/artikel 31 Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
8. Bent u ooit lid geweest van een (andere politieke) partij en heeft u hiervoor bestuurlijke of politieke functies bekleed? [J/N en toelichting]
< vorige pagina
volgende pagina >
115
Vragen
Verplicht?
Vragen
Verplicht?
9. Wat is uw drijfveer om u beschikbaar te stellen? [Open vraag]
Veiligheid en ondermijning
10. Hoeveel tijd heeft u voor het werk als raadslid/statenlid/lid van het AB in de gemeente/de provincie/het waterschap? [aantal uren per week]
22. Vervult een familielid of een vriend een functie bij de gemeente/de provincie/ het waterschap? [J/N en toelichting]
Ja
11. Speelt er op dit moment iets in uw persoonlijke leven dat uw beschikbaarheid voor het ambt mogelijk (tijdelijk) kan verminderen? [J/N en toelichting]
23. Vervult een familielid of een vriend een functie waarbij volgens u sprake kan zijn van een risico met het oog op een goede invulling van uw ambt? [J/N en toelichting]
Ja
12. Onderschrijft u de normen van fatsoen? [J/N en toelichting] Financiële situatie 13. Bent u momenteel in loondienst of heeft u een eigen onderneming? [J/N en toelichting]
24. Heeft u of iemand binnen uw familie of vrienden in het verleden in het persoonlijke of politieke leven activiteiten ontplooid die een belemmering kunnen vormen in uw toekomstige rol als raadslid/statenlid/lid van het AB of die u daardoor chantabel maken? [J/N en toelichting] 25. Bent u wel eens beticht van niet-integer gedrag? [J/N en toelichting]
Ja
14. Is er in de afgelopen drie jaar vanuit uw werkgever of organisatie sprake van een zakelijke relatie met de gemeente/de provincie/het waterschap waar u zich beschikbaar stelt als raadslid/statenlid/lid van het AB? [J/N en toelichting]
26. Bent u of iemand uit uw directe familie ooit in opspraak geraakt in de media? [J/N en toelichting]
Ja
15. Heeft u een belang in een onderneming anders dan van uzelf die een zakelijk relatie heeft met de gemeente/de provincie/het waterschap waar u raadslid/ statenlid/lid van het AB wilt worden? [J/N en toelichting]
27. Heeft u of iemand binnen uw directe familie ooit een conflict gehad met een persoon of organisatie binnen de gemeente/de provincie/het waterschap? [J/N en toelichting]
Ja
Nevenfuncties en lidmaatschappen
28. Heeft u connecties in het criminele circuit? [J/N en toelichting]
Nee?
Ja 16. 16. Welke nevenfuncties heeft u in de afgelopen drie jaar vervuld en/of vervult u nog steeds? Op basis van artikel 12 Gemeentewet/artikel 11 Provinciewet/artikel 32 Waterschapswet moet u deze bekend maken als u raadslid/statenlid/lid van het AB bent. Gelieve per nevenfunctie aan te geven: • de naam van de instelling, de organisatie of het bedrijf waar u de functie vervult; • of de functie bezoldigd dan wel onbezoldigd is; • wat de functie inhoudt; • wat het globale tijdsbeslag van de functie is; • of u de nevenfunctie na uw benoeming/aanstelling al dan niet continueert.
Tot slot
17. Hebben de organisaties behorende bij uw nevenfuncties een financiële relatie met de gemeente/de provincie/het waterschap? [J/N en toelichting] 18. Hoe verhouden deze nevenfuncties zich tot een goede uitoefening van het werk als raadslid/statenlid/lid van het AB? [open vraag] Sociale media 19. Bent u actief op sociale media, zo ja welke media? [J/N en toelichting] 20. Met welk doel gebruikt u sociale media? [J/N en toelichting]
29. Heeft u zelf nog punten die u wilt meegegeven en/of waar u tijdens het gesprek specifiek aandacht aan wilt besteden? [J/N en toelichting]
n Ik geef toestemming voor het gebruik van de door mij ingevulde informatie
in het kader van de selectieprocedure voor de functie van raadslid/statenlid/ lid van het AB. Na afronding van de procedure wordt deze informatie binnen 4 weken vernietigd.
Ja
Vragenlijst over het netwerk van kandidaat-volksvertegenwoordigers Al deze vragen gaan niet over wettelijke verplichtingen. Het is positief dat u als kandidaat-volksvertegenwoordiger midden in de samenleving staat en over waardevolle netwerken beschikt. De netwerken zorgen voor draagvlak, zijn een bron van informatie en maken het mogelijk om maatschappelijke doelen te realiseren. Tegelijkertijd kunnen deze netwerken (on)bedoeld een vorm van vriendjespolitiek opleveren en exclusief worden. Om te zorgen dat netwerken ‘gezond’ en eerlijk blijven, wordt aan u gevraagd om de onderstaande vragen te beantwoorden.
21. Heeft u in het verleden wel eens berichten of foto’s gedeeld die nu als controversieel of ongepast zouden worden gezien of op een andere manier een risico vormen voor de uitoefening van werk als raadslid/statenlid/lid van het AB? Denk aan berichten die als seksistisch, discriminerend of opruiend gezien kunnen worden. [J/N en toelichting]
116
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
117
Vragen
Vragen
1. In welke informele en formele netwerken bent u actief?
Motivatie en politiek-bestuurlijke ervaring en ambitie
Gelieve per netwerk aan te geven: • wat deze netwerken u en het netwerk opleveren (bijv. informatie, gezelligheid, maatschappelijk doel, acquisitie); • wat de positieve en negatieve effecten zijn van deze netwerken op de samenleving (denk hierbij aan oneerlijke besluitvorming, oneerlijke concurrentie, intimidatie, schade publiek vertrouwen, milieuschade etc.); • hoe u omgaat met deze netwerken wanneer u als raadslid/statenlid/lid van het AB gekozen wordt (blijft u actief, zet u de activiteiten op een lager pitje, verandert u van rol binnen het netwerk of stopt u met het netwerk). 2. Zijn er netwerken die elkaar overlappen? 3. Hoe beïnvloeden de overlappende netwerken elkaar? 4. Zijn er netwerken waarvan u geen onderdeel uitmaakt maar die u wel proberen te beïnvloeden? Gelieve per netwerk aan te geven: • om wat voor netwerk het gaat; • hoe u denkt om te gaan met dit netwerk als u verkozen bent als raadslid/statenlid/lid van het AB (vragen deze netwerken om actie na verkozen te zijn?); • of u deze netwerken helpend of belemmerend vindt (beoordeelt u ze als positief of negatief?).
Verplicht?
1. Bent u op dit moment werkzaam binnen een betrekking die onverenigbaar is met de door u geambieerde rol? (artikel 36b Gemeentewet/artikel 35c Provinciewet/ artikel 31 Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
Zo ja, komt deze betrekking te vervallen bij uw benoeming? [J/N en toelichting]
Ja
2. Bent u van plan zich in de toekomst ook verkiesbaar te stellen voor het waterschap, de provincie of de Eerste of Tweede Kamer? [J/N en toelichting] 3. Verricht u op dit moment werkzaamheden voor de gemeente/de provincie/het waterschap waar u politieke ambtsdrager wilt worden? (artikel 41c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet/artikel 40c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet/ artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
4. Heeft u een rol als adviseur, onderzoeker, gemachtigde of advocaat vervuld in een samenwerking met of geschil tussen de gemeente/de provincie/het waterschap en een wederpartij? (artikel 41c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet/ artikel 40c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet/artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet) [J/N en toelichting]
5. Welke netwerken hebben voor u de grootste waarde?
5. Vertegenwoordigt of adviseert u op dit moment anderen over het aangaan van een overeenkomst met de gemeente/de provincie/het waterschap? (artikel 41c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Gemeentewet/artikel 40c, lid 1, en artikel 15, lid 1 en 2, Provinciewet/artikel 33, lid 1 en 2, Waterschapswet) [J/N en toelichting]
6. Hoe zorgt u ervoor dat de netwerken niet ontaarden (exclusief worden, naar binnen gekeerd en enkel netwerkleden bevoordelen)?
6. Is er sprake van een juridisch conflict of juridische procedure tussen u of iemand uit uw familie met de gemeente/de provincie/het waterschap waar u wethouder/ gedeputeerde/lid van het DB wilt worden? [J/N en toelichting]
Nee?
7. Bent u woonachtig dan wel van plan te verhuizen naar de gemeente/de provincie/ het waterschap waar u wethouder/gedeputeerde/lid van het DB wilt worden? (artikel 36a en artikel 10 Gemeentewet/artikel 35b en artikel 10 Provinciewet/ artikel 31 Waterschapswet) [J/N en toelichting]
Ja
7. Waar en wanneer bespreekt u de aanwezigheid van de netwerken in uw werkzaamheden als raadslid/statenlid/lid van het AB? 8. Van welke netwerken kunt u afstand nemen en van welke netwerken kunt u dat niet?
Vragenlijst voor de screening van kandidaat-bestuurders Het doel van deze vragenlijst is inzicht te krijgen in mogelijke risico’s die gepaard gaan met uw vervulling van het ambt van politieke ambtsdrager. In het gesprek met […], zal nader op uw antwoorden worden ingegaan. Uw antwoorden op de vragenlijst dienen als input voor het gesprek en zullen vertrouwelijk worden behandeld.
8. Bent u ooit lid geweest van een (andere politieke) partij en heeft u hiervoor bestuurlijke of politieke functies bekleed? [J/N en toelichting] 9. Wat is uw drijfveer om zich beschikbaar te stellen (…)? 10. Heeft u enige bestuurlijke ervaring? [J/N en toelichting] 11. Bij deeltijd bestuurders: Hoeveel tijd verwacht u te besteden aan het ambt van wethouder/gedeputeerde/lid van het DB? [aantal uren per week] 12. Speelt er op dit moment iets in uw persoonlijke leven dat uw beschikbaarheid voor het ambt mogelijk (tijdelijk) kan verminderen? [J/N en toelichting] 13. Onderschrijft u de gedragscode (bestuurlijk of ambtelijk) binnen de gemeente/ de provincie/het waterschap en verklaart u deze te hebben begrepen? [J/N en toelichting]
118
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
119
Vragen
Verplicht?
14. Wat verstaat u onder de normen van fatsoen? Denk hierbij aan het elkaar uit laten praten, geen schuttingstaal gebruiken etc. [open vraag]
Vragen
Verplicht?
Sociale media 26. Bent u actief op sociale media, zo ja welke media? [J/N en toelichting]
Financiële situatie
27. Met welk doel gebruikt u sociale media? [J/N en toelichting]
15. Bent u momenteel in loondienst of heeft u een eigen onderneming? [J/N en toelichting]
28. Heeft u in het verleden wel eens berichten of foto’s gedeeld die nu als controversieel of ongepast zouden worden gezien of op een andere manier een risico vormen voor de uitoefening van het ambt van wethouder/gedeputeerde/ lid van het DB? Denk aan berichten die als seksistisch, discriminerend of opruiend gezien kunnen worden. [J/N en toelichting]
16. Is er in de afgelopen drie jaar vanuit uw werkgever of organisatie sprake van een zakelijke relatie met de gemeente/de provincie/het waterschap waar u zich beschikbaar stelt als burgemeester, wethouder of gemeentesecretaris? [J/N en toelichting] 17. Heeft u een belang in een onderneming anders dan van uzelf die een zakelijk relatie heeft met de gemeente/de provincie/het waterschap waar u wethouder/ gedeputeerde/lid van het DB wilt worden? [J/N en toelichting]
29. Heeft u in het verleden wel eens berichten of reacties ontvangen via sociale media die intimiderend, bedreigend of onbeschoft waren? [J/N en toelichting] Veiligheid en ondermijning
18. Heeft u financiële belangen of een aandelenportefeuille binnen een onderneming die een relatie met de gemeente/de provincie/het waterschap heeft of kan krijgen? [J/N en toelichting]
30. Vervult een familielid of een vriend een functie bij de gemeente/de provincie/het waterschap? [J/N en toelichting]
19. Is er vanuit uw privésituatie sprake van een financieel belang binnen de gemeentelijke/provincie-/waterschapsgrenzen? Denkt u hierbij aan: effecten, vorderingsrechten, (land)bouwgrond, een financiële deelneming in ondernemingen en onroerend goed (niet zijnde uw eigen woonhuis) [J/N en toelichting]
31. Heeft u of een familielid of een vriend nu of in het verleden een functie vervuld waarbij volgens u sprake kan zijn van een risico met het oog op een goede invulling van uw ambt of die u mogelijk chantabel maken? [J/N en toelichting] 32. Bent u of uw directe familielid wel eens beticht van niet integer gedrag? [J/N en toelichting]
20. Hebben er in uw arbeidsverleden ooit zaken gespeeld die als onregelmatig of conflictueus getypeerd kunnen worden? [J/N en toelichting]
33. Bent u of iemand uit uw directe familie ooit in opspraak geraakt in de media? [J/N en toelichting]
21. Kunt u een beroep doen op een verlofregeling of terugkeergarantie bij uw huidige werkgever? [J/N en toelichting]
34. Heeft u of iemand binnen uw directe familie ooit een conflict gehad met een persoon of organisatie binnen de gemeente/de provincie/het waterschap? [J/N en toelichting]
Nevenfuncties en lidmaatschappen 22. Welke nevenfuncties heeft u in de afgelopen drie jaar vervuld en/of vervult u nog steeds? Gelieve per nevenfunctie aan te geven: • de naam van de instelling, de organisatie of het bedrijf waar u de functie vervult; • of de functie bezoldigd dan wel onbezoldigd is; • wat de functie inhoudt; • wat het globale tijdsbeslag van de functie is; • of u de nevenfunctie na uw benoeming/aanstelling al dan niet continueert. 23. Hebben de organisaties behorende bij uw nevenfuncties een financiële relatie met de gemeente/de provincie/het waterschap? [J/N en toelichting]
Ja
35. Heeft u connecties in het criminele circuit? [J/N en toelichting] Tot slot 36. Heeft u zelf nog punten die u wilt meegegeven en/of waar u tijdens het gesprek specifiek aandacht aan wilt besteden? [J/N en toelichting]
n Ik geef toestemming voor het gebruik van de door mij ingevulde informatie in het
kader van de selectieprocedure voor de functie van wethouder/gedeputeerde/lid van het DB. Na afronding van de procedure wordt deze informatie binnen 4 weken vernietigd.
Ja
24. Verhouden deze nevenfuncties zich tot een goede uitoefening van het ambt van wethouder/gedeputeerde/lid van het DB? [J/N en toelichting] 25. Bent u lid van een of meerdere verenigingen of anderszins actief binnen de gemeente/de provincie/het waterschap? [J/N en toelichting]
120
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
121
Vragenlijst over het netwerk van kandidaat-bestuurders Al deze vragen gaan niet over wettelijke verplichtingen. De volgende vragen gaan meer de diepte in en betreffen vragen over de netwerken waarbinnen actief bent. Er zijn verschillende eigenschappen van deze netwerken te onderscheiden die gezamenlijk een beeld geven over de aard van de netwerken en de mate van weerbaarheid binnen netwerken. Een onderdeel van de weerbaarheidsscan betreft een schuifsysteem waarmee u als kandidaat een specifieke eigenschap van een netwerk kunt weergeven. Wanneer voor elk netwerk op deze wijze alle eigenschappen bekend zijn, dan is er zicht op de aard van een netwerk en de mogelijke positieve en negatieve effecten. Wanneer deze netwerken daarna gecombineerd worden, dan wordt overlap tussen de netwerken zichtbaar. Zodoende worden clusters van netwerken zichtbaar die inzicht geven in de impact van de netwerken individueel en gezamenlijk. Wij willen u vragen om voor tien van uw belangrijkste netwerken de onderstaande vragen in te vullen alvorens wij met u in gesprek gaan.
Vragen [in schuifsysteem met mogelijkheid voor toelichting] Algemene netwerkkenmerken 1. Betreft het een meer formeel of informeel netwerk? Doel is om een beeld te krijgen van het type netwerk (bijvoorbeeld of het een formeel opgericht netwerk betreft of een informeel en organisch gegroeid netwerk). 2. Participeert u in het netwerk vanuit uw huidige functie of als privépersoon? Doel is om een onderscheid te kunnen maken tussen netwerken waarin u actief bent uit hoofde van uw huidige functie, vorige functies of dat uw deelname losstaat van uw werkende leven. 3. In welke mate is het netwerk nodig om een doel te bereiken en/of draagvlak te creëren? Deze vraag maakt duidelijk of de urgentie van deelname in dit netwerk vooral het te realiseren doel is of juist het enthousiasmeren van personen. 4. Heeft u één of meerdere rollen binnen het netwerk? Deze vraag geeft inzicht in de rol en daarmee de activiteiten binnen het netwerk.
122
Vragen [in schuifsysteem met mogelijkheid voor toelichting] Algemene netwerkkenmerken 9. In hoeverre is het netwerk bekend binnen de overheidsorganisatie? Wordt er binnen de overheidsorganisatie wel eens formeel of informeel verwezen naar dit netwerk? 10. In hoeverre is het netwerk bekend binnen de raad/Provinciale Staten/het AB? Is het netwerk onderwerp van gesprek binnen de volksvertegenwoordiging? 11. In hoeverre is men binnen het college/Gedeputeerde Staten/het DB bekend met het netwerk? Is het netwerk onderwerp van gesprek binnen het bestuur? 12. In welke mate is er sprake van interne reflectie over het functioneren van het netwerk? Wordt er binnen het netwerk gesproken over de wijze waarop het netwerk opereert? Effectiviteit 13. In hoeverre is er binnen het netwerk sprake van gezamenlijke of verschillende belangen? Is er sprake van verschillende belangen die juist via uitruil en samenwerking behartigd worden of is er vooral een gedeeld belang? 14. Is de samenwerking binnen het netwerk ingegeven door overwegingen van strategische aard, vertrouwen in de netwerken of effectiviteitsoverwegingen? Deze vraag biedt inzicht in het voornaamste motief om in het netwerk te participeren. 15.
In welke mate kunt u binnen het netwerk autonoom handelen? Hier wordt bedoeld of er binnen het netwerk nog voldoende mate van individueel en autonoom handelen is of dat er een bepaalde mate van oneigenlijke druk is die het autonoom handelen beperkt. 16. In welke mate is er sprake van consensus of conflict met het netwerk? Hiermee kan een beeld geschetst worden over de mate waarin u als kandidaat en het netwerk het steeds het met elkaar eens zijn of dat er ook wel sprake is van onenigheid. Maatschappelijke impact 17. In hoeverre draagt het netwerk bij aan de realisatie van een groot of laag maatschappelijk belang? Deze vraag geeft inzicht in de mate waarin het netwerk bijdraagt aan een mogelijke grote of beperkte maatschappelijke impact.
5. Bent u in het netwerk actief in de hoedanigheid van bestuurder of politicus? Deze vraag helpt om te begrijpen met welke pet op (politiek bedrijven of besturen) u deelneemt.
18. Is uw bijdrage binnen het netwerk meer ideologisch of pragmatisch van aard? Draagt u bij aan het netwerk vanwege een sterke overtuiging rondom een thema of belang of is het eerder zo dat u ervaart dat uw bijdrage het netwerk verder helpt?
6. Is de samenstelling van het netwerk meer homogeen of heterogeen? Deze vraag geeft inzicht in de mate waarop netwerkleden overeenkomstige kenmerken hebben of juist heel divers zijn.
19. In hoeverre dient het netwerk een publiek of privaat belang? Privaat belang is een belang voor uzelf of voor de netwerkleden persoonlijk. Publiek belang betreft een doel waarmee de samenleving of een deel ervan gebaat is.
7. In welke mate is er binnen het netwerk ruimte om elkaar kritisch te bejegenen? Is het netwerk ook wel eens kritisch op het netwerk, zijn er discussies en is er ruimte voor verschillende inzichten?
20. Hoe groot is de diversiteit van partijen voor wie de impact van het netwerk geldt? Diversiteit van partijen; partijen met verschillende achterbannen, partijen vanuit professionele en vrijwillige organisaties. Partijen die een publiek, maatschappelijk en/of privaat belang hebben.
8. In welke mate is er binnen het netwerk sprake van elkaar wat gunnen of geldt er een principe van voor wat hoort wat, nu of in de toekomst? Deze vraag probeert inzicht te krijgen in welke mate het netwerk elkaar steevast helpt en faciliteert.
21. In welke mate is er een afhankelijkheid van het netwerk om het doel te bereiken? Het betreft hier het onderscheid tussen het doel dat u als bestuurder/gemeentesecretaris wilt bereiken (zeg maar het beleidsdoel) en het algemene doel (als deze er is) van het netwerk. Bent u voor dit beleidsdoel afhankelijk van het netwerk?
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
< vorige pagina
volgende pagina >
123
Vragen [in schuifsysteem met mogelijkheid voor toelichting]
5.4
Model gedragscodes
Impact netwerken (richting mogelijke impact) In deze bijlage vind je de model gedragscodes integriteit voor bestuurders en volksvertegenwoordigers. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur.
22. In hoeverre kunnen nieuwe leden toetreden tot of vertrekken uit het netwerk? Deze vraag geeft inzicht in de mate van openheid van het netwerk. 23. In hoeverre draait het lidmaatschap van het netwerk meer om expertise of om ons kent ons? Zijn leden op basis van unieke kwaliteiten, eigenschappen en expertise georganiseerd of draait de organisatie in de basis om het feit dat men elkaar kent? 24. Leidt deelname aan het netwerk tot een bevoorrechte positie ten opzichte van andere partijen die niet deelnemen aan het netwerk? Kan het zijn dat deelname aan dit netwerk maakt dat u of uw netwerkleden nu of in de toekomst ook eerder betrokken zullen worden bij andere initiatieven? 25. In welke mate draagt het netwerk bij aan de beleidsvorming en/of frustreert de beleidsvorming? Wordt de beleidsvorming beter of slechter door de bemoeienis van het netwerk? Sterkte van de relatie van eigen netwerken met andere netwerken 26. Is het netwerk te typeren als een extern of intern netwerk? Betreft het een netwerk binnen de gemeentelijke organisatie of daarbuiten? 27. Is het netwerk een lokaal, regionaal, nationaal of internationaal netwerk? Hoe ver reikt het netwerk geografisch? 28. Is het netwerk recent of in het verleden ontstaan? Is het netwerk in de laatste drie jaar ontstaan of al daarvoor? 29.
In het netwerk onderdeel van een ander netwerk of is het een zelfstandig netwerk? Deze vraag geeft inzicht in de samenhang van de verschillende netwerken. Hoe ziet u het netwerk ten opzichte van overkoepelende of subnetwerken? 30. In welke mate is er sprake van privé- of zakelijke relaties binnen het netwerk? Zijn de relaties ontstaan binnen familie, buurt, kennissen familie of vrienden of tijdens zakelijke ontmoetingen? Beïnvloeding van het netwerk door andere netwerken (Naast dat u onderdeel uitmaakt van diverse netwerken zal ook invloed uitgeoefend worden op u vanuit andere netwerken. De onderstaande vragen 31 t/m 35 gaan over netwerken die hun invloed proberen uit te oefenen maar waar u geen onderdeel van uitmaakt. 31. In hoeverre wordt dit netwerk beïnvloed door andere netwerken? Zijn er andere netwerken die invloed proberen uit te oefenen op dit netwerk? 32. Maakt u onderdeel uit van die netwerken die proberen invloed uit te oefenen op dit netwerk? Zijn dit netwerken waar u ook onderdeel van uitmaakt? 33. In welke mate dragen deze netwerken die invloed proberen uit te oefenen bij aan de beleidsvorming dan wel frustreren de beleidsvorming? Wordt de beleidsvorming beter of slechter door de bemoeienis van deze netwerken? 34.
In hoeverre is er potentiële hindermacht van het netwerk te verwachten? Kan dit netwerk voor sociale, maatschappelijke of politieke escalatie zorgen? 35. In hoeverre zijn er overeenkomstige of tegenstelde belangen met netwerken die het netwerk proberen te beïnvloeden? Hoe verhouden de belangen van de netwerken die uw eigen netwerk proberen te beïnvloeden zich tot de belangen in uw eigen netwerk?
124
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collegabestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.
Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Provinciewet/Gemeentewet/Waterschapswet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de dagelijkse bestuurders: de commissaris van de Koning, burgemeester, waterschapvoorzitter en de gedeputeerden, de wethouder, de leden van het dagelijks bestuur van een waterschap. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels.
De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van
< vorige pagina
volgende pagina >
125
politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechte lijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen provincies, gemeenten of waterschappen contra-legem constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een provinciale, gemeentelijke of waterschapsverordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.
1
Wettelijke grondslag De Provinciale staten/Gemeenteraad/Het algemeen bestuur stelt/stellen een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 40c, tweede lid, en 68, tweede lid, Provinciewet, artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet en artikelen 33, derde lid, en 45 Waterschapswet).
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook toe op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
126
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Algemene bepalingen
1.1 De gedragscode geldt voor de commissaris van de Koning / burgemeester / waterschap voorzitter en voor de gedeputeerden en wethouders / leden van het dagelijks bestuur van het Waterschap, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
2
Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet, artikelen 40a en 64 Provinciewet en artikelen 45 en 50 Waterschapswet). Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen legt de commissaris van de Koning, de burgemeester, de waterschapvoorzitter, de gedeputeerde, de wethouder en het lid van het dagelijks bestuur de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.”
< vorige pagina
volgende pagina >
127
• Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over: - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort. • (artikel 58 jo artikel 28 Provinciewet, artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet en artikel 45 jo artikel 38a Waterschapswet). • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding: • Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd: 1) In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”. 2) Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de provincie(bestuur)/gemeente(bestuur)/waterschap(sbestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de provincie/de gemeente/het waterschap bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. • (artikelen 40c, eerste lid, en 68, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet, artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet en artikelen 45 en 47, derde lid, jo artikel 33, eerste en tweede lid, Waterschapswet). • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 35c en 67 Provinciewet, artikelen 36b en 68 Gemeentewet en artikel 45 jo artikel 31, tweede lid, en artikel 47, eerste lid, Waterschapswet). • Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 45, tweede lid, en 46 Provinciewet, artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet en artikel 45 jo artikelen 31, derde lid, en 33, vierde lid, Waterschapswet).
• Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters, commissarissen van de Koning en waterschap-voorzitters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging. Voor de commissaris van de Koning, de burgemeester en de waterschapvoorzitter geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 40b en 66 Provinciewet, artikelen 41b en 67 Gemeentewet en artikelen 44k en 48 Waterschapswet). • Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor commissarissen van de Koning, burgemeesters en waterschap-voorzitters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties
128
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
ligt ter inzage op het provinciehuis/gemeentehuis/waterschaphuis (artikelen 40b en 66 Provinciewet, artikelen 41b en 67 Gemeentewet en artikelen 44k en 48 Waterschapswet). • Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het provinciehuis/gemeentehuis/waterschap-huis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 40b en 66 Provinciewet, artikelen 41b en 67 Gemeentewet en artikelen 44k en 48 Waterschapswet). • Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de provinciekas/gemeentekas/waterschapkas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 43 en 65 Provinciewet, artikelen 44 en 66 Gemeentewet en artikelen 44 en 48 Waterschapswet).
2.1.1 1. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter levert de provincie secretaris/ gemeentesecretaris/secretaris-directeur de informatie aan over de neven functies die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
2.1.2 1. Gedeputeerden/wethouders/leden van het dagelijks bestuur leveren de provinciesecretaris/ gemeentesecretaris/secretaris-directeur de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
2.2 1. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter en de gedeputeerden/wethouders/leden van het dagelijks bestuur handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. Een gedeputeerde, wethouder, lid van het dagelijks bestuur bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de commissaris van de Koning, burgemeester, waterschapvoorzitter.
< vorige pagina
volgende pagina >
129
3. Een burgemeester en de voorzitter van een waterschap bespreken de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning, de commissaris van de Koning bespreekt een dergelijke situatie met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties.
2.3 1. Het college van gedeputeerde staten/Het college van burgemeester en wethouders/ Het dagelijks bestuur sluit commissaris van de Koning/ de burgemeester/waterschapvoorzitter en gedeputeerden/wethouders/leden van het dagelijks bestuur gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de provincie/ de gemeente/het waterschap. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de provincie/de gemeente/ het waterschap waar hij commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap voorzitter, dan wel gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de provincie/de gemeente/het waterschap zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. 3. Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken. 4. Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren staten/ raad/algemeen bestuur regelmatig over de toepassing in de praktijk.
2.4 1. Het college van gedeputeerde staten/Het college van burgemeester en wethouders/ Het dagelijks bestuur draagt de commissaris van de Koning/burgemeester/waterschapvoorzitter en een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en in artikel 4.1 van het Waterschaps- besluit.
2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideur constructie geldt niet bij aanvaarding van het statenlidmaatschap/raadslidmaatschap/ lidmaatschap van het algemeen bestuur. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de provincie/de gemeente/het waterschap en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de provincie/de gemeente/het waterschap een bestuurlijk en financieel belang heeft. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.
Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Wees extra voorzichtig als je oud-bestuurders bevriende relaties werft. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de/het voormalige provincie/gemeente/waterschap, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de provincie/gemeente/het waterschap. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de provincie/gemeente/het waterschap gaat solliciteren. In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen provincie/gemeente/waterschap te verrichten. Na één jaar verdient het aanbeveling om bij opdracht-verlening de gebruikelijke aanbestedings vereisten met meerdere offertes te hanteren als een voormalige bestuurder of een relatie van de huidige bestuurders meedingt naar een opdracht.
Toelichting 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen commissarissen van de Koning/burgemeesters/waterschapvoorzitters enerzijds en gedeputeerden/ wethouders/overige leden van het dagelijks bestuur anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register.
130
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
Een afwegingskader voor selectie en benoemingen van externen kan behulpzaam zijn. Transparantie over de afwegingen die zijn gemaakt bij het aantrekken van externen is daarbij van wezenlijk belang. Het bepaalde in 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de/het voormalige provincie/gemeente/waterschap.
< vorige pagina
volgende pagina >
131
3
Informatie
3.2 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) nietopenbare informatie.
Wettelijk kader Informatieplicht Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 167 en 179 Provinciewet, artikelen 169 en 180 Gemeentewet en artikelen 89 en artikel 97 Waterschapswet).
Toelichting 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
4
Geheimhouding 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). 2. Gedeputeerde staten/Burgemeester en wethouders/Het dagelijks bestuur van het waterschap kunnen/kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen. Ook de commissaris van de Koning/burgemeester/ waterschap-voorzitter heeft die bevoegdheid. 3. Ook de provinciale staten/gemeenteraad/het algemeen bestuur van het waterschap dan wel, (de voorzitter van) een commissie kunnen/kan geheimhouding opleggen (artikelen 84, 85 en 86 Provinciewet, artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet en artikelen 55b, 55c en 55d Waterschapswet). 4. De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. 5.
Een lid van de volksvertegenwoordiging of van een door de volksvertegenwoordiging ingestelde commissie dat/die in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan bij besluit van de volksvertegenwoordiging ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheim houding geldt. 6. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van de artikelen 40a en 64 van de Provinciewet, de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet en de artikelen 45 en 50 van de Waterschapswet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.
4.1 1
2
3
4
3.1 De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
132
Handboek Integriteit
/ 5 Bijlagen
5
Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. De commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. Geschenken die de commissaris van de Koning/de burgemeester/waterschapvoorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de provincie/de gemeente/het waterschap. De provinciesecretaris/gemeentesecretaris/secretaris-directeur legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente/de provincie/het waterschap hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
De commissaris van de Koning/de burgmeester/waterschap-voorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur ontvangt geen geschenken op het woon/huisadres.
< vorige pagina
volgende pagina >
133
5
4.2 1
Een commissaris van de Koning/burgemeester/waterschap-voorzitter respectievelijk een gedeputeerde/wethouder/lid van het dagelijks bestuur accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2 Bij twijfel legt de commissaris van de Koning/de burgemeester/de waterschapvoorzitter respectievelijk de gedeputeerde/de wethouder/het lid van het dagelijks bestuur de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van gedeputeerde staten/het college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur.