Gewaarmerkt Jaarverslag en Jaarrekening 2023 Gemeente Leusden - def 28.06.2024.pdf
Tekst van het document
BBV indicatoren De verplichte beleidsindicatoren worden per domein weergegeven. De indicatoren staan op waarstaatjegemeente.nl en zijn daar ook te raadplegen. Op de website kunnen ook vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten. Omschrijving
2020
2021
2022
2023
Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar
825,0
869,7
890,8
-
Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners
182,2
191,7
200,6
-
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
11,3
5,0
21,5
-
% Functiemenging
54,2
55,0
55,4
-
% Demografische druk
81,7
83,2
83,6
83,3
Indicator:
Banen per 1.000 inwoners 15-64 jaar
Toelichting: Bron:
Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. LISA Vestigingenregister
Indicator:
Vestigingen (van bedrijven) per 1.000 inwoners 15-64 jaar
Bron:
Aantal vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar LISA Vestigingenregister
Indicator:
Nieuw gebouwde woningen per 1.000 woningen
Toelichting:
45
Toelichting: Bron:
Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen. ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov)
Indicator:
% Functiemenging
Bron:
De functiemenging weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. LISA Vestigingenregister
Indicator:
% Demografische druk
Toelichting:
De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot het aantal personen van 15 tot 65 jaar. Centraal Bureau voor de Statistiek - Bevolkingsstatistiek
Toelichting:
Bron:
46
Overhead Algemeen Binnen het onderdeel overhead geven we inzicht in de kosten van de bedrijfsvoering.
Wat heeft het gekost 2023
Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2023. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd.
0.4 Overhead € 205.000 (voordeel) - Op salarissen een voordeel van € 57.000; - Op inhuur een voordeel van € 318.000; per abuis zijn 2 inhuur vacatures dubbel geraamd, dit geeft een voordeel van € 131.000; bedrag t.b.v. inhuur impuls werkplekken ICT € 90.000 is niet uitgegeven; budget € 42.000 basis op orde opstellen I-Visie is niet uitgegeven dit jaar; budget voor inhuur bestuur ondersteuner en procesmanagement € 33.000 blijft over. - Op de BLNP samenwerking een nadeel van € 75.000, waarvan € 41.000 op de formatie. - Nadeel € 68.000 overige verrekeningen op kapitaaldiensten. In 2023 kon er € 68.000 minder overhead doorberekend worden aan de civiele werken, dit komt voort uit fasering van civiele projecten. - Voordeel € 45.000 op de opleidingsbudgetten. - Nadeel € 63.000 op de exploitatie van het Huis van Leusden. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere energie- en onderhoudskosten.
Omschrijving Formatie (FTE) per 1.000 inwoners Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners Apparaatskosten per inwoner
2020 2021 2022 2023 4,9 fte 4,9 fte 5,0 fte 6,1 fte 4,8 fte 4,8 fte 4,8 fte 4,9 fte € 507,92 € 551,33 € 584,28 € 618,81 47
Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.
20,9 %
18,1 %
23,2%
32,0%
Overhead (% van de totale lasten)
9,7 %
11,3 %
10,7%
11,5%
Indicator:
Formatie (FTE) per 1.000 inwoners
Toelichting: Bron:
Uitgangspunt is het vastgestelde/toegestane formatieplan gedurende het jaar 1 FTE is het equivalent van een 36-urige werkweek. Eigen gegevens
Indicator:
Bezetting (FTE) per 1.000 inwoners
Toelichting:
Bron:
Voor de begroting is het uitgangspunt de werkelijke bezetting per 1 januari van het vorige jaar. Voor het jaarverslag wordt het gemiddelde van de werkelijke bezetting op 1 januari en 31 december berekend. Eigen gegevens
Indicator:
Apparaatskosten per inwoner
Toelichting:
Bron:
Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten en dergelijke voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. Eigen rekening
Indicator:
Kosten inhuur externen als % van totale loonsom plus totale kosten inhuur externen.
Toelichting:
Het betreft onder andere inzet van uitzendkrachten, zzp'ers of detachering. Dit kan inhuur zijn voor tijdelijke vervanging of specialistische kennis. Kenmerkend is dat de inhuurkracht een plaats krijgt in de hiërarchie van de organisatie.
Bron:
Eigen rekening
Indicator:
Overhead (% van de totale lasten)
Toelichting:
Dit betreft de verantwoorde overheadkosten (exclusief reservemutaties). Deze kosten moeten worden gedeeld door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). Eigen rekening
Bron:
48
Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Algemeen In de vier programma’s van deze jaarstukken zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreft de algemene uitkering, de algemene belastingen, de financiering, de onvoorziene uitgaven, de stelposten en de vennootschapsbelasting. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien.
Wat heeft het gekost 2023
Verschillenanalyse Verschillenanalyse taakvelden Hieronder is een analyse opgenomen van de verschillen tussen de begroting en de jaarrekening 2023. Alleen de taakvelden waar het verschil groter is dan € 50.000 nemen we mee in de analyse. Daarbij worden alleen de belangrijkste afwijkingen benoemd. 0.5 Treasury € 276.000 (voordeel) Vanaf eind 2022 vergoedt het Rijk weer rente op de liquide middelen die de gemeente daar (verplicht) aanhoudt. Zowel het volume liquide middelen als rentepercentage waren gunstiger dan vooraf ingeschat. Het rentepercentage steeg van 1,89% naar 3,88% einde jaar.
49
0.62 OZB niet-woningen € 60.000 (voordeel) - Deze hogere belastingopbrengst bij de niet-woningen is grotendeels het gevolg van een door GBLT uitgevoerde leegstandscontrole, waarbij onterecht leegstand is geconstateerd. 0.7 Algemene uitkering gemeentefonds € 1.275.000 (voordeel) - Afrekening voorgaande jaren decembercirculaire Energietoeslag 2023 € 456.000 voordeel Dit voordeel valt weg tegen het nadeel bij taakveld 6.3 Inkomensregelingen (Domein Samenleving) - Afrekening voorgaande jaren decembercirculaire overige delen € 114.000 voordeel - Afrekening voorgaande jaren 2020 t/m 2021 € 109.000 voordeel - Verhoging decembercirculaire 2023 t.b.v. omgevingswet € 200.000 voordeel - Overige effecten decembercirculaire 2023 € 63.000 nadeel - Bijstelling 2023 verdeelmaatstaven en uitkeringspunten € 456.000 voordeel - Overig € 3.000 voordeel - Voorgesteld wordt om de € 200.000 ontvangen middelen 2023 t.b.v. omgevingswet te storten in de betreffende reserve met aangewezen bestemming. Zie ook reserveringsvoorstel in de aanbiedingsbrief.
0.9 Vennootschapsbelasting € 125.000 (voordeel) - Op basis van de concept aangiften VPB 2022 en 2023 is de geraamde verschuldigde belasting van € 71.000 naar € 0 euro bijgesteld. Dit voordeel valt weg tegen het nadeel bij het taakveld reserves grondbedrijf onder domein 4. - Over belastingjaar 2020 en 2021 zijn de aanslagen gecorrigeerd voor een bedrag van € 54.000 (voordeel). - Dit geeft een totaal voordeel van € 125.000. - Door de fasering van de opbrengsten van Mastenbroek II is de inschatting dat over belastingjaar 2024 een hogere aanslag opgelegd gaat worden. Daarom stellen we voor om ook het voordeel van € 54.000 via de resultaatsbestemming in de reserve van het grondbedrijf te storten zodat er totaal € 125.000 voor dekking van VPB beschikbaar is (zie ook voorstel resultaatsbestemming).
Omschrijving
2020
2021
2022
2023
Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)
341
360
391
448
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)
707
723
776
793
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)
726
740
795
811
Indicator:
Gemiddelde WOZ waarde woningen (x€1.000)
Toelichting: Bron:
De gemiddelde WOZ waarde van woningen. Centraal Bureau voor de Statistiek – Statistiek Waarde Onroerende Zaken
Indicator:
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens (in euro's)
Toelichting: Bron:
Het gemiddelde totaalbedrag per jaar in euro's dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)
Indicator:
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens (in euro's)
Toelichting:
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)
Bron:
50
Paragrafen Paragraaf A lokale heffingen Wettelijk kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en bedrijven mag opleggen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid en ontwikkelingen in 2023 bij de lokale heffingen. Daarnaast wordt ingegaan op de belastingopbrengst, de ontwikkeling van de lokale lastendruk en kwijtscheldingen.
Beleidskader Op basis van door de raad vastgestelde verordeningen zijn in 2023 de volgende heffingen opgelegd: OZB, toeristenbelasting, precariobelasting, reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht), rioolheffing, rioolaansluitrecht, leges en lijkbezorgingsrechten. De gemeente voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid. De tarieven van belastingen en heffingen zijn in 2023 met 3% verhoogd in verband met de ontwikkeling van de inflatie.
Uitvoering Het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus Tricijn (GBLT) verzorgt de heffing en inning van de OZB, rioolheffing, reinigingsheffingen en de toeristenbelasting. De overige heffingen int de gemeente Leusden zelf.
Tarieven In de tabel hieronder zijn de belangrijkste belastingtarieven in 2023 vermeld, en de tariefontwikkeling ten opzichte van 2022. Belastingtarieven OZB, % van de WOZ-waarde: - eigendom woningen - eigendom niet-woningen - gebruiker niet-woningen Reinigingsheffingen: - afvalstoffenheffing, vast deel - afvalstoffenheffing, variabel deel inwerptrommel 30 liter inwerptrommel 60 liter mini-container 240 liter - reinigingsrecht bedrijven, vast deel (incl. btw) Rioolheffing, per aansluiting Toeristenbelasting, per overnachting: - in hotels, vakantiewoningen, chalets - in overige onderkomens/verblijfaccommodaties
2022
2023
0,0942% 0,3327% 0,2683%
0,0858% 0,3446% 0,2779%
€ 203,00
€ 193,00
€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 245,63 € 140,20
€ 0,80 € 1,60 € 6,40 € 233,53 € 147,50
€ 1,70 € 1,14
€ 1,75 € 1,17
51
Opbrengst
Begroting, primitief Belastingen: OZB Toeristenbelasting Precariobelasting Heffingen en rechten: Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht Rioolheffing Rioolaansluitrecht Lijkbezorgingsrechten Leges Totaal *) is geraamd bedrag na aftrek van kwijtschelding
8.973 147 24 2.903*) 2.027*) 5 38 738 14.854
Begr.wijziging
Na wijziging
(bedragen x € 1.000) Opbrengst 2023
-242 90
8.731 237 24
8.787 254 53
2.903 2.027 5 38 958 14.922
3.016 2.080 8 45 1.261 15.504
220 68
Toelichting De meeropbrengst bij de leges wordt verklaard door meer aanvragen om omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten. Eind 2023, vlak voor het van kracht worden van de Omgevingswet op 1 januari 2024, zijn veel aanvragen ingediend waaronder voor een groot woningbouwproject.
Procentuele verdeling opbrengst lokale heffingen 8,1% 0,1%
0,3% OZB
13,4%
Toeristenbelasting Precariobelasting
56,7%
Afvalstoffenheffing Rioolheffing Rioolaansluitrecht
19,5%
Lijkbezorgingsrecht Leges
0,3%
1,6%
52
Ontwikkeling lokale lastendruk Tot de gemeentelijke woonlasten worden de bedragen gerekend die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2023 bedraagt de gemiddelde woonlastendruk volgens bureau Coelo in Leusden € 811 voor een meerpersoonshuishouden. Dat is ruim beneden het landelijk en provinciaal gemiddelde (zie de tabel hierna). Op de landelijke ranglijst van bureau Coelo van woonlasten in gemeenten staat Leusden op de 40e positie van in totaal 342 gemeenten. De tabel geeft een overzicht van de gemiddelde woonlasten van meerpersoonshuishoudens in Leusden en in omringende gemeenten. Ten opzichte van de omringende gemeenten heeft Leusden de laagste woonlasten. De cijfers zijn ontleend aan de Coelo Atlas van de lokale lasten 2022 en 2023. Lokale woonlasten
2022
2023
Leusden Soest Scherpenzeel Barneveld Zeist Woudenberg Amersfoort Gemiddeld in provincie Utrecht Gemiddeld in Nederland
€ 795 € 845 € 914 € 892 € 976 € 1.025 € 994 € 966 € 904
€ 811 € 879 € 887 € 915 € 984 € 999 € 1.049 € 1.020 € 944
Kwijtschelding Voor inwoners met de laagste inkomens is er de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. In totaal is in 2023 voor € 133.100 aan kwijtscheldingen verleend (in 2022: € 127.600)
53
Paragraaf B Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Inleiding Deze paragraaf heeft als doel: • het inzicht geven in het beleid van de gemeente Leusden met betrekking tot risico`s, • het totaal aan financiële risico`s afzetten tegen de beschikbare middelen en • inzicht in en beoordeling van de financiële positie te geven aan de hand van kengetallen. In lijn met de nieuwe Nota Risicomanagement en weerstandvermogen 2024is er een aantal wijzigingen doorgevoerd in deze paragraaf. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele risico`s, en de daarvan afgeleide, benodigde weerstandscapaciteit. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in risico’s van de algemene dienst en die van het grondbedrijf. Per domein wordt het risicobedrag weergegeven en per domein worden de grootste risico’s beschreven.
Kaderstelling -
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV), artikel 9 en 11 Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidenteel weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele middelen, zoals reserves. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen, zoals een exploitatieoverschot/tekort, lokale belastingmogelijkheden. De beleidsvrije ruimte in de begroting is ook een vorm van structurele ruimte, echter is deze vooralsnog lastig financieel te kwantificeren. Daarom is dit laatste niet meegenomen in onderstaande tabel. De beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2024 is als volgt: Beschikbare w eerstandscapaciteit Algemene reserve per 1 januari
Incidenteel
Structureel
Totaal
2024
2024
2024
Structureel 2025
13.278
13.278
Algemene reserve grondbedrijf per 1 januari
204
204
Stelpost onvoorzien
60
60
Totaal incidenteel
13.542
Budgettaire capaciteit (begrotingspositie in voorjaarsnota 2024)
-644
Onbenutte belastingcapaciteit (t.o.v. landelijke gemiddelde)
Totaal structureel Totaal beschikbaar
2026
2027
2.097
-2.098
-1.985
838
838
838
2.935
-1260
-1.147
12.898 Bedragen x € 1.000
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, is een inschatting gemaakt van de financiële risico´s die de gemeente loopt. Per risico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voor kan doen (kans) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben. De uitkomst van de risico-inventarisatie is samengevat in onderstaande tabel:
54
Benodigde w eerstandscapaciteit
Restrisico 2024
Kans gemid. Risico bedrag 2024
2024
Structureel risico bedrag 2025
2026
2027
Bestuur
12.595
15%
1.890
375
375
Leefomgeving
3.350
52%
1.738
200
200
200
Samenleving
5.272
43%
2.289
1.527
1.527
1.527
375
Ruimte
5.398
22%
1.161
-
-
-
Totaal
26.615
27%
7.077
2.102
2.102
2.102
Bedragen x € 1.000
Toelichting risico’s Algemeen risicoprofiel Het risicoprofiel wordt positief beïnvloed, doordat de voorjaarsnota van het Rijk naar verwachting positieve financiële ontwikkelingen laat zien voor de gemeenten. Zo neemt de algemene uitkering toe door het vervallen van de opschalingskorting, wordt de indexering van de algemene uitkering met terugwerkende kracht bijgesteld en vervalt de extra korting op de jeugdzorg. Hierdoor neemt het risicoprofiel in onze begroting af. Anderzijds blijft nog een aantal grote risico’s van kracht, zoals de herijking van het gemeentefonds en de tweede tranche van de hervormingsagenda van de jeugdzorg. Het Rijk heeft zelf nog steeds te maken met financiële tekorten, waardoor nieuwe kortingen kunnen ontstaan. De komst van een nieuwe regering kan ook van grote invloed zijn voor de gemeenten. Bijvoorbeeld voor de omvang van het gemeentefonds, de woningbouwopgave en de Spreidingswet. Domein bestuur De risico’s binnen het domein bestuur zijn vooral externe risico’s die moeilijk te beheersen zijn. De daling van de algemene uitkering en de uitgezette leningen vormen in dit domein de grootste risico’s qua financiële impact. Domein Leefomgeving De risico’s binnen het domein leefomgeving betreffen vooral incidentele risico’s binnen de vastgoedportefeuille.
Met name onuitstelbaar groot onderhoud voor het zwembad en de Korf zijn de grootste risico’s qua financiële impact. Een structureel risico betreft de inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB), waardoor bouwleges kunnen afnemen. Domein Samenleving Dit betreffen risico’s binnen het sociaal domein. De grootste structurele risico’s zijn de 2e tranche kortingen voor de jeugdzorg n.a.v. de hervormingsagenda en de toename van kosten bij samenwerkingspartners door een hogere toestroom van cliënten en stijgende personeelskosten. Een groot incidenteel risico betreft de hoog specialistische zorg voor enkele jeugdigen. Er is ook een risico vervallen. Dit betreft het risico dat het Rijk zijn garantieafspraak niet nakomt over de extra korting op de jeugdzorg uit 2023. Het Rijk heeft deze korting teruggedraaid. Domein Ruimte Binnen het domein ruimte is het risico voor de huisvesting van de doelgroepen vanwege de spreidingswet de grootste. Hiervoor is echter geen bedrag opgenomen in het weerstandvermogen, omdat er een aparte bestemmingsreserve voor beschikbaar is. Daarnaast vormen de stijgende bouwprijzen en onzekere ontwikkelingen in het grondbedrijf de grootste risico’s qua financiële impact.
Ratio weerstandsvermogen De ratio wordt bepaald door de berekende beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de berekende benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico`s). De ratio weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien: 55
Ratio w eerstandsverm ogen
Incidenteel
Structureel
Totaal
2024
2024
2024
Structureel 2025
2026
2027
Beschikbare w eerstandscapaciteit
12.898
-
12.898
2.935
-1.260
-1.147
Benodigde w eerstandscapaciteit
4.975
2.102
7.077
2.102
2.102
2.102
Ratio
2,6
-
1,8
1,4
-0,6
-0,5
Bedragen x € 1.000
Conclusie weerstandsratio De ratio van 2,0 valt boven de beoogde ondergrens van 1. Het weerstandsvermogen is toereikend in 2024. Door de begrotingstekorten van 2026 is de beschikbare structurele weerstandcapaciteit niet voldoende vanaf 2026. Dit vraagt om aanvullende maatregelen in de exploitatielasten en/of baten. Vrij beschikbaar vermogen Het toekomstig vrij beschikbaar vermogen is belangrijk om inzicht te krijgen in de beschikbaarheid van het weerstandsvermogen over een aantal jaren. Het saldo is gebaseerd op jaarrekening 2023 en de meerjarige begrotingspositie gepresenteerd in de voorjaarnota 2024. Hierin zijn de laatste actuele ontwikkelingen verwerkt. Bij ongewijzigde omstandigheden neemt het vrij beschikbaar vermogen vooralsnog af vanaf 2026 vanwege de begrotingstekorten en de toekomstige claims om incidentele uitgaven te bekostigen. De toekomstige claims komen voort uit reeds genomen raadsbesluiten, zoals de tijdelijke activiteiten in het CUP en nieuw beleid kadernota 2024 en voor het algemeen beheer grondbedrijf. Anderzijds wordt het saldo in 2026 naar verwachting positief beïnvloed door een resultaatneming uit de grondexploitatie Mastenbroek II. Vrij beschikbaar verm ogen Algemene reserve per 1 januari Algemene reserve grondbedrijf per 1 januari
2024
2025
204 -7.077
Vrij beschikbaar vermogen
6.405 -643
Af: Toekomstige claims algemene reserve en grondbedrijf
979
-2.737
-2.022
-589
-856
-171
Bij: Toekomstige stortingen reserve grondbedrijf
Prognose vrij beschikbaar vermogen
2027
13.278
AF: Benodigd w eerstandsvermogen
Bij/af: begrotingspositie in voorjaarsnota 2024
2026
2.484
5.762
6.152
5.043
2.850
Bedragen x € 1.000
56
Kengetallen financiële positie De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren. Methode beoordeling Bij de beoordeling van de kengetallen maken we gebruik van zogeheten ‘signaleringswaarden’ die afkomstig zijn uit onder meer de stresstest voor 100.000+ gemeenten en het gemeenschappelijk (provinciaal) financieel toezichtskader 2020. In de tabel hieronder is te zien welke waarden bij welke categorie (A, B of C) horen. Wij zullen de kengetallen hieronder weergeven en indelen in onderstaande drie categorieën waarbij categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Categorie A
Categorie B
Categorie C
< 90 %
90 -130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 – 50 %
< 20%
Grondexploitatie
< 20%
20 – 35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>1 %
0-1%
<0 %
Belastingcapaciteit
< 95%
95 – 105 %
> 105 %
Signaalwaarden kengetallen Netto schuldquote gecorrigeerd
In de hierna opgenomen tabel zijn de voorgeschreven kengetallen vermeld en zijn de berekende Leusdense waarden en het verloop van deze waarden ingevuld. Daarna volgt per kengetal een korte uitleg en wordt op de uitkomst en situatie voor Leusden ingegaan. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de begroting 2024-2027.
Kengetallen:
Jaarrek
Jaarrek
Begroting
Begroting
MJR
MRJ
MRJ
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote gecorrigeerd
15%
11%
23%
25%
21%
18%
18%
Solvabiliteitsratio
52%
53%
52%
49%
52%
53%
53%
Grondexploitatie
4%
6%
1%
1%
0%
0%
0%
Structurele exploitatieruimte
1,3%
3,0%
1,8%
1,5%
2,9%
-1,7%
-1,8%
Belastingcapaciteit
88%
86%
81%
95%
95%
95%
95%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto gecorrigeerde schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Dit wordt gecorrigeerd voor leningen die wij doorlenen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang weer. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente.
57
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe beter. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Wanneer dit percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de baten onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de financieringslasten) te dekken. Een cijfer van rond de nul betekent dat structurele baten en lasten min of meer in evenwicht zijn. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in hoe de woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente zich verhouden tot de landelijk gemiddelde woonlasten van een gezin. Om te kunnen bepalen of de gemeente nog ruimte heeft om de belastingen te verhogen is het nodig om na te gaan in hoeverre de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn en hoe het OZB-tarief van de gemeente zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde.
Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen In de Nota Risicomanagement 2024 is aangegeven dat er een totaalcijfer wordt berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. BDO Benchmark Nederlandse gemeenten Om een gefundeerd oordeel te vormen over de samenhang van alle kengetallen heeft accountantskantoor BDO in 2018 een methodiek gepresenteerd. Zij borduren voort op de (risico)categorieën die de provincies hanteren. In onderstaande tabel wordt de methode weergegeven. Door de punten per kengetal uit de bijbehorende categorie bij elkaar op te tellen ontstaat een totaalcijfer. Een gemeente behaalt 10 punten indien alle kengetallen van deze gemeente vallen binnen de categorie ‘Minst risicovol’. Gemeenten die alle kengetallen scoren in de categorie ‘Meest risicovol’ krijgen de laagst mogelijke score van een 3,2.
Jaarrek
Jaarrek
Begroting
Begroting
MJR
MRJ
MRJ
2022
2023
2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote gecorrigeerd
3
3
3
3
3
3
3
Solvabiliteitsratio
4
4
4
2,7
4
4
4
Grondexploitatie
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
Structurele exploitatieruimte
1
1
1
1
1
0,3
0,3
Belastingcapaciteit
0,5
0,5
0,5
0,3
0,3
0,3
0,3
Totaal
10
10
10
8,5
9,8
9,1
9,1
Beoordeling kengetallen:
Conclusie kengetallen Voor de kengetallen geldt categorie B (neutraal) als streefwaarde. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 7. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen we stellen dat de financiële positie van de gemeente Leusden goed is.
58
Paragraaf C Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt weergegeven hoe het gemeentelijk beleid ten aanzien van het groot onderhoud- en de vervanging van kapitaalgoederen in het jaar 2023 tot uitvoering is gebracht, en welke middelen hiervoor zijn aangewend. Er zijn twee soorten onderhoud; het dagelijks klein onderhoud, waarvan de kosten direct ten laste van de exploitatie komen en daarnaast het groot onderhoud, waarvan de uitgaven ten laste van de onderhoudsvoorzieningen worden gebracht. Daarnaast zijn er vervangingsinvesteringen waarmee kapitaalgoederen geheel- of gedeeltelijk worden vervangen.
Kapitaalgoederen in Leusden De gemeente Leusden heeft circa 1.770.000 m2 aan verharding, 260 kilometer aan riolering, 22 kilometer aan watergangen, 1.330.000 m2 aan groen en ca. 30 gebouwen in beheer. De instandhouding van de kapitaalgoederen vergt circa 20% van de jaarlijkse gemeentelijke lasten.
Ontwikkelingen Eind 2021 zijn de groot onderhoudsperspectieven geactualiseerd en vastgesteld door de raad. De geactualiseerde onderhoudsramingen zijn vastgesteld voor de vierjaarlijkse periode 2021-2024 en financieel doorgerekend tot en met het jaar 2032. De benodigde uitgaven voor de Openbare Verlichting en de vervanging van de containers voor ondergrondse afvalinzameling maken tevens onderdeel uit van de vierjaarlijkse actualisatie van de beheerplannen. In de onderhoudsactualisatie zijn zowel de uitgaven van groot onderhoud- als de vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt. In 2024 wordt gewerkt aan het actualiseren van de diverse beheerplannen. Dit met als doel om de beheerplannen eind 2024 dan wel uiterlijk begin 2025 opnieuw vast te laten stellen door de gemeenteraad.
Actualiteit van de beheerplannen Voorzieningen die zijn gevormd om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan. De beheerplannen zijn in december 2021 door de raad vastgesteld in het rapport ‘IBOR 2021-2032 – actualisatie uitgaven voor groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen in de openbare ruimte’. In het beheerplan worden de activiteiten en middelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen vermeld. Onderstaand wordt per onderhoudsdiscipline het actuele beheerplan en de geplande actualisatie daarvan weergegeven. Discipline Water Wegen Verkeersregelinstallaties Civiele kunstwerken Gebouwen Groenonderhoud Speelvoorzieningen Sportterreinen Riolering Openbare verlichting Ondergrondse afvalinzameling
beheerplan IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024 GRP 2019-2023 IBOR 2021-2024 IBOR 2021-2024
actualisatiejaar 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2024 2025 2024 2024
Budgetten In onderstaande tabel geven wij een overzicht van de uitgaven voor het groot- en vervangingsonderhoud van de kapitaalgoederen in het jaar 2023. In de begroting na wijziging zijn ook de tussentijdse budgetmutaties verwerkt vanuit de voorjaars- en de najaarsnota. De bedragen zijn inclusief de toerekening van ‘VAT’ (kosten van voorbereiding- administratie en toezicht). Met die toerekening worden jaarlijks loonkosten en indirecte kosten toegerekend aan de onderhoudsvoorzieningen. Tabel C.1 Uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen Begroting 2023 Primitief na wijziging
Realisatie 2023
Saldo 2023
Budget inclusief VAT, pp 2023 groot onderhoud
59
- wegen - civiele kunstwerken inclusief parkeerdekken - verkeersregelinstallaties - waterbeheer - openbaar groen - speelvoorzieningen - buitensportaccommodaties - verhuurde panden - panden algemeen gebruik - binnensportaccommodaties - cultureel / sociaal - onderhoud zwembad Totaal groot onderhoud
1.062.000 205.000 14.000 57.000 28.000 27.000 607.000 28.000 100.000 66.000 44.000 396.000 2.634.000
1.162.000 205.000 14.000 57.000 28.000 27.000 42.000 28.000 216.000 66.000 44.000 396.000 2.285.000
1.152.000 125.000 32.000 70.000 26.000 19.000 37.000 8.000 217.000 113.000 60.000 386.000 2.245.000
10.000 80.000 -18.000 -13.000 2.000 8.000 5.000 20.000 -1.000 -47.000 -16.000 10.000 40.000
vervangingsinvesteringen - vervangen wegen - vervangen civiele kunstwerken - vervangen verkeersregelinstallaties - vervangen groenvoorzieningen - vervangen speelvoorzieningen - vervangen buitensportaccommodaties - masten / armaturen openbare verlichting - ondergrondse afvalinzameling - riolering (GRP) Totaal vervangingsinvesteringen
429.000 232.000 352.000 212.000 267.000 120.000 0 32.000 600.000 2.244.000
229.000 232.000 352.000 212.000 267.000 0 0 32.000 389.000 1.713.000
287.000 34.000 0 227.000 256.000 0 0 52.000 465.000 1.321.000
-58.000 198.000 352.000 -15.000 11.000 0 0 -20.000 -76.000 392.000
Totaal
4.878.000
3.998.000
3.566.000
432.000
Zoals uit de tabel blijkt komen de voor 2023 in de begroting opgenomen- en gedurende het jaar 2023 bijgestelde budgetten neer op totale uitgave van ca. € 4,0 mln. De feitelijke uitgaven in 2023 bedroegen in totaal circa € 3,5 mln. De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting worden hierna kort toegelicht. Afwijkingen uitgaven groot onderhoud 2023 groot onderhoud civiele kunstwerken en parkeerdekken, € 80.000 lager dan geplande uitgaven. In 2023 hebben herstelwerkzaamheden plaatsgevonden aan een aantal betonnen bruggen. Bij de betonnen bruggen aan de Groene zoom (Heiligenbergerbeek) en Asschatterweg (Valleikanaal) is taludbekleding aangebracht en zijn de beschoeiing en hemelwateraansluiting hersteld. En bij de betonnen brug van de Bruggeschans over naar het Jaagpad (Valleikanaal) zijn betonreparaties uitgevoerd en zijn een aantal bouten van de leuning vervangen. Een deel van de in 2023 geplande werkzaamheden is pas in 2024 uitgevoerd en gefactureerd. Voor zover het noodzakelijke onderhoud in 2023 niet heeft kunnen plaatsvinden vindt dat in het jaar 2024 plaats. Per saldo heeft dit geen effect voor de begroting. groot onderhoud verkeersregelinstallaties, € 18.000 hoger dan geraamde uitgaven.
De uitgaven zijn gedaan in het kader van de aanstaande verwijdering van de verkeerslichteninstallatie bij voet- en fietsoversteek op de Middenweg bij de Toermalijn. Dit betreft een ophoging van het verkeersplateau en het toevoegen van LED verlichting in het wegdek om de veiligheid van de voetganger en de fiets te waarborgen. De uitgaven passen binnen de kaders van de in 2021 door de raad vastgestelde onderhoudsplanning maar vinden later plaats dan oorspronkelijk in de onderhoudsplanning werd voorzien. De afwijking kent geen gevolgen voor de begroting. groot onderhoud aan verhuurde panden, totaal ca. € 20.000 lager dan geplande uitgaven. Voor het pand Rozengaarde 22 stond in 2023 het buitenschilderwerk gepland. Er is voor gekozen deze werkzaamheden niet uit te voeren in het jaar 2023 maar ten minste door te schuiven naar het jaar 2025. De afwijking kent geen gevolgen voor de begroting.
60
groot onderhoud aan binnensportaccommodaties, per saldo € 47.000 hoger dan geplande uitgaven. De voornaamst afwijking wordt veroorzaakt door onderhoudswerkzaamheden aan sporthal de Korf. Tijdens de zomer is er legionella geconstateerd in de douche installaties. Er is vastgesteld dat de huidige installatie niet meer voldoet. Hierop is gekeken welke mogelijkheden er zijn om grip te krijgen om geen legionella in de installatie meer te laten optreden. Er is voor gekozen om de installatie te vervangen voor een nieuw, geautomatiseerd systeem. Met dit systeem kan de beheerder van de Korf zien of het systeem functioneert en weet daarmee of de legionellabeheersing onder controle is. In het geval van renovatie van de sporthal kan het systeem makkelijk gedemonteerd worden en op een nieuwe locatie ingezet worden. De meerkosten van deze werkzaamheden aan de Korf bedragen na verrekening van de SPUK sport btw ca. € 60.000. Daartegenover staan enkele lager dan dit jaar voorziene uitgaven aan de diverse andere binnensportaccommodaties. De extra uitgaven aan de Korf worden ten laste gebracht van de middelen van de voorziening groot onderhoud gebouwenbeheer. groot onderhoud aan sociaal/culturele panden, per saldo € 16.000 hoger dan geplande uitgaven. Dit betreft voornamelijk hoger dan geplande uitgave aan het kunstgebouw.
De uitgevoerde werkzaamheden zijn onder andere binnenschilderwerk, het vervangen van projecttapijt en het vervangen van de vloer op de begane grond. Daarnaast zijn op de begane grond en eerste etage kozijnen vervangen en geschilderd. Deze werkzaamheden stonden gepland voor verschillende jaren in het Meerjarenonderhoudsplan en zijn gebundeld in 2023 uitgevoerd. De uitgaven passen binnen de middelen van de voorziening groot onderhoud gebouwenbeheer en hebben geen financiële gevolgen.
Afwijkingen vervangingsinvesteringen buitenruimte 2023 vervanging materiaal wegen, € 58.000 hogere dan geplande uitgaven De hoger dan geplande uitgaven komen voort uit een eindafrekening van project Reconstructie Margrietlaan/Christinalaan uit het jaar 2021. Daarnaast is er asfalt van het parkpad in Leusden Zuid vervangen. Dit laatste betreft werk dat oorspronkelijk voor 2022 gepland stond. Beide uitgaven komen voort uit fasering van werk en passen binnen de door de raad vastgestelde onderhouds- en vervangingsplanning. vervanging civiele kunstwerken, € 198.000 lager dan geplande uitgaven In 2023 zijn een aantal houten bruggen vervangen. Eén brug (Jachtpad) hiervan wordt in het jaar 2024 vervangen en gefactureerd. Daarnaast was er in 2023 budget gereserveerd voor het vervangen van de bruggen op de Lockhorsterweg en de Jan van Arkelweg. De uitvoering van de werkzaamheden hiervan is doorgeschoven naar 2024/2025. vervanging verkeersregelinstallaties, € 352.000 lager dan geplande uitgaven In 2023 zouden vijf verkeersregelinstallaties worden vervangen. Dit is door te weinig beschikbare ambtelijke capaciteit nog niet uitgevoerd. De voorbereiding op de vervanging van de vri’s loopt nog. vervanging containers ondergrondse afvalinzameling, € 20.000 hoger dan geplande uitgaven Er is in 2023 een aanvang gemaakt met een meer duurzaam onderhoud van de ondergrondse containers.
Dit houdt in dat de ondergrondse containers daar waar mogelijk niet vervangen worden maar circulair worden opgeknapt. Hiermee kan de levensduur van de containers naar verwachting met tien jaar verlengd worden. Dit brengt de eerste jaren een lichte kostenstijging met zich mee vanwege hogere renovatie-uitgaven maar op de langere termijn is het financieel voordeliger en ook beter voor het milieu. vervanging en renovatie gemeentelijke riolering, € 76.000 hoger dan geplande uitgaven Door fasering van werkzaamheden zijn niet alle vanuit het GRP voor het jaar 2023 voorziene werkzaamheden uitgevoerd. De voorbereiding van de projecten ‘’herinrichting Burgemeester de Beaufortweg’’ en ‘’Herinrichting van Hardenbroeklaan Pr. Frederiklaan’’ zijn weliswaar gestart maar nog niet in uitvoering genomen. Bij beide werken wordt het bestaande gemengde rioleringsstelsel omgevormd naar een vuilwaterriool en uitgebreid met een hemelwaterriool. Uitvoering van de werkzaamheden start in het najaar van 2024. De lager dan geplande uitgaven in 2023 bedragen € 135.000. Naast deze lagere uitgave is er in de onderhoudsbegroting van 2023 een subsidiebate geraamd ad. € 211.000. Deze bate (tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie) is niet via de uitgavenbudgetten in de jaarrekening verwerkt maar via de exploitatie. De subsidiebate wordt dus op een andere plek (financieel neutraal) in de jaarrekening verwerkt.
De lager dan voorziene uitgaven en de verwerking van de subsidie in de jaarrekening leiden per saldo tot een nadeel van € 76.000 ten opzichte van de voor het jaar 2023 vastgestelde onderhoudsbegroting.
61
Verloop van de onderhoudsegalisatievoorzieningen De uitgaven aan groot onderhoud (excl. de uitgaven vanuit het GRP) worden gedekt vanuit diverse onderhoudsegalisatievoorzieningen. De uitgaven voor groot onderhoud passen binnen het door de raad in december 2021 vastgestelde raadsvoorstel L286969 ‘actualisatie beheerplan IBOR – uitgaven groot onderhoud en vervanging kapitaalgoederen’. Het verloop van de onderhoudsvoorzieningen in het jaar 2023 wordt in Tabel C2 weergegeven. Het totale saldo van de onderhoudsvoorzieningen exclusief de voorziening egalisatie rioolbeheer neemt met circa € 0,5 mln. toe ten opzichte van de stand per 1 januari 2023. Per eind 2023 bevindt er zich een bedrag van € 4,2 mln. in de onderhoudsegalisatievoorzieningen (excl. het GRP).
Op basis van de door de raad vastgestelde onderhoudsplannen werd er per eind 2023 een bedrag van ca. € 2,0 mln. in de diverse onderhoudsegalisatievoorzieningen voorzien (excl. GRP). Het per saldo hoger dan voorziene saldo van de onderhoudsegalisatievoorzieningen (€ 2,2 mln.) wordt veroorzaakt door fasering in werkzaamheden. Het betreft voornamelijk fasering van onderhoudswerk aan gemeentelijke panden, onderhoud aan civiele kunstwerken-, buitensportaccommodaties en de fasering van wegenonderhoud. De onderhoudsvoorzieningen kennen naar huidige inzichten per eind 2023 een dusdanige hoogte dat de in Leusden aanwezige kapitaalgoederen voor een periode van 12 jaar in stand gehouden kunnen worden (periode onderhoudsactualisatie 2021-2032). Er wordt naar gestreefd om per eind 2024 een herziening van de beheerplannen ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. Zich mogelijk voordoende financiële effecten zullen op dat moment in de gemeentebegroting worden verwerkt. De instandhouding van de gemeentelijke riolering wordt bekostigd vanuit de rioolheffing. De vanuit de rioolheffing gespaarde bedragen zijn ondergebracht in de voorziening egalisatie rioolbeheer. Tabel C.2 Saldi onderhoudsvoorzieningen Onderhoudsvoorzieningen
(bedragen x € 1.000)
stand 1-1-2023
Vermeerdering
Vermindering
stand 31-12-2023
mutatie in 2023
wegbeheer, deklagen
1.323
1.212
1.152
1.383
60
wegbeheer, elementen
375
258
146
487
112
Waterbeheer
415
141
70
486
71
1.049
886
815
1.120
71
Groenbeheer
106
63
45
124
18
Sportterreinen
351
239
38
552
201
Gebouwenbeheer
Onderhoudsvoorzieningen
3.619
2.799
2.266
4.152
533
voorziening rioolbeheer
2.565
371
465
2.471
-94
totaal
6.184
3.170
2.731
6.623
419
62
Paragraaf D Financiering Treasury-functie De gemeentelijke treasury-functie heeft als doel het financieren van het gemeentelijk beleid (zorgen voor tijdige beschikbaarheid van voldoende geldmiddelen) en het uitzetten van overtollige geldmiddelen. De risico’s en kosten worden daarbij geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. De functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de ministeriële regeling Ruddo en de Treasury verordening 2016. Financieringsbeleid De (tijdelijke) overtollige liquide middelen worden aangehouden bij het Rijk (schatkist). Dit gebeurt in een rekening courantverhouding. De vergoeding hierop was lange tijd 0%. Vanaf Q3-2022 wordt weer rente vergoed. In 2023 was de door het Rijk vergoede rente 1,89% oplopend tot 3,88% per einde jaar. Om het renteresultaat te optimaliseren wordt financiering van investeringen met externe middelen beperkt door eerst de eigen liquide financieringsmiddelen te gebruiken. Als deze laatste ontoereikend zijn kunnen er externe middelen in de vorm van projectfinanciering worden aangetrokken, mede op basis van de liquiditeitsprognose en rentevisie. In 2023 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Indicatoren Om vooral de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet.
Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. Renterisiconorm Onze verplichte jaarlijkse aflossingen langlopende leningenportefeuille zijn € 1.051.000 en vallen daarmee ruimschoots binnen de norm 2023 van € 14.601.000.
Ook meerjarig blijven we binnen de norm:
Kasgeldlimiet Er zijn in 2023 geen kasgeldleningen aangetrokken. Drempelbedrag schatkistbankieren Alle (tijdelijke) overtollige middelen moeten verplicht in de schatkist aangehouden worden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is in 2023 niet overschreden.
63
Rente en beleggingsvolume Ontvangen rente uitgezette leningen en liquide middelen In de programmabegroting is uitgegaan van een gewijzigde opbrengst van € 428.000 (primitief € 32.000). De gerealiseerde opbrengst is € 707.000. Overzicht resultaat uitgezette leningen en liquide middelen Rekening 2022 Opbrengst per saldo Gemiddeld volume Gemiddeld rendement
97 21.342 0,45%
bedragen x €1.000 Rekening 2023 707 25.103 2,82%
Betaalde rente leningenportefeuille (externe projectfinanciering) In 2023 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Leningenportefeuille 2023: (bedragen x € 1.000)
64
De totale restant schuld per ultimo boekjaar is € 21.310.000. De verplichte aflos voor 2024 is € 1.051.000 De rentelast 2023 voor de totale leningenportefeuille is € 223.000
Renteschema In onderstaand schema wordt uiteengezet hoe de rentetoerekening in 2023 heeft plaatsgevonden:
Volume leningen en liquide middelen Het volume aan uitgezette langlopende leningen en liquide middelen per ultimo boekjaar is als volgt: Overzicht leningen en liquide middelen
bedragen x € 1.000 31-12-2022
Uitgezette leningen, looptijd langer dan 1 jaar Middelen in de Schatkist Bankrekeningen
31-12-2023 3.562 21.615 52 25.229
4.716 20.183 77 24.976
EMU-saldo In het volgende overzicht berekenen we het EMU-saldo. Het EMU-saldo drukt uit welk financieringstekort we hebben. Het EMU-saldo van een land is gelijk aan het saldo van alle inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid en de decentrale overheden. De Europese Unie heeft bepaald dat het EMU-tekort van een land niet hoger mag zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. De begroting van een gemeente wordt opgesteld conform een stelsel van baten en lasten. Bij de berekening van het EMUsaldo wordt uitgegaan van ontvangsten en uitgaven (het kasstelsel). Dit betekent bijvoorbeeld dat investeringen volledig ten laste komen van het EMU-saldo in het jaar van aanschaf, terwijl bij een stelsel van baten en lasten de investering wordt afgeschreven over de gebruiksduur. Ook bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen worden niet meegenomen in de berekening van het EMU-saldo. Een positief begrotingssaldo hoeft dus niet te betekenen dat het EMU-saldo ook positief is.
65
Gemeentegaranties Garantstelling geldleningen Het totaal van door de gemeente geborgde geldleningen bedraagt per eind 2023 € 2,50 miljoen (per eind 2022: € 2,57 miljoen). Het betreft in totaal 11 gemeentegaranties. In 2023 zijn geen nieuwe gemeentegaranties verstrekt.
66
Paragraaf E Bedrijfsvoering Doel en Inleiding We werken er hard aan om de gemeente Leusden een fijne plek te laten zijn om te wonen, te werken en te leven. Om alle taken uit te voeren en onze plannen en ambities te realiseren is het van belang dat de organisatie goed is uitgerust. Daarvoor is een goede bedrijfsvoering nodig. Bedrijfsvoering gaat over mensen, middelen en mogelijkheden om de gemeente goed te laten functioneren en over de randvoorwaarden die onze plannen helpen realiseren. Met een gezonde werkbalans voor alle medewerkers van de gemeente Leusden. 1. Personeel en Organisatie Leusden De organisatie kende in 2023 een onrustige start, met een hoog personeelsverloop, een groot aantal vacatures en binnen bedrijfsvoering onrust over de BLNP-samenwerking. Met de operatie ‘Inhaalslag’ heeft een reparatie plaatsgevonden van verkeerd uitgepakt bezuinigingsbeleid over de afgelopen jaren en is een investering in de ambtelijke organisatie gedaan. Daarnaast zijn externe recruiters ingehuurd om te helpen met het vervullen van het grote aantal (35!) vacatures, wat grotendeels is gelukt. Verder is een project gestart en afgerond gericht op het verbeteren van de arbeidsmarktcommunicatie, mede aan de hand van moderne middelen, zoals videomateriaal. Tenslotte is halverwege 2023 de nieuwe gemeentesecretaris Bjørn van den Brink gestart. 2.
Intergemeentelijke samenwerking bedrijfsvoering Sinds 1 januari 2017 werken de gemeenten Bunschoten, Leusden, Nijkerk en Putten samen op het gebied van bedrijfsvoering. De samenwerking heeft resultaten opgeleverd, maar ook de nodige inspanning gevraagd. In 2023 is het rapport opgeleverd van het bureau Wagenaar & Hoes, waarmee de 4 gemeenten de toekomst wilden bespreken van de samenwerking. De gevoerde onderlinge gesprekken hebben nog niet tot overeenstemming geleid. Met nieuw onderzoek wordt geprobeerd duidelijkheid te creëren voor de zomer van 2024. De BLNP-samenwerking vindt plaats op de volgende taakvelden: Financiën Het team Financiën bestaat uit een BLNP-team (m.n. financieel beheer en IC), en een lokaal team (m.n. financieel advies). Het lokale team Financiën regisseert zoals gebruikelijk de diverse P&C-documenten, en adviseert ambtelijk en het bestuur rondom financiële onderwerpen, zoals o.a. de eerder genoemde inhaalslag. Het lokale team heeft haar werkverdeling verbeterd en heeft eind 2023 de start gemaakt met de invoering van Business-Control. Binnen het BLNP-team hebben de volgende ontwikkelingen gespeeld: • De pilot rechtmatigheidsverantwoording is afgerond met een gezamenlijk normenkader, beleid voor Misbruik en Oneigenlijk gebruik, een nota rechtmatigheid en een controleplan, die inmiddels ook allemaal bestuurlijk zijn vastgesteld.
• De teams van crediteuren en debiteuren hebben stappen gezet in de harmonisatie van de processen. Afgelopen maanden is begonnen met een nieuw systeem om facturen in te lezen. • De werkgroep fiscaliteit heeft zich de laatste maanden, naast de reguliere zaken, beziggehouden met BLNP-brede fiscale workshops. Om de kennis en bewustwording te vergroten worden er in juni en september 2024 workshops gegeven voor een breder publiek. ICT Het team ICT heeft als doel ervoor te zorgen dat de dienstverlening naar inwoners mogelijk is, daarnaast dat de medewerkers hun werk goed kunnen doen met de middelen die we hen aanreiken. Met de inzet van steeds meer digitale middelen vraagt dit van de medewerkers steeds betere digitale vaardigheden. Training, voorlichting en learning by doing zijn daarbij belangrijke instrumenten. In 2023 is gestart met de ontwikkeling van de i-visie die in 2024 zal worden vastgesteld. Zeven strategische thema’s schetsen de richting voor de komende jaren. Na het vaststellen zullen uitvoeringsplannen worden opgesteld zodat er een solide projectportfolio ontstaat. Daarnaast hebben in 2023 de volgende punten aandacht gekregen: • Het op afstand zetten van het applicatie landschap, dit is een terugkerend aandachtspunt. De applicaties worden dan niet meer vanuit het eigen serverpark maar rechtstreekst vanuit de leverancier beschikbaar gesteld.
• In 2023 zijn stappen gezet in en zijn we aan het toegroeien naar een flexibele en hybride BLNP werkplek. • In 2023 is het project gestart om per 1 februari 2024 de bereikbaarheid van ICT te verbeteren met een gezamenlijke BLNP servicedesk. • Er is bij leveranciers een uitvraag gedaan te komen tot een uniforme digitale samenwerkingsomgeving. Het implementatietraject krijgt in 2024 zijn beslag. • Met het BLNP team is nagedacht over een verdere doorontwikkeling van de BLNP ICT/IV organisatie (IV=informatievoorziening). In 2024 zal dat verder zijn beslag krijgen. HRM Het jaar 2023 stond voor het team HRM in het teken van verder intensiveren en professionaliseren van de BLNPsamenwerking, zowel op het gebied van HRM-(beleids)advisering als personeels- en salarisadministratie. • In 2023 is er in het project betreffende de optimalisatie van Youforce (HRM software) verdere voortgang geboekt.
67
Naast noodzakelijke nieuwe functionaliteiten als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving zijn er weer diverse HRMprocessen geoptimaliseerd en gedigitaliseerd (denk aan managementrapportages, verlofproces, koppeling met de arbodienst, optimalisatie van de vacaturemodule, etc.). • Naast de dagelijkse dienstverlening zijn we bezig geweest om ons HRM-beleid en de HRM-instrumenten verder te professionaliseren. We hebben resultaat bereikt op het gebied van verzuimbegeleiding, het werving- en selectieproces, functiebeschrijvingen, inhuur extern personeel en onboarding van nieuw personeel. Verder is een start gemaakt met het realiseren van betere beschikbaarheid van HR-(management)informatie. Juridisch Binnen het team Juridische Zaken hebben in 2023 de volgende ontwikkelingen gespeeld: • Specialisatie van medewerkers is verbeterd met specialisatie-opleidingen. Ook een aantal (relatief) nieuwe taken, zoals bijvoorbeeld de werkzaamheden omtrent de borging en uitvoering van de Woo, zijn het afgelopen jaar goed belegd in het team JZ. • Daarnaast heeft Juridische Kwaliteitszorg een stijgend aantal inschrijvingen ontvangen van deelnemers aan ons cursusaanbod. Een hoger aantal dan waar we in ons jaarplan 2023 op hadden ingezet. 3. Informatieveiligheid Cyberdreigingen vormen een groeiend risico voor de gemeente Leusden.
Persoonlijke gegevens en onze ICT-infrastructuur worden bedreigd door alledaagse aanvallen zoals phishing tot geavanceerde aanvallen. De dynamiek van cyberdreigingen vereist voortdurende aanpassingen in beveiligingsmaatregelen. Vanaf 2020 geldt de BIO (Baseline Informatiebeveiliging voor de Overheid) als normenkader voor informatieveiligheid voor de Nederlandse overheid. Het doel is op termijn te voldoen aan alle normen van de BIO. Informatieveiligheidsbeleid is gebaseerd op risicomanagement. Door periodieke risicoanalyses wordt in beeld gebracht waar op dat moment de grootste dreigingen en risico’s liggen. De uitkomsten van deze analyses vormen de input voor het planmatig implementeren van verbetermaatregelen. Daarnaast wordt hiermee voldaan aan de doelstellingen en verplichtingen die vanuit diverse audits worden opgelegd. De volgende activiteiten en beheersmaatregelen zijn uitgevoerd in 2023: • Een aanbesteding is gestart voor de verwerving van een Information Security Management System (ISMS). Dit systeem dient ter ondersteuning van de CISO's en Privacy Officers bij hun werk en stelt hen in staat de status van maatregelen met betrekking tot de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) effectiever te monitoren binnen de vier gemeenten.
• Het verhogen van onze digitale weerbaarheid door zowel technische als organisatorische maatregelen, waaronder een nieuw E-learning pakket op het gebied van informatieveiligheid en privacy met daarin een vaste cycli phishingtesten om het bewustzijn van de medewerkers te monitoren. • Er is een start gemaakt met een analyse van de impact van de nieuwe NIS2-regelgeving (Network and Information Security) voor de 4 gemeenten. • De jaarlijkse pentest (digitale penetratietest) is uitgevoerd gericht op onze kantoorautomatisering. Resultaten zelfevaluatie ENSIA
DigiD
Suwinet
BAG
BGT
BRO
Elk jaar leggen gemeenten verantwoording af over de kwaliteit van de informatieveiligheid van diverse informatiesystemen. Dit gebeurt volgens de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Deze verplichte zelfevaluatie is gebaseerd op het normenkader van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Het college geeft met de ENSIA-collegeverklaring aan in hoeverre aan de beveiligingsnormen voor het gebruik van DigiD en Suwinet wordt voldaan. De collegeverklaring wordt inclusief bijlagen bij het jaarverslag aangeboden aan de raad. Daarnaast legt het college in een aparte rapportage verantwoording af over de kwaliteit van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Het resultaat van de zelfevaluatie 2023 is dat de gemeente Leusden aan de meeste normen voldoet. Datalekken In 2023 heeft de gemeentelijke organisatie met 19 datalekken te maken gehad waarvan er 6 zijn gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Het ging 3 x om verkeerd verzonden post, 4 x om verkeerd verzonden e-mail, 2 x om te veel persoonsgegevens zichtbaar, 7 x om onjuiste gegevensuitwisseling met zorgaanbieder.
68
5. Rechtmatigheid Met ingang van het verslagjaar 2023 is de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd. In de rechtmatigheidsverantwoording gaat het college van burgemeester en wethouders via de jaarrekening 2023 verantwoording afleggen over de rechtmatigheid. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Over de naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese bestedingen bijvoorbeeld, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten, waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. Dit wordt vormgegeven door een overzicht te geven van de onrechtmatigheden in onderstaande tabel ‘Monitor Rechtmatigheidsverantwoording’, met een toelichting daarop.
Monitor Rechtm atigheidsverantw oording
Afw ijkingen
Onduidelijkhede n
A. Begrotingscriterium 1 Overschrijding exploitatiebudgetten programma’s begroot versus w erkelijk 2 Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 3 Niet geautoriseerde reserve mutaties 4 Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingsw ijziging hebben geleid respectievelijk zijn gemeld. Subtotaal A. Begrotingsonrechtmatigheden (bruto)
€ € € €
327 144 -
€ € € €
-
€
471
€
-
B. Af: Begrotingsafw ijkingen w aarvan de raad heeft besloten dat ze niet onrechtmatig zijn C. Totaal begrotingsonrechtmatigheden (fouten) = A-B
€ €
471
D. Voorw aardencriterium 1 Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed
€
699
E.
Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium
F.
Totaal rechtm atigheidsfouten = C+D+E
Evaluatie rechtm atigheid Totaal rechtmatigheidsfouten G. Verantw oordingsgrens Verantw oordingsgrens vastgesteld door de raad Totaal lasten inclusief toevoegingen aan de reserves Verantw oordingsgrens in euro Ruimte De geconstateerde rechtmatigheidsfouten blijven binnen de verantw oordingsgrens.
-
€ €
-
€
317
€
168
1.170
485 Bedragen x € 1.000
Afw ijkingen
Onduidelijkhede n € 485
€
€
1.170 3% 105.086 3.153 1.983
€
3% 105.086 3.153 2.668
Conclusie: Het college is van mening dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties voldoende rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens.
Bedragen x € 1.000
De verantwoordingsgrens is bepaald op basis van 3% van de totale lasten (incl. mutaties in de reserves). De rapportagegrens is € 50.000,-. Dit betekent dat bevindingen beneden de rapportagegrens niet zijn opgenomen in de monitor rechtmatigheidsverantwoording. Toelichting A – Begrotingscriterium Programmalasten De rechtmatigheid wordt getoetst aan de hand van het door de raad vastgestelde normenkader. Een onderdeel van de rechtmatigheid betreft de naleving van het budgetrecht van de raad. De raad stelt de budgetten vast op programmaniveau. Een overschrijding van de begroting (na wijziging) is in principe onrechtmatig aIs op programmaniveau meer is besteed dan is begroot.
69
Bij een aantal programma’s is sprake van een overschrijding van het budget. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen.
bedragen x € 1.000 Nummer
Programma 1 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 2 Bestuur 3 Overhead Budgetoverschrijding op programmaniveau
Afwijking 161 53 113 327
Voor een toelichting op de overschrijdingen wordt verwezen naar de programma’s. Wat betreft niet-geautoriseerde reservemutaties zijn er geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd. Investeringskredieten Voor totaal € 144.000 zijn er overschrijdingen, afwijkingen op investeringskredieten waarvan € 77.000 aangemerkt wordt als niet acceptabel. De belangrijkste niet acceptabele afwijking betreft de overschrijding van het krediet ‘Vervanging en renovatie wegen – 2023’ voor een bedrag van € 58.000. Toelichting B – Voorwaardencriterium Bij dit criterium gaat het om toepassing van de eisen en voorwaarden die worden gesteld aan financiële (beheers)handelingen. Die eisen en voorwaarden hebben betrekking op doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Wij hebben vastgesteld dat er onrechtmatigheden zijn voor een bedrag van € 698.587 en onduidelijkheden voor een bedrag van € 316.955 Deze bedrag zijn binnen de verantwoordingsgrens. De onrechtmatigheden zijn ontstaan door het niet juist en volledig toepassen van de inkoop- en aanbestedingsregels.
Aanbevelingen aanbestedingen Vanwege het belang van het voldoen aan de Europese aanbestedingsregels zijn er verbeteringen noodzakelijk van preventieve controlemaatregelen in het inkoopproces. De interne inkoopregels worden niet altijd nageleefd. Binnen de organisatie moet het bewustzijn van een goede inschatting van de omvang van een inkoopopdracht en de looptijd van een overeenkomst vergroot worden. Ook tussentijds moet het bewustzijn er zijn dat niet elke verlenging van een opdracht mogelijk is, omdat daarmee soms inkoopgrenzen overschreden worden. Verplicht opstellen inkoopstrategie en bewustzijn wie bevoegd is deze vast te stellen. Verder moet deze informatie goed vastgelegd worden in een inkoopchecklist, want dat is de basis voor het bepalen van de aanbestedingsprocedure. Voor deze checklist moet (verplicht) de inkooptool van IBMN gebruikt worden. IBMN kan dan op afstand ook meekijken met deze inkoopchecklisten. Tot slot adviseren wij een centrale vastlegging van de inkoopstukken en een actualisatie van het contractenregister.
Toelichting C – Misbruik- en oneigenlijk gebruik Misbruik is het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens. Met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te ontvangen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen en/of feitelijke handelingen, ontvangen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de tekst van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.
70
Voor Misbruik en oneigenlijk gebruik zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd maar wel onduidelijkheden voor een bedrag van € 168.000 ten aanzien van invorderingen ten aanzien van de uitvoering van de bijstandsregelingen.