CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185_vastgesteld_1.pdf

Raadsvergadering 25 september 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 8: RV Vaststellen bestemmingsplan Hessenweg 18522.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.39 nok: het snijpunt van twee hellende vlakken; 1.40 ondergeschikte functie: functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

53

1.41 onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; 1.42 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.43 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.44 paardenbak: een niet overdekt terrein ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.45 paddock: een ruimte en/of omheind gedeelte van een perceel, veelal (deels) voorzien van een zandbodem, om één of meerdere paarden ter ontspanning en naar eigen inzicht vrij kunnen bewegen; 1.46 peil: a. de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse vanwaar het gebouw voornamelijk toegankelijk is, dan wel b. de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld, indien deze hoogte meer dan 1m boven of meer dan 1m onder de onder a bedoelde hoogte is gelegen.

1.47 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.48 publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis: een beroeps of bedrijfsactiviteit, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 1.49 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een bordeel, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.50 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.51 voorgevel: de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel, of indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels; 1.52 voorgevelrooilijn: de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerkse vlak van de voorgevel tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen; 1.53 vloeroppervlakte: de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond; 1.54 vrijstaande woning: een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw; 54

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

1.55 wonen: het bewonen van een woning; 1.56 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

55

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de binnenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren en binnenwerkse dakvlakken, met uitzondering van erkers en dakkappellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde: de horizontale projectie van alle delen van het bouwwerk binnen de omtrekslijn.

56

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 algemeen De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik, het hobbymatig beweiden van landbouwhuisdieren daaronder begrepen, b. instandhouding van ter plaatse voorkomende waardevolle landschapselementen, zoals bomenrijen, singel- en laanbeplanting, natuurvriendelijke oevers en waterlopen, voor zover de gronden op de plankaart als "waardevol landschapselement" zijn aangeduid, c. een paardenbak uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch paardenbak'; d. extensieve openluchtrecreatie, met daarbij behorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, ruiterpaden en picknickplaatsen, en de daarbij behorende bebouwing, erven en verhardingen. 3.1.2 uitzonderingen Van agrarische bedrijvigheid als bedoeld in lid 3.1.1, zijn uitgezonderd fokkerijen en mesterijen van eenden, ganzen en kalkoenen in de open lucht alsmede vis-, wormen- en madenkwekerijen, behoudens agrarische bedrijven, waar zodanige agrarische bedrijvigheid wordt uitgeoefend op het tijdstip van het onherroepelijk worden van het plan.

3.2 Bouwregels Op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd met in achtneming van de volgende bepalingen: bouwwerken maximale goothoogte maximale bouwhoogte erf- of perceelsafscheidingen 1m vóór de voorgevelrooilijn van een bedrijfswoning toegangspoort 2,15m lichtmasten bij een paardenbak 6m omheiningen van een paddock 1,5m en/of paardenbak overige erf- of 2m perceelafscheidingen 3.3 Specifieke gebruiksregels Onder verboden gebruik wordt in ieder geval ook het gebruik van gronden buiten bouwpercelen voor niet als bouwwerk aan te merken: a. boogkassen, en b. mestbassins en silo's. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Verbodsbepaling Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) ter plaatse van de aanduiding 'waardevol landschapselement' de volgende werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; c. het aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

57

d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, e. vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; f. werken en werkzaamheden, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten, die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben; g. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden. 3.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. het uitvoeren van werken en werkzaamheden in het kader van de uitvoering en instandhouding van de inrichtings- en beheermaatregelen zoals beschreven in bijlage 1; b. het uitvoeren van werken en werkzaamheden normale beheer en onderhoud; c. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; d. werken en werkzaamheden op en in gronden die binnen agrarische bouwpercelen zijn begrepen; e. het aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; f. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; g.

werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.2 onder b, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist; h. werken en werkzaamheden als bedoeld in 3.4.2 onder c, voor zover de Algemene Plaatselijke Verordening daarop van toepassing is; i. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen; j. werken en werkzaamheden als bedoeld in 3.4.2 voor zover daarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.4.3 Toetsingsgronden a. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning slechts indien naar hun oordeel genoegzaam blijkt dat: 1. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 2. schade door de met de werken en/of werkzaamheden samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden; b. Burgemeester en wethouders toetsen een aanvraag om omgevingsvergunning in voorkomend geval aan het bepaalde in het Landschapsontwikkelingsplan (2009).

Indien het Landschapsontwikkelingsplan wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. 3.4.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in 3.4.1 kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

58

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

Artikel 4

Water

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, waterlopen met bijbehorende taluds, bermen, groenvoorzieningen, recreatieve voorzieningen, kunstwerken en kademuren; b. de aanleg en instandhouding van natuurvriendelijke oevers ter plaatse van de functieaanduiding 'natuurvriendelijke oever'; c. instandhouding van ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden; d. extensieve openlucht recreatie. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Op de gronden als bedoeld in 4.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd behorende bij de bestemming of bij aangrenzende wegen, in- en uitritten en paden, zoals duikers en bruggen; b. de hoogte van de onder a bedoelde bouwwerken mag niet meer dan 3m bedragen. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verbodsbepaling Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) ter plaatse van de aanduiding 'waardevol landschapselement' de volgende werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, d. werken en werkzaamheden, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten, die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben. 4.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 4.3.1 vervatte verbod geldt niet voor: a.

het uitvoeren van werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan; c. werken en werkzaamheden op en in gronden die binnen agrarische bouwpercelen zijn begrepen; d. het aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; e. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; f. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen; g. werken en werkzaamheden als bedoeld in 4.3.2 voor zover daarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3.3 Toetsingsgronden a. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning slechts indien naar hun oordeel genoegzaam blijkt dat: 1. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 2.

schade door de met de werken en/of werkzaamheden samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden;

Adviesbureau Haver Droeze BNT

59

b. Burgemeester en wethouders toetsen een aanvraag om omgevingsvergunning in voorkomend geval aan het bepaalde in het Landschapsontwikkelingsplan (2009). Indien het Landschapsontwikkelingsplan wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. 4.3.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in 4.3.1 kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

60

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en daarbij behorende tuinen, erven, water en toegangswegen e.d. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Op en in de gronden als bedoeld in 5.1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. grondgebonden woningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. hobbykassen, hondenkennels, volières en soortgelijke gebouwen, en d. bij woningen en tuinen behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 5.2.2 Bouwen van gebouwen Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. per bouwvlak mag niet meer dan 1 woning worden gebouwd; c. de afstand van een woning tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder dan 3 meter bedragen, behoudens aan de zijde(n) waar de woning aan een andere woning is vastgebouwd; d. de inhoud van een woning mag niet meer dan 650m³ bedragen; e. de goothoogte en de bouwhoogte van een woning mogen niet meer bedragen dan de goot- en bouwhoogte zoals die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaan, dan wel rechtens mogen bestaan, met ten hoogste 1m mag worden vermeerderd; f. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 475m²; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - zwembadoverkapping' is een zwembadoverkapping toegestaan met een maximale oppervlakte van 77m²; h.

de goothoogte en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mogen niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: bouwwerken maximale goothoogte maximale bouwhoogte bijbehorende bouwwwerken 3m 5m gebouwen als bedoeld in 5.2.1 onder c 2,5m zwembadoverkapping 2,2m pergola's en overkappingen met een open 3m 4m constructie, zoals een carport, veranda of kapschuur 5.2.3 Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan hierna is aangegeven: a. erf- of perceelscheidingen vóór de voorgevel van een woning 1m; b. overige erf- of perceelscheidingen en bouwwerken 2m. 5.3 Voorwaardelijke verplichting Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorend bouwwerk kan niet eerder worden verleend dan dat ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - overig voorwaardelijke verplichting landschappelijke kwaliteitsverbetering' de inrichtingsmaatregelen als beschreven in het inrichtingsplan dat als Bijlage 1 deel uitmaakt van de regels van dit plan zijn uitgevoerd en in stand worden gehouden.

5.4 Erf- en terreininrichting Het gebruik van het perceel overeenkomstig de bestemming is alleen dan toegestaan indien het terrein wordt ingericht en de beplanting overeenkomstig het in 5.3 bedoelde inrichtingsplan wordt aangelegd en in stand gehouden met inachtneming van het burenrecht als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

61

5.5 Afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan en het bepaalde in: a. 5.1 ten behoeve van de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, mits: 1. het betreft bedrijfsmatige activiteiten die niet-milieuvergunningplichtig zijn en die voor wat betreft hun milieugevolgen passend kunnen worden geacht in of in de directe nabijheid van woningen, het geen horeca betreft, eventuele detailhandel uitsluitend als ondergeschikte nevenactiviteit van het ter plaatse gevestigde bedrijf plaats vindt, de vloeroppervlakte van de bedrijfsmatige activiteiten niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt en in ieder geval niet meer dan 60 m²,in de voortuin geen buitenopslag ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt, en in de omgeving van het betreffende bedrijf geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat:  het parkeren ten behoeve van de bedrijfsmatige activiteiten zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden, en  behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond het bedrijf mogen plaatsvinden; b.

5.1 ten behoeve van verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van "bed and breakfast"-appartementen, vakantieappartementen of pension, in een woning en daaraan aangebouwde bijbehorende bouwwerken mits: 1. de vloeroppervlakte van de verblijfsrecreatieve voorzieningen niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt en in ieder geval niet meer dan 60 m², in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat het parkeren ten behoeve van de verblijfsrecreatieve voorzieningen zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden; c. het bepaalde in 5.4 ten behoeve van een alternatieve inrichting van erf- en terreininrichting mits hiermee geen afbreuk wordt gedaan aan het zicht op en de landschappelijke inpassing van de bebouwing op het betreffende erf. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige. 5.6

Gebruiksregels

5.6.1 Toegestaan gebruik Een woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het bruto vloeroppervlak van de betreffende woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen en tot een (gezamenlijk) maximum van 60m²; b. het geen detailhandel of horeca betreft; c. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door in ieder geval één van de bewoners van de woning; d. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het aan huis gebonden beroep of bedrijf plaatsvindt; e. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt; f. de activiteit geen afbreuk doet aan het woonkarakter en/of agrarische karakter van de omgeving. 5.6.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik dat in strijd is met de gegeven bestemmingen wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor de stalling van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen; b. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot-, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil; c. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; d.

het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; e. het gebruik als opslag van vuurwerk.

62

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

5.6.3 Parkeernorm Het gebruiken van de gronden en de daarop aanwezige bebouwing ten behoeve van de woonfunctie is uitsluitend toegestaan indien per woning ten minste 2 parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd en blijvend in stand worden gehouden.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

63

Artikel 6

Waarde - Archeologie middelhoge verwachting

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden. 6.2

Bouwregels

6.2.1 Archeologisch onderzoeksrapport Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1 mag ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemmingen(en) slechts worden gebouwd overeenkomstig de regels van die bestemming(en) en mits de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoeksrapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 6.2.2 Uitzondering Het bepaalde onder 6.2.1met betrekking tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. de met de oprichting van een bouwwerk samenhangende bodemingrepen niet dieper zijn dan 30cm en de oppervlakte niet meer dan 500m² bedraagt; c. indien op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 6.2.3 Verlenen vergunning Burgemeester en wethouders verlenen de onder 6.2.1 bedoelde vergunning indien naar hun oordeel uit het daar genoemde rapport genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden worden geschaad, of b.

schade door de met de oprichting van het bouwwerk samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden. 6.2.4 Voorwaarden vergunningverlening De volgende voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 6.2.5 Weigering De onder 6.2.1 bedoelde vergunning kan worden geweigerd indien door de bodemverstoring het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 30cm, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b.

het ophogen van de bodem met meer dan 30cm; 64

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

c. d.

e. f. g. h.

het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan 30cm; het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan 30cm bedraagt; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan 30cm; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan 30cm en het aanleggen van diepwortelende beplanting; het omzetten van gras naar bouwland; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan 30cm.

6.3.2 Archeologisch onderzoeksrapport De aanvrager van de vergunning als bedoeld in 6.3.1 legt een archeologisch onderzoeksrapport over waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. De in lid 6.2.1 onder a beschreven verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoeksrapport geldt niet indien op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad. 6.3.3 Verlenen vergunning Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in 6.3.2 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden worden geschaad, of b. schade door de met de werken en/of werkzaamheden samenhangende activiteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het aan d e omgevingsvergunning verbinden van voorwaarden. 6.3.4 Voorwaarden vergunningverlening De volgende voorwaarden kunnen door burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 6.3.5 Weigering De onder 6.3.1 bedoelde vergunning kan worden geweigerd indien door de bodemverstoring het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad. 6.3.6 Uitzondering Het in 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die een oppervlakte beslaan van ten hoogte 500m².

Adviesbureau Haver Droeze BNT

65

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 7 Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

66

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de planregels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes, telefooncellen en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, waarvan de goothoogte niet meer dan 3m en de inhoud niet meer dan 50m³ mag bedragen; b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden en waterlopen, en ligging van bestemmings-, bebouwings- en aanduidingsgrenzen en grenzen van bouwpercelen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de plankaart is aangegeven niet meer dan 5m bedragen; c. voor afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten, behoudens de inhoud van woningen, en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages; d. ten behoeve van het bouwen van antennemasten tot een hoogte van 20m; e. ten behoeve van het bouwen van antennemasten tot een hoogte van 40m, mits: 1.

per geval vaststaat dat binnen een redelijke afstand van de gevraagde locatie geen gebruik kan worden gemaakt van bestaande masten voor telecommunicatie of van andere bestaande hoge objecten, zoals windturbines, reclamezuilen of hoogspanningsmasten, 2. de locatie is gelegen nabij wegen en bij voorkeur bij knooppunten van wegen of parkeerplaatsen en aansluitend bij bestaande bebouwing, en 3. de mast door situering en uitvoering de ter plaatse aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig aantast. 8.2 Mantelzorg Het College van B&W kan bij omgevingsvergunning afwijken van deze regels met betrekking tot het toegestane aantal woningen en de toegestane inhoud van een woning ten behoeve van het bouwen van ten hoogste één zelfstandige woonruimte ten behoeve van mantelzorg in een bedrijfs-, dienst- of andere woning of in een bijbehorend bouwwerk c.q. bijgebouw indien daarvoor, naar het oordeel van het College van B&W, dringende sociale verzorgingsredenen zijn. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud, inclusief een eventuele kelder, van de extra woonruimte mag niet meer bedragen dan 250m³; b.

de goothoogte en bouwhoogte van de extra woonruimte mogen niet meer bedragen dan die van de betreffende woning waarin of waaraan de extra woongelegenheid wordt gerealiseerd of, ingeval van een vrijstaande extra woongelegenheid, niet meer dan de volgens de regels van dit bestemmingsplan toegestane goot- en bouwhoogte voor bijbehorende bouwwerken c.q. bijgebouwen; c. in het geval de extra woonruimte in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk c.q. bijgebouw wordt gerealiseerd mag de afstand van dat bijbehorende bouwwerk of bijgebouw tot de hoofdwoning op hetzelfde perceel niet meer dan 20m bedragen. De extra woongelegenheid mag niet voor de voorgevel van de hoofdwoning op hetzelfde perceel komen, met dien verstande dat die woongelegenheid binnen het betreffende bouwperceel of bestemmingsvlak moet blijven; d. op geen van de gevels van de extra woonruimte mag, bij voltooiing, de geluidbelasting de ter plaatse toegestane grenswaarde op grond van de Wet Geluidhinder overschrijden; e. de extra woonruimte mag niet via een eigen nieuw aan te leggen uitrit worden ontsloten; f. het bouwen dient op een zodanige wijze te geschieden dat de extra woonruimte bij beëindiging van de verzorgingsreden voor tijdelijke huisvesting en/of bij intrekking van de omgevingsvergunning ongedaan kan worden gemaakt; g.

de extra zelfstandige woonruimte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van nabij gelegen (agrarische) bedrijven.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

67

Artikel 9 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, voor zover daaraan behoefte bestaat en zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt, de ligging van grenzen van bestemmings- en bebouwingsvlakken en aanduidingen te wijzigen zodanig, dat: a. de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot, en b. geen van de grenzen met meer dan 10 m wordt verschoven, c. als voorwaarde geldt dat de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor aanwezige natuurwaarden, voor zover deze in het bestemmingsplan Buitengebied 2009 op de ontwikkelingskaart zijn aangegeven met een "groene contour".

68

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Artikel 10

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.2 Afwijkingsregel Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde in lid 10.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1 met maximaal 10%. 10.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 10.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

10.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 10.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

69

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185.

70

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

Bijlagen bij regels

Adviesbureau Haver Droeze BNT

71

Bijlage 1

72

Maatregelen ruimtelijke kwaliteitsverbetering

bestemmingsplan Bp Buitengebied 2009, Herziening Hessenweg 185 (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4087/documents/46726