Bijlage II - Was-wordt tabel + toelichting.pdf
Tekst van het document
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van
Tekstueel / verbetering Lid 1: de situatie waarbij incidenteel een paar uur gecrost wordt met brommers, wat louter recreatief is en niet ter voorbereiding op wedstrijden, viel zonder deze toevoeging vanuit de VNG niet onder dit artikel. Door deze toevoeging kan worden opgetreden tegen (geluids)overlast. Lid 2: geen terreinen aangewezen. Lid 3: standaard model VNG.
76
milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
TOELICHTING
Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing
Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen, met uitzondering van de daartoe aangewezen plaatsen; c. plaatsen behorend tot andermans eigendom zonder toestemming van de rechthebbende; d. overige, door het college aan te wijzen plaatsen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 4. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Tekstueel / verbetering Advies om iets uit te breiden om bepaalde situaties te kunnen ondervangen.
77
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Bestaande tekst
Nieuwe tekst
TOELICHTING
Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van tweede categorie. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, en 4:11, tweede lid. 2. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de volgende artikelen: a. 2:10, vijfde lid juncto eerste lid; b. 2:11, tweede lid; c. 2:12, eerste lid; en d. 4:11, tweede lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Tekstueel / verbetering Verbeteren van de leesbaarheid conform model VNG.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: - de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede ieder, voor zover het betreft zaken die aan zijn toezicht zijn toevertrouwd; - de Koninklijke marechaussee, indien zij belast zijn met een politietaak zoals genoemd in artikel 4 van de Politiewet 2012;
TOELICHTING
Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast ambtenaren van: - de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede ieder, voor zover het betreft zaken die aan zijn toezicht zijn toevertrouwd; - de Koninklijke marechaussee, indien zij belast zijn met een politietaak zoals genoemd in artikel 4 van de Politiewet 2012;
Tekstueel / verbetering Tekstuele verbetering vanuit de VNG voor betere leesbaarheid.
78
- de buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente Leusden. 2. Verder zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college of de burgemeester aan te wijzen personen.
- de buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente Leusden. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
TOELICHTING
Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 25 september 2025.
Datum raadsvergadering.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Leusden 2025.
TOELICHTING
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Leusden 2023.
Nieuwe citeertitel.
79