CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Was-wordt tabel + toelichting.pdf

BOB-avond beeld- en oordeelsvormende sessies 18 september 2025, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2: RV Algemene Plaatselijke Verordening 2025 - Oordeelsvormend - 20:00 - 21:0029.698 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een 50

gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:10 Sekswinkels (vervallen)

Artikel 3:9 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid en in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan alle genoemde vereisten voldoet.

Tekstueel / verbetering Advies is om model-conform op te nemen. Wanneer geen ruimte is voor actieve controle bestaat een meldingsplicht om te controleren of de situatie nog in overeenstemming is met de vergunning en regelgeving. Zo houden we desondanks meer grip op wat er gebeurt binnen de branche.

Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:12 Beslistermijn 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.

Artikel 3:11 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 24.00 en 06.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een seksrichting tussen 24.30 en

Praktijk en wet- en regelgeving Er is aansluiting gezocht bij de openbare inrichtingen (horeca, casino’s e.d.). Deze sluitingstijden zijn gevolgd. In de vergunning kan worden afgeweken van deze tijden waardoor alsnog maatwerk kan worden geleverd.

51

05.30 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.

Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:13 Weigeringsgronden 1. Een vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het geldende omgevingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van: a. de openbare orde; b. het voorkomen of beperken van overlast; c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. de veiligheid van personen of goederen; e. de verkeersvrijheid of -veiligheid; f. de gezondheid of zedelijkheid; of

Artikel 3:12 Adverteren [vervallen]

Tekstueel / verbetering 3:13 oud: weigeringsgronden zijn opgenomen in artikel 3:7. Daarom hier verwijderd. Het ‘adverteren’ is een nieuwe definitie binnen dit hoofdstuk. Dus belangrijk om de regels daaraan te koppelen en het VNG model te koppelen. Wel wordt geadviseerd om dit in het beleid op te nemen en niet in de APV (alleen noodzakelijke voorwaarden in APV en randzaken in beleid, zo behoud je een slanke en leesbare APV).

52

g. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.

Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 3:13 Leeftijd en verblijfstitel prostituees 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.

Wet- en regelgeving Voor bescherming van de prostituee is dit een belangrijke bepaling. Dit is dan ook de reden waarom deze wordt opgenomen in APV en niet in beleid. Advies is om model conform op te nemen

Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:15 Wijziging beheer 1. Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige

Artikel 3:14 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. Het college kan nadere voorwaarden stellen

Tekstueel / verbetering Toevoeging vanuit het VNG model. Er is hier echter een beperktere versie opgenomen (enkel de onderwerpen die opgenomen moeten worden in een bedrijfsplan). Alle overige randvoorwaarden die hierbij horen zullen worden opgenomen in beleid. Daarvoor is lid 2 toegevoegd.

53

toepassing. 3. In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

aan het bedrijfsplan.

Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:16 Overgangsbepaling (vervallen)

Artikel 3:15 Minimale verhuurperiode werkruimte Een werkruimte wordt bij aanvang van het huren voor ten minste 4 aaneengesloten weken verhuurd.

Praktijk Dit ziet op de ruimtes die aan de prostituees worden verhuurd binnen een inrichting. Er kan een minimum worden vastgelegd zodat er niet een dagelijkse wisseling plaatsvindt en je grip houdt op de situatie. Het artikel is een optionele vanuit de VNG. Hoeft dus niet opgenomen te worden. Veel gemeentes hebben ervoor gekozen dit artikel niet op te nemen. Desondanks zou het advies zijn om het voor Leusden wél te doen en het minimum van vier weken aan te houden. Korte verhuurperiodes kunnen toezicht bemoeilijken en worden soms gebruikt als tactiek bij mensenhandel. Door een minima toe te voegen van vier weken (ook al lijkt dit vrij kort), wordt er een langere verhuurtermijn afgedwongen. Wanneer geen minimum wordt opgenomen, dan is het immers mogelijk om ook voor een dag te huren waardoor toezicht houden bijna onmogelijk wordt gemaakt. 54

Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:17

Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e.

onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan

Tekstueel / verbetering Toevoeging VNG.

55

wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.

Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:19

Artikel 3:17 Straatprostitutie 1. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie.

Tekstueel / verbetering en Praktijk Advies is om dit artikel model conform over te nemen. Vanuit veiligheid is straatprostitutie niet wenselijk.

Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:20

Artikel 3:18 Handhaving straatprostitutie 1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19 van deze verordening, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

Praktijk Wenselijk om op te nemen om direct te kunnen ingrijpen bij overlast. Straatprostitutie wordt in 3:17 verboden. Nu zijn er direct handvatten om te handelen waar nodig om zo overlast te voorkomen en de veiligheid en het leefklimaat te waarborgen.

56

Afdeling 4. Overige bepalingen Bestaande tekst APV Leusden

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 3:21

Artikel 3:19 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.

Praktijk Vanuit veiligheidsoogpunt wenselijk om op te nemen om ook een verbodsbepaling voor de klanten op te nemen om veiligheid beter te waarborgen. Nogmaals, er gelden verboden voor alle partijen wat betreft dit onderwerp: exploitant, beheerder, prostituee en klanten.

Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit

Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Omgevingswet (Ogw): de voormalige Wet Milieubeheer is grotendeels in de Omgevingswet opgegaan. De Omgevingswet is de wet die alles regelt voor de ruimte waarin we wonen en werken: de leefomgeving. - Omgevingsplan (Ogp): een omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft vanaf 1 jan 2024 een Omgevingsplan van rechtswege. - collectieve festiviteit: collectieve festiviteiten

Wet- en regelgeving Algemeen: de definitie ‘inrichting’ wordt niet meer gebruikt. Ook is het Activiteitenbesluit niet meer van toepassing. Verschillende definities zijn komen te vervallen dan wel vervangen voor andere definities. Ook zijn verwijzingen nu anders. Dit hoofdstuk is op dit punt aangepast. [De RUD heeft geadviseerd ten opzichte van de verwijderde en nieuwe definities] De Omgevingswet (Ow) bepaalt dat de 57

milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

zijn evenementen die binnen een gemeente gezamenlijk worden gevierd. Deze worden niet door een individuele organisatie of bedrijf georganiseerd en zijn voor alle inwoners toegankelijk. De gemeente bepaalt welke dagen als collectieve festiviteiten worden aangemerkt. - geluidgevoelig gebouw: geluidgevoelig gebouw (woningen) als bedoeld in artikel 3.20 Besluit kwaliteit leefomgeving. - houder van een bedrijf: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een bedrijf drijft. - incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal bedrijven. - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

gemeente één omgevingsplan vaststelt voor het gehele grondgebied van de gemeente.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 217a, 219, 219a, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148 eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De standaardwaarden bedoeld in artikel 22.63 van het Omgevingsplan Leusden en artikel 4:5 van de APV gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in paragraaf 22.3.22 artikel 22.239, eerste lid van het Omgevingsplan Leusden gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste

Wet- en regelgeving Lid 1: er wordt momenteel niets aangewezen. Conform de Geluidnota 2024 7.6 Collectieve festiviteiten kan de gemeente collectieve festiviteiten aanwijzen. Vooralsnog heeft de gemeente in de geluidnota staan dat hieronder wordt verstaan: Koningsdag, Bevrijdingsdag, Carnaval en Oud & Nieuw. Deze moeten dan wel door het college jaarlijks worden aangewezen.

Op dit moment heeft de gemeente Leusden al een Omgevingsplan deze bestaat uit een tijdelijk en nieuwe deel. De APV is op dit moment nog niet Omgevingswet-proof, maar we hebben nog tot 2031 om dit te realiseren en zijn hier druk mee bezig. Artikelen die uiteindelijk moeten worden overgeheveld naar het Omgevingsplan zijn geïnventariseerd en wanneer het Omgevingsplan klaar is zal de APV op dat punt opnieuw moeten worden gewijzigd.

De geluidregels voor collectieve en incidentele en andere festiviteiten vallen onder Artikel 22.73 Geluid festiviteiten Omgevingsplan

58

3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Bij de aangewezen collectieve festiviteiten mag (tussen 07:00 en 24:00 uur) het equivalente geluidsniveau, met een middelingstijd van 1 minuut gemeten in de meterstand Fast, veroorzaakt door de inrichting, op de gevel(s) van geluidgevoelige gebouwen of op 50 meter afstand van de erfgrens van de inrichting, indien er geen woning binnen genoemde afstand aanwezig is, maximaal LAeq 80 dB(A), LCeq 93(C) en LAmax 95 dB(A) zijn. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. De bedrijfsduurcorrectie wordt buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van elektronisch versterkte muziek hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 217a, 2.19, 219a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk om 24.00 uur beëindigd.

en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de gemeente. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidniveau LAeq en LCeq veroorzaakt door muziekgeluid tijdens een collectieve festiviteit mag niet meer dan 80 dB(A) en 93 dB(C) bedragen, gemeten (met een middelingstijd van 1 minuut in de meterstand Fast) op de gevel van een gevoelige gebouw op een hoogte van 1,5/5 meter of op 50 meter afstand van de locatie, indien er geen geluidgevoelige gebouw binnen de genoemde afstand aanwezig is. 7. De geluidwaarden, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de standaardwaarden, zoals bedoeld in de artikel 22.63 van het Omgevingsplan van Leusden en artikel 4:5 van de APV, uiterlijk om 24.00 uur beëindigd. 9. Bij de beoordeling van muziekgeluid wordt er bij collectieve festiviteiten geen straffactor/bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid toegepast.

Leusden. Dat dit in de verordening wordt geregeld zal ook bij de vernieuwde Omgevingsplan zo blijven.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de

Tekstueel / verbetering en Wet- en regelgeving Tekstuele verbeteringen VNG.

Lid 9: stond eerst in 4:3.

59

geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 217a, 2.19, 219a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele activiteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.

Bij een incidentele festiviteit mag het equivalent geluidsniveau, veroorzaakt door de inrichting op de gevels van geluidgevoelige gebouwen voor de dagperiode maximaal 20 dB(A), voor de avondperiode maximaal 25 dB(A) en voor de nachtperiode maximaal 30 dB(A) hoger zijn ten opzichte van de geluidvoorschriften in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De volgende geluidnormen gelden: Festiviteit binnen gebouw van een inrichting Festiviteit op het terrein van de inrichting

geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 6 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6.

Bij een incidentele festiviteit mag het equivalente geluidniveau LAeq en LCeq veroorzaakt door muziekgeluid vanuit een bedrijf niet meer dan 70 dB(A) en 83 dB(C) of 80 dB(A) en 93 dB(C) bedragen, gemeten (met een middelingstijd van 1 minuut in de meterstand Fast) op de gevel van gevoelige gebouw op een hoogte van 1,5/5 meter, of op 50 meter afstand van de erfgrens van de bedrijfslocatie, indien er geen woning binnen de genoemde afstand aanwezig is. Bij een bedrijf met in- aanpandig

Aanpassingen conform Omgevingsgplan / Activiteitenbesluit / Geluidnota.

60

7. Bij de beoordeling van muziekgeluiden als bedoeld in het zesde lid wordt er geen straffactor (10dB(A)) voor muziekgeluid en geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. Stemgeluiden worden conform de milieuregelgeving buiten beschouwing gehouden. 8. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in een gebouw blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 9. In de buitenruimte van de inrichting mogen tijdens incidentele festiviteiten muzikale activiteiten worden gehouden, mits: - de dichtstbijzijnde woningen ten opzichte van de erfgrens van de inrichting, of de opstelling van de muziekbron op het terrein van de inrichting, op minimaal 50 meter afstand liggen; en - incidentele festiviteit plaatsvindt in de dagen/of avondperiode (tussen 7.00 en 23.00 uur).

geluidgevoelige bestemmingen mag het equivalente geluidsniveau LAeq en LCeq veroorzaakt door het bedrijf niet meer dan 55 dB(A) en 68 dB(C) in de in- en aanpandige geluidgevoelige bestemmingen bedragen. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de standaardwaarde , bedoeld in de artikelen 22.63 van het Omgevingsplan van Leusden en artikel 4:5 van de APV, worden de eindtijden gehanteerd conform de geluidnota van Leusden. 9. De geluidwaarden, bedoeld in het zesde lid, geldt in principe voor muziekgeluiden die in het bedrijfsgebouw worden geproduceerd en niet voor de buitenruimte. Wanneer de buitenruimte gunstig gelegen is ten opzichte van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw, kan het gebruik daarvan maximaal twee keer per kalenderjaar worden toegestaan. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:5 Onversterkte muziek Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18 eerste lid onder f, en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen

Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek binnen een bedrijfsgebouw gelden de standaardwaarden zoals bedoeld in de artikel 22.63 van het Omgevingsplan van Leusden (zie tabel 2), met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet

Wet- en regelgeving Aanpassingen conform Omgevingsgplan / Activiteitenbesluit / Geluidnota.

61

in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; 2. Tabel 07.00- 19.00- 23.0019.00 23.00 07.00 uur uur uur LAeq met een middelingstijd van 1 min gemeten in de meterstand Fast, muziekgeluiden veroorzaakt door de inrichting op de gevel(s) 50 45 40 van geluidgevoelige dB(A) dB(A) dB(A) gebouwen of op 50 meter afstand van de erfgrens van inrichting, indien er geen woning binnen genoemde afstand aanwezig is.

gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. bij het toetsen aan de standaardwaarden wordt er geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. c. Bij het toetsen van muziekgeluid wordt er 10 dB(A) op het gemeten geluidniveau opgesteld. d. LAeq wordt gemeten met een middelingstijd van 1 min in de meterstand Fast. Muziekgeluiden veroorzaakt door een bedrijf worden op de gevel(s) van geluidgevoelige gebouwen getoetst of op 50 meter afstand van de erfgrens van het bedrijf, indien er geen woning binnen de genoemde afstand aanwezig is. 2. Tabel 07.0019.00 uur

19.0023.00 uur

23.0007.00 uur

LAr.LT op de gevel van gevoelige 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) gebouwen LAmax in in- en aanpandige 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) gevoelige gebouwen 3. Voor de duur van 2 x 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een

62

07.00- 19.00- 23.0019.00 23.00 07.00 uur uur uur LAmax met muziekgeluiden veroorzaakt door de inrichting op de gevel(s) van geluidgevoelige 70 65 60 gebouwen of op 50 meter dB(A) dB(A) dB(A) afstand van de erfgrens van inrichting, indien er geenwoning binnen genoemde afstand aanwezig is. LAeq met een middelingstijd van 1 min gemeten in de meterstand Fast, 35 30 25 muziekgeluiden dB(A) dB(A) dB(A) veroorzaakt door de inrichting in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. LAmax met muziekgeluiden veroorzaakt door de 55 50 45 inrichting in in- en dB(A) dB(A) dB(A) aanpandige gevoelige gebouwen. 3. Voor de duur van 2 x 4 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als

inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.

63

versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:5c (vervallen)

Artikel 4:5c Geluidhinder door dieren Degene die buiten een inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:5d (vervallen)

Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.

Praktijk Idem zoals artikel hierboven.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:5e (vervallen)

Artikel 4:5e Geluidhinder door vrachtauto’s 1. Het is verboden buiten een inrichting een vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het

Praktijk Idem.

TOELICHTING Praktijk Er is onderzocht of dit artikel noodzakelijk kan worden geacht binnen Leusden. Over de afgelopen jaren zijn er meerdere meldingen binnengekomen. Volgens de BOA’s waren dit allen terechte meldingen waar vervolgens niets mee kon worden gedaan, omdat de grondslag ontbrak. Daarom advies om model conform op te nemen.

64

verbod.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:6a Mosquito 1. Onder mosquito wordt verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats. 2. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. 3. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. 4. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.

Artikel 4:6a Mosquito 1. Onder mosquito wordt verstaan een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken. 2. In afwijking van artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats. 3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. 4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. 5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.

Tekstueel / verbetering Tekstuele verbetering VNG.

Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de

Tekstueel / verbetering Tekstuele verbetering VNG.

65

rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: natuur en landschap; of een stadsgezicht.

rechthebbende op een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; of b. een stadsgezicht.

66

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Tekstueel / verbetering Lid 5: toevoeging vanuit de VNG.

67

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen en parkeren reclamevoertuigen 1. Het is verboden op een weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het voertuig te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 3. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen en parkeren reclamevoertuigen 1. Het is verboden op een weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het voertuig te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Tekstueel / VNG Toevoeging VNG.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:4 Defecte voertuigen (vervallen)

Artikel 5:4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig, waarmee als gevolg van gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben.

Praktijk Wenselijk vanuit RO/IBOR om dit artikel op te nemen. Advies is om dit ook te doen. Op deze wijze kan hierop gehandhaafd worden.

68

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op zeven achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie wordt gebruikt of een voertuig dat voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Praktijk Lid 1 sub a: wenselijk vanuit RO/IBOR om terug te brengen naar drie dagen vanwege (veel) overlast. Drie dagen is ook conform VNG model In de praktijk blijkt dat men een kampeervoertuig eens elke 7 dagen verplaatst om onder deze bepaling uit te komen. Met het terugbrengen naar 3 dagen wordt gehoopt dat dit voorkomen wordt en men het ‘teveel moeite’ vindt, waardoor de regels wel worden nageleefd. In de praktijk staan ze uiteindelijk ook een stuk langer, omdat voor het handhaven de termijn verstreken moet worden, er moet worden geconstateerd en vervolgens moet dan nog gehandhaafd worden.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een weg gelegen binnen de bebouwde kom. 2. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op:

Tekstueel / verbetering Tekstuele verbetering vanuit RO/IBOR oogpunt. ‘Versimpelen’ van het artikel. Lid 1 en 2 zijn nu ‘samengevoegd’ door het verbod te betrekken op de gehele binnen de bebouwde kom. Daarbij lid 2 sub b met twee uur uitgebreid.

Drie dagen is ook conform het VNG model.

69

2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan zeven achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

a. campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden; b. werkdagen van maandag tot en met zaterdag, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur; c. door het college aangewezen wegen binnen de bebouwde kom. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 5:10 (vervallen)

Artikel 5:10 Parkeren anders dan op rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van het bestuursorgaan of openbaar lichaam.

TOELICHTING Tekstueel / verbetering en Wet- en regelgeving Wijziging vanuit VNG (wijziging 2022). Het CVOM en het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat een dergelijke bepaling in strijd is met hogere regelgeving (artikel 10 RVV 1990). In dit kader is feitelijke handhaving/strafbaarstelling niet mogelijk. Het artikel is daarmee een ‘’dode letter’’. Vanuit VNG is die dan ook op vervallen gezet.

70

Advies is daarom om het artikel op vervallen te zetten.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

Artikel 5:12 Overlast van fiets(enwrakk)en of bromfietsen 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college ter voorkoming van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, fietsen of bromfietsen langer dan 28 dagen onbeheerd en ongebruikt binnen de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 3. Het is verboden een fietswrak op of aan de weg te plaatsen of te hebben. 4. Onder een fietswrak als bedoeld in het derde lid wordt verstaan een fiets of gedeelten daarvan die: a. in onvoldoende staat van onderhoud verkeert, b. in verwaarloosde toestand verkeert, en c. een geringe economische waarde heeft. 5. Het college kan nadere regels stellen over het plaatsen en laten staan van fiets(enwrakk)en en bromfietsen.

Praktijk Tijdens het handhaven door de BOA’s is meerdere malen gebleken dat onvoldoende geregeld was ten opzichte van het al dan niet mogen wegslepen van fietsen, bromfietsen, fietswrakken en weesfietsen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:12A Overlast van fietswrakken 1. Het is verboden een fietswrak op of aan de

Artikel 5:12A

Tekstueel / verbetering Meegenomen in artikel 5:12.

Voor de leesbaarheid zijn de artikelen 5:12 (fietsen en bromfietsen) en artikel 5:12A (fietswrakken) samengevoegd. Lid 2: er is een termijn toegevoegd van hoelang de (brom)fiets onafgebroken mag blijven staan op een plek waar deze wél mag worden gestald. Momenteel bestaat hiervoor binnen Leusden namelijk nog geen vastgelegde termijn. N.B.: het is belangrijk dat ook gekeken wordt naar de aanwijzingen ten opzichte van de plaatsen waar het verbod uit lid 1 geldt. Op dit moment is namelijk enkel winkelcentra aangewezen, terwijl ook bushaltes en appartementencomplexen (buiten winkelcentra) probleemplekken blijken te zijn. Op deze locaties is het nu moeilijk te handhaven. Tenslotte wordt aangeraden beleid te maken voor de handelswijze van het wegslepen. Daarom lid 5 toegevoegd.

71

weg te plaatsen of te hebben. 2. Onder een fietswrak als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een fiets of gedeelten daarvan die: a. in onvoldoende staat van onderhoud verkeert, b. in verwaarloosde toestand verkeert, en c. een geringe economische waarde heeft.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:12B Verblijven in en rond vrachtwagens en campers e.d. Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg in of rond een vrachtwagen, een camper, kampeerwagen of een dergelijk voertuig te verblijven met het kennelijke doel ter plaatse de nacht door te brengen.

Artikel 5:12A Verblijven in en rond vrachtwagens en campers e.d. 1. Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg in of rond een vrachtwagen, een camper, kampeerwagen of een dergelijk voertuig te verblijven met het kennelijke doel ter plaatse de nacht door te brengen. 2. Onder het in lid 1 genoemde ‘op de weg’ wordt tevens verstaan: a. parkeerplaatsen; en b. parkeergarages.

Tekstueel / verbetering Vanuit de gemeente zijn signalen ontvangen dat de lezer van de APV niet standaard begrijpt dat met ‘op de weg’ ook parkeerplekken worden bedoeld, aldus RO/IBOR. Daarom is om verduidelijking gevraagd.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het bij het aanvaarden van geld of goederen bij het

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van

Tekstueel / verbetering Lid 3 sub c: wordt momenteel niet aangewezen. Aanwijzingsbesluit zal mits gewenst hierop moeten worden aangepast.

Afdeling 2. Collecteren

Lid 3 sub c is vanuit de VNG ook een ‘keuze’ voor de gemeente.

72

aanbieden van diensten of goederen waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorwaarden plaatsvindt; c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of c. door een andere, door het college aangewezen instelling. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 3. Venten Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van

Artikel 5:14 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van

Tekstueel / verbetering Correctie van de VNG: nu juiste verwijzing naar de Gemeentewet.

73

diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22; c. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Afdeling 4. Standplaatsen Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Tekstueel / verbetering Correctie VNG met juiste verwijzing naar de Gemeentewet.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan

Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan

Praktijk RO/IBOR: ‘’5:18 er worden ook wel standplaatsen aangevraagd op openbare parkeervoorzieningen. Dit willen we eigenlijk niet omdat de parkeercapaciteit schaars is (uitgezonderd een keer een markt of braderie).’’ APV/Bijz. Wetten: ‘’Op zich vind ik het geheel uitbannen van standplaatsen op 74

redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; of c. in het belang van de verkeersvrijheid of schaarse parkeercapaciteit. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

parkeerplaatsen wel ver gaan. Vele standplaatsen staan er maar een enkele dag, dus overlast zal altijd wel beperkt zijn. Er zijn in Leusden ook weinig standplaatsen die een pplaats innemen, of incidentele standplaatsen die op een p-plaats willen staan. Bij standplaatsen die er langer staan, en op een pplaats staan, kunnen we beargumenteren waarom het niet gewenst is. Wellicht is het wel handig als hier dan een duidelijke weigeringsgrond voor is (obv verkeer of parkeercapaciteit).’’ Dit is opgelost door middel van het toevoegen van lid 3 sub c. Opname is in overeenstemming met wensen APV en RO/IBOR.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Tekstueel / verbetering Redactionele verbetering VNG.

Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen (vervallen)

Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een

Praktijk Wenselijk om op te nemen om te kunnen handhaven daar waar het onmogelijk wordt 75

Bestaande tekst

ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

gemaakt om de reddingsmiddelen voor diens doel te gebruiken.

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:30 Verbod beklimmen van bruggen en springen in water 1. Het is verboden op bruggen en andere waterstaatwerken, die in beheer, eigendom of bedieningsverantwoordelijkheid van het college zijn, te klimmen dan wel om hiervan af te springen in openbaar water. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar dit verbod niet van toepassing is. 3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.

Praktijk In het kader van veiligheid en mogelijkheid tot handhaven wenselijk om op te nemen. Voorzie in dit kader ook eventuele aansprakelijkheid van en risico’s voor de gemeente wanneer er iets mis gaat.

Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Bestaande tekst

Nieuwe tekst

TOELICHTING

Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/4086/documents/46917