Bijlage 4 Verkenning prioriteitstellingdiscussie 110321 Def.pdf
Tekst van het document
5.2 Sportaccomodaties
Lasten
Baten
Saldo
Lasten per inwoner
Netto per inwoner
Doorbelasting
Leusden
€ 2.168
€ 762
-€ 1.406
€ 72
€ 47
35%
Gemi d. Ref. Gem.
€ 1.648
€ 467
-€ 1.181
€ 56
€ 40
28%
Aalsmeer (32k)
€ 1.401
€ 1.432
€ 31
€ 44
-€ 1
102%
€ 863
€ 139
-€ 724
€ 31
€ 26
16%
€ 1.143
€ 138
-€ 1.005
€ 37
€ 32
12%
€ 968
€ 124
-€ 844
€ 39
€ 34
13%
Beuningen (26k inw)
€ 1.271
€ 261
-€ 1.010
€ 49
€ 39
21%
Albrandswaard (25k inw)
€ 1.621
€ 408
-€ 1.213
€ 65
€ 49
25%
IJsselsteijn (34k inw)
€ 2.670
€ 657
-€ 2.013
€ 79
€ 59
25%
Bodegraven (34k)
€ 3.243
€ 575
-€ 2.668
€ 95
€ 78
18%
Nunspeet (27k inw) Hendrik Ido Ambacht (31k inw) Putten (25k inw)
Tabel 3.4.1 uitgaven aan taakveld Sportaccommodaties Leusden en referentiegemeenten
Binnen de begrote lasten van 2,1 miljoen wordt 1,4 miljoen besteed aan afschrijvingen en onderhoud. In de afgelopen jaren zijn deze toegenomen door nieuwe investeringsobjecten, zoals 2e sporthal Burg. Buiningpark, diverse kunstgrasvelden en de renovatie van zwembad de Octopus.
Het zwembad vormt een groot onderdeel van dit taakveld. In onderstaande tabel worden lasten en baten gescheiden De subsidie is onderdeel van de lasten en is gelijk aan de huur. Bij de primitieve begroting 2020 was dit € 75.000. Zowel de hoogte van de huur als de subsidie zijn in 2020 om fiscale redenen gewijzigd in € 677.000. Voor het saldo op dit taakveld maakt dat niets uit
5.2 Sportaccomodaties Zwemba d
Lasten
Baten
Saldo taakveld
€ 677
€ 75
-€ 602
Overige s porta ccomoda ties
€ 1.491
€ 687
-€ 804
Leusden
€ 2.168
€ 762
-€ 1.406
Tabel 3.4.2 Verdeling uitgaven zwembad en overige sportaccommodaties
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 29
Knelpunt De kosten worden momenteel positief beïnvloed, doordat sporthal De Korf nagenoeg geen afschrijvingskosten meer heeft. Dit vormt ook meteen een knelpunt voor de toekomst. Voor de vervanging van sporthal/MFC De Korf zijn momenteel geen financiële middelen beschikbaar binnen de exploitatie. Op basis van eerder inschattingen en planvorming vraagt nieuwbouw of renovatie om een investering van ten minste € 4.000.000. Dit leidt tot een extra begrotingsbeslag van te minste ca. € 180.000 per jaar. Een netto toename van € 6 per inwoner.
Beinvloedbaarheid Dit taakveld bestaat grotendeels uit autonoom beleid wat beïnvloedbaar is. Echter zijn er ook langdurig meerjarige verplichtingen en afschrijvingen. Daarnaast is ook sprake van een wettelijke plicht om scholen gymlocaties aan te bieden, via het onderwijshuisvestingsbudget. Locaties voor bewegingsonderwijs en breedtesport worden in de praktijk veelal gecombineerd. Dit betekent dat vermindering van middelen beperkt mogelijk is. De invloed zit vooral in het toe- of af laten nemen van het aantal gebouwen en terreinen. En het anderzijds verhogen van opbrengsten of het verlagen van subsidies. Dit laatste is sneller te realiseren dan mutaties in aantallen accommodaties.
Potentiele ombuigingen
Verhogen opbrengsten:
Ombuiging: verhogen huur binnen- en buitensportaccommodaties (eventueel in combinatie met meer para-commerciële horeca € 156.000) Een verhoging van de kostendekkingsgraad van de huur voor binnensport met 20% (van 60% naar totaal 80%) levert een extra huurinkomst op van € 87.500. Verhoging van de huur buitensport 20% levert een extra huurinkomst op van € 68.500 Deze lastenverzwaring treft vooral sportverenigingen en kan resulteren in hogere kosten van het lidmaatschap van sportverenigingen en hiermee een kans op afname van deelname aan georganiseerde breedtesport. Dat kan negatieve effecten hebben op de beleidsdoelstellingen sociaal domein m.b.t. gezondheid, meedoen, saamhorigheid. Om het nadelige financiële effect te verminderen kan overwogen worden sportverenigingen meer mogelijkheden te bieden hun inkomsten te verhogen, bijvoorbeeld door ruimhartiger om te gaan met para-commerciële horeca. Dat kan in potentie weer negatieve impact hebben op de reguliere horeca. Scholen vallen buiten deze maatregel; als gemeente zijn we verplicht de scholen om niet te voorzien van ruimte voor bewegingsonderwijs (speellokalen en/of gymzalen).
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 30
Ombuiging: Subsidie zwembad verlagen i.c.m. toestaan verhogen tarief entree € 140.000
Bij een vergelijk met twee andere vergelijkbare zwembaden ontstaat de indruk dat er mogelijkheden zijn om tot een lagere subsidie te komen.
Tabel 3.4.3 vergelijking Subsidiebijdrage Leusden en twee regionale zwembaden
1.
Tariefsverhoging
De subsidie kan worden verlaagd wanneer de inkomsten van het zwembad toenemen, bijvoorbeeld met een tariefsverhoging. Een tariefsverhoging van € 0,50 per ticket kan ‘gemiddeld genomen’ bij 280.000 bezoekers structureel € 140.000 opbrengen. In 2019 bedroeg het aantal bezoekers 274.200. Dit vraagt nog nader onderzoek.
Verminderen accommodaties:
Ombuiging: Sporthal/MFC de Korf niet vervangen en locatie herontwikkelen
Hiermee wordt een toekomstig financieel knelpunt weggenomen van circa € 180.000 structureel (op basis van eerdere berekeningen). Voor onderhoud en exploitatie valt netto nauwelijks een bedrag vrij, omdat de huurinkomsten ook wegvallen. Er ontstaat een ontwikkellocatie op de achterblijvende grond, maar ook de noodzaak om op deze of andere locatie een (kleinere) gymzaal te realiseren, welke bekostigd wordt vanuit onderwijshuisvesting. Tevens zullen nadere besluiten over de toekomst van theater de tuin en de horeca genomen moeten worden. De sporthalbezetting en de vraag zullen in dit scenario beter op elkaar af gestemd moeten worden. Er ontstaat t.o.v. de huidige situatie meer krapte voor breedtesport. Vervolgonderzoek is nodig naar veroorzaakte krapte voor de breedtesport nu en in de toekomst Mede omdat er is een dalende trend in deelname is aan georganiseerde sport. Anderzijds kan Leusden nog gaan groeien in inwoneraantal, waardoor dit effect mogelijk wordt verminderd.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 31
Ombuiging: Sluiten van het zwembad, max € 427.000
De jaarlijkse subsidie van € 677.000 valt structureel vrij. De totale kosten zijn gelijk aan de subsidie. Binnen de kosten vindt echter een reservemutatie plaats van € 175.000, wat in de huidige exploitatie een voordeel is. Door het sluiten van het Zwembad vervalt dit ‘voordeel’ in de begroting, waardoor het netto structureel effect in de begroting € 427.000 wordt. Doordat deze reservemutatie niet meer plaatsvindt bij sluiting, blijft er nog € 3,2 miljoen achter in de reserve kapitaallasten wat voor toekomstige kosten van het zwembad was gereserveerd. Dit bedrag is nodig om de boekwaarde van het zwembad, zijnde € 5,0 miljoen, af te boeken. Hierdoor resteert er bij sluiting nog een eenmalige restafboeking van € 1,8 miljoen. De contractuele ontbinding met SRO kan ook financiële gevolgen met zich meebrengen. Zo ook de ontmanteling van het zwembad zelf. Herontwikkeling lijkt vooralsnog lastig, omdat de grond buiten de rode contour ligt. De maatschappelijke impact van dit besluit is waarschijnlijk groot. Inwoners en verenigingen moeten uitwijken naar zwembaden in de nabije omgeving. De beleidsmatige impact op doelen en ambities kan echter niet worden vastgesteld, omdat Leusden geen zwembeleid heeft.
Lopende onderzoeken Motie Zwembad; evaluatie exploitatie
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 32
3.5 Openbaar groen Het taakveld openbaar groen heeft betrekking op het groenonderhoud, waterbeheer, speeltoestellen, wandel- en klompenpaden, en overige openlucht recreatie. De baten ontstaan via verkoop van stukjes snippergroen en een doorbelasting naar de afvalstoffenheffing. Uit de tabel komt naar voren dat de referentiegemeenten gemiddeld netto € 92 per inwoner besteden aan openbaar groen en dat Leusden een stuk lager zit met € 69 per inwoner. Leusden zit hiermee in de top 2 van gemeente met de laagste uitgaven voor openbaar groen
5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Lasten
Baten
Saldo
Netto lasten per inwoner
Leusden
€ 2.177
€ 109
-€ 2.068
€ 69
Gemi d. Ref. Gem.
€ 2.832
€ 115
-€ 2.717
€ 92
Putten (25k inw)
€ 1.617
€0
-€ 1.617
€ 65
Albrandswaard (25k inw)
€ 2.586
€ 29
-€ 2.557
€ 75
Nunspeet (27k inw)
€ 2.946
€ 679
-€ 2.267
€ 82
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 2.683
€0
-€ 2.683
€ 87
IJsselsteijn (34k inw)
€ 3.060
€ 29
-€ 3.031
€ 89
Beuningen (26k inw)
€ 2.534
€ 19
-€ 2.515
€ 97
Bodegraven (34k)
€ 3.692
€ 82
-€ 3.610
€ 106
Aalsmeer (32k)
€ 3.537
€ 83
-€ 3.454
€ 138
Tabel 3.5.1 uitgaven aan taakveld Openbaar groen Leusden en referentiegemeenten
Beinvloedbaarheid De uitgaven voor groenbeheer zijn beïnvloedbaar en kunnen ook snel worden beïnvloed.
Knelpunt Meer kosten groot onderhoud door recente actualisatie, € 250.000 structureel (Totaal actualisatie € 400.000, waarvan € 150.000 voor taakveld 2.1 verkeer & vervoer) Momenteel wordt het groot onderhoud geactualiseerd. Zie hiervoor ook de toelichting bij verkeer en vervoer, paragraaf 3.2. Uit een eerste doorrekening bij de onderhoudsactualisatie komt naar voren dat de gemeente (binnen taakveld 5.7) jaarlijks meer zou moeten reserveren voor:
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 33
Actualisatie groot onderhoud (deel openbaar groen)
Bedrag
Gemeentel i jke wa terga ngen (ba ggerpl a nni ng)
€ 60
Verva ngi ng groenvoorzi eni ngen
€ 120
Verva ngi ng s peel voorzi eni ngen
€ 70
Totaal taakveld 5.7 openbaar groen
€ 250
Restant actualisatie taakveld 2.1 verkeer & vervoer
€ 150
Totaal actualsatie groot onderhoud
€ 400
Tabel 3.5.2 verdeling kostenstijging door actualisatie groot onderhoud
Nader onderzoek zal nog moeten uitwijzen of- en welke keuzes gemaakt kunnen worden om het voorziene nadelige effect op de gemeentelijke begrotingspositie te voorkomen.
Potentiele ombuigingen Vanuit financieel perspectief nodigt dit taakveld in eerste instantie niet uit tot ombuigingen gezien de lagere uitgaven ten opzichte van de referentiegemeenten. Omgerekend is dit zo’n € 0,7 miljoen per jaar minder.
Ombuiging: Minder wensen bij aanbesteding onderhoud buitenruimte vanaf 2022
Een andere ontwikkeling die binnen dit taakveld speelt is de aanbesteding van het dagelijks onderhoud van de buitenruime. Het nieuwe contract start naar huidig inzichten per januari 2022. Vooruitlopend op dit contract kunnen nog keuzes gemaakt worden, met het oog op besparingen, over de kwaliteit van het verzorgende onderhoud van de buitenruimte, het faciliteren van bewonersparticipatie, inzet van CUP middelen voor het stimuleren van biodiversiteit en klimaatadaptatie en de mate waarin de gemeente wenst te werken met Social Return on investment (SROI) bij de uitvoering van het dagelijkse onderhoud in de buitenruimte.
Lopende onderzoeken Actualisatie meerjarige onderhoudsplanning openbaar groen
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 34
3.6 Burgerzaken Het taakveld “Burgerzaken” heeft grotendeels betrekking op de front- en backoffice en het KCC en staat centraal bij de dienstverlening aan de inwoners. Een globaal vergelijk met de referentie gemeenten laat zien dat Leusden qua lasten de hoogste netto kosten maakt met € 38 per inwoner en hiermee ruim boven het gemiddelde zit van € 22 netto per inwoner. De baten laten een vergelijkbaar beeld zien met de referentiegemeenten.
0.2 Burgerzaken
Lasten
Baten
Saldo
Lasten per inwoner
Netto per inwoner
% baten van lasten
Leusden
€ 1.562
€ 422
-€ 1.140
€ 52
€ 38
27%
Gemi d. Ref. Gem.
€ 1.125
€ 461
-€ 664
€ 38
€ 22
41%
Aalsmeer (32k)
€ 627
€ 366
-€ 261
€ 25
€ 10
58%
Putten (25k inw)
€ 695
€ 365
-€ 330
€ 28
€ 13
53%
Albrandswaard (25k inw)
€ 1.098
€ 398
-€ 700
€ 32
€ 21
36%
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 1.062
€ 419
-€ 643
€ 34
€ 21
39%
Bodegraven (34k)
€ 1.146
€ 359
-€ 787
€ 34
€ 23
31%
Beuningen (26k inw)
€ 1.272
€ 604
-€ 668
€ 49
€ 26
47%
IJsselsteijn (34k inw)
€ 1.566
€ 670
-€ 896
€ 46
€ 26
43%
Nunspeet (27k inw)
€ 1.536
€ 510
-€ 1.026
€ 56
€ 37
33%
Tabel 3.6.1 uitgaven aan taakveld Burgerzaken Leusden en referentiegemeenten
Beinvloedbaarheid De baten zijn nagenoeg niet beïnvloedbaar. De tarieven voor rijbewijzen, paspoorten e.d. zijn reeds maximaal conform de Rijksnorm en de hoeveelheid aanvragen is niet te sturen. De tarieven voor huwelijk kunnen wel omhoog, echter betreft dit een beperkt aantal (jaaromzet € 36.000). Daarnaast kan een hoger tarief ervoor zorgen dat bewoners uitwijken naar andere gemeenten. Ondanks dat de gemeenten niet geheel 1 op 1 te vergelijken zijn, geeft het verschil in kosten van zo’n € 0,45 miljoen t.o.v. het gemiddelde van de referentie gemeenten bij min of meer gelijke baten de indruk dat lasten meer in evenwicht kunnen worden gebracht.
Potentiele ombuigingen De verschillen tussen de gemeenten nodigen uit te onderzoeken hoe andere gemeenten hun dienstverlening organiseren. Om concrete ombuigingen te kunnen voorleggen is nader onderzoek nodig. Momenteel is een visie op dienstverlening onderhanden waarmee dit mogelijk te combineren is.
Lopende onderzoeken “Visie op dienstverlening”.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 35
3.7 Openbare orde en veiligheid Cluster openbare orde en veiligheid Uit de analyse van het cluster Openbare orde en veiligheid komt naar voren dat Leusden zo’n € 0,15 miljoen (-7%) tekort komt op de beschikbare middelen in dit cluster. De referentiegemeenten laten eenzelfde beeld zien, zij komen -10% te kort op dit cluster. Zie hiervoor onderstaande tabel.
Openbare orde en veiligheid
Lasten
Baten
Saldo
Leusden
€ 2.452
€ 17
Gemid. Ref. Gem.
€ 2.576
€ 39
AU 2020
Verschil
% Verschil
-€ 2.435
€ 2.282
-€ 153
-7%
-€ 2.536
€ 2.307
-€ 230
-10%
Tabel 3.7.1 uitgaven aan AU cluster openbare orde en veiligheid Leusden en referentiegemeenten
Dit cluster wordt gekenmerkt door de bijdrage aan de veiligheidsregio en de kosten voor het lokale toezicht, de BOA’s. Het cluster bestaat uit twee taakvelden die hierna worden toegelicht.
Crisisbeheer en brandweer Het taakveld “Crisisbeheer en brandweer” heeft grotendeels betrekking op de bijdrage aan de VRU en (onderhouds)lasten brandweerkazernes. In onderstaande tabel wordt zichtbaar dat de gemiddelde lasten per inwoner met € 58 nagenoeg gelijk zijn aan het gemiddelde van de referentiegemeenten, € 57. 1.1 Crisisbeheer en brandweer
Lasten
Baten
Saldo
Lasten per inwoner
Leusden
€ 1.734
€0
-€ 1.734
€ 58
Gemi d. Ref. Gem.
€ 1.671
€8
-€ 1.663
€ 57
Albrandswaard (25k inw)
€ 1.299
€ 54
-€ 1.245
€ 52
Aalsmeer (32k)
€ 1.336
€0
-€ 1.336
€ 42
Putten (25k inw)
€ 1.344
€1
-€ 1.343
€ 54
IJsselsteijn (34k inw)
€ 1.878
€0
-€ 1.878
€ 55
Beuningen (26k inw)
€ 1.441
€1
-€ 1.440
€ 55
Nunspeet (27k inw)
€ 1.554
€0
-€ 1.554
€ 57
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 2.056
€0
-€ 2.056
€ 66
Bodegraven (34k)
€ 2.460
€ 11
-€ 2.449
€ 72
Tabel 3.7.2 uitgaven aan taakveld Crisisbeheer en brandweer Leusden en referentiegemeenten
Openbare orde en veiligheid Het taakveld “Openbare orde en veiligheid” heeft grotendeels betrekking op de inzet van de BOA’s en kosten dierenbescherming en overige maatregelen openbare orde. In onderstaande tabel wordt zichtbaar dat de gemiddelde lasten per inwoner met € 24 lager liggen dan het gemiddelde van de referentiegemeenten met € 31. Op dit taakveld heeft de gemeente meer invloed. Het aantal BOA’s en de prioriteiten in hun taken kan de gemeente zelf bepalen. Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 36
1.2 Openbare orde en veiligheid
Lasten
Baten
Saldo
Lasten per inwoner
Leusden
€ 718
€ 17
-€ 701
€ 24
Gemi d. Ref. Gem.
€ 905
€ 31
-€ 874
€ 31
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 532
€ 20
-€ 512
€ 17
Beuningen (26k inw)
€ 483
€ 30
-€ 453
€ 19
Albrandswaard (25k inw)
€ 539
€ 41
-€ 498
€ 22
Bodegraven (34k)
€ 875
€ 26
-€ 849
€ 26
Nunspeet (27k inw)
€ 803
€0
-€ 803
€ 29
Putten (25k inw)
€ 807
€ 24
-€ 783
€ 32
Aalsmeer (32k)
€ 1.420
€ 33
-€ 1.387
€ 44
IJsselsteijn (34k inw)
€ 1.778
€ 73
-€ 1.705
€ 52
Tabel 3.7.2 uitgaven aan taakveld Openbare orde en veiligheid Leusden en referentiegemeenten
Potentiele ombuigingen Dit cluster nodigt in eerste instantie niet uit tot ombuigingen. Ondanks het beperkte tekort t.o.v. de inkomsten in het betreffende cluster, liggen de uitgaven geheel in lijn met de referentiegemeenten. Het is wel zo dat de uitgaven aan de gemeenschappelijke regeling de resterende middelen voor de lokale inzet beïnvloed. In die zin kan een toename van de bijdrage aan de VRU de lokale toezichtcapaciteit budgettair onder druk zetten. Invloed op verbonden partijen kan verlopen via een tijdige inbreng voor hun kaderbrief, een zienswijze indienen en desgewenst hierin samenwerken met andere gemeenten.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 37
3.8 Woonlasten Cluster OZB Uit de analyse van het cluster OZB komt naar voren dat Leusden zo’n € 0,6 miljoen netto meer incasseert t.o.v. het gemiddelde van de referentiegemeenten. Zie hiervoor onderstaande tabel. Wanneer we kijken naar de bruto OZB per inwoner zit Leusden met € 240 boven het gemiddelde van de referentiegemeenten € 210 . Gemeente Leusden houdt netto 34% over na de OZB korting in de AU gemeentefonds en zit hiermee redelijk in het midden. Een en ander is afhankelijk van aftrekpost op OZB, die weer afhankelijk is van de WOZ waarden in een gemeenten.
Cluster AU - OZB
Lasten
Baten
Saldo
AU
Netto saldo
%
Bruto OZB Netto OZB per per inwoner inwoner
Leusden
€ 337
€ 7.538
€ 7.201
-€ 4.613
€ 2.588
34%
€ 240
€ 86
Gemi d. Ref. Gem.
€ 357
€ 6.520
€ 6.162
-€ 4.166
€ 1.996
31%
€ 210
€ 68
Putten (25k inw)
€ 457
€ 4.053
€ 3.596
-€ 3.706
-€ 110
-3%
€ 144
-€ 4
Nunspeet (27k inw)
€ 491
€ 4.560
€ 4.069
-€ 3.843
€ 226
5%
€ 148
€8
IJsselsteijn (34k inw)
€ 449
€ 5.036
€ 4.587
-€ 4.117
€ 470
9%
€ 135
€ 14
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 202
€ 5.353
€ 5.151
-€ 3.472
€ 1.679
31%
€ 166
€ 54
Aalsmeer (32k inw)
€ 500
€ 9.739
€ 9.239
-€ 6.192
€ 3.047
31%
€ 289
€ 95
Bodegraven (35k inw)
€ 448
€ 9.171
€ 8.723
-€ 5.300
€ 3.423
37%
€ 257
€ 101
Albrandswaard (25k inw)
€ 12
€ 6.734
€ 6.722
-€ 3.488
€ 3.234
48%
€ 269
€ 129
€ 7.211
-€ 3.211
€ 4.000
53%
€ 277
€ 154
Beuningen (26k inw)
€ 299
€ 7.510
Tabel 3.8.1 inkomsten en korting bij AU cluster OZB Leusden en referentiegemeenten
Aftrekpost op de AU Binnen de AU is sprake van een aftrekpost voor de OZB. Deze wordt berekend op basis van de WOZ waarden in Leusden en vermenigvuldigd met het gemiddelde landelijke rekentarief. De WOZ waarden zijn de enige variabelen die kunnen verschillen tussen de referentiegemeenten. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de WOZ waarden in Leusden hoger zijn dan de gemiddelde WOZ waarden bij de referentie gemeenten. Door de hoge WOZ waarden is de korting op de AU voor gemeente Leusden per saldo € 345.000 (30.000 inwoners * € 11,5) hoger ten opzichte van de referentiegemeenten. Anderzijds incasseert Leusden zo’n € 1,6 miljoen meer op basis van eigen beleid, waarmee dit nadeel ruimschoots wordt opgevangen.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 38
Maatstaf Wa a rde ni et-woni ngen ei gena ren
WOZ waarden % landelijk Haalbare OZB totaal gemiddelde volgens Rijk x € 1.000 € 5.790.865 0,01576%
Factor
€ 912.640
-70%
Restant voor gemeente
Korting AU -€ 638.848
Wa a rde ni et-woni ngen gebrui kers
€ 5.790.865 0,01270%
€ 735.440
-70%
-€ 514.808
Wa a rde woni ngen ei gena ren
€ 46.050.899 0,00939%
€ 4.324.179
-80%
-€ 3.459.344
Totaal berekening rijk
€ 5.972.260
-€ 4.613.000
€ 1.359.260
Voordeel ei gen bel ei d
€ 1.565.740
Werkelijk bruto opbrengst
€ 7.538.000
€ 4.613.000
€ 2.925.000
Kosten uitvoering
-€ 337.000
Netto opbrengst OZB 2020 begroot
€ 2.588.000
Tabel 3.8.2 Berekening korting binnen AU op de OZB, kosten uitvoering en verdeling OZB
Beinvloedbaarheid De OZB is in hoge mate beïnvloedbaar. De gemeenteraad is autonoom bevoegd om de OZB tot boven het landelijk gemiddelde te verhogen. Aan een verhoging is geen limiet gesteld. In Nederland varieert de OZB voor huiseigenaren van € 121 euro in Texel tot € 815 in Bloemendaal. In Leusden bedroeg de OZB voor huishoudens in 2020 gemiddeld € 353 (Bron Coelo).
Potentiele ombuiging Potentiele Ombuiging: het is mogelijk de OZB (onbeperkt) te verhogen
Cluster Riolering & Reiniging De taakvelden riolering en afval zijn kostendekkende systemen. Voor- en nadelen vallen toe aan de gebruikers. Er is wel een relatie met de algemene dienst die werkzaamheden aan deze taakvelden levert, ofwel kosten doorbelast aan riolering en afval. Bijvoorbeeld directe uren en veegkosten.
Cluster AU - Riolering en reiniging
lasten
baten
Saldo
AU
Verschil
Leusden
€ 4.862
€ 5.577
€ 715
-€ 1.126
-€ 411
Gemid. Ref. Gem.
€ 5.175
€ 6.274
€ 1.099
-€ 986
€ 113
Tabel 3.8.3 lasten en baten bij AU cluster Riolering en Reiniging Leusden
Aftrekpost AU op de Riolering & Reiniging In de tabel is zichtbaar dat er sprake is van een korting op de AU binnen het cluster Riolering & Reiniging. Het rijk gaat hierbij uit van een BTW voordeel op de lasten via het BTW compensatiefonds. Dit bedrag wordt gekort binnen de AU. Het bedrag wordt echter niet gebaseerd op de begroting van Leusden, maar op de algemene maatstaven binnen de AU.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 39
Doordat de kosten voor riolering in Leusden zo laag zijn (zie bij 7.2) komt het werkelijke BTWvoordeel niet overeen met de korting van het Rijk en levert dit helaas een nadeel van € 411.000 op. Hierna wordt dieper ingegaan op de twee onderliggende taakvelden.
3.8.1 Riolering
7.2 Riolering
lasten
baten
Gemid. lasten per inwoner
Saldo
Leusden
€ 1.606
€ 1.614
€8
€ 54
Gemi d. Ref. Gem.
€ 2.278
€ 2.808
€ 530
€ 77
Aalsmeer (32k inw)
€ 1.745
€ 2.439
€ 694
€ 55
Nunspeet (27k inw)
€ 1.739
€ 1.892
€ 153
€ 63
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 2.244
€ 2.404
€ 160
€ 72
Putten (25k inw)
€ 1.907
€ 2.197
€ 290
€ 76
IJsselsteijn (34k inw)
€ 2.690
€ 3.104
€ 414
€ 79
Beuningen (26k inw)
€ 2.338
€ 2.481
€ 143
€ 90
Albrandswaard (25k inw)
€ 2.312
€ 3.182
€ 870
€ 92
Bodegraven (35k inw)
€ 3.252
€ 4.768
€ 1.516
€ 93
Tabel 3.8.4 lasten en baten bij taakveld Riolering Leusden
Bij een vergelijk op het taakveld riolering met de referentie gemeenten wordt zichtbaar dat Leusden de laagste kosten voor riolering in rekening brengt. Gemiddeld € 54 per inwoner. Ook is hier een vergelijking één op één niet reëel, maar duidelijk is wel dat Leusden heel laag zit met de rioolheffing. Dit voordeel is in de jaren 70-80 ontstaan toen Leusden snel is gegroeid en de aanleg van de riolering is bekostigd uit de grondexploitaties. Hierdoor heeft Leusden relatief lage kapitaallasten in de begroting. Bij een nadere analyse op rioleringskosten blijkt dat de overheadkosten vanuit de algemene dienst nog niet 100% zijn toegerekend. Hieruit kan een structureel voordeel ontstaan ten gunste van de algemene dienst ofwel het reguliere exploitatiesaldo. Als gevolg van deze toerekening zou de rioolheffing dan wel met € 10 per eenheid toenemen (uitgaande van 13.500 eenheden). Ombuiging: er kan nog € 136.000 overhead worden doorbelast d.m.v. een hogere rioolheffing
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 40
3.8.2 Reiniging (afval) Wanneer we naar reiniging kijken zien we dat Leusden t.o.v. het gemiddelde van de referentiegemeenten meer kosten voor afvalverwerking maakt. Een en ander is uiteraard afhankelijk van de samenstelling van de stad. In bijvoorbeeld het geval van hoogbouw is afval scheiden lastiger. Ook grote investeringen voor bijvoorbeeld een andere manier van inzamelen (zoals de invoering van omgekeerd inzamelen in Leusden waarbij er veel ondergrondse containers zijn geplaats) kunnen zorgen voor extra kapitaalslasten. Saldo
Gemid. lasten per inwoner
7.3 Reiniging
lasten
baten
Leusden
€ 3.256
€ 3.963
€ 707
€ 109
Gemi d. Ref. Gem.
€ 2.897
€ 3.465
€ 569
€ 98
Putten (25k inw)
€ 1.819
€ 1.976
€ 85
€ 73
Nunspeet (27k inw)
€ 2.040
€ 2.480
€ 440
€ 74
Aalsmeer (32k inw)
€ 2.795
€ 3.739
€ 944
€ 87
IJsselsteijn (34k inw)
€ 3.345
€ 4.053
€ 708
€ 98
Bodegraven (35k inw)
€ 3.629
€ 5.020
€ 1.391
€ 104
Albrandswaard (25k inw)
€ 2.685
€ 3.417
€ 732
€ 107
Beuningen (26k inw)
€ 2.872
€ 3.045
€ 173
€ 110
Hendrik Ido Ambacht (31k inw)
€ 3.915
€ 3.992
€ 77
€ 126
Tabel 3.8.5 lasten en baten bij taakveld Reiniging
In bovenstaande tabel worden de lasten en baten voor reiniging weergegeven. Het saldo betreft een BTW voordeel, wat binnen de AU wordt gekort. Hierdoor zijn er niet meer inkomsten dan er kosten worden gemaakt. Doordat Leusden in de top 3 zit binnen de referentie gemeenten qua lasten kan dit een indicatie zijn dat binnen dit taakveld ombuigingen wellicht mogelijk zijn. Hiermee kunnen de woonlasten worden verlaagd of kan een noodzakelijke verhoging (deels) worden gecompenseerd. Nader onderzoek: onderzoeken welke ombuigingen binnen afvalverwerking mogelijk zijn.
Beinvloedbaarheid Riolering en Afval in zijn in beperkte mate beïnvloedbaar. Riolering mag maximaal kostendekkend, maar dat hoeft niet. Bij afval is de dezelfde regel van toepassing. Bij afval zijn wel meer keuzes en bijstellingen mogelijk in de aanpak, uitvoering en dienstverleningsniveau, waardoor er meer mogelijkheden zijn dan bij riolering.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 41
3.8.3 Lokale woonlasten Binnen de woonlasten (OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) zijn twee ombuigingen mogelijk zoals hierboven beschreven, 1) via een verhoging van de OZB en 2) via het toerekenen van een deel overhead aan riolering. Beiden hebben effect op de totale woonlasten en de onbenutte belastingcapaciteit van gemeente Leusden. Om binnen de woonlasten een integrale afweging te kunnen maken wordt hierna ingegaan op de onbenutte belastingcapaciteit en de gemiddelde lokale woonlasten. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit geeft aan hoe de belastingdruk in Leusden zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale lokale woonlasten. Daaronder worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Hoe lager dit percentage belastingcapaciteit ligt, hoe meer inkomsten de gemeente nog uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze. De onbenutte belastingcapaciteit in Leusden is momenteel € 810.000 (100%). Dit correspondeert met een totale woonlast van € 781 per huishouden, terwijl de huidige lasten in Leusden 726 per huishouden bedragen.
De gemiddelde woonlast in de provincie Utrecht is € 793. Dit zou overeen komen met een belastingverhoging van € 993.000 (102%).
Jaar
Leusden
Provincie Utrecht
Nederland
2020
€ 726
€ 793
€ 781
-€ 67
-€ 55
Vers chil
Tabel 3.8.6 gemiddelde woonlasten per huishouden (bron: Coelo)
In onderstaande tabel worden een aantal varianten tot verhoging van de woonlasten en het effect op de heffingen weergegeven.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 42
Toename heffing % t.o.v. landelijk gemid. Leusden 2020
Gemid. Nederland Gemid. Provincie Utrecht
Totaal
Per huishouden per jaar
93%
Woonlasten Per huishouden per jaar
Per huishouden per maand
€ 726
€ 60
94%
€ 150.000
€ 10
€ 736
€ 61
96%
€ 300.000
€ 20
€ 746
€ 62
97%
€ 450.000
€ 30
€ 756
€ 63
98%
€ 600.000
€ 40
€ 766
€ 64
99%
€ 750.000
€ 51
€ 777
€ 65
100%
€ 810.000
€ 55
€ 781
€ 65
101%
€ 900.000
€ 61
€ 787
€ 66
102%
€ 993.210
€ 67
€ 793
€ 66
106%
€ 1.500.000
€ 101
€ 827
€ 69
110%
€ 2.000.000
€ 135
€ 861
€ 72
Tabel 3.8.7 scenario’s en effecten bij verhogen OZB
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 43
3.9 Overige onderwerpen Inherent aan de gekozen aanpak is dat niet nader wordt ingegaan op onderwerpen die niet opvallen in de vergelijking in hoofdstuk 2. Dat betekent dat sommige beïnvloedbare kosten/opbrengsten en taakvelden met beleidsvrijheid niet zijn meegenomen in de verdieping van hoofdstuk 3. Volledigheidshalve noemen we hier de meer substantiële thema’s waar Leusden qua lasten en baten niet lijkt af te wijken van de AU en de referentiegemeenten, maar wel over beleidsvrijheid beschikt om of te kunnen ombuigen.
Bibliotheek (€ 465.000). Gebouwen niet zijnde sport (€ 319.000), waaronder: o Theater de tuin o Gebouw bibliotheek o De Til o Fort 33 o De smederij Diverse gesubsidieerde instellingen en fondsen, zoals De Tuin, Lariks, fonds samenlevingsinitiatieven enz. Bestuur (aantal fte wethouders) Ontwikkelen en uitvoeren diverse beleidsambities (Cultuur, Monumenten & Archeologie, Toerisme en Recreatie, RO, wonen en bouwen, enz.)
NB. De organisatieontwikkeling is geen onderdeel van deze verkenning, omdat hier reeds een taakstelling van € 400.000 onderhanden is. Dit is een taakstelling buiten de begroting om. Het knelpunt is niet opgenomen en de taakstelling ook niet.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 44
4. Toekomstige ontwikkelingen Voor een toekomstbestendige begroting is het nodig om naast de huidige en al min of meer bekende ontwikkelingen komende jaren ook verder in de toekomst te kijken om zicht te krijgen op mogelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de toekomstige begrotingen. Hierna worden – zonder de pretentie te hebben hiermee compleet te zijn- een aantal ontwikkelingen genoemd die op onze gemeente van invloed kunnen zijn.
Energietransitie + warmtetransitie Leusden zal zeker tot 2040 en waarschijnlijk tot 2050 intensief moeten inzetten op het faciliteren, aanjagen of zelfs uitvoeren van de energietransitie en de warmtetransitie. Komende jaren zal mogelijk veel veranderen in de kaders waarbinnen wij aan deze opgaven werken. Wetgeving en nieuwe instrumenten rondom verplichte afkoppeling, financieringsarrangementen, energielandschappen, energiecorporaties in lokaal eigendom en de elektrificatie van het gemotoriseerde verkeer zijn in ontwikkeling. Mogelijk ambieert de gemeente naast een faciliterende en kaderstellende ook een actieve betrokkenheid bij de uitvoering De rolverdeling tussen de gemeente en andere spelers staat nog allesbehalve vast; naar huidig inzicht krijgen gemeenten hier een belangrijke spilfunctie in.. Gemeenten op hun beurt geven aan dat ze die rol alleen waar kunnen maken indien voldoende middelen, bevoegdheden en instrumenten ter beschikking komen.
Klimaatadaptatie Het klimaat verandert en Leusden dient zich hierop aan te passen. Investeringen in tegengaan van hittestress en het kunnen opvangen van extreme droogte en extreme regenval zijn overal in Nederland nodig. Het is nog niet duidelijk of dat ook extra investeringen gaat vragen.
Nieuwe woningbouwlocaties Landelijk en regionaal is er behoefte aan meer nieuwbouw van woningen. Afhankelijk van nog te maken beleidskeuzes (lokaal, regionaal en landelijk/provinciaal) zal Leusden mogelijk een grotere nieuwbouwopgave krijgen dan de huidige 50 woningen per jaar waar vanaf 2025 mee wordt gerekend. Nieuwbouwprojecten vragen om tijdelijke extra inzet van middelen maar kunnen bij actieve grondpolitiek ook flinke incidentele baten opleveren. Meer inwoners levert meer AU op. Vanwege de huishoudensverdunning zal zonder nieuwbouw het inwonertal juist dalen.
Verdergaande digitalisering Binnen afzienbare tijd zijn er geen inwoners meer die niet digitaal vaardig zijn, en bestaat > 50% van de bevolking uit digital natives. De digitalisering en dataïsering van de samenleving biedt tal van kansen en uitdagingen: Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 45
-
Informatieveiligheid wordt steeds belangrijker en dus ook kostbaarder Er dient crisisbeheersing voor digitale crises ontwikkeld te worden, waar Leusden aan bij zal moeten dragen. Technologie kan de diensteverlening (Burgerzaken, WABO) fundamenteel veranderen. Open data maakt het mogelijk op tal van terreinen beleid anders te ontwikkelen De Wet Open Overheid (per 2023?) gaat de gemeente verplichten tot open data; en vraagt investeringen. Smart city toepassingen kunnen besparingen en/of extra kwaliteit opleveren maar vragen ook om nieuw beleid, kaderstelling en toezicht op dataverzameling en gebruik; Telewerken en e-commerce beïnvloeden vraag en aanbod naar mobiliteit, winkels en kantoren
Renovatie wegen en herinrichting wijken De meest kosten bij het onderhoud van de openbare ruimte worden gemaakt bij vervanging. Afhankelijk van het gebruikte materiaal is dat doorgaans na een periode tussen 30 en 60 jaar. De gemeente Leusden is in de jaren 70 en 80 in een relatief korte tijd sterk uitgebreid. Dit betekent dat –waarschijnlijk meer dan in andere gemeenten- Leusden de komende 2 decennia een relatief forse vervangingsinvestering in wegen en openbare ruimte dient te plegen.
E-bikes De opkomst van de E-bike, speedpedelec en e-step vragen om een andere weginrichting. Daar zou beleid in ontwikkeld moeten worden teneinde de meest toekomstbestendige keuzes te maken bij het wegontwerp. De vervangingsopgave hierboven genoemd is daarmee zowel een kans als een uitdaging.
Afvalverwerking Het risicoprofiel van de afvalverwerking neemt verder toe, vanwege de marktwerking en technologische veranderingen. Het kan gebeuren dat gedurende het jaar de kosten alsnog toenemen. Hierdoor ontstaan er onverwachte tekorten ten laste van de algemene dienst. Het is lastig hiervoor een buffer op te bouwen, omdat de heffing niet hoger mag zijn de vooraf begrote kosten.
Transitie buitengebied. De ruimteclaims op het buitengebied (circulaire, klimaat neutrale en natuur inclusieve landbouw, opwekken duurzame energie, natuur, toenemende recreatieve druk en rode ontwikkelingen (woningbouw, bedrijventerrein) vragen waarschijnlijk om nieuw en meer integraal beleid buitengebied voor het behoud van een waardevol en duurzaam vitaal buitengebied.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 46
Circulaire economie Niet alleen in de landbouw worden kringlopen gesloten, dat gaat voor de hele economie gelden. Dat zal vragen om ontwikkeling van nieuw omgevingsbeleid en -kader, maar gaat ook effecten hebben op de eigen bedrijfsvoering (inkoop enz) en met name voor het afvalstoffenbeleid en de millieustraat.
Regionalisering Veel van de maatschappelijke uitdagingen van de jaren ’20 spelen op het schaalniveau van de regio. Energietransitie, verkeer en vervoer, verstedelijking, groen en recreatie, landbouw en natuurontwikkeling, zorg en welzijn. Gemeenten staan voor de uitdaging hier samen vorm aan te geven: Een efficiënte en doelmatige beleidsontwikkeling en –uitvoering en democratische legitimatie van besluitvorming.
Druk op democratische legitimatie Er is een maatschappelijke tendens waarneembaar van toegenomen assertiviteit, ontevredenheid, dalend vertrouwen en afkerigheid van de overheid en instanties. Een substantiële minderheid voelt zich niet gehoord of vertegenwoordigd. Social media, populisme, fact-free politics, complottheorieën, deep-fakes, sociale bubbels en schandalen zijn hier zowel uitingen als oorzaken van. Er kan een verlammend effect van uitgaan op het gemeentelijk apparaat. Geen fouten mogen maken, en de ervaren noodzaak om niemand tegen de haren in te strijken kunnen leiden tot langdurige beleids- en besluitvormingsprocessen en het onvermogen om scherp te prioriteren. Concrete begrotingseffecten zijn lastig aan te geven, te denken valt aan extra kosten participatie en communicatie en beveiliging.
Economische en sociale effecten COVID-Crisis Door zeer forse investeringen op rijksniveau en EU niveau valt de economische neergang tot nu toe mee. Mogelijk veert de economie straks weer op. Het kan echter ook gebeuren dat alsnog harde economische neergang optreedt, met grote gevolgen voor onze begroting. De effecten van de COVID-crisis op het sociaal domein op middellange termijn zijn ongewis in aard en omvang. We verwachten hier komende periode meer zicht op te kunnen krijgen
Al deze toekomstige ontwikkelingen zijn relevant om mee te nemen in het bepalen van uitgangspunten om keuzes op te baseren. Keuzes die nodig zullen zijn om het huidige goede leefklimaat en voorzieningenniveau in Leusden in de toekomst te kunnen borgen door een solide financieel structureel evenwicht.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 47
5. Samenvatting en conclusies Dit rapport biedt inzicht in:
De samenstelling en hoogte van onze inkomsten (AU, OZB en overig) en onze uitgaven. De significante verschillen in onze uitgaven t.o.v. referentiegemeenten en de toedeling zoals het rijk die theoretisch in de AU hanteert. Een analyse van beïnvloedbare posten (“knoppen om aan te draaien”) binnen de thema’s waar we afwijken.
Dit rapport gaat in beginsel niet in op clusters of taakvelden waar we niet significant afwijken, ook niet als de gemeente daar wel enige beleidsvrijheid in heeft. Dit is de basis voor de thema’s. Dat betekent dat mogelijk potentiele ombuigingen buiten beschouwing blijven. In paragraaf 3.9 is wel een indicatie gegeven van overige onderwerpen, waarin mogelijk nog ombuigingspotentie zit en wat desgewenst nader onderzoek vergt. De overhead wordt niet voorgesteld als thema. Dit komt enerzijds vanwege de gekozen methodiek. Binnen de AU is geen cluster voor overhead en hiermee niet vergelijkbaar. Anderzijds heeft in 2020 de raad het dossier organisatieontwikkeling, inclusief het onderwerp overhead, reeds behandeld en zijn de afspraken m.b.t. dit onderwerp inmiddels in uitvoering.
Samenvattend is het beeld dat uit dit rapport ontstaat:
De AU is voor Leusden lager dan gemiddeld, omdat Leusden een goede fysieke, economische, en sociale structuur heeft en daardoor toe moet kunnen met minder middelen. De gemeente zal –bij ongewijzigd beleid en omstandigheden- te kampen krijgen met een begrotingstekort dat elk jaar verder oploopt. De lokale lastendruk in Leusden is weliswaar hoger dan het gemiddelde van de referentie gemeenten, maar lager dan het landelijke gemiddelde en het gemiddelde in de provincie Utrecht. Leusden geeft in vergelijking met de referentiegemeenten relatief meer geld uit aan onderhoud wegen en civiele werken, burgerzaken, milieu & duurzaamheid en sportaccommodaties. Leusden geeft juist minder uit aan groenonderhoud. Op de overige terreinen komt het uitgavenpatroon in grote lijnen overeen met de referentiegemeenten. In het cluster binnen de AU voor het sociaal domein waren in 2020 meer middelen beschikbaar dan wat in 2020 is begroot voor het totale sociaal domein. Dit is vergelijkbaar met de referentiegemeenten. De werkelijke uitgaven zijn wel hoger dan de AU vergoedt, ook daarin is Leusden geen uitzondering. Door prijs- en volumestijgingen in de zorg en de risicoverevening zal in de toekomst het tekort substantieel verder toenemen tenzij het rijk de gemeenten aanzienlijk meer middelen gaat verschaffen dan hetgeen nu is vastgelegd.
Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie
Pagina 48