CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Verkenning prioriteitstellingdiscussie 110321 Def.pdf

Uitwisseling 22 maart 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2: Toelichting op actuele financiële positie15.024 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Februari 2021

Inhoudsopgave 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling en afbakening rapport ....................................................................................... 4 1.3 Aanpak onderzoek ............................................................................................................... 5 1.4 Kanttekeningen aanpak ....................................................................................................... 5 2. Analyse Algemene Uitkering ........................................................................................................ 7 2.1 Samenvatting rapport LIAS/PAUW ...................................................................................... 7 2.2 Waar vergelijken we mee ..................................................................................................... 7 2.3 Wat valt op ......................................................................................................................... 10 2.4 Conclusie eerste verkenning .............................................................................................. 12 3.

Verdieping per thema .................................................................................................................. 13 3.1 Sociaal Domein .................................................................................................................. 13 3.2 Verkeer & vervoer .............................................................................................................. 21 3.3 Milieubeheer ....................................................................................................................... 25 3.4 Sportaccommodaties.......................................................................................................... 29 3.5 Openbaar groen ................................................................................................................. 33 3.6 Burgerzaken ....................................................................................................................... 35 3.7 Openbare orde en veiligheid .............................................................................................. 36 3.8 Woonlasten ........................................................................................................................ 38 3.9 Overige onderwerpen ......................................................................................................... 44 4.

Toekomstige ontwikkelingen ..................................................................................................... 45 5. Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 48

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 2

Bijlagen: 1. Rapport LIAS PAUW Analyse Algemene Uitkering Leusden 2. Volledige toerekening overhead per cluster 3. Algemeen financieel beeld (hst 3 kaderbrief 2021; vastgesteld raad 9 juli 2020)

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding In de kaderbrief 2021 is aangegeven “dat het onvermijdelijk is dat Leusden zich voor de langere termijn moet gaan voorbereiden op een nieuwe kerntakendiscussie, of bezuinigingsoperatie. De huidige begrotingspositie biedt geen ruimte om de herijking van het gemeentefonds en de gevolgen van de coronacrisis te kunnen opvangen zonder toekomstige begrotingstekorten. Daarnaast is de financiële positie van de gemeente Leusden verslechterd. De Voorjaarsnota 2020 gaf, op basis van bestaand beleid, een verslechtering die in de laatste drie jaar van de meerjarenbegroting nog net een klein overschot oplevert”. Ofwel de balans tussen de structurele uitgaven en inkomsten staat onder druk. Wat betreft de herijking gemeentefonds en corona, wordt de soep niet meer zo heet gegeten, zoals bij de kaderbrief 2021 is geschetst. De herijking van het gemeentefonds is uitgesteld naar 2023 en de nadelen in 2020 vanwege Corona worden volledig gecompenseerd door het Rijk. Anderzijds zijn de tekorten binnen de jeugdzorg onverminderd hoog en zelfs verder toegenomen. Over de herijking gemeentefonds en de tekorten in de jeugdzorg is veel discussie in de landelijke politiek. Mogelijk nemen hierdoor de toekomstige negatieve effecten af. Vooralsnog blijven deze twee onderwerpen een bron van onzekerheid, waardoor de verwerking in de begroting lastig is.

Het kan immers nog alle kanten op gaan. Naast deze twee grote onzekerheden, is de verslechterde financiële positie binnen de gemeente Leusden nog steeds actueel. Hierdoor blijft het nodig om met elkaar in gesprek te gaan over het (her)prioriteren van onze doelen en ambities. Met als doel de structurele uitgaven en inkomsten in evenwicht te brengen en te houden. Om hier vorm aan te geven heeft de raad op 9 juli 2020 de volgende motie aangenomen: "Roept het college op: de Raad in de tweede helft van 2020 in staat te stellen zich integraal op de ambities, organisatorische voorwaarden en de financiële (on-) mogelijkheden voor de komende jaren te kunnen heroriënteren".

1.2 Doelstelling en afbakening rapport Dit rapport geeft invulling aan motie 10.1 van 9 juli 2020 en is een eerste stap binnen het proces van (her)prioritering. Het is bedoeld om voeding te geven voor de aanstaande kaderbrief 2022 en de kaderbrief 2023. Dit laatste in combinatie met de uitkomsten van de gemeenteraadsverkiezingen in 2022. Het rapport is informerend en verkennend van aard. Het rapport geeft geen inzicht in de totale opgave voor de komende jaren. Bovengenoemde onzekerheid omtrent toekomstige rijksbijdragen maakt dat hier slechts in scenario’s over gesproken kan worden. We zullen -in vervolg op deze rapportage- scenario’s van de mogelijke ontwikkeling van de financiële opgave opstellen en als onderdeel van de kaderbrief ’22 aan de raad aanbieden.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 4

1.3 Aanpak onderzoek Voor dit onderzoek hebben we met een andere bril gekeken naar het financieel structureel evenwicht, namelijk vanuit de optiek van de Algemene Uitkering. De raad heeft de voorkeur uitgesproken de prioriteitendiscussie via thema’s te laten verlopen met hierbij de vraag “waar kunnen we het zoeken” ofwel met welke thema’s?

Stap 1 “Analyse Algemene Uitkering” Bij de aanpak vanuit de Algemene Uitkering (AU) was de eerste vraag of de tekorten in Leusden mogelijk te maken hebben met een lagere Algemene uitkering dan andere vergelijkbare gemeenten. Hiervoor is onderzoeksbureau LIAS PAUW gevraagd een kleinschalig onderzoek te doen. De uitkomst vindt u in bijlage 1 en in de samenvatting hierna.

Stap 2 Keuze thema’s: “Wat valt op?” Vervolgens is gekeken op cluster en taakveldniveau “Wat valt op tussen Leusden en de referentiegemeenten” en “Wat valt op t.o.v. de AU” en kunnen dit potentiele thema’s zijn om nader te onderzoeken op ombuigingsmogelijkheden. En is hiermee een antwoord te vinden op de vraag van de raad “waar kunnen we het zoeken?”. Hiervoor zijn de data uit het LIAS PAUW rapport (bijlage 1) aangevuld met de cijfers op taakveldniveau van de acht referentiegemeenten. Binnen deze stap zijn de cijfers van Leusden vergeleken met acht referentiegemeenten. Aan de hand van de volgende vragen:    

Welke inkomsten uit de AU zijn beschikbaar per cluster en in welke mate levert dit een tekort of overschot op? In hoeverre verschilt dit beeld van de referentiegemeenten? Welke verschillen zien we in Leusden bij een vergelijking van de begroting 2020 met de jaarrekening 2019? Herkennen we de gevonden afwijkingen binnen Leusden en kunnen we die duiden?

Stap 3 “Verdieping thema’s” De cluster en taakvelden die in stap 2 naar voren kwamen (de potentiele thema’s), zijn in stap 3 nader onderzocht op de afwijking t.o.v. de referentiegemeenten, huidige stand van zaken, de beïnvloedbaarheid, knelpunten en mogelijke ombuigingen en welke nader onderzoek vragen. Deze verdieping geeft een eerste indicatie van de realiseerbaarheid, omvang en impact van mogelijke ombuigingen en geeft globaal aan wat er nog nodig is om hierover meer duidelijkheid te krijgen. Maar ook wat de gevolgen kunnen zijn van een ombuiging.

1.4 Kanttekeningen aanpak Door de keuze voor deze aanpak komt overig eigen beleid, wat niet opvalt in deze analyse, niet aan de orde in stap 3. En voorbeeld hiervan is de bibliotheek. De cijfers komen bij dit onderwerp

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 5

sterk overeen met die van de referentiegemeenten, dus maakt de bibliotheek geen deel uit van de verdieping in stap 3. In paragraaf 3.9 worden hiervan nog een aantal voorbeelden opgenomen. De tweede kanttekening is dat de vergelijking met referentiegemeenten en de AU niet te exact moet worden opgevat. Er kunnen naast inhoudelijke verschillen in ambities en keuzes ook verschillen in begrotingssystematiek een rol spelen en de wijze van toedelen overhead kleurt ook het beeld. Het gaat dus om de grote lijnen.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 6

2. Analyse Algemene Uitkering De uitkering die gemeenten uit het gemeentefonds van het rijk ontvangen is erop gericht dat alle gemeenten bij een gelijke lastendruk hetzelfde voorzieningenniveau kunnen aanbieden.

2.1 Samenvatting rapport LIAS/PAUW In het rapport van LIAS PAUW wordt de vraag beantwoord of gemeente Leusden een lagere Algemene uitkering krijgt dan andere vergelijkbare gemeenten. Dit blijkt inderdaad zo te zijn. De gemeente Leusden ontvangt € 1.100 per inwoner. Het gemiddelde van de referentie gemeenten is € 1.193, een verschil van €93,- per inwoner. Leusden ontvangt € 81,50 per inwoner minder ten behoeve van de uitgaven vanwege een goede sociale structuur en een goede bodemgesteldheid (relatief lagere kosten voor wegen en riool). Daarnaast wordt Leusden € 11,50 meer gekort op de AU vanwege een gunstige eigen inkomstenpositie door hoge WOZ waarden. Leusden wordt dus door het rijk gezien als een gemeente zonder grote problemen, wat tot minder lasten en meer baten moet leiden dan bij de referentie gemeenten. En als gevolg daarvan ontvangt Leusden een lagere algemene uitkering. De verdeling van het totale gemeentefonds moet aansluiten bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken en de inkomsten die zij zelf kunnen genereren. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de objectieve structuurkenmerken van de gemeenten per cluster. Hiermee zijn de beschikbare middelen per cluster een goede referentie m.b.t. de uitgaven. Anderzijds zijn de middelen uit het gemeentefonds globaal. Dat wil zeggen dat de gemeente autonoom kan bepalen hoe deze besteed worden.

Het is geen geoormerkt budget. Dus gemeente kunnen de middelen anders verdelen in hun begroting. Binnen de AU is sprake van 11 uitgavenclusters en 4 inkomstenclusters. De clusters zijn onderverdeeld in zg. IV3 taakvelden (zie bijlage 1). De begroting van Leusden is niet gebaseerd op deze kostenoriëntatie ofwel de clusterindeling van de AU. De begroting is wel opgebouwd met de IV3 taakvelden, waardoor een vergelijking toch mogelijk is.

2.2 Waar vergelijken we mee Deze analyse op de Algemene Uitkering (AU) vindt plaats aan de hand van de primitieve begroting 2020 (opgesteld in september 2019) en inkomsten AU 2020 (stand meicirculaire voorjaar 2020). In het LIAS PAUW rapport wordt ook gebruikt gemaakt van de jaarrekening 2019. Dit alleen voor Leusden, omdat de jaarrekeningcijfers van de referentiegemeenten niet centraal beschikbaar zijn. Dit is bij elkaar niet de meeste ideale data, maar wel de meest actuele beschikbare data. Hierdoor dienen de uitkomsten gelezen te worden als een goede indicatie en niet als exacte uitkomsten. De cijfers van de referentiegemeenten komen overeen met hun primitieve begroting 2020, echter verschilt iedere gemeente in eigen beleid. Ook bevatten de vergelijkingscijfers zowel structurele als incidentele uitgaven en inkomsten. Het komt ook voor dat sommige typen kosten niet in alle gemeenten op hetzelfde taakveld worden geboekt. Zo worden bijvoorbeeld kosten voor processierups bij de ene gemeente geboekt op milieu en bij de andere op beheer openbaar groen.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 7

Zo zijn er best wat verschillen. Om hiermee om te gaan zijn acht min of meer vergelijkbare gemeenten geselecteerd (zie bijlage 1). Het gemiddelde daarvan geeft een redelijke duiding. Er is ook gekeken naar de bandbreedte. Soms komen de financiën per taakvelden sterk overeen en soms helemaal niet. Hiervoor is er ook een bedrag per inwoner toegevoegd om de vergelijkbaarheid te vergroten. Al met al is het niet mogelijk exact 1 op 1 te vergelijken, maar ontstaat wel een beeld hoe Leusden zich verhoudt tot de andere gemeenten en wat hierin opvalt.

Toerekening overhead De lasten zijn inclusief een deel overhead. Dit is anders dan de begrotingsopbouw van Leusden. Hierin wordt de overhead apart gehouden. Binnen de gemeentefondsclusters bestaat geen cluster voor overhead. De overheadkosten, op basis van de begroting van de gemeente Leusden, zijn door LIAS PAUW toegerekend aan de clusters op basis van de vaste loonkosten per taakveld (de verdeelsleutel). In bijlage 1 van het rapport LIAS PAUW zijn de toegerekende bedragen per taakveld en per cluster weergegeven. Het gemeentefondsclusters zijn afgestemd op de netto lasten van de gemeenten. Dit betekent dat de uitgaven worden gesaldeerd met taak-gerelateerde baten (denk aan het abonnementstarief van de WMO).

Samenvoeging van uitgavenclusters Vijf uitgavenclusters hebben betrekking op het sociaal domein. De lasten per cluster laten een grillig beeld zien in relatie tot de inkomsten per cluster. Dit is bij de referentie gemeenten hetzelfde. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door de ontschotting van budgetten. Door het samenvoegen van deze clusters heffen tekorten en overschotten per cluster elkaar op en ontstaat een overzichtelijker beeld. Clusters Algemene Uitkering Inkomen en participatie

Lasten

Baten

Saldo

AU 2020

Verschil

% Verschil

€ 8.223

€ 4.793

-€ 3.430

€ 3.785

€ 355

9%

Samenkracht en burgerparticipatie

€ 4.834

€ 59

-€ 4.775

€ 757

-€ 4.018

-531%

Jeugd

€ 5.765

€0

-€ 5.765

€ 6.888

€ 1.123

16%

Maatschappelijke ondersteuning

€ 5.124

€ 144

-€ 4.980

€ 9.443

€ 4.463

47%

Volksgezondheid

€ 1.172

€0

-€ 1.172

€ 239

-€ 933

-390%

€ 25.118

€ 4.996

-€ 20.122

€ 21.112

€ 990

5%

Sociaal domein

Tabel 2.1 Onderliggende clusters Sociaal domein

Voor het fysiek domein zijn twee clusters samengevoegd. Beide clusters dekken het fysiek domein grotendeels af. Het overschot en het tekort in deze clusters t.o.v. het deel uit de AU komt voort uit beleidskeuzen.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 8

Clusters Algemene Uitkering

Lasten

Baten

Saldo

Verschil

% Verschil

- Infrastructuur en gebiedsontwikkeling

€ 9.844

€ 2.043

-€ 7.801

€ 6.478

-€ 1.323

-20%

- Cultuur en ontspanning

€ 5.644

€ 944

-€ 4.700

€ 5.819

€ 1.119

19%

€ 15.488

€ 2.987

-€ 12.501

€ 12.297

-€ 204

-2%

Fysiek domein

AU 2020

Tabel 2.2 Onderliggende clusters fysiek domein

Hieruit ontstaat onderstaande overzicht per cluster waarop de analyse op hoofdlijnen is gebaseerd. Primitieve begroting 2020 Leusden Clusters Algemene Uitkering Soci a a l domei n Fys i ek domei n Bes tuur en a l gm.onders tng Openba re orde en vei l i ghei d Educa tie

Lasten

Baten

Saldo

AU 2020 Verschil

€ 25.118

€ 4.996 -€ 20.122 € 21.112

€ 15.488

€ 2.987 -€ 12.501 € 12.297

€ 7.018

-€ 358

€ 2.452

Primitieve begroting 2020 Gemid. referentie gemeenten %

Lasten

Baten

Saldo

AU 2020 Verschil

%

€ 990

5%

€ 26.433

€ 5.326 -€ 21.107 € 22.090

€ 983

4%

-€ 204

-2%

€ 15.445

€ 2.837 -€ 12.608 € 12.731

€ 123

1%

-€ 7.376

€ 3.398 -€ 3.978 -117%

€ 8.222

€ 549

-€ 7.673

€ 3.362 -€ 4.311 -128%

€ 17

-€ 2.435

€ 2.282

-€ 153

-7%

€ 2.576

€ 39

-€ 2.536

€ 2.307

-€ 230

-10%

€ 2.736

€ 381

-€ 2.354

€ 2.678

€ 324

12%

€ 6.274

€ 1.099

-€ 845

€ 2.211

€ 312

-€ 1.899

€ 2.565

€ 666

26%

Ri ol eri ng en rei ni gi ng

€ 4.862

€ 5.577

€ 715

-€ 1.126

-€ 411

-37%

€ 5.175

€ 254

30%

Uitgaven

€ 57.149 € 13.531 -€ 43.618 € 40.528 -€ 3.090

-8%

€ 60.585 € 15.405 -€ 45.180 € 42.322 -€ 2.857

-7%

Overi ge ei gen mi ddel en

€ 2.440

€ 3.235

€ 795

€ 337

€ 7.538

€ 7.201

€ 1.979

€ 2.366

€ 387

OZB Mutaties res erves Ui tkeri ng gemeentefonds Inkomsten

€0

€ 795

-€ 4.613 € 2.588 €0

€ 387

-€ 203 € 35.022 € 35.225 -€ 35.913

-€ 688

€ 4.553 € 48.161 € 43.608 -€ 40.526 € 3.082

€ 11.306 € 12.578 56%

8%

€ 1.273

€ 0 € 1.273 -€ 4.166 € 1.996

€ 357

€ 6.520

€ 6.162

€ 2.527

€ 2.903

€ 376

€0

€ 376

€ 14 € 37.379 € 37.366 -€ 38.159

-€ 793

€ 14.203 € 59.380 € 45.177 -€ 42.325 € 2.852

48%

7%

Tabel 2.3 Gemiddelden Leusden versus gemiddelden referentie gemeenten per cluster

Selectie referentiegemeenten De referentiegemeenten zijn geselecteerd op gemeentegrootte 25.000-35.000 inwoners. Vervolgens op een zo hoog mogelijke correlatie met de gemeentefondsmaatstaven. Zie hierover meer in het rapport van LIAS PAUW.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 9

Geme ente

Sociale structuur

Centrumfunctie

Inwoners

AU per inwoner

VO/ (V)SO

Leusden

Goed

Weinig

30.030

€ 1.099

Nee

Albrandswaard

Goed

Zonder

25.271

€ 1.087

Nee

Beuningen

Goed

Weinig

25.882

€ 1.213

Ja

bodemfactor 1 bodemfactor van 1,2 tot 1,3 bodemfactor van 1,01 tot 1,2

Putten

Goed

Redelijk

24.198

€ 1.221

Ja

bodemfactor 1

Nunspeet BodegravenReeuwijk Hendrik-IdoAmbacht

Goed

Redelijk

27.481

€ 1.298

Ja

Goed

Weinig

34.462

€ 1.175

Nee

Goed

Weinig

30.966

€ 1.175

Nee

IJsselstein

Goed

Redelijk

34.160

€ 1.317

Ja

Aalsmeer

Goed

Weinig

31.728

€ 1.058

Nee

bodemfactor 1 bodemfactor vanaf 1,4 bodemfactor van 1,3 tot 1,4 bodemfactor van 1,01 tot 1,2 bodemfactor van 1,2 tot 1,3

Slechte Bodem

Aandeel woonkernen in opp. land 0% - 20% woonkernen 21% - 40% woonkernen 21% - 40% woonkernen 0% - 20% woonkernen 0% - 20% woonkernen 0% - 20% woonkernen 61% - 80% woonkernen 21% - 40% woonkernen 61% - 80% woonkernen

Tabel 2.4 referentiegemeenten

2.3 Wat valt op Uit de analyse op cluster en op taakveldniveau komen 9 onderwerpen naar voren die een ander financieel beeld in Leusden laten zien dan de referentiegemeenten of een afwijking vertonen ten opzichte van de middelen vanuit de AU. Vanuit deze aanpak wordt hiermee een antwoord gegeven op de vraag van de raad “waar kunnen we het zoeken?” en deels “waar niet”.

Clusters Sociaal domein (wat valt op #1) In tabel 2.3 is te zien dat Leusden 5% (+ 1,0 miljoen) ‘overhoudt’ op het cluster sociaal domein binnen de AU ten op zichtte van de begroting. Bij de referentiegemeenten zien we nagenoeg hetzelfde beeld. Bij de jaarrekening 2019 van gemeente Leusden is echter een tegengesteld beeld te zien met een tekort van € -0,3 miljoen. Binnen het Sociaal Domein zijn de onderliggende taakvelden niet vergeleken, vanwege de sterke onderlinge verweving (ontschotting) van de taakvelden.

Clusters Fysiek domein In bovenstaande tabel 2.3 is zichtbaar dat de referentiegemeenten gemiddeld 0,1 miljoen (1%) overhouden op de middelen binnen de AU en Leusden een tekort van € 0,2 miljoen (-2%). Effecten van grondexploitaties zijn hier geen onderdeel van. Wanneer we verder inzoomen en op taakveld vergelijken met het gemiddelde van de andere gemeenten vallen de taakvelden “2.1 verkeer & vervoer”, “7.4 milieubeheer”, “5.2 sportaccommodaties” en “5.7 openbaar groen en (open)lucht recreatie” op. Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 10

Verkeer & vervoer 2.1 (wat valt op #2) Het taakveld verkeer & vervoer valt op qua lasten. De referentiegemeenten zitten gemiddeld netto 0,22 miljoen lager. In de bandbreedte zit Leusden op plaats 4 van de 9 vergeleken gemeenten. Een groot onderdeel van dit taakveld is voor groot onderhoud wegen en civiele kunstwerken (= bruggen e.d.). Milieubeheer 7.4 (wat valt op #3) Het taakveld milieubeheer valt ook qua lasten. De referentiegemeenten zitten gemiddeld 0,35 miljoen lager. In de bandbreedte zit Leusden in de top 3. Sportaccommodaties 5.2 (wat valt op #4) Idem voor het taakveld sportaccommodaties. De referentiegemeenten zitten gemiddeld 0,5 miljoen lager qua lasten. In de bandbreedte zit Leusden hiermee ook in de top 4. De baten zijn anderzijds ook hoger dan het gemiddelde, waardoor het verschil per saldo ruim 0,2 miljoen is. Maar hiermee nog steeds in de top 3 onder twee grotere gemeenten. Openbaar groen en (openlucht) recreatie 5.7 (wat valt op #5) De lasten bij het taakveld openbaar groen en (openlucht) recreatie zijn lager dan het gemiddelde van de referentie gemeenten, zo’n kleine 0,65 miljoen. Leusden zit hiermee in de top 2 van gemeente met de laagste lasten.

Cluster bestuur en algemene ondersteuning Het cluster bestuur en algemene ondersteuning laat een tekort van € -4,0 miljoen zien. De referentiegemeenten laten echter hetzelfde beeld zien. Bij twee taakvelden “0.4 ondersteuning organisatie” en “0.8 overige baten en lasten” is de afwijking het gevolg van administratieve verschillen in de toedeling van de overhead tussen de AU methodiek en de gemeentelijke begrotingsmethodiek en van stelposten en het begrotingsresultaat. Daarom laten we die hier buiten beschouwing de inventarisatie van “wat valt op”. Binnen dit cluster valt taakvelden “0.2 burgerzaken” wel op om nader te onderzoeken. Burgerzaken 0.2 (wat valt op #6) Het taakveld “Burgerzaken” valt op doordat de netto kosten € 0,48 miljoen hoger zijn dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Leusden zit hiermee in de top 2.

Cluster Openbare orde en veiligheid (wat valt op #7) Het cluster openbare orde en veiligheid komt € 0,15 miljoen (-7%) tekort t.o.v. het deel binnen de AU. De referentiegemeenten komen gemiddeld ook tekort, € 0,23 miljoen (-10%).

Cluster Educatie Het cluster “educatie” valt niet op en geeft dus vooralsnog geen aanleiding tot een verdere verdieping tot het vinden van mogelijke ombuigingen.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 11

Cluster Riolering & Reiniging (wat valt op #8) Zowel bij de begroting 2020 als de jaarrekening 2019 is sprake van een tekort ten opzichte van de negatieve inkomsten binnen de AU. De referentiegemeenten laten een tegenovergesteld beeld zien.

OZB (wat valt op #9) Bij de inkomstenclusters valt vooral het cluster OZB op. Leusden houdt netto € 2.588 (56%) over en de referentie gemeenten gemiddeld € 1.996 (48%).

Overige inkomstenclusters De overige clusters “Overige Eigen Middelen” (OEM) en “mutaties reserves” zijn niet goed vergelijkbaar, omdat er zeer diverse posten door heen lopen. Onder andere de effecten uit grondexploitaties en het totaal van mutaties reserves.

2.4 Conclusie eerste verkenning Uit bovenstaande komt naar voren dat gemeente Leusden meer begroot in 2020 voor Verkeer & vervoer, Milieubeheer, Sportaccommodaties en Burgerzaken dan het gemiddelde van de referentie gemeenten. Bij deze onderwerpen zit Leusden in de top 3 qua uitgaven. De extra kosten die deze keuzen meebrengen worden in de begroting min of meer opgevangen via minder uitgaven in het taakveld openbaar groen en (openlucht) recreatie en meer OZB opbrengsten dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Voor het sociaal domein wordt minder begroot dan wat vanuit de AU beschikbaar is aan inkomsten in het betreffende cluster. Dit zien we ook bij de referentie gemeenten. Het omgekeerde zien we bij het cluster openbare orde en veiligheid. Daar begroten we, net als de referentiegemeenten meer voor 2020 dan wat beschikbaar is aan inkomsten in het betreffende cluster. In het hoofdstuk hierna wordt verder ingezoomd op de 9 onderwerpen, ofwel de thema’s die opvallen in de vergelijking.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 12

3. Verdieping per thema In dit hoofdstuk worden voor de 9 opvallende thema’s uit hoofdstuk 2 per thema een verdergaand financieel vergelijk met de referentie gemeenten gemaakt. Ook de beleidsmatige kant komt hier meer in beeld. De huidige stand van zaken wordt geschetst en mogelijke knelpunten in beeld gebracht. Ook wordt de beïnvloedbaarheid en de mogelijkheden tot desgewenst nader te onderzoeken ombuigingen beschreven. De thema’s OZB, riolering & reiniging zijn samengevoegd naar het thema “Woonlasten”.

3.1 Sociaal Domein Inleiding Het cluster sociaal domein (SD) heeft betrekking op de beleidsvelden Jeugd (JGZ), WMO, werk & inkomen, en gezondheid. Er is landelijk veel te doen rondom de financiële aspecten van het gemeentelijke Sociaal Domein. Het AEF rapport bevestigt dat gemeenten m.b.t. JGZ te kampen hebben met hoge tekorten die niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn. Ook stelt het rapport dat investeringen in brede laagdrempelige voorzieningen Jeugd, in tegenstelling tot wat veelal wordt aangenomen, niet leiden tot lagere kosten in specialistische jeugdzorg. Andere effecten, zoals kwaliteit van leven of effecten op andere delen van het SD zijn niet onderzocht. Ook speelt landelijk de discussie over het abonnementstarief WMO. Sinds de invoering van deze landelijke regel neemt de vraag naar bepaalde soorten WMO zorg sterk toe en hebben gemeenten minder vrijheid om hierin te sturen, met grote tekorten tot gevolg. Leusden werkt, net als de meeste gemeenten in Nederland, regionaal samen op de meeste aspecten van het SD. Inkoop kan zo voordeliger en kennis, specialisme en risico’s worden gedeeld. De wendbaarheid is wel kleiner want besluiten neem je niet meer alleen, maar samen. De min of meer direct/eigenstandig beïnvloedbare kosten SD voor Leusden zijn maar een gering deel van de totale kosten: het gaat dan om de eigen ambtenaren en om Lariks en de voorliggende voorzieningen.

Uit tabel 3.1.1 komt naar voren dat de referentiegemeenten gemiddeld netto € 720 per inwoner begroten binnen het sociaal domein en Leusden € 671 per inwoner. Leusden zit hiermee in haar begroting 2020 onder het gemiddelde van de referentie gemeenten. Het percentage eigen inkomsten is 20% en hiermee gelijk aan het gemiddelde van de referentie gemeenten. Ook het verschil tussen de begrootte uitgaven versus de inkomsten van de AU is nagenoeg gelijk aan de referentiegemeenten gemiddeld. Het overzicht laat zien dat Leusden –en ook de referentiegemeenten- bijna 1,0 miljoen minder begroten voor het SD dan verwacht mag worden op basis van de AU. Hier moeten wel bij worden opgemerkt dat de werkelijke uitgaven in Leusden –en ook in veel andere gemeenten- veel hoger zijn dan begroot (zie tabel 3.1.2.) De baten komen voort uit eigen bijdrage van cliënten (WMO) en vooral uit de BUIG uitkering van het rijk die, los van de AU, de uitvoering van de participatiewet bekostigt.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 13

Bruto per Netto per Doorinwoner inwoner belasting

Verschil met AU

Sociaal Domein

Lasten

Baten

Saldo

AU

Leusden

€ 25.118

€ 4.996

-€ 20.122

€ 837

€ 671

20%

-€ 21.112

-€ 990

Gemi d. Ref. Gem.

€ 26.433

€ 5.326

-€ 21.107

€ 902

€ 720

20%

-€ 22.090

-€ 983

Albrandswaard (25k inw)

€ 18.578

€ 5.144

-€ 13.434

€ 743

€ 537

28%

-€ 16.037

-€ 2.603

Aalsmeer (32k)

€ 22.668

€ 4.346

-€ 18.322

€ 708

€ 573

19%

-€ 19.882

-€ 1.560

Hendrik Ido Ambacht (31k inw)

€ 24.101

€ 4.985

-€ 19.116

€ 777

€ 617

21%

-€ 21.780

-€ 2.664

Bodegraven (34k)

€ 28.253

€ 5.121

-€ 23.132

€ 831

€ 680

18%

-€ 22.981

€ 151

Putten (25k inw)

€ 22.387

€ 3.971

-€ 18.416

€ 895

€ 737

18%

-€ 19.937

-€ 1.521

Beuningen (26k inw)

€ 27.802

€ 6.594

-€ 21.208

€ 1.069

€ 816

24%

-€ 21.730

-€ 522

Nunspeet (27k inw)

€ 29.060

€ 4.699

-€ 24.361

€ 1.057

€ 886

16%

-€ 25.425

-€ 1.064

IJsselsteijn (34k inw)

€ 38.611

€ 7.745

-€ 30.866

€ 1.136

€ 908

20%

-€ 28.948

€ 1.918

Tabel 3.1.1 overzicht begroting lasten en baten Sociaal Domein Leusden versus AU en referentiegemeenten

De tussentijdse aanpassingen op de primitieve begroting van gemeente Leusden in de periode 2017-2021 worden in onderstaande tabel weergegeven. (2021 is inschatting voor de voorjaarsnota).

Begroting Sociaal Domein

2017

2018

2019

2020

2021 VJN

Begroting primitief 1e raming

€ 18.288

€ 17.392

€ 18.296

€ 20.122 € 22.383

Begroting na begrotings wijzigingen

€ 17.935

€ 18.729

€ 20.633

€ 22.631 € 23.260

Saldo tussentijdse wijzigingen

-€ 353

€ 1.337

€ 2.337

€ 2.509

€ 877

Per inwoner

-€ 12

€ 45

€ 78

€ 84

€ 29

Tabel 3.1.2 Saldo van begrotingswijzigingen binnen het Sociaal domein

Knelpunten Onderstaand worden drie knelpunten (A, B en C) beschreven die een mismatch tonen tussen de daadwerkelijke prijs- en volume stijgingen versus de beschikbare dekking voor deze middelen vanuit het Rijk. Hierdoor nemen de structurele tekorten bij deze knelpunten steeds verder toe. Deze drie knelpunten worden apart beschreven, omdat ze mogelijk per knelpunt een andere oplossingsrichting vragen. Samen vormen ze één totaal knelpunt van € 417.000 binnen de opgaven. Daarnaast zijn nog 2 knelpunten beschreven: de extra kosten (vermindering voordeel) door herijking regionale risicoverevening jeugdzorg (€460.000 structureel) en de bestaande nog niet geheel gerealiseerde taakstelling SD (ca € 113.000).  A: Indexering zorgkosten Jeugd en WMO regio 3,50% versus Rijk 1,8 %. Structureel tekort oplopend vanaf € 100.000 in 2021 en elk volgend jaar hoger. In regionaal verband wordt een indexering op de zorgkosten van 3,5% gehanteerd. Deze 3,5 % wordt in hoge mate bepaald door de markt van zorgaanbieders. Via het Rijk krijgt de gemeente Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 14

1,8% geïndexeerd voor 2021. Hierdoor ontstaat een structureel tekort van 1,7%. Dit is een niet houdbare ontwikkeling. Anderzijds zijn er met de BSA aanbieders ook afspraken gemaakt dat zij efficiënter zullen gaan werken wat deze toename in kosten enigszins zou kunnen dempen. Dit is echter nog erg onzeker.  B: Volumestijgingen Jeugd en WMO open eindregeling, structureel tekort oplopend vanaf € 200.000 in 2021 en elk volgend jaar hoger. De regio neemt geen volumestijging mee in de prognose, in werkelijkheid doet zich dit tot nu toe wel voor. Dit zorgde de afgelopen jaren voor forse tussentijdse bijstellingen van de begroting. In 2018 en 2019 was de totale toename (prijs + volume) 8%. Dit bestond gemiddeld genomen uit 3% prijsstijging en 5% volumestijging. Vanuit het rijk wordt ongeveer 2% volumestijging gecompenseerd. Hierdoor ontstaat net als bij de prijsstijgingen een ook structureel tekort dat steeds verder oploopt wanneer de volumestijgingen zich op dezelfde wijze zouden blijven doorzetten. In de huidige prognose van Leusden wordt rekening gehouden met 3,5% volumestijging in plaats van de werkelijke 5% uit 2018 en 2019. Dit maakt dat er nog steeds een risico bestaat op het tussentijds verhogen van de begroting. Dit percentage ligt tussen de daadwerkelijke stijging 2018/2019 (5%) en de compensatie uit het rijk (2%).

Dat niveau is gekozen omdat onze dashboards wel een afname laten zien, maar het isonzeker of deze afvlakking zal doorzetten. Ook is het Rijk onvoorspelbaar bij het beschikbaar stellen van extra middelen. De verschillen in percentages met betrekking tot prijs- en volumestijgingen worden in onderstaande tabel weergegeven. Werkelijk 2018 & 2019

Dekking Rijk AU

Pri js s ti jgi ng

3,0%

1,8%

1,8%

1,5%

Vol umes ti jgi ng

5,0%

2,0%

2,0%

3,5%

Totaal indexering

8,0%

WMO + JEUGD nieuwe taken

Tekort t.o.v. werkelijk 2018/2019

2021 begroot

Prognose 2022 ev

3,8%

3,8%

5,0%

-4,2%

-4,2%

-3,0%

Tabel 3.1.3 indexering en volumestijging WMO & Jeugd

Tabel 3.1.4 laat de financiële ontwikkeling van de nieuwe zorgtaken jeugd en WMO zien.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 15

WMO + JEUGD nieuwe taken

Zorgkosten

Toename

* € 1.000

* € 1.000

% Toename

2017 werkel i jk

€ 4.734

2018 werkel i jk

€ 7.062

€ 2.328

33%

2019 werkel i jk

€ 7.689

€ 627

8%

2020 werkel i jk

€ 8.344

€ 655

8%

2021 begroot*

€ 8.637

€ 293

3%

2022 begroot

€ 9.069

€ 432

5%

2023 begroot

€ 9.523

€ 454

5%

2024 begroot

€ 9.999

€ 476

5%

Tabel 3.1.4 ontwikkeling kosten nieuwe zorgtaken vanaf 2017

* in 2021 eenmalig een lagere prijsstijging vanwege bevriezen contract BSA aanbieders

 C: Volumestijgingen WMO huishoudelijke taken open eindregeling, structureel € 117.000 in 2021 en elk volgend jaar hoger. Net als hierboven speelt hier ook het effect van prijs- en volume stijgingen. Hierbij worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd in de prognose. In de tabel hieronder wordt de financiële ontwikkeling weergegeven. Wmo Huishoudelijke zorg

Zorgkosten

Toename

* € 1.000

* € 1.000

% Toename

2017 werkel i jk

€ 835

2018 werkel i jk

€ 1.089

€ 254

23%

2019 werkel i jk

€ 1.287

€ 198

15%

2020 werkel i jk

€ 1.850

€ 563

30%

2021 begroot

€ 1.943

€ 93

5%

2022 begroot

€ 2.040

€ 97

5%

2023 begroot

€ 2.142

€ 102

5%

2024 begroot

€ 2.249

€ 107

5%

Tabel 3.1.5 ontwikkeling kosten WMO Huishoudelijke zorg

In tabel 3.1.5 hierboven is een opvallende toename te zien in de periode 2018-2020. Dit wordt veroorzaakt door de effecten van het via 2 tranches ingevoerde WMO abonnementstarief dat de maximale eigen bijdrage die cliënten moeten betalen voor WMO zorg sterk limiteert. Ondanks het relatief gemiddeld hoog inkomen van Leusdense inwoners heeft deze maatregel een aanzuigende werking gehad door het grotendeels wegvallen van de eigen bijdrage. We zien ook dat vooral midden- en hogere inkomens de laatste 2 jaar nieuwe aanvragen hebben gedaan. De kosten zijn hierdoor vanaf 2019 € 800.000 structureel toegenomen van € 1,1 miljoen naar € 1,9 miljoen eind 2020. Tegenover deze toename staat slechts een dekking van € 180.000 vanuit het Rijk. Dit betekent dat Leusden structureel zo’n € 600.000 uit andere middelen moet te dekken. Dit naast het verder toenemende tekort zoals eerder is geschetst, vanwege prijs- en loonstijgingen. Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 16

Dit tekort is reeds opgenomen in de begroting. Wanneer deze landelijke regel vervalt kan dit tekort in de toekomst weer afnemen.  Vermindering voordeel bij de regionale risicoverevening dure jeugdzorg. Structureel € 460.000 Samen met de regiogemeenten kopen we zorg in. In het kader van macro-bekostiging zijn afspraken gemaakt over risicodeling voor enkele percelen met een hoge mate van onbestendigheid van inzet van zorg voor Leusdense kinderen. Na een herijkingsmoment in 2020 is een technische aanpassing afgesproken, hierbij gaat het aandeel van Leusden gaat van 7,7% naar 9,56%. Daarbij neemt, bij een overigens ongewijzigde situatie, het voordeel af dat Leusden de voorgaande jaren ervaren heeft in 2021 met € 460.000.

Taakstelling 420k uit 2020 nog niet structureel bereikt

De vanaf 2020 in de begroting opgenomen taakstelling van € 420.000 is afgelopen jaar gedeeltelijk gerealiseerd, waarbij besparingen vooral zijn gevonden in efficiency verbeteringen en het aanwenden van onderuitputting in de begroting. Meerjarig ligt er nog een uitdaging van € 113.000.

Beinvloedbaarheid De beïnvloedbaarheid van de uitgaven binnen het sociaal domein wordt deels beperkt door bestaande jurisprudentie en wettelijke kaders. Samenwerkingsverbanden beïnvloeden het tempo en de invloed bij een gewenste bijsturing en kunnen dus leiden tot vertraging, maar anderzijds is een zekere schaalgrootte ook nodig om dingen voor elkaar te krijgen.

Potentiele ombuigingen 

Ombuigingen binnen het huidig kader, minder snelle kostenstijging (wat we al doen)

Met het huidig Beleidskader Sociaal Domein, Focus en Transparantie (vastgesteld in 2019) wordt ingezet op een doorontwikkeling in de transformatie met een focus op toegankelijkheid, eenzaamheid, arbeidsintegratie, voorliggende voorzieningen, armoede, mensen met verward gedrag en dementie. Voor alle inhoudelijke thema’s zijn uitvoeringsplannen opgesteld die op dit moment worden uitgevoerd. We zien dat, voor zover de resultaten al kúnnen leiden tot conclusies, er geen sprake is van een kostendaling. Dat wil niet zeggen dat deze interventies niet waardevol zijn. Ze kunnen in veel gevallen leiden tot een versterking van de sociale cohesie en een verhoging van de kwaliteit van leven, zonder dat ze – mídden in de transformatie van tien jaar – nu al zichtbaar bijdragen aan een lager kostenniveau binnen het Sociaal Domein. Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 17

Om inzet van zorg te beteugelen zijn er in het inkooptraject twee maatregelen getroffen. Een eerste is het inzetten van zogenaamde bouwblokken met interventieniveaus. Daarbinnen moeten zorgaanbieders het resultaat bereiken dat in het individuele plan van aanpak is beschreven. Een tweede betreft de bekostigingswijze en taakgerichte verantwoording van de zogenaamde Breed Spectrum Aanbieders. Zij werken met één gezamenlijk macro-budget waarbinnen alle activiteiten gericht op complexe jeugdhulp uitgevoerd moeten worden. In het licht van kostenbeheersing, een belangrijk doel binnen het kader, wordt met betrekking tot data- en informatiemanagement zowel geïnvesteerd in systemen als in personele inzet. Met het aantrekken van een accountmanager vindt er meer sturing plaats op doelmatigheid van subsidiëring en inkoop van zorg en ondersteuning op zowel lokaal als regionaal niveau. Diverse kostenbesparende maatregelen, waarin efficiency voorop staat, dragen zowel structureel als incidenteel bij aan de taakstelling binnen het Sociaal Domein, waarmee reeds een afvlakking van de kostencurve wordt bereikt; een minder snelle kostenstijging.

Ombuiging: Interventie op toegang tot voorzieningen, budgetten gerichter inzetten. PM

Conform de wetgeving zijn voor elk deel van het Sociaal Domein verordeningen vastgesteld. Hierin staan hoofdlijnen waarop besluiten kunnen worden genomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de vraag op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een inwoner in aanmerking komt voor een voorziening of wat in de uitvoering word verwacht van aanbieders. Dit om ervoor te zorgen dat onze inwoners tijdig en kwalitatief goede zorg of ondersteuning ontvangen. De huidige kaders zijn zodanig ingericht dat voorzieningen ‘voor iedereen’ toegankelijk zijn. We zien bij steeds meer gemeenten dat er keuzes gemaakt en/of onderzoeken worden gedaan om te komen tot drempelverhogende maatregelen, inperken van keuzevrijheid in aanbieders of het beperken van het aantal vormen van voorzieningen. Vanzelfsprekend is wetgeving hierin leidend, maar verkenning van grenzen zien we regelmatiger gebeuren. 

Toegang en/of eigen bijdrage meer inkomensafhankelijk maken

Onderzocht kan worden om financiële zelfredzaamheid van cliënten of hun ouders meer te laten meewegen. Als voorbeeld hierbij dient het invoeren van een light-inkomenstoets bij de aanvragen voor hulp bij het huishouden (WMO), dat in deze vorm nog past binnen de bestaande kaders en dan ook nu al wordt ingevoerd. Verkend zou kunnen worden of dit ook integraal toepasbaar of inhoudelijk uit te breiden is, zoals ook in het AEF rapport bij de jeugdzorg wordt genoemd. Vanuit de VNG zijn aan de gemeenten handreikingen gedaan met betrekking tot de toepassing van het abonnementstarief (actief wijzen op eigen draagkracht/ zelfredzaamheid). Met deze maatregelen kunnen gemeenten beter sturen op WMO en jeugd kosten maar bestaat wel het risico om tegen wettelijke grenzen en beperkingen aan te lopen. 

Verschralen en/of schrapen van zorg en maatwerkvoorzieningen

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 18

Met deze maatregelen kunnen gemeenten beter sturen op WMO en jeugd kosten. Deze maatregelen kunnen negatieve individuele- of maatschappelijke consequenties hebben. Bestaande jurisprudentie en wettelijke kaders beperken ook de bewegingsvrijheid hierbij. 

Zorgplannen vooraf laten toetsen

Overwogen kan worden de inzet van zorg door huisartsen áltijd met een plan van aanpak te laten toetsen door Lariks. Het gevolg van deze interventies op toegang tot voorzieningen kan negatieve individuele- of maatschappelijke consequenties hebben. Bestaande jurisprudentie en wettelijke kaders beperken ook de bewegingsvrijheid hierbij. 

Ombuiging: Lager niveau (preventieve) voorzieningen, PM.

Al voor de decentralisaties werden verwachtingen geschept over preventie en vroeg-signalering. Uit het eerder vermelde AEF rapport (specifiek gericht op de Jeugdwet) blijkt dat die beleidstheorie, die structureel meer geld kost, niet aantoonbaar leidt tot kostenbesparing binnen de Jeugdwet. In het onderzoek zijn twee hoofdthema’s bekeken. ‘Het opzetten van een sterke basis’ (rand voorwaardelijk) en ‘het inzetten van de juiste interventies’ . In Leusden is de afgelopen jaren vooral integraal in het brede Sociaal Domein ingezet op vergroten van zelfredzaamheid, normaliseren, ondersteunen van netwerkstructuren, versterken pedagogische basis (gericht op Jeugdzorg), deskundigheidsbevordering. Deze taken worden voornamelijk door (of onder regie van) Lariks uitgevoerd. Daarnaast wordt er laagdrempelige ondersteuning geboden door inzet van o.a. het Geldloket, Fort33, de Huiskamer van Leusden, Lokale dagbesteding de Bron, DAVA, etc. Beperken van voorzieningen biedt op korte termijn financieel voordeel. De individuele, maatschappelijke en financiële effecten op langere termijn zijn niet inzichtelijk. Deze interventie is niet onherroepelijk, maar hervatten van activiteiten in de toekomst zal intensief traject zijn (tijd en geld).

Ombuiging: herinrichten uitvoering, PM 

Regionale beleidsharmonisatie, minder lokale overhead, PM

Daar waar veel uitvoerende taken zijn belegd bij samenwerkingspartners wordt de beleidsvoorbereiding op dit moment nog wél in eigen huis uitgevoerd. Het Rijk heeft aangegeven de [boven] regionale samenwerking in de (deel)domeinen Jeugd en Beschermd Wonen te willen versterken. In het verlengde daarvan is harmonisatie van beleid – met het doel om efficiënter en effectiever te kunnen worden – door samenwerking met regiogemeenten één van de opties die verkend zou kunnen worden. Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 19

Mogelijke effecten van deze interventie zijn: Besparingen op eigen apparaatskosten en doelmatiger beleidsuitvoering op regioniveau. Maar ook: afname van lokale invloed op tempo en inhoud van beleidsvorming. Het overall effect op de totale kosten SD van hetzelfde werk anders organiseren zal hoe dan ook beperkt zijn. Om deze ombuiging te realiseren is een politieke keuze nodig om directe lokale invloed op het SD beleid op te geven en meer als regionaal collectief op te trekken. 

Minder uitbesteden, minder overhead in de zorgketen, PM

Bij de uitvoering van het Sociaal Domein is een netwerk aan samenwerkingspartners betrokken. De voornaamste partners zijn Lariks (toegang en toeleiding tot zorg- en ondersteuning), de gemeente Amersfoort (uitvoering Participatiewet), SDO-support (uitvoering zorgadministratie) en het Regionaal Inkoop en Subsidiebureau (verwerving en beheer van zorgcontracten) dat voor zeven regiogemeenten is georganiseerd bij de gemeente Amersfoort. De keuze om deze activiteiten niet zelf uit te voeren is per activiteit gemaakt en heeft ook verschillende ‘prijskaartjes’. Onderzocht kan worden of –in tegenstelling tot de ombuigingsoptie hierboven- juist het zelf organiseren van bovenstaande activiteiten (mogelijk incorporatie) leidt tot, meer invloed en sneller bijsturen, een betere beheersbaarheid en een mogelijke kostenbesparing als alle losse elementen op elkaar aansluiten en wat zorgt voor verbetering (efficiency) in de uitvoering. Mogelijke effecten van deze interventie zijn: meer wendbaarheid en lagere overhead door kortere lijnen. Maar ook: Verhoging kwetsbaarheid door laag schaalniveau en verlies schaalvoordelen aanbestedingen (hogere prijzen ingekochte zorg). Het overall effect op de totale kosten SD van hetzelfde werk anders organiseren zal hoe dan ook beperkt zijn.

Om deze ombuiging te realiseren is een stevige voor-investering nodig en overeenkomsten met huidige partners moeten worden ontbonden.

Lopende onderzoeken o o o o

Tussenevaluatie taskforce Onderzoek naar indicatie en triage Volumestijgingen WMO & Jeugd VNG Evaluatie Lariks (start mei 2021)

Opties voor vervolg onderzoek 1. Interventies op toegang tot en niveau van geïndiceerde voorzieningen 2. Lager niveau preventieve voorzieningen 3. Herinrichten uitvoering (minder uitbesteden, meer zelf doen of juist andersom: Regionale beleidsharmonisatie Jeugd, WMO en W&I

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 20

3.2 Verkeer & vervoer Het taakveld verkeer & vervoer heeft betrekking op: onderhoud wegen, maatregelen verkeersveiligheid (o.a. bebording), verkeersregelinstallaties, kabels en leidingen, openbare verlichting, straatreiniging, gladheidbestrijding. Uit de tabel komt naar voren dat de referentiegemeenten gemiddeld netto € 148 per inwoner besteden aan verkeer & vervoer en Leusden € 158 per inwoner. Leusden zit hiermee in top 4 van de 9 referentie gemeenten. De verschillen tussen de gemeenten hebben betrekking op de fysieke situatie, met name de ondergrond. Ook zijn er verschillen bij het financiële technische beheer. Dat maakt het lastiger de relatieve positie van Leusden te interpreteren. Via een gemiddelde van 8 gemeenten en een bedrag per inwoner neemt de vergelijkbaarheid wel toe.

2.1 Verkeer & vervoer

Lasten

Baten

Saldo

Netto per inwoner

Leusden

€ 5.169

€ 415

-€ 4.754

€ 158

Gemi d. Ref. Gem.

€ 4.662

€ 129

-€ 4.534

€ 148

Putten (25k inw)

€ 1.488

€7

-€ 1.481

€ 59

Beuningen (26k inw)

€ 2.921

€ 72

-€ 2.849

€ 110

IJsselsteijn (34k inw)

€ 4.071

€ 36

-€ 4.035

€ 119

Hendrik Ido Ambacht (31k inw)

€ 4.120

€ 234

-€ 3.886

€ 125

Nunspeet (27k inw)

€ 4.183

€ 103

-€ 4.080

€ 151

Albrandswaard (25k inw)

€ 4.057

€ 94

-€ 3.963

€ 159

Bodegraven (34k)

€ 7.443

€ 169

-€ 7.274

€ 214

Aalsmeer (32k)

€ 7.437

€ 271

-€ 7.166

€ 224

Tabel 3.2.1 uitgaven aan taakveld verkeer en vervoer Leusden en referentiegemeenten

De baten komen onder andere voort uit doorbelastingen aan riolering & reiniging, leges kabels & leidingen en een doorbelasting salarissen naar onderhoudsvoorzieningen. De lasten bestaan voor ruim 50% uit het sparen voor groot onderhoud- en vervangingsonderhoud van wegen, civiele kunstwerken en verkeersregelinstallaties. Omdat deze voorziene uitgaven per jaar fluctueren worden ze in Leusden geëgaliseerd via onderhoudsvoorzieningen. Er zijn zes onderhoudsegalisatie-voorzieningen, twee hiervan hebben betrekking op dit taakveld.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 21

Onderdelen voorziening groot onderhoud

Taakveld

Uitgaven gemid. x € 1.000

Saldo voorziening 1-1-2020

Wegbeheer/deklagen

2.1

€ 2.100

€ 3.452 1

Civiele kunstwerken/VRI

2.1

€ 470

€ 954 2

0.3 + 5.2

€ 585

€ 1.735 3

Wa terbeheer

7.4

€ 125

€ 235 4

Groenbeheer/s peel voorzi eni ngen

5.7

€ 380

€ 1.706 5

Bui tens porta ccommoda ti es

5.2

€ 180

€ 2.457 6

Gebouwen/bi nnens prt/zwemba d

Tota a l

€ 3.840

€ 10.538

Tabel 3.2.2 gemiddelde uitgaven groot onderhoud per taakveld i.c.m. bijbehorende onderhoudsvoorzieningen

Beinvloedbaarheid De hoeveelheid te onderhouden verharding wegen is haast niet aanpasbaar. Wel kan enigszins worden gestuurd op onderhoudsniveau en kan gekozen worden bepaalde VRI’s en civiele kunstwerken uit te faseren.

Knelpunt  Actualisatie ramingen groot onderhoud wegen en kunstwerken (in uitvoering tijdens schrijven van deze rapportage), leidt tot kostenverhoging van € 150.000 structureel (Totaal actualisatie € 400.000, waarvan € 250.000 voor taakveld 5.7 openbaar groen)

Huidige beleid is om de vier jaar de onderhoudsuitgaven te actualiseren op basis van een doorrekenperiode van 12 jaar. Doordat Leusden in korte tijd snel gegroeid is komt ca 40-50 jaar later een piek in vervangingsinvesteringen voor infrastructuur. Bij de vorige actualisatie ging dit over de periode 2016-2027. Nu gaat het over de periode 2020 t/m 2031. Het totale benodigde bedrag voor deze 12 jaars doorrekenperiode is toegenomen, mede doordat in de nieuwe toegevoegde jaren (2028-2031) grotere uitgaven voor onderhoud staan gepland. Hierdoor is het totale bedrag over 12 jaar, bij ongewijzigde beleidsuitgangspunten, hoger geworden dan in de voorgaande doorrekenperiode 2016-2027. Waarmee dus ook de gemiddelde voorziene uitgaven per jaar toenemen. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij de Kerntaken discussie in 2013 een besluit is genomen om de doorrekenperiode van de gemeentelijke onderhoudsvoorzieningen te verkorten van 16 naar 12 jaar. Daarmee kon op dat moment met een financieel-technische ‘ontsparingsmaatregel’ een besparing worden gerealiseerd van € 425.000 per jaar. Nu komen deze toekomstige extra uitgaven dus alsnog binnen de planningshorizon te liggen.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 22

De toename van de kosten is gerelateerd aan de voorziene vervanging van weginfrastructuur en civiele kunstwerken. Daarnaast manifesteren er zich naar de huidige inzichten ook hogere instandhoudingsuitgaven aan watergangen (baggerwerkzaamheden, PFAS), groenvoorzieningen en speelvoorzieningen. De laatstgenoemde ontwikkelingen manifesteren zich op taakveld 5.7, openbaar groen en openluchtrecreatie. Het totaal van alle bovengenoemde ontwikkelingen resulteert op dit moment in een voorzien tekort van circa € 400.000 per jaar (gedurende de planperiode van 12 jaar).

Actualisatie groot onderhoud (deel verkeer & vervoer)

Bedrag

Wegen

€ 30

Ci vi el e kuns twerken

€ 120

Totaal taakveld 2.1 verkeer en vervoer

€ 150

Restant actualisatie taakveld 5.7 Openbaar groen

€ 250

Totaal actualsatie groot onderhoud

€ 400

Tabel 3.2.3 verdeling kostenstijging door actualisatie groot onderhoud

De bevindingen komen voort uit de onderhoudsactualisatie die momenteel in voorbereiding is en kunnen dus nog wijzigen. De raad wordt in een informatie-uitwisseling meegenomen in de bevindingen en overwegingen bij de onderhoudsactualisatie.

Potentiele ombuigingen 

Ombuiging: Verlagen kwaliteit onderhoud wegen van B naar C niveau, PM.

Omdat het aantal wegen niet kan worden beïnvloed zijn er alleen mogelijkheden in het hanteren van een langere onderhoudstermijn en hiermee het onderhoudsniveau van c naar b te brengen. Het gevolg is dat wegen er een aantal jaren minder mooi uitzien. De verkeersveiligheid is nog wel geborgd. 

Ombuiging: Verminderen van het aantal houten bruggen, PM.

Binnen de civiele kunstwerken kunnen besparingen worden behaald door een aantal houten bruggen voor langzaam verkeer niet te vervangen als die daar aan toe zijn, maar te verwijderen. Het betreft bruggen die slechts in geringe mate een functie t.b.v. verkeersafwikkeling hebben, maar wel bijdragen aan beleving en recreatie. Dit vermindert de afschrijvings- en onderhoudskosten. Het gevolg kan zijn dat inwoners de bruggen willen behouden en men hier tegen in actie komt.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 23

Ombuiging: verminderen aantal VRI’s

Een aantal van de 26 VRI’s in Leusden is op basis van verkeerskundige inzichten niet noodzakelijk. Veelal betreft het VRI’s die op verzoek van burgers of de raad zijn toegevoegd vanwege ervaren verkeersonveiligheid. Een besluit tot verwijdering/niet vervanging kan dan ook maatschappelijk gevoelig liggen. Minder VRI’s betekent minder structurele onderhouds- afregelkosten.

Vervolg onderzoek De onderhoudsplanning wegen & civiel & openbaar groen is op dit moment, voor met name de langere termijn, theoretisch geactualiseerd, op basis van standaardafschrijvingstermijnen en standaard kostenopstellingen. Het voornemen is de huidige planning dit jaar ook meer praktisch te actualiseren. Mede om de voorziene toename van € 400.000 (incl. openbaar groen) per jaar te verminderen. Er wordt dan fysiek gekeken wat nodig is, wat goede alternatieven zijn en welke besparingsmogelijkheden concreet geeffectueerd zouden kunnen worden. Hiervoor is wel diepgaander onderzoek nodig. Bovenstaande voorstellen kunnen hierin worden meegenomen en concreter uitgewerkt.

Lopende onderzoeken Motie besparing 7% op dotatie voorziening groot onderhoud. ‘Verzoekt het college om voor het groot onderhoud nieuwe kaders en uitgangspunten aan de raad voor te leggen waarbij zo veel als mogelijk rekening wordt gehouden met een budget dat 7% minder is dan nu geraamd en hiermee bij het opstellen van de begroting/ voorjaarsnota 2021 rekening te houden’.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 24

3.3 Milieubeheer

Het taakveld milieubeheer heeft betrekking op, bodembescherming/sanering, ongediertebestrijding, de energietransitie, de groene belevenis en milieubeheer (grotendeels via de Regionale Uitvoerings Dienst). Een vergelijk met de referentie gemeenten laat zien dat Leusden gemiddeld € 43 per inwoner beschikbaar stelt voor milieubeheer. Dit is hoger dan het gemiddelde van de referentie gemeenten met € 30 per inwoner. Het valt ook op dat de bandbreedte binnen de referentiegemeenten erg verspreid is en niet een eenduidig beeld laat zien tussen de referentiegemeenten. Dit kan een indicatie zijn dat kosten mogelijk niet op gelijke wijze worden geboekt en dit beleidsveld sterk ambitiegevoelig is. Ook kunnen de (nauwelijks te beïnvloeden) kosten voor regionale milieudienst (bij ons de RUD) sterk wisselen per gemeente afhankelijk van het veel of weinig aanwezig zijn van milieugevoelige bedrijven.

7.4 Milieubeheer Leusden

Lasten

Baten

Saldo

Netto per inwoner

€ 1.296

€0

-€ 1.296

€ 43

Gemi d. Ref. Gem.

€ 957

€ 78

-€ 880

€ 30

IJsselsteijn (34k inw)

€ 563

€ 202

-€ 361

€ 14

Beuningen (26k inw)

€ 903

€ 377

-€ 526

€ 17

Albrandswaard (25k inw)

€ 559

€0

-€ 559

€ 22

Hendrik Ido Ambacht (31k inw)

€ 897

€0

-€ 897

€ 26

Aalsmeer (32k)

€ 667

€0

-€ 667

€ 27

Nunspeet (27k inw)

€ 984

€ 34

-€ 950

€ 35

Putten (27k inw)

€ 1.488

€7

-€ 1.481

€ 46

Bodegraven (34k)

€ 1.597

€0

-€ 1.597

€ 47

Tabel 3.3.1 uitgaven aan taakveld Milieubeheer Leusden en referentiegemeenten

Beinvloedbaarheid Binnen dit taakveld is ruimte voor autonoom beleid wat ook zichtbaar is in de meerjarenbegroting. In onderstaande tabel 3.3.2 zijn de structurele en incidenteel begrote uitgaven zichtbaar gemaakt. Ook is het eigen beleid aangemerkt. Dit is globaal genomen 50% van de totale kosten, zo’n € 500.000 en € 17 per inwoner. Daarbij moet aangetekend worden dat Leusdense inzet op energietransitie en warmtetransitie op dit moment weliswaar kwalificeert als autonoom beleid, maar dat hier deels wel regionale en nationale akkoorden en afspraken aan ten grondslag liggen. De ambitie van de gemeente Leusden komt voort uit de landelijke en Europese ontwikkelingen door het klimaatakkoord en verdrag van Parijs. De gemeente draagt bij aan de uitvoering van dit mondiale, Europese en landelijke beleid en heeft daarnaast als eigen doelstelling om eerder klimaatneutraal te zijn in 2040 dan de landelijke doelstelling. Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 25

Bij de incidentele kosten zijn ook de extra middelen vanuit het rijk zichtbaar. Hiermee kan uitvoering worden gegeven aan de landelijke visie. Leusden wil deze ambitie versnellen via de doelstelling CUP “Leusden klimaatneutraal in 2040”. Vanuit het Cup is voor de energietransitie € 80.000 structureel beschikbaar gesteld voor uitbreiding formatie en structureel € 30.000 en € 50.000 voor het Energiehuis en het energieloket. Daarnaast is een aanvullend incidenteel bedrag van € 80.000 beschikbaar gesteld voor 2020. Bij de kaderbrief 2021 is dit bedrag ook beschikbaar gesteld voor 2021 en 2022. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in de beschikbare budgetten.

Eigen beleid

I/S

Leusden 2020

Leusden 2021

Leusden 2022

Leusden 2023

Mi l i eubeheer RUD

S

€ 338

€ 381

€ 401

€ 401

€ 401

Ongedi ertebes tri jdi ng

S

€5

€5

€ 25

€ 25

€ 25

Onderwerp

Leusden 2024

Mi l i eubeheer di vers e

Bel ei d

S

€ 57

€ 57

€ 57

€ 57

€ 57

Duurza a mhei ds educa tie (Groene bel eveni s )

Bel ei d

S

€ 218

€ 218

€ 218

€ 218

€ 218

Loonkos ten 2018

S

€ 238

€ 208

€ 208

€ 208

€ 208

Loonkos ten 2019 CUP

Bel ei d

S

€ 80

€ 80

€ 80

€ 80

€ 80

Loonkos ten 2021

Bel ei d

S

€ 30

€ 30

€ 30

€ 30

Energi ehui s CUP

Bel ei d

S

€ 30

€ 30

€ 30

€ 30

€ 30

Energi el oket CUP

Bel ei d

S

€ 50

€ 50

€ 50

€ 50

€ 50

€ 1.016

€ 1.059

€ 1.099

€ 1.099

€ 1.099

Bel ei d

I

€ 100

€ 100

€ 100

-€ 100

-€ 100

-€ 100

€ 80

€ 80

Strucutreel Ui tvoeri ng RES (ka derbrf 2021)

€ 70

Kl i ma a tmi ddel en

I

€ 68

€ 114

Dekki ng kl i ma a tmi ddel en Ri jk

I

-€ 68

-€ 114

Wa rmtetra ns i tie forma tie

I

Dekki ng wa rmtetra ns i tie Ri jk

I

Energi etra ns i tie (ka derbrf 2021)

Bel ei d

I

Energi etra ns i tie s ubprojecten CUP

Bel ei d

I

Dekki ng kl i ma a takkoord Ri jk

€ 80

€ 50

I Incidenteel

Totaal primaire begroting

PM

PM

PM

€ 80

€ 130

€ 80

€0

€0

€ 1.096

€ 1.189

€ 1.179

€ 1.099

€ 1.099

Toerekeni ng overhea d

€ 194

Totaa l i ncl . overhea d

€ 1.290

Tabel 3.3.2 structurele en incidentele uitgaven aan Milieubeheer Leusden

Knelpunten 

Onvoldoende structurele dekking voor energiedoelen, € 80.000 structureel

De inspanningen die nodig zijn om de CUP doelstelling “Leusden Klimaatneutraal 2040” te halen hebben een structureel karakter, maar worden nu nog gedeeltelijk incidenteel gefinancierd. Voor de huidige raadsperiode volstaan deze incidentele middelen, maar daarna ontstaat mogelijk een knelpunt.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 26

Meer kosten voor RUD Utrecht door uitbreiding wettelijke taken, € 25.000 structureel

Door onder meer de Omgevingswet komen meer taken bij de gemeente als bevoegd gezag te liggen, die we beleggen bij de Regionale uitvoeringsdienst, de RUD Utrecht. De bodemtaken worden bij inwerkingtreding OW overgedragen van provincie naar gemeenten. De inschatting is dat de overdracht van de bodemtaken ongeveer € 50.000 gaat kosten. Hier zal ook compensatie tegenover komen te staan. Er is echter nog geen duidelijkheid vanuit het rijk over de verdeling van de middelen voor deze taakoverdracht. Daarnaast is de laatste jaren een toename te zien van vraag gestuurde producten, meldingen en aanvragen die moeten worden afgehandeld door de RUD. We houden per saldo rekening met een tekort van € 25.000.

Potentiele ombuigingen

Binnen dit taakveld is ruimte voor autonoom beleid en dit is beïnvloedbaar. Dit betekent dat vermindering van uitgaven mogelijk is, indien de bereidheid om doelen en ambities bij te stellen aanwezig is. Op welke termijn ombuigingen effect laten zien is mede afhankelijk van verplichtingen met derden, zoals contractuele afspraken of subsidierelaties.  Ombuiging: De energietransitie uitvoeren binnen de beschikbare extra rijksmiddelen, € 160.000. De warmte- en energietransities zijn ook ingestoken vanuit Europees- en rijksbeleid. De specifieke middelen vanuit het rijk kunnen een financieel kader zijn om hierbinnen de transitietaken uit te voeren. Door dit uitgangspunt kunnen structurele CUP middelen (max € 160.000) vrijvallen. Dit betekent –na recente uitbreiding- weer terug gaan naar structureel 0,5 fte energietransitie; tenzij er structureel geld komt van het rijk. Gevolg: Daarmee wordt de afspraak uit het coalitieakkoord (Energieneutraal in 2040) losgelaten en wordt in een lager tempo uitvoering gegeven aan de gemeentelijke taken in het klimaatakkoord.

Ombuiging: Middelen van de groene belevenis anders inzetten, maximaal € 218.000.

Het educatiecentrum “De groene belevenis”(DGB) is geen wettelijke taak. DGB ontvangt een subsidie van € 210.000 en € 8.000 voor de uitvoering van de Regeling duurzame initiatieven. DGB verzorgt een basistakenpakket inhoudende duurzaamheidseducatie voor basisscholen, onderhoud en exploitatie van de struintuin, onderhouden van het vrijwilligersnetwerk (circa 50 vrijwilligers) en faciliteren van inwoners bij duurzaamheidinitiatieven. Naast deze basistaken heeft DGB ook een belangrijke rol bij diverse duurzaamheidsactiviteiten richting inwoners, zoals het Energieloket, de warmtevisie /warmtewijkplannen, Opgeruimd Leusden voor zwerfafval.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 27

Gevolg: De ombuiging heeft primair gevolgen voor de basistaken waarvoor subsidie wordt verleend, zoals duurzaamheidseducatie aan basisscholieren Door het anders in te zetten van de middelen zullen ondersteunende faciliteiten aan inwoners verminderen, verdwijnen of op andere wijze moeten worden vorm gegeven. Ook zou met de groene belevenis de vrijwilligersondersteuning van de energietransitie wegvallen.

Ombuiging: Heffen van leges voor milieuwerkzaamheden

Met de komst van de Omgevingswet wordt het mogelijk om leges te heffen voor milieuwerkzaamheden. In 2021 wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om inkomsten te verwerven en welke uitgangspunten we gaan hanteren. Het zal hier niet om grote bedragen gaan.

Lopende onderzoeken Evaluatie de groene belevenis die uitgevoerd gaat worden n.a.v. de subsidieafspraken die vanaf 2020 zijn bijgesteld.

Verkenning voor prioriteitstellingsdiscussie

Pagina 28

3.4 Sportaccommodaties Het taakveld sportaccommodaties heeft betrekking op de buitensportaccommodaties, gymzalen, sportzalen en sporthallen en het zwembad. Kosten worden gemaakt voor onderhoud, afschrijving, energie en schoonmaak. De baten hebben betrekking op de huuropbrengsten. De Gemeente Leusden besteedt een vrij groot bedrag aan sportaccommodaties en staat hiermee in de top 4 bij de referentiegemeenten. Anderzijds belast Leusden ook een hoger percentage door via de huur aan de sportverenigingen dan de referentiegemeenten. Hierdoor zijn de netto lasten per inwoner € 47 en voor de referentiegemeenten gemiddeld € 40. Gemiddeld genomen is dit zo’n ruim € 0,2 miljoen meer dan het gemiddelde van de referentie gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3310/documents/32677