CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 VRU ontwerpbegroting 2023, geactualiseerde conceptbegroting 2022.Pdf

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente LeusdenBij agendapunt: 7: RV Veiligheidsregio Utrecht – ontw.begroting 2023, wijz.begroting 2022, jaarstukken 202125.186 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven;  Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten);  Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden;  Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;  Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie;  Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.

3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten:  Wij implementeren op alle posten in onze regio het materieel en personeelsbeheer- en spreidingsplan.  Wij gaan aan de slag met de resultaten van de proeftuinen paraatheid.  Wij ontwerpen een regiobrede roosterregeling.  Wij ronden de implementatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer af.  Wij implementeren de nieuwe inrichting van de organisatie bij Brandweerrepressie, met een centrale afdeling Voorbereiding Incidentbestrijding en een verbeterde aansturing van de lijnorganisatie.  Wij centreren de werkzaamheden rond adembescherming in een nieuwe adembeschermingswerkplaats in Houten.  Wij werken aan het herontwerp van onze oefensystematiek en de herinrichting van onze instructiecapaciteit.  Wij werken aan het vergroten van de flexibiliteit bij de uitruk, waarbij in de hele regio naast de standaard inzet van TS-6 ook een uitruk als TS-4 mogelijk wordt.

Pagina

30

We bereiden ons voor op de mogelijke implementatie van bouwsteen 1 van de taakdifferentiatie bij de brandweer, waarbij onderscheid gemaakt moet worden tussen verplichte en niet-verplichte aanwezigheid van personeel. Vrijwilligheid blijft een van de pijlers van de brandweerorganisatie, waarbij de ondersteuning van de brandweerposten en het blijvend boeien en binden van vrijwilligers noodzakelijke aandacht blijft krijgen.

Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2022 worden deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Incidenten bestrijden Na binnenkomst van een incidentmelding worden de benodigde brandweereenheden gealarmeerd. Indien meer potentieel noodzakelijk is, schalen we soepel op of worden specialistische eenheden gealarmeerd. Ons uitgangspunt is dat de burger in nood kan rekenen op de snelst mogelijke hulp. Bij niet-maatgevende incidenten willen wij elke post en ploeg de mogelijkheid geven om vraaggericht uit te kunnen rukken met een TS4 zonder tweezijdig te hoeven aanrijden. Daarnaast hebben we met de zeven omliggende veiligheidsregio’s onderzocht en in convenanten vastgelegd welke post op welke grenslocaties de snelste hulp kan bieden. Specialismen Een basiseenheid van een tankautospuit is uitgerust om de vier basistaken van de brandweer uit te voeren.

Daarnaast kennen we binnen de VRU de volgende specialismen:  Brandweerduiken  Hoogteredding  Optreden bij grof en extreem geweld  Technische hulpverlening  Natuurbrandbestrijding  Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen  Rietenkapbrandbestrijding  Grootschalig brandweeroptreden Sinds 2019 wordt in de vakbekwaamheid van de eenheden bijzondere aandacht besteed aan het brandweeroptreden bij grof en extreem geweld. Wij trainen de basiseenheden voor deze specifieke taak en hebben een Quick Response Team (QRT) aangewezen, getraind en operationeel om basiseenheden te ondersteunen waar nodig. AED/First Responder-taak Sinds de zomer van 2016 rukken alle VRU-brandweerposten voor de AED/First Responder taak uit. Dit is geen wettelijke, maar wel een collectieve taak: het bestuur heeft in 2015 besloten dat de VRU deze taak uitvoert. De uitvoering van de AED-taak is in 2021 nogmaals geëvalueerd. Hierbij is ook de beleving van de uitvoering van de taak onder brandweerpersoneel onderzocht. Op basis van deze evaluatie heeft het bestuur besloten deze taak tot en met 2023 voort te zetten en de afweging voor de volgende

Pagina

31

beleidsperiode (2024 tot en met 2027) te betrekken bij de integrale besluitvorming over de taakuitvoering in het kader van het nieuwe beleidsplan. Nazorg We hebben de opvang en nazorg aan onze brandweermensen professioneel georganiseerd. Wanneer er na afloop van incidenten behoefte is aan nazorg, wordt deze lokaal, op de betreffende brandweerpost geleverd. Daarbij is gespecialiseerde ondersteuning als aanvulling op onze nazorg georganiseerd en beschikbaar. Jeugdbrandweer Onze jeugdbrandweer is een belangrijke kweekvijver voor onze toekomstige brandweer, maar kent ook een zeer belangrijke maatschappelijke taak in het uitdragen van brandveilig leven. Wij bevorderen de toestroom van leden vanuit alle gemeenten en de uiteindelijke doorstroom naar alle brandweerposten in onze regio. Informatievoorziening Als ondersteuning bij de bestrijding van incidenten bij risicovolle en kwetsbare objecten in onze regio maken we gebruik van aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten. Deze willen we verder digitaal beschikbaar maken. Ook onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor routenavigatie. Materiële paraatheid Met betrekking tot de paraatheid is de doelstelling om de materiële paraatheid te versterken. De bedrijfsprocessen worden ingericht met als streven 100% materiële paraatheid. Zonder materieel kan immers geen inzet gepleegd worden.

Alle voertuigen en gereedschappen worden efficiënt en professioneel onderhouden en periodiek gekeurd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost. In 2022 zal de VRU een centraal gelegen pand in Houten betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken. Vakbekwaamheid De initiële vakbekwaamheid van ons repressieve brandweerpersoneel wordt verzorgd door het Opleidingsinstituut Brandweeropleidingen VRU. Aspiranten worden hier opgeleid tot manschap. Daarnaast biedt het instituut opleidingen aan voor de diverse functies die binnen de brandweer worden uitgevoerd.

Na het volgen van de initiële opleiding wordt de vakbekwaamheid van het repressieve brandweerpersoneel op niveau gehouden door middel van oefeningen en bijscholingen.

Pagina

32

3.4.3 Waarop sturen we? Tabel 20 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren

5 6 7

Incidenten bestrijden Het totaal aantal incidenten Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMSmeldingen Het aantal incidenten voor hulpverlening 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen Het aantal geredde slachtoffers Het aantal inzetten voor en in buurregio’s

8 9

Vakbekwaamheid Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond

1 2

3

4

Realisatie 2021

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

8.084 4.172 547 2.042 1.583

8.350 4.250 550 2.150 1.550

8.350 4.250 550 2.150 1.550

8.350 4.250 550 2.150 1.550

3.151 231 393 1.740

3.400 200 350 2.200

3.400 200 350 2.200

3.400 200 350 2.200

787 638

650 600

650 600

650 600

123 25 231

100 160

100 160

100 160

86 15

96 20

96 18

96 18

Tabel 21 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3

Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd

Realisatie 2021

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

82%

80%

80%

80%

ja

ja

ja

ja

20%

15%

15%

15%

Pagina

33

3.4.4 Wat kost het? Tabel 22 Baten en lasten Brandweer Bedragen x € 1.000

Brandweer

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten

55.011 55.011

63.179 63.179

62.034 62.034

Baten Di recte ba ten Totaal Baten

1.702 1.702

1.558 1.558

1.509 1.509

Saldo van baten en lasten

-53.309

-61.620

-60.525

Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves

2.717 602

662 4.824

522 2.472

-55.425

-57.458

-58.575

Geraamd resultaat

Meldkamer 3.5.1 Wat willen we bereiken? De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident. De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor het programma Meldkamer 2 doelstellingen opgenomen:  Wij willen meldingen van burgers sneller en slimmer ontvangen, registreren, beoordelen en bewaken, ten einde nog sneller en adequater hulp te kunnen bieden.  Wij sturen op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de informatie waarover de meldkamer beschikt, en de snelheid waarmee deze beschikbaar komt ten behoeve van de uitvoering van ons werk.

3.5.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De meldkamer moet ons helpen de hulpverlening aan de burger betrouwbaar en steeds zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. De meldkamer Utrecht omarmt dan ook landelijke innovaties zoals de implementatie van de 112NL-app, waarmee we in de loop van 2022 via een chatfunctie ook

Pagina

34

kunnen communiceren met melders die niet goed kunnen horen of spreken, of die de Nederlandse of Engelse taal niet machtig zijn. In de planning van de LMS voor de aansluiting van meldkamers op de landelijke infrastructuur is vertraging opgetreden. Met de LMS maken wij afspraken over de overbrugging van de tussenliggende periode m.b.t stabiliteit en beschikbaarheid van innovatieve technologie. Voor de middellange termijn bouwen wij samen met politie, de veiligheidsregio’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek, en de Regionale Ambulancevoorzieningen van Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, aan de nieuwe, innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. In 2022 werken wij verder aan de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt.

Overdracht beheer meldkamer Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit op zijn vroegst wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum. De realisatie van de nieuwe meldkamer zal binnen de gestelde kaders gerealiseerd moeten worden. De nieuwe meldkamer moet uiterlijk in 2025 operationeel zijn. De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel structureel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Door de vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 tot 2025 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen.

3.5.3 Waarop sturen we? Tabel 23 Productie-indicatoren Meldkamer Nr. Productie-indicatoren

1 2 3

Meldkamer Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Verwerkingstijd meldingen Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar

Realisatie 2021

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

18.954

18.500

18.500

18.500

41 sec. 1

60 sec. 1

60 sec. 1

60 sec. 1

Pagina

35

3.5.4 Wat kost het? Tabel 24 Baten en lasten Meldkamer Bedragen x € 1.000

Meldkamer

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten

1.296 1.296

1.506 1.506

1.401 1.401

Baten Di recte ba ten Totaal Baten

-67 -67

396 396

-308 -308

Saldo van baten en lasten

-1.363

-1.110

-1.709

Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves

704 -

704 423

432

-2.067

-1.391

-1.277

Geraamd resultaat

Algemeen 3.6.1 Algemene kosten en dekkingsmiddelen Het programmaonderdeel ‘Algemeen’ geeft de indirecte baten en lasten weer. Alleen directe baten en lasten die zijn toe te rekenen aan de verschillende programmaonderdelen zijn bij deze specifieke onderdelen opgenomen. De overige baten en lasten zijn opgenomen in het programmaonderdeel ‘Algemeen’. Tabel 25 Baten en lasten Algemeen Bedragen x € 1.000

Algemeen incl. Overhead

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten

25.622 25.622

28.737 28.737

28.606 28.606

Baten Di recte ba ten Totaal Baten

98.234 98.234

98.857 98.857

100.669 100.669

Saldo van baten en lasten

72.612

70.119

72.063

Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves

871 1.287

1.988

1.383

Geraamd resultaat

73.028

72.107

73.447

Pagina

36

De algemene dekkingsmiddelen bestaan met name uit de totale bijdrage van gemeenten (GBTP) en de structurele bijdrage van het rijk (BDuR). De mutatie in de gemeentelijke bijdrage wordt gespecificeerd in bijlage 1. De ontwikkeling van de rijksbijdrage wordt toegelicht in paragraaf 2.1.5 ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’. De mutaties op de reserves worden gespecificeerd in paragraaf 4.3.3 ‘Verloop reserves’.

3.6.2 Overhead Volgens het BBV artikel 8 moet in de begroting een apart overzicht opgenomen worden van de kosten van de overhead. De (BBV) definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens het BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead. In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.

2.

De programmaonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die onder deze programmaonderdelen zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. de kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan IFV; e. kosten van bestuursondersteuning. Overheadkosten in de overige programmaonderdelen (primair proces) zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100%

Op basis van de bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2022 en 2023 als volgt: Tabel 26 Overzicht overhead Bedragen x € 1.000

Overhead

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Operationele kosten Overige baten Mutaties in reserve

18.082 1.581 2.632 509 -17 -505

20.011 1.734 3.596 460 -152 -936

19.301 1.737 3.664 427 -

Totaal overhead: % overhead

22.282 22,54%

24.713 22,78%

24.797 23,32%

-331

3.6.3 Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post voor onvoorzien. Eventuele onvoorziene situaties met de daaruit volgende kosten, dienen op dat moment van dekking te worden voorzien. In de risicoparagraaf, die gekoppeld is aan de weerstandscapaciteit, is het risico van onvoorziene uitgaven opgenomen.

Pagina

37

4

Beleidsbegroting – paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan:  Weerstandsvermogen en risicobeheersing;  Onderhoud kapitaalgoederen;  Financiering;  Bedrijfsvoering;  Verbonden partijen.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

4.1.1 Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 0) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2022 € 0,55 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2022 groter dan 1 (2,6). Tabel 27 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

2022

2023

Bedrijfsvoeringsreserve per 1 januari

1.409

1.409

Totaal weerstandscapaciteit

1.409

1.409

Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico in relatie tot de gevolgen van toekomstige besluitvorming over taakdifferentiatie brandweer (verplichtend of niet verplichtend karakter van de brandweer) in de voorliggende begroting voor 2022 als pm-post is opgenomen, omdat er nog geen besluit is genomen. De VRU monitort de risico’s en informeert het algemeen bestuur en gemeenten over relevante ontwikkelingen. Als daar aanleiding voor is worden eventuele financiële consequenties via een begrotingswijziging voorgelegd aan het algemeen bestuur en de gemeenten.

4.1.2 Risico-inventarisatie en benodigde weerstandscapaciteit capaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de begroting. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht.

Pagina

38

Tabel 28 Risico-inventarisatie Bedragen in € 1.000

Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Taakdifferentiatie brandweer

Bedrag risico

Effect

Kans

500-1.000 pm

25%

31

25%

pm

Overige (onvoorziene) exploitatierisico's

524

Totaal

524

Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden geschat op € 0,5 tot 1,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten).

Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Het risico voor 2022 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 oktober 2022). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2022 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. Taakdifferentiatie brandweer Omschrijving risico De minister van JenV heeft op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel.

Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van

Pagina

39

consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde uitwerkingen van de stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich het risico van een zeer substantiële kostenverhoging gaat voordoen en het tempo van die kostenverhoging is nog niet in te schatten, omdat een eventueel besluit om het gedachte model van taakdifferentiatie in te voeren nog gekoppeld zou kunnen worden aan een derogatiebesluit (uitstel van invoering) vanuit Europa.

Dit betekent ook dat de duur van het verleende uitstel van de inwerkingtreding van de Wnra voor personeel van de veiligheidsregio’s nog niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd. Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.

4.1.3 Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven9. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.

9

volgt

Pagina

40

Tabel 29 Financiële kengetallen Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Va s te s chul den (cf.a rt. 46 BBV) B Netto vl ottende s chul d (cf.a rt. 48 BBV) C Overl opende pa s s i va (cf.a rt. 49 BBV) D Fi na nci ël e va s te a cti va (cf.a rt. 36 l i d d, e en f) E Ui tzetti ngen < 1 ja a r (cf.a rt. 39 BBV) F Li qui de mi ddel en (cf.a rt. 40 BBV) G Overl opende a cti va (cf.a rt. 40a BBV) H Tota l e ba ten (cf.a rt. 17 l i d c BBV (dus excl .muta ti es res erves )) Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Va s te s chul den (cf.a rt. 46 BBV) B Netto vl ottende s chul d (cf.a rt. 48 BBV) C Overl opende pa s s i va (cf.a rt. 49 BBV) D Fi na nci ël e va s te a cti va (cf.a rt. 36 l i d d, e en f) E Ui tzetti ngen < 1 ja a r (cf.a rt. 39 BBV) F Li qui de mi ddel en (cf.a rt. 40 BBV) G Overl opende a cti va (cf.a rt. 40a BBV) H Tota l e ba ten (cf.a rt. 17 l i d c BBV (dus excl .muta ti es res erves ))

Netto schuldquote Actualisatie 2022

Begroting 2023

45.777 3.977 12.954

65.245 4.250 8.800

68.831 4.250 8.800

38.152 428 1.243 100.073

12.467 500 2.000 101.022

3.975 500 2.000 101.892

22,9%

62,7%

74,0%

Rekening 2021

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Rekening 2021 Actualisatie 2022 Begroting 2023 45.777 3.977 12.954 125 38.152 428 1.243 100.073

65.245 4.250 8.800 115 12.467 500 2.000 101.022

68.831 4.250 8.800 105 3.975 500 2.000 101.892

22,7%

62,6%

73,9%

Actualisatie 2022

Begroting 2023

23.237 85.945

14.473 80.327

10.542 92.423

27,0%

18,0%

11,4%

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Tota l e s tructurel e l a s ten Tota l e s tructurel e ba ten Tota l e s tructurel e toevoegi ngen a a n de res erves Tota l e s tructurel e onttrekki ngen a a n de res erves Tota l e ba ten

99.473 99.372 100.073

104.000 104.000 390 390 101.022

105.007 105.007 397 397 101.892

Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100%

-0,1%

0,0%

0,0%

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Ei gen vermogen (cf.art.42 BBV) B Bal ans totaal Solvabiliteit (A/B) x 100%

Bedragen x € 1.000

Omschrijving A B C D E

Rekening 2021

Structurele exploitatieruimte

Onderhoud kapitaalgoederen Ten aanzien van de in de BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de gebouwen, inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op onze organisatie.

4.2.1 Kapitaalgoederen Conform artikel 59 van de BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. In de Nota Activabeleid VRU zijn alle uitgangspunten opgenomen. De VRU heeft vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kosten voor rente en afschrijving worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen. Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteren wij een meerjarig investeringsplan, welke jaarlijks wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren

Pagina

41

investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.

4.2.2 Onderhoud gebouwen en installaties Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het Provinciehuis en dit betreft huur. Het onderhoud voor deze locatie is daarmee onderdeel van de servicekosten die wij naast de huursom aan de provincie Utrecht betalen. De kosten voor het beheer en onderhoud van de decentrale huisvestingen en de brandweerkazernes zijn voor rekening van de gemeenten.

4.2.3 Onderhoud materieel Het Bedrijf Preparatie Brandweer is ingericht binnen de directie Brandweerrepressie. Hiermee borgen we dat we beschikken over vakbekwaam repressief personeel en daarnaast over voldoende en inzetbaar materieel en gereedschappen voor de uitvoering van onze operationele taak. Onderhoud van het materieel zal met dit nieuwe onderdeel door een centraal aangestuurde afdeling Materieel & Logistiek plaatsvinden.

Financiering Het wettelijke kader voor externe financiering is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Ons treasurybeleid ligt vast in het treasurystatuut. Het treasurystatuut is op 19 februari 2018 vastgesteld door het algemeen bestuur.

4.3.1 Financieringsportefeuille Wij zijn externe financiering overeengekomen bij: Gemeente Amersfoort (onderhandse lening) Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) De Nederlandse Waterschapsbank (NWB Bank) In tabel 30 wordt het verloop en de hoogte van de huidige leningen weergegeven. Tabel 30 Leningenportefeuille Bedragen x € 1.000

Saldo 31-12-2021

Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2023

Saldo 31-12-2024

Saldo 31-12-2025

Saldo 31-12-2026

21

17

13

10

7

3

424 445

371 387

318 331

265 275

212 218

159 162

BNG l eni ng 40.106325 BNG l eni ng 40.106326 Onderhandse lening Bank BNG

3.332 8.000 11.332

2.667 7.600 10.267

2.000 7.200 9.200

1.333 6.800 8.133

667 6.400 7.067

6.000 6.000

NWB Ba nk l eni ng NK/1-29713 NWB Ba nk l eni ng NK/1-30919 Lening Nederlandse Waterschapsbank

17.000 17.000 34.000

16.000 16.150 32.150

15.000 15.300 30.300

14.000 14.450 28.450

13.000 13.600 26.600

12.000 12.750 24.750

Totale vaste schulden

45.777

42.804

39.831

36.858

33.885

30.912

Type lening Leni ng UG975a 13-10-1997/30 jr 6,05% l i nea i r Leni ng UG9904c 14-07-1999/30 jr 5,43% l i nea i r Onderhandse lening Gemeente Amersfoort

Bij BNG Bank is een rekening-courantfaciliteit beschikbaar ter grootte van € 3 miljoen om te voorzien in de kortlopende financieringsbehoefte. Wat betreft de financieringsbehoefte is voor de financiering van de nieuwe investeringen in 2022 en 2023 is het voorgaande jaar (2021) een nieuwe langlopende lening aangetrokken bij de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) met een

Pagina

42

aflossingstermijn van 20 jaar. Zie bijlage 9 voor een overzicht van de geplande investeringen in 2022 en 2023.

4.3.2 Risicobeheer Om de risico’s van het treasury beleid te beheren zijn er normen vastgesteld in de Wet Fido. Deze normen bestaan uit een:  Kasgeldlimiet  Renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximum bedrag zien waarop een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming. Voor 2023 bedraagt de limiet 8,2% van € 106,0 miljoen (omvang begroting) = € 8,7 miljoen. De liquide middelen bestaan uit rekening-courant tegoeden en deposito’s. Per kwartaal controleren wij de kasgeldlimiet. De ruimte die de kasgeldlimiet biedt, wordt zoveel mogelijk benut. De reden hiervoor is dat kort geld aanzienlijk goedkoper is dan lang geld. Indien nodig worden langlopende leningen aangegaan om een overschrijding van de kasgeldlimiet tegen te gaan. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op korte termijn maatregelen voor te stellen. Tabel 31 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet

2022a

2023

2024

2025

2026

Norm % begroti ngs totaal

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

8,2%

Kasgeldlimiet

8.896

8.720

8.697

8.612

8.599

Renterisiconorm De renterisiconorm wil het renterisico bij herfinanciering beheersen. Dat houdt in, dat de jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De renterisiconorm zal binnen het vastgestelde percentage van 20% blijven. In onderstaande tabel is het verwachte renterisico weergegeven. Tabel 32 Renterisiconorm Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm

2022a

2023

2024

2025

2026

omvang begroti ng Renteri s i conorm (20% begroti ng) Afl os s i ngen van l eni ngen

108.486 21.697 2.973

106.345 21.269 3.473

106.057 21.211 4.473

105.024 21.005 5.473

104.862 20.972 5.973

Ruimte onder renterisiconorm

18.724

17.796

16.738

15.532

14.999

Pagina

43

Tabel 33 Renteschema Bedragen x € 1.000

Actualisatie

Begroting

Renteschema

2022

2023

Tota l e rentel a s ten Tota l e renteba ten Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (A):

1.097 -107 990

1.112 -104 1.008

ta a kvel d cri s i s beheers i ng en bra ndweer ta a kvel d overhea d De aan taakvelden toegerekende rente (B):

902 88 990

918 90 1.008

Renteresultaat op taakveld Treasury (A-B)

-

-

4.3.3 Verloop reserves Hierna een overzicht met het verloop van de reserves zoals dit tot en met ultimo 2023 wordt voorzien10. Tabel 34 Reserves 2022 en 2023 Bedragen x € 1.000

Boekwaarde 31-12-2021

Resultaatbestemming 2021

Toevoeging 2022

Onttrekking 2022

Boekwaarde 31-12-2022

Toevoeging 2023

Onttrekking 2023

Boekwaarde 31-12-2023

Bedrijfsvoeringsreserve

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Algemene reserves

1.409

-

-

1.409

-

-

1.409

Egalisatiereserve kapitaallasten

12.871

22

4.215

8.679

-

1.616

7.063

Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht

1.302

-

748

554

-

366

188

Egalisatiereserve tweede loopbaan

577

390

377

590

397

577

410

Ontwikkel- en egalisatiereserve

527

250

932

627

125

363

389

Bestemmingsreserve meldkamer

1.204

704

423

1.485

-

432

1.053 30

Bestemmingsreserve omgevingswet

782

142

-

65

77

-

47

Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel

2.104

-

1.052

1.052

-

1.052

-

Bestemmingsreserves

18.727

782

1.366

7.811

13.064

522

4.453

9.133

Totaal reserves

20.136

782

1.366

7.811

14.473

522

4.453

10.542

Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 4.1.1). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,3% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een

10 Het verloop van de reserves kan in aanloop naar de actualisatie van de begroting 2022 en de begroting 2023

nog wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting o.a. als gevolg van de herberekening van de kapitaallasten. Dit zal geen effect hebben op de hoogte van de gemeenschappelijke bijdrage van gemeenten voor het basistakenpakket.

Pagina

44

dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Via de egalisatiereserve kapitaallasten creëren we rust in de VRU-begroting en voorkomt dit sterke mutaties in de gemeentelijke bijdragen. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is ‘tweede loopbaanbeleid’ geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. Jaarlijks wordt een storting gedaan om de kosten te voor onder andere om-/bijscholing en vervanging te dekken. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks aan deze reserve onttrokken. Egalisatiereserve FLO- overgangsrecht De egalisatiereserve ‘FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLOovergangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Ontwikkel- en egalisatiereserve De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen te vermijden (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten.

De middelen uit de reserve zijn bestemd voor:  Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan of structurele efficiencyvoordelen te realiseren.  Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. De omvang van de reserve is maximaal € 1,8 miljoen en de looptijd van de reserve is tot en met de afwikkeling van activiteiten gerelateerd aan het beleidsplan 2020-2023. Bij het instellen van de reserve zijn nadere spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen. Bij de jaarstukken 2021 wordt voorgesteld € 782K ten laste van het rekeningresultaat te storten in de ontwikkel- en egalisatiereserve. Hieronder volgt een toelichting op de voorgestelde besteding van de middelen uit de ontwikkel- en egalisatiereserve.

Pagina

45

Tabel 35 Inzet middelen ontwikkel- en egalisatiereserve Bedragen x € 1.000

Totaal

Ontwikkel- en egalisatiereserve

2022

2023

2024

Beginsaldo

527

627

389

Toevoeging rekeningresultaat 2021

782

-

-

782

Toevoegingen conform vastgestelde begroting

250

125

1.559

752

389

1.157

-165

-165

-330

Verwacht saldo ontwikkel- en egalisatiereserve per 1-1

375

Onttrekkingen voor activiteiten ten laste van resultaatbestemming 2021 Calamiteitencoördinator (Caco) Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)

-182

-182

Ondersteuning gemeenten COVID19

-100

-100

Versnelling bestuurlijke oefenen

-50

-50

Inrichting besluitstraat DMS

-20

-20

Digitalisering dossiers risicobeheersing (deel 2)

-100

-100

Subtotaal onttrekkingen ten laste van resultaatbestemming 2021

-452

-165

Pilot ‘tijdelijke uitbreiding operationele sterkte Amersfoort'

-250

-187

Extra bijdrage saamhorigheid vrijwilligers

-83

-83

Digitalisering dossiers risicobeheersing (deel 1)

-80

-80

Programma harmoniseringarbeidsvoorwaarden

-45

Pilot 'Geestelijke verzorging'

-22

-11

Subtotaal onttrekkingen voor reeds bestemde activiteiten

-480

-198

-

-678

Totaal onttrekkingen

-932

-363

-165

-1.460

Eindsaldo

627

389

224

-165

-782

Onttrekkingen voor reeds bestemde activiteiten -437

-45 -33

Hieronder volgt een toelichting op enkele ontwikkelingen. Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (330K) De functie van calamiteitencoördinator (Caco) wordt momenteel uitgevoerd als neventaak van centralisten van brandweer en politie. De politie heeft aangegeven per 1 september 2022 te willen stoppen met het leveren van personeel voor invulling van de calamiteitencoördinator. Dit betekent dat de huidige werkwijze niet voortgezet kan worden en dat een alternatief moet worden gevonden om te voldoen aan de wettelijke beschikbaarheidseisen van de veiligheidsregio. Samen met de veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland worden afspraken gemaakt om in de meldkamer Midden-Nederland te voorzien in een 24/7 ‘dedicated’ calamiteitencoördinator per 2025 als de nieuwe meldkamer in gebruik wordt genomen. Voor de tussenliggende periode wordt een tijdelijke voorziening getroffen die extra capaciteit vergt. De kosten voor deze extra capaciteit in de periode van 1 september 2022 tot en met 2024 bedragen € 1,3 miljoen. Hiervan kan bijna € 1 miljoen incidenteel binnen de begroting worden gedekt door herprioritering van taken die in het verlengde van de calamiteitencoördinatorfunctie en incidentele budgetten die voor dit doel gereserveerd waren.

Voor het resterende deel wordt voorgesteld incidentele middelen te bestemmen via de ontwikkel- en egalisatiereserve voor 2023 (165K) en 2024 (165K). Borging en versterking cyberveiligheid voor eigen organisatie VRU (182K) Vanwege de rol van de veiligheidsregio in de samenleving is het belangrijk dat de dienstverlening en daarmee de onderliggende informatievoorziening en systemen beschikbaar blijven voor het uitvoeren van de operationele taken van de VRU. De VRU moeten voldoen aan de eisen zoals die gesteld worden in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Om de cyberveiligheid te borgen en te versterken is in 2021 een programma gestart. De uitvoering van het programma vergt een incidentele investering in 2022 van 382K, waarvan wordt voorgesteld om 182K te

Pagina

46

dekken uit de ontwikkel- en egalisatiereserve. De overige middelen worden incidenteel binnen de begroting gedekt door uitstel van vervanging van een aantal ICT-middelen. Ondersteuning gemeenten COVID-19 (100K) Vanaf het begin van de COVID-19 crisis heeft de regionale crisisorganisatie gebruik kunnen maken van het juridisch loket. Het juridisch loket speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van gemeenten bij juridische vraagstukken op het terrein van COVID-19. Tot 1 december 2020 functioneerde het juridisch loket ambtelijk onder verantwoordelijkheid van de regionale crisisorganisatie van de VRU. Vanaf 1 december 2020 is de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (kortweg Twmc) van kracht, waarmee het bevoegd gezag terugvloeide naar de burgemeesters van de individuele gemeenten. Het onderdeel juridisch loket valt vanaf dat moment onder de directe aansturing van de coördinerend gemeentesecretaris (CoFu). In het juridisch loket werken medewerkers van gemeenten en de VRU samen. De inzet van de VRU wordt niet in rekening gebracht, omdat deze inzet al collectief is betaald. Ditzelfde geldt voor de inzet van de regionale crisisorganisatie. De kosten van de inzet van de gemeenten voor het juridische loket (237K) zijn in 2020 bij het rijk gedeclareerd als onderdeel van de meerkosten COVID19.

Voor 2021 zijn de aan gemeenten betaalde vergoedingen (231K) uit praktische overwegingen verwerkt in het rekeningresultaat van de VRU, waarmee de facto een verrekening met de gemeenten heeft plaatsgevonden op basis van de verdeelsleutel voor het basistakenpakket. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bedrag van 100K te reserveren voor het juridisch loket, zodat ook voor 2022 geen aparte doorbelasting van de kosten aan de gemeenten hoeft plaats te vinden. Naar verwachting kan de inzet in 2022 geleidelijk worden afgeschaald. Over de inzet van de middelen wordt verantwoording afgelegd bij de jaarrekening 2022, waarbij niet bestede middelen in de reserve beschikbaar zullen blijven. Bestemmingsreserve meldkamer De Meldkamer Midden-Nederland zal naar verwachting in 2025 in gebruik genomen worden. Middels deze reserve worden de door het rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de te verwachten project- en frictiekosten in de jaren 2022 t/m 2025.

Bestemmingsreserve omgevingswet De kosten voor de invoering van de omgevingswet worden uit deze reserve onttrokken. Door uitstel van de invoering van de omgevingswet naar 2022 zijn in 2021 geen middelen onttrokken. Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel De OMS-opbrengsten zijn tot en met 2021 algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt. De reserve OMS-fonds is in 2021 ingesteld om te voorkomen dat het wegvallen van de opbrengsten per 2022 in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage. De middelen uit de reserve worden in 2022 en 2023 ingezet om het wegvallen van de opbrengsten op te vangen. In aanloop naar de nieuwe beleidsperiode vindt nadere besluitvorming plaats over de structurele dekking.

Bedrijfsvoering In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste ontwikkelingen in onze bedrijfsvoering uitgewerkt. Dit wordt per thema weergegeven.

4.4.1 Inleiding De hoofdstructuur van onze organisatie ziet er als volgt uit:

Pagina

47

Figuur 4: organogram Veiligheidsregio Utrecht

4.4.2 Personeel Wij hebben aandacht voor de diversiteit van ons personeelsbestand waarbij wij bij de werving van nieuw personeel streven naar inclusiviteit en talent. De VRU werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. Per 1-1-2022 zijn 1.632 vrijwilligers in dienst van de VRU. De formatie voor de beroepsbrandweer en overig personeel bestaat per 1-1-2022 uit in totaal 697 fte. De bezetting bedraagt 651 fte. De formatie en bezetting (in fte) per 1-1-2022 per programma-onderdeel is als volgt: Tabel 36 Formatie en bezetting per programma-onderdeel Directie

Formatie

Bezetting

Verschil

Bezetting in %

Concerndirectie en staf

31,3

30,0

1,3

96%

Brandweerrepressie

272,2

251,4

20,8

92%

Bedrijf Preparatie Brandweer

125,7

120,6

5,1

96%

Risicobeheersing

115,3

107,4

8,0

93%

Crisisbeheersing & GHOR

45,1

44,0

1,0

98%

Bedrijfsvoering

107,0

97,3

9,7

91%

Totaal

696,6

650,7

45,9

93%

Wet banenafspraak Het realiseren van duurzame werkgelegenheid voor de doelgroep uit de Wet banenafspraak (WBA) is voor de VRU een maatschappelijke opdracht. De VRU heeft inmiddels 14,8 fte in huis, ondanks een verloop van 5,3 fte. Daarnaast wordt de doelgroep actief benaderd om werkervaringsplaatsen en stageplaatsen bij de VRU in te vullen. Het streven is erop gericht het aantal WBA functies in de jaren 2022-2023 te laten groeien naar in totaal 20 fte. Onze ambitie is om een groot deel (80%) van deze banen te

Pagina

48

realiseren binnen de bestaande formatieve kaders zodat een aanvullende bijdrage vanuit de gemeenten zo veel mogelijk kan worden beperkt. De veiligheidsregio is op basis van wettelijke regelgeving (BBV) verplicht om de volgende beleidsindicatoren in de begroting en jaarrekening op te nemen. Tabel 37 Beleidsindicatoren BBV Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Fte per 1000 inwoners

0,51

0,51

0,50

Fte per 1000 inwoners

0,48

0,47

0,47

Apparaatskosten*)

Kosten per inwoner

€ 69,0

€ 76,1

€ 76,4

4

Externe inhuur**

Kosten als % van totale loonsom

5

Externe inhuur**)

Totale kosten inhuur externen

6

Overhead***)

% van de totale lasten

Nr. Productie-indicator

Eenheid

1

Formatie

2

Bezetting

3

9%

4%

3%

€ 3,6 mln

€ 2,2 mln

€ 1,6 mln

24%

23%

23%

Op basis van CBS-prognose is uitgegaan van 1.361.153 inwoners voor de provincie Utrecht op peildatum 1-1-2021. De ontwikkeling van het aantal inwoners voor 2022 en 2023 is gebaseerd op de volumemaatstaven uit de septembercirculaire 2021. * Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisatie. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het IFV. ** Het betreft voornamelijk inhuur van instructeurs voor opleiden, trainen en oefenen. *** Voor de berekening van de overhead verwijzen we naar paragraaf 3.6.2.

4.4.3 Interne beheersing Interne beheersing is een proces, gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen in de volgende categorieën:  Bereiken van strategische doelstellingen;  Effectiviteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen;  Betrouwbaarheid van de financiële informatieverzorging;  Naleving wet– en regelgeving. Interne beheersing is daarmee geen doel op zich, maar een middel om effectief te kunnen sturen op de uitvoering van onze taken. Wij hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:  Integraal management (verantwoordelijk voor resultaten en middelen);  Evenwicht tussen regels en regelruimte;  Het management wordt voldoende ondersteund met raad, daad en informatie;  Voorkomen is beter dan genezen; ICT-systemen ondersteunen de juiste werkwijze. Interne controle Jaarlijks worden interne controles uitgevoerd op basis van het risicogericht intern controleplan. Dit plan wordt periodiek herijkt. In het interne controleplan zijn ‘key controls’ gedefinieerd om ervoor te zorgen dat we onze interne controlecapaciteit zo effectief en efficiënt mogelijk uitvoeren. Op basis hiervan vinden door het jaar heen diverse interne controles plaats om de werking van processen te beoordelen, de betrouwbaarheid van de financiële informatie te waarborgen en fraude/misbruik te signaleren.

Hierover wordt vanuit de ambtelijke organisatie periodiek gerapporteerd aan de bestuurlijk portefeuillehouder. Daarnaast voert de externe accountant op gezette momenten ook controles uit. In 2022 gaan we de interne controle versterken op basis van de three-lines-of-defence-aanpak, wat primair inhoudt dat het lijnmanagement verantwoordelijk is voor zijn eigen processen. Hierbij wordt ook de voorbereidingen op de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording meegenomen. Het actualiseren van de risicoanalyse, inclusief de frauderisico’s maakt onderdeel uit van het versterken van de interne controle.

Pagina

49

Rechtmatigheidsverantwoording De Rijksoverheid heeft regels vastgesteld voor het opstellen van de financiële verantwoording door gemeenten en provincies in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Deze gelden voor de begroting, meerjarenraming, jaarverslagen en jaarrekening en hebben betrekking op de correctheid, begrijpelijkheid en volledigheid van de stukken. Het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) bevat regels voor de minimumvereisten voor de accountantscontrole van de jaarrekening. Naar aanleiding van de aankomende wijzigingen in het BBV die zijn voorgesteld door de commissie Depla, met betrekking tot de ‘rechtmatigheidsverantwoording 2022’, zal het dagelijks bestuur van de VRU zelf verantwoordelijk worden voor het afgeven van de rechtmatigheidsverklaring bij de jaarstukken. De commissie BBV heeft ten behoeve van deze wijziging voorschriften gegeven voor de opstelling van het normenkader die zijn vastgelegd in een specifieke kadernota rechtmatigheid. Dit betekent dat vanaf boekjaar 2022 niet de accountant maar het dagelijks bestuur van de VRU verantwoording moet afleggen aan het algemeen bestuur over het rechtmatig handelen van de organisatie. Deze wijziging heeft gevolgen voor het financieel beleid, de inrichting en financiële verantwoording binnen de VRU.

Hiervoor wordt een nieuw beleidsplan voor interne controle opgesteld.

4.4.4 Duurzaamheid De VRU wil rekening houden met de effecten van de bedrijfsvoering op mens, milieu en maatschappij. Dit is opgenomen in het beleidsbeginsel “Wij streven naar een duurzame bedrijfsvoering waarbij wij met onze activiteiten bijdragen aan een gezonde en veilige samenleving.” In onze bedrijfsvoering besteden we daarom aandacht aan duurzaamheid en waar de uitvoering van onze taken dit niet in de weg staat, kiezen we voor duurzame oplossingen. Initiatieven uit de organisatie werden tot nu toe waar mogelijk opgepakt. Om een volgende stap te zetten en om deze en andere initiatieven te borgen in een heldere ambitie en aanpak voor de komende jaren, voeren we in 2022 een duurzaamheidscan uit. Dit resulteert in een ambitie, strategie, roadmap en uitvoeringsprogramma. Intussen wordt verder gewerkt aan o.a. de volgende activiteiten:  Voortzetten interne communicatiecampagne om duurzaam gedrag te bevorderen.  Opstellen nieuw inkoopbeleid inclusief uitgangspunten maatschappelijk verantwoord ondernemen.  Voortzetten verduurzaming wagenpark.  Voortzetten verduurzaming posten i.s.m. gemeenten.  Verder vormgeven activiteitengericht werken met als resultaat minder reisbewegingen en betere werk-privébalans.

4.4.5 Privacy In 2022 en 2023 wordt verder gewerkt aan de privacy compliance van systemen en processen binnen de VRU, en specifiek: 1. Het borgen van de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en andere privacy-gerelateerd wet- en regelgeving; 2. Doorlopende aandacht voor bestaande en nieuwe processen waar nodig door middel van de structurele betrokkenheid van de Privacy Officer in de voorbereidende fase en het uitvoeren van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s); 3. Het structureren van meldingen van datalekken (technisch en organisatorisch); 4. Het gevraagd en ongevraagd geven van advies en ondersteuning, en het beheer van interne privacy producten; 5. Het verhogen van de bewustwording in de organisatie via communicatie, training voor relevante functies, en uitdieping van de privacy aanspreekpunten.

Pagina

50

4.4.6 Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en cyberveiligheid De Baseline informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen (rijk, gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen). Had voorheen iedere overheidslaag zijn eigen baseline, nu is er met gezamenlijke inspanning één BIO voor de gehele overheid. Om de digitale ondersteuning voor de kerntaken van de VRU te waarborgen is nadrukkelijk inzet nodig op het gebied van digitale veiligheid. Dit is ook van nationaal belang in verband met de (digitale) samenwerking met andere veiligheidsregio’s. Vanwege die digitale samenhang en de vitale veiligheidsfunctie in Nederland is in 2021 door de raad van commandanten en directeuren veiligheidsregio (RCDV) bepaald dat er een versnellingsprogramma wordt ingesteld om de veiligheidsregio’s allemaal sneller te laten voldoen aan de eisen uit de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). In het beleidsplan van de VRU is de ambitie opgenomen om steeds meer informatiegericht te gaan werken de komende jaren. Hiervoor heeft de VRU het programma Cyberveiligheid 2023 opgesteld.

We hebben daarin de volgende doelstellingen opgenomen: -We voldoen aan de eisen die er vanuit het rijk met betrekking tot invoering van de BIO aan ons gesteld worden als vitale overheidsorganisatie; -We zijn weerbaarder tegen (digitale) verstoring van haar processen (preventie en repressie); -We professionaliseren onze interne processen om een betrouwbare partner te kunnen zijn in ons netwerk. Hoofdstromen in het programma zijn: 1. Bewustwording van wat je zelf moet weten en kan doen; 2. Verbeteren van in control zijn op processen door de proceseigenaren 3. Het verbeteren van procedures en afspraken en het verder moderniseren van de techniek via multifactor authenticatie en monitoring.

4.4.7 Vennootschapsbelasting Een drietal activiteiten van de VRU zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De positieve fiscale resultaten die de VRU hiermee behaalt, zijn zodanig klein van omvang dat de belastinglast beperkt blijft tot minder dan € 10K op jaarbasis.

Verbonden partijen Hieronder is een overzicht opgenomen van derde rechtspersonen waarin wij een bestuurlijk en/of financieel belang hebben. Tabel 38 Verbonden partijen Naam

Doel

Belang

Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2021

Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV)

De WVSV is de werkgeversvereniging voor arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s

De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, Nog niet bekend juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website: www.wvsv-nl.nl.

Jaarresultaat 2021

Nog niet bekend

Pagina

51

De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). In december 2020 besloot het Veiligheidsberaad tot oprichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s, de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Aanleiding hiervoor was de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), op basis waarvan gemeenten overstapten op een eigen cao. De WVSV is per 1 januari 2022 officieel van start gegaan. De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Met het vaststellen van de begrotingen voor 2021 en 2022 heeft de Algemene Vergadering van de WVSV de contributiebedragen voor beide jaren vastgesteld. Statutair is bepaald dat het lidmaatschap van de veiligheidsregio’s op gelijkwaardige basis plaatsvindt en dat elke veiligheidsregio 1/25ste van het saldo van de begroting bijdraagt.

In oprichting: De veiligheidsregio’s willen door samenwerking een antwoord bieden op interne en externe ontwikkelingen omtrent verzekeringsaangelegenheden. De samenwerking tussen de veiligheidsregio’s wordt vorm gegeven in een op te richten “expertisebureau risicobeheer” die de Veiligheidsregio’s adviseert over risicobeheer en bemiddelt en ondersteunt bij inkoop van verzekeringen. In de vergadering van het Veiligheidsberaad van 4 oktober 2021 is het principebesluit genomen om te komen tot de oprichting van een expertisebureau risicobeheer met als rechtsvorm een stichting. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 november 2021 is het voorgenomen besluit genomen om deel te nemen aan de stichting. Het ontwerpbesluit is vervolgens aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen hun wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting van en deelname aan deze stichting ter kennis van het algemeen bestuur te brengen, conform artikel 31a, lid 2 Wet gemeenschappelijke regelingen. De deadline voor het indienen van wensen en bedenkingen was 3 februari 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3158/documents/33175