CConstaterende datLeusden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 De Leus Bijlagen toelichting.pdf

Informatieavond 9 maart 2023, gemeente LeusdenBij agendapunt: 2a: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan De Leus20.471 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Paulusabdij in Utrecht werd het gebied, begrensd door de Modderbeek in het noorden en de Moosterbeek in het oosten, in stroken van ongeveer 15 hectare verdeeld. Aan de zuidkant werd een kade met ernaast een sloot aangelegd (een zijdwende). De sloot zorgde ervoor dat het water uit het aangrenzende lage broekgebied werd afgewend. Aan het westelijke kant werd De Grift gegraven die het water naar het noorden afvoerde.

Op iedere strook werd aan de kant van de 30 Hamersveldseweg een boerderij gebouwd. Door de daling van het maaiveld als gevolg van de afwatering van het veen, was een tweede wetering aan de oostkant van de Hamersveldseweg nodig. Deze Hamersveldse wetering werd voor het eerst genoemd in 31 1440. Deze wetering vormt de oostelijke grens van het plangebied (het water dat langs het huidige Eempad loopt). De zuidkant van het plangebied loopt langs een oostwestelijke doorgaande route de Smoussesteeg of Jodensteeg, later Cohensteeg. Deze steeg is vernoemd naar Benjamin Cohen die veel grond in bezit had in dit gebied. De rijke Joodse koopman Benjamin Cohen kocht in 1777 het landgoed de Busaert (Busert/Busaart) van het kapittel Oudmunster (St. Salvator) te Utrecht. Hij liet het inrichten als tabaksplantage en liet aan de westzijde van de Hamersveldseweg een nieuwe boerderij met tabaksschuur bouwen, boerderij ’t Spul. Landgoed De Busaert werd voor het eerst bij naam genoemd in 1436 in een pachtbrief in de charters van Oudmunster. In 1664 werd een kaart opgemaakt door het klooster. Daaruit blijkt dat het grootste deel van de gronden uit bouwland bestond. Verder was op het landgoed, dat circa 40 hectare groot is, weiland, driesland (braakliggende grond) en bos te vinden. Bovendien waren ook enkele stukjes in gebruik als moestuin.

De bijbehorende hofstede lag ter hoogte van Hamersveldseweg nummer 86. Uit akten tijdens de verkoop blijkt dat aan de westkant van het landgoed de Grift lag. De oostelijke grens werd gevormd door de Moosterbeek. De (latere) Cohensteeg was de noordelijke de grens. Aan het begin van de 19 eeuw verkochten de erfgenamen van Benjamin Cohen het landgoed in delen. In een van de akten staat dat het gaat om ‘zwaar en best 32 tabaksland’.

27

30

28

31

Idem, 22-24. Blijdenstijn 2015, 101-113. 29 www.HisGIs.nl

Vervloet 2007, 21-28; Renes e.a. 1998, 32-35. Zelders 1971, 24. 32 Van Hoorn en Van Kooij 1977.

15

Afbeelding 9, kaart van landgoed de Busaert in Leusden. Dirk van Groenouw, 1664. Archief Utrecht. Het plangebied lag dus net ten noorden van de Busaert in het land dat toebehoorde aan Boerderij Langebeek. Boerderij Langebeek is een van de oudste boerderijen uit de buurt en dateert vermoedelijk van rond 1100. Het lag in een meander van de Moosterbeek ter hoogte van de Cohensteeg. De landerijen van de boerderij lagen tussen de Moorsterbeek en de Hamerveldseweg. Volgens een belastingregister uit 1536 was Langebeek een pachthoeve met ongeveer 7 morgens land (ongeveer 6 hectare) die voornamelijk in gebruik waren als akkerland, waarschijnlijk voor het verbouwen van granen als rogge, haver en 33 boekweit. Later werd er veel tabak verbouwd. Na de aanleg van het Valleikanaal is deze boerderij verplaatst naar een plaats aan de zuidzijde van de 34 Cohensteeg, op de hoek met de Hamersveldse Wetering. Deze boerderij staat daarmee (nog steeds)direct ten oosten van de dependance van De Holm.

Tijdens de mobilisatie voor de Tweede Wereldoorlog in 1939 heeft de Cohensteeg een belangrijke functie gehad 35 als de toevoer van de Grebbelinie. Direct ten westen van het plangebied was het commandocentrum gevestigd met daarbij een manschappenverblijf. Ten westen (langs de Hamersveldseweg) en oosten (langs de Grebbelinie) van het plangebied hebben verschillende stellingen gestaan, waaronder stellingen met zware mitrailleur en artillerie. Vanwege het hoge grondwaterpeil was het niet mogelijk om deze stellingen (half) ondergronds te bouwen. Er was daarom zand nodig. Voor de eerste stelling werd het zand te plekke uitgegraven. Later echter werd het zand uit Den 36 Treek gehaald. Ter plaatse van de dependance van basisschool De Holm heeft een hulpverbandpost gestaan, deze was circa 6 bij 12 m lang. Deze post is aan het eind van de winter (1940) gebouwd en ook hier kwam het benodigde zand uit de 37 directe omgeving. 35

33

Verduin 2001. 34 Mededeling Wout van Kooij, Historische Kring Leusden.

Huurderman 2011, 278. Idem, 282, 284-285. 37 Idem, 285. 36

16

Afbeelding 10, uitsnede van de topografische kaart uit circa 1900. Het plangebied ligt binnen de rode kaders.

Afbeelding 11, uitsnede uit de topografische kaart met de situatie tijdens WOII (met dank aan Jose Huurderman). Binnen de rode kaders ligt het plangebied.

17

Afbeelding 12, uitsnede van de Defence Overprint kaartblad GSGS377 Amersfoort gemaakt door de geallieerden op 13 april 1945. Binnen de rode kaders het plangebied. Tijdens de bezetting zijn de stellingen, de commandopost en het veldhospitaal gesloopt. Het zand van de stellingen werd gebruikt om de gracht langs de Cohensteeg 38 anderhalve meter smaller te maken. 5.2 Analyse Samengevat is het, op historische gronden, mogelijk dat in het plangebied bewoningsresten aanwezig zijn vanaf de ongeveer het midden van de 12 eeuw, wanneer het gebied wordt ontgonnen. Een pachtbrief uit 1436 geeft aan dat het gebied net ten zuiden van het plangebied in gebruik 38

Idem, 292-293.

is als bouwland, weiland, braakliggend land of bos. Het lijkt logisch dat dit ook het geval is binnen het plangebied. De kadastrale minuutplan uit 1832 geeft voor het plangebied een gebruik als bouw- en weiland aan. Het land is dan in bezit van Boerderij Langebeek. De boerderij zelf lag ten de oosten van het plangebied. In de 17 eeuw werd het land ten zuiden van het plangebied gebruikt om onder andere tabak te verbouwen. Het is zeer goed mogelijk dat ook het plangebied als zodanig in gebruik was. Grootschalige bebouwing wordt niet verwacht binnen het plangebied. Wel zouden resten kunnen worden aangetroffen van gebouwen met een opslagfunctie zoals schuren of spiekers. Het is bovendien mogelijk resten uit de Tweede Wereldoorlog aan te treffen. Het gaat dan om kleine losse vondsten die met de stellingen in de buurt en het veldhospitaal in het zuiden van het plangebied te maken hebben.

18

5.3 Mogelijke verstoringen Van de drie scholen zijn bouwtekeningen beschikbaar, zowel van de bouw van de schoolgebouwen als van de verschillende uitbouwen. Uit de bouwtekeningen blijkt dat basisschool ’t Ronde en De Heerd beide tot circa 80-90 cm zijn gefundeerd op funderingsbalken op een betonnen vloer (waardoor kruipruimte is ontstaan). Ook heeft er grondverbetering plaatsgevonden. Bij basisschool De Heerd lopen de funderingsbalken door tot 121 cm onder het maaiveld. Het maaiveld van de twee scholen is niet verhoogd of verlaagd vergeleken met de omgeving. De tekeningen van basisschool De Holm geeft helaas geen dieptes weer. Toch lijkt ook daar het gebouw op dezelfde wijze gefundeerd als bij de beide andere scholen. Er kan dan ook worden geconcludeerd dat de bodem onder de huidige bebouwing tot op een diepte van circa 90 cm onder het maaiveld is verstoord. Er is geen informatie beschikbaar over de dependance van basisschool De Holm.

Afbeelding 13,uitsnede van de bouwtekening uit 1978 van basisschool ’T Ronde. (bron: Archief Gemeente Leusden).

6. De archeologische omgeving 6.1 Bekende archeologische waarden AMK terrein of beschermd nee monument Vindplaats binnen nee plangebied (Verwachtings-)waarde Laag en middelhoog archeologische beleidskaart Tabel 3, overzicht van de archeologische gegevens. Volgens de nu nog van kracht zijnde gemeentelijke archeologische verwachtingskaart van de Gemeente Leusden is de archeologische verwachting van het aantreffen van resten van zowel de jagers-verzamelaars als de boeren laag aan de westkant van het plangebied. Aan de oostkant is de verwachting middelhoog voor het aantreffen van resten van jagers-verzamelaars en 39 boeren. Aan het eind van dit jaar zal een nieuwe verwachtings-en beleidskaart van kracht zijn. Dan schuift de grens van de lage verwachting voor jagers-verzamelaars op naar het oosten. Alleen het meest oostelijke deel heeft dan nog een 40 middelhoge verwachting.

42

vinden. Dat zelfde geldt voor Hamersveldseweg 71b. Hier was op de plaats van de huidige bebouwing de oorspronkelijke grond 20 tot 90 cm opgehoogd. Eventuele archeologische resten kunnen aanwezig zijn onder de oorspronkelijke bouwvoor. De top van dit archeologisch niveau bevindt zich tussen 40 en 100 cm minus het maaiveld (2,54m +NAP en 3,02m +NAP). Omdat ook hier de bouw niet tot deze diepte ging, is het plangebied 43 vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Het laatste bureauonderzoek gaat over de uitbreiding van de begraafplaats van de St.-Jozefparochie, ten noorden van het plangebied. Dit terrein was geheel verstoord, 44 waardoor een vervolgonderzoek niet nodig was. Ten oosten van het plangebied, aan de Waterjuffer (aan de oostkant van de Cohensteeg, tegen het Valleikanaal aan), is in 1879 een bronzen beitel gevonden. Het is goed mogelijk dat deze vondst niet gerelateerd kan worden aan bewoning in de directe omgeving, maar eerder aan een

Er zijn geen archeologische waarden en vindplaatsen bekend binnen het plangebied. Binnen een straal van 500 m zijn vier archeologische onderzoeken uitgevoerd. Ten zuidwesten van het plangebied is te Clarenburg 1 na een bureau- en verkennend booronderzoek geconcludeerd dat in het plangebied de kans op het aantreffen van een (intacte) archeologische vindplaats klein is vanwege de verstoringen en de natte omstandigheden waarin het veen 41 gevormd is. Aan de Hamersveldseweg zijn op nummer 69 en 71b eveneens bureauonderzoeken met verkennende boringen uitgevoerd. Op nummer 69 was door de toenmalige bebouwing de bodem zodanig geroerd dat archeologische resten op een diepte vanaf 2,85m +NAP werden verwacht. De geplande fundering reikte deze diepte echter niet, waardoor er geen vervolgonderzoek hoefde plaats te

Afbeelding 14, uitsnede van ARCHIS 3 met in het roze de onderzoeken (vierkant) en de vondstmelding (cirkel) en binnen de groene kaders het plangebied.

42

39

D’Hollosy 2011. Beumer 2017. 41 Weerheijm e.a. 2016 (onderzoeksmeldingsnummer 3990639100). 40

Miedema en De Boer 2016b (onderzoeksmeldingsnummer 4000924100; 4000932100). 43 Miedema en De Boer 2016a onderzoeksmeldingsnummer 3997979100). 44 D’Hollosy 2005 (onderzoeksmeldingsnummer 28126).

19

20

ARCHIS omnr 28126

omnr 3990639100

Toponiem St.-Jozefparochie Clarenburg 1

Datum 2005 2016

Uitvoerder CAR Vestigia

Soort onderzoek Bureauonderzoek Bureau-/booronderzoek

Resultaat verstoord Verstoord en in het verleden te nat voor bewoning

omnr 3997979100

Hamersveldseweg 71b

2016

Bureau voor Archeologie

Bureau-/booronderzoek

Bouwwerkzaamheden raken archeologisch niveau niet

omnrs 4000924100; 4000932100 wnr 747

Hamersveldseweg 69

2016

Bureau voor Archeologie

Bureau-/booronderzoek

Bouwwerkzaamheden raken archeologisch niveau niet

Waterjuffer

1879

particulier

vondstmelding

Bronzen beitel

Tabel 4, archeologische onderzoeken binnen een straal van circa 500m rondom het plangebied. depositie in de Moorsterbeek, waarvan een oude meander 45 tijdens de vondst is aangesneden. 6.2 Analyse Op basis van de archeologische gegevens is er een lage tot middelhoge verwachting op het aantreffen van resten van jagers-verzamelaars (middelhoog in het oosten) en boeren. In de directe omgeving zijn geen vindplaatsen bekend die aansluiten op deze verwachting. 6.3 Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op Zeer laag archeologische waarden Periode Nieuwe Tijd Complextypen Agrarische activiteiten, (tabaks)schuren/hooimijten, opslag, losse vondsten Tweede Wereldoorlog Stratigrafische positie Bouwvoor - top dekzand. Tabel 5, overzicht van de gespecificeerde archeologische verwachting. Op grond van de bodemkundige, historische en archeologische gegevens zouden in het plangebied resten kunnen worden aangetroffen uit het mesolithicum (in het oosten van het plangebied) en de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. •

45

De resten uit het Mesolithicum kunnen bestaan uit (vuur)steenconcentraties en eventueel (haard)kuilen. Waarnemingsnummer 747.

Deze komen in de top van het dekzand voor vanaf de B-Horizont. •

De resten uit de Late Middeleeuwen kunnen bestaan uit ontginningssloten en mogelijk sporen van agrarische activiteiten zoals schuren of spiekers. De sporen komen in de top van het dekzand voor vanaf de B-horizont. Vondsten kunnen eveneens in de bouwvoor worden aangetroffen.

•

De resten uit de Nieuwe Tijd kunnen bestaan uit sporen van agrarische activiteiten zoals (tabaks)schuren, hooimijten, spiekers of andere manieren van opslag. De sporen komen voor in de top van het dekzand vanaf de B-horizont. Vondsten kunnen eveneens in de bouwvoor worden aangetroffen. Geheel in het zuidoosten (ter plaatse van de dependance) heeft in de Tweede Wereldoorlog een noodhospitaal gestaan. Mogelijk kunnen daar ook vondsten van worden aangetroffen. Deze resten komen dan voor vanaf de top van de bouwvoor.

Op grond van het booronderzoek blijkt echter dat er geen intacte natuurlijke bodemopbouw aanwezig is in het plangebied. Op veel plekken is de bouwvoor (recent) tot in het dekzand afgegraven en voor een deel weer aangevuld met zand. Ook is ter plaatse van de schoolgebouwen een flinke verstoring aanwezig. Daarmee vervalt de verwachting voor resten uit het Mesolithicum en is er een geringe kans dat resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden aangetroffen. De resten uit de Tweede Wereldoorlog zijn vergraven, alleen enkele losse vondsten kunnen worden aangetroffen.

7. Conclusie en advies 7.1 Beantwoording onderzoeksvragen De hoofdvraag die in dit bureauonderzoek wordt beantwoord, is: •

Wat is de archeologische verwachting binnen het plangebied op basis van de landschappelijke, (bouw)historische en archeologische kenmerken?

Daaruit vloeit de vraag: •

Welke vragen uit de Lokale Onderzoeks Agenda van de Gemeente Leusden in potentie kunnen worden beantwoord na archeologisch onderzoek binnen het 46 plangebied?

Op grond van de bodemkundige, historische en archeologische gegevens zouden in het plangebied resten kunnen worden aangetroffen uit het mesolithicum (in het oosten van het plangebied) en de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Op grond van het booronderzoek blijkt dat er geen intacte natuurlijke bodemopbouw aanwezig is in het plangebied. Op veel plekken is de bouwvoor (recent) tot in het dekzand afgegraven en voor een deel weer aangevuld met zand. Daarmee vervalt de verwachting voor resten uit het Mesolithicum en is er een geringe kans dat resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden aangetroffen. Ook de resten van het noodhospitaal zullen volledig zijn vergraven. De enige vraag uit de lokale onderzoeksagenda die in potentie (deels) beantwoord kan worden is vraag 15: Hoe verhouden de archeologische sporen van landgebruik zich 47 tot historische en historisch-geografische bronnen? Het beantwoorden van deze vraag zou, vanwege de zeer lage verwachting, echter gebaseerd zijn op toevalstreffers. Concluderend kan worden gesteld dat vanwege recente verstoringen en de relatief lage ligging van het plangebied en daardoor natte omstandigheden de verwachting op het aantreffen van archeologische resten zodanig laag is dat het gehele plangebied kan worden vrijgegeven voor

46 47

Beumer 2017. Beumer 2017, hoofdstuk Lokale Onderzoeksagenda.

verdere ontwikkeling. De bouwplannen zoals die er nu zijn, kunnen zonder archeologische restricties doorgaan. Omdat het echter niet geheel is uit te sluiten dat archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn, moet gewezen worden op de meldingsplicht (Erfgoedwet art.5.10): Indien bij bodemverstorende werkzaamheden zaken worden aangetroffen, waarvan de vinder weet of redelijker wijs moet vermoeden dat het gaat om archeologische vondsten of sporen, dan is diegene verplicht dit direct te melden. Officieel dient een melding te gebeuren bij de burgemeester van de betreffende gemeente of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de praktijk is het eenvoudiger de melding te doen bij het Centrum voor Archeologie van de Gemeente Amersfoort, tijdens kantooruren te bereiken via 033-463 77 97.

21

Literatuur 22

Berendsen, H., 2004: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie, Assen. Beumer S., 2017: Actualisatie 2018 archeologische verwachtings- en beleidskaart Leusden, Amersfoort.

Miedema, F. en A. de Boer, 2016b: Hamersveldseweg 69. Leusden, gemeente Leusden: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen (Bureau voor Archeologie Rapport 326), Utrecht.

Blijdenstijn, R., 2015: Tastbare Tijd 2.0, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, Amsterdam.

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong (red.), 2003: De ondergrond van Nederland, Utrecht.

CCvD (Centraal College van Deskundigen) 2016: BRL SIKB 4000 versie 4.0, Gouda.

Muller S., 1892: Het oudste cartularium van het Sticht Utrecht, Den Haag.

Huurderman, J., 2011: Dorpen op drift. Leusden in de Grebbelinie 1939-1945, Leusden.

Renes, H., H. Vlaardingerbroek en L. Wevers, 1998: Leusden: geschiedenis en architectuur. Monumenten Inventarisatie Provincie utrecht, Zeist, 32-35.

Hollosy, T., d’, 2005: Archeologische inventarisatie uitbreiding kerkhof Sint Jozefparochie Hamersveldseweg Leusden (Rapport Sectie Archeologie Gemeente Amersfoort), Amersfoort. Hollosy, T., d’, 2011: Actualisatie Archeologische Waardeen Verwachtingskaart Leusden 2011 (CAR-rapport 10), Amersfoort. Hoorn, W.J. van en A.J. van Kooij, 1977: Een tabaksschuur bij ’t Spul, restant van een rijk verleden, in: Flehite, 9-1, 4-8. Hulst, R.A., M.H.A. van Dijk, T. d’Hollosy, T. Stolk, M.L. Verhamme en M.K. Wijker, 2013: Archeologisch onderzoek De Schammer Leusden (CAR- rapport 18), Amersfoort. Hundertmark, H. en K. van Vliet, 2010: De Paulusabdij. Achter de muren van Utrechts oudste klooster, Utrecht. Jungerius, P., E. Koster en F. Kwaad, 1973: Fysische geografie, aspecten van het landschapsonderzoek, Utrecht. Miedema, F. en A. de Boer, 2016a: Hamersveldseweg 71b. Leusden, gemeente Leusden: een bureauonderzoek en booronderzoek in de vorm van boringen (Bureau voor Archeologie Rapport 312), Utrecht.

Scholte Lubberink, H.B.G., L.J. Keunen, N.W. Willemse, 2015: Op het kruispunt van de vier windstreken. Synthese oogst voor Malta onderzoek de Gelderse Vallei, Nederlandse Archeologische Rapporten 48, Amersfoort. Stapert, D., E. Drenth en J. Hulst, 1993: Een bladspits van de Leusderheide (provincie Utrecht), in Paleo-aktueel volume 4, 15-19. Stiboka, 1965: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50 000. Blad 32 Oost Amersfoort uitgave 1965, Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Stiboka/RGD, 1977: Geomorfologische kaart van Nederland schaal 1:50 000, Stichting voor Bodemkartering/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. Verduin, J., 2001: De bibliotheek en erf Nieuw Langebeek, in: Leusden Toen 17-3, 5-7. Vervloet, J.A.J., 2007: Nederzettings- en ontginningsgeschiedenis, in: J. Vervloet en S. van den Bergh, Eemland in verandering: ontginning en ruilverkaveling in het gebied van de Eem, Utrecht, 21-28.

Weerheijm, W.J., A. Vissinga en R. Schrijvers, 2016: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van woningen aan de Clarenburg 1 te Leusden, gemeente Leusden. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (Rapport Vestigia BV V1366), Amersfoort. Zelders, N.L., 1971: De waternamen van het Eemsysteem en van de overige kustwateren tussen Gooi en de IJsseldelta, in: Flehite, 4, 2, 17-26. Gebruikte websites www.ahn.nl www.HisGis.nl www.topotijdreis.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl www.pdok.nl Afkortingen in de tekst AHN: Algemeen Hoogtebestand Nederland AMK: Archeologische Monumentenkaart Nederland AMZ: Archeologische Monumentenzorg ARCHIS: Archeologisch Informatie Systeem CAR: Centrum voor Archeologie van de Gemeente Amersfoort KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie Wamz: Wet op de archeologische monumentenzorg

23

Bijlage 24

Overzicht resultaten booronderzoek (links en rechts de NAP-hoogtes)

Boring 1

Boring 2

Boring 3

Boring 4

Boring 5

Boring 6

Boring 7

Boring 8

25

Overzicht van de archeologische en geologische periodes.

IJzertijd

Bronstijd

Neolithicum

Laat

PALEOL

13.7000

Subboreaal Atlanticum Boreaal Preboreaal Late Dryas Allerød Vroege Dryas Bølling Denekamp

32.000 Hengeloo Moershoofd 73.000

Paleolithicum

Odderade

Midden

Brørup

PALEOM Amersfoort 113.000 130.000

300.000

Eemien Saalien Holsteinien Elsterien Cromerien

Weichselien

Prehistorie

Mesolithicum

Subatlanticum

Laat

Romeinse Tijd

Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg Laat Midden Vroeg

Midden

Vroeg

Kwartair

Vol

Pleistoceen

Middeleeuwen

Chronostratigrafie Tijd(vak)

Holoceen

Laat

C B A B A D C B A

Biostratigrafie Pollenzone

Laat glaciaal

Nieuwste tijd

Gekalibreerd 1850 1650 1500 1250 1050 900 725 525 450 270 70 na Chr. 12 voor Chr. 250 500 800 1100 1800 200 2850 4200 4900/5300 6450 7100 8800

Pleniglaciaal

Nieuwe tijd

Code NTC NTB NTA LMEB LMEA VMED VMEC VMEB VMEA ROML ROMM ROMV IJZL IJZM IJZV BRONSL BRONSM BRONSV NEOL NEOM NEOV MESOL MESOM MESOV

Vroeg Glaciaal

Archeologische periode

Steentijd

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.leusden.nl/api/v1/meetings/3437/documents/36228